Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JUNI 1999. - [Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 21 juni 1999 betreffende de vervanging van sommige personeelsleden van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap en de instellingen van openbaar nut die onder het Comité van sector XVII ressorteren.] (VERTALING) <BFG2015-06-24/04, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2015>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-08-1999 en tekstbijwerking tot 05-03-2021)
Titre
21 JUIN 1999. - [Arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 21 juin 1999 relatif au remplacement de certains membres du personnel des Services du Gouvernement de la Communauté française et des organismes d'intérêt public relevant du Comité de secteur XVII].<ACF2015-06-24/04, art. 1, 004; En vigueur : 24-06-2015> (NOTE : Consultation des versions antérieures `a partir du 06-08-1999 et mise à jour au 05-02-2008)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-08-1999 et mise à jour au 05-03-2021)
Documentinformatie
Numac: 1999029443
Datum: 1999-06-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999029443
Date: 1999-06-21
Moniteur: Voir
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE 1. - Dispositions générales.
Artikel 1. [1 Dit besluit is van toepassing op de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap - en op de instellingen van openbaar nut die onder het comité van sector XVII ressorteren.]1
  
Article 1. [1 Le présent arrêté est applicable aux Services du Gouvernement de la Communauté française - Ministère de la Communauté française - et aux organismes d'intérêt public relevant du Comité de secteur XVII .]1
  
HOOFDSTUK 2. - Ononderbroken diensten.
CHAPITRE 2. - Services continus.
Afdeling 1. - Opsomming van de ononderbroken diensten.
Section 1. - Enumération des services continus.
Art. 2. In elk van de hierna vermelde administratieve entiteiten, worden " ononderbroken diensten " bepaald.
  Zij worden als dusdanig beschouwd ten aanzien van de personeelsleden die naast hun benaming worden opgenomen :
  A. In de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap :
  1. In het gehele Ministerie :
  - personeelsleden die het ambt van conciërge uitoefenen, voor wat dit ambt betreft;
  - personeelsleden die het ambt van telefonist in de telefooncentrales uitoefenen;
  - personeelsleden van niveau 2, niveau 3 of niveau 4 die hun ambt in de restaurants en cafetaria's uitoefenen;
  - personeelsleden die het ambt van ziekenverpleger uitoefenen;
  - personeelsleden die een onthaalambt uitoefenen.
  2. Voor de Diensten van het Secretariaat-generaal :
  Groene lijn : alle personeelsleden.
  3. Voor het Algemeen Bestuur Hulpverlening aan de Jeugd, Gezondheid en Sport :
  1°) In de Algemene Directie Hulpverlening aan de Jeugd :
  - Groep overheidsinstellingen voor jeugdbescherming : alle personeelsleden;
  Diensten voor Hulpverlening aan de Jeugd en Diensten voor Gerechtelijke Bescherming : alle personeelsleden.
  2°) In de Algemene Directie Sport :
  - " ADEPS "-centra : alle personeelsleden.
  4. Voor het Algemeen Bestuur Cultuur en Informatica :
  1°) in de Algemene Dienst voor informatica en statistieken : alle personeelsleden bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Regering van 19 mei 1999 tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap en van sommige instellingen van openbaar nut belast met computeropdrachten;
  2°) in de Algemene Directie Cultuur
  Ontmoetingscentra : alle personeelsleden;
  Cultureel Centrum Marcel Hicter : alle personeelsleden;
  Centrum voor het uitlenen van materieel : alle personeelsleden;
  Koninklijk Museum Mariemont : alle personeelsleden.
  [2 5. Voor het algemeen bestuur justitiehuizen :
   1° ) in de algemene dienst justitiehuizen
   Directies Justitiehuizen : alle personeelsleden;
   Directie Afdeling voor de uit handen gegeven minderjarigen in Saint-Hubert : alle personeelsleden;
   2° ) in de algemene dienst Justitie en Steunverlening aan justitiabelen
   Directie elektronisch toezicht : alle personeelsleden".]2

