Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 FEBRUARI 1999. - Ministerieel besluit waarbij de technische voorwaarden worden bepaald voor woningen waarvoor een renovatiepremie wordt toegekend krachtens het besluit-van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot invoering van een premie voor de renovatie van verbeterbare woningen. (VERTALING) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-04-1999 en tekstbijwerking tot 02-02-2012)
Titre
22 FEVRIER 1999. - Arrêté ministériel déterminant les conditions techniques relatives aux logements faisant l'objet d'une prime à la réhabilitation dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-04-1999 et mise à jour au 02-02-2012)
Documentinformatie
Numac: 1999027293
Datum: 1999-02-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999027293
Date: 1999-02-22
Moniteur: Voir
Tekst (8)
Texte (9)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
vereiste plafondhoogte : 2,30 m voor de dagvertrekken en 2,10 m voor de nachtvertrekken en de sanitaire ruimten;
[1 2° de bruikbare oppervlakte van een vertrek : de oppervlakte gemeten tussen de binnenwanden die een vertrek, een deel van een vertrek of een binnenruimte afbakenen. Indien de vereiste hoogte onder het plafond niet gewaarborgd is over de gehele oppervlakte van het vertrek, deel van het vertrek of binnenruimte, wordt de bruikbare oppervlakte als volgt berekend :
A. voor de delen onder de dakhelling :
a) op 100 % indien de hoogte onder het plafond hoger is dan de vereiste hoogte onder het plafond;
a) op 50 % indien de hoogte onder het plafond tussen 1,00 m ligt en de vereiste hoogte onder het plafond;
c) op 0 % indien de hoogte onder het plafond lager is dan 1,00 m;
B. voor de delen onder een horizontaal plafond : op 0 % indien de hoogte onder het plafond lager is dan de vereiste hoogte onder het plafond.
De grondinneming van de trappen, horizontaal gemeten, wordt daarvan afgetrokken;
woonvertrek : elk vertrek ander dan de hallen, de gangen, de sanitaire lokalen, kelders, niet-ingerichte zolders, onbewoonbare bijgebouwen, garages, lokalen voor beroepsgebruik en lokalen die geen binnendeur naar de woning hebben.
De lokalen met volgende kenmerken worden eveneens uitgesloten :
a) een grondoppervlakte, onder de vereiste hoogte onder het plafond, van minder dan 4 m2;
b) een breedte die stelselmatig kleiner is dan 1,50 m;
c) een plankenvloer waarvan alle kanten op meer dan 1,00 m onder het niveau van de aangrenzende gronden liggen;
d) een totaal gebrek aan natuurlijke verlichting;
de bruikbare oppervlakte van de woning : de som van de bruikbare oppervlakten van de woonvertrekken. De grondinneming van de trappen, horizontaal gemeten, wordt daarvan afgetrokken.]1

[2 de oppervlakte van de vensteropeningen : de oppervlakte van de glazen delen van de openingen naar buiten van het woonvertrek met een rechtstreekse inval van natuurlijk licht.]2
[3 ...]3
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
la hauteur sous-plafond requise : 2,30 m pour les pièces d'habitation de jour et 2,10 m pour les pièces d'habitation de nuit et les locaux sanitaires;
[1 2° la superficie utilisable d'une pièce : la superficie mesurée entre les parois intérieures délimitant une pièce, partie de pièce ou espace intérieur. Lorsque la hauteur sous plafond requise n'est pas assurée sur toute la surface de la pièce, partie de pièce ou espace intérieur, la superficie utilisable est calculée comme suit :
A. pour les parties sous pente :
a) à 100 % lorsque la hauteur sous plafond est supérieure à la hauteur sous plafond requise;
b) à 50 % lorsque la hauteur sous plafond est comprise entre 1,00 m et la hauteur sous plafond requise;
c) à 0 % lorsque la hauteur sous plafond est inférieure à 1,00 m;
B. pour les parties sous un plafond horizontal : à 0 % lorsque la hauteur sous plafond est inférieure à la hauteur sous plafond requise.
L'emprise des escaliers, mesurée horizontalement, est déduite;
la pièce d'habitation : toute pièce autre que les halls, couloirs, locaux sanitaires, caves, greniers non aménagés, annexes non habitables, garages, locaux à usage professionnel et locaux qui ne communiquent pas par l'intérieur, avec le logement.
