Artikel 1. [1 Dit decreet is van toepassing op de belastingen, in hoofdsom en interesten, en [2 fiscale boetes]2, die gevestigd worden door decreten van het Waalse Gewest behalve voor zover bedoelde decreten daarvan afwijken alsook op de andere belastingen en taksen in hoofdsom, in interesten en [2 fiscale boetes]2 ten bate van het Waalse Gewest als dit decreet uitdrukkelijk op hen toepasselijk wordt gemaakt.
Tenzij anders bepaald, is dit decreet eveneens van toepassing op aanvullende belastingen geïnd door het Waalse Gewest ten bate van de provincies, gemeenten en federaties van gemeenten.]1
[2 Onder fiscale boete wordt verstaan elke straf, ongeacht of zij forfaitair, vast of proportioneel is, alsook elke belastingverhoging of -toeslag.]2
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 MEI 1999. - [Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen.] (VERTALING) (Opschrift vervangen door DWG2008-01-17/36, art. 17, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2008) (NOTA 1 : in wat betreft de wijzigingen aangebracht bij DWG2009-12-10/27; zie overgangsbepalingen : art. 103, lid 2 tot 5) (NOTA 2 : de wijzigingen aangebracht bij DWG2013-09-19/23, art. 1, maken deel van een herstructurering van het huidig HOOFDSTUK II)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-07-1999 en tekstbijwerking tot 19-03-2025)
Titre
6 MAI 1999. - [Décret relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes]. (Intitulé remplacé par DRW2008-01-17/36, art. 17, 004; En vigueur : 01-01-2008) (NOTE 1 : en ce qui concerne les modifications apportées par DRW2009-12-10/27; voir dispositions transitoires : art. 103, alinéas 2 à 5) (NOTE 2 : les modifications apportées par DRW2013-09-19/23, art. 1, font partie de la réorganisation du présent CHAPITRE II) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-07-1999 et mise à jour au 19-03-2025)
Documentinformatie
Numac: 1999027513
Datum: 1999-05-06
Info du document
Numac: 1999027513
Date: 1999-05-06
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - [1 Aangifte van belasting, onde...
Art.6.[1 De belastingplichtigen die een aangift...
Art.11.[1 § 1. De dienst die de Regering heeft ...
Art.12.[1 § 1. Om te bepalen of een persoon aan...
Art.13.Indien het bestuur meent dat de bestandd...
Art.14.De belastingplichtige mag [de dienst die...
Art.16.Vóór de aanslag van ambtswege gevestigd ...
Art.18.[1 Voor de belastingen in hoofdsom, opce...
Art.25.[1 De belastingplichtige alsmede de pers...
HOOFDSTUK Vbis. [1 Bijkomende aanvragen tot ter...
Art.29.Bij niet-betaling binnen de termijn vast...
Art.30.Die interest wordt voor elke belasting p...
Art.33. Die interest wordt per kalenderjaar ber...
Art.35.[1 § 1. Indien de belasting, de [2 fisca...
Art.54. Voor de toepassing van artikel 53 geldt...
Art.57.[1 § 1. [2 De in artikel 56 bedoelde ter...
Art.59.[1 Het in artikel 58 bedoelde voorrecht ...
Art.64.[1 § 1. De door de Regering aangewezen d...
Afdeling 2. [1 - Uitwisselingen van inlichtinge...
Afdeling 3. [1 Termijnen voor de uitwisseling v...
Afdeling 4. [1 - Verplichte automatische uitwis...
Onderafdeling 2. [1 Toepassingsgebied en voorwa...
Onderafdeling 2. [1 Toepassingsgebied en voorwa...
Onderafdeling 3. [1 Toepassingsgebied en voorwa...
Afdeling 6. [1 - Andere vormen van administrati...
Onderafdeling 1. [1 Aanwezigheid in kantoren en...
Onderafdeling 3. [1 Administratieve kennisgevin...
Onderafdeling 3. [1 Administratieve kennisgevin...
Onderafdeling 5 [1 Gezamenlijke audits ]1
Afdeling 7. [1 - Voorwaarden inzake de administ...
Afdeling 7. [1 - Voorwaarden inzake de administ...
Afdeling 8. [1 - Betrekkingen met derde landen]1
Inhoud
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - [1 Déclarations, investigations ...
Section 1re. - [1 La déclaration]1
Section 2. - [1 Investigations et contrôles]1
Section 3. - [1 Moyens de preuve de l'administr...
CHAPITRE III. - Procédure de taxation.
Section 1. - Rectification de la déclaration.
Section 2. - Taxation d'office.
CHAPITRE IV. - Délai d'imposition et exigibilit...
CHAPITRE V. - Voies de recours.
Section 1. - Recours administratif.
Section 2. - Recours judiciaire.
CHAPITRE Vbis. [1 Demandes subsidiaires de rest...
CHAPITRE VI. - Intérêts.
Section 1. - Intérêts de retard dus par le rede...
Section 2. - Intérêts moratoires dus par la Rég...
CHAPITRE VII. - Recouvrement.
Section 1. - Les poursuites.
Section 2. - Effets des recours sur le recouvre...
Section 3. - Prescription.
Section 4. - [1 Dispositions relatives à l'irré...
CHAPITRE VIII. - Droit et privilège du trésor e...
CHAPITRE VIIIbis. - [1 Responsabilité et obliga...
CHAPITRE IX. - Sanctions administratives.
CHAPITRE IXbis. [1 - Assistance mutuelle]1
Section 1re. - [1 Dispositions générales et déf...
Section 2. - [1 Echanges d'informations sur dem...
Section 3. [1 Délais de l'échange d'information...
Section 4. - [1 Echange automatique et obligato...
Sous -section 1ere. [1 Champ d'application et c...
Sous -section 2 [1 Champ d'application et condi...
Sous -section 3 [1 Champ d'application et condi...
Sous -section 4 [1 Champ d'application et condi...
Section 5. - [1 Echange spontané d'informations]1
Section 6. - [1 Autres formes de coopération ad...
Sous -section 1 [1 Présence dans les bureaux ad...
Sous -section 2 [1 Contrôles simultanés ]1
Sous -section 3 [1 Notification administrative ]1
Sous-section 4. [1 Retour d'informations ]1
Sous-section 5. [1 Contrôles conjoints ]1
Section 7. - [1 Conditions régissant la coopéra...
Section 8. - [1 Relations avec les pays tiers]1
Section 9 [1 Protection des données ]1
CHAPITRE X. - Dispositions modificatives et abr...
Tekst (177)
Texte (177)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Article 1. [1 Le présent décret s'applique aux taxes, en principal et intérêts, et [2 amendes fiscales]2, établies par des décrets de la Région wallonne sauf dans la mesure où ces décrets y dérogent ainsi qu'aux autres impôts et taxes en principal, en intérêts et [2 amendes fiscales]2 au profit de la Région wallonne lorsque le présent décret leur est expressément rendu applicable.
Sauf disposition contraire, le présent décret s'applique également aux taxes additionnelles perçues par la Région wallonne au profit des provinces, des communes et des fédérations de communes.]1
[2 Par amende fiscale, on entend toute pénalité qu'elle soit forfaitaire, fixe ou proportionnelle, ainsi que toute majoration de taxe et tout accroissement d'impôt. ]2
Sauf disposition contraire, le présent décret s'applique également aux taxes additionnelles perçues par la Région wallonne au profit des provinces, des communes et des fédérations de communes.]1
[2 Par amende fiscale, on entend toute pénalité qu'elle soit forfaitaire, fixe ou proportionnelle, ainsi que toute majoration de taxe et tout accroissement d'impôt. ]2
Art.2. De Regering wijst de ambtenaren aan die belast zijn met het in ontvangst nemen en het nazien van de aangiften, het vestigen en het inkohieren van de [1 Waalse]1 gewestelijke belastingen.
Art.2. Le Gouvernement désigne les fonctionnaires chargés de recevoir, de vérifier les déclarations, de procéder à l'établissement, à l'enrôlement des taxes régionales [1 wallonnes]1.
Wijzigingen
Art.3. De [1 Waalse]1 gewestelijke belastingen worden in jaarlijkse of in bijzondere kohieren ingeschreven.
Art.3. Les taxes régionales [1 wallonnes]1 font l'objet de rôles annuels ou spéciaux.
Wijzigingen
Art.4. [1 De Regering bepaalt de wijze waarop de aangiften en de kohieren worden opgesteld, de wijze waarop van de kohieren kennis wordt gegeven, de betalingen worden doorgevoerd en de kwitanties afgelever ]1.
Art.4. [1 Le Gouvernement détermine le mode à suivre pour les déclarations, la formation et la notification des rôles, les paiements et quittances ]1.
Wijzigingen
Art.5. [1 § 1.]1 Mededelingen in verband met de aangifte en de controle worden, evenals de aanslagbiljetten, in een verzegelde enveloppe aan de belastingplichtige overgemaakt [2 of via gelijkwaardige elektronische communicatie ]2.
[1 § 2. De termijnen bedoeld in dit besluit worden berekend overeenkomstig de artikelen 52, eerste lid, 53 en 54 van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. Ten opzichte van de ontvanger worden de termijnen bedoeld in de artikelen 10, 14, 16 en 25 van dit decreet die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op papier [2 of via gelijkwaardige elektronische communicatie]2, berekend vanaf de datum van uitwerking van de kennisgeving, namelijk :
1° ofwel de eerste dag volgend op die waarop de brief voorgelegd is op de woonplaats van de ontvanger of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of zijn gekozen woonplaats, wanneer de kennisgeving bij gerechtsbrief [2 of per aangetekend schrijven met ontvangstbericht, of op de eerste dag volgend op die van de gelijkwaardige elektronische communicatie]2 wordt verricht;
2° ofwel sinds de derde dag volgend op die waarop de brief overgemaakt is aan de postdiensten behalve tegengesteld bewijs van de ontvanger, wanneer de kennisgeving per aangetekend schrijven of [2 par eenvoudig schrijven per post, of vanaf de derde werkdag volgend op die van de gelijkwaardige elektronische mededeling]2 wordt verricht.
§ 4. Wanneer dit decreet en de decreten tot bepaling van de belastingen en taksen waarop dit decreet van toepassing is alsmede de voor de uitvoering ervan genomen besluiten de bevoegdheden vermelden van de ambtenaren van de diensten van het Waalse Gewest en van de openbare Waalse instellingen aangewezen door de Waalse Regering om de dienst van de dienst van de belastingen en taksen vastgesteld bij de bovenvermelde decreten waar te nemen, kunnen die ambtenaren zowel tot het statutair personeel als het contractueel personeel van die dienst of van de betrokken instelling behoren.]1
[1 § 2. De termijnen bedoeld in dit besluit worden berekend overeenkomstig de artikelen 52, eerste lid, 53 en 54 van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. Ten opzichte van de ontvanger worden de termijnen bedoeld in de artikelen 10, 14, 16 en 25 van dit decreet die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op papier [2 of via gelijkwaardige elektronische communicatie]2, berekend vanaf de datum van uitwerking van de kennisgeving, namelijk :
1° ofwel de eerste dag volgend op die waarop de brief voorgelegd is op de woonplaats van de ontvanger of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of zijn gekozen woonplaats, wanneer de kennisgeving bij gerechtsbrief [2 of per aangetekend schrijven met ontvangstbericht, of op de eerste dag volgend op die van de gelijkwaardige elektronische communicatie]2 wordt verricht;
2° ofwel sinds de derde dag volgend op die waarop de brief overgemaakt is aan de postdiensten behalve tegengesteld bewijs van de ontvanger, wanneer de kennisgeving per aangetekend schrijven of [2 par eenvoudig schrijven per post, of vanaf de derde werkdag volgend op die van de gelijkwaardige elektronische mededeling]2 wordt verricht.
§ 4. Wanneer dit decreet en de decreten tot bepaling van de belastingen en taksen waarop dit decreet van toepassing is alsmede de voor de uitvoering ervan genomen besluiten de bevoegdheden vermelden van de ambtenaren van de diensten van het Waalse Gewest en van de openbare Waalse instellingen aangewezen door de Waalse Regering om de dienst van de dienst van de belastingen en taksen vastgesteld bij de bovenvermelde decreten waar te nemen, kunnen die ambtenaren zowel tot het statutair personeel als het contractueel personeel van die dienst of van de betrokken instelling behoren.]1
Wijzigingen
[1](geen Nederlandstalige versie) Art. 5bis.[1 . § 1. Onder "gelijkwaardige elektronische communicatie" in de zin van dit decreet wordt verstaan, iedere elektronische communicatieprocedure overeenkomstig het decreet van 27 maart 2014 betreffende de communicaties via elektronische weg tussen de gebruikers en de Waalse openbare overheden, en die dezelfde rechtsgevolgen voor betrokken partijen teweegbrengt als de niet-elektronische procedure bepaald bij het betrokken artikel van dit decreet.
De gelijkwaardige elektronische communicatie wordt enkel gebruikt als de belastingplichtige met deze communicatieprocedure instemt.
§ 2 Wanneer de belastingplichtige of zijn gevolmachtigde niet langer beschikt over de IT-middelen die nodig zijn om de gelijkwaardige elektronische communicatieprocedure te onderhouden, brengt hij de Waalse Overheidsdienst Financiën hiervan onmiddellijk op de hoogte. Bij ontstentenis behoudt de gelijkwaardige elektronische communicatieprocedure haar rechtsgevolgen en blijft ze uitvoerbaar tegen de belastingplichtige of zijn gemachtigde vertegenwoordiger.
----------
Art.5. [1 § 1er.]1 Toutes communications concernant la déclaration et le contrôle, ainsi que les [2 avertissements-extraits]2 de rôle sont transmis au redevable sous pli fermé [3 ou par communication électronique équivalente]3.
[1 § 2. Les délais mentionnés dans le présent décret sont calculés conformément aux articles 52, alinéa 1er, 53 et 54 du Code judiciaire.
§ 3. A l'égard du destinataire, les délais mentionnés aux articles 10, 14, 16 et 25 du présent décret, qui commencent à courir à partir d'une notification sur support papier [3 ou par communication électronique équivalente]3 , sont calculés depuis la date d'effet de la notification, à savoir :
1° soit le premier jour qui suit celui où le pli a été présenté au domicile du destinataire, ou, le cas échéant, à sa résidence ou à son domicile élu, lorsque la notification est effectuée par pli judiciaire[3 ou par pli recommandé à la poste avec accusé de réception, ou le premier jour qui suit celui de la communication électronique équivalente]3;
2° soit depuis le troisième jour ouvrable qui suit celui où le pli a été remis aux services de la poste, sauf preuve contraire du destinataire, lorsque la notification est effectuée par pli recommandé ou par pli simple [3 à la poste, ou depuis le troisième jour ouvrable qui suit celui de la communication électronique équivalente ]3.
§ 4. Lorsque le présent décret et les décrets établissant des impôts et taxes auxquels s'applique le présent décret, ainsi que les arrêtés pris pour leur exécution, évoquent les compétences de fonctionnaires des services de la Région wallonne et des établissements publics wallons désignés par le Gouvernement [3 ...]3 pour assurer le service des impôts et taxes établis par ces décrets précités, ces fonctionnaires peuvent faire partie aussi bien du personnel statutaire que du personnel contractuel du service ou de l'établissement en cause.]1
[1 § 2. Les délais mentionnés dans le présent décret sont calculés conformément aux articles 52, alinéa 1er, 53 et 54 du Code judiciaire.
§ 3. A l'égard du destinataire, les délais mentionnés aux articles 10, 14, 16 et 25 du présent décret, qui commencent à courir à partir d'une notification sur support papier [3 ou par communication électronique équivalente]3 , sont calculés depuis la date d'effet de la notification, à savoir :
1° soit le premier jour qui suit celui où le pli a été présenté au domicile du destinataire, ou, le cas échéant, à sa résidence ou à son domicile élu, lorsque la notification est effectuée par pli judiciaire[3 ou par pli recommandé à la poste avec accusé de réception, ou le premier jour qui suit celui de la communication électronique équivalente]3;
2° soit depuis le troisième jour ouvrable qui suit celui où le pli a été remis aux services de la poste, sauf preuve contraire du destinataire, lorsque la notification est effectuée par pli recommandé ou par pli simple [3 à la poste, ou depuis le troisième jour ouvrable qui suit celui de la communication électronique équivalente ]3.
§ 4. Lorsque le présent décret et les décrets établissant des impôts et taxes auxquels s'applique le présent décret, ainsi que les arrêtés pris pour leur exécution, évoquent les compétences de fonctionnaires des services de la Région wallonne et des établissements publics wallons désignés par le Gouvernement [3 ...]3 pour assurer le service des impôts et taxes établis par ces décrets précités, ces fonctionnaires peuvent faire partie aussi bien du personnel statutaire que du personnel contractuel du service ou de l'établissement en cause.]1
Art. 5bis. [1 . § 1. Onder "gelijkwaardige elektronische communicatie" in de zin van dit decreet wordt verstaan, iedere elektronische communicatieprocedure overeenkomstig het decreet van 27 maart 2014 betreffende de communicaties via elektronische weg tussen de gebruikers en de Waalse openbare overheden, en die dezelfde rechtsgevolgen voor betrokken partijen teweegbrengt als de niet-elektronische procedure bepaald bij het betrokken artikel van dit decreet.
De gelijkwaardige elektronische communicatie wordt enkel gebruikt als de belastingplichtige met deze communicatieprocedure instemt.
§ 2 Wanneer de belastingplichtige of zijn gevolmachtigde niet langer beschikt over de IT-middelen die nodig zijn om de gelijkwaardige elektronische communicatieprocedure te onderhouden, brengt hij de Waalse Overheidsdienst Financiën hiervan onmiddellijk op de hoogte. Bij ontstentenis behoudt de gelijkwaardige elektronische communicatieprocedure haar rechtsgevolgen en blijft ze uitvoerbaar tegen de belastingplichtige of zijn gemachtigde vertegenwoordiger. ]1
De gelijkwaardige elektronische communicatie wordt enkel gebruikt als de belastingplichtige met deze communicatieprocedure instemt.
§ 2 Wanneer de belastingplichtige of zijn gevolmachtigde niet langer beschikt over de IT-middelen die nodig zijn om de gelijkwaardige elektronische communicatieprocedure te onderhouden, brengt hij de Waalse Overheidsdienst Financiën hiervan onmiddellijk op de hoogte. Bij ontstentenis behoudt de gelijkwaardige elektronische communicatieprocedure haar rechtsgevolgen en blijft ze uitvoerbaar tegen de belastingplichtige of zijn gemachtigde vertegenwoordiger. ]1
Art. 5bis. [1 § 1er. Par " communication électronique équivalente " au sens du présent décret, on entend toute procédure de communication par voie électronique en application du décret du 27 mars 2014 relatif aux communications par voie électronique entre les usagers et les autorités publiques wallonnes, et qui produit les mêmes effets juridiques dans le chef des parties que la procédure non électronique prévue par l'article concerné du présent décret.
La communication électronique équivalente est utilisée uniquement si le redevable marque son accord sur cette procédure de communication.
§ 2. Lorsque le redevable ou son mandataire ne dispose plus des moyens informatiques nécessaires au maintien de la procédure de communication électronique équivalente, il en informe immédiatement le Service public de Wallonie Finances. A défaut, la procédure de communication électronique équivalente maintient ses effets juridiques et reste opposable au redevable ou à son mandataire. ]1
La communication électronique équivalente est utilisée uniquement si le redevable marque son accord sur cette procédure de communication.
§ 2. Lorsque le redevable ou son mandataire ne dispose plus des moyens informatiques nécessaires au maintien de la procédure de communication électronique équivalente, il en informe immédiatement le Service public de Wallonie Finances. A défaut, la procédure de communication électronique équivalente maintient ses effets juridiques et reste opposable au redevable ou à son mandataire. ]1
HOOFDSTUK II. - [1 Aangifte van belasting, onderzoeken en controles, en bewijsmiddelen.]1
CHAPITRE II. - [1 Déclarations, investigations et contrôles, et moyens de preuve.]1
Art.6.[1 De belastingplichtigen die een aangifte van belasting moeten indienen, dienen gebruik te maken van het formulier dat door de Regering is vastgesteld.
Section 1re. - [1 La déclaration]1
Art.7. [1 Om het formulier in te vullen, dienen de daarop vermelde aanwijzingen te worden gevolgd. Belastingformulieren moeten voor echt verklaard, van een datum voorzien en ondertekend worden.
Stukken en inlichtingen die krachtens het formulier verplicht moeten worden voorgelegd, maken onlosmakelijk deel uit van de aangifte en dienen ofwel in originele versie of in afschrift bij de aangifte te worden gevoegd. Afschriften van stukken moeten voor eensluidend worden verklaard.
De andere bijlagen moeten voor echt verklaard, van een datum voorzien en ondertekend worden, behalve indien ze van derden uitgaan.]1
[2 De aangifte van belasting moet binnen de op het formulier vermelde termijn, op papier of in gedematerialiseerde vorm aan de betrokken dienst worden opgestuurd of overhandigd volgens de modaliteiten bepaald door de [3 ...]3 Regering.]2
[2 De belastingplichtige moet elke wijziging van één van de gegevens van zijn aangifte aangeven. Wat de verkeersbelasting [3 ...]3 betreft, moet deze aangifte gebeuren vóór de ingebruikneming van het voertuig volgens de nieuwe voorwaarden.]2
Stukken en inlichtingen die krachtens het formulier verplicht moeten worden voorgelegd, maken onlosmakelijk deel uit van de aangifte en dienen ofwel in originele versie of in afschrift bij de aangifte te worden gevoegd. Afschriften van stukken moeten voor eensluidend worden verklaard.
De andere bijlagen moeten voor echt verklaard, van een datum voorzien en ondertekend worden, behalve indien ze van derden uitgaan.]1
[2 De aangifte van belasting moet binnen de op het formulier vermelde termijn, op papier of in gedematerialiseerde vorm aan de betrokken dienst worden opgestuurd of overhandigd volgens de modaliteiten bepaald door de [3 ...]3 Regering.]2
[2 De belastingplichtige moet elke wijziging van één van de gegevens van zijn aangifte aangeven. Wat de verkeersbelasting [3 ...]3 betreft, moet deze aangifte gebeuren vóór de ingebruikneming van het voertuig volgens de nieuwe voorwaarden.]2
Art.6. [1 Les redevables tenus de faire une déclaration utilisent le formulaire dont le modèle est établi par le Gouvernement.
Le formulaire est délivré par le service désigné par le Gouvernement.
Le redevable qui n'a pas reçu le formulaire est tenu de le réclamer au service désigné par le Gouvernement pour délivrer le formulaire de la déclaration.]1
Le formulaire est délivré par le service désigné par le Gouvernement.
Le redevable qui n'a pas reçu le formulaire est tenu de le réclamer au service désigné par le Gouvernement pour délivrer le formulaire de la déclaration.]1
Wijzigingen
Art. 7. [1 Om het formulier in te vullen, dienen de daarop vermelde aanwijzingen te worden gevolgd. Belastingformulieren moeten voor echt verklaard, van een datum voorzien en ondertekend worden.
Stukken en inlichtingen die krachtens het formulier verplicht moeten worden voorgelegd, maken onlosmakelijk deel uit van de aangifte en dienen ofwel in originele versie of in afschrift bij de aangifte te worden gevoegd. Afschriften van stukken moeten voor eensluidend worden verklaard.
De andere bijlagen moeten voor echt verklaard, van een datum voorzien en ondertekend worden, behalve indien ze van derden uitgaan.]1
[2 De aangifte van belasting moet binnen de op het formulier vermelde termijn, op papier of in gedematerialiseerde vorm aan de betrokken dienst worden opgestuurd of overhandigd volgens de modaliteiten bepaald door de [3 ...]3 Regering.]2
[2 De belastingplichtige moet elke wijziging van één van de gegevens van zijn aangifte aangeven. Wat de verkeersbelasting [3 ...]3 betreft, moet deze aangifte gebeuren vóór de ingebruikneming van het voertuig volgens de nieuwe voorwaarden.]2
Stukken en inlichtingen die krachtens het formulier verplicht moeten worden voorgelegd, maken onlosmakelijk deel uit van de aangifte en dienen ofwel in originele versie of in afschrift bij de aangifte te worden gevoegd. Afschriften van stukken moeten voor eensluidend worden verklaard.
De andere bijlagen moeten voor echt verklaard, van een datum voorzien en ondertekend worden, behalve indien ze van derden uitgaan.]1
[2 De aangifte van belasting moet binnen de op het formulier vermelde termijn, op papier of in gedematerialiseerde vorm aan de betrokken dienst worden opgestuurd of overhandigd volgens de modaliteiten bepaald door de [3 ...]3 Regering.]2
[2 De belastingplichtige moet elke wijziging van één van de gegevens van zijn aangifte aangeven. Wat de verkeersbelasting [3 ...]3 betreft, moet deze aangifte gebeuren vóór de ingebruikneming van het voertuig volgens de nieuwe voorwaarden.]2
Art.7. [1 Le formulaire est rempli conformément aux indications qui y figurent, certifié exact, daté et signé.
Les documents ou renseignements dont la production est prévue par le formulaire font partie intégrante de la déclaration et doivent y être joints soit en original soit en copie du document original.
Les autres annexes à la déclaration doivent être certifiées exactes, datées et signées, sauf si elles émanent de tiers.]1
[2 La déclaration doit être envoyée ou remise au service intéressé, sur support papier ou sous forme dématérialisée dans le délai indiqué sur le formulaire et selon les modalités définies par le Gouvernement [3 ...]3.]2
[2 Le redevable est tenu de déclarer toute modification d'un des éléments de la déclaration. En matière de taxe de circulation [3 ...]3, cette déclaration doit être réalisée préalablement à la mise en usage du véhicule dans les nouvelles conditions.]2
Les documents ou renseignements dont la production est prévue par le formulaire font partie intégrante de la déclaration et doivent y être joints soit en original soit en copie du document original.
Les autres annexes à la déclaration doivent être certifiées exactes, datées et signées, sauf si elles émanent de tiers.]1
[2 La déclaration doit être envoyée ou remise au service intéressé, sur support papier ou sous forme dématérialisée dans le délai indiqué sur le formulaire et selon les modalités définies par le Gouvernement [3 ...]3.]2
[2 Le redevable est tenu de déclarer toute modification d'un des éléments de la déclaration. En matière de taxe de circulation [3 ...]3, cette déclaration doit être réalisée préalablement à la mise en usage du véhicule dans les nouvelles conditions.]2
Art.9. [1 Gemachtigden mogen eveneens het ondertekenen van aangiften op zich nemen, maar moeten in dat geval het bewijs van de machtiging leveren dat hen in staat stelt te handelen.
Belastingplichtigen die niet kunnen lezen of ondertekenen, mogen hun aangiften laten invullen door de ambtenaren van de dienst waar de aangifte moet worden ingediend, op voorwaarde dat de vereiste aanwijzingen worden gegeven. Die omstandigheid wordt dan op de aangifte vermeld, welke ondertekend wordt door de ambtenaar die de aangifte heeft gekregen.
Bij de zonder vereffening ontbonden vennootschappen in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing als bedoeld [2 in de artikelen 12:1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2, of een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht, rust de verplichting tot aangifte naargelang het geval op de overnemende vennootschap of op de verkrijgende vennootschappen. Bij de andere ontbonden vennootschappen rust deze verplichting op de vereffenaars.]1
Belastingplichtigen die niet kunnen lezen of ondertekenen, mogen hun aangiften laten invullen door de ambtenaren van de dienst waar de aangifte moet worden ingediend, op voorwaarde dat de vereiste aanwijzingen worden gegeven. Die omstandigheid wordt dan op de aangifte vermeld, welke ondertekend wordt door de ambtenaar die de aangifte heeft gekregen.
Bij de zonder vereffening ontbonden vennootschappen in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing als bedoeld [2 in de artikelen 12:1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2, of een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht, rust de verplichting tot aangifte naargelang het geval op de overnemende vennootschap of op de verkrijgende vennootschappen. Bij de andere ontbonden vennootschappen rust deze verplichting op de vereffenaars.]1
Art.8. [1 Si le redevable est décédé ou en état d'incapacité légale, l'obligation de déclarer incombe, dans le premier cas, aux héritiers ou aux légataires ou donataires universels et, dans le second cas, au représentant légal.
Pour les sociétés dissoutes, cette obligation incombe aux liquidateurs.]1
Pour les sociétés dissoutes, cette obligation incombe aux liquidateurs.]1
Wijzigingen
Art. 9. [1 Gemachtigden mogen eveneens het ondertekenen van aangiften op zich nemen, maar moeten in dat geval het bewijs van de machtiging leveren dat hen in staat stelt te handelen.
Belastingplichtigen die niet kunnen lezen of ondertekenen, mogen hun aangiften laten invullen door de ambtenaren van de dienst waar de aangifte moet worden ingediend, op voorwaarde dat de vereiste aanwijzingen worden gegeven. Die omstandigheid wordt dan op de aangifte vermeld, welke ondertekend wordt door de ambtenaar die de aangifte heeft gekregen.
Bij de zonder vereffening ontbonden vennootschappen in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing als bedoeld [2 in de artikelen 12:1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2, of een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht, rust de verplichting tot aangifte naargelang het geval op de overnemende vennootschap of op de verkrijgende vennootschappen. Bij de andere ontbonden vennootschappen rust deze verplichting op de vereffenaars.]1
Belastingplichtigen die niet kunnen lezen of ondertekenen, mogen hun aangiften laten invullen door de ambtenaren van de dienst waar de aangifte moet worden ingediend, op voorwaarde dat de vereiste aanwijzingen worden gegeven. Die omstandigheid wordt dan op de aangifte vermeld, welke ondertekend wordt door de ambtenaar die de aangifte heeft gekregen.
Bij de zonder vereffening ontbonden vennootschappen in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing als bedoeld [2 in de artikelen 12:1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2, of een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht, rust de verplichting tot aangifte naargelang het geval op de overnemende vennootschap of op de verkrijgende vennootschappen. Bij de andere ontbonden vennootschappen rust deze verplichting op de vereffenaars.]1
Art.9. [1 Les déclarations peuvent aussi être souscrites par un mandataire qui doit alors justifier du mandat en vertu duquel il agit.
Les redevables ne sachant ni lire ni signer peuvent faire remplir leur déclaration par les fonctionnaires du service auquel elle doit être remise, à condition qu'ils donnent les indications requises. Dans ce cas, il est fait mention de ladite circonstance dans la déclaration et celle-ci est revêtue de la signature du fonctionnaire qui l'a reçue.
Pour les sociétés dissoutes sans liquidation dans le cadre d'une fusion, d'une opération assimilée à une fusion ou d'une scission visées [2 aux articles 12:1 à 12:8 du Code des sociétés et des associations]2, ou d'une opération de droit des sociétés similaire en droit étranger, l'obligation de déclarer incombe, selon le cas, à la société absorbante ou aux sociétés bénéficiaires. Pour les autres sociétés dissoutes, cette obligation incombe aux liquidateurs.]1
Les redevables ne sachant ni lire ni signer peuvent faire remplir leur déclaration par les fonctionnaires du service auquel elle doit être remise, à condition qu'ils donnent les indications requises. Dans ce cas, il est fait mention de ladite circonstance dans la déclaration et celle-ci est revêtue de la signature du fonctionnaire qui l'a reçue.
Pour les sociétés dissoutes sans liquidation dans le cadre d'une fusion, d'une opération assimilée à une fusion ou d'une scission visées [2 aux articles 12:1 à 12:8 du Code des sociétés et des associations]2, ou d'une opération de droit des sociétés similaire en droit étranger, l'obligation de déclarer incombe, selon le cas, à la société absorbante ou aux sociétés bénéficiaires. Pour les autres sociétés dissoutes, cette obligation incombe aux liquidateurs.]1
Art.10. [1 Binnen de termijn van één maand na de datum van uitwerking van de kennisgeving van de aanvraag, zoals berekend overeenkomstig artikel 5, § 3, waarbij die termijn om wettige redenen verlengd kan worden, dienen de belastingplichtigen zonder zich te verplaatsen alle inlichtingen, boeken en stukken schriftelijk [2 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]2 over te maken die door de dienst die de Regering heeft aangewezen, nodig worden geacht om de rechtmatige inning der belasting te waarborgen, wanneer zij daartoe worden aangezocht door de dienst aangewezen door de Regering en onverminderd het recht van deze dienst om inlichtingen ter plaatse te vragen overeenkomstig artikel 11bis.
Die inlichtingen kunnen betrekking hebben op de verrichtingen waaraan de belastingplichtige deelachtig was en mogen worden aangewend om de belasting te heffen op derden die eveneens aan die verrichtingen deel hadden.]1
Die inlichtingen kunnen betrekking hebben op de verrichtingen waaraan de belastingplichtige deelachtig was en mogen worden aangewend om de belasting te heffen op derden die eveneens aan die verrichtingen deel hadden.]1
Art. 9bis. [1 Sans préjudice d'autres dispositions spécifiques prévoyant certaines obligations fiscales, le Gouvernement [2 ...]2 peut imposer à quiconque est passible d'un impôt ou d'une taxe visé par le présent décret, ainsi qu'aux associations, organismes et groupements n'ayant pas la personnalité juridique, la tenue de livres ou l'utilisation de documents et de formulaires dont il fixe le modèle et l'emploi et qu'il estime nécessaires au contrôle de la perception des impôts et taxes visés par le présent décret, soit dans son chef, soit dans le chef de tiers.]1
Art. 10. [1 Binnen de termijn van één maand na de datum van uitwerking van de kennisgeving van de aanvraag, zoals berekend overeenkomstig artikel 5, § 3, waarbij die termijn om wettige redenen verlengd kan worden, dienen de belastingplichtigen zonder zich te verplaatsen alle inlichtingen, boeken en stukken schriftelijk [2 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]2 over te maken die door de dienst die de Regering heeft aangewezen, nodig worden geacht om de rechtmatige inning der belasting te waarborgen, wanneer zij daartoe worden aangezocht door de dienst aangewezen door de Regering en onverminderd het recht van deze dienst om inlichtingen ter plaatse te vragen overeenkomstig artikel 11bis.
Die inlichtingen kunnen betrekking hebben op de verrichtingen waaraan de belastingplichtige deelachtig was en mogen worden aangewend om de belasting te heffen op derden die eveneens aan die verrichtingen deel hadden.]1
Die inlichtingen kunnen betrekking hebben op de verrichtingen waaraan de belastingplichtige deelachtig was en mogen worden aangewend om de belasting te heffen op derden die eveneens aan die verrichtingen deel hadden.]1
Art.10. [1 Les redevables ont l'obligation de fournir par écrit, [2 ou par communication électronique équivalente, ]2 dans le délai d'un mois à compter de la date d'effet de la notification de la demande, telle que calculée conformément à l'article 5, § 3, ce délai pouvant être prolongé pour de justes motifs, sans déplacement, tous renseignements, livres et documents que le service désigné par le Gouvernement juge nécessaires pour assurer la juste perception de la taxe, lorsqu'ils en sont requis par le service désigné par le Gouvernement et sans préjudice du droit de ce service de demander des renseignements sur place conformément à l'article 11bis.
Les renseignements peuvent porter sur les opérations auxquelles le redevable a été partie et être invoqués pour la taxation des tiers qui ont été parties à ces opérations.]1
Les renseignements peuvent porter sur les opérations auxquelles le redevable a été partie et être invoqués pour la taxation des tiers qui ont été parties à ces opérations.]1
Art.11.[1 § 1. De dienst die de Regering heeft aangewezen mag voor een welbepaalde belastingplichtige zich schriftelijke attesten laten uitreiken, derden verhoren en van natuurlijke en rechtspersonen, en van verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, diensten, openbare instellingen en inrichtingen uitgesloten, eisen dat alle inlichtingen die het bestuur nodig acht om de rechtmatige inning der belasting te waarborgen, binnen de door het bestuur opgelegde termijn worden verstrekt, waarbij bedoelde termijn om wettige redenen kan worden verlengd.
Section 2. - [1 Investigations et contrôles]1
Art. 11bis. [1 § 1. Om controle uit te oefenen op de inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet, mogen de ambtenaren van de door de Regering aangewezen dienst elk ogenblik zonder voorafgaande verwittiging vrij binnendringen in alle gebouwen, werkplaatsen, inrichtingen, lokalen of andere plaatsen waar activiteiten waarop deze belastingen en taksen betrekking hebben, worden uitgeoefend of waarvan vermoed wordt dat ze daar uitgeoefend worden.
Deze ambtenaren mogen o.a.:
1. alle boeken, registers, facturen en andere bescheiden die zich daar bevinden, controleren; door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de vereiste persoon, de betrouwbaarheid nagaan van de geïnformatiseerde inlichtingen, gegevens en bewerkingen, door inzonderheid de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm;
2. de aard en de belangrijkheid van de aldaar uitgeoefende activiteit en het daarvoor bestemde personeel vaststellen, alsook de voorraden en goederen die zich daar bevinden, met inbegrip van de installaties en het rollend materieel; voor de controle op de inning van de belasting op de spelen en weddenschappen, de kasvoorraad van de belastingplichtige controleren;
3. tot bewoonde gebouwen of lokalen hebben zij evenwel alleen toegang tussen 5 uur 's ochtends en 9 uur 's avonds en met machtiging van de rechter in de politierechtbank, behalve instemming van de bewoner van de plaats en behalve wat betreft de controle op de inning van de belasting op spelen en weddenschappen en de belasting op de automatische ontspanningstoestellen.
§ 2. [2 Op gewoon verzoek van de ambtenaren bedoeld in § 1 en onverminderd de bevoegdheden die door de §§ 1 en 4 aan deze ambtenaren worden toegekend :
1) moet elke persoon alle gegevens, boeken, registers, facturen en andere bescheiden overleggen die nuttig zijn voor het opmaken en de inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet. Deze ambtenaren hebben machtiging om daar afschriften van te nemen.
Als deze boeken, registers, facturen en andere bescheiden elektronisch worden bijgehouden, opgemaakt, verstrekt, ontvangen of bewaard, mogen deze ambtenaren :
- zich alle op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm doen overleggen;
- de in het eerste lid bedoelde persoon erom verzoeken om op zijn uitrusting en in bijzijn van de ambtenaren, kopies te maken in de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens, alsook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht voor de verificatie van de juiste inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet;
- de persoon bedoeld in het eerste lid erom verzoeken om hen de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem mee te delen :
2) inzake de verkeersbelasting moet elke bestuurder hen alle gegevens verstrekken i.v.m. het gebruik van het voertuig die de vrijstellingen bedoeld in artikel 15 van de algemene verordening betreffende de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen rechtvaardigen.]2
§ 3. De ambtenaren bedoeld in § 1 hebben het recht om, tegen ontvangstbewijs, de boeken, registers, facturen en andere bescheiden bedoeld in § 2, eerste lid, alsook de afschriften opgemaakt overeenkomstig § 2, tweede lid, in te houden telkens als zij achten dat deze boeken, registers, facturen en andere bescheiden de verplichte betaling van een belasting of [6 fiscale boete]6 te zijner laste of ten laste van derden vastlegt of bijdraagt tot het vastleggen.
Dit recht wordt niet uitgebreid tot de boeken die niet zijn afgesloten. Als deze boeken elektronisch worden bewaard, kunnen deze ambtenaren vorderen om in het bezit van de afschriften van deze boeken te worden gesteld in de door die ambtenaren gewenste vorm.]1
[3 § 4. Om de inning van de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling [4 [5 , [7 ...]7 en kilometerheffing]5]4 te controleren zijn de ambtenaren bedoeld [7 paragraaf 1]7 meer specifiek gemachtigd om :
a) zonder bijstand de garages, loodsen en opslagplaatsen of ligplaatsen te bezoeken;
b) zich het inschrijvingsbewijs van de wegvoertuigen of luchtvaartuigen, de vlaggenbrief van de vaartuigen, het conformiteitsbewijs, de conformiteitverklaring of elk document die deze vervangen, te laten voorleggen alsook elk document dat de betaling van de belasting bewijst;
c) het fiscaal kenteken van de voertuigen op de openbare weg te controleren, dat uitgereikt wordt overeenkomstig de artikelen 36ter en 36quater van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen;
d) [7 een proces-verbaal opmaken met toepassing van artikel 12bis, § 2, en de bestuurder van het voertuig de daarin vermelde onbetaalde of ontdoken bedragen onmiddellijk in hun handen doen betalen.
Bij gebreke van onmiddellijke betaling kan de in lid 1 bedoelde ambtenaar een of meer van de volgende maatregelen nemen :
- het achterhouden van boorddocumenten;
- het inhouden van het kentekenbewijs;
- een wielklem plaatsen;
- verwijdering van het voertuig naar een opslagplaats; - parkeren van het voertuig.
Het voertuig mag niet worden verplaatst of, in voorkomend geval, verwijderd zonder toestemming van de in lid 1 bedoelde ambtenaar.
Als de verschuldigde sommen niet worden betaald binnen een termijn van zeven dagen volgend op de vaststelling van de overtreding, kan de ambtenaar belast met de invordering van de belastingvorderingen als bedoeld in artikel 34bis een dwangschrift afleveren en, eventueel, overgaan tot de inbeslagname van het voertuig overeenkomstig de artikelen 34bis en volgende, binnen de twee werkdagen volgend op het verstrijken van de bovenvermelde termijn van zeven dagen. Deze vervolgingen worden ingesteld tegenover de natuurlijke of de rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld is of moet zijn of bij ontstentenis tegenover de eigenaar, de uitbater of de houder van het voertuig. De eventuele risico's en onkosten voortvloeiend uit de maatregel tot bewaring en de eventuele vervolgingen zijn ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld is of moet zijn, of bij ontstentenis, van de eigenaar, de uitbater of de houder van het voertuig.
Bij het verstrijken van de in vorig lid bedoelde periode van zeven dagen :
- als er binnen twee werkdagen vervolgingen worden ingesteld, kan alleen de in artikel 34bis bedoelde ambtenaar die belast is met de invordering van belastingschulden de maatregelen tot bewaring beëindigen;
- als er binnen twee werkdagen geen vervolging is ingesteld, beëindigt de in lid 1 bedoelde ambtenaar de maatregelen van bewaring;]7.
Als de bestuurder weigert om te betalen, wordt het voertuig aangehaald tot de verschuldigde sommen betaald zijn Zijn deze niet betaald binnen zesennegentig uur na de vaststelling van de overtreding, dan wordt het voertuig in beslag genomen.
Een bericht van inbeslagneming wordt binnen twee werkdagen gezonden aan de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden.
Het risico en de eventuele kosten voortvloeiend uit de aanhaling en het beslag zijn ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden of bij gebrek aan betaling ten laste van de eigenaar, de ondernemer, de houder of de bestuurder die hoofdelijk gehouden zijn overeenkomstig de wetgeving van de betrokken belasting.
Het beslag wordt na betaling van de verschuldigde sommen en kosten opgeheven.
Bij niet-betaling van deze sommen en kosten veroordeelt de rechtbank tot betaling ervan en gelast zij de verkoop van het in beslag genomen voertuig. De gerechtskosten, het bedrag van de betrokken belasting, de [6 fiscale boete]6 en de andere desbetreffende kosten worden aangerekend op de opbrengst van de verkoop van het voertuig en het eventueel overschot wordt aan de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden, terugbetaald.
Voor de toepassing van dit § 4, d), zijn de wets- en verordeningsbepalingen inzake douane en accijnzen betreffende de aanhaling, de inbeslagneming en de verkoop van toepassing;
e) bevelen te geven aan de bestuurders en het verkeer te regelen overeenkomstig artikel 11 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie van het wegverkeer;
f) de elementen die nodig zijn voor de bepaling van het belastbaar vermogen of gewicht vast te stellen of te controleren zoals bedoeld in de artikelen 17 tot 20 van de algemene verordening betreffende de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen en dit, d.m.v. de aanwijzingen op de facturen, catalogussen, beschrijvende nota's, weegbons of elk ander document dat als bewijs kan dienen.
Wanneer hij dit nodig acht, kan de door de Regering aangewezen dienst het voertuig laten wegen of volledig onderzoeken.
De plaats, datum en uur van de weging of het volledig onderzoek van het voertuig worden minstens vijf dagen op voorhand meegedeeld aan de betrokkenen die het voertuig rijklaar moeten aanbieden;
[7 g) waarnemingen verrichten met audiovisuele middelen of vaste en mobiele geautomatiseerde bewakingsapparatuur, in het bijzonder intelligente camera's in de zin van de wet van 21 maart 2007 houdende regeling van de installatie en het gebruik van bewakingscamera's;]7
[7 h ]7 de bijstand van de lokale politie aan te vragen.
De ambtenaren bedoeld in § 1 moeten in het kader van de controle van de inning van de belastingen bedoeld in § 4, een dienstuniform dragen en zich met hun legitimatiekaart identificeren tijdens de uitoefening van hun ambt.
De [7 ...]7 Regering bepaalt het dienstuniform dat door deze ambtenaren gedragen wordt alsook de legitimatiekaart en de kentekens op de voertuigen die door laatstgenoemden zullen worden gebruikt.
§ 5. Onverminderd de bevoegdheden toegewezen aan de andere officiers of agenten van de gerechtelijke politie en aan de leden van het operationeel kader van de federale en de lokale politie, wijst de [7 ...]7 Regering de hoedanigheid van agent of officier van de gerechtelijke politie toe aan de beëdigde personeelsleden die zij aanwijst om de inning van de belastingen te controleren waarop dit decreet van toepassing is.]3
Deze ambtenaren mogen o.a.:
1. alle boeken, registers, facturen en andere bescheiden die zich daar bevinden, controleren; door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de vereiste persoon, de betrouwbaarheid nagaan van de geïnformatiseerde inlichtingen, gegevens en bewerkingen, door inzonderheid de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm;
2. de aard en de belangrijkheid van de aldaar uitgeoefende activiteit en het daarvoor bestemde personeel vaststellen, alsook de voorraden en goederen die zich daar bevinden, met inbegrip van de installaties en het rollend materieel; voor de controle op de inning van de belasting op de spelen en weddenschappen, de kasvoorraad van de belastingplichtige controleren;
3. tot bewoonde gebouwen of lokalen hebben zij evenwel alleen toegang tussen 5 uur 's ochtends en 9 uur 's avonds en met machtiging van de rechter in de politierechtbank, behalve instemming van de bewoner van de plaats en behalve wat betreft de controle op de inning van de belasting op spelen en weddenschappen en de belasting op de automatische ontspanningstoestellen.
§ 2. [2 Op gewoon verzoek van de ambtenaren bedoeld in § 1 en onverminderd de bevoegdheden die door de §§ 1 en 4 aan deze ambtenaren worden toegekend :
1) moet elke persoon alle gegevens, boeken, registers, facturen en andere bescheiden overleggen die nuttig zijn voor het opmaken en de inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet. Deze ambtenaren hebben machtiging om daar afschriften van te nemen.
Als deze boeken, registers, facturen en andere bescheiden elektronisch worden bijgehouden, opgemaakt, verstrekt, ontvangen of bewaard, mogen deze ambtenaren :
- zich alle op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm doen overleggen;
- de in het eerste lid bedoelde persoon erom verzoeken om op zijn uitrusting en in bijzijn van de ambtenaren, kopies te maken in de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens, alsook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht voor de verificatie van de juiste inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet;
- de persoon bedoeld in het eerste lid erom verzoeken om hen de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem mee te delen :
2) inzake de verkeersbelasting moet elke bestuurder hen alle gegevens verstrekken i.v.m. het gebruik van het voertuig die de vrijstellingen bedoeld in artikel 15 van de algemene verordening betreffende de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen rechtvaardigen.]2
§ 3. De ambtenaren bedoeld in § 1 hebben het recht om, tegen ontvangstbewijs, de boeken, registers, facturen en andere bescheiden bedoeld in § 2, eerste lid, alsook de afschriften opgemaakt overeenkomstig § 2, tweede lid, in te houden telkens als zij achten dat deze boeken, registers, facturen en andere bescheiden de verplichte betaling van een belasting of [6 fiscale boete]6 te zijner laste of ten laste van derden vastlegt of bijdraagt tot het vastleggen.
Dit recht wordt niet uitgebreid tot de boeken die niet zijn afgesloten. Als deze boeken elektronisch worden bewaard, kunnen deze ambtenaren vorderen om in het bezit van de afschriften van deze boeken te worden gesteld in de door die ambtenaren gewenste vorm.]1
[3 § 4. Om de inning van de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling [4 [5 , [7 ...]7 en kilometerheffing]5]4 te controleren zijn de ambtenaren bedoeld [7 paragraaf 1]7 meer specifiek gemachtigd om :
a) zonder bijstand de garages, loodsen en opslagplaatsen of ligplaatsen te bezoeken;
b) zich het inschrijvingsbewijs van de wegvoertuigen of luchtvaartuigen, de vlaggenbrief van de vaartuigen, het conformiteitsbewijs, de conformiteitverklaring of elk document die deze vervangen, te laten voorleggen alsook elk document dat de betaling van de belasting bewijst;
c) het fiscaal kenteken van de voertuigen op de openbare weg te controleren, dat uitgereikt wordt overeenkomstig de artikelen 36ter en 36quater van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen;
d) [7 een proces-verbaal opmaken met toepassing van artikel 12bis, § 2, en de bestuurder van het voertuig de daarin vermelde onbetaalde of ontdoken bedragen onmiddellijk in hun handen doen betalen.
Bij gebreke van onmiddellijke betaling kan de in lid 1 bedoelde ambtenaar een of meer van de volgende maatregelen nemen :
- het achterhouden van boorddocumenten;
- het inhouden van het kentekenbewijs;
- een wielklem plaatsen;
- verwijdering van het voertuig naar een opslagplaats; - parkeren van het voertuig.
Het voertuig mag niet worden verplaatst of, in voorkomend geval, verwijderd zonder toestemming van de in lid 1 bedoelde ambtenaar.
Als de verschuldigde sommen niet worden betaald binnen een termijn van zeven dagen volgend op de vaststelling van de overtreding, kan de ambtenaar belast met de invordering van de belastingvorderingen als bedoeld in artikel 34bis een dwangschrift afleveren en, eventueel, overgaan tot de inbeslagname van het voertuig overeenkomstig de artikelen 34bis en volgende, binnen de twee werkdagen volgend op het verstrijken van de bovenvermelde termijn van zeven dagen. Deze vervolgingen worden ingesteld tegenover de natuurlijke of de rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld is of moet zijn of bij ontstentenis tegenover de eigenaar, de uitbater of de houder van het voertuig. De eventuele risico's en onkosten voortvloeiend uit de maatregel tot bewaring en de eventuele vervolgingen zijn ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld is of moet zijn, of bij ontstentenis, van de eigenaar, de uitbater of de houder van het voertuig.
Bij het verstrijken van de in vorig lid bedoelde periode van zeven dagen :
- als er binnen twee werkdagen vervolgingen worden ingesteld, kan alleen de in artikel 34bis bedoelde ambtenaar die belast is met de invordering van belastingschulden de maatregelen tot bewaring beëindigen;
- als er binnen twee werkdagen geen vervolging is ingesteld, beëindigt de in lid 1 bedoelde ambtenaar de maatregelen van bewaring;]7.
Als de bestuurder weigert om te betalen, wordt het voertuig aangehaald tot de verschuldigde sommen betaald zijn Zijn deze niet betaald binnen zesennegentig uur na de vaststelling van de overtreding, dan wordt het voertuig in beslag genomen.
Een bericht van inbeslagneming wordt binnen twee werkdagen gezonden aan de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden.
Het risico en de eventuele kosten voortvloeiend uit de aanhaling en het beslag zijn ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden of bij gebrek aan betaling ten laste van de eigenaar, de ondernemer, de houder of de bestuurder die hoofdelijk gehouden zijn overeenkomstig de wetgeving van de betrokken belasting.
Het beslag wordt na betaling van de verschuldigde sommen en kosten opgeheven.
Bij niet-betaling van deze sommen en kosten veroordeelt de rechtbank tot betaling ervan en gelast zij de verkoop van het in beslag genomen voertuig. De gerechtskosten, het bedrag van de betrokken belasting, de [6 fiscale boete]6 en de andere desbetreffende kosten worden aangerekend op de opbrengst van de verkoop van het voertuig en het eventueel overschot wordt aan de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden, terugbetaald.
Voor de toepassing van dit § 4, d), zijn de wets- en verordeningsbepalingen inzake douane en accijnzen betreffende de aanhaling, de inbeslagneming en de verkoop van toepassing;
e) bevelen te geven aan de bestuurders en het verkeer te regelen overeenkomstig artikel 11 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie van het wegverkeer;
f) de elementen die nodig zijn voor de bepaling van het belastbaar vermogen of gewicht vast te stellen of te controleren zoals bedoeld in de artikelen 17 tot 20 van de algemene verordening betreffende de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen en dit, d.m.v. de aanwijzingen op de facturen, catalogussen, beschrijvende nota's, weegbons of elk ander document dat als bewijs kan dienen.
Wanneer hij dit nodig acht, kan de door de Regering aangewezen dienst het voertuig laten wegen of volledig onderzoeken.
De plaats, datum en uur van de weging of het volledig onderzoek van het voertuig worden minstens vijf dagen op voorhand meegedeeld aan de betrokkenen die het voertuig rijklaar moeten aanbieden;
[7 g) waarnemingen verrichten met audiovisuele middelen of vaste en mobiele geautomatiseerde bewakingsapparatuur, in het bijzonder intelligente camera's in de zin van de wet van 21 maart 2007 houdende regeling van de installatie en het gebruik van bewakingscamera's;]7
[7 h ]7 de bijstand van de lokale politie aan te vragen.
De ambtenaren bedoeld in § 1 moeten in het kader van de controle van de inning van de belastingen bedoeld in § 4, een dienstuniform dragen en zich met hun legitimatiekaart identificeren tijdens de uitoefening van hun ambt.
De [7 ...]7 Regering bepaalt het dienstuniform dat door deze ambtenaren gedragen wordt alsook de legitimatiekaart en de kentekens op de voertuigen die door laatstgenoemden zullen worden gebruikt.
§ 5. Onverminderd de bevoegdheden toegewezen aan de andere officiers of agenten van de gerechtelijke politie en aan de leden van het operationeel kader van de federale en de lokale politie, wijst de [7 ...]7 Regering de hoedanigheid van agent of officier van de gerechtelijke politie toe aan de beëdigde personeelsleden die zij aanwijst om de inning van de belastingen te controleren waarop dit decreet van toepassing is.]3
Wijzigingen
Art.11. [1 § 1er. Le service désigné par le Gouvernement peut, en ce qui concerne un redevable déterminé, recueillir des attestations écrites, entendre des tiers et requérir dans le délai qu'il fixe, ce délai pouvant être prolongé pour de justes motifs, des personnes physiques ou morales, ainsi que des associations n'ayant pas la personnalité juridique, à l'exclusion des services, établissements et organismes publics, la production de tous renseignements qu'il juge nécessaires à l'effet d'assurer la juste perception de la taxe.
§ 2. Les services administratifs de la Région wallonne, les administrations des provinces, des agglomérations, des fédérations de communes et des communes situées sur le territoire de la Région wallonne, ainsi que les établissements et organismes publics actifs sur le territoire de la Région wallonne, sont tenus, lorsqu'ils en sont requis par un fonctionnaire chargé de l'établissement ou du recouvrement des taxes et impôts visés par le présent décret, de lui fournir tous renseignements en leur possession, de lui communiquer, sans déplacement, tous actes, pièces, registres et documents quelconques qu'ils détiennent et de lui laisser prendre tous renseignements, copies ou extraits que ledit fonctionnaire juge nécessaires pour assurer l'établissement ou la perception des taxes et impôts visés par le présent décret.
Par organismes publics au sens de l'alinéa précédent, il faut entendre les institutions, sociétés, associations, établissements et offices à l'administration desquels la Région wallonne participe, auxquels la Région wallonne fournit une garantie, sur l'activité desquels la Région wallonne exerce une surveillance ou dont le personnel de direction est désigné par le Gouvernement [4 ...]4, sur sa proposition ou moyennant son approbation.
Le Gouvernement [4 ...]4 peut prévoir que toutes les demandes de transmissions de renseignements, actes, pièces, registres et documents quelconques en matière fiscale, introduites auprès de la Région wallonne par d'autres autorités publiques belges ou étrangères, ainsi que toutes les demandes de renseignements, actes, pièces, registres et documents quelconques en matière fiscale, introduites auprès d'autres autorités publiques belges ou étrangères par la Région wallonne, ainsi que les réceptions et envois de ces informations, doivent obligatoirement être adressées à ou par un service déterminé [3 du Service public de Wallonie Finances]3, qu'il désigne.
§ 3. A l'égard des services, administrations, sociétés, associations établissements ou organismes visés au § 2 qui resteraient en défaut de satisfaire aux obligations qui leur incombent en vertu de ces articles, le Gouvernement peut, suivant le cas, requérir l'intervention de l'Inspecteur des Finances ou du délégué du Gouvernement, désigner un commissaire pour recueillir les renseignements jugés nécessaires ou retirer l'agrégation pour l'octroi d'avantages consentis par la Région wallonne.]1
[§ 4. [4 ...]4
§ 2. Les services administratifs de la Région wallonne, les administrations des provinces, des agglomérations, des fédérations de communes et des communes situées sur le territoire de la Région wallonne, ainsi que les établissements et organismes publics actifs sur le territoire de la Région wallonne, sont tenus, lorsqu'ils en sont requis par un fonctionnaire chargé de l'établissement ou du recouvrement des taxes et impôts visés par le présent décret, de lui fournir tous renseignements en leur possession, de lui communiquer, sans déplacement, tous actes, pièces, registres et documents quelconques qu'ils détiennent et de lui laisser prendre tous renseignements, copies ou extraits que ledit fonctionnaire juge nécessaires pour assurer l'établissement ou la perception des taxes et impôts visés par le présent décret.
Par organismes publics au sens de l'alinéa précédent, il faut entendre les institutions, sociétés, associations, établissements et offices à l'administration desquels la Région wallonne participe, auxquels la Région wallonne fournit une garantie, sur l'activité desquels la Région wallonne exerce une surveillance ou dont le personnel de direction est désigné par le Gouvernement [4 ...]4, sur sa proposition ou moyennant son approbation.
Le Gouvernement [4 ...]4 peut prévoir que toutes les demandes de transmissions de renseignements, actes, pièces, registres et documents quelconques en matière fiscale, introduites auprès de la Région wallonne par d'autres autorités publiques belges ou étrangères, ainsi que toutes les demandes de renseignements, actes, pièces, registres et documents quelconques en matière fiscale, introduites auprès d'autres autorités publiques belges ou étrangères par la Région wallonne, ainsi que les réceptions et envois de ces informations, doivent obligatoirement être adressées à ou par un service déterminé [3 du Service public de Wallonie Finances]3, qu'il désigne.
§ 3. A l'égard des services, administrations, sociétés, associations établissements ou organismes visés au § 2 qui resteraient en défaut de satisfaire aux obligations qui leur incombent en vertu de ces articles, le Gouvernement peut, suivant le cas, requérir l'intervention de l'Inspecteur des Finances ou du délégué du Gouvernement, désigner un commissaire pour recueillir les renseignements jugés nécessaires ou retirer l'agrégation pour l'octroi d'avantages consentis par la Région wallonne.]1
[§ 4. [4 ...]4
Art. 11bis. [1 § 1. Om controle uit te oefenen op de inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet, mogen de ambtenaren van de door de Regering aangewezen dienst elk ogenblik zonder voorafgaande verwittiging vrij binnendringen in alle gebouwen, werkplaatsen, inrichtingen, lokalen of andere plaatsen waar activiteiten waarop deze belastingen en taksen betrekking hebben, worden uitgeoefend of waarvan vermoed wordt dat ze daar uitgeoefend worden.
Deze ambtenaren mogen o.a.:
1. alle boeken, registers, facturen en andere bescheiden die zich daar bevinden, controleren; door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de vereiste persoon, de betrouwbaarheid nagaan van de geïnformatiseerde inlichtingen, gegevens en bewerkingen, door inzonderheid de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm;
2. de aard en de belangrijkheid van de aldaar uitgeoefende activiteit en het daarvoor bestemde personeel vaststellen, alsook de voorraden en goederen die zich daar bevinden, met inbegrip van de installaties en het rollend materieel; voor de controle op de inning van de belasting op de spelen en weddenschappen, de kasvoorraad van de belastingplichtige controleren;
3. tot bewoonde gebouwen of lokalen hebben zij evenwel alleen toegang tussen 5 uur 's ochtends en 9 uur 's avonds en met machtiging van de rechter in de politierechtbank, behalve instemming van de bewoner van de plaats en behalve wat betreft de controle op de inning van de belasting op spelen en weddenschappen en de belasting op de automatische ontspanningstoestellen.
§ 2. [2 Op gewoon verzoek van de ambtenaren bedoeld in § 1 en onverminderd de bevoegdheden die door de §§ 1 en 4 aan deze ambtenaren worden toegekend :
1) moet elke persoon alle gegevens, boeken, registers, facturen en andere bescheiden overleggen die nuttig zijn voor het opmaken en de inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet. Deze ambtenaren hebben machtiging om daar afschriften van te nemen.
Als deze boeken, registers, facturen en andere bescheiden elektronisch worden bijgehouden, opgemaakt, verstrekt, ontvangen of bewaard, mogen deze ambtenaren :
- zich alle op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm doen overleggen;
- de in het eerste lid bedoelde persoon erom verzoeken om op zijn uitrusting en in bijzijn van de ambtenaren, kopies te maken in de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens, alsook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht voor de verificatie van de juiste inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet;
- de persoon bedoeld in het eerste lid erom verzoeken om hen de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem mee te delen :
2) inzake de verkeersbelasting moet elke bestuurder hen alle gegevens verstrekken i.v.m. het gebruik van het voertuig die de vrijstellingen bedoeld in artikel 15 van de algemene verordening betreffende de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen rechtvaardigen.]2
§ 3. De ambtenaren bedoeld in § 1 hebben het recht om, tegen ontvangstbewijs, de boeken, registers, facturen en andere bescheiden bedoeld in § 2, eerste lid, alsook de afschriften opgemaakt overeenkomstig § 2, tweede lid, in te houden telkens als zij achten dat deze boeken, registers, facturen en andere bescheiden de verplichte betaling van een belasting of [6 fiscale boete]6 te zijner laste of ten laste van derden vastlegt of bijdraagt tot het vastleggen.
Dit recht wordt niet uitgebreid tot de boeken die niet zijn afgesloten. Als deze boeken elektronisch worden bewaard, kunnen deze ambtenaren vorderen om in het bezit van de afschriften van deze boeken te worden gesteld in de door die ambtenaren gewenste vorm.]1
[3 § 4. Om de inning van de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling [4 [5 , [7 ...]7 en kilometerheffing]5]4 te controleren zijn de ambtenaren bedoeld [7 paragraaf 1]7 meer specifiek gemachtigd om :
a) zonder bijstand de garages, loodsen en opslagplaatsen of ligplaatsen te bezoeken;
b) zich het inschrijvingsbewijs van de wegvoertuigen of luchtvaartuigen, de vlaggenbrief van de vaartuigen, het conformiteitsbewijs, de conformiteitverklaring of elk document die deze vervangen, te laten voorleggen alsook elk document dat de betaling van de belasting bewijst;
c) het fiscaal kenteken van de voertuigen op de openbare weg te controleren, dat uitgereikt wordt overeenkomstig de artikelen 36ter en 36quater van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen;
d) [7 een proces-verbaal opmaken met toepassing van artikel 12bis, § 2, en de bestuurder van het voertuig de daarin vermelde onbetaalde of ontdoken bedragen onmiddellijk in hun handen doen betalen.
Bij gebreke van onmiddellijke betaling kan de in lid 1 bedoelde ambtenaar een of meer van de volgende maatregelen nemen :
- het achterhouden van boorddocumenten;
- het inhouden van het kentekenbewijs;
- een wielklem plaatsen;
- verwijdering van het voertuig naar een opslagplaats; - parkeren van het voertuig.
Het voertuig mag niet worden verplaatst of, in voorkomend geval, verwijderd zonder toestemming van de in lid 1 bedoelde ambtenaar.
Als de verschuldigde sommen niet worden betaald binnen een termijn van zeven dagen volgend op de vaststelling van de overtreding, kan de ambtenaar belast met de invordering van de belastingvorderingen als bedoeld in artikel 34bis een dwangschrift afleveren en, eventueel, overgaan tot de inbeslagname van het voertuig overeenkomstig de artikelen 34bis en volgende, binnen de twee werkdagen volgend op het verstrijken van de bovenvermelde termijn van zeven dagen. Deze vervolgingen worden ingesteld tegenover de natuurlijke of de rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld is of moet zijn of bij ontstentenis tegenover de eigenaar, de uitbater of de houder van het voertuig. De eventuele risico's en onkosten voortvloeiend uit de maatregel tot bewaring en de eventuele vervolgingen zijn ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld is of moet zijn, of bij ontstentenis, van de eigenaar, de uitbater of de houder van het voertuig.
Bij het verstrijken van de in vorig lid bedoelde periode van zeven dagen :
- als er binnen twee werkdagen vervolgingen worden ingesteld, kan alleen de in artikel 34bis bedoelde ambtenaar die belast is met de invordering van belastingschulden de maatregelen tot bewaring beëindigen;
- als er binnen twee werkdagen geen vervolging is ingesteld, beëindigt de in lid 1 bedoelde ambtenaar de maatregelen van bewaring;]7.
Als de bestuurder weigert om te betalen, wordt het voertuig aangehaald tot de verschuldigde sommen betaald zijn Zijn deze niet betaald binnen zesennegentig uur na de vaststelling van de overtreding, dan wordt het voertuig in beslag genomen.
Een bericht van inbeslagneming wordt binnen twee werkdagen gezonden aan de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden.
Het risico en de eventuele kosten voortvloeiend uit de aanhaling en het beslag zijn ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden of bij gebrek aan betaling ten laste van de eigenaar, de ondernemer, de houder of de bestuurder die hoofdelijk gehouden zijn overeenkomstig de wetgeving van de betrokken belasting.
Het beslag wordt na betaling van de verschuldigde sommen en kosten opgeheven.
Bij niet-betaling van deze sommen en kosten veroordeelt de rechtbank tot betaling ervan en gelast zij de verkoop van het in beslag genomen voertuig. De gerechtskosten, het bedrag van de betrokken belasting, de [6 fiscale boete]6 en de andere desbetreffende kosten worden aangerekend op de opbrengst van de verkoop van het voertuig en het eventueel overschot wordt aan de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden, terugbetaald.
Voor de toepassing van dit § 4, d), zijn de wets- en verordeningsbepalingen inzake douane en accijnzen betreffende de aanhaling, de inbeslagneming en de verkoop van toepassing;
e) bevelen te geven aan de bestuurders en het verkeer te regelen overeenkomstig artikel 11 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie van het wegverkeer;
f) de elementen die nodig zijn voor de bepaling van het belastbaar vermogen of gewicht vast te stellen of te controleren zoals bedoeld in de artikelen 17 tot 20 van de algemene verordening betreffende de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen en dit, d.m.v. de aanwijzingen op de facturen, catalogussen, beschrijvende nota's, weegbons of elk ander document dat als bewijs kan dienen.
Wanneer hij dit nodig acht, kan de door de Regering aangewezen dienst het voertuig laten wegen of volledig onderzoeken.
De plaats, datum en uur van de weging of het volledig onderzoek van het voertuig worden minstens vijf dagen op voorhand meegedeeld aan de betrokkenen die het voertuig rijklaar moeten aanbieden;
[7 g) waarnemingen verrichten met audiovisuele middelen of vaste en mobiele geautomatiseerde bewakingsapparatuur, in het bijzonder intelligente camera's in de zin van de wet van 21 maart 2007 houdende regeling van de installatie en het gebruik van bewakingscamera's;]7
[7 h ]7 de bijstand van de lokale politie aan te vragen.
De ambtenaren bedoeld in § 1 moeten in het kader van de controle van de inning van de belastingen bedoeld in § 4, een dienstuniform dragen en zich met hun legitimatiekaart identificeren tijdens de uitoefening van hun ambt.
De [7 ...]7 Regering bepaalt het dienstuniform dat door deze ambtenaren gedragen wordt alsook de legitimatiekaart en de kentekens op de voertuigen die door laatstgenoemden zullen worden gebruikt.
§ 5. Onverminderd de bevoegdheden toegewezen aan de andere officiers of agenten van de gerechtelijke politie en aan de leden van het operationeel kader van de federale en de lokale politie, wijst de [7 ...]7 Regering de hoedanigheid van agent of officier van de gerechtelijke politie toe aan de beëdigde personeelsleden die zij aanwijst om de inning van de belastingen te controleren waarop dit decreet van toepassing is.]3
Deze ambtenaren mogen o.a.:
1. alle boeken, registers, facturen en andere bescheiden die zich daar bevinden, controleren; door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de vereiste persoon, de betrouwbaarheid nagaan van de geïnformatiseerde inlichtingen, gegevens en bewerkingen, door inzonderheid de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm;
2. de aard en de belangrijkheid van de aldaar uitgeoefende activiteit en het daarvoor bestemde personeel vaststellen, alsook de voorraden en goederen die zich daar bevinden, met inbegrip van de installaties en het rollend materieel; voor de controle op de inning van de belasting op de spelen en weddenschappen, de kasvoorraad van de belastingplichtige controleren;
3. tot bewoonde gebouwen of lokalen hebben zij evenwel alleen toegang tussen 5 uur 's ochtends en 9 uur 's avonds en met machtiging van de rechter in de politierechtbank, behalve instemming van de bewoner van de plaats en behalve wat betreft de controle op de inning van de belasting op spelen en weddenschappen en de belasting op de automatische ontspanningstoestellen.
§ 2. [2 Op gewoon verzoek van de ambtenaren bedoeld in § 1 en onverminderd de bevoegdheden die door de §§ 1 en 4 aan deze ambtenaren worden toegekend :
1) moet elke persoon alle gegevens, boeken, registers, facturen en andere bescheiden overleggen die nuttig zijn voor het opmaken en de inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet. Deze ambtenaren hebben machtiging om daar afschriften van te nemen.
Als deze boeken, registers, facturen en andere bescheiden elektronisch worden bijgehouden, opgemaakt, verstrekt, ontvangen of bewaard, mogen deze ambtenaren :
- zich alle op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm doen overleggen;
- de in het eerste lid bedoelde persoon erom verzoeken om op zijn uitrusting en in bijzijn van de ambtenaren, kopies te maken in de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens, alsook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht voor de verificatie van de juiste inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet;
- de persoon bedoeld in het eerste lid erom verzoeken om hen de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem mee te delen :
2) inzake de verkeersbelasting moet elke bestuurder hen alle gegevens verstrekken i.v.m. het gebruik van het voertuig die de vrijstellingen bedoeld in artikel 15 van de algemene verordening betreffende de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen rechtvaardigen.]2
§ 3. De ambtenaren bedoeld in § 1 hebben het recht om, tegen ontvangstbewijs, de boeken, registers, facturen en andere bescheiden bedoeld in § 2, eerste lid, alsook de afschriften opgemaakt overeenkomstig § 2, tweede lid, in te houden telkens als zij achten dat deze boeken, registers, facturen en andere bescheiden de verplichte betaling van een belasting of [6 fiscale boete]6 te zijner laste of ten laste van derden vastlegt of bijdraagt tot het vastleggen.
Dit recht wordt niet uitgebreid tot de boeken die niet zijn afgesloten. Als deze boeken elektronisch worden bewaard, kunnen deze ambtenaren vorderen om in het bezit van de afschriften van deze boeken te worden gesteld in de door die ambtenaren gewenste vorm.]1
[3 § 4. Om de inning van de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling [4 [5 , [7 ...]7 en kilometerheffing]5]4 te controleren zijn de ambtenaren bedoeld [7 paragraaf 1]7 meer specifiek gemachtigd om :
a) zonder bijstand de garages, loodsen en opslagplaatsen of ligplaatsen te bezoeken;
b) zich het inschrijvingsbewijs van de wegvoertuigen of luchtvaartuigen, de vlaggenbrief van de vaartuigen, het conformiteitsbewijs, de conformiteitverklaring of elk document die deze vervangen, te laten voorleggen alsook elk document dat de betaling van de belasting bewijst;
c) het fiscaal kenteken van de voertuigen op de openbare weg te controleren, dat uitgereikt wordt overeenkomstig de artikelen 36ter en 36quater van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen;
d) [7 een proces-verbaal opmaken met toepassing van artikel 12bis, § 2, en de bestuurder van het voertuig de daarin vermelde onbetaalde of ontdoken bedragen onmiddellijk in hun handen doen betalen.
Bij gebreke van onmiddellijke betaling kan de in lid 1 bedoelde ambtenaar een of meer van de volgende maatregelen nemen :
- het achterhouden van boorddocumenten;
- het inhouden van het kentekenbewijs;
- een wielklem plaatsen;
- verwijdering van het voertuig naar een opslagplaats; - parkeren van het voertuig.
Het voertuig mag niet worden verplaatst of, in voorkomend geval, verwijderd zonder toestemming van de in lid 1 bedoelde ambtenaar.
Als de verschuldigde sommen niet worden betaald binnen een termijn van zeven dagen volgend op de vaststelling van de overtreding, kan de ambtenaar belast met de invordering van de belastingvorderingen als bedoeld in artikel 34bis een dwangschrift afleveren en, eventueel, overgaan tot de inbeslagname van het voertuig overeenkomstig de artikelen 34bis en volgende, binnen de twee werkdagen volgend op het verstrijken van de bovenvermelde termijn van zeven dagen. Deze vervolgingen worden ingesteld tegenover de natuurlijke of de rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld is of moet zijn of bij ontstentenis tegenover de eigenaar, de uitbater of de houder van het voertuig. De eventuele risico's en onkosten voortvloeiend uit de maatregel tot bewaring en de eventuele vervolgingen zijn ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld is of moet zijn, of bij ontstentenis, van de eigenaar, de uitbater of de houder van het voertuig.
Bij het verstrijken van de in vorig lid bedoelde periode van zeven dagen :
- als er binnen twee werkdagen vervolgingen worden ingesteld, kan alleen de in artikel 34bis bedoelde ambtenaar die belast is met de invordering van belastingschulden de maatregelen tot bewaring beëindigen;
- als er binnen twee werkdagen geen vervolging is ingesteld, beëindigt de in lid 1 bedoelde ambtenaar de maatregelen van bewaring;]7.
Als de bestuurder weigert om te betalen, wordt het voertuig aangehaald tot de verschuldigde sommen betaald zijn Zijn deze niet betaald binnen zesennegentig uur na de vaststelling van de overtreding, dan wordt het voertuig in beslag genomen.
Een bericht van inbeslagneming wordt binnen twee werkdagen gezonden aan de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden.
Het risico en de eventuele kosten voortvloeiend uit de aanhaling en het beslag zijn ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden of bij gebrek aan betaling ten laste van de eigenaar, de ondernemer, de houder of de bestuurder die hoofdelijk gehouden zijn overeenkomstig de wetgeving van de betrokken belasting.
Het beslag wordt na betaling van de verschuldigde sommen en kosten opgeheven.
Bij niet-betaling van deze sommen en kosten veroordeelt de rechtbank tot betaling ervan en gelast zij de verkoop van het in beslag genomen voertuig. De gerechtskosten, het bedrag van de betrokken belasting, de [6 fiscale boete]6 en de andere desbetreffende kosten worden aangerekend op de opbrengst van de verkoop van het voertuig en het eventueel overschot wordt aan de natuurlijke of rechtspersoon die in het inschrijvingsbewijs is opgenomen of moet opgenomen worden, terugbetaald.
Voor de toepassing van dit § 4, d), zijn de wets- en verordeningsbepalingen inzake douane en accijnzen betreffende de aanhaling, de inbeslagneming en de verkoop van toepassing;
e) bevelen te geven aan de bestuurders en het verkeer te regelen overeenkomstig artikel 11 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie van het wegverkeer;
f) de elementen die nodig zijn voor de bepaling van het belastbaar vermogen of gewicht vast te stellen of te controleren zoals bedoeld in de artikelen 17 tot 20 van de algemene verordening betreffende de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen en dit, d.m.v. de aanwijzingen op de facturen, catalogussen, beschrijvende nota's, weegbons of elk ander document dat als bewijs kan dienen.
Wanneer hij dit nodig acht, kan de door de Regering aangewezen dienst het voertuig laten wegen of volledig onderzoeken.
De plaats, datum en uur van de weging of het volledig onderzoek van het voertuig worden minstens vijf dagen op voorhand meegedeeld aan de betrokkenen die het voertuig rijklaar moeten aanbieden;
[7 g) waarnemingen verrichten met audiovisuele middelen of vaste en mobiele geautomatiseerde bewakingsapparatuur, in het bijzonder intelligente camera's in de zin van de wet van 21 maart 2007 houdende regeling van de installatie en het gebruik van bewakingscamera's;]7
[7 h ]7 de bijstand van de lokale politie aan te vragen.
De ambtenaren bedoeld in § 1 moeten in het kader van de controle van de inning van de belastingen bedoeld in § 4, een dienstuniform dragen en zich met hun legitimatiekaart identificeren tijdens de uitoefening van hun ambt.
De [7 ...]7 Regering bepaalt het dienstuniform dat door deze ambtenaren gedragen wordt alsook de legitimatiekaart en de kentekens op de voertuigen die door laatstgenoemden zullen worden gebruikt.
§ 5. Onverminderd de bevoegdheden toegewezen aan de andere officiers of agenten van de gerechtelijke politie en aan de leden van het operationeel kader van de federale en de lokale politie, wijst de [7 ...]7 Regering de hoedanigheid van agent of officier van de gerechtelijke politie toe aan de beëdigde personeelsleden die zij aanwijst om de inning van de belastingen te controleren waarop dit decreet van toepassing is.]3
Wijzigingen
Art. 11bis. [1 § 1er. Les fonctionnaires du service désigné par le Gouvernement peuvent, aux fins de contrôler la perception des impôts et taxes visés par le présent décret, pénétrer librement, à tout moment, sans avertissement préalable, dans tous les bâtiments, ateliers, établissements, locaux ou autres lieux, où sont effectuées ou présumées être effectuées des activités visées par ces impôts et taxes.
Ces fonctionnaires peuvent notamment :
1. examiner tous les livres, registres, factures et autres documents qui s'y trouvent; vérifier, au moyen du matériel utilisé et avec l'assistance de la personne requise, la fiabilité des informations, données et traitements informatiques, en exigeant notamment la communication de documents spécialement établis en vue de présenter les données enregistrées sur les supports informatiques sous une forme lisible et intelligible;
2. constater la nature et l'importance de l'activité qui s'y exerce et le personnel qui y est affecté, ainsi que des marchandises et de tous les biens qui s'y trouvent, y compris les moyens de production et de transport; pour le contrôle de la perception de la taxe sur les jeux et paris, contrôler l'encaisse du redevable de la taxe;
3. toutefois, ils ne peuvent pénétrer dans les bâtiments ou les locaux habités que de 5 heures du matin à 9 heures du soir et uniquement avec l'autorisation du juge de police, sauf accord de l'occupant des lieux et sauf pour ce qui concerne le contrôle de la perception de la taxe sur les jeux et paris et de la taxe sur les appareils automatiques de divertissement.
§ 2. [2 Sur simple demande des fonctionnaires visés au § 1er et sans préjudice des pouvoirs accordés à ces fonctionnaires par les §§ 1er et 4 :
1) toute personne est tenue de leur présenter tous renseignements, livres, registres, factures et autres documents utiles à l'établissement et à la perception des impôts et taxes visés par le présent décret. Ces fonctionnaires sont autorisés à en prendre copies.
Si ces livres, registres, factures et autres documents sont tenus, établis, délivrés, reçus ou conservés au moyen d'un système informatisé, ces fonctionnaires :
- ont le droit de se faire communiquer les données enregistrées sur des supports informatiques sous forme lisible et intelligible;
- peuvent requérir la personne visée à l'alinéa 1er d'effectuer, en leur présence, et sur son matériel, des copies, dans la forme qu'ils souhaitent, de tout ou partie des données précitées, ainsi que les traitements informatiques jugés nécessaires à la vérification de l'exacte perception des impôts et taxes visés par le présent décret;
- peuvent requérir la personne visée à l'alinéa 1er de leur communiquer les dossiers d'analyse, de programmation et d'exploitation du système utilisé :
2) en matière de taxe de circulation, tout conducteur est tenu de leur fournir tous renseignements au sujet de l'utilisation du véhicule justifiant des exemptions prévues à l'article 15 du règlement général des taxes assimilées aux impôts sur les revenus.]2
§ 3. Les fonctionnaires visés au § 1er ont le droit de retenir, contre délivrance d'un accusé de réception, les livres, registres, factures et autres documents visés au § 2, alinéa 1er, ainsi que les copies établies conformément au § 2, alinéa 2, chaque fois qu'ils estiment que ces livres, registres, factures et autres documents établissent ou concourent à établir la débition d'une taxe ou d'une [6 amende fiscale]6 à sa charge ou à la charge de tiers.
Ce droit ne s'étend pas aux livres qui ne sont pas clôturés. Lorsque ces livres sont conservés au moyen d'un système informatisé, ces fonctionnaires ont le droit de se faire remettre des copies de ces livres dans la forme qu'ils souhaitent.]1
[3 § 4. Les fonctionnaires visés au [7 paragraphe 1er]7 sont plus spécifiquement autorisés pour le contrôle de la perception de la taxe de circulation, taxe de mise en circulation [4 [5 ,[7 ...]7 et prélèvement kilométrique]5]4 à :
a) visiter, sans aucune assistance, les garages, les hangars et les lieux de dépôts ou d'amarrage;
b) se faire produire le carnet d'immatriculation des véhicules routiers ou des aéronefs, la lettre de pavillon des bateaux, le certificat de conformité, la déclaration de conformité ou tout document en tenant lieu ainsi que tout autre document attestant du payement de la taxe;
c) contrôler le signe distinctif fiscal délivré conformément aux articles 36ter et 36quater du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, des véhicules se trouvant sur la voie publique;
d) [7 dresser procès-verbal en application de l'article 12bis, § 2, et se faire acquitter immédiatement entre leurs mains, par le conducteur du véhicule, les montants impayés ou éludés qui y sont mentionnés.
A défaut de paiement immédiat, le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er peut prendre une ou plusieurs des mesures suivantes :
- la retenue des documents de bord;
- la retenue du certificat d'immatriculation;
- le placement d'un sabot;
- l'enlèvement du véhicule en infraction vers un lieu d'entreposage;- le stationnement du véhicule.
Le véhicule ne peut pas être déplacé ou, le cas échéant, aliéné sans l'autorisation du fonctionnaire visé à l'alinéa 1er.
Si les sommes dues ne sont pas acquittées dans un délai de sept jours suivant le jour de la constatation de l'infraction, le fonctionnaire chargé du recouvrement des créances fiscales visé à l'article 34bis peut décerner une contrainte et, éventuellement, procéder à la saisie du véhicule conformément aux articles 34bis et suivants, dans les deux jours ouvrables suivant l'expiration du délai de sept jours susmentionné. Ces poursuites sont engagées à l'encontre de la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation, ou à défaut au propriétaire, à l'exploitant ou au détenteur du véhicule. Les risques et frais éventuels résultant de la mesure de rétention et des poursuites éventuelles sont à charge de la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation, ou à défaut au propriétaire, à l'exploitant ou au détenteur du véhicule.
A l'expiration du délai de sept jours mentionné à l'alinéa précédent :
- s'il est procédé dans les deux jours ouvrables à des poursuites, seul le fonctionnaire chargé du recouvrement des créances fiscales visé à l'article 34bis peut mettre fin aux mesures de rétention;
- s'il n'est pas procédé dans les deux jours ouvrables à des poursuites, le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er met fin aux mesures de rétention ]7.
En cas de refus de la part du conducteur, le véhicule est retenu jusqu'au paiement des sommes dues. Si celles-ci ne sont pas acquittées dans les nonante-six heures de la constatation de l'infraction, le véhicule est saisi.
Un avis de saisie est envoyé à la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation dans les deux jours ouvrables.
Les risques et frais éventuels résultant de la rétention et de la saisie sont à charge de la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation ou à défaut de paiement à charge du propriétaire, de l'exploitant, du détenteur ou du conducteur du véhicule tenus solidairement conformément à la législation de la taxe concernée.
La saisie est levée après paiement des sommes et des frais dus.
A défaut de paiement de ces sommes et frais, le tribunal condamne à leur paiement et ordonne la vente du véhicule saisi. Les frais de justice, le montant de la taxe concernée, l'[6 amende fiscale]6 et les autres frais y relatifs sont déduits du produit de la vente du véhicule et l'excédent éventuel est remboursé à la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation du véhicule.
Pour l'application du présent § 4, d), les dispositions des lois et règlements sur les douanes et accises relatives à la rétention, la saisie et la vente sont d'application;
e) donner des injonctions aux conducteurs et régler la circulation conformément à l'article 11 de la loi du 16 mars 1968 relative à la police de la circulation routière;
f) constater et contrôler des éléments nécessaires à l'établissement de la puissance ou du poids imposable, tels que prévu par les articles 17 à 20 du règlement général des taxes assimilées aux impôts sur les revenus et ce, au moyen des indications des factures, catalogues, notices descriptives, bons de pesage ou tous autres documents reconnus probants.
Lorsqu'il le juge nécessaire, le service désigné par le Gouvernement fait procéder au pesage ou à l'examen complet du véhicule.
Le lieu, la date et l'heure du pesage ou de l'examen complet du véhicule sont portés, au moins cinq jours à l'avance, à la connaissance des intéressés qui sont tenus de présenter le véhicule en ordre de marche;
[7 g) procéder à des constatations à l'aide de moyens audiovisuels ou de dispositifs automatisés de contrôle fixes et mobiles, notamment des caméras intelligentes au sens de la loi du 21 mars 2007 réglant l'installation et l'utilisation de caméras de surveillance;]7
[7 h]7 demander l'assistance de la police locale.
Les fonctionnaires visés au § 1er sont tenus, dans le cadre du contrôle de la perception des taxes visées au § 4, de porter l'uniforme de service et de s'identifier par leur carte de légitimation lors de l'exercice de leur fonction.
Le Gouvernement [7 ...]7 définit l'uniforme de service porté par ces fonctionnaires ainsi que la carte de légitimation et les marques distinctives des voitures de contrôles qui seront utilisés par ces derniers.
§ 5. Sans préjudice des compétences confiées aux autres officiers ou agents de police judiciaire et aux membres du cadre opérationnel de la police locale et fédérale, le Gouvernement [7 ...]7 attribue la qualité d'agent ou d'officier de police judiciaire aux membres du personnel assermentés qu'il désigne pour contrôler la perception des taxes auxquelles le présent décret est applicable.]3
Ces fonctionnaires peuvent notamment :
1. examiner tous les livres, registres, factures et autres documents qui s'y trouvent; vérifier, au moyen du matériel utilisé et avec l'assistance de la personne requise, la fiabilité des informations, données et traitements informatiques, en exigeant notamment la communication de documents spécialement établis en vue de présenter les données enregistrées sur les supports informatiques sous une forme lisible et intelligible;
2. constater la nature et l'importance de l'activité qui s'y exerce et le personnel qui y est affecté, ainsi que des marchandises et de tous les biens qui s'y trouvent, y compris les moyens de production et de transport; pour le contrôle de la perception de la taxe sur les jeux et paris, contrôler l'encaisse du redevable de la taxe;
3. toutefois, ils ne peuvent pénétrer dans les bâtiments ou les locaux habités que de 5 heures du matin à 9 heures du soir et uniquement avec l'autorisation du juge de police, sauf accord de l'occupant des lieux et sauf pour ce qui concerne le contrôle de la perception de la taxe sur les jeux et paris et de la taxe sur les appareils automatiques de divertissement.
§ 2. [2 Sur simple demande des fonctionnaires visés au § 1er et sans préjudice des pouvoirs accordés à ces fonctionnaires par les §§ 1er et 4 :
1) toute personne est tenue de leur présenter tous renseignements, livres, registres, factures et autres documents utiles à l'établissement et à la perception des impôts et taxes visés par le présent décret. Ces fonctionnaires sont autorisés à en prendre copies.
Si ces livres, registres, factures et autres documents sont tenus, établis, délivrés, reçus ou conservés au moyen d'un système informatisé, ces fonctionnaires :
- ont le droit de se faire communiquer les données enregistrées sur des supports informatiques sous forme lisible et intelligible;
- peuvent requérir la personne visée à l'alinéa 1er d'effectuer, en leur présence, et sur son matériel, des copies, dans la forme qu'ils souhaitent, de tout ou partie des données précitées, ainsi que les traitements informatiques jugés nécessaires à la vérification de l'exacte perception des impôts et taxes visés par le présent décret;
- peuvent requérir la personne visée à l'alinéa 1er de leur communiquer les dossiers d'analyse, de programmation et d'exploitation du système utilisé :
2) en matière de taxe de circulation, tout conducteur est tenu de leur fournir tous renseignements au sujet de l'utilisation du véhicule justifiant des exemptions prévues à l'article 15 du règlement général des taxes assimilées aux impôts sur les revenus.]2
§ 3. Les fonctionnaires visés au § 1er ont le droit de retenir, contre délivrance d'un accusé de réception, les livres, registres, factures et autres documents visés au § 2, alinéa 1er, ainsi que les copies établies conformément au § 2, alinéa 2, chaque fois qu'ils estiment que ces livres, registres, factures et autres documents établissent ou concourent à établir la débition d'une taxe ou d'une [6 amende fiscale]6 à sa charge ou à la charge de tiers.
Ce droit ne s'étend pas aux livres qui ne sont pas clôturés. Lorsque ces livres sont conservés au moyen d'un système informatisé, ces fonctionnaires ont le droit de se faire remettre des copies de ces livres dans la forme qu'ils souhaitent.]1
[3 § 4. Les fonctionnaires visés au [7 paragraphe 1er]7 sont plus spécifiquement autorisés pour le contrôle de la perception de la taxe de circulation, taxe de mise en circulation [4 [5 ,[7 ...]7 et prélèvement kilométrique]5]4 à :
a) visiter, sans aucune assistance, les garages, les hangars et les lieux de dépôts ou d'amarrage;
b) se faire produire le carnet d'immatriculation des véhicules routiers ou des aéronefs, la lettre de pavillon des bateaux, le certificat de conformité, la déclaration de conformité ou tout document en tenant lieu ainsi que tout autre document attestant du payement de la taxe;
c) contrôler le signe distinctif fiscal délivré conformément aux articles 36ter et 36quater du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, des véhicules se trouvant sur la voie publique;
d) [7 dresser procès-verbal en application de l'article 12bis, § 2, et se faire acquitter immédiatement entre leurs mains, par le conducteur du véhicule, les montants impayés ou éludés qui y sont mentionnés.
A défaut de paiement immédiat, le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er peut prendre une ou plusieurs des mesures suivantes :
- la retenue des documents de bord;
- la retenue du certificat d'immatriculation;
- le placement d'un sabot;
- l'enlèvement du véhicule en infraction vers un lieu d'entreposage;- le stationnement du véhicule.
Le véhicule ne peut pas être déplacé ou, le cas échéant, aliéné sans l'autorisation du fonctionnaire visé à l'alinéa 1er.
Si les sommes dues ne sont pas acquittées dans un délai de sept jours suivant le jour de la constatation de l'infraction, le fonctionnaire chargé du recouvrement des créances fiscales visé à l'article 34bis peut décerner une contrainte et, éventuellement, procéder à la saisie du véhicule conformément aux articles 34bis et suivants, dans les deux jours ouvrables suivant l'expiration du délai de sept jours susmentionné. Ces poursuites sont engagées à l'encontre de la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation, ou à défaut au propriétaire, à l'exploitant ou au détenteur du véhicule. Les risques et frais éventuels résultant de la mesure de rétention et des poursuites éventuelles sont à charge de la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation, ou à défaut au propriétaire, à l'exploitant ou au détenteur du véhicule.
A l'expiration du délai de sept jours mentionné à l'alinéa précédent :
- s'il est procédé dans les deux jours ouvrables à des poursuites, seul le fonctionnaire chargé du recouvrement des créances fiscales visé à l'article 34bis peut mettre fin aux mesures de rétention;
- s'il n'est pas procédé dans les deux jours ouvrables à des poursuites, le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er met fin aux mesures de rétention ]7.
En cas de refus de la part du conducteur, le véhicule est retenu jusqu'au paiement des sommes dues. Si celles-ci ne sont pas acquittées dans les nonante-six heures de la constatation de l'infraction, le véhicule est saisi.
Un avis de saisie est envoyé à la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation dans les deux jours ouvrables.
Les risques et frais éventuels résultant de la rétention et de la saisie sont à charge de la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation ou à défaut de paiement à charge du propriétaire, de l'exploitant, du détenteur ou du conducteur du véhicule tenus solidairement conformément à la législation de la taxe concernée.
La saisie est levée après paiement des sommes et des frais dus.
A défaut de paiement de ces sommes et frais, le tribunal condamne à leur paiement et ordonne la vente du véhicule saisi. Les frais de justice, le montant de la taxe concernée, l'[6 amende fiscale]6 et les autres frais y relatifs sont déduits du produit de la vente du véhicule et l'excédent éventuel est remboursé à la personne physique ou morale qui est ou doit être reprise au certificat d'immatriculation du véhicule.
Pour l'application du présent § 4, d), les dispositions des lois et règlements sur les douanes et accises relatives à la rétention, la saisie et la vente sont d'application;
e) donner des injonctions aux conducteurs et régler la circulation conformément à l'article 11 de la loi du 16 mars 1968 relative à la police de la circulation routière;
f) constater et contrôler des éléments nécessaires à l'établissement de la puissance ou du poids imposable, tels que prévu par les articles 17 à 20 du règlement général des taxes assimilées aux impôts sur les revenus et ce, au moyen des indications des factures, catalogues, notices descriptives, bons de pesage ou tous autres documents reconnus probants.
Lorsqu'il le juge nécessaire, le service désigné par le Gouvernement fait procéder au pesage ou à l'examen complet du véhicule.
Le lieu, la date et l'heure du pesage ou de l'examen complet du véhicule sont portés, au moins cinq jours à l'avance, à la connaissance des intéressés qui sont tenus de présenter le véhicule en ordre de marche;
[7 g) procéder à des constatations à l'aide de moyens audiovisuels ou de dispositifs automatisés de contrôle fixes et mobiles, notamment des caméras intelligentes au sens de la loi du 21 mars 2007 réglant l'installation et l'utilisation de caméras de surveillance;]7
[7 h]7 demander l'assistance de la police locale.
Les fonctionnaires visés au § 1er sont tenus, dans le cadre du contrôle de la perception des taxes visées au § 4, de porter l'uniforme de service et de s'identifier par leur carte de légitimation lors de l'exercice de leur fonction.
Le Gouvernement [7 ...]7 définit l'uniforme de service porté par ces fonctionnaires ainsi que la carte de légitimation et les marques distinctives des voitures de contrôles qui seront utilisés par ces derniers.
§ 5. Sans préjudice des compétences confiées aux autres officiers ou agents de police judiciaire et aux membres du cadre opérationnel de la police locale et fédérale, le Gouvernement [7 ...]7 attribue la qualité d'agent ou d'officier de police judiciaire aux membres du personnel assermentés qu'il désigne pour contrôler la perception des taxes auxquelles le présent décret est applicable.]3
Wijzigingen
Art. 11ter. [1 De persoon die een in dit decreet bedoelde belasting of taks verschuldigd is, bewaart gedurende [2 tien]2 jaar, met ingang van 1 januari van het aanslagjaar, een afschrift van de desbetreffende aangiften overgemaakt aan de dienst die de Regering heeft aangewezen om ze in ontvangst te nemen, alsook de boeken, registers, facturen en andere bescheiden waarvan de wetgeving van toepassing op de betrokken taks of belasting het houden, het opmaken of het uitreiken voorschrijven, en ook de andere beheersdocumenten die nodig zijn voor de verificatie van de vaststelling en de inning van de belastingen en taksen bedoeld in dit decreet, met name de gegevens met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van computersystemen gebruikt in het beheer van deze belastingen en taksen, en de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten.
Behoudens wanneer zij door het gerecht in beslag genomen worden, of behoudens afwijking toegestaan door de dienst aangewezen door de [3 ...]3 Regering, moeten de aangiften, boeken, registers, facturen en andere bescheiden bedoeld in het eerste lid, ter beschikking van deze dienst worden bewaard in het kantoor, agentschap, bijhuis of elk ander beroeps- of privélokaal van de belastingplichtige waar deze boeken en bescheiden werden gehouden, opgesteld of toegezonden.]1
Behoudens wanneer zij door het gerecht in beslag genomen worden, of behoudens afwijking toegestaan door de dienst aangewezen door de [3 ...]3 Regering, moeten de aangiften, boeken, registers, facturen en andere bescheiden bedoeld in het eerste lid, ter beschikking van deze dienst worden bewaard in het kantoor, agentschap, bijhuis of elk ander beroeps- of privélokaal van de belastingplichtige waar deze boeken en bescheiden werden gehouden, opgesteld of toegezonden.]1
Art. 11ter. [1 Le redevable d'un impôt ou d'une taxe visé par le présent décret est tenu de conserver une copie des déclarations afférentes à cet impôt ou à cette taxe, transmises au service désigné par le Gouvernement pour les recevoir, ainsi que les livres, registres, factures et autres documents dont la tenue, la rédaction, ou la délivrance sont prescrites par la législation applicable à la taxe ou l'impôt concerné, et ainsi que les autres documents de gestion nécessaires à la vérification de l'établissement et de la perception des impôts et taxes visés par le présent décret, notamment la documentation relative aux analyses, à la programmation et à l'exploitation de systèmes informatisés utilisés dans la gestion de ces impôts et taxes, et les supports d'information et toutes les données qu'ils contiennent, et ce, pendant une durée de [2 dix ]2 années prenant cours au 1er janvier de l'exercice d'imposition.
Sauf lorsqu'ils sont saisis par la justice, ou sauf dérogation accordée par le service désigné par le Gouvernement [3 ...]3, les déclarations, livres, registres, factures et autres documents visés à l'alinéa 1er doivent être conservés à la disposition de ce service, dans le bureau, l'agence, la succursale ou tout autre local professionnel ou privé du [3 redevable]3 où ces livres et documents ont été tenus, établis ou adressés.]1
Sauf lorsqu'ils sont saisis par la justice, ou sauf dérogation accordée par le service désigné par le Gouvernement [3 ...]3, les déclarations, livres, registres, factures et autres documents visés à l'alinéa 1er doivent être conservés à la disposition de ce service, dans le bureau, l'agence, la succursale ou tout autre local professionnel ou privé du [3 redevable]3 où ces livres et documents ont été tenus, établis ou adressés.]1
Art. 11quater. [1 Hij die, in welke hoedanigheid ook, optreedt bij de toepassing van de Waalse fiscale bepalingen of die toegang heeft tot de kantoren [2 van de Waalse Overheidsdienst Fiscaliteit]2, is, buiten het uitoefenen van zijn ambt, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft.]1
[2 De in lid 1 bedoelde verplichting wordt opgeheven wanneer informatie wordt meegedeeld in het kader van een meldingssysteem dat specifiek bij decreet of bij besluit van de Regering is ingesteld.]2
[2 De in lid 1 bedoelde verplichting wordt opgeheven wanneer informatie wordt meegedeeld in het kader van een meldingssysteem dat specifiek bij decreet of bij besluit van de Regering is ingesteld.]2
Art. 11quater. [1 Celui qui intervient, à quelque titre que ce soit, dans l'application des dispositions fiscales wallonnes ou qui a accès aux bureaux [2 du Service public de Wallonie Finances]2, est tenu de garder, en dehors de l'exercice de ses fonctions, le secret le plus absolu au sujet de tout ce dont il a eu connaissance par la suite de l'exercice de sa mission.]1
[2 L'obligation visée à l'alinéa 1er est levée lorsque des informations sont communiquées dans le cadre d'un système de dénonciation spécifiquement organisé par décret ou par arrêté du Gouvernement.]2
[2 L'obligation visée à l'alinéa 1er est levée lorsque des informations sont communiquées dans le cadre d'un système de dénonciation spécifiquement organisé par décret ou par arrêté du Gouvernement.]2
Art. 11quinquies. [1 De met de invordering belaste ambtenaren beschikken over alle onderzoeksbevoegdheden bedoeld bij dit decreet om de vermogenstoestand vast te leggen van de belastingplichtige en van de personen op wier goederen de belastingen, taksen, verschuldigd in hoofdsom en opcentiemen, de administratieve boetes en verhogingen, de nalatigheidsinteresten en de kosten worden ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter, om de invordering van de belastingen, taksen, verschuldigd in hoofdsom en opcentiemen, de administratieve boetes en verhogingen, de nalatigheidsinteresten en de kosten te verzekeren. ]1
Art. 11quinquies. [1 Les fonctionnaires chargés du recouvrement disposent de tous les pouvoirs d'investigations prévus par le présent décret en vue d'établir la situation patrimoniale du redevable et des personnes sur les biens desquelles les impôts et les taxes, dus en principal et additionnels, les amendes fiscales, les intérêts de retard et les frais sont mis en recouvrement conformément à l'article 35ter, pour assurer le recouvrement des impôts et des taxes, dus en principal et additionnels, des amendes fiscales, des intérêts de retard et des frais. ]1
Art.12.[1 § 1. Om te bepalen of een persoon aan de belasting dient te worden onderworpen en om belastinggrondslag en bedrag vast te stellen, mag de door de Regering aangewezen dienst alle bewijsmiddelen aanwenden die door het gemene recht worden toegelaten, behalve de eed.
Section 3. - [1 Moyens de preuve de l'administration]1
Art. 12bis. [6 °1. ]6 [1 De ambtenaren van het Waalse Gewest en de gemeentelijke en provinciale ambtenaren en personeelsleden zijn bevoegd voor het hele grondgebied van het Waalse Gewest om overtredingen op te sporen en om, zelfs alleen, processen-verbaal inzake de taksen en belastingen bedoeld in dit decreet op te stellen.
Deze processen-verbaal hebben bewijskracht, zolang het tegendeel niet bewezen is, voor de feiten die erin worden vastgesteld.
Ze worden overgemaakt aan de ambtenaar aangewezen door de Regering.]1
[2 [3 [4 Inzake verkeersbelasting, belasting op de inverkeerstelling, eurovignet en kilometerheffing]4]3, zijn de personeelsleden van de dienst aangewezen door de Regering, als agent van de gerechtelijke politie of als officier van de gerechtelijke politie bevoegd om over het ganse grondgebied van het Waalse Gewest de overtredingen van de betrokken wetgeving op te sporen, [6 en]6 om de processen-verbaal terzake, alleen of gezamenlijk, op te stellen en om het ontdoken bedrag van de betrokken belasting, verhoogd met de [5 fiscale boete]5, onmiddellijk te innen.
Deze processen-verbaal, waarbij eventueel de schriftelijke uitleg van de overtreders wordt gevoegd, worden opgesteld ten verzoeke van de Gewestelijke Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de ambtenaar van de dienst aangewezen door de [6 ...]6 Regering, domicilie kiezend in zijn kantoren; zij zijn van bevestiging of visum en van betekening vrijgesteld.
De processen-verbaal worden toegezonden aan de ambtenaren die daartoe door de Gewestelijke Minister van Financiën zijn aangewezen.]2
[6 § 2. De processen-verbaal opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, lid 4, op naam van de bestuurder van het op de openbare weg gecontroleerde voertuig, vermelden verplicht de fiscale afrekening van de sommen verschuldigd uit hoofde van de ontdoken of onbetaalde belastingen, van de fiscale geldboetes en de kosten, en opgave van de maatregelen tot bewaring toegepast ter uitvoering van artikel 11bis, § 4, d)]6.
Deze processen-verbaal hebben bewijskracht, zolang het tegendeel niet bewezen is, voor de feiten die erin worden vastgesteld.
Ze worden overgemaakt aan de ambtenaar aangewezen door de Regering.]1
[2 [3 [4 Inzake verkeersbelasting, belasting op de inverkeerstelling, eurovignet en kilometerheffing]4]3, zijn de personeelsleden van de dienst aangewezen door de Regering, als agent van de gerechtelijke politie of als officier van de gerechtelijke politie bevoegd om over het ganse grondgebied van het Waalse Gewest de overtredingen van de betrokken wetgeving op te sporen, [6 en]6 om de processen-verbaal terzake, alleen of gezamenlijk, op te stellen en om het ontdoken bedrag van de betrokken belasting, verhoogd met de [5 fiscale boete]5, onmiddellijk te innen.
Deze processen-verbaal, waarbij eventueel de schriftelijke uitleg van de overtreders wordt gevoegd, worden opgesteld ten verzoeke van de Gewestelijke Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de ambtenaar van de dienst aangewezen door de [6 ...]6 Regering, domicilie kiezend in zijn kantoren; zij zijn van bevestiging of visum en van betekening vrijgesteld.
De processen-verbaal worden toegezonden aan de ambtenaren die daartoe door de Gewestelijke Minister van Financiën zijn aangewezen.]2
[6 § 2. De processen-verbaal opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, lid 4, op naam van de bestuurder van het op de openbare weg gecontroleerde voertuig, vermelden verplicht de fiscale afrekening van de sommen verschuldigd uit hoofde van de ontdoken of onbetaalde belastingen, van de fiscale geldboetes en de kosten, en opgave van de maatregelen tot bewaring toegepast ter uitvoering van artikel 11bis, § 4, d)]6.
Wijzigingen
Art.12. [1 § 1er. Pour déterminer si une personne est soumise à la taxe et pour établir l'assiette et le montant de la taxe, le service désigné par le Gouvernement peut recourir à tous les moyens de preuve admis par le droit commun, sauf le serment.