  B. [1 ...]1
  C. In de " Office de la Naissance et de l'Enfance " :
  1°) In de gehele instelling :
  - personeelsleden die het ambt van conciërge uitoefenen, voor wat dit ambt betreft;
  - personeelsleden van niveau 2, van niveau 3 of van niveau 4, die hun ambt in de restaurants en de cafetaria's uitoefenen;
  personeelsleden die een onthaalambt uitoefenen.
  2°) In het centraal bestuur :
  - personeelsleden die het ambt van telefonist uitoefenen;
  - personeelsleden die het ambt van ziekenverpleger uitoefenen.
  3°) In de opvangcentra :
  - personeelsleden die titularis zijn van de graad van gegradueerde (categorie : gespecialiseerd - kwalificatiegroep : 3) of die er het ambt van uitoefenen ter uitvoering van hun arbeidsovereenkomst;
  - personeelsleden die titularis zijn van de graad van adjunct (categorie : gespecialiseerd - kwalificatiegroep : 2) of die er het ambt van uitoefenen ter uitvoering van hun arbeidsovereenkomst.
  D. [1 ...]1
  
Art. 2. Dans chacune des entités administratives reprises ci-après, des "services continus" sont définis.
  Ils sont considérés comme tels à l'égard des membres du personnel qui sont repris en regard de leur intitulé :
  A. Dans les Services du Gouvernement de la Communauté française - Ministère de la Communauté française :
  1. Dans l'ensemble du Ministère :
  - membres du personnel exerçant des fonctions de concierge pour ce qui concerne celles-ci;
  - membres du personnel exerçant des fonctions de téléphoniste dans les centraux téléphoniques;
  - membres du personnel de niveau 2, de niveau 3 ou de niveau 4 exerçant leurs fonctions dans les restaurants et cafétérias;
  - membres du personnel exerçant des fonctions d'infirmier;
  - membres du personnel exerçant des fonctions d'accueil.
  2. Pour les Services du Secrétariat général :
  - Téléphone vert : tous les membres du personnel.
  3. Pour l'Administration générale de l'Aide à la jeunesse, de la Santé et du Sport :
  1°) A la Direction générale de l'Aide à la jeunesse
  - Groupe des institutions publiques de protection de la jeunesse : tous les membres du personnel;
  - Services de l'Aide à la jeunesse et Services de Protection judiciaire : tous les membres du personnel;
  2°) A la Direction générale du Sport
  - Centres ADEPS : tous les membres du personnel.
  4. Pour l'Administration générale de la Culture et de l'Informatique :
  1°) au Service général de l'informatique et des statistiques : tous les membres du personnel visés à l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement du 19 mai 1999 accordant une allocation aux membres du personnel du Ministère de la Communauté française et de certains organismes d'intérêt public qui sont chargés de tâches informatiques;
  2°) à la Direction générale de la Culture
  Centres de rencontre : tous les membres du personnel;
  Centre Culturel Marcel Hicter : tous les membres du personnel;
  Centre de prêt de matériel : tous les membres du personnel;
  Musée royal de Mariemont : tous les membres du personnel.
  [2 5. Pour l'Administration générale des Maisons de Justice :
   1° ) au Service général des Maisons de Justice
   Directions des Maisons de Justice : tous les membres du personnel ;
   Direction Section Mineurs dessaisis à Saint-Hubert : tous les membres du personnel ;
   2° ) au Service général Justice et Soutien au justiciable
   Direction Surveillance électronique : tous les membres du personnel.]2

  B. [1 ...]1
  C. A l'Office de la Naissance et de l'Enfance :
  1°) Dans l'ensemble de l'organisme :
  - membres du personnel exerçant des fonctions de concierge pour ce qui concerne celles-ci;
  - membres du personnel de niveau 2, de niveau 3 ou de niveau 4 exerçant leurs fonctions dans les restaurants et cafétérias;
  - membres du personnel exerçant des fonctions d'accueil.
  2°) A l'administration centrale :
  - membres du personnel exerçant des fonctions de téléphoniste;
  - membres du personnel exerçant des fonctions d'infirmier.
  3°) Dans les centres d'accueil :
  - membres du personnel titulaires du grade de gradué (catégorie : spécialisé - groupe de qualification : 3) ou qui en exercent les fonctions en exécution de leur contrat de travail;
  - membres du personnel titulaires du grade d'adjoint (catégorie : spécialisé - groupe de qualification : 2) ou qui en exercent les fonctions en exécution de leur contrat de travail.
  D. [1 ...]1
  
Art. 3. [1 Voor de in artikel 2, littera A en C, bedoelde personeelsleden wordt voorzien in de vervanging van personeelsleden die hun ambt tijdelijk neerleggen.
   Voor de in artikel 2, littera C, bedoelde personeelsleden wordt voorzien in de vervanging van personeelsleden die hun ambt definitief neerleggen.
   De leden 1 en 2 zijn echter niet van toepassing wanneer het ambt wordt opgeheven ten gevolge van een overplaatsing die niet het gevolg is van een herplaatsing na een beslissing in die zin van MEDEX of van de preventieadviseur arbeidsgeneeskunde, van een wijziging van de arbeidsplaats of van een terbeschikkingstelling of de toepassing van artikel 69, § 2, van het decreet van de regering van de Franse Gemeenschap van 22 juli 1996 betreffende het statuut van de personeelsleden van de regeringsdiensten van de Franse Gemeenschap.
   De bovengenoemde vervangingen worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van het regeringsbesluit van 28 november 2013 betreffende de organisatie van het interne toezicht en de boekhoudkundige controle en de administratieve en budgettaire controle ]1
.
  
Art. 3. [1 Le remplacement des membres du personnel qui délaissent leurs fonctions de manière temporaire est assuré à l'égard des membres du personnel visés à l'article 2, littera A et C.
   Le remplacement des membres du personnel qui délaissent leurs fonctions de manière définitive est assuré à l'égard des membres du personnel visés à l'article 2, littera C.
   Les alinéas 1 et 2 ne sont toutefois pas applicables lorsque la fonction est délaissée à la suite d'une mutation autre que résultant d'un repositionnement consécutif à une décision en ce sens prise par le MEDEX ou par le Conseiller en prévention -médecine du travail-, d'une modification du poste de travail, d'une mise à disposition ou de l'application de l'article 69, § 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 22 juillet 1996 portant statut des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française.
   Les remplacements susvisés s'effectuent selon les règles fixées par l'arrêté du Gouvernement du 28 novembre 2013 portant organisation des contrôle et audit internes et budgétaires et comptables ainsi que du contrôle administratif et budgétaire ]1
.
  
Afdeling 2. - Wervingsprocedures.
Section 2. - Procédures de recrutement.
Art. 6. Het personeelslid dat in het kader van de bepalingen van dit hoofdstuk geworven wordt, moet de voorwaarden vervullen die vereist zijn voor de benoeming in vast verband in de graad die overeenstemt met zijn ambt, bepaald door het besluit van de Regering houdende regeling voor de benoeming in elk van de graden en vaststelling van de diploma's die vereist zijn bij de werving in sommige graden in de Diensten van de Regering - Ministerie van de Franse Gemeenschap.
  Zijn bezoldiging wordt vastgesteld in de basisschaal van het niveau dat overeenstemt met zijn ambt, met dien verstande dat hij houder moet zijn van het diploma dat vereist is voor dat niveau.
Art. 6. Le membre du personnel engagé dans le cadre des dispositions du présent chapitre doit remplir les conditions exigées pour la nomination à titre définitif dans le grade correspondant à sa fonction, déterminées par l'arrêté du Gouvernement portant règlement pour la nomination à chacun des grades et fixant les diplômes exigés au recrutement à certains grades dans les Services du Gouvernement - Ministère de la Communauté française.
  Sa rémunération est fixée dans l'échelle de base du niveau correspondant à sa fonction, étant entendu qu'il doit posséder le diplôme requis pour ce niveau.
Afdeling 3. [1 Ononderbroken diensten die permanent werken, Diensten voor Hulpverlening aan de jeugd en Diensten voor gerechtelijke bescherming.]1
Section 3. [1 Section 3. - Services continus fonctionnant en permanence, Services de l'Aide à la jeunesse et Services de Protection judiciaire.]1
Art. 7. Voor de volgende ononderbroken diensten die 24 u. op 24 werken [2 de Diensten voor hulpverlening aan de jeugd en de Diensten voor gerechtelijke bescherming ]2, moet de totale duur van de overeenkomsten die met toepassing van afdeling 2 gesloten zijn, voor elk semester en voor de vervanging van de personeelsleden die de ambten vermeld naast hun benaming uitoefenen, gelijk zijn aan de totale duur van de afwezigheden van die personeelsleden :
  1°) In het Algemeen Bestuur Hulpverlening aan de Jeugd, Gezondheid en Sport :
  a) [2 in de Algemene Directie Hulpverlening aan de jeugd - Groep Overheidsinstellingen voor jeugdbescherming, de Diensten voor Hulpverlening aan de jeugd en de Diensten voor gerechtelijke bescherming : voor alle ambten.]2
  b in de Algemene Directie Sport - " ADEPS "-centra : voor de huisvestingsambten.
  2°) In het Algemeen Bestuur Cultuur en Informatica :
  a) in de Algemene Directie Cultuur : de huisvestingsambten in de ontmoetingscentra en de culturele centra;
  b) in de Algemene Dienst Informatica en Statistieken : de ambten die worden uitgeoefend door de personeelsleden bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Regering van 10 september 1998 waarbij een toelage wordt toegekend aan de personeelsleden van de Algemene Dienst Informatica en Statistieken van het Ministerie van de Franse Gemeenschap die nachtprestaties verrichten.
  [3 3° In het algemeen bestuur justitiehuizen :
   in de algemene dienst justitiehuizen - directie afdeling voor de uit handen gegeven minderjarigen in Saint-Hubert : voor alle ambten;
   in de algemene dienst Justitie en Steunverlening aan justitiabelen - Directie elektronisch toezicht - operationele dienst : voor alle ambten.]3

  Voor de toepassing van deze bepaling, is de referentieperiode het voorafgaande semester.
  In het volume van die afwezigheden worden niet opgenomen, deze die voortvloeien uit andere overplaatsingen dan deze die voorvloeien[4 van een herplaatsing]4 als gevolg van een beslissing in deze zin genomen door de administratieve gezondheidsdienst of door de arbeidsgeneeskundige instelling, van wijzigingen in de arbeidsposten [1 terbeschikkingstellingen of de toepassing van artikel 69, § 2 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 juli 1996 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap]1.
  In dat volume worden niet meer opgenomen de afwezigheden die voortvloeien uit de toegestane dienstvrijstellingen [1 in uitzondering van de dienstenvrijstellingen toegekend bij toepassing van artikel 16 ter van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 maart 2004 betreffende de opleidingen tijdens de loopbaan van de personeelsleden van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en van de instellingen van openbaar nut die onder het Comité van Sector XVII ressorteren.]1.
  [1 In dat volume worden de afwezigheden begrepen die volgen op de aanvullende jaarvakantie genomen ter uitvoering van artikel 8, 3e lid van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004 betreffende de verloven en afwezigheden van de personeelsleden van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en de Instellingen van openbaar nut die onder het Comité van Sector XVII ressorteren, alsmede de tijd die besteed wordt aan de opleiding en de informatie door de personeelsleden waaraan dat verlofstelsel van aanvullende jaarvakantie toegepast wordt tegen een maximumaantal van 6 jaarlijkse dagen per betrokken personeelslid.
   Onder tijd besteed aan de opleiding en informatie in de zin van vorig lid, moet verstaan worden, in de eerste plaats, de tijd die besteed wordt aan de opleiding van nieuwe ambtenaren en, subsidiair, de informatiesessies voor het hoger onderwijs.]1

  
Art. 7. Dans les services continus suivants fonctionnant 24 h sur 24 [2 les Services de l'Aide à la jeunesse et les Services de Protection judiciaire]2, la durée totale des contrats conclus en application de la section 2 doit être égale, pour chaque semestre et pour ce qui concerne les remplacements des membres du personnel exerçant les fonctions reprises en regard de leur intitulé, à la durée totale des absences de ces membres du personnel :
  1°) A l'Administration générale de l'Aide à la jeunesse, de la Santé et du Sport :
  a)[2 à la Direction générale de l'Aide à la jeunesse - Groupe des Institutions publiques de protection de la jeunesse, Services de l'Aide à la jeunesse et Services de Protection judiciaire : pour toutes les fonctions.]2
  b) à la Direction générale du Sport - centres ADEPS : pour les fonctions d'hébergement.
  2°) A l'Administration générale de la Culture et de l'Informatique :
  a) à la Direction générale de la Culture : les fonctions d'hébergement dans les centres de rencontre et centre culturel;
  b) au Service général de l'informatique et des statistiques : les fonctions exercées par les membres du personnel visés à l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement du 10 septembre 1998 octroyant une allocation aux membres du personnel du Service général de l'Informatique et des Statistiques du Ministère de la Communauté française qui effectuent des prestations nocturnes.
  [3 3° ) A l'Administration générale des Maisons de Justice :
   a) Au Service général des Maisons de Justice - Direction Section Mineurs dessaisis à Saint-Hubert : pour toutes les fonctions;
   b) Au Service général Justice et Soutien au justiciable - Direction Surveillance électronique - Service opérationnel : pour toutes les fonctions.]3

  Pour l'application de cette disposition, la période de référence est le semestre précédent.
  Ne sont pas comprises dans ce volume des absences celles qui sont consécutives aux mutations autres que celles résultant [4 d'un repositionnement]4 consécutif à une décision en ce sens prise par [4 le MEDEX ou par le Conseiller en prévention -médecine du travail]4, de modifications des postes de travail [1 , de mises à disposition ou de l'application de l'article 69, § 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 22 juillet 1996 portant statut des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française]1.
  Ne sont pas non plus comprises dans ce volume les absences consécutives aux dispenses de service accordées [1 à l'exception des dispenses de service accordées en application de l'article 16 ter de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 17 mars 2004 relatif aux formations en cours de carrière des membres du personnel des Services du Gouvernement de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'Audiovisuel et des Organismes d'intérêt public qui relèvent du Comité de Secteur XVII.]1.
  [1 Sont compris dans ce volume les absences consécutives aux congés annuels de vacances supplémentaires pris en application de l'article 8, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 2 juin 2004 relatif aux congés et aux absences des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'Audiovisuel et des Organismes d'intérêt public relevant du Comité de Secteur XVII ainsi que le temps consacré à la formation et à l'information par les membres du personnel auxquels s'applique ce régime de congés annuels de vacances supplémentaires à concurrence d'un maximum de 6 jours annuels par membre du personnel concerné.
   Par temps consacré à la formation et l'information au sens de l'alinéa précédent, il convient d'entendre, à titre principal, le temps consacré à la formation des nouveaux agents et, à titre subsidiaire, les séances d'information à destination de l'enseignement supérieur.]1

  
HOOFDSTUK 3. [1 - Vervanging van permanente vertrekkers binnen het Ministerie van de Franse Gemeenschap ]1
CHAPITRE 3. [1 - Du remplacement des départs définitifs au sein du Ministère de la Communauté française ]1
Art. 8. [1 Binnen het Ministerie van de Franse Gemeenschap wordt voor de middelen die worden uitgetrokken voor de vervanging van vaste vertrekkers een toewijzingsmechanisme toegepast dat gebaseerd is op jaarlijkse aanwervingsenveloppes.
   Deze enveloppen worden vastgesteld voor elk van de volgende entiteiten : het Secretariaat-Generaal en elk van de Algemene Besturen van het Ministerie van de Franse Gemeenschap.
   Daarnaast wordt een strategische enveloppe gecreëerd, die wordt gefinancierd door de overdracht van 15% van de aan het secretariaat-generaal en elke algemene administratie toegewezen enveloppe voor definitieve vertrekken.
   Binnen elke betrokken entiteit valt de toewijzing van de enveloppe onder de verantwoordelijkheid van de algemene ambtenaar die deze beheert, op basis van een beslissing die is genomen in overleg met de algemene ambtenaren die de entiteit vormen.
   De toewijzing van de strategische middelen valt onder de verantwoordelijkheid van het directiecomité van het ministerie.
   De aanwervingsprioriteiten van elke entiteit en van het Directiecomité worden aan het begin van het jaar overeengekomen in het kader van respectief het Basisoverlegcomité en het Intermediair Overlegcomité.
   De bedragen van de aanwervingsenveloppen worden om de zes maanden geëvalueerd door de ministers die verantwoordelijk zijn voor ambtenarenzaken en de begroting. De evaluatie wordt uitgevoerd op basis van een verslag dat wordt opgesteld door de Algemene Directie Ambtenarenzaken en Human Resources en voor advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën. Het verslag stelt de voor de ambtenarenzaken en begroting bevoegde ministers in staat de controle op de ontwikkeling van het personeelsbestand, de loonkosten en de budgettaire neutraliteit van het mechanisme van de enveloppes in het lopende jaar, het volledige jaar en op meerjarenbasis te beoordelen.
   Indien uit het verslag blijkt dat de budgettaire neutraliteit van het mechanisme van de enveloppes niet gewaarborgd is, kan de minister bevoegd voor Begroting, in voorkomend geval, aan de regering alle maatregelen voorstellen om die neutraliteit te herstellen. De voorgestelde maatregelen hoeven niet noodzakelijkerwijs te bestaan uit de toepassing van een vervangingsratio als omschreven in artikel 8/2, lid 3.
   Het verslag bevat ook de verdeling van de personele middelen over de verschillende aanwervingsenveloppes als bedoeld in de leden 1 tot en met 3. Uit het verslag moet blijken dat de toewijzing van personele middelen uit deze toewijzingen in overeenstemming is met de uitvoering van de doelstellingen van de bestuursovereenkomst. Indien uit het verslag blijkt dat de toewijzing van personele middelen niet in overeenstemming is met de tenuitvoerlegging van de doelstellingen van de bestuursovereenkomst, kan de minister van Ambtenarenzaken de regering zo nodig voorstellen de door het directiecomité van het ministerie vastgestelde toewijzing te wijzigen ]1
.
  