Sont également exclus les locaux qui présentent une des caractéristiques suivantes :
a) une superficie au sol, sous la hauteur sous plafond requise, inférieure à 4 m;
b) une largeur constamment inférieure à 1,50 m;
c) un plancher dont tous les côtés sont situés à plus de 1,00 m sous le niveau des terrains adjacents;
d) une absence totale d'éclairage naturel;
la superficie utilisable du logement : la somme des superficies utilisables des pièces d'habitation. L'emprise des escaliers, mesurée horizontalement, est déduite.]1

[2 la surface des baies vitrées : la surface des parties vitrées des baies vers l'extérieur de la pièce d'habitation qui reçoit un éclairage naturel direct.]2
[3 ...]3
Art. 2. De woningen waarvoor een renovatiepremie wordt aangevraagd, moeten ten minste één van de onderstaande ongezondheidsoorzaken vertonen.
Op bouwtechnisch vlak : technische gebreken die één of verscheidene van de volgende kenmerken aantasten.
a) de stabiliteit en de stevigheid van het gebouw op het vlak van funderingen, dragende buiten- en binnenmuren, dakwerk en draagconstructies (gebinte, holle balken, ..) en de doorgangsmogelijkheden op de vloeren,
b) de waterdichtheid van buitenmuren en kelders, van het dakwerk, het buitenmetselwerk, planken- en tegelvloeren,
c) de natuurlijke verlichting en de verluchting :
1. de natuurlijke verlichting van de woonvertrekken, door een raamoppervlakte die minder bedraagt dan :
- [2 1/10]2 of [2 1/12]2 van de vloeroppervlakte van het betrokken dagvertrek al naar gelang dat vertrek al dan niet verlicht wordt door een vensteropening in een verticale muur,
- [2 1/12]2 of [2 1/12]2 van de vloeroppervlakte van het betrokken nachtvertrek al naar gelang dat vertrek al dan niet verlicht wordt door een vensteropening in een verticale muur,
2. [3 de ventilatie van de woonvertrekken en de sanitaire lokalen door een onvoldoende mogelijkheid tot rechtstreekse ventilatie door de vrije lucht, namelijk :
- voor de keuken, de bad- of waskamers en WC's : het ontbreken van een gedwongen ventilatie en van een opening, een rooster of een buis naar de buitenkant van het gebouw, met een vrije doorsnede, in geopende stand, van minstens 140 cm2 voor de keuken en bad- of waskamers en 70 cm2 voor de WC's;
- voor de andere woonvertrekken : het ontbreken van luchtaanvoer (roosters, vensters...) waarvan de vrije doornsnede in geopende stand minstens 0,08 % van de oppervlakte van de plankenvloer van het vertrek bedraagt.]3

3. beide samen door een plafondhoogte van minder dan de vereiste hoogte bepaald in artikel 1,1°;
Opmerking : Een eventuele aanvraag om van deze normen af te wijken, wordt aan een rechtvaardigingsverslag van de schatter onderworpen,
d) veiligheid in de woning inzake elektriciteitsinstallatie en gasvoorziening, trappen en overlopen, doorgangsmogelijkheden op de vloeren, en schoorstenen;
e) hygiëne inzake watervoorziening, sanitaire installaties en afvoer van afvalwater;
f) de gezondheid van de bewoners, wegens een belangrijke concentratie van radon (meer dan 400 Bq/m3) in de woonvertrekken van de woning.
Op het vlak van de bewoning : de niet-naleving van de hierna bepaalde bewoningsnormen (de in aanmerking genomen samenwonende personen zijn uitsluitend ascendenten en afstammelingen van de aanvrager en in voorkomend geval, van zijn echtgenote of de persoon met wie hij ongehuwd samenwoont) :
a) minimale [1 bruikbare oppervlakte]1 van de woning :
- voor een woning die door één persoon wordt bewoond : 32 m2;
- voor een woning die door een (echt)paar wordt bewoond : 38 m2;
- de bovenvermelde minimumwaarden worden verhoogd met 6 m2 per bijkomende persoon voor wie geen bijkomende slaapkamer wordt vereist, en met 12 m2 per bijkomende persoon voor wie een bijkomende slaapkamer wordt vereist, op grond van de volgende tabel :
Art. 2. Les logements faisant l'objet d'une demande de prime à la réhabilitation doivent présenter au moins une des causes d'insalubrité définies ci-après :
sur le plan physique : l'existence de défauts techniques qui affectent une ou plusieurs des caractéristiques suivantes :
a) la stabilité et la solidité de la construction au niveau des fondations, des murs extérieurs et intérieurs portants, de la toiture et des supports (gîtage, hourdis,...) des aires de circulation;
b) l'étanchéité des murs extérieurs et des caves, de la toiture, des menuiseries extérieures, des planchers et des carrelages;
c) l'éclairage naturel et la ventilation :
1. l'éclairage naturel des pièces d'habitation, par une surface de baies vitrées inférieure :
- au [2 1/10ème]2 ou au [2 1/12ème]2 de celle de la superficie de plancher du local de jour considéré, selon que l'éclairage de cette pièce est assuré ou non par une baie située dans un mur vertical;
- au [2 1/12ème]2 ou au [2 1/14ème]2 de celle de la superficie de plancher du local de nuit considéré, selon que l'éclairage de cette pièce est assuré ou non par une baie située dans un mur vertical;
2. [3 la ventilation des pièces d'habitation et des locaux sanitaires, par une possibilité insuffisante de ventilation directe à l'air libre, c'est-à-dire :
- pour les cuisines, salles de bains ou salles d'eau et WC : l'absence de ventilation forcée, et l'absence d'une ouverture, d'une grille ou d'une gaine ouvrant sur l'extérieur du bâtiment, de section libre en position ouverte d'au moins 140 cm2 pour les cuisines et salles de bains ou salles d'eau et de 70 cm2 pour les WC;
- pour les autres pièces d'habitation : l'absence d'une entrée d'air (grilles, fenêtres, ...) dont la section libre en position ouverte est d'au moins 0,08 % de la superficie plancher de la pièce]3

3. les deux ensemble, par une hauteur sous plafond inférieure à la hauteur requise, définie à l'article 1er, 1°;
Remarque : une éventuelle demande de dérogation à ces critères doit faire l'objet d'un rapport justificatif de l'estimateur;
d) la sécurité dans le logement, au niveau de l'installation électrique et de la distribution de gaz, des escaliers et paliers, des aires de circulation et des cheminées;
e) l'hygiène, au niveau de la distribution d'eau, des équipements sanitaires et de l'évacuation des eaux usées;
f) la santé des occupants, en raison de la concentration en radon (plus de 400 Bq/m3) dans les pièces d'habitation du logement;
sur le plan de l'occupation : le non-respect des normes d'habitation définies ci-après (les cohabitants pris en compte sont uniquement les ascendants et les descendants du demandeur et, le cas échéant, de son conjoint ou de la personne avec laquelle il vit maritalement) :
a) [1 superficie utilisable]1 minimum du logement :
- pour un logement occupé par une seule personne : 32 m2;
- pour un logement occupé par un couple : 38 m2;
- les minima précités sont augmentés de 6 m2 par personne supplémentaire n'exigeant pas de chambre supplémentaire, et de 12 m2 par personne supplémentaire exigeant une chambre supplémentaire, selon le tableau suivant :
Bewoners
--
Aantal nodige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
slaapkamers
1 32 38
2 44 50 56 62
3 56 62 68 74 80 86
4 68 74 80 86 92 98 104
5 80 86 92 98 104 110
Occupants
Nombre de chambres12345678910
necessaires
13238
2 44505662
3 566268748086
4 687480869298104
5 80869298104110
OccupantsNombre de chambres12345678910necessaires1323824450566235662687480864687480869298104580869298104110
Boven 10 bewoners of 5 slaapkamers worden deze waarden verhoogd met 6 m2 per bijkomende persoon en met 6 m2 per bijkomende slaapkamer;
b) dagvertrekken :
- een woonkamer,
- een keuken met een [1 bruikbare oppervlakte]1 van minstens 4 m2 of, bij gebreke hiervan, een speciaal ingerichte kookboek met verluchting naar buiten toe,
c) minimale [1 bruikbare oppervlakte]1 van de dagvertrekken :
- voor een woning die door één persoon wordt bewoond : 16 m2;
- de bovenvermelde minimumwaarde wordt verhoogd met 4 m2 per bijkomende persoon, op grond van de volgende tabel :
Au-delà de 10 occupants ou de 5 chambres, ces valeurs sont majorées de 6 m2 par personne supplémentaire et de 6 m2 par chambre supplémentaire;
b) pièces d'habitation de jour :
- une salle de séjour;
- une cuisine d'une [1 superficie utilisable]1 d'au moins 4 m2 ou, à défaut, un coin à cuisiner spécialement aménagé, comportant une aération vers l'extérieur;
c) [1 superficie utilisable]1 minimum des pièces d'habitation de jour :
- pour un logement occupé par une seule personne : 16 m2;
- le minimum précité est augmenté de 4 m2 par personne supplémentaire, selon le tableau suivant :
Bewoners 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Bewoonbare
oppervlakte van de 16 20 24 28 32 36 40 44 48 52
dagvertrekken(in m2)
Occupants12345678910
Superficie habitable des16202428323640444852
pieces de jour (en m2)
Occupants12345678910Superficie habitable des16202428323640444852pieces de jour (en m2)
Boven 10 bewoners worden deze waarden verhoogd met 4 m2 per bijkomende persoon.
d) nachtvertrekken :
- één slaapkamer per alleenstaande persoon of per (echt)paar;
- één slaapkamer per kind of per groep van twee kinderen van hetzelfde geslacht jonger dan 21 jaar;
- het betrekken van een slaapkamer door drie kinderen van hetzelfde geslacht, jonger dan 21 jaar, wordt toegelaten wanneer de grootte van de kamer (minimum 12 m2), de verluchting en indeling ervan dat mogelijk maken met inachtneming van de voorwaarden inzake hygiëne en comfort;
- het betrekken van een slaapkamer door twee kinderen van hetzelfde geslacht, onder wie ten minste één ouder dan 20 jaar, wordt toegelaten wanneer deze samenwoning o.m. wegens het klein leeftijdsverschil het harmonisch leefklimaat van deze kinderen niet in het gedrang brengt;
e) minimale [1 bruikbare oppervlakte]1 van de nachtvertrekken :
- bewoning door één persoon : 6,50 m2;
- bewoning door twee personen : 9 m2;
f) sanitaire ruimten :
- een WC [4 binnenhuis]4 met spoelinrichting die uitsluitend door het gezin gebruikt wordt, die goed verlucht is en niet naar een dagvertrek doorloopt;
- een badkamer of een goed verluchte waskamer [4 met warm water]4;
g) voor een appartement gelegen in een gebouw met een winkel op de benedenverdieping : beschikken over een toegang tot het openbaar wegennet, die van de winkelruimte gescheiden is.
Opmerking : Het ongeboren kind komt in aanmerking voor de toepassing van de onder de punten a), c), d) en e), bedoelde normen.
Au-delà de 10 occupants, ces valeurs sont majorées de 4 m2 par personne supplémentaire;
d) pièces d'habitation de nuit :
- une chambre par personne vivant seule ou par couple;
- une chambre par enfant ou par groupe de deux enfants du même sexe âgés de moins de 21 ans;
- l'occupation d'une chambre par trois enfants du même sexe âgés de moins de 21 ans est tolérée lorsque la grandeur de la pièce (12 m2 minimum), son aération et sa disposition permettent cette occupation sans nuire aux bonnes conditions d'hygiène et de confort;
- l'occupation d'une chambre par deux enfants du même sexe dont l'un au moins est âgé de plus de 20 ans est tolérée lorsque cette cohabitation n'est pas préjudiciable à la vie harmonieuse de ces enfants, notamment en raison de leur faible différence d'âge;
e) [1 superficie utilisable]1 minimum des pièces d'habitation de nuit :
- occupation par une personne seule : 6,50 m2;
- occupation par deux personnes : 9 m2;
f) locaux sanitaires :
- un w.c. à chasse [4 intérieur]4 à l'usage exclusif du ménage, convenablement aéré et ne communiquant pas directement avec une pièce d'habitation de jour;
- une salle de bains ou une salle d'eau [4 avec eau chaude]4 convenablement aérée;
g) pour un appartement situé dans un immeuble comportant un rez-de-chaussée commercial : disposer d'un accès à la voirie publique distinct de la partie commerciale.
Remarque : l'enfant à naître est pris en compte pour l'application des normes visées aux points a), c), d) et e).
Art. 3. De saneringswerken waarvoor een premie toegekend kan worden, moeten verplicht één of verscheidene in artikel 2 bepaalde ongezondheidfactoren verhelpen, in de lijst van werken voorkomen met inachtneming van de hierna bepaalde voorrangsorde. Ieder werk, van nrs. 1 tot en met 21 in de lijst, moet volledig uitgevoerd zijn om in aanmerking te komen [7 met uitzondering van werk 7A]7.
Bovendien moeten alle werken uitgevoerd worden met het oog op een zuinig beheer van het gebouw. De kosten van een voor de berekening van de premie in aanmerking genomen werk kan forfaitair beperkt worden tot het geraamde bedrag van werken die goedkoper zijn dan degene die uitgevoerd zijn, maar de vastgestelde ongezondheidoorzaak wel kunnen verhelpen. De werken komen slechts in aanmerking indien ze door geregistreerde ondernemingen van de bouwsector uitgevoerd worden.
Wanneer de schatter beoordeelt of bepaalde werken al dan niet in aanmerking kunnen komen, moet hij ook rekening houden met de richtlijnen die het bestuur hem heeft medegedeeld o.m. ter gelegenheid van de door hem bijgewoonde voorlichtingsvergadering.
Werken die voor een subsidie in aanmerking komen :
Dakwerk
1. (Prioriteit 1). Vervanging van de bekleding (minimum 50 % van de totale oppervlakte of een gehele dakhelling), met inbegrip van dakvensters, dakramen en gelijkgestelde elementen (volgens de onder nr. 4 vastgestelde normen indien de dakverdieping niet in woonvertrek ingericht is) [2 , verplicht vergezeld van een isolatie die voldoet aan de normen bedoeld in artikel 7, § 7, 3, van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot invoering van een premie voor de renovatie van verbeterbare woningen, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 31 januari. Die verplichting wordt niet opgelegd indien de dakverdieping niet in woonvertrek ingericht is en indien de dakisolatie afbraakwerken vereist]2.
2. (Prioriteit 1). Aanpassing van het gebinte [3 , verplicht vergezeld van een isolatie die de normen bedoeld in artikel 7, § 7, 3, van het voornoemd besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 naleeft]3.
3. (Prioriteit 1). Vervanging van elk element of elke inrichting voor de verzameling en de afvoer van regenwater.
4. (Prioriteit 2). Installatie van iedere inrichting die voor de natuurlijke verlichting en/of de verluchting van de niet in woonvertrek ingerichte dakverdieping zorgt (één vensteropening per helling indien de dakverdieping niet gedeeld is of per lokaal indien ze wel gedeeld is).
Muren
5. (Prioriteit 1). Droogmaking van de muren.
6. (Prioriteit 1). Versterking van de onstabiele muren of sloping en totale wederopbouw van die muren zonder 30 % van de oppervlakte van de buitenmuren (oppervlakte van vensteropeningen en gemeenschappelijke muren inbegrepen) te mogen overschrijden.
Buitenmetselwerk
[8 7A. (Prioriteit 2) Vervanging van het glazen buitenmetselwerk (deuren en raamwerk) dat niet voldoet aan de criteria bedoeld in onderstaande rubriek "Isolatie", of van de beglazing van dit buitenmetselwerk;
7B. (Prioriteit 1). Vervanging van niet-glazen deuren of waarvan de beglazing minder dan de helft van de oppervlakte van de vensteropening vertegenwoordigt.]8

Vloeren
8. (Prioriteit 1). Vervanging van de draagconstructies (gebinte, holle balken,...) en de vloeroppervlakte van één of verscheidene lokalen.
9. (Prioriteit 2). Vervanging van de vloeroppervlakte en de onderlagen van één of verscheidene lokalen, met inbegrip van de plinten.
Natuurlijke verlichting en verluchting
10A. (Prioriteit 2). Natuurlijke verlichting en verluchting van de woonvertrekken, met uitzondering van de keukens : conformiteit met de in artikel 2,1°,c), bepaalde normen.
10B. (Prioriteit 1). Verluchting van de keukens en sanitaire ruimten:
conformiteit met de in artikel 2,1°,c), bepaalde normen.
Veiligheid
11. (Prioriteit 1). Aanpassing van de elektriciteits- en/of gasinstallatie, met uitzondering van de vervanging van verwarmingsapparaten of van toestellen voor de productie van warm water, en installatiegedeelten die niet noodzakelijk zijn voor een minimumcomfort (telefoon, kabeltelevisie, buitenverlichting,...).
12. (Prioriteit 1). Vervanging van de binnentrap, met inbegrip van de vereiste bijbehorende werken.
13. (Prioriteit 1). Overtrekken van schachten van schoorstenen, met inbegrip van herstelling of wederopbouw van de schoorsteentoppen en aanvullende onderdelen.
Hygiëne
14. (Prioriteit 2). Plaatsing van een tappunt voor drinkwater boven de gootsteen in de keuken.
15. (Prioriteit 1). Plaatsing van een inrichting voor de afvoer van afvalwater of totale vervanging van de bestaande inrichting, overeenkomstig de ter zake geldende voorschriften.
16. (Prioriteit 1). Plaatsing van een eerste WC met spoelinrichting, die aangesloten is op de openbare riolering of op een afvoersysteem overeenkomstig de ter zake geldende voorschriften. De WC dient in een verlucht lokaal te staan dat enkel via een sas naar een dagvertrek doorloopt.
17. (Prioriteit 2). Plaatsing van een eerste badkamer.
Overbewoning
18. (Prioriteit 1). Vergrotings- of verbouwingswerken om aan de in artikel 2,2°, bepaalde normen te voldoen zonder dat de daaruit voortvloeiende [1 bruikbare oppervlakte]1 meer dan 30 % groter is dan de minimale [1 bruikbare oppervlakte]1, en voor zover de aanvankelijke [1 bruikbare oppervlakte]1 meer bedraagt dan de helft van de minimale [1 bruikbare oppervlakte]1, zoals in dezelfde normen bepaald.
In het verslag moet de schatter de geplande werken nader bepalen en aantonen dat de woning overbewoond is op grond van een onvoldoende [1 bruikbare oppervlakte]1 en/of het gebrek aan onontbeerlijk geachte woonvertrekken.
Deze werken komen niet in aanmerking wanneer de aanvrager zich ertoe verbindt de woning te verhuren, behalve indien de woning niet aan de in artikel 2,2°, bepaalde mimmumvoorwaarde beantwoordt (32 m2).
Opmerking : Het betrekken van een slaapkamer door twee kinderen van hetzelfde geslacht, jonger dan 21 jaar, vormt krachtens artikel 2 geen ongezondheidoorzaak. Indien de aanvrager echter van mening is dat deze samenwoning o.m, wegens het klein leeftijdsverschil of de handicap van één van beiden het harmonisch leefklimaat van deze kinderen in het gedrang brengt, kan de inrichting van een bijkomende slaapkamer in aanmerking komen als afwijking die aan het bestuur ter beoordeling wordt voorgelegd en op grond van een met redenen omkleed verslag.
Toegang
19. (Prioriteit 2). Aanleg van een toegang tot het openbaar wegennet, die van de winkelruimte gescheiden is.
Huiszwam
20. (Prioriteit 1). Alle werken om de huiszwam of andere zwammen met gelijksoortige effecten weg te werken, door vervanging of behandeling van de aangetaste onroerende elementen.
Radon
21. (Prioriteit 2). Plaatsing van elk toestel voor de ventilatie met de buitenlucht van kelders en/of ventilatieholten (aanleg van kelderramen of plaatsing van een systeem voor gedwongen luchtverversing) [4 In afwijking van de bepalingen van het eerste lid kunnen die werken in aanmerking worden genomen indien alle werken van eerste prioriteit die nodig zijn om de woning gezond te maken, niet worden uitgevoerd.]4.
Isolatie
[5 Opmerking : isolatiewerken komen slechts in aanmerking indien zij betrekking hebben op één van bovenvermelde werken die voor een premie in aanmerking komen, en indien ze de normen bepaald bij artikel 7, § 7, 3° van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 naleven.
Bij isolatie van het dak of van de plankenvloer van de zolder moet de aanvrager beschikken over een kostenraming van de aannemer die de werken heeft uitgevoerd waarin wordt vermeld dat de norm wordt nageleefd.
Wat betreft het buitenmetselwerk met dubbele beglazing bedoeld in de posten 1, 4, 7A, 10, 16, 17 en/of 18 moet de thermische transmissiecoëfficient van het geheel ramen + beglazing (Uf) gelijk zijn aan of lager zijn dan 2 W/m2K.]5

Art. 3. Les travaux d'assainissement pouvant faire l'objet de l'octroi d'une prime doivent obligatoirement remédier à une ou plusieurs causes d'insalubrité définies à l'article 2, figurer dans la liste des ouvrages et respecter l'ordre de priorité fixés ci-après. Chaque ouvrage, numéroté de 1 à 21 dans cette liste, doit être exécuté dans sa totalité pour être pris en considération [7 à l'exception de l'ouvrage 7A]7.
L'ensemble de ces travaux doit viser en outre à une gestion économique du bâtiment. Le coût d'un ouvrage pris en compte pour le calcul de la prime peut être limité forfaitairement à l'estimation du montant de travaux plus économiques que ceux réalisés mais permettant néanmoins de remédier à la cause d'insalubrité constatée.
Les travaux exécutés par des entreprises ne sont pris en compte que si celles-ci sont des entreprises enregistrées du secteur de la construction.
Dans son appréciation de l'opportunité d'accepter ou de refuser certains travaux, l'estimateur tient compte également des directives qui lui ont été communiquées par l'administration, notamment lors de la session d'information qu'il a suivie.
Ouvrages subsidiables :
Toiture
1. (Priorité 1). Remplacement de la couverture (minimum 50 % de la surface totale ou la totalité d'un versant de la toiture), y compris les lucarnes, tabatières et ouvrages assimilés (selon les critères fixés à l'ouvrage 4 si les combles ne sont pas aménagés en pièces d'habitation) [2 , obligatoirement accompagné d'une isolation respectant la norme figurant à l'article 7, § 7, 3°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999 instaurant une prime à la réhabilitation de logements améliorables, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 31 janvier 2008. Cette obligation n'est pas imposée quand les combles sont aménagés en pièces d'habitation et quand l'isolation de la toiture impose des travaux de démolition.]2.
2. (Priorité 1). Appropriation de la charpente [3 obligatoirement accompagnée d'une isolation respectant la norme figurant à l'article 7, § 7, 3°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999 précité]3.
3. (Priorité 1). Remplacement de tout élément ou dispositif de collecte et d'évacuation des eaux pluviales.
