Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 FEBRUARI 1999. - Besluit van de Waalse Regering waarbij de voorwaarden worden bepaald waaronder de "Société wallonne du Logement" (Waalse Huisvestingsmaatschappij) hypotheekleningen toestaat (VERTALING). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-04-1999 en tekstbijwerking tot 16-01-2002)
Titre
25 FEVRIER 1999. - Arrêté du Gouvernement wallon déterminant les conditions d'octroi des prêts hypothécaires accordés par la Société wallonne du Logement. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-04-1999 et mise à jour au 16-01-2002)
Documentinformatie
Numac: 1999027267
Datum: 1999-02-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999027267
Date: 1999-02-25
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
maatschappij : de "Société wallonne du Logement";
aanvrager : de natuurlijke persoon (personen) die om de toekenning van een hypotheeklening verzoekt (verzoeken);
inkomsten : de globaal belastbare inkomsten van de aanvrager, de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont met uitzondering van de ascendenten en afstammelingen. Deze inkomsten hebben betrekking op het voorlaatste jaar voorafgaand aan de datum waarop de maatschappij de lening toestaat, of de rentevoet of de afbetalingswijze herziet.
De aanvrager, de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont met uitzondering van de ascendenten en afstammelingen die wedden, lonen of emolumenten ontvangen die vrij zijn van rijksbelastingen, moeten een attest van de schuldenaar van de inkomsten voorleggen met vermelding van het totale bedrag van de ontvangen wedden, lonen of emolumenten opdat de maatschappij het bedrag van hun jaarinkomen zou kunnen schatten.
Indien deze inkomsten niet op een volledig jaar activiteit betrekking hebben leidt de maatschappij het jaarinkomen af op grond van het belastbaar maandinkomen van het betrokken jaar volgens de formule :
Article 1. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
Société : la Société wallonne du Logement;
demandeur : la ou les personnes physiques qui sollicitent l'octroi d'un prêt hypothécaire;
revenus : l'ensemble des revenus imposables du demandeur, des personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, à l'exclusion des ascendants et des descendants, afférents à l'avant-dernière année précédant la date à laquelle la Société octroie le prêt ou en revoit le taux ou les modalités de remboursement.
Lorsque le demandeur, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, à l'exclusion des ascendants et des descendants, bénéficient de traitements, salaires ou émoluments exempts d'impôts nationaux, ils doivent produire une attestation du débiteur des revenus mentionnant la totalité de ces traitements, salaires ou émoluments percus, afin que la Société puisse estimer sur cette base le montant de leurs revenus annuels.
Néanmoins, si ces revenus ne se rapportent pas à une année complète d'activité, la Société procède à l'extrapolation d'un revenu annuel sur base du revenu mensuel imposable de l'année concernée selon la formule suivante :
in aanmerking genomen inkomen x 12

Wijzigingen

Aantal maanden activiteit
revenus pris en compte X 12

Wijzigingen

nombre de mois d'activite
ongeboren kind : het op de datum van de toekenning van de lening sinds ten minste negentig dagen verwekte kind, waarbij een medisch attest als bewijsstuk geldt;
(opgeheven)
Minister : de Minister bevoegd voor Huisvesting.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt met een kind ten laste gelijkgesteld het kind voor wie geen kinderbijslag of wezenrente wordt toegekend aan de aanvrager, de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont, maar dat, na overlegging van bewijsstukken, door de Regering geacht wordt ten laste te zijn van de aanvrager, de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont.
enfant à naître : l'enfant conçu depuis au moins nonante jours à la date de l'octroi du prêt, la preuve en étant fournie par une attestation médicale;
(abrogé)
Ministre : le Ministre qui a le Logement dans ses attributions.
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, est assimilé à l'enfant à charge, l'enfant pour lequel des allocations familiales ou d'orphelin ne sont pas attribuées au demandeur, aux personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, mais à propos duquel la Société reconnaît, sur base de documents probants, qu'il est à charge du demandeur, des personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté.
Art. 2. § 1. Binnen de perken van de door de Regering goedgekeurde investeringsprogramma's en onder de in dit besluit gestelde voorwaarden kan de raad van bestuur van de maatschappij hypotheekleningen toestaan aan natuurlijke personen met inkomsten die de in artikel 3 bedoelde bedragen niet overschrijden, voor de aankoop, de bouw, de