§ 2. Les déclarations, renseignements, livres et documents, attestations et documents de gestion, visés par les articles 6 à 11ter, ainsi que les données qui y sont contenues, qui sont enregistrés, conservés ou reproduits par le service désigné par le Gouvernement selon un procédé photographique, optique, électronique ou par toute autre technique de l'informatique ou de la télématique, ainsi que leur représentation sur un support lisible, ont force probante pour l'application des impôts et taxes visés par le présent décret.]1
§ 2. Les déclarations, renseignements, livres et documents, attestations et documents de gestion, visés par les articles 6 à 11ter, ainsi que les données qui y sont contenues, qui sont enregistrés, conservés ou reproduits par le service désigné par le Gouvernement selon un procédé photographique, optique, électronique ou par toute autre technique de l'informatique ou de la télématique, ainsi que leur représentation sur un support lisible, ont force probante pour l'application des impôts et taxes visés par le présent décret.]1
Wijzigingen
Art. 12bis. [6 °1. ]6 [1 De ambtenaren van het Waalse Gewest en de gemeentelijke en provinciale ambtenaren en personeelsleden zijn bevoegd voor het hele grondgebied van het Waalse Gewest om overtredingen op te sporen en om, zelfs alleen, processen-verbaal inzake de taksen en belastingen bedoeld in dit decreet op te stellen.
Deze processen-verbaal hebben bewijskracht, zolang het tegendeel niet bewezen is, voor de feiten die erin worden vastgesteld.
Ze worden overgemaakt aan de ambtenaar aangewezen door de Regering.]1
[2 [3 [4 Inzake verkeersbelasting, belasting op de inverkeerstelling, eurovignet en kilometerheffing]4]3, zijn de personeelsleden van de dienst aangewezen door de Regering, als agent van de gerechtelijke politie of als officier van de gerechtelijke politie bevoegd om over het ganse grondgebied van het Waalse Gewest de overtredingen van de betrokken wetgeving op te sporen, [6 en]6 om de processen-verbaal terzake, alleen of gezamenlijk, op te stellen en om het ontdoken bedrag van de betrokken belasting, verhoogd met de [5 fiscale boete]5, onmiddellijk te innen.
Deze processen-verbaal, waarbij eventueel de schriftelijke uitleg van de overtreders wordt gevoegd, worden opgesteld ten verzoeke van de Gewestelijke Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de ambtenaar van de dienst aangewezen door de [6 ...]6 Regering, domicilie kiezend in zijn kantoren; zij zijn van bevestiging of visum en van betekening vrijgesteld.
De processen-verbaal worden toegezonden aan de ambtenaren die daartoe door de Gewestelijke Minister van Financiën zijn aangewezen.]2
[6 § 2. De processen-verbaal opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, lid 4, op naam van de bestuurder van het op de openbare weg gecontroleerde voertuig, vermelden verplicht de fiscale afrekening van de sommen verschuldigd uit hoofde van de ontdoken of onbetaalde belastingen, van de fiscale geldboetes en de kosten, en opgave van de maatregelen tot bewaring toegepast ter uitvoering van artikel 11bis, § 4, d)]6.
Deze processen-verbaal hebben bewijskracht, zolang het tegendeel niet bewezen is, voor de feiten die erin worden vastgesteld.
Ze worden overgemaakt aan de ambtenaar aangewezen door de Regering.]1
[2 [3 [4 Inzake verkeersbelasting, belasting op de inverkeerstelling, eurovignet en kilometerheffing]4]3, zijn de personeelsleden van de dienst aangewezen door de Regering, als agent van de gerechtelijke politie of als officier van de gerechtelijke politie bevoegd om over het ganse grondgebied van het Waalse Gewest de overtredingen van de betrokken wetgeving op te sporen, [6 en]6 om de processen-verbaal terzake, alleen of gezamenlijk, op te stellen en om het ontdoken bedrag van de betrokken belasting, verhoogd met de [5 fiscale boete]5, onmiddellijk te innen.
Deze processen-verbaal, waarbij eventueel de schriftelijke uitleg van de overtreders wordt gevoegd, worden opgesteld ten verzoeke van de Gewestelijke Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de ambtenaar van de dienst aangewezen door de [6 ...]6 Regering, domicilie kiezend in zijn kantoren; zij zijn van bevestiging of visum en van betekening vrijgesteld.
De processen-verbaal worden toegezonden aan de ambtenaren die daartoe door de Gewestelijke Minister van Financiën zijn aangewezen.]2
[6 § 2. De processen-verbaal opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, lid 4, op naam van de bestuurder van het op de openbare weg gecontroleerde voertuig, vermelden verplicht de fiscale afrekening van de sommen verschuldigd uit hoofde van de ontdoken of onbetaalde belastingen, van de fiscale geldboetes en de kosten, en opgave van de maatregelen tot bewaring toegepast ter uitvoering van artikel 11bis, § 4, d)]6.
Wijzigingen
Art. 12bis. [6 § 1.]6[1 Les fonctionnaires de la Région wallonne, les fonctionnaires et agents communaux et provinciaux, sont qualifiés sur l'ensemble du territoire de la Région wallonne pour rechercher les infractions et dresser, même seuls, les procès-verbaux en matière de taxes et impôts visés par le présent décret.
Ces procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire des faits quelconques qui y sont relatés.
Ils sont transmis au fonctionnaire désigné par le Gouvernement.]1
[2 [3 [4 En matière de taxe de circulation, de taxe de mise en circulation, d'eurovignette et de prélèvement kilométrique]4]3, les membres du personnel du service désigné par le Gouvernement, en qualité d'agent de police judiciaire ou en qualité d'officier de police judiciaire, sont compétents pour rechercher sur l'ensemble du territoire de la Région wallonne les infractions à la législation concernée, [6 et]6 pour dresser, seuls ou conjointement, les procès-verbaux en la matière [6 ...]6]5.
Ces procès-verbaux, auxquels sont annexées éventuellement les explications écrites des contrevenants, sont rédigés à la requête du Ministre régional des Finances, pour poursuites et diligences du fonctionnaire du service désigné par le Gouvernement [6 ...]6, faisant élection de domicile dans ses bureaux; ils sont dispensés de l'affirmation ou du visa et de la notification.
Les procès-verbaux sont transmis aux fonctionnaires qui sont désignés à cet effet par le Ministre régional des Finances.]2
[6 § 2. Les procès-verbaux dressés en application du paragraphe 1er, alinéa 4, au nom du conducteur du véhicule contrôlé sur la voie publique, reprennent impérativement le décompte fiscal des sommes dues au titre des taxes éludées ou impayées, des amendes fiscales et des frais ainsi que l'indication des mesures de rétention appliquées en exécution de l'article 11bis, § 4, d).]6
Ces procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire des faits quelconques qui y sont relatés.
Ils sont transmis au fonctionnaire désigné par le Gouvernement.]1
[2 [3 [4 En matière de taxe de circulation, de taxe de mise en circulation, d'eurovignette et de prélèvement kilométrique]4]3, les membres du personnel du service désigné par le Gouvernement, en qualité d'agent de police judiciaire ou en qualité d'officier de police judiciaire, sont compétents pour rechercher sur l'ensemble du territoire de la Région wallonne les infractions à la législation concernée, [6 et]6 pour dresser, seuls ou conjointement, les procès-verbaux en la matière [6 ...]6]5.
Ces procès-verbaux, auxquels sont annexées éventuellement les explications écrites des contrevenants, sont rédigés à la requête du Ministre régional des Finances, pour poursuites et diligences du fonctionnaire du service désigné par le Gouvernement [6 ...]6, faisant élection de domicile dans ses bureaux; ils sont dispensés de l'affirmation ou du visa et de la notification.
Les procès-verbaux sont transmis aux fonctionnaires qui sont désignés à cet effet par le Ministre régional des Finances.]2
[6 § 2. Les procès-verbaux dressés en application du paragraphe 1er, alinéa 4, au nom du conducteur du véhicule contrôlé sur la voie publique, reprennent impérativement le décompte fiscal des sommes dues au titre des taxes éludées ou impayées, des amendes fiscales et des frais ainsi que l'indication des mesures de rétention appliquées en exécution de l'article 11bis, § 4, d).]6
Wijzigingen
Art. 12quater. [1 In afwijking van de artikelen 10 tot 11bis is de dienst aangewezen door de Regering niet gemachtigd om in de rekeningen, boeken en documenten van de bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten.
De artikelen 10 tot 11bis zijn ook niet van toepassing op het Nationaal Instituut voor de Statistiek, op de openbare financiële en kredietinstellingen en -inrichtingen, wat betreft de individuele gegevens die over derden worden ingezameld.
Indien evenwel, het onderzoek van de dienst aangewezen door de Regering, uitgevoerd op basis van de artikelen 10 tot 11bis bij andere personen of instellingen dan die bedoeld in lid 1 en 2, concrete elementen aan het licht brengt die het bestaan of de voorbereiding van een mechanisme van belastingontduiking kunnen doen vermoeden, kan de daartoe door de Minister bevoegd voor Financiën aangewezen ambtenaar uit de rekeningen, boeken en documenten van de instelling inlichtingen putten die het mogelijk maken het onderzoek te voltooien en de door deze cliënt verschuldigde belastingen en taksen te bepalen.]1
De artikelen 10 tot 11bis zijn ook niet van toepassing op het Nationaal Instituut voor de Statistiek, op de openbare financiële en kredietinstellingen en -inrichtingen, wat betreft de individuele gegevens die over derden worden ingezameld.
Indien evenwel, het onderzoek van de dienst aangewezen door de Regering, uitgevoerd op basis van de artikelen 10 tot 11bis bij andere personen of instellingen dan die bedoeld in lid 1 en 2, concrete elementen aan het licht brengt die het bestaan of de voorbereiding van een mechanisme van belastingontduiking kunnen doen vermoeden, kan de daartoe door de Minister bevoegd voor Financiën aangewezen ambtenaar uit de rekeningen, boeken en documenten van de instelling inlichtingen putten die het mogelijk maken het onderzoek te voltooien en de door deze cliënt verschuldigde belastingen en taksen te bepalen.]1
Art. 12ter. [1 § 1er. § 1er. Tout renseignement, pièce, procès-verbal ou acte découvert ou obtenu dans l'exercice de ses fonctions, par un fonctionnaire de la Région wallonne, soit directement, soit par l'entremise d'un des services désignés à l'article 11, § 2 et § 3, [2 soit dans le cadre de l'assistance mutuelle menée conformément au chapitre IXbis,]2 peut être invoqué par la Région wallonne pour la recherche de toute somme due relativement aux impôts et taxes visés par le présent décret.
§ 2. Tout fonctionnaire de la Région wallonne, régulièrement chargé d'effectuer chez une personne physique ou morale un contrôle ou une enquête se rapportant à l'application d'un impôt ou d'une taxe visé par le présent décret, est, de plein droit, habilité à prendre, rechercher ou recueillir tous renseignements propres à assurer l'exacte perception de tous autres impôts ou taxes établis au profit de la Région wallonne et dont la Région wallonne assure le service.]1
§ 2. Tout fonctionnaire de la Région wallonne, régulièrement chargé d'effectuer chez une personne physique ou morale un contrôle ou une enquête se rapportant à l'application d'un impôt ou d'une taxe visé par le présent décret, est, de plein droit, habilité à prendre, rechercher ou recueillir tous renseignements propres à assurer l'exacte perception de tous autres impôts ou taxes établis au profit de la Région wallonne et dont la Région wallonne assure le service.]1
Art. 12quinquies. [1 De Administratie kan zich niet verzetten tegen een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen die één en dezelfde rechtshandeling tot stand brengen, indien de Administratie op grond van vermoedens of andere bewijzen overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 12 ter en in het licht van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van een rechtshandeling of het geheel van door hem verrichte rechtshandelingen een van de volgende handelingen verricht:
1° hetzij een verrichting waardoor hij in strijd handelt met de doelstellingen van een bepaling inzake retributies en belastingen bedoeld in artikel 1 of van de uitvoeringsbesluiten daarvan die buiten het toepassingsgebied van die bepaling vallen;
2° hetzij een verrichting waarbij hij zich beroept op een fiscaal voordeel waarin is voorzien in een bepaling inzake retributies en belastingen bedoeld in artikel 1 of in de uitvoeringsbesluiten ervan, waarvan de toekenning in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling, en die in wezen gericht is op het verkrijgen van dat voordeel.
Het staat aan de belastingplichtige te bewijzen dat de keuze voor deze rechtshandeling of dit geheel van rechtshandelingen wordt gerechtvaardigd door andere redenen dan de wil om belastingen, rechten of heffingen in de zin van dit decreet te ontgaan.
Indien de belastingplichtige het tegendeel niet bewijst, worden de maatstaf van heffing en de berekening van de belasting of het recht zodanig hersteld dat de handeling het voorwerp wordt van een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet, alsof het misbruik niet had plaatsgevonden. ]1
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van een rechtshandeling of het geheel van door hem verrichte rechtshandelingen een van de volgende handelingen verricht:
1° hetzij een verrichting waardoor hij in strijd handelt met de doelstellingen van een bepaling inzake retributies en belastingen bedoeld in artikel 1 of van de uitvoeringsbesluiten daarvan die buiten het toepassingsgebied van die bepaling vallen;
2° hetzij een verrichting waarbij hij zich beroept op een fiscaal voordeel waarin is voorzien in een bepaling inzake retributies en belastingen bedoeld in artikel 1 of in de uitvoeringsbesluiten ervan, waarvan de toekenning in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling, en die in wezen gericht is op het verkrijgen van dat voordeel.
Het staat aan de belastingplichtige te bewijzen dat de keuze voor deze rechtshandeling of dit geheel van rechtshandelingen wordt gerechtvaardigd door andere redenen dan de wil om belastingen, rechten of heffingen in de zin van dit decreet te ontgaan.
Indien de belastingplichtige het tegendeel niet bewijst, worden de maatstaf van heffing en de berekening van de belasting of het recht zodanig hersteld dat de handeling het voorwerp wordt van een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet, alsof het misbruik niet had plaatsgevonden. ]1
Wijzigingen
[2](geen Nederlandstalige versie)
HOOFDSTUK III. - Aanslagprocedure.
Art. 12quater. [1 Par dérogation aux articles 10 à 11bis, le service désigné par le Gouvernement n'est pas autorisé à recueillir, dans les comptes, livres et documents des établissements de banque, de change, de crédit et d'épargne, des renseignements en vue de l'imposition de leurs clients.
De même, les articles 10 à 11bis ne sont pas [2 applicables]2 à l'Institut national de statistique, aux établissements et institutions publics financiers et de crédit, pour ce qui concerne les renseignements individuels recueillis sur des tiers.
Si cependant, l'enquête du service désigné par le Gouvernement effectuée sur base des articles 10 à 11bis, auprès d'autres personnes ou établissements que ceux visés aux alinéas 1er et 2, a fait apparaître des éléments concrets permettant de présumer l'existence ou la préparation d'un mécanisme de fraude fiscale, le fonctionnaire désigné à cette fin par le Ministre qui a les Finances dans ses attributions peut relever dans les comptes, livres et documents de l'établissement, les renseignements permettant de compléter l'enquête et de déterminer les impôts et taxes dus par ce client.]1
De même, les articles 10 à 11bis ne sont pas [2 applicables]2 à l'Institut national de statistique, aux établissements et institutions publics financiers et de crédit, pour ce qui concerne les renseignements individuels recueillis sur des tiers.
Si cependant, l'enquête du service désigné par le Gouvernement effectuée sur base des articles 10 à 11bis, auprès d'autres personnes ou établissements que ceux visés aux alinéas 1er et 2, a fait apparaître des éléments concrets permettant de présumer l'existence ou la préparation d'un mécanisme de fraude fiscale, le fonctionnaire désigné à cette fin par le Ministre qui a les Finances dans ses attributions peut relever dans les comptes, livres et documents de l'établissement, les renseignements permettant de compléter l'enquête et de déterminer les impôts et taxes dus par ce client.]1
Art. 12quinquies. [1 De Administratie kan zich niet verzetten tegen een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen die één en dezelfde rechtshandeling tot stand brengen, indien de Administratie op grond van vermoedens of andere bewijzen overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 12 ter en in het licht van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van een rechtshandeling of het geheel van door hem verrichte rechtshandelingen een van de volgende handelingen verricht:
1° hetzij een verrichting waardoor hij in strijd handelt met de doelstellingen van een bepaling inzake retributies en belastingen bedoeld in artikel 1 of van de uitvoeringsbesluiten daarvan die buiten het toepassingsgebied van die bepaling vallen;
2° hetzij een verrichting waarbij hij zich beroept op een fiscaal voordeel waarin is voorzien in een bepaling inzake retributies en belastingen bedoeld in artikel 1 of in de uitvoeringsbesluiten ervan, waarvan de toekenning in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling, en die in wezen gericht is op het verkrijgen van dat voordeel.
Het staat aan de belastingplichtige te bewijzen dat de keuze voor deze rechtshandeling of dit geheel van rechtshandelingen wordt gerechtvaardigd door andere redenen dan de wil om belastingen, rechten of heffingen in de zin van dit decreet te ontgaan.
Indien de belastingplichtige het tegendeel niet bewijst, worden de maatstaf van heffing en de berekening van de belasting of het recht zodanig hersteld dat de handeling het voorwerp wordt van een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet, alsof het misbruik niet had plaatsgevonden. ]1
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van een rechtshandeling of het geheel van door hem verrichte rechtshandelingen een van de volgende handelingen verricht:
1° hetzij een verrichting waardoor hij in strijd handelt met de doelstellingen van een bepaling inzake retributies en belastingen bedoeld in artikel 1 of van de uitvoeringsbesluiten daarvan die buiten het toepassingsgebied van die bepaling vallen;
2° hetzij een verrichting waarbij hij zich beroept op een fiscaal voordeel waarin is voorzien in een bepaling inzake retributies en belastingen bedoeld in artikel 1 of in de uitvoeringsbesluiten ervan, waarvan de toekenning in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling, en die in wezen gericht is op het verkrijgen van dat voordeel.
Het staat aan de belastingplichtige te bewijzen dat de keuze voor deze rechtshandeling of dit geheel van rechtshandelingen wordt gerechtvaardigd door andere redenen dan de wil om belastingen, rechten of heffingen in de zin van dit decreet te ontgaan.
Indien de belastingplichtige het tegendeel niet bewijst, worden de maatstaf van heffing en de berekening van de belasting of het recht zodanig hersteld dat de handeling het voorwerp wordt van een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet, alsof het misbruik niet had plaatsgevonden. ]1
Wijzigingen
[2](geen Nederlandstalige versie)
Art. 12quinquies. [1 N'est pas opposable à l'administration, l'acte juridique ni l'ensemble d'actes juridiques réalisant une même opération lorsque l'administration démontre par présomptions ou par d'autres moyens de preuve visés aux articles 12 à 12ter et à la lumière de circonstances objectives, qu'il y a abus fiscal.
Il y a abus fiscal lorsque le redevable réalise, par l'acte juridique ou l'ensemble d'actes juridiques qu'il a posé, l'une des opérations suivantes :
1° soit une opération par laquelle il se place en violation des objectifs d'une disposition des taxes et impôts visés à l'article 1er ou des arrêtés pris en exécution de ceux-ci, en-dehors du champ d'application de cette disposition;
2° soit une opération par laquelle il prétend à un avantage fiscal prévu par une disposition des taxes et impôts visés à l'article 1er ou des arrêtés pris en exécution de ceux-ci, dont l'octroi serait contraire aux objectifs de cette disposition et dont le but essentiel est l'obtention de cet avantage.
Il appartient au redevable de prouver que le choix de cet acte juridique ou de cet ensemble d'actes juridiques se justifie par d'autres motifs que la volonté d'éviter les impôts, taxes ou droits visés par le présent décret.
Lorsque le redevable ne fournit pas la preuve contraire, la base imposable et le calcul de l'impôt ou du droit sont rétablis en manière telle que l'opération est soumise à un prélèvement conforme à l'objectif de la loi, comme si l'abus n'avait pas eu lieu. ]1
Il y a abus fiscal lorsque le redevable réalise, par l'acte juridique ou l'ensemble d'actes juridiques qu'il a posé, l'une des opérations suivantes :
1° soit une opération par laquelle il se place en violation des objectifs d'une disposition des taxes et impôts visés à l'article 1er ou des arrêtés pris en exécution de ceux-ci, en-dehors du champ d'application de cette disposition;
2° soit une opération par laquelle il prétend à un avantage fiscal prévu par une disposition des taxes et impôts visés à l'article 1er ou des arrêtés pris en exécution de ceux-ci, dont l'octroi serait contraire aux objectifs de cette disposition et dont le but essentiel est l'obtention de cet avantage.
Il appartient au redevable de prouver que le choix de cet acte juridique ou de cet ensemble d'actes juridiques se justifie par d'autres motifs que la volonté d'éviter les impôts, taxes ou droits visés par le présent décret.
Lorsque le redevable ne fournit pas la preuve contraire, la base imposable et le calcul de l'impôt ou du droit sont rétablis en manière telle que l'opération est soumise à un prélèvement conforme à l'objectif de la loi, comme si l'abus n'avait pas eu lieu. ]1
Art.13.Indien het bestuur meent dat de bestanddelen die de belastingplichtige in zijn aangifte opgenomen heeft, dienen te worden gewijzigd, worden laatstgenoemde [1 ,bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]1 de bestanddelen medegedeeld die [de dienst die de Regering heeft aangewezen] voornemens is in de plaats te stellen van de in de aangifte opgenomen bestanddelen, waarbij de redenen worden opgegeven die de wijziging van aangifte kennelijk staven.
CHAPITRE III. - Procédure de taxation.
Art.14.De belastingplichtige mag [de dienst die de Regering heeft aangewezen] [1 binnen één maand na de datum van uitwerking van het advies van wijziging, zoals berekend overeenkomstig artikel 5, § 3,]1 , waarbij bedoelde termijn om wettige redenen kan worden verlengd, kennis geven van de bemerkingen waarop hij van zins is zich te beroepen.
Section 1. - Rectification de la déclaration.
Art. 13. Indien het bestuur meent dat de bestanddelen die de belastingplichtige in zijn aangifte opgenomen heeft, dienen te worden gewijzigd, worden laatstgenoemde [1 ,bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]1 de bestanddelen medegedeeld die [de dienst die de Regering heeft aangewezen] voornemens is in de plaats te stellen van de in de aangifte opgenomen bestanddelen, waarbij de redenen worden opgegeven die de wijziging van aangifte kennelijk staven.
Art.13. Lorsque [le service désigné par le Gouvernement] estime devoir rectifier les éléments que le redevable a mentionnés dans sa déclaration, elle fait connaître à celui-ci, par [1 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente,]1les éléments qu'elle se propose de substituer à ceux qui ont été déclarés, en indiquant les motifs qui lui paraissent justifier la rectification.
Wijzigingen
Art.15. [1 De dienst die de Regering heeft aangewezen mag de aanslag van ambtswege doorvoeren op grond van de belastinggrondslag die vermoed wordt naar aanleiding van de bestanddelen waarover wordt beschikt in gevallen waarin de belastingplichtige :
- verzuimd heeft om binnen de vereiste termijn indiening te doen van de aangifte waartoe hij bij het decreet [2 of de wetgeving]2 tot vestiging van de belasting verplicht is;
- verzuimd heeft binnen de daartoe voorgeschreven termijn de vormfouten uit zijn aangifte te verwijderen;
[2 - verzuimd heeft op verzoek van de ambtenaar aangewezen door de Regering om binnen een termijn van een maand en zonder zich te verplaatsen, alle inlichtingen en documenten te verstrekken die nodig worden geacht voor de controle van de aangifte i.v.m. de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling en het eurovignet of de toepassing van de wetgeving betreffende deze belastingen;]2
- verzuimd heeft om de inlichtingen opgevraagd door de dienst die de Regering heeft aangewezen binnen de vastgestelde termijn te verstrekken of de van hem geëiste boeken, registers, facturen en andere stukken over te maken, en meer in het algemeen in geval van overtreding van de artikelen 10, 11bis en 11ter door de belastingplichtige;
- verzuimd heeft de belasting op de automatische ontspanningstoestellen te betalen, rekening houdend met een belastbaar toestel, binnen de termijn voorgeschreven door artikel 83 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
De dienst die de [3 ...]3 Regering heeft aangewezen mag ook de aanslag van ambtswege doorvoeren op grond van de belastinggrondslag die vermoed wordt naar aanleiding van de bestanddelen waarover wordt beschikt in geval van toepassing van de artikelen 91 en 92 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.]1
- verzuimd heeft om binnen de vereiste termijn indiening te doen van de aangifte waartoe hij bij het decreet [2 of de wetgeving]2 tot vestiging van de belasting verplicht is;
- verzuimd heeft binnen de daartoe voorgeschreven termijn de vormfouten uit zijn aangifte te verwijderen;
[2 - verzuimd heeft op verzoek van de ambtenaar aangewezen door de Regering om binnen een termijn van een maand en zonder zich te verplaatsen, alle inlichtingen en documenten te verstrekken die nodig worden geacht voor de controle van de aangifte i.v.m. de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling en het eurovignet of de toepassing van de wetgeving betreffende deze belastingen;]2
- verzuimd heeft om de inlichtingen opgevraagd door de dienst die de Regering heeft aangewezen binnen de vastgestelde termijn te verstrekken of de van hem geëiste boeken, registers, facturen en andere stukken over te maken, en meer in het algemeen in geval van overtreding van de artikelen 10, 11bis en 11ter door de belastingplichtige;
- verzuimd heeft de belasting op de automatische ontspanningstoestellen te betalen, rekening houdend met een belastbaar toestel, binnen de termijn voorgeschreven door artikel 83 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
De dienst die de [3 ...]3 Regering heeft aangewezen mag ook de aanslag van ambtswege doorvoeren op grond van de belastinggrondslag die vermoed wordt naar aanleiding van de bestanddelen waarover wordt beschikt in geval van toepassing van de artikelen 91 en 92 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.]1
Art.14. Le redevable peut notifier [au service désigné par le Gouvernement] les observations qu'il entend faire valoir [1 dans un délai d'un mois à compter de la date d'effet de la notification de l'avis de rectification, telle que calculée conformément à l'article 5, § 3,]1 ce délai pouvant être prolongé pour de justes motifs.
La taxe ne peut être établie avant l'expiration de ce délai [, sauf si le redevable a marqué son accord par écrit [2 ou par communication électronique équivalente, ]2 sur la rectification de la déclaration, ou si les droits du Trésor régional sont en péril pour une cause autre que l'expiration des délais d'imposition].
La taxe ne peut être établie avant l'expiration de ce délai [, sauf si le redevable a marqué son accord par écrit [2 ou par communication électronique équivalente, ]2 sur la rectification de la déclaration, ou si les droits du Trésor régional sont en péril pour une cause autre que l'expiration des délais d'imposition].
Art.16.Vóór de aanslag van ambtswege gevestigd wordt, geeft [de dienst die de Regering heeft aangewezen] de belastingplichtige [3 ,bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]3kennis van de redenen waarom tot deze maatregel is beslist, van de bestanddelen waarop de aanslag steunt, van de wijze waarop bedoelde bestanddelen zijn bepaald en van het belastingbedrag.
Section 2. - Taxation d'office.
Art. 15. [1 De dienst die de Regering heeft aangewezen mag de aanslag van ambtswege doorvoeren op grond van de belastinggrondslag die vermoed wordt naar aanleiding van de bestanddelen waarover wordt beschikt in gevallen waarin de belastingplichtige :
- verzuimd heeft om binnen de vereiste termijn indiening te doen van de aangifte waartoe hij bij het decreet [2 of de wetgeving]2 tot vestiging van de belasting verplicht is;
- verzuimd heeft binnen de daartoe voorgeschreven termijn de vormfouten uit zijn aangifte te verwijderen;
[2 - verzuimd heeft op verzoek van de ambtenaar aangewezen door de Regering om binnen een termijn van een maand en zonder zich te verplaatsen, alle inlichtingen en documenten te verstrekken die nodig worden geacht voor de controle van de aangifte i.v.m. de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling en het eurovignet of de toepassing van de wetgeving betreffende deze belastingen;]2
- verzuimd heeft om de inlichtingen opgevraagd door de dienst die de Regering heeft aangewezen binnen de vastgestelde termijn te verstrekken of de van hem geëiste boeken, registers, facturen en andere stukken over te maken, en meer in het algemeen in geval van overtreding van de artikelen 10, 11bis en 11ter door de belastingplichtige;
- verzuimd heeft de belasting op de automatische ontspanningstoestellen te betalen, rekening houdend met een belastbaar toestel, binnen de termijn voorgeschreven door artikel 83 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
De dienst die de [3 ...]3 Regering heeft aangewezen mag ook de aanslag van ambtswege doorvoeren op grond van de belastinggrondslag die vermoed wordt naar aanleiding van de bestanddelen waarover wordt beschikt in geval van toepassing van de artikelen 91 en 92 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.]1
- verzuimd heeft om binnen de vereiste termijn indiening te doen van de aangifte waartoe hij bij het decreet [2 of de wetgeving]2 tot vestiging van de belasting verplicht is;
- verzuimd heeft binnen de daartoe voorgeschreven termijn de vormfouten uit zijn aangifte te verwijderen;
[2 - verzuimd heeft op verzoek van de ambtenaar aangewezen door de Regering om binnen een termijn van een maand en zonder zich te verplaatsen, alle inlichtingen en documenten te verstrekken die nodig worden geacht voor de controle van de aangifte i.v.m. de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling en het eurovignet of de toepassing van de wetgeving betreffende deze belastingen;]2
- verzuimd heeft om de inlichtingen opgevraagd door de dienst die de Regering heeft aangewezen binnen de vastgestelde termijn te verstrekken of de van hem geëiste boeken, registers, facturen en andere stukken over te maken, en meer in het algemeen in geval van overtreding van de artikelen 10, 11bis en 11ter door de belastingplichtige;
- verzuimd heeft de belasting op de automatische ontspanningstoestellen te betalen, rekening houdend met een belastbaar toestel, binnen de termijn voorgeschreven door artikel 83 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
De dienst die de [3 ...]3 Regering heeft aangewezen mag ook de aanslag van ambtswege doorvoeren op grond van de belastinggrondslag die vermoed wordt naar aanleiding van de bestanddelen waarover wordt beschikt in geval van toepassing van de artikelen 91 en 92 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.]1
Art.15. [1 Le service désigné par le Gouvernement peut procéder à la taxation d'office en raison de la base imposable qu'il peut présumer eu égard aux éléments dont il dispose dans les cas où le redevable s'est abstenu :
- soit de remettre la déclaration, qui lui est imposée par le décret [2 ou la législation]2 qui établit la taxe, dans le délai requis;
- soit d'éliminer, dans le délai consenti à cette fin, le ou les vices de forme entachant sa déclaration;
[2 soit de produire, à la requête du fonctionnaire du service désigné par le Gouvernement, dans un délai d'un mois et sans déplacement, tous renseignements et tous documents jugés nécessaires au contrôle de la déclaration relative à la taxe de circulation, mise en circulation et eurovignette ou à l'application de la législation relative à ces dernières taxes;]2
- soit de produire les renseignements demandés par le service désigné par le Gouvernement dans le délai fixé par celui-ci ou de communiquer les livres, registres, factures et autres documents qui lui ont été réclamés, et plus généralement en cas d'infraction par le redevable aux articles 10, 11bis et 11ter ;
- soit de payer la taxe sur les appareils automatiques de divertissement eu égard à un appareil taxable, dans le délai prescrit par l'article 83 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus.
Le service désigné par le Gouvernement [3 ...]3 peut également procéder à la taxation d'office en raison de la base imposable qu'il peut présumer eu égard aux éléments dont il dispose, en cas d'application des articles 91 et 92 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus.]1
- soit de remettre la déclaration, qui lui est imposée par le décret [2 ou la législation]2 qui établit la taxe, dans le délai requis;
- soit d'éliminer, dans le délai consenti à cette fin, le ou les vices de forme entachant sa déclaration;
[2 soit de produire, à la requête du fonctionnaire du service désigné par le Gouvernement, dans un délai d'un mois et sans déplacement, tous renseignements et tous documents jugés nécessaires au contrôle de la déclaration relative à la taxe de circulation, mise en circulation et eurovignette ou à l'application de la législation relative à ces dernières taxes;]2
- soit de produire les renseignements demandés par le service désigné par le Gouvernement dans le délai fixé par celui-ci ou de communiquer les livres, registres, factures et autres documents qui lui ont été réclamés, et plus généralement en cas d'infraction par le redevable aux articles 10, 11bis et 11ter ;
- soit de payer la taxe sur les appareils automatiques de divertissement eu égard à un appareil taxable, dans le délai prescrit par l'article 83 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus.
Le service désigné par le Gouvernement [3 ...]3 peut également procéder à la taxation d'office en raison de la base imposable qu'il peut présumer eu égard aux éléments dont il dispose, en cas d'application des articles 91 et 92 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus.]1
Art. 16. Vóór de aanslag van ambtswege gevestigd wordt, geeft [de dienst die de Regering heeft aangewezen] de belastingplichtige [3 ,bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]3kennis van de redenen waarom tot deze maatregel is beslist, van de bestanddelen waarop de aanslag steunt, van de wijze waarop bedoelde bestanddelen zijn bepaald en van het belastingbedrag.
De belastingplichtige beschikt [2 over een termijn van één maand te rekenen vanaf de datum van uitwerking van deze kennisgeving, zoals berekend overeenkomstig artikel 5, § 3,]2 om zijn bemerkingen schriftelijk [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 mede te delen.
[De belasting kan niet vóór afloop van die termijn opgemaakt worden, tenzij de belastingplichtige schriftelijk heeft ingestemd [1 met de belasting van ambtswege]1 of tenzij de rechten van de gewestelijke Schatkist om een andere reden dan het verstrijken van de aanslagtermijnen in gevaar zijn.]
De belastingplichtige beschikt [2 over een termijn van één maand te rekenen vanaf de datum van uitwerking van deze kennisgeving, zoals berekend overeenkomstig artikel 5, § 3,]2 om zijn bemerkingen schriftelijk [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 mede te delen.
[De belasting kan niet vóór afloop van die termijn opgemaakt worden, tenzij de belastingplichtige schriftelijk heeft ingestemd [1 met de belasting van ambtswege]1 of tenzij de rechten van de gewestelijke Schatkist om een andere reden dan het verstrijken van de aanslagtermijnen in gevaar zijn.]
Art.16. Avant de procéder à la taxation d'office, [le service désigné par le Gouvernement] notifie au redevable, par [3 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente,]3, les motifs du recours à cette procédure et les éléments sur lesquels la taxation est basée, ainsi que le mode de détermination de ces éléments et le montant de la taxe.
Le redevable dispose [2 d'un délai d'un mois à compter de la date d'effet de cette notification, telle que calculée conformément à l'article 5, § 3,]2 pour faire valoir ses observations par écrit [3 ou par communication électronique équivalente ]3.
[La taxe ne peut être établie avant l'expiration de ce délai, sauf si le redevable a marqué son accord par écrit [1 sur la taxation d'office]1 , ou si les droits du Trésor régional sont en péril pour une cause autre que l'expiration des délais d'imposition.]
Le redevable dispose [2 d'un délai d'un mois à compter de la date d'effet de cette notification, telle que calculée conformément à l'article 5, § 3,]2 pour faire valoir ses observations par écrit [3 ou par communication électronique équivalente ]3.
[La taxe ne peut être établie avant l'expiration de ce délai, sauf si le redevable a marqué son accord par écrit [1 sur la taxation d'office]1 , ou si les droits du Trésor régional sont en péril pour une cause autre que l'expiration des délais d'imposition.]
Art. 17bis. <INGEVOEGD bij DWG 2007-03-22/38, art. 60; Inwerkingtreding : 01-01-2008; zie evenwel DWG 2007-03-22/38, art. 72, zoals gewijzigd bij DWG 2007-12-19/45, art. 6> § 1. [1 [7 Ieder belasting wordt alleen geïnd bij de belastingplichtigen: ]7]1 :
a. hetzij krachtens een uitvoerbaar verklaard kohier, document dat de wettelijke inningstitel vormt;
b. hetzij krachtens een betalingsverplichting uit eigen beweging door de wetgeving opgelegd aan de belastingplichtige, of krachtens een aangifte [3 ...]3.
[2 c. hetzij krachtens een uitnodiging tot betaling of een fiscale afrekening, rechtstreeks gericht aan de belastingplichtige door de dienst aangewezen door de Regering.]2
[3 d. [7 of krachtens de fiscale afrekeing bedoeld in artikel 12bis, § 2.]7.]3
§ 2. De kohieren zijn hetzij jaarlijks, hetzij bijzonder.
Bijzondere kohieren hebben betrekking op :
- de belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot rechtzetting van een aangifte bedoeld in § 1, b. ;
- de belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot belasting van ambtswege, wanneer die belastingen betaalbaar zijn uit eigen beweging of op basis van een aangifte, zoals bepaald in paragraaf 1, b. ;
- de andere belastingen bedoeld in § 1, b., bij gebrek aan betaling binnen de termijn voorgeschreven bij de wetgeving die van toepassing is;
- de Waalse belasting op het achterlaten van afval.
[2 - de belastingen bedoeld in § 1, c., bij gebrek aan betaling binnen de termijn voorgeschreven bij de wetgeving die van toepassing is.]2
[3 - de belastingen bedoeld in § 1, d., [7 bij gebrek aan onmiddellijke betaling als bedoeld in artikel 11bis, § 4, d), wanneer deze niet reeds zijn ingekohierd]7.]3
[4 - de belastingen en bijdragen bedoeld in artikel D. 278, § 1 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, als gevolg van een stopzetting van de activiteiten;
- de driemaandelijkse voorschotten betreffende de winningsheffingen en de belastingen op de waterwinningen bij niet-betaling binnen de termijn bepaald in artikel D.281 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.]4
De andere belastingen verschuldigd door een belastingplichtige zijn het voorwerp van jaarlijkse kohieren.
[3 § 2/1. De kohieren die de verschuldigde belastingen bevatten, worden aangelegd, hetzij afzonderlijk per Waalse gewestelijk belasting, hetzij gelijktijdig voor verschillende belastingen. Ze worden per aanslagjaar opgesteld. Ze kunnen voor verschillende dienstjaren worden opgemaakt mits zij jaarlijks met een nieuwe uitvoerbaarverklaring worden bekleed.
§ 2/2. De kohieren worden verbonden aan het begrotingsjaar dat loopt op de datum waarop ze uitvoerbaar worden verklaard; de belastingtarieven en eventueel de opcentiemen in verband met de respectieve aanslagjaren zijn van toepassing.
§ 2/3. [5 ...]5 ]3
[1 § 3. [5 [7 ...]7.]5 ]1
[6 § 4. Inzake de onroerende voorheffing worden de onroerende goederen die onder dezelfde belastingeenheid vallen met een gezamenlijk kadastraal inkomen lager dan vijftien euro niet ingekohierd. Een belastingeenheid wordt gevormd door de gezamenlijke percelen van een kadastrale afdeling gebonden aan dezelfde belastingplichtige of gezamenlijke belastingplichtigen die dezelfde zakelijke rechten op de betrokken goederen hebben.]6
a. hetzij krachtens een uitvoerbaar verklaard kohier, document dat de wettelijke inningstitel vormt;
b. hetzij krachtens een betalingsverplichting uit eigen beweging door de wetgeving opgelegd aan de belastingplichtige, of krachtens een aangifte [3 ...]3.
[2 c. hetzij krachtens een uitnodiging tot betaling of een fiscale afrekening, rechtstreeks gericht aan de belastingplichtige door de dienst aangewezen door de Regering.]2
[3 d. [7 of krachtens de fiscale afrekeing bedoeld in artikel 12bis, § 2.]7.]3
§ 2. De kohieren zijn hetzij jaarlijks, hetzij bijzonder.
Bijzondere kohieren hebben betrekking op :
- de belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot rechtzetting van een aangifte bedoeld in § 1, b. ;
- de belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot belasting van ambtswege, wanneer die belastingen betaalbaar zijn uit eigen beweging of op basis van een aangifte, zoals bepaald in paragraaf 1, b. ;
- de andere belastingen bedoeld in § 1, b., bij gebrek aan betaling binnen de termijn voorgeschreven bij de wetgeving die van toepassing is;
- de Waalse belasting op het achterlaten van afval.
[2 - de belastingen bedoeld in § 1, c., bij gebrek aan betaling binnen de termijn voorgeschreven bij de wetgeving die van toepassing is.]2
[3 - de belastingen bedoeld in § 1, d., [7 bij gebrek aan onmiddellijke betaling als bedoeld in artikel 11bis, § 4, d), wanneer deze niet reeds zijn ingekohierd]7.]3
[4 - de belastingen en bijdragen bedoeld in artikel D. 278, § 1 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, als gevolg van een stopzetting van de activiteiten;
- de driemaandelijkse voorschotten betreffende de winningsheffingen en de belastingen op de waterwinningen bij niet-betaling binnen de termijn bepaald in artikel D.281 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.]4
De andere belastingen verschuldigd door een belastingplichtige zijn het voorwerp van jaarlijkse kohieren.
[3 § 2/1. De kohieren die de verschuldigde belastingen bevatten, worden aangelegd, hetzij afzonderlijk per Waalse gewestelijk belasting, hetzij gelijktijdig voor verschillende belastingen. Ze worden per aanslagjaar opgesteld. Ze kunnen voor verschillende dienstjaren worden opgemaakt mits zij jaarlijks met een nieuwe uitvoerbaarverklaring worden bekleed.
§ 2/2. De kohieren worden verbonden aan het begrotingsjaar dat loopt op de datum waarop ze uitvoerbaar worden verklaard; de belastingtarieven en eventueel de opcentiemen in verband met de respectieve aanslagjaren zijn van toepassing.
§ 2/3. [5 ...]5 ]3
[1 § 3. [5 [7 ...]7.]5 ]1
[6 § 4. Inzake de onroerende voorheffing worden de onroerende goederen die onder dezelfde belastingeenheid vallen met een gezamenlijk kadastraal inkomen lager dan vijftien euro niet ingekohierd. Een belastingeenheid wordt gevormd door de gezamenlijke percelen van een kadastrale afdeling gebonden aan dezelfde belastingplichtige of gezamenlijke belastingplichtigen die dezelfde zakelijke rechten op de betrokken goederen hebben.]6
Wijzigingen
Art.17. Lorsque le redevable est taxé d'office, la preuve du montant exact de la base imposable lui incombe, sauf si le redevable établit qu'il a été empêché, par de justes motifs, de satisfaire à ses obligations dans le délai fixé ou lorsque la taxation d'office a été établie sur la base mentionnée dans l'avis d'imposition d'office avant l'expiration du délai prévu par l'article 14, parce que les droits du Trésor sont en péril.
Art.18.[1 Voor de belastingen in hoofdsom, opcentiemen en [3 fiscale boetes]3 ten gunste van het Gewest, de provincies, de federaties van gemeenten en de gemeenten worden de kohieren aangelegd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar aangewezen door de Regering [2 op de tijdstippen die door dezelfde ambtenaar worden bepaald]2 .]1
CHAPITRE IV. - Délai d'imposition et exigibilité des taxes.
Art. 17bis. <INGEVOEGD bij DWG 2007-03-22/38, art. 60; Inwerkingtreding : 01-01-2008; zie evenwel DWG 2007-03-22/38, art. 72, zoals gewijzigd bij DWG 2007-12-19/45, art. 6> § 1. [1 [7 Ieder belasting wordt alleen geïnd bij de belastingplichtigen: ]7]1 :
a. hetzij krachtens een uitvoerbaar verklaard kohier, document dat de wettelijke inningstitel vormt;
b. hetzij krachtens een betalingsverplichting uit eigen beweging door de wetgeving opgelegd aan de belastingplichtige, of krachtens een aangifte [3 ...]3.
[2 c. hetzij krachtens een uitnodiging tot betaling of een fiscale afrekening, rechtstreeks gericht aan de belastingplichtige door de dienst aangewezen door de Regering.]2
[3 d. [7 of krachtens de fiscale afrekeing bedoeld in artikel 12bis, § 2.]7.]3
§ 2. De kohieren zijn hetzij jaarlijks, hetzij bijzonder.
Bijzondere kohieren hebben betrekking op :
- de belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot rechtzetting van een aangifte bedoeld in § 1, b. ;
- de belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot belasting van ambtswege, wanneer die belastingen betaalbaar zijn uit eigen beweging of op basis van een aangifte, zoals bepaald in paragraaf 1, b. ;
- de andere belastingen bedoeld in § 1, b., bij gebrek aan betaling binnen de termijn voorgeschreven bij de wetgeving die van toepassing is;
- de Waalse belasting op het achterlaten van afval.
[2 - de belastingen bedoeld in § 1, c., bij gebrek aan betaling binnen de termijn voorgeschreven bij de wetgeving die van toepassing is.]2
[3 - de belastingen bedoeld in § 1, d., [7 bij gebrek aan onmiddellijke betaling als bedoeld in artikel 11bis, § 4, d), wanneer deze niet reeds zijn ingekohierd]7.]3
[4 - de belastingen en bijdragen bedoeld in artikel D. 278, § 1 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, als gevolg van een stopzetting van de activiteiten;
- de driemaandelijkse voorschotten betreffende de winningsheffingen en de belastingen op de waterwinningen bij niet-betaling binnen de termijn bepaald in artikel D.281 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.]4
De andere belastingen verschuldigd door een belastingplichtige zijn het voorwerp van jaarlijkse kohieren.
[3 § 2/1. De kohieren die de verschuldigde belastingen bevatten, worden aangelegd, hetzij afzonderlijk per Waalse gewestelijk belasting, hetzij gelijktijdig voor verschillende belastingen. Ze worden per aanslagjaar opgesteld. Ze kunnen voor verschillende dienstjaren worden opgemaakt mits zij jaarlijks met een nieuwe uitvoerbaarverklaring worden bekleed.
§ 2/2. De kohieren worden verbonden aan het begrotingsjaar dat loopt op de datum waarop ze uitvoerbaar worden verklaard; de belastingtarieven en eventueel de opcentiemen in verband met de respectieve aanslagjaren zijn van toepassing.
§ 2/3. [5 ...]5 ]3
[1 § 3. [5 [7 ...]7.]5 ]1
[6 § 4. Inzake de onroerende voorheffing worden de onroerende goederen die onder dezelfde belastingeenheid vallen met een gezamenlijk kadastraal inkomen lager dan vijftien euro niet ingekohierd. Een belastingeenheid wordt gevormd door de gezamenlijke percelen van een kadastrale afdeling gebonden aan dezelfde belastingplichtige of gezamenlijke belastingplichtigen die dezelfde zakelijke rechten op de betrokken goederen hebben.]6
a. hetzij krachtens een uitvoerbaar verklaard kohier, document dat de wettelijke inningstitel vormt;
b. hetzij krachtens een betalingsverplichting uit eigen beweging door de wetgeving opgelegd aan de belastingplichtige, of krachtens een aangifte [3 ...]3.
[2 c. hetzij krachtens een uitnodiging tot betaling of een fiscale afrekening, rechtstreeks gericht aan de belastingplichtige door de dienst aangewezen door de Regering.]2
[3 d. [7 of krachtens de fiscale afrekeing bedoeld in artikel 12bis, § 2.]7.]3
§ 2. De kohieren zijn hetzij jaarlijks, hetzij bijzonder.
Bijzondere kohieren hebben betrekking op :
- de belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot rechtzetting van een aangifte bedoeld in § 1, b. ;
- de belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot belasting van ambtswege, wanneer die belastingen betaalbaar zijn uit eigen beweging of op basis van een aangifte, zoals bepaald in paragraaf 1, b. ;
- de andere belastingen bedoeld in § 1, b., bij gebrek aan betaling binnen de termijn voorgeschreven bij de wetgeving die van toepassing is;
- de Waalse belasting op het achterlaten van afval.
[2 - de belastingen bedoeld in § 1, c., bij gebrek aan betaling binnen de termijn voorgeschreven bij de wetgeving die van toepassing is.]2
[3 - de belastingen bedoeld in § 1, d., [7 bij gebrek aan onmiddellijke betaling als bedoeld in artikel 11bis, § 4, d), wanneer deze niet reeds zijn ingekohierd]7.]3
[4 - de belastingen en bijdragen bedoeld in artikel D. 278, § 1 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, als gevolg van een stopzetting van de activiteiten;
- de driemaandelijkse voorschotten betreffende de winningsheffingen en de belastingen op de waterwinningen bij niet-betaling binnen de termijn bepaald in artikel D.281 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.]4
De andere belastingen verschuldigd door een belastingplichtige zijn het voorwerp van jaarlijkse kohieren.
[3 § 2/1. De kohieren die de verschuldigde belastingen bevatten, worden aangelegd, hetzij afzonderlijk per Waalse gewestelijk belasting, hetzij gelijktijdig voor verschillende belastingen. Ze worden per aanslagjaar opgesteld. Ze kunnen voor verschillende dienstjaren worden opgemaakt mits zij jaarlijks met een nieuwe uitvoerbaarverklaring worden bekleed.
§ 2/2. De kohieren worden verbonden aan het begrotingsjaar dat loopt op de datum waarop ze uitvoerbaar worden verklaard; de belastingtarieven en eventueel de opcentiemen in verband met de respectieve aanslagjaren zijn van toepassing.
§ 2/3. [5 ...]5 ]3
[1 § 3. [5 [7 ...]7.]5 ]1
[6 § 4. Inzake de onroerende voorheffing worden de onroerende goederen die onder dezelfde belastingeenheid vallen met een gezamenlijk kadastraal inkomen lager dan vijftien euro niet ingekohierd. Een belastingeenheid wordt gevormd door de gezamenlijke percelen van een kadastrale afdeling gebonden aan dezelfde belastingplichtige of gezamenlijke belastingplichtigen die dezelfde zakelijke rechten op de betrokken goederen hebben.]6
Wijzigingen
Art. 17bis. § 1er. [1 [7 Toute somme de taxes est uniquement perçue des redevables : ]7:]1 :
a. soit en vertu d'un rôle rendu exécutoire, document qui constitue le titre légal de perception;
b. soit en vertu d'une obligation de paiement d'initiative mise à charge du redevable par la législation, ou en vertu d'une déclaration [3 ...]3.
[2 c. soit en vertu d'une invitation à payer ou d'un décompte fiscal, directement adressé au redevable par le service désigné par le Gouvernement]2
[3 d. [7 d. soit en vertu du décompte fiscal visé à l'article 12bis, § 2 ]7.]3
§ 2. Les rôles sont soit annuels, soit spéciaux.
Font l'objet de rôles spéciaux :
- les taxes visées par une procédure de rectification d'une déclaration mentionnée au § 1er, b. ;
- les taxes visées par une procédure de taxation d'office, lorsque ces taxes sont payables d'initiative ou sur la base d'une déclaration, tel que prévu au § 1er, b. ;
- les autres taxes visées au § 1er, b., à défaut de paiement dans le délai prévu par la législation applicable;
- la taxe wallonne sur l'abandon de déchets;
[2 - les taxes visées au § 1er, c., à défaut de paiement dans le délai prévu par la législation applicable;]2
[3 - les taxes visées au § 1er, d. [7 à défaut du paiement immédiat visé à l'article 11bis, § 4, d), lorsque celles-ci n'ont pas déjà fait l'objet d'un rôle]7;]3
[4 - les taxes et contributions visées à l'article D.278, § 1er du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau suite à une cessation d'activités;
- les provisions trimestrielles afférentes aux taxes de prélèvements et contributions sur les prises d'eau en cas de non-paiement dans le délai fixé à l'article D.281 du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau.]4
Les autres taxes dues par un redevable font l'objet de rôles annuels.
[3 § 2/1. Les rôles contenant les taxes dues sont formés soit distinctement par taxe régionale wallonne, soit simultanément pour plusieurs de ces taxes. Ils sont dressés par exercice d'imposition. Ils peuvent l'être pour plusieurs exercices à condition qu'ils soient revêtus annuellement d'un nouvel exécutoire.
§ 2/2. Les rôles sont rattachés à l'année budgétaire en cours à la date de leur exécutoire; il est fait application des taux de taxe et éventuellement des centimes additionnels afférents aux exercices d'imposition respectifs.
§ 2/3 [5 ...]5 ]3
[1 § 3. [7 ...]7
[6 § 4. En matière de précompte immobilier, les biens immobiliers appartenant à la même unité d'imposition ayant ensemble un revenu cadastral inférieur à quinze euros, ne sont pas enrôlés. Une unité d'imposition rassemble l'ensemble des parcelles d'une division cadastrale attachées au même redevable ou ensemble de redevables ayant les mêmes droits réels sur les biens concernés.]6
a. soit en vertu d'un rôle rendu exécutoire, document qui constitue le titre légal de perception;
b. soit en vertu d'une obligation de paiement d'initiative mise à charge du redevable par la législation, ou en vertu d'une déclaration [3 ...]3.
[2 c. soit en vertu d'une invitation à payer ou d'un décompte fiscal, directement adressé au redevable par le service désigné par le Gouvernement]2
[3 d. [7 d. soit en vertu du décompte fiscal visé à l'article 12bis, § 2 ]7.]3
§ 2. Les rôles sont soit annuels, soit spéciaux.
Font l'objet de rôles spéciaux :
- les taxes visées par une procédure de rectification d'une déclaration mentionnée au § 1er, b. ;
- les taxes visées par une procédure de taxation d'office, lorsque ces taxes sont payables d'initiative ou sur la base d'une déclaration, tel que prévu au § 1er, b. ;
- les autres taxes visées au § 1er, b., à défaut de paiement dans le délai prévu par la législation applicable;
- la taxe wallonne sur l'abandon de déchets;
[2 - les taxes visées au § 1er, c., à défaut de paiement dans le délai prévu par la législation applicable;]2
[3 - les taxes visées au § 1er, d. [7 à défaut du paiement immédiat visé à l'article 11bis, § 4, d), lorsque celles-ci n'ont pas déjà fait l'objet d'un rôle]7;]3
[4 - les taxes et contributions visées à l'article D.278, § 1er du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau suite à une cessation d'activités;
- les provisions trimestrielles afférentes aux taxes de prélèvements et contributions sur les prises d'eau en cas de non-paiement dans le délai fixé à l'article D.281 du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau.]4
Les autres taxes dues par un redevable font l'objet de rôles annuels.
[3 § 2/1. Les rôles contenant les taxes dues sont formés soit distinctement par taxe régionale wallonne, soit simultanément pour plusieurs de ces taxes. Ils sont dressés par exercice d'imposition. Ils peuvent l'être pour plusieurs exercices à condition qu'ils soient revêtus annuellement d'un nouvel exécutoire.
§ 2/2. Les rôles sont rattachés à l'année budgétaire en cours à la date de leur exécutoire; il est fait application des taux de taxe et éventuellement des centimes additionnels afférents aux exercices d'imposition respectifs.
§ 2/3 [5 ...]5 ]3
[1 § 3. [7 ...]7
[6 § 4. En matière de précompte immobilier, les biens immobiliers appartenant à la même unité d'imposition ayant ensemble un revenu cadastral inférieur à quinze euros, ne sont pas enrôlés. Une unité d'imposition rassemble l'ensemble des parcelles d'une division cadastrale attachées au même redevable ou ensemble de redevables ayant les mêmes droits réels sur les biens concernés.]6
Wijzigingen
Art.19. Het belastbaar tijdperk valt samen met het kalenderjaar waarop de voor belasting in aanmerking genomen toestand betrekking heeft, of met het deel van het kalenderjaar waarin de belastingplichtige de voorwaarden heeft vervuld om aan de belasting te worden onderworpen.
[Het aanslagjaar is :
- [1 voor de belastingen betaalbaar uit eigen beweging of op basis van een aangifte, zoals bepaald bij artikel 17bis, § 1, b., voor de belastingen die het voorwerp uitmaken van een uitnodiging tot betaling of een fiscale afrekening, rechtstreeks gericht aan de belastingplichtige door de dienst aangewezen door de Regering, zoals bepaald bij artikel 17bis, § 1, c., alsook voor de Waalse belasting op het achterlaten van afval, voor de belasting op de spelen en weddenschappen en de belasting op de automatische ontspanningstoestellen : het kalenderjaar dat het belastbare tijdperk bevat;]1
[2 - voor de onroerende voorheffing, het jaartal van het jaar waarvan de inkomsten als grondslag voor bedoelde voorheffing dienen;]2
- voor de overige belastingen : het kalenderjaar dat volgt op het belastbare tijdperk.]
[Derde lid opgeheven]
De belasting die voor een aanslagjaar verschuldigd is, wordt gevestigd op basis van de belastbare grondslag die betrekking heeft op het belastbare tijdperk.
[Het aanslagjaar is :
- [1 voor de belastingen betaalbaar uit eigen beweging of op basis van een aangifte, zoals bepaald bij artikel 17bis, § 1, b., voor de belastingen die het voorwerp uitmaken van een uitnodiging tot betaling of een fiscale afrekening, rechtstreeks gericht aan de belastingplichtige door de dienst aangewezen door de Regering, zoals bepaald bij artikel 17bis, § 1, c., alsook voor de Waalse belasting op het achterlaten van afval, voor de belasting op de spelen en weddenschappen en de belasting op de automatische ontspanningstoestellen : het kalenderjaar dat het belastbare tijdperk bevat;]1
[2 - voor de onroerende voorheffing, het jaartal van het jaar waarvan de inkomsten als grondslag voor bedoelde voorheffing dienen;]2
- voor de overige belastingen : het kalenderjaar dat volgt op het belastbare tijdperk.]
[Derde lid opgeheven]
De belasting die voor een aanslagjaar verschuldigd is, wordt gevestigd op basis van de belastbare grondslag die betrekking heeft op het belastbare tijdperk.
Art.18. [1 Pour les taxes, en principal, additionnels et [3 amendes fiscales]3, au profit de la Région, des provinces, des fédérations de communes et des communes, les rôles sont formés et rendus exécutoires par le fonctionnaire désigné par le Gouvernement [2 aux époques fixées par ce même fonctionnaire]2.]1
Art. 18bis. [1 § 1. De belastingen worden op de rol geplaatst ten name van de betrokken belastingplichtigen.
§ 2. De belastingen ten laste van overleden belastingplichtigen worden ingekohierd ten name van deze, voorafgegaan door het woord "Erfopvolging" en gevolgd door de eventuele vermelding van de persoon of personen die zich bekend hebben gemaakt bij de ambtenaar belast met de vestiging van de belasting als erfopvolger, legataris, begiftigde of bijzondere gemachtigde.
De identiteit van dIe personen wordt gedetailleerd. Als één van de erfopvolgers uitdrukkelijk werd aangewezen om bij plaatsvervulling op te komen, wordt de inkohiering uitgevoerd overeenkomstig de volgende formule : "Erfopvolging X., de plaats van de erfopvolgers vervuld door...".
In geval van aanslag van ambtswege, moet de naam van de overleden belastingschuldige (Nalatenschap X ...) slechts gevolgd worden door de vermelding van een van de erfgenamen die aan de dienst aangewezen door de [3 ...]3 Regering bekend is.
§ 3. Ingeval een vennootschap wordt overgenomen of gesplitst in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing als bedoel [4 in de artikelen 12:1 tot 12:8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]4, of een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht, wordt de aanslag inzake de overgenomen of gesplitste vennootschap, betreffende haar activiteiten tot en met de voornoemde verrichting, gevestigd, binnen de termijnen bepaald in dit hoofdstuk, ten name van de overnemende vennootschap of de verkrijgende vennootschappen zelfs op een tijdstip waarop de overgenomen of gesplitste vennootschap als rechtspersoon niet langer bestaat.]1
[2 § 4. Belastingen in de onroerende voorheffing voor een onroerend goed dat eigendom is van meerdere eigenaren in onverdeeldheid worden op de naam van één of meerdere eigenaren in het kohier ingeschreven, gevolgd door de woorden "in onverdeeldheid".]2
§ 2. De belastingen ten laste van overleden belastingplichtigen worden ingekohierd ten name van deze, voorafgegaan door het woord "Erfopvolging" en gevolgd door de eventuele vermelding van de persoon of personen die zich bekend hebben gemaakt bij de ambtenaar belast met de vestiging van de belasting als erfopvolger, legataris, begiftigde of bijzondere gemachtigde.
De identiteit van dIe personen wordt gedetailleerd. Als één van de erfopvolgers uitdrukkelijk werd aangewezen om bij plaatsvervulling op te komen, wordt de inkohiering uitgevoerd overeenkomstig de volgende formule : "Erfopvolging X., de plaats van de erfopvolgers vervuld door...".
In geval van aanslag van ambtswege, moet de naam van de overleden belastingschuldige (Nalatenschap X ...) slechts gevolgd worden door de vermelding van een van de erfgenamen die aan de dienst aangewezen door de [3 ...]3 Regering bekend is.
§ 3. Ingeval een vennootschap wordt overgenomen of gesplitst in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing als bedoel [4 in de artikelen 12:1 tot 12:8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]4, of een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht, wordt de aanslag inzake de overgenomen of gesplitste vennootschap, betreffende haar activiteiten tot en met de voornoemde verrichting, gevestigd, binnen de termijnen bepaald in dit hoofdstuk, ten name van de overnemende vennootschap of de verkrijgende vennootschappen zelfs op een tijdstip waarop de overgenomen of gesplitste vennootschap als rechtspersoon niet langer bestaat.]1
[2 § 4. Belastingen in de onroerende voorheffing voor een onroerend goed dat eigendom is van meerdere eigenaren in onverdeeldheid worden op de naam van één of meerdere eigenaren in het kohier ingeschreven, gevolgd door de woorden "in onverdeeldheid".]2
Art. 18bis. [1 § 1er. Les impositions sont portées au rôle au nom des redevables intéressés.
§ 2. Quant aux impositions établies à charge de redevables décédés, elles sont enrôlées au nom de ceux-ci, précédé du mot "Succession" et suivi éventuellement de l'indication de la personne ou des personnes qui se sont fait connaître au fonctionnaire chargé de l'établissement de la taxe comme héritier, légataire, donataire ou mandataire spécial.
L'identité de ces personnes est détaillée. Si l'un des héritiers a été formellement désigné pour représenter la succession, l'enrôlement se fait d'après la formule suivante : "Succession X..., les héritiers représentés par...".
Dans l'éventualité d'une taxation d'office, il suffit que le nom du redevable décédé (Succession X...) soit suivi de l'indication de l'un des héritiers, connu du service désigné par le Gouvernement [3 ...]3
§ 3. Dans l'éventualité où une société est absorbée ou scindée dans le cadre d'une fusion, d'une opération assimilée à une fusion ou d'une scission visées [4 aux articles 12:1 à 12:8 du Code des sociétés et des associations]4, ou d'une opération de droit des sociétés similaire en droit étranger, l'imposition relative à la société absorbée ou scindée, concernant ses activités jusque et y compris l'opération précitée, est établie dans les délais prévus dans le présent chapitre dans le chef de la société absorbante ou des sociétés bénéficiaires, même au moment où la société absorbée ou scindée comme personne morale n'existe plus.]1
[2 § 4. Les impositions au précompte immobilier afférentes à un immeuble appartenant à plusieurs propriétaires en indivision sont portées au rôle au nom d'un ou plusieurs propriétaires, suivi des mots " en indivision ".]2
§ 2. Quant aux impositions établies à charge de redevables décédés, elles sont enrôlées au nom de ceux-ci, précédé du mot "Succession" et suivi éventuellement de l'indication de la personne ou des personnes qui se sont fait connaître au fonctionnaire chargé de l'établissement de la taxe comme héritier, légataire, donataire ou mandataire spécial.
L'identité de ces personnes est détaillée. Si l'un des héritiers a été formellement désigné pour représenter la succession, l'enrôlement se fait d'après la formule suivante : "Succession X..., les héritiers représentés par...".
Dans l'éventualité d'une taxation d'office, il suffit que le nom du redevable décédé (Succession X...) soit suivi de l'indication de l'un des héritiers, connu du service désigné par le Gouvernement [3 ...]3
§ 3. Dans l'éventualité où une société est absorbée ou scindée dans le cadre d'une fusion, d'une opération assimilée à une fusion ou d'une scission visées [4 aux articles 12:1 à 12:8 du Code des sociétés et des associations]4, ou d'une opération de droit des sociétés similaire en droit étranger, l'imposition relative à la société absorbée ou scindée, concernant ses activités jusque et y compris l'opération précitée, est établie dans les délais prévus dans le présent chapitre dans le chef de la société absorbante ou des sociétés bénéficiaires, même au moment où la société absorbée ou scindée comme personne morale n'existe plus.]1
[2 § 4. Les impositions au précompte immobilier afférentes à un immeuble appartenant à plusieurs propriétaires en indivision sont portées au rôle au nom d'un ou plusieurs propriétaires, suivi des mots " en indivision ".]2
Art. 20bis. [1 De belasting of belastingtoeslag kan zelfs na het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 20 worden gevestigd, wanneer :
1° [3 een rechtsvordering uitwijst dat de belastingplichtige bedoeld in dit decreet de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de betrokken belasting vestigt, heeft overtreden gedurende een van de tien jaren die voorafgaan aan het jaar waarin de gerechtelijke procedure is ingesteld; in dit geval moet de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen vierentwintig maanden te rekenen vanaf de datum waarop tegen de beslissing van genoemde rechtsvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend]3;
2° [3 bewijskrachtige gegevens waarvan de dienst aangewezen door de Waalse Regering kennis krijgt, uitwijzen dat de belastingplichtige bedoeld in dit decreet de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de betrokken belasting vestigt, heeft overtreden gedurende een van de tien jaren voorafgaande aan het jaar waarin deze elementen ter kennis van genoemde aangewezen dienst zijn gekomen; in dat geval wordt de belasting of de heffing vastgesteld binnen vierentwintig maanden na de datum waarop deze elementen ter kennis zijn gekomen van deze aangewezen diens]3;]1
[2 3° er na een procedure voor onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een geschilbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van het decreet van 2 juli 2020 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, nog belastingen verschuldigd zijn, in welk geval de belasting of de toeslag wordt vastgesteld binnen twaalf maanden na de datum waarop de procedure is voltooid.]2
1° [3 een rechtsvordering uitwijst dat de belastingplichtige bedoeld in dit decreet de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de betrokken belasting vestigt, heeft overtreden gedurende een van de tien jaren die voorafgaan aan het jaar waarin de gerechtelijke procedure is ingesteld; in dit geval moet de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen vierentwintig maanden te rekenen vanaf de datum waarop tegen de beslissing van genoemde rechtsvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend]3;
2° [3 bewijskrachtige gegevens waarvan de dienst aangewezen door de Waalse Regering kennis krijgt, uitwijzen dat de belastingplichtige bedoeld in dit decreet de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de betrokken belasting vestigt, heeft overtreden gedurende een van de tien jaren voorafgaande aan het jaar waarin deze elementen ter kennis van genoemde aangewezen dienst zijn gekomen; in dat geval wordt de belasting of de heffing vastgesteld binnen vierentwintig maanden na de datum waarop deze elementen ter kennis zijn gekomen van deze aangewezen diens]3;]1
[2 3° er na een procedure voor onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een geschilbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van het decreet van 2 juli 2020 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, nog belastingen verschuldigd zijn, in welk geval de belasting of de toeslag wordt vastgesteld binnen twaalf maanden na de datum waarop de procedure is voltooid.]2
Art.19. La période imposable est l'année civile à laquelle se rapporte la situation qui fait l'objet de la taxe, ou la partie de cette année civile pendant laquelle le redevable a réuni les conditions d'assujettissement à la taxe.
[L'exercice d'imposition est :
- [1 - pour les taxes payables d'initiative ou sur la base d'une déclaration, tel que prévu à l'article 17bis, § 1er, b., pour les taxes faisant l'objet d'une invitation à payer ou d'un décompte fiscal directement adressé au redevable par le service désigné par le Gouvernement, tel que prévu à l'article 17bis, § 1er, c., ainsi que pour la taxe wallonne sur l'abandon de déchets, pour la taxe sur les jeux et paris et pour la taxe sur les appareils automatiques de divertissement : l'année civile comportant la période imposable;]1
[2 - pour le précompte immobilier, le millésime de l'année dont les revenus servent de base audit précompte;]2
- pour les autres taxes : l'année civile qui suit la période imposable;]
[Alinéa 3 abrogé];
La taxe due pour un exercice d'imposition est établie sur la base imposable relative à la période imposable.
[L'exercice d'imposition est :
- [1 - pour les taxes payables d'initiative ou sur la base d'une déclaration, tel que prévu à l'article 17bis, § 1er, b., pour les taxes faisant l'objet d'une invitation à payer ou d'un décompte fiscal directement adressé au redevable par le service désigné par le Gouvernement, tel que prévu à l'article 17bis, § 1er, c., ainsi que pour la taxe wallonne sur l'abandon de déchets, pour la taxe sur les jeux et paris et pour la taxe sur les appareils automatiques de divertissement : l'année civile comportant la période imposable;]1
[2 - pour le précompte immobilier, le millésime de l'année dont les revenus servent de base audit précompte;]2
- pour les autres taxes : l'année civile qui suit la période imposable;]
[Alinéa 3 abrogé];
La taxe due pour un exercice d'imposition est établie sur la base imposable relative à la période imposable.
Art. 20. De belasting moet uiterlijk gevestigd zijn op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
[1 [3 De belasting of belastingtoeslag kan vanaf 1 januari van het aanslagjaar evenwel gedurende drie jaar gevestigd worden in het geval van :
- belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot rechtzetting van de aangifte;
- belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot aanslag van ambtswege;
- belastingen bedoeld in artikel 17bis, § 1, b., voorzover ze niet betaald worden binnen de termijn bepaald bij de wetgeving die van toepassing is;
- de Waalse belasting op het achterlaten van afval;
- belastingen bedoeld in artikel 17bis, § 1, c) en d);
- onroerende voorheffing.
Deze termijn wordt met [4 zeven]4 jaar verlengd bij een overtreding van de wetgeving tot vestiging van de belasting, gepleegd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden.
In afwijking van het derde lid wordt deze termijn met vier jaar verlengd bij een overtreding van de wettelijke en reglementaire bepalingen tot vestiging van de onroerende voorheffing, gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden]3]1.
[1 [3 De belasting of belastingtoeslag kan vanaf 1 januari van het aanslagjaar evenwel gedurende drie jaar gevestigd worden in het geval van :
- belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot rechtzetting van de aangifte;
- belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot aanslag van ambtswege;
- belastingen bedoeld in artikel 17bis, § 1, b., voorzover ze niet betaald worden binnen de termijn bepaald bij de wetgeving die van toepassing is;
- de Waalse belasting op het achterlaten van afval;
- belastingen bedoeld in artikel 17bis, § 1, c) en d);
- onroerende voorheffing.
Deze termijn wordt met [4 zeven]4 jaar verlengd bij een overtreding van de wetgeving tot vestiging van de belasting, gepleegd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden.
In afwijking van het derde lid wordt deze termijn met vier jaar verlengd bij een overtreding van de wettelijke en reglementaire bepalingen tot vestiging van de onroerende voorheffing, gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden]3]1.
Art.20. La taxe doit être établie au plus tard le 30 juin de l'année qui suit l'exercice d'imposition.
[1 [3 Toutefois, la taxe ou le supplément de taxe peut être établi pendant trois ans à partir du 1er janvier de l'exercice d'imposition dans le cas où il s'agit :
- de taxes visées par une procédure de rectification de la déclaration ;
- de taxes visées par une procédure de taxation d'office ;
- de taxes visées à l'article 17bis, § 1er, b., dans la mesure où elles ne sont pas payées dans le délai prévu par la législation applicable ;
- de la taxe wallonne sur l'abandon de déchets ;
- de taxes visées à l'article 17bis, § 1er, c) et d) ;
- de précompte immobilier.
Ce délai est prolongé de [4 sept]4 ans en cas d'infraction à la législation qui établit la taxe, commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire.
Par dérogation à l'alinéa 3, ce délai est prolongé de quatre ans en cas d'infraction aux dispositions légales et réglementaires qui établissent le précompte immobilier, commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire]3]1.
[1 [3 Toutefois, la taxe ou le supplément de taxe peut être établi pendant trois ans à partir du 1er janvier de l'exercice d'imposition dans le cas où il s'agit :
- de taxes visées par une procédure de rectification de la déclaration ;
- de taxes visées par une procédure de taxation d'office ;
- de taxes visées à l'article 17bis, § 1er, b., dans la mesure où elles ne sont pas payées dans le délai prévu par la législation applicable ;
- de la taxe wallonne sur l'abandon de déchets ;
- de taxes visées à l'article 17bis, § 1er, c) et d) ;
- de précompte immobilier.
Ce délai est prolongé de [4 sept]4 ans en cas d'infraction à la législation qui établit la taxe, commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire.
Par dérogation à l'alinéa 3, ce délai est prolongé de quatre ans en cas d'infraction aux dispositions légales et réglementaires qui établissent le précompte immobilier, commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire]3]1.
Art. 20quater. [1 Wanneer tegen een beslissing van de ambtenaar bedoeld in de artikelen 25 tot 27 beroep is aangetekend, en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart rekening houdend met de schending van een wettelijke regel ander dan een regel betreffende het vervallen van de belastingstermijnen bedoeld in de artikelen 20 en 20bis, blijft de zaak ingeschreven in het kohier gedurende zes maanden te rekenen van de gerechtelijke beslissing. Tijdens die termijn van zes maanden waarin de termijnen voor verzet, hoger beroep of verbreking geschorst worden, kan de ambtenaar aangewezen door de Regering, via conclusies een subsidiaire belasting op naam van dezelfde belastingplichtige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de oorspronkelijke belasting, ter beoordeling voorleggen aan de rechter en dit, zelfs wanneer de gestelde termijnen voor het vestigen van de belastingaanslag overeenkomstig de artikelen 20 en 20bis reeds verlopen zijn.
Als de ambtenaar aangewezen door de Regering de rechter een subsidiaire belasting voorlegt binnen bovenvermelde termijn van zes maanden, gaan de termijnen voor verzet, hoger beroep en verbreking in afwijking van het eerste lid pas in vanaf de betekening van de gerechtelijke beslissing over de subsidiaire belasting.
Wanneer de vestiging van de belasting waarvan de nietigheid door de rechter wordt uitgesproken aanleiding heeft gegeven tot de teruggave van een belastingkrediet aan de betrokken belastingplichtige, wordt bij de vestiging van de subsidiaire belasting onderworpen aan het oordeel van de rechter rekening gehouden met deze teruggave.
De subsidiaire belasting is slechts invorderbaar of terugbetaalbaar ter uitvoering van de beslissing van de rechter.
Deze subsidiaire belasting wordt aan het gerecht onderworpen door een aan de belastingplichtige betekend verzoekschrift; het verzoekschrift wordt betekend met dagvaarding om te verschijnen, wanneer het een overeenkomstig artikel 20quinquies gelijkgestelde belastingplichtige betreft.]1
Als de ambtenaar aangewezen door de Regering de rechter een subsidiaire belasting voorlegt binnen bovenvermelde termijn van zes maanden, gaan de termijnen voor verzet, hoger beroep en verbreking in afwijking van het eerste lid pas in vanaf de betekening van de gerechtelijke beslissing over de subsidiaire belasting.
Wanneer de vestiging van de belasting waarvan de nietigheid door de rechter wordt uitgesproken aanleiding heeft gegeven tot de teruggave van een belastingkrediet aan de betrokken belastingplichtige, wordt bij de vestiging van de subsidiaire belasting onderworpen aan het oordeel van de rechter rekening gehouden met deze teruggave.
De subsidiaire belasting is slechts invorderbaar of terugbetaalbaar ter uitvoering van de beslissing van de rechter.
Deze subsidiaire belasting wordt aan het gerecht onderworpen door een aan de belastingplichtige betekend verzoekschrift; het verzoekschrift wordt betekend met dagvaarding om te verschijnen, wanneer het een overeenkomstig artikel 20quinquies gelijkgestelde belastingplichtige betreft.]1
Art. 20bis. [1 La taxe ou le supplément de taxe peut être établi, même après l'expiration des délais prévus à l'article 20, dans les cas où :
1° [3 une action judiciaire fait apparaître que le redevable d'impôts ou taxes visés par le présent décret a contrevenu aux dispositions du présent décret ou de la législation qui établit la taxe concernée au cours d'une des dix années qui précèdent celle de l'intentement de l'action; dans ce cas, la taxe ou le supplément de taxe est établi dans les vingt-quatre mois à compter de la date à laquelle la décision dont cette action judiciaire a fait l'objet n'est plus susceptible d'opposition ou de recours]3;
2° [3 des éléments probants, venus à la connaissance du service désigné par le Gouvernement, font apparaître que le redevable d'impôts ou taxes visés par le présent décret a contrevenu aux dispositions du présent décret ou de la législation qui établit la taxe concernée au cours d'une des dix années qui précèdent celle pendant laquelle ces éléments sont venus à la connaissance dudit service désigné; dans ce cas, la taxe ou le supplément de taxe est établi dans les vingt-quatre mois à compter de la date à laquelle ces éléments sont venus à la connaissance dudit service désigné]3;]
[2 3° des impôts sont encore dus à la suite d'une procédure amiable en application d'une convention internationale préventive de la double imposition ou après une procédure de règlement des différends visée aux articles 3, 4, 6, 10 ou 15 du décret du 2 juillet 2020 transposant la directive (UE) 2017/1852 du conseil du 10 octobre 2017 concernant les mécanismes de règlement des différends fiscaux dans l'Union européenne, dans ce cas, l'impôt ou le supplément d'impôt est établi dans les douze mois à compter de la date à laquelle la procédure est terminée.]2
1° [3 une action judiciaire fait apparaître que le redevable d'impôts ou taxes visés par le présent décret a contrevenu aux dispositions du présent décret ou de la législation qui établit la taxe concernée au cours d'une des dix années qui précèdent celle de l'intentement de l'action; dans ce cas, la taxe ou le supplément de taxe est établi dans les vingt-quatre mois à compter de la date à laquelle la décision dont cette action judiciaire a fait l'objet n'est plus susceptible d'opposition ou de recours]3;
2° [3 des éléments probants, venus à la connaissance du service désigné par le Gouvernement, font apparaître que le redevable d'impôts ou taxes visés par le présent décret a contrevenu aux dispositions du présent décret ou de la législation qui établit la taxe concernée au cours d'une des dix années qui précèdent celle pendant laquelle ces éléments sont venus à la connaissance dudit service désigné; dans ce cas, la taxe ou le supplément de taxe est établi dans les vingt-quatre mois à compter de la date à laquelle ces éléments sont venus à la connaissance dudit service désigné]3;]
[2 3° des impôts sont encore dus à la suite d'une procédure amiable en application d'une convention internationale préventive de la double imposition ou après une procédure de règlement des différends visée aux articles 3, 4, 6, 10 ou 15 du décret du 2 juillet 2020 transposant la directive (UE) 2017/1852 du conseil du 10 octobre 2017 concernant les mécanismes de règlement des différends fiscaux dans l'Union européenne, dans ce cas, l'impôt ou le supplément d'impôt est établi dans les douze mois à compter de la date à laquelle la procédure est terminée.]2
Art. 20ter. [1 Als de vestiging van een belasting gedeeltelijk of volledig nietig verklaard is door de ambtenaar bedoeld in de artikelen 25 tot 27 rekening houdend met de schending van een wettelijke regel ander dan een regel betreffende het vervallen van de belastingstermijnen bedoeld in de artikelen 20 en 20bis, kan deze belasting, voor zover zij nietig verklaard is, opnieuw worden gevestigd ten laste van dezelfde belastingplichtige op grond van dezelfde belastingelementen of op een gedeelte ervan, binnen drie maanden van de datum waarop de beslissing van de ambtenaar bedoeld in de artikelen 25 tot 27 niet meer voor de rechter kan worden gebracht, en dit zelfs wanneer de gestelde termijnen voor het vestigen van de belastingaanslag overeenkomstig de artikelen 20 en 20bis, reeds verlopen zijn.
Wanneer de vestiging van de vernietigde belasting aanleiding heeft gegeven tot een teruggave van een belastingkrediet aan de betrokken belastingplichtige, wordt bij de vestiging van de nieuwe vervangende belasting rekening gehouden met deze teruggave.]1
Wanneer de vestiging van de vernietigde belasting aanleiding heeft gegeven tot een teruggave van een belastingkrediet aan de betrokken belastingplichtige, wordt bij de vestiging van de nieuwe vervangende belasting rekening gehouden met deze teruggave.]1
Art. 20ter. [1 Lorsque l'établissement d'une taxe a été annulé, totalement ou partiellement, par le fonctionnaire visé aux articles 25 à 27 au vu de la violation d'une règle légale autre qu'une règle relative à la forclusion des délais de taxation visés aux articles 20 et 20bis, cette taxe, dans la mesure où elle a été annulée, peut de nouveau être établie à charge du même redevable en raison de tout ou partie des mêmes éléments de taxation, dans les trois mois de la date à laquelle la décision du fonctionnaire visé aux articles 25 à 27 n'est plus susceptible de recours en justice, et ce même si les délais fixés pour l'établissement de la taxe conformément aux articles 20 et 20bis sont alors écoulés.
Lorsque l'établissement de la taxation annulée a donné lieu à la restitution d'un crédit d'impôt au redevable concerné, il est tenu compte de cette restitution lors de l'établissement de la nouvelle taxation de remplacement.]1
Lorsque l'établissement de la taxation annulée a donné lieu à la restitution d'un crédit d'impôt au redevable concerné, il est tenu compte de cette restitution lors de l'établissement de la nouvelle taxation de remplacement.]1
Art. 20quater. [1 Wanneer tegen een beslissing van de ambtenaar bedoeld in de artikelen 25 tot 27 beroep is aangetekend, en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart rekening houdend met de schending van een wettelijke regel ander dan een regel betreffende het vervallen van de belastingstermijnen bedoeld in de artikelen 20 en 20bis, blijft de zaak ingeschreven in het kohier gedurende zes maanden te rekenen van de gerechtelijke beslissing. Tijdens die termijn van zes maanden waarin de termijnen voor verzet, hoger beroep of verbreking geschorst worden, kan de ambtenaar aangewezen door de Regering, via conclusies een subsidiaire belasting op naam van dezelfde belastingplichtige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de oorspronkelijke belasting, ter beoordeling voorleggen aan de rechter en dit, zelfs wanneer de gestelde termijnen voor het vestigen van de belastingaanslag overeenkomstig de artikelen 20 en 20bis reeds verlopen zijn.
Als de ambtenaar aangewezen door de Regering de rechter een subsidiaire belasting voorlegt binnen bovenvermelde termijn van zes maanden, gaan de termijnen voor verzet, hoger beroep en verbreking in afwijking van het eerste lid pas in vanaf de betekening van de gerechtelijke beslissing over de subsidiaire belasting.
Wanneer de vestiging van de belasting waarvan de nietigheid door de rechter wordt uitgesproken aanleiding heeft gegeven tot de teruggave van een belastingkrediet aan de betrokken belastingplichtige, wordt bij de vestiging van de subsidiaire belasting onderworpen aan het oordeel van de rechter rekening gehouden met deze teruggave.
De subsidiaire belasting is slechts invorderbaar of terugbetaalbaar ter uitvoering van de beslissing van de rechter.
Deze subsidiaire belasting wordt aan het gerecht onderworpen door een aan de belastingplichtige betekend verzoekschrift; het verzoekschrift wordt betekend met dagvaarding om te verschijnen, wanneer het een overeenkomstig artikel 20quinquies gelijkgestelde belastingplichtige betreft.]1
Als de ambtenaar aangewezen door de Regering de rechter een subsidiaire belasting voorlegt binnen bovenvermelde termijn van zes maanden, gaan de termijnen voor verzet, hoger beroep en verbreking in afwijking van het eerste lid pas in vanaf de betekening van de gerechtelijke beslissing over de subsidiaire belasting.
Wanneer de vestiging van de belasting waarvan de nietigheid door de rechter wordt uitgesproken aanleiding heeft gegeven tot de teruggave van een belastingkrediet aan de betrokken belastingplichtige, wordt bij de vestiging van de subsidiaire belasting onderworpen aan het oordeel van de rechter rekening gehouden met deze teruggave.
De subsidiaire belasting is slechts invorderbaar of terugbetaalbaar ter uitvoering van de beslissing van de rechter.
Deze subsidiaire belasting wordt aan het gerecht onderworpen door een aan de belastingplichtige betekend verzoekschrift; het verzoekschrift wordt betekend met dagvaarding om te verschijnen, wanneer het een overeenkomstig artikel 20quinquies gelijkgestelde belastingplichtige betreft.]1
Art. 20quater. [1 Lorsqu'une décision du fonctionnaire visé aux articles 25 à 27 fait l'objet d'un recours en justice et que le juge prononce la nullité totale ou partielle de la taxation pour une cause autre qu'une règle relative à la forclusion des délais de taxation visés aux articles 20 et 20bis, la cause reste inscrite au rôle pendant six mois à dater de la décision judiciaire. Pendant ce délai de six mois qui suspend les délais d'opposition, d'appel ou de cassation, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement peut soumettre à l'appréciation du juge par voie de conclusions, une taxation subsidiaire à charge du même redevable en raison de tout ou partie des mêmes éléments de taxation que la taxation initiale et ce, même si les délais fixés pour l'établissement de la taxe conformément aux articles 20 et 20bis, sont alors écoulés.
Si le fonctionnaire désigné par le Gouvernement soumet au juge une taxation subsidiaire dans le délai de six mois précité, par dérogation à l'alinéa premier, les délais d'opposition, d'appel et de cassation commencent à courir à partir de la signification de la décision judiciaire relative à la taxation subsidiaire.
Lorsque l'établissement de la taxation dont la nullité est prononcée par le juge, a donné lieu à la restitution d'un crédit d'impôt au redevable concerné, il est tenu compte de cette restitution lors de l'établissement de la taxation subsidiaire soumise à l'appréciation du juge.
La taxation subsidiaire n'est recouvrable ou remboursable qu'en exécution de la décision du juge.
Cette taxation subsidiaire est soumise au juge par requête signifiée au redevable; la requête est signifiée avec assignation à comparaître, lorsqu'il s'agit d'un redevable assimilé en vertu de l'article 20quinquies.]1
Si le fonctionnaire désigné par le Gouvernement soumet au juge une taxation subsidiaire dans le délai de six mois précité, par dérogation à l'alinéa premier, les délais d'opposition, d'appel et de cassation commencent à courir à partir de la signification de la décision judiciaire relative à la taxation subsidiaire.
Lorsque l'établissement de la taxation dont la nullité est prononcée par le juge, a donné lieu à la restitution d'un crédit d'impôt au redevable concerné, il est tenu compte de cette restitution lors de l'établissement de la taxation subsidiaire soumise à l'appréciation du juge.
La taxation subsidiaire n'est recouvrable ou remboursable qu'en exécution de la décision du juge.
Cette taxation subsidiaire est soumise au juge par requête signifiée au redevable; la requête est signifiée avec assignation à comparaître, lorsqu'il s'agit d'un redevable assimilé en vertu de l'article 20quinquies.]1
Wijzigingen
Art.22. Op het aanslagbiljet moeten vermeld staan :
1. de woorden " Région wallonne " (" Waals Gewest ");
2. de identiteit (naam en voornaam dan wel benaming) en het adres van de belastingplichtige;
3. de verwijzing naar het decreet tot vestiging van de belasting en, als bijlage, uittreksels uit bedoeld decreet;
4. het aanslagjaar (en, in het geval van de sommen opgenomen in een bijzonder kohier, de vermelding van het belastbare tijdperk of van het gedeelte van belastbaar tijdperk waarop het aanslagbiljet betrekking heeft);
5. het artikelnummer van het kohier van de betreffende belasting;
6. de datum van het visum dat het kohier uitvoerbaar verklaart;
7. de berekeningsgrondslag en het belastingbedrag;
8. de datum van eisbaarheid van de belasting;
9. de vermelding van naam en adres van de dienst die belast is met het vestigen van de belasting;
10. de vermelding van naam en adres van de dienst die belast is met de inning van de belasting en vermelding van de rekening waarop de belasting moet worden betaald;
11. de vermelding van naam en adres van de ambtenaar bij wie het administratief verhaal kan worden ingediend en de termijn waarbinnen het verhaal moet worden ingediend.
1. de woorden " Région wallonne " (" Waals Gewest ");
2. de identiteit (naam en voornaam dan wel benaming) en het adres van de belastingplichtige;
3. de verwijzing naar het decreet tot vestiging van de belasting en, als bijlage, uittreksels uit bedoeld decreet;
4. het aanslagjaar (en, in het geval van de sommen opgenomen in een bijzonder kohier, de vermelding van het belastbare tijdperk of van het gedeelte van belastbaar tijdperk waarop het aanslagbiljet betrekking heeft);
5. het artikelnummer van het kohier van de betreffende belasting;
6. de datum van het visum dat het kohier uitvoerbaar verklaart;
7. de berekeningsgrondslag en het belastingbedrag;
8. de datum van eisbaarheid van de belasting;
9. de vermelding van naam en adres van de dienst die belast is met het vestigen van de belasting;
10. de vermelding van naam en adres van de dienst die belast is met de inning van de belasting en vermelding van de rekening waarop de belasting moet worden betaald;
11. de vermelding van naam en adres van de ambtenaar bij wie het administratief verhaal kan worden ingediend en de termijn waarbinnen het verhaal moet worden ingediend.
Art. 20quinquies. [1 Pour l'application des articles 20ter et 20quater, sont assimilés au même redevable :
1° les héritiers du redevable;
2° son conjoint;
3° les sociétés absorbantes ou les sociétés bénéficiaires, selon le cas, dans l'éventualité où une société est absorbée ou scindée dans le cadre d'une fusion, d'une opération assimilée à une fusion ou d'une scission visées [2 aux articles 12:1 à 12:8 du Code des sociétés et des associations]2, ou d'une opération de droit des sociétés similaire en droit étranger;
4° les membres de la famille, de la société, de l'association ou de la communauté dont le chef ou le directeur a été primitivement taxé et réciproquement]1
1° les héritiers du redevable;
2° son conjoint;
3° les sociétés absorbantes ou les sociétés bénéficiaires, selon le cas, dans l'éventualité où une société est absorbée ou scindée dans le cadre d'une fusion, d'une opération assimilée à une fusion ou d'une scission visées [2 aux articles 12:1 à 12:8 du Code des sociétés et des associations]2, ou d'une opération de droit des sociétés similaire en droit étranger;
4° les membres de la famille, de la société, de l'association ou de la communauté dont le chef ou le directeur a été primitivement taxé et réciproquement]1
Art.23. § 1. [3 evenals de belasting of het voorschot opgenomen in een bijzonder kohier bedoeld in artikel 17bis, § 2, lid 2, eerste, tweede, vierde, zevende of achtste streepje,]3]2, zijn opeisbaar op de datum waarop het kohier uitvoerbaar is verklaard.
Ze worden uiterlijk binnen twee maanden na de datum van verzending van het aanslagbiljet betaald.
§ 2. [1 De belasting opgenomen in een bijzonder kohier [3 bedoeld]3 in artikel 17bis, § 2, tweede lid, derde streepje, is opeisbaar zodra de betalingstermijn bepaald bij de wetgeving die op deze belasting van toepassing is, verstreken is.
Ze moet onmiddellijk betaald worden. ]1
[1 § 3. De belasting opgenomen in een bijzonder kohier [3 bedoeld]3 in artikel 17bis, § 2, tweede lid, vijfde streepje, is opeisbaar zodra de betalingstermijn bepaald bij deze uitnodiging tot betaling of deze fiscale afrekening verstreken is, waarbij de betalingstermijn niet korter dan vijftien dagen of langer dan drie maanden mag zijn, te rekenen van de eerste van de maand die volgt op die van de verzending.
Ze moet onmiddellijk betaald worden.]1
[3 § 4. De belasting opgenomen in een bijzonder kohier bedoeld in artikel 17bis, § 2, lid 2, zesde streepje, is eisbaar op de datum waarop het kohier uitvoerbaar is verklaard.
Ze moet onmiddellijk betaald worden.]3
Ze worden uiterlijk binnen twee maanden na de datum van verzending van het aanslagbiljet betaald.
§ 2. [1 De belasting opgenomen in een bijzonder kohier [3 bedoeld]3 in artikel 17bis, § 2, tweede lid, derde streepje, is opeisbaar zodra de betalingstermijn bepaald bij de wetgeving die op deze belasting van toepassing is, verstreken is.
Ze moet onmiddellijk betaald worden. ]1
[1 § 3. De belasting opgenomen in een bijzonder kohier [3 bedoeld]3 in artikel 17bis, § 2, tweede lid, vijfde streepje, is opeisbaar zodra de betalingstermijn bepaald bij deze uitnodiging tot betaling of deze fiscale afrekening verstreken is, waarbij de betalingstermijn niet korter dan vijftien dagen of langer dan drie maanden mag zijn, te rekenen van de eerste van de maand die volgt op die van de verzending.
Ze moet onmiddellijk betaald worden.]1
[3 § 4. De belasting opgenomen in een bijzonder kohier bedoeld in artikel 17bis, § 2, lid 2, zesde streepje, is eisbaar op de datum waarop het kohier uitvoerbaar is verklaard.
Ze moet onmiddellijk betaald worden.]3
Art.21. [1 § 1er. Aussitôt que les rôles sont rendus exécutoires, il en est notifié des extraits aux redevables intéressés par l'envoi d'avertissements-extraits de rôle [2 par pli ordinaire à la poste ou par communication électronique équivalente ]2.
§ 2. Lorsque le précompte immobilier est porté au rôle en exécution de l'article 18bis, § 4, l'avertissement-extrait de rôle notifié conformément à alinéa 1er à l'indivisaire nommément repris au rôle est également notifié [2 par pli ordinaire à la poste ou par communication électronique équivalente, ]2 en copie à chaque indivisaire non nommément repris au rôle dès lors que l'un des indivisaires au moins en a fait la demande.]1
§ 2. Lorsque le précompte immobilier est porté au rôle en exécution de l'article 18bis, § 4, l'avertissement-extrait de rôle notifié conformément à alinéa 1er à l'indivisaire nommément repris au rôle est également notifié [2 par pli ordinaire à la poste ou par communication électronique équivalente, ]2 en copie à chaque indivisaire non nommément repris au rôle dès lors que l'un des indivisaires au moins en a fait la demande.]1
Art. 22. Op het aanslagbiljet moeten vermeld staan :
1. de woorden " Région wallonne " (" Waals Gewest ");
2. de identiteit (naam en voornaam dan wel benaming) en het adres van de belastingplichtige;
3. de verwijzing naar het decreet tot vestiging van de belasting en, als bijlage, uittreksels uit bedoeld decreet;
4. het aanslagjaar (en, in het geval van de sommen opgenomen in een bijzonder kohier, de vermelding van het belastbare tijdperk of van het gedeelte van belastbaar tijdperk waarop het aanslagbiljet betrekking heeft);
5. het artikelnummer van het kohier van de betreffende belasting;
6. de datum van het visum dat het kohier uitvoerbaar verklaart;
7. de berekeningsgrondslag en het belastingbedrag;
8. de datum van eisbaarheid van de belasting;
9. de vermelding van naam en adres van de dienst die belast is met het vestigen van de belasting;
10. de vermelding van naam en adres van de dienst die belast is met de inning van de belasting en vermelding van de rekening waarop de belasting moet worden betaald;
11. de vermelding van naam en adres van de ambtenaar bij wie het administratief verhaal kan worden ingediend en de termijn waarbinnen het verhaal moet worden ingediend.
1. de woorden " Région wallonne " (" Waals Gewest ");
2. de identiteit (naam en voornaam dan wel benaming) en het adres van de belastingplichtige;
3. de verwijzing naar het decreet tot vestiging van de belasting en, als bijlage, uittreksels uit bedoeld decreet;
4. het aanslagjaar (en, in het geval van de sommen opgenomen in een bijzonder kohier, de vermelding van het belastbare tijdperk of van het gedeelte van belastbaar tijdperk waarop het aanslagbiljet betrekking heeft);
5. het artikelnummer van het kohier van de betreffende belasting;
6. de datum van het visum dat het kohier uitvoerbaar verklaart;
7. de berekeningsgrondslag en het belastingbedrag;
8. de datum van eisbaarheid van de belasting;
9. de vermelding van naam en adres van de dienst die belast is met het vestigen van de belasting;
10. de vermelding van naam en adres van de dienst die belast is met de inning van de belasting en vermelding van de rekening waarop de belasting moet worden betaald;
11. de vermelding van naam en adres van de ambtenaar bij wie het administratief verhaal kan worden ingediend en de termijn waarbinnen het verhaal moet worden ingediend.
Art.22. L'avertissement-extrait de rôle contient :
1. les termes " Région wallonne ";
2. l'identité (nom et prénom ou dénomination selon le cas) et l'adresse du redevable;
3. la référence du décret qui établit la taxe et, en annexe, des extraits de ce décret;
4. l'exercice d'imposition [et, dans le cas des sommes portées dans un rôle spécial, la mention de la période imposable ou de la partie de période imposable à laquelle se rapporte l'avertissement-extrait de rôle];
5. le numéro de l'article du rôle de la taxe concernée;
6. la date du visa exécutoire du rôle;
7. la base de calcul et le montant de la taxe;
8. la date d'exigibilité;
9. la désignation et l'adresse du service chargé d'établir la taxe;
10. la désignation et l'adresse du service chargé de percevoir la taxe et le compte auquel la taxe doit être payée;
11. la désignation et l'adresse du fonctionnaire auprès duquel le recours administratif peut être introduit et le délai de recours.
1. les termes " Région wallonne ";
2. l'identité (nom et prénom ou dénomination selon le cas) et l'adresse du redevable;
3. la référence du décret qui établit la taxe et, en annexe, des extraits de ce décret;
4. l'exercice d'imposition [et, dans le cas des sommes portées dans un rôle spécial, la mention de la période imposable ou de la partie de période imposable à laquelle se rapporte l'avertissement-extrait de rôle];
5. le numéro de l'article du rôle de la taxe concernée;
6. la date du visa exécutoire du rôle;
7. la base de calcul et le montant de la taxe;
8. la date d'exigibilité;
9. la désignation et l'adresse du service chargé d'établir la taxe;
10. la désignation et l'adresse du service chargé de percevoir la taxe et le compte auquel la taxe doit être payée;
11. la désignation et l'adresse du fonctionnaire auprès duquel le recours administratif peut être introduit et le délai de recours.
Art. 23. § 1. [3 evenals de belasting of het voorschot opgenomen in een bijzonder kohier bedoeld in artikel 17bis, § 2, lid 2, eerste, tweede, vierde, zevende of achtste streepje,]3]2, zijn opeisbaar op de datum waarop het kohier uitvoerbaar is verklaard.
Ze worden uiterlijk binnen twee maanden na de datum van verzending van het aanslagbiljet betaald.
§ 2. [1 De belasting opgenomen in een bijzonder kohier [3 bedoeld]3 in artikel 17bis, § 2, tweede lid, derde streepje, is opeisbaar zodra de betalingstermijn bepaald bij de wetgeving die op deze belasting van toepassing is, verstreken is.
Ze moet onmiddellijk betaald worden. ]1
[1 § 3. De belasting opgenomen in een bijzonder kohier [3 bedoeld]3 in artikel 17bis, § 2, tweede lid, vijfde streepje, is opeisbaar zodra de betalingstermijn bepaald bij deze uitnodiging tot betaling of deze fiscale afrekening verstreken is, waarbij de betalingstermijn niet korter dan vijftien dagen of langer dan drie maanden mag zijn, te rekenen van de eerste van de maand die volgt op die van de verzending.
Ze moet onmiddellijk betaald worden.]1
[3 § 4. De belasting opgenomen in een bijzonder kohier bedoeld in artikel 17bis, § 2, lid 2, zesde streepje, is eisbaar op de datum waarop het kohier uitvoerbaar is verklaard.
Ze moet onmiddellijk betaald worden.]3
Ze worden uiterlijk binnen twee maanden na de datum van verzending van het aanslagbiljet betaald.
§ 2. [1 De belasting opgenomen in een bijzonder kohier [3 bedoeld]3 in artikel 17bis, § 2, tweede lid, derde streepje, is opeisbaar zodra de betalingstermijn bepaald bij de wetgeving die op deze belasting van toepassing is, verstreken is.
Ze moet onmiddellijk betaald worden. ]1
[1 § 3. De belasting opgenomen in een bijzonder kohier [3 bedoeld]3 in artikel 17bis, § 2, tweede lid, vijfde streepje, is opeisbaar zodra de betalingstermijn bepaald bij deze uitnodiging tot betaling of deze fiscale afrekening verstreken is, waarbij de betalingstermijn niet korter dan vijftien dagen of langer dan drie maanden mag zijn, te rekenen van de eerste van de maand die volgt op die van de verzending.
Ze moet onmiddellijk betaald worden.]1
[3 § 4. De belasting opgenomen in een bijzonder kohier bedoeld in artikel 17bis, § 2, lid 2, zesde streepje, is eisbaar op de datum waarop het kohier uitvoerbaar is verklaard.
Ze moet onmiddellijk betaald worden.]3
Art.23. § 1er. La taxe portée dans un rôle annuel, [3 ainsi que la taxe ou la provision portée dans un rôle spécial visé à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, premier, deuxième, quatrième, septième ou huitième tirets, ]3]2 sont exigibles à la date à laquelle le rôle a été rendu exécutoire.
Elles doivent être acquittées au plus tard dans les deux mois suivant la date de l'envoi de l'avertissement-extrait de rôle.
§ 2. [1 La taxe portée dans un rôle spécial [3 visé ]3 à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, troisième tiret, est exigible dès l'échéance du délai de paiement prévu par la législation applicable à cette taxe.
Elle doit être acquittée immédiatement. ]1
[1 § 3. La taxe portée dans un rôle spécial [3 visé ]3 à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, cinquième tiret, est exigible dès l'échéance du délai de paiement fixé par cette invitation à payer ou ce décompte fiscal, sans que le délai de paiement puisse être inférieur à quinze jours ou supérieur à trois mois à dater du 1er du mois qui suit celui de l'envoi.
Elle doit être acquittée immédiatement.]1
[3 § 4. La taxe portée dans un rôle spécial visé à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, sixième tiret, est exigible à la date à laquelle le rôle a été rendu exécutoire.
Elle doit être acquittée immédiatement.]3
Elles doivent être acquittées au plus tard dans les deux mois suivant la date de l'envoi de l'avertissement-extrait de rôle.
§ 2. [1 La taxe portée dans un rôle spécial [3 visé ]3 à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, troisième tiret, est exigible dès l'échéance du délai de paiement prévu par la législation applicable à cette taxe.
Elle doit être acquittée immédiatement. ]1
[1 § 3. La taxe portée dans un rôle spécial [3 visé ]3 à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, cinquième tiret, est exigible dès l'échéance du délai de paiement fixé par cette invitation à payer ou ce décompte fiscal, sans que le délai de paiement puisse être inférieur à quinze jours ou supérieur à trois mois à dater du 1er du mois qui suit celui de l'envoi.
Elle doit être acquittée immédiatement.]1
[3 § 4. La taxe portée dans un rôle spécial visé à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, sixième tiret, est exigible à la date à laquelle le rôle a été rendu exécutoire.
Elle doit être acquittée immédiatement.]3
Art. 24. [1 § 1.]1 Indien de rechten van de Schatkist in gevaar zijn, [zijn de belastingen opgenomen in een jaarlijks kohier, de belastingen opgenomen in een bijzonder kohier ingevolge een procedure tot rechtzetting van de aangifte of tot belasting van ambtswege bedoeld in artikel 17bis, § 2, tweede lid, eerste en tweede streepje, en de Waalse belasting op het achterlaten van afval bedoeld in artikel 17bis, § 2, tweede lid, vierde streepje, zoals bedoeld in artikel 23, § 1, onmiddellijk opeisbaar].
[1 § 2. In afwijking van artikel 23, § 2, is de belasting op de spelen en weddenschappen opeisbaar op het moment waarop de ontvangsten op grond waarvan de belasting wordt gevestigd, zijn verricht, als de rechten van de Schatkist in het gedrang komen.]1
[1 § 3. In het geval van § 1 en § 2, wordt er, wanneer de belastingschuldige betwist dat de rechten van de Schatkist in gevaar verkeren, over de betwisting uitspraak gedaan zoals in kort geding door de beslagrechter van de plaats van het kantoor waar de belasting moet worden geïnd.]1
[1 § 2. In afwijking van artikel 23, § 2, is de belasting op de spelen en weddenschappen opeisbaar op het moment waarop de ontvangsten op grond waarvan de belasting wordt gevestigd, zijn verricht, als de rechten van de Schatkist in het gedrang komen.]1
[1 § 3. In het geval van § 1 en § 2, wordt er, wanneer de belastingschuldige betwist dat de rechten van de Schatkist in gevaar verkeren, over de betwisting uitspraak gedaan zoals in kort geding door de beslagrechter van de plaats van het kantoor waar de belasting moet worden geïnd.]1
Art.24. Lorsque les droits du Trésor régional sont en péril, [les taxes portées dans un rôle annuel, les taxes portées dans un rôle spécial à la suite d'une procédure de rectification de la déclaration ou de taxation d'office visée à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, premier et deuxième tirets, et la taxe wallonne sur l'abandon de déchets, visée à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, quatrième tiret, telles que visées à l'article 23, § 1er, sont acquittées sans délai] pour leur totalité.
[1 § 2. Par dérogation à l'article 23, § 2, la taxe sur les jeux et paris devient exigible au moment même où les recettes sur base desquelles la taxe est établie sont effectuées, lorsque les droits du Trésor sont en péril.]1
[1 § 3. Dans le cas des § 1er et § 2, si le redevable conteste que les droits du Trésor sont en péril, il est statué sur la contestation suivant les formes du référé, par le juge des saisies du lieu du bureau où la perception doit être faite.]1
[1 § 2. Par dérogation à l'article 23, § 2, la taxe sur les jeux et paris devient exigible au moment même où les recettes sur base desquelles la taxe est établie sont effectuées, lorsque les droits du Trésor sont en péril.]1
[1 § 3. Dans le cas des § 1er et § 2, si le redevable conteste que les droits du Trésor sont en péril, il est statué sur la contestation suivant les formes du référé, par le juge des saisies du lieu du bureau où la perception doit être faite.]1
Wijzigingen
Art. 24bis. [1 De belastingen bedoeld in de artikelen 23 en 24 worden beschouwd als zekere en vaststaande schulden vanaf de dag waarop de termijn voor hun betaling is verstreken in het geval van het artikel 23 en het artikel 24, § 1, en vanaf de dag waarop de rechten van de Schatkist in het gedrang komen in het geval van artikel 24, § 2.]1
Art. 24bis. [1 Les taxes visées aux articles 23 et 24 sont considérées comme des dettes liquides et certaines, à partir du jour où est échu le délai prévu pour leur acquittement dans le cas de l'article 23 et de l'article 24, § 1er, et à partir du jour où les droits du Trésor sont en péril dans le cas de l'article 24, § 2.]1
Art.25.[1 De belastingplichtige alsmede de persoon op wiens goederen de belasting wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter, kan overeenkomstig artikel 17bis, § 1, schriftelijk [4 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie"]4 bezwaar indienen tegen de belasting die jegens hem is gevestigd, bij de ambtenaar aangewezen door de Regering.
CHAPITRE V. - Voies de recours.
Art. 25bis. [1 Het bezwaarschrift gericht tegen een belasting die gevestigd is op betwiste bestanddelen, geldt van ambtswege voor de andere belastingen gevestigd op dezelfde bestanddelen of als supplement vóór de beslissing van de ambtenaar aangewezen door de Regering, zelfs wanneer de termijnen tot bezwaar tegen die andere belastingen zouden zijn verstreken.]1
Section 1. - Recours administratif.
Art. 25. [1 De belastingplichtige alsmede de persoon op wiens goederen de belasting wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter, kan overeenkomstig artikel 17bis, § 1, schriftelijk [4 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie"]4 bezwaar indienen tegen de belasting die jegens hem is gevestigd, bij de ambtenaar aangewezen door de Regering.
Het bezwaar dient te worden gemotiveerd en voorgelegd, op straffe van verval, uiterlijk binnen zes maanden na de datum van uitwerking, zoals berekend overeenkomstig artikel 5, § 3, van de kennisgeving van het aanslagbiljet aan de belastingplichtige of aan de persoon op wiens goederen de belasting wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter, of van de datum van de inning van de belastingen geïnd [2 volledig of gedeeltelijk]2 op een andere wijze dan per kohier.
[3 Bij een belasting in de onroerende voorheffing als bedoeld in artikel 18bis, § 4, wordt het gemotiveerd bezwaarschrift, ingediend door een in het kohier niet bij naam vernoemde deelgenoot die overeenkomstig artikel 21, § 2, of artikel 35, § 2, een afschrift gekregen heeft van het aanslagbiljet, uiterlijk ingediend binnen de zes maanden van de ingangsdatum zoals deze berekend wordt overeenkomstig artikel 5, § 3, van de kennisgeving van genoemd afschrift.]3
De binnen die termijn niet-betwiste belastingen worden geacht verschuldigd te zijn en de belasting wordt geacht regelmatig te zijn behalve aanvraag tot ontheffing gegrond op artikel 27.]1
Het bezwaar dient te worden gemotiveerd en voorgelegd, op straffe van verval, uiterlijk binnen zes maanden na de datum van uitwerking, zoals berekend overeenkomstig artikel 5, § 3, van de kennisgeving van het aanslagbiljet aan de belastingplichtige of aan de persoon op wiens goederen de belasting wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter, of van de datum van de inning van de belastingen geïnd [2 volledig of gedeeltelijk]2 op een andere wijze dan per kohier.
[3 Bij een belasting in de onroerende voorheffing als bedoeld in artikel 18bis, § 4, wordt het gemotiveerd bezwaarschrift, ingediend door een in het kohier niet bij naam vernoemde deelgenoot die overeenkomstig artikel 21, § 2, of artikel 35, § 2, een afschrift gekregen heeft van het aanslagbiljet, uiterlijk ingediend binnen de zes maanden van de ingangsdatum zoals deze berekend wordt overeenkomstig artikel 5, § 3, van de kennisgeving van genoemd afschrift.]3
De binnen die termijn niet-betwiste belastingen worden geacht verschuldigd te zijn en de belasting wordt geacht regelmatig te zijn behalve aanvraag tot ontheffing gegrond op artikel 27.]1
Art.25. [1 Le redevable, ainsi que la personne sur les biens de laquelle la taxe est mise en recouvrement conformément à l'article 35ter, peut introduire une réclamation par écrit [4 ou par communication électronique équivalente,]4 contre la taxe établie à sa charge en application de l'article 17bis, § 1er, auprès du fonctionnaire désigné par le Gouvernement.
La réclamation doit être motivée et présentée, sous peine de déchéance, au plus tard dans les six mois de la date d'effet, telle que calculée conformément à l'article 5, § 3, de la notification de l'avertissement-extrait de rôle au redevable ou à la personne sur les biens de laquelle la taxe est mise en recouvrement conformément à l'article 35ter, ou de la date de la perception des impôts perçus [2 intégralement ou partiellement]2 autrement que par rôle.
[3 Dans le cas d'une imposition au précompte immobilier visée à l'article 18bis, § 4, la réclamation motivée introduite par un indivisaire non nommément repris au rôle qui a reçu une copie de l'avertissement-extrait de rôle conformément à l'article 21, § 2, ou à l'article 35, § 2, est présentée au plus tard dans les six mois de la date d'effet, telle que calculée conformément à l'article 5, § 3, de la notification de cette copie.]3
Les taxes non contestées dans ce délai sont présumées dues et la taxation est présumée régulière, sauf demande de dégrèvement fondée sur l'article 27.]1
La réclamation doit être motivée et présentée, sous peine de déchéance, au plus tard dans les six mois de la date d'effet, telle que calculée conformément à l'article 5, § 3, de la notification de l'avertissement-extrait de rôle au redevable ou à la personne sur les biens de laquelle la taxe est mise en recouvrement conformément à l'article 35ter, ou de la date de la perception des impôts perçus [2 intégralement ou partiellement]2 autrement que par rôle.
[3 Dans le cas d'une imposition au précompte immobilier visée à l'article 18bis, § 4, la réclamation motivée introduite par un indivisaire non nommément repris au rôle qui a reçu une copie de l'avertissement-extrait de rôle conformément à l'article 21, § 2, ou à l'article 35, § 2, est présentée au plus tard dans les six mois de la date d'effet, telle que calculée conformément à l'article 5, § 3, de la notification de cette copie.]3
Les taxes non contestées dans ce délai sont présumées dues et la taxation est présumée régulière, sauf demande de dégrèvement fondée sur l'article 27.]1
Art.27. [1 § 1. Behalve wanneer een ontvankelijk bezwaar tevoren voorgelegd is en de aanvraag tot ontheffing gegrond is op dezelfde elementen en motiveringen als dat bezwaar, verleent de ambtenaar die door de Regering aangewezen is, de ontheffing van de heffingen waarvan de som hoger is dan de wettelijk verschuldigde som, geïnd krachtens artikel 17bis, § 1, en die voortvloeien uit een onjuiste toepassing van de wettelijke bepalingen inzake de berekening van het bedrag van de verschuldigde retributie, zoals met name feitelijke vergissingen, dubbele heffingen, de gebrekkige overwegingen van een vrijstelling of verlaging van het bedrag van de heffing, het opduiken van nieuwe bewijsstukken of feiten, waarvan de laattijdige overlegging of mededeling door de belastingplichtige of door de persoon wiens goederen worden gebruikt voor de invordering van de heffing overeenkomstig artikel 35 ter, gerechtvaardigd is om legitieme redenen, op voorwaarde dat die bijtaksen vastgesteld zijn door de Administratie of door de belastingschuldige of door de persoon wiens belasting overeenkomstig artikel 35 ter wordt geheven, aan de Administratie zijn medegedeeld, hetzij :
1° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd, in het geval van de ten kohiere gebrachte belastingen, uitgezonderd de onroerende voorheffing, waarvoor die termijn op vijf jaar wordt gebracht;
2° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het aanslagjaar van de belasting waarvan de ontheffing wordt aangevraagd, in het geval van geïnde belastingen die niet in een kohier zijn opgenomen.
In afwijking van het eerste lid, kent de door de Regering aangewezen ambtenaar, voor wat betreft de vrijstellingen van de onroerende voorheffing en onverminderd de daarvoor bepaalde voorwaarden inzake vormvereisten en procedures de ontheffing van de belastingen toe voor een som die hoger is dan de wettelijk verschuldigde som, geïnd overeenkomstig artikel 17bis, § 1, voortvloeiend uit het niet in aanmerking nemen van deze vrijstellingen van de onroerende voorheffing, enkel als ze het gevolg zijn van materiële fouten, dubbele heffingen of als ze opduiken in het licht van bewijskrachtige nieuwe stukken of feiten welke de belastingplichtige om wettige redenen pas laattijdig heeft kunnen voorleggen of aanvoeren.
§ 2. De door de Regering aangewezen ambtenaar verleent ambtshalve ontheffing van de teveel betaalde belasting, zoals vastgesteld na een procedure voor onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een geschilbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van het decreet van 2 juli 2020 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, op voorwaarde dat dit overschot aan belasting door de administratie is geregistreerd of door de belastingplichtige is gemeld binnen twaalf maanden na de datum waarop de procedure is voltooid ]1.
1° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd, in het geval van de ten kohiere gebrachte belastingen, uitgezonderd de onroerende voorheffing, waarvoor die termijn op vijf jaar wordt gebracht;
2° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het aanslagjaar van de belasting waarvan de ontheffing wordt aangevraagd, in het geval van geïnde belastingen die niet in een kohier zijn opgenomen.
In afwijking van het eerste lid, kent de door de Regering aangewezen ambtenaar, voor wat betreft de vrijstellingen van de onroerende voorheffing en onverminderd de daarvoor bepaalde voorwaarden inzake vormvereisten en procedures de ontheffing van de belastingen toe voor een som die hoger is dan de wettelijk verschuldigde som, geïnd overeenkomstig artikel 17bis, § 1, voortvloeiend uit het niet in aanmerking nemen van deze vrijstellingen van de onroerende voorheffing, enkel als ze het gevolg zijn van materiële fouten, dubbele heffingen of als ze opduiken in het licht van bewijskrachtige nieuwe stukken of feiten welke de belastingplichtige om wettige redenen pas laattijdig heeft kunnen voorleggen of aanvoeren.
§ 2. De door de Regering aangewezen ambtenaar verleent ambtshalve ontheffing van de teveel betaalde belasting, zoals vastgesteld na een procedure voor onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een geschilbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van het decreet van 2 juli 2020 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, op voorwaarde dat dit overschot aan belasting door de administratie is geregistreerd of door de belastingplichtige is gemeld binnen twaalf maanden na de datum waarop de procedure is voltooid ]1.
Art. 25bis. [1 La réclamation dirigée contre une taxe établie sur des éléments contestés vaut d'office pour les autres taxes établies sur les mêmes éléments, ou supplément de taxe avant décision du fonctionnaire désigné par le Gouvernement, alors même que seraient expirés les délais de réclamation contre ces autres taxes.]1
Art. 27bis. [1 De eisers krijgen een ontvangstmelding van hun bezwaren en aanvragen tot ambtshalve ontheffing waarbij de datum van de ontvangst van het administratief beroep wordt vermeld.
Als de ambtshalve ontheffing op initiatief van de dienst aangewezen door de Regering gebeurt, worden de oorzaak die aan de oorsprong van deze ontheffing ligt en de datum van de vaststelling aan de belastingplichtige meegedeeld.]1
Als de ambtshalve ontheffing op initiatief van de dienst aangewezen door de Regering gebeurt, worden de oorzaak die aan de oorsprong van deze ontheffing ligt en de datum van de vaststelling aan de belastingplichtige meegedeeld.]1
Art.26. Le fonctionnaire désigné par le Gouvernement statue sur la réclamation, en tant qu'autorité administrative, par décision motivée.
La décision indique qu'elle est susceptible de recours judiciaire et précise le délai dans lequel ce recours peut être introduit.
La décision indique qu'elle est susceptible de recours judiciaire et précise le délai dans lequel ce recours peut être introduit.
Art. 27. [1 § 1. Behalve wanneer een ontvankelijk bezwaar tevoren voorgelegd is en de aanvraag tot ontheffing gegrond is op dezelfde elementen en motiveringen als dat bezwaar, verleent de ambtenaar die door de Regering aangewezen is, de ontheffing van de heffingen waarvan de som hoger is dan de wettelijk verschuldigde som, geïnd krachtens artikel 17bis, § 1, en die voortvloeien uit een onjuiste toepassing van de wettelijke bepalingen inzake de berekening van het bedrag van de verschuldigde retributie, zoals met name feitelijke vergissingen, dubbele heffingen, de gebrekkige overwegingen van een vrijstelling of verlaging van het bedrag van de heffing, het opduiken van nieuwe bewijsstukken of feiten, waarvan de laattijdige overlegging of mededeling door de belastingplichtige of door de persoon wiens goederen worden gebruikt voor de invordering van de heffing overeenkomstig artikel 35 ter, gerechtvaardigd is om legitieme redenen, op voorwaarde dat die bijtaksen vastgesteld zijn door de Administratie of door de belastingschuldige of door de persoon wiens belasting overeenkomstig artikel 35 ter wordt geheven, aan de Administratie zijn medegedeeld, hetzij :
1° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd, in het geval van de ten kohiere gebrachte belastingen, uitgezonderd de onroerende voorheffing, waarvoor die termijn op vijf jaar wordt gebracht;
2° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het aanslagjaar van de belasting waarvan de ontheffing wordt aangevraagd, in het geval van geïnde belastingen die niet in een kohier zijn opgenomen.
In afwijking van het eerste lid, kent de door de Regering aangewezen ambtenaar, voor wat betreft de vrijstellingen van de onroerende voorheffing en onverminderd de daarvoor bepaalde voorwaarden inzake vormvereisten en procedures de ontheffing van de belastingen toe voor een som die hoger is dan de wettelijk verschuldigde som, geïnd overeenkomstig artikel 17bis, § 1, voortvloeiend uit het niet in aanmerking nemen van deze vrijstellingen van de onroerende voorheffing, enkel als ze het gevolg zijn van materiële fouten, dubbele heffingen of als ze opduiken in het licht van bewijskrachtige nieuwe stukken of feiten welke de belastingplichtige om wettige redenen pas laattijdig heeft kunnen voorleggen of aanvoeren.
§ 2. De door de Regering aangewezen ambtenaar verleent ambtshalve ontheffing van de teveel betaalde belasting, zoals vastgesteld na een procedure voor onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een geschilbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van het decreet van 2 juli 2020 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, op voorwaarde dat dit overschot aan belasting door de administratie is geregistreerd of door de belastingplichtige is gemeld binnen twaalf maanden na de datum waarop de procedure is voltooid ]1.
1° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd, in het geval van de ten kohiere gebrachte belastingen, uitgezonderd de onroerende voorheffing, waarvoor die termijn op vijf jaar wordt gebracht;
2° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het aanslagjaar van de belasting waarvan de ontheffing wordt aangevraagd, in het geval van geïnde belastingen die niet in een kohier zijn opgenomen.
In afwijking van het eerste lid, kent de door de Regering aangewezen ambtenaar, voor wat betreft de vrijstellingen van de onroerende voorheffing en onverminderd de daarvoor bepaalde voorwaarden inzake vormvereisten en procedures de ontheffing van de belastingen toe voor een som die hoger is dan de wettelijk verschuldigde som, geïnd overeenkomstig artikel 17bis, § 1, voortvloeiend uit het niet in aanmerking nemen van deze vrijstellingen van de onroerende voorheffing, enkel als ze het gevolg zijn van materiële fouten, dubbele heffingen of als ze opduiken in het licht van bewijskrachtige nieuwe stukken of feiten welke de belastingplichtige om wettige redenen pas laattijdig heeft kunnen voorleggen of aanvoeren.
§ 2. De door de Regering aangewezen ambtenaar verleent ambtshalve ontheffing van de teveel betaalde belasting, zoals vastgesteld na een procedure voor onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een geschilbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van het decreet van 2 juli 2020 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, op voorwaarde dat dit overschot aan belasting door de administratie is geregistreerd of door de belastingplichtige is gemeld binnen twaalf maanden na de datum waarop de procedure is voltooid ]1.
Art.27. [1 § 1er. Sauf lorsqu'une réclamation recevable a été précédemment déposée et que la demande de dégrèvement repose sur les mêmes éléments et motivations que cette réclamation, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement accorde le dégrèvement des taxes représentant une somme supérieure à celle qui est légalement due, perçues en application de l'article 17bis, § 1er, résultant d'une application inexacte des dispositions légales afférentes au calcul du montant de l'impôt dû, telles que notamment les erreurs matérielles, les doubles emplois, les défauts de prise en compte d'une exonération ou réduction de taxe éventuellement applicable, l'apparition de documents ou faits nouveaux probants dont la production ou l'allégation tardive par le redevable, ainsi que par la personne sur les biens de laquelle la taxe est mise en recouvrement conformément à l'article 35ter, est justifiée par de justes motifs, à condition que ces surtaxes aient été constatées par l'administration ou signalées par le redevable, ainsi que par la personne sur les biens de laquelle la taxe est mise en recouvrement conformément à l'article 35ter, à celle-ci, soit :
1° dans les trois ans à partir du 1er janvier de l'année au cours de laquelle la taxe est établie, dans le cas des taxes enrôlées, à l'exception du précompte immobilier pour lequel ce délai est porté à cinq ans;
2° dans les trois ans à partir du 1er janvier de l'exercice d'imposition auquel appartient l'impôt dont le dégrèvement est demandé, dans le cas des taxes perçues sans avoir été reprises dans un rôle.
Par dérogation à l'alinéa 1er, pour ce qui concerne les exonérations de précompte immobilier et sans préjudice des conditions formelles et procédurales qui y sont prévues, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement accorde le dégrèvement des taxes représentant une somme supérieure à celle qui est légalement due, perçues en application de l'article 17bis, § 1er, résultant du défaut de prise en compte de ces exonérations de précompte immobilier, uniquement si elles sont la conséquence d'erreurs matérielles, de doubles emplois ou qu'elles apparaissent à la lumière de documents ou faits nouveaux probants dont la production ou l'allégation tardive par le redevable est justifiée par de justes motifs.
§ 2. Le fonctionnaire désigné par le Gouvernement accorde d'office le dégrèvement de l'impôt excédentaire payé, tel que constaté après une procédure amiable en application d'une convention internationale préventive de la double imposition ou après une procédure de règlement des différends visée aux articles 3, 4, 6, 10 ou 15 du décret du 2 juillet 2020 transposant la directive (UE) 2017/1852 du conseil du 10 octobre 2017 concernant les mécanismes de règlement des différends fiscaux dans l'Union européenne, à condition que cet impôt excédentaire ait été constaté par l'administration ou signalé par le redevable de celle-ci dans les douze mois à compter de la date à laquelle la procédure est terminée ]1.
1° dans les trois ans à partir du 1er janvier de l'année au cours de laquelle la taxe est établie, dans le cas des taxes enrôlées, à l'exception du précompte immobilier pour lequel ce délai est porté à cinq ans;
2° dans les trois ans à partir du 1er janvier de l'exercice d'imposition auquel appartient l'impôt dont le dégrèvement est demandé, dans le cas des taxes perçues sans avoir été reprises dans un rôle.
Par dérogation à l'alinéa 1er, pour ce qui concerne les exonérations de précompte immobilier et sans préjudice des conditions formelles et procédurales qui y sont prévues, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement accorde le dégrèvement des taxes représentant une somme supérieure à celle qui est légalement due, perçues en application de l'article 17bis, § 1er, résultant du défaut de prise en compte de ces exonérations de précompte immobilier, uniquement si elles sont la conséquence d'erreurs matérielles, de doubles emplois ou qu'elles apparaissent à la lumière de documents ou faits nouveaux probants dont la production ou l'allégation tardive par le redevable est justifiée par de justes motifs.
§ 2. Le fonctionnaire désigné par le Gouvernement accorde d'office le dégrèvement de l'impôt excédentaire payé, tel que constaté après une procédure amiable en application d'une convention internationale préventive de la double imposition ou après une procédure de règlement des différends visée aux articles 3, 4, 6, 10 ou 15 du décret du 2 juillet 2020 transposant la directive (UE) 2017/1852 du conseil du 10 octobre 2017 concernant les mécanismes de règlement des différends fiscaux dans l'Union européenne, à condition que cet impôt excédentaire ait été constaté par l'administration ou signalé par le redevable de celle-ci dans les douze mois à compter de la date à laquelle la procédure est terminée ]1.
Wijzigingen
Art.28. [3 § 1.]3[1 Indien het bezwaar of de aanvraag tot ontheffing wordt afgewezen of indien de door de Regering aangewezen ambtenaar binnen zes maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift of van de aanvraag tot ontheffing door bedoeld ambtenaar, geen beslissing heeft getroffen, kan [2 de belastingplichtige, alsmede door de persoon op wiens goederen de belasting wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter,]2 een gerechtelijk beroep indienen tegen de door bedoelde ambtenaar beslissing getroffen of, bij gebrek aan beslissing, tegen de heffing.
Het beroep wordt ingediend door middel van een verzoekschrift op tegenspraak of bij dagvaarding betekend aan het Gewest in de persoon van de Minister-President.
De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op dit gerechtelijk beroep.
De termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid wordt met drie maanden verlengd als de omstreden belasting van ambtswege is gevestigd door de dienst bedoeld in artikel 15.
Indien het gerechtelijk beroep ingediend wordt omdat over het bezwaar of de aanvraag tot ontheffing geen beslissing is getroffen na verstrijken van de termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid, wordt de behandeling van het bezwaar onttrokken aan de door de Regering aangewezen ambtenaar.]1
[3 § 2. In de gerechtelijke beroepen bedoeld in paragraaf 1, kan de verschijning in persoon namens het Waals Gewest worden verzekerd door elke ambtenaar van de Waalse Overheidsdienst Financiën]3
Het beroep wordt ingediend door middel van een verzoekschrift op tegenspraak of bij dagvaarding betekend aan het Gewest in de persoon van de Minister-President.
De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op dit gerechtelijk beroep.
De termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid wordt met drie maanden verlengd als de omstreden belasting van ambtswege is gevestigd door de dienst bedoeld in artikel 15.
Indien het gerechtelijk beroep ingediend wordt omdat over het bezwaar of de aanvraag tot ontheffing geen beslissing is getroffen na verstrijken van de termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid, wordt de behandeling van het bezwaar onttrokken aan de door de Regering aangewezen ambtenaar.]1
[3 § 2. In de gerechtelijke beroepen bedoeld in paragraaf 1, kan de verschijning in persoon namens het Waals Gewest worden verzekerd door elke ambtenaar van de Waalse Overheidsdienst Financiën]3
Art. 27bis. [1 Il est accusé réception aux requérants des réclamations et des demandes de dégrèvement d'office en mentionnant la date de réception du recours administratif.
Lorsque le dégrèvement d'office est fait à l'initiative du service désigné par le Gouvernement, la cause à l'origine de celui-ci ainsi que sa date de constatation sont portées à la connaissance du redevable.]1
Lorsque le dégrèvement d'office est fait à l'initiative du service désigné par le Gouvernement, la cause à l'origine de celui-ci ainsi que sa date de constatation sont portées à la connaissance du redevable.]1
HOOFDSTUK Vbis. [1 Bijkomende aanvragen tot teruggave.]1
Section 2. - Recours judiciaire.
Art. 28. [3 § 1.]3[1 Indien het bezwaar of de aanvraag tot ontheffing wordt afgewezen of indien de door de Regering aangewezen ambtenaar binnen zes maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift of van de aanvraag tot ontheffing door bedoeld ambtenaar, geen beslissing heeft getroffen, kan [2 de belastingplichtige, alsmede door de persoon op wiens goederen de belasting wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter,]2 een gerechtelijk beroep indienen tegen de door bedoelde ambtenaar beslissing getroffen of, bij gebrek aan beslissing, tegen de heffing.
Het beroep wordt ingediend door middel van een verzoekschrift op tegenspraak of bij dagvaarding betekend aan het Gewest in de persoon van de Minister-President.
De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op dit gerechtelijk beroep.
De termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid wordt met drie maanden verlengd als de omstreden belasting van ambtswege is gevestigd door de dienst bedoeld in artikel 15.
Indien het gerechtelijk beroep ingediend wordt omdat over het bezwaar of de aanvraag tot ontheffing geen beslissing is getroffen na verstrijken van de termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid, wordt de behandeling van het bezwaar onttrokken aan de door de Regering aangewezen ambtenaar.]1
[3 § 2. In de gerechtelijke beroepen bedoeld in paragraaf 1, kan de verschijning in persoon namens het Waals Gewest worden verzekerd door elke ambtenaar van de Waalse Overheidsdienst Financiën]3
Het beroep wordt ingediend door middel van een verzoekschrift op tegenspraak of bij dagvaarding betekend aan het Gewest in de persoon van de Minister-President.
De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op dit gerechtelijk beroep.
De termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid wordt met drie maanden verlengd als de omstreden belasting van ambtswege is gevestigd door de dienst bedoeld in artikel 15.
Indien het gerechtelijk beroep ingediend wordt omdat over het bezwaar of de aanvraag tot ontheffing geen beslissing is getroffen na verstrijken van de termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid, wordt de behandeling van het bezwaar onttrokken aan de door de Regering aangewezen ambtenaar.]1
[3 § 2. In de gerechtelijke beroepen bedoeld in paragraaf 1, kan de verschijning in persoon namens het Waals Gewest worden verzekerd door elke ambtenaar van de Waalse Overheidsdienst Financiën]3
Art.28. [3 § 1.]3 [1 En cas de rejet de sa réclamation ou de sa demande de dégrèvement, ou à défaut de décision du fonctionnaire désigné par le Gouvernement dans les six mois à dater de la réception de la réclamation ou de la demande de dégrèvement par ce fonctionnaire, le [2 le redevable, ainsi que par la personne sur les biens de laquelle la taxe est mise en recouvrement conformément à l'article 35ter,]2 peut introduire un recours judiciaire contre la décision de ce fonctionnaire ou, à défaut de celle-ci, contre la taxation.
Il est introduit par requête contradictoire ou par citation dirigées contre la Région en la personne du Ministre-Président.
Les articles 1385decies et 1385undecies du Code judiciaire sont applicables à ce recours judiciaire.
Le délai de six mois visé à l'alinéa 1er est prolongé de trois mois lorsque l'imposition contestée a été établie d'office par le service visé à l'article 15.
Lorsque le recours judiciaire est introduit en l'absence de décision sur la réclamation ou sur la demande de dégrèvement après l'expiration du délai de six mois visé à l'alinéa 1er, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement est dessaisi.]1
[3 § 2. Dans les recours judiciaires visés au paragraphe 1er, la comparution en personne au nom de la Région wallonne peut être assurée par tout fonctionnaire du Service public de Wallonie Finances. ]3
Il est introduit par requête contradictoire ou par citation dirigées contre la Région en la personne du Ministre-Président.
Les articles 1385decies et 1385undecies du Code judiciaire sont applicables à ce recours judiciaire.
Le délai de six mois visé à l'alinéa 1er est prolongé de trois mois lorsque l'imposition contestée a été établie d'office par le service visé à l'article 15.
Lorsque le recours judiciaire est introduit en l'absence de décision sur la réclamation ou sur la demande de dégrèvement après l'expiration du délai de six mois visé à l'alinéa 1er, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement est dessaisi.]1
[3 § 2. Dans les recours judiciaires visés au paragraphe 1er, la comparution en personne au nom de la Région wallonne peut être assurée par tout fonctionnaire du Service public de Wallonie Finances. ]3
Art. 28ter. [1 Indien de bijkomende aanvraag tot teruggave wordt afgewezen of indien de ambtenaar die gemachtigd is om overeenkomstig artikel 27 over de aanvraag tot ontheffing te beslissen binnen zes maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag door bedoeld ambtenaar, geen beslissing heeft getroffen, kan de verschuldigde een gerechtelijk beroep indienen tegen de beslissing getroffen door bedoeld ambtenaar of, bij gebrek aan beslissing, tegen het uitblijven van teruggave.
CHAPITRE Vbis. [1 Demandes subsidiaires de restitutions.]1
Art. 28bis. [1 Als een belasting niet is gevestigd overeenkomstig artikel 17bis, § 1, worden de ten onrechte geïnde belastingen en de negatieve bedragen van de belastingen binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het aanslagjaar van de belasting waarvoor de teruggave wordt aangevraagd, aan de verschuldigde teruggegeven op schriftelijk en gemotiveerd verzoek [2 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]2 gericht aan de ambtenaar die gemachtigd is om overeenkomstig artikel 27 over de aanvraag tot ontheffing te beslissen, onverminderd artikel 25, derde lid.]1
Art. 28bis. [1 Sans préjudice de l'article 25, alinéa 3, lorsqu'une taxe n'a pas été établie en application de l'article 17bis, § 1er, les taxes indûment perçues et les montants négatifs de taxes sont restitués au redevable, sur demande écrite et motivée, [2 ou par communication électronique équivalente,]2 présentée auprès du fonctionnaire compétent pour statuer sur les demandes de dégrèvement conformément à l'article 27, dans les trois ans à partir du 1er janvier de l'exercice d'imposition auquel appartient l'impôt dont la restitution est demandée.]1
Art. 28ter. [1 Indien de bijkomende aanvraag tot teruggave wordt afgewezen of indien de ambtenaar die gemachtigd is om overeenkomstig artikel 27 over de aanvraag tot ontheffing te beslissen binnen zes maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag door bedoeld ambtenaar, geen beslissing heeft getroffen, kan de verschuldigde een gerechtelijk beroep indienen tegen de beslissing getroffen door bedoeld ambtenaar of, bij gebrek aan beslissing, tegen het uitblijven van teruggave.
Het beroep wordt ingediend door middel van een verzoekschrift op tegenspraak of bij dagvaarding betekend aan het Gewest in de persoon van de Minister-President.
De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op dit gerechtelijk beroep.
Indien gerechtelijk beroep ingediend wordt omdat over de aanvraag geen beslissing is getroffen na afloop van de termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid, wordt de behandeling van de aanvraag onttrokken aan de ambtenaar die gemachtigd is om overeenkomstig artikel 27 over de aanvraag tot ontheffing te beslissen.]1
Het beroep wordt ingediend door middel van een verzoekschrift op tegenspraak of bij dagvaarding betekend aan het Gewest in de persoon van de Minister-President.
De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op dit gerechtelijk beroep.
Indien gerechtelijk beroep ingediend wordt omdat over de aanvraag geen beslissing is getroffen na afloop van de termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid, wordt de behandeling van de aanvraag onttrokken aan de ambtenaar die gemachtigd is om overeenkomstig artikel 27 over de aanvraag tot ontheffing te beslissen.]1
Art. 28ter. [1 En cas de rejet de sa demande subsidiaire de restitution, ou à défaut de décision du fonctionnaire compétent pour statuer sur les demandes de dégrèvement conformément à l'article 27, dans les six mois à dater de la réception de la demande par ce fonctionnaire, le redevable peut introduire un recours judiciaire contre la décision de ce fonctionnaire ou, à défaut de celle-ci, contre le défaut de restitution.
Il est introduit par requête contradictoire ou par citation dirigées contre la Région en la personne du Ministre-Président.
Les articles 1385decies et 1385undecies du Code judiciaire sont applicables à ce recours judiciaire.
Lorsque le recours judiciaire est introduit en l'absence de décision sur la demande après l'expiration du délai de six mois visé à l'alinéa 1er, le fonctionnaire compétent pour statuer sur les demandes de dégrèvement conformément à l'article 27 est dessaisi.]1
Il est introduit par requête contradictoire ou par citation dirigées contre la Région en la personne du Ministre-Président.
Les articles 1385decies et 1385undecies du Code judiciaire sont applicables à ce recours judiciaire.
Lorsque le recours judiciaire est introduit en l'absence de décision sur la demande après l'expiration du délai de six mois visé à l'alinéa 1er, le fonctionnaire compétent pour statuer sur les demandes de dégrèvement conformément à l'article 27 est dessaisi.]1
Art.29.Bij niet-betaling binnen de termijn vastgesteld bij artikel 23 [1 van een belasting of een voorschot opgenomen in een kohier]1 is van rechtswege een nalatigheidsinterest verschuldigd waarvan de voet gelijk is aan de wettelijke rentevoet.
CHAPITRE VI. - Intérêts.
Art.30.Die interest wordt voor elke belasting per kalendermaand berekend op de nog verschuldigde som en wordt (op het lagere tiental euro) afgerond ofwel vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de vervaldag [2 van de termijn vastgesteld in artikel 23]2 ligt, ofwel, voor zover er een som toegerekend werd op de verschuldigde hoofdsom, vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de voorgaande betaling werd verricht en tot en met de laatste dag van de maand waarin de betaling wordt verricht.
Section 1. - Intérêts de retard dus par le redevable.
Art. 29. Bij niet-betaling binnen de termijn vastgesteld bij artikel 23 [1 van een belasting of een voorschot opgenomen in een kohier]1 is van rechtswege een nalatigheidsinterest verschuldigd waarvan de voet gelijk is aan de wettelijke rentevoet.
Art.29. En cas de non-paiement dans le délai fixé à l'article 23 [1 d'une taxe ou d'une provision portée dans un rôle]1, un intérêt de retard dont le taux est identique au taux légal est exigible de plein droit.
Wijzigingen
Art. 30. Die interest wordt voor elke belasting per kalendermaand berekend op de nog verschuldigde som en wordt (op het lagere tiental euro) afgerond ofwel vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de vervaldag [2 van de termijn vastgesteld in artikel 23]2 ligt, ofwel, voor zover er een som toegerekend werd op de verschuldigde hoofdsom, vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de voorgaande betaling werd verricht en tot en met de laatste dag van de maand waarin de betaling wordt verricht.
[1 De nalatigheidsintrest is niet verschuldigd wanneer het bedrag ervan kleiner is dan 5 euro per maand.]1
[1 De nalatigheidsintrest is niet verschuldigd wanneer het bedrag ervan kleiner is dan 5 euro per maand.]1
Art.30. Cet intérêt est calculé par mois civil pour chaque taxe sur la somme restant due, arrondie (à la dizaine d'euros inférieure), à partir, soit du premier jour du mois qui suit celui de l'échéance [2 du délai fixé à l'article 23]2, soit du premier jour du mois qui suit celui du paiement précédent, pour autant qu'une somme ait été imputée sur la dette en principal, jusqu'au dernier jour du mois au cours duquel le paiement a lieu.
[1 L'intérêt de retard n'est pas dû lorsque son montant n'atteint pas 5 euros par mois.]1
[1 L'intérêt de retard n'est pas dû lorsque son montant n'atteint pas 5 euros par mois.]1
Art. 30bis. [1 Deze interest wordt beschouwd als een zekere en vaststaande schuld, zodra hij opeisbaar is.]1
Art. 30bis. [1 Cet intérêt est considéré comme une dette liquide et certaine, dès l'instant où il est exigible.]1
Art.32. Bij teruggaaf van belastingen of nalatigheidsinteresten [1 of [2 fiscale boetes]2]1 wordt de belastingplichtige een moratoriumsinterest toegekend waarvan de voet gelijk is aan de wettelijke rentevoet.
Art.31. [1 Le fonctionnaire désigné par le Gouvernement]1 peut accorder aux conditions qu'il détermine l'exonération de tout ou partie des intérêts de retard.
Wijzigingen
Art.33. Die interest wordt per kalenderjaar berekend op het bedrag van elke (op het lagere tiental euro) afgeronde betaling; de maand waarin de betaling verricht wordt, wordt buiten beschouwing gelaten, maar de maand waarin de belastingplichtige het bericht toegestuurd krijgt dat de terug te geven som te zijner beschikking wordt gesteld, wordt als een hele maand beschouwd.
Section 2. - Intérêts moratoires dus par la Région.
Art.34. Er wordt geen enkele moratoriumsinterest toegekend :
1. [2 indien de som van die interest minder bedraagt dan 5 euro per maand.]2
2. indien de terugbetaling voortvloeit uit kwijtschelding of vermindering van[3 fiscale boetes]3.
1. [2 indien de som van die interest minder bedraagt dan 5 euro per maand.]2
2. indien de terugbetaling voortvloeit uit kwijtschelding of vermindering van[3 fiscale boetes]3.
Art.32. En cas de restitution de taxes, d'intérêts de retard [1 ou d'[2 amendes fiscales]2]1, un intérêt moratoire dont le taux est identique au taux légal est alloué au redevable.
Art. 33. Die interest wordt per kalenderjaar berekend op het bedrag van elke (op het lagere tiental euro) afgeronde betaling; de maand waarin de betaling verricht wordt, wordt buiten beschouwing gelaten, maar de maand waarin de belastingplichtige het bericht toegestuurd krijgt dat de terug te geven som te zijner beschikking wordt gesteld, wordt als een hele maand beschouwd.
Art.33. Cet intérêt est calculé par mois civil sur le montant de chaque paiement arrondi (à la dizaine d'euros inférieure); le mois pendant lequel a eu lieu le paiement est négligé, mais le mois au cours duquel est envoyé au redevable l'avis mettant à sa disposition la somme à restituer est compté pour un mois entier.
Art. 34. Er wordt geen enkele moratoriumsinterest toegekend :
1. [2 indien de som van die interest minder bedraagt dan 5 euro per maand.]2
2. indien de terugbetaling voortvloeit uit kwijtschelding of vermindering van[3 fiscale boetes]3.
1. [2 indien de som van die interest minder bedraagt dan 5 euro per maand.]2
2. indien de terugbetaling voortvloeit uit kwijtschelding of vermindering van[3 fiscale boetes]3.
Art.34. Aucun intérêt moratoire n'est alloué :
1. [2 lorsque son montant n'atteint pas 5 euros par mois.]2
2. lorsque le remboursement résulte de la remise ou modération d'une [3 amende fiscale]3.
1. [2 lorsque son montant n'atteint pas 5 euros par mois.]2
2. lorsque le remboursement résulte de la remise ou modération d'une [3 amende fiscale]3.
Art. 34bis. [1 Ieder belastingbedrag kan enkel het voorwerp uitmaken van maatregelen van gedwongen uitvoering door de ambtenaar belast met de invordering van belastingvorderingen ten voordele van het Waalse Gewest, hierna de ontvanger genoemd, als deze maatregelen worden voorafgegaan door een vermelding van dit belastingbedrag in de uitvoerbaar verklaarde rol.
CHAPITRE VII. - Recouvrement.
Art.35.[1 § 1. Indien de belasting, de [2 fiscale boete]2 en de eisbare interest niet betaald worden, kan [3 de ontvanger]3, een dwangschrift afleveren.
Section 1. - Les poursuites.
Art. 34bis. [1 Ieder belastingbedrag kan enkel het voorwerp uitmaken van maatregelen van gedwongen uitvoering door de ambtenaar belast met de invordering van belastingvorderingen ten voordele van het Waalse Gewest, hierna de ontvanger genoemd, als deze maatregelen worden voorafgegaan door een vermelding van dit belastingbedrag in de uitvoerbaar verklaarde rol.
De ontvanger is eveneens belast met de invordering van ieder ander bedrag dat bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing aan het Gewest is toegewezen ]1
De ontvanger is eveneens belast met de invordering van ieder ander bedrag dat bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing aan het Gewest is toegewezen ]1
Art. 34bis. [1 Toute somme de taxes peut faire l'objet de mesures d'exécution forcée par le fonctionnaire chargé du recouvrement des créances fiscales au bénéfice de la Région wallonne, ci-après dénommé le receveur, uniquement si ces mesures sont précédées d'une reprise de cette somme de taxes dans un rôle rendu exécutoire.
Le receveur est également chargé du recouvrement de toute autre somme attribuée à la Région par décision judiciaire coulée en force de chose jugée. ]1
Le receveur est également chargé du recouvrement de toute autre somme attribuée à la Région par décision judiciaire coulée en force de chose jugée. ]1
Art. 35. [1 § 1. Indien de belasting, de [2 fiscale boete]2 en de eisbare interest niet betaald worden, kan [3 de ontvanger]3, een dwangschrift afleveren.
In het dwangschrift worden de gegevens van het aanslagbiljet weergegeven.
§ 2. Wanneer de onroerende voorheffing ingekohierd wordt ter uitvoering van artikel 18bis, § 4, en bij ontstentenis van de toepassing van artikel 21, § 2, wordt, per gewoon schrijven [3 ]3, aan elke deelgenoot die niet bij naam in het kohier wordt vernoemd, kennis gegeven van een bevel tot betalen, samen met een afschrift van het aanslagbiljet vooraleer hen een dwangschrift wordt uitgereikt.
§ 3.[3 De ambtenaren aangewezen door de Regering zijn bevoegd om vervaldata en termijnen toe te kennen. Indien de vervaldate en de termijnen waarom is verzocht, worden geweigerd, moeten zij hun beslissing met redenen omkleden]3.]1
[3 § 4. De vervolgingskosten worden bepaald volgens de regels vastgesteld voor de akten verricht door de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken. ]3
In het dwangschrift worden de gegevens van het aanslagbiljet weergegeven.
§ 2. Wanneer de onroerende voorheffing ingekohierd wordt ter uitvoering van artikel 18bis, § 4, en bij ontstentenis van de toepassing van artikel 21, § 2, wordt, per gewoon schrijven [3 ]3, aan elke deelgenoot die niet bij naam in het kohier wordt vernoemd, kennis gegeven van een bevel tot betalen, samen met een afschrift van het aanslagbiljet vooraleer hen een dwangschrift wordt uitgereikt.
§ 3.[3 De ambtenaren aangewezen door de Regering zijn bevoegd om vervaldata en termijnen toe te kennen. Indien de vervaldate en de termijnen waarom is verzocht, worden geweigerd, moeten zij hun beslissing met redenen omkleden]3.]1
[3 § 4. De vervolgingskosten worden bepaald volgens de regels vastgesteld voor de akten verricht door de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken. ]3
Art.35. [1 § 1er. A défaut de paiement de la taxe, de l'[2 amende fiscale]2 et des intérêts exigibles, [3 le receveur]3 peut décerner une contrainte.
La contrainte reproduit les mentions de l'avertissement-extrait de rôle.
§ 2. Lorsque le précompte immobilier est porté au rôle en exécution de l'article 18bis, § 4, et à défaut d'application de l'article 21, § 2, une sommation de payer, accompagnée d'une copie de l'avertissement extrait de rôle, est notifiée par pli ordinaire [3 à la poste, ou par communication électronique équivalente,]3 à chaque indivisaire non nommément repris au rôle avant qu'une contrainte ne leur soit décernée.
§ 3. [3 . Les fonctionnaires désignés par le Gouvernement sont compétents pour accorder termes et délais. Si les termes et délais sollicités sont refusés, ils doivent motiver leurs décisions. ]3
[3 § 4. Les frais de poursuite sont déterminés suivant les règles établies pour les actes accomplis par les huissiers de justice en matière civile et commerciale. ]3
La contrainte reproduit les mentions de l'avertissement-extrait de rôle.
§ 2. Lorsque le précompte immobilier est porté au rôle en exécution de l'article 18bis, § 4, et à défaut d'application de l'article 21, § 2, une sommation de payer, accompagnée d'une copie de l'avertissement extrait de rôle, est notifiée par pli ordinaire [3 à la poste, ou par communication électronique équivalente,]3 à chaque indivisaire non nommément repris au rôle avant qu'une contrainte ne leur soit décernée.
§ 3. [3 . Les fonctionnaires désignés par le Gouvernement sont compétents pour accorder termes et délais. Si les termes et délais sollicités sont refusés, ils doivent motiver leurs décisions. ]3
[3 § 4. Les frais de poursuite sont déterminés suivant les règles établies pour les actes accomplis par les huissiers de justice en matière civile et commerciale. ]3
Art. 35quater. [1 § 1. De erfgenamen van een overleden belastingplichtige moeten tot het bedrag van hun erfelijk aandeel de door de erflater nog niet-betaalde of ontdoken rechten betalen, tenzij de ontoereikende inning het gevolg is van misslagen begaan door ambtenaren van de dienst aangewezen door de [2 ...]2 Regering.
§ 2. De invordering van de belasting van een met toepassing [3 van de artikelen 12:4 tot 12:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 of van een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht gesplitste vennootschap gevestigd ten name van de verkrijgende vennootschappen wordt, behoudens afwijkende vermeldingen in de akte die de verrichting vaststelt, verricht ten name van de verschillende verkrijgende vennootschappen na rato van de werkelijke waarde van het netto actief dat ze elk ontvangen hebben.]1
§ 2. De invordering van de belasting van een met toepassing [3 van de artikelen 12:4 tot 12:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 of van een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht gesplitste vennootschap gevestigd ten name van de verkrijgende vennootschappen wordt, behoudens afwijkende vermeldingen in de akte die de verrichting vaststelt, verricht ten name van de verschillende verkrijgende vennootschappen na rato van de werkelijke waarde van het netto actief dat ze elk ontvangen hebben.]1
Art. 35quinquies. [1 De invordering van de belasting gevestigd ten name van de vennoten of leden van de burgerlijke vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid kan rechtstreeks ten laste van de burgerlijke vennootschap of vereniging worden vervolgd in zover die belasting proportioneel overeenstemt met het aandeel van de vennoten of leden in de niet-uitgekeerde winst of baten van die vennootschappen of verenigingen.]1
Art. 35ter. [1 Le rôle est exécutoire contre les personnes qui n'y sont pas reprises, dans la mesure où elles sont tenues au paiement de la dette fiscale sur la base du droit commun ou sur la base des dispositions du présent décret ou de la législation qui établit la taxe concernée.]1
Art. 35quater. [1 § 1. De erfgenamen van een overleden belastingplichtige moeten tot het bedrag van hun erfelijk aandeel de door de erflater nog niet-betaalde of ontdoken rechten betalen, tenzij de ontoereikende inning het gevolg is van misslagen begaan door ambtenaren van de dienst aangewezen door de [2 ...]2 Regering.
§ 2. De invordering van de belasting van een met toepassing [3 van de artikelen 12:4 tot 12:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 of van een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht gesplitste vennootschap gevestigd ten name van de verkrijgende vennootschappen wordt, behoudens afwijkende vermeldingen in de akte die de verrichting vaststelt, verricht ten name van de verschillende verkrijgende vennootschappen na rato van de werkelijke waarde van het netto actief dat ze elk ontvangen hebben.]1
§ 2. De invordering van de belasting van een met toepassing [3 van de artikelen 12:4 tot 12:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 of van een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht gesplitste vennootschap gevestigd ten name van de verkrijgende vennootschappen wordt, behoudens afwijkende vermeldingen in de akte die de verrichting vaststelt, verricht ten name van de verschillende verkrijgende vennootschappen na rato van de werkelijke waarde van het netto actief dat ze elk ontvangen hebben.]1
Art. 35quater. [1 § 1er. Les héritiers d'un redevable décédé sont tenus, à concurrence de leur part héréditaire, des droits non encore payés ou éludés par le défunt, à moins que l'insuffisance de la perception ne résulte d'erreurs commises par des fonctionnaires du service désigné par le Gouvernement [2 ...]2.
§ 2. Le recouvrement de l'impôt d'une société scindée en application [3 des articles 12:4 à 12:6 du Code des sociétés et des associations]3, ou d'une opération de droit des sociétés similaire en droit étranger, établi dans le chef des sociétés bénéficiaires, est, sauf mentions contraires dans l'acte constatant l'opération, effectué dans le chef des différentes sociétés bénéficiaires au prorata de la valeur réelle de l'actif net qu'elles ont chacune reçu.]1
§ 2. Le recouvrement de l'impôt d'une société scindée en application [3 des articles 12:4 à 12:6 du Code des sociétés et des associations]3, ou d'une opération de droit des sociétés similaire en droit étranger, établi dans le chef des sociétés bénéficiaires, est, sauf mentions contraires dans l'acte constatant l'opération, effectué dans le chef des différentes sociétés bénéficiaires au prorata de la valeur réelle de l'actif net qu'elles ont chacune reçu.]1
Art. 35septies. [1 Tot aan de overgang van een eigendom in de kadastrale stukken zijn de voormalige houder van het recht op de belastbare goederen of diens erfgenamen, tenzij zij het bewijs leveren van verandering van houder van dat recht en zij de identiteit en het volledig adres van de nieuwe houder mededelen, aansprakelijk voor de betaling van de onroerende voorheffing, behoudens hun beroep tegen de nieuwe houder van het recht.
Bij voorlegging van het bewijs, bedoeld in lid één, of bij vaststelling van de overgang van eigendom door [2 de ontvanger]2, kan de invordering van de onroerende voorheffing, in het kohier vastgelegd op naam van de voormalige houder van het recht, krachtens hetzelfde kohier worden voortgezet ten laste van de daadwerkelijke verschuldigde van de voorheffing. Deze verschuldigde krijgt een nieuw exemplaar van het aanslagbiljet waarin gemeld wordt dat dit krachtens huidige bepaling verstrekt wordt en krijgt de hoedanigheid van retributieplichtige in de zin van dit decreet.
Onder overgang van een eigendom wordt verstaan, iedere verandering van welke aard ook die een eigendom ondergaat, ongeacht of de eigendom van eigenaar verandert of belast wordt met een recht van erfpacht, vruchtgebruik of bewoning, dan wel of één van deze rechten uitdooft.
Onder houder van het recht wordt de persoon verstaan, die het zakelijk recht houdt krachtens welk de onroerende voorheffing verschuldigd is.]1
Bij voorlegging van het bewijs, bedoeld in lid één, of bij vaststelling van de overgang van eigendom door [2 de ontvanger]2, kan de invordering van de onroerende voorheffing, in het kohier vastgelegd op naam van de voormalige houder van het recht, krachtens hetzelfde kohier worden voortgezet ten laste van de daadwerkelijke verschuldigde van de voorheffing. Deze verschuldigde krijgt een nieuw exemplaar van het aanslagbiljet waarin gemeld wordt dat dit krachtens huidige bepaling verstrekt wordt en krijgt de hoedanigheid van retributieplichtige in de zin van dit decreet.
Onder overgang van een eigendom wordt verstaan, iedere verandering van welke aard ook die een eigendom ondergaat, ongeacht of de eigendom van eigenaar verandert of belast wordt met een recht van erfpacht, vruchtgebruik of bewoning, dan wel of één van deze rechten uitdooft.
Onder houder van het recht wordt de persoon verstaan, die het zakelijk recht houdt krachtens welk de onroerende voorheffing verschuldigd is.]1
Art. 35quinquies. [1 Le recouvrement de la taxe établie à charge des associés ou membres de sociétés civiles et associations sans personnalité juridique, peut être poursuivi directement à charge de la société ou association, dans la mesure où cette taxe correspond proportionnellement à la part de ces associés ou membres dans les bénéfices ou profits non distribués de ces sociétés ou associations.]1
Art. 35sexies. [1 Inzake de onroerende voorheffing is elke deelgenoot in de onverdeeldheid enkel gehouden tot de betaling van de belastingschuld in verhouding tot zijn aandeel in de onverdeeldheid in het belaste goed, onverminderd de andere invorderingsmogelijkheden waarin het gemeen recht of de bepalingen van het huidig decreet voorzien.]1
Art. 35sexies. [1 En matière de précompte immobilier, chaque indivisaire est uniquement tenu au paiement de la dette fiscale à concurrence de sa quote-part dans l'indivision du bien imposé sans préjudice des autres possibilités de recouvrement prévues par le droit commun ou les dispositions du présent décret.]1
Art. 35septies. [1 Tot aan de overgang van een eigendom in de kadastrale stukken zijn de voormalige houder van het recht op de belastbare goederen of diens erfgenamen, tenzij zij het bewijs leveren van verandering van houder van dat recht en zij de identiteit en het volledig adres van de nieuwe houder mededelen, aansprakelijk voor de betaling van de onroerende voorheffing, behoudens hun beroep tegen de nieuwe houder van het recht.
Bij voorlegging van het bewijs, bedoeld in lid één, of bij vaststelling van de overgang van eigendom door [2 de ontvanger]2, kan de invordering van de onroerende voorheffing, in het kohier vastgelegd op naam van de voormalige houder van het recht, krachtens hetzelfde kohier worden voortgezet ten laste van de daadwerkelijke verschuldigde van de voorheffing. Deze verschuldigde krijgt een nieuw exemplaar van het aanslagbiljet waarin gemeld wordt dat dit krachtens huidige bepaling verstrekt wordt en krijgt de hoedanigheid van retributieplichtige in de zin van dit decreet.
Onder overgang van een eigendom wordt verstaan, iedere verandering van welke aard ook die een eigendom ondergaat, ongeacht of de eigendom van eigenaar verandert of belast wordt met een recht van erfpacht, vruchtgebruik of bewoning, dan wel of één van deze rechten uitdooft.
Onder houder van het recht wordt de persoon verstaan, die het zakelijk recht houdt krachtens welk de onroerende voorheffing verschuldigd is.]1
Bij voorlegging van het bewijs, bedoeld in lid één, of bij vaststelling van de overgang van eigendom door [2 de ontvanger]2, kan de invordering van de onroerende voorheffing, in het kohier vastgelegd op naam van de voormalige houder van het recht, krachtens hetzelfde kohier worden voortgezet ten laste van de daadwerkelijke verschuldigde van de voorheffing. Deze verschuldigde krijgt een nieuw exemplaar van het aanslagbiljet waarin gemeld wordt dat dit krachtens huidige bepaling verstrekt wordt en krijgt de hoedanigheid van retributieplichtige in de zin van dit decreet.
Onder overgang van een eigendom wordt verstaan, iedere verandering van welke aard ook die een eigendom ondergaat, ongeacht of de eigendom van eigenaar verandert of belast wordt met een recht van erfpacht, vruchtgebruik of bewoning, dan wel of één van deze rechten uitdooft.
Onder houder van het recht wordt de persoon verstaan, die het zakelijk recht houdt krachtens welk de onroerende voorheffing verschuldigd is.]1
Art. 35septies. [1 Jusqu'à la mutation d'une propriété dans les documents cadastraux, l'ancien titulaire du droit sur les biens imposables ou ses héritiers, à moins qu'ils ne fournissent la preuve du changement de titulaire du droit et qu'ils ne fassent connaître l'identité et l'adresse complètes du nouveau titulaire, sont responsables du paiement du précompte immobilier, sauf leur recours contre le nouveau titulaire du droit.
En cas de production de la preuve visée à l'alinéa 1er ou de constatation de la mutation de propriété par tout [2 le receveur ]2, le recouvrement du précompte immobilier compris au rôle au nom de l'ancien titulaire du droit peut être poursuivi, en vertu du même rôle, à charge du débiteur effectif du précompte. Ce débiteur reçoit un nouvel exemplaire de l'avertissement-extrait de rôle portant qu'il est délivré en vertu de la présente disposition, et acquiert la qualité de redevable au sens du présent décret.
Par mutation d'une propriété, l'on entend tout changement quelconque subi par une propriété, soit qu'elle change de propriétaire, soit qu'on la grève d'un droit d'emphytéose, d'usufruit, de superficie, d'usage ou d'habitation, ou que l'un de ces droits viennent à s'éteindre.
Par titulaire du droit, l'on entend la personne qui détient le droit réel en vertu duquel le précompte immobilier est dû.]1
En cas de production de la preuve visée à l'alinéa 1er ou de constatation de la mutation de propriété par tout [2 le receveur ]2, le recouvrement du précompte immobilier compris au rôle au nom de l'ancien titulaire du droit peut être poursuivi, en vertu du même rôle, à charge du débiteur effectif du précompte. Ce débiteur reçoit un nouvel exemplaire de l'avertissement-extrait de rôle portant qu'il est délivré en vertu de la présente disposition, et acquiert la qualité de redevable au sens du présent décret.
Par mutation d'une propriété, l'on entend tout changement quelconque subi par une propriété, soit qu'elle change de propriétaire, soit qu'on la grève d'un droit d'emphytéose, d'usufruit, de superficie, d'usage ou d'habitation, ou que l'un de ces droits viennent à s'éteindre.
Par titulaire du droit, l'on entend la personne qui détient le droit réel en vertu duquel le précompte immobilier est dû.]1
Art. 35octies. [1 De administratie of het orgaan dat een goed beheert van de Staat, van een Gemeenschap of van een Gewest is aansprakelijk voor de betaling van de onroerende voorheffing betreffende dat goed.]1
Art. 35octies. [1 L'administration ou l'organisme gestionnaire d'un bien de l'Etat, d'une Communauté ou d'une Région est responsable du paiement du précompte immobilier relatif à ce bien.]1
Art. 36. Het dwangschrift wordt aan de belastingplichtige betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot, met bevel om binnen 24 uur te betalen op straffe van uitvoering bij wijze van beslag.
[1 In het dwangbevel worden, in de hoofding, een uittreksel uit het kohier betreffende de belastingplichtige of de deelgenoot in de onverdeeldheid die niet bij naam in het kohier vernoemd wordt overeenkomstig artikel 18bis, en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring. Vermeld]1.
[1 In het dwangbevel worden, in de hoofding, een uittreksel uit het kohier betreffende de belastingplichtige of de deelgenoot in de onverdeeldheid die niet bij naam in het kohier vernoemd wordt overeenkomstig artikel 18bis, en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring. Vermeld]1.
Art.36. La contrainte est signifiée au redevable par exploit d'huissier de justice, avec commandement de payer dans les 24 heures, à peine d'exécution par voie de saisie.
[1 Le commandement porte, en tête, un extrait du rôle concernant le redevable ou l'indivisaire non nommément repris au rôle en application de l'article 18bis, § 4, et une copie de l'exécutoire]1.
[1 Le commandement porte, en tête, un extrait du rôle concernant le redevable ou l'indivisaire non nommément repris au rôle en application de l'article 18bis, § 4, et une copie de l'exécutoire]1.
Wijzigingen
Art. 37. Zodra de in het dwangbevel vermelde termijn verstreken is, laat de ontvanger uitvoerend beslag op roerend goed leggen volgens de wijze vastgesteld door het Gerechtelijk Wetboek [1 ...]1.
Art.37. Le délai de commandement étant expiré, le receveur fait procéder à la saisie-exécution mobilière, laquelle s'opère de la manière établie par le Code judiciaire, [1 ...]1.
Wijzigingen
Art.43. Tegenover belastingplichtigen die door roerende voorwerpen weg te halen of op andere wijze zouden trachten om de waarborgen van de gewestelijke Schatkist te doen verdwijnen of eenvoudigweg te verminderen, kan de ontvanger een uitvoerend beslag op roerend goed laten leggen zonder op voorhand een dwangbevel te laten betekenen.
In dat geval houdt het exploot van het beslag bevel voorafgaand aan beslag in en vermeldt dat exploot de gegevens bedoeld in artikel 22 en de gronden waarop het niet op voorhand betekenen van een dwangbevel steunen.
In dat geval houdt het exploot van het beslag bevel voorafgaand aan beslag in en vermeldt dat exploot de gegevens bedoeld in artikel 22 en de gronden waarop het niet op voorhand betekenen van een dwangbevel steunen.
Art.44. [1 [2 ...]2
Het uitvoerend beslag op onroerend goed moet het voorwerp uitmaken van een machtiging van de [2 ambtenaar aangewezen door de Regering"]2.]1
Het uitvoerend beslag op onroerend goed moet het voorwerp uitmaken van een machtiging van de [2 ambtenaar aangewezen door de Regering"]2.]1
Art.45. Bij zijn vraag om goedkeuring voegt de ontvanger
1. een door de hypotheekbewaarder afgeleverd certificaat der inschrijvingen waarmee [1 de uit te voeren]1 goeden zijn bezwaard;
2. een staat waarop zijn vermeld :
a. de naam van de belastingplichtige met betaalachterstand;
b. de aard en het bedrag van de in te vorderen belastingen;
c. de geschatte verkoopwaarde van bedoelde goederen;
d. hun kadastraal inkomen;
e. de bij benadering geschatte waarde van de roerende voorwerpen die worden aangerekend op het voorrecht van de gewestelijke Schatkist en waarop beslag zou kunnen worden gelegd.
1. een door de hypotheekbewaarder afgeleverd certificaat der inschrijvingen waarmee [1 de uit te voeren]1 goeden zijn bezwaard;
2. een staat waarop zijn vermeld :
a. de naam van de belastingplichtige met betaalachterstand;
b. de aard en het bedrag van de in te vorderen belastingen;
c. de geschatte verkoopwaarde van bedoelde goederen;
d. hun kadastraal inkomen;
e. de bij benadering geschatte waarde van de roerende voorwerpen die worden aangerekend op het voorrecht van de gewestelijke Schatkist en waarop beslag zou kunnen worden gelegd.
Art.43. A l'égard des redevables qui, par enlèvement d'objets mobiliers ou autrement, tenteraient de faire disparaître ou simplement de diminuer les garanties du Trésor régional, le receveur peut faire procéder à la saisie-exécution mobilière, sans signification préalable d'un commandement.
Dans ce cas, l'exploit de saisie contiendra commandement avant la saisie et portera les diverses indications visées par l'article 22 ainsi que les motifs qui justifient la non-signification préalable d'un commandement.
Dans ce cas, l'exploit de saisie contiendra commandement avant la saisie et portera les diverses indications visées par l'article 22 ainsi que les motifs qui justifient la non-signification préalable d'un commandement.
Art. 44. [1 [2 ...]2
Het uitvoerend beslag op onroerend goed moet het voorwerp uitmaken van een machtiging van de [2 ambtenaar aangewezen door de Regering"]2.]1
Het uitvoerend beslag op onroerend goed moet het voorwerp uitmaken van een machtiging van de [2 ambtenaar aangewezen door de Regering"]2.]1
Art.44. [2 ...]2
La saisie-exécution immobilière doit faire l'objet d'une autorisation du [2 fonctionnaire désigné par le Gouvernement ]2.]1
La saisie-exécution immobilière doit faire l'objet d'une autorisation du [2 fonctionnaire désigné par le Gouvernement ]2.]1
Art. 45. Bij zijn vraag om goedkeuring voegt de ontvanger
1. een door de hypotheekbewaarder afgeleverd certificaat der inschrijvingen waarmee [1 de uit te voeren]1 goeden zijn bezwaard;
2. een staat waarop zijn vermeld :
a. de naam van de belastingplichtige met betaalachterstand;
b. de aard en het bedrag van de in te vorderen belastingen;
c. de geschatte verkoopwaarde van bedoelde goederen;
d. hun kadastraal inkomen;
e. de bij benadering geschatte waarde van de roerende voorwerpen die worden aangerekend op het voorrecht van de gewestelijke Schatkist en waarop beslag zou kunnen worden gelegd.
1. een door de hypotheekbewaarder afgeleverd certificaat der inschrijvingen waarmee [1 de uit te voeren]1 goeden zijn bezwaard;
2. een staat waarop zijn vermeld :
a. de naam van de belastingplichtige met betaalachterstand;
b. de aard en het bedrag van de in te vorderen belastingen;
c. de geschatte verkoopwaarde van bedoelde goederen;
d. hun kadastraal inkomen;
e. de bij benadering geschatte waarde van de roerende voorwerpen die worden aangerekend op het voorrecht van de gewestelijke Schatkist en waarop beslag zou kunnen worden gelegd.
Art.45. Le receveur joint à la demande d'autorisation :
1° un certificat délivré par le conservateur des hypothèques, des inscriptions grevant les biens [1 à réaliser]1 ;
2° un état indiquant :
a. le nom du redevable retardataire;
b. la nature et le montant des taxes à recouvrer;
c. la valeur vénale estimative desdits biens;
d. leur revenu cadastral;
e. la valeur approximative des objets mobiliers affectés au privilège du Trésor régional dont la saisie pourrait être pratiquée.
1° un certificat délivré par le conservateur des hypothèques, des inscriptions grevant les biens [1 à réaliser]1 ;
2° un état indiquant :
a. le nom du redevable retardataire;
b. la nature et le montant des taxes à recouvrer;
c. la valeur vénale estimative desdits biens;
d. leur revenu cadastral;
e. la valeur approximative des objets mobiliers affectés au privilège du Trésor régional dont la saisie pourrait être pratiquée.
Wijzigingen
Art.48. [1 Bij ter post aangetekend schrijven kan de ontvanger in de handen van een derde uitvoerend beslag op derden laten leggen over bedragen en voorwerpen verschuldigd of toebehorend aan de belastingplichtige, tot beloop van het bedrag, geheel of gedeeltelijk, dat door deze laatste verschuldigd is uit hoofde van belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten.
Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, § 1 en § 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de Minister van Justitie en gebruikt is voor de toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 aan de belastingplichtige aangezegd.
[3 De belastingschuldige kan tegen het beslag bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie verzet aantekenen bij de bevoegde ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte ter post van de aanzegging van het beslag of binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte van de aanzegging van het beslag via een gelijkwaardige elektronische communicatie. ]3.]1
Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, § 1 en § 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de Minister van Justitie en gebruikt is voor de toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 aan de belastingplichtige aangezegd.
[3 De belastingschuldige kan tegen het beslag bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie verzet aantekenen bij de bevoegde ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte ter post van de aanzegging van het beslag of binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte van de aanzegging van het beslag via een gelijkwaardige elektronische communicatie. ]3.]1
Art.46. Il est défendu au receveur et aux huissiers instrumentant de s'adjuger ou de se faire adjuger soit directement, soit indirectement aucun des objets dont ils poursuivent la vente, à peine de nullité de celle-ci.
Art. 47. Indien er geen andere schuldeisers beslag gelegd of verzet aangetekend hebben, wordt de opbrengst van de verkoop na aftrek van de vervolgingskosten die aan de deurwaarder toekomen, aan de ontvanger gestort. Indien er andere schuldeisers beslag gelegd of verzet aangetekend hebben, wordt de opbrengst volgens de wijze vastgelegd door het Gerechtelijk Wetboek evenredig verdeeld door de gerechtsdeurwaarder.
Art.47. S'il n'y a pas d'autres créanciers saisissants ou opposants, le produit de la vente, sous déduction des frais de poursuite dus à l'huissier, est versé au receveur. S'il y a d'autres créanciers saisissants ou opposants, l'huissier de justice procède à la distribution par contribution de la manière établie par le Code judiciaire.
Art. 48. [1 Bij ter post aangetekend schrijven kan de ontvanger in de handen van een derde uitvoerend beslag op derden laten leggen over bedragen en voorwerpen verschuldigd of toebehorend aan de belastingplichtige, tot beloop van het bedrag, geheel of gedeeltelijk, dat door deze laatste verschuldigd is uit hoofde van belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten.
Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, § 1 en § 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de Minister van Justitie en gebruikt is voor de toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 aan de belastingplichtige aangezegd.
[3 De belastingschuldige kan tegen het beslag bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie verzet aantekenen bij de bevoegde ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte ter post van de aanzegging van het beslag of binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte van de aanzegging van het beslag via een gelijkwaardige elektronische communicatie. ]3.]1
Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, § 1 en § 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de Minister van Justitie en gebruikt is voor de toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 aan de belastingplichtige aangezegd.
[3 De belastingschuldige kan tegen het beslag bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie verzet aantekenen bij de bevoegde ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte ter post van de aanzegging van het beslag of binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte van de aanzegging van het beslag via een gelijkwaardige elektronische communicatie. ]3.]1
Art.48. [1 Le receveur peut faire procéder, par [3 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente]3, à la saisie-arrêt-exécution entre les mains d'un tiers sur les sommes et effets dus ou appartenant au redevable, jusqu'à concurrence de tout ou partie du montant dû par ce dernier au titre de taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais.
Lorsque la saisie porte sur des revenus visés aux articles 1409, § 1er et § 1erbis, et 1410 du Code judiciaire, la dénonciation contient, à peine de nullité, le formulaire de déclaration d'enfant à charge dont le modèle est arrêté par le Ministre de la justice et utilisé pour l'application de l'article 164 de l'arrêté royal d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992.
La saisie doit être dénoncée au redevable par pli recommandé à la poste [3 ou par communication électronique équivalente]3.
[3 Le redevable peut faire opposition à la saisie-arrêt par pli recommandé adressé au receveur compétent, ou par communication électronique équivalente, dans les quinze jours du dépôt à la poste de la dénonciation de la saisie ou dans les quinze jours de la dénonciation de la saisie par communication électronique équivalente]3.]1
Lorsque la saisie porte sur des revenus visés aux articles 1409, § 1er et § 1erbis, et 1410 du Code judiciaire, la dénonciation contient, à peine de nullité, le formulaire de déclaration d'enfant à charge dont le modèle est arrêté par le Ministre de la justice et utilisé pour l'application de l'article 164 de l'arrêté royal d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992.
La saisie doit être dénoncée au redevable par pli recommandé à la poste [3 ou par communication électronique équivalente]3.
[3 Le redevable peut faire opposition à la saisie-arrêt par pli recommandé adressé au receveur compétent, ou par communication électronique équivalente, dans les quinze jours du dépôt à la poste de la dénonciation de la saisie ou dans les quinze jours de la dénonciation de la saisie par communication électronique équivalente]3.]1
Art.51. Het uitvoerend beslag onder derden moet per deurwaardersexploot worden gelegd op de wijze voorzien bij de artikelen 1539 tot en met 1544 van het Gerechtelijk Wetboek indien blijkt uit de verklaring die de derde beslagene na het beslag [1 ,bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie ]1 moet afgeven, dat :
1. de verschuldigde op wie het beslag geldt zich tegen het uitvoerend beslag onder derden verzet;
2. de derde beslagene zijn schuld tegenover de verschuldigde op wie het beslag geldt bestrijdt;
3. dat er een andere schuldeiser zich vóór het beslag door de ontvanger verzet tegen de overhandiging door de derde beslagene van de sommen die hij verschuldigd is;
4. dat de voorwerpen waarop beslag is gelegd vervreemd moeten worden.
1. de verschuldigde op wie het beslag geldt zich tegen het uitvoerend beslag onder derden verzet;
2. de derde beslagene zijn schuld tegenover de verschuldigde op wie het beslag geldt bestrijdt;
3. dat er een andere schuldeiser zich vóór het beslag door de ontvanger verzet tegen de overhandiging door de derde beslagene van de sommen die hij verschuldigd is;
4. dat de voorwerpen waarop beslag is gelegd vervreemd moeten worden.
Art.49. [1 La saisie visée à l'article 48]1 produit ses effets à compter de la remise de la pièce au destinataire. Elle donne lieu à l'établissement et à l'envoi par le receveur d'un avis de saisie conformément à l'article 1390 du Code judiciaire.
Wijzigingen
Art.52. [1 In het geval van artikel 51 moet het uitvoerend beslag onder derden]1 moet worden gelegd binnen één maand nadat de verklaring voorzien bij artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek bij de post is afgeleverd; zo niet wordt het beslag bedoeld in artikel 48 geacht onbestaand te zijn.
In dat geval behoud het uitvoerend beslag onder derden [2 dat door de ontvanger bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie is gelegd]2, zijn bewarende werking indien de ontvanger zoals voorzien bij artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek een uitvoerend beslag onder derden laat leggen in de handen van de derde binnen de maand die volgt op het afgeven aan de post van de verklaring van de derde beslagene.
In dat geval behoud het uitvoerend beslag onder derden [2 dat door de ontvanger bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie is gelegd]2, zijn bewarende werking indien de ontvanger zoals voorzien bij artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek een uitvoerend beslag onder derden laat leggen in de handen van de derde binnen de maand die volgt op het afgeven aan de post van de verklaring van de derde beslagene.
Art.50. Sous réserve de ce qui est prévu aux articles 48 et 49, les dispositions des articles 1539, 1540, 1542, aliénas 1er et 2, et 1543 du Code judiciaire sont applicables à [1 la saisie visée à l'article 48]1 étant entendu que la remise du montant de la saisie se fait entre les mains du receveur.
Wijzigingen
Art. 52bis. [1 Elke som die aan een persoon moet worden teruggegeven of betaald in het kader van de toepassing van de wettelijke bepalingen of krachtens de bepalingen van het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling, inzake de Waalse gewestelijke belastingen, heffingen en [2 fiscale boetes]2, kan door de bevoegde ambtenaar zonder formaliteit worden aangewend ter betaling van de door deze persoon invorderbare Waalse gewestelijke belastingen, heffingen en [2 fiscale boetes]2, interesten en kosten [3 , evenals van ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2, ]3 wanneer deze laatste een zekere en vaststaande schuld vormen op het tijdstip van de bestemming.
Het eerste lid blijft van toepassing in geval van beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure.
Een kwitantie wordt zo spoedig mogelijk aan de belastingplichtige verleend en geldt als kennisgeving van de overeenkomstig het eerste lid uitgevoerde toewijzing.]1
Het eerste lid blijft van toepassing in geval van beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure.
Een kwitantie wordt zo spoedig mogelijk aan de belastingplichtige verleend en geldt als kennisgeving van de overeenkomstig het eerste lid uitgevoerde toewijzing.]1
Art.51. La saisie-arrêt-exécution doit être pratiquée par exploit d'huissier, de la manière prévue aux articles 1539 à 1544 du Code judiciaire, lorsqu'il apparaît, de la déclaration à laquelle le tiers saisi est tenu après la saisie effectuée par [1 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente]1 :
1° que le débiteur saisi s'oppose à la saisie-arrêt-exécution;
2° que le tiers saisi conteste sa dette à l'égard du débiteur saisi;
3° qu'un autre créancier s'est opposé, avant la saisie par le receveur, à la remise par le tiers saisi des sommes dues par celui-ci;
4° que les effets saisis doivent être réalisés.
1° que le débiteur saisi s'oppose à la saisie-arrêt-exécution;
2° que le tiers saisi conteste sa dette à l'égard du débiteur saisi;
3° qu'un autre créancier s'est opposé, avant la saisie par le receveur, à la remise par le tiers saisi des sommes dues par celui-ci;
4° que les effets saisis doivent être réalisés.
Wijzigingen
Art. 52. [1 In het geval van artikel 51 moet het uitvoerend beslag onder derden]1 moet worden gelegd binnen één maand nadat de verklaring voorzien bij artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek bij de post is afgeleverd; zo niet wordt het beslag bedoeld in artikel 48 geacht onbestaand te zijn.
In dat geval behoud het uitvoerend beslag onder derden [2 dat door de ontvanger bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie is gelegd]2, zijn bewarende werking indien de ontvanger zoals voorzien bij artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek een uitvoerend beslag onder derden laat leggen in de handen van de derde binnen de maand die volgt op het afgeven aan de post van de verklaring van de derde beslagene.
In dat geval behoud het uitvoerend beslag onder derden [2 dat door de ontvanger bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie is gelegd]2, zijn bewarende werking indien de ontvanger zoals voorzien bij artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek een uitvoerend beslag onder derden laat leggen in de handen van de derde binnen de maand die volgt op het afgeven aan de post van de verklaring van de derde beslagene.
Art.52. [1 Dans le cas de l'article 51, la saisie-arrêt exécution]1 doit être pratiquée dans le mois du dépôt à la poste de la déclaration prévue à l'article 1542 du Code judiciaire; à défaut, [2 la saisie visée à l'article 48 ]2 est réputée nulle et non avenue.
Dans ce cas, la saisie-arrêt pratiquée par [2 par le receveur par pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente]2 garde ses effets conservatoires si le receveur fait procéder par exploit d'huissier comme prévu à l'article 1539 du Code judiciaire à une saisie-arrêt-exécution entre les mains du tiers dans le mois qui suit le dépôt à la poste de la déclaration du tiers saisi.
Dans ce cas, la saisie-arrêt pratiquée par [2 par le receveur par pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente]2 garde ses effets conservatoires si le receveur fait procéder par exploit d'huissier comme prévu à l'article 1539 du Code judiciaire à une saisie-arrêt-exécution entre les mains du tiers dans le mois qui suit le dépôt à la poste de la déclaration du tiers saisi.
Art. 52bis. [1 Elke som die aan een persoon moet worden teruggegeven of betaald in het kader van de toepassing van de wettelijke bepalingen of krachtens de bepalingen van het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling, inzake de Waalse gewestelijke belastingen, heffingen en [2 fiscale boetes]2, kan door de bevoegde ambtenaar zonder formaliteit worden aangewend ter betaling van de door deze persoon invorderbare Waalse gewestelijke belastingen, heffingen en [2 fiscale boetes]2, interesten en kosten [3 , evenals van ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2, ]3 wanneer deze laatste een zekere en vaststaande schuld vormen op het tijdstip van de bestemming.
Het eerste lid blijft van toepassing in geval van beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure.
Een kwitantie wordt zo spoedig mogelijk aan de belastingplichtige verleend en geldt als kennisgeving van de overeenkomstig het eerste lid uitgevoerde toewijzing.]1
Het eerste lid blijft van toepassing in geval van beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure.
Een kwitantie wordt zo spoedig mogelijk aan de belastingplichtige verleend en geldt als kennisgeving van de overeenkomstig het eerste lid uitgevoerde toewijzing.]1
Art. 52bis. [1 Toute somme à restituer ou à payer à une personne dans le cadre de l'application des dispositions légales ou des règles du droit civil relatives à la répétition de l'indu, en matière de taxes, redevances et [2 amendes fiscales]2 régionales wallonnes, peut être affectée sans formalité par le receveur compétent au paiement des taxes, redevances et [2 amendes fiscales]2 régionales wallonnes, des intérêts et des frais [3 , ainsi que de toute autre somme visée à l'article 34bis, alinéa 2,]3 recouvrables à charge de cette personne si ces derniers constituent une dette certaine et liquide au moment de l'affectation.
L'alinéa 1er reste applicable en cas de saisie, de cession, de situation de concours ou de procédure d'insolvabilité.
Une quittance est délivrée au redevable dans les meilleurs délais et vaut notification de l'affectation effectuée conformément à l'alinéa 1er.]1
L'alinéa 1er reste applicable en cas de saisie, de cession, de situation de concours ou de procédure d'insolvabilité.
Une quittance est délivrée au redevable dans les meilleurs délais et vaut notification de l'affectation effectuée conformément à l'alinéa 1er.]1
Art.53. [1 In afwijking van de artikelen 24bis en 30bis wordt de omstreden belasting, als er een administratief verhaal of een gerechtelijk beroep wordt ingediend, gebeurlijk vermeerderd met de [6 fiscale boete]6, de interest en de kosten, enkel beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd, voor zover ze beantwoordt :
- aan de gegevens die vermeld zijn in de aangifte van de belastingplichtige of aan gegevens waarmee de belastingplichtige zich akkoord heeft verklaard bij het vestigen van de belasting;
- of, in geval van aanslag van ambtswege bij gebreke van aangifte, aan de belasting van dezelfde aard die ingekohierd werd ten laste van de belastingplichtige voor het voorgaande aanslagjaar;
[5 - of, in geval van onroerende voorheffing, aan een bedrag bepaald in functie van de gegevens vermeld in het bezwaarschrift of het beroep.]5
[8 In afwijking van het eerste lid wordt [10 , inzake heffingen op afval, de omstreden belasting]10 als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd.]8
De omstreden belasting, gebeurlijk vermeerderd met de [6 fiscale boete]6, de interest en de kosten, die de perken vermeld onder het eerste lid overschrijdt, kan het voorwerp uitmaken van een bewarend beslag met het oog op het waarborgen van de latere invordering.
Na invordering van de aanslag in de mate bepaald in het eerste lid behoudt het uitvoerend beslag zijn uitwerking ten opzichte van het overschot van de belasting, van de [6 fiscale boetes]6, van de interesten en de kosten.]1
[9 ...]9
[11 In afwijking van het eerste lid wordt elke belasting inzake afval, als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd.]11
[12 In afwijking van lid 1 wordt, in geval van gerechtelijk verhaal, elke afvalbelasting, samen met een eventuele boete, rente en kosten, beschouwd als een liquide en vaststaande schuld die kan worden ingevorderd met alle middelen van tenuitvoerlegging.]12
- aan de gegevens die vermeld zijn in de aangifte van de belastingplichtige of aan gegevens waarmee de belastingplichtige zich akkoord heeft verklaard bij het vestigen van de belasting;
- of, in geval van aanslag van ambtswege bij gebreke van aangifte, aan de belasting van dezelfde aard die ingekohierd werd ten laste van de belastingplichtige voor het voorgaande aanslagjaar;
[5 - of, in geval van onroerende voorheffing, aan een bedrag bepaald in functie van de gegevens vermeld in het bezwaarschrift of het beroep.]5
[8 In afwijking van het eerste lid wordt [10 , inzake heffingen op afval, de omstreden belasting]10 als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd.]8
De omstreden belasting, gebeurlijk vermeerderd met de [6 fiscale boete]6, de interest en de kosten, die de perken vermeld onder het eerste lid overschrijdt, kan het voorwerp uitmaken van een bewarend beslag met het oog op het waarborgen van de latere invordering.
Na invordering van de aanslag in de mate bepaald in het eerste lid behoudt het uitvoerend beslag zijn uitwerking ten opzichte van het overschot van de belasting, van de [6 fiscale boetes]6, van de interesten en de kosten.]1
[9 ...]9
[11 In afwijking van het eerste lid wordt elke belasting inzake afval, als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd.]11
[12 In afwijking van lid 1 wordt, in geval van gerechtelijk verhaal, elke afvalbelasting, samen met een eventuele boete, rente en kosten, beschouwd als een liquide en vaststaande schuld die kan worden ingevorderd met alle middelen van tenuitvoerlegging.]12
Wijzigingen
Art. 52ter. [1 Des fonds de restitution sont ouverts au budget pour les sommes indûment perçues en matière de taxes, redevances et [2 amendes fiscales]2 régionales wallonnes.
Les receveurs ayant opéré les recettes pourvoient à la restitution des montants perçus indûment.]1
Les receveurs ayant opéré les recettes pourvoient à la restitution des montants perçus indûment.]1
Art.54. Voor de toepassing van artikel 53 geldt de opschortende kracht van het gerechtelijk beroep voor de eerste aanleg, voor de aanleg in beroep en in verbreking.
Section 2. - Effets des recours sur le recouvrement.
Art. 53. [1 In afwijking van de artikelen 24bis en 30bis wordt de omstreden belasting, als er een administratief verhaal of een gerechtelijk beroep wordt ingediend, gebeurlijk vermeerderd met de [6 fiscale boete]6, de interest en de kosten, enkel beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd, voor zover ze beantwoordt :
- aan de gegevens die vermeld zijn in de aangifte van de belastingplichtige of aan gegevens waarmee de belastingplichtige zich akkoord heeft verklaard bij het vestigen van de belasting;
- of, in geval van aanslag van ambtswege bij gebreke van aangifte, aan de belasting van dezelfde aard die ingekohierd werd ten laste van de belastingplichtige voor het voorgaande aanslagjaar;
[5 - of, in geval van onroerende voorheffing, aan een bedrag bepaald in functie van de gegevens vermeld in het bezwaarschrift of het beroep.]5
[8 In afwijking van het eerste lid wordt [10 , inzake heffingen op afval, de omstreden belasting]10 als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd.]8
De omstreden belasting, gebeurlijk vermeerderd met de [6 fiscale boete]6, de interest en de kosten, die de perken vermeld onder het eerste lid overschrijdt, kan het voorwerp uitmaken van een bewarend beslag met het oog op het waarborgen van de latere invordering.
Na invordering van de aanslag in de mate bepaald in het eerste lid behoudt het uitvoerend beslag zijn uitwerking ten opzichte van het overschot van de belasting, van de [6 fiscale boetes]6, van de interesten en de kosten.]1
[9 ...]9
[11 In afwijking van het eerste lid wordt elke belasting inzake afval, als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd.]11
[12 In afwijking van lid 1 wordt, in geval van gerechtelijk verhaal, elke afvalbelasting, samen met een eventuele boete, rente en kosten, beschouwd als een liquide en vaststaande schuld die kan worden ingevorderd met alle middelen van tenuitvoerlegging.]12
- aan de gegevens die vermeld zijn in de aangifte van de belastingplichtige of aan gegevens waarmee de belastingplichtige zich akkoord heeft verklaard bij het vestigen van de belasting;
- of, in geval van aanslag van ambtswege bij gebreke van aangifte, aan de belasting van dezelfde aard die ingekohierd werd ten laste van de belastingplichtige voor het voorgaande aanslagjaar;
[5 - of, in geval van onroerende voorheffing, aan een bedrag bepaald in functie van de gegevens vermeld in het bezwaarschrift of het beroep.]5
[8 In afwijking van het eerste lid wordt [10 , inzake heffingen op afval, de omstreden belasting]10 als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd.]8
De omstreden belasting, gebeurlijk vermeerderd met de [6 fiscale boete]6, de interest en de kosten, die de perken vermeld onder het eerste lid overschrijdt, kan het voorwerp uitmaken van een bewarend beslag met het oog op het waarborgen van de latere invordering.
Na invordering van de aanslag in de mate bepaald in het eerste lid behoudt het uitvoerend beslag zijn uitwerking ten opzichte van het overschot van de belasting, van de [6 fiscale boetes]6, van de interesten en de kosten.]1
[9 ...]9
[11 In afwijking van het eerste lid wordt elke belasting inzake afval, als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd.]11
[12 In afwijking van lid 1 wordt, in geval van gerechtelijk verhaal, elke afvalbelasting, samen met een eventuele boete, rente en kosten, beschouwd als een liquide en vaststaande schuld die kan worden ingevorderd met alle middelen van tenuitvoerlegging.]12
Wijzigingen
Art.53. [1 Par dérogation aux articles 24bis et 30bis, en cas de recours administratif ou judiciaire, la taxe contestée, augmentée de l'[6 amende fiscale]6 et des intérêts et frais éventuels,[10 est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution, uniquement]10 dans la mesure où elle correspond :
- soit aux éléments qui ont été mentionnés dans la déclaration du redevable ou à des éléments sur lesquels le redevable a marqué son accord au cours de la procédure d'établissement de la taxe;
- soit, en cas de taxation d'office à défaut de déclaration, à la taxe de même nature enrôlée à charge du redevable pour l'exercice précédent;
[5 - soit, en cas de précompte immobilier, à un montant déterminé en fonction des éléments mentionnés dans la réclamation ou le recours.]5
[8 Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de recours judiciaire, [10 contre une imposition en matière de déchets, la taxe contestée ]10 augmentée de l'amende, des intérêts et des frais éventuels est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution.]8
La taxe contestée, augmentée de l'[6 amende fiscale]6 et des intérêts et frais éventuels, qui excède les limites indiquées à l'alinéa 1er, peut toutefois faire l'objet de saisies conservatoires ou de toutes autres mesures destinées à en garantir le recouvrement.
Après recouvrement de l'imposition dans la mesure déterminée à l'alinéa 1er, la saisie-exécution conserve ses effets à l'égard du reliquat de taxe, des [6 amendes fiscales]6, des intérêts et des frais.]1
[9 ...]9
[11 Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de recours judiciaire, toute taxe en matière de déchets, augmentée de l'amende, des intérêts et des frais éventuels est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution.]11
[12 Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de recours judiciaire, toute taxe en matière de déchets, augmentée de l'amende, des intérêts et des frais éventuels est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution.]12
- soit aux éléments qui ont été mentionnés dans la déclaration du redevable ou à des éléments sur lesquels le redevable a marqué son accord au cours de la procédure d'établissement de la taxe;
- soit, en cas de taxation d'office à défaut de déclaration, à la taxe de même nature enrôlée à charge du redevable pour l'exercice précédent;
[5 - soit, en cas de précompte immobilier, à un montant déterminé en fonction des éléments mentionnés dans la réclamation ou le recours.]5
[8 Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de recours judiciaire, [10 contre une imposition en matière de déchets, la taxe contestée ]10 augmentée de l'amende, des intérêts et des frais éventuels est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution.]8
La taxe contestée, augmentée de l'[6 amende fiscale]6 et des intérêts et frais éventuels, qui excède les limites indiquées à l'alinéa 1er, peut toutefois faire l'objet de saisies conservatoires ou de toutes autres mesures destinées à en garantir le recouvrement.
Après recouvrement de l'imposition dans la mesure déterminée à l'alinéa 1er, la saisie-exécution conserve ses effets à l'égard du reliquat de taxe, des [6 amendes fiscales]6, des intérêts et des frais.]1
[9 ...]9
[11 Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de recours judiciaire, toute taxe en matière de déchets, augmentée de l'amende, des intérêts et des frais éventuels est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution.]11
[12 Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de recours judiciaire, toute taxe en matière de déchets, augmentée de l'amende, des intérêts et des frais éventuels est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution.]12
Wijzigingen
Art. 54. Voor de toepassing van artikel 53 geldt de opschortende kracht van het gerechtelijk beroep voor de eerste aanleg, voor de aanleg in beroep en in verbreking.
Art.54. Pour l'application de l'article 53, l'effet suspensif du recours judiciaire vaut pour la première instance, l'instance d'appel et l'instance de cassation.
Art.56. [1 De inning van de belasting, van de interesten en van de fiscale boeten verjaart na het verstrijken van een termijn van vijf jaar te rekenen van :
- hun vervaldatum zoals ze voortvloeit uit artikel 23 van dit decreet wat betreft de belastingen en de fiscale boeten;
- hun opeisbaarheidsdatum zoals ze voortvloeit uit artikel 29 van dit decreet wat betreft de interesten.]1
- hun vervaldatum zoals ze voortvloeit uit artikel 23 van dit decreet wat betreft de belastingen en de fiscale boeten;
- hun opeisbaarheidsdatum zoals ze voortvloeit uit artikel 29 van dit decreet wat betreft de interesten.]1
Art.55. Dans les cas spéciaux, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement peut faire surseoir au recouvrement dans la mesure et aux conditions qu'il détermine.
Art.57.[1 § 1. [2 De in artikel 56 bedoelde termijn wordt gestuit:
Section 3. - Prescription.
Art. 56. [1 De inning van de belasting, van de interesten en van de fiscale boeten verjaart na het verstrijken van een termijn van vijf jaar te rekenen van :
- hun vervaldatum zoals ze voortvloeit uit artikel 23 van dit decreet wat betreft de belastingen en de fiscale boeten;
- hun opeisbaarheidsdatum zoals ze voortvloeit uit artikel 29 van dit decreet wat betreft de interesten.]1
- hun vervaldatum zoals ze voortvloeit uit artikel 23 van dit decreet wat betreft de belastingen en de fiscale boeten;
- hun opeisbaarheidsdatum zoals ze voortvloeit uit artikel 29 van dit decreet wat betreft de interesten.]1
Art.56. [1 La prescription du recouvrement de la taxe, des intérêts et des amendes fiscales est acquise à l'expiration d'un délai de cinq ans à compter de :
- leur date d'échéance telle que celle-ci résulte de l'article 23 du présent décret, pour ce qui concerne les taxes et les amendes fiscales;
- leur date d'exigibilité telle que celle-ci résulte de l'article 29 du présent décret, pour ce qui concerne les intérêts.]1
- leur date d'échéance telle que celle-ci résulte de l'article 23 du présent décret, pour ce qui concerne les taxes et les amendes fiscales;
- leur date d'exigibilité telle que celle-ci résulte de l'article 29 du présent décret, pour ce qui concerne les intérêts.]1
Wijzigingen
Art. 57. [1 § 1. [2 De in artikel 56 bedoelde termijn wordt gestuit:
1° op de wijze voorzien bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek;
2° door afstand van de verstreken tijd van de verjaring;
3° door verzending door de ontvanger [4 ,bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]4 van een aanmaning tot betaling die de gegevens van het aanslagbiljet bevat.
Wat punt 3° betreft, geldt de afgifte van het stuk aan de aanbieder van de universele postdienst als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag. Heeft de geadresseerde noch in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, dan wordt de aanmaning tot betaling verzonden [4 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie aan de procureur des Konings te Namen]4. De kosten voor de aangetekende verzending zijn ten laste van de geadresseerde.
Indien de verjaring gestuit wordt, is een nieuwe verjaring die op dezelfde manier gestuit kan worden, vaststaand vijf jaar na de laatste stuitingsakte van de voorgaande verjaring indien er geen aanleg voor de rechtbank plaats heeft gevonden.]2
§ 2. Elke rechtszaak betreffende de vestiging of de inning van de belastingen, de interesten of van de [3 fiscale boetes]3, die in het Waalse Gewest ingediend is door de persoon die deze belastingen, interesten of [3 fiscale boetes]3 moet betalen, of elke andere persoon die de schuld moet betalen, schorst de loop van een verjaring bedoeld in artikel 56 of in § 1 van dit artikel.
Het bezwaar en de aanvraag tot ontheffing schorsen ook de loop van de verjaring.
In geval van rechtszaak begint de schorsing met de akte van rechtsingang en eindigt wanneer de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is getreden.
In geval van bezwaar of aanvraag tot ontheffing begint de schorsing met de inleidende aanvraag van het administratief beroep en eindigt ofwel bij de indiening van een rechtszaak betreffende de belastingen of boeten bedoeld in het bezwaar of in de aanvraag tot ontheffing, ofwel bij het verstrijken van de termijn waarover de belastingplichtige beschikt om een beroep in te stellen tegen de administratieve beslissing.]1
1° op de wijze voorzien bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek;
2° door afstand van de verstreken tijd van de verjaring;
3° door verzending door de ontvanger [4 ,bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]4 van een aanmaning tot betaling die de gegevens van het aanslagbiljet bevat.
Wat punt 3° betreft, geldt de afgifte van het stuk aan de aanbieder van de universele postdienst als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag. Heeft de geadresseerde noch in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, dan wordt de aanmaning tot betaling verzonden [4 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie aan de procureur des Konings te Namen]4. De kosten voor de aangetekende verzending zijn ten laste van de geadresseerde.
Indien de verjaring gestuit wordt, is een nieuwe verjaring die op dezelfde manier gestuit kan worden, vaststaand vijf jaar na de laatste stuitingsakte van de voorgaande verjaring indien er geen aanleg voor de rechtbank plaats heeft gevonden.]2
§ 2. Elke rechtszaak betreffende de vestiging of de inning van de belastingen, de interesten of van de [3 fiscale boetes]3, die in het Waalse Gewest ingediend is door de persoon die deze belastingen, interesten of [3 fiscale boetes]3 moet betalen, of elke andere persoon die de schuld moet betalen, schorst de loop van een verjaring bedoeld in artikel 56 of in § 1 van dit artikel.
Het bezwaar en de aanvraag tot ontheffing schorsen ook de loop van de verjaring.
In geval van rechtszaak begint de schorsing met de akte van rechtsingang en eindigt wanneer de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is getreden.
In geval van bezwaar of aanvraag tot ontheffing begint de schorsing met de inleidende aanvraag van het administratief beroep en eindigt ofwel bij de indiening van een rechtszaak betreffende de belastingen of boeten bedoeld in het bezwaar of in de aanvraag tot ontheffing, ofwel bij het verstrijken van de termijn waarover de belastingplichtige beschikt om een beroep in te stellen tegen de administratieve beslissing.]1
Art.57. [1 § 1er. [2 Le délai visé à l'article 56 est interrompu :
1° de la manière prévue par les articles 2244 et suivants du Code civil ;
2° par une renonciation au temps couru de la prescription ;
3° par l'envoi par le receveur, [4 par pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente, ]4, d'une sommation de payer contenant les mentions de l'avertissement-extrait de rôle.
Concernant le 3°, la remise de la pièce au prestataire de service postal universel vaut notification à compter du troisième jour ouvrable suivant. Lorsque le destinataire n'a pas de domicile connu en Belgique ou à l'étranger, cette sommation de payer est adressée [4 par pli recommandé à la poste, ou par communication électronique équivalente, au procureur du Roi de Namur]4. Les frais du recommandé sont à charge du destinataire.
En cas d'interruption de la prescription, une nouvelle prescription susceptible d'être interrompue de la même manière, est acquise cinq ans après le dernier acte interruptif de la précédente prescription, s'il n'y a pas instance en justice.]2
§ 2. Toute instance en justice relative à l'établissement ou au recouvrement des taxes, des intérêts ou des amendes fiscales, qui est introduite par la Région wallonne, par le redevable de ces taxes, intérêts ou [3 amendes fiscales]3, ou par toute autre personne tenue au paiement de la dette, suspend le cours d'une prescription visée à l'article 56 ou au § 1er du présent article.
La réclamation et la demande de dégrèvement suspendent également le cours de la prescription.
En cas d'instance en justice, la suspension débute avec l'acte introductif d'instance et se termine lorsque la décision judiciaire est coulée en force de chose jugée.
En cas de réclamation ou de demande de dégrèvement, la suspension débute avec la demande introductive du recours administratif et se termine, soit au moment de l'introduction d'une instance en justice relativement aux taxes ou amendes visées par la réclamation ou la demande de dégrèvement, soit à l'expiration du délai ouvert au [4 redevable ]4 pour introduire un recours contre la décision administrative.]1
1° de la manière prévue par les articles 2244 et suivants du Code civil ;
2° par une renonciation au temps couru de la prescription ;
3° par l'envoi par le receveur, [4 par pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente, ]4, d'une sommation de payer contenant les mentions de l'avertissement-extrait de rôle.
Concernant le 3°, la remise de la pièce au prestataire de service postal universel vaut notification à compter du troisième jour ouvrable suivant. Lorsque le destinataire n'a pas de domicile connu en Belgique ou à l'étranger, cette sommation de payer est adressée [4 par pli recommandé à la poste, ou par communication électronique équivalente, au procureur du Roi de Namur]4. Les frais du recommandé sont à charge du destinataire.
En cas d'interruption de la prescription, une nouvelle prescription susceptible d'être interrompue de la même manière, est acquise cinq ans après le dernier acte interruptif de la précédente prescription, s'il n'y a pas instance en justice.]2
§ 2. Toute instance en justice relative à l'établissement ou au recouvrement des taxes, des intérêts ou des amendes fiscales, qui est introduite par la Région wallonne, par le redevable de ces taxes, intérêts ou [3 amendes fiscales]3, ou par toute autre personne tenue au paiement de la dette, suspend le cours d'une prescription visée à l'article 56 ou au § 1er du présent article.
La réclamation et la demande de dégrèvement suspendent également le cours de la prescription.
En cas d'instance en justice, la suspension débute avec l'acte introductif d'instance et se termine lorsque la décision judiciaire est coulée en force de chose jugée.
En cas de réclamation ou de demande de dégrèvement, la suspension débute avec la demande introductive du recours administratif et se termine, soit au moment de l'introduction d'une instance en justice relativement aux taxes ou amendes visées par la réclamation ou la demande de dégrèvement, soit à l'expiration du délai ouvert au [4 redevable ]4 pour introduire un recours contre la décision administrative.]1
Art. 57ter.[1 De decharge geldt als decharge voor de ontvanger. Ze vormt geen kwijtschelding. De ontvanger annuleert de oninbare rechten in zijn comptabiliteit.]1
Section 4. - [1 Dispositions relatives à l'irrécouvrabilité de certaines créances]1
Art. 57bis. [1 Op grond van een insolvabiliteitsverslag opgemaakt door de bevoegde ontvanger en op grond waarvan hij de onmogelijkheid om een schuldvordering in te vorderen vaststelt, stelt laatstgenoemde de decharge voor deze oninbaar geachte schuldvordering aan de door de Regering aangewezen dienst.
De decharge voor deze schuldvordering kan aan de ontvanger alleen verleend worden indien de door de Regering aangewezen dienst vaststelt dat de ontvanger te bekwamer tijd alle nodige maatregelen getroffen en de nodige vervolgingen ingesteld heeft.]1
De decharge voor deze schuldvordering kan aan de ontvanger alleen verleend worden indien de door de Regering aangewezen dienst vaststelt dat de ontvanger te bekwamer tijd alle nodige maatregelen getroffen en de nodige vervolgingen ingesteld heeft.]1
Art. 57bis. [1 Sur la base d'un rapport d'insolvabilité rédigé par le receveur compétent et par lequel il constate l'impossibilité de recouvrer une créance, ce dernier propose au service désigné par le Gouvernement, la mise en décharge de cette créance qu'il estime irrécouvrable dans les cinq années suivant sa date d'exigibilité.
La mise en décharge de cette créance peut être accordée au receveur uniquement si le service désigné par le Gouvernement constate que le receveur a fait en temps opportun toutes les diligences et poursuites nécessaires.]1
La mise en décharge de cette créance peut être accordée au receveur uniquement si le service désigné par le Gouvernement constate que le receveur a fait en temps opportun toutes les diligences et poursuites nécessaires.]1
Wijzigingen
Art. 57ter. [1 De decharge geldt als decharge voor de ontvanger. Ze vormt geen kwijtschelding. De ontvanger annuleert de oninbare rechten in zijn comptabiliteit.]1
Art. 57ter. [1 La mise en décharge vaut décharge pour le receveur. Elle ne constitue pas une remise de dettes. Le receveur porte les droits irrécouvrables en annulation dans sa comptabilité.]1
Wijzigingen
Art.58. [1 Voor de invordering van de belastingen, de[2 fiscale boetes]2, de interesten en de kosten [3 ,evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 heeft het Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goeden van de belastingplichtige met uitzondering van de schepen en boten en een wettelijke hypotheek op alle in België gelegen goeden die aan de belastingplichtige toebehoren en die voor hypotheek in aanmerking kunnen komen.
Het voorrecht bezwaart eveneens alle roerende goederen van de personen die [3 de belastingen, de interesten en de kosten, evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.
De wettelijke hypotheek bezwaart eveneens de in België gelegen goederen die vatbaar zijn voor hypotheek en die toebehoren aan personen die de [3 ...]3 belastingen, [2 fiscale boetes]2 [3 , de interesten en de kosten, evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.]1
Het voorrecht bezwaart eveneens alle roerende goederen van de personen die [3 de belastingen, de interesten en de kosten, evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.
De wettelijke hypotheek bezwaart eveneens de in België gelegen goederen die vatbaar zijn voor hypotheek en die toebehoren aan personen die de [3 ...]3 belastingen, [2 fiscale boetes]2 [3 , de interesten en de kosten, evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.]1
Art.59.[1 Het in artikel 58 bedoelde voorrecht neemt rang onmiddellijk na dat vermeld in artikel 19, 5°, van de wet van 16 december 1851.
CHAPITRE VIII. - Droit et privilège du trésor en matière de recouvrement.
Art. 58. [1 Voor de invordering van de belastingen, de[2 fiscale boetes]2, de interesten en de kosten [3 ,evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 heeft het Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goeden van de belastingplichtige met uitzondering van de schepen en boten en een wettelijke hypotheek op alle in België gelegen goeden die aan de belastingplichtige toebehoren en die voor hypotheek in aanmerking kunnen komen.
Het voorrecht bezwaart eveneens alle roerende goederen van de personen die [3 de belastingen, de interesten en de kosten, evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.
De wettelijke hypotheek bezwaart eveneens de in België gelegen goederen die vatbaar zijn voor hypotheek en die toebehoren aan personen die de [3 ...]3 belastingen, [2 fiscale boetes]2 [3 , de interesten en de kosten, evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.]1
Het voorrecht bezwaart eveneens alle roerende goederen van de personen die [3 de belastingen, de interesten en de kosten, evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.
De wettelijke hypotheek bezwaart eveneens de in België gelegen goederen die vatbaar zijn voor hypotheek en die toebehoren aan personen die de [3 ...]3 belastingen, [2 fiscale boetes]2 [3 , de interesten en de kosten, evenals ieder ander bedrag bedoeld in artikel 34bis, lid 2,]3 moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.]1
Art.58. [1 Pour le recouvrement des taxes, des amendes et majorations, des intérêts et des frais, [3 ainsi que de toute autre somme visée à l'article 34bis, alinéa 2, ]3 la Région a un privilège général sur tous les biens meubles du redevable à l'exception des navires et bateaux et une hypothèque légale sur tous les biens appartenant au redevable susceptibles d'hypothèque situés en Belgique.
Le privilège grève également tous les biens meubles des personnes qui sont tenues au paiement des taxes, [2 amendes fiscales]2 [3 , des intérêts et des frais, ainsi que de toute autre somme visée à l'article 34bis, alinéa 2, ]3 en vertu du droit commun, des dispositions du présent décret ou de la législation qui établit les taxes enrôlées à charge du redevable.
L'hypothèque légale grève également les biens susceptibles d'hypothèque situés en Belgique et appartenant aux personnes qui sont tenues au paiement des taxes, des [2 amendes fiscales]2 [3 , des intérêts et des frais, ainsi que de toute autre somme visée à l'article 34bis, alinéa 2]3 en vertu du droit commun, des dispositions du présent décret ou de la législation qui établit la taxe [2 ou l'amende fiscale ]2.]1
Le privilège grève également tous les biens meubles des personnes qui sont tenues au paiement des taxes, [2 amendes fiscales]2 [3 , des intérêts et des frais, ainsi que de toute autre somme visée à l'article 34bis, alinéa 2, ]3 en vertu du droit commun, des dispositions du présent décret ou de la législation qui établit les taxes enrôlées à charge du redevable.
L'hypothèque légale grève également les biens susceptibles d'hypothèque situés en Belgique et appartenant aux personnes qui sont tenues au paiement des taxes, des [2 amendes fiscales]2 [3 , des intérêts et des frais, ainsi que de toute autre somme visée à l'article 34bis, alinéa 2]3 en vertu du droit commun, des dispositions du présent décret ou de la législation qui établit la taxe [2 ou l'amende fiscale ]2.]1
Art. 60bis. [1 § 1. De wettelijke hypotheek doet geen afbreuk aan de vorige voorrechten en hypotheken; zij neemt slechts rang op het moment van de inschrijving ervan.
§ 2. De inschrijving mag slechts gevorderd worden vanaf de datum waarop de schuld van belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding geeft tot de inschrijving van de wettelijke hypotheek, wordt beschouwd als een zekere en vaststaande schuld, niettegenstaande elk administratief verhaal of gerechtelijk beroep.
§ 3. Artikel 19 van de faillissementswet is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek wat betreft de belastingen opgenomen in kohieren die voor het vonnis van faillietverklaring uitvoerbaar werden verklaard.]1
§ 2. De inschrijving mag slechts gevorderd worden vanaf de datum waarop de schuld van belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding geeft tot de inschrijving van de wettelijke hypotheek, wordt beschouwd als een zekere en vaststaande schuld, niettegenstaande elk administratief verhaal of gerechtelijk beroep.
§ 3. Artikel 19 van de faillissementswet is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek wat betreft de belastingen opgenomen in kohieren die voor het vonnis van faillietverklaring uitvoerbaar werden verklaard.]1
Art.59. [1 Le privilège visé à l'article 58 prend rang immédiatement après celui mentionné à l'article 19, 5°, de la loi du 16 décembre 1851.
L'affectation par préférence visée à l'article 19 in fine de la loi du 16 décembre 1851 est applicable aux impôts et taxes auxquels l'article 58 du présent décret est applicable.]1
L'affectation par préférence visée à l'article 19 in fine de la loi du 16 décembre 1851 est applicable aux impôts et taxes auxquels l'article 58 du présent décret est applicable.]1
Wijzigingen
Art. 60. De hypotheek is ingeschreven op verzoek van de ontvanger niettegenstaande verzet, bezwaar of beroep op voorlegging van een door de ontvanger voor eensluidend verklaard afschrift van de aanslag waarin de datum van de tenuitvoerbaarverklaring van het kohier is vermeld.
Art.60. L'hypothèque est inscrite à la requête du receveur nonobstant opposition, contestation ou recours sur présentation d'une copie certifiée conforme par le receveur de l'avertissement mentionnant la date de l'exécutoire du rôle.
Art. 60bis. [1 § 1. De wettelijke hypotheek doet geen afbreuk aan de vorige voorrechten en hypotheken; zij neemt slechts rang op het moment van de inschrijving ervan.
§ 2. De inschrijving mag slechts gevorderd worden vanaf de datum waarop de schuld van belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding geeft tot de inschrijving van de wettelijke hypotheek, wordt beschouwd als een zekere en vaststaande schuld, niettegenstaande elk administratief verhaal of gerechtelijk beroep.
§ 3. Artikel 19 van de faillissementswet is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek wat betreft de belastingen opgenomen in kohieren die voor het vonnis van faillietverklaring uitvoerbaar werden verklaard.]1
§ 2. De inschrijving mag slechts gevorderd worden vanaf de datum waarop de schuld van belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding geeft tot de inschrijving van de wettelijke hypotheek, wordt beschouwd als een zekere en vaststaande schuld, niettegenstaande elk administratief verhaal of gerechtelijk beroep.
§ 3. Artikel 19 van de faillissementswet is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek wat betreft de belastingen opgenomen in kohieren die voor het vonnis van faillietverklaring uitvoerbaar werden verklaard.]1
Art. 60bis. [1 § 1er. L'hypothèque légale ne préjudicie pas aux privilèges et hypothèques antérieurs; elle ne prend rang qu'à partir de son inscription.
§ 2. L'inscription ne peut être requise qu'à compter de la date à laquelle la dette de taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais donnant lieu à l'inscription de l'hypothèque légale est considérée comme une dette liquide et certaine, nonobstant tout recours administratif ou judiciaire.
§ 3. L'article 19 de la loi sur les faillites n'est pas applicable à l'hypothèque légale en ce qui concerne les taxes compris dans les rôles rendus exécutoires antérieurement au jugement déclaratif de la faillite.]1
§ 2. L'inscription ne peut être requise qu'à compter de la date à laquelle la dette de taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais donnant lieu à l'inscription de l'hypothèque légale est considérée comme une dette liquide et certaine, nonobstant tout recours administratif ou judiciaire.
§ 3. L'article 19 de la loi sur les faillites n'est pas applicable à l'hypothèque légale en ce qui concerne les taxes compris dans les rôles rendus exécutoires antérieurement au jugement déclaratif de la faillite.]1
Art. 61. De ontvanger verstrekt handlichting in de administratieve vorm zonder dat hij tegenover de hypotheekbewaarder verplicht is tot het staven van de betaling van de verschuldigde sommen.
Art.61. Le receveur donne mainlevée dans la forme administrative sans qu'il soit tenu, vis-à-vis du conservateur des hypothèques, de fournir la justification du paiement des sommes dues.
Art. 61bis. [1 Zo de betrokkenen, alvorens de bedragen vereffend te hebben die door de wettelijke hypotheek gewaarborgd zijn, wensen alle of een deel van de bezwaarde goederen vrij te maken van hypotheek, dienen zij daartoe een verzoek in bij de bevoegde ontvanger. Dat verzoek wordt ingewilligd zo het Waalse Gewest reeds voldoende zekerheid bezit, of zo deze het Gewest wordt gegeven, voor het bedrag van hetgeen hem verschuldigd is.]1
Art. 61bis. [1 Si, avant d'avoir acquitté les sommes garanties par l'hypothèque légale, les intéressés désirent en affranchir tout ou partie des biens grevés, ils en font la demande au receveur compétent. Cette demande est admise si la Région wallonne a déjà ou s'il lui est donné sûreté suffisante pour le montant de ce qui lui est dû.]1
Art. 62bis. [1 § 1. De notarissen die gevorderd zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, van een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling der belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die tot de hypothecaire inschrijving op deze goederen bedoeld in artikel 58 aanleiding kunnen geven, indien zij in de hierna bepaalde voorwaarden er niet de ontvanger van verwittigen.
Het bericht dient in dubbel exemplaar opgemaakt en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 verzonden te worden. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist, wordt door de ontvanger aan de notaris, voor het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in § 1 bedoelde bericht en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatiebij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn.
§ 3. Wanneer de in § 1 bedoelde akte verleden is, geldt de in § 2 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige. Deze kennisgeving geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654, van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in § 1 bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654, van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de ontvanger te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes ]2, nalatigheidsinteresten en kosten die hem ter uitvoering van § 2 ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten een zekere en vaststaande schuld op het tijdstip van de storting vormen.
Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal der sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ontvanger, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, daarover [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]3 deze ontvanger inlichten uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte.
Onverminderd de rechten van derden kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet tegen het Waalse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen nadat het in het vorig lid bedoelde bericht ter post is neergelegd [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten, welke in uitvoering van § 2 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in het derde lid voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De inschrijvingen genomen na de in § 3, vierde lid, bedoelde termijn, of tot zekerheid van belastingen die niet overeenkomstig § 2 werden ter kennis gegeven, kunnen niet worden ingeroepen tegen de hypothecaire schuldeiser, noch tegen de koper die handlichting ervan zal kunnen vorderen.
§ 5. De aansprakelijkheid door de notaris opgelopen krachtens § 1 en § 3, gaat, naar het geval, de waarde van het vervreemde goed of het bedrag van de hypothecaire inschrijving, na aftrek van de sommen en waarden waarop in zijn handen beslag onder derden werd gelegd, niet te boven.
§ 6. De Waalse Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
De in de § 1 en § 3, bedoelde berichten en inlichtingen dienen opgemaakt te worden overeenkomstig de door de [3 ...]3 Regering bepaalde modellen.]1
Het bericht dient in dubbel exemplaar opgemaakt en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 verzonden te worden. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist, wordt door de ontvanger aan de notaris, voor het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in § 1 bedoelde bericht en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatiebij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn.
§ 3. Wanneer de in § 1 bedoelde akte verleden is, geldt de in § 2 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige. Deze kennisgeving geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654, van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in § 1 bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654, van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de ontvanger te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes ]2, nalatigheidsinteresten en kosten die hem ter uitvoering van § 2 ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten een zekere en vaststaande schuld op het tijdstip van de storting vormen.
Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal der sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ontvanger, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, daarover [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]3 deze ontvanger inlichten uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte.
Onverminderd de rechten van derden kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet tegen het Waalse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen nadat het in het vorig lid bedoelde bericht ter post is neergelegd [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten, welke in uitvoering van § 2 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in het derde lid voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De inschrijvingen genomen na de in § 3, vierde lid, bedoelde termijn, of tot zekerheid van belastingen die niet overeenkomstig § 2 werden ter kennis gegeven, kunnen niet worden ingeroepen tegen de hypothecaire schuldeiser, noch tegen de koper die handlichting ervan zal kunnen vorderen.
§ 5. De aansprakelijkheid door de notaris opgelopen krachtens § 1 en § 3, gaat, naar het geval, de waarde van het vervreemde goed of het bedrag van de hypothecaire inschrijving, na aftrek van de sommen en waarden waarop in zijn handen beslag onder derden werd gelegd, niet te boven.
§ 6. De Waalse Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
De in de § 1 en § 3, bedoelde berichten en inlichtingen dienen opgemaakt te worden overeenkomstig de door de [3 ...]3 Regering bepaalde modellen.]1
Art.62. Les frais de formalités hypothécaires relatives à l'hypothèque légale sont à charge du redevable.
Art. 62ter. [1 Artikel 62bis is van toepassing op elke persoon die in België bevoegd is om de authenticiteit te verlenen aan de in § 1 van deze bepaling bedoelde akten.]1
CHAPITRE VIIIbis. - [1 Responsabilité et obligations de certains officiers ministériels, fonctionnaires publics, autres personnes et établissements ou organismes de crédit.]1
Art. 62bis. [1 § 1. De notarissen die gevorderd zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, van een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling der belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die tot de hypothecaire inschrijving op deze goederen bedoeld in artikel 58 aanleiding kunnen geven, indien zij in de hierna bepaalde voorwaarden er niet de ontvanger van verwittigen.
Het bericht dient in dubbel exemplaar opgemaakt en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 verzonden te worden. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist, wordt door de ontvanger aan de notaris, voor het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in § 1 bedoelde bericht en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatiebij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn.
§ 3. Wanneer de in § 1 bedoelde akte verleden is, geldt de in § 2 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige. Deze kennisgeving geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654, van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in § 1 bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654, van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de ontvanger te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes ]2, nalatigheidsinteresten en kosten die hem ter uitvoering van § 2 ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten een zekere en vaststaande schuld op het tijdstip van de storting vormen.
Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal der sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ontvanger, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, daarover [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]3 deze ontvanger inlichten uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte.
Onverminderd de rechten van derden kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet tegen het Waalse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen nadat het in het vorig lid bedoelde bericht ter post is neergelegd [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten, welke in uitvoering van § 2 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in het derde lid voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De inschrijvingen genomen na de in § 3, vierde lid, bedoelde termijn, of tot zekerheid van belastingen die niet overeenkomstig § 2 werden ter kennis gegeven, kunnen niet worden ingeroepen tegen de hypothecaire schuldeiser, noch tegen de koper die handlichting ervan zal kunnen vorderen.
§ 5. De aansprakelijkheid door de notaris opgelopen krachtens § 1 en § 3, gaat, naar het geval, de waarde van het vervreemde goed of het bedrag van de hypothecaire inschrijving, na aftrek van de sommen en waarden waarop in zijn handen beslag onder derden werd gelegd, niet te boven.
§ 6. De Waalse Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
De in de § 1 en § 3, bedoelde berichten en inlichtingen dienen opgemaakt te worden overeenkomstig de door de [3 ...]3 Regering bepaalde modellen.]1
Het bericht dient in dubbel exemplaar opgemaakt en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 verzonden te worden. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist, wordt door de ontvanger aan de notaris, voor het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in § 1 bedoelde bericht en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatiebij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn.
§ 3. Wanneer de in § 1 bedoelde akte verleden is, geldt de in § 2 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige. Deze kennisgeving geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654, van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in § 1 bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654, van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de ontvanger te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes ]2, nalatigheidsinteresten en kosten die hem ter uitvoering van § 2 ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten een zekere en vaststaande schuld op het tijdstip van de storting vormen.
Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal der sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ontvanger, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, daarover [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie,]3 deze ontvanger inlichten uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte.
Onverminderd de rechten van derden kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet tegen het Waalse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen nadat het in het vorig lid bedoelde bericht ter post is neergelegd [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten, welke in uitvoering van § 2 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in het derde lid voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De inschrijvingen genomen na de in § 3, vierde lid, bedoelde termijn, of tot zekerheid van belastingen die niet overeenkomstig § 2 werden ter kennis gegeven, kunnen niet worden ingeroepen tegen de hypothecaire schuldeiser, noch tegen de koper die handlichting ervan zal kunnen vorderen.
§ 5. De aansprakelijkheid door de notaris opgelopen krachtens § 1 en § 3, gaat, naar het geval, de waarde van het vervreemde goed of het bedrag van de hypothecaire inschrijving, na aftrek van de sommen en waarden waarop in zijn handen beslag onder derden werd gelegd, niet te boven.
§ 6. De Waalse Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
De in de § 1 en § 3, bedoelde berichten en inlichtingen dienen opgemaakt te worden overeenkomstig de door de [3 ...]3 Regering bepaalde modellen.]1
Art. 62bis. [1 § 1er. Les notaires requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un immeuble, d'un navire ou d'un bateau, sont personnellement responsables du paiement des taxes, [2 amendes fiscales]2 intérêts de retard et frais, pouvant donner lieu à l'inscription hypothécaire visée à l'article 58 sur ces biens, s'ils n'en avisent pas, dans les conditions prévues ci-après, le receveur.
L'avis doit être établi en double exemplaire et adressé par [3 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente. ]3. Si l'acte envisagé n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'expédition de l'avis, celui-ci sera considéré comme non-avenu.
§ 2. Si l'intérêt de la Région wallonne l'exige, le receveur notifie au notaire, avant l'expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d'expédition de l'avis prévu au § 1er, par [3 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente, ]3 le montant des taxes,[2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais pouvant donner lieu à inscription de l'hypothèque légale visée à l'article 58 sur les biens faisant l'objet de l'acte.
§ 3. Lorsque l'acte visé au § 1er est passé, la notification visée au § 2 emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable. Cette notification vaut opposition sur le prix au sens de l'article 1642 du Code judiciaire dans les cas où le notaire est tenu de répartir ces sommes et valeurs conformément aux articles 1639 à 1654 du Code judiciaire.
Sans préjudice des droits des tiers, lorsque l'acte visé au § 1er est passé, le notaire est tenu, sous réserve de l'application des articles 1639 à 1654 du Code judiciaire, de verser entre les mains du receveur, au plus tard le huitième jour ouvrable qui suit la passation de l'acte, les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable, à concurrence du montant des taxes,[2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et des frais qui lui ont été notifiés en exécution du § 2 et dans la mesure où ces taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et des frais constituent une dette certaine et liquide au moment du versement.
En outre, si les sommes et valeurs ainsi saisies-arrêtées sont inférieures à l'ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris le receveur, le notaire doit, sous peine d'être personnellement responsable de l'excédent, en informer ce receveur par [3 pli recommandé déposé à la poste ou par communication électronique équivalente, ]3 au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l'acte.
Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte n'est pas opposable à la Région wallonne, si l'inscription de l'hypothèque légale a lieu dans les huit jours ouvrables du dépôt à la poste de l'information prévue à l'alinéa précédent [3 , ou de la communication électronique équivalente ]3.
Sont inopérantes au regard des créances de taxes, amendes administratives, intérêts de retard et frais notifiés en exécution du § 2, toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après l'expiration du délai prévu à l'alinéa 3.
§ 4. Les inscriptions prises après le délai prévu au § 3, alinéa 4, ou pour sûreté de taxes qui n'ont pas été notifiés conformément au § 2, ne sont pas opposables au créancier hypothécaire, ni à l'acquéreur qui pourra en requérir la mainlevée.
§ 5. La responsabilité encourue par le notaire, en vertu du § 1er et du § 3, ne peut excéder, suivant le cas, la valeur du bien aliéné ou le montant de l'inscription hypothécaire, déduction faite des sommes et valeurs saisies-arrêtées entre ses mains.
§ 6. Le Gouvernement [3 ...]3 détermine les conditions et les modalités d'application du présent article.
Les avis et informations visés aux § 1er et § 3, doivent être établis conformément aux modèles arrêtés par le Gouvernement [3 ...]3.]1
L'avis doit être établi en double exemplaire et adressé par [3 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente. ]3. Si l'acte envisagé n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'expédition de l'avis, celui-ci sera considéré comme non-avenu.
§ 2. Si l'intérêt de la Région wallonne l'exige, le receveur notifie au notaire, avant l'expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d'expédition de l'avis prévu au § 1er, par [3 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente, ]3 le montant des taxes,[2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais pouvant donner lieu à inscription de l'hypothèque légale visée à l'article 58 sur les biens faisant l'objet de l'acte.
§ 3. Lorsque l'acte visé au § 1er est passé, la notification visée au § 2 emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable. Cette notification vaut opposition sur le prix au sens de l'article 1642 du Code judiciaire dans les cas où le notaire est tenu de répartir ces sommes et valeurs conformément aux articles 1639 à 1654 du Code judiciaire.
Sans préjudice des droits des tiers, lorsque l'acte visé au § 1er est passé, le notaire est tenu, sous réserve de l'application des articles 1639 à 1654 du Code judiciaire, de verser entre les mains du receveur, au plus tard le huitième jour ouvrable qui suit la passation de l'acte, les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable, à concurrence du montant des taxes,[2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et des frais qui lui ont été notifiés en exécution du § 2 et dans la mesure où ces taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et des frais constituent une dette certaine et liquide au moment du versement.
En outre, si les sommes et valeurs ainsi saisies-arrêtées sont inférieures à l'ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris le receveur, le notaire doit, sous peine d'être personnellement responsable de l'excédent, en informer ce receveur par [3 pli recommandé déposé à la poste ou par communication électronique équivalente, ]3 au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l'acte.
Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte n'est pas opposable à la Région wallonne, si l'inscription de l'hypothèque légale a lieu dans les huit jours ouvrables du dépôt à la poste de l'information prévue à l'alinéa précédent [3 , ou de la communication électronique équivalente ]3.
Sont inopérantes au regard des créances de taxes, amendes administratives, intérêts de retard et frais notifiés en exécution du § 2, toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après l'expiration du délai prévu à l'alinéa 3.
§ 4. Les inscriptions prises après le délai prévu au § 3, alinéa 4, ou pour sûreté de taxes qui n'ont pas été notifiés conformément au § 2, ne sont pas opposables au créancier hypothécaire, ni à l'acquéreur qui pourra en requérir la mainlevée.
§ 5. La responsabilité encourue par le notaire, en vertu du § 1er et du § 3, ne peut excéder, suivant le cas, la valeur du bien aliéné ou le montant de l'inscription hypothécaire, déduction faite des sommes et valeurs saisies-arrêtées entre ses mains.
§ 6. Le Gouvernement [3 ...]3 détermine les conditions et les modalités d'application du présent article.
Les avis et informations visés aux § 1er et § 3, doivent être établis conformément aux modèles arrêtés par le Gouvernement [3 ...]3.]1
Art. 62quinquies. [1 § 1. De akte verleden in het buitenland die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, die tot de hypothecaire inschrijving bedoeld in artikel 58 aanleiding kan geven, maakt het verzenden aan de ontvanger door de houder van een zakelijk recht op dit onroerend goed van een bericht in dubbel exemplaar [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 verplicht. Dit bericht vermeldt de identiteit van de kopers.
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist :
- wordt door de ontvanger aan de belastingplichtige, voor het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in § 1 bedoelde bericht en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn;
- wordt door de ontvanger aan de kopers kennis gegeven van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn; deze kennisgeving geldt als beslag onder derden in handen van de kopers op de bedragen en waarden die zij krachtens de akte onder zich houden voor rekening of ten bate van de belastingplichtige.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden kan de overschrijving of de inschrijving van de akte bedoeld in § 1 niet tegen het Waalse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen nadat de in § 2 bedoelde kennisgeving ter post is neergelegd.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten, welke in uitvoering van § 2 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na de dag van het verlijden van de akte wordt beslag gelegd of verzet aangetekend [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie is gedaan]3.
§ 4. De inschrijvingen genomen na de in § 3, eerste lid, bedoelde termijn, of tot zekerheid van belastingen die niet overeenkomstig § 2 werden ter kennis gegeven, kunnen niet worden ingeroepen tegen de hypothecaire schuldeiser, noch tegen de koper die handlichting ervan zal kunnen vorderen.
§ 5. De[ -3 ...]3 Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
Het in § 1 bedoelde bericht dient opgemaakt te worden overeenkomstig het door de Waalse Regering bepaalde model.]1
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist :
- wordt door de ontvanger aan de belastingplichtige, voor het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in § 1 bedoelde bericht en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn;
- wordt door de ontvanger aan de kopers kennis gegeven van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn; deze kennisgeving geldt als beslag onder derden in handen van de kopers op de bedragen en waarden die zij krachtens de akte onder zich houden voor rekening of ten bate van de belastingplichtige.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden kan de overschrijving of de inschrijving van de akte bedoeld in § 1 niet tegen het Waalse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen nadat de in § 2 bedoelde kennisgeving ter post is neergelegd.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten, welke in uitvoering van § 2 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na de dag van het verlijden van de akte wordt beslag gelegd of verzet aangetekend [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie is gedaan]3.
§ 4. De inschrijvingen genomen na de in § 3, eerste lid, bedoelde termijn, of tot zekerheid van belastingen die niet overeenkomstig § 2 werden ter kennis gegeven, kunnen niet worden ingeroepen tegen de hypothecaire schuldeiser, noch tegen de koper die handlichting ervan zal kunnen vorderen.
§ 5. De[ -3 ...]3 Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
Het in § 1 bedoelde bericht dient opgemaakt te worden overeenkomstig het door de Waalse Regering bepaalde model.]1
Art. 62ter. [1 L'article 62bis est applicable à toute personne habilitée en Belgique à donner l'authenticité aux actes visés au § 1er de cette disposition.]1
Art. 62sexies. [1 § 1. Openbare ambtenaren of ministeriële officieren, belast met de openbare verkoop van roerende goederen waarvan de waarde ten minste 250 EUR bedraagt, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die de eigenaar op het ogenblik van de verkoop schuldig is, indien zij niet ten minste acht werkdagen vooraf, de ontvanger ervan verwittigen.
Het bericht dient in dubbel exemplaar opgemaakt en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 verzonden te worden.
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist, wordt door de ontvanger aan de openbare ambtenaar of ministeriële officier, uiterlijk daags voor de verkoop, en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die de eigenaar op het ogenblik van de verkoop schuldig is.
§ 3. Wanneer de verkoop heeft plaatsgehad, geldt de kennisgeving bedoeld in § 2 als beslag onder derden in handen van de in § 1 vermelde openbare ambtenaren of ministeriële officieren. Deze kennisgeving geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1515 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de openbare ambtenaar of ministeriële officier gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1627 tot 1638 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
Onverminderd de rechten van derden, is de openbare ambtenaar of ministeriële officier ertoe gehouden, wanneer de openbare verkoop heeft plaatsgehad, behoudens toepassing van de artikelen 1627 tot 1638 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de verkoop onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op de openbare verkoop, aan de ontvanger te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen,[2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die hem ter uitvoering van § 2 ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten een zekere en vaststaande schuld op het tijdstip van de storting vormen.
§ 4. De aansprakelijkheid door de in § 1 vermelde openbare ambtenaren of ministeriële officiers opgelopen krachtens § 1, gaat, naar het geval, de waarde van de openbaar verkochte goederen, na aftrek van de sommen en waarden waarop in zijn handen beslag onder derden werd gelegd, niet te boven.
§ 5. De [3 ...]3 Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
Het in § 1 bedoelde bericht dient opgemaakt te worden overeenkomstig het door de Waalse Regering bepaalde model.]1
Het bericht dient in dubbel exemplaar opgemaakt en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 verzonden te worden.
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist, wordt door de ontvanger aan de openbare ambtenaar of ministeriële officier, uiterlijk daags voor de verkoop, en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die de eigenaar op het ogenblik van de verkoop schuldig is.
§ 3. Wanneer de verkoop heeft plaatsgehad, geldt de kennisgeving bedoeld in § 2 als beslag onder derden in handen van de in § 1 vermelde openbare ambtenaren of ministeriële officieren. Deze kennisgeving geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1515 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de openbare ambtenaar of ministeriële officier gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1627 tot 1638 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
Onverminderd de rechten van derden, is de openbare ambtenaar of ministeriële officier ertoe gehouden, wanneer de openbare verkoop heeft plaatsgehad, behoudens toepassing van de artikelen 1627 tot 1638 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de verkoop onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingplichtige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op de openbare verkoop, aan de ontvanger te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen,[2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die hem ter uitvoering van § 2 ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten een zekere en vaststaande schuld op het tijdstip van de storting vormen.
§ 4. De aansprakelijkheid door de in § 1 vermelde openbare ambtenaren of ministeriële officiers opgelopen krachtens § 1, gaat, naar het geval, de waarde van de openbaar verkochte goederen, na aftrek van de sommen en waarden waarop in zijn handen beslag onder derden werd gelegd, niet te boven.
§ 5. De [3 ...]3 Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
Het in § 1 bedoelde bericht dient opgemaakt te worden overeenkomstig het door de Waalse Regering bepaalde model.]1
Art. 62quater. [1 Moyennant l'accord du redevable, les banques soumises à la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, les entreprises soumises à l'arrêté royal n° 225 du 7 janvier 1936 réglementant les prêts hypothécaires et organisant le contrôle des entreprises de prêts hypothécaires, ainsi que les entreprises hypothécaires soumises à la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire, sont autorisées à adresser l'avis prévu à l'article 62bis, § 1er, et qualifiées pour recevoir la notification visée à l'article 62bis, § 2.
La remise d'une attestation par ces organismes au notaire relativement à l'envoi de l'avis et à la suite y donnée par le receveur, substitue la responsabilité de ces organismes à celle du notaire.]1
La remise d'une attestation par ces organismes au notaire relativement à l'envoi de l'avis et à la suite y donnée par le receveur, substitue la responsabilité de ces organismes à celle du notaire.]1
Art. 62quinquies. [1 § 1. De akte verleden in het buitenland die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, die tot de hypothecaire inschrijving bedoeld in artikel 58 aanleiding kan geven, maakt het verzenden aan de ontvanger door de houder van een zakelijk recht op dit onroerend goed van een bericht in dubbel exemplaar [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 verplicht. Dit bericht vermeldt de identiteit van de kopers.
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist :
- wordt door de ontvanger aan de belastingplichtige, voor het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in § 1 bedoelde bericht en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn;
- wordt door de ontvanger aan de kopers kennis gegeven van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn; deze kennisgeving geldt als beslag onder derden in handen van de kopers op de bedragen en waarden die zij krachtens de akte onder zich houden voor rekening of ten bate van de belastingplichtige.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden kan de overschrijving of de inschrijving van de akte bedoeld in § 1 niet tegen het Waalse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen nadat de in § 2 bedoelde kennisgeving ter post is neergelegd.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten, welke in uitvoering van § 2 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na de dag van het verlijden van de akte wordt beslag gelegd of verzet aangetekend [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie is gedaan]3.
§ 4. De inschrijvingen genomen na de in § 3, eerste lid, bedoelde termijn, of tot zekerheid van belastingen die niet overeenkomstig § 2 werden ter kennis gegeven, kunnen niet worden ingeroepen tegen de hypothecaire schuldeiser, noch tegen de koper die handlichting ervan zal kunnen vorderen.
§ 5. De[ -3 ...]3 Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
Het in § 1 bedoelde bericht dient opgemaakt te worden overeenkomstig het door de Waalse Regering bepaalde model.]1
§ 2. Indien het belang van het Waalse Gewest zulks vereist :
- wordt door de ontvanger aan de belastingplichtige, voor het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in § 1 bedoelde bericht en [3 bij ter post aangetekende zending of via een gelijkwaardige elektronische communicatie]3 kennis gegeven van het bedrag van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn;
- wordt door de ontvanger aan de kopers kennis gegeven van de belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 58 op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn; deze kennisgeving geldt als beslag onder derden in handen van de kopers op de bedragen en waarden die zij krachtens de akte onder zich houden voor rekening of ten bate van de belastingplichtige.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden kan de overschrijving of de inschrijving van de akte bedoeld in § 1 niet tegen het Waalse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen nadat de in § 2 bedoelde kennisgeving ter post is neergelegd.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen, [2 fiscale boetes]2, nalatigheidsinteresten en kosten, welke in uitvoering van § 2 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na de dag van het verlijden van de akte wordt beslag gelegd of verzet aangetekend [3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatie is gedaan]3.
§ 4. De inschrijvingen genomen na de in § 3, eerste lid, bedoelde termijn, of tot zekerheid van belastingen die niet overeenkomstig § 2 werden ter kennis gegeven, kunnen niet worden ingeroepen tegen de hypothecaire schuldeiser, noch tegen de koper die handlichting ervan zal kunnen vorderen.
§ 5. De[ -3 ...]3 Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.
Het in § 1 bedoelde bericht dient opgemaakt te worden overeenkomstig het door de Waalse Regering bepaalde model.]1
Art. 62quinquies. [1 § 1er. L'acte passé à l'étranger et ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un immeuble, d'un navire ou d'un bateau pouvant donner lieu à l'inscription hypothécaire visée à l'article 58, rend obligatoire l'envoi par le titulaire d'un droit réel sur cet immeuble au receveur, d'un avis en double exemplaire et adressé par [3 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente]3 Cet avis mentionné l'identité des acquéreurs.
§ 2. Si l'intérêt de la Région wallonne l'exige :
- le receveur notifie au redevable, avant l'expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d'expédition de l'avis prévu au § 1er, par [3 pli recommandé à la poste, ou par communication électronique équivalente,]3, le montant des taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais pouvant donner lieu à inscription de l'hypothèque légale visée à l'article 58 sur les biens faisant l'objet de l'acte;
- le receveur notifie aux acquéreurs le montant des taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais pouvant donner lieu à inscription de l'hypothèque légale visée à l'article 58 sur les biens faisant l'objet de l'acte; cette notification emporte saisie-arrêt entre les mains des acquéreurs sur les sommes et valeurs qu'il détiennent en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte visé au § 1er n'est pas opposable à la Région wallonne, si l'inscription de l'hypothèque légale a lieu dans les huit jours ouvrables du dépôt à la poste [3 , ou de la communication électronique équivalente, ]3 de la notification visée au § 2.
Sont inopérantes au regard des créances de taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais notifiés en exécution du § 2, toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après le jour de la passation de l'acte.
§ 4. Les inscriptions prises après le délai prévu au § 3, alinéa 1er, ou pour sûreté de taxes qui n'ont pas été notifiés conformément au § 2, ne sont pas opposables au créancier hypothécaire, ni à l'acquéreur qui pourra en requérir la mainlevée.
§ 5. Le Gouvernement [3 ...]3 détermine les conditions et les modalités d'application du présent article.
L'avis visé au § 1er doit être établi conformément au modèle arrêté par le Gouvernement [3 ...]3.]1
§ 2. Si l'intérêt de la Région wallonne l'exige :
- le receveur notifie au redevable, avant l'expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d'expédition de l'avis prévu au § 1er, par [3 pli recommandé à la poste, ou par communication électronique équivalente,]3, le montant des taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais pouvant donner lieu à inscription de l'hypothèque légale visée à l'article 58 sur les biens faisant l'objet de l'acte;
- le receveur notifie aux acquéreurs le montant des taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais pouvant donner lieu à inscription de l'hypothèque légale visée à l'article 58 sur les biens faisant l'objet de l'acte; cette notification emporte saisie-arrêt entre les mains des acquéreurs sur les sommes et valeurs qu'il détiennent en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte visé au § 1er n'est pas opposable à la Région wallonne, si l'inscription de l'hypothèque légale a lieu dans les huit jours ouvrables du dépôt à la poste [3 , ou de la communication électronique équivalente, ]3 de la notification visée au § 2.
Sont inopérantes au regard des créances de taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais notifiés en exécution du § 2, toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après le jour de la passation de l'acte.
§ 4. Les inscriptions prises après le délai prévu au § 3, alinéa 1er, ou pour sûreté de taxes qui n'ont pas été notifiés conformément au § 2, ne sont pas opposables au créancier hypothécaire, ni à l'acquéreur qui pourra en requérir la mainlevée.
§ 5. Le Gouvernement [3 ...]3 détermine les conditions et les modalités d'application du présent article.
L'avis visé au § 1er doit être établi conformément au modèle arrêté par le Gouvernement [3 ...]3.]1
Art.63.
§ 1. [2 [7 § 1. Voor elke overtreding van dit decreet of van een andere wetgeving waarop dit decreet van toepassing is, met uitzondering van overtredingen die te wijten zijn aan omstandigheden waarop de belastingplichtige geen invloed heeft en die naar behoren zijn gemotiveerd, is een fiscale boete tussen 50 en 2 000 euro, of tussen 25 en 100 procent van het bedrag van de belasting van toepassing.
Indien de overtreding echter met bedrieglijk opzet of met het oog schade te berokkenen is gepleegd, is een fiscale geldboete tussen 5 00 en 5 000 EUR of van 100 tot 250 procent van het bedrag van de belasting van toepassing.
De Regering stelt de in de leden 1 en 2 bedoelde fiscale boeteschalen vast en bepaalt dat de in lid 1 bedoelde fiscale boete slechts wordt kwijtgescholden voor de eerste overtreding die door de belastingplichtige te goeder trouw wordt begaan]7.]2
§ 2. In afwijking van § 1 :
1° voor de belastingen op afval [4 en voor de belastingen en winningsbijdragen bedoeld in hoofdstuk II van titel II van deel III van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt]4 krijgt de belastingplichtige, in geval van rechtzetting of van belasting van ambtswege, een fiscale boete waarvan het bedrag gelijk is aan twee keer het bedrag van de ontdoken belasting.
[7 Deze fiscale boete wordt]7 door de dienst die de Regering aanwijst verminderd tot maximum 50 % van het bedrag van de ontdoken belasting als er geen bedoeling was te bedriegen of te schaden.
Ze wordt door de dienst die de Regering aanwijst verminderd tot maximum 10 % van het bedrag van de ontdoken belasting in geval van eerste overtreding begaan door de belastingplichtige zonder bedoeling te bedriegen of te schaden.
Ze wordt helemaal en van ambtswege opgeschort in geval van spontane regularisatie door de belastingplichtige;
[2 2° [7 voor de belasting op de spelen en weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen, als bedoeld in het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, is de belastingplichtige een fiscale boete verschuldigd voor elke overtreding van de regels bedoeld in artikel 11bis, §§ 1 en 2, van een bedrag gelijk aan 1 250 euro voor de eerste overtreding en 2 500 euro voor de tweede overtreding, en voor de volgende overtredingen, begaan tot het verstrijken van het jaar volgend op dat waarin de tweede overtreding is vastgesteld]7.]2
3[2 °[7 ]voor de belasting op de spelen en weddenschappen bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden, met uitzondering van de overtredingen van de artikelen 10 tot 11ter, aan de overtredingen van de regels bepaald bij dit decreet of bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen de administratieve straffen opgelegd bedoeld in de artikelen 68 en 68bis van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen]7.]2
[2 4°[7 voor de belasting op de automatische ontspanningstoestellen bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden, met uitzondering van de overtredingen van de artikelen 10 tot 11ter, aan de overtredingen van de regels bepaald bij dit decreet of bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen de administratieve straffen opgelegd bedoeld in de artikelen 89 en 89bis van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen]7.]2
[5°[7 voor de verkeersbelasting bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen krijgt de belastingplichtige een fiscale boete waarvan het bedrag gelijk is aan drie keer het bedrag van de ontdoken belasting als zij het tiende van de oorspronkelijke belasting overschrijdt in geval van niet-aangifte of ontoereikende aangifte]7.]2
[6 6° voor elke inbreuk op artikel 64quinquies/2 van dit decreet, waarbij er geen informatie, onvolledige informatie of laattijdige informatie als bedoeld in artikel 64quinquies/2, paragraaf 14, verstrekt wordt, [8 voor elke inbreuk op de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/7, die erin bestaat de daarin vermelde aangifteverplichtingen niet te vervullen, en voor elke inbreuk op artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), en § 2, 1° en 7), die erin bestaat zich niet te schikken naar de daarin bepaalde registratieverplichting of wanneer de registratie herroepen is" ]8 wordt een fiscale geldboete van 2 500 tot 25 000 EUR opgelegd. Indien de overtreding echter met bedrieglijk opzet of met het oog schade te berokkenen is gepleegd, wordt een fiscale geldboete tussen 5 000 en 50 000 EUR opgelegd. De Regering is gemachtigd om de schaal van die fiscale geldboeten te bepalen.]6
§ 3. [3 [8 Onder voorbehoud van artikel 11bis, § 4, d), worden de in het eerste en tweede lid bedoelde fiscale boetes op dezelfde wijze vastgesteld, betwist en ingevorderd als de belasting waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij samen met de belasting dan wel afzonderlijk worden ingekohierd]8.]3
§ 1. [2 [7 § 1. Voor elke overtreding van dit decreet of van een andere wetgeving waarop dit decreet van toepassing is, met uitzondering van overtredingen die te wijten zijn aan omstandigheden waarop de belastingplichtige geen invloed heeft en die naar behoren zijn gemotiveerd, is een fiscale boete tussen 50 en 2 000 euro, of tussen 25 en 100 procent van het bedrag van de belasting van toepassing.
Indien de overtreding echter met bedrieglijk opzet of met het oog schade te berokkenen is gepleegd, is een fiscale geldboete tussen 5 00 en 5 000 EUR of van 100 tot 250 procent van het bedrag van de belasting van toepassing.
De Regering stelt de in de leden 1 en 2 bedoelde fiscale boeteschalen vast en bepaalt dat de in lid 1 bedoelde fiscale boete slechts wordt kwijtgescholden voor de eerste overtreding die door de belastingplichtige te goeder trouw wordt begaan]7.]2
§ 2. In afwijking van § 1 :
1° voor de belastingen op afval [4 en voor de belastingen en winningsbijdragen bedoeld in hoofdstuk II van titel II van deel III van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt]4 krijgt de belastingplichtige, in geval van rechtzetting of van belasting van ambtswege, een fiscale boete waarvan het bedrag gelijk is aan twee keer het bedrag van de ontdoken belasting.
[7 Deze fiscale boete wordt]7 door de dienst die de Regering aanwijst verminderd tot maximum 50 % van het bedrag van de ontdoken belasting als er geen bedoeling was te bedriegen of te schaden.
Ze wordt door de dienst die de Regering aanwijst verminderd tot maximum 10 % van het bedrag van de ontdoken belasting in geval van eerste overtreding begaan door de belastingplichtige zonder bedoeling te bedriegen of te schaden.
Ze wordt helemaal en van ambtswege opgeschort in geval van spontane regularisatie door de belastingplichtige;
[2 2° [7 voor de belasting op de spelen en weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen, als bedoeld in het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, is de belastingplichtige een fiscale boete verschuldigd voor elke overtreding van de regels bedoeld in artikel 11bis, §§ 1 en 2, van een bedrag gelijk aan 1 250 euro voor de eerste overtreding en 2 500 euro voor de tweede overtreding, en voor de volgende overtredingen, begaan tot het verstrijken van het jaar volgend op dat waarin de tweede overtreding is vastgesteld]7.]2
3[2 °[7 ]voor de belasting op de spelen en weddenschappen bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden, met uitzondering van de overtredingen van de artikelen 10 tot 11ter, aan de overtredingen van de regels bepaald bij dit decreet of bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen de administratieve straffen opgelegd bedoeld in de artikelen 68 en 68bis van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen]7.]2
[2 4°[7 voor de belasting op de automatische ontspanningstoestellen bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden, met uitzondering van de overtredingen van de artikelen 10 tot 11ter, aan de overtredingen van de regels bepaald bij dit decreet of bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen de administratieve straffen opgelegd bedoeld in de artikelen 89 en 89bis van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen]7.]2
[5°[7 voor de verkeersbelasting bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen krijgt de belastingplichtige een fiscale boete waarvan het bedrag gelijk is aan drie keer het bedrag van de ontdoken belasting als zij het tiende van de oorspronkelijke belasting overschrijdt in geval van niet-aangifte of ontoereikende aangifte]7.]2
[6 6° voor elke inbreuk op artikel 64quinquies/2 van dit decreet, waarbij er geen informatie, onvolledige informatie of laattijdige informatie als bedoeld in artikel 64quinquies/2, paragraaf 14, verstrekt wordt, [8 voor elke inbreuk op de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/7, die erin bestaat de daarin vermelde aangifteverplichtingen niet te vervullen, en voor elke inbreuk op artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), en § 2, 1° en 7), die erin bestaat zich niet te schikken naar de daarin bepaalde registratieverplichting of wanneer de registratie herroepen is" ]8 wordt een fiscale geldboete van 2 500 tot 25 000 EUR opgelegd. Indien de overtreding echter met bedrieglijk opzet of met het oog schade te berokkenen is gepleegd, wordt een fiscale geldboete tussen 5 000 en 50 000 EUR opgelegd. De Regering is gemachtigd om de schaal van die fiscale geldboeten te bepalen.]6
§ 3. [3 [8 Onder voorbehoud van artikel 11bis, § 4, d), worden de in het eerste en tweede lid bedoelde fiscale boetes op dezelfde wijze vastgesteld, betwist en ingevorderd als de belasting waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij samen met de belasting dan wel afzonderlijk worden ingekohierd]8.]3
Wijzigingen
Art. 62sexies. [1 § 1er. Les fonctionnaires publics ou les officiers ministériels chargés de vendre publiquement des meubles, dont la valeur atteint au moins 250 EUR, sont personnellement responsables du paiement des taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais dus par le propriétaire au moment de la vente, s'ils n'en avisent pas le receveur, au moins huit jours ouvrables à l'avance.
L'avis doit être établi en double exemplaire et adressé par [3 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente]3.
§ 2. Si l'intérêt de la Région wallonne l'exige, le receveur notifie au fonctionnaire public ou à l'officier ministériel, au plus tard la veille du jour de la vente, [3 pli recommandé à la poste, ou par communication électronique équivalente, ]3 le montant des taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais dus par le propriétaire au jour de la notification.
§ 3. Lorsque la vente a eu lieu, la notification visée au § 2 emporte saisie-arrêt entre les mains des fonctionnaires publics ou des officiers ministériels cités au § 1er. Cette notification vaut opposition sur le prix au sens de l'article 1515 du Code judiciaire dans les cas où le fonctionnaire public ou l'officier ministériel est tenu de répartir ces sommes et valeurs conformément aux articles 1627 à 1638 du Code judiciaire.
Sans préjudice des droits des tiers, lorsque la vente publique a eu lieu, le fonctionnaire public ou l'officier ministériel est tenu, sous réserve de l'application des articles 1627 à 1638 du Code judiciaire, de verser entre les mains du receveur, au plus tard le huitième jour ouvrable qui suit la vente publique, les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de la vente pour le compte ou au profit du redevable, à concurrence du montant des taxes, amendes administratives, intérêts de retard et des frais qui lui ont été notifiés en exécution du § 2 et dans la mesure où ces taxes, amendes administratives, intérêts de retard et des frais constituent une dette certaine et liquide au moment du versement.
§ 4. La responsabilité encourue par les fonctionnaires publics ou les officiers ministériels cités au § 1er, en vertu du § 1er, ne peut excéder, suivant le cas, la valeur des biens vendus publiquement, déduction faite des sommes et valeurs saisies-arrêtées entre ses mains.
§ 5. Le Gouvernement [3 ...]3 détermine les conditions et les modalités d'application du présent article.
L'avis visé au § 1er doit être établi conformément au modèle arrêté par le Gouvernement [3 ...]3.]1
L'avis doit être établi en double exemplaire et adressé par [3 pli recommandé à la poste ou par communication électronique équivalente]3.
§ 2. Si l'intérêt de la Région wallonne l'exige, le receveur notifie au fonctionnaire public ou à l'officier ministériel, au plus tard la veille du jour de la vente, [3 pli recommandé à la poste, ou par communication électronique équivalente, ]3 le montant des taxes, [2 amendes fiscales]2, intérêts de retard et frais dus par le propriétaire au jour de la notification.
§ 3. Lorsque la vente a eu lieu, la notification visée au § 2 emporte saisie-arrêt entre les mains des fonctionnaires publics ou des officiers ministériels cités au § 1er. Cette notification vaut opposition sur le prix au sens de l'article 1515 du Code judiciaire dans les cas où le fonctionnaire public ou l'officier ministériel est tenu de répartir ces sommes et valeurs conformément aux articles 1627 à 1638 du Code judiciaire.
Sans préjudice des droits des tiers, lorsque la vente publique a eu lieu, le fonctionnaire public ou l'officier ministériel est tenu, sous réserve de l'application des articles 1627 à 1638 du Code judiciaire, de verser entre les mains du receveur, au plus tard le huitième jour ouvrable qui suit la vente publique, les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de la vente pour le compte ou au profit du redevable, à concurrence du montant des taxes, amendes administratives, intérêts de retard et des frais qui lui ont été notifiés en exécution du § 2 et dans la mesure où ces taxes, amendes administratives, intérêts de retard et des frais constituent une dette certaine et liquide au moment du versement.
§ 4. La responsabilité encourue par les fonctionnaires publics ou les officiers ministériels cités au § 1er, en vertu du § 1er, ne peut excéder, suivant le cas, la valeur des biens vendus publiquement, déduction faite des sommes et valeurs saisies-arrêtées entre ses mains.
§ 5. Le Gouvernement [3 ...]3 détermine les conditions et les modalités d'application du présent article.
L'avis visé au § 1er doit être établi conformément au modèle arrêté par le Gouvernement [3 ...]3.]1
Art.64.[1 § 1. De door de Regering aangewezen dienst beslist in eerste en laatste instantie over de verzoekschriften m.b.t. de kwijtschelding of de matiging van de fiscale boetes [2 ...]2.
CHAPITRE IX. - Sanctions administratives.
Art. 63.
§ 1. [2 [7 § 1. Voor elke overtreding van dit decreet of van een andere wetgeving waarop dit decreet van toepassing is, met uitzondering van overtredingen die te wijten zijn aan omstandigheden waarop de belastingplichtige geen invloed heeft en die naar behoren zijn gemotiveerd, is een fiscale boete tussen 50 en 2 000 euro, of tussen 25 en 100 procent van het bedrag van de belasting van toepassing.
Indien de overtreding echter met bedrieglijk opzet of met het oog schade te berokkenen is gepleegd, is een fiscale geldboete tussen 5 00 en 5 000 EUR of van 100 tot 250 procent van het bedrag van de belasting van toepassing.
De Regering stelt de in de leden 1 en 2 bedoelde fiscale boeteschalen vast en bepaalt dat de in lid 1 bedoelde fiscale boete slechts wordt kwijtgescholden voor de eerste overtreding die door de belastingplichtige te goeder trouw wordt begaan]7.]2
§ 2. In afwijking van § 1 :
1° voor de belastingen op afval [4 en voor de belastingen en winningsbijdragen bedoeld in hoofdstuk II van titel II van deel III van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt]4 krijgt de belastingplichtige, in geval van rechtzetting of van belasting van ambtswege, een fiscale boete waarvan het bedrag gelijk is aan twee keer het bedrag van de ontdoken belasting.
[7 Deze fiscale boete wordt]7 door de dienst die de Regering aanwijst verminderd tot maximum 50 % van het bedrag van de ontdoken belasting als er geen bedoeling was te bedriegen of te schaden.
Ze wordt door de dienst die de Regering aanwijst verminderd tot maximum 10 % van het bedrag van de ontdoken belasting in geval van eerste overtreding begaan door de belastingplichtige zonder bedoeling te bedriegen of te schaden.
Ze wordt helemaal en van ambtswege opgeschort in geval van spontane regularisatie door de belastingplichtige;
[2 2° [7 voor de belasting op de spelen en weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen, als bedoeld in het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, is de belastingplichtige een fiscale boete verschuldigd voor elke overtreding van de regels bedoeld in artikel 11bis, §§ 1 en 2, van een bedrag gelijk aan 1 250 euro voor de eerste overtreding en 2 500 euro voor de tweede overtreding, en voor de volgende overtredingen, begaan tot het verstrijken van het jaar volgend op dat waarin de tweede overtreding is vastgesteld]7.]2
3[2 °[7 ]voor de belasting op de spelen en weddenschappen bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden, met uitzondering van de overtredingen van de artikelen 10 tot 11ter, aan de overtredingen van de regels bepaald bij dit decreet of bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen de administratieve straffen opgelegd bedoeld in de artikelen 68 en 68bis van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen]7.]2
[2 4°[7 voor de belasting op de automatische ontspanningstoestellen bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden, met uitzondering van de overtredingen van de artikelen 10 tot 11ter, aan de overtredingen van de regels bepaald bij dit decreet of bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen de administratieve straffen opgelegd bedoeld in de artikelen 89 en 89bis van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen]7.]2
[5°[7 voor de verkeersbelasting bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen krijgt de belastingplichtige een fiscale boete waarvan het bedrag gelijk is aan drie keer het bedrag van de ontdoken belasting als zij het tiende van de oorspronkelijke belasting overschrijdt in geval van niet-aangifte of ontoereikende aangifte]7.]2
[6 6° voor elke inbreuk op artikel 64quinquies/2 van dit decreet, waarbij er geen informatie, onvolledige informatie of laattijdige informatie als bedoeld in artikel 64quinquies/2, paragraaf 14, verstrekt wordt, [8 voor elke inbreuk op de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/7, die erin bestaat de daarin vermelde aangifteverplichtingen niet te vervullen, en voor elke inbreuk op artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), en § 2, 1° en 7), die erin bestaat zich niet te schikken naar de daarin bepaalde registratieverplichting of wanneer de registratie herroepen is" ]8 wordt een fiscale geldboete van 2 500 tot 25 000 EUR opgelegd. Indien de overtreding echter met bedrieglijk opzet of met het oog schade te berokkenen is gepleegd, wordt een fiscale geldboete tussen 5 000 en 50 000 EUR opgelegd. De Regering is gemachtigd om de schaal van die fiscale geldboeten te bepalen.]6
§ 3. [3 [8 Onder voorbehoud van artikel 11bis, § 4, d), worden de in het eerste en tweede lid bedoelde fiscale boetes op dezelfde wijze vastgesteld, betwist en ingevorderd als de belasting waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij samen met de belasting dan wel afzonderlijk worden ingekohierd]8.]3
§ 1. [2 [7 § 1. Voor elke overtreding van dit decreet of van een andere wetgeving waarop dit decreet van toepassing is, met uitzondering van overtredingen die te wijten zijn aan omstandigheden waarop de belastingplichtige geen invloed heeft en die naar behoren zijn gemotiveerd, is een fiscale boete tussen 50 en 2 000 euro, of tussen 25 en 100 procent van het bedrag van de belasting van toepassing.
Indien de overtreding echter met bedrieglijk opzet of met het oog schade te berokkenen is gepleegd, is een fiscale geldboete tussen 5 00 en 5 000 EUR of van 100 tot 250 procent van het bedrag van de belasting van toepassing.
De Regering stelt de in de leden 1 en 2 bedoelde fiscale boeteschalen vast en bepaalt dat de in lid 1 bedoelde fiscale boete slechts wordt kwijtgescholden voor de eerste overtreding die door de belastingplichtige te goeder trouw wordt begaan]7.]2
§ 2. In afwijking van § 1 :
1° voor de belastingen op afval [4 en voor de belastingen en winningsbijdragen bedoeld in hoofdstuk II van titel II van deel III van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt]4 krijgt de belastingplichtige, in geval van rechtzetting of van belasting van ambtswege, een fiscale boete waarvan het bedrag gelijk is aan twee keer het bedrag van de ontdoken belasting.
[7 Deze fiscale boete wordt]7 door de dienst die de Regering aanwijst verminderd tot maximum 50 % van het bedrag van de ontdoken belasting als er geen bedoeling was te bedriegen of te schaden.
Ze wordt door de dienst die de Regering aanwijst verminderd tot maximum 10 % van het bedrag van de ontdoken belasting in geval van eerste overtreding begaan door de belastingplichtige zonder bedoeling te bedriegen of te schaden.
Ze wordt helemaal en van ambtswege opgeschort in geval van spontane regularisatie door de belastingplichtige;
[2 2° [7 voor de belasting op de spelen en weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen, als bedoeld in het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, is de belastingplichtige een fiscale boete verschuldigd voor elke overtreding van de regels bedoeld in artikel 11bis, §§ 1 en 2, van een bedrag gelijk aan 1 250 euro voor de eerste overtreding en 2 500 euro voor de tweede overtreding, en voor de volgende overtredingen, begaan tot het verstrijken van het jaar volgend op dat waarin de tweede overtreding is vastgesteld]7.]2
3[2 °[7 ]voor de belasting op de spelen en weddenschappen bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden, met uitzondering van de overtredingen van de artikelen 10 tot 11ter, aan de overtredingen van de regels bepaald bij dit decreet of bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen de administratieve straffen opgelegd bedoeld in de artikelen 68 en 68bis van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen]7.]2
[2 4°[7 voor de belasting op de automatische ontspanningstoestellen bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden, met uitzondering van de overtredingen van de artikelen 10 tot 11ter, aan de overtredingen van de regels bepaald bij dit decreet of bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen de administratieve straffen opgelegd bedoeld in de artikelen 89 en 89bis van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen]7.]2
[5°[7 voor de verkeersbelasting bepaald bij het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen krijgt de belastingplichtige een fiscale boete waarvan het bedrag gelijk is aan drie keer het bedrag van de ontdoken belasting als zij het tiende van de oorspronkelijke belasting overschrijdt in geval van niet-aangifte of ontoereikende aangifte]7.]2
[6 6° voor elke inbreuk op artikel 64quinquies/2 van dit decreet, waarbij er geen informatie, onvolledige informatie of laattijdige informatie als bedoeld in artikel 64quinquies/2, paragraaf 14, verstrekt wordt, [8 voor elke inbreuk op de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/7, die erin bestaat de daarin vermelde aangifteverplichtingen niet te vervullen, en voor elke inbreuk op artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), en § 2, 1° en 7), die erin bestaat zich niet te schikken naar de daarin bepaalde registratieverplichting of wanneer de registratie herroepen is" ]8 wordt een fiscale geldboete van 2 500 tot 25 000 EUR opgelegd. Indien de overtreding echter met bedrieglijk opzet of met het oog schade te berokkenen is gepleegd, wordt een fiscale geldboete tussen 5 000 en 50 000 EUR opgelegd. De Regering is gemachtigd om de schaal van die fiscale geldboeten te bepalen.]6
§ 3. [3 [8 Onder voorbehoud van artikel 11bis, § 4, d), worden de in het eerste en tweede lid bedoelde fiscale boetes op dezelfde wijze vastgesteld, betwist en ingevorderd als de belasting waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij samen met de belasting dan wel afzonderlijk worden ingekohierd]8.]3
Wijzigingen
Art.63.
§ 1er. [2 [7 § 1er. Pour toute infraction au présent décret ou à une autre législation à laquelle le présent décret s'applique, à l'exception des infractions dues à des circonstances indépendantes de la volonté du redevable lorsque ces dernières sont dûment motivées, une amende fiscale de 50 euros à 2 000 euros, ou de 25 pour cent à 100 pour cent du montant de la taxe, s'applique.
Toutefois, si l'infraction a été commise avec intention frauduleuse ou à dessein de nuire, une amende fiscale de 500 euros à 5 000 euros, ou de 100 pour cent à 250 pour cent du montant de la taxe, s'applique.
Le Gouvernement détermine les échelles d'amendes fiscales prévues aux alinéas 1er et 2, et prévoit qu'il est renoncé à l'amende fiscale visée à l'alinéa 1er uniquement pour la première infraction commise de bonne foi par le redevable ]7.]2
§ 2. Par dérogation au § 1er :
1° pour les taxes sur les déchets [4 et pour les taxes et contributions de prélèvement visées au chapitre II du titre II de la partie III du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau]4, en cas de rectification ou de taxation d'office, le redevable encourt une amende fiscale d'un montant égal à deux fois le montant de la taxe éludée.
Cette amende [7 fiscale]7 est réduite par le service désigné par le Gouvernement, à un maximum de 50 % du montant de la taxe éludée, en cas d'absence d'intention frauduleuse ou de dessein de nuire.
Elle est réduite par le service désigné par le Gouvernement, à un maximum de 10 % du montant de la taxe éludée, en cas de première infraction commise par le redevable sans intention frauduleuse ou dessein de nuire.
Elle est remise totalement et d'office, en cas de régularisation spontanée effectuée par le redevable;
[2 2° [7 pour la taxe sur les jeux et paris et la taxe sur les appareils automatiques de divertissement, prévues par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, le redevable encourt une amende fiscale pour toute infraction aux règles visées à l'article 11bis, § § 1er et 2, d'un montant égal à 1 250 euros pour la première infraction et à 2 500 euros pour la deuxième infraction et pour les infractions suivantes commises jusqu'à l'expiration de l'année suivant celle de la constatation de cette deuxième infraction]7.]2
[2 3°[7 pour la taxe sur les jeux et paris prévue par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, à l'exception des infractions aux articles 10 à 11ter, les infractions aux règles visées par le présent décret ou par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus sont frappées des sanctions administratives prévues aux articles 68 ]2et 68bis du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus]7.]2
[2 4° [7 pour la taxe sur les appareils automatiques de divertissement prévue par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, à l'exception des infractions aux articles 10 à 11ter, les infractions aux règles visées par le présent décret ou par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus sont frappées des sanctions administratives prévues aux articles 89 et 89bis du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus]7.]2
[2 5° [7 pour la taxe de circulation prévue par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, le redevable encourt une amende fiscale d'un montant égal au triple du montant de la taxe éludée si elle dépasse le dixième de la taxe primitive en cas d'absence de déclaration ou d'insuffisance de déclaration]7.]2
[6 6° pour toute infraction à l'article 64quinquies/2 du présent décret qui consiste à ne pas fournir, à fournir de manière incomplète ou à fournir tardivement des informations visées à l'article 64quinquies/2, paragraphe 14, [8 pour toute infraction aux articles 64quinquies/4 à 64quinquies/7, qui consiste à ne pas remplir les obligations de déclaration y énoncées, et pour toute infraction à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), et § 2, 1° et 7°, qui consiste à ne pas se conformer à l'obligation d'enregistrement y prévue ou lorsque l'enregistrement a été révoqué, ]8 une amende fiscale de 2 500 euros à 25 000 euros est appliquée. Toutefois, si l'infraction a été commise avec intention frauduleuse ou à dessein de nuire, une amende fiscale de 5 000 euros à 50 000 euros est appliquée. Le Gouvernement est habilité à déterminer les échelles de ces amendes fiscales. ]6
§ 3. [3 [8 . Sous réserve de l'article 11bis, § 4, d), les amendes fiscales prévues aux paragraphes 1er et 2 sont établies, contestées et recouvrées de la même manière que la taxe à laquelle elles se rapportent, qu'elles soient enrôlées avec celle-ci ou qu'elles soient enrôlées distinctement ]8.]3
§ 1er. [2 [7 § 1er. Pour toute infraction au présent décret ou à une autre législation à laquelle le présent décret s'applique, à l'exception des infractions dues à des circonstances indépendantes de la volonté du redevable lorsque ces dernières sont dûment motivées, une amende fiscale de 50 euros à 2 000 euros, ou de 25 pour cent à 100 pour cent du montant de la taxe, s'applique.
Toutefois, si l'infraction a été commise avec intention frauduleuse ou à dessein de nuire, une amende fiscale de 500 euros à 5 000 euros, ou de 100 pour cent à 250 pour cent du montant de la taxe, s'applique.
Le Gouvernement détermine les échelles d'amendes fiscales prévues aux alinéas 1er et 2, et prévoit qu'il est renoncé à l'amende fiscale visée à l'alinéa 1er uniquement pour la première infraction commise de bonne foi par le redevable ]7.]2
§ 2. Par dérogation au § 1er :
1° pour les taxes sur les déchets [4 et pour les taxes et contributions de prélèvement visées au chapitre II du titre II de la partie III du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau]4, en cas de rectification ou de taxation d'office, le redevable encourt une amende fiscale d'un montant égal à deux fois le montant de la taxe éludée.
Cette amende [7 fiscale]7 est réduite par le service désigné par le Gouvernement, à un maximum de 50 % du montant de la taxe éludée, en cas d'absence d'intention frauduleuse ou de dessein de nuire.
Elle est réduite par le service désigné par le Gouvernement, à un maximum de 10 % du montant de la taxe éludée, en cas de première infraction commise par le redevable sans intention frauduleuse ou dessein de nuire.
Elle est remise totalement et d'office, en cas de régularisation spontanée effectuée par le redevable;
[2 2° [7 pour la taxe sur les jeux et paris et la taxe sur les appareils automatiques de divertissement, prévues par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, le redevable encourt une amende fiscale pour toute infraction aux règles visées à l'article 11bis, § § 1er et 2, d'un montant égal à 1 250 euros pour la première infraction et à 2 500 euros pour la deuxième infraction et pour les infractions suivantes commises jusqu'à l'expiration de l'année suivant celle de la constatation de cette deuxième infraction]7.]2
[2 3°[7 pour la taxe sur les jeux et paris prévue par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, à l'exception des infractions aux articles 10 à 11ter, les infractions aux règles visées par le présent décret ou par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus sont frappées des sanctions administratives prévues aux articles 68 ]2et 68bis du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus]7.]2
[2 4° [7 pour la taxe sur les appareils automatiques de divertissement prévue par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, à l'exception des infractions aux articles 10 à 11ter, les infractions aux règles visées par le présent décret ou par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus sont frappées des sanctions administratives prévues aux articles 89 et 89bis du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus]7.]2
[2 5° [7 pour la taxe de circulation prévue par le Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, le redevable encourt une amende fiscale d'un montant égal au triple du montant de la taxe éludée si elle dépasse le dixième de la taxe primitive en cas d'absence de déclaration ou d'insuffisance de déclaration]7.]2
[6 6° pour toute infraction à l'article 64quinquies/2 du présent décret qui consiste à ne pas fournir, à fournir de manière incomplète ou à fournir tardivement des informations visées à l'article 64quinquies/2, paragraphe 14, [8 pour toute infraction aux articles 64quinquies/4 à 64quinquies/7, qui consiste à ne pas remplir les obligations de déclaration y énoncées, et pour toute infraction à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), et § 2, 1° et 7°, qui consiste à ne pas se conformer à l'obligation d'enregistrement y prévue ou lorsque l'enregistrement a été révoqué, ]8 une amende fiscale de 2 500 euros à 25 000 euros est appliquée. Toutefois, si l'infraction a été commise avec intention frauduleuse ou à dessein de nuire, une amende fiscale de 5 000 euros à 50 000 euros est appliquée. Le Gouvernement est habilité à déterminer les échelles de ces amendes fiscales. ]6
§ 3. [3 [8 . Sous réserve de l'article 11bis, § 4, d), les amendes fiscales prévues aux paragraphes 1er et 2 sont établies, contestées et recouvrées de la même manière que la taxe à laquelle elles se rapportent, qu'elles soient enrôlées avec celle-ci ou qu'elles soient enrôlées distinctement ]8.]3
Wijzigingen
Art. 64. [1 § 1. De door de Regering aangewezen dienst beslist in eerste en laatste instantie over de verzoekschriften m.b.t. de kwijtschelding of de matiging van de fiscale boetes [2 ...]2.
§ 2. De in § 1 bedoelde verzoekschriften worden bij met redenen omkleed schrijven [3 ]3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatiebij de door de Regering aangewezen dienst ingediend door de belastingplichtingen of de personen op wier goederen [2 fiscale boetes]2 worden ingevorderd.
Elk ingediend verzoekschrift bedoeld in § 1 is ontvankelijk wanneer:
1° de termijnen voor administratieve beroepen niet vervallen zijn, of;
2° de administratieve geschillenfase niet afgesloten is [3 of-3]1;
[3 3° de gerechtelijke geschillenfase niet afgesloten is. ]3
§ 2. De in § 1 bedoelde verzoekschriften worden bij met redenen omkleed schrijven [3 ]3 of via een gelijkwaardige elektronische communicatiebij de door de Regering aangewezen dienst ingediend door de belastingplichtingen of de personen op wier goederen [2 fiscale boetes]2 worden ingevorderd.
Elk ingediend verzoekschrift bedoeld in § 1 is ontvankelijk wanneer:
1° de termijnen voor administratieve beroepen niet vervallen zijn, of;
2° de administratieve geschillenfase niet afgesloten is [3 of-3]1;
[3 3° de gerechtelijke geschillenfase niet afgesloten is. ]3
Art.64. [1 § 1er. Le service désigné par le Gouvernement statue en premier et dernier ressort sur les requêtes ayant pour objet la remise ou modération des amendes fiscales [2 ...]2.
§ 2 Les requêtes visées au paragraphe 1er sont introduites, par écrit motivé [3 ou par communication électronique équivalente,]3 auprès du service désigné par le Gouvernement par les redevables ou les personnes sur les biens desquels les [2 amendes fiscales]2 sont mises en recouvrement.
Est irrecevable, toute requête visée au paragraphe 1er introduite lorsque :
1° les délais de recours administratifs ne sont pas expirés, ou ;
2° la phase contentieuse administrative n'est pas clôturée [3 , ou]3.]1
[3 3° la phase contentieuse judiciaire n'est pas clôturée.]3
§ 2 Les requêtes visées au paragraphe 1er sont introduites, par écrit motivé [3 ou par communication électronique équivalente,]3 auprès du service désigné par le Gouvernement par les redevables ou les personnes sur les biens desquels les [2 amendes fiscales]2 sont mises en recouvrement.
Est irrecevable, toute requête visée au paragraphe 1er introduite lorsque :
1° les délais de recours administratifs ne sont pas expirés, ou ;
2° la phase contentieuse administrative n'est pas clôturée [3 , ou]3.]1
[3 3° la phase contentieuse judiciaire n'est pas clôturée.]3
Art. 64bis.[4 § 1.]4 [1 De artikelen 64bis tot [5 ...]5 leggen de voorschriften en procedures vast voor de onderlinge samenwerking van het Waalse Gewest en de lidstaten van de Europese Unie met het oog op de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting van belang zijn voor de administratie en de handhaving van de interne wetgeving van het Waalse Gewest en van alle lidstaten met betrekking tot de taksen en belastingen geïnd door het Waalse Gewest of voor zijn rekening, door de territoriale of staatkundige onderdelen ervan of voor hun rekening met inbegrip van de plaatselijke overheden.
CHAPITRE IXbis. [1 - Assistance mutuelle]1
Afdeling 2. [1 - Uitwisselingen van inlichtingen op verzoek]1
Section 1re. - [1 Dispositions générales et définitions]1
Art. 64bis. [4 § 1.]4 [1 De artikelen 64bis tot [5 ...]5 leggen de voorschriften en procedures vast voor de onderlinge samenwerking van het Waalse Gewest en de lidstaten van de Europese Unie met het oog op de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting van belang zijn voor de administratie en de handhaving van de interne wetgeving van het Waalse Gewest en van alle lidstaten met betrekking tot de taksen en belastingen geïnd door het Waalse Gewest of voor zijn rekening, door de territoriale of staatkundige onderdelen ervan of voor hun rekening met inbegrip van de plaatselijke overheden.
Dezelfde artikelen leggen tevens de bepalingen vast voor de elektronische uitwisseling van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.
Ze laten de toepassing van de regels inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken onverlet. Zij laten eveneens onverlet de verplichtingen van het Waalse Gewest en van de lidstaten inzake ruimere administratieve samenwerking, welke voortvloeien uit andere rechtsinstrumenten, waaronder bilaterale en multilaterale overeenkomsten.
In de zin van de artikelen 64bis tot [5 64duodecies]5 wordt verstaan onder :
1° "Richtlijn" : Richtlijn 2011/16/EG van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG.
2° "lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie alsmede zijn territoriale of staatkundige onderdelen met inbegrip van zijn plaatselijke overheden;
3° "centraal verbindingsbureau " : het bureau dat bepaald is in het samenwerkingsakkoord te sluiten overeenkomstig artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en dat belast is met de primaire zorg voor de contacten met de lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking.
4° "Waalse verbindingsdienst" : elk ander bureau dan het centrale verbindingsbureau dat door de [5 ...]5 Regering is aangewezen om op grond van dit artikel rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;
5° "Waalse bevoegde ambtenaar" : elke ambtenaar die door de [5 ...]5 Regering op grond van dit artikel gemachtigd is rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;
6° "Belgische bevoegde autoriteit" de autoriteit die als dusdanig door België is aangewezen. Het overeenkomstig punt 3° aangewezen centraal verbindingsbureau, de Waalse verbindingsdiensten en de Waalse bevoegde ambtenaren worden ook als de Belgische bevoegde autoriteit bij volmacht beschouwd;.
7° "buitenlandse bevoegde autoriteit" : de autoriteit die als dusdanig door een andere lidstaat dan België is aangewezen. Het centraal verbindingsbureau, de verbindingsdiensten en de bevoegde ambtenaren van deze lidstaat worden ook als de buitenlandse bevoegde autoriteit bij volmacht beschouwd;
8° "verzoekende autoriteit" : het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst, of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische bevoegde autoriteit of een andere buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand verzoekt;
9° "aangezochte autoriteit" : het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische bevoegde autoriteit of een andere buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand wordt verzocht;
10° "administratief onderzoek" : alle door de lidstaten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;
11° [2 [5 "automatische uitwisseling"
a) voor de toepassing van artikel 64quinquies, § 1, artikel 64quinquies/1, artikel 64quinquies/2, en de artikelen 64quinquies/3 tot en met 64quinquies/8, de systematische verstrekking, zonder voorafgaand verzoek, van vooraf bepaalde inlichtingen met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen aan een andere lidstaat. Voor de toepassing van artikel 64quinquies, § 1, hebben de beschikbare inlichtingen betrekking op inlichtingen die zich in de belastingdossiers van de inlichtingen verstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat;
b) voor de toepassing van de andere bepalingen van dit hoofdstuk IXbis dan artikel 64quinquies, § 1, artikel 64quinquies/1, artikel 64quinquies/2 en de artikelen 64quinquies/3 tot en met 64quinquies/8, de systematische verstrekking van de vooraf bepaalde informatie bedoeld in a) van dit 11° 5];]2
12° "spontane uitwisseling" : het niet-systematisch, te eniger tijd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen aan een andere lidstaat;
13° "persoon" :
a) een natuurlijke persoon;
b) een rechtspersoon;
c) indien de geldende wetgeving in die mogelijkheid voorziet, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit;
d) een andere juridische constructie, ongeacht de aard of de vorm, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert welke aan belastingen in de zin van deze richtlijn zijn onderworpen;
14° "langs elektronische weg" : door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking ù met inbegrip van digitale compressie ù en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of andere elektromagnetische middelen;
15° "CCN-netwerk" : het op het gemeenschappelijke communicatienetwerk gebaseerde gemeenschappelijke platform dat de Europese Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.
[3 16° "voorafgaande grensoverschrijdende ruling": een akkoord, een mededeling dan wel enig ander instrument of enige andere handeling met soortgelijk effect, ook indien afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, in het kader van een belastingcontrole, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan :
a) het of zij is afgegeven, gewijzigd of hernieuwd door of namens de regering of de belastingautoriteit van een lidstaat, of een territoriaal of staatkundig onderdeel van die lidstaat, met inbegrip van de lokale overheden, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt;
b) het of zij is afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, ten aanzien van een welbepaalde persoon of groep van personen, en deze persoon of groep personen kan zich erop beroepen;
c) het of zij de interpretatie of toepassing betreft van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling ter toepassing of handhaving van nationale belastingwetgeving van de lidstaat of de territoriale of staatkundige onderdelen daarvan, met inbegrip van de lokale overheden;
d) het of zij betrekking heeft op een grensoverschrijdende transactie of op de vraag of er op grond van de activiteiten van een persoon in een ander rechtsgebied al dan niet sprake is van een vaste inrichting;
e) het of zij eerder is tot stand gekomen dan de transacties of activiteiten in een ander rechtsgebied op grond waarvan mogelijkerwijs sprake is van een vaste inrichting, of dan de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de transactie of reeks transacties dan wel de activiteiten hebben plaatsgevonden;
17° "grensoverschrijdende transactie" bedoeld in 16° : een transactie of reeks van transacties waarbij :
a) niet alle partijen bij de transactie of reeks van transacties hun fiscale woonplaats hebben in de lidstaat die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling afgeeft, wijzigt of hernieuwt;
b) een of meer van de partijen bij de transactie of reeks van transacties haar fiscale woonplaats tegelijkertijd in meer dan een rechtsgebied heeft;
c) een van de partijen bij de transactie of reeks van transacties haar bedrijf uitoefent in een ander rechtsgebied via een vaste inrichting en de transactie of reeks van transacties alle of een deel van de activiteiten van de vaste inrichting uitmaakt;
d) die transacties of reeks van transacties een grensoverschrijdend effect hebben.
18° "onderneming" bedoeld in 17° : iedere vorm van bedrijfsvoering.]3
[4 19° "grensoverschrijdende constructie": een constructie die ofwel meer dan één lidstaat ofwel een lidstaat en een derde land betreft, waarbij ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld:
a) niet alle deelnemers aan de constructie hebben hun fiscale woonplaats in hetzelfde rechtsgebied;
b) één of meer van de deelnemers aan de constructie heeft zijn fiscale woonplaats tegelijkertijd in meer dan één rechtsgebied;
c) één of meer van de deelnemers aan de constructie oefent een bedrijf uit in een ander rechtsgebied via een in dat rechtsgebied gelegen vaste inrichting en de constructie behelst een deel of het geheel van het bedrijf van die vaste inrichting;
d) één of meer van de deelnemers aan de constructie oefent een activiteit uit in een ander rechtsgebied zonder in dat rechtsgebied zijn fiscale woonplaats te hebben of zonder in dat rechtsgebied een vaste inrichting te creëren;
e) een dergelijke constructie heeft mogelijk gevolgen voor de automatische uitwisseling van inlichtingen of de vaststelling van het uiteindelijk belang.
Voor de toepassing van de punten 19° tot 26°, van paragraaf 2 en van artikel 64quinquies/2, wordt onder constructie ook een reeks constructies verstaan. Een constructie kan uit verscheidene stappen of onderdelen bestaan;
20° "meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie": iedere grensoverschrijdende constructie die ten minste één van de wezenskenmerken bezit;
21° "wezenskenmerk": een eigenschap of kenmerk van een grensoverschrijdende constructie die geldt als een indicatie van een mogelijk risico op belastingontwijking, als genoemd in paragraaf 2;
22° "intermediair": een persoon die een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bedenkt, aanbiedt, opzet, beschikbaar maakt voor implementatie of de implementatie ervan beheert.
Intermediair is ook een persoon die, gelet op de betrokken feiten en omstandigheden en op basis van de beschikbare informatie en de deskundigheid die en het begrip dat nodig is om die diensten te verstrekken, weet of redelijkerwijs kon weten dat hij heeft toegezegd rechtstreeks of via andere personen hulp, bijstand of advies te verstrekken met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie. Elke persoon heeft het recht bewijs te leveren van het feit dat een dergelijk persoon niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat die persoon bij een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie betrokken was. Daartoe kan die persoon alle relevante feiten en omstandigheden, beschikbare informatie en zijn relevante deskundigheid en begrip ervan vermelden.
Om een intermediair te zijn, dient een persoon ten minste één van de volgende aanvullende voorwaarden te vervullen:
a) fiscaal inwoner van een lidstaat zijn;
b) beschikken over een vaste inrichting in een lidstaat via welke de diensten in verband met de constructie worden verleend;
c) opgericht zijn in of onder de toepassing van de wetten vallen van een lidstaat;
d) ingeschreven zijn bij een beroepsorganisatie in verband met de verstrekking van juridische, fiscale of adviesdiensten in een lidstaat;
23° "relevante belastingplichtige": elke persoon voor wie een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie beschikbaar wordt gemaakt voor implementatie, of die gereed is om een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie te implementeren of die de eerste stap van een dergelijke constructie heeft geïmplementeerd;
24° "verbonden onderneming": een persoon die gelieerd is met een andere persoon op ten minste één van de volgende wijzen:
a) een persoon neemt deel aan de leiding van een andere persoon waarbij hij invloed van betekenis kan uitoefenen op die andere persoon;
b) een persoon neemt deel aan de zeggenschap over een andere persoon door middel van een deelneming van meer dan vijfentwintig procent van de stemrechten;
c) een persoon neemt deel in het kapitaal van een andere persoon door middel van een eigendomsrecht van, rechtstreeks of middellijk, meer dan vijfentwintig procent van het kapitaal;
d) een persoon heeft recht op vijfentwintig procent of meer van de winsten van een andere persoon.
Indien meer dan één persoon deelneemt, als bedoeld onder 24°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van dezelfde persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd.
Indien dezelfde personen deelnemen, als bedoeld onder 24°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van meer dan één persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd.
Voor de toepassing van dit punt wordt een persoon die met betrekking tot de stemrechten of het kapitaalbezit van een entiteit samen met een andere persoon optreedt, beschouwd als houder van een deelneming in alle stemrechten of het volledige kapitaalbezit dat die andere persoon in de genoemde entiteit heeft.
Bij middellijke deelneming wordt vastgesteld of aan de eisen onder 24°, c) is voldaan door vermenigvuldiging van de deelnemingspercentages door de opeenvolgende niveaus heen. Een persoon die meer dan vijftig procent van de stemrechten houdt, wordt geacht honderd procent te houden.
Een natuurlijk persoon, zijn of haar echtgenoot en bloedverwanten in de rechte lijn worden behandeld als één persoon;
25° "marktklare constructie": een grensoverschrijdende constructie die is bedacht of aangeboden, implementeerbaar is of beschikbaar is gemaakt voor implementatie zonder dat er wezenlijke aanpassingen nodig zijn;
26° "constructie op maat": een grensoverschrijdende constructie die geen marktklare constructie is.]4
[5 "27° "gezamenlijke controle": een administratief onderzoek dat gezamenlijk wordt uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten en dat betrekking heeft op één of meer personen die voor de bevoegde autoriteiten van die lidstaten van gemeenschappelijk of complementair belang zijn;]5
[5 royalty's": de betalingen van allerlei aard, ter vergoeding gekregen voor het gebruik of voor de concessie van het gebruik van een auteursrecht op een litterair, kunst- of wetenschappelijk werk, met inbegrip van speelfilms en computersoftware, een brevet, een fabrieks- of een handelsmerk, een tekening of een model, een plan, een formule of een geheim procedé, evenals voor informatie die verband houdt met een ervaring die verworven is op industrieel, commercieel of wetenschappelijk gebied. De betalingen gekregen voor het gebruik of de concessie van het gebruik van een recht dat verband houdt met industriële, handels- of wetenschappelijke uitrustingen worden als royalty's beschouwd. "]5
[3 Wat betreft 16°, de grensoverschrijdende transactie kan betrekking hebben op, maar is niet beperkt tot, het doen van investeringen, het leveren van goederen, het verrichten van diensten, het financieren of het gebruiken van materiële of immateriële activa, waarbij de persoon die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling heeft gekregen, niet rechtstreeks betrokken hoeft te zijn.
Wat betreft 17°, c), een grensoverschrijdende transactie of reeks van transacties omvat tevens de regelingen die worden getroffen door een persoon ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten die hij in een ander rechtsgebied via een vaste inrichting uitoefent.]3
De Belgische bevoegde autoriteit wisselt de inlichtingen met de buitenlandse bevoegde autoriteiten uit.]1
[4 § 2. De wezenskenmerken van een grensoverschrijdende constructie als bedoeld in paragraaf 1, lid 4, 21°, worden in de volgende vijf categorieën onderverdeeld:
1° categorie A: de in lid 5 bedoelde algemene wezenskenmerken;
2° categorie B: de in lid 6 bedoelde specifieke wezenskenmerken;
3° categorie C: de in lid 7 bedoelde specifieke wezenskenmerken in verband met grensoverschrijdende transacties;
4° categorie D: de in lid 8 bedoelde specifieke wezenskenmerken in verband met automatische uitwisseling van inlichtingen en uiteindelijk belang;
5° categorie E: de in lid 9 bedoelde specifieke wezenskenmerken in verband met verrekenprijzen.
De in lid 5 bedoelde algemene wezenskenmerken in categorie A en de in lid 6 bedoelde specifieke wezenskenmerken in categorie B, en categorie C, als bedoeld in lid 7, 1°, punten b), eerste streepje, c) en d), mogen uitsluitend in aanmerking worden genomen indien ze aan de "main benefit test" voldoen".
Aan die toets is voldaan indien kan worden aangetoond dat het belangrijkste voordeel dat of een van de belangrijkste voordelen die, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, redelijkerwijs te verwachten valt van een constructie het verkrijgen van een belastingvoordeel is.
In het kader van het wezenskenmerk in categorie C, als bedoeld in lid 7, 1°, kan de aanwezigheid van de in categorie C bepaalde voorwaarden, als bedoeld in lid 7, 1°, punten b), eerste streepje, c) of d), op zich geen reden zijn om te concluderen dat een constructie voldoet aan de "main benefit test".
Worden beschouwd als algemene wezenskenmerken die aan de "main benefit test" zijn gekoppeld, in categorie A:
1° een constructie waarbij de relevante belastingplichtige of een deelnemer aan de constructie zich tot geheimhouding verbindt en op grond hiervan niet aan andere intermediairs of de belastingautoriteiten mag onthullen hoe de constructie een belastingvoordeel kan opleveren;
2° een constructie waarbij de intermediair aanspraak maakt op een vergoeding (of rente, betaling van financieringskosten en andere uitgaven) voor de constructie en die vergoeding wordt vastgelegd op basis van:
a) het bedrag van het belastingvoordeel dat de constructie oplevert; of
b) de vraag of de constructie daadwerkelijk een belastingvoordeel heeft opgeleverd. De intermediair moet daarbij de vergoeding gedeeltelijk of volledig terugbetalen wanneer het met de constructie beoogde belastingvoordeel niet gedeeltelijk of volledig werd verwezenlijkt;
3° een constructie waarbij gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde documenten en/of een gestandaardiseerde structuur en die beschikbaar is voor meer dan één relevante belastingplichtige zonder dat er voor implementatie wezenlijke aanpassingen nodig zijn.
Worden beschouwd als specifieke wezenskenmerken die aan de "main benefit test" zijn gekoppeld, in categorie B:
1° een constructie waarbij een deelnemer aan de constructie een reeks geplande stappen onderneemt die erin bestaan een verlieslijdende onderneming te verwerven, de hoofdactiviteit van die onderneming stop te zetten en de verliezen ervan te gebruiken om de door hem verschuldigde belastingen te verminderen, onder meer door overdracht van die verliezen naar een ander rechtsgebied of door een versneld gebruik van die verliezen;
2° een constructie die tot gevolg heeft dat inkomsten worden omgezet in vermogen, schenkingen of andere inkomstencategorieën die lager worden belast of van belasting worden vrijgesteld;
3° een constructie die circulaire transacties omvat met als resultaat dat middelen worden rondgepompt ("round-tripping"), meer bepaald met behulp van tussengeschoven entiteiten zonder ander primair handelsdoel of van transacties die elkaar compenseren of tenietdoen of andere soortgelijke kenmerken hebben.
Worden beschouwd als specifieke wezenskenmerken in verband met grensoverschrijdende transacties, in categorie C:
1° een constructie met aftrekbare grensoverschrijdende betalingen tussen twee of meer verbonden ondernemingen waarbij ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld:
a) de ontvanger is in geen van de fiscale rechtsgebieden fiscaal inwoner;
b) de ontvanger is fiscaal inwoner in een rechtsgebied, maar dat rechtsgebied:
- heft geen vennootschapsbelasting, of heft vennootschapsbelasting tegen een nultarief of bijna-nultarief; of
- is opgenomen in een lijst van rechtsgebieden van derde landen die door de lidstaten gezamenlijk of in het kader van de OESO als niet-coöperatief zijn beoordeeld;
c) de betaling geniet een volledige belastingvrijstelling in het rechtsgebied waar de ontvanger fiscaal inwoner is;
d) de betaling geniet een fiscaal gunstregime in het rechtsgebied waar de ontvanger fiscaal inwoner is;
2° in meer dan één rechtsgebied wordt aanspraak gemaakt op aftrekken voor dezelfde afschrijving;
3° in meer dan één rechtsgebied wordt aanspraak gemaakt op voorkoming van dubbele belasting voor hetzelfde inkomens- of vermogensbestanddeel;
4° een constructie met overdrachten van activa waarbij er een wezenlijk verschil bestaat tussen het bedrag dat in de betrokken rechtsgebieden wordt aangemerkt als de voor die activa te betalen vergoeding.
Worden beschouwd als specifieke wezenskenmerken in verband met automatische uitwisseling van inlichtingen en uiteindelijk belang, in categorie D:
1° een constructie die kan leiden tot het ondermijnen van de rapportageverplichting uit hoofde van de wetgeving ter omzetting van Uniewetgeving of evenwaardige overeenkomsten inzake de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen, waaronder overeenkomsten met derde landen, of die profiteert van het gebrek aan die wetgeving of overeenkomsten. Dergelijke constructies omvatten ten minste het volgende:
a) het gebruik van een rekening, product of belegging die geen financiële rekening is of niet als zodanig te boek staat, maar die over eigenschappen beschikt die in wezen vergelijkbaar zijn met die van een financiële rekening;
b) de overdracht van financiële rekeningen of activa aan, of het gebruik van rechtsgebieden die niet gebonden zijn aan de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen met de staat van verblijf van de relevante belastingplichtige;
c) de herkwalificatie van inkomsten en vermogen in producten of betalingen die niet onder de automatische uitwisseling van inlichtingen vallen;
d) de overdracht of omzetting van een financiële instelling of een financiële rekening of de activa daarvan in een financiële instelling of een financiële rekening of activa die niet onder de rapportage in het kader van de automatische uitwisseling van inlichtingen vallen;
e) het gebruik van rechtspersonen, juridische constructies of structuren die de rapportage over één of meer rekeninghouders of uiteindelijk begunstigden in het kader van de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen stopzetten of daartoe strekken;
f) constructies die due-diligenceprocedures die door financiële instellingen worden gebruikt om te voldoen aan hun verplichtingen tot het rapporteren van inlichtingen over financiële rekeningen, ondermijnen of zwakke punten ervan benutten, onder meer via het gebruik van rechtsgebieden met ontoereikende of zwakke regelingen voor de handhaving van antiwitwaswetgeving of met zwakke transparantievereisten voor rechtspersonen of juridische constructies;
2° een constructie waarbij de juridische of feitelijke eigendom niet-transparant is door het gebruik van personen, juridische constructies of structuren:
a) die geen wezenlijke economische, door voldoende personeel, uitrusting, activa en gebouwen ondersteunde activiteit uitoefenen; en
b) die zijn opgericht in, worden beheerd in, inwoner zijn van, onder zeggenschap staan in, of gevestigd zijn in een ander rechtsgebied dan het rechtsgebied van verblijf van een of meer van de uiteindelijk begunstigden van de activa die door die personen, juridische constructies of structuren worden aangehouden; en
c) indien de uiteindelijk begunstigden van die personen, juridische constructies of structuren, als gedefinieerd in artikel 4, 27°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, niet-identificeerbaar zijn gemaakt.
Worden beschouwd als specifieke wezenskenmerken in verband met verrekenprijzen, in categorie E:
1° een constructie met gebruik van unilaterale veiligehavenregels;
2° een constructie met overdracht van moeilijk te waarderen immateriële activa. De term "moeilijk te waarderen immateriële activa" omvat immateriële activa of rechten op immateriële activa waarvoor, op het tijdstip van de overdracht ervan tussen verbonden ondernemingen:
a) geen betrouwbare vergelijkbare activa bestaan; en
b) de prognoses van de toekomstige kasstromen of inkomsten die naar verwachting uit de overgedragen activa voortvloeien, of de aannames die worden gebruikt voor het waarderen van de immateriële activa, bijzonder onzeker zijn, waardoor het moeilijk is te voorspellen hoe succesvol de immateriële activa op het moment van de overdracht uiteindelijk zullen zijn;
3° Een constructie met een grensoverschrijdende overdracht binnen de groep van functies, en/of risico's en/of activa, indien de geraamde jaarlijkse winst vóór interest en belastingen (EBIT) van de overdrager of overdragers, tijdens de periode van drie jaar na de overdracht, minder dan 50 % bedraagt van de geraamde jaarlijkse EBIT van die overdrager of overdragers indien de overdracht niet had plaatsgevonden.]4
Dezelfde artikelen leggen tevens de bepalingen vast voor de elektronische uitwisseling van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.
Ze laten de toepassing van de regels inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken onverlet. Zij laten eveneens onverlet de verplichtingen van het Waalse Gewest en van de lidstaten inzake ruimere administratieve samenwerking, welke voortvloeien uit andere rechtsinstrumenten, waaronder bilaterale en multilaterale overeenkomsten.
In de zin van de artikelen 64bis tot [5 64duodecies]5 wordt verstaan onder :
1° "Richtlijn" : Richtlijn 2011/16/EG van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG.
2° "lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie alsmede zijn territoriale of staatkundige onderdelen met inbegrip van zijn plaatselijke overheden;
3° "centraal verbindingsbureau " : het bureau dat bepaald is in het samenwerkingsakkoord te sluiten overeenkomstig artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en dat belast is met de primaire zorg voor de contacten met de lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking.
4° "Waalse verbindingsdienst" : elk ander bureau dan het centrale verbindingsbureau dat door de [5 ...]5 Regering is aangewezen om op grond van dit artikel rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;
5° "Waalse bevoegde ambtenaar" : elke ambtenaar die door de [5 ...]5 Regering op grond van dit artikel gemachtigd is rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;
6° "Belgische bevoegde autoriteit" de autoriteit die als dusdanig door België is aangewezen. Het overeenkomstig punt 3° aangewezen centraal verbindingsbureau, de Waalse verbindingsdiensten en de Waalse bevoegde ambtenaren worden ook als de Belgische bevoegde autoriteit bij volmacht beschouwd;.
7° "buitenlandse bevoegde autoriteit" : de autoriteit die als dusdanig door een andere lidstaat dan België is aangewezen. Het centraal verbindingsbureau, de verbindingsdiensten en de bevoegde ambtenaren van deze lidstaat worden ook als de buitenlandse bevoegde autoriteit bij volmacht beschouwd;
8° "verzoekende autoriteit" : het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst, of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische bevoegde autoriteit of een andere buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand verzoekt;
9° "aangezochte autoriteit" : het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische bevoegde autoriteit of een andere buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand wordt verzocht;
10° "administratief onderzoek" : alle door de lidstaten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;
11° [2 [5 "automatische uitwisseling"
a) voor de toepassing van artikel 64quinquies, § 1, artikel 64quinquies/1, artikel 64quinquies/2, en de artikelen 64quinquies/3 tot en met 64quinquies/8, de systematische verstrekking, zonder voorafgaand verzoek, van vooraf bepaalde inlichtingen met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen aan een andere lidstaat. Voor de toepassing van artikel 64quinquies, § 1, hebben de beschikbare inlichtingen betrekking op inlichtingen die zich in de belastingdossiers van de inlichtingen verstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat;
b) voor de toepassing van de andere bepalingen van dit hoofdstuk IXbis dan artikel 64quinquies, § 1, artikel 64quinquies/1, artikel 64quinquies/2 en de artikelen 64quinquies/3 tot en met 64quinquies/8, de systematische verstrekking van de vooraf bepaalde informatie bedoeld in a) van dit 11° 5];]2
12° "spontane uitwisseling" : het niet-systematisch, te eniger tijd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen aan een andere lidstaat;
13° "persoon" :
a) een natuurlijke persoon;
b) een rechtspersoon;
c) indien de geldende wetgeving in die mogelijkheid voorziet, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit;
d) een andere juridische constructie, ongeacht de aard of de vorm, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert welke aan belastingen in de zin van deze richtlijn zijn onderworpen;
14° "langs elektronische weg" : door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking ù met inbegrip van digitale compressie ù en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of andere elektromagnetische middelen;
15° "CCN-netwerk" : het op het gemeenschappelijke communicatienetwerk gebaseerde gemeenschappelijke platform dat de Europese Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.
[3 16° "voorafgaande grensoverschrijdende ruling": een akkoord, een mededeling dan wel enig ander instrument of enige andere handeling met soortgelijk effect, ook indien afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, in het kader van een belastingcontrole, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan :
a) het of zij is afgegeven, gewijzigd of hernieuwd door of namens de regering of de belastingautoriteit van een lidstaat, of een territoriaal of staatkundig onderdeel van die lidstaat, met inbegrip van de lokale overheden, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt;
b) het of zij is afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, ten aanzien van een welbepaalde persoon of groep van personen, en deze persoon of groep personen kan zich erop beroepen;
c) het of zij de interpretatie of toepassing betreft van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling ter toepassing of handhaving van nationale belastingwetgeving van de lidstaat of de territoriale of staatkundige onderdelen daarvan, met inbegrip van de lokale overheden;
d) het of zij betrekking heeft op een grensoverschrijdende transactie of op de vraag of er op grond van de activiteiten van een persoon in een ander rechtsgebied al dan niet sprake is van een vaste inrichting;
e) het of zij eerder is tot stand gekomen dan de transacties of activiteiten in een ander rechtsgebied op grond waarvan mogelijkerwijs sprake is van een vaste inrichting, of dan de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de transactie of reeks transacties dan wel de activiteiten hebben plaatsgevonden;
17° "grensoverschrijdende transactie" bedoeld in 16° : een transactie of reeks van transacties waarbij :
a) niet alle partijen bij de transactie of reeks van transacties hun fiscale woonplaats hebben in de lidstaat die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling afgeeft, wijzigt of hernieuwt;
b) een of meer van de partijen bij de transactie of reeks van transacties haar fiscale woonplaats tegelijkertijd in meer dan een rechtsgebied heeft;
c) een van de partijen bij de transactie of reeks van transacties haar bedrijf uitoefent in een ander rechtsgebied via een vaste inrichting en de transactie of reeks van transacties alle of een deel van de activiteiten van de vaste inrichting uitmaakt;
d) die transacties of reeks van transacties een grensoverschrijdend effect hebben.
18° "onderneming" bedoeld in 17° : iedere vorm van bedrijfsvoering.]3
[4 19° "grensoverschrijdende constructie": een constructie die ofwel meer dan één lidstaat ofwel een lidstaat en een derde land betreft, waarbij ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld:
a) niet alle deelnemers aan de constructie hebben hun fiscale woonplaats in hetzelfde rechtsgebied;
b) één of meer van de deelnemers aan de constructie heeft zijn fiscale woonplaats tegelijkertijd in meer dan één rechtsgebied;
c) één of meer van de deelnemers aan de constructie oefent een bedrijf uit in een ander rechtsgebied via een in dat rechtsgebied gelegen vaste inrichting en de constructie behelst een deel of het geheel van het bedrijf van die vaste inrichting;
d) één of meer van de deelnemers aan de constructie oefent een activiteit uit in een ander rechtsgebied zonder in dat rechtsgebied zijn fiscale woonplaats te hebben of zonder in dat rechtsgebied een vaste inrichting te creëren;
e) een dergelijke constructie heeft mogelijk gevolgen voor de automatische uitwisseling van inlichtingen of de vaststelling van het uiteindelijk belang.
Voor de toepassing van de punten 19° tot 26°, van paragraaf 2 en van artikel 64quinquies/2, wordt onder constructie ook een reeks constructies verstaan. Een constructie kan uit verscheidene stappen of onderdelen bestaan;
20° "meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie": iedere grensoverschrijdende constructie die ten minste één van de wezenskenmerken bezit;
21° "wezenskenmerk": een eigenschap of kenmerk van een grensoverschrijdende constructie die geldt als een indicatie van een mogelijk risico op belastingontwijking, als genoemd in paragraaf 2;
22° "intermediair": een persoon die een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bedenkt, aanbiedt, opzet, beschikbaar maakt voor implementatie of de implementatie ervan beheert.
Intermediair is ook een persoon die, gelet op de betrokken feiten en omstandigheden en op basis van de beschikbare informatie en de deskundigheid die en het begrip dat nodig is om die diensten te verstrekken, weet of redelijkerwijs kon weten dat hij heeft toegezegd rechtstreeks of via andere personen hulp, bijstand of advies te verstrekken met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie. Elke persoon heeft het recht bewijs te leveren van het feit dat een dergelijk persoon niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat die persoon bij een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie betrokken was. Daartoe kan die persoon alle relevante feiten en omstandigheden, beschikbare informatie en zijn relevante deskundigheid en begrip ervan vermelden.
Om een intermediair te zijn, dient een persoon ten minste één van de volgende aanvullende voorwaarden te vervullen:
a) fiscaal inwoner van een lidstaat zijn;
b) beschikken over een vaste inrichting in een lidstaat via welke de diensten in verband met de constructie worden verleend;
c) opgericht zijn in of onder de toepassing van de wetten vallen van een lidstaat;
d) ingeschreven zijn bij een beroepsorganisatie in verband met de verstrekking van juridische, fiscale of adviesdiensten in een lidstaat;
23° "relevante belastingplichtige": elke persoon voor wie een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie beschikbaar wordt gemaakt voor implementatie, of die gereed is om een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie te implementeren of die de eerste stap van een dergelijke constructie heeft geïmplementeerd;
24° "verbonden onderneming": een persoon die gelieerd is met een andere persoon op ten minste één van de volgende wijzen:
a) een persoon neemt deel aan de leiding van een andere persoon waarbij hij invloed van betekenis kan uitoefenen op die andere persoon;
b) een persoon neemt deel aan de zeggenschap over een andere persoon door middel van een deelneming van meer dan vijfentwintig procent van de stemrechten;
c) een persoon neemt deel in het kapitaal van een andere persoon door middel van een eigendomsrecht van, rechtstreeks of middellijk, meer dan vijfentwintig procent van het kapitaal;
d) een persoon heeft recht op vijfentwintig procent of meer van de winsten van een andere persoon.
Indien meer dan één persoon deelneemt, als bedoeld onder 24°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van dezelfde persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd.
Indien dezelfde personen deelnemen, als bedoeld onder 24°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van meer dan één persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd.
Voor de toepassing van dit punt wordt een persoon die met betrekking tot de stemrechten of het kapitaalbezit van een entiteit samen met een andere persoon optreedt, beschouwd als houder van een deelneming in alle stemrechten of het volledige kapitaalbezit dat die andere persoon in de genoemde entiteit heeft.
Bij middellijke deelneming wordt vastgesteld of aan de eisen onder 24°, c) is voldaan door vermenigvuldiging van de deelnemingspercentages door de opeenvolgende niveaus heen. Een persoon die meer dan vijftig procent van de stemrechten houdt, wordt geacht honderd procent te houden.
Een natuurlijk persoon, zijn of haar echtgenoot en bloedverwanten in de rechte lijn worden behandeld als één persoon;
25° "marktklare constructie": een grensoverschrijdende constructie die is bedacht of aangeboden, implementeerbaar is of beschikbaar is gemaakt voor implementatie zonder dat er wezenlijke aanpassingen nodig zijn;
26° "constructie op maat": een grensoverschrijdende constructie die geen marktklare constructie is.]4
[5 "27° "gezamenlijke controle": een administratief onderzoek dat gezamenlijk wordt uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten en dat betrekking heeft op één of meer personen die voor de bevoegde autoriteiten van die lidstaten van gemeenschappelijk of complementair belang zijn;]5
[5 royalty's": de betalingen van allerlei aard, ter vergoeding gekregen voor het gebruik of voor de concessie van het gebruik van een auteursrecht op een litterair, kunst- of wetenschappelijk werk, met inbegrip van speelfilms en computersoftware, een brevet, een fabrieks- of een handelsmerk, een tekening of een model, een plan, een formule of een geheim procedé, evenals voor informatie die verband houdt met een ervaring die verworven is op industrieel, commercieel of wetenschappelijk gebied. De betalingen gekregen voor het gebruik of de concessie van het gebruik van een recht dat verband houdt met industriële, handels- of wetenschappelijke uitrustingen worden als royalty's beschouwd. "]5
[3 Wat betreft 16°, de grensoverschrijdende transactie kan betrekking hebben op, maar is niet beperkt tot, het doen van investeringen, het leveren van goederen, het verrichten van diensten, het financieren of het gebruiken van materiële of immateriële activa, waarbij de persoon die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling heeft gekregen, niet rechtstreeks betrokken hoeft te zijn.
Wat betreft 17°, c), een grensoverschrijdende transactie of reeks van transacties omvat tevens de regelingen die worden getroffen door een persoon ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten die hij in een ander rechtsgebied via een vaste inrichting uitoefent.]3
De Belgische bevoegde autoriteit wisselt de inlichtingen met de buitenlandse bevoegde autoriteiten uit.]1
[4 § 2. De wezenskenmerken van een grensoverschrijdende constructie als bedoeld in paragraaf 1, lid 4, 21°, worden in de volgende vijf categorieën onderverdeeld:
1° categorie A: de in lid 5 bedoelde algemene wezenskenmerken;
2° categorie B: de in lid 6 bedoelde specifieke wezenskenmerken;
3° categorie C: de in lid 7 bedoelde specifieke wezenskenmerken in verband met grensoverschrijdende transacties;
4° categorie D: de in lid 8 bedoelde specifieke wezenskenmerken in verband met automatische uitwisseling van inlichtingen en uiteindelijk belang;
5° categorie E: de in lid 9 bedoelde specifieke wezenskenmerken in verband met verrekenprijzen.
De in lid 5 bedoelde algemene wezenskenmerken in categorie A en de in lid 6 bedoelde specifieke wezenskenmerken in categorie B, en categorie C, als bedoeld in lid 7, 1°, punten b), eerste streepje, c) en d), mogen uitsluitend in aanmerking worden genomen indien ze aan de "main benefit test" voldoen".
Aan die toets is voldaan indien kan worden aangetoond dat het belangrijkste voordeel dat of een van de belangrijkste voordelen die, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, redelijkerwijs te verwachten valt van een constructie het verkrijgen van een belastingvoordeel is.
In het kader van het wezenskenmerk in categorie C, als bedoeld in lid 7, 1°, kan de aanwezigheid van de in categorie C bepaalde voorwaarden, als bedoeld in lid 7, 1°, punten b), eerste streepje, c) of d), op zich geen reden zijn om te concluderen dat een constructie voldoet aan de "main benefit test".
Worden beschouwd als algemene wezenskenmerken die aan de "main benefit test" zijn gekoppeld, in categorie A:
1° een constructie waarbij de relevante belastingplichtige of een deelnemer aan de constructie zich tot geheimhouding verbindt en op grond hiervan niet aan andere intermediairs of de belastingautoriteiten mag onthullen hoe de constructie een belastingvoordeel kan opleveren;
2° een constructie waarbij de intermediair aanspraak maakt op een vergoeding (of rente, betaling van financieringskosten en andere uitgaven) voor de constructie en die vergoeding wordt vastgelegd op basis van:
a) het bedrag van het belastingvoordeel dat de constructie oplevert; of
b) de vraag of de constructie daadwerkelijk een belastingvoordeel heeft opgeleverd. De intermediair moet daarbij de vergoeding gedeeltelijk of volledig terugbetalen wanneer het met de constructie beoogde belastingvoordeel niet gedeeltelijk of volledig werd verwezenlijkt;
3° een constructie waarbij gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde documenten en/of een gestandaardiseerde structuur en die beschikbaar is voor meer dan één relevante belastingplichtige zonder dat er voor implementatie wezenlijke aanpassingen nodig zijn.
Worden beschouwd als specifieke wezenskenmerken die aan de "main benefit test" zijn gekoppeld, in categorie B:
1° een constructie waarbij een deelnemer aan de constructie een reeks geplande stappen onderneemt die erin bestaan een verlieslijdende onderneming te verwerven, de hoofdactiviteit van die onderneming stop te zetten en de verliezen ervan te gebruiken om de door hem verschuldigde belastingen te verminderen, onder meer door overdracht van die verliezen naar een ander rechtsgebied of door een versneld gebruik van die verliezen;
2° een constructie die tot gevolg heeft dat inkomsten worden omgezet in vermogen, schenkingen of andere inkomstencategorieën die lager worden belast of van belasting worden vrijgesteld;
3° een constructie die circulaire transacties omvat met als resultaat dat middelen worden rondgepompt ("round-tripping"), meer bepaald met behulp van tussengeschoven entiteiten zonder ander primair handelsdoel of van transacties die elkaar compenseren of tenietdoen of andere soortgelijke kenmerken hebben.
Worden beschouwd als specifieke wezenskenmerken in verband met grensoverschrijdende transacties, in categorie C:
1° een constructie met aftrekbare grensoverschrijdende betalingen tussen twee of meer verbonden ondernemingen waarbij ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld:
a) de ontvanger is in geen van de fiscale rechtsgebieden fiscaal inwoner;
b) de ontvanger is fiscaal inwoner in een rechtsgebied, maar dat rechtsgebied:
- heft geen vennootschapsbelasting, of heft vennootschapsbelasting tegen een nultarief of bijna-nultarief; of
- is opgenomen in een lijst van rechtsgebieden van derde landen die door de lidstaten gezamenlijk of in het kader van de OESO als niet-coöperatief zijn beoordeeld;
c) de betaling geniet een volledige belastingvrijstelling in het rechtsgebied waar de ontvanger fiscaal inwoner is;
d) de betaling geniet een fiscaal gunstregime in het rechtsgebied waar de ontvanger fiscaal inwoner is;
2° in meer dan één rechtsgebied wordt aanspraak gemaakt op aftrekken voor dezelfde afschrijving;
3° in meer dan één rechtsgebied wordt aanspraak gemaakt op voorkoming van dubbele belasting voor hetzelfde inkomens- of vermogensbestanddeel;
4° een constructie met overdrachten van activa waarbij er een wezenlijk verschil bestaat tussen het bedrag dat in de betrokken rechtsgebieden wordt aangemerkt als de voor die activa te betalen vergoeding.
