Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen worden 17°, 18° en 19° vervangen door wat volgt :
  " 17° zeer langdurig werklozen : de werklozen die op de dag voor de indiensttreding zonder onderbreking minstens 24 maanden volledig vergoede werklozen zijn;
  18° zeer langdurig werkzoekenden : de niet-werkende werkzoekenden die op de dag voor de indiensttreding minstens :
  - 24 maanden als werkzoekende ingeschreven zijn bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
  - gedurende deze periode niet volledig vergoede werklozen waren;
  - gedurende deze periode noch in loondienst werkten, noch een zelfstandig beroep uitoefenden;
  19° begunstigde van de sociale bijstand : de persoon die in het bevolkingsregister is ingeschreven en die omwille van zijn nationaliteit geen recht heeft op het bestaansminimum;".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 JUNI 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen.
Titre
8 JUIN 1999. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales, les 17°, 18° et 19° sont remplacĂ©s par ce qui suit :
  " 17° chÎmeurs de trÚs longue durée : les chÎmeurs qui, le jour précédant leur entrée en service, sont chÎmeurs complets indemnisés depuis 24 mois sans interruption;
  18° demandeurs d'emploi de trÚs longue durée : les demandeurs d'emploi non occupés qui, le jour précédant leur entrée en service :
  - sont inscrits pendant au moins 24 mois comme demandeur d'emploi au Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle);
  - pendant cette période, n'étaient pas chÎmeurs complets indemnisés;
  - pendant cette période, n'ont pas travaillé comme salarié, ni exercé une profession indépendante;
  19° bénéficiaire de l'aide sociale financiÚre: la personne inscrite au registre de la population, qui en raison de sa nationalité ne peut prétendre au minimum de moyens d'existence; ".
  " 17° chÎmeurs de trÚs longue durée : les chÎmeurs qui, le jour précédant leur entrée en service, sont chÎmeurs complets indemnisés depuis 24 mois sans interruption;
  18° demandeurs d'emploi de trÚs longue durée : les demandeurs d'emploi non occupés qui, le jour précédant leur entrée en service :
  - sont inscrits pendant au moins 24 mois comme demandeur d'emploi au Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle);
  - pendant cette période, n'étaient pas chÎmeurs complets indemnisés;
  - pendant cette période, n'ont pas travaillé comme salarié, ni exercé une profession indépendante;
  19° bénéficiaire de l'aide sociale financiÚre: la personne inscrite au registre de la population, qui en raison de sa nationalité ne peut prétendre au minimum de moyens d'existence; ".
Art. 2. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt § 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. Voor de tewerkstelling van personen uit risicogroepen in werkervaringsprojecten wordt per individuele tewerkstelling het hoger premiebedrag vastgesteld voor een periode die niet meer bedraagt dan 12 maanden. Enkel wanneer het bevoegd subregionaal tewerkstellingscomité dit toestaat, kan deze individuele tewerkstelling met behoud van het hoger premiebedrag voor onbepaalde duur worden verlengd. ".
  " § 3. Voor de tewerkstelling van personen uit risicogroepen in werkervaringsprojecten wordt per individuele tewerkstelling het hoger premiebedrag vastgesteld voor een periode die niet meer bedraagt dan 12 maanden. Enkel wanneer het bevoegd subregionaal tewerkstellingscomité dit toestaat, kan deze individuele tewerkstelling met behoud van het hoger premiebedrag voor onbepaalde duur worden verlengd. ".
Art. 2. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le § 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 3. Pour la mise au travail de personnes appartenant Ă des groupes Ă risque dans des projets d'expĂ©rience de travail, le montant supĂ©rieur de la prime, par mise au travail individuelle, est fixĂ© pour une pĂ©riode ne dĂ©passant pas 12 mois. Seulement lorsque le comitĂ© subrĂ©gional de l'emploi compĂ©tent l'autorise, cette mise au travail avec maintien du montant supĂ©rieur de la prime peut ĂȘtre prolongĂ©e pour une durĂ©e indĂ©terminĂ©e. ".
  " § 3. Pour la mise au travail de personnes appartenant Ă des groupes Ă risque dans des projets d'expĂ©rience de travail, le montant supĂ©rieur de la prime, par mise au travail individuelle, est fixĂ© pour une pĂ©riode ne dĂ©passant pas 12 mois. Seulement lorsque le comitĂ© subrĂ©gional de l'emploi compĂ©tent l'autorise, cette mise au travail avec maintien du montant supĂ©rieur de la prime peut ĂȘtre prolongĂ©e pour une durĂ©e indĂ©terminĂ©e. ".