Art. 8. [1 Au sein du Ministère de la Communauté française, les moyens affectés au remplacement des départs définitifs font l'objet d'un mécanisme d'attribution sur base d'enveloppes annuelles de recrutement.
   Ces enveloppes sont fixées pour chacune des entités suivantes : le Secrétariat général et chacune des Administrations générales du Ministère de la Communauté française.
   Il est en outre créé une enveloppe stratégique alimentée par le transfert, à hauteur de 15 %, de l'enveloppe pour les départs définitifs allouée au Secrétariat général et à chaque Administration générale.
   Au sein de chaque entité concernée, l'affectation de l'enveloppe relève de la compétence du Fonctionnaire général qui la dirige, sur décision prise en concertation avec les fonctionnaires généraux composant l'entité.
   L'affectation de l'enveloppe stratégique relève du Comité de direction du Ministère.
   Les priorités de recrutement de chaque entité et du Comité de direction sont concertées en début d'année au sein des Comités de concertation de base et du Comité intermédiaire de concertation respectivement.
   Les montants des enveloppes de recrutements sont évalués chaque semestre par les Ministres ayant la Fonction publique et le Budget dans leurs attributions. L'évaluation est réalisée sur base d'un rapport, rédigé par la Direction générale de la Fonction publique et des ressources humaines et soumis à l'avis de l'Inspection des finances. Le rapport permet aux Ministres ayant la Fonction publique et le Budget dans leurs attributions d'évaluer la maitrise de l'évolution des effectifs, de la masse salariale ainsi que la neutralité budgétaire du mécanisme des enveloppes en année courante, pleine et de manière pluriannuelle.
   S'il ressort du rapport que la neutralité budgétaire du mécanisme des enveloppes n'est pas assurée, le Ministre ayant le Budget dans ses attributions peut, le cas échéant, proposer au Gouvernement toute mesure visant à rétablir cette neutralité. Les mesures proposées ne doivent pas nécessairement consister dans l'application d'un taux de remplacement tel que défini à l'article 8/2, alinéa 3.
   Le rapport présente également l'affectation des ressources humaines des différentes enveloppes de recrutement visées aux alinéas 1 à 3. Le rapport doit démontrer que l'affectation des ressources humaines de ces enveloppes est en adéquation avec la mise en oeuvre des objectifs du Contrat d'administration. S'il ressort du rapport que l'affectation des ressources humaines n'est pas en adéquation avec la mise en oeuvre des objectifs du Contrat d'administration, le Ministre de la Fonction publique peut, le cas échéant, proposer au Gouvernement de modifier l'affectation fixée par le Comité de direction du Ministère ]1
.
  
Art.8/1. [1 et wervingsbeheer geschiedt door het Secretariaat-generaal, Algemene Directie Ambtenarenzaken en Human Resources, op basis van aanwervingsenveloppen die voor elke entiteit worden verstrekt door de laatste vertrekken die in het lopende jaar plaatsvinden.
   Het wervingsbeheer gebeurt als volgt:
   1° de enveloppen worden vanaf het begin van het jaar aangevuld op basis van de middelen die vrijkomen door pensioneringen tijdens het betrokken jaar en door andere pensioneringen waarvan de datum op dat ogenblik bekend is;
   2° het continu voeden van de enveloppen naarmate de datum van de vertrekken waarvan het bestaan of de datum niet gekend was bij het begin van het jaar, wordt bevestigd, op basis van de middelen die door deze vertrekken vrijkomen;
   3° vrijmaking van de enveloppen binnen de perken van de in een volledig jaar en in het lopende jaar beschikbare middelen en de in artikel 4 bedoelde vervangingspercentages.
   De financiële enveloppen worden vastgesteld op basis van de werkelijke kosten van definitieve vertrekken in de rang van aanwerving die overeenkomt met hun ambt en die worden beïnvloed door de werkelijke kosten van de aanwervingen. ]1