Worden beschouwd als specifieke wezenskenmerken in verband met automatische uitwisseling van inlichtingen en uiteindelijk belang, in categorie D:
1° een constructie die kan leiden tot het ondermijnen van de rapportageverplichting uit hoofde van de wetgeving ter omzetting van Uniewetgeving of evenwaardige overeenkomsten inzake de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen, waaronder overeenkomsten met derde landen, of die profiteert van het gebrek aan die wetgeving of overeenkomsten. Dergelijke constructies omvatten ten minste het volgende:
a) het gebruik van een rekening, product of belegging die geen financiële rekening is of niet als zodanig te boek staat, maar die over eigenschappen beschikt die in wezen vergelijkbaar zijn met die van een financiële rekening;
b) de overdracht van financiële rekeningen of activa aan, of het gebruik van rechtsgebieden die niet gebonden zijn aan de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen met de staat van verblijf van de relevante belastingplichtige;
c) de herkwalificatie van inkomsten en vermogen in producten of betalingen die niet onder de automatische uitwisseling van inlichtingen vallen;
d) de overdracht of omzetting van een financiële instelling of een financiële rekening of de activa daarvan in een financiële instelling of een financiële rekening of activa die niet onder de rapportage in het kader van de automatische uitwisseling van inlichtingen vallen;
e) het gebruik van rechtspersonen, juridische constructies of structuren die de rapportage over één of meer rekeninghouders of uiteindelijk begunstigden in het kader van de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen stopzetten of daartoe strekken;
f) constructies die due-diligenceprocedures die door financiële instellingen worden gebruikt om te voldoen aan hun verplichtingen tot het rapporteren van inlichtingen over financiële rekeningen, ondermijnen of zwakke punten ervan benutten, onder meer via het gebruik van rechtsgebieden met ontoereikende of zwakke regelingen voor de handhaving van antiwitwaswetgeving of met zwakke transparantievereisten voor rechtspersonen of juridische constructies;
2° een constructie waarbij de juridische of feitelijke eigendom niet-transparant is door het gebruik van personen, juridische constructies of structuren:
a) die geen wezenlijke economische, door voldoende personeel, uitrusting, activa en gebouwen ondersteunde activiteit uitoefenen; en
b) die zijn opgericht in, worden beheerd in, inwoner zijn van, onder zeggenschap staan in, of gevestigd zijn in een ander rechtsgebied dan het rechtsgebied van verblijf van een of meer van de uiteindelijk begunstigden van de activa die door die personen, juridische constructies of structuren worden aangehouden; en
c) indien de uiteindelijk begunstigden van die personen, juridische constructies of structuren, als gedefinieerd in artikel 4, 27°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, niet-identificeerbaar zijn gemaakt.
Worden beschouwd als specifieke wezenskenmerken in verband met verrekenprijzen, in categorie E:
1° een constructie met gebruik van unilaterale veiligehavenregels;
2° een constructie met overdracht van moeilijk te waarderen immateriële activa. De term "moeilijk te waarderen immateriële activa" omvat immateriële activa of rechten op immateriële activa waarvoor, op het tijdstip van de overdracht ervan tussen verbonden ondernemingen:
a) geen betrouwbare vergelijkbare activa bestaan; en
b) de prognoses van de toekomstige kasstromen of inkomsten die naar verwachting uit de overgedragen activa voortvloeien, of de aannames die worden gebruikt voor het waarderen van de immateriële activa, bijzonder onzeker zijn, waardoor het moeilijk is te voorspellen hoe succesvol de immateriële activa op het moment van de overdracht uiteindelijk zullen zijn;
3° Een constructie met een grensoverschrijdende overdracht binnen de groep van functies, en/of risico's en/of activa, indien de geraamde jaarlijkse winst vóór interest en belastingen (EBIT) van de overdrager of overdragers, tijdens de periode van drie jaar na de overdracht, minder dan 50 % bedraagt van de geraamde jaarlijkse EBIT van die overdrager of overdragers indien de overdracht niet had plaatsgevonden.]4
Wijzigingen
Art. 64bis. [4 § 1er.]4 [1 Les articles 64bis à [5 64duodecies ]5 établissent les règles et procédures selon lesquelles la Région wallonne et les Etats membres de l'Union européenne coopèrent entre eux aux fins d'échanger les informations vraisemblablement pertinentes pour l'administration et l'application de la législation interne de la Région wallonne et de tous les Etats membres relative à l'ensemble des taxes et impôts perçus par la Région wallonne ou pour son compte, par ses subdivisions territoriales ou administratives ou pour leur compte, y compris les autorités locales.
Ces mêmes articles énoncent également les dispositions régissant l'échange par voie électronique des informations visées à l'alinéa premier.
Ils n'affectent pas l'application des règles relatives à l'entraide judiciaire réciproque en matière pénale. Ils ne portent pas non plus atteinte aux obligations en Région wallonne et dans les Etats membres en matière de coopération administrative plus étendue qui résulteraient d'autres réglementations, y compris d'accords bilatéraux ou multilatéraux.
Aux fins des articles 64bis à [5 64duodecies ]5, on entend par :
1° " Directive " : la Directive 2011/16/UE du Conseil du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la Directive 77/799/CEE;
2° " Etat membre " : un Etat membre de l'Union européenne ainsi que ses entités territoriales ou administratives y compris ses autorités locales;
3° " bureau central de liaison " : le bureau tel que défini dans l'accord de coopération à conclure en application de l'article 92bis, § 1er, de la loi spéciale du 8 août 1980 des réformes institutionnelles et qui est le responsable privilégié des contacts avec les Etats membres dans le domaine de la coopération administrative;
4° " service de liaison wallon " : tout bureau autre que le bureau central de liaison qui a été désigné par le Gouvernement [5 ...]5 pour échanger directement des informations en vertu du présent article;
5° " fonctionnaire compétent wallon " : tout fonctionnaire qui est autorisé par le Gouvernement [5 ...]5 à échanger directement des informations en vertu du présent article;
6° " autorité compétente belge " : l'autorité désignée en tant que telle par la Belgique. Le bureau central de liaison désigné conformément au 3°, les services de liaison wallons et les fonctionnaires compétents wallons sont également considérés comme l'autorité compétente belge par délégation;
7° " autorité compétente étrangère " : l'autorité désignée en tant que telle par un Etat membre autre que la Belgique. Le bureau central de liaison, les services de liaison et les fonctionnaires compétents de cet Etat membre sont également considérés comme l'autorité compétente étrangère par délégation;
8° " autorité requérante " : le bureau central de liaison, un service de liaison ou tout fonctionnaire compétent d'un Etat membre qui formule une demande d'assistance au nom de l'autorité compétente belge ou d'une autorité compétente étrangère;
9° " autorité requise " : le bureau central de liaison, un service de liaison ou tout fonctionnaire compétent d'un Etat membre qui reçoit une demande d'assistance au nom de l'autorité compétente belge ou d'une autorité compétente étrangère;
10° " enquête administrative " : l'ensemble des contrôles, vérifications et actions réalisés par les Etats membres dans l'exercice de leurs responsabilités en vue d'assurer la bonne application de la législation fiscale;
11° [2 [5 échange automatique " :
a) aux fins de l'article 64quinquies, § 1er, de l'article 64quinquies/1, de l'article 64quinquies/2, et des articles 64quinquies/3 à 64quinquies/8, la communication systématique à un autre Etat membre, sans demande préalable, d'informations prédéfinies, à intervalles réguliers préalablement fixés. Aux fins de l'article 64quinquies, § 1er, les informations disponibles concernent des informations figurant dans les dossiers fiscaux de l'Etat membre qui communique les informations et pouvant être consultées conformément aux procédures de collecte et de traitement des informations applicables dans cet Etat membre;
b) aux fins des dispositions du présent chapitre IXbis autres que l'article 64quinquies, § 1er, l'article 64quinquies/1, l'article 64quinquies/2, et les articles 64quinquies/3 à 64quinquies/8, la communication systématique des informations prédéfinies prévues au a) du présent 11°]5;]2;
12° " échange spontané " : la communication ponctuelle, à tout moment et sans demande préalable, d'informations à un autre Etat membre;
13° " personne " :
a) une personne physique;
b) une personne morale;
c) lorsque la législation en vigueur le prévoit, une association de personnes à laquelle est reconnue la capacité d'accomplir des actes juridiques, mais qui ne possède pas le statut de personne morale;
d) toute autre construction juridique quelles que soient sa nature et sa forme, dotée ou non de la personnalité juridique, possédant ou gérant des actifs qui, y compris le revenu qui en dérive, sont soumis à l'un des impôts relevant de la directive;
14° " par voie électronique " : au moyen d'équipements électroniques de traitement - y compris la compression numérique - et de stockage des données, par liaison filaire, radio, procédés optiques ou tout autre procédé électromagnétique;
15° " réseau CCN " : la plate-forme commune fondée sur le réseau commun de communication, mise au point par l'Union européenne pour assurer toutes les transmissions par voie électronique entre autorités compétentes dans les domaines douanier et fiscal.
[3 16° " décision fiscale anticipée en matière transfrontière " : tout accord, toute communication, ou tout autre instrument ou action ayant des effets similaires, y compris lorsqu'il est émis, modifié ou renouvelé dans le contexte d'un contrôle fiscal, et qui remplit les conditions suivantes :
a) être émis, modifié ou renouvelé par ou pour le compte du gouvernement ou de l'administration fiscale d'un Etat membre, ou par les entités territoriales ou administratives de l'Etat membre, y compris les autorités locales, que ces décisions soient effectivement utilisées ou non;
b) être émis, modifié ou renouvelé à l'intention d'une personne spécifique ou d'un groupe de personnes, et pour autant que cette personne ou ce groupe de personnes ait le droit de s'en prévaloir;
c) porter sur l'interprétation ou l'application d'une disposition législative ou administrative concernant l'administration ou l'application de la législation nationale relative aux taxes et impôts de l'Etat membre considéré ou des entités territoriales ou administratives de l'Etat membre, y compris de ses autorités locales;
d) se rapporter à une opération transfrontière ou à la question de savoir si les activités exercées par une personne dans une autre juridiction créent ou non un établissement stable;
e) être établi préalablement aux opérations ou aux activités menées dans une autre juridiction susceptibles de créer un établissement stable ou préalablement au dépôt d'une déclaration fiscale couvrant la période au cours de laquelle l'opération, la série d'opérations ou les activités ont eu lieu;
17° " opération transfrontière " visée au 16° : une opération ou une série d'opérations :
a) dans lesquelles toutes les parties à l'opération ou à la série d'opérations ne sont pas résidentes fiscales sur le territoire de l'Etat membre ayant émis, modifié ou renouvelé la décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
b) dans lesquelles l'une des parties à l'opération ou à la série d'opérations est résidente fiscale dans plus d'une juridiction simultanément;
c) dans lesquelles l'une des parties à l'opération ou à la série d'opérations exerce son activité dans une autre juridiction par l'intermédiaire d'un établissement stable, l'opération ou la série d'opérations constituant une partie ou la totalité de l'activité de l'établissement stable;
d) lorsque cette opération ou série d'opérations à une incidence transfrontière.
18° " entreprise " visée au 17° : toute forme d'exercice d'une activité commerciale.]3
[4 19° " dispositif transfrontière " : un dispositif concernant plusieurs Etats membres ou un Etat membre et un pays tiers si l'une au moins des conditions suivantes est remplie :
a) tous les participants au dispositif ne sont pas résidents à des fins fiscales dans la même juridiction ;
b) un ou plusieurs des participants au dispositif sont résidents à des fins fiscales dans plusieurs juridictions simultanément ;
c) un ou plusieurs des participants au dispositif exercent une activité dans une autre juridiction par l'intermédiaire d'un établissement stable situé dans cette juridiction, le dispositif constituant une partie ou la totalité de l'activité de cet établissement stable ;
d) un ou plusieurs des participants au dispositif exercent une activité dans une autre juridiction sans être résidents à des fins fiscales ni créer d'établissement stable dans cette juridiction ;
e) un tel dispositif peut avoir des conséquences sur l'échange automatique d'informations ou sur l'identification des bénéficiaires effectifs.
Aux fins de l'application du 19° au 26°, du paragraphe 2 et de l'article 64quinquies/2, on entend également par dispositif une série de dispositifs. Un dispositif peut comporter plusieurs étapes ou parties ;
20° " dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration " : tout dispositif transfrontière comportant au moins l'un des marqueurs ;
21° " marqueur " : une caractéristique ou particularité d'un dispositif transfrontière qui indique un risque potentiel d'évasion fiscale, telle que recensée au paragraphe 2 ;
22° " intermédiaire " : toute personne qui conçoit, commercialise ou organise un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, le met à disposition aux fins de sa mise en oeuvre ou en gère la mise en oeuvre.
L'on entend également par ce terme toute personne qui, compte tenu des faits et circonstances pertinents et sur la base des informations disponibles ainsi que de l'expertise en la matière et de la compréhension qui sont nécessaires pour fournir de tels services, sait ou pourrait raisonnablement être censée savoir qu'elle s'est engagée à fournir, directement ou par l'intermédiaire d'autres personnes, une aide, une assistance ou des conseils concernant la conception, la commercialisation ou l'organisation d'un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, ou concernant sa mise à disposition aux fins de mise en oeuvre ou la gestion de sa mise en oeuvre. Toute personne a le droit de fournir des éléments prouvant qu'elle ne savait pas et ne pouvait pas raisonnablement être censée savoir qu'elle participait à un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration. A cette fin, cette personne peut invoquer tous les faits et circonstances pertinents ainsi que les informations disponibles et son expertise et sa compréhension en la matière.
Pour être un intermédiaire, une personne répond à l'une au moins des conditions supplémentaires suivantes :
a) être résidente dans un Etat membre à des fins fiscales ;
b) posséder dans un Etat membre un établissement stable par le biais duquel sont fournis les services concernant le dispositif ;
c) être constituée dans un Etat membre ou régie par le droit d'un Etat membre ;
d) être enregistrée auprès d'une association professionnelle en rapport avec des services juridiques, fiscaux ou de conseil dans un Etat membre ;
23° " contribuable concerné " : toute personne à qui un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration est mis à disposition aux fins de sa mise en oeuvre, ou qui est disposée à mettre en oeuvre un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, ou qui a mis en oeuvre la première étape d'un tel dispositif ;
24° " entreprise associée " : une personne qui est liée à une autre personne de l'une au moins des façons suivantes :
a) une personne participe à la gestion d'une autre personne lorsqu'elle est en mesure d'exercer une influence notable sur l'autre personne ;
b) une personne participe au contrôle d'une autre personne au moyen d'une participation qui dépasse vingt-cinq pour cent des droits de vote ;
c) une personne participe au capital d'une autre personne au moyen d'un droit de propriété qui, directement ou indirectement, dépasse vingt-cinq pour cent du capital ;
d) une personne a droit à vingt-cinq pour cent ou plus des bénéfices d'une autre personne.
Si plusieurs personnes participent, comme indiqué au 24°, a) à d), à la gestion, au contrôle, au capital ou aux bénéfices d'une même personne, toutes les personnes concernées sont assimilées à des entreprises associées.
Si les mêmes personnes participent, comme indiqué au 24°, a) à d), à la gestion, au contrôle, au capital ou aux bénéfices de plusieurs personnes, toutes les personnes concernées sont assimilées à des entreprises associées.
Aux fins du présent point, une personne qui agit avec une autre personne en ce qui concerne les droits de vote ou la détention de parts de capital d'une entité est considérée comme détenant une participation dans l'ensemble des droits de vote ou des parts de capital de ladite entité détenus par l'autre personne.
En ce qui concerne les participations indirectes, le respect des critères énoncés au 24°, c), est déterminé en multipliant les taux de détention successivement aux différents niveaux. Une personne détenant plus de cinquante pour cent des droits de vote est réputée détenir cent pour cent de ces droits.
Une personne physique, son conjoint et ses ascendants ou descendants directs sont considérés comme une seule et unique personne ;
25° " dispositif commercialisable " : un dispositif transfrontière qui est conçu, commercialisé, prêt à être mis en oeuvre, ou mis à disposition aux fins de sa mise en oeuvre, sans avoir besoin d'être adapté de façon importante;
26° " dispositif sur mesure " : tout dispositif transfrontière qui n'est pas un dispositif commercialisable;]4
[5 27° " contrôle conjoint " : une enquête administrative menée conjointement par les autorités compétentes de deux Etats membres ou plus, et liée à une ou plusieurs personnes présentant un intérêt commun ou complémentaire pour les autorités compétentes de ces Etats membres; ]5
[5 28° " redevances " : les paiements de toute nature reçus à titre de rémunération pour l'usage ou la concession de l'usage d'un droit d'auteur sur une oeuvre littéraire, artistique ou scientifique, y compris les films cinématographiques et les logiciels informatiques, d'un brevet, d'une marque de fabrique ou de commerce, d'un dessin ou d'un modèle, d'un plan, d'une formule ou d'un procédé secret, ainsi que pour des informations ayant trait à une expérience acquise dans le domaine industriel, commercial ou scientifique. Les paiements reçus pour l'usage ou la concession de l'usage d'un droit concernant des équipements industriels, commerciaux ou scientifiques sont considérés comme des redevances. ]5
[3 Concernant le 16°, l'opération transfrontière peut inclure, mais sans s'y limiter, la réalisation d'investissements, la fourniture de biens, services et financements ou l'utilisation d'actifs corporels ou incorporels et ne doit pas nécessairement faire intervenir directement la personne destinataire de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière.
Concernant le 17°, c), une opération transfrontière ou une série d'opérations transfrontières comprennent également les dispositions prises par une personne en ce qui concerne les activités commerciales que cette personne exerce dans une autre juridiction par l'intermédiaire d'un établissement stable.]3
L'autorité compétente belge échange les informations avec les autorités compétentes étrangères.]1
[4 § 2. Les marqueurs d'un dispositif transfrontière visés au paragraphe 1er, alinéa 4, 21°, sont subdivisés dans les cinq catégories suivantes :
1° catégorie A: les marqueurs généraux, visés à l'alinéa 5 ;
2° catégorie B : les marqueurs spécifiques, visés à l'alinéa 6 ;
3° catégorie C : les marqueurs spécifiques liés aux opérations transfrontières, visés à l'alinéa 7 ;
4° catégorie D : les marqueurs spécifiques concernant l'échange automatique d'informations et les bénéficiaires effectifs, visés à l'alinéa 8 ;
5° catégorie E : les marqueurs spécifiques concernant les prix de transferts, visés à l'alinéa 9.
Les marqueurs généraux relevant de la catégorie A, visés à l'alinéa 5, et les marqueurs spécifiques relevant de la catégorie B, visés à l'alinéa 6, ainsi que de la catégorie C, visés à l'alinéa 7, 1°, points b), premier tiret, c) et d), ne peuvent être pris en compte que lorsqu'ils remplissent le " critère de l'avantage principal ".
Ce critère sera rempli s'il peut être établi que l'avantage principal ou l'un des avantages principaux qu'une personne peut raisonnablement s'attendre à retirer d'un dispositif, compte tenu de l'ensemble des faits et circonstances pertinents, est l'obtention d'un avantage fiscal.
Dans le cas d'un marqueur relevant de la catégorie C, visé à l'alinéa 7, 1°, la présence des conditions prévues dans la catégorie C, visée à l'alinéa 7, 1°, points b), premier tiret, c) ou d), ne peut à elle seule constituer une raison de conclure qu'un dispositif remplit le critère de l'avantage principal.
Sont considérés comme marqueurs généraux liés au critère de l'avantage principal, de catégorie A :
1° un dispositif où le contribuable concerné ou un participant au dispositif s'engage à respecter une clause de confidentialité selon laquelle il peut lui être demandé de ne pas divulguer à d'autres intermédiaires ou aux autorités fiscales comment le dispositif pourrait procurer un avantage fiscal ;
2° un dispositif où l'intermédiaire est en droit de percevoir des honoraires (ou intérêts, rémunération pour financer les coûts et autres frais) pour le dispositif et ces honoraires sont fixés par référence :
a) au montant de l'avantage fiscal découlant du dispositif ; ou
b) au fait qu'un avantage fiscal découle effectivement du dispositif. Cela inclurait une obligation pour l'intermédiaire de rembourser partiellement ou entièrement les honoraires si l'avantage fiscal escompté découlant du dispositif n'a pas été complètement ou partiellement généré ;
3° un dispositif dont la documentation et/ou la structure sont en grande partie normalisées et qui est à la disposition de plus d'un contribuable concerné sans avoir besoin d'être adapté de façon importante pour être mis en oeuvre.
Sont considérés comme marqueurs spécifiques liés au critère de l'avantage principal, de catégorie B :
1° un dispositif dans lequel un participant au dispositif prend artificiellement des mesures qui consistent à acquérir une société réalisant des pertes, à mettre fin à l'activité principale de cette société et à utiliser les pertes de celle-ci pour réduire sa charge fiscale, y compris par le transfert de ces pertes à une autre juridiction ou par l'accélération de l'utilisation de ces pertes ;
2° un dispositif qui a pour effet de convertir des revenus en capital, en dons ou en d'autres catégories de recettes qui sont taxées à un niveau inférieur ou ne sont pas taxées ;
3° un dispositif qui inclut des transactions circulaires ayant pour résultat un " carrousel " de fonds, à savoir au moyen d'entités interposées sans fonction commerciale primaire ou d'opérations qui se compensent ou s'annulent mutuellement ou qui ont d'autres caractéristiques similaires.
Sont considérés comme marqueurs spécifiques liés aux opérations transfrontières, de catégorie C :
1° un dispositif qui prévoit la déduction des paiements transfrontières effectués entre deux ou plusieurs entreprises associées lorsque l'une au moins des conditions suivantes est remplie :
a) le bénéficiaire ne réside à des fins fiscales dans aucune juridiction fiscale ;
b) même si le bénéficiaire réside à des fins fiscales dans une juridiction, cette juridiction :
- ne lève pas d'impôt sur les sociétés ou lève un impôt sur les sociétés à taux zéro ou presque nul ; ou
- figure sur une liste de juridictions de pays tiers qui ont été évaluées par les Etats membres collectivement ou dans le cadre de l'OCDE comme étant non coopératives ;
c) le paiement bénéficie d'une exonération fiscale totale dans la juridiction où le bénéficiaire réside à des fins fiscales ;
d) le paiement bénéficie d'un régime fiscal préférentiel dans la juridiction où le bénéficiaire réside à des fins fiscales ;
2° des déductions pour le même amortissement d'un actif sont demandées dans plus d'une juridiction ;
3° un allègement au titre de la double imposition pour le même élément de revenu ou de capital est demandé dans plusieurs juridictions ;
4° il existe un dispositif qui inclut des transferts d'actifs et où il y a une différence importante dans le montant considéré comme étant payable en contrepartie des actifs dans ces juridictions concernées.
Sont considérés comme marqueurs spécifiques concernant l'échange automatique d'informations et les bénéficiaires effectifs, de catégorie D :
1° un dispositif susceptible d'avoir pour effet de porter atteinte à l'obligation de déclaration en vertu du droit mettant en oeuvre la législation de l'Union ou tout accord équivalent concernant l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers, y compris des accords avec des pays tiers, ou qui tire parti de l'absence de telles dispositions ou de tels accords. De tels dispositifs incluent au moins ce qui suit :
a) l'utilisation d'un compte, d'un produit ou d'un investissement qui n'est pas ou dont l'objectif est de ne pas être un Compte financier, mais qui possède des caractéristiques substantiellement similaires à celles d'un Compte financier ;
b) le transfert de Comptes ou d'actifs financiers vers des juridictions qui ne sont pas liées par l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers avec l'Etat de résidence du contribuable concerné, ou le recours à de telles juridictions ;
c) la requalification de revenus et de capitaux en produits ou en paiements qui ne sont pas soumis à l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers ;
d) le transfert ou la conversion d'une Institution financière, d'un Compte financier ou des actifs qui s'y trouvent en Institution financière, en Compte financier ou en actifs qui ne sont pas à déclarer en vertu de l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers ;
e) le recours à des entités, constructions ou structures juridiques qui suppriment ou visent à supprimer la déclaration d'un ou plusieurs Titulaires de compte ou Personnes détenant le contrôle dans le cadre de l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers ;
f) les dispositifs qui portent atteinte aux procédures de diligence raisonnable utilisées par les Institutions financières pour se conformer à leurs obligations de déclarer des informations sur les Comptes financiers, ou qui exploitent les insuffisances de ces procédures, y compris le recours à des juridictions appliquant de manière inadéquate ou insuffisante la législation relative à la lutte contre le blanchiment de capitaux, ou ayant des exigences insuffisantes en matière de transparence en ce qui concerne les personnes morales ou les constructions juridiques;
2° un dispositif faisant intervenir une chaîne de propriété formelle ou effective non transparente par le recours à des personnes, des constructions juridiques ou des structures :
a) qui n'exercent pas une activité économique substantielle s'appuyant sur des effectifs, des équipements, des ressources et des locaux suffisants ; et
b) qui sont constitués, gérés, contrôlés ou établis ou qui résident dans toute juridiction autre que la juridiction de résidence de l'un ou plusieurs des bénéficiaires effectifs des actifs détenus par ces personnes, constructions juridiques ou structures ; et
c) lorsque les bénéficiaires effectifs de ces personnes, constructions juridiques ou structures, au sens de l'article 4, 27°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, sont rendus impossibles à identifier.
Sont considérés comme marqueurs spécifiques concernant les prix de transfert, de catégorie E :
1° un dispositif qui prévoit l'utilisation de régimes de protection unilatéraux ;
2° un dispositif prévoyant le transfert d'actifs incorporels difficiles à évaluer. Le terme d'" actifs incorporels difficiles " à évaluer englobe des actifs incorporels ou des droits sur des actifs incorporels pour lesquels, au moment de leur transfert entre des entreprises associées :
a) il n'existe pas d'éléments de comparaison fiables ; et
b) au moment où l'opération a été conclue, les projections concernant les futurs flux de trésorerie ou revenus attendus de l'actif incorporel transféré, ou les hypothèses utilisées pour évaluer cet actif incorporel sont hautement incertaines, et il est donc difficile de prévoir dans quelle mesure l'actif incorporel débouchera finalement sur un succès au moment du transfert ;
3° Un dispositif mettant en jeu un transfert transfrontière de fonctions et/ou de risques et/ou d'actifs au sein du groupe, si le bénéfice avant intérêts et impôts (BAII) annuel prévu, dans les trois ans suivant le transfert, du ou des cédants, est inférieur à 50% du BAII annuel prévu de ce cédant ou de ces cédants si le transfert n'avait pas été effectué. ]4
Ces mêmes articles énoncent également les dispositions régissant l'échange par voie électronique des informations visées à l'alinéa premier.
Ils n'affectent pas l'application des règles relatives à l'entraide judiciaire réciproque en matière pénale. Ils ne portent pas non plus atteinte aux obligations en Région wallonne et dans les Etats membres en matière de coopération administrative plus étendue qui résulteraient d'autres réglementations, y compris d'accords bilatéraux ou multilatéraux.
Aux fins des articles 64bis à [5 64duodecies ]5, on entend par :
1° " Directive " : la Directive 2011/16/UE du Conseil du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la Directive 77/799/CEE;
2° " Etat membre " : un Etat membre de l'Union européenne ainsi que ses entités territoriales ou administratives y compris ses autorités locales;
3° " bureau central de liaison " : le bureau tel que défini dans l'accord de coopération à conclure en application de l'article 92bis, § 1er, de la loi spéciale du 8 août 1980 des réformes institutionnelles et qui est le responsable privilégié des contacts avec les Etats membres dans le domaine de la coopération administrative;
4° " service de liaison wallon " : tout bureau autre que le bureau central de liaison qui a été désigné par le Gouvernement [5 ...]5 pour échanger directement des informations en vertu du présent article;
5° " fonctionnaire compétent wallon " : tout fonctionnaire qui est autorisé par le Gouvernement [5 ...]5 à échanger directement des informations en vertu du présent article;
6° " autorité compétente belge " : l'autorité désignée en tant que telle par la Belgique. Le bureau central de liaison désigné conformément au 3°, les services de liaison wallons et les fonctionnaires compétents wallons sont également considérés comme l'autorité compétente belge par délégation;
7° " autorité compétente étrangère " : l'autorité désignée en tant que telle par un Etat membre autre que la Belgique. Le bureau central de liaison, les services de liaison et les fonctionnaires compétents de cet Etat membre sont également considérés comme l'autorité compétente étrangère par délégation;
8° " autorité requérante " : le bureau central de liaison, un service de liaison ou tout fonctionnaire compétent d'un Etat membre qui formule une demande d'assistance au nom de l'autorité compétente belge ou d'une autorité compétente étrangère;
9° " autorité requise " : le bureau central de liaison, un service de liaison ou tout fonctionnaire compétent d'un Etat membre qui reçoit une demande d'assistance au nom de l'autorité compétente belge ou d'une autorité compétente étrangère;
10° " enquête administrative " : l'ensemble des contrôles, vérifications et actions réalisés par les Etats membres dans l'exercice de leurs responsabilités en vue d'assurer la bonne application de la législation fiscale;
11° [2 [5 échange automatique " :
a) aux fins de l'article 64quinquies, § 1er, de l'article 64quinquies/1, de l'article 64quinquies/2, et des articles 64quinquies/3 à 64quinquies/8, la communication systématique à un autre Etat membre, sans demande préalable, d'informations prédéfinies, à intervalles réguliers préalablement fixés. Aux fins de l'article 64quinquies, § 1er, les informations disponibles concernent des informations figurant dans les dossiers fiscaux de l'Etat membre qui communique les informations et pouvant être consultées conformément aux procédures de collecte et de traitement des informations applicables dans cet Etat membre;
b) aux fins des dispositions du présent chapitre IXbis autres que l'article 64quinquies, § 1er, l'article 64quinquies/1, l'article 64quinquies/2, et les articles 64quinquies/3 à 64quinquies/8, la communication systématique des informations prédéfinies prévues au a) du présent 11°]5;]2;
12° " échange spontané " : la communication ponctuelle, à tout moment et sans demande préalable, d'informations à un autre Etat membre;
13° " personne " :
a) une personne physique;
b) une personne morale;
c) lorsque la législation en vigueur le prévoit, une association de personnes à laquelle est reconnue la capacité d'accomplir des actes juridiques, mais qui ne possède pas le statut de personne morale;
d) toute autre construction juridique quelles que soient sa nature et sa forme, dotée ou non de la personnalité juridique, possédant ou gérant des actifs qui, y compris le revenu qui en dérive, sont soumis à l'un des impôts relevant de la directive;
14° " par voie électronique " : au moyen d'équipements électroniques de traitement - y compris la compression numérique - et de stockage des données, par liaison filaire, radio, procédés optiques ou tout autre procédé électromagnétique;
15° " réseau CCN " : la plate-forme commune fondée sur le réseau commun de communication, mise au point par l'Union européenne pour assurer toutes les transmissions par voie électronique entre autorités compétentes dans les domaines douanier et fiscal.
[3 16° " décision fiscale anticipée en matière transfrontière " : tout accord, toute communication, ou tout autre instrument ou action ayant des effets similaires, y compris lorsqu'il est émis, modifié ou renouvelé dans le contexte d'un contrôle fiscal, et qui remplit les conditions suivantes :
a) être émis, modifié ou renouvelé par ou pour le compte du gouvernement ou de l'administration fiscale d'un Etat membre, ou par les entités territoriales ou administratives de l'Etat membre, y compris les autorités locales, que ces décisions soient effectivement utilisées ou non;
b) être émis, modifié ou renouvelé à l'intention d'une personne spécifique ou d'un groupe de personnes, et pour autant que cette personne ou ce groupe de personnes ait le droit de s'en prévaloir;
c) porter sur l'interprétation ou l'application d'une disposition législative ou administrative concernant l'administration ou l'application de la législation nationale relative aux taxes et impôts de l'Etat membre considéré ou des entités territoriales ou administratives de l'Etat membre, y compris de ses autorités locales;
d) se rapporter à une opération transfrontière ou à la question de savoir si les activités exercées par une personne dans une autre juridiction créent ou non un établissement stable;
e) être établi préalablement aux opérations ou aux activités menées dans une autre juridiction susceptibles de créer un établissement stable ou préalablement au dépôt d'une déclaration fiscale couvrant la période au cours de laquelle l'opération, la série d'opérations ou les activités ont eu lieu;
17° " opération transfrontière " visée au 16° : une opération ou une série d'opérations :
a) dans lesquelles toutes les parties à l'opération ou à la série d'opérations ne sont pas résidentes fiscales sur le territoire de l'Etat membre ayant émis, modifié ou renouvelé la décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
b) dans lesquelles l'une des parties à l'opération ou à la série d'opérations est résidente fiscale dans plus d'une juridiction simultanément;
c) dans lesquelles l'une des parties à l'opération ou à la série d'opérations exerce son activité dans une autre juridiction par l'intermédiaire d'un établissement stable, l'opération ou la série d'opérations constituant une partie ou la totalité de l'activité de l'établissement stable;
d) lorsque cette opération ou série d'opérations à une incidence transfrontière.
18° " entreprise " visée au 17° : toute forme d'exercice d'une activité commerciale.]3
[4 19° " dispositif transfrontière " : un dispositif concernant plusieurs Etats membres ou un Etat membre et un pays tiers si l'une au moins des conditions suivantes est remplie :
a) tous les participants au dispositif ne sont pas résidents à des fins fiscales dans la même juridiction ;
b) un ou plusieurs des participants au dispositif sont résidents à des fins fiscales dans plusieurs juridictions simultanément ;
c) un ou plusieurs des participants au dispositif exercent une activité dans une autre juridiction par l'intermédiaire d'un établissement stable situé dans cette juridiction, le dispositif constituant une partie ou la totalité de l'activité de cet établissement stable ;
d) un ou plusieurs des participants au dispositif exercent une activité dans une autre juridiction sans être résidents à des fins fiscales ni créer d'établissement stable dans cette juridiction ;
e) un tel dispositif peut avoir des conséquences sur l'échange automatique d'informations ou sur l'identification des bénéficiaires effectifs.
Aux fins de l'application du 19° au 26°, du paragraphe 2 et de l'article 64quinquies/2, on entend également par dispositif une série de dispositifs. Un dispositif peut comporter plusieurs étapes ou parties ;
20° " dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration " : tout dispositif transfrontière comportant au moins l'un des marqueurs ;
21° " marqueur " : une caractéristique ou particularité d'un dispositif transfrontière qui indique un risque potentiel d'évasion fiscale, telle que recensée au paragraphe 2 ;
22° " intermédiaire " : toute personne qui conçoit, commercialise ou organise un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, le met à disposition aux fins de sa mise en oeuvre ou en gère la mise en oeuvre.
L'on entend également par ce terme toute personne qui, compte tenu des faits et circonstances pertinents et sur la base des informations disponibles ainsi que de l'expertise en la matière et de la compréhension qui sont nécessaires pour fournir de tels services, sait ou pourrait raisonnablement être censée savoir qu'elle s'est engagée à fournir, directement ou par l'intermédiaire d'autres personnes, une aide, une assistance ou des conseils concernant la conception, la commercialisation ou l'organisation d'un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, ou concernant sa mise à disposition aux fins de mise en oeuvre ou la gestion de sa mise en oeuvre. Toute personne a le droit de fournir des éléments prouvant qu'elle ne savait pas et ne pouvait pas raisonnablement être censée savoir qu'elle participait à un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration. A cette fin, cette personne peut invoquer tous les faits et circonstances pertinents ainsi que les informations disponibles et son expertise et sa compréhension en la matière.
Pour être un intermédiaire, une personne répond à l'une au moins des conditions supplémentaires suivantes :
a) être résidente dans un Etat membre à des fins fiscales ;
b) posséder dans un Etat membre un établissement stable par le biais duquel sont fournis les services concernant le dispositif ;
c) être constituée dans un Etat membre ou régie par le droit d'un Etat membre ;
d) être enregistrée auprès d'une association professionnelle en rapport avec des services juridiques, fiscaux ou de conseil dans un Etat membre ;
23° " contribuable concerné " : toute personne à qui un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration est mis à disposition aux fins de sa mise en oeuvre, ou qui est disposée à mettre en oeuvre un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, ou qui a mis en oeuvre la première étape d'un tel dispositif ;
24° " entreprise associée " : une personne qui est liée à une autre personne de l'une au moins des façons suivantes :
a) une personne participe à la gestion d'une autre personne lorsqu'elle est en mesure d'exercer une influence notable sur l'autre personne ;
b) une personne participe au contrôle d'une autre personne au moyen d'une participation qui dépasse vingt-cinq pour cent des droits de vote ;
c) une personne participe au capital d'une autre personne au moyen d'un droit de propriété qui, directement ou indirectement, dépasse vingt-cinq pour cent du capital ;
d) une personne a droit à vingt-cinq pour cent ou plus des bénéfices d'une autre personne.
Si plusieurs personnes participent, comme indiqué au 24°, a) à d), à la gestion, au contrôle, au capital ou aux bénéfices d'une même personne, toutes les personnes concernées sont assimilées à des entreprises associées.
Si les mêmes personnes participent, comme indiqué au 24°, a) à d), à la gestion, au contrôle, au capital ou aux bénéfices de plusieurs personnes, toutes les personnes concernées sont assimilées à des entreprises associées.
Aux fins du présent point, une personne qui agit avec une autre personne en ce qui concerne les droits de vote ou la détention de parts de capital d'une entité est considérée comme détenant une participation dans l'ensemble des droits de vote ou des parts de capital de ladite entité détenus par l'autre personne.
En ce qui concerne les participations indirectes, le respect des critères énoncés au 24°, c), est déterminé en multipliant les taux de détention successivement aux différents niveaux. Une personne détenant plus de cinquante pour cent des droits de vote est réputée détenir cent pour cent de ces droits.
Une personne physique, son conjoint et ses ascendants ou descendants directs sont considérés comme une seule et unique personne ;
25° " dispositif commercialisable " : un dispositif transfrontière qui est conçu, commercialisé, prêt à être mis en oeuvre, ou mis à disposition aux fins de sa mise en oeuvre, sans avoir besoin d'être adapté de façon importante;
26° " dispositif sur mesure " : tout dispositif transfrontière qui n'est pas un dispositif commercialisable;]4
[5 27° " contrôle conjoint " : une enquête administrative menée conjointement par les autorités compétentes de deux Etats membres ou plus, et liée à une ou plusieurs personnes présentant un intérêt commun ou complémentaire pour les autorités compétentes de ces Etats membres; ]5
[5 28° " redevances " : les paiements de toute nature reçus à titre de rémunération pour l'usage ou la concession de l'usage d'un droit d'auteur sur une oeuvre littéraire, artistique ou scientifique, y compris les films cinématographiques et les logiciels informatiques, d'un brevet, d'une marque de fabrique ou de commerce, d'un dessin ou d'un modèle, d'un plan, d'une formule ou d'un procédé secret, ainsi que pour des informations ayant trait à une expérience acquise dans le domaine industriel, commercial ou scientifique. Les paiements reçus pour l'usage ou la concession de l'usage d'un droit concernant des équipements industriels, commerciaux ou scientifiques sont considérés comme des redevances. ]5
[3 Concernant le 16°, l'opération transfrontière peut inclure, mais sans s'y limiter, la réalisation d'investissements, la fourniture de biens, services et financements ou l'utilisation d'actifs corporels ou incorporels et ne doit pas nécessairement faire intervenir directement la personne destinataire de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière.
Concernant le 17°, c), une opération transfrontière ou une série d'opérations transfrontières comprennent également les dispositions prises par une personne en ce qui concerne les activités commerciales que cette personne exerce dans une autre juridiction par l'intermédiaire d'un établissement stable.]3
L'autorité compétente belge échange les informations avec les autorités compétentes étrangères.]1
[4 § 2. Les marqueurs d'un dispositif transfrontière visés au paragraphe 1er, alinéa 4, 21°, sont subdivisés dans les cinq catégories suivantes :
1° catégorie A: les marqueurs généraux, visés à l'alinéa 5 ;
2° catégorie B : les marqueurs spécifiques, visés à l'alinéa 6 ;
3° catégorie C : les marqueurs spécifiques liés aux opérations transfrontières, visés à l'alinéa 7 ;
4° catégorie D : les marqueurs spécifiques concernant l'échange automatique d'informations et les bénéficiaires effectifs, visés à l'alinéa 8 ;
5° catégorie E : les marqueurs spécifiques concernant les prix de transferts, visés à l'alinéa 9.
Les marqueurs généraux relevant de la catégorie A, visés à l'alinéa 5, et les marqueurs spécifiques relevant de la catégorie B, visés à l'alinéa 6, ainsi que de la catégorie C, visés à l'alinéa 7, 1°, points b), premier tiret, c) et d), ne peuvent être pris en compte que lorsqu'ils remplissent le " critère de l'avantage principal ".
Ce critère sera rempli s'il peut être établi que l'avantage principal ou l'un des avantages principaux qu'une personne peut raisonnablement s'attendre à retirer d'un dispositif, compte tenu de l'ensemble des faits et circonstances pertinents, est l'obtention d'un avantage fiscal.
Dans le cas d'un marqueur relevant de la catégorie C, visé à l'alinéa 7, 1°, la présence des conditions prévues dans la catégorie C, visée à l'alinéa 7, 1°, points b), premier tiret, c) ou d), ne peut à elle seule constituer une raison de conclure qu'un dispositif remplit le critère de l'avantage principal.
Sont considérés comme marqueurs généraux liés au critère de l'avantage principal, de catégorie A :
1° un dispositif où le contribuable concerné ou un participant au dispositif s'engage à respecter une clause de confidentialité selon laquelle il peut lui être demandé de ne pas divulguer à d'autres intermédiaires ou aux autorités fiscales comment le dispositif pourrait procurer un avantage fiscal ;
2° un dispositif où l'intermédiaire est en droit de percevoir des honoraires (ou intérêts, rémunération pour financer les coûts et autres frais) pour le dispositif et ces honoraires sont fixés par référence :
a) au montant de l'avantage fiscal découlant du dispositif ; ou
b) au fait qu'un avantage fiscal découle effectivement du dispositif. Cela inclurait une obligation pour l'intermédiaire de rembourser partiellement ou entièrement les honoraires si l'avantage fiscal escompté découlant du dispositif n'a pas été complètement ou partiellement généré ;
3° un dispositif dont la documentation et/ou la structure sont en grande partie normalisées et qui est à la disposition de plus d'un contribuable concerné sans avoir besoin d'être adapté de façon importante pour être mis en oeuvre.
Sont considérés comme marqueurs spécifiques liés au critère de l'avantage principal, de catégorie B :
1° un dispositif dans lequel un participant au dispositif prend artificiellement des mesures qui consistent à acquérir une société réalisant des pertes, à mettre fin à l'activité principale de cette société et à utiliser les pertes de celle-ci pour réduire sa charge fiscale, y compris par le transfert de ces pertes à une autre juridiction ou par l'accélération de l'utilisation de ces pertes ;
2° un dispositif qui a pour effet de convertir des revenus en capital, en dons ou en d'autres catégories de recettes qui sont taxées à un niveau inférieur ou ne sont pas taxées ;
3° un dispositif qui inclut des transactions circulaires ayant pour résultat un " carrousel " de fonds, à savoir au moyen d'entités interposées sans fonction commerciale primaire ou d'opérations qui se compensent ou s'annulent mutuellement ou qui ont d'autres caractéristiques similaires.
Sont considérés comme marqueurs spécifiques liés aux opérations transfrontières, de catégorie C :
1° un dispositif qui prévoit la déduction des paiements transfrontières effectués entre deux ou plusieurs entreprises associées lorsque l'une au moins des conditions suivantes est remplie :
a) le bénéficiaire ne réside à des fins fiscales dans aucune juridiction fiscale ;
b) même si le bénéficiaire réside à des fins fiscales dans une juridiction, cette juridiction :
- ne lève pas d'impôt sur les sociétés ou lève un impôt sur les sociétés à taux zéro ou presque nul ; ou
- figure sur une liste de juridictions de pays tiers qui ont été évaluées par les Etats membres collectivement ou dans le cadre de l'OCDE comme étant non coopératives ;
c) le paiement bénéficie d'une exonération fiscale totale dans la juridiction où le bénéficiaire réside à des fins fiscales ;
d) le paiement bénéficie d'un régime fiscal préférentiel dans la juridiction où le bénéficiaire réside à des fins fiscales ;
2° des déductions pour le même amortissement d'un actif sont demandées dans plus d'une juridiction ;
3° un allègement au titre de la double imposition pour le même élément de revenu ou de capital est demandé dans plusieurs juridictions ;
4° il existe un dispositif qui inclut des transferts d'actifs et où il y a une différence importante dans le montant considéré comme étant payable en contrepartie des actifs dans ces juridictions concernées.
Sont considérés comme marqueurs spécifiques concernant l'échange automatique d'informations et les bénéficiaires effectifs, de catégorie D :
1° un dispositif susceptible d'avoir pour effet de porter atteinte à l'obligation de déclaration en vertu du droit mettant en oeuvre la législation de l'Union ou tout accord équivalent concernant l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers, y compris des accords avec des pays tiers, ou qui tire parti de l'absence de telles dispositions ou de tels accords. De tels dispositifs incluent au moins ce qui suit :
a) l'utilisation d'un compte, d'un produit ou d'un investissement qui n'est pas ou dont l'objectif est de ne pas être un Compte financier, mais qui possède des caractéristiques substantiellement similaires à celles d'un Compte financier ;
b) le transfert de Comptes ou d'actifs financiers vers des juridictions qui ne sont pas liées par l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers avec l'Etat de résidence du contribuable concerné, ou le recours à de telles juridictions ;
c) la requalification de revenus et de capitaux en produits ou en paiements qui ne sont pas soumis à l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers ;
d) le transfert ou la conversion d'une Institution financière, d'un Compte financier ou des actifs qui s'y trouvent en Institution financière, en Compte financier ou en actifs qui ne sont pas à déclarer en vertu de l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers ;
e) le recours à des entités, constructions ou structures juridiques qui suppriment ou visent à supprimer la déclaration d'un ou plusieurs Titulaires de compte ou Personnes détenant le contrôle dans le cadre de l'échange automatique d'informations sur les Comptes financiers ;
f) les dispositifs qui portent atteinte aux procédures de diligence raisonnable utilisées par les Institutions financières pour se conformer à leurs obligations de déclarer des informations sur les Comptes financiers, ou qui exploitent les insuffisances de ces procédures, y compris le recours à des juridictions appliquant de manière inadéquate ou insuffisante la législation relative à la lutte contre le blanchiment de capitaux, ou ayant des exigences insuffisantes en matière de transparence en ce qui concerne les personnes morales ou les constructions juridiques;
2° un dispositif faisant intervenir une chaîne de propriété formelle ou effective non transparente par le recours à des personnes, des constructions juridiques ou des structures :
a) qui n'exercent pas une activité économique substantielle s'appuyant sur des effectifs, des équipements, des ressources et des locaux suffisants ; et
b) qui sont constitués, gérés, contrôlés ou établis ou qui résident dans toute juridiction autre que la juridiction de résidence de l'un ou plusieurs des bénéficiaires effectifs des actifs détenus par ces personnes, constructions juridiques ou structures ; et
c) lorsque les bénéficiaires effectifs de ces personnes, constructions juridiques ou structures, au sens de l'article 4, 27°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, sont rendus impossibles à identifier.
Sont considérés comme marqueurs spécifiques concernant les prix de transfert, de catégorie E :
1° un dispositif qui prévoit l'utilisation de régimes de protection unilatéraux ;
2° un dispositif prévoyant le transfert d'actifs incorporels difficiles à évaluer. Le terme d'" actifs incorporels difficiles " à évaluer englobe des actifs incorporels ou des droits sur des actifs incorporels pour lesquels, au moment de leur transfert entre des entreprises associées :
a) il n'existe pas d'éléments de comparaison fiables ; et
b) au moment où l'opération a été conclue, les projections concernant les futurs flux de trésorerie ou revenus attendus de l'actif incorporel transféré, ou les hypothèses utilisées pour évaluer cet actif incorporel sont hautement incertaines, et il est donc difficile de prévoir dans quelle mesure l'actif incorporel débouchera finalement sur un succès au moment du transfert ;
3° Un dispositif mettant en jeu un transfert transfrontière de fonctions et/ou de risques et/ou d'actifs au sein du groupe, si le bénéfice avant intérêts et impôts (BAII) annuel prévu, dans les trois ans suivant le transfert, du ou des cédants, est inférieur à 50% du BAII annuel prévu de ce cédant ou de ces cédants si le transfert n'avait pas été effectué. ]4
Wijzigingen
Afdeling 3. [1 Termijnen voor de uitwisseling van inlichtingen op verzoek ]1
Section 2. - [1 Echanges d'informations sur demande]1
Art. 64ter. [1 § 1. De Belgische bevoegde autoriteit kan in een bijzonder geval een buitenlandse bevoegde autoriteit erom verzoeken haar alle inlichtingen bedoeld in artikel 64bis, § 1, eerste lid, die deze in haar bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek heeft verkregen mee te delen. Het verzoek kan een met redenen omkleed verzoek om een bepaald administratief onderzoek omvatten.
Voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen gaat de Belgische bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit.
De Belgische bevoegde autoriteit kan de verzochte autoriteit erom verzoeken haar de originele stukken mee te delen.
§ 2. De Belgische bevoegde autoriteit deelt een buitenlandse bevoegde autoriteit die daarom in een bijzonder geval verzoekt, alle in artikel 64bis, § 1, eerste lid, bedoelde inlichtingen mee die ze in haar bezit heeft of heeft verkregen naar aanleiding van een administratief onderzoek dat noodzakelijk is om deze inlichtingen te kunnen verkrijgen.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit in voorkomend geval van oordeel is dat geen administratief onderzoek nodig is, stelt zij de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van de redenen daarvoor.
Voor het verrichten van het gevraagde administratieve onderzoek gaat de Belgische bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit.
Op uitdrukkelijk verzoek van de verzoekende autoriteit deelt de Belgische bevoegde autoriteit de verzoekende autoriteit de originele stukken mee, tenzij de Belgische voorschriften zich hiertegen verzetten.
§ 3. Met het oog op een verzoek bedoeld in paragraaf 1 of paragraaf 2 zijn de gevraagde inlichtingen waarschijnlijk relevant wanneer, op het ogenblik waarop het verzoek geformuleerd wordt, de verzoekende autoriteit van oordeel is dat er, overeenkomstig haar nationaal recht, een redelijke mogelijkheid bestaat dat de verzochte inichtingen relevant zijn voor de belastingzaken van één of meer door hun naam of op andere wijze geïdentificeerde belastingplichtigen en met het oog op het onderzoek gerechtvaardigd zijn.
Om de waarschijnlijke relevantie van de gevraagde informatie aan te tonen, verstrekt de verzoekende autoriteit de aangezochte autoriteit ten minste de volgende informatie :
1° het fiscale doel waarvoor de informatie wordt opgevraagd; en
2° de specificatie van de informatie die nodig is voor het beheer of de toepassing van zijn nationale wetgeving.
§ 4. Wanneer een verzoek als bedoeld in lid 1 of 2 betrekking heeft op een groep belastingplichtigen die niet individueel kunnen worden geïdentificeerd, verstrekt de verzoekende autoriteit de aangezochte autoriteit ten minste de volgende informatie:
1° een gedetailleerde beschrijving van de groep;
2° een toelichting bij de toepasselijke wetgeving en de feiten op basis waarvan er reden is om aan te nemen dat de belastingplichtigen van de groep de toepasselijke wetgeving niet hebben nageleefd;
3° een toelichting over de wijze waarop de gevraagde informatie kan helpen bepalen of de belastingplichtigen in de groep hun verplichtingen nakomen; en
4° in voorkomend geval, de feiten en omstandigheden met betrekking tot de tussenkomst van een derde die actief heeft bijgedragen tot de mogelijke niet-naleving van de toepasselijke wetgeving door de belastingplichtigen van de groep ]1.
Voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen gaat de Belgische bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit.
De Belgische bevoegde autoriteit kan de verzochte autoriteit erom verzoeken haar de originele stukken mee te delen.
§ 2. De Belgische bevoegde autoriteit deelt een buitenlandse bevoegde autoriteit die daarom in een bijzonder geval verzoekt, alle in artikel 64bis, § 1, eerste lid, bedoelde inlichtingen mee die ze in haar bezit heeft of heeft verkregen naar aanleiding van een administratief onderzoek dat noodzakelijk is om deze inlichtingen te kunnen verkrijgen.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit in voorkomend geval van oordeel is dat geen administratief onderzoek nodig is, stelt zij de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van de redenen daarvoor.
Voor het verrichten van het gevraagde administratieve onderzoek gaat de Belgische bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit.
Op uitdrukkelijk verzoek van de verzoekende autoriteit deelt de Belgische bevoegde autoriteit de verzoekende autoriteit de originele stukken mee, tenzij de Belgische voorschriften zich hiertegen verzetten.
§ 3. Met het oog op een verzoek bedoeld in paragraaf 1 of paragraaf 2 zijn de gevraagde inlichtingen waarschijnlijk relevant wanneer, op het ogenblik waarop het verzoek geformuleerd wordt, de verzoekende autoriteit van oordeel is dat er, overeenkomstig haar nationaal recht, een redelijke mogelijkheid bestaat dat de verzochte inichtingen relevant zijn voor de belastingzaken van één of meer door hun naam of op andere wijze geïdentificeerde belastingplichtigen en met het oog op het onderzoek gerechtvaardigd zijn.
Om de waarschijnlijke relevantie van de gevraagde informatie aan te tonen, verstrekt de verzoekende autoriteit de aangezochte autoriteit ten minste de volgende informatie :
1° het fiscale doel waarvoor de informatie wordt opgevraagd; en
2° de specificatie van de informatie die nodig is voor het beheer of de toepassing van zijn nationale wetgeving.
§ 4. Wanneer een verzoek als bedoeld in lid 1 of 2 betrekking heeft op een groep belastingplichtigen die niet individueel kunnen worden geïdentificeerd, verstrekt de verzoekende autoriteit de aangezochte autoriteit ten minste de volgende informatie:
1° een gedetailleerde beschrijving van de groep;
2° een toelichting bij de toepasselijke wetgeving en de feiten op basis waarvan er reden is om aan te nemen dat de belastingplichtigen van de groep de toepasselijke wetgeving niet hebben nageleefd;
3° een toelichting over de wijze waarop de gevraagde informatie kan helpen bepalen of de belastingplichtigen in de groep hun verplichtingen nakomen; en
4° in voorkomend geval, de feiten en omstandigheden met betrekking tot de tussenkomst van een derde die actief heeft bijgedragen tot de mogelijke niet-naleving van de toepasselijke wetgeving door de belastingplichtigen van de groep ]1.
Art. 64ter. [1 § 1er. L'autorité compétente belge peut, dans un cas particulier, demander à une autorité compétente étrangère de lui communiquer toutes les informations visées à l'article 64bis, § 1er, alinéa 1er, dont celle-ci dispose ou qu'elle a obtenues à la suite d'une enquête administrative. La demande peut comprendre une demande motivée portant sur une enquête administrative.
Pour obtenir les informations demandées, l'autorité compétente belge suit les mêmes procédures que si elle agissait d'initiative ou à la demande d'une autre instance belge.
L'autorité compétente belge peut demander à l'autorité requise de lui communiquer les documents originaux.
§ 2. L'autorité compétente belge communique à une autorité compétente étrangère qui les lui demande dans un cas particulier, toutes les informations visées à l'article 64bis, § 1er, alinéa 1er, dont elle dispose ou qu'elle a obtenues suite à l'exécution d'une enquête administrative nécessaire à l'obtention de ces informations.
Le cas échéant, si l'autorité compétente belge estime qu'aucune enquête administrative n'est nécessaire, elle en communique immédiatement les raisons à l'autorité requérante.
Pour procéder à l'enquête administrative demandée, l'autorité compétente belge suit les mêmes procédures que si elle agissait d'initiative ou à la demande d'une autre instance belge.
En cas de demande expresse de l'autorité requérante, l'autorité compétente belge communique à l'autorité requérante les documents originaux sauf si les dispositions belges s'y opposent.
§ 3. Aux fins d'une demande visée au paragraphe 1er ou au paragraphe 2, les informations demandées sont vraisemblablement pertinentes lorsque, au moment où la demande est formulée, l'autorité requérante estime que, conformément à son droit national, il existe une possibilité raisonnable que les informations demandées soient pertinentes pour les affaires fiscales d'un ou plusieurs contribuables, identifiés par leur nom ou autrement, et justifiées aux fins de l'enquête.
Dans le but de démontrer la pertinence vraisemblable des informations demandées, l'autorité requérante fournit au moins les informations suivantes à l'autorité requise :
1° la finalité fiscale des informations demandées; et
2° la spécification des informations nécessaires à l'administration ou à l'application de son droit national.
§ 4. Dans les cas où une demande visée au paragraphe 1er ou au paragraphe 2 concerne un groupe de contribuables qui ne peuvent pas être identifiés individuellement, l'autorité requérante fournit au moins les informations suivantes à l'autorité requise :
1° une description détaillée du groupe;
2° une explication du droit applicable et des faits sur la base desquels il existe des raisons de penser que les contribuables du groupe n'ont pas respecté le droit applicable;
3° une explication de la manière dont les informations demandées contribueraient à déterminer le respect, par les contribuables du groupe, de leurs obligations; et
4° le cas échéant, les faits et circonstances relatifs à l'intervention d'un tiers qui a activement contribué au non-respect potentiel du droit applicable par les contribuables du groupe ]1.
Pour obtenir les informations demandées, l'autorité compétente belge suit les mêmes procédures que si elle agissait d'initiative ou à la demande d'une autre instance belge.
L'autorité compétente belge peut demander à l'autorité requise de lui communiquer les documents originaux.
§ 2. L'autorité compétente belge communique à une autorité compétente étrangère qui les lui demande dans un cas particulier, toutes les informations visées à l'article 64bis, § 1er, alinéa 1er, dont elle dispose ou qu'elle a obtenues suite à l'exécution d'une enquête administrative nécessaire à l'obtention de ces informations.
Le cas échéant, si l'autorité compétente belge estime qu'aucune enquête administrative n'est nécessaire, elle en communique immédiatement les raisons à l'autorité requérante.
Pour procéder à l'enquête administrative demandée, l'autorité compétente belge suit les mêmes procédures que si elle agissait d'initiative ou à la demande d'une autre instance belge.
En cas de demande expresse de l'autorité requérante, l'autorité compétente belge communique à l'autorité requérante les documents originaux sauf si les dispositions belges s'y opposent.
§ 3. Aux fins d'une demande visée au paragraphe 1er ou au paragraphe 2, les informations demandées sont vraisemblablement pertinentes lorsque, au moment où la demande est formulée, l'autorité requérante estime que, conformément à son droit national, il existe une possibilité raisonnable que les informations demandées soient pertinentes pour les affaires fiscales d'un ou plusieurs contribuables, identifiés par leur nom ou autrement, et justifiées aux fins de l'enquête.
Dans le but de démontrer la pertinence vraisemblable des informations demandées, l'autorité requérante fournit au moins les informations suivantes à l'autorité requise :
1° la finalité fiscale des informations demandées; et
2° la spécification des informations nécessaires à l'administration ou à l'application de son droit national.
§ 4. Dans les cas où une demande visée au paragraphe 1er ou au paragraphe 2 concerne un groupe de contribuables qui ne peuvent pas être identifiés individuellement, l'autorité requérante fournit au moins les informations suivantes à l'autorité requise :
1° une description détaillée du groupe;
2° une explication du droit applicable et des faits sur la base desquels il existe des raisons de penser que les contribuables du groupe n'ont pas respecté le droit applicable;
3° une explication de la manière dont les informations demandées contribueraient à déterminer le respect, par les contribuables du groupe, de leurs obligations; et
4° le cas échéant, les faits et circonstances relatifs à l'intervention d'un tiers qui a activement contribué au non-respect potentiel du droit applicable par les contribuables du groupe ]1.
Wijzigingen
Afdeling 4. [1 - Verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen]1
Section 3. [1 Délais de l'échange d'informations sur demande ]1
Art. 64quater. [1 [2 De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt de in artikel 64ter, § 2, bedoelde inlichtingen zo spoedig mogelijk en uiterlijk drie maanden na de datum van ontvangst van het verzoek. Indien de Belgische bevoegde autoriteit evenwel niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en hoe dan ook uiterlijk drie maanden na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee, met vermelding van de datum waarop zij acht aan het verzoek te kunnen voldoen. Deze termijn mag niet langer zijn dan zes maanden te rekenen van de datum van ontvangst van het verzoek]2.
[2 Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit evenwel reeds in het bezit is van deze informatie, wordt deze binnen twee maanden volgend op deze datum meegedeeld]2.
In bijzondere gevallen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de verzoekende autoriteit andere vastgestelde termijnen overeenkomen.
De ontvangst van het verzoek wordt door de Belgische bevoegde autoriteit aan de verzoekende autoriteit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg bevestigd.
De Belgische bevoegde autoriteit laat in voorkomend geval, uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit weten welke tekortkomingen het verzoek vertoont en welke aanvullende achtergrondinformatie zij verlangt. De in lid 1 gestelde termijnen gaan in dit geval in op de datum waarop de Belgische bevoegde autoriteit de nodige aanvullende informatie ontvangt.
[2 ...]2
Indien de Belgische bevoegde autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt en niet aan het verzoek om inlichtingen kan voldoen of het verzoek om de in [2 artikel 64octies, § 3 en § 4,]2 genoemde redenen afwijst, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee.]1
[2 Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit evenwel reeds in het bezit is van deze informatie, wordt deze binnen twee maanden volgend op deze datum meegedeeld]2.
In bijzondere gevallen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de verzoekende autoriteit andere vastgestelde termijnen overeenkomen.
De ontvangst van het verzoek wordt door de Belgische bevoegde autoriteit aan de verzoekende autoriteit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg bevestigd.
De Belgische bevoegde autoriteit laat in voorkomend geval, uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit weten welke tekortkomingen het verzoek vertoont en welke aanvullende achtergrondinformatie zij verlangt. De in lid 1 gestelde termijnen gaan in dit geval in op de datum waarop de Belgische bevoegde autoriteit de nodige aanvullende informatie ontvangt.
[2 ...]2
Indien de Belgische bevoegde autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt en niet aan het verzoek om inlichtingen kan voldoen of het verzoek om de in [2 artikel 64octies, § 3 en § 4,]2 genoemde redenen afwijst, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee.]1
Art. 64quater. [1 [2 L'autorité compétente belge fournit les informations visées à l'article 64ter, § 2, le plus rapidement possible, et au plus tard trois mois à compter de la date de réception de la demande. Toutefois, lorsque l'autorité compétente belge n'est pas en mesure de répondre à la demande dans le délai prévu, elle informe l'autorité requérante immédiatement, et en tout état de cause dans les trois mois suivant la réception de la demande, des motifs qui expliquent le non-respect de ce délai, ainsi que de la date à laquelle elle estime pouvoir répondre. Ce délai ne peut excéder six mois à compter de la date de réception de la demande ]2.
[2 Toutefois, lorsque l'autorité compétente belge est déjà en possession desdites informations, les informations sont communiquées dans un délai de deux mois suivant cette date]2.
Pour certains cas particuliers, l'autorité compétente belge et l'autorité requérante peuvent fixer d'un commun accord des délais différents.
L'autorité compétente belge accuse réception de la demande immédiatement à l'autorité requérante, si possible par voie électronique, et en tout état de cause au plus tard sept jours ouvrables après l'avoir reçue.
L'autorité compétente belge notifie à l'autorité requérante les éventuelles lacunes constatées dans la demande ainsi que, le cas échéant, la nécessité de fournir d'autres renseignements de caractère général, dans un délai d'un mois suivant la réception de la demande. Dans ce cas, les délais fixés à l'alinéa 1er débutent à la date à laquelle l'autorité compétente belge a reçu les renseignements complémentaires.
[2 ...]2
Lorsque l'autorité compétente belge ne dispose pas des informations demandées et n'est pas en mesure de répondre à la demande d'informations ou refuse d'y répondre pour les motifs visés à [2 l'article 64octies, § 3 et § 4, ]2 elle informe l'autorité requérante de ses raisons immédiatement, et en tout état de cause dans un délai d'un mois suivant la réception de la demande.]1
[2 Toutefois, lorsque l'autorité compétente belge est déjà en possession desdites informations, les informations sont communiquées dans un délai de deux mois suivant cette date]2.
Pour certains cas particuliers, l'autorité compétente belge et l'autorité requérante peuvent fixer d'un commun accord des délais différents.
L'autorité compétente belge accuse réception de la demande immédiatement à l'autorité requérante, si possible par voie électronique, et en tout état de cause au plus tard sept jours ouvrables après l'avoir reçue.
L'autorité compétente belge notifie à l'autorité requérante les éventuelles lacunes constatées dans la demande ainsi que, le cas échéant, la nécessité de fournir d'autres renseignements de caractère général, dans un délai d'un mois suivant la réception de la demande. Dans ce cas, les délais fixés à l'alinéa 1er débutent à la date à laquelle l'autorité compétente belge a reçu les renseignements complémentaires.
[2 ...]2
Lorsque l'autorité compétente belge ne dispose pas des informations demandées et n'est pas en mesure de répondre à la demande d'informations ou refuse d'y répondre pour les motifs visés à [2 l'article 64octies, § 3 et § 4, ]2 elle informe l'autorité requérante de ses raisons immédiatement, et en tout état de cause dans un délai d'un mois suivant la réception de la demande.]1
Art. 64quinquies.[1 1. De Belgische bevoegde autoriteit deelt de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, in het kader van de automatische uitwisseling, alle informatie mee waarover zij beschikt betreffende de inwoners van deze andere lidstaat en die verband houden met volgende specifieke inkomsten- en kapitaalcategorieën in de zin van de Belgische wetgeving:
Section 4. - [1 Echange automatique et obligatoire d'informations]1
Onderafdeling 2. [1 Toepassingsgebied en voorwaarden van de automatische en verplichte uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande belastingrulings in grensoverschrijdende gevallen ]1
Sous -section 1ere. [1 Champ d'application et conditions de l'échange automatique et obligatoire d'informations ]1
Art. 64quinquies /1.[1 § 1. De Belgische bevoegde autoriteit die na 31 december 2016 een voorafgaande grensoverschrijdende ruling afgeeft of maakt, wijzigt of hernieuwt, verstrekt de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en de Europese Commissie automatisch inlichtingen daaromtrent, met inachtneming van de in paragraaf 6 genoemde beperkingen, zulks overeenkomstig de uit hoofde van artikel 64octies vastgestelde toepasselijke praktische regelingen.
§ 2. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt, overeenkomstig artikel 64octies, ook de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten, alsmede de Europese Commissie, de inlichtingen - beperkt tot de in paragraaf 6 genoemde gevallen - over voorafgaande grensoverschrijdende rulings die zijn gewijzigd of hernieuwd binnen een periode beginnend vijf jaar vóór 1 januari 2017.
Indien voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2013, worden de inlichtingen verstrekt op voorwaarde dat die voorafgaande grensoverschrijdende rulings of afspraken nog geldig waren op 1 januari 2014.
Indien voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2014 en 31 december 2016, worden de inlichtingen verstrekt ongeacht of die voorafgaande grensoverschrijdende rulings of afspraken nog geldig zijn.
§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op de belastingzaken van een of meer natuurlijke personen.
§ 4. De inlichtingenuitwisseling geschiedt als volgt :
1° [2 voor de overeenkomstig paragraaf 1 uitgewisselde inlichtingen : onverwijld na de afgifte, de wijziging of de hernieuwing van de vooafgaande grensoverschrijdende rulings en uiterlijk binnen drie maanden na het einde van het eerste halfjaar van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd]2;
2° voor de overeenkomstig paragraaf 2 uitgewisselde inlichtingen : vóór 1 januari 2018.
§ 5. De inlichtingen verstrekt door de bevoegde autoriteit overeenkomstig de paragrafen 1 en 2, omvatten de volgende gegevens :
1° de identificatiegegevens van de persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, en in voorkomend geval van de groep personen waartoe deze behoort;
2° [2 een samenvatting van de inhoud van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, met onder meer een omschrijving van de betrokken handelsactiviteiten of -verrichtingen of reeksen van verrichtingen en iedere andere informatie die de bevoegde autoriteit zou kunnen helpen bij het beoordelen van een potentieel fiscaal risico, zonder dat dit mag mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen die in strijd zouden zijn met de openbare orde]2;
3° de data waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
4° de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, indien vermeld;
5° de einddatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, indien vermeld;
6° het type voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
7° het bedrag van de transactie of reeks van transacties van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, indien vermeld in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
8° de identificatie van de andere lidstaten, indien er zijn, waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
9° personen, niet zijnde natuurlijke personen, in de andere lidstaten, indien die er zijn, op wie de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij vermeld dient te worden met welke lidstaten de getroffen personen verbonden zijn;
10° de vermelding of de meegedeelde inlichtingen gebaseerd zijn op de voorafgaande grensoverschrijdende ruling.
§ 6. Inlichtingen in de zin van paragraaf 5, 1°, 2° en 9°, worden niet medegedeeld aan de Europese Commissie.
§ 7. De [2 ...]2 Regering bepaalt de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteit bedoeld in paragraaf 5, 8°, ontvangst bericht van de inlichtingen bij de bevoegde autoriteit die ze aan haar heeft meegedeeld.
§ 8. De bevoegde autoriteit kan, overeenkomstig artikel 64octies, om aanvullende inlichtingen verzoeken, daaronder begrepen de volledige tekst van een voorafgaande grensoverschrijdende ruling.]1
§ 2. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt, overeenkomstig artikel 64octies, ook de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten, alsmede de Europese Commissie, de inlichtingen - beperkt tot de in paragraaf 6 genoemde gevallen - over voorafgaande grensoverschrijdende rulings die zijn gewijzigd of hernieuwd binnen een periode beginnend vijf jaar vóór 1 januari 2017.
Indien voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2013, worden de inlichtingen verstrekt op voorwaarde dat die voorafgaande grensoverschrijdende rulings of afspraken nog geldig waren op 1 januari 2014.
Indien voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2014 en 31 december 2016, worden de inlichtingen verstrekt ongeacht of die voorafgaande grensoverschrijdende rulings of afspraken nog geldig zijn.
§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op de belastingzaken van een of meer natuurlijke personen.
§ 4. De inlichtingenuitwisseling geschiedt als volgt :
1° [2 voor de overeenkomstig paragraaf 1 uitgewisselde inlichtingen : onverwijld na de afgifte, de wijziging of de hernieuwing van de vooafgaande grensoverschrijdende rulings en uiterlijk binnen drie maanden na het einde van het eerste halfjaar van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd]2;
2° voor de overeenkomstig paragraaf 2 uitgewisselde inlichtingen : vóór 1 januari 2018.
§ 5. De inlichtingen verstrekt door de bevoegde autoriteit overeenkomstig de paragrafen 1 en 2, omvatten de volgende gegevens :
1° de identificatiegegevens van de persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, en in voorkomend geval van de groep personen waartoe deze behoort;
2° [2 een samenvatting van de inhoud van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, met onder meer een omschrijving van de betrokken handelsactiviteiten of -verrichtingen of reeksen van verrichtingen en iedere andere informatie die de bevoegde autoriteit zou kunnen helpen bij het beoordelen van een potentieel fiscaal risico, zonder dat dit mag mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen die in strijd zouden zijn met de openbare orde]2;
3° de data waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
4° de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, indien vermeld;
5° de einddatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, indien vermeld;
6° het type voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
7° het bedrag van de transactie of reeks van transacties van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, indien vermeld in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
8° de identificatie van de andere lidstaten, indien er zijn, waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
9° personen, niet zijnde natuurlijke personen, in de andere lidstaten, indien die er zijn, op wie de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij vermeld dient te worden met welke lidstaten de getroffen personen verbonden zijn;
10° de vermelding of de meegedeelde inlichtingen gebaseerd zijn op de voorafgaande grensoverschrijdende ruling.
§ 6. Inlichtingen in de zin van paragraaf 5, 1°, 2° en 9°, worden niet medegedeeld aan de Europese Commissie.
§ 7. De [2 ...]2 Regering bepaalt de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteit bedoeld in paragraaf 5, 8°, ontvangst bericht van de inlichtingen bij de bevoegde autoriteit die ze aan haar heeft meegedeeld.
§ 8. De bevoegde autoriteit kan, overeenkomstig artikel 64octies, om aanvullende inlichtingen verzoeken, daaronder begrepen de volledige tekst van een voorafgaande grensoverschrijdende ruling.]1
Art. 64quinquies. [1 § 1er. L'autorité compétente belge communique à l'autorité compétente d'un autre Etat membre, dans le cadre de l'échange automatique, toutes les informations dont elle dispose au sujet de résidents de cet autre Etat membre et qui concernent les catégories suivantes spécifiques de revenu et de capital au sens de la législation belge :
1° revenus d'emploi;
2° tantièmes et jetons de présence;
3° produits d'assurance sur la vie non couverts par d'autres actes juridiques de l'Union concernant l'échange d'informations et d'autres mesures similaires;
4° pensions;
5° propriété et revenus de biens immobiliers;
6° redevances.
Pour les périodes imposables débutant le 1er janvier 2024 ou après cette date, l'autorité compétente belge s'efforce d'inclure, dans la communication des informations visées à l'alinéa 1er, le numéro d'identification fiscale, en abrégé " NIF ", de résidents qui a été délivré par l'Etat membre de résidence.
§ 2. La communication des informations est effectuée au moins une fois par an et, au plus tard, six mois après la fin de l'exercice fiscal au cours duquel les informations sont devenues disponibles ]1.
1° revenus d'emploi;
2° tantièmes et jetons de présence;
3° produits d'assurance sur la vie non couverts par d'autres actes juridiques de l'Union concernant l'échange d'informations et d'autres mesures similaires;
4° pensions;
5° propriété et revenus de biens immobiliers;
6° redevances.
Pour les périodes imposables débutant le 1er janvier 2024 ou après cette date, l'autorité compétente belge s'efforce d'inclure, dans la communication des informations visées à l'alinéa 1er, le numéro d'identification fiscale, en abrégé " NIF ", de résidents qui a été délivré par l'Etat membre de résidence.
§ 2. La communication des informations est effectuée au moins une fois par an et, au plus tard, six mois après la fin de l'exercice fiscal au cours duquel les informations sont devenues disponibles ]1.
Wijzigingen
Onderafdeling 2. [1 Toepassingsgebied en voorwaarden van de automatische en verplichte uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande belastingrulings in grensoverschrijdende gevallen ]1
Sous -section 2 [1 Champ d'application et conditions de l'échange automatique et obligatoire d'informations sur les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière ]1
Art. 64quinquies /2.[1 § 1. De intermediairs verstrekken binnen dertig dagen aan de Belgische bevoegde overheid de inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies waarvan zij kennis, bezit of controle hebben, vanaf het hieronder vermelde geval dat zich het eerst voordoet:
1° de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie voor implementatie beschikbaar is gesteld;
2° de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie gereed is voor implementatie;
3° het ogenblik dat de eerste stap in de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is ondernomen.
Onverminderd het eerste lid verstrekken de in artikel 64bis, § 1, lid 4, 22°, lid 2 bedoelde intermediairs tevens inlichtingen binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag nadat zij, rechtstreeks of via andere personen, hulp, bijstand of advies hebben verstrekt.
§ 2. In het geval van marktklare constructies stellen de intermediairs om de drie maanden een periodiek verslag op met een overzicht van nieuwe meldingsplichtige inlichtingen als bedoeld in paragraaf 14, 1°, 4°, 7° en 8°, die sinds het laatste ingediende verslag beschikbaar zijn geworden.
§ 3. Wanneer de intermediair verplicht is inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies te verstrekken aan de bevoegde autoriteiten van meer dan één lidstaat, worden die inlichtingen verstrekt aan de in artikel 64bis, paragraaf 1, lid 4, 6°, bedoelde bevoegde Belgische overheid, enkel indien het Waalse Gewest als eerste op de onderstaande lijst voorkomt, wanneer het voorwerp van de desbetreffende constructie onder een belasting valt waarvan het Waalse Gewest de dienst zelf verzekert:
1° de intermediair is fiscaal inwoner in het Waalse Gewest;
2° de intermediair heeft in het Waalse Gewest een vaste inrichting via welke de diensten met betrekking tot de constructie worden verstrekt;
3° de intermediair is opgericht of valt onder toepassing van de wetten van het Waalse Gewest;
4° de intermediair is ingeschreven in het Waalse Gewest bij een beroepsorganisatie in verband met de verstrekking van juridische, fiscale of adviesdiensten.
§ 4. Wanneer er overeenkomstig § 3 een meervoudige meldingsplicht bestaat, wordt de intermediair ontheven van het verstrekken van de inlichtingen als hij aantoont dat dezelfde inlichtingen in een andere lidstaat zijn verstrekt.
§ 5. De intermediairs worden ontheven van de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen over een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, wanneer de meldingsplicht een inbreuk zou vormen op het wettelijk verschoningsrecht waaraan zij gebonden zijn en waarvan de schending strafbaar is. In die omstandigheden stellen de intermediairs iedere andere intermediair of, bij gebreke daarvan, de relevante belastingplichtige onverwijld in kennis van zijn meldingsverplichtingen uit hoofde van paragraaf 6.
Aan intermediairs mag slechts ontheffing krachtens het eerste lid worden verleend voor zover zij optreden binnen de grenzen van de desbetreffende nationale wetten die hun beroep definiëren, en vanaf het moment dat zij aan de in het eerste lid bedoelde meldingsplicht hebben voldaan.
Geen verschoningsrecht, als bedoeld in dit paragraaf, mag ingeroepen worden betreffende de meldingsverplichting van marktklare constructies die aanleiding geven tot een periodiek rapport overeenkomstig paragraaf 2.
§ 6. Wanneer er geen intermediair is of de intermediair de relevante belastingplichtige of een andere intermediair in kennis stelt van de toepassing van een ontheffing krachtens lid 5, ligt de verplichting tot verstrekking van inlichtingen over een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bij de andere in kennis gestelde intermediair of, bij gebreke daarvan, bij de relevante belastingplichtige.
§ 7. De relevante belastingplichtige bij wie de meldingsplicht ligt, verstrekt de inlichtingen binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie voor implementatie ter beschikking van de relevante belastingplichtige is gesteld of gereed is voor implementatie door de relevante belastingplichtige of zodra de eerste stap voor de implementatie ervan met betrekking tot de relevante belastingplichtige is ondernomen, naargelang wat het eerst plaatsvindt.
Wanneer de relevante belastingplichtige verplicht is inlichtingen over de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie te verstrekken aan de bevoegde autoriteiten van meer dan één lidstaat, worden die inlichtingen alleen verstrekt aan de in artikel 64bis, paragraaf 1, lid 4, 6°, bedoelde bevoegde Belgische overheid, enkel indien het Waalse Gewest als eerste op de onderstaande lijst voorkomt, wanneer het voorwerp van de desbetreffende constructie onder een belasting valt waarvan het Waalse Gewest de dienst zelf verzekert:
1° de relevante belastingplichtige is fiscaal inwoner in het Waalse Gewest;
2° de relevante belastingplichtige heeft in het Waalse Gewest een vaste inrichting die begunstigde van de constructie is;
3° de relevante belastingplichtige ontvangt inkomsten of genereert winsten in het Waalse Gewest, hoewel hij geen fiscaal inwoner van een lidstaat is noch een vaste inrichting in een lidstaat heeft;
4° de relevante belastingplichtige oefent een activiteit in het Waalse Gewest uit, hoewel hij geen fiscaal inwoner van een lidstaat is noch een vaste inrichting in een lidstaat heeft.
§ 8. Wanneer er op grond van paragraaf 7 een meervoudige meldingsplicht bestaat, wordt de relevante belastingplichtige ontheven van het verstrekken van de inlichtingen als hij aantoont dat dezelfde inlichtingen in een andere lidstaat zijn verstrekt.
§ 9. Wanneer er meer dan één intermediair is, ligt de verplichting tot verstrekking van inlichtingen over de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bij alle intermediairs die bij dezelfde meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie betrokken zijn.
Een intermediair wordt alleen ontheven van het verstrekken van de inlichtingen voor zover hij aantoont dat dezelfde inlichtingen als bedoeld in paragraaf 14 reeds door een andere intermediair zijn verstrekt.
§ 10. Wanneer de meldingsplicht bij de relevante belastingplichtige ligt en er meer dan één relevante belastingplichtige is, worden de inlichtingen overeenkomstig paragraaf 6 verstrekt door de belastingplichtige die als eerste op de onderstaande lijst voorkomt:
1° de relevante belastingplichtige die de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is overeengekomen met de intermediair;
2° de relevante belastingplichtige die de implementatie van de constructie beheert.
Een relevante belastingplichtige wordt alleen ontheven van het verstrekken van de inlichtingen voor zover hij aantoont dat dezelfde inlichtingen als bedoeld in paragraaf 14 reeds door een andere relevante belastingplichtige zijn verstrekt.
§ 11. De intermediairs en relevante belastingplichtigen verstrekken inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies waarvan de eerste stap is geïmplementeerd tussen 25 juni 2018 en 1 juli 2020. De intermediairs en, in voorkomend geval, de relevante belastingplichtigen verstrekken inlichtingen over die meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies uiterlijk op 31 augustus 2020.
§ 12. De Belgische bevoegde autoriteit kan de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat elke relevante belastingplichtige de fiscale administratie de inlichtingen verstrekt over zijn gebruik van de constructie voor elk van de jaren waarin hij er gebruik van maakt.
De bevoegde Belgische autoriteit beschikt over alle in dit decreet bedoelde onderzoeks- en controlebevoegdheden om na te gaan of de bepalingen bedoeld in dit artikel nageleefd worden.
§ 13. De Belgische bevoegde autoriteit deelt de in paragraaf 14 bedoelde inlichtingen betreffende de grensoverschrijdende constructies mee waarvan zij door de relevante intermediair of belastingplichtige overeenkomstig paragrafen 1 tot 12 in kennis is gesteld, via automatische uitwisseling van inlichtingen aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten in overeenstemming met de in artikel 64octies, § 8, bedoelde nadere regels.
§ 14. De door de bevoegde Belgische autoriteit uit hoofde van paragraaf 13 mee te delen inlichtingen omvatten het volgende, voor zover van toepassing:
1° de identificatiegegevens van intermediairs en relevante belastingplichtigen, met inbegrip van hun naam, geboortedatum en -plaats in het geval van een natuurlijk persoon, fiscale woonplaats, fiscaal identificatienummer, en, in voorkomend geval, van de personen die een verbonden onderneming vormen met de relevante belastingplichtige;
2° nadere bijzonderheden over de in bijlage IV vermelde wezenskenmerken op grond waarvan de grensoverschrijdende constructie gemeld moet worden;
3° een samenvatting van de inhoud van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, met onder meer de benaming waaronder zij algemeen bekend staat, indien voorhanden, en een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of constructies, in algemene bewoordingen gesteld, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;
4° de datum waarop de eerste stap voor de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is of zal worden ondernomen;
5° nadere bijzonderheden van de nationale bepalingen die aan de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie ten grondslag liggen;
6° de waarde van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie;
7° de lidstaat van de relevante belastingbetaler(s) en eventuele andere lidstaten waarop de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
8° de identificatiegegevens van andere personen in een lidstaat, op wie de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij wordt vermeld met welke lidstaten deze personen verbonden zijn.
§ 15. Dat een belastingdienst niet reageert op een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie impliceert niet dat de geldigheid of fiscale behandeling van die constructie wordt aanvaard.
§ 16. De automatische inlichtingenuitwisseling geschiedt binnen één maand te rekenen vanaf het einde van het kwartaal waarin de inlichtingen zijn verstrekt. De eerste inlichtingen worden uiterlijk op 31 oktober 2020 meegedeeld.
§ 17. [2 ...]2
1° de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie voor implementatie beschikbaar is gesteld;
2° de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie gereed is voor implementatie;
3° het ogenblik dat de eerste stap in de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is ondernomen.
Onverminderd het eerste lid verstrekken de in artikel 64bis, § 1, lid 4, 22°, lid 2 bedoelde intermediairs tevens inlichtingen binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag nadat zij, rechtstreeks of via andere personen, hulp, bijstand of advies hebben verstrekt.
§ 2. In het geval van marktklare constructies stellen de intermediairs om de drie maanden een periodiek verslag op met een overzicht van nieuwe meldingsplichtige inlichtingen als bedoeld in paragraaf 14, 1°, 4°, 7° en 8°, die sinds het laatste ingediende verslag beschikbaar zijn geworden.
§ 3. Wanneer de intermediair verplicht is inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies te verstrekken aan de bevoegde autoriteiten van meer dan één lidstaat, worden die inlichtingen verstrekt aan de in artikel 64bis, paragraaf 1, lid 4, 6°, bedoelde bevoegde Belgische overheid, enkel indien het Waalse Gewest als eerste op de onderstaande lijst voorkomt, wanneer het voorwerp van de desbetreffende constructie onder een belasting valt waarvan het Waalse Gewest de dienst zelf verzekert:
1° de intermediair is fiscaal inwoner in het Waalse Gewest;
2° de intermediair heeft in het Waalse Gewest een vaste inrichting via welke de diensten met betrekking tot de constructie worden verstrekt;
3° de intermediair is opgericht of valt onder toepassing van de wetten van het Waalse Gewest;
4° de intermediair is ingeschreven in het Waalse Gewest bij een beroepsorganisatie in verband met de verstrekking van juridische, fiscale of adviesdiensten.
§ 4. Wanneer er overeenkomstig § 3 een meervoudige meldingsplicht bestaat, wordt de intermediair ontheven van het verstrekken van de inlichtingen als hij aantoont dat dezelfde inlichtingen in een andere lidstaat zijn verstrekt.
§ 5. De intermediairs worden ontheven van de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen over een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, wanneer de meldingsplicht een inbreuk zou vormen op het wettelijk verschoningsrecht waaraan zij gebonden zijn en waarvan de schending strafbaar is. In die omstandigheden stellen de intermediairs iedere andere intermediair of, bij gebreke daarvan, de relevante belastingplichtige onverwijld in kennis van zijn meldingsverplichtingen uit hoofde van paragraaf 6.
Aan intermediairs mag slechts ontheffing krachtens het eerste lid worden verleend voor zover zij optreden binnen de grenzen van de desbetreffende nationale wetten die hun beroep definiëren, en vanaf het moment dat zij aan de in het eerste lid bedoelde meldingsplicht hebben voldaan.
Geen verschoningsrecht, als bedoeld in dit paragraaf, mag ingeroepen worden betreffende de meldingsverplichting van marktklare constructies die aanleiding geven tot een periodiek rapport overeenkomstig paragraaf 2.
§ 6. Wanneer er geen intermediair is of de intermediair de relevante belastingplichtige of een andere intermediair in kennis stelt van de toepassing van een ontheffing krachtens lid 5, ligt de verplichting tot verstrekking van inlichtingen over een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bij de andere in kennis gestelde intermediair of, bij gebreke daarvan, bij de relevante belastingplichtige.
§ 7. De relevante belastingplichtige bij wie de meldingsplicht ligt, verstrekt de inlichtingen binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie voor implementatie ter beschikking van de relevante belastingplichtige is gesteld of gereed is voor implementatie door de relevante belastingplichtige of zodra de eerste stap voor de implementatie ervan met betrekking tot de relevante belastingplichtige is ondernomen, naargelang wat het eerst plaatsvindt.
Wanneer de relevante belastingplichtige verplicht is inlichtingen over de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie te verstrekken aan de bevoegde autoriteiten van meer dan één lidstaat, worden die inlichtingen alleen verstrekt aan de in artikel 64bis, paragraaf 1, lid 4, 6°, bedoelde bevoegde Belgische overheid, enkel indien het Waalse Gewest als eerste op de onderstaande lijst voorkomt, wanneer het voorwerp van de desbetreffende constructie onder een belasting valt waarvan het Waalse Gewest de dienst zelf verzekert:
1° de relevante belastingplichtige is fiscaal inwoner in het Waalse Gewest;
2° de relevante belastingplichtige heeft in het Waalse Gewest een vaste inrichting die begunstigde van de constructie is;
3° de relevante belastingplichtige ontvangt inkomsten of genereert winsten in het Waalse Gewest, hoewel hij geen fiscaal inwoner van een lidstaat is noch een vaste inrichting in een lidstaat heeft;
4° de relevante belastingplichtige oefent een activiteit in het Waalse Gewest uit, hoewel hij geen fiscaal inwoner van een lidstaat is noch een vaste inrichting in een lidstaat heeft.
§ 8. Wanneer er op grond van paragraaf 7 een meervoudige meldingsplicht bestaat, wordt de relevante belastingplichtige ontheven van het verstrekken van de inlichtingen als hij aantoont dat dezelfde inlichtingen in een andere lidstaat zijn verstrekt.
§ 9. Wanneer er meer dan één intermediair is, ligt de verplichting tot verstrekking van inlichtingen over de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bij alle intermediairs die bij dezelfde meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie betrokken zijn.
Een intermediair wordt alleen ontheven van het verstrekken van de inlichtingen voor zover hij aantoont dat dezelfde inlichtingen als bedoeld in paragraaf 14 reeds door een andere intermediair zijn verstrekt.
§ 10. Wanneer de meldingsplicht bij de relevante belastingplichtige ligt en er meer dan één relevante belastingplichtige is, worden de inlichtingen overeenkomstig paragraaf 6 verstrekt door de belastingplichtige die als eerste op de onderstaande lijst voorkomt:
1° de relevante belastingplichtige die de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is overeengekomen met de intermediair;
2° de relevante belastingplichtige die de implementatie van de constructie beheert.
Een relevante belastingplichtige wordt alleen ontheven van het verstrekken van de inlichtingen voor zover hij aantoont dat dezelfde inlichtingen als bedoeld in paragraaf 14 reeds door een andere relevante belastingplichtige zijn verstrekt.
§ 11. De intermediairs en relevante belastingplichtigen verstrekken inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies waarvan de eerste stap is geïmplementeerd tussen 25 juni 2018 en 1 juli 2020. De intermediairs en, in voorkomend geval, de relevante belastingplichtigen verstrekken inlichtingen over die meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies uiterlijk op 31 augustus 2020.
§ 12. De Belgische bevoegde autoriteit kan de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat elke relevante belastingplichtige de fiscale administratie de inlichtingen verstrekt over zijn gebruik van de constructie voor elk van de jaren waarin hij er gebruik van maakt.
De bevoegde Belgische autoriteit beschikt over alle in dit decreet bedoelde onderzoeks- en controlebevoegdheden om na te gaan of de bepalingen bedoeld in dit artikel nageleefd worden.
§ 13. De Belgische bevoegde autoriteit deelt de in paragraaf 14 bedoelde inlichtingen betreffende de grensoverschrijdende constructies mee waarvan zij door de relevante intermediair of belastingplichtige overeenkomstig paragrafen 1 tot 12 in kennis is gesteld, via automatische uitwisseling van inlichtingen aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten in overeenstemming met de in artikel 64octies, § 8, bedoelde nadere regels.
§ 14. De door de bevoegde Belgische autoriteit uit hoofde van paragraaf 13 mee te delen inlichtingen omvatten het volgende, voor zover van toepassing:
1° de identificatiegegevens van intermediairs en relevante belastingplichtigen, met inbegrip van hun naam, geboortedatum en -plaats in het geval van een natuurlijk persoon, fiscale woonplaats, fiscaal identificatienummer, en, in voorkomend geval, van de personen die een verbonden onderneming vormen met de relevante belastingplichtige;
2° nadere bijzonderheden over de in bijlage IV vermelde wezenskenmerken op grond waarvan de grensoverschrijdende constructie gemeld moet worden;
3° een samenvatting van de inhoud van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, met onder meer de benaming waaronder zij algemeen bekend staat, indien voorhanden, en een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of constructies, in algemene bewoordingen gesteld, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;
4° de datum waarop de eerste stap voor de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is of zal worden ondernomen;
5° nadere bijzonderheden van de nationale bepalingen die aan de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie ten grondslag liggen;
6° de waarde van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie;
7° de lidstaat van de relevante belastingbetaler(s) en eventuele andere lidstaten waarop de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
8° de identificatiegegevens van andere personen in een lidstaat, op wie de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij wordt vermeld met welke lidstaten deze personen verbonden zijn.
§ 15. Dat een belastingdienst niet reageert op een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie impliceert niet dat de geldigheid of fiscale behandeling van die constructie wordt aanvaard.
§ 16. De automatische inlichtingenuitwisseling geschiedt binnen één maand te rekenen vanaf het einde van het kwartaal waarin de inlichtingen zijn verstrekt. De eerste inlichtingen worden uiterlijk op 31 oktober 2020 meegedeeld.
§ 17. [2 ...]2
Wijzigingen
Art. 64quinquies /1.[1 § 1er. L'autorité compétente belge qui émet, modifie ou renouvelle une décision fiscale anticipée en matière transfrontière après le 31 décembre 2016 communique, par échange automatique, des informations à ce sujet aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres ainsi qu'à la Commission européenne, excepté dans les cas visés au paragraphe 6, conformément aux modalités pratiques adoptées en vertu de l'article 64octies.
§ 2. L'autorité compétente belge communique également, conformément à l'article 64octies, des informations aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres ainsi qu'à la Commission européenne, excepté dans les cas visés au paragraphe 6, sur les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière, modifiés ou renouvelés au cours d'une période commençant cinq ans avant le 1er janvier 2017.
Si les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière sont émises, modifiées ou renouvelées entre le 1er janvier 2012 et le 31 décembre 2013, la communication est effectuée à condition que ces décisions ou accords fussent toujours valables au 1er janvier 2014.
Si les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière sont émises, modifiées ou renouvelées entre le 1er janvier 2014 et le 31 décembre 2016, la communication est effectuée, que ces décisions ou accords soient toujours valables ou non.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 ne s'appliquent pas dans le cas où une décision fiscale anticipée en matière transfrontière concerne et implique exclusivement les affaires fiscales d'une ou plusieurs personnes physiques.
§ 4. L'échange d'informations est effectué comme suit :
1°[2 pour les informations échangées en application du § 1er : sans tarder après l'émission, la modification ou le renouvellement des décisions fiscales anticipées en matière transfrontière et au plus tard trois mois après la fin du semestre de l'année civile au cours duquel les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière ont été émises, modifiées ou renouvelées]2;
2° pour les informations échangées en application du paragraphe 2 : avant le 1er janvier 2018.
§ 5. Les informations qui sont communiquées par l'autorité compétente en application des paragraphes 1er et 2, comprennent :
1° l'identification de la personne, autre qu'une personne physique, et, le cas échéant du groupe de personnes auquel celle-ci appartient;
2° [2 un résumé de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, y compris une description des activités commerciales, opérations ou séries d'opérations concernées et toute autre information qui pourrait aider l'autorité compétente à évaluer un risque fiscal potentiel, sans donner lieu à la divulgation d'un secret commercial, industriel ou professionnel, d'un procédé commercial ou d'informations dont la divulgation serait contraire à l'ordre public ]2;
3° les dates de l'émission, de la modification ou du renouvellement de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
4° la date de début de la période de validité de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, si elle est spécifiée;
5° la date de la fin de la période de validité de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, si elle est spécifiée;
6° le type de décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
7° le montant de l'opération ou de la série d'opérations sur laquelle porte la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, si un tel montant est visé dans la décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
8° l'identification des autres Etats membres, le cas échéant, qui seraient susceptibles d'être concernés par la décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
9° l'identification, dans les autres Etats membres, le cas échéant, de toute personne, autre qu'une personne physique, susceptible d'être concernée par la décision fiscale anticipée en matière transfrontière en indiquant à quels Etats membres les personnes concernées sont liées;
10° une mention précisant si les informations communiquées sont basées sur la décision fiscale anticipée en matière transfrontière.
§ 6. Les informations définies au paragraphe 5, 1°, 2° et 9°, ne sont pas communiquées à la Commission européenne.
§ 7. Le Gouvernement [2 ...]2 détermine les modalités selon lesquelles l'autorité compétente visée au paragraphe 5, 8°, accuse réception des informations auprès de l'autorité compétente qui les lui a communiquées.
§ 8. L'autorité compétente peut, conformément à l'article 64octies, demander des informations complémentaires, y compris le texte intégral d'une décision fiscale anticipée en matière transfrontière.]1
§ 2. L'autorité compétente belge communique également, conformément à l'article 64octies, des informations aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres ainsi qu'à la Commission européenne, excepté dans les cas visés au paragraphe 6, sur les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière, modifiés ou renouvelés au cours d'une période commençant cinq ans avant le 1er janvier 2017.
Si les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière sont émises, modifiées ou renouvelées entre le 1er janvier 2012 et le 31 décembre 2013, la communication est effectuée à condition que ces décisions ou accords fussent toujours valables au 1er janvier 2014.
Si les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière sont émises, modifiées ou renouvelées entre le 1er janvier 2014 et le 31 décembre 2016, la communication est effectuée, que ces décisions ou accords soient toujours valables ou non.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 ne s'appliquent pas dans le cas où une décision fiscale anticipée en matière transfrontière concerne et implique exclusivement les affaires fiscales d'une ou plusieurs personnes physiques.
§ 4. L'échange d'informations est effectué comme suit :
1°[2 pour les informations échangées en application du § 1er : sans tarder après l'émission, la modification ou le renouvellement des décisions fiscales anticipées en matière transfrontière et au plus tard trois mois après la fin du semestre de l'année civile au cours duquel les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière ont été émises, modifiées ou renouvelées]2;
2° pour les informations échangées en application du paragraphe 2 : avant le 1er janvier 2018.
§ 5. Les informations qui sont communiquées par l'autorité compétente en application des paragraphes 1er et 2, comprennent :
1° l'identification de la personne, autre qu'une personne physique, et, le cas échéant du groupe de personnes auquel celle-ci appartient;
2° [2 un résumé de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, y compris une description des activités commerciales, opérations ou séries d'opérations concernées et toute autre information qui pourrait aider l'autorité compétente à évaluer un risque fiscal potentiel, sans donner lieu à la divulgation d'un secret commercial, industriel ou professionnel, d'un procédé commercial ou d'informations dont la divulgation serait contraire à l'ordre public ]2;
3° les dates de l'émission, de la modification ou du renouvellement de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
4° la date de début de la période de validité de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, si elle est spécifiée;
5° la date de la fin de la période de validité de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, si elle est spécifiée;
6° le type de décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
7° le montant de l'opération ou de la série d'opérations sur laquelle porte la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, si un tel montant est visé dans la décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
8° l'identification des autres Etats membres, le cas échéant, qui seraient susceptibles d'être concernés par la décision fiscale anticipée en matière transfrontière;
9° l'identification, dans les autres Etats membres, le cas échéant, de toute personne, autre qu'une personne physique, susceptible d'être concernée par la décision fiscale anticipée en matière transfrontière en indiquant à quels Etats membres les personnes concernées sont liées;
10° une mention précisant si les informations communiquées sont basées sur la décision fiscale anticipée en matière transfrontière.
§ 6. Les informations définies au paragraphe 5, 1°, 2° et 9°, ne sont pas communiquées à la Commission européenne.
§ 7. Le Gouvernement [2 ...]2 détermine les modalités selon lesquelles l'autorité compétente visée au paragraphe 5, 8°, accuse réception des informations auprès de l'autorité compétente qui les lui a communiquées.
§ 8. L'autorité compétente peut, conformément à l'article 64octies, demander des informations complémentaires, y compris le texte intégral d'une décision fiscale anticipée en matière transfrontière.]1
Onderafdeling 3. [1 Toepassingsgebied en voorwaarden van de automatische en verplichte uitwisseling van informatie over meldingsplichtige grensoverschrijdende regelingen ]1
Sous -section 3 [1 Champ d'application et conditions de l'échange automatique et obligatoire d'informations relatives aux dispositifs transfrontières devant faire l'objet d'une déclaration ]1
Art. 64quinquies /3.[1 § 1. Met het oog op de toepassing van de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/8 wordt verstaan onder:
A. Rapporterende platformexploitanten
1° "Platform": elke software, met inbegrip van een website of onderdeel daarvan en toepassingen waaronder mobiele toepassingen, die toegankelijk is voor gebruikers en waardoor verkopers in staat worden gesteld verbonden te zijn met andere gebruikers voor het verrichten van een relevante activiteit, direct of indirect, ten behoeve van dergelijke gebruikers. Daaronder begrepen zijn ook alle regelingen voor de inning en betaling van een tegenprestatie met betrekking tot de relevante activiteit.
De term "platform" omvat niet de software die zonder enige verdere interventie bij het verrichten van een relevante activiteit uitsluitend een van de volgende activiteiten mogelijk maakt:
het uitvoeren van betalingen in verband met een relevante activiteit;
het aanbieden of adverteren van een relevante activiteit door gebruikers;
het doorverwijzen of overbrengen van gebruikers naar een platform.
2° "Platformexploitant": een entiteit die een overeenkomst sluit met een verkoper om een platform geheel of gedeeltelijk beschikbaar te stellen aan die verkoper;
3° "Uitgesloten platformexploitant": een platformexploitant die vooraf en jaarlijks ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waaraan hij anders had moeten rapporteren, overeenkomstig de voorschriften van artikel 64quinquies/6, § 1, 1° tot 3°, heeft aangetoond dat het volledige bedrijfsmodel van het platform van dusdanige aard is dat het niet over te rapporteren verkopers beschikt ;
4° "Rapporterende platformexploitant": een andere platformexploitant dan een uitgesloten platformexploitant, die in één van de volgende situaties verkeert :
a) hij is een fiscaal ingezetene van het Waals Gewest of, indien dat niet het geval is, voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
- hij is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van het Waals Gewest;
- zijn plaats van leiding (inclusief de werkelijke leiding) bevindt zich in het Waalse Gewest;
- hij heeft een vaste inrichting in het Waalse Gewest en is geen gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie.
Als een platformexploitant een fiscaal ingezetene is in meer dan één lidstaat of een vaste inrichting bezit in meer dan één lidstaat, kiest hij één van deze lidstaten om aan de hem te beurt vallende rapportageverplichtingen te voldoen, bedoeld in Bijlage V, Afdeling III, bij de Richtlijn. De platformexploitant geeft kennis van zijn keuze aan de gezamenlijke bevoegde autoriteiten van deze lidstaten. Wanneer deze platformexploitant ervoor kiest om zijn voormelde rapportageverplichtingen in België na te komen, wordt hij beschouwd als een rapporterende platformexploitant in de zin van artikelen 64quinquies/4 tot en met 64quinquies/8;
b) hij is geen fiscaal ingezetene van een lidstaat, noch is hij opgericht in overeenstemming met de wetten van een lidstaat, noch heeft hij zijn plaats van leiding of een vaste inrichting in een lidstaat, maar hij faciliteert de verrichting van een relevante activiteit door te rapporteren verkopers of een relevante activiteit in verband met de verhuur van onroerend goed dat in een lidstaat is gelegen, en hij is geen gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie. In dat geval is de platformexploitant ertoe verplicht, zich te registreren in de Unie en, wanneer deze platformexploitant ervoor kiest om zich bij de Belgische bevoegde autoriteit te registreren, wordt hem door de Belgische bevoegde autoriteit een individueel identificatienummer toegekend en wordt hij als rapporterende platformexploitant in de zin van de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/8 beschouwd.
Een rapporterende platformexploitant kan ervoor kiezen zich te registreren bij de bevoegde autoriteit van één enkele lidstaat, waarbij hij de procedurele regels van § 2 volgt wanneer hij ervoor kiest zich in België te registreren.
Een dergelijke rapporterende platformexploitant wiens registratie herroepen is overeenkomstig § 2, 7°, [2 of overeenkomstig een soortgelijke bepaling van een andere Lidstaat,]2 kan enkel de toelating krijgen om zich op nieuw te registreren als hij de Belgische bevoegde autoriteit voldoende garanties geeft dat hij zich ertoe verbindt de verplichtingen te vervullen inzake rapportage in de Unie, met inbegrip van de verplichtingen die hij nog niet is nagekomen;
5° "Gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie": een platformexploitant voor wie alle relevante activiteiten die hij faciliteert ook gekwalificeerde relevante activiteiten zijn en die een fiscaal ingezetene is van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied of, indien hij dat niet is, aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
hij is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied
zijn plaats van leiding (inclusief de werkelijke leiding) bevindt zich in een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied ;
"Gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied": een niet-Unierechtsgebied dat beschikt over een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten met de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten die in een door dit niet-Unierechtsgebied gepubliceerde lijst zijn aangemerkt als te rapporteren rechtsgebieden ;
7° "Van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten": een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied, op grond waarvan de automatische uitwisseling plaatsvindt van inlichtingen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 64quinquies/6, § 2, zijn gespecificeerd, zoals bevestigd in een uitvoeringshandeling overeenkomstig artikel 8bisquater, § 7, van de richtlijn ;
8° "Relevante activiteit": een van de onderstaande activiteiten die worden verricht voor een tegenprestatie:
i) de verhuur van onroerend goed, daaronder begrepen zakelijk en niet-zakelijk onroerend goed, alsmede elk ander onroerend goed en parkeerruimten;
j) een persoonlijke dienst;
k) de verkoop van goederen;
l) de verhuur van transportmiddelen.