Art. 3. In artikel 7bis van hetzelfde besluit wordt § 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. In toepassing van artikel 94 van de wet en binnen de perken van een daartoe bestemd begrotingskrediet kan de minister voor de aanwerving van zeer langdurig werkzoekenden, bestaansminimumtrekkers die minder dan een jaar van het bestaansminimum genieten en begunstigden van de sociale bijstand die minder dan een jaar van de sociale bijstand genieten het jaarbedrag van de premie vaststellen op maximaal 283 000 frank bij een tewerkstelling waarvan de uurregeling minstens halftijds is, op maximaal 453 000 frank bij een tewerkstelling die minstens vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling en op 566 000 frank bij een voltijdse tewerkstelling op basis van één arbeidsovereenkomst. ".
  " § 1. In toepassing van artikel 94 van de wet en binnen de perken van een daartoe bestemd begrotingskrediet kan de minister voor de aanwerving van zeer langdurig werkzoekenden, bestaansminimumtrekkers die minder dan een jaar van het bestaansminimum genieten en begunstigden van de sociale bijstand die minder dan een jaar van de sociale bijstand genieten het jaarbedrag van de premie vaststellen op maximaal 283 000 frank bij een tewerkstelling waarvan de uurregeling minstens halftijds is, op maximaal 453 000 frank bij een tewerkstelling die minstens vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling en op 566 000 frank bij een voltijdse tewerkstelling op basis van één arbeidsovereenkomst. ".
Art. 3. Dans l'article 7bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le § 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 1er. En application de l'article 94 de la loi et dans les limites d'un crédit budgétaire qui y est destiné, le ministre peut fixer, pour le recrutement de demandeurs d'emploi de trÚs longue durée, de bénéficiaires du minimex qui bénéficient du minimex pendant moins d'un an, et de bénéficiaires de l'aide sociale financiÚre depuis moins d'un an, le montant annuel de la prime à 283 000 francs pour un emploi dont 1'horaire correspond au moins au mi-temps, et à 453 000 francs au maximum pour un emploi qui correspond au moins aux quatre cinquiÚmes de l'horaire à plein temps et à 566 000 francs pour un emploi à plein temps sur la base d'un seul contrat de travail. ".
  " § 1er. En application de l'article 94 de la loi et dans les limites d'un crédit budgétaire qui y est destiné, le ministre peut fixer, pour le recrutement de demandeurs d'emploi de trÚs longue durée, de bénéficiaires du minimex qui bénéficient du minimex pendant moins d'un an, et de bénéficiaires de l'aide sociale financiÚre depuis moins d'un an, le montant annuel de la prime à 283 000 francs pour un emploi dont 1'horaire correspond au moins au mi-temps, et à 453 000 francs au maximum pour un emploi qui correspond au moins aux quatre cinquiÚmes de l'horaire à plein temps et à 566 000 francs pour un emploi à plein temps sur la base d'un seul contrat de travail. ".
Art. 4. In artikel 7bis van hetzelfde besluit wordt § 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. De minister kent per toegekende gesubsidieerde contractueel een omkaderingspremie toe aan de plaatselijke besturen ten belope van maximaal 15 % van 283 000 frank op jaarbasis indien de uurregeling minstens halftijds is, ten belope van maximaal 15 % van 453 000 frank op jaarbasis indien de tewerkstelling minstens vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling en ten belope van maximaal 15 % van 566 000 frank op jaarbasis bij eens voltijdse tewerkstelling op basis van één arbeidsovereenkomst. Zij kan slechts worden verworven in zoverre het begeleidingsplan werd uitgevoerd.
  Enkel de omkaderingsuitgaven in functie van de opleiding en de begeleiding van de gesubsidieerde contractuelen waarvoor een bewijs wordt geleverd en die in hoofde van de werkgever een meerkost vertegenwoordigen worden aanvaard.
  De werkgever maakt op straffe van terugvordering de bewijzen van de omkaderingsuitgaven van ieder kalenderjaar over aan de administratie vóór 31 januari van het daaropvolgend kalenderjaar indien het om een overeenkomst van onbepaalde duur gaat, en voor de laatste dag van de maand, volgend op de beëindiging van het project, indien het een overeenkomst van bepaalde duur betreft. ".
  " § 3. De minister kent per toegekende gesubsidieerde contractueel een omkaderingspremie toe aan de plaatselijke besturen ten belope van maximaal 15 % van 283 000 frank op jaarbasis indien de uurregeling minstens halftijds is, ten belope van maximaal 15 % van 453 000 frank op jaarbasis indien de tewerkstelling minstens vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling en ten belope van maximaal 15 % van 566 000 frank op jaarbasis bij eens voltijdse tewerkstelling op basis van één arbeidsovereenkomst. Zij kan slechts worden verworven in zoverre het begeleidingsplan werd uitgevoerd.
