Artikel 1. Artikel 69, § 1, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 9 februari 1998 houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie aan de ambtenaren-generaal en aan sommige andere ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, wordt aangevuld met de volgende bepaling :
"16° tijdelijke toekenning van een weddetoelage binnen de perken van de wet van 24 december 1976, voor prestaties die moeten worden beschouwd als bijambt luidens artikel 95 van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 DECEMBER 1998. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van de artikelen 59, 69 en 70 van het besluit van 9 februari 1998 houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie aan de ambtenaren-generaal en aan sommige andere ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap (VERTALING).
Titre
15 DECEMBRE 1998. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté francaise modifiant les articles 59, 69 et 70 de l'arrêté du 9 février 1998 portant délégations de compétence et de signature aux fonctionnaires généraux et à certains autres agents des Services du Gouvernement de la Communauté francaise - Ministère de la Communauté francaise.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1. L'article 69, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 9 février 1998 portant délégations de compétence et de signature aux fonctionnaires généraux et à certains autres agents des Services du Gouvernement de la Communauté française est complété par la disposition suivante :
"16° octroi temporaire d'une subvention-traitement dans les limites de la loi du 24 décembre 1976, pour des prestations à considérer comme accessoires aux termes de l'article 95 du décret du 2 juin 1998 organisant l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit subventionné par la Communauté française.".
"16° octroi temporaire d'une subvention-traitement dans les limites de la loi du 24 décembre 1976, pour des prestations à considérer comme accessoires aux termes de l'article 95 du décret du 2 juin 1998 organisant l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit subventionné par la Communauté française.".
Art. 2. In artikel 70 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt aangevuld met de volgende bepalingen :
"13° met redenen omklede beslissing tot subsidiëring van een toegekende lesopdracht bij toepassing van artikel 28 van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
14° toekenning van jaarlijkse dotaties met bijkomende lestijden voor de organisatie van de inleiding in de kunstpraktijken bestemd voor de sociaal kansarme bevolkingsgroepen, luidens artikel 38 van het bij 13° bedoelde decreet;
15° goedkeuring van de pedagogische of opleidingsactiviteiten bedoeld bij artikel 57, § 2, 2°, van het bij 13° bedoelde decreet;
16° beoordeling van de betiteling van de diploma's op grond van de te onderwijzen specialiteit, luidens artikel 100, § 4, van het decreet bedoeld bij 13°;
17° toekenning van de vrijstelling van het bewijs van pedagogische bekwaamheid voor het onderwijs bedoeld in artikel 104 van het bij 13° bedoelde decreet;
18° aanstelling van de leden en de afgevaardigden van de Franse Gemeenschap die zetelen in de Examencommissies die ertoe gemachtigd zijn de bewijzen van pedagogische bekwaamheid voor het onderwijs uit te reiken, luidens de artikelen 112 en 114 van het bij 13° bedoelde decreet;
19° opschorting van de toepassing van de bepalingen van artikel 24, § 7, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, luidens artikel 122 van het bij 13° bedoelde decreet;
20° toekenning van het voordeel van de inschrijving na 30 september omwille van uitzonderlijke en gemotiveerde redenen bij toepassing van artikel 79, lid 2, van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren;
21° toekenning van de afwijking van de bepaling inzake verlies van de hoedanigheid van regelmatige leerling omwille van uitzonderlijke redenen bij toepassing van de artikelen 89, lid 1, en 93, lid 1, van het decreet bedoeld bij 20°.".
2° In § 2, lid 1, worden de woorden "de bevoegdheid bedoeld bij § 1, 7°" vervangen door de woorden "de bevoegdheden bedoeld bij § 1, 7° en 15° tot 18°".