De term "relevante activiteit" omvat niet de activiteiten die door een verkoper worden verricht in de hoedanigheid van werknemer van de rapporterende platformexploitant of van een met de platformexploitant gelieerde entiteit;
9° "Gekwalificeerde relevante activiteiten": relevante activiteiten die vallen onder de automatische uitwisseling op grond van een vigerende adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten;
10° "Tegenprestatie": een compensatie onder welke vorm ook, met aftrek van alle honoraria, commissielonen of belastingen die door de rapporterende platformexploitant worden ingehouden of geheven, die wordt betaald of gecrediteerd aan een verkoper in verband met de relevante activiteit, en waarvan het bedrag door de platformexploitant gekend is of redelijkerwijs gekend kan worden ;
11° "Persoonlijke dienst": een dienst die een tijdgebonden of taakgerichte activiteit omvat die door één of meer natuurlijke personen wordt uitgevoerd, hetzij zelfstandig, hetzij namens een entiteit, en die wordt verricht op verzoek van een gebruiker, hetzij online, hetzij fysiek offline, na facilitering door een platform.
B. Te rapporteren verkopers
1° "Verkoper": een gebruiker van een platform, hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een entiteit, die op enig ogenblik tijdens de rapportageperiode op het platform is geregistreerd en een relevante activiteit verricht;
2° "Actieve Verkoper": een verkoper die tijdens de rapportageperiode een relevante activiteit verricht, of aan wie een tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd in verband met een relevante activiteit tijdens de rapportageperiode;
3° "Te rapporteren verkoper": een actieve verkoper, die geen uitgesloten verkoper is, die een ingezetene is van een lidstaat of die een onroerend goed heeft verhuurd dat in een lidstaat is gelegen; 4° "Uitgesloten verkoper": een verkoper : a) die een overheidsinstantie is;
die een entiteit is waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs of een gelieerde entiteit is van een entiteit waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs;;
die een entiteit is waarvoor de platformexploitant tijdens de rapportageperiode meer dan 2 000 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door de verhuur van onroerend goed met betrekking tot een eigendomslijst ; of
voor wie de platformexploitant tijdens de rapportageperiode minder dan 30 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door de verkoop van goederen, en voor wie het totale bedrag van de tegenprestatie dat is betaald of gecrediteerd, ten hoogste 2 000 EUR bedroeg.
C. Overige definities
1° "entiteit": een rechtspersoon of een juridische constructie, zoals een vennootschap, samenwerkingsverband, trust of stichting. Een entiteit is een gelieerde entiteit van een andere entiteit indien een van de entiteiten zeggenschap heeft over de andere, of indien beide entiteiten onder een gemeenschappelijk zeggenschap vallen. Daartoe wordt onder zeggenschap mede verstaan de directe of indirecte eigendom van meer dan 50 % van het aantal stemmen en de waarde in een entiteit. Bij indirecte deelneming wordt de nakoming van het vereiste dat meer dan 50 % van het eigendomsrecht in het kapitaal van de andere entiteit wordt gehouden, bepaald door vermenigvuldiging van de deelnemingspercentages door de opeenvolgende niveaus heen. Een persoon die meer dan 50 % van de stemrechten houdt, wordt geacht 100 % te houden;
2° "Overheidsinstantie": de regering van een lidstaat of ander rechtsgebied, een staatkundig onderdeel van een lidstaat of ander rechtsgebied (met inbegrip van een staat, provincie, district of gemeente), of een agentschap of instantie van een lidstaat of ander rechtsgebied of van een of meer van de voorgaande overheidsinstanties dat/die volledig daartoe behoort (waarbij elkeen een " overheidsinstantie " vormt ") ;
3° "TIN": het door een lidstaat afgegeven fiscaal identificatienummer, of een functioneel equivalent bij gebreke van een fiscaal identificatienummer ;
4° "btw-identificatienummer": het unieke nummer ter identificatie van een belastingplichtige of een niet-belastbare rechtspersoon, die is geregistreerd voor btw-doeleinden;
5° "Hoofdadres": het adres van de hoofdverblijfplaats van een verkoper die een natuurlijke persoon is, alsook het adres van het geregistreerde kantoor van een verkoper die een entiteit is;
6° "Rapportageperiode": het kalenderjaar waarvoor de rapportage wordt afgesloten overeenkomstig artikel 64quinquies/6;
7° "Eigendomslijst": alle onroerende goederen die op hetzelfde straatadres gelegen zijn, in het bezit zijn van dezelfde eigenaar en door dezelfde verkoper via een platform te huur worden aangeboden;
8° "Identificatiecode van de financiële rekening": het unieke identificatienummer of referentienummer van de rekening bij een bank of bij een andere vergelijkbare betalingsdienst waarover de platformexploitant beschikt en waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd;
9° "Goederen": elke lichamelijke zaak.
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, punt A., 4°, b), wanneer de aldaar bedoelde platformexploitant verkiest zich te registreren bij de Belgische bevoegde autoriteit, verloopt de administratieve procedure voor de eenmalige registratie van die platformexploitant als volgt:
1° de platformexploitant registreert zich bij de Belgische bevoegde autoriteit wanneer hij zijn activiteit als platformexploitant opstart;
2° de rapporterende platformexploitant bezorgt de volgende informatie aan de Belgische bevoegde autoriteit:
m) Naam;
n) postadres;
o) e-mailadressen, inclusief websites;
p) elke TIN die aan de rapporterende platformexploitant is toegekend;
q) rapportering die informatie bevat betreffende de identificatie van bedoelde rapporterende platformexploitant voor btw-doeleinden in de Unie, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 2 en 3, van Europese Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ;
r) de lidstaten waarvan de te rapporteren verkopers inwoner zijn,
overeenkomstig artikel 64quinquies/5, onder D;
3° de rapporterende platformexploitant geeft de Belgische bevoegde autoriteit kennis van alle wijzigingen aan de informatie voorzien in 2° ;
4° de Belgische bevoegde autoriteit kent een individueel identificatienummer toe aan de rapporterende platformexploitant en deelt dit elektronisch mee aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten;
5° de Belgische bevoegde autoriteit vraagt aan de Europese Commissie om de rapporterende platformoperator uit het centraal register te schrappen in de volgende gevallen:
i) de platformexploitant licht de bevoegde Belgische autoriteit erover in dat niet langer is actief als platformexploitant;
j) bij gebreke van kennisgeving als bedoeld onder a), zijn er redenen zijn veronderstellen dat de platformexploitant zijn activiteit heeft stopgezet;
k) de platformexploitant beantwoordt niet langer aan de voorwaarden in paragraaf 1, punt A., 4°, b);
l) de Belgische bevoegde autoriteit heeft de registratie ingetrokken in overeenstemming met 7° ;
6° de Belgische bevoegde autoriteit brengt de Europese Commissie onmiddellijk op de hoogte van elke platformexploitant, in de zin van paragraaf 1, punt A., 4°, b), die zijn activiteit als platformexploitant begint zonder zich te hebben geregistreerd in overeenstemming met deze paragraaf.]1
A. Rapporterende platformexploitanten
1° "Platform": elke software, met inbegrip van een website of onderdeel daarvan en toepassingen waaronder mobiele toepassingen, die toegankelijk is voor gebruikers en waardoor verkopers in staat worden gesteld verbonden te zijn met andere gebruikers voor het verrichten van een relevante activiteit, direct of indirect, ten behoeve van dergelijke gebruikers. Daaronder begrepen zijn ook alle regelingen voor de inning en betaling van een tegenprestatie met betrekking tot de relevante activiteit.
De term "platform" omvat niet de software die zonder enige verdere interventie bij het verrichten van een relevante activiteit uitsluitend een van de volgende activiteiten mogelijk maakt:
het uitvoeren van betalingen in verband met een relevante activiteit;
het aanbieden of adverteren van een relevante activiteit door gebruikers;
het doorverwijzen of overbrengen van gebruikers naar een platform.
2° "Platformexploitant": een entiteit die een overeenkomst sluit met een verkoper om een platform geheel of gedeeltelijk beschikbaar te stellen aan die verkoper;
3° "Uitgesloten platformexploitant": een platformexploitant die vooraf en jaarlijks ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waaraan hij anders had moeten rapporteren, overeenkomstig de voorschriften van artikel 64quinquies/6, § 1, 1° tot 3°, heeft aangetoond dat het volledige bedrijfsmodel van het platform van dusdanige aard is dat het niet over te rapporteren verkopers beschikt ;
4° "Rapporterende platformexploitant": een andere platformexploitant dan een uitgesloten platformexploitant, die in één van de volgende situaties verkeert :
a) hij is een fiscaal ingezetene van het Waals Gewest of, indien dat niet het geval is, voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
- hij is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van het Waals Gewest;
- zijn plaats van leiding (inclusief de werkelijke leiding) bevindt zich in het Waalse Gewest;
- hij heeft een vaste inrichting in het Waalse Gewest en is geen gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie.
Als een platformexploitant een fiscaal ingezetene is in meer dan één lidstaat of een vaste inrichting bezit in meer dan één lidstaat, kiest hij één van deze lidstaten om aan de hem te beurt vallende rapportageverplichtingen te voldoen, bedoeld in Bijlage V, Afdeling III, bij de Richtlijn. De platformexploitant geeft kennis van zijn keuze aan de gezamenlijke bevoegde autoriteiten van deze lidstaten. Wanneer deze platformexploitant ervoor kiest om zijn voormelde rapportageverplichtingen in België na te komen, wordt hij beschouwd als een rapporterende platformexploitant in de zin van artikelen 64quinquies/4 tot en met 64quinquies/8;
b) hij is geen fiscaal ingezetene van een lidstaat, noch is hij opgericht in overeenstemming met de wetten van een lidstaat, noch heeft hij zijn plaats van leiding of een vaste inrichting in een lidstaat, maar hij faciliteert de verrichting van een relevante activiteit door te rapporteren verkopers of een relevante activiteit in verband met de verhuur van onroerend goed dat in een lidstaat is gelegen, en hij is geen gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie. In dat geval is de platformexploitant ertoe verplicht, zich te registreren in de Unie en, wanneer deze platformexploitant ervoor kiest om zich bij de Belgische bevoegde autoriteit te registreren, wordt hem door de Belgische bevoegde autoriteit een individueel identificatienummer toegekend en wordt hij als rapporterende platformexploitant in de zin van de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/8 beschouwd.
Een rapporterende platformexploitant kan ervoor kiezen zich te registreren bij de bevoegde autoriteit van één enkele lidstaat, waarbij hij de procedurele regels van § 2 volgt wanneer hij ervoor kiest zich in België te registreren.
Een dergelijke rapporterende platformexploitant wiens registratie herroepen is overeenkomstig § 2, 7°, [2 of overeenkomstig een soortgelijke bepaling van een andere Lidstaat,]2 kan enkel de toelating krijgen om zich op nieuw te registreren als hij de Belgische bevoegde autoriteit voldoende garanties geeft dat hij zich ertoe verbindt de verplichtingen te vervullen inzake rapportage in de Unie, met inbegrip van de verplichtingen die hij nog niet is nagekomen;
5° "Gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie": een platformexploitant voor wie alle relevante activiteiten die hij faciliteert ook gekwalificeerde relevante activiteiten zijn en die een fiscaal ingezetene is van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied of, indien hij dat niet is, aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
hij is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied
zijn plaats van leiding (inclusief de werkelijke leiding) bevindt zich in een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied ;
"Gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied": een niet-Unierechtsgebied dat beschikt over een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten met de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten die in een door dit niet-Unierechtsgebied gepubliceerde lijst zijn aangemerkt als te rapporteren rechtsgebieden ;
7° "Van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten": een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied, op grond waarvan de automatische uitwisseling plaatsvindt van inlichtingen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 64quinquies/6, § 2, zijn gespecificeerd, zoals bevestigd in een uitvoeringshandeling overeenkomstig artikel 8bisquater, § 7, van de richtlijn ;
8° "Relevante activiteit": een van de onderstaande activiteiten die worden verricht voor een tegenprestatie:
i) de verhuur van onroerend goed, daaronder begrepen zakelijk en niet-zakelijk onroerend goed, alsmede elk ander onroerend goed en parkeerruimten;
j) een persoonlijke dienst;
k) de verkoop van goederen;
l) de verhuur van transportmiddelen.
De term "relevante activiteit" omvat niet de activiteiten die door een verkoper worden verricht in de hoedanigheid van werknemer van de rapporterende platformexploitant of van een met de platformexploitant gelieerde entiteit;
9° "Gekwalificeerde relevante activiteiten": relevante activiteiten die vallen onder de automatische uitwisseling op grond van een vigerende adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten;
10° "Tegenprestatie": een compensatie onder welke vorm ook, met aftrek van alle honoraria, commissielonen of belastingen die door de rapporterende platformexploitant worden ingehouden of geheven, die wordt betaald of gecrediteerd aan een verkoper in verband met de relevante activiteit, en waarvan het bedrag door de platformexploitant gekend is of redelijkerwijs gekend kan worden ;
11° "Persoonlijke dienst": een dienst die een tijdgebonden of taakgerichte activiteit omvat die door één of meer natuurlijke personen wordt uitgevoerd, hetzij zelfstandig, hetzij namens een entiteit, en die wordt verricht op verzoek van een gebruiker, hetzij online, hetzij fysiek offline, na facilitering door een platform.
B. Te rapporteren verkopers
1° "Verkoper": een gebruiker van een platform, hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een entiteit, die op enig ogenblik tijdens de rapportageperiode op het platform is geregistreerd en een relevante activiteit verricht;
2° "Actieve Verkoper": een verkoper die tijdens de rapportageperiode een relevante activiteit verricht, of aan wie een tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd in verband met een relevante activiteit tijdens de rapportageperiode;
3° "Te rapporteren verkoper": een actieve verkoper, die geen uitgesloten verkoper is, die een ingezetene is van een lidstaat of die een onroerend goed heeft verhuurd dat in een lidstaat is gelegen; 4° "Uitgesloten verkoper": een verkoper : a) die een overheidsinstantie is;
die een entiteit is waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs of een gelieerde entiteit is van een entiteit waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs;;
die een entiteit is waarvoor de platformexploitant tijdens de rapportageperiode meer dan 2 000 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door de verhuur van onroerend goed met betrekking tot een eigendomslijst ; of
voor wie de platformexploitant tijdens de rapportageperiode minder dan 30 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door de verkoop van goederen, en voor wie het totale bedrag van de tegenprestatie dat is betaald of gecrediteerd, ten hoogste 2 000 EUR bedroeg.
C. Overige definities
1° "entiteit": een rechtspersoon of een juridische constructie, zoals een vennootschap, samenwerkingsverband, trust of stichting. Een entiteit is een gelieerde entiteit van een andere entiteit indien een van de entiteiten zeggenschap heeft over de andere, of indien beide entiteiten onder een gemeenschappelijk zeggenschap vallen. Daartoe wordt onder zeggenschap mede verstaan de directe of indirecte eigendom van meer dan 50 % van het aantal stemmen en de waarde in een entiteit. Bij indirecte deelneming wordt de nakoming van het vereiste dat meer dan 50 % van het eigendomsrecht in het kapitaal van de andere entiteit wordt gehouden, bepaald door vermenigvuldiging van de deelnemingspercentages door de opeenvolgende niveaus heen. Een persoon die meer dan 50 % van de stemrechten houdt, wordt geacht 100 % te houden;
2° "Overheidsinstantie": de regering van een lidstaat of ander rechtsgebied, een staatkundig onderdeel van een lidstaat of ander rechtsgebied (met inbegrip van een staat, provincie, district of gemeente), of een agentschap of instantie van een lidstaat of ander rechtsgebied of van een of meer van de voorgaande overheidsinstanties dat/die volledig daartoe behoort (waarbij elkeen een " overheidsinstantie " vormt ") ;
3° "TIN": het door een lidstaat afgegeven fiscaal identificatienummer, of een functioneel equivalent bij gebreke van een fiscaal identificatienummer ;
4° "btw-identificatienummer": het unieke nummer ter identificatie van een belastingplichtige of een niet-belastbare rechtspersoon, die is geregistreerd voor btw-doeleinden;
5° "Hoofdadres": het adres van de hoofdverblijfplaats van een verkoper die een natuurlijke persoon is, alsook het adres van het geregistreerde kantoor van een verkoper die een entiteit is;
6° "Rapportageperiode": het kalenderjaar waarvoor de rapportage wordt afgesloten overeenkomstig artikel 64quinquies/6;
7° "Eigendomslijst": alle onroerende goederen die op hetzelfde straatadres gelegen zijn, in het bezit zijn van dezelfde eigenaar en door dezelfde verkoper via een platform te huur worden aangeboden;
8° "Identificatiecode van de financiële rekening": het unieke identificatienummer of referentienummer van de rekening bij een bank of bij een andere vergelijkbare betalingsdienst waarover de platformexploitant beschikt en waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd;
9° "Goederen": elke lichamelijke zaak.
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, punt A., 4°, b), wanneer de aldaar bedoelde platformexploitant verkiest zich te registreren bij de Belgische bevoegde autoriteit, verloopt de administratieve procedure voor de eenmalige registratie van die platformexploitant als volgt:
1° de platformexploitant registreert zich bij de Belgische bevoegde autoriteit wanneer hij zijn activiteit als platformexploitant opstart;
2° de rapporterende platformexploitant bezorgt de volgende informatie aan de Belgische bevoegde autoriteit:
m) Naam;
n) postadres;
o) e-mailadressen, inclusief websites;
p) elke TIN die aan de rapporterende platformexploitant is toegekend;
q) rapportering die informatie bevat betreffende de identificatie van bedoelde rapporterende platformexploitant voor btw-doeleinden in de Unie, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 2 en 3, van Europese Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ;
r) de lidstaten waarvan de te rapporteren verkopers inwoner zijn,
overeenkomstig artikel 64quinquies/5, onder D;
3° de rapporterende platformexploitant geeft de Belgische bevoegde autoriteit kennis van alle wijzigingen aan de informatie voorzien in 2° ;
4° de Belgische bevoegde autoriteit kent een individueel identificatienummer toe aan de rapporterende platformexploitant en deelt dit elektronisch mee aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten;
5° de Belgische bevoegde autoriteit vraagt aan de Europese Commissie om de rapporterende platformoperator uit het centraal register te schrappen in de volgende gevallen:
i) de platformexploitant licht de bevoegde Belgische autoriteit erover in dat niet langer is actief als platformexploitant;
j) bij gebreke van kennisgeving als bedoeld onder a), zijn er redenen zijn veronderstellen dat de platformexploitant zijn activiteit heeft stopgezet;
k) de platformexploitant beantwoordt niet langer aan de voorwaarden in paragraaf 1, punt A., 4°, b);
l) de Belgische bevoegde autoriteit heeft de registratie ingetrokken in overeenstemming met 7° ;
6° de Belgische bevoegde autoriteit brengt de Europese Commissie onmiddellijk op de hoogte van elke platformexploitant, in de zin van paragraaf 1, punt A., 4°, b), die zijn activiteit als platformexploitant begint zonder zich te hebben geregistreerd in overeenstemming met deze paragraaf.]1
Art. 64quinquies /2.[1 § 1er. Les intermédiaires transmettent à l'autorité compétente belge les informations dont ils ont connaissance, qu'ils possèdent ou qu'ils contrôlent concernant les dispositifs transfrontières devant faire l'objet d'une déclaration dans un délai de trente jours, à compter du cas mentionné ci-dessous qui intervient en premier :
1° le lendemain de la mise à disposition aux fins de mise en oeuvre du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
2° le lendemain du jour où le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration est prêt à être mis en oeuvre ;
3° lorsque la première étape de la mise en oeuvre du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration a été accomplie.
Nonobstant l'alinéa 1er, les intermédiaires visés à l'article 64bis, § 1er, alinéa 4, 22°, alinéa 2, transmettent également des informations dans un délai de trente jours commençant le lendemain du jour où ils ont fourni, directement ou par l'intermédiaire d'autres personnes, une aide, une assistance ou des conseils.
§ 2. Dans le cas de dispositifs commercialisables, les intermédiaires établissent tous les trois mois un rapport fournissant une mise à jour contenant les nouvelles informations devant faire l'objet d'une déclaration visées au paragraphe 14, 1°, 4°, 7° et 8°, qui sont devenues disponibles depuis la transmission du dernier rapport.
§ 3. Lorsque l'intermédiaire a l'obligation de transmettre des informations concernant des dispositifs transfrontières devant faire l'objet d'une déclaration aux autorités compétentes de plusieurs Etats membres, ces informations sont transmises à l'autorité compétente belge visée à l'article 64bis, paragraphe 1er, alinéa 4, 6°, uniquement si la Région wallonne occupe la première place dans la liste ci-après, lorsque l'objet du dispositif en question relève d'un impôt dont la Région wallonne assure le service :
1° l'intermédiaire est résident à des fins fiscales en Région wallonne ;
2° l'intermédiaire possède en Région wallonne un établissement stable par l'intermédiaire duquel les services concernant le dispositif sont fournis ;
3° l'intermédiaire est constitué ou est régi par le droit de la Région wallonne ;
4° l'intermédiaire est enregistré en Région wallonne auprès d'une association professionnelle en rapport avec des services juridiques, fiscaux ou de conseil.
§ 4. Lorsque, en application du paragraphe 3, il existe une obligation de déclaration multiple, l'intermédiaire est dispensé de la transmission des informations s'il peut prouver que ces mêmes informations ont été transmises dans un autre Etat membre.
§ 5. Les intermédiaires sont dispensés de l'obligation de fournir des informations concernant un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, lorsque l'obligation de déclaration serait contraire au secret professionnel auquel ils sont tenus et dont la violation est sanctionnée pénalement. En pareil cas, les intermédiaires notifient immédiatement à tout autre intermédiaire, ou, en l'absence d'un tel intermédiaire, au contribuable concerné, les obligations de déclaration qui leur incombent en vertu du paragraphe 6.
Les intermédiaires peuvent avoir droit à une dispense en vertu de l'alinéa 1er uniquement dans la mesure où ils agissent dans les limites de la législation nationale pertinente qui définit leurs professions, et qu'à partir du moment où ils ont rempli l'obligation de notification visée à l'alinéa 1er.
Aucun secret professionnel visé au présent paragraphe ne peut être invoqué concernant l'obligation de déclaration des dispositifs commercialisables qui donnent lieu à un rapport périodique conformément au paragraphe 2.
§ 6. Lorsqu'il n'existe pas d'intermédiaire ou que l'intermédiaire notifie l'application d'une dispense en vertu du paragraphe 5 au contribuable concerné ou à un autre intermédiaire, l'obligation de transmettre des informations sur un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration relève de la responsabilité de l'autre intermédiaire qui a été notifié, ou, en l'absence d'un tel intermédiaire, du contribuable concerné.
§ 7. Le contribuable concerné à qui incombe l'obligation de déclaration transmet les informations dans un délai de trente jours, commençant le lendemain du jour où le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration est mis à la disposition du contribuable concerné aux fins de mise en oeuvre, ou est prêt à être mis en oeuvre par le contribuable concerné, ou lorsque la première étape de sa mise en oeuvre est accomplie en ce qui concerne le contribuable concerné, la date intervenant le plus tôt étant retenue.
Lorsque le contribuable concerné a l'obligation de transmettre des informations concernant le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration aux autorités compétentes de plusieurs Etats membres, ces informations sont transmises à l'autorité compétente belge visée à l'article 64bis, paragraphe 1er, alinéa 4, 6°, uniquement si la Région wallonne occupe la première place dans la liste ci-après, lorsque l'objet du dispositif en question relève d'un impôt dont la Région wallonne assure le service :
1° le contribuable concerné est résident à des fins fiscales en Région wallonne ;
2° le contribuable concerné possède en Région wallonne un établissement stable qui bénéficie du dispositif ;
3° le contribuable concerné perçoit des revenus en Région wallonne ou y réalise des bénéfices, bien qu'il ne soit résident à des fins fiscales et ne possède d'établissement stable dans aucun Etat membre ;
4° le contribuable concerné exerce une activité en Région wallonne, bien qu'il ne soit résident à des fins fiscales et ne possède d'établissement stable dans aucun Etat membre.
§ 8. Lorsque, en application du paragraphe 7, il existe une obligation de déclaration multiple, le contribuable concerné est dispensé de la transmission des informations s'il peut prouver que ces mêmes informations ont été transmises dans un autre Etat membre.
§ 9. Lorsqu'il existe plus d'un intermédiaire, l'obligation de transmettre des informations sur le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration incombe à l'ensemble des intermédiaires participant à un même dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration.
Un intermédiaire est uniquement dispensé de l'obligation de transmettre des informations dans la mesure où il peut prouver que ces mêmes informations, visées au paragraphe 14, ont déjà été transmises par un autre intermédiaire.
§ 10. Lorsque l'obligation de déclaration incombe au contribuable concerné et qu'il existe plusieurs contribuables concernés, celui d'entre eux qui transmet les informations conformément au paragraphe 6 est celui qui occupe la première place dans la liste ci-après :
1° le contribuable concerné qui a arrêté avec l'intermédiaire le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
2° le contribuable concerné qui gère la mise en oeuvre du dispositif.
Tout contribuable concerné est dispensé de l'obligation de transmettre les informations uniquement dans la mesure où il peut prouver que ces mêmes informations, visées au paragraphe 14, ont déjà été transmises par un autre contribuable concerné.
§ 11. Les intermédiaires et les contribuables concernés fournissent des informations sur les dispositifs transfrontières devant faire l'objet d'une déclaration dont la première étape a été mise en oeuvre entre le 25 juin 2018 et le 1er juillet 2020. Les intermédiaires et les contribuables concernés, le cas échéant, transmettent des informations sur ces dispositifs transfrontières devant faire l'objet d'une déclaration, au plus tard le 31 août 2020.
§ 12. L'autorité compétente belge peut prendre les mesures nécessaires pour que chaque contribuable concerné transmette à l'administration fiscale les informations concernant l'utilisation qu'il fait du dispositif pour chacune des années où il l'utilise.
L'autorité compétente belge bénéficie de tous les pouvoirs d'investigation et de contrôle prévus par le présent décret pour vérifier le respect des dispositions prévues au présent article.
§ 13. L'autorité compétente belge communique les informations visées au paragraphe 14 concernant les dispositifs transfrontières dont elle a été informée par l'intermédiaire ou le contribuable concerné conformément aux paragraphes 1er à 12, par voie d'un échange automatique d'informations aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres, selon les modalités visées à l'article 64octies, § 8.
§ 14. Les informations qui doivent être communiquées par l'autorité compétente belge conformément au paragraphe 13, comprennent les éléments suivants, le cas échéant :
1° l'identification des intermédiaires et des contribuables concernés, y compris leur nom, leur date et lieu de naissance pour les personnes physiques, leur résidence fiscale, leur numéro d'identification fiscale et, le cas échéant, les personnes qui sont des entreprises associées au contribuable concerné ;
2° des informations détaillées sur les marqueurs recensés à l'annexe IV de la Directive selon lesquels le dispositif transfrontière doit faire l'objet d'une déclaration ;
3° un résumé du contenu du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, y compris une référence à la dénomination par laquelle il est communément connu, le cas échéant, et une description des activités commerciales ou dispositifs pertinents, présentée de manière abstraite, sans donner lieu à la divulgation d'un secret commercial, industriel ou professionnel, d'un procédé commercial ou d'informations dont la divulgation serait contraire à l'ordre public ;
4° la date à laquelle la première étape de la mise en oeuvre du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration a été accomplie ou sera accomplie ;
5° des informations détaillées sur les dispositions nationales sur lesquelles se fonde le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
6° la valeur du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
7° l'identification de l'Etat membre du ou des contribuables concernés, ainsi que de tout autre Etat membre susceptible d'être concerné par le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
8° l'identification, dans les Etats membres, de toute autre personne susceptible d'être concernée par le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration en indiquant à quels Etats membres cette personne est liée.
§ 15. Le fait qu'une autorité fiscale ne réagit pas face à un dispositif devant faire l'objet d'une déclaration ne vaut pas approbation de la validité ou du traitement fiscal de ce dispositif.
§ 16. L'échange automatique d'informations est effectué dans un délai d'un mois à compter de la fin du trimestre au cours duquel les informations ont été transmises. Les premières informations sont communiquées le 31 octobre 2020 au plus tard.
§ 17.[2 ...]2
1° le lendemain de la mise à disposition aux fins de mise en oeuvre du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
2° le lendemain du jour où le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration est prêt à être mis en oeuvre ;
3° lorsque la première étape de la mise en oeuvre du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration a été accomplie.
Nonobstant l'alinéa 1er, les intermédiaires visés à l'article 64bis, § 1er, alinéa 4, 22°, alinéa 2, transmettent également des informations dans un délai de trente jours commençant le lendemain du jour où ils ont fourni, directement ou par l'intermédiaire d'autres personnes, une aide, une assistance ou des conseils.
§ 2. Dans le cas de dispositifs commercialisables, les intermédiaires établissent tous les trois mois un rapport fournissant une mise à jour contenant les nouvelles informations devant faire l'objet d'une déclaration visées au paragraphe 14, 1°, 4°, 7° et 8°, qui sont devenues disponibles depuis la transmission du dernier rapport.
§ 3. Lorsque l'intermédiaire a l'obligation de transmettre des informations concernant des dispositifs transfrontières devant faire l'objet d'une déclaration aux autorités compétentes de plusieurs Etats membres, ces informations sont transmises à l'autorité compétente belge visée à l'article 64bis, paragraphe 1er, alinéa 4, 6°, uniquement si la Région wallonne occupe la première place dans la liste ci-après, lorsque l'objet du dispositif en question relève d'un impôt dont la Région wallonne assure le service :
1° l'intermédiaire est résident à des fins fiscales en Région wallonne ;
2° l'intermédiaire possède en Région wallonne un établissement stable par l'intermédiaire duquel les services concernant le dispositif sont fournis ;
3° l'intermédiaire est constitué ou est régi par le droit de la Région wallonne ;
4° l'intermédiaire est enregistré en Région wallonne auprès d'une association professionnelle en rapport avec des services juridiques, fiscaux ou de conseil.
§ 4. Lorsque, en application du paragraphe 3, il existe une obligation de déclaration multiple, l'intermédiaire est dispensé de la transmission des informations s'il peut prouver que ces mêmes informations ont été transmises dans un autre Etat membre.
§ 5. Les intermédiaires sont dispensés de l'obligation de fournir des informations concernant un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, lorsque l'obligation de déclaration serait contraire au secret professionnel auquel ils sont tenus et dont la violation est sanctionnée pénalement. En pareil cas, les intermédiaires notifient immédiatement à tout autre intermédiaire, ou, en l'absence d'un tel intermédiaire, au contribuable concerné, les obligations de déclaration qui leur incombent en vertu du paragraphe 6.
Les intermédiaires peuvent avoir droit à une dispense en vertu de l'alinéa 1er uniquement dans la mesure où ils agissent dans les limites de la législation nationale pertinente qui définit leurs professions, et qu'à partir du moment où ils ont rempli l'obligation de notification visée à l'alinéa 1er.
Aucun secret professionnel visé au présent paragraphe ne peut être invoqué concernant l'obligation de déclaration des dispositifs commercialisables qui donnent lieu à un rapport périodique conformément au paragraphe 2.
§ 6. Lorsqu'il n'existe pas d'intermédiaire ou que l'intermédiaire notifie l'application d'une dispense en vertu du paragraphe 5 au contribuable concerné ou à un autre intermédiaire, l'obligation de transmettre des informations sur un dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration relève de la responsabilité de l'autre intermédiaire qui a été notifié, ou, en l'absence d'un tel intermédiaire, du contribuable concerné.
§ 7. Le contribuable concerné à qui incombe l'obligation de déclaration transmet les informations dans un délai de trente jours, commençant le lendemain du jour où le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration est mis à la disposition du contribuable concerné aux fins de mise en oeuvre, ou est prêt à être mis en oeuvre par le contribuable concerné, ou lorsque la première étape de sa mise en oeuvre est accomplie en ce qui concerne le contribuable concerné, la date intervenant le plus tôt étant retenue.
Lorsque le contribuable concerné a l'obligation de transmettre des informations concernant le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration aux autorités compétentes de plusieurs Etats membres, ces informations sont transmises à l'autorité compétente belge visée à l'article 64bis, paragraphe 1er, alinéa 4, 6°, uniquement si la Région wallonne occupe la première place dans la liste ci-après, lorsque l'objet du dispositif en question relève d'un impôt dont la Région wallonne assure le service :
1° le contribuable concerné est résident à des fins fiscales en Région wallonne ;
2° le contribuable concerné possède en Région wallonne un établissement stable qui bénéficie du dispositif ;
3° le contribuable concerné perçoit des revenus en Région wallonne ou y réalise des bénéfices, bien qu'il ne soit résident à des fins fiscales et ne possède d'établissement stable dans aucun Etat membre ;
4° le contribuable concerné exerce une activité en Région wallonne, bien qu'il ne soit résident à des fins fiscales et ne possède d'établissement stable dans aucun Etat membre.
§ 8. Lorsque, en application du paragraphe 7, il existe une obligation de déclaration multiple, le contribuable concerné est dispensé de la transmission des informations s'il peut prouver que ces mêmes informations ont été transmises dans un autre Etat membre.
§ 9. Lorsqu'il existe plus d'un intermédiaire, l'obligation de transmettre des informations sur le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration incombe à l'ensemble des intermédiaires participant à un même dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration.
Un intermédiaire est uniquement dispensé de l'obligation de transmettre des informations dans la mesure où il peut prouver que ces mêmes informations, visées au paragraphe 14, ont déjà été transmises par un autre intermédiaire.
§ 10. Lorsque l'obligation de déclaration incombe au contribuable concerné et qu'il existe plusieurs contribuables concernés, celui d'entre eux qui transmet les informations conformément au paragraphe 6 est celui qui occupe la première place dans la liste ci-après :
1° le contribuable concerné qui a arrêté avec l'intermédiaire le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
2° le contribuable concerné qui gère la mise en oeuvre du dispositif.
Tout contribuable concerné est dispensé de l'obligation de transmettre les informations uniquement dans la mesure où il peut prouver que ces mêmes informations, visées au paragraphe 14, ont déjà été transmises par un autre contribuable concerné.
§ 11. Les intermédiaires et les contribuables concernés fournissent des informations sur les dispositifs transfrontières devant faire l'objet d'une déclaration dont la première étape a été mise en oeuvre entre le 25 juin 2018 et le 1er juillet 2020. Les intermédiaires et les contribuables concernés, le cas échéant, transmettent des informations sur ces dispositifs transfrontières devant faire l'objet d'une déclaration, au plus tard le 31 août 2020.
§ 12. L'autorité compétente belge peut prendre les mesures nécessaires pour que chaque contribuable concerné transmette à l'administration fiscale les informations concernant l'utilisation qu'il fait du dispositif pour chacune des années où il l'utilise.
L'autorité compétente belge bénéficie de tous les pouvoirs d'investigation et de contrôle prévus par le présent décret pour vérifier le respect des dispositions prévues au présent article.
§ 13. L'autorité compétente belge communique les informations visées au paragraphe 14 concernant les dispositifs transfrontières dont elle a été informée par l'intermédiaire ou le contribuable concerné conformément aux paragraphes 1er à 12, par voie d'un échange automatique d'informations aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres, selon les modalités visées à l'article 64octies, § 8.
§ 14. Les informations qui doivent être communiquées par l'autorité compétente belge conformément au paragraphe 13, comprennent les éléments suivants, le cas échéant :
1° l'identification des intermédiaires et des contribuables concernés, y compris leur nom, leur date et lieu de naissance pour les personnes physiques, leur résidence fiscale, leur numéro d'identification fiscale et, le cas échéant, les personnes qui sont des entreprises associées au contribuable concerné ;
2° des informations détaillées sur les marqueurs recensés à l'annexe IV de la Directive selon lesquels le dispositif transfrontière doit faire l'objet d'une déclaration ;
3° un résumé du contenu du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, y compris une référence à la dénomination par laquelle il est communément connu, le cas échéant, et une description des activités commerciales ou dispositifs pertinents, présentée de manière abstraite, sans donner lieu à la divulgation d'un secret commercial, industriel ou professionnel, d'un procédé commercial ou d'informations dont la divulgation serait contraire à l'ordre public ;
4° la date à laquelle la première étape de la mise en oeuvre du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration a été accomplie ou sera accomplie ;
5° des informations détaillées sur les dispositions nationales sur lesquelles se fonde le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
6° la valeur du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
7° l'identification de l'Etat membre du ou des contribuables concernés, ainsi que de tout autre Etat membre susceptible d'être concerné par le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration ;
8° l'identification, dans les Etats membres, de toute autre personne susceptible d'être concernée par le dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration en indiquant à quels Etats membres cette personne est liée.
§ 15. Le fait qu'une autorité fiscale ne réagit pas face à un dispositif devant faire l'objet d'une déclaration ne vaut pas approbation de la validité ou du traitement fiscal de ce dispositif.
§ 16. L'échange automatique d'informations est effectué dans un délai d'un mois à compter de la fin du trimestre au cours duquel les informations ont été transmises. Les premières informations sont communiquées le 31 octobre 2020 au plus tard.
§ 17.[2 ...]2
Wijzigingen
Art. 64quinquies/4. [1 1. De rapporterende platformexploitanten voeren de due diligence-procedures uit en vervullen de rapportageverplichtingen verwoord in de artikelen 64quinquies/5 en 64quinquies/6, overeenkomstig de artikelen 64quinquies/7 en 64quinquies/8 tot regeling van hun daadwerkelijke uitvoering.
Sous -section 4 [1 Champ d'application et conditions de l'échange automatique et obligatoire des informations déclarées par les Opérateurs de Plateformes ]1
Art. 64quinquies /3.[1 § 1. Met het oog op de toepassing van de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/8 wordt verstaan onder:
A. Rapporterende platformexploitanten
1° "Platform": elke software, met inbegrip van een website of onderdeel daarvan en toepassingen waaronder mobiele toepassingen, die toegankelijk is voor gebruikers en waardoor verkopers in staat worden gesteld verbonden te zijn met andere gebruikers voor het verrichten van een relevante activiteit, direct of indirect, ten behoeve van dergelijke gebruikers. Daaronder begrepen zijn ook alle regelingen voor de inning en betaling van een tegenprestatie met betrekking tot de relevante activiteit.
De term "platform" omvat niet de software die zonder enige verdere interventie bij het verrichten van een relevante activiteit uitsluitend een van de volgende activiteiten mogelijk maakt:
het uitvoeren van betalingen in verband met een relevante activiteit;
het aanbieden of adverteren van een relevante activiteit door gebruikers;
het doorverwijzen of overbrengen van gebruikers naar een platform.
2° "Platformexploitant": een entiteit die een overeenkomst sluit met een verkoper om een platform geheel of gedeeltelijk beschikbaar te stellen aan die verkoper;
3° "Uitgesloten platformexploitant": een platformexploitant die vooraf en jaarlijks ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waaraan hij anders had moeten rapporteren, overeenkomstig de voorschriften van artikel 64quinquies/6, § 1, 1° tot 3°, heeft aangetoond dat het volledige bedrijfsmodel van het platform van dusdanige aard is dat het niet over te rapporteren verkopers beschikt ;
4° "Rapporterende platformexploitant": een andere platformexploitant dan een uitgesloten platformexploitant, die in één van de volgende situaties verkeert :
a) hij is een fiscaal ingezetene van het Waals Gewest of, indien dat niet het geval is, voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
- hij is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van het Waals Gewest;
- zijn plaats van leiding (inclusief de werkelijke leiding) bevindt zich in het Waalse Gewest;
- hij heeft een vaste inrichting in het Waalse Gewest en is geen gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie.
Als een platformexploitant een fiscaal ingezetene is in meer dan één lidstaat of een vaste inrichting bezit in meer dan één lidstaat, kiest hij één van deze lidstaten om aan de hem te beurt vallende rapportageverplichtingen te voldoen, bedoeld in Bijlage V, Afdeling III, bij de Richtlijn. De platformexploitant geeft kennis van zijn keuze aan de gezamenlijke bevoegde autoriteiten van deze lidstaten. Wanneer deze platformexploitant ervoor kiest om zijn voormelde rapportageverplichtingen in België na te komen, wordt hij beschouwd als een rapporterende platformexploitant in de zin van artikelen 64quinquies/4 tot en met 64quinquies/8;
b) hij is geen fiscaal ingezetene van een lidstaat, noch is hij opgericht in overeenstemming met de wetten van een lidstaat, noch heeft hij zijn plaats van leiding of een vaste inrichting in een lidstaat, maar hij faciliteert de verrichting van een relevante activiteit door te rapporteren verkopers of een relevante activiteit in verband met de verhuur van onroerend goed dat in een lidstaat is gelegen, en hij is geen gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie. In dat geval is de platformexploitant ertoe verplicht, zich te registreren in de Unie en, wanneer deze platformexploitant ervoor kiest om zich bij de Belgische bevoegde autoriteit te registreren, wordt hem door de Belgische bevoegde autoriteit een individueel identificatienummer toegekend en wordt hij als rapporterende platformexploitant in de zin van de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/8 beschouwd.
Een rapporterende platformexploitant kan ervoor kiezen zich te registreren bij de bevoegde autoriteit van één enkele lidstaat, waarbij hij de procedurele regels van § 2 volgt wanneer hij ervoor kiest zich in België te registreren.
Een dergelijke rapporterende platformexploitant wiens registratie herroepen is overeenkomstig § 2, 7°, [2 of overeenkomstig een soortgelijke bepaling van een andere Lidstaat,]2 kan enkel de toelating krijgen om zich op nieuw te registreren als hij de Belgische bevoegde autoriteit voldoende garanties geeft dat hij zich ertoe verbindt de verplichtingen te vervullen inzake rapportage in de Unie, met inbegrip van de verplichtingen die hij nog niet is nagekomen;
5° "Gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie": een platformexploitant voor wie alle relevante activiteiten die hij faciliteert ook gekwalificeerde relevante activiteiten zijn en die een fiscaal ingezetene is van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied of, indien hij dat niet is, aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
hij is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied
zijn plaats van leiding (inclusief de werkelijke leiding) bevindt zich in een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied ;
"Gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied": een niet-Unierechtsgebied dat beschikt over een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten met de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten die in een door dit niet-Unierechtsgebied gepubliceerde lijst zijn aangemerkt als te rapporteren rechtsgebieden ;
7° "Van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten": een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied, op grond waarvan de automatische uitwisseling plaatsvindt van inlichtingen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 64quinquies/6, § 2, zijn gespecificeerd, zoals bevestigd in een uitvoeringshandeling overeenkomstig artikel 8bisquater, § 7, van de richtlijn ;
8° "Relevante activiteit": een van de onderstaande activiteiten die worden verricht voor een tegenprestatie:
i) de verhuur van onroerend goed, daaronder begrepen zakelijk en niet-zakelijk onroerend goed, alsmede elk ander onroerend goed en parkeerruimten;
j) een persoonlijke dienst;
k) de verkoop van goederen;
l) de verhuur van transportmiddelen.
De term "relevante activiteit" omvat niet de activiteiten die door een verkoper worden verricht in de hoedanigheid van werknemer van de rapporterende platformexploitant of van een met de platformexploitant gelieerde entiteit;
9° "Gekwalificeerde relevante activiteiten": relevante activiteiten die vallen onder de automatische uitwisseling op grond van een vigerende adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten;
10° "Tegenprestatie": een compensatie onder welke vorm ook, met aftrek van alle honoraria, commissielonen of belastingen die door de rapporterende platformexploitant worden ingehouden of geheven, die wordt betaald of gecrediteerd aan een verkoper in verband met de relevante activiteit, en waarvan het bedrag door de platformexploitant gekend is of redelijkerwijs gekend kan worden ;
11° "Persoonlijke dienst": een dienst die een tijdgebonden of taakgerichte activiteit omvat die door één of meer natuurlijke personen wordt uitgevoerd, hetzij zelfstandig, hetzij namens een entiteit, en die wordt verricht op verzoek van een gebruiker, hetzij online, hetzij fysiek offline, na facilitering door een platform.
B. Te rapporteren verkopers
1° "Verkoper": een gebruiker van een platform, hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een entiteit, die op enig ogenblik tijdens de rapportageperiode op het platform is geregistreerd en een relevante activiteit verricht;
2° "Actieve Verkoper": een verkoper die tijdens de rapportageperiode een relevante activiteit verricht, of aan wie een tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd in verband met een relevante activiteit tijdens de rapportageperiode;
3° "Te rapporteren verkoper": een actieve verkoper, die geen uitgesloten verkoper is, die een ingezetene is van een lidstaat of die een onroerend goed heeft verhuurd dat in een lidstaat is gelegen; 4° "Uitgesloten verkoper": een verkoper : a) die een overheidsinstantie is;
die een entiteit is waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs of een gelieerde entiteit is van een entiteit waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs;;
die een entiteit is waarvoor de platformexploitant tijdens de rapportageperiode meer dan 2 000 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door de verhuur van onroerend goed met betrekking tot een eigendomslijst ; of
voor wie de platformexploitant tijdens de rapportageperiode minder dan 30 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door de verkoop van goederen, en voor wie het totale bedrag van de tegenprestatie dat is betaald of gecrediteerd, ten hoogste 2 000 EUR bedroeg.
C. Overige definities
1° "entiteit": een rechtspersoon of een juridische constructie, zoals een vennootschap, samenwerkingsverband, trust of stichting. Een entiteit is een gelieerde entiteit van een andere entiteit indien een van de entiteiten zeggenschap heeft over de andere, of indien beide entiteiten onder een gemeenschappelijk zeggenschap vallen. Daartoe wordt onder zeggenschap mede verstaan de directe of indirecte eigendom van meer dan 50 % van het aantal stemmen en de waarde in een entiteit. Bij indirecte deelneming wordt de nakoming van het vereiste dat meer dan 50 % van het eigendomsrecht in het kapitaal van de andere entiteit wordt gehouden, bepaald door vermenigvuldiging van de deelnemingspercentages door de opeenvolgende niveaus heen. Een persoon die meer dan 50 % van de stemrechten houdt, wordt geacht 100 % te houden;
2° "Overheidsinstantie": de regering van een lidstaat of ander rechtsgebied, een staatkundig onderdeel van een lidstaat of ander rechtsgebied (met inbegrip van een staat, provincie, district of gemeente), of een agentschap of instantie van een lidstaat of ander rechtsgebied of van een of meer van de voorgaande overheidsinstanties dat/die volledig daartoe behoort (waarbij elkeen een " overheidsinstantie " vormt ") ;
3° "TIN": het door een lidstaat afgegeven fiscaal identificatienummer, of een functioneel equivalent bij gebreke van een fiscaal identificatienummer ;
4° "btw-identificatienummer": het unieke nummer ter identificatie van een belastingplichtige of een niet-belastbare rechtspersoon, die is geregistreerd voor btw-doeleinden;
5° "Hoofdadres": het adres van de hoofdverblijfplaats van een verkoper die een natuurlijke persoon is, alsook het adres van het geregistreerde kantoor van een verkoper die een entiteit is;
6° "Rapportageperiode": het kalenderjaar waarvoor de rapportage wordt afgesloten overeenkomstig artikel 64quinquies/6;
7° "Eigendomslijst": alle onroerende goederen die op hetzelfde straatadres gelegen zijn, in het bezit zijn van dezelfde eigenaar en door dezelfde verkoper via een platform te huur worden aangeboden;
8° "Identificatiecode van de financiële rekening": het unieke identificatienummer of referentienummer van de rekening bij een bank of bij een andere vergelijkbare betalingsdienst waarover de platformexploitant beschikt en waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd;
9° "Goederen": elke lichamelijke zaak.
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, punt A., 4°, b), wanneer de aldaar bedoelde platformexploitant verkiest zich te registreren bij de Belgische bevoegde autoriteit, verloopt de administratieve procedure voor de eenmalige registratie van die platformexploitant als volgt:
1° de platformexploitant registreert zich bij de Belgische bevoegde autoriteit wanneer hij zijn activiteit als platformexploitant opstart;
2° de rapporterende platformexploitant bezorgt de volgende informatie aan de Belgische bevoegde autoriteit:
m) Naam;
n) postadres;
o) e-mailadressen, inclusief websites;
p) elke TIN die aan de rapporterende platformexploitant is toegekend;
q) rapportering die informatie bevat betreffende de identificatie van bedoelde rapporterende platformexploitant voor btw-doeleinden in de Unie, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 2 en 3, van Europese Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ;
r) de lidstaten waarvan de te rapporteren verkopers inwoner zijn,
overeenkomstig artikel 64quinquies/5, onder D;
3° de rapporterende platformexploitant geeft de Belgische bevoegde autoriteit kennis van alle wijzigingen aan de informatie voorzien in 2° ;
4° de Belgische bevoegde autoriteit kent een individueel identificatienummer toe aan de rapporterende platformexploitant en deelt dit elektronisch mee aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten;
5° de Belgische bevoegde autoriteit vraagt aan de Europese Commissie om de rapporterende platformoperator uit het centraal register te schrappen in de volgende gevallen:
i) de platformexploitant licht de bevoegde Belgische autoriteit erover in dat niet langer is actief als platformexploitant;
j) bij gebreke van kennisgeving als bedoeld onder a), zijn er redenen zijn veronderstellen dat de platformexploitant zijn activiteit heeft stopgezet;
k) de platformexploitant beantwoordt niet langer aan de voorwaarden in paragraaf 1, punt A., 4°, b);
l) de Belgische bevoegde autoriteit heeft de registratie ingetrokken in overeenstemming met 7° ;
6° de Belgische bevoegde autoriteit brengt de Europese Commissie onmiddellijk op de hoogte van elke platformexploitant, in de zin van paragraaf 1, punt A., 4°, b), die zijn activiteit als platformexploitant begint zonder zich te hebben geregistreerd in overeenstemming met deze paragraaf.]1
A. Rapporterende platformexploitanten
1° "Platform": elke software, met inbegrip van een website of onderdeel daarvan en toepassingen waaronder mobiele toepassingen, die toegankelijk is voor gebruikers en waardoor verkopers in staat worden gesteld verbonden te zijn met andere gebruikers voor het verrichten van een relevante activiteit, direct of indirect, ten behoeve van dergelijke gebruikers. Daaronder begrepen zijn ook alle regelingen voor de inning en betaling van een tegenprestatie met betrekking tot de relevante activiteit.
De term "platform" omvat niet de software die zonder enige verdere interventie bij het verrichten van een relevante activiteit uitsluitend een van de volgende activiteiten mogelijk maakt:
het uitvoeren van betalingen in verband met een relevante activiteit;
het aanbieden of adverteren van een relevante activiteit door gebruikers;
het doorverwijzen of overbrengen van gebruikers naar een platform.
2° "Platformexploitant": een entiteit die een overeenkomst sluit met een verkoper om een platform geheel of gedeeltelijk beschikbaar te stellen aan die verkoper;
3° "Uitgesloten platformexploitant": een platformexploitant die vooraf en jaarlijks ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waaraan hij anders had moeten rapporteren, overeenkomstig de voorschriften van artikel 64quinquies/6, § 1, 1° tot 3°, heeft aangetoond dat het volledige bedrijfsmodel van het platform van dusdanige aard is dat het niet over te rapporteren verkopers beschikt ;
4° "Rapporterende platformexploitant": een andere platformexploitant dan een uitgesloten platformexploitant, die in één van de volgende situaties verkeert :
a) hij is een fiscaal ingezetene van het Waals Gewest of, indien dat niet het geval is, voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
- hij is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van het Waals Gewest;
- zijn plaats van leiding (inclusief de werkelijke leiding) bevindt zich in het Waalse Gewest;
- hij heeft een vaste inrichting in het Waalse Gewest en is geen gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie.
Als een platformexploitant een fiscaal ingezetene is in meer dan één lidstaat of een vaste inrichting bezit in meer dan één lidstaat, kiest hij één van deze lidstaten om aan de hem te beurt vallende rapportageverplichtingen te voldoen, bedoeld in Bijlage V, Afdeling III, bij de Richtlijn. De platformexploitant geeft kennis van zijn keuze aan de gezamenlijke bevoegde autoriteiten van deze lidstaten. Wanneer deze platformexploitant ervoor kiest om zijn voormelde rapportageverplichtingen in België na te komen, wordt hij beschouwd als een rapporterende platformexploitant in de zin van artikelen 64quinquies/4 tot en met 64quinquies/8;
b) hij is geen fiscaal ingezetene van een lidstaat, noch is hij opgericht in overeenstemming met de wetten van een lidstaat, noch heeft hij zijn plaats van leiding of een vaste inrichting in een lidstaat, maar hij faciliteert de verrichting van een relevante activiteit door te rapporteren verkopers of een relevante activiteit in verband met de verhuur van onroerend goed dat in een lidstaat is gelegen, en hij is geen gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie. In dat geval is de platformexploitant ertoe verplicht, zich te registreren in de Unie en, wanneer deze platformexploitant ervoor kiest om zich bij de Belgische bevoegde autoriteit te registreren, wordt hem door de Belgische bevoegde autoriteit een individueel identificatienummer toegekend en wordt hij als rapporterende platformexploitant in de zin van de artikelen 64quinquies/4 tot 64quinquies/8 beschouwd.
Een rapporterende platformexploitant kan ervoor kiezen zich te registreren bij de bevoegde autoriteit van één enkele lidstaat, waarbij hij de procedurele regels van § 2 volgt wanneer hij ervoor kiest zich in België te registreren.
Een dergelijke rapporterende platformexploitant wiens registratie herroepen is overeenkomstig § 2, 7°, [2 of overeenkomstig een soortgelijke bepaling van een andere Lidstaat,]2 kan enkel de toelating krijgen om zich op nieuw te registreren als hij de Belgische bevoegde autoriteit voldoende garanties geeft dat hij zich ertoe verbindt de verplichtingen te vervullen inzake rapportage in de Unie, met inbegrip van de verplichtingen die hij nog niet is nagekomen;
5° "Gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie": een platformexploitant voor wie alle relevante activiteiten die hij faciliteert ook gekwalificeerde relevante activiteiten zijn en die een fiscaal ingezetene is van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied of, indien hij dat niet is, aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
hij is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied
zijn plaats van leiding (inclusief de werkelijke leiding) bevindt zich in een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied ;
"Gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied": een niet-Unierechtsgebied dat beschikt over een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten met de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten die in een door dit niet-Unierechtsgebied gepubliceerde lijst zijn aangemerkt als te rapporteren rechtsgebieden ;
7° "Van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten": een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied, op grond waarvan de automatische uitwisseling plaatsvindt van inlichtingen die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 64quinquies/6, § 2, zijn gespecificeerd, zoals bevestigd in een uitvoeringshandeling overeenkomstig artikel 8bisquater, § 7, van de richtlijn ;
8° "Relevante activiteit": een van de onderstaande activiteiten die worden verricht voor een tegenprestatie:
i) de verhuur van onroerend goed, daaronder begrepen zakelijk en niet-zakelijk onroerend goed, alsmede elk ander onroerend goed en parkeerruimten;
j) een persoonlijke dienst;
k) de verkoop van goederen;
l) de verhuur van transportmiddelen.
De term "relevante activiteit" omvat niet de activiteiten die door een verkoper worden verricht in de hoedanigheid van werknemer van de rapporterende platformexploitant of van een met de platformexploitant gelieerde entiteit;
9° "Gekwalificeerde relevante activiteiten": relevante activiteiten die vallen onder de automatische uitwisseling op grond van een vigerende adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten;
10° "Tegenprestatie": een compensatie onder welke vorm ook, met aftrek van alle honoraria, commissielonen of belastingen die door de rapporterende platformexploitant worden ingehouden of geheven, die wordt betaald of gecrediteerd aan een verkoper in verband met de relevante activiteit, en waarvan het bedrag door de platformexploitant gekend is of redelijkerwijs gekend kan worden ;
11° "Persoonlijke dienst": een dienst die een tijdgebonden of taakgerichte activiteit omvat die door één of meer natuurlijke personen wordt uitgevoerd, hetzij zelfstandig, hetzij namens een entiteit, en die wordt verricht op verzoek van een gebruiker, hetzij online, hetzij fysiek offline, na facilitering door een platform.
B. Te rapporteren verkopers
1° "Verkoper": een gebruiker van een platform, hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een entiteit, die op enig ogenblik tijdens de rapportageperiode op het platform is geregistreerd en een relevante activiteit verricht;
2° "Actieve Verkoper": een verkoper die tijdens de rapportageperiode een relevante activiteit verricht, of aan wie een tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd in verband met een relevante activiteit tijdens de rapportageperiode;
3° "Te rapporteren verkoper": een actieve verkoper, die geen uitgesloten verkoper is, die een ingezetene is van een lidstaat of die een onroerend goed heeft verhuurd dat in een lidstaat is gelegen; 4° "Uitgesloten verkoper": een verkoper : a) die een overheidsinstantie is;
die een entiteit is waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs of een gelieerde entiteit is van een entiteit waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs;;
die een entiteit is waarvoor de platformexploitant tijdens de rapportageperiode meer dan 2 000 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door de verhuur van onroerend goed met betrekking tot een eigendomslijst ; of
voor wie de platformexploitant tijdens de rapportageperiode minder dan 30 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door de verkoop van goederen, en voor wie het totale bedrag van de tegenprestatie dat is betaald of gecrediteerd, ten hoogste 2 000 EUR bedroeg.
C. Overige definities
1° "entiteit": een rechtspersoon of een juridische constructie, zoals een vennootschap, samenwerkingsverband, trust of stichting. Een entiteit is een gelieerde entiteit van een andere entiteit indien een van de entiteiten zeggenschap heeft over de andere, of indien beide entiteiten onder een gemeenschappelijk zeggenschap vallen. Daartoe wordt onder zeggenschap mede verstaan de directe of indirecte eigendom van meer dan 50 % van het aantal stemmen en de waarde in een entiteit. Bij indirecte deelneming wordt de nakoming van het vereiste dat meer dan 50 % van het eigendomsrecht in het kapitaal van de andere entiteit wordt gehouden, bepaald door vermenigvuldiging van de deelnemingspercentages door de opeenvolgende niveaus heen. Een persoon die meer dan 50 % van de stemrechten houdt, wordt geacht 100 % te houden;
2° "Overheidsinstantie": de regering van een lidstaat of ander rechtsgebied, een staatkundig onderdeel van een lidstaat of ander rechtsgebied (met inbegrip van een staat, provincie, district of gemeente), of een agentschap of instantie van een lidstaat of ander rechtsgebied of van een of meer van de voorgaande overheidsinstanties dat/die volledig daartoe behoort (waarbij elkeen een " overheidsinstantie " vormt ") ;
3° "TIN": het door een lidstaat afgegeven fiscaal identificatienummer, of een functioneel equivalent bij gebreke van een fiscaal identificatienummer ;
4° "btw-identificatienummer": het unieke nummer ter identificatie van een belastingplichtige of een niet-belastbare rechtspersoon, die is geregistreerd voor btw-doeleinden;
5° "Hoofdadres": het adres van de hoofdverblijfplaats van een verkoper die een natuurlijke persoon is, alsook het adres van het geregistreerde kantoor van een verkoper die een entiteit is;
6° "Rapportageperiode": het kalenderjaar waarvoor de rapportage wordt afgesloten overeenkomstig artikel 64quinquies/6;
7° "Eigendomslijst": alle onroerende goederen die op hetzelfde straatadres gelegen zijn, in het bezit zijn van dezelfde eigenaar en door dezelfde verkoper via een platform te huur worden aangeboden;
8° "Identificatiecode van de financiële rekening": het unieke identificatienummer of referentienummer van de rekening bij een bank of bij een andere vergelijkbare betalingsdienst waarover de platformexploitant beschikt en waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd;
9° "Goederen": elke lichamelijke zaak.
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, punt A., 4°, b), wanneer de aldaar bedoelde platformexploitant verkiest zich te registreren bij de Belgische bevoegde autoriteit, verloopt de administratieve procedure voor de eenmalige registratie van die platformexploitant als volgt:
1° de platformexploitant registreert zich bij de Belgische bevoegde autoriteit wanneer hij zijn activiteit als platformexploitant opstart;
2° de rapporterende platformexploitant bezorgt de volgende informatie aan de Belgische bevoegde autoriteit:
m) Naam;
n) postadres;
o) e-mailadressen, inclusief websites;
p) elke TIN die aan de rapporterende platformexploitant is toegekend;
q) rapportering die informatie bevat betreffende de identificatie van bedoelde rapporterende platformexploitant voor btw-doeleinden in de Unie, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 2 en 3, van Europese Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ;
r) de lidstaten waarvan de te rapporteren verkopers inwoner zijn,
overeenkomstig artikel 64quinquies/5, onder D;
3° de rapporterende platformexploitant geeft de Belgische bevoegde autoriteit kennis van alle wijzigingen aan de informatie voorzien in 2° ;
4° de Belgische bevoegde autoriteit kent een individueel identificatienummer toe aan de rapporterende platformexploitant en deelt dit elektronisch mee aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten;
5° de Belgische bevoegde autoriteit vraagt aan de Europese Commissie om de rapporterende platformoperator uit het centraal register te schrappen in de volgende gevallen:
i) de platformexploitant licht de bevoegde Belgische autoriteit erover in dat niet langer is actief als platformexploitant;
j) bij gebreke van kennisgeving als bedoeld onder a), zijn er redenen zijn veronderstellen dat de platformexploitant zijn activiteit heeft stopgezet;
k) de platformexploitant beantwoordt niet langer aan de voorwaarden in paragraaf 1, punt A., 4°, b);
l) de Belgische bevoegde autoriteit heeft de registratie ingetrokken in overeenstemming met 7° ;
6° de Belgische bevoegde autoriteit brengt de Europese Commissie onmiddellijk op de hoogte van elke platformexploitant, in de zin van paragraaf 1, punt A., 4°, b), die zijn activiteit als platformexploitant begint zonder zich te hebben geregistreerd in overeenstemming met deze paragraaf.]1
Art. 64quinquies /3.[1 § 1er. Aux fins des articles 64quinquies/4 à 64quinquies/8, on entend par :
A. Opérateurs de Plateformes déclarants
1° " Plateforme " : tout logiciel, y compris tout ou partie d'un site internet, ainsi que les applications, y compris les applications mobiles, qui sont accessibles aux utilisateurs et qui permettent aux Vendeurs d'être connectés à d'autres utilisateurs afin d'exercer, directement ou indirectement, une Activité concernée destinée à ces autres utilisateurs. Il inclut également tout mécanisme de perception et de paiement d'une Contrepartie pour l'Activité concernée.
Le terme " Plateforme " n'englobe pas les logiciels qui, sans intervenir autrement dans l'exercice d'une Activité concernée, permettent exclusivement :
a) de traiter les paiements liés à l'Activité concernée;
b) aux utilisateurs, de répertorier une Activité concernée ou d'en faire la publicité;
c) de rediriger ou de transférer les utilisateurs vers une Plateforme;
2° " Opérateur de Plateforme " : une Entité concluant un contrat avec des Vendeurs pour mettre à la disposition de ces derniers tout ou partie d'une Plateforme;
3° " Opérateur de Plateforme exclu " : un Opérateur de Plateforme qui a démontré d'avance et démontre sur une base annuelle que l'ensemble du modèle commercial de ladite Plateforme est tel qu'il ne compte aucun Vendeur à déclarer, et ce à la satisfaction de l'autorité compétente de l'Etat membre auquel, conformément aux règles énoncées à l'article 64quinquies/6, § 1er, 1° à 3°, il aurait dû communiquer des informations;
4° " Opérateur de Plateforme déclarant " : tout Opérateur de Plateforme, autre qu'un Opérateur de Plateforme exclu, se trouvant dans l'une des situations suivantes :
a) il est résident fiscal en Région wallonne ou, lorsque ledit Opérateur de Plateforme n'a pas de résidence fiscale dans un Etat membre, remplit l'une des conditions suivantes :
- il est constitué ou régi par le droit de la Région wallonne;
- son siège de direction (y compris son siège de direction effective) se trouve sur le territoire de la Région wallonne;
- il possède un établissement stable sur le territoire de la Région wallonne et n'est pas un Opérateur de Plateforme qualifié hors Union.
Si un Opérateur de Plateforme est résident fiscal dans plus d'un Etat membre ou possède un établissement stable dans plus d'un Etat membre, il choisit l'un de ces Etats membres pour s'acquitter des obligations de déclaration qui lui incombent et qui sont visées par l'Annexe V, Section III, à la directive. L'Opérateur de Plateforme notifie son choix à l'ensemble des autorités compétentes de ces Etats membres. Lorsque cet Opérateur de Plateforme choisit de s'acquitter en Belgique de ses obligations précitées de déclaration, il est considéré comme un Opérateur de Plateforme déclarant au sens des articles 64quinquies/4 à 64quinquies/8;
b) il n'est ni résident fiscal d'un Etat membre, ni constitué ou géré dans un Etat membre, ni ne possède d'établissement stable dans un Etat membre, mais il facilite l'exercice d'une Activité concernée par des Vendeurs à déclarer ou une Activité concernée consistant en la location de biens immobiliers situés dans un Etat membre et n'est pas un Opérateur de Plateforme qualifié hors Union. Dans ce cas, cet Opérateur de Plateforme est tenu de s'enregistrer dans l'Union et, lorsque cet Opérateur de Plateforme choisit de s'enregistrer auprès de l'autorité compétente belge, l'autorité compétente belge attribue un numéro d'identification individuel à cet Opérateur de Plateforme et il est considéré comme un Opérateur de Plateforme déclarant au sens des articles 64quinquies/4 à 64quinquies/8.
Un Opérateur de Plateforme déclarant peut choisir de s'enregistrer auprès de l'autorité compétente d'un seul Etat membre, suivant les règles de procédure du § 2 lorsqu'il choisit de s'enregistrer en Belgique.
Un tel Opérateur de Plateforme déclarant dont l'enregistrement a été révoqué conformément au § 2, 7°, [2 ou conformément à une disposition analogue d'un autre Etat membre,]2 ne peut être autorisé à se réenregistrer qu'à la condition de fournir à l'autorité compétente belge des garanties suffisantes de son engagement à remplir les obligations en matière de déclaration au sein de l'Union, y compris celles auxquelles il ne s'est pas encore conformé;
5° " Opérateur de Plateforme qualifié hors Union " : un Opérateur de Plateforme facilitant des Activités concernées qui sont toutes également des Activités concernées qualifiées et qui est résident fiscal d'une Juridiction qualifiée hors Union ou, s'il n'a pas de résidence fiscale dans une Juridiction qualifiée hors Union, qui remplit l'une des conditions suivantes :
a) il est constitué conformément à la législation d'une Juridiction qualifiée hors Union; ou
b) son siège de direction (y compris son siège de direction effective) se trouve dans une Juridiction qualifiée hors Union;
6° " Juridiction qualifiée hors Union " : une juridiction hors Union qui a conclu un accord éligible en vigueur entre autorités compétentes avec les autorités compétentes de tous les Etats membres identifiés comme étant des juridictions devant faire l'objet d'une déclaration dans une liste publiée par la juridiction hors Union;
7° " Accord éligible en vigueur entre autorités compétentes " : un accord entre les autorités compétentes d'un Etat membre et une juridiction hors Union et qui impose l'échange automatique et obligatoire d'informations équivalentes à celles spécifiés à l'article 64quinquies/6, § 2, confirmé par un acte d'exécution conformément à l'article 8bisquater, § 7, de la directive;
8° " Activité concernée " : une activité exercée en échange d'une Contrepartie et consistant en :
a) la location de biens immobiliers, y compris à usage résidentiel et commercial, ainsi que tout autre bien immeuble et emplacement de stationnement;
b) un Service personnel;
c) la vente de Biens;
d) la location de tout mode de transport.
Le terme " Activité concernée " n'inclut pas les activités exercées par un Vendeur agissant en qualité d'employé de l'Opérateur de Plateforme déclarant ou d'une Entité liée à l'Opérateur de Plateforme;
9° " Activité concernée qualifiée " : toute Activité concernée soumise à l'échange automatique en vertu d'un Accord éligible en vigueur entre autorités compétentes;
10° " Contrepartie " : une compensation, sous quelque forme que ce soit, hors frais, commissions ou taxes retenus ou prélevés par l'Opérateur de Plateforme déclarant, qui est versée ou créditée à un Vendeur dans le cadre de l'Activité concernée, dont le montant est connu ou peut être raisonnablement connu de l'Opérateur de Plateforme;
11° " Service personnel " : un service correspondant à un travail à l'heure ou à la tâche qui est exécuté par une ou plusieurs personnes physiques agissant soit de manière indépendante soit pour le compte d'une Entité, et qui est fourni à la demande d'un utilisateur, soit en ligne soit physiquement hors ligne, après avoir été facilité par l'intermédiaire d'une Plateforme.
B. Vendeurs à déclarer
1° " Vendeur " : un utilisateur de Plateforme, qu'il s'agisse d'une personne physique ou d'une Entité, qui est enregistré sur la Plateforme à tout moment au cours de la Période de déclaration et qui exerce l'Activité concernée;
2° " Vendeur actif " : tout Vendeur qui fournit une Activité concernée au cours de la Période de déclaration ou à qui est versée ou créditée une Contrepartie pour une Activité concernée au cours de la Période de déclaration;
3° " Vendeur à déclarer " : tout Vendeur actif, autre qu'un Vendeur exclu, qui est résident d'un Etat membre ou qui a donné en location des biens immobiliers situés dans un Etat membre; 4° " Vendeur exclu " : tout Vendeur : a) qui est une Entité publique;
b) qui est une Entité dont les actions font l'objet de transactions régulières sur un marché boursier réglementé ou une Entité liée à une Entité dont les actions font l'objet de transactions régulières sur un marché boursier réglementé;
c) qui est une Entité pour laquelle l'Opérateur de la Plateforme a facilité, au moyen de la location de biens immobiliers, plus de 2 000 Activités concernées en lien avec un Lot au cours de la Période de déclaration; ou
d) pour lequel l'Opérateur de Plateforme a facilité, au moyen de la vente de Biens, moins de 30 Activités concernées, pour lesquelles le montant total de la Contrepartie versée ou créditée n'a pas dépassé 2 000 euros au cours de la Période de déclaration.
C. Autres définitions
1° " Entité " : une personne morale ou une construction juridique, telle qu'une société de capitaux, une société de personnes, un trust ou une fondation. Une Entité est une Entité liée à une autre Entité si l'une des deux Entités contrôle l'autre ou si ces deux Entités sont placées sous un contrôle conjoint. A ce titre, le contrôle comprend la participation directe ou indirecte supérieure à 50% des droits de vote ou de la valeur d'une Entité. Dans le cas d'une participation indirecte, le respect de l'exigence relative à la détention de plus de 50% du droit de propriété dans le capital de l'autre Entité est déterminé en multipliant les taux de détention successivement aux différents niveaux. Une personne détenant plus de 50% des droits de vote est réputée détenir 100% de ces droits;
2° " Entité publique " : le Gouvernement d'un Etat membre ou d'une autre juridiction, une subdivision politique d'un Etat membre ou d'une autre juridiction (ce qui comprend un Etat, une province, un comté ou une municipalité) ou tout établissement ou organisme détenu intégralement par les entités précitées (chacun constituant une " Entité publique ");
3° " NIF " : acronyme qui désigne un numéro d'identification fiscale, émis par un Etat membre, ou son équivalent fonctionnel en l'absence de numéro d'identification fiscale;
4° " Numéro d'identification T.V.A. " : le numéro unique qui identifie un assujetti ou une entité juridique non assujettie qui sont enregistrés aux fins de la taxe sur la valeur ajoutée;
5° " Adresse principale " : l'adresse de la résidence principale d'un Vendeur ayant la qualité de personne physique et l'adresse du siège social d'un Vendeur ayant la qualité d'Entité;
6° " Période de déclaration " : l'année civile pour laquelle la déclaration est effectuée conformément à l'article 64quinquies/6;
7° " Lot " : toutes les unités immobilières situées à la même adresse, appartenant au même propriétaire et proposées à la location sur une Plateforme par le même Vendeur;
8° " Identifiant du compte financier " : le numéro ou la référence d'identification unique du compte bancaire, ou de tout autre compte de services de paiement similaire, sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dont dispose l'Opérateur de Plateforme;
9° " Bien " : tout bien corporel.
§ 2. Aux fins du paragraphe 1er, point A., 4°, b), lorsque l'Opérateur de Plateforme y visé choisit de s'enregistrer auprès de l'autorité compétente belge, la procédure administrative pour l'enregistrement unique de cet Opérateur de Plateforme est la suivante :
1° l'Opérateur de Plateforme s'enregistre auprès de l'autorité compétente belge, lorsqu'il débute son activité d'Opérateur de Plateforme;
2° l'Opérateur de Plateforme déclarant communique à l'autorité compétente belge les informations suivantes :
a) nom;
b) adresse postale;
c) adresses électroniques, sites internet inclus;
d) tout NIF délivré à l'Opérateur de Plateforme déclarant;
e) déclaration comprenant des informations concernant l'identification du dit Opérateur de Plateforme déclarant à la T.V.A. au sein de l'Union, conformément au titre XII, chapitre 6, sections 2 et 3, de la directive européenne 2006/112/CE du Conseil du 28 novembre 2006 relative au système commun de taxe sur la valeur ajoutée;
f) les Etats membres desquels les Vendeurs à déclarer sont résidents, conformément à l'article 64quinquies/5, point D;
3° l'Opérateur de Plateforme déclarant notifie à l'autorité compétente belge toute modification des informations prévues au 2° ;
4° l'autorité compétente belge attribue un numéro d'identification individuel à l'Opérateur de Plateforme déclarant et le notifie aux autorités compétentes de tous les Etats membres par voie électronique;
5° l'autorité compétente belge demande à la Commission européenne de radier l'Opérateur de Plateforme déclarant du registre central dans les cas suivants:
a) l'Opérateur de Plateforme notifie à l'autorité compétente belge qu'il n'exerce plus aucune activité en tant qu'Opérateur de Plateforme;
b) en l'absence de notification en vertu du a), il existe des raisons de supposer que l'activité de l'Opérateur de Plateforme a cessé;
c) l'Opérateur de Plateforme ne remplit plus les conditions établies au paragraphe 1er, point A., 4°, b);
d) l'autorité compétente belge a révoqué l'enregistrement conformément au 7° ;
6° l'autorité compétente belge notifie immédiatement la Commission européenne de tout Opérateur de Plateforme, au sens du paragraphe 1er, point A., 4°, b), qui commence son activité en tant qu'Opérateur de Plateforme sans s'être enregistré conformément au présent paragraphe;
7° lorsqu'un Opérateur de Plateforme déclarant ne satisfait pas à l'obligation de déclaration prévue à l'article 64quinquies/6, § 1er, 3°, après deux rappels adressés par l'autorité compétente belge, l'autorité compétente belge prend, sans préjudice de l'article 63, § 2, 6°, les mesures nécessaires pour révoquer l'enregistrement de l'opérateur de la plateforme déclarant effectué conformément au présent paragraphe. L'enregistrement est révoqué au plus tard après l'expiration d'un délai de nonante jours, mais pas avant l'expiration d'un délai de trente jours après le deuxième rap ]1
A. Opérateurs de Plateformes déclarants
1° " Plateforme " : tout logiciel, y compris tout ou partie d'un site internet, ainsi que les applications, y compris les applications mobiles, qui sont accessibles aux utilisateurs et qui permettent aux Vendeurs d'être connectés à d'autres utilisateurs afin d'exercer, directement ou indirectement, une Activité concernée destinée à ces autres utilisateurs. Il inclut également tout mécanisme de perception et de paiement d'une Contrepartie pour l'Activité concernée.
Le terme " Plateforme " n'englobe pas les logiciels qui, sans intervenir autrement dans l'exercice d'une Activité concernée, permettent exclusivement :
a) de traiter les paiements liés à l'Activité concernée;
b) aux utilisateurs, de répertorier une Activité concernée ou d'en faire la publicité;
c) de rediriger ou de transférer les utilisateurs vers une Plateforme;
2° " Opérateur de Plateforme " : une Entité concluant un contrat avec des Vendeurs pour mettre à la disposition de ces derniers tout ou partie d'une Plateforme;
3° " Opérateur de Plateforme exclu " : un Opérateur de Plateforme qui a démontré d'avance et démontre sur une base annuelle que l'ensemble du modèle commercial de ladite Plateforme est tel qu'il ne compte aucun Vendeur à déclarer, et ce à la satisfaction de l'autorité compétente de l'Etat membre auquel, conformément aux règles énoncées à l'article 64quinquies/6, § 1er, 1° à 3°, il aurait dû communiquer des informations;
4° " Opérateur de Plateforme déclarant " : tout Opérateur de Plateforme, autre qu'un Opérateur de Plateforme exclu, se trouvant dans l'une des situations suivantes :
a) il est résident fiscal en Région wallonne ou, lorsque ledit Opérateur de Plateforme n'a pas de résidence fiscale dans un Etat membre, remplit l'une des conditions suivantes :
- il est constitué ou régi par le droit de la Région wallonne;
- son siège de direction (y compris son siège de direction effective) se trouve sur le territoire de la Région wallonne;
- il possède un établissement stable sur le territoire de la Région wallonne et n'est pas un Opérateur de Plateforme qualifié hors Union.
Si un Opérateur de Plateforme est résident fiscal dans plus d'un Etat membre ou possède un établissement stable dans plus d'un Etat membre, il choisit l'un de ces Etats membres pour s'acquitter des obligations de déclaration qui lui incombent et qui sont visées par l'Annexe V, Section III, à la directive. L'Opérateur de Plateforme notifie son choix à l'ensemble des autorités compétentes de ces Etats membres. Lorsque cet Opérateur de Plateforme choisit de s'acquitter en Belgique de ses obligations précitées de déclaration, il est considéré comme un Opérateur de Plateforme déclarant au sens des articles 64quinquies/4 à 64quinquies/8;
b) il n'est ni résident fiscal d'un Etat membre, ni constitué ou géré dans un Etat membre, ni ne possède d'établissement stable dans un Etat membre, mais il facilite l'exercice d'une Activité concernée par des Vendeurs à déclarer ou une Activité concernée consistant en la location de biens immobiliers situés dans un Etat membre et n'est pas un Opérateur de Plateforme qualifié hors Union. Dans ce cas, cet Opérateur de Plateforme est tenu de s'enregistrer dans l'Union et, lorsque cet Opérateur de Plateforme choisit de s'enregistrer auprès de l'autorité compétente belge, l'autorité compétente belge attribue un numéro d'identification individuel à cet Opérateur de Plateforme et il est considéré comme un Opérateur de Plateforme déclarant au sens des articles 64quinquies/4 à 64quinquies/8.
Un Opérateur de Plateforme déclarant peut choisir de s'enregistrer auprès de l'autorité compétente d'un seul Etat membre, suivant les règles de procédure du § 2 lorsqu'il choisit de s'enregistrer en Belgique.
Un tel Opérateur de Plateforme déclarant dont l'enregistrement a été révoqué conformément au § 2, 7°, [2 ou conformément à une disposition analogue d'un autre Etat membre,]2 ne peut être autorisé à se réenregistrer qu'à la condition de fournir à l'autorité compétente belge des garanties suffisantes de son engagement à remplir les obligations en matière de déclaration au sein de l'Union, y compris celles auxquelles il ne s'est pas encore conformé;
5° " Opérateur de Plateforme qualifié hors Union " : un Opérateur de Plateforme facilitant des Activités concernées qui sont toutes également des Activités concernées qualifiées et qui est résident fiscal d'une Juridiction qualifiée hors Union ou, s'il n'a pas de résidence fiscale dans une Juridiction qualifiée hors Union, qui remplit l'une des conditions suivantes :
a) il est constitué conformément à la législation d'une Juridiction qualifiée hors Union; ou
b) son siège de direction (y compris son siège de direction effective) se trouve dans une Juridiction qualifiée hors Union;
6° " Juridiction qualifiée hors Union " : une juridiction hors Union qui a conclu un accord éligible en vigueur entre autorités compétentes avec les autorités compétentes de tous les Etats membres identifiés comme étant des juridictions devant faire l'objet d'une déclaration dans une liste publiée par la juridiction hors Union;
7° " Accord éligible en vigueur entre autorités compétentes " : un accord entre les autorités compétentes d'un Etat membre et une juridiction hors Union et qui impose l'échange automatique et obligatoire d'informations équivalentes à celles spécifiés à l'article 64quinquies/6, § 2, confirmé par un acte d'exécution conformément à l'article 8bisquater, § 7, de la directive;
8° " Activité concernée " : une activité exercée en échange d'une Contrepartie et consistant en :
a) la location de biens immobiliers, y compris à usage résidentiel et commercial, ainsi que tout autre bien immeuble et emplacement de stationnement;
b) un Service personnel;
c) la vente de Biens;
d) la location de tout mode de transport.
Le terme " Activité concernée " n'inclut pas les activités exercées par un Vendeur agissant en qualité d'employé de l'Opérateur de Plateforme déclarant ou d'une Entité liée à l'Opérateur de Plateforme;
9° " Activité concernée qualifiée " : toute Activité concernée soumise à l'échange automatique en vertu d'un Accord éligible en vigueur entre autorités compétentes;
10° " Contrepartie " : une compensation, sous quelque forme que ce soit, hors frais, commissions ou taxes retenus ou prélevés par l'Opérateur de Plateforme déclarant, qui est versée ou créditée à un Vendeur dans le cadre de l'Activité concernée, dont le montant est connu ou peut être raisonnablement connu de l'Opérateur de Plateforme;
11° " Service personnel " : un service correspondant à un travail à l'heure ou à la tâche qui est exécuté par une ou plusieurs personnes physiques agissant soit de manière indépendante soit pour le compte d'une Entité, et qui est fourni à la demande d'un utilisateur, soit en ligne soit physiquement hors ligne, après avoir été facilité par l'intermédiaire d'une Plateforme.
B. Vendeurs à déclarer
1° " Vendeur " : un utilisateur de Plateforme, qu'il s'agisse d'une personne physique ou d'une Entité, qui est enregistré sur la Plateforme à tout moment au cours de la Période de déclaration et qui exerce l'Activité concernée;
2° " Vendeur actif " : tout Vendeur qui fournit une Activité concernée au cours de la Période de déclaration ou à qui est versée ou créditée une Contrepartie pour une Activité concernée au cours de la Période de déclaration;
3° " Vendeur à déclarer " : tout Vendeur actif, autre qu'un Vendeur exclu, qui est résident d'un Etat membre ou qui a donné en location des biens immobiliers situés dans un Etat membre; 4° " Vendeur exclu " : tout Vendeur : a) qui est une Entité publique;
b) qui est une Entité dont les actions font l'objet de transactions régulières sur un marché boursier réglementé ou une Entité liée à une Entité dont les actions font l'objet de transactions régulières sur un marché boursier réglementé;
c) qui est une Entité pour laquelle l'Opérateur de la Plateforme a facilité, au moyen de la location de biens immobiliers, plus de 2 000 Activités concernées en lien avec un Lot au cours de la Période de déclaration; ou
d) pour lequel l'Opérateur de Plateforme a facilité, au moyen de la vente de Biens, moins de 30 Activités concernées, pour lesquelles le montant total de la Contrepartie versée ou créditée n'a pas dépassé 2 000 euros au cours de la Période de déclaration.
C. Autres définitions
1° " Entité " : une personne morale ou une construction juridique, telle qu'une société de capitaux, une société de personnes, un trust ou une fondation. Une Entité est une Entité liée à une autre Entité si l'une des deux Entités contrôle l'autre ou si ces deux Entités sont placées sous un contrôle conjoint. A ce titre, le contrôle comprend la participation directe ou indirecte supérieure à 50% des droits de vote ou de la valeur d'une Entité. Dans le cas d'une participation indirecte, le respect de l'exigence relative à la détention de plus de 50% du droit de propriété dans le capital de l'autre Entité est déterminé en multipliant les taux de détention successivement aux différents niveaux. Une personne détenant plus de 50% des droits de vote est réputée détenir 100% de ces droits;
2° " Entité publique " : le Gouvernement d'un Etat membre ou d'une autre juridiction, une subdivision politique d'un Etat membre ou d'une autre juridiction (ce qui comprend un Etat, une province, un comté ou une municipalité) ou tout établissement ou organisme détenu intégralement par les entités précitées (chacun constituant une " Entité publique ");
3° " NIF " : acronyme qui désigne un numéro d'identification fiscale, émis par un Etat membre, ou son équivalent fonctionnel en l'absence de numéro d'identification fiscale;
4° " Numéro d'identification T.V.A. " : le numéro unique qui identifie un assujetti ou une entité juridique non assujettie qui sont enregistrés aux fins de la taxe sur la valeur ajoutée;
5° " Adresse principale " : l'adresse de la résidence principale d'un Vendeur ayant la qualité de personne physique et l'adresse du siège social d'un Vendeur ayant la qualité d'Entité;
6° " Période de déclaration " : l'année civile pour laquelle la déclaration est effectuée conformément à l'article 64quinquies/6;
7° " Lot " : toutes les unités immobilières situées à la même adresse, appartenant au même propriétaire et proposées à la location sur une Plateforme par le même Vendeur;
8° " Identifiant du compte financier " : le numéro ou la référence d'identification unique du compte bancaire, ou de tout autre compte de services de paiement similaire, sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dont dispose l'Opérateur de Plateforme;
9° " Bien " : tout bien corporel.
§ 2. Aux fins du paragraphe 1er, point A., 4°, b), lorsque l'Opérateur de Plateforme y visé choisit de s'enregistrer auprès de l'autorité compétente belge, la procédure administrative pour l'enregistrement unique de cet Opérateur de Plateforme est la suivante :
1° l'Opérateur de Plateforme s'enregistre auprès de l'autorité compétente belge, lorsqu'il débute son activité d'Opérateur de Plateforme;
2° l'Opérateur de Plateforme déclarant communique à l'autorité compétente belge les informations suivantes :
a) nom;
b) adresse postale;
c) adresses électroniques, sites internet inclus;
d) tout NIF délivré à l'Opérateur de Plateforme déclarant;
e) déclaration comprenant des informations concernant l'identification du dit Opérateur de Plateforme déclarant à la T.V.A. au sein de l'Union, conformément au titre XII, chapitre 6, sections 2 et 3, de la directive européenne 2006/112/CE du Conseil du 28 novembre 2006 relative au système commun de taxe sur la valeur ajoutée;
f) les Etats membres desquels les Vendeurs à déclarer sont résidents, conformément à l'article 64quinquies/5, point D;
3° l'Opérateur de Plateforme déclarant notifie à l'autorité compétente belge toute modification des informations prévues au 2° ;
4° l'autorité compétente belge attribue un numéro d'identification individuel à l'Opérateur de Plateforme déclarant et le notifie aux autorités compétentes de tous les Etats membres par voie électronique;
5° l'autorité compétente belge demande à la Commission européenne de radier l'Opérateur de Plateforme déclarant du registre central dans les cas suivants:
a) l'Opérateur de Plateforme notifie à l'autorité compétente belge qu'il n'exerce plus aucune activité en tant qu'Opérateur de Plateforme;
b) en l'absence de notification en vertu du a), il existe des raisons de supposer que l'activité de l'Opérateur de Plateforme a cessé;
c) l'Opérateur de Plateforme ne remplit plus les conditions établies au paragraphe 1er, point A., 4°, b);
d) l'autorité compétente belge a révoqué l'enregistrement conformément au 7° ;
6° l'autorité compétente belge notifie immédiatement la Commission européenne de tout Opérateur de Plateforme, au sens du paragraphe 1er, point A., 4°, b), qui commence son activité en tant qu'Opérateur de Plateforme sans s'être enregistré conformément au présent paragraphe;
7° lorsqu'un Opérateur de Plateforme déclarant ne satisfait pas à l'obligation de déclaration prévue à l'article 64quinquies/6, § 1er, 3°, après deux rappels adressés par l'autorité compétente belge, l'autorité compétente belge prend, sans préjudice de l'article 63, § 2, 6°, les mesures nécessaires pour révoquer l'enregistrement de l'opérateur de la plateforme déclarant effectué conformément au présent paragraphe. L'enregistrement est révoqué au plus tard après l'expiration d'un délai de nonante jours, mais pas avant l'expiration d'un délai de trente jours après le deuxième rap ]1
Art. 64quinquies /6. [1 § 1. Het tijdstip en de wijze van rapporteren van de informatie bedoeld bij artikel 64quinquies/4, § 1, zijn de volgende:
1° Een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder a), lid 1, rapporteert aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat die is bepaald overeenkomstig paragraaf 2, bedoelde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt. Indien er meer dan één rapporterende platformexploitant is, is eenieder onder hen die overeenkomstig het recht dat van toepassing is in het Waalse Gewest dat dezelfde inlichtingen door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd, vrijgesteld van de verplichting die inlichtingen te rapporteren ;
2° een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder a), tweede lid, kiest een van die lidstaten uit waarin hij aan de rapportageverplichtingen van dit artikel zal voldoen. Wanneer hij ervoor kiest in België aan de rapportageverplichtingen als bedoeld in dit artikel te voldoen overeenkomstig artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, a), lid 2, deelt een rapporterende platformexploitant de in paragraaf 2 genoemde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode aan de Belgische bevoegde autoriteit, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper. Indien er meer dan één rapporterende platformexploitant is, is eenieder onder hen die overeenkomstig het nationale recht kan aantonen dat dezelfde inlichtingen door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd in een andere lidstaat, vrijgesteld van de verplichting die inlichtingen te rapporteren;
3° Een platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder b), rapporteert de in paragraaf 2 genoemde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode aan de Belgische bevoegde autoriteit wanneer hij geregistreerd is bij deze Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), lid 2, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper ;
4° niettegenstaande het bepaalde punt 3°, is een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., punt 4°, onder b), niet verplicht de in paragraaf 2 bedoelde informatie te verstrekken met betrekking tot gekwalificeerde relevante activiteiten die vallen onder een vigerende adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten, die reeds voorziet in de automatische uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen met een lidstaat over te rapporteren verkopers die ingezetene zijn van die lidstaat
5° Een rapporterende platformexploitant verstrekt tevens de in paragraaf 2, punten 2 en 3, bedoelde inlichtingen aan de te rapporteren verkoper waarop zij betrekking hebben, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper ;
6° de inlichtingen met betrekking tot de tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd in een fiduciaire valuta, worden gerapporteerd in de munt waarin zij is betaald of gecrediteerd. Ingeval de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd in een andere vorm dan een fiduciaire valuta, worden de inlichtingen gerapporteerd in de lokale munt, omgezet of gewaardeerd op een door de rapporterende platformexploitant consistent vastgestelde wijze ;
7° inlichtingen over de tegenprestatie en andere bedragen worden gerapporteerd voor het kwartaal van de rapportageperiode waarin de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd.
§ 2. Elke rapporterende platformexploitant rapporteert de volgende inlichtingen :
1° naam, geregistreerd kantooradres, fiscaal identificatienummer en, in voorkomend geval, het op grond van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), lid 2, toegewezen individueel identificatienummer van de rapporterende platformexploitant, alsook handelsnaam (-namen) van het platform (de platforms) waarover de rapporterende platformexploitant rapporteert;
2° met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van een onroerend goed :
m) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
n) de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is in de zin van artikel 64quinquies/5, punt D., niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
o) indien verschillend van de naam van de te rapporteren verkoper, bovenop de identificatiecode van de financiële rekening, de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
p) elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper voor de toepassing van artikelen 64bis tot 64duodecies een ingezetene is als bepaald op grond van artikel 64quinquies/5, punt D.;
q) de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten waarvoor deze is betaald of gecrediteerd;
r) alle honoraria, commissielonen of belastingen die door het rapporterende platform tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode ingehouden of geheven werden
3° met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van een onroerend goed :
q) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
r) de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is in de zin van artikel 64quinquies/5, punt D., onderdeel D, niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
s) indien verschillend van de naam van de te rapporteren verkoper, bovenop de identificatiecode van de financiële rekening, de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
t) elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper voor de toepassing van de artikelen 64bis tot 64duodecies, als bepaald op grond van artikel 64quinquies/5, punt D. een ingezetene is van deel II, onderdeel D.;
u) het postadres van elke eigendomslijst, vastgesteld op basis van de procedures als omschreven in artikel 64quinquies/5, punt E., en het respectieve kadasternummer of het equivalent daarvan in het nationaal recht van de lidstaat waar het gelegen is, indien beschikbaar;
v) de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten dat is verricht voor elke eigendomslijst;
w) alle honoraria, commissielonen of belastingen die door het rapporterende platform tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode ingehouden of geheven werden;
x) indien beschikbaar, het aantal verhuurdagen voor elke eigendomslijst tijdens de rapportageperiode en het type van elke eigendomslijst. ]1
1° Een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder a), lid 1, rapporteert aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat die is bepaald overeenkomstig paragraaf 2, bedoelde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt. Indien er meer dan één rapporterende platformexploitant is, is eenieder onder hen die overeenkomstig het recht dat van toepassing is in het Waalse Gewest dat dezelfde inlichtingen door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd, vrijgesteld van de verplichting die inlichtingen te rapporteren ;
2° een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder a), tweede lid, kiest een van die lidstaten uit waarin hij aan de rapportageverplichtingen van dit artikel zal voldoen. Wanneer hij ervoor kiest in België aan de rapportageverplichtingen als bedoeld in dit artikel te voldoen overeenkomstig artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, a), lid 2, deelt een rapporterende platformexploitant de in paragraaf 2 genoemde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode aan de Belgische bevoegde autoriteit, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper. Indien er meer dan één rapporterende platformexploitant is, is eenieder onder hen die overeenkomstig het nationale recht kan aantonen dat dezelfde inlichtingen door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd in een andere lidstaat, vrijgesteld van de verplichting die inlichtingen te rapporteren;
3° Een platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder b), rapporteert de in paragraaf 2 genoemde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode aan de Belgische bevoegde autoriteit wanneer hij geregistreerd is bij deze Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), lid 2, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper ;
4° niettegenstaande het bepaalde punt 3°, is een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., punt 4°, onder b), niet verplicht de in paragraaf 2 bedoelde informatie te verstrekken met betrekking tot gekwalificeerde relevante activiteiten die vallen onder een vigerende adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten, die reeds voorziet in de automatische uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen met een lidstaat over te rapporteren verkopers die ingezetene zijn van die lidstaat
5° Een rapporterende platformexploitant verstrekt tevens de in paragraaf 2, punten 2 en 3, bedoelde inlichtingen aan de te rapporteren verkoper waarop zij betrekking hebben, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper ;
6° de inlichtingen met betrekking tot de tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd in een fiduciaire valuta, worden gerapporteerd in de munt waarin zij is betaald of gecrediteerd. Ingeval de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd in een andere vorm dan een fiduciaire valuta, worden de inlichtingen gerapporteerd in de lokale munt, omgezet of gewaardeerd op een door de rapporterende platformexploitant consistent vastgestelde wijze ;
7° inlichtingen over de tegenprestatie en andere bedragen worden gerapporteerd voor het kwartaal van de rapportageperiode waarin de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd.
§ 2. Elke rapporterende platformexploitant rapporteert de volgende inlichtingen :
1° naam, geregistreerd kantooradres, fiscaal identificatienummer en, in voorkomend geval, het op grond van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), lid 2, toegewezen individueel identificatienummer van de rapporterende platformexploitant, alsook handelsnaam (-namen) van het platform (de platforms) waarover de rapporterende platformexploitant rapporteert;
2° met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van een onroerend goed :
m) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
n) de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is in de zin van artikel 64quinquies/5, punt D., niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
o) indien verschillend van de naam van de te rapporteren verkoper, bovenop de identificatiecode van de financiële rekening, de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
p) elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper voor de toepassing van artikelen 64bis tot 64duodecies een ingezetene is als bepaald op grond van artikel 64quinquies/5, punt D.;
q) de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten waarvoor deze is betaald of gecrediteerd;
r) alle honoraria, commissielonen of belastingen die door het rapporterende platform tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode ingehouden of geheven werden
3° met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van een onroerend goed :
q) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
r) de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is in de zin van artikel 64quinquies/5, punt D., onderdeel D, niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
s) indien verschillend van de naam van de te rapporteren verkoper, bovenop de identificatiecode van de financiële rekening, de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
t) elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper voor de toepassing van de artikelen 64bis tot 64duodecies, als bepaald op grond van artikel 64quinquies/5, punt D. een ingezetene is van deel II, onderdeel D.;
u) het postadres van elke eigendomslijst, vastgesteld op basis van de procedures als omschreven in artikel 64quinquies/5, punt E., en het respectieve kadasternummer of het equivalent daarvan in het nationaal recht van de lidstaat waar het gelegen is, indien beschikbaar;
v) de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten dat is verricht voor elke eigendomslijst;
w) alle honoraria, commissielonen of belastingen die door het rapporterende platform tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode ingehouden of geheven werden;
x) indien beschikbaar, het aantal verhuurdagen voor elke eigendomslijst tijdens de rapportageperiode en het type van elke eigendomslijst. ]1
Art. 64quinquies /4.[1 § 1er. Les Opérateurs de Plateformes déclarants accomplissent les procédures de diligence raisonnable et remplissent les obligations de déclaration énoncées aux articles 64quinquies/5 et 64quinquies/6, en conformité avec les articles 64quinquies/7 et 64quinquies/8 réglant leur mise en oeuvre effective.
§ 2. Conformément aux procédures de diligence raisonnable et aux obligations de déclaration figurant aux articles 64quinquies/5 et 64quinquies/6, l'autorité compétente d'un Etat membre dans lequel la déclaration conformément au paragraphe 1er a été effectuée communique, au moyen d'un échange automatique et dans le délai fixé au paragraphe 3, à l'autorité compétente de l'Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident, déterminé conformément à l'article 64quinquies/5, point D., et, dans les cas où le Vendeur à déclarer fournit des services de location de biens immobiliers, en tout état de cause à l'autorité compétente de l'Etat membre dans lequel les biens immobiliers sont situés, les informations suivantes concernant chaque Vendeur à déclarer :
a) le nom, l'adresse du siège social, le NIF et, le cas échéant, le numéro d'identification individuelle attribué conformément à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), alinéa 2, de l'Opérateur de Plateforme déclarant, ainsi que la ou les raisons commerciales de la ou des Plateformes pour lesquelles l'Opérateur de Plateforme déclarant effectue la déclaration;
b) le prénom et le nom du Vendeur à déclarer s'il s'agit d'une personne physique, et la dénomination sociale du Vendeur à déclarer ayant la qualité d'Entité;
c) l'Adresse principale;
d) tout NIF du Vendeur à déclarer, comprenant la mention de chaque Etat-membre d'émission, ou en l'absence de NIF, le lieu de naissance du Vendeur à déclarer ayant la qualité de personne physique;
e) le numéro d'immatriculation d'entreprise du Vendeur à déclarer ayant la qualité d'Entité;
f) le numéro d'identification T.V.A. du Vendeur à déclarer, le cas échéant;
g) la date de naissance du Vendeur ayant la qualité de personne physique;
h) l'Identifiant du compte financier sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dans la mesure où celui-ci est disponible pour l'Opérateur de Plateforme déclarant et où l'autorité compétente de l'Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident au sens de l'article 64quinquies/5, point D., n'a pas notifié aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres qu'elle n'a pas l'intention d'utiliser l'Identifiant du compte financier à cette fin;
i) lorsqu'il diffère du nom du Vendeur à déclarer, en plus de l'Identifiant du compte financier, le nom du titulaire du compte financier sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dans la mesure où l'Opérateur de Plateforme déclarant en dispose, ainsi que toute autre information d'identification financière dont dispose l'Opérateur de Plateforme déclarant en ce qui concerne le titulaire de ce compte;
j) chaque Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident, déterminé conformément à l'article 64quinquies/5, point D.;
k) le montant total de la Contrepartie versée ou créditée au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration et le nombre d'Activités concernées pour lesquelles elle a été versée ou créditée;
l) tous frais, commissions ou taxes retenus ou prélevés par la Plateforme déclarante au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration.
Lorsque le Vendeur à déclarer fournit des services de location de biens immobiliers, les informations supplémentaires suivantes sont communiquées :
a) l'adresse de chaque Lot, déterminée sur la base des procédures prévues à l'article 64quinquies/5, point E., et le numéro d'enregistrement foncier correspondant ou son équivalent dans le droit national de l'Etat membre où il se situe, s'il est disponible;
b) le montant total de la Contrepartie versée ou créditée au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration et le nombre d'Activités concernées réalisées en lien avec chaque Lot;
c) le cas échéant, le nombre de jours de location pour chaque Lot au cours de la Période de déclaration et le type correspondant à chacun de ces Lots.
§ 3. La communication prévue au paragraphe 2 est effectuée à l'aide du format informatique standard conçu pour faciliter cet échange automatique adopté par la Commission européenne, conformément aux articles 20, § 4, et 26, § 2, de la directive, dans les deux mois qui suivent la fin de la Période de déclaration à laquelle se rapportent les obligations de déclaration applicables à l'Opérateur de Plateforme déclarant. Les premières informations sont communiquées pour les Périodes devant faire l'objet d'une déclaration à partir du 1er janvier 2023.
§ 4. Lorsqu'un Opérateur de Plateforme est considéré comme un Opérateur de Plateforme exclu, l'autorité compétente de l'Etat membre dans lequel la démonstration visée à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 3°, a été fournie, en informe les autorités compétentes de tous les autres Etats membres, ainsi que de toute modification ultérieure. ]1
§ 2. Conformément aux procédures de diligence raisonnable et aux obligations de déclaration figurant aux articles 64quinquies/5 et 64quinquies/6, l'autorité compétente d'un Etat membre dans lequel la déclaration conformément au paragraphe 1er a été effectuée communique, au moyen d'un échange automatique et dans le délai fixé au paragraphe 3, à l'autorité compétente de l'Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident, déterminé conformément à l'article 64quinquies/5, point D., et, dans les cas où le Vendeur à déclarer fournit des services de location de biens immobiliers, en tout état de cause à l'autorité compétente de l'Etat membre dans lequel les biens immobiliers sont situés, les informations suivantes concernant chaque Vendeur à déclarer :
a) le nom, l'adresse du siège social, le NIF et, le cas échéant, le numéro d'identification individuelle attribué conformément à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), alinéa 2, de l'Opérateur de Plateforme déclarant, ainsi que la ou les raisons commerciales de la ou des Plateformes pour lesquelles l'Opérateur de Plateforme déclarant effectue la déclaration;
b) le prénom et le nom du Vendeur à déclarer s'il s'agit d'une personne physique, et la dénomination sociale du Vendeur à déclarer ayant la qualité d'Entité;
c) l'Adresse principale;
d) tout NIF du Vendeur à déclarer, comprenant la mention de chaque Etat-membre d'émission, ou en l'absence de NIF, le lieu de naissance du Vendeur à déclarer ayant la qualité de personne physique;
e) le numéro d'immatriculation d'entreprise du Vendeur à déclarer ayant la qualité d'Entité;
f) le numéro d'identification T.V.A. du Vendeur à déclarer, le cas échéant;
g) la date de naissance du Vendeur ayant la qualité de personne physique;
h) l'Identifiant du compte financier sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dans la mesure où celui-ci est disponible pour l'Opérateur de Plateforme déclarant et où l'autorité compétente de l'Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident au sens de l'article 64quinquies/5, point D., n'a pas notifié aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres qu'elle n'a pas l'intention d'utiliser l'Identifiant du compte financier à cette fin;
i) lorsqu'il diffère du nom du Vendeur à déclarer, en plus de l'Identifiant du compte financier, le nom du titulaire du compte financier sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dans la mesure où l'Opérateur de Plateforme déclarant en dispose, ainsi que toute autre information d'identification financière dont dispose l'Opérateur de Plateforme déclarant en ce qui concerne le titulaire de ce compte;
j) chaque Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident, déterminé conformément à l'article 64quinquies/5, point D.;
k) le montant total de la Contrepartie versée ou créditée au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration et le nombre d'Activités concernées pour lesquelles elle a été versée ou créditée;
l) tous frais, commissions ou taxes retenus ou prélevés par la Plateforme déclarante au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration.
Lorsque le Vendeur à déclarer fournit des services de location de biens immobiliers, les informations supplémentaires suivantes sont communiquées :
a) l'adresse de chaque Lot, déterminée sur la base des procédures prévues à l'article 64quinquies/5, point E., et le numéro d'enregistrement foncier correspondant ou son équivalent dans le droit national de l'Etat membre où il se situe, s'il est disponible;
b) le montant total de la Contrepartie versée ou créditée au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration et le nombre d'Activités concernées réalisées en lien avec chaque Lot;
c) le cas échéant, le nombre de jours de location pour chaque Lot au cours de la Période de déclaration et le type correspondant à chacun de ces Lots.
§ 3. La communication prévue au paragraphe 2 est effectuée à l'aide du format informatique standard conçu pour faciliter cet échange automatique adopté par la Commission européenne, conformément aux articles 20, § 4, et 26, § 2, de la directive, dans les deux mois qui suivent la fin de la Période de déclaration à laquelle se rapportent les obligations de déclaration applicables à l'Opérateur de Plateforme déclarant. Les premières informations sont communiquées pour les Périodes devant faire l'objet d'une déclaration à partir du 1er janvier 2023.
§ 4. Lorsqu'un Opérateur de Plateforme est considéré comme un Opérateur de Plateforme exclu, l'autorité compétente de l'Etat membre dans lequel la démonstration visée à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 3°, a été fournie, en informe les autorités compétentes de tous les autres Etats membres, ainsi que de toute modification ultérieure. ]1
Art. 64quinquies /5. [1 § 1. De volgende procedures zijn van toepassing om na te gaan wie te rapporteren verkopers zijn.
E. Verkopers die niet moeten worden gecontroleerd
Om te bepalen of een verkoper die een entiteit is, als uitgesloten verkoper kan gelden in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt B., 4°, a) en b), kan een rapporterende platformexploitant zich baseren op publiekelijk beschikbare informatie of een bevestiging van de verkoper die een entiteit is.