  
Art.8/1. [1 -La gestion des recrutements est assurée par le Secrétariat général, Direction générale de la Fonction publique et des Ressources humaines, sur la base d'enveloppes de recrutement alimentées pour chaque entité par les départs définitifs intervenants durant l'année en cours.
   Elle s'opère selon les modalités suivantes :
   1° alimentation des enveloppes dès le début de l'année sur la base des moyens libérés par les départs à la retraite durant l'année concernée et par les autres départs dont la date est connue à ce moment;
   2° alimentation des enveloppes en continu au fur et à mesure de la confirmation de la date des départs dont l'existence ou la date n'étaient pas connues en début d'année sur la base des moyens libérés par ces départs;
   3° libération des enveloppes dans la limite des moyens disponibles en année pleine et en année courante et des taux de remplacement visés à l'article 4.
   Les enveloppes sont alimentées sur la base du coût réel des départs définitifs au grade de recrutement correspondant à leur fonction et impactées par le coût réel des recrutements opérés. ]1

  
Art.8/2. [1 Het vervangingspercentage dat is vastgesteld voor de aanwervingsenveloppes van elk van de entiteiten hangt af van eventuele door de regering vastgestelde aanwervingsbeperkingen en van het percentage van de personele middelen dat in de betrokken entiteit is toegewezen aan respectievelijk niet-kritieke en kritieke activiteiten.
   De percentages van de human resources die respectievelijk aan niet-kritieke en kritische activiteiten worden toegewezen, worden voor elke entiteit als volgt vastgesteld:
Art.8/2. [1 Le taux de remplacement fixé pour les enveloppes de recrutement de chacune des entités dépend des éventuelles restrictions aux recrutements fixés par le Gouvernement et du pourcentage de ressources humaines affectées dans l'entité concernée respectivement à des activités non critiques et à des activités critiques.
   Les pourcentages de ressources humaines affectées à des activités non critiques et à des activités critiques sont respectivement fixés pour chaque entité comme suit :
 Kritisch Niet-kritisch
1° Secretariaat-generaal 19 % 81 %
2° Algemeen bestuur Jeugdhulpverlening en Gemeenschapscentrum voor uithandengegeven minderjarigen 66 % 34 %
3° Algemeen bestuur het Onderwijs 22 % 78 %
4° Algemeen bestuur Justitiehuizen 75 % 25 %
5° Algemene bestuur Cultuur 9 % 91 %
6° Algemene bestuur Sport 39 % 61 %
Kritisch Niet-kritisch 1° Secretariaat-generaal 19 % 81 % 2° Algemeen bestuur Jeugdhulpverlening en Gemeenschapscentrum voor uithandengegeven minderjarigen 66 % 34 % 3° Algemeen bestuur het Onderwijs 22 % 78 % 4° Algemeen bestuur Justitiehuizen 75 % 25 % 5° Algemene bestuur Cultuur 9 % 91 % 6° Algemene bestuur Sport 39 % 61 %
In voorkomend geval wordt elke door de regering opgelegde aanwervingsbeperking uitgedrukt in een percentage van de vervangingscapaciteit van het personeel dat voor niet-kritieke activiteiten wordt ingezet, vastgesteld op een percentage van minder dan 100 %.
   Het vervangingspercentage van het personeel dat voor kritieke activiteiten wordt ingezet, is constant en gelijk aan 100 %.
   Het vervangingspercentage dat is vastgesteld voor de aanwervingsenveloppe van elk van de in artikel 2 bedoelde entiteiten, wordt als volgt berekend: (% van kritieke middelen X 100 %) + (% van niet-kritieke middelen X vervangingspercentage als bedoeld in lid 3).
   Om de drie jaar wordt in overleg met alle leden van de regering en de vakbondsorganisaties het percentage van de human resources dat aan kritieke en niet-kritieke processen wordt besteed, geëvalueerd.]1
  
 Critiques Non-critiques
1° Secrétariat général 19 % 81 %
2° Administration générale de l'Aide à la Jeunesse et du Centre communautaire pour mineurs dessaisis 66 % 34 %
3° Administration générale de l'Enseignement 22 % 78 %
4° Administration générale des Maisons de Justice 75 % 25 %
5° Administration générale de la Culture 9 % 91 %
6° Administration générale du Sport 39 % 61 %
Critiques Non-critiques 1° Secrétariat général 19 % 81 % 2° Administration générale de l'Aide à la Jeunesse et du Centre communautaire pour mineurs dessaisis 66 % 34 % 3° Administration générale de l'Enseignement 22 % 78 % 4° Administration générale des Maisons de Justice 75 % 25 % 5° Administration générale de la Culture 9 % 91 % 6° Administration générale du Sport 39 % 61 %
Le cas échéant, toute imposition par le Gouvernement d'une restriction aux recrutements s'exprime sous la forme d'un pourcentage de la capacité de remplacement des ressources humaines affectées à des activités non critiques fixé à un taux inférieur à 100 %.
   Le taux de remplacement des ressources humaines affectées à des activités critiques est quant à lui constant et égal à 100 %
   Le taux de remplacement fixé pour l'enveloppe de recrutement de chacune des entités visées à l'article 2 est calculé comme suit : (% de ressources critiques X 100 %) + (% de ressources non critiques X taux de remplacement visé à l'alinéa 3).
   Une évaluation du pourcentage de l'affectation des ressources humaines à des processus critiques et non-critiques est réalisée tous les 3 ans en concertation avec l'ensemble des membres du Gouvernement et les organisations syndicales. ]1
  
Art.8bis.[1 [2 Bij de instellingen van openbaar nut die ressorteren onder het Sectorcomité XVII]2, wordt voorzien in de automatische vervanging in de volgende gevallen :
   1° ) de vervanging van een statutair personeelslid of van een bij een arbeidsovereenkomst voor een onbepaalde tijd aangeworven personeelslid waarvan de werving of de tewerkstelling eindigt binnen de 6 maanden volgend op de indiensttreding of gedurende de stageperiode;
   2° ) de vervanging van een personeelslid dat, ten gevolge van de openverklaring van een betrekking, bij interne mobiliteit van betrekking verandert;
   3° ) de vervanging van een personeelslid dat wordt ontslagen, van ambtswege afgedankt, afgezet, of waarvan de beroepsongeschiktheid wordt vastgesteld;
   4° ) de werving in statutair verband van een bij een arbeidsovereenkomst voor een onbepaalde tijd aangeworven personeelslid;
   5° ) de vervangingen ten laste van de begrotingsenveloppe bestemd voor de vervanging van niet bezoldigde tijdelijke afwezigheden van hoogstens 6 maanden.
  [2 aragraaf 1, 5°, is van toepassing binnen de diensten van de regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap. ]2
   De betrekking die wordt verlaten door een personeelslid dat met verlof voor stage wordt gezet, wordt reeds vanaf het begin van het verlof als vacant beschouwd voor de stijving van de begrotingsenveloppen.]1

  
Art.8bis.[1 [2 Au sein des organismes d'intérêt public qui relèvent du Comité de secteur XVII]2 il est pourvu au remplacement automatique dans les situations suivantes :
   1° ) le remplacement d'un agent statutaire ou d'un membre du personnel engagé sous contrat de travail à durée indéterminée dont le recrutement ou l'engagement prend fin endéans les 6 mois suivant la prise de fonction ou pendant la période de stage;
   2° ) le remplacement d'un membre du personnel qui, à la suite d'une ouverture d'emploi, change d'emploi par mobilité interne;
   3° ) le remplacement d'un membre du personnel licencié, démis d'office, révoqué ou dont l'inaptitude professionnelle est constatée ;
   4° ) le recrutement à titre statutaire d'un membre du personnel engagé sous contrat à durée indéterminée ;
   5° ) les remplacements effectués à charge de l'enveloppe budgétaire dédicacée au remplacement des absences temporaires non rémunérées de maximum 6 mois.
  [2 L'alinéa 1er, 5°, est applicable au sein des Services du Gouvernement de la Communauté française - Ministère de la Communauté française.]2
   L'emploi délaissé par un membre du personnel en congé pour stage est réputé être vacant dès la date de début du congé pour l'alimentation des enveloppes budgétaires.]1

  
Art. 9. In afwijking van artikel 7, lid 2, is de referentie-periode voor de eerste toepassing van dat principe het eerste semester van het jaar 1999.
Art. 9. Par dérogation à l'article 7, alinéa 2, la période de référence pour la première application de ce principe est le premier semestre de l'année 1999.
HOOFDSTUK 4. [1 Slotbepalingen ]1
CHAPITRE 4. [1 - Dispositions finales ]1
Art. 10. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de sa publication au Moniteur belge.
Art. 11. De Minister van ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le Ministre de la Fonction publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.