  Enkel de omkaderingsuitgaven in functie van de opleiding en de begeleiding van de gesubsidieerde contractuelen waarvoor een bewijs wordt geleverd en die in hoofde van de werkgever een meerkost vertegenwoordigen worden aanvaard.
  De werkgever maakt op straffe van terugvordering de bewijzen van de omkaderingsuitgaven van ieder kalenderjaar over aan de administratie vóór 31 januari van het daaropvolgend kalenderjaar indien het om een overeenkomst van onbepaalde duur gaat, en voor de laatste dag van de maand, volgend op de beëindiging van het project, indien het een overeenkomst van bepaalde duur betreft. ".
Art. 4. Dans l'article 7bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le § 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 3. Le Ministre octroie aux administrations locales, pour chaque contractuel subventionnĂ©, une prime d'encadrement correspondant Ă 15 % de 283 000 francs au maximum sur une base annuelle lorsque l'horaire correspond au moins au mi-temps, et Ă 15 % de 453 000 francs au maximum sur une base annuelle pour un emploi qui correspond au moins aux quatre cinquiĂšmes de l'horaire Ă plein temps et Ă 15 % de 566 000 francs sur une base annuelle pour un emploi Ă plein temps sur la base d'un seul contrat de travail. Elle ne sera acquise que dans la mesure oĂč le plan d'accompagnement aura Ă©tĂ© rĂ©alisĂ©.
  Seules sont acceptées les dépenses d'encadrement en fonction de la formation et de l'accompagnement des contractuels subventionnés justifiées et représentant un surcoût dans le chef de l'employeur.
  Sous peine de recouvrement, l'employeur communique chaque année calendrier les justificatifs des dépenses d'encadrement à l'Administration avant le 31 janvier de l'année civile suivante, s'il s'agit d'un contrat à durée indéterminée, et avant le dernier jour du mois suivant la cessation(fin) du projet s'il s'agit d'un contrat à durée déterminée. ".
  " § 3. Le Ministre octroie aux administrations locales, pour chaque contractuel subventionnĂ©, une prime d'encadrement correspondant Ă 15 % de 283 000 francs au maximum sur une base annuelle lorsque l'horaire correspond au moins au mi-temps, et Ă 15 % de 453 000 francs au maximum sur une base annuelle pour un emploi qui correspond au moins aux quatre cinquiĂšmes de l'horaire Ă plein temps et Ă 15 % de 566 000 francs sur une base annuelle pour un emploi Ă plein temps sur la base d'un seul contrat de travail. Elle ne sera acquise que dans la mesure oĂč le plan d'accompagnement aura Ă©tĂ© rĂ©alisĂ©.
  Seules sont acceptées les dépenses d'encadrement en fonction de la formation et de l'accompagnement des contractuels subventionnés justifiées et représentant un surcoût dans le chef de l'employeur.
  Sous peine de recouvrement, l'employeur communique chaque année calendrier les justificatifs des dépenses d'encadrement à l'Administration avant le 31 janvier de l'année civile suivante, s'il s'agit d'un contrat à durée indéterminée, et avant le dernier jour du mois suivant la cessation(fin) du projet s'il s'agit d'un contrat à durée déterminée. ".
Art. 5. In artikel 7bis van hetzelfde besluit wordt § 4 vervangen door wat volgt :
  " § 4. De minister kan een premiebedrag toestaan lager dan 283 000 frank, 453 000 frank of 566 000 frank wanneer de werkgever door middel van de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen inkomsten kan verwerven. ".
  " § 4. De minister kan een premiebedrag toestaan lager dan 283 000 frank, 453 000 frank of 566 000 frank wanneer de werkgever door middel van de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen inkomsten kan verwerven. ".
Art. 5. Dans l'article 7bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le § 4 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 4. Le Ministre peut autoriser une prime d'un montant inférieur à 283 000 francs, 453 000 francs ou 566 000 francs lorsque l'employeur peut acquérir des revenus par la mise au travail de contractuels subventionnés. ".
  " § 4. Le Ministre peut autoriser une prime d'un montant inférieur à 283 000 francs, 453 000 francs ou 566 000 francs lorsque l'employeur peut acquérir des revenus par la mise au travail de contractuels subventionnés. ".
Art. 6. § 1. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 1999, met uitzondering van artikel 7bis, § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen dat in werking treedt op 1 januari 2000.
  § 2. Artikel 7bis, § 1, tweede lid van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen blijft echter onverminderd van toepassing op een tewerkstelling in het kader van arbeidsovereenkomst die een aanvang nam voor l juli 1999 en op vervangingscontracten in geval van tijdelijke vervanging van een titularis die tewerkgesteld is in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam voor 1 juli 1999 en tot zolang deze arbeidsovereenkomsten niet worden beëindigd.
  § 3. Het bedrag voor een voltijdse tewerkstelling, zoals vermeld in artikel 7bis, § 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen is niet van toepassing op een tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst die een aanvang nam voor 1 juli 1999 en op vervangingscontracten in geval van tijdelijke vervanging van een titularis die tewerkgesteld is in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam voor 1 juli 1999 en tot zolang deze arbeidsovereenkomsten niet worden beëindigd.
  § 4. Artikel 7bis, § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen blijft echter in ongewijzigde vorm van toepassing op een tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam voor 1 juli 1999 en op vervangingscontracten in geval van tijdelijke vervanging van een titularis die tewerkgesteld is in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam voor 1 juli 1999 en tot zolang deze arbeidsovereenkomsten niet worden beëindigd.
  § 2. Artikel 7bis, § 1, tweede lid van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen blijft echter onverminderd van toepassing op een tewerkstelling in het kader van arbeidsovereenkomst die een aanvang nam voor l juli 1999 en op vervangingscontracten in geval van tijdelijke vervanging van een titularis die tewerkgesteld is in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam voor 1 juli 1999 en tot zolang deze arbeidsovereenkomsten niet worden beëindigd.
  § 3. Het bedrag voor een voltijdse tewerkstelling, zoals vermeld in artikel 7bis, § 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen is niet van toepassing op een tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst die een aanvang nam voor 1 juli 1999 en op vervangingscontracten in geval van tijdelijke vervanging van een titularis die tewerkgesteld is in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam voor 1 juli 1999 en tot zolang deze arbeidsovereenkomsten niet worden beëindigd.
  § 4. Artikel 7bis, § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen blijft echter in ongewijzigde vorm van toepassing op een tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam voor 1 juli 1999 en op vervangingscontracten in geval van tijdelijke vervanging van een titularis die tewerkgesteld is in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam voor 1 juli 1999 en tot zolang deze arbeidsovereenkomsten niet worden beëindigd.
Art. 6. § 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er juillet 1999, Ă l'exception de l'article 7bis, § 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales, qui entre en vigueur le 1er janvier 2000.
  § 2. Toutefois, l'article 7bis, § 1er, deuxiĂšme alinĂ©a de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales reste applicable sans modification Ă un engagement dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999, et aux contrats de remplacement en cas du remplacement temporaire d'un titulaire engagĂ© dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999 et tant qu'il n'est pas mis fin Ă ces contrats de travail.
  § 3. Le montant pour un emploi Ă temps plein, tel que visĂ© Ă l'article 7bis, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales n'est pas applicable Ă un engagement dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999, ni aux contrats de remplacement en cas du remplacement temporaire d'un titulaire engagĂ© dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999 et tant qu'il n'est pas mis fin Ă ces contrats de travail.
  § 4. Toutefois, l'article 7bis, § 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales reste applicable sans modification Ă un engagement dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999, et aux contrats de remplacement en cas du remplacement temporaire d'un titulaire engagĂ© dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999 et tant qu'il n'est pas mis fin Ă ces contrats de travail.
  § 2. Toutefois, l'article 7bis, § 1er, deuxiĂšme alinĂ©a de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales reste applicable sans modification Ă un engagement dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999, et aux contrats de remplacement en cas du remplacement temporaire d'un titulaire engagĂ© dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999 et tant qu'il n'est pas mis fin Ă ces contrats de travail.
  § 3. Le montant pour un emploi Ă temps plein, tel que visĂ© Ă l'article 7bis, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales n'est pas applicable Ă un engagement dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999, ni aux contrats de remplacement en cas du remplacement temporaire d'un titulaire engagĂ© dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999 et tant qu'il n'est pas mis fin Ă ces contrats de travail.
  § 4. Toutefois, l'article 7bis, § 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales reste applicable sans modification Ă un engagement dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999, et aux contrats de remplacement en cas du remplacement temporaire d'un titulaire engagĂ© dans les liens d'un contrat de travail prenant cours avant le 1er juillet 1999 et tant qu'il n'est pas mis fin Ă ces contrats de travail.
Art. 7. De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling is belast met de uitvoering van het besluit.
  Brussel, 8 juni 1999.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
  Th. KELCHTERMANS
  Brussel, 8 juni 1999.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
  Th. KELCHTERMANS
Art. 7. Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 8 juin 1999.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
  Th. KELCHTERMANS
  Bruxelles, le 8 juin 1999.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
  Th. KELCHTERMANS