Om te bepalen of een verkoper kan gelden als een uitgesloten verkoper in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt B., 4°, c) en d), kan een rapporterende platformexploitant zich baseren op de registers waarover hij beschikt
F. Verzameling van inlichtingen over de verkoper
1° De rapporterende platformexploitant verzamelt alle volgende inlichtingen voor elke verkoper die een natuurlijke persoon en geen uitgesloten verkoper is :
k) voor- en achternaam;
l) het hoofdadres;
m) elk aan die verkoper afgegeven TIN, met vermelding van elke lidstaat van afgifte, en bij gebrek daaraan, de geboorteplaats van die verkoper ;
n) het btw-identificatienummer van de te rapporteren verkoper, indien van toepassing;
o) de geboortedatum;
2° de rapporterende platformexploitant verzamelt alle volgende inlichtingen voor elke verkoper die een entiteit en geen uitgesloten verkoper is :
m) de wettelijke benaming ;
n) het hoofdadres;
o) elk aan die verkoper afgeven TIN, met vermelding van elke lidstaat van afgifte
p) het btw-identificatienummer van die verkoper, indien van toepassing;
q) het bedrijfsregistratienummer ;
r) het bestaan van elke vaste inrichting via welke relevante activiteiten worden verricht in de Unie, voor zover van toepassing, met aanduiding van elke respectieve lidstaat waar een dergelijke vaste inrichting is gelegen ;
3° Niettegenstaande het bepaalde in 1 en 2, is de rapporterende platformexploitant niet verplicht de inlichtingen als bedoeld in 1°, onder b) tot en met e), en in 2°, onder b) tot en met f) te verzamelen indien de inlichtingen gebaseerd zijn op een directe bevestiging van de identiteit en de woonplaats van de verkoper via een identificatiedienst die door een lidstaat of de Unie beschikbaar is gesteld om de identiteit en de fiscale woonplaats van de verkoper vast te stellen ;
4° niettegenstaande het bepaalde 1°, onder c), en in 2,° onder c) en e), is de rapporterende platformexploitant niet verplicht het TIN of, naargelang het geval, het bedrijfsregistratienummer te verzamelen in de volgende gevallen :
e) de lidstaat waarvan de verkoper een ingezetene is, geeft geen TIN of bedrijfsregistratienummer af aan de verkoper;
f) de lidstaat waarvan de verkoper een ingezetene is, verlangt niet dat het aan de verkoper afgegeven TIN wordt verzameld.
C. Verificatie van de inlichtingen over de verkoper
1° de rapporterende platformexploitant bepaalt of de inlichtingen die zijn verzameld op grond van punt A, punt B, punt 1, onderdeel B, 1° punt B, onder a) tot en met e), en onderdeel E betrouwbaar zijn, door gebruik te maken van alle inlichtingen en documenten waarover hij in zijn registers beschikt, alsmede van elke elektronische interface die gratis beschikbaar is gesteld door een lidstaat of de Unie teneinde de geldigheid van het TIN en/of btw-identificatienummer vast te stellen ;
2° Niettegenstaande het bepaalde in punt 1°, kan de rapporterende platformexploitant voor de voltooiing van de due diligence-procedures op grond van punt F, 2, bepalen of de inlichtingen die zijn verzameld op grond van punt A, punt B, 1°, punt B, 2°, onder a) tot en met e), en punt E, betrouwbaar zijn door gebruik te maken van de inlichtingen en documenten waarover hij in zijn elektronisch doorzoekbare registers beschikt ;
3° in toepassing van onderdeel F, punt 3, onder b), en niettegenstaande het bepaalde in punten 1 en 2, ingeval de rapporterende platformexploitant redenen heeft om aan te nemen dat gegevens als bedoeld in onderdeel B of E onnauwkeurig kunnen zijn op basis van inlichtingen die zijn verstrekt door de bevoegde autoriteit van een lidstaat naar aanleiding van een verzoek betreffende een specifieke verkoper, verzoekt hij de verkoper de gegevens die niet correct zijn gebleken, te corrigeren, en ondersteunende documenten, gegevens of inlichtingen te verstrekken die betrouwbaar zijn en afkomstig uit een onafhankelijke bron, zoals:
e) een geldig identiteitsbewijs afgegeven door een overheidsorgaan ;
f) een recent certificaat van fiscale woonplaats.
J. Vaststelling van de lidstaat (lidstaten) waarvan de verkoper een ingezetene is
1° Een rapporterende platformexploitant beschouwt een verkoper als een ingezetene van de lidstaat waar deze zijn hoofdadres heeft. Indien verschillend van de lidstaat van het hoofdadres van de verkoper, beschouwt een rapporterende platformexploitant een verkoper ook als een ingezetene van de lidstaat die aan de verkoper een TIN heeft afgegeven. Indien de verkoper inlichtingen heeft verstrekt in verband met het bestaan van een vaste inrichting op grond van punt B., 2°, onder f), beschouwt een rapporterende platformexploitant een verkoper ook als een ingezetene van die lidstaat die de verkoper heeft opgegeven ;
2° niettegenstaande het bepaalde in punt 1°, beschouwt een rapporterende platformexploitant een verkoper als een ingezetene van elke lidstaat die wordt bevestigd door een elektronische identificatiedienst die door een lidstaat of de Unie op grond van onderdeel B, punt 3, beschikbaar is gesteld.
K. Verzameling van inlichtingen over verhuurde onroerende goederen
Indien een verkoper een relevante activiteit in verband met de verhuur van onroerend goed verricht, verzamelt de rapporterende platformexploitant de adresgegevens van elke eigendomslijst en, voor zover toegekend, het respectieve kadasternummer of het equivalent daarvan in het nationale recht van de lidstaat waar het gelegen is. Indien een rapporterende platformexploitant meer dan 2 000 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door een eigendomslijst te verhuren voor dezelfde verkoper die een entiteit is, verzamelt de rapporterende platformexploitant ondersteunende documenten, gegevens of inlichtingen waaruit blijkt dat de eigendomslijst eigendom is van dezelfde eigenaar.
L. Tijdschema en geldigheid van de due diligence-procedures
1° De rapporterende platformexploitant voltooit uiterlijk op 31 december van de rapportageperiode de due diligence-procedures zoals bedoeld in de onderdelen A tot en met E ;
2° niettegenstaande het bepaalde in punt 1, moeten voor verkopers die al op het platform waren geregistreerd op datum van 1 januari 2023 of vanaf de datum waarop een entiteit een rapporterende platformexploitant wordt, de in de onderdelen A tot en met E bedoelde due diligence-procedures worden voltooid uiterlijk op 31 december van de tweede rapportageperiode voor de rapporterende platformexploitant ;
3° Niettegenstaande het bepaalde in punt 1, kan een rapporterende platformexploitant zich baseren op de due diligence-procedures die in eerdere rapportageperioden werden uitgevoerd, mits
e) de in onderdeel B, punten 1 en 2, vereiste inlichtingen over de verkoper werden hetzij verzameld en geverifieerd, hetzij bevestigd, in de laatste 36 maanden, en
f) er voor de rapporterende platformexploitant geen redenen zijn om aan te nemen dat de inlichtingen die op grond van de onderdelen A, B, en E, zijn verzameld, onbetrouwbaar of incorrect zijn (geworden).
K. Toepassing van de due diligence-procedures uitsluitend op actieve verkopers
De rapporterende platformexploitant kan ervoor kiezen de due diligence-procedures op grond van de onderdelen A tot en met F uitsluitend op actieve verkopers toe te passen.
L. Voltooiing van de due diligence-procedures door derden
1° een rapporterende platformexploitant kan een beroep doen op een derde als dienstverrichter om de in dit deel bedoelde due diligence-verplichtingen te vervullen, maar de verantwoordelijkheid ter zake blijft bij de rapporterende platformexploitant berusten ;
2° indien een platformexploitant de due diligence-verplichtingen op grond van punt 1°, vervult voor een rapporterende platformexploitant met betrekking tot hetzelfde platform, voert die platformexploitant de due diligence-procedures op grond van de voorschriften van dit deel uit. De verantwoordelijkheid voor het vervullen van de due diligence-verplichtingen blijft bij de rapporterende platformexploitant berusten. ]1
E. Verkopers die niet moeten worden gecontroleerd
Om te bepalen of een verkoper die een entiteit is, als uitgesloten verkoper kan gelden in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt B., 4°, a) en b), kan een rapporterende platformexploitant zich baseren op publiekelijk beschikbare informatie of een bevestiging van de verkoper die een entiteit is.
Om te bepalen of een verkoper kan gelden als een uitgesloten verkoper in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt B., 4°, c) en d), kan een rapporterende platformexploitant zich baseren op de registers waarover hij beschikt
F. Verzameling van inlichtingen over de verkoper
1° De rapporterende platformexploitant verzamelt alle volgende inlichtingen voor elke verkoper die een natuurlijke persoon en geen uitgesloten verkoper is :
k) voor- en achternaam;
l) het hoofdadres;
m) elk aan die verkoper afgegeven TIN, met vermelding van elke lidstaat van afgifte, en bij gebrek daaraan, de geboorteplaats van die verkoper ;
n) het btw-identificatienummer van de te rapporteren verkoper, indien van toepassing;
o) de geboortedatum;
2° de rapporterende platformexploitant verzamelt alle volgende inlichtingen voor elke verkoper die een entiteit en geen uitgesloten verkoper is :
m) de wettelijke benaming ;
n) het hoofdadres;
o) elk aan die verkoper afgeven TIN, met vermelding van elke lidstaat van afgifte
p) het btw-identificatienummer van die verkoper, indien van toepassing;
q) het bedrijfsregistratienummer ;
r) het bestaan van elke vaste inrichting via welke relevante activiteiten worden verricht in de Unie, voor zover van toepassing, met aanduiding van elke respectieve lidstaat waar een dergelijke vaste inrichting is gelegen ;
3° Niettegenstaande het bepaalde in 1 en 2, is de rapporterende platformexploitant niet verplicht de inlichtingen als bedoeld in 1°, onder b) tot en met e), en in 2°, onder b) tot en met f) te verzamelen indien de inlichtingen gebaseerd zijn op een directe bevestiging van de identiteit en de woonplaats van de verkoper via een identificatiedienst die door een lidstaat of de Unie beschikbaar is gesteld om de identiteit en de fiscale woonplaats van de verkoper vast te stellen ;
4° niettegenstaande het bepaalde 1°, onder c), en in 2,° onder c) en e), is de rapporterende platformexploitant niet verplicht het TIN of, naargelang het geval, het bedrijfsregistratienummer te verzamelen in de volgende gevallen :
e) de lidstaat waarvan de verkoper een ingezetene is, geeft geen TIN of bedrijfsregistratienummer af aan de verkoper;
f) de lidstaat waarvan de verkoper een ingezetene is, verlangt niet dat het aan de verkoper afgegeven TIN wordt verzameld.
C. Verificatie van de inlichtingen over de verkoper
1° de rapporterende platformexploitant bepaalt of de inlichtingen die zijn verzameld op grond van punt A, punt B, punt 1, onderdeel B, 1° punt B, onder a) tot en met e), en onderdeel E betrouwbaar zijn, door gebruik te maken van alle inlichtingen en documenten waarover hij in zijn registers beschikt, alsmede van elke elektronische interface die gratis beschikbaar is gesteld door een lidstaat of de Unie teneinde de geldigheid van het TIN en/of btw-identificatienummer vast te stellen ;
2° Niettegenstaande het bepaalde in punt 1°, kan de rapporterende platformexploitant voor de voltooiing van de due diligence-procedures op grond van punt F, 2, bepalen of de inlichtingen die zijn verzameld op grond van punt A, punt B, 1°, punt B, 2°, onder a) tot en met e), en punt E, betrouwbaar zijn door gebruik te maken van de inlichtingen en documenten waarover hij in zijn elektronisch doorzoekbare registers beschikt ;
3° in toepassing van onderdeel F, punt 3, onder b), en niettegenstaande het bepaalde in punten 1 en 2, ingeval de rapporterende platformexploitant redenen heeft om aan te nemen dat gegevens als bedoeld in onderdeel B of E onnauwkeurig kunnen zijn op basis van inlichtingen die zijn verstrekt door de bevoegde autoriteit van een lidstaat naar aanleiding van een verzoek betreffende een specifieke verkoper, verzoekt hij de verkoper de gegevens die niet correct zijn gebleken, te corrigeren, en ondersteunende documenten, gegevens of inlichtingen te verstrekken die betrouwbaar zijn en afkomstig uit een onafhankelijke bron, zoals:
e) een geldig identiteitsbewijs afgegeven door een overheidsorgaan ;
f) een recent certificaat van fiscale woonplaats.
J. Vaststelling van de lidstaat (lidstaten) waarvan de verkoper een ingezetene is
1° Een rapporterende platformexploitant beschouwt een verkoper als een ingezetene van de lidstaat waar deze zijn hoofdadres heeft. Indien verschillend van de lidstaat van het hoofdadres van de verkoper, beschouwt een rapporterende platformexploitant een verkoper ook als een ingezetene van de lidstaat die aan de verkoper een TIN heeft afgegeven. Indien de verkoper inlichtingen heeft verstrekt in verband met het bestaan van een vaste inrichting op grond van punt B., 2°, onder f), beschouwt een rapporterende platformexploitant een verkoper ook als een ingezetene van die lidstaat die de verkoper heeft opgegeven ;
2° niettegenstaande het bepaalde in punt 1°, beschouwt een rapporterende platformexploitant een verkoper als een ingezetene van elke lidstaat die wordt bevestigd door een elektronische identificatiedienst die door een lidstaat of de Unie op grond van onderdeel B, punt 3, beschikbaar is gesteld.
K. Verzameling van inlichtingen over verhuurde onroerende goederen
Indien een verkoper een relevante activiteit in verband met de verhuur van onroerend goed verricht, verzamelt de rapporterende platformexploitant de adresgegevens van elke eigendomslijst en, voor zover toegekend, het respectieve kadasternummer of het equivalent daarvan in het nationale recht van de lidstaat waar het gelegen is. Indien een rapporterende platformexploitant meer dan 2 000 relevante activiteiten heeft gefaciliteerd door een eigendomslijst te verhuren voor dezelfde verkoper die een entiteit is, verzamelt de rapporterende platformexploitant ondersteunende documenten, gegevens of inlichtingen waaruit blijkt dat de eigendomslijst eigendom is van dezelfde eigenaar.
L. Tijdschema en geldigheid van de due diligence-procedures
1° De rapporterende platformexploitant voltooit uiterlijk op 31 december van de rapportageperiode de due diligence-procedures zoals bedoeld in de onderdelen A tot en met E ;
2° niettegenstaande het bepaalde in punt 1, moeten voor verkopers die al op het platform waren geregistreerd op datum van 1 januari 2023 of vanaf de datum waarop een entiteit een rapporterende platformexploitant wordt, de in de onderdelen A tot en met E bedoelde due diligence-procedures worden voltooid uiterlijk op 31 december van de tweede rapportageperiode voor de rapporterende platformexploitant ;
3° Niettegenstaande het bepaalde in punt 1, kan een rapporterende platformexploitant zich baseren op de due diligence-procedures die in eerdere rapportageperioden werden uitgevoerd, mits
e) de in onderdeel B, punten 1 en 2, vereiste inlichtingen over de verkoper werden hetzij verzameld en geverifieerd, hetzij bevestigd, in de laatste 36 maanden, en
f) er voor de rapporterende platformexploitant geen redenen zijn om aan te nemen dat de inlichtingen die op grond van de onderdelen A, B, en E, zijn verzameld, onbetrouwbaar of incorrect zijn (geworden).
K. Toepassing van de due diligence-procedures uitsluitend op actieve verkopers
De rapporterende platformexploitant kan ervoor kiezen de due diligence-procedures op grond van de onderdelen A tot en met F uitsluitend op actieve verkopers toe te passen.
L. Voltooiing van de due diligence-procedures door derden
1° een rapporterende platformexploitant kan een beroep doen op een derde als dienstverrichter om de in dit deel bedoelde due diligence-verplichtingen te vervullen, maar de verantwoordelijkheid ter zake blijft bij de rapporterende platformexploitant berusten ;
2° indien een platformexploitant de due diligence-verplichtingen op grond van punt 1°, vervult voor een rapporterende platformexploitant met betrekking tot hetzelfde platform, voert die platformexploitant de due diligence-procedures op grond van de voorschriften van dit deel uit. De verantwoordelijkheid voor het vervullen van de due diligence-verplichtingen blijft bij de rapporterende platformexploitant berusten. ]1
Art. 64quinquies /5. [1 § 1er. Les procédures de diligence raisonnable décrites ci-après s'appliquent aux fins de l'identification des Vendeurs à déclarer.
A. Vendeurs non soumis à examen
Afin de déterminer si un Vendeur ayant la qualité d'Entité peut être considéré comme un Vendeur exclu visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point B., 4°, a) et b), l'Opérateur de Plateforme déclarant peut s'appuyer sur les informations publiquement accessibles ou sur une confirmation émanant du Vendeur ayant la qualité d'Entité.
Afin de déterminer si un Vendeur peut être considéré comme un Vendeur exclu visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point B., 4°, c) et d), un Opérateur de Plateforme déclarant peut s'appuyer sur les registres dont il dispose.
B. Collecte des informations relatives au Vendeur
1° pour chaque Vendeur personne physique n'ayant pas la qualité de Vendeur exclu, l'Opérateur de Plateforme déclarant collecte toutes les informations suivantes :
a) les nom et prénom;
b) l'Adresse principale;
c) tout NIF délivré à ce Vendeur, accompagné de la mention de chaque Etat membre de délivrance, et, en l'absence de NIF, le lieu de naissance dudit Vendeur;
d) le numéro d'identification T.V.A. de ce Vendeur, le cas échéant;
e) la date de naissance;
2° pour chaque Vendeur ayant la qualité d'Entité sans être un Vendeur exclu, l'Opérateur de Plateforme déclarant collecte toutes les informations suivantes :
a) la dénomination sociale;
b) l'Adresse principale;
c) tout NIF délivré à ce Vendeur, accompagné de la mention de chaque Etat membre de délivrance;
d) le numéro d'identification T.V.A. de ce Vendeur, le cas échéant;
e) le numéro d'immatriculation d'entreprise;
f) l'existence de tout établissement stable par l'intermédiaire duquel les Activités concernées sont exercées dans l'Union, le cas échéant, avec indication de chaque Etat membre dans lequel se trouve un établissement stable;
3° nonobstant le 1° et le 2°, l'Opérateur de Plateforme déclarant n'est pas tenu de collecter les informations visées au 1°, b) à e), et au 2°, b) à f), lorsqu'il s'appuie sur une confirmation directe de l'identité et de la résidence du Vendeur obtenue par l'intermédiaire d'un service d'identification mis à disposition par un Etat membre ou par l'Union afin d'établir l'identité et la résidence fiscale du Vendeur;
4° nonobstant le 1°, c), et le 2°, c) et e), l'Opérateur de Plateforme déclarant n'est pas tenu de recueillir le NIF ou le numéro d'immatriculation d'entreprise, selon le cas, dans les situations suivantes :
a) l'Etat membre de résidence du Vendeur ne délivre pas de NIF ni de numéro d'immatriculation d'entreprise au Vendeur;
b) l'Etat membre de résidence du Vendeur n'exige pas que soit recueilli le NIF délivré au Vendeur.
C. Vérification des informations relatives aux Vendeurs
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant détermine si les informations recueillies en application du point A., du point B., 1°, du point B., 2°, a) à e), et du point E. sont fiables, en exploitant l'ensemble des informations et des documents dont il dispose dans ses registres, ainsi que toute interface électronique mise à disposition gratuitement par un Etat membre ou par l'Union en vue de vérifier la validité du NIF et/ou du numéro d'identification T.V.A.;
2° nonobstant le 1°, aux fins de l'accomplissement des procédures de diligence raisonnable conformément au point F., 2°, l'Opérateur de Plateforme déclarant peut déterminer si les informations collectées en application du point A., du point B., 1°, du point B., 2°, a) à e), et du point E. sont fiables en exploitant les informations et documents dont il dispose dans ses registres interrogeables en ligne;
3° nonobstant les 1° et 2°, en application du point F., 3°, b), dans les cas où l'Opérateur de Plateforme déclarant a tout lieu de savoir qu'un des éléments d'information décrits au point B. ou au point E. est susceptible d'être inexact en raison des informations fournies par l'autorité compétente d'un Etat membre dans une demande concernant un Vendeur précis, il demande au Vendeur de corriger les éléments d'information qui se sont révélés incorrects et de fournir des documents justificatifs, des données ou des informations fiables et émanant d'une source indépendante, tels que :
a) un document d'identification délivré par les autorités nationales, en cours de validité;
b) un certificat de résidence fiscale récent.
D. Détermination de l'Etat membre ou des Etats membres de résidence du Vendeur
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant considère le Vendeur comme résident de l'Etat membre dans lequel le Vendeur a son Adresse principale. Lorsque l'Etat membre de résidence est différent de celui où le Vendeur a son Adresse principale, l'Opérateur de Plateforme déclarant considère que le Vendeur est également résident de l'Etat membre de délivrance du NIF. Lorsque le Vendeur a fourni des informations relatives à l'existence d'un établissement stable en vertu du point B., 2°, f), l'Opérateur de Plateforme déclarant considère que le Vendeur est également résident de l'Etat membre correspondant indiqué par le Vendeur;
2° nonobstant le 1°, l'Opérateur de Plateforme déclarant considère le Vendeur comme résident de chaque Etat membre confirmé par un service d'identification électronique mis à disposition par un Etat membre ou par l'Union conformément au point B., 3°.
E. Collecte d'informations sur les biens immobiliers loués
Lorsqu'un Vendeur exerce une Activité concernée consistant en la location de biens immobiliers, l'Opérateur de Plateforme déclarant recueille l'adresse correspondant à chaque Lot et, lorsqu'il a été délivré, le numéro d'enregistrement foncier correspondant ou son équivalent dans le droit national de l'Etat membre dans lequel les biens immobiliers sont situés. Lorsqu'un Opérateur de Plateforme déclarant a facilité plus de deux-mille Activités concernées au moyen de la location d'un Lot pour le même Vendeur ayant la qualité d'Entité, l'Opérateur de Plateforme déclarant recueille les documents justificatifs, les données ou les informations attestant que le Lot appartient au même propriétaire.
F. Calendrier et validité des procédures de diligence raisonnable
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant s'acquitte des procédures de diligence raisonnable décrites aux points A. à E. au plus tard le 31 décembre de la Période de déclaration;
2° nonobstant le 1°, en ce qui concerne les Vendeurs qui étaient déjà enregistrés sur la Plateforme au 1er janvier 2023 ou à la date à laquelle une Entité devient un Opérateur de Plateforme déclarant, les procédures de diligence raisonnable décrites aux points A. à E. doivent être accomplies au plus tard le 31 décembre de la deuxième Période de déclaration par l'Opérateur de Plateforme déclarant;
3° nonobstant le 1°, l'Opérateur de Plateforme déclarant peut s'appuyer sur les procédures de diligence raisonnable mises en oeuvre en ce qui concerne les Périodes devant faire l'objet d'une déclaration précédentes, à condition que :
a) les informations relatives au Vendeur exigées au point B., 1° et 2°, aient été soit collectées et vérifiées, soit confirmées au cours des trente-six derniers mois; et
b) l'Opérateur de Plateforme déclarant n'ait pas tout lieu de savoir que les informations collectées conformément aux points A., B. et E. ne sont pas ou ne sont plus fiables ou correctes.
G. Application des procédures de diligence raisonnable exclusivement aux Vendeurs actifs
L'Opérateur de Plateforme déclarant peut choisir d'accomplir les procédures de diligence raisonnable prévues aux points A. à F. pour les Vendeurs actifs uniquement.
H. Accomplissement des procédures de diligence raisonnable par des tiers
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant peut s'appuyer sur un prestataire de services tiers pour remplir les obligations en matière de diligence raisonnable prévues dans le présent article, étant entendu que ces obligations demeurent de la responsabilité de l'Opérateur de Plateforme déclarant;
2° lorsqu'un Opérateur de Plateforme remplit les obligations en matière de diligence raisonnable pour un Opérateur de Plateforme déclarant en ce qui concerne la même plateforme conformément au 1°, cet Opérateur de Plateforme met en oeuvre les procédures de diligence raisonnable conformément aux règles établies dans le présent article. Les obligations en matière de diligence raisonnable demeurent de la responsabilité de l'Opérateur de Plateforme déclarant.]1
A. Vendeurs non soumis à examen
Afin de déterminer si un Vendeur ayant la qualité d'Entité peut être considéré comme un Vendeur exclu visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point B., 4°, a) et b), l'Opérateur de Plateforme déclarant peut s'appuyer sur les informations publiquement accessibles ou sur une confirmation émanant du Vendeur ayant la qualité d'Entité.
Afin de déterminer si un Vendeur peut être considéré comme un Vendeur exclu visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point B., 4°, c) et d), un Opérateur de Plateforme déclarant peut s'appuyer sur les registres dont il dispose.
B. Collecte des informations relatives au Vendeur
1° pour chaque Vendeur personne physique n'ayant pas la qualité de Vendeur exclu, l'Opérateur de Plateforme déclarant collecte toutes les informations suivantes :
a) les nom et prénom;
b) l'Adresse principale;
c) tout NIF délivré à ce Vendeur, accompagné de la mention de chaque Etat membre de délivrance, et, en l'absence de NIF, le lieu de naissance dudit Vendeur;
d) le numéro d'identification T.V.A. de ce Vendeur, le cas échéant;
e) la date de naissance;
2° pour chaque Vendeur ayant la qualité d'Entité sans être un Vendeur exclu, l'Opérateur de Plateforme déclarant collecte toutes les informations suivantes :
a) la dénomination sociale;
b) l'Adresse principale;
c) tout NIF délivré à ce Vendeur, accompagné de la mention de chaque Etat membre de délivrance;
d) le numéro d'identification T.V.A. de ce Vendeur, le cas échéant;
e) le numéro d'immatriculation d'entreprise;
f) l'existence de tout établissement stable par l'intermédiaire duquel les Activités concernées sont exercées dans l'Union, le cas échéant, avec indication de chaque Etat membre dans lequel se trouve un établissement stable;
3° nonobstant le 1° et le 2°, l'Opérateur de Plateforme déclarant n'est pas tenu de collecter les informations visées au 1°, b) à e), et au 2°, b) à f), lorsqu'il s'appuie sur une confirmation directe de l'identité et de la résidence du Vendeur obtenue par l'intermédiaire d'un service d'identification mis à disposition par un Etat membre ou par l'Union afin d'établir l'identité et la résidence fiscale du Vendeur;
4° nonobstant le 1°, c), et le 2°, c) et e), l'Opérateur de Plateforme déclarant n'est pas tenu de recueillir le NIF ou le numéro d'immatriculation d'entreprise, selon le cas, dans les situations suivantes :
a) l'Etat membre de résidence du Vendeur ne délivre pas de NIF ni de numéro d'immatriculation d'entreprise au Vendeur;
b) l'Etat membre de résidence du Vendeur n'exige pas que soit recueilli le NIF délivré au Vendeur.
C. Vérification des informations relatives aux Vendeurs
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant détermine si les informations recueillies en application du point A., du point B., 1°, du point B., 2°, a) à e), et du point E. sont fiables, en exploitant l'ensemble des informations et des documents dont il dispose dans ses registres, ainsi que toute interface électronique mise à disposition gratuitement par un Etat membre ou par l'Union en vue de vérifier la validité du NIF et/ou du numéro d'identification T.V.A.;
2° nonobstant le 1°, aux fins de l'accomplissement des procédures de diligence raisonnable conformément au point F., 2°, l'Opérateur de Plateforme déclarant peut déterminer si les informations collectées en application du point A., du point B., 1°, du point B., 2°, a) à e), et du point E. sont fiables en exploitant les informations et documents dont il dispose dans ses registres interrogeables en ligne;
3° nonobstant les 1° et 2°, en application du point F., 3°, b), dans les cas où l'Opérateur de Plateforme déclarant a tout lieu de savoir qu'un des éléments d'information décrits au point B. ou au point E. est susceptible d'être inexact en raison des informations fournies par l'autorité compétente d'un Etat membre dans une demande concernant un Vendeur précis, il demande au Vendeur de corriger les éléments d'information qui se sont révélés incorrects et de fournir des documents justificatifs, des données ou des informations fiables et émanant d'une source indépendante, tels que :
a) un document d'identification délivré par les autorités nationales, en cours de validité;
b) un certificat de résidence fiscale récent.
D. Détermination de l'Etat membre ou des Etats membres de résidence du Vendeur
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant considère le Vendeur comme résident de l'Etat membre dans lequel le Vendeur a son Adresse principale. Lorsque l'Etat membre de résidence est différent de celui où le Vendeur a son Adresse principale, l'Opérateur de Plateforme déclarant considère que le Vendeur est également résident de l'Etat membre de délivrance du NIF. Lorsque le Vendeur a fourni des informations relatives à l'existence d'un établissement stable en vertu du point B., 2°, f), l'Opérateur de Plateforme déclarant considère que le Vendeur est également résident de l'Etat membre correspondant indiqué par le Vendeur;
2° nonobstant le 1°, l'Opérateur de Plateforme déclarant considère le Vendeur comme résident de chaque Etat membre confirmé par un service d'identification électronique mis à disposition par un Etat membre ou par l'Union conformément au point B., 3°.
E. Collecte d'informations sur les biens immobiliers loués
Lorsqu'un Vendeur exerce une Activité concernée consistant en la location de biens immobiliers, l'Opérateur de Plateforme déclarant recueille l'adresse correspondant à chaque Lot et, lorsqu'il a été délivré, le numéro d'enregistrement foncier correspondant ou son équivalent dans le droit national de l'Etat membre dans lequel les biens immobiliers sont situés. Lorsqu'un Opérateur de Plateforme déclarant a facilité plus de deux-mille Activités concernées au moyen de la location d'un Lot pour le même Vendeur ayant la qualité d'Entité, l'Opérateur de Plateforme déclarant recueille les documents justificatifs, les données ou les informations attestant que le Lot appartient au même propriétaire.
F. Calendrier et validité des procédures de diligence raisonnable
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant s'acquitte des procédures de diligence raisonnable décrites aux points A. à E. au plus tard le 31 décembre de la Période de déclaration;
2° nonobstant le 1°, en ce qui concerne les Vendeurs qui étaient déjà enregistrés sur la Plateforme au 1er janvier 2023 ou à la date à laquelle une Entité devient un Opérateur de Plateforme déclarant, les procédures de diligence raisonnable décrites aux points A. à E. doivent être accomplies au plus tard le 31 décembre de la deuxième Période de déclaration par l'Opérateur de Plateforme déclarant;
3° nonobstant le 1°, l'Opérateur de Plateforme déclarant peut s'appuyer sur les procédures de diligence raisonnable mises en oeuvre en ce qui concerne les Périodes devant faire l'objet d'une déclaration précédentes, à condition que :
a) les informations relatives au Vendeur exigées au point B., 1° et 2°, aient été soit collectées et vérifiées, soit confirmées au cours des trente-six derniers mois; et
b) l'Opérateur de Plateforme déclarant n'ait pas tout lieu de savoir que les informations collectées conformément aux points A., B. et E. ne sont pas ou ne sont plus fiables ou correctes.
G. Application des procédures de diligence raisonnable exclusivement aux Vendeurs actifs
L'Opérateur de Plateforme déclarant peut choisir d'accomplir les procédures de diligence raisonnable prévues aux points A. à F. pour les Vendeurs actifs uniquement.
H. Accomplissement des procédures de diligence raisonnable par des tiers
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant peut s'appuyer sur un prestataire de services tiers pour remplir les obligations en matière de diligence raisonnable prévues dans le présent article, étant entendu que ces obligations demeurent de la responsabilité de l'Opérateur de Plateforme déclarant;
2° lorsqu'un Opérateur de Plateforme remplit les obligations en matière de diligence raisonnable pour un Opérateur de Plateforme déclarant en ce qui concerne la même plateforme conformément au 1°, cet Opérateur de Plateforme met en oeuvre les procédures de diligence raisonnable conformément aux règles établies dans le présent article. Les obligations en matière de diligence raisonnable demeurent de la responsabilité de l'Opérateur de Plateforme déclarant.]1
Art. 64quinquies /6. [1 § 1. Het tijdstip en de wijze van rapporteren van de informatie bedoeld bij artikel 64quinquies/4, § 1, zijn de volgende:
1° Een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder a), lid 1, rapporteert aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat die is bepaald overeenkomstig paragraaf 2, bedoelde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt. Indien er meer dan één rapporterende platformexploitant is, is eenieder onder hen die overeenkomstig het recht dat van toepassing is in het Waalse Gewest dat dezelfde inlichtingen door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd, vrijgesteld van de verplichting die inlichtingen te rapporteren ;
2° een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder a), tweede lid, kiest een van die lidstaten uit waarin hij aan de rapportageverplichtingen van dit artikel zal voldoen. Wanneer hij ervoor kiest in België aan de rapportageverplichtingen als bedoeld in dit artikel te voldoen overeenkomstig artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, a), lid 2, deelt een rapporterende platformexploitant de in paragraaf 2 genoemde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode aan de Belgische bevoegde autoriteit, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper. Indien er meer dan één rapporterende platformexploitant is, is eenieder onder hen die overeenkomstig het nationale recht kan aantonen dat dezelfde inlichtingen door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd in een andere lidstaat, vrijgesteld van de verplichting die inlichtingen te rapporteren;
3° Een platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder b), rapporteert de in paragraaf 2 genoemde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode aan de Belgische bevoegde autoriteit wanneer hij geregistreerd is bij deze Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), lid 2, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper ;
4° niettegenstaande het bepaalde punt 3°, is een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., punt 4°, onder b), niet verplicht de in paragraaf 2 bedoelde informatie te verstrekken met betrekking tot gekwalificeerde relevante activiteiten die vallen onder een vigerende adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten, die reeds voorziet in de automatische uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen met een lidstaat over te rapporteren verkopers die ingezetene zijn van die lidstaat
5° Een rapporterende platformexploitant verstrekt tevens de in paragraaf 2, punten 2 en 3, bedoelde inlichtingen aan de te rapporteren verkoper waarop zij betrekking hebben, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper ;
6° de inlichtingen met betrekking tot de tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd in een fiduciaire valuta, worden gerapporteerd in de munt waarin zij is betaald of gecrediteerd. Ingeval de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd in een andere vorm dan een fiduciaire valuta, worden de inlichtingen gerapporteerd in de lokale munt, omgezet of gewaardeerd op een door de rapporterende platformexploitant consistent vastgestelde wijze ;
7° inlichtingen over de tegenprestatie en andere bedragen worden gerapporteerd voor het kwartaal van de rapportageperiode waarin de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd.
§ 2. Elke rapporterende platformexploitant rapporteert de volgende inlichtingen :
1° naam, geregistreerd kantooradres, fiscaal identificatienummer en, in voorkomend geval, het op grond van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), lid 2, toegewezen individueel identificatienummer van de rapporterende platformexploitant, alsook handelsnaam (-namen) van het platform (de platforms) waarover de rapporterende platformexploitant rapporteert;
2° met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van een onroerend goed :
m) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
n) de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is in de zin van artikel 64quinquies/5, punt D., niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
o) indien verschillend van de naam van de te rapporteren verkoper, bovenop de identificatiecode van de financiële rekening, de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
p) elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper voor de toepassing van artikelen 64bis tot 64duodecies een ingezetene is als bepaald op grond van artikel 64quinquies/5, punt D.;
q) de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten waarvoor deze is betaald of gecrediteerd;
r) alle honoraria, commissielonen of belastingen die door het rapporterende platform tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode ingehouden of geheven werden
3° met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van een onroerend goed :
q) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
r) de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is in de zin van artikel 64quinquies/5, punt D., onderdeel D, niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
s) indien verschillend van de naam van de te rapporteren verkoper, bovenop de identificatiecode van de financiële rekening, de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
t) elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper voor de toepassing van de artikelen 64bis tot 64duodecies, als bepaald op grond van artikel 64quinquies/5, punt D. een ingezetene is van deel II, onderdeel D.;
u) het postadres van elke eigendomslijst, vastgesteld op basis van de procedures als omschreven in artikel 64quinquies/5, punt E., en het respectieve kadasternummer of het equivalent daarvan in het nationaal recht van de lidstaat waar het gelegen is, indien beschikbaar;
v) de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten dat is verricht voor elke eigendomslijst;
w) alle honoraria, commissielonen of belastingen die door het rapporterende platform tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode ingehouden of geheven werden;
x) indien beschikbaar, het aantal verhuurdagen voor elke eigendomslijst tijdens de rapportageperiode en het type van elke eigendomslijst. ]1
1° Een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder a), lid 1, rapporteert aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat die is bepaald overeenkomstig paragraaf 2, bedoelde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt. Indien er meer dan één rapporterende platformexploitant is, is eenieder onder hen die overeenkomstig het recht dat van toepassing is in het Waalse Gewest dat dezelfde inlichtingen door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd, vrijgesteld van de verplichting die inlichtingen te rapporteren ;
2° een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder a), tweede lid, kiest een van die lidstaten uit waarin hij aan de rapportageverplichtingen van dit artikel zal voldoen. Wanneer hij ervoor kiest in België aan de rapportageverplichtingen als bedoeld in dit artikel te voldoen overeenkomstig artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, a), lid 2, deelt een rapporterende platformexploitant de in paragraaf 2 genoemde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode aan de Belgische bevoegde autoriteit, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper. Indien er meer dan één rapporterende platformexploitant is, is eenieder onder hen die overeenkomstig het nationale recht kan aantonen dat dezelfde inlichtingen door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd in een andere lidstaat, vrijgesteld van de verplichting die inlichtingen te rapporteren;
3° Een platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, onder b), rapporteert de in paragraaf 2 genoemde inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode aan de Belgische bevoegde autoriteit wanneer hij geregistreerd is bij deze Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), lid 2, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper ;
4° niettegenstaande het bepaalde punt 3°, is een rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., punt 4°, onder b), niet verplicht de in paragraaf 2 bedoelde informatie te verstrekken met betrekking tot gekwalificeerde relevante activiteiten die vallen onder een vigerende adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten, die reeds voorziet in de automatische uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen met een lidstaat over te rapporteren verkopers die ingezetene zijn van die lidstaat
5° Een rapporterende platformexploitant verstrekt tevens de in paragraaf 2, punten 2 en 3, bedoelde inlichtingen aan de te rapporteren verkoper waarop zij betrekking hebben, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper ;
6° de inlichtingen met betrekking tot de tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd in een fiduciaire valuta, worden gerapporteerd in de munt waarin zij is betaald of gecrediteerd. Ingeval de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd in een andere vorm dan een fiduciaire valuta, worden de inlichtingen gerapporteerd in de lokale munt, omgezet of gewaardeerd op een door de rapporterende platformexploitant consistent vastgestelde wijze ;
7° inlichtingen over de tegenprestatie en andere bedragen worden gerapporteerd voor het kwartaal van de rapportageperiode waarin de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd.
§ 2. Elke rapporterende platformexploitant rapporteert de volgende inlichtingen :
1° naam, geregistreerd kantooradres, fiscaal identificatienummer en, in voorkomend geval, het op grond van artikel 64quinquies/3, § 1, punt A., 4°, b), lid 2, toegewezen individueel identificatienummer van de rapporterende platformexploitant, alsook handelsnaam (-namen) van het platform (de platforms) waarover de rapporterende platformexploitant rapporteert;
2° met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van een onroerend goed :
m) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
n) de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is in de zin van artikel 64quinquies/5, punt D., niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
o) indien verschillend van de naam van de te rapporteren verkoper, bovenop de identificatiecode van de financiële rekening, de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
p) elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper voor de toepassing van artikelen 64bis tot 64duodecies een ingezetene is als bepaald op grond van artikel 64quinquies/5, punt D.;
q) de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten waarvoor deze is betaald of gecrediteerd;
r) alle honoraria, commissielonen of belastingen die door het rapporterende platform tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode ingehouden of geheven werden
3° met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van een onroerend goed :
q) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
r) de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is in de zin van artikel 64quinquies/5, punt D., onderdeel D, niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
s) indien verschillend van de naam van de te rapporteren verkoper, bovenop de identificatiecode van de financiële rekening, de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd, voor zover bekend aan de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
t) elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper voor de toepassing van de artikelen 64bis tot 64duodecies, als bepaald op grond van artikel 64quinquies/5, punt D. een ingezetene is van deel II, onderdeel D.;
u) het postadres van elke eigendomslijst, vastgesteld op basis van de procedures als omschreven in artikel 64quinquies/5, punt E., en het respectieve kadasternummer of het equivalent daarvan in het nationaal recht van de lidstaat waar het gelegen is, indien beschikbaar;
v) de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten dat is verricht voor elke eigendomslijst;
w) alle honoraria, commissielonen of belastingen die door het rapporterende platform tijdens elk kwartaal van de rapportageperiode ingehouden of geheven werden;
x) indien beschikbaar, het aantal verhuurdagen voor elke eigendomslijst tijdens de rapportageperiode en het type van elke eigendomslijst. ]1
Art. 64quinquies /6. [1 § 1er. Le calendrier et les modalités de déclaration des informations visées par l'article 64quinquies/4, § 1er, sont les suivants :
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, a), alinéa 1er, communique à l'autorité compétente belge, les informations indiquées au paragraphe 2 concernant la Période de déclaration, au plus tard le 31 janvier de l'année suivant l'année civile pendant laquelle le Vendeur est identifié comme étant un Vendeur à déclarer. Lorsqu'il y a plusieurs Opérateurs de Plateformes déclarants, chacun d'entre eux est dispensé de communiquer les informations s'il dispose de la preuve, conformément au droit applicable sur le territoire de la Région wallonne, que les mêmes informations ont été communiquées par un autre Opérateur de Plateforme déclarant;
2° l'Opérateur de Plateforme visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, a), alinéa 2, choisit l'un de ces Etats membres pour s'y acquitter des obligations de déclaration prévues au présent article. Lorsqu'il choisit de s'acquitter en Belgique des obligations de déclaration prévues au présent article, conformément à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, a), alinéa 2, l'Opérateur de Plateforme déclarant communique les informations énumérées au paragraphe 2, en ce qui concerne la Période de déclaration, à l'autorité compétente belge, au plus tard le 31 janvier de l'année suivant l'année civile pendant laquelle le Vendeur est identifié comme étant un Vendeur à déclarer. En présence de plusieurs Opérateurs de Plateformes déclarants, chacun d'entre eux est dispensé de communiquer les informations s'il dispose de la preuve, conformément au droit national, que les mêmes informations ont été communiquées par un autre Opérateur de Plateforme déclarant dans un autre Etat membre;
3° l'Opérateur de Plateforme visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), communique les informations indiquées au paragraphe 2, concernant la Période de déclaration, à l'autorité compétente belge lorsqu'il est enregistré auprès de cette autorité compétente belge conformément à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), alinéa 2, au plus tard le 31 janvier de l'année suivant l'année civile pendant laquelle le Vendeur est identifié comme étant un Vendeur à déclarer;
4° nonobstant le 3°, un Opérateur de Plateforme déclarant visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), n'est pas tenu de fournir les informations visées au paragraphe 2 en ce qui concerne les Activités concernées qualifiées couvertes par un accord éligible en vigueur entre autorités compétentes qui prévoit déjà l'échange automatique d'informations équivalentes avec un Etat membre concernant les Vendeurs à déclarer qui résident dans cet Etat membre;
5° l'Opérateur de Plateforme déclarant fournit également les informations indiquées au paragraphe 2, 2° et 3°, au Vendeur à déclarer auquel elles se rapportent, au plus tard le 31 janvier de l'année suivant l'année civile pendant laquelle le Vendeur est identifié comme étant un Vendeur à déclarer;
6° les informations relatives à la Contrepartie versée ou créditée en monnaie fiduciaire sont communiquées dans la monnaie dans laquelle elle a été versée ou créditée. Lorsque la Contrepartie a été versée ou créditée autrement qu'en monnaie fiduciaire, ces informations sont communiquées dans la monnaie locale, convertie ou valorisée de manière systématique par l'Opérateur de Plateforme déclarant;
7° les informations relatives à la Contrepartie et aux autres montants sont communiquées pour le trimestre de la Période de déclaration au cours duquel la Contrepartie a été versée ou créditée.
§ 2. Chaque Opérateur de Plateforme déclarant communique les informations suivantes :
1° le nom, l'adresse du siège social, le NIF et, le cas échéant, le numéro d'identification individuel attribué conformément à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), alinéa 2, de l'Opérateur de Plateforme déclarant, ainsi que la ou les raisons commerciales de la ou des Plateformes pour laquelle ou lesquelles l'Opérateur de Plateforme déclarant effectue la déclaration;
2° en ce qui concerne chaque Vendeur à déclarer qui a exercé une Activité concernée autre que la location de biens immobiliers :
a) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
b) l'Identifiant du compte financier, dans la mesure où celui-ci est disponible pour l'Opérateur de Plateforme déclarant et où l'autorité compétente de l'Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident au sens de l'article 64quinquies/5, point D., n'a pas notifié publiquement qu'elle n'a pas l'intention d'utiliser l'Identifiant du compte financier à cette fin;
c) lorsqu'il diffère du nom du Vendeur à déclarer, en plus de l'Identifiant du compte financier, le nom du titulaire du compte financier sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dans la mesure où l'Opérateur de Plateforme déclarant en dispose, ainsi que toute autre information d'identification financière dont dispose l'Opérateur de Plateforme déclarant en ce qui concerne le titulaire de ce compte;
d) chaque Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident aux fins des articles 64bis à 64duodecies, au sens de l'article 64quinquies/5, point D.;
e) le montant total de la Contrepartie versée ou créditée au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration et le nombre d'Activités concernées pour lesquelles elle a été versée ou créditée;
f) tous frais, commissions ou taxes retenus ou prélevés par l'Opérateur de Plateforme déclarant au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration;
3° en ce qui concerne chaque Vendeur à déclarer qui a exercé une Activité concernée consistant en la location de biens immobiliers :
a) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
b) l'Identifiant du compte financier, dans la mesure où celui-ci est disponible pour l'Opérateur de Plateforme déclarant et où l'autorité compétente de l'Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident au sens de l'article 64quinquies/5, point D., n'a pas notifié publiquement qu'elle n'a pas l'intention d'utiliser l'Identifiant du compte financier à cette fin;
c) lorsqu'il diffère du nom du Vendeur à déclarer, en plus de l'Identifiant du compte financier, le nom du titulaire du compte financier sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dans la mesure où l'Opérateur de Plateforme déclarant en dispose, ainsi que toute autre information d'identification financière dont dispose l'Opérateur de Plateforme déclarant en ce qui concerne le titulaire de ce compte;
d) chaque Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident aux fins des articles 64bis à 64duodecies, au sens de l'article 64quinquies/5, point D.;
e) l'adresse de chaque Lot, déterminée sur la base des procédures prévues à l'article 64quinquies/5, point E., et le numéro d'enregistrement foncier correspondant ou son équivalent dans le droit national de l'Etat membre où il est situé, le cas échéant;
f) le montant total de la Contrepartie versée ou créditée au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration et le nombre d'Activités concernées réalisées en lien avec chaque Lot;
g) tous frais, commissions ou taxes retenus ou prélevés par l'Opérateur de Plateforme déclarant au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration;
h) le cas échéant, le nombre de jours de location pour chaque Lot au cours de la Période de déclaration et le type correspondant à chaque Lot.]1
1° l'Opérateur de Plateforme déclarant visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, a), alinéa 1er, communique à l'autorité compétente belge, les informations indiquées au paragraphe 2 concernant la Période de déclaration, au plus tard le 31 janvier de l'année suivant l'année civile pendant laquelle le Vendeur est identifié comme étant un Vendeur à déclarer. Lorsqu'il y a plusieurs Opérateurs de Plateformes déclarants, chacun d'entre eux est dispensé de communiquer les informations s'il dispose de la preuve, conformément au droit applicable sur le territoire de la Région wallonne, que les mêmes informations ont été communiquées par un autre Opérateur de Plateforme déclarant;
2° l'Opérateur de Plateforme visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, a), alinéa 2, choisit l'un de ces Etats membres pour s'y acquitter des obligations de déclaration prévues au présent article. Lorsqu'il choisit de s'acquitter en Belgique des obligations de déclaration prévues au présent article, conformément à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, a), alinéa 2, l'Opérateur de Plateforme déclarant communique les informations énumérées au paragraphe 2, en ce qui concerne la Période de déclaration, à l'autorité compétente belge, au plus tard le 31 janvier de l'année suivant l'année civile pendant laquelle le Vendeur est identifié comme étant un Vendeur à déclarer. En présence de plusieurs Opérateurs de Plateformes déclarants, chacun d'entre eux est dispensé de communiquer les informations s'il dispose de la preuve, conformément au droit national, que les mêmes informations ont été communiquées par un autre Opérateur de Plateforme déclarant dans un autre Etat membre;
3° l'Opérateur de Plateforme visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), communique les informations indiquées au paragraphe 2, concernant la Période de déclaration, à l'autorité compétente belge lorsqu'il est enregistré auprès de cette autorité compétente belge conformément à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), alinéa 2, au plus tard le 31 janvier de l'année suivant l'année civile pendant laquelle le Vendeur est identifié comme étant un Vendeur à déclarer;
4° nonobstant le 3°, un Opérateur de Plateforme déclarant visé par l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), n'est pas tenu de fournir les informations visées au paragraphe 2 en ce qui concerne les Activités concernées qualifiées couvertes par un accord éligible en vigueur entre autorités compétentes qui prévoit déjà l'échange automatique d'informations équivalentes avec un Etat membre concernant les Vendeurs à déclarer qui résident dans cet Etat membre;
5° l'Opérateur de Plateforme déclarant fournit également les informations indiquées au paragraphe 2, 2° et 3°, au Vendeur à déclarer auquel elles se rapportent, au plus tard le 31 janvier de l'année suivant l'année civile pendant laquelle le Vendeur est identifié comme étant un Vendeur à déclarer;
6° les informations relatives à la Contrepartie versée ou créditée en monnaie fiduciaire sont communiquées dans la monnaie dans laquelle elle a été versée ou créditée. Lorsque la Contrepartie a été versée ou créditée autrement qu'en monnaie fiduciaire, ces informations sont communiquées dans la monnaie locale, convertie ou valorisée de manière systématique par l'Opérateur de Plateforme déclarant;
7° les informations relatives à la Contrepartie et aux autres montants sont communiquées pour le trimestre de la Période de déclaration au cours duquel la Contrepartie a été versée ou créditée.
§ 2. Chaque Opérateur de Plateforme déclarant communique les informations suivantes :
1° le nom, l'adresse du siège social, le NIF et, le cas échéant, le numéro d'identification individuel attribué conformément à l'article 64quinquies/3, § 1er, point A., 4°, b), alinéa 2, de l'Opérateur de Plateforme déclarant, ainsi que la ou les raisons commerciales de la ou des Plateformes pour laquelle ou lesquelles l'Opérateur de Plateforme déclarant effectue la déclaration;
2° en ce qui concerne chaque Vendeur à déclarer qui a exercé une Activité concernée autre que la location de biens immobiliers :
a) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
b) l'Identifiant du compte financier, dans la mesure où celui-ci est disponible pour l'Opérateur de Plateforme déclarant et où l'autorité compétente de l'Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident au sens de l'article 64quinquies/5, point D., n'a pas notifié publiquement qu'elle n'a pas l'intention d'utiliser l'Identifiant du compte financier à cette fin;
c) lorsqu'il diffère du nom du Vendeur à déclarer, en plus de l'Identifiant du compte financier, le nom du titulaire du compte financier sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dans la mesure où l'Opérateur de Plateforme déclarant en dispose, ainsi que toute autre information d'identification financière dont dispose l'Opérateur de Plateforme déclarant en ce qui concerne le titulaire de ce compte;
d) chaque Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident aux fins des articles 64bis à 64duodecies, au sens de l'article 64quinquies/5, point D.;
e) le montant total de la Contrepartie versée ou créditée au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration et le nombre d'Activités concernées pour lesquelles elle a été versée ou créditée;
f) tous frais, commissions ou taxes retenus ou prélevés par l'Opérateur de Plateforme déclarant au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration;
3° en ce qui concerne chaque Vendeur à déclarer qui a exercé une Activité concernée consistant en la location de biens immobiliers :
a) les éléments d'information devant être collectés conformément à l'article 64quinquies/5, point B.;
b) l'Identifiant du compte financier, dans la mesure où celui-ci est disponible pour l'Opérateur de Plateforme déclarant et où l'autorité compétente de l'Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident au sens de l'article 64quinquies/5, point D., n'a pas notifié publiquement qu'elle n'a pas l'intention d'utiliser l'Identifiant du compte financier à cette fin;
c) lorsqu'il diffère du nom du Vendeur à déclarer, en plus de l'Identifiant du compte financier, le nom du titulaire du compte financier sur lequel la Contrepartie est versée ou créditée, dans la mesure où l'Opérateur de Plateforme déclarant en dispose, ainsi que toute autre information d'identification financière dont dispose l'Opérateur de Plateforme déclarant en ce qui concerne le titulaire de ce compte;
d) chaque Etat membre duquel le Vendeur à déclarer est résident aux fins des articles 64bis à 64duodecies, au sens de l'article 64quinquies/5, point D.;
e) l'adresse de chaque Lot, déterminée sur la base des procédures prévues à l'article 64quinquies/5, point E., et le numéro d'enregistrement foncier correspondant ou son équivalent dans le droit national de l'Etat membre où il est situé, le cas échéant;
f) le montant total de la Contrepartie versée ou créditée au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration et le nombre d'Activités concernées réalisées en lien avec chaque Lot;
g) tous frais, commissions ou taxes retenus ou prélevés par l'Opérateur de Plateforme déclarant au cours de chaque trimestre de la Période de déclaration;
h) le cas échéant, le nombre de jours de location pour chaque Lot au cours de la Période de déclaration et le type correspondant à chaque Lot.]1
Art. 64quinquies /7. [1 Indien een verkoper de volgens artikel 64quinquies/5 vereiste inlichtingen niet verstrekt na twee aanmaningen volgend op het initiële verzoek van de rapporterende platformexploitant, maar niet voordat 60 dagen zijn verstreken, sluit de rapporterende platformexploitant de account van die verkoper af, verhindert hij dat de verkoper zich opnieuw op het platform registreert of houdt hij de betaling van de tegenprestatie aan de verkoper in zolang de verkoper de vereiste inlichtingen niet heeft verstrekt. ]1
Art. 64quinquies /7. [1 Lorsqu'un Vendeur ne fournit pas les informations requises au titre de l'article 64quinquies/5 après deux rappels effectués à la suite de la demande initiale transmise par l'Opérateur de Plateforme déclarant, mais pas avant l'expiration d'un délai de soixante jours, l'Opérateur de Plateforme déclarant ferme le compte du Vendeur et empêche celui-ci de s'enregistrer à nouveau sur la Plateforme ou retient le paiement de la Contrepartie destinée au Vendeur tant que le Vendeur n'a pas fourni les informations demandées. ]1
Art. 64sexies. [1 De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt, in elk van de volgende gevallen, de in [2 artikel 64bis, § 1, eerste lid,]2 bedoelde inlichtingen aan de buitenlandse bevoegde autoriteit :
1° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat in de betrokken lidstaat een derving van belasting bestaat;
2° een belastingplichtige verkrijgt in het Waalse Gewest een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingplicht of een hogere belasting in de betrokken lidstaat zou moeten meebrengen;
3° transacties tussen een belastingplichtige in het Waalse Gewest en een belastingplichtige in een lidstaat worden over een of meer andere landen geleid, op zodanige wijze dat daardoor in een van beide of in het Waalse Gewest of in de lidstaat of in beide staten een belastingbesparing kan ontstaan;
4° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat er belastingbesparing ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen een groep van ondernemingen;
5° de Belgische bevoegde autoriteit heeft naar aanleiding van inlichtingen medegedeeld door een buitenlandse bevoegde autoriteit inlichtingen verzameld die gepast, relevant en niet-overdreven zijn voor de bepaling van een taks of de belasting in die betrokken lidstaat.
De Belgische bevoegde autoriteit kan de inlichtingen waarvan ze kennis heeft, die gepast, relevant en niet-overdreven zijn, spontaan mededelen aan een buitenlandse bevoegde autoriteit.
De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen een maand nadat zij deze beschikbaar krijgt, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat verstrekt.
De ontvangst van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen wordt door de Belgische bevoegde autoriteit onmiddellijk en in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit bevestigd.]1
1° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat in de betrokken lidstaat een derving van belasting bestaat;
2° een belastingplichtige verkrijgt in het Waalse Gewest een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingplicht of een hogere belasting in de betrokken lidstaat zou moeten meebrengen;
3° transacties tussen een belastingplichtige in het Waalse Gewest en een belastingplichtige in een lidstaat worden over een of meer andere landen geleid, op zodanige wijze dat daardoor in een van beide of in het Waalse Gewest of in de lidstaat of in beide staten een belastingbesparing kan ontstaan;
4° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat er belastingbesparing ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen een groep van ondernemingen;
5° de Belgische bevoegde autoriteit heeft naar aanleiding van inlichtingen medegedeeld door een buitenlandse bevoegde autoriteit inlichtingen verzameld die gepast, relevant en niet-overdreven zijn voor de bepaling van een taks of de belasting in die betrokken lidstaat.
De Belgische bevoegde autoriteit kan de inlichtingen waarvan ze kennis heeft, die gepast, relevant en niet-overdreven zijn, spontaan mededelen aan een buitenlandse bevoegde autoriteit.
De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen een maand nadat zij deze beschikbaar krijgt, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat verstrekt.
De ontvangst van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen wordt door de Belgische bevoegde autoriteit onmiddellijk en in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit bevestigd.]1
Art. 64quinquies /8. [1 Le Gouvernement arrête les règles et procédures administratives pour assurer la mise en oeuvre effective et le respect des procédures de diligence raisonnable et des obligations de déclaration énoncées aux articles 64quinquies/3 à 64quinquies/7, dont notamment :
1° les mesures nécessaires pour exiger des Opérateurs de plateformes déclarants qu'ils assurent le respect des obligations de collecte et de vérification prévues à l'article 64quinquies/5 pour ce qui concerne leurs Vendeurs;
2° les mesures nécessaires pour exiger des Opérateurs de Plateformes déclarants qu'ils tiennent des registres des démarches entreprises et de toute information utilisée en vue d'assurer l'exécution des procédures de diligence raisonnable et des obligations de déclaration décrites aux articles 64quinquies/5 et 64quinquies/6. Ces registres restent disponibles suffisamment longtemps et, en tout état de cause, pour une période minimale de 5 ans et maximale de dix ans à l'issue de la Période de déclaration sur laquelle ils portent;
3° les mesures nécessaires, notamment la possibilité d'adresser une injonction de déclaration aux Opérateurs de Plateformes déclarants, pour garantir que toutes les informations nécessaires sont transmises à l'autorité compétente, de sorte que cette dernière puisse se conformer à l'obligation de communication d'informations conformément à l'article 64quinquies/4, § 2;
4° les procédures administratives permettant de vérifier que les Opérateurs de Plateformes déclarants respectent les procédures de diligence raisonnable et les obligations de déclaration prévues aux articles 64quinquies/5 et 64quinquies/6;
5° les procédures permettant d'assurer un suivi des Opérateurs de Plateformes déclarants lorsque les informations communiquées sont incomplètes ou inexactes. ]1
1° les mesures nécessaires pour exiger des Opérateurs de plateformes déclarants qu'ils assurent le respect des obligations de collecte et de vérification prévues à l'article 64quinquies/5 pour ce qui concerne leurs Vendeurs;
2° les mesures nécessaires pour exiger des Opérateurs de Plateformes déclarants qu'ils tiennent des registres des démarches entreprises et de toute information utilisée en vue d'assurer l'exécution des procédures de diligence raisonnable et des obligations de déclaration décrites aux articles 64quinquies/5 et 64quinquies/6. Ces registres restent disponibles suffisamment longtemps et, en tout état de cause, pour une période minimale de 5 ans et maximale de dix ans à l'issue de la Période de déclaration sur laquelle ils portent;
3° les mesures nécessaires, notamment la possibilité d'adresser une injonction de déclaration aux Opérateurs de Plateformes déclarants, pour garantir que toutes les informations nécessaires sont transmises à l'autorité compétente, de sorte que cette dernière puisse se conformer à l'obligation de communication d'informations conformément à l'article 64quinquies/4, § 2;
4° les procédures administratives permettant de vérifier que les Opérateurs de Plateformes déclarants respectent les procédures de diligence raisonnable et les obligations de déclaration prévues aux articles 64quinquies/5 et 64quinquies/6;
5° les procédures permettant d'assurer un suivi des Opérateurs de Plateformes déclarants lorsque les informations communiquées sont incomplètes ou inexactes. ]1
Afdeling 6. [1 - Andere vormen van administratieve samenwerking]1
Section 5. - [1 Echange spontané d'informations]1
Art. 64sexies. [1 De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt, in elk van de volgende gevallen, de in [2 artikel 64bis, § 1, eerste lid,]2 bedoelde inlichtingen aan de buitenlandse bevoegde autoriteit :
1° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat in de betrokken lidstaat een derving van belasting bestaat;
2° een belastingplichtige verkrijgt in het Waalse Gewest een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingplicht of een hogere belasting in de betrokken lidstaat zou moeten meebrengen;
3° transacties tussen een belastingplichtige in het Waalse Gewest en een belastingplichtige in een lidstaat worden over een of meer andere landen geleid, op zodanige wijze dat daardoor in een van beide of in het Waalse Gewest of in de lidstaat of in beide staten een belastingbesparing kan ontstaan;
4° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat er belastingbesparing ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen een groep van ondernemingen;
5° de Belgische bevoegde autoriteit heeft naar aanleiding van inlichtingen medegedeeld door een buitenlandse bevoegde autoriteit inlichtingen verzameld die gepast, relevant en niet-overdreven zijn voor de bepaling van een taks of de belasting in die betrokken lidstaat.
De Belgische bevoegde autoriteit kan de inlichtingen waarvan ze kennis heeft, die gepast, relevant en niet-overdreven zijn, spontaan mededelen aan een buitenlandse bevoegde autoriteit.
De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen een maand nadat zij deze beschikbaar krijgt, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat verstrekt.
De ontvangst van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen wordt door de Belgische bevoegde autoriteit onmiddellijk en in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit bevestigd.]1
1° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat in de betrokken lidstaat een derving van belasting bestaat;
2° een belastingplichtige verkrijgt in het Waalse Gewest een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingplicht of een hogere belasting in de betrokken lidstaat zou moeten meebrengen;
3° transacties tussen een belastingplichtige in het Waalse Gewest en een belastingplichtige in een lidstaat worden over een of meer andere landen geleid, op zodanige wijze dat daardoor in een van beide of in het Waalse Gewest of in de lidstaat of in beide staten een belastingbesparing kan ontstaan;
4° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat er belastingbesparing ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen een groep van ondernemingen;
5° de Belgische bevoegde autoriteit heeft naar aanleiding van inlichtingen medegedeeld door een buitenlandse bevoegde autoriteit inlichtingen verzameld die gepast, relevant en niet-overdreven zijn voor de bepaling van een taks of de belasting in die betrokken lidstaat.
De Belgische bevoegde autoriteit kan de inlichtingen waarvan ze kennis heeft, die gepast, relevant en niet-overdreven zijn, spontaan mededelen aan een buitenlandse bevoegde autoriteit.
De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen een maand nadat zij deze beschikbaar krijgt, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat verstrekt.
De ontvangst van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen wordt door de Belgische bevoegde autoriteit onmiddellijk en in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit bevestigd.]1
Art. 64sexies. [1 Dans les cas suivants, l'autorité compétente belge communique spontanément à l'autorité compétente étrangère les informations visées à [2 l'article 64bis, § 1er, alinéa 1er]2 :
1° l'autorité compétente belge a des raisons de présumer qu'il peut exister une perte d'impôt ou de taxe dans l'Etat membre concerné;
2° un contribuable obtient, en Région wallonne, une réduction ou une exonération de taxe ou d'impôt qui devrait entraîner pour lui une augmentation de taxe ou d'impôt ou un assujettissement à une taxe ou à l'impôt dans l'Etat membre concerné;
3° des affaires entre un contribuable en Région wallonne et un contribuable d'un Etat membre sont traitées dans un ou plusieurs pays, de manière à pouvoir entraîner une diminution de taxe ou d'impôt en Région wallonne ou dans l'Etat membre ou dans les deux;
4° l'autorité compétente belge a des raisons de présumer qu'il peut exister une diminution de taxe ou d'impôt résultant de transferts fictifs de bénéfices à l'intérieur de groupes d'entreprises;
5° l'autorité compétente belge, à la suite des informations communiquées par une autorité compétente étrangère, a recueilli des informations qui sont adéquates, pertinentes et non excessives pour l'établissement d'une taxe ou de l'impôt dans cet Etat membre concerné.
L'autorité compétente belge peut communiquer spontanément à une autorité compétente étrangère les informations dont elle a connaissance et qui sont adéquates, pertinentes et non excessives à cette autorité compétente étrangère.
L'autorité compétente belge qui dispose d'informations visées à l'alinéa 1er les communique à l'autorité compétente étrangère de tout Etat membre intéressé le plus rapidement possible, et au plus tard un mois après que lesdites informations sont disponibles.
L'autorité compétente belge à laquelle des informations visées à l'alinéa 1er sont échangées en accuse réception, si possible par voie électronique, auprès de l'autorité compétente étrangère qui les lui a communiquées, immédiatement et en tout état de cause au plus tard sept jours ouvrables après les avoir reçues.]1
1° l'autorité compétente belge a des raisons de présumer qu'il peut exister une perte d'impôt ou de taxe dans l'Etat membre concerné;
2° un contribuable obtient, en Région wallonne, une réduction ou une exonération de taxe ou d'impôt qui devrait entraîner pour lui une augmentation de taxe ou d'impôt ou un assujettissement à une taxe ou à l'impôt dans l'Etat membre concerné;
3° des affaires entre un contribuable en Région wallonne et un contribuable d'un Etat membre sont traitées dans un ou plusieurs pays, de manière à pouvoir entraîner une diminution de taxe ou d'impôt en Région wallonne ou dans l'Etat membre ou dans les deux;
4° l'autorité compétente belge a des raisons de présumer qu'il peut exister une diminution de taxe ou d'impôt résultant de transferts fictifs de bénéfices à l'intérieur de groupes d'entreprises;
5° l'autorité compétente belge, à la suite des informations communiquées par une autorité compétente étrangère, a recueilli des informations qui sont adéquates, pertinentes et non excessives pour l'établissement d'une taxe ou de l'impôt dans cet Etat membre concerné.
L'autorité compétente belge peut communiquer spontanément à une autorité compétente étrangère les informations dont elle a connaissance et qui sont adéquates, pertinentes et non excessives à cette autorité compétente étrangère.
L'autorité compétente belge qui dispose d'informations visées à l'alinéa 1er les communique à l'autorité compétente étrangère de tout Etat membre intéressé le plus rapidement possible, et au plus tard un mois après que lesdites informations sont disponibles.
L'autorité compétente belge à laquelle des informations visées à l'alinéa 1er sont échangées en accuse réception, si possible par voie électronique, auprès de l'autorité compétente étrangère qui les lui a communiquées, immédiatement et en tout état de cause au plus tard sept jours ouvrables après les avoir reçues.]1
Art. 64septies.[1 § 1. De Belgische bevoegde autoriteit kan overeenkomen met een buitenlandse bevoegde autoriteit dat, ter uitwisseling van de in artikel 64bis, § 1, eerste lid, bedoelde inlichtingen de door de Belgische autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de door de buitenlandse bevoegde autoriteit vastgestelde voorwaarden :
Section 6. - [1 Autres formes de coopération administrative]1
Onderafdeling 1. [1 Aanwezigheid in kantoren en deelname aan administratieve onderzoeken ]1
Sous -section 1 [1 Présence dans les bureaux administratifs et participation aux enquêtes administrative ]1
Art. 64septies. [1 § 1. De Belgische bevoegde autoriteit kan overeenkomen met een buitenlandse bevoegde autoriteit dat, ter uitwisseling van de in artikel 64bis, § 1, eerste lid, bedoelde inlichtingen de door de Belgische autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de door de buitenlandse bevoegde autoriteit vastgestelde voorwaarden :
1° aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de administratieve autoriteiten van de lidstaat van de aangezochte autoriteit hun taken vervullen;
2° aanwezig zijn bij administratieve onderzoeken op het grondgebied van de aangezochte lidstaat;
3° deelnemen aan de administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd door de aangezochte lidstaat, waar passend met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen.
De aangezochte autoriteit reageert binnen een termijn van 60 dagen na ontvangst van het verzoek op een verzoek overeenkomstig lid 1, waarbij de Belgische bevoegde autoriteit de inwilliging van het verzoek of de gemotiveerde weigering ervan wordt meegedeeld.
Indien de verlangde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenaren van de Belgische bevoegde autoriteit toegang hebben, ontvangen de ambtenaren van de aangezochte autoriteit een afschrift van die bescheiden.
Indien door de Belgische bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren aanwezig zijn tijdens een administratief onderzoek of daaraan met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen deelnemen, mogen zij personen ondervragen en bescheiden onderzoeken, met inachtneming van de door de aangezochte lidstaat vastgestelde procedurele regelingen.
Iedere weigering van een persoon tegen wie een onderzoek loopt om zich te schikken naar de inspectiemaatregelen van de door de Belgische bevoegde overheid gemachtigde ambtenaren wordt door de aangezochte autoriteit beschouwd als een weigering tegengesteld aan zijn eigen ambtenaren.
De door de Belgische bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren die overeenkomstig lid 1 van deze paragraaf in een andere lidstaat aanwezig zijn, dienen te allen tijde een schriftelijke opdracht te kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken.
§ 2. De Belgische bevoegde autoriteit kan overeenkomen met een buitenlandse bevoegde autoriteit dat, ter uitwisseling van de in artikel 64bis, § 1, eerste lid, bedoelde inlichtingen de door de buitenlandse bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de bij dit decreet vastgestelde voorwaarden :
1° aanwezig zijn in het Waalse Gewest in de kantoren van de Waalse Overheidsdienst Financiën die die taken vervullen;
2° aanwezig zijn bij administratieve onderzoeken op het Waalse grondgebied;
3° deelnemen aan de administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd door de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën, waar passend met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen.
De Belgische bevoegde autoriteit reageert binnen een termijn van 60 dagen na ontvangst van het verzoek op een verzoek gedaan overeenkomstig lid 1, waarbij aan de verzochte autoriteit de inwilliging van het verzoek of de gemotiveerde weigering ervan wordt meegedeeld.
Indien de verlangde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën toegang hebben, ontvangen de gemachtigde ambtenaren van de verzoekende autoriteit een afschrift van die bescheiden.
Indien door de verzoekende autoriteit gemachtigde ambtenaren aanwezig zijn tijdens een administratief onderzoek of daaraan met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen deelnemen, mogen zij personen ondervragen en bescheiden onderzoeken, met inachtneming van de bij dit decreet vastgestelde procedurele regelingen.
Iedere weigering van een persoon tegen wie een onderzoek loopt om zich te schikken naar de inspectiemaatregelen van de door verzoekende autoriteit gemachtigde ambtenaren wordt door de aangezochte autoriteit beschouwd als een weigering tegengesteld aan de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën.
De door de verzoekende lidstaat gemachtigde ambtenaren die overeenkomstig deze paragraaf in het Waalse Gewest aanwezig zijn, dienen te allen tijde een schriftelijke opdracht te kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken ]1.
1° aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de administratieve autoriteiten van de lidstaat van de aangezochte autoriteit hun taken vervullen;
2° aanwezig zijn bij administratieve onderzoeken op het grondgebied van de aangezochte lidstaat;
3° deelnemen aan de administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd door de aangezochte lidstaat, waar passend met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen.
De aangezochte autoriteit reageert binnen een termijn van 60 dagen na ontvangst van het verzoek op een verzoek overeenkomstig lid 1, waarbij de Belgische bevoegde autoriteit de inwilliging van het verzoek of de gemotiveerde weigering ervan wordt meegedeeld.
Indien de verlangde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenaren van de Belgische bevoegde autoriteit toegang hebben, ontvangen de ambtenaren van de aangezochte autoriteit een afschrift van die bescheiden.
Indien door de Belgische bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren aanwezig zijn tijdens een administratief onderzoek of daaraan met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen deelnemen, mogen zij personen ondervragen en bescheiden onderzoeken, met inachtneming van de door de aangezochte lidstaat vastgestelde procedurele regelingen.
Iedere weigering van een persoon tegen wie een onderzoek loopt om zich te schikken naar de inspectiemaatregelen van de door de Belgische bevoegde overheid gemachtigde ambtenaren wordt door de aangezochte autoriteit beschouwd als een weigering tegengesteld aan zijn eigen ambtenaren.
De door de Belgische bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren die overeenkomstig lid 1 van deze paragraaf in een andere lidstaat aanwezig zijn, dienen te allen tijde een schriftelijke opdracht te kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken.
§ 2. De Belgische bevoegde autoriteit kan overeenkomen met een buitenlandse bevoegde autoriteit dat, ter uitwisseling van de in artikel 64bis, § 1, eerste lid, bedoelde inlichtingen de door de buitenlandse bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de bij dit decreet vastgestelde voorwaarden :
1° aanwezig zijn in het Waalse Gewest in de kantoren van de Waalse Overheidsdienst Financiën die die taken vervullen;
2° aanwezig zijn bij administratieve onderzoeken op het Waalse grondgebied;
3° deelnemen aan de administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd door de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën, waar passend met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen.
De Belgische bevoegde autoriteit reageert binnen een termijn van 60 dagen na ontvangst van het verzoek op een verzoek gedaan overeenkomstig lid 1, waarbij aan de verzochte autoriteit de inwilliging van het verzoek of de gemotiveerde weigering ervan wordt meegedeeld.
Indien de verlangde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën toegang hebben, ontvangen de gemachtigde ambtenaren van de verzoekende autoriteit een afschrift van die bescheiden.
Indien door de verzoekende autoriteit gemachtigde ambtenaren aanwezig zijn tijdens een administratief onderzoek of daaraan met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen deelnemen, mogen zij personen ondervragen en bescheiden onderzoeken, met inachtneming van de bij dit decreet vastgestelde procedurele regelingen.
Iedere weigering van een persoon tegen wie een onderzoek loopt om zich te schikken naar de inspectiemaatregelen van de door verzoekende autoriteit gemachtigde ambtenaren wordt door de aangezochte autoriteit beschouwd als een weigering tegengesteld aan de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën.
De door de verzoekende lidstaat gemachtigde ambtenaren die overeenkomstig deze paragraaf in het Waalse Gewest aanwezig zijn, dienen te allen tijde een schriftelijke opdracht te kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken ]1.
Art. 64septies. [1 § 1er. L'autorité compétente belge peut convenir avec une autorité compétente étrangère, aux fins de l'échange d'informations visées à l'article 64bis, § 1er, alinéa 1er, que les fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge peuvent, conformément aux modalités de procédure définies par l'autorité compétente étrangère :
1° être présents dans les bureaux où les autorités administratives de l'Etat membre requis exécutent leurs tâches;
2° assister aux enquêtes administratives réalisées sur le territoire de l'Etat membre requis;
3° participer aux enquêtes administratives menées par l'Etat membre requis en utilisant des moyens de communication électroniques, le cas échéant.
L'autorité requise répond à une demande présentée conformément à l'alinéa 1er dans un délai de soixante jours suivant la réception de la demande, afin de confirmer son accord ou de signifier à l'autorité compétente belge son refus en le motivant.
Lorsque les informations demandées figurent dans des documents auxquels les fonctionnaires de l'autorité requise ont accès, les fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge en reçoivent des copies.
Dans les cas où des fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge assistent aux enquêtes administratives ou y participent en recourant à des moyens de communication électroniques, ils peuvent interroger des personnes et examiner des documents, sous réserve des modalités de procédure définies par l'Etat membre requis.
Tout refus d'une personne faisant l'objet d'une enquête de se conformer aux mesures d'inspection des fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge est considéré par l'autorité requise comme un refus opposé à ses propres fonctionnaires.
Les fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge, présents dans un autre Etat membre conformément au présent paragraphe, doivent toujours être en mesure de présenter un mandat écrit précisant leur identité et leur qualité officielle.
§ 2. L'autorité compétente belge peut convenir avec une autorité compétente étrangère, aux fins de l'échange d'informations visées à l'article 64bis, § 1er, alinéa 1er, que des fonctionnaires habilités par l'autorité compétente étrangère peuvent, conformément aux modalités de procédure définies par le présent décret :
1° être présents, en Région wallonne, dans les bureaux du service du Service public de Wallonie Finances qui exécutent ces tâches;
2° assister aux enquêtes administratives réalisées sur le territoire wallon;
3° participer aux enquêtes administratives menées par des fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances en utilisant des moyens de communication électroniques, le cas échéant.
L'autorité compétente belge répond à une demande présentée conformément à l'alinéa 1er dans un délai de soixante jours suivant la réception de la demande, afin de confirmer son accord ou de signifier à l'autorité requérante son refus en le motivant.
Lorsque les informations demandées figurent dans des documents auxquels les fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances ont accès, les fonctionnaires habilités par l'autorité requérante en reçoivent des copies.
Dans les cas où des fonctionnaires habilités par l'autorité requérante assistent aux enquêtes administratives ou y participent en recourant à des moyens de communication électroniques, ils peuvent interroger des personnes et examiner des documents, sous réserve des modalités de procédure définies par le présent décret.
Tout refus d'une personne faisant l'objet d'une enquête de se conformer aux mesures d'inspection des fonctionnaires habilités par l'autorité requérante est considéré par l'autorité compétente belge comme un refus opposé aux fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances.
Les fonctionnaires habilités par l'autorité requérante, présents sur le territoire de la Région wallonne conformément au présent paragraphe, doivent toujours être en mesure de présenter un mandat écrit précisant leur identité et leur qualité officielle ]1.
1° être présents dans les bureaux où les autorités administratives de l'Etat membre requis exécutent leurs tâches;
2° assister aux enquêtes administratives réalisées sur le territoire de l'Etat membre requis;
3° participer aux enquêtes administratives menées par l'Etat membre requis en utilisant des moyens de communication électroniques, le cas échéant.
L'autorité requise répond à une demande présentée conformément à l'alinéa 1er dans un délai de soixante jours suivant la réception de la demande, afin de confirmer son accord ou de signifier à l'autorité compétente belge son refus en le motivant.
Lorsque les informations demandées figurent dans des documents auxquels les fonctionnaires de l'autorité requise ont accès, les fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge en reçoivent des copies.
Dans les cas où des fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge assistent aux enquêtes administratives ou y participent en recourant à des moyens de communication électroniques, ils peuvent interroger des personnes et examiner des documents, sous réserve des modalités de procédure définies par l'Etat membre requis.
Tout refus d'une personne faisant l'objet d'une enquête de se conformer aux mesures d'inspection des fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge est considéré par l'autorité requise comme un refus opposé à ses propres fonctionnaires.
Les fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge, présents dans un autre Etat membre conformément au présent paragraphe, doivent toujours être en mesure de présenter un mandat écrit précisant leur identité et leur qualité officielle.
§ 2. L'autorité compétente belge peut convenir avec une autorité compétente étrangère, aux fins de l'échange d'informations visées à l'article 64bis, § 1er, alinéa 1er, que des fonctionnaires habilités par l'autorité compétente étrangère peuvent, conformément aux modalités de procédure définies par le présent décret :
1° être présents, en Région wallonne, dans les bureaux du service du Service public de Wallonie Finances qui exécutent ces tâches;
2° assister aux enquêtes administratives réalisées sur le territoire wallon;
3° participer aux enquêtes administratives menées par des fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances en utilisant des moyens de communication électroniques, le cas échéant.
L'autorité compétente belge répond à une demande présentée conformément à l'alinéa 1er dans un délai de soixante jours suivant la réception de la demande, afin de confirmer son accord ou de signifier à l'autorité requérante son refus en le motivant.
Lorsque les informations demandées figurent dans des documents auxquels les fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances ont accès, les fonctionnaires habilités par l'autorité requérante en reçoivent des copies.
Dans les cas où des fonctionnaires habilités par l'autorité requérante assistent aux enquêtes administratives ou y participent en recourant à des moyens de communication électroniques, ils peuvent interroger des personnes et examiner des documents, sous réserve des modalités de procédure définies par le présent décret.
Tout refus d'une personne faisant l'objet d'une enquête de se conformer aux mesures d'inspection des fonctionnaires habilités par l'autorité requérante est considéré par l'autorité compétente belge comme un refus opposé aux fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances.
Les fonctionnaires habilités par l'autorité requérante, présents sur le territoire de la Région wallonne conformément au présent paragraphe, doivent toujours être en mesure de présenter un mandat écrit précisant leur identité et leur qualité officielle ]1.
Wijzigingen
Onderafdeling 3. [1 Administratieve kennisgeving ]1
Sous -section 2 [1 Contrôles simultanés ]1
Art. 64septies /2.[1 § 1. De Belgische bevoegde autoriteit kan een buitenlandse bevoegde autoriteit, overeenkomstig de in de aangezochte lidstaat geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, erom verzoeken over te gaan tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de Waalse administratieve autoriteiten afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op zijn grondgebied van wetgeving betreffende de taksen en belastingen geïnd door het Waalse Gewest of voor zijn rekening, door de territoriale of staatkundige onderdelen ervan of voor hun rekening, met inbegrip van de plaatselijke overheden.
Het verzoek tot kennisgeving vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde evenals alle overige informatie ter identificatie van de geadresseerde, en het onderwerp van de akte of het besluit waarvan kennis moet worden gegeven.
Het verzoek tot kennisgeving wordt door de Belgische bevoegde autoriteit slechts gedaan indien de kennisgeving van de akten niet volgens de Belgische regels die in het Waalse Gewest toepasselijk zijn, kan geschieden, of buitensporige problemen zou veroorzaken. De Belgische bevoegde autoriteit kan, per aangetekende brief of langs elektronische weg, rechtstreeks van een document kennis geven aan een persoon op het grondgebied van een lidstaat.
§ 2. Op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit gaat de Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig de in het Waalse Gewest geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, over tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de administratieve autoriteiten van de verzoekende lidstaat afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op het Waalse grondgebied van wetgeving betreffende de taksen en belastingen geïnd door het Waalse Gewest of voor zijn rekening, door de territoriale of staatkundige onderdelen ervan of voor hun rekening, met inbegrip van de plaatselijke overheden.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het aan het verzoek gegeven gevolg en, in het bijzonder, van de datum waarop de akte of het besluit de geadresseerde ter kennis is gebracht. ]1
Het verzoek tot kennisgeving vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde evenals alle overige informatie ter identificatie van de geadresseerde, en het onderwerp van de akte of het besluit waarvan kennis moet worden gegeven.
Het verzoek tot kennisgeving wordt door de Belgische bevoegde autoriteit slechts gedaan indien de kennisgeving van de akten niet volgens de Belgische regels die in het Waalse Gewest toepasselijk zijn, kan geschieden, of buitensporige problemen zou veroorzaken. De Belgische bevoegde autoriteit kan, per aangetekende brief of langs elektronische weg, rechtstreeks van een document kennis geven aan een persoon op het grondgebied van een lidstaat.
§ 2. Op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit gaat de Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig de in het Waalse Gewest geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, over tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de administratieve autoriteiten van de verzoekende lidstaat afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op het Waalse grondgebied van wetgeving betreffende de taksen en belastingen geïnd door het Waalse Gewest of voor zijn rekening, door de territoriale of staatkundige onderdelen ervan of voor hun rekening, met inbegrip van de plaatselijke overheden.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het aan het verzoek gegeven gevolg en, in het bijzonder, van de datum waarop de akte of het besluit de geadresseerde ter kennis is gebracht. ]1
Art. 64septies /1. [1 § 1er. Lorsque la Région wallonne convient avec un ou plusieurs Etats membres de procéder, chacun sur leur propre territoire, à des contrôles simultanés en ce qui concerne une ou plusieurs personnes présentant pour eux un intérêt commun ou complémentaire, en vue d'échanger les informations ainsi obtenues, les paragraphes 2 à 4 s'appliquent.
§ 2. L'autorité compétente belge identifie de manière indépendante les personnes qu'elle a l'intention de proposer pour un contrôle simultané. Elle informe l'autorité compétente étrangère des Etats membres concernés de tous les dossiers pour lesquels elle propose un contrôle simultané, en motivant son choix. Elle indique le délai dans lequel le contrôle doit être réalisé.
§ 3. Lorsqu'un contrôle simultané a été proposé à l'autorité compétente belge, celle-ci décide si elle souhaite participer au contrôle simultané. Elle confirme son accord à l'autorité compétente étrangère ayant proposé le contrôle ou lui signifie son refus en le motivant, dans un délai de soixante jours à compter de la réception de la proposition.
§ 4. L'autorité compétente belge désigne un représentant chargé de superviser et de coordonner le contrôle. ]1
§ 2. L'autorité compétente belge identifie de manière indépendante les personnes qu'elle a l'intention de proposer pour un contrôle simultané. Elle informe l'autorité compétente étrangère des Etats membres concernés de tous les dossiers pour lesquels elle propose un contrôle simultané, en motivant son choix. Elle indique le délai dans lequel le contrôle doit être réalisé.
§ 3. Lorsqu'un contrôle simultané a été proposé à l'autorité compétente belge, celle-ci décide si elle souhaite participer au contrôle simultané. Elle confirme son accord à l'autorité compétente étrangère ayant proposé le contrôle ou lui signifie son refus en le motivant, dans un délai de soixante jours à compter de la réception de la proposition.
§ 4. L'autorité compétente belge désigne un représentant chargé de superviser et de coordonner le contrôle. ]1
Onderafdeling 3. [1 Administratieve kennisgeving ]1
Sous -section 3 [1 Notification administrative ]1
Art. 64septies /2.[1 § 1. De Belgische bevoegde autoriteit kan een buitenlandse bevoegde autoriteit, overeenkomstig de in de aangezochte lidstaat geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, erom verzoeken over te gaan tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de Waalse administratieve autoriteiten afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op zijn grondgebied van wetgeving betreffende de taksen en belastingen geïnd door het Waalse Gewest of voor zijn rekening, door de territoriale of staatkundige onderdelen ervan of voor hun rekening, met inbegrip van de plaatselijke overheden.
Het verzoek tot kennisgeving vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde evenals alle overige informatie ter identificatie van de geadresseerde, en het onderwerp van de akte of het besluit waarvan kennis moet worden gegeven.
Het verzoek tot kennisgeving wordt door de Belgische bevoegde autoriteit slechts gedaan indien de kennisgeving van de akten niet volgens de Belgische regels die in het Waalse Gewest toepasselijk zijn, kan geschieden, of buitensporige problemen zou veroorzaken. De Belgische bevoegde autoriteit kan, per aangetekende brief of langs elektronische weg, rechtstreeks van een document kennis geven aan een persoon op het grondgebied van een lidstaat.
§ 2. Op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit gaat de Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig de in het Waalse Gewest geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, over tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de administratieve autoriteiten van de verzoekende lidstaat afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op het Waalse grondgebied van wetgeving betreffende de taksen en belastingen geïnd door het Waalse Gewest of voor zijn rekening, door de territoriale of staatkundige onderdelen ervan of voor hun rekening, met inbegrip van de plaatselijke overheden.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het aan het verzoek gegeven gevolg en, in het bijzonder, van de datum waarop de akte of het besluit de geadresseerde ter kennis is gebracht. ]1
Het verzoek tot kennisgeving vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde evenals alle overige informatie ter identificatie van de geadresseerde, en het onderwerp van de akte of het besluit waarvan kennis moet worden gegeven.
Het verzoek tot kennisgeving wordt door de Belgische bevoegde autoriteit slechts gedaan indien de kennisgeving van de akten niet volgens de Belgische regels die in het Waalse Gewest toepasselijk zijn, kan geschieden, of buitensporige problemen zou veroorzaken. De Belgische bevoegde autoriteit kan, per aangetekende brief of langs elektronische weg, rechtstreeks van een document kennis geven aan een persoon op het grondgebied van een lidstaat.
§ 2. Op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit gaat de Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig de in het Waalse Gewest geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, over tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de administratieve autoriteiten van de verzoekende lidstaat afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op het Waalse grondgebied van wetgeving betreffende de taksen en belastingen geïnd door het Waalse Gewest of voor zijn rekening, door de territoriale of staatkundige onderdelen ervan of voor hun rekening, met inbegrip van de plaatselijke overheden.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het aan het verzoek gegeven gevolg en, in het bijzonder, van de datum waarop de akte of het besluit de geadresseerde ter kennis is gebracht. ]1
Art. 64septies /2.[1 § 1er. L'autorité compétente belge peut demander à une autorité compétente étrangère de notifier, conformément aux règles régissant la notification des actes correspondants dans l'Etat membre requis, au destinataire, l'ensemble des actes et décisions émanant des autorités administratives wallonnes et concernant l'application en Région wallonne de la législation relative à l'ensemble des taxes et impôts perçus par la Région wallonne ou pour son compte, par ses subdivisions territoriales ou administratives ou pour leur compte, y compris les autorités locales.
La demande de notification indique le nom et l'adresse du destinataire ainsi que tout autre renseignement susceptible de faciliter son identification et mentionne l'objet de l'acte ou de la décision à notifier.
L'autorité compétente belge n'adresse une demande de notification que lorsqu'elle n'est pas en mesure de notifier conformément aux règles belges applicables en Région wallonne, ou lorsqu'une telle notification entraînerait des difficultés disproportionnées. L'autorité compétente belge peut notifier un document, par envoi recommandé ou par voie électronique, directement à une personne établie sur le territoire d'un Etat membre.
§ 2. A la demande d'une autorité compétente étrangère, l'autorité compétente belge notifie au destinataire, conformément aux règles applicables en Région wallonne, régissant la notification des actes correspondants, l'ensemble des actes et décisions émanant des autorités administratives de l'Etat membre requérant et concernant l'application sur le territoire wallon de la législation relative à l'ensemble des taxes et impôts perçus par la Région wallonne ou pour son compte, par ses subdivisions territoriales ou administratives ou pour leur compte, y compris les autorités locales.
L'autorité compétente belge informe immédiatement l'autorité requérante de la suite qu'elle a donnée à la demande et en particulier de la date à laquelle la décision ou l'acte a été notifié au destinataire. ]1
La demande de notification indique le nom et l'adresse du destinataire ainsi que tout autre renseignement susceptible de faciliter son identification et mentionne l'objet de l'acte ou de la décision à notifier.
L'autorité compétente belge n'adresse une demande de notification que lorsqu'elle n'est pas en mesure de notifier conformément aux règles belges applicables en Région wallonne, ou lorsqu'une telle notification entraînerait des difficultés disproportionnées. L'autorité compétente belge peut notifier un document, par envoi recommandé ou par voie électronique, directement à une personne établie sur le territoire d'un Etat membre.
§ 2. A la demande d'une autorité compétente étrangère, l'autorité compétente belge notifie au destinataire, conformément aux règles applicables en Région wallonne, régissant la notification des actes correspondants, l'ensemble des actes et décisions émanant des autorités administratives de l'Etat membre requérant et concernant l'application sur le territoire wallon de la législation relative à l'ensemble des taxes et impôts perçus par la Région wallonne ou pour son compte, par ses subdivisions territoriales ou administratives ou pour leur compte, y compris les autorités locales.
L'autorité compétente belge informe immédiatement l'autorité requérante de la suite qu'elle a donnée à la demande et en particulier de la date à laquelle la décision ou l'acte a été notifié au destinataire. ]1
Onderafdeling 5 [1 Gezamenlijke audits ]1
Sous-section 4. [1 Retour d'informations ]1
Art. 64septies /4. [1 De bevoegde autoriteit van één of meer lidstaten kan de Belgische bevoegde autoriteit, eventueel samen met andere lidstaten, verzoeken een gezamenlijke controle uit te voeren. De Belgische bevoegde autoriteit en, indien van toepassing, de vereiste bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten reageren binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek om gezamenlijk toezicht. De Belgische bevoegde autoriteit en, in voorkomend geval, de aangezochte bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten kunnen een door een bevoegde autoriteit van een lidstaat ingediend verzoek om gezamenlijk toezicht om gemotiveerde redenen verwerpen.
§ 2. De Belgische bevoegde autoriteit kan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, eventueel samen met andere lidstaten, verzoeken een gezamenlijke controle uit te voeren. De aangezochte bevoegde autoriteiten reageren binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek om gezamenlijk toezicht. De aangezochte bevoegde autoriteiten kunnen een door de Belgische bevoegde autoriteit ingediend verzoek om gezamenlijk toezicht om gemotiveerde redenen verwerpen.
§ 3. De gezamenlijke audits bedoeld in de paragrafen 1 en 2 worden op vooraf overeengekomen en gecoördineerde wijze, met inbegrip van taalregelingen, uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende en de aangezochte lidstaten, en in overeenstemming met de wetgeving en de procedurele voorschriften van de lidstaat waar de activiteiten van een gezamenlijke audit plaatsvinden In elke lidstaat waar de activiteiten van een gezamenlijke audit plaatsvinden, wijst de bevoegde autoriteit van die lidstaat een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor het toezicht op en de coördinatie van de gezamenlijke audit in die lidstaat.
De rechten en plichten van de ambtenaren van lidstaten die deelnemen aan de gezamenlijke audit, worden in geval van hun aanwezigheid bij activiteiten die in een andere lidstaat worden verricht, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat waar de activiteiten van de gezamenlijke audit plaatsvinden. De ambtenaren van een andere lidstaat voegen zich naar de wetgeving van de lidstaat waar de activiteiten van een gezamenlijke audit plaatsvinden, maar oefenen geen bevoegdheden uit die verder gaan dan de bevoegdheden die hun krachtens de wetgeving van hun lidstaat zijn verleend
§ 4 Onverminderd paragraaf 3, wordt erop toegezien, wanneer de activiteiten van gezamenlijke controle plaatsvinden op het grondgebied van het Waals Gewest en worden uitgevoerd met ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën, dat:
1° toegestaan wordt dat ambtenaren van andere lidstaten die deelnemen aan de activiteiten van de gezamenlijke audit, personen ondervragen en bescheiden onderzoeken in samenspraak met de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën, met inachtneming van de procedurele regelingen die zijn vastgesteld bij dit decreet ;
2° ervoor gezorgd wordt dat bewijsmateriaal dat tijdens de activiteiten van de gezamenlijke audit is verzameld, kan worden beoordeeld, ook op de toelaatbaarheid ervan, onder dezelfde juridische voorwaarden als in het geval van een op het grondgebied van het Waalse Gewest uitgevoerde audit waaraan alleen de ambtenaren van Waalse Overheidsdienst Financiën deelnemen, onder meer in de loop van eventuele klachten-, herzienings- of beroepsprocedures ;
3° ervoor gezorgd wordt dat de persoon (personen) die aan een gezamenlijke audit wordt (worden) onderworpen of erdoor wordt (worden) geraakt, dezelfde rechten en plichten heeft (hebben) als in het geval van een audit waaraan alleen de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën deelnemen, onder meer in de loop van eventuele klachten-, herzienings- of beroepsprocedures.
§ 5. Indien de bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten een gezamenlijke audit verrichten, trachten zij het eens te worden over de feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de gezamenlijke audit, en streven zij naar overeenstemming over de fiscale positie van de geaudite persoon (personen) op basis van de resultaten van de gezamenlijke audit. De bevindingen van de gezamenlijke audit worden neergelegd in een eindverslag. Punten waarover de bevoegde autoriteiten het eens zijn, worden in het eindverslag opgenomen en worden in aanmerking genomen in de relevante instrumenten die de bevoegde autoriteiten van de deelnemende lidstaten naar aanleiding van die gezamenlijke audit uitvaardigen.
Met inachtneming van lid 1 vinden de handelingen die de bevoegde autoriteiten van een lidstaat of een van zijn ambtenaren verrichten naar aanleiding van een gezamenlijke audit, alsmede eventuele verdere procedures in die lidstaat, zoals een besluit van de belastingautoriteiten, een beroepsprocedure of een daarmee verband houdende schikking, plaats overeenkomstig het nationaal recht van die lidstaat
§ 6. De geaudite persoon (personen) wordt (worden) binnen 60 dagen na het uitbrengen van het eindverslag in kennis gesteld van het resultaat van de gezamenlijke audit en krijgt (krijgen) een kopie van dat eindverslag. ]1
§ 2. De Belgische bevoegde autoriteit kan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, eventueel samen met andere lidstaten, verzoeken een gezamenlijke controle uit te voeren. De aangezochte bevoegde autoriteiten reageren binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek om gezamenlijk toezicht. De aangezochte bevoegde autoriteiten kunnen een door de Belgische bevoegde autoriteit ingediend verzoek om gezamenlijk toezicht om gemotiveerde redenen verwerpen.
§ 3. De gezamenlijke audits bedoeld in de paragrafen 1 en 2 worden op vooraf overeengekomen en gecoördineerde wijze, met inbegrip van taalregelingen, uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende en de aangezochte lidstaten, en in overeenstemming met de wetgeving en de procedurele voorschriften van de lidstaat waar de activiteiten van een gezamenlijke audit plaatsvinden In elke lidstaat waar de activiteiten van een gezamenlijke audit plaatsvinden, wijst de bevoegde autoriteit van die lidstaat een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor het toezicht op en de coördinatie van de gezamenlijke audit in die lidstaat.
De rechten en plichten van de ambtenaren van lidstaten die deelnemen aan de gezamenlijke audit, worden in geval van hun aanwezigheid bij activiteiten die in een andere lidstaat worden verricht, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat waar de activiteiten van de gezamenlijke audit plaatsvinden. De ambtenaren van een andere lidstaat voegen zich naar de wetgeving van de lidstaat waar de activiteiten van een gezamenlijke audit plaatsvinden, maar oefenen geen bevoegdheden uit die verder gaan dan de bevoegdheden die hun krachtens de wetgeving van hun lidstaat zijn verleend
§ 4 Onverminderd paragraaf 3, wordt erop toegezien, wanneer de activiteiten van gezamenlijke controle plaatsvinden op het grondgebied van het Waals Gewest en worden uitgevoerd met ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën, dat:
1° toegestaan wordt dat ambtenaren van andere lidstaten die deelnemen aan de activiteiten van de gezamenlijke audit, personen ondervragen en bescheiden onderzoeken in samenspraak met de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën, met inachtneming van de procedurele regelingen die zijn vastgesteld bij dit decreet ;
2° ervoor gezorgd wordt dat bewijsmateriaal dat tijdens de activiteiten van de gezamenlijke audit is verzameld, kan worden beoordeeld, ook op de toelaatbaarheid ervan, onder dezelfde juridische voorwaarden als in het geval van een op het grondgebied van het Waalse Gewest uitgevoerde audit waaraan alleen de ambtenaren van Waalse Overheidsdienst Financiën deelnemen, onder meer in de loop van eventuele klachten-, herzienings- of beroepsprocedures ;
3° ervoor gezorgd wordt dat de persoon (personen) die aan een gezamenlijke audit wordt (worden) onderworpen of erdoor wordt (worden) geraakt, dezelfde rechten en plichten heeft (hebben) als in het geval van een audit waaraan alleen de ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst Financiën deelnemen, onder meer in de loop van eventuele klachten-, herzienings- of beroepsprocedures.
§ 5. Indien de bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten een gezamenlijke audit verrichten, trachten zij het eens te worden over de feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de gezamenlijke audit, en streven zij naar overeenstemming over de fiscale positie van de geaudite persoon (personen) op basis van de resultaten van de gezamenlijke audit. De bevindingen van de gezamenlijke audit worden neergelegd in een eindverslag. Punten waarover de bevoegde autoriteiten het eens zijn, worden in het eindverslag opgenomen en worden in aanmerking genomen in de relevante instrumenten die de bevoegde autoriteiten van de deelnemende lidstaten naar aanleiding van die gezamenlijke audit uitvaardigen.
Met inachtneming van lid 1 vinden de handelingen die de bevoegde autoriteiten van een lidstaat of een van zijn ambtenaren verrichten naar aanleiding van een gezamenlijke audit, alsmede eventuele verdere procedures in die lidstaat, zoals een besluit van de belastingautoriteiten, een beroepsprocedure of een daarmee verband houdende schikking, plaats overeenkomstig het nationaal recht van die lidstaat
§ 6. De geaudite persoon (personen) wordt (worden) binnen 60 dagen na het uitbrengen van het eindverslag in kennis gesteld van het resultaat van de gezamenlijke audit en krijgt (krijgen) een kopie van dat eindverslag. ]1
Art. 64septies /3.[1 § 1er. Lorsqu'une autorité compétente étrangère a communiqué des informations en application de l'article 64ter, § 1er, ou de l'article 64sexies et qu'un retour d'informations est demandé, l'autorité compétente belge qui a reçu les informations, le fournit, sans préjudice des règles relatives au secret professionnel et à la protection des données applicables en Région wallonne, à l'autorité compétente étrangère qui les a communiquées, le plus rapidement possible et au plus tard trois mois après que les résultats de l'exploitation des informations reçues sont connus.
L'autorité compétente belge fournit une fois par an aux Etats membres concernés un retour d'informations sur l'échange automatique, selon les modalités pratiques convenues de manière bilatérale.
§ 2. L'autorité compétente belge qui a communiqué des informations en application de l'article 64ter, § 2, ou de l'article 64sexies, peut demander à l'autorité compétente étrangère qui les a reçues, de lui donner son avis en retour sur celles-ci.
§ 3. Lorsqu'un service de liaison wallon ou un fonctionnaire compétent wallon reçoit une demande de coopération qui ne relève pas de la compétence qui lui est attribuée conformément à la législation belge ou à la politique belge, il la transmet sans délai au bureau central de liaison et en informe l'autorité compétente étrangère requérante. En pareil cas, la période prévue à l'article 64quater commence le jour suivant celui où la demande est transmise au bureau central de liaison .]1
L'autorité compétente belge fournit une fois par an aux Etats membres concernés un retour d'informations sur l'échange automatique, selon les modalités pratiques convenues de manière bilatérale.
§ 2. L'autorité compétente belge qui a communiqué des informations en application de l'article 64ter, § 2, ou de l'article 64sexies, peut demander à l'autorité compétente étrangère qui les a reçues, de lui donner son avis en retour sur celles-ci.
§ 3. Lorsqu'un service de liaison wallon ou un fonctionnaire compétent wallon reçoit une demande de coopération qui ne relève pas de la compétence qui lui est attribuée conformément à la législation belge ou à la politique belge, il la transmet sans délai au bureau central de liaison et en informe l'autorité compétente étrangère requérante. En pareil cas, la période prévue à l'article 64quater commence le jour suivant celui où la demande est transmise au bureau central de liaison .]1
Afdeling 7. [1 - Voorwaarden inzake de administratieve samenwerking]1
Sous-section 5. [1 Contrôles conjoints ]1
Art. 64octies. [1 § 1. De inlichtingen waarover het Waalse Gewest [3 krachtens de artikelen 64bis tot 64duodecies]3 beschikt, vallen onder de geheimhoudingsplicht [3 ,vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming van Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG]3.
Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt :
1. [3 de vaststelling en het beheer van de in de Waalse wetgeving bedoelde belastingen op de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen en andere indirecte belastingen]3;
2. voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 2 van het decreet van 5 juli 2012 tot omzetting van Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde belastingen, rechten en andere maatregelen, en voor de vaststelling en invordering van verplichte socialezekerheidsbijdragen;
3. in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures.
[3 Met toestemming van de buitenlandse bevoegde autoriteit die op grond van deze richtlijn inlichtingen verstrekt, en enkel voor zover het toegestaan is uit hoofde van het recht van toepassing in het Waalse Gewest, kunnen de op grond van deze autoriteit ontvangen inlichtingen en bescheiden voor andere dan de in lid 2 bedoelde doeleinden worden gebruikt De Belgische bevoegde autoriteit die inlichtingen en bescheiden ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en bescheiden zonder bovenbedoelde toestemming gebruiken voor alle doeleinden die de inlichtingen verstrekkende lidstaat heeft meegedeeld wanneer de bevoegde autoriteit van deze laatste lidstaat aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten een lijst van andere doeleinden heeft meegedeeld dan die bedoeld in lid 2, waarvoor inlichtingen en bescheiden overeenkomstig zijn nationaal recht gebruikt kunnen worden]3.
De Belgische bevoegde autoriteit die van oordeel is dat de van een buitenlandse bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in lid 2 beoogde doelen, stelt de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Indien de inlichtingen verstrekkende bevoegde autoriteit van de lidstaat zich hiertegen niet verzet binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving, kan de Belgische bevoegde autoriteit de inlichtingen overmaken aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van de derde lidstaat op voorwaarde dat ze de regels en procedures bepaald in de vorige artikelen naleeft.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van oordeel is dat de overeenkomstig lid 4 door een buitenlandse bevoegde autoriteit verstrekte inlichtingen voor de in lid 3 beoogde van nut kunnen zijn, vraagt ze daartoe de toestemming aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen afkomstig zijn.
Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit artikel aan de Belgische bevoegde verzoekende autoriteit zijn doorgegeven, kunnen door de Belgische bevoegde instanties op dezelfde voet als bewijs worden aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische autoriteit zijn verstrekt.
§ 2. Met toestemming van de Belgische bevoegde autoriteit kunnen de overeenkomstig de vorige artikelen medegedeelde inlichtingen voor andere dan de § 1 van lid 2 van dit artikel bedoelde doeleinden worden gebruikt in de lidstaat die ze ontvangt. De toestemming wordt door de Belgische bevoegde autoriteit verleend indien de inlichtingen in het Waalse Gewest voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt.