4. (Priorité 2). Installation de tout dispositif assurant l'éclairage naturel et/ou l'aération des combles non aménagés en pièces d'habitation (une baie par versant si les combles ne sont pas divisés ou par local s'ils le sont).
Murs
5. (Priorité 1). Assèchement des murs.
6. (Priorité 1). Renforcement des murs instables, ou démolition et reconstruction totale de ces murs, sans pouvoir dépasser 30 % de la surface des murs extérieurs (surface des baies et murs mitoyens inclus).
Menuiseries extérieures
[8 7A. (Priorité 2) Remplacement des menuiseries extérieures vitrées (portes et châssis) ne respectant pas les critères fixés à la rubrique Isolation ci-après, ou du vitrage de ces menuiseries extérieures;
7B. (Priorité 1). Remplacement de portes non vitrées ou dont le vitrage représente moins de la moitié de la surface de la baie.]8

Sols
8. (Priorité 1). Remplacement des supports (gîtage, hourdis, etc...) des aires de circulation d'un ou de plusieurs locaux.
9. (Priorité 2). Remplacement des aires de circulation et des sous-couches d'un ou de plusieurs locaux, y compris les plinthes.
Eclairage naturel et ventilation
10A. (Priorité 2). Eclairage naturel, et ventilation des pièces d'habitation autres que les cuisines : mise en conformité aux critères définis à l'article 2,1°,c).
10B. (Priorité 1). Ventilation des cuisines et des locaux sanitaires : mise en conformité aux critères définis à l'article 2,1°,c), 2.
Sécurité
11. (Priorité 1). Appropriation de l'installation électrique et/ou de gaz, non compris le remplacement des appareils de chauffage ou de production d'eau chaude ni les parties de l'installation non nécessaires à un confort minimum (téléphone, télédistribution, éclairage extérieur,...).
12. (Priorité 1). Remplacement d'escalier intérieur, y compris travaux annexes indispensables.
13. (Priorité 1). Gainage de corps de cheminée, y compris restauration, reconstruction ou démolition des souches et accessoires.
Hygiène
14. (Priorité 2). Installation d'un point d'eau potable sur évier dans la cuisine.
15. (Priorité 1) Installation d'un système d'égouttage des eaux usées, ou remplacement total du système existant, en conformité avec les prescriptions réglementaires applicables en la matière.
16. (Priorité 1). Installation d'un premier w.c. à chasse raccordé à l'égout public ou à un système d'évacuation et de traitement conforme aux prescriptions réglementaires applicables en là matière.
Le w.c. doit être situé dans un local aéré ne pouvant communiquer avec une pièce d'habitation de jour que par l'intermédiaire d'un sas.
17. (Priorité 2). Installation d'une première salle de bains.
Surpeuplement
18. (Priorité 1). Travaux d'agrandissement ou d'aménagement en vue de satisfaire aux critères définis à l'article 2, 2°, sans toutefois que la [1 superficie utilisable]1 résultante ne puisse dépasser de plus de 30 % la superficie habitable minimum, et pour autant que la [1 superficie utilisable]1 initiale soit supérieure à la moitié de la [1 superficie utilisable]1 minimum telle que définie dans ces mêmes critères.
L'estimateur doit détailler dans le rapport d'estimation les travaux envisagés et y démontrer le surpeuplement du logement, dû à l'insuffisance de [1 superficie utilisable]1 et/ou à l'absence de certains locaux d'habitation jugés indispensables.
Ces travaux ne sont pas pris en considération quand le demandeur s'engage à donner le logement en location, sauf si le logement ne respecte pas la norme minimum minimorum définié à l'article 2, 2° (32 m2).
Remarque : la cohabitation dans une même chambre de deux enfants du même sexe âgés de moins de 21 ans ne constitue pas une cause d'insalubrité en fonction de l'article 2. Si le demandeur estime toutefois que cette situation est préjudiciable à une vie harmonieuse des enfants, en raison de leur différence d'âge ou du handicap de l'un d'entre eux par exemple, l'aménagement d'une chambre supplémentaire peut être pris en compte, à titre dérogatoire laissé à l'appréciation de l'administration, sur base d'un rapport motivé de l'estimateur.
Accès
19. (Priorité 2). Aménagement d'un accès à la voirie publique distinct de la partie commerciale.
Mérule
20. (Priorité 1). Tous travaux de nature à éliminer la mérule ou tout champignon aux effets analogues, par remplacement ou traitement des éléments immeubles attaqués.