1° § 1 wordt aangevuld met de volgende bepalingen :
"13° met redenen omklede beslissing tot subsidiëring van een toegekende lesopdracht bij toepassing van artikel 28 van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
14° toekenning van jaarlijkse dotaties met bijkomende lestijden voor de organisatie van de inleiding in de kunstpraktijken bestemd voor de sociaal kansarme bevolkingsgroepen, luidens artikel 38 van het bij 13° bedoelde decreet;
15° goedkeuring van de pedagogische of opleidingsactiviteiten bedoeld bij artikel 57, § 2, 2°, van het bij 13° bedoelde decreet;
16° beoordeling van de betiteling van de diploma's op grond van de te onderwijzen specialiteit, luidens artikel 100, § 4, van het decreet bedoeld bij 13°;
17° toekenning van de vrijstelling van het bewijs van pedagogische bekwaamheid voor het onderwijs bedoeld in artikel 104 van het bij 13° bedoelde decreet;
18° aanstelling van de leden en de afgevaardigden van de Franse Gemeenschap die zetelen in de Examencommissies die ertoe gemachtigd zijn de bewijzen van pedagogische bekwaamheid voor het onderwijs uit te reiken, luidens de artikelen 112 en 114 van het bij 13° bedoelde decreet;
19° opschorting van de toepassing van de bepalingen van artikel 24, § 7, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, luidens artikel 122 van het bij 13° bedoelde decreet;
20° toekenning van het voordeel van de inschrijving na 30 september omwille van uitzonderlijke en gemotiveerde redenen bij toepassing van artikel 79, lid 2, van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren;
21° toekenning van de afwijking van de bepaling inzake verlies van de hoedanigheid van regelmatige leerling omwille van uitzonderlijke redenen bij toepassing van de artikelen 89, lid 1, en 93, lid 1, van het decreet bedoeld bij 20°.".
2° In § 2, lid 1, worden de woorden "de bevoegdheid bedoeld bij § 1, 7°" vervangen door de woorden "de bevoegdheden bedoeld bij § 1, 7° en 15° tot 18°".
Art. 2. Dans l'article 70 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er est complété par les dispositions suivantes :
"13° décision motivée de subventionnement de la charge de cours attribuée à un intervenant en application de l'article 28 du décret du 2 juin 1998 organisant l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit subventionné par la Communauté française;
14° octroi de dotations annuelles de période de cours supplémentaires pour l'organisation des initiations aux pratiques artistiques destinés aux populations socialement défavorisées, aux termes de l'article 38 du décret visé au 13°;
15° approbation des activités pédagogiques ou de formations visées à l'article 57, § 2, 2°, du décret visé au 13°;
16° appréciation des intitulés des diplômes en fonction de la spécialité à enseigner, aux termes de l'article 100, § 4, du décret visé au 13°;
17° octroi des dispenses du titre d'aptitude pédagogique à l'enseignement visées à l'article 104 du décret visé au 13°;
18° désignation des membres et des délégués de la Communauté française siégeant dans les Commissions d'examen habilitées à délivrer les certificats d'aptitude pédagogique à l'enseignement, aux termes des articles 112 et 114 du décret visé au 13°;
19° suspension de l'application des dispositions de l'article 24, § 7, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, aux termes de l'article 122 du décret visé au 13°;
20° octroi du bénéfice de l'inscription après le 30 septembre pour raisons exceptionnelles et motivées en application de l'article 79, alinéa 2, du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre;
21° octroi de la dérogation à la perte de la qualité d'élève régulier en raison de circonstances exceptionnelles en application des articles 89, alinéa 1er, et 93, alinéa 1er, du décret visé au 20°.".
2° Dans le § 2, alinéa 1er, les mots "la compétence visée au § 1er, 7°" sont remplacés par les mots "les compétences visées au § 1er, 7° et 15° à 18°.".