Wanneer de buitenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 1 van lid 2 van dit artikel beoogde doelen, mag de Belgische bevoegde autoriteit die buitenlandse bevoegde autoriteit erom machtigen die inlichtingen met een derde staat te delen. Als de Belgische bevoegde autoriteit haar toestemming niet wenst te geven, deelt ze haar weigering mede binnen tien dagen na ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen.
Als de buitenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 1 van lid 3 van dit artikel beoogde doelen, kan de Belgische bevoegde autoriteit de buitenlandse bevoegde autoriteit erom machtigen die inlichtingen met een derde lidstaat te delen.
§ 3. [3 Voorafgaandelijk aan het verzoek om inlichtingen bedoeld in artikel 64ter, § 1, dient de Belgische bevoegde autoriteit eerst de gewone informatiebronnen hebben doorzocht waar ze gebruik van kan maken om de verzochte inlichtingen te verkrijgen zonder de verwezenlijking van het nagestreefde doel schade toe te brengen.
Voorafgaandelijk aan het verzoek om inlichtingen bedoeld in artikel 64ter, § 1, dient de buitenlandse bevoegde autoriteit eerst de gewone informatiebronnen hebben doorzocht waar ze gebruik van kan maken om de verzochte inlichtingen te verkrijgen zonder de verwezenlijking van het nagestreefde doel schade toe te brengen]3.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit wordt niet gemachtigd om onderzoek in te stellen of inlichtingen te verstrekken, indien haar wetgeving haar niet toestaat voor eigen doeleinden van het Waalse Gewest het onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen te verzamelen.
De Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, indien :
1. de verzoekende lidstaat, op juridische gronden, soortgelijke inlichtingen niet kan verstrekken;
2. dit zou leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of indien het inlichtingen betreft waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.
De Belgische bevoegde autoriteit deelt de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij het verzoek om inlichtingen afwijst.
§ 5. De Belgische bevoegde autoriteit wendt de middelen aan waarover ze beschikt om de gevraagde inlichtingen te verzamelen, zelfs indien ze de inlichtingen niet voor eigen belastingdoeleinden nodig heeft. Die verplichting geldt onverminderd § 4 van de eerste en tweede leden, die, wanneer er een beroep op wordt gedaan, in geen geval zo kunnen worden uitgelegd dat het Waalse Gewest kan weigeren inlichtingen te verstrekken uitsluitend omdat het geen binnenlands belang bij deze inlichtingen heeft.
In geen geval worden de leden 1 en 2 van § 4 zo uitgelegd dat de Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, uitsluitend op grond dat deze berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die als vertegenwoordiger of trustee optreedt, of dat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
Onverminderd lid 2 kan de Belgische bevoegde autoriteit weigeren de gevraagde inlichtingen toe te zenden indien deze betrekking hebben op belastingtijdvakken vóór 1 januari 2011 en de toezending van de inlichtingen geweigerd had kunnen worden op grond van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 77/799/EEG indien daarom was verzocht vóór 11 maart 2011.
§ 6. Het Waalse Gewest dat voorziet in een samenwerking met een derde land welke verder reikt dan de bij de richtlijn geregelde samenwerking, kan de verder reikende samenwerking niet weigeren aan een lidstaat die met hem deze verder reikende, wederzijdse samenwerking wenst aan te gaan.
§ 7.[3 De verzoeken om inlichtingen en administratieve onderzoeken, ingediend krachtens artikel 64ter, § 1, evenals de overeenstemmende antwoorden, de berichten van ontvangst, de verzoeken om inlichtingen met een algemeen karakter en de verklaringen van onmogelijkheid of weigering uit hoofde van artikel 64quater, worden, voor zover mogelijk, middels een modelformulier, aangenomen door de Commissie, overgemaakt. De modelformulieren kunnen vergezeld gaan van verslagen, certificaten en andere documenten, of van gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, voor zover ze gekend zijn en overeenkomstig de evolutie van de internationale situatie, naam en adres verstrekken van alle personen van wie kan worden uitgegaan dat ze in het bezit zijn van de gevraagde inlichtingen, evenals van ieder gegeven waardoor de informatievergaring door de aangezochte autoriteit vlotter kan worden gemaakt. De spontaan uitgewisselde informatie en het desbetreffende bericht van ontvangst uit hoofde van, respectievelijk, artikel 64sexies, leden 1 en 4, de verzoeken om administratieve kennisgeving uit hoofde van artikel 64septies/2, de terugmeldingen uit hoofde van artikel 64septies/3, de communicaties uit hoofde van paragraaf 1, leden 3, 4 en 5, en de communicaties uit hoofde van artikel 64novies, lid 2, worden overgemaakt door middel van het modelformulier aangenomen door de Commissie.
De automatische informatie-uitwisseling uit hoofde van artikel 64quinquies en artikel 64quinquies/4 geschiedt in een standaard elektronische formaat uitgewerkt voor een vlottere informatie-uitwisseling, gegrond op het bestaande elektronische formaat krachtens artikel 9 van Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, gebruikt voor alle soorten automatische informatie-uitwisselingen en aangenomen door de Europese Commissie]3.]2
§ 8. [2 De krachtens dit artikel verstrekte inlichtingen worden zoveel mogelijk verzonden langs elektronische weg, via het CCN-netwerk.
De bevoegde overheid zorgt ervoor dat elke individuele te rapporteren persoon in kennis wordt gesteld van een schending van de beveiliging van zijn gegevens wanneer die schending afbreuk kan doen aan de bescherming van zijn persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer.
Het verzoek om samenwerking, waaronder het verzoek tot kennisgeving, en de bijgevoegde bescheiden kunnen in elke door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal zijn gesteld. Het verzoek gaat slechts in bijzondere gevallen, op met redenen omkleed verzoek van de Belgische bevoegde autoriteit, vergezeld van een vertaling in een van de officiële talen van België.]2 ]1
Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt :
1. [3 de vaststelling en het beheer van de in de Waalse wetgeving bedoelde belastingen op de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen en andere indirecte belastingen]3;
2. voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 2 van het decreet van 5 juli 2012 tot omzetting van Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde belastingen, rechten en andere maatregelen, en voor de vaststelling en invordering van verplichte socialezekerheidsbijdragen;
3. in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures.
[3 Met toestemming van de buitenlandse bevoegde autoriteit die op grond van deze richtlijn inlichtingen verstrekt, en enkel voor zover het toegestaan is uit hoofde van het recht van toepassing in het Waalse Gewest, kunnen de op grond van deze autoriteit ontvangen inlichtingen en bescheiden voor andere dan de in lid 2 bedoelde doeleinden worden gebruikt De Belgische bevoegde autoriteit die inlichtingen en bescheiden ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en bescheiden zonder bovenbedoelde toestemming gebruiken voor alle doeleinden die de inlichtingen verstrekkende lidstaat heeft meegedeeld wanneer de bevoegde autoriteit van deze laatste lidstaat aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten een lijst van andere doeleinden heeft meegedeeld dan die bedoeld in lid 2, waarvoor inlichtingen en bescheiden overeenkomstig zijn nationaal recht gebruikt kunnen worden]3.
De Belgische bevoegde autoriteit die van oordeel is dat de van een buitenlandse bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in lid 2 beoogde doelen, stelt de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Indien de inlichtingen verstrekkende bevoegde autoriteit van de lidstaat zich hiertegen niet verzet binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving, kan de Belgische bevoegde autoriteit de inlichtingen overmaken aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van de derde lidstaat op voorwaarde dat ze de regels en procedures bepaald in de vorige artikelen naleeft.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van oordeel is dat de overeenkomstig lid 4 door een buitenlandse bevoegde autoriteit verstrekte inlichtingen voor de in lid 3 beoogde van nut kunnen zijn, vraagt ze daartoe de toestemming aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen afkomstig zijn.
Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit artikel aan de Belgische bevoegde verzoekende autoriteit zijn doorgegeven, kunnen door de Belgische bevoegde instanties op dezelfde voet als bewijs worden aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische autoriteit zijn verstrekt.
§ 2. Met toestemming van de Belgische bevoegde autoriteit kunnen de overeenkomstig de vorige artikelen medegedeelde inlichtingen voor andere dan de § 1 van lid 2 van dit artikel bedoelde doeleinden worden gebruikt in de lidstaat die ze ontvangt. De toestemming wordt door de Belgische bevoegde autoriteit verleend indien de inlichtingen in het Waalse Gewest voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt.
Wanneer de buitenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 1 van lid 2 van dit artikel beoogde doelen, mag de Belgische bevoegde autoriteit die buitenlandse bevoegde autoriteit erom machtigen die inlichtingen met een derde staat te delen. Als de Belgische bevoegde autoriteit haar toestemming niet wenst te geven, deelt ze haar weigering mede binnen tien dagen na ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen.
Als de buitenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 1 van lid 3 van dit artikel beoogde doelen, kan de Belgische bevoegde autoriteit de buitenlandse bevoegde autoriteit erom machtigen die inlichtingen met een derde lidstaat te delen.
§ 3. [3 Voorafgaandelijk aan het verzoek om inlichtingen bedoeld in artikel 64ter, § 1, dient de Belgische bevoegde autoriteit eerst de gewone informatiebronnen hebben doorzocht waar ze gebruik van kan maken om de verzochte inlichtingen te verkrijgen zonder de verwezenlijking van het nagestreefde doel schade toe te brengen.
Voorafgaandelijk aan het verzoek om inlichtingen bedoeld in artikel 64ter, § 1, dient de buitenlandse bevoegde autoriteit eerst de gewone informatiebronnen hebben doorzocht waar ze gebruik van kan maken om de verzochte inlichtingen te verkrijgen zonder de verwezenlijking van het nagestreefde doel schade toe te brengen]3.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit wordt niet gemachtigd om onderzoek in te stellen of inlichtingen te verstrekken, indien haar wetgeving haar niet toestaat voor eigen doeleinden van het Waalse Gewest het onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen te verzamelen.
De Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, indien :
1. de verzoekende lidstaat, op juridische gronden, soortgelijke inlichtingen niet kan verstrekken;
2. dit zou leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of indien het inlichtingen betreft waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.
De Belgische bevoegde autoriteit deelt de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij het verzoek om inlichtingen afwijst.
§ 5. De Belgische bevoegde autoriteit wendt de middelen aan waarover ze beschikt om de gevraagde inlichtingen te verzamelen, zelfs indien ze de inlichtingen niet voor eigen belastingdoeleinden nodig heeft. Die verplichting geldt onverminderd § 4 van de eerste en tweede leden, die, wanneer er een beroep op wordt gedaan, in geen geval zo kunnen worden uitgelegd dat het Waalse Gewest kan weigeren inlichtingen te verstrekken uitsluitend omdat het geen binnenlands belang bij deze inlichtingen heeft.
In geen geval worden de leden 1 en 2 van § 4 zo uitgelegd dat de Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, uitsluitend op grond dat deze berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die als vertegenwoordiger of trustee optreedt, of dat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
Onverminderd lid 2 kan de Belgische bevoegde autoriteit weigeren de gevraagde inlichtingen toe te zenden indien deze betrekking hebben op belastingtijdvakken vóór 1 januari 2011 en de toezending van de inlichtingen geweigerd had kunnen worden op grond van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 77/799/EEG indien daarom was verzocht vóór 11 maart 2011.
§ 6. Het Waalse Gewest dat voorziet in een samenwerking met een derde land welke verder reikt dan de bij de richtlijn geregelde samenwerking, kan de verder reikende samenwerking niet weigeren aan een lidstaat die met hem deze verder reikende, wederzijdse samenwerking wenst aan te gaan.
§ 7.[3 De verzoeken om inlichtingen en administratieve onderzoeken, ingediend krachtens artikel 64ter, § 1, evenals de overeenstemmende antwoorden, de berichten van ontvangst, de verzoeken om inlichtingen met een algemeen karakter en de verklaringen van onmogelijkheid of weigering uit hoofde van artikel 64quater, worden, voor zover mogelijk, middels een modelformulier, aangenomen door de Commissie, overgemaakt. De modelformulieren kunnen vergezeld gaan van verslagen, certificaten en andere documenten, of van gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, voor zover ze gekend zijn en overeenkomstig de evolutie van de internationale situatie, naam en adres verstrekken van alle personen van wie kan worden uitgegaan dat ze in het bezit zijn van de gevraagde inlichtingen, evenals van ieder gegeven waardoor de informatievergaring door de aangezochte autoriteit vlotter kan worden gemaakt. De spontaan uitgewisselde informatie en het desbetreffende bericht van ontvangst uit hoofde van, respectievelijk, artikel 64sexies, leden 1 en 4, de verzoeken om administratieve kennisgeving uit hoofde van artikel 64septies/2, de terugmeldingen uit hoofde van artikel 64septies/3, de communicaties uit hoofde van paragraaf 1, leden 3, 4 en 5, en de communicaties uit hoofde van artikel 64novies, lid 2, worden overgemaakt door middel van het modelformulier aangenomen door de Commissie.
De automatische informatie-uitwisseling uit hoofde van artikel 64quinquies en artikel 64quinquies/4 geschiedt in een standaard elektronische formaat uitgewerkt voor een vlottere informatie-uitwisseling, gegrond op het bestaande elektronische formaat krachtens artikel 9 van Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, gebruikt voor alle soorten automatische informatie-uitwisselingen en aangenomen door de Europese Commissie]3.]2
§ 8. [2 De krachtens dit artikel verstrekte inlichtingen worden zoveel mogelijk verzonden langs elektronische weg, via het CCN-netwerk.
De bevoegde overheid zorgt ervoor dat elke individuele te rapporteren persoon in kennis wordt gesteld van een schending van de beveiliging van zijn gegevens wanneer die schending afbreuk kan doen aan de bescherming van zijn persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer.
Het verzoek om samenwerking, waaronder het verzoek tot kennisgeving, en de bijgevoegde bescheiden kunnen in elke door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal zijn gesteld. Het verzoek gaat slechts in bijzondere gevallen, op met redenen omkleed verzoek van de Belgische bevoegde autoriteit, vergezeld van een vertaling in een van de officiële talen van België.]2 ]1
Art. 64septies /4. [1 . § 1er. L'autorité compétente d'un ou de plusieurs Etats membres peut demander à l'autorité compétente belge, le cas échéant avec d'autres Etats membres, de mener un contrôle conjoint. L'autorité compétente belge et, le cas échéant, les autorités compétentes requises des autres Etats membres répondent à la demande de contrôle conjoint dans un délai de soixante jours à compter de la réception de celle-ci. L'autorité compétente belge et, le cas échéant, les autorités compétentes requises des autres Etats membres peuvent rejeter une demande de contrôle conjoint présentée par une autorité compétente d'un Etat membre pour des motifs justifiés.
§ 2. L'autorité compétente belge peut demander à l'autorité compétente d'un autre Etat membre, le cas échéant avec d'autres Etats membres, de mener un contrôle conjoint. Les autorités compétentes requises répondent à la demande de contrôle conjoint dans un délai de soixante jours à compter de la réception de celle-ci. Les autorités compétentes requises peuvent rejeter une demande de contrôle conjoint présentée par l'autorité compétente belge pour des motifs justifiés.
§ 3. Les contrôles conjoints prévus aux paragraphes 1er et 2 sont menés de manière convenue au préalable et coordonnée, y compris en ce qui concerne le régime linguistique, par les autorités compétentes de l'Etat membre requérant et de l'Etat membre ou des Etats membres requis, et conformément à la législation et aux exigences procédurales de l'Etat membre dans lequel les activités de contrôle conjoint sont menées. Dans chaque Etat membre dans lequel se déroulent les activités d'un contrôle conjoint, l'autorité compétente dudit Etat membre désigne un représentant chargé de superviser et de coordonner le contrôle conjoint dans cet Etat membre.
Les droits et obligations des fonctionnaires des Etats membres qui participent au contrôle conjoint, lorsqu'ils sont présents lors d'activités menées dans un autre Etat membre, sont déterminés conformément à la législation de l'Etat membre dans lequel se déroulent les activités du contrôle conjoint. Tout en respectant la législation de l'Etat membre dans lequel se déroulent les activités du contrôle conjoint, les fonctionnaires d'un autre Etat membre n'exercent aucun pouvoir qui irait au-delà des pouvoirs qui leur sont conférés par la législation de leur Etat membre.
§ 4. Sans préjudice du paragraphe 3, lorsque les activités du contrôle conjoint ont lieu sur le territoire de la Région wallonne et sont menées avec des fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances :
1° les fonctionnaires d'autres Etats membres qui participent aux activités du contrôle conjoint sont autorisés à interroger des personnes et à examiner des documents en coopération avec les fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances, sous réserve des modalités de procédure prévues par le présent décret;
2° les éléments de preuve recueillis au cours des activités du contrôle conjoint sont évalués, y compris en ce qui concerne leur recevabilité, dans les mêmes conditions juridiques que celles qui s'appliqueraient dans le cas d'un contrôle effectué sur le territoire de la Région wallonne, avec la seule participation des fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances, y compris au cours d'une procédure de réclamation, de réexamen ou de recours;
3° la ou les personnes faisant l'objet d'un contrôle conjoint ou affectées par celui-ci jouissent des mêmes droits et ont les mêmes obligations que ceux qui s'appliqueraient dans le cas d'un contrôle qui se déroulerait avec la seule participation des fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances, y compris au cours de toute procédure de réclamation, de réexamen ou de recours.
§ 5. Lorsque les autorités compétentes de deux Etats membres ou plus mènent un contrôle conjoint, elles s'efforcent de convenir des faits et des circonstances pertinents pour le contrôle conjoint et de parvenir à un accord concernant la position fiscale de la ou des personnes ayant fait l'objet du contrôle sur la base des résultats de ce dernier. Les conclusions du contrôle conjoint sont intégrées dans un rapport final. Les questions sur lesquelles les autorités compétentes sont d'accord figurent dans les conclusions du rapport final et sont prises en compte dans les instruments appropriés émis par les autorités compétentes des Etats membres participants à la suite de ce contrôle conjoint.
Sous réserve de l'alinéa 1er, les mesures prises par les autorités compétentes d'un Etat membre ou par l'un de ses fonctionnaires à la suite d'un contrôle conjoint, ainsi que toute autre procédure qui aurait lieu dans cet Etat membre, telle qu'une décision des autorités fiscales, une procédure de recours ou de règlement y relative, se déroulent conformément au droit national de cet Etat membre.
§ 6. La ou les personnes ayant fait l'objet d'un contrôle sont informées des résultats du contrôle conjoint et reçoivent une copie du rapport final, dans les soixante jours suivant l'émission du rapport final. ]1
§ 2. L'autorité compétente belge peut demander à l'autorité compétente d'un autre Etat membre, le cas échéant avec d'autres Etats membres, de mener un contrôle conjoint. Les autorités compétentes requises répondent à la demande de contrôle conjoint dans un délai de soixante jours à compter de la réception de celle-ci. Les autorités compétentes requises peuvent rejeter une demande de contrôle conjoint présentée par l'autorité compétente belge pour des motifs justifiés.
§ 3. Les contrôles conjoints prévus aux paragraphes 1er et 2 sont menés de manière convenue au préalable et coordonnée, y compris en ce qui concerne le régime linguistique, par les autorités compétentes de l'Etat membre requérant et de l'Etat membre ou des Etats membres requis, et conformément à la législation et aux exigences procédurales de l'Etat membre dans lequel les activités de contrôle conjoint sont menées. Dans chaque Etat membre dans lequel se déroulent les activités d'un contrôle conjoint, l'autorité compétente dudit Etat membre désigne un représentant chargé de superviser et de coordonner le contrôle conjoint dans cet Etat membre.
Les droits et obligations des fonctionnaires des Etats membres qui participent au contrôle conjoint, lorsqu'ils sont présents lors d'activités menées dans un autre Etat membre, sont déterminés conformément à la législation de l'Etat membre dans lequel se déroulent les activités du contrôle conjoint. Tout en respectant la législation de l'Etat membre dans lequel se déroulent les activités du contrôle conjoint, les fonctionnaires d'un autre Etat membre n'exercent aucun pouvoir qui irait au-delà des pouvoirs qui leur sont conférés par la législation de leur Etat membre.
§ 4. Sans préjudice du paragraphe 3, lorsque les activités du contrôle conjoint ont lieu sur le territoire de la Région wallonne et sont menées avec des fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances :
1° les fonctionnaires d'autres Etats membres qui participent aux activités du contrôle conjoint sont autorisés à interroger des personnes et à examiner des documents en coopération avec les fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances, sous réserve des modalités de procédure prévues par le présent décret;
2° les éléments de preuve recueillis au cours des activités du contrôle conjoint sont évalués, y compris en ce qui concerne leur recevabilité, dans les mêmes conditions juridiques que celles qui s'appliqueraient dans le cas d'un contrôle effectué sur le territoire de la Région wallonne, avec la seule participation des fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances, y compris au cours d'une procédure de réclamation, de réexamen ou de recours;
3° la ou les personnes faisant l'objet d'un contrôle conjoint ou affectées par celui-ci jouissent des mêmes droits et ont les mêmes obligations que ceux qui s'appliqueraient dans le cas d'un contrôle qui se déroulerait avec la seule participation des fonctionnaires du Service public de Wallonie Finances, y compris au cours de toute procédure de réclamation, de réexamen ou de recours.
§ 5. Lorsque les autorités compétentes de deux Etats membres ou plus mènent un contrôle conjoint, elles s'efforcent de convenir des faits et des circonstances pertinents pour le contrôle conjoint et de parvenir à un accord concernant la position fiscale de la ou des personnes ayant fait l'objet du contrôle sur la base des résultats de ce dernier. Les conclusions du contrôle conjoint sont intégrées dans un rapport final. Les questions sur lesquelles les autorités compétentes sont d'accord figurent dans les conclusions du rapport final et sont prises en compte dans les instruments appropriés émis par les autorités compétentes des Etats membres participants à la suite de ce contrôle conjoint.
Sous réserve de l'alinéa 1er, les mesures prises par les autorités compétentes d'un Etat membre ou par l'un de ses fonctionnaires à la suite d'un contrôle conjoint, ainsi que toute autre procédure qui aurait lieu dans cet Etat membre, telle qu'une décision des autorités fiscales, une procédure de recours ou de règlement y relative, se déroulent conformément au droit national de cet Etat membre.
§ 6. La ou les personnes ayant fait l'objet d'un contrôle sont informées des résultats du contrôle conjoint et reçoivent une copie du rapport final, dans les soixante jours suivant l'émission du rapport final. ]1
Afdeling 7. [1 - Voorwaarden inzake de administratieve samenwerking]1
Section 7. - [1 Conditions régissant la coopération administrative]1
Art. 64octies. [1 § 1. De inlichtingen waarover het Waalse Gewest [3 krachtens de artikelen 64bis tot 64duodecies]3 beschikt, vallen onder de geheimhoudingsplicht [3 ,vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming van Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG]3.
Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt :
1. [3 de vaststelling en het beheer van de in de Waalse wetgeving bedoelde belastingen op de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen en andere indirecte belastingen]3;
2. voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 2 van het decreet van 5 juli 2012 tot omzetting van Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde belastingen, rechten en andere maatregelen, en voor de vaststelling en invordering van verplichte socialezekerheidsbijdragen;
3. in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures.
[3 Met toestemming van de buitenlandse bevoegde autoriteit die op grond van deze richtlijn inlichtingen verstrekt, en enkel voor zover het toegestaan is uit hoofde van het recht van toepassing in het Waalse Gewest, kunnen de op grond van deze autoriteit ontvangen inlichtingen en bescheiden voor andere dan de in lid 2 bedoelde doeleinden worden gebruikt De Belgische bevoegde autoriteit die inlichtingen en bescheiden ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en bescheiden zonder bovenbedoelde toestemming gebruiken voor alle doeleinden die de inlichtingen verstrekkende lidstaat heeft meegedeeld wanneer de bevoegde autoriteit van deze laatste lidstaat aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten een lijst van andere doeleinden heeft meegedeeld dan die bedoeld in lid 2, waarvoor inlichtingen en bescheiden overeenkomstig zijn nationaal recht gebruikt kunnen worden]3.
De Belgische bevoegde autoriteit die van oordeel is dat de van een buitenlandse bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in lid 2 beoogde doelen, stelt de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Indien de inlichtingen verstrekkende bevoegde autoriteit van de lidstaat zich hiertegen niet verzet binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving, kan de Belgische bevoegde autoriteit de inlichtingen overmaken aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van de derde lidstaat op voorwaarde dat ze de regels en procedures bepaald in de vorige artikelen naleeft.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van oordeel is dat de overeenkomstig lid 4 door een buitenlandse bevoegde autoriteit verstrekte inlichtingen voor de in lid 3 beoogde van nut kunnen zijn, vraagt ze daartoe de toestemming aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen afkomstig zijn.
Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit artikel aan de Belgische bevoegde verzoekende autoriteit zijn doorgegeven, kunnen door de Belgische bevoegde instanties op dezelfde voet als bewijs worden aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische autoriteit zijn verstrekt.
§ 2. Met toestemming van de Belgische bevoegde autoriteit kunnen de overeenkomstig de vorige artikelen medegedeelde inlichtingen voor andere dan de § 1 van lid 2 van dit artikel bedoelde doeleinden worden gebruikt in de lidstaat die ze ontvangt. De toestemming wordt door de Belgische bevoegde autoriteit verleend indien de inlichtingen in het Waalse Gewest voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt.
Wanneer de buitenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 1 van lid 2 van dit artikel beoogde doelen, mag de Belgische bevoegde autoriteit die buitenlandse bevoegde autoriteit erom machtigen die inlichtingen met een derde staat te delen. Als de Belgische bevoegde autoriteit haar toestemming niet wenst te geven, deelt ze haar weigering mede binnen tien dagen na ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen.
Als de buitenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 1 van lid 3 van dit artikel beoogde doelen, kan de Belgische bevoegde autoriteit de buitenlandse bevoegde autoriteit erom machtigen die inlichtingen met een derde lidstaat te delen.
§ 3. [3 Voorafgaandelijk aan het verzoek om inlichtingen bedoeld in artikel 64ter, § 1, dient de Belgische bevoegde autoriteit eerst de gewone informatiebronnen hebben doorzocht waar ze gebruik van kan maken om de verzochte inlichtingen te verkrijgen zonder de verwezenlijking van het nagestreefde doel schade toe te brengen.
Voorafgaandelijk aan het verzoek om inlichtingen bedoeld in artikel 64ter, § 1, dient de buitenlandse bevoegde autoriteit eerst de gewone informatiebronnen hebben doorzocht waar ze gebruik van kan maken om de verzochte inlichtingen te verkrijgen zonder de verwezenlijking van het nagestreefde doel schade toe te brengen]3.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit wordt niet gemachtigd om onderzoek in te stellen of inlichtingen te verstrekken, indien haar wetgeving haar niet toestaat voor eigen doeleinden van het Waalse Gewest het onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen te verzamelen.
De Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, indien :
1. de verzoekende lidstaat, op juridische gronden, soortgelijke inlichtingen niet kan verstrekken;
2. dit zou leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of indien het inlichtingen betreft waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.
De Belgische bevoegde autoriteit deelt de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij het verzoek om inlichtingen afwijst.
§ 5. De Belgische bevoegde autoriteit wendt de middelen aan waarover ze beschikt om de gevraagde inlichtingen te verzamelen, zelfs indien ze de inlichtingen niet voor eigen belastingdoeleinden nodig heeft. Die verplichting geldt onverminderd § 4 van de eerste en tweede leden, die, wanneer er een beroep op wordt gedaan, in geen geval zo kunnen worden uitgelegd dat het Waalse Gewest kan weigeren inlichtingen te verstrekken uitsluitend omdat het geen binnenlands belang bij deze inlichtingen heeft.
In geen geval worden de leden 1 en 2 van § 4 zo uitgelegd dat de Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, uitsluitend op grond dat deze berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die als vertegenwoordiger of trustee optreedt, of dat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
Onverminderd lid 2 kan de Belgische bevoegde autoriteit weigeren de gevraagde inlichtingen toe te zenden indien deze betrekking hebben op belastingtijdvakken vóór 1 januari 2011 en de toezending van de inlichtingen geweigerd had kunnen worden op grond van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 77/799/EEG indien daarom was verzocht vóór 11 maart 2011.
§ 6. Het Waalse Gewest dat voorziet in een samenwerking met een derde land welke verder reikt dan de bij de richtlijn geregelde samenwerking, kan de verder reikende samenwerking niet weigeren aan een lidstaat die met hem deze verder reikende, wederzijdse samenwerking wenst aan te gaan.
§ 7.[3 De verzoeken om inlichtingen en administratieve onderzoeken, ingediend krachtens artikel 64ter, § 1, evenals de overeenstemmende antwoorden, de berichten van ontvangst, de verzoeken om inlichtingen met een algemeen karakter en de verklaringen van onmogelijkheid of weigering uit hoofde van artikel 64quater, worden, voor zover mogelijk, middels een modelformulier, aangenomen door de Commissie, overgemaakt. De modelformulieren kunnen vergezeld gaan van verslagen, certificaten en andere documenten, of van gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, voor zover ze gekend zijn en overeenkomstig de evolutie van de internationale situatie, naam en adres verstrekken van alle personen van wie kan worden uitgegaan dat ze in het bezit zijn van de gevraagde inlichtingen, evenals van ieder gegeven waardoor de informatievergaring door de aangezochte autoriteit vlotter kan worden gemaakt. De spontaan uitgewisselde informatie en het desbetreffende bericht van ontvangst uit hoofde van, respectievelijk, artikel 64sexies, leden 1 en 4, de verzoeken om administratieve kennisgeving uit hoofde van artikel 64septies/2, de terugmeldingen uit hoofde van artikel 64septies/3, de communicaties uit hoofde van paragraaf 1, leden 3, 4 en 5, en de communicaties uit hoofde van artikel 64novies, lid 2, worden overgemaakt door middel van het modelformulier aangenomen door de Commissie.
De automatische informatie-uitwisseling uit hoofde van artikel 64quinquies en artikel 64quinquies/4 geschiedt in een standaard elektronische formaat uitgewerkt voor een vlottere informatie-uitwisseling, gegrond op het bestaande elektronische formaat krachtens artikel 9 van Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, gebruikt voor alle soorten automatische informatie-uitwisselingen en aangenomen door de Europese Commissie]3.]2
§ 8. [2 De krachtens dit artikel verstrekte inlichtingen worden zoveel mogelijk verzonden langs elektronische weg, via het CCN-netwerk.
De bevoegde overheid zorgt ervoor dat elke individuele te rapporteren persoon in kennis wordt gesteld van een schending van de beveiliging van zijn gegevens wanneer die schending afbreuk kan doen aan de bescherming van zijn persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer.
Het verzoek om samenwerking, waaronder het verzoek tot kennisgeving, en de bijgevoegde bescheiden kunnen in elke door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal zijn gesteld. Het verzoek gaat slechts in bijzondere gevallen, op met redenen omkleed verzoek van de Belgische bevoegde autoriteit, vergezeld van een vertaling in een van de officiële talen van België.]2 ]1
Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt :
1. [3 de vaststelling en het beheer van de in de Waalse wetgeving bedoelde belastingen op de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen en andere indirecte belastingen]3;
2. voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 2 van het decreet van 5 juli 2012 tot omzetting van Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde belastingen, rechten en andere maatregelen, en voor de vaststelling en invordering van verplichte socialezekerheidsbijdragen;
3. in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures.
[3 Met toestemming van de buitenlandse bevoegde autoriteit die op grond van deze richtlijn inlichtingen verstrekt, en enkel voor zover het toegestaan is uit hoofde van het recht van toepassing in het Waalse Gewest, kunnen de op grond van deze autoriteit ontvangen inlichtingen en bescheiden voor andere dan de in lid 2 bedoelde doeleinden worden gebruikt De Belgische bevoegde autoriteit die inlichtingen en bescheiden ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en bescheiden zonder bovenbedoelde toestemming gebruiken voor alle doeleinden die de inlichtingen verstrekkende lidstaat heeft meegedeeld wanneer de bevoegde autoriteit van deze laatste lidstaat aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten een lijst van andere doeleinden heeft meegedeeld dan die bedoeld in lid 2, waarvoor inlichtingen en bescheiden overeenkomstig zijn nationaal recht gebruikt kunnen worden]3.
De Belgische bevoegde autoriteit die van oordeel is dat de van een buitenlandse bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in lid 2 beoogde doelen, stelt de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Indien de inlichtingen verstrekkende bevoegde autoriteit van de lidstaat zich hiertegen niet verzet binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving, kan de Belgische bevoegde autoriteit de inlichtingen overmaken aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van de derde lidstaat op voorwaarde dat ze de regels en procedures bepaald in de vorige artikelen naleeft.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van oordeel is dat de overeenkomstig lid 4 door een buitenlandse bevoegde autoriteit verstrekte inlichtingen voor de in lid 3 beoogde van nut kunnen zijn, vraagt ze daartoe de toestemming aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen afkomstig zijn.
Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit artikel aan de Belgische bevoegde verzoekende autoriteit zijn doorgegeven, kunnen door de Belgische bevoegde instanties op dezelfde voet als bewijs worden aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische autoriteit zijn verstrekt.
§ 2. Met toestemming van de Belgische bevoegde autoriteit kunnen de overeenkomstig de vorige artikelen medegedeelde inlichtingen voor andere dan de § 1 van lid 2 van dit artikel bedoelde doeleinden worden gebruikt in de lidstaat die ze ontvangt. De toestemming wordt door de Belgische bevoegde autoriteit verleend indien de inlichtingen in het Waalse Gewest voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt.
Wanneer de buitenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 1 van lid 2 van dit artikel beoogde doelen, mag de Belgische bevoegde autoriteit die buitenlandse bevoegde autoriteit erom machtigen die inlichtingen met een derde staat te delen. Als de Belgische bevoegde autoriteit haar toestemming niet wenst te geven, deelt ze haar weigering mede binnen tien dagen na ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen.
Als de buitenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 1 van lid 3 van dit artikel beoogde doelen, kan de Belgische bevoegde autoriteit de buitenlandse bevoegde autoriteit erom machtigen die inlichtingen met een derde lidstaat te delen.
§ 3. [3 Voorafgaandelijk aan het verzoek om inlichtingen bedoeld in artikel 64ter, § 1, dient de Belgische bevoegde autoriteit eerst de gewone informatiebronnen hebben doorzocht waar ze gebruik van kan maken om de verzochte inlichtingen te verkrijgen zonder de verwezenlijking van het nagestreefde doel schade toe te brengen.
Voorafgaandelijk aan het verzoek om inlichtingen bedoeld in artikel 64ter, § 1, dient de buitenlandse bevoegde autoriteit eerst de gewone informatiebronnen hebben doorzocht waar ze gebruik van kan maken om de verzochte inlichtingen te verkrijgen zonder de verwezenlijking van het nagestreefde doel schade toe te brengen]3.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit wordt niet gemachtigd om onderzoek in te stellen of inlichtingen te verstrekken, indien haar wetgeving haar niet toestaat voor eigen doeleinden van het Waalse Gewest het onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen te verzamelen.
De Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, indien :
1. de verzoekende lidstaat, op juridische gronden, soortgelijke inlichtingen niet kan verstrekken;
2. dit zou leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of indien het inlichtingen betreft waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.
De Belgische bevoegde autoriteit deelt de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij het verzoek om inlichtingen afwijst.
§ 5. De Belgische bevoegde autoriteit wendt de middelen aan waarover ze beschikt om de gevraagde inlichtingen te verzamelen, zelfs indien ze de inlichtingen niet voor eigen belastingdoeleinden nodig heeft. Die verplichting geldt onverminderd § 4 van de eerste en tweede leden, die, wanneer er een beroep op wordt gedaan, in geen geval zo kunnen worden uitgelegd dat het Waalse Gewest kan weigeren inlichtingen te verstrekken uitsluitend omdat het geen binnenlands belang bij deze inlichtingen heeft.
In geen geval worden de leden 1 en 2 van § 4 zo uitgelegd dat de Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, uitsluitend op grond dat deze berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die als vertegenwoordiger of trustee optreedt, of dat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
Onverminderd lid 2 kan de Belgische bevoegde autoriteit weigeren de gevraagde inlichtingen toe te zenden indien deze betrekking hebben op belastingtijdvakken vóór 1 januari 2011 en de toezending van de inlichtingen geweigerd had kunnen worden op grond van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 77/799/EEG indien daarom was verzocht vóór 11 maart 2011.
§ 6. Het Waalse Gewest dat voorziet in een samenwerking met een derde land welke verder reikt dan de bij de richtlijn geregelde samenwerking, kan de verder reikende samenwerking niet weigeren aan een lidstaat die met hem deze verder reikende, wederzijdse samenwerking wenst aan te gaan.
§ 7.[3 De verzoeken om inlichtingen en administratieve onderzoeken, ingediend krachtens artikel 64ter, § 1, evenals de overeenstemmende antwoorden, de berichten van ontvangst, de verzoeken om inlichtingen met een algemeen karakter en de verklaringen van onmogelijkheid of weigering uit hoofde van artikel 64quater, worden, voor zover mogelijk, middels een modelformulier, aangenomen door de Commissie, overgemaakt. De modelformulieren kunnen vergezeld gaan van verslagen, certificaten en andere documenten, of van gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, voor zover ze gekend zijn en overeenkomstig de evolutie van de internationale situatie, naam en adres verstrekken van alle personen van wie kan worden uitgegaan dat ze in het bezit zijn van de gevraagde inlichtingen, evenals van ieder gegeven waardoor de informatievergaring door de aangezochte autoriteit vlotter kan worden gemaakt. De spontaan uitgewisselde informatie en het desbetreffende bericht van ontvangst uit hoofde van, respectievelijk, artikel 64sexies, leden 1 en 4, de verzoeken om administratieve kennisgeving uit hoofde van artikel 64septies/2, de terugmeldingen uit hoofde van artikel 64septies/3, de communicaties uit hoofde van paragraaf 1, leden 3, 4 en 5, en de communicaties uit hoofde van artikel 64novies, lid 2, worden overgemaakt door middel van het modelformulier aangenomen door de Commissie.
De automatische informatie-uitwisseling uit hoofde van artikel 64quinquies en artikel 64quinquies/4 geschiedt in een standaard elektronische formaat uitgewerkt voor een vlottere informatie-uitwisseling, gegrond op het bestaande elektronische formaat krachtens artikel 9 van Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, gebruikt voor alle soorten automatische informatie-uitwisselingen en aangenomen door de Europese Commissie]3.]2
§ 8. [2 De krachtens dit artikel verstrekte inlichtingen worden zoveel mogelijk verzonden langs elektronische weg, via het CCN-netwerk.
De bevoegde overheid zorgt ervoor dat elke individuele te rapporteren persoon in kennis wordt gesteld van een schending van de beveiliging van zijn gegevens wanneer die schending afbreuk kan doen aan de bescherming van zijn persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer.
Het verzoek om samenwerking, waaronder het verzoek tot kennisgeving, en de bijgevoegde bescheiden kunnen in elke door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal zijn gesteld. Het verzoek gaat slechts in bijzondere gevallen, op met redenen omkleed verzoek van de Belgische bevoegde autoriteit, vergezeld van een vertaling in een van de officiële talen van België.]2 ]1
Art. 64octies. [1 § 1er. Les informations dont dispose la Région wallonne en application [3 des articles 64bis à 64duodecies sont couvertes par l'obligation de secret et bénéficient de la protection du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE]3.
Ces informations peuvent servir :
1. [3 1. à l'établissement et à l'administration des taxes et impôts visés par la législation wallonne relative aux taxes et impôts visés à l'article 2 de la directive et d'autres taxes indirectes]3;
2. à l'établissement et au recouvrement d'autres taxes et droits relevant de l'article 2 du décret du 5 juillet 2012 transposant la Directive 2010/24/UE du Conseil du 16 mars 2010 concernant l'assistance mutuelle en matière de recouvrement des créances relatives aux taxes, impôts, droits et autres mesures, et pour établir et recouvrer des cotisations sociales obligatoires;
3. à l'occasion de procédures judiciaires et administratives pouvant entraîner des sanctions, engagées à la suite d'infractions à la législation en matière fiscale, sans préjudice des règles générales et des dispositions légales régissant les droits des prévenus et des témoins dans le cadre de telles procédures.
[3 Avec l'autorisation de l'autorité compétente étrangère qui a communiqué les informations conformément à la directive et pour autant que cela soit autorisé par le droit applicable en Région wallonne, les informations et documents reçus de cette autorité peuvent être utilisés à des fins autres que celles visées à l'alinéa 2. L'autorité compétente belge qui reçoit les informations et les documents peut toutefois utiliser les informations et documents reçus sans obtenir l'autorisation susvisée pour l'une des finalités énumérées par l'Etat membre qui communique les informations, lorsque l'autorité compétente de ce dernier Etat membre a communiqué aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres une liste des finalités autres que celles visées à l'alinéa 2, pour lesquelles, conformément à son droit national, des informations et documents peuvent être utilisés-3.
Lorsque l'autorité compétente belge estime que les informations qu'elle a reçues d'une autorité compétente étrangère sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente étrangère d'un troisième Etat membre pour les fins visées à l'alinéa 2, elle informe l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations de son intention de communiquer ces informations à un troisième Etat membre. Si l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations ne s'oppose pas dans un délai de dix jours à compter de la date de réception de la communication à cet échange d'informations, l'autorité compétente belge peut transmettre les informations à l'autorité compétente étrangère du troisième Etat membre à condition qu'elle respecte les règles et procédures fixées dans les articles précédents.
Lorsque l'autorité compétente belge estime que les informations transmises par une autorité compétente étrangère conformément à l'alinéa 4 peuvent être utiles pour les fins visées à l'alinéa 3, elle demande pour ce faire, l'autorisation à l'autorité compétente de l'Etat membre d'où proviennent ces informations.
Les informations, rapports, attestations et tous autres documents, ou les copies certifiées conformes ou extraits de ces derniers, obtenus par l'autorité requise et transmis à l'autorité compétente belge requérante conformément au présent article sont invoqués comme éléments de preuve par les instances compétentes belges au même titre que les informations, rapports, attestations et tous autres documents équivalents fournis par une autre instance belge.
§ 2. L'autorité compétente belge peut autoriser l'utilisation, dans l'Etat membre qui les reçoit, des informations communiquées conformément aux précédents articles, à d'autres fins que celles visées au paragraphe 1er, alinéa 2, du présent article. L'autorité compétente belge donne l'autorisation à condition que leur utilisation soit possible en Région wallonne à des fins similaires.
Lorsque l'autorité étrangère considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente belge sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente étrangère d'un troisième Etat membre pour les fins visées à au paragraphe 1er, alinéa 2, du présent article, l'autorité compétente belge peut autoriser cette autorité compétente étrangère à partager ces informations avec un troisième Etat. Si l'autorité compétente belge ne souhaite pas donner son autorisation, elle signifie son refus dans un délai de dix jours à compter de la date de réception de la communication par l'Etat membre qui souhaite partager les informations.
Lorsque l'autorité étrangère considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente belge sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente étrangère d'un troisième Etat membre pour les fins visées au paragraphe 1er, alinéa 3, du présent article, l'autorité compétente belge peut accorder la permission à l'autorité compétente étrangère de communiquer ces informations à un troisième Etat membre.
§ 3. [3 Préalablement à la demande d'informations visée à l'article 64ter, § 1er, l'autorité compétente belge doit d'abord avoir exploité les sources habituelles d'information auxquelles elle peut avoir recours pour obtenir les informations demandées sans risquer de nuire à la réalisation du but recherché.
Préalablement à la demande d'informations visée à l'article 64ter, § 2, l'autorité compétente étrangère doit d'abord avoir exploité les sources habituelles d'information auxquelles elle peut avoir recours pour obtenir les informations demandées sans risquer de nuire à la réalisation du but recherché]3.
§ 4. L'autorité compétente belge n'est pas autorisée à procéder à des enquêtes ou de transmettre des informations dès lors que la réalisation de telles enquêtes ou la collecte des informations en question aux propres fins de la Région wallonne serait contraire à sa législation.
L'autorité compétente belge peut refuser de transmettre des informations lorsque :
1. l'Etat membre requérant n'est pas en mesure, pour des raisons juridiques, de fournir des informations similaires;
2. cela conduirait à divulguer un secret commercial, industriel ou professionnel ou un procédé commercial, ou une information dont la divulgation serait contraire à l'ordre public.
L'autorité compétente belge informe l'autorité requérante des motifs du rejet de la demande d'informations.
§ 5. L'autorité compétente belge met en oeuvre son dispositif de collecte de renseignements afin d'obtenir les informations demandées, même si ces dernières ne lui sont pas nécessaires pour ses propres besoins fiscaux. Cette obligation s'applique sans préjudice du § 4, alinéas 1er et 2, dont les dispositions ne sauraient en aucun cas être interprétées comme autorisant la Région wallonne à refuser de fournir des informations au seul motif que ces dernières ne présentent pour elle aucun intérêt.
Le § 4, alinéas 1er et 2, ne saurait en aucun cas être interprété comme autorisant l'autorité compétente belge à refuser de fournir des informations au seul motif que ces informations sont détenues par une banque, un autre établissement financier, un mandataire ou une personne agissant en tant qu'agent ou fiduciaire, ou qu'elles se rapportent à une participation au capital d'une personne.
Nonobstant l'alinéa 2, l'autorité compétente belge peut refuser de transmettre des informations demandées lorsque celles-ci portent sur des périodes imposables antérieures au 1er janvier 2011 et que la transmission de ces informations aurait pu être refusée sur la base de l'article 8, point 1er, de la Directive 77/799/CE si elle avait été demandée avant le 11 mars 2011.
§ 6. Lorsque la Région wallonne offre à un pays tiers une coopération plus étendue que celle prévue par la directive, elle ne peut pas refuser cette coopération étendue à un Etat membre souhaitant prendre part à une telle forme de coopération mutuelle plus étendue.
§ 7. [3 Les demandes d'informations et d'enquêtes administratives introduites en vertu de l'article 64ter, § 1er, ainsi que les réponses correspondantes, les accusés de réception, les demandes de renseignements de caractère général et les déclarations d'incapacité ou de refus au titre de l'article 64quater sont, dans la mesure du possible, transmis au moyen d'un formulaire type adopté par la Commission. Les formulaires types peuvent être accompagnés de rapports, d'attestations et de tous autres documents, ou de copies certifiées conformes ou extraits de ces derniers.
L'autorité compétente belge peut, dans la mesure où ils sont connus et conformément à l'évolution de la situation internationale, fournir les noms et adresses de toutes les personnes dont il y a lieu de penser qu'elles sont en possession des informations demandées, ainsi que tout élément susceptible de faciliter la collecte des informations par l'autorité requise. Les informations échangées spontanément et l'accusé de réception les concernant, au titre, respectivement, de l'article 64sexies, alinéas 1er et 4, les demandes de notification administrative au titre de l'article 64septies/2, les retours d'information au titre de l'article 64septies/3, les communications au titre du paragraphe 1er, alinéas 3, 4 et 5, et les communications au titre de l'article 64novies, alinéa 2, sont transmis à l'aide du formulaire type adopté par la Commission.
Les échanges automatiques d'informations au titre de l'article 64quinquies et de l'article 64quinquies/4 sont effectués dans un format informatique standard conçu pour faciliter cet échange automatique et basé sur le format informatique existant en vertu de l'article 9 de la directive 2003/48/CE du Conseil du 3 juin 2003 en matière de fiscalité des revenus de l'épargne sous forme de paiements d'intérêts, qui est utilisé pour tous les types d'échanges automatiques d'informations et qui est adopté par la Commission européenne]3.]2
§ 8. [2 Les informations communiquées au titre du présent article sont, dans la mesure du possible, fournies par voie électronique au moyen du réseau CCN.
L'autorité compétente veille à ce que chaque personne physique faisant l'objet d'une déclaration soit informée de tout manquement à la sécurité concernant ses données lorsque ces manquements sont susceptibles de porter atteinte à la protection de ses données à caractère personnel ou de sa vie privée.
Les demandes de coopération, y compris les demandes de notification et les pièces annexées, peuvent être rédigées dans toute langue choisie d'un commun accord par l'autorité requise et l'autorité requérante. Lesdites demandes sont accompagnées d'une traduction dans l'une des langues officielles de la Belgique uniquement dans des cas particuliers et à condition que l'autorité compétente belge motive sa demande de traduction.]2 ]1
Ces informations peuvent servir :
1. [3 1. à l'établissement et à l'administration des taxes et impôts visés par la législation wallonne relative aux taxes et impôts visés à l'article 2 de la directive et d'autres taxes indirectes]3;
2. à l'établissement et au recouvrement d'autres taxes et droits relevant de l'article 2 du décret du 5 juillet 2012 transposant la Directive 2010/24/UE du Conseil du 16 mars 2010 concernant l'assistance mutuelle en matière de recouvrement des créances relatives aux taxes, impôts, droits et autres mesures, et pour établir et recouvrer des cotisations sociales obligatoires;
3. à l'occasion de procédures judiciaires et administratives pouvant entraîner des sanctions, engagées à la suite d'infractions à la législation en matière fiscale, sans préjudice des règles générales et des dispositions légales régissant les droits des prévenus et des témoins dans le cadre de telles procédures.
[3 Avec l'autorisation de l'autorité compétente étrangère qui a communiqué les informations conformément à la directive et pour autant que cela soit autorisé par le droit applicable en Région wallonne, les informations et documents reçus de cette autorité peuvent être utilisés à des fins autres que celles visées à l'alinéa 2. L'autorité compétente belge qui reçoit les informations et les documents peut toutefois utiliser les informations et documents reçus sans obtenir l'autorisation susvisée pour l'une des finalités énumérées par l'Etat membre qui communique les informations, lorsque l'autorité compétente de ce dernier Etat membre a communiqué aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres une liste des finalités autres que celles visées à l'alinéa 2, pour lesquelles, conformément à son droit national, des informations et documents peuvent être utilisés-3.
Lorsque l'autorité compétente belge estime que les informations qu'elle a reçues d'une autorité compétente étrangère sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente étrangère d'un troisième Etat membre pour les fins visées à l'alinéa 2, elle informe l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations de son intention de communiquer ces informations à un troisième Etat membre. Si l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations ne s'oppose pas dans un délai de dix jours à compter de la date de réception de la communication à cet échange d'informations, l'autorité compétente belge peut transmettre les informations à l'autorité compétente étrangère du troisième Etat membre à condition qu'elle respecte les règles et procédures fixées dans les articles précédents.
Lorsque l'autorité compétente belge estime que les informations transmises par une autorité compétente étrangère conformément à l'alinéa 4 peuvent être utiles pour les fins visées à l'alinéa 3, elle demande pour ce faire, l'autorisation à l'autorité compétente de l'Etat membre d'où proviennent ces informations.
Les informations, rapports, attestations et tous autres documents, ou les copies certifiées conformes ou extraits de ces derniers, obtenus par l'autorité requise et transmis à l'autorité compétente belge requérante conformément au présent article sont invoqués comme éléments de preuve par les instances compétentes belges au même titre que les informations, rapports, attestations et tous autres documents équivalents fournis par une autre instance belge.
§ 2. L'autorité compétente belge peut autoriser l'utilisation, dans l'Etat membre qui les reçoit, des informations communiquées conformément aux précédents articles, à d'autres fins que celles visées au paragraphe 1er, alinéa 2, du présent article. L'autorité compétente belge donne l'autorisation à condition que leur utilisation soit possible en Région wallonne à des fins similaires.
Lorsque l'autorité étrangère considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente belge sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente étrangère d'un troisième Etat membre pour les fins visées à au paragraphe 1er, alinéa 2, du présent article, l'autorité compétente belge peut autoriser cette autorité compétente étrangère à partager ces informations avec un troisième Etat. Si l'autorité compétente belge ne souhaite pas donner son autorisation, elle signifie son refus dans un délai de dix jours à compter de la date de réception de la communication par l'Etat membre qui souhaite partager les informations.
Lorsque l'autorité étrangère considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente belge sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente étrangère d'un troisième Etat membre pour les fins visées au paragraphe 1er, alinéa 3, du présent article, l'autorité compétente belge peut accorder la permission à l'autorité compétente étrangère de communiquer ces informations à un troisième Etat membre.
§ 3. [3 Préalablement à la demande d'informations visée à l'article 64ter, § 1er, l'autorité compétente belge doit d'abord avoir exploité les sources habituelles d'information auxquelles elle peut avoir recours pour obtenir les informations demandées sans risquer de nuire à la réalisation du but recherché.
Préalablement à la demande d'informations visée à l'article 64ter, § 2, l'autorité compétente étrangère doit d'abord avoir exploité les sources habituelles d'information auxquelles elle peut avoir recours pour obtenir les informations demandées sans risquer de nuire à la réalisation du but recherché]3.
§ 4. L'autorité compétente belge n'est pas autorisée à procéder à des enquêtes ou de transmettre des informations dès lors que la réalisation de telles enquêtes ou la collecte des informations en question aux propres fins de la Région wallonne serait contraire à sa législation.
L'autorité compétente belge peut refuser de transmettre des informations lorsque :
1. l'Etat membre requérant n'est pas en mesure, pour des raisons juridiques, de fournir des informations similaires;
2. cela conduirait à divulguer un secret commercial, industriel ou professionnel ou un procédé commercial, ou une information dont la divulgation serait contraire à l'ordre public.
L'autorité compétente belge informe l'autorité requérante des motifs du rejet de la demande d'informations.
§ 5. L'autorité compétente belge met en oeuvre son dispositif de collecte de renseignements afin d'obtenir les informations demandées, même si ces dernières ne lui sont pas nécessaires pour ses propres besoins fiscaux. Cette obligation s'applique sans préjudice du § 4, alinéas 1er et 2, dont les dispositions ne sauraient en aucun cas être interprétées comme autorisant la Région wallonne à refuser de fournir des informations au seul motif que ces dernières ne présentent pour elle aucun intérêt.
Le § 4, alinéas 1er et 2, ne saurait en aucun cas être interprété comme autorisant l'autorité compétente belge à refuser de fournir des informations au seul motif que ces informations sont détenues par une banque, un autre établissement financier, un mandataire ou une personne agissant en tant qu'agent ou fiduciaire, ou qu'elles se rapportent à une participation au capital d'une personne.
Nonobstant l'alinéa 2, l'autorité compétente belge peut refuser de transmettre des informations demandées lorsque celles-ci portent sur des périodes imposables antérieures au 1er janvier 2011 et que la transmission de ces informations aurait pu être refusée sur la base de l'article 8, point 1er, de la Directive 77/799/CE si elle avait été demandée avant le 11 mars 2011.
§ 6. Lorsque la Région wallonne offre à un pays tiers une coopération plus étendue que celle prévue par la directive, elle ne peut pas refuser cette coopération étendue à un Etat membre souhaitant prendre part à une telle forme de coopération mutuelle plus étendue.
§ 7. [3 Les demandes d'informations et d'enquêtes administratives introduites en vertu de l'article 64ter, § 1er, ainsi que les réponses correspondantes, les accusés de réception, les demandes de renseignements de caractère général et les déclarations d'incapacité ou de refus au titre de l'article 64quater sont, dans la mesure du possible, transmis au moyen d'un formulaire type adopté par la Commission. Les formulaires types peuvent être accompagnés de rapports, d'attestations et de tous autres documents, ou de copies certifiées conformes ou extraits de ces derniers.
L'autorité compétente belge peut, dans la mesure où ils sont connus et conformément à l'évolution de la situation internationale, fournir les noms et adresses de toutes les personnes dont il y a lieu de penser qu'elles sont en possession des informations demandées, ainsi que tout élément susceptible de faciliter la collecte des informations par l'autorité requise. Les informations échangées spontanément et l'accusé de réception les concernant, au titre, respectivement, de l'article 64sexies, alinéas 1er et 4, les demandes de notification administrative au titre de l'article 64septies/2, les retours d'information au titre de l'article 64septies/3, les communications au titre du paragraphe 1er, alinéas 3, 4 et 5, et les communications au titre de l'article 64novies, alinéa 2, sont transmis à l'aide du formulaire type adopté par la Commission.
Les échanges automatiques d'informations au titre de l'article 64quinquies et de l'article 64quinquies/4 sont effectués dans un format informatique standard conçu pour faciliter cet échange automatique et basé sur le format informatique existant en vertu de l'article 9 de la directive 2003/48/CE du Conseil du 3 juin 2003 en matière de fiscalité des revenus de l'épargne sous forme de paiements d'intérêts, qui est utilisé pour tous les types d'échanges automatiques d'informations et qui est adopté par la Commission européenne]3.]2
§ 8. [2 Les informations communiquées au titre du présent article sont, dans la mesure du possible, fournies par voie électronique au moyen du réseau CCN.
L'autorité compétente veille à ce que chaque personne physique faisant l'objet d'une déclaration soit informée de tout manquement à la sécurité concernant ses données lorsque ces manquements sont susceptibles de porter atteinte à la protection de ses données à caractère personnel ou de sa vie privée.
Les demandes de coopération, y compris les demandes de notification et les pièces annexées, peuvent être rédigées dans toute langue choisie d'un commun accord par l'autorité requise et l'autorité requérante. Lesdites demandes sont accompagnées d'une traduction dans l'une des langues officielles de la Belgique uniquement dans des cas particuliers et à condition que l'autorité compétente belge motive sa demande de traduction.]2 ]1
Afdeling 8. [1 - Betrekkingen met derde landen]1
Section 8. - [1 Relations avec les pays tiers]1
Art. 64decies. [1 § 1. Elke uitwisseling van inlichtingen op grond van dit hoofdstuk IXbis is onderworpen aan Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, vanaf nu algemene verordening gegevensbescherming.
§ 2. De verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van dit hoofdstuk IXbis zijn de intermediairs, de rapporterende platformexploitanten en de Belgische bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 64bis, § 1, lid 4, 6°, wanneer zij, alleen of gezamenlijk handelend, de doeleinden en middelen bepalen voor een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming in hun hoedanigheid van verwerker bedoeld in artikel 4, 7), van bedoelde Verordening.
De volgende categorieën persoonsgegevens worden in het kader van lid 1 behandeld:
1° persoonsidentificatiegegevens, het Rijksregisternummer of het identificatienummer van de sociale zekerheid en andere identificatiegegevens zoals het fiscaal identificatienummer;
2° bijzondere financiële kenmerken;
3° persoonlijke kenmerken.
4° leefwijzen;
5° de gezinssamenstelling.
§ 3. In het kader van artikel 64quinquies/2 is het doeleinde van deze verwerking de uitwisseling van dergelijke informatie tussen lidstaten, met name om de fiscale administraties in staat te stellen in een vroeg stadium een overzicht te krijgen van mogelijk agressieve fiscale planningsconstructies, om de opsporing van risico's in bepaalde dossiers mogelijk te maken en voor een afschrikkend effect te zorgen met betrekking tot de erfrechtelijke planning, binnen het fiscale kader.
In het kader van de andere bepalingen van dit hoofdstuk IXbis dan artikel 64quinquies/2 is het doeleinde van deze verwerking de uitwisseling van deze inlichtingen tussen lidstaten met name om de wettelijke opdrachten van de Waalse Overheidsdienst Financiën uit te voeren op het stuk van vestiging, onderzoekingen, controles, geschillen, inning en invordering van belastingen bedoeld bij hoofdstuk 1.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de verwerkingen in dit hoofdstuk IXbis niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt met een maximale bewaartermijn die één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren en, in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de administratieve en rechterlijke procedures en rechtsmiddelen en de integrale betaling van alle hiermee verbonden bedragen niet mag overschrijden.
§ 5 Elke intermediair of rapporterende platformexploitant, naargelang het geval, die onder het grondgebied van het Waals Gewest valt :
1° stelt elke betrokken natuurlijke persoon ervan in kennis dat gegevens over hem zullen worden verzameld en doorgegeven overeenkomstig dit decreet;
2° maakt aan elke betrokken natuurlijke persoon alle informatie over waartoe zij toegang mag hebben, afkomstig van de verwerker, binnen een toereikende termijn om hem in staat te stellen zijn of haar rechten inzake gegevensbescherming uit te oefenen en, hoe dan ook, voordat de informatie medegedeeld wordt.
Niettegenstaande lid 1, 2°, dienen de rapporterende platformexploitanten de te rapporteren verkopers in te lichten over de gerapporteerde tegenprestatie. ]1
§ 2. De verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van dit hoofdstuk IXbis zijn de intermediairs, de rapporterende platformexploitanten en de Belgische bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 64bis, § 1, lid 4, 6°, wanneer zij, alleen of gezamenlijk handelend, de doeleinden en middelen bepalen voor een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming in hun hoedanigheid van verwerker bedoeld in artikel 4, 7), van bedoelde Verordening.
De volgende categorieën persoonsgegevens worden in het kader van lid 1 behandeld:
1° persoonsidentificatiegegevens, het Rijksregisternummer of het identificatienummer van de sociale zekerheid en andere identificatiegegevens zoals het fiscaal identificatienummer;
2° bijzondere financiële kenmerken;
3° persoonlijke kenmerken.
4° leefwijzen;
5° de gezinssamenstelling.
§ 3. In het kader van artikel 64quinquies/2 is het doeleinde van deze verwerking de uitwisseling van dergelijke informatie tussen lidstaten, met name om de fiscale administraties in staat te stellen in een vroeg stadium een overzicht te krijgen van mogelijk agressieve fiscale planningsconstructies, om de opsporing van risico's in bepaalde dossiers mogelijk te maken en voor een afschrikkend effect te zorgen met betrekking tot de erfrechtelijke planning, binnen het fiscale kader.
In het kader van de andere bepalingen van dit hoofdstuk IXbis dan artikel 64quinquies/2 is het doeleinde van deze verwerking de uitwisseling van deze inlichtingen tussen lidstaten met name om de wettelijke opdrachten van de Waalse Overheidsdienst Financiën uit te voeren op het stuk van vestiging, onderzoekingen, controles, geschillen, inning en invordering van belastingen bedoeld bij hoofdstuk 1.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de verwerkingen in dit hoofdstuk IXbis niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt met een maximale bewaartermijn die één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren en, in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de administratieve en rechterlijke procedures en rechtsmiddelen en de integrale betaling van alle hiermee verbonden bedragen niet mag overschrijden.
§ 5 Elke intermediair of rapporterende platformexploitant, naargelang het geval, die onder het grondgebied van het Waals Gewest valt :
1° stelt elke betrokken natuurlijke persoon ervan in kennis dat gegevens over hem zullen worden verzameld en doorgegeven overeenkomstig dit decreet;
2° maakt aan elke betrokken natuurlijke persoon alle informatie over waartoe zij toegang mag hebben, afkomstig van de verwerker, binnen een toereikende termijn om hem in staat te stellen zijn of haar rechten inzake gegevensbescherming uit te oefenen en, hoe dan ook, voordat de informatie medegedeeld wordt.
Niettegenstaande lid 1, 2°, dienen de rapporterende platformexploitanten de te rapporteren verkopers in te lichten over de gerapporteerde tegenprestatie. ]1
Art. 64novies. [1 Lorsque des informations vraisemblablement pertinentes pour l'administration et l'application de la législation wallonne relative à l'ensemble des taxes et impôts perçus par la Région wallonne ou pour son compte, par ses subdivisions territoriales ou administratives ou pour leur compte, y compris les autorités locales sont communiquées par un pays tiers à l'autorité compétente belge, cette dernière peut, dans la mesure où un accord avec ce pays tiers l'autorise, transmettre ces informations aux autorités compétentes des Etats membres auxquels ces informations pourraient être utiles et à toute autorité compétente étrangère qui en fait la demande.
L'autorité compétente belge peut, en tenant compte de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, transmettre à un pays tiers, conformément aux dispositions belges applicables en Région wallonne, à la communication de données à caractère personnel à des pays tiers, les informations obtenues en application du présent article, pour autant que l'ensemble des conditions suivantes soient remplies :
a) l'autorité compétente étrangère de l'Etat membre d'où proviennent les informations a donné son accord préalable;
b) le pays tiers concerné s'est engagé à coopérer pour réunir des éléments prouvant le caractère irrégulier ou illégal des opérations qui paraissent être contraires ou constituer une infraction à la législation fiscale. ]1
L'autorité compétente belge peut, en tenant compte de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, transmettre à un pays tiers, conformément aux dispositions belges applicables en Région wallonne, à la communication de données à caractère personnel à des pays tiers, les informations obtenues en application du présent article, pour autant que l'ensemble des conditions suivantes soient remplies :
a) l'autorité compétente étrangère de l'Etat membre d'où proviennent les informations a donné son accord préalable;
b) le pays tiers concerné s'est engagé à coopérer pour réunir des éléments prouvant le caractère irrégulier ou illégal des opérations qui paraissent être contraires ou constituer une infraction à la législation fiscale. ]1
Art. 64undecies.[1 § 1. In afwijking van artikel 64decies, § 1, en van de artikelen 13 en 14, van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht op informatie uitgesteld, beperkt of uitgesloten worden betreffende verwerkingen van persoonsgegevens waarvan de Waalse Overheidsdienst Financiën de verwerkingsverantwoordelijke is om de doelstellingen inzake openbaar nut te vrijwaren op het stuk van budgetair, monetair en fiscaal beleid en voor zover artikel 14, § 5, d), van bedoelde Verordening niet in deze wordt ingeroepen.
Section 9 [1 Protection des données ]1
Art. 64duodecies. [1 § 1. In afwijking van artikel 64decies, § 1, en van artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht tot toegang op de persoonsgegevens betreffende deze persoon geheel of ten dele uitgesteld, beperkt worden betreffende de verwerkingen van persoonsgegevens waarvan de Waalse Overheidsdienst Financiën de verwerker is om de doelstellingen van openbaar nut te vrijwaren op het stuk van budgetair, monetair en fiscaal beleid.
De verwerkingen als bedoeld in lid 1 zijn verwerkingen met als doeleinde de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de onderzoeken gevoerd door de bevoegde diensten van de Waalse Overheidsdienst Financiën, met inbegrip van de procedures met het oog op het eventueel opleggen van een administratieve geldboete of een administratieve sanctie.
§ 2. Deze afwijkingen blijven gelden tijdens de periode waarin de betrokkene aan een controle of aan een onderzoek of aan voorbereidende handelingen daarvoor is onderworpen, als verricht door voornoemde diensten in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten evenals tijdens de periode waarin de documenten afkomstig van deze diensten verwerkt worden met het oog op het instellen van vervolgingen daarvoor.
Deze afwijkingen zijn van toepassing voor zover de toepassing van dit recht de behoeften van de controle, het onderzoek of de voorbereidende handelingen zou schaden of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of de veiligheid van natuurlijke personen zou kunnen schenden.
De duur van de voorbereidende handelingen bedoeld in lid 2 tijdens welke de artikelen 15 en van de algemene verordening gegevensverwerking niet van toepassing zijn overschrijdt niet één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende mededeling van informatie, te verstrekken overeenkomstig voornoemde artikelen 13 en 14.
De uitzondering bedoeld in paragraaf 1, lid 1, beoogt niet de gegevens buiten het bereik van het onderzoek of van de controle die de weigering of de beperking van informatie verantwoorden.
§ 3 Na ontvangst van een verzoek om toegang bevestigt de gemachtigde voor gegevensbescherming van de voor de verwerking verantwoordelijke de ontvangst ervan.
De afgevaardigde voor de gegevensbescherming van de verwerker licht de betrokken persoonlijk schriftelijk en onverwijld, en hoe dan ook binnen één maand te rekenen van de ontvangst van het verzoek, in over iedere weigering of beperking van de izijn of haar recht tot toegang tot de hem of haar betreffende gegevens, evenals over de redenen voor deze weigering of beperking. Deze informatie over de weigering of de beperking kan niet worden verstrekt wanneer het meedelen daarvan een gevaar dreigt te vormen voor één van de doeleinden verwoord in paragraaf 1, lid 2. Desnoods kan de termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met de complexiteit van de verzoeken en met hun aantal. De verwerker stelt de betrokkene binnen een maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en de redenen voor het uitstel.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene informeren over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Autoriteit voor gegevensbescherming en om rechtsmiddelen in te stellen.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker legt de feitelijke of juridische gronden vast waarop het besluit is gebaseerd. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld aan de gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de Waalse Overheidsdienst Financiën gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, lid 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in leden 6 en 7, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of het onderzoek opgeheven. De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte stellen.
Wanneer een zaak naar de gerechtelijke autoriteit wordt verwezen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na toestemming van de gerechtelijke autoriteit of nadat de gerechtelijke fase is afgerond en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. Informatie die is verzameld tijdens de uitvoering van taken die door de gerechtelijke autoriteit zijn voorgeschreven, mag echter alleen openbaar worden gemaakt met de uitdrukkelijke toestemming van de gerechtelijke autoriteit.
Wanneer een dossier wordt doorgestuurd naar een andere dienst van de Waalse Overheidsdienst Financiën of naar de instelling die bevoegd is om uitspraak te doen over de conclusies van het onderzoek, worden de rechten pas hersteld nadat deze dienst of de bevoegde instelling uitspraak heeft gedaan over het resultaat van het onderzoek. ]1
De verwerkingen als bedoeld in lid 1 zijn verwerkingen met als doeleinde de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de onderzoeken gevoerd door de bevoegde diensten van de Waalse Overheidsdienst Financiën, met inbegrip van de procedures met het oog op het eventueel opleggen van een administratieve geldboete of een administratieve sanctie.
§ 2. Deze afwijkingen blijven gelden tijdens de periode waarin de betrokkene aan een controle of aan een onderzoek of aan voorbereidende handelingen daarvoor is onderworpen, als verricht door voornoemde diensten in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten evenals tijdens de periode waarin de documenten afkomstig van deze diensten verwerkt worden met het oog op het instellen van vervolgingen daarvoor.
Deze afwijkingen zijn van toepassing voor zover de toepassing van dit recht de behoeften van de controle, het onderzoek of de voorbereidende handelingen zou schaden of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of de veiligheid van natuurlijke personen zou kunnen schenden.
De duur van de voorbereidende handelingen bedoeld in lid 2 tijdens welke de artikelen 15 en van de algemene verordening gegevensverwerking niet van toepassing zijn overschrijdt niet één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende mededeling van informatie, te verstrekken overeenkomstig voornoemde artikelen 13 en 14.
De uitzondering bedoeld in paragraaf 1, lid 1, beoogt niet de gegevens buiten het bereik van het onderzoek of van de controle die de weigering of de beperking van informatie verantwoorden.
§ 3 Na ontvangst van een verzoek om toegang bevestigt de gemachtigde voor gegevensbescherming van de voor de verwerking verantwoordelijke de ontvangst ervan.
De afgevaardigde voor de gegevensbescherming van de verwerker licht de betrokken persoonlijk schriftelijk en onverwijld, en hoe dan ook binnen één maand te rekenen van de ontvangst van het verzoek, in over iedere weigering of beperking van de izijn of haar recht tot toegang tot de hem of haar betreffende gegevens, evenals over de redenen voor deze weigering of beperking. Deze informatie over de weigering of de beperking kan niet worden verstrekt wanneer het meedelen daarvan een gevaar dreigt te vormen voor één van de doeleinden verwoord in paragraaf 1, lid 2. Desnoods kan de termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met de complexiteit van de verzoeken en met hun aantal. De verwerker stelt de betrokkene binnen een maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en de redenen voor het uitstel.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene informeren over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Autoriteit voor gegevensbescherming en om rechtsmiddelen in te stellen.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker legt de feitelijke of juridische gronden vast waarop het besluit is gebaseerd. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld aan de gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de Waalse Overheidsdienst Financiën gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, lid 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in leden 6 en 7, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of het onderzoek opgeheven. De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte stellen.
Wanneer een zaak naar de gerechtelijke autoriteit wordt verwezen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na toestemming van de gerechtelijke autoriteit of nadat de gerechtelijke fase is afgerond en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. Informatie die is verzameld tijdens de uitvoering van taken die door de gerechtelijke autoriteit zijn voorgeschreven, mag echter alleen openbaar worden gemaakt met de uitdrukkelijke toestemming van de gerechtelijke autoriteit.
Wanneer een dossier wordt doorgestuurd naar een andere dienst van de Waalse Overheidsdienst Financiën of naar de instelling die bevoegd is om uitspraak te doen over de conclusies van het onderzoek, worden de rechten pas hersteld nadat deze dienst of de bevoegde instelling uitspraak heeft gedaan over het resultaat van het onderzoek. ]1
Art. 64decies. [1 § 1er. Tous les échanges d'informations au titre du présent chapitre IXbis sont soumis au Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE, ci-après dénommé Règlement Général sur la Protection des Données.
§ 2. Les responsables du traitement des données à caractère personnel pour l'application du présent chapitre IXbis, sont les intermédiaires, les Opérateurs de Plateformes déclarants et l'autorité compétente belge visée à l'article 64bis, § 1er, alinéa 4, 6°, lorsque, agissant seuls ou conjointement, ils déterminent les finalités et les moyens d'un traitement de données à caractère personnel au sens du Règlement Général sur la Protection des Données, en leur qualité de responsable du traitement visé à l'article 4, 7), dudit Règlement.
Les catégories suivantes de données à caractère personnel, sont traitées dans le cadre de l'alinéa 1er :
1° les données d'identification personnelles, le numéro du registre national ou le numéro d'identification de la sécurité sociale et d'autres données d'identification telles que le numéro d'identification fiscal;
2° les particularités financières;
3° les caractéristiques personnelles;
4° les modes de vies;
5° la composition du ménage.
§ 3. Dans le cadre de l'article 64quinquies/2, la finalité de ce traitement est l'échange de ces informations entre Etats membres aux fins de permettre aux administrations fiscales d'avoir un aperçu en amont des planifications fiscales à caractère potentiellement agressif, de permettre la détection de risque de certains dossiers et de créer un effet dissuasif à l'égard de la planification successorale, le tout dans le cadre fiscal.
Dans le cadre des dispositions du présent chapitre IXbis autres que l'article 64quinquies/2, la finalité de ce traitement est l'échange de ces informations entre Etats membres aux fins d'exécuter les missions légales du Service public de Wallonie Finances, en ce qui concerne l'établissement, les investigations, les contrôles, le contentieux, la perception et le recouvrement en matière de taxes visées par l'article 1er.
§ 4. Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques visé à l'article 89 du Règlement Général sur la Protection des Données, les données à caractère personnel qui résultent des traitements prévus au présent chapitre IXbis ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées avec une durée maximale de conservation qui n'excède pas un an après la prescription de toutes les actions qui relèvent de la compétence du responsable du traitement et, le cas échéant, la cessation définitive des procédures et recours administratifs, judiciaires et extrajudiciaires découlant du traitement de ces données, ainsi que du paiement intégral de tous les montants y liés.
§ 5. Chaque intermédiaire ou Opérateur de Plateformes déclarant, selon le cas, qui relève du territoire de la Région wallonne :
1° informe chaque personne physique concernée que des informations le concernant seront recueillies et transférées conformément au présent décret;
2° transmet à chaque personne physique concernée toutes les informations auxquelles elle peut avoir accès qui proviennent du responsable du traitement dans un délai suffisant pour lui permettre d'exercer ses droits en matière de protection des données et, en tout état de cause, avant que les informations soient communiquées.
Nonobstant l'alinéa 1er, 2°, les Opérateurs de Plateformes déclarants doivent informer les Vendeurs à déclarer de la Contrepartie déclarée. ]1
§ 2. Les responsables du traitement des données à caractère personnel pour l'application du présent chapitre IXbis, sont les intermédiaires, les Opérateurs de Plateformes déclarants et l'autorité compétente belge visée à l'article 64bis, § 1er, alinéa 4, 6°, lorsque, agissant seuls ou conjointement, ils déterminent les finalités et les moyens d'un traitement de données à caractère personnel au sens du Règlement Général sur la Protection des Données, en leur qualité de responsable du traitement visé à l'article 4, 7), dudit Règlement.
Les catégories suivantes de données à caractère personnel, sont traitées dans le cadre de l'alinéa 1er :
1° les données d'identification personnelles, le numéro du registre national ou le numéro d'identification de la sécurité sociale et d'autres données d'identification telles que le numéro d'identification fiscal;
2° les particularités financières;
3° les caractéristiques personnelles;
4° les modes de vies;
5° la composition du ménage.
§ 3. Dans le cadre de l'article 64quinquies/2, la finalité de ce traitement est l'échange de ces informations entre Etats membres aux fins de permettre aux administrations fiscales d'avoir un aperçu en amont des planifications fiscales à caractère potentiellement agressif, de permettre la détection de risque de certains dossiers et de créer un effet dissuasif à l'égard de la planification successorale, le tout dans le cadre fiscal.
Dans le cadre des dispositions du présent chapitre IXbis autres que l'article 64quinquies/2, la finalité de ce traitement est l'échange de ces informations entre Etats membres aux fins d'exécuter les missions légales du Service public de Wallonie Finances, en ce qui concerne l'établissement, les investigations, les contrôles, le contentieux, la perception et le recouvrement en matière de taxes visées par l'article 1er.
§ 4. Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques visé à l'article 89 du Règlement Général sur la Protection des Données, les données à caractère personnel qui résultent des traitements prévus au présent chapitre IXbis ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées avec une durée maximale de conservation qui n'excède pas un an après la prescription de toutes les actions qui relèvent de la compétence du responsable du traitement et, le cas échéant, la cessation définitive des procédures et recours administratifs, judiciaires et extrajudiciaires découlant du traitement de ces données, ainsi que du paiement intégral de tous les montants y liés.
§ 5. Chaque intermédiaire ou Opérateur de Plateformes déclarant, selon le cas, qui relève du territoire de la Région wallonne :
1° informe chaque personne physique concernée que des informations le concernant seront recueillies et transférées conformément au présent décret;
2° transmet à chaque personne physique concernée toutes les informations auxquelles elle peut avoir accès qui proviennent du responsable du traitement dans un délai suffisant pour lui permettre d'exercer ses droits en matière de protection des données et, en tout état de cause, avant que les informations soient communiquées.
Nonobstant l'alinéa 1er, 2°, les Opérateurs de Plateformes déclarants doivent informer les Vendeurs à déclarer de la Contrepartie déclarée. ]1
Art. 64undecies. [1 § 1. In afwijking van artikel 64decies, § 1, en van de artikelen 13 en 14, van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht op informatie uitgesteld, beperkt of uitgesloten worden betreffende verwerkingen van persoonsgegevens waarvan de Waalse Overheidsdienst Financiën de verwerkingsverantwoordelijke is om de doelstellingen inzake openbaar nut te vrijwaren op het stuk van budgetair, monetair en fiscaal beleid en voor zover artikel 14, § 5, d), van bedoelde Verordening niet in deze wordt ingeroepen.
De verwerkingen als bedoeld in lid 1 zijn verwerkingen met als doeleinde de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de onderzoeken gevoerd door de bevoegde diensten van de Waalse Overheidsdienst Financiën, met inbegrip van de procedures met het oog op het eventueel opleggen van een administratieve geldboete of een administratieve sanctie.
§ 2. Deze afwijkingen blijven gelden tijdens de periode waarin de betrokkene aan een controle of aan een onderzoek of aan voorbereidende handelingen daarvoor is onderworpen, als verricht door voornoemde diensten in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten evenals tijdens de periode waarin de stukken afkomstig van deze diensten verwerkt worden met het oog op het instellen van vervolgingen daarvoor.
Deze afwijkingen zijn van toepassing voor zover de toepassing van dit recht de behoeften van de controle, het onderzoek of de voorbereidende handelingen zou schaden of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of de veiligheid van personen zou kunnen schenden.
De duur van de voorbereidende handelingen bedoeld in lid 2 tijdens welke de artikelen 13 en 14 van de algemene verordening gegevensverwerking niet van toepassing zijn overschrijdt niet één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende mededeling van informatie, te verstrekken overeenkomstig voornoemde artikelen 13 en 14.
De uitzondering bedoeld in paragraaf 1, lid 1, beoogt niet de gegevens buiten het bereik van het onderzoek of van de controle die de weigering of de beperking van informatie verantwoorden.
§ 3. Na ontvangst van een verzoek betreffende de verstrekking van informatie als bedoeld in paragraaf 2, derde alinea, bevestigt de gemachtigde voor gegevensbescherming van de voor de verwerker de ontvangst ervan.
De afgevaardigde voor de gegevensbescherming van de verwerker licht de betrokken persoonlijk schriftelijk en onverwijld, en hoe dan ook binnen één maand te rekenen van de ontvangst van het verzoek, in over iedere weigering of beperking van de informatie, evenals over de redenen voor deze weigering of beperking. Deze informatie over de weigering of de beperking kan niet worden verstrekt wanneer het meedelen daarvan een gevaar dreigt te vormen voor één van de doeleinden verwoord in paragraaf 1, lid 2. Desnoods kan de termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met de complexiteit van de verzoeken en met hun aantal. De verwerker stelt de betrokkene binnen een maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en de redenen voor het uitstel.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene informeren over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Autoriteit voor gegevensbescherming en om rechtsmiddelen in te stellen.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker legt de feitelijke of juridische gronden vast waarop het besluit is gebaseerd. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld aan de gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de Waalse Overheidsdienst Financiën gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, lid 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in leden 6 en 7, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of het onderzoek opgeheven. De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte stellen.
Wanneer een zaak naar de gerechtelijke autoriteit wordt verwezen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na toestemming van de gerechtelijke autoriteit of nadat de gerechtelijke fase is afgerond en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. Informatie die is verzameld tijdens de uitvoering van taken die door de gerechtelijke autoriteit zijn voorgeschreven, mag echter alleen openbaar worden gemaakt met de uitdrukkelijke toestemming van de gerechtelijke autoriteit.
Wanneer een dossier wordt doorgestuurd naar een andere dienst van de Waalse Overheidsdienst Financiën of naar de instelling die bevoegd is om uitspraak te doen over de conclusies van het onderzoek, worden de rechten pas hersteld nadat deze dienst of de bevoegde instelling uitspraak heeft gedaan over het resultaat van het onderzoek . ]1
De verwerkingen als bedoeld in lid 1 zijn verwerkingen met als doeleinde de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de onderzoeken gevoerd door de bevoegde diensten van de Waalse Overheidsdienst Financiën, met inbegrip van de procedures met het oog op het eventueel opleggen van een administratieve geldboete of een administratieve sanctie.
§ 2. Deze afwijkingen blijven gelden tijdens de periode waarin de betrokkene aan een controle of aan een onderzoek of aan voorbereidende handelingen daarvoor is onderworpen, als verricht door voornoemde diensten in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten evenals tijdens de periode waarin de stukken afkomstig van deze diensten verwerkt worden met het oog op het instellen van vervolgingen daarvoor.
Deze afwijkingen zijn van toepassing voor zover de toepassing van dit recht de behoeften van de controle, het onderzoek of de voorbereidende handelingen zou schaden of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of de veiligheid van personen zou kunnen schenden.
De duur van de voorbereidende handelingen bedoeld in lid 2 tijdens welke de artikelen 13 en 14 van de algemene verordening gegevensverwerking niet van toepassing zijn overschrijdt niet één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende mededeling van informatie, te verstrekken overeenkomstig voornoemde artikelen 13 en 14.
De uitzondering bedoeld in paragraaf 1, lid 1, beoogt niet de gegevens buiten het bereik van het onderzoek of van de controle die de weigering of de beperking van informatie verantwoorden.
§ 3. Na ontvangst van een verzoek betreffende de verstrekking van informatie als bedoeld in paragraaf 2, derde alinea, bevestigt de gemachtigde voor gegevensbescherming van de voor de verwerker de ontvangst ervan.
De afgevaardigde voor de gegevensbescherming van de verwerker licht de betrokken persoonlijk schriftelijk en onverwijld, en hoe dan ook binnen één maand te rekenen van de ontvangst van het verzoek, in over iedere weigering of beperking van de informatie, evenals over de redenen voor deze weigering of beperking. Deze informatie over de weigering of de beperking kan niet worden verstrekt wanneer het meedelen daarvan een gevaar dreigt te vormen voor één van de doeleinden verwoord in paragraaf 1, lid 2. Desnoods kan de termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met de complexiteit van de verzoeken en met hun aantal. De verwerker stelt de betrokkene binnen een maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en de redenen voor het uitstel.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene informeren over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Autoriteit voor gegevensbescherming en om rechtsmiddelen in te stellen.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker legt de feitelijke of juridische gronden vast waarop het besluit is gebaseerd. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld aan de gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de Waalse Overheidsdienst Financiën gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, lid 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in leden 6 en 7, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of het onderzoek opgeheven. De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte stellen.
Wanneer een zaak naar de gerechtelijke autoriteit wordt verwezen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na toestemming van de gerechtelijke autoriteit of nadat de gerechtelijke fase is afgerond en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. Informatie die is verzameld tijdens de uitvoering van taken die door de gerechtelijke autoriteit zijn voorgeschreven, mag echter alleen openbaar worden gemaakt met de uitdrukkelijke toestemming van de gerechtelijke autoriteit.
Wanneer een dossier wordt doorgestuurd naar een andere dienst van de Waalse Overheidsdienst Financiën of naar de instelling die bevoegd is om uitspraak te doen over de conclusies van het onderzoek, worden de rechten pas hersteld nadat deze dienst of de bevoegde instelling uitspraak heeft gedaan over het resultaat van het onderzoek . ]1
Art. 64undecies. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 64decies, § 1er, et aux articles 13 et 14, du Règlement Général sur la Protection des Données, le droit d'information peut être retardé, limité ou exclu s'agissant des traitements de données à caractère personnel dont le Service public de Wallonie Finances est le responsable du traitement afin de garantir les objectifs d'intérêt public dans le domaine budgétaire, monétaire et fiscal et pour autant que l'article 14, § 5, d), dudit Règlement ne soit pas invoqué dans le cas d'espèce.
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par les services compétents du Service public de Wallonie Finances, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou sanction administrative.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par les services précités dans le cadre de l'exécution de leurs missions légales ainsi que durant la période durant laquelle sont traités les pièces provenant de ces services, en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ce droit nuirait aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés à l'alinéa 2, pendant laquelle les articles 13 et 14 du Règlement Général sur la Protection des Données ne sont pas applicables, n'excède pas un an à partir de la réception d'une demande concernant la communication d'informations à fournir en application des articles 13 et 14 précités.
L'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le refus ou la limitation d'information.
§ 3. Dès réception d'une demande concernant la communication d'informations à fournir visée au paragraphe 2, alinéa 3, le délégué à la protection des données du responsable du traitement en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout refus ou de toute limitation d'information, ainsi que des motifs du refus ou de la limitation. Ces informations concernant le refus ou la limitation peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Lorsque le Service public de Wallonie Finances a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 6 et 7, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée sont rétablis seulement après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire sont communiqués seulement avec l'autorisation expresse de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à un autre service du Service public de Wallonie Finances ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits sont rétablis seulement après que ce service ou l'institution compétente ait statué sur le résultat de l'enquête. ]1
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par les services compétents du Service public de Wallonie Finances, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou sanction administrative.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par les services précités dans le cadre de l'exécution de leurs missions légales ainsi que durant la période durant laquelle sont traités les pièces provenant de ces services, en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ce droit nuirait aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés à l'alinéa 2, pendant laquelle les articles 13 et 14 du Règlement Général sur la Protection des Données ne sont pas applicables, n'excède pas un an à partir de la réception d'une demande concernant la communication d'informations à fournir en application des articles 13 et 14 précités.
L'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le refus ou la limitation d'information.
§ 3. Dès réception d'une demande concernant la communication d'informations à fournir visée au paragraphe 2, alinéa 3, le délégué à la protection des données du responsable du traitement en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout refus ou de toute limitation d'information, ainsi que des motifs du refus ou de la limitation. Ces informations concernant le refus ou la limitation peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Lorsque le Service public de Wallonie Finances a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 6 et 7, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée sont rétablis seulement après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire sont communiqués seulement avec l'autorisation expresse de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à un autre service du Service public de Wallonie Finances ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits sont rétablis seulement après que ce service ou l'institution compétente ait statué sur le résultat de l'enquête. ]1
Wijzigingen
Art. 64duodecies. [1 § 1. In afwijking van artikel 64decies, § 1, en van artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht tot toegang op de persoonsgegevens betreffende deze persoon geheel of ten dele uitgesteld, beperkt worden betreffende de verwerkingen van persoonsgegevens waarvan de Waalse Overheidsdienst Financiën de verwerker is om de doelstellingen van openbaar nut te vrijwaren op het stuk van budgetair, monetair en fiscaal beleid.
De verwerkingen als bedoeld in lid 1 zijn verwerkingen met als doeleinde de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de onderzoeken gevoerd door de bevoegde diensten van de Waalse Overheidsdienst Financiën, met inbegrip van de procedures met het oog op het eventueel opleggen van een administratieve geldboete of een administratieve sanctie.
§ 2. Deze afwijkingen blijven gelden tijdens de periode waarin de betrokkene aan een controle of aan een onderzoek of aan voorbereidende handelingen daarvoor is onderworpen, als verricht door voornoemde diensten in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten evenals tijdens de periode waarin de documenten afkomstig van deze diensten verwerkt worden met het oog op het instellen van vervolgingen daarvoor.
Deze afwijkingen zijn van toepassing voor zover de toepassing van dit recht de behoeften van de controle, het onderzoek of de voorbereidende handelingen zou schaden of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of de veiligheid van natuurlijke personen zou kunnen schenden.
De duur van de voorbereidende handelingen bedoeld in lid 2 tijdens welke de artikelen 15 en van de algemene verordening gegevensverwerking niet van toepassing zijn overschrijdt niet één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende mededeling van informatie, te verstrekken overeenkomstig voornoemde artikelen 13 en 14.
De uitzondering bedoeld in paragraaf 1, lid 1, beoogt niet de gegevens buiten het bereik van het onderzoek of van de controle die de weigering of de beperking van informatie verantwoorden.
§ 3 Na ontvangst van een verzoek om toegang bevestigt de gemachtigde voor gegevensbescherming van de voor de verwerking verantwoordelijke de ontvangst ervan.
De afgevaardigde voor de gegevensbescherming van de verwerker licht de betrokken persoonlijk schriftelijk en onverwijld, en hoe dan ook binnen één maand te rekenen van de ontvangst van het verzoek, in over iedere weigering of beperking van de izijn of haar recht tot toegang tot de hem of haar betreffende gegevens, evenals over de redenen voor deze weigering of beperking. Deze informatie over de weigering of de beperking kan niet worden verstrekt wanneer het meedelen daarvan een gevaar dreigt te vormen voor één van de doeleinden verwoord in paragraaf 1, lid 2. Desnoods kan de termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met de complexiteit van de verzoeken en met hun aantal. De verwerker stelt de betrokkene binnen een maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en de redenen voor het uitstel.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene informeren over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Autoriteit voor gegevensbescherming en om rechtsmiddelen in te stellen.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker legt de feitelijke of juridische gronden vast waarop het besluit is gebaseerd. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld aan de gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de Waalse Overheidsdienst Financiën gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, lid 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in leden 6 en 7, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of het onderzoek opgeheven. De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte stellen.
Wanneer een zaak naar de gerechtelijke autoriteit wordt verwezen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na toestemming van de gerechtelijke autoriteit of nadat de gerechtelijke fase is afgerond en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. Informatie die is verzameld tijdens de uitvoering van taken die door de gerechtelijke autoriteit zijn voorgeschreven, mag echter alleen openbaar worden gemaakt met de uitdrukkelijke toestemming van de gerechtelijke autoriteit.
Wanneer een dossier wordt doorgestuurd naar een andere dienst van de Waalse Overheidsdienst Financiën of naar de instelling die bevoegd is om uitspraak te doen over de conclusies van het onderzoek, worden de rechten pas hersteld nadat deze dienst of de bevoegde instelling uitspraak heeft gedaan over het resultaat van het onderzoek. ]1
De verwerkingen als bedoeld in lid 1 zijn verwerkingen met als doeleinde de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de onderzoeken gevoerd door de bevoegde diensten van de Waalse Overheidsdienst Financiën, met inbegrip van de procedures met het oog op het eventueel opleggen van een administratieve geldboete of een administratieve sanctie.
§ 2. Deze afwijkingen blijven gelden tijdens de periode waarin de betrokkene aan een controle of aan een onderzoek of aan voorbereidende handelingen daarvoor is onderworpen, als verricht door voornoemde diensten in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten evenals tijdens de periode waarin de documenten afkomstig van deze diensten verwerkt worden met het oog op het instellen van vervolgingen daarvoor.
Deze afwijkingen zijn van toepassing voor zover de toepassing van dit recht de behoeften van de controle, het onderzoek of de voorbereidende handelingen zou schaden of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of de veiligheid van natuurlijke personen zou kunnen schenden.
De duur van de voorbereidende handelingen bedoeld in lid 2 tijdens welke de artikelen 15 en van de algemene verordening gegevensverwerking niet van toepassing zijn overschrijdt niet één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende mededeling van informatie, te verstrekken overeenkomstig voornoemde artikelen 13 en 14.
De uitzondering bedoeld in paragraaf 1, lid 1, beoogt niet de gegevens buiten het bereik van het onderzoek of van de controle die de weigering of de beperking van informatie verantwoorden.
§ 3 Na ontvangst van een verzoek om toegang bevestigt de gemachtigde voor gegevensbescherming van de voor de verwerking verantwoordelijke de ontvangst ervan.
De afgevaardigde voor de gegevensbescherming van de verwerker licht de betrokken persoonlijk schriftelijk en onverwijld, en hoe dan ook binnen één maand te rekenen van de ontvangst van het verzoek, in over iedere weigering of beperking van de izijn of haar recht tot toegang tot de hem of haar betreffende gegevens, evenals over de redenen voor deze weigering of beperking. Deze informatie over de weigering of de beperking kan niet worden verstrekt wanneer het meedelen daarvan een gevaar dreigt te vormen voor één van de doeleinden verwoord in paragraaf 1, lid 2. Desnoods kan de termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met de complexiteit van de verzoeken en met hun aantal. De verwerker stelt de betrokkene binnen een maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en de redenen voor het uitstel.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene informeren over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Autoriteit voor gegevensbescherming en om rechtsmiddelen in te stellen.
De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker legt de feitelijke of juridische gronden vast waarop het besluit is gebaseerd. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld aan de gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer de Waalse Overheidsdienst Financiën gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, lid 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in leden 6 en 7, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of het onderzoek opgeheven. De gemachtigde voor gegevensbescherming van de verwerker zal de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte stellen.
Wanneer een zaak naar de gerechtelijke autoriteit wordt verwezen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na toestemming van de gerechtelijke autoriteit of nadat de gerechtelijke fase is afgerond en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. Informatie die is verzameld tijdens de uitvoering van taken die door de gerechtelijke autoriteit zijn voorgeschreven, mag echter alleen openbaar worden gemaakt met de uitdrukkelijke toestemming van de gerechtelijke autoriteit.
Wanneer een dossier wordt doorgestuurd naar een andere dienst van de Waalse Overheidsdienst Financiën of naar de instelling die bevoegd is om uitspraak te doen over de conclusies van het onderzoek, worden de rechten pas hersteld nadat deze dienst of de bevoegde instelling uitspraak heeft gedaan over het resultaat van het onderzoek. ]1
Art. 64duodecies. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 64decies, § 1er, et à l'article 15 du Règlement Général sur la Protection des Données, le droit d'accès aux données à caractère personnel la concernant peut être retardé, limité entièrement ou partiellement s'agissant des traitements de données à caractère personnel dont le Service public de Wallonie Finances est le responsable du traitement afin de garantir les objectifs d'intérêt public dans le domaine budgétaire, monétaire et fiscal.
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par les services compétents du Service public de Wallonie Finances, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou sanction administrative.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle, d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci, effectués par les services précités dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que durant la période durant laquelle sont traités les documents provenant de ces services en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ce droit risque de nuire aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes physiques.
La durée des actes préparatoires, visés à l'alinéa 2, pendant laquelle l'article 15 du Règlement Général sur la Protection des Données n'est pas applicable, n'excède pas un an à partir de la réception de la demande introduite en application de l'article 15 précité.
L'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le refus ou la limitation d'accès.
§ 3. Dès réception d'une demande d'accès, le délégué à la protection des données du responsable du traitement en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout refus ou de toute limitation à son droit d'accès aux données la concernant, ainsi que des motifs du refus ou de la limitation. Ces informations concernant le refus ou la limitation peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Lorsque le Service public de Wallonie Finances a fait usage de l'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 6 et 7, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée sont rétablis seulement après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire sont communiqués seulement avec l'autorisation expresse de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à un autre service du Service public de Wallonie Finances ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits sont rétablis seulement après que ce service ou l'institution compétente ait statué sur le résultat de l'enquête. ]1
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par les services compétents du Service public de Wallonie Finances, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou sanction administrative.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période pendant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle, d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci, effectués par les services précités dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que durant la période durant laquelle sont traités les documents provenant de ces services en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ce droit risque de nuire aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes physiques.
La durée des actes préparatoires, visés à l'alinéa 2, pendant laquelle l'article 15 du Règlement Général sur la Protection des Données n'est pas applicable, n'excède pas un an à partir de la réception de la demande introduite en application de l'article 15 précité.
L'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le refus ou la limitation d'accès.
§ 3. Dès réception d'une demande d'accès, le délégué à la protection des données du responsable du traitement en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout refus ou de toute limitation à son droit d'accès aux données la concernant, ainsi que des motifs du refus ou de la limitation. Ces informations concernant le refus ou la limitation peuvent ne pas être fournies lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 1er, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. Le responsable du traitement informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement consigne les motifs de fait ou de droit sur lesquels se fonde la décision. Ces informations sont mises à la disposition de l'Autorité de protection des données.
Lorsque le Service public de Wallonie Finances a fait usage de l'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 6 et 7, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée sont rétablis seulement après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire sont communiqués seulement avec l'autorisation expresse de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à un autre service du Service public de Wallonie Finances ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits sont rétablis seulement après que ce service ou l'institution compétente ait statué sur le résultat de l'enquête. ]1
Art. 66. In het decreet van 25 juli 1991 betreffende de belastingen op de afvalstoffen in het Waalse Gewest worden opgeheven :
CHAPITRE X. - Dispositions modificatives et abrogatoires.
Art. 65. In artikel 1, § 2, van het decreet van 25 juli 1991 betreffende de belasting op de afvalstoffen in het Waalse Gewest worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1. in hoofdstuk II, afdeling II ingevoegd bij het decreet van 16 juli 1998, wordt het opschrift van de eerste onderafdeling vervangen door volgend opschrift : " Feit dat tot belasting aanleiding geeft ";
2. in artikel 6bis ingevoegd bij decreet van 16 juli 1998 worden de woorden " op bedoelde afvalstoffen voorziene heffing " vervangen door de woorden " van de bedoelde belasting ";
3. in de artikelen 6ter, 6quinquies, 18ter en 25, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 1998, worden de woorden " van de heffing " vervangen door de woorden " van de belasting ";
4. in de artikelen 6quater en 18bis, ingevoegd bij decreet van 16 juli 1998, worden de woorden " De heffing " vervangen door de woorden " De belasting ";
5. artikel 21 van het decreet van 17 december 1992 wordt aangevuld met het volgende lid :
" Bij gebreke van betaling van het voorschot binnen de vastgestelde termijn wordt de verschuldigde nalatigheidsinterest berekend op de som die per dag vertraging is verschuldigd op een basis van driehonderd vijfenzestig kalenderdagen. ";
6. in artikel 28, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 16 juli 1998, worden de woorden " of de heffing " geschrapt en worden de woorden " de ontdoken of betaalde belasting of heffing " vervangen door de woorden " de ontdoken of betaalde belasting ".
1. in hoofdstuk II, afdeling II ingevoegd bij het decreet van 16 juli 1998, wordt het opschrift van de eerste onderafdeling vervangen door volgend opschrift : " Feit dat tot belasting aanleiding geeft ";
2. in artikel 6bis ingevoegd bij decreet van 16 juli 1998 worden de woorden " op bedoelde afvalstoffen voorziene heffing " vervangen door de woorden " van de bedoelde belasting ";
3. in de artikelen 6ter, 6quinquies, 18ter en 25, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 1998, worden de woorden " van de heffing " vervangen door de woorden " van de belasting ";
4. in de artikelen 6quater en 18bis, ingevoegd bij decreet van 16 juli 1998, worden de woorden " De heffing " vervangen door de woorden " De belasting ";
5. artikel 21 van het decreet van 17 december 1992 wordt aangevuld met het volgende lid :
" Bij gebreke van betaling van het voorschot binnen de vastgestelde termijn wordt de verschuldigde nalatigheidsinterest berekend op de som die per dag vertraging is verschuldigd op een basis van driehonderd vijfenzestig kalenderdagen. ";
6. in artikel 28, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 16 juli 1998, worden de woorden " of de heffing " geschrapt en worden de woorden " de ontdoken of betaalde belasting of heffing " vervangen door de woorden " de ontdoken of betaalde belasting ".
Art.65. Dans le décret du 25 juillet 1991 relatif à la taxation des déchets en Région wallonne, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le chapitre II, section II insérée par le décret du 16 juillet 1998, l'intitulé de la sous-section première est remplacé par l'intitulé suivant : " Fait générateur de la taxe ";
2° à l'article 6bis inséré par le décret du 16 juillet 1998, les mots " du prélèvement sur les déchets visés " sont remplacés par les mots " de la taxe visée ";
3° aux articles 6ter, 6quinquies, 18ter et 25, alinéa 2, insérés par le décret du 16 juillet 1998, les mots " du prélèvement " sont remplacés par les mots " de la taxe ";
4° aux articles 6quater et 18bis, insérés par le décret du 16 juillet 1998, les mots " Le prélèvement " sont remplacés par les mots " La taxe ";
5° l'article 21, remplacé par le décret du 17 décembre 1992, est complété par l'alinéa suivant :
" A défaut de paiement de l'acompte dans le délai fixé, l'intérêt de retard dû est calculé sur la somme due par jour de retard sur base de trois cent soixante-cinq jours calendrier. ";
6° à l'article 28, alinéa 1er, modifié par le décret du 16 juillet 1998, les mots " ou le prélèvement " sont supprimés, et les mots " la taxe ou le prélèvement éludés ou payés " sont remplacés par les mots " la taxe éludée ou payée ".
1° dans le chapitre II, section II insérée par le décret du 16 juillet 1998, l'intitulé de la sous-section première est remplacé par l'intitulé suivant : " Fait générateur de la taxe ";
2° à l'article 6bis inséré par le décret du 16 juillet 1998, les mots " du prélèvement sur les déchets visés " sont remplacés par les mots " de la taxe visée ";
3° aux articles 6ter, 6quinquies, 18ter et 25, alinéa 2, insérés par le décret du 16 juillet 1998, les mots " du prélèvement " sont remplacés par les mots " de la taxe ";
4° aux articles 6quater et 18bis, insérés par le décret du 16 juillet 1998, les mots " Le prélèvement " sont remplacés par les mots " La taxe ";
5° l'article 21, remplacé par le décret du 17 décembre 1992, est complété par l'alinéa suivant :
" A défaut de paiement de l'acompte dans le délai fixé, l'intérêt de retard dû est calculé sur la somme due par jour de retard sur base de trois cent soixante-cinq jours calendrier. ";
6° à l'article 28, alinéa 1er, modifié par le décret du 16 juillet 1998, les mots " ou le prélèvement " sont supprimés, et les mots " la taxe ou le prélèvement éludés ou payés " sont remplacés par les mots " la taxe éludée ou payée ".
Art. 66. In het decreet van 25 juli 1991 betreffende de belastingen op de afvalstoffen in het Waalse Gewest worden opgeheven :
1. artikel 17;
2. artikel 18, §§ 2 en 3, gewijzigd bij het decreet van 16 juli 1998;
3. de artikelen 20, derde lid, 22, vierde lid, 23, 23bis, 23ter en 24, vervangen door het decreet van 17 december 1992;
4. de artikelen 26, 27, 29 en 30, gewijzigd bij decreet van 16 juli 1998;
5. artikel 31;
6. artikel 32, gewijzigd bij decreet van 16 juli 1998;
7. artikel 33;
8. artikel 34, vervangen bij decreet van 17 december 1992.
1. artikel 17;
2. artikel 18, §§ 2 en 3, gewijzigd bij het decreet van 16 juli 1998;
3. de artikelen 20, derde lid, 22, vierde lid, 23, 23bis, 23ter en 24, vervangen door het decreet van 17 december 1992;
4. de artikelen 26, 27, 29 en 30, gewijzigd bij decreet van 16 juli 1998;
5. artikel 31;
6. artikel 32, gewijzigd bij decreet van 16 juli 1998;
7. artikel 33;
8. artikel 34, vervangen bij decreet van 17 december 1992.
Art. 66. Sont abrogés dans le décret du 25 juillet 1991 relatif à la taxation des déchets en Région wallonne :
1° l'article 17;
2° l'article 18, §§ 2 et 3, modifié par le décret du 16 juillet 1998;
3° les articles 20, alinéa 3, 22, alinéa 4, 23, 23bis, 23ter et 24, remplacés par le décret du 17 décembre 1992;
4° les articles 26, 27, 29 et 30, modifiés par le décret du 16 juillet 1998;
5° l'article 31;
6° l'article 32 modifié par le décret du 16 juillet 1998;
7° l'article 33;
8° l'article 34 remplacé par le décret du 17 décembre 1992.
1° l'article 17;
2° l'article 18, §§ 2 et 3, modifié par le décret du 16 juillet 1998;
3° les articles 20, alinéa 3, 22, alinéa 4, 23, 23bis, 23ter et 24, remplacés par le décret du 17 décembre 1992;
4° les articles 26, 27, 29 et 30, modifiés par le décret du 16 juillet 1998;
5° l'article 31;
6° l'article 32 modifié par le décret du 16 juillet 1998;
7° l'article 33;
8° l'article 34 remplacé par le décret du 17 décembre 1992.