Radon
21. (Priorité 2) Installation de tout dispositif assurant la ventilation à l'air libre des caves et/ou vides ventilés (aménagement de soupiraux ou installation d'un système de ventilation forcée). [4 Par dérogation aux dispositions de l'alinéa 1er, ces travaux peuvent être pris en compte si tous les travaux de priorité 1 nécessaires pour rendre le logement salubre ne sont pas exécutés.]4
Isolation
[5 Remarque : des travaux d'isolation ne sont pris en compte que s'ils sont liés à un des ouvrages précités, admissible au bénéfice de la prime, et s'ils respectent les normes fixées par l'article 7, § 7, 3°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999.
En cas d'isolation de la toiture ou du plancher du grenier, le demandeur doit disposer d'un devis de l'entreprise qui a réalisé les travaux certifiant que ceux-ci respectent cette norme.
En ce qui concerne les menuiseries extérieures avec double vitrage, visées aux postes 1, 4, 7A, 10, 16, 17 et/ou 18, le coefficient de transmission thermique de l'ensemble châssis + vitrage (UF) doit être égal ou inférieur à 2 W/m2K.]5

Art. 4. [1 Indien de aanvrager zich ertoe verbindt de woning te verhuren of ze kosteloos ter beschikking van een bloed- of aanverwante te stellen, moeten alle werken die in de in artikel 4 bedoelde lijst voorkomen, en nodig zijn om de ongezondheidoorzaken in de woning te verhelpen, verplicht worden uitgevoerd, met uitzondering van de werken nr. 4, 7A, 10A, 17 en 21.]1
Art. 4. [1 Dans le cas où le demandeur s'engage à donner le logement en location ou à le mettre à titre gratuit à la disposition d'un parent ou allié, l'ensemble des ouvrages figurant dans la liste de l'article 3, nécessaires pour supprimer les causes d'insalubrité existant dans le logement, doivent obligatoirement être exécutés, à l'exception des ouvrages numérotés 4, 7A, 10A, 17 et 21.]1
Art. 5. Specifieke werken in lokalen die niet voor bewoning bestemd zijn, kunnen onder bepaalde voorwaarden krachtens artikel 6, § 1, 4e lid, van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999, in aanmerking komen voor werken in het dakwerk, in de muren, in het buitenmetselwerk (met uitzondering van de garagedeuren) en in de elektriciteitsinstallatie.
Art. 5. La prise en compte de travaux spécifiques à des locaux à usage non résidentiel, admise sous certaines conditions par 1 article 6, § 1er, alinéa 4 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999, est autorisée pour les ouvrages relatifs à la toiture, aux murs, aux menuiseries extérieures (à l'exclusion des portes de garage) et à l'installation électrique.
Art. 6. De uitvoering van werken die krachtens de regelgeving niet voor een subsidie in aanmerking komen (aangevatte werken, gemeenschappelijke werken voor verscheidene woningen wanneer ze uitgesloten zijn,...), kan vereist worden bij het opmaken van de verklaring omtrent de voltooiing van de werken indien de aanwezigheid van de te verhelpen ongezondheidfactor onverenigbaar is met de regels voor de toekenning van de premie, o.m. wat de inachtneming van de voorrangsorde betreft.
Art. 6. L'exécution de travaux non subsidiables aux termes de la réglementation (ouvrages entamés, travaux communs à plusieurs logements quand ils sont exclus,...) peut être exigée lors de l'établissement de la déclaration d'achèvement des travaux si la présence du facteur d'insalubrité auquel ils doivent remédier est incompatible avec les règles d'octroi de la prime, notamment en ce qui concerne le respect des priorités.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 1999.
Namen, 22 februari 1999.
W. TAMINIAUX
Art.7. [1 Le montant global de la prime octroyée pour l'isolation de la toiture, des murs ou des planchers en application de l'article 7, § 7, 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999 instaurant une prime à la réhabilitation de logements améliorables modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 février 2010 est limité à l'isolation d'une surface maximale de 100 m2 pour la toiture, 120 m2 pour les murs et 80 m2 pour les planchers, en ce compris les surfaces prises en compte dans le cadre de l'octroi des primes visant à favoriser l'utilisation rationnelle de l'énergie instaurées par l'arrêté ministériel du 22 mars 2010.]1
Art. 8. [1 Het natuurlijk isolatiemateriaal bedoeld in artikel 7, § 7, 1°, van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot invoering van een premie voor de renovatie van verbeterbare woningen, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 februari 2010, wordt bepaald als volgt : materiaal samengesteld uit minstens 85 % plantenvezels, dierlijke vezels of cellulose.]1
Art.8.[1 L'isolant naturel visé à l'article 7, § 7, 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999 instaurant une prime à la réhabilitation de logements améliorables, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 février 2010 est défini comme suit : matériau constitué à concurrence de 85 % minimum de fibres végétales, animales ou de cellulose.]1
-
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mars 1999.
Namur, le 22 février 1999,
W. TAMINIAUX