1° le § 1er est complété par les dispositions suivantes :
"13° décision motivée de subventionnement de la charge de cours attribuée à un intervenant en application de l'article 28 du décret du 2 juin 1998 organisant l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit subventionné par la Communauté française;
14° octroi de dotations annuelles de période de cours supplémentaires pour l'organisation des initiations aux pratiques artistiques destinés aux populations socialement défavorisées, aux termes de l'article 38 du décret visé au 13°;
15° approbation des activités pédagogiques ou de formations visées à l'article 57, § 2, 2°, du décret visé au 13°;
16° appréciation des intitulés des diplômes en fonction de la spécialité à enseigner, aux termes de l'article 100, § 4, du décret visé au 13°;
17° octroi des dispenses du titre d'aptitude pédagogique à l'enseignement visées à l'article 104 du décret visé au 13°;
18° désignation des membres et des délégués de la Communauté française siégeant dans les Commissions d'examen habilitées à délivrer les certificats d'aptitude pédagogique à l'enseignement, aux termes des articles 112 et 114 du décret visé au 13°;
19° suspension de l'application des dispositions de l'article 24, § 7, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, aux termes de l'article 122 du décret visé au 13°;
20° octroi du bénéfice de l'inscription après le 30 septembre pour raisons exceptionnelles et motivées en application de l'article 79, alinéa 2, du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre;
21° octroi de la dérogation à la perte de la qualité d'élève régulier en raison de circonstances exceptionnelles en application des articles 89, alinéa 1er, et 93, alinéa 1er, du décret visé au 20°.".
2° Dans le § 2, alinéa 1er, les mots "la compétence visée au § 1er, 7°" sont remplacés par les mots "les compétences visées au § 1er, 7° et 15° à 18°.".
Art. 3. In artikel 59 van hetzelfde besluit, worden de laatste twee leden vervangen door het volgende lid :
"De secretaris-generaal kan aan met ten minste rang 10 beklede ambtenaren van het Ministerie de bevoegdheden delegeren die hem bij het vorig lid worden toegekend, behalve voor de goedkeuring van de erelonen die hoger zijn dan honderdduizend frank.".
"De secretaris-generaal kan aan met ten minste rang 10 beklede ambtenaren van het Ministerie de bevoegdheden delegeren die hem bij het vorig lid worden toegekend, behalve voor de goedkeuring van de erelonen die hoger zijn dan honderdduizend frank.".
Art. 3. A l'article 59 du même arrêté, les deux derniers alinéas sont remplacés par l'alinéa suivant :
"Le secrétaire général peut déléguer à des agents du Ministère de rang 10 au moins les pouvoirs qui lui sont accordés par l'alinéa précédent sauf pour ce qui concerne l'approbation des honoraires qui excèdent cent mille francs.".
"Le secrétaire général peut déléguer à des agents du Ministère de rang 10 au moins les pouvoirs qui lui sont accordés par l'alinéa précédent sauf pour ce qui concerne l'approbation des honoraires qui excèdent cent mille francs.".
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 1, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998, en artikel 2, 1° en 2°, dat, voor zover het de punten 13° tot 19° in het besluit van 9 februari 1998 invoegt, uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998, en, voor zover het de punten 20° en 21° in hetzelfde besluit invoegt, uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 1998.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de sa publication au Moniteur belge à l'exception de l'article 1er qui produit ses effets le 1er septembre 1998 et de l'article 2, 1° et 2°, qui, en tant qu'il insère des points 13° à 19° dans l'arrêté du 9 février 1998, produit ses effets le 1er septembre 1998 et, en tant qu'il insère des points 20° et 21° dans le même arrêté, produit ses effets le 1er octobre 1998.
Art. 5. De Minister-Voorzitster, tot wier bevoegdheid het basisonderwijs en het secundair onderwijs behoren, en de Minister tot wiens bevoegdheid het kunstonderwijs met beperkt leerplan en de ambtenarenzaken behoren, zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
Gedaan te Brussel, 15 december 1998.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister-Voorzitster,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Gedaan te Brussel, 15 december 1998.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister-Voorzitster,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Art. 5. La Ministre-Présidente, ayant l'enseignement fondamental et secondaire dans ses attributions et le Ministre ayant l'enseignement artistique à horaire réduit et la fonction publique dans ses attributions sont chargés de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 15 décembre 1998.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
La Ministre-Présidente,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre du Budget, des Finances et de la Fonction publique,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Bruxelles, le 15 décembre 1998.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
La Ministre-Présidente,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre du Budget, des Finances et de la Fonction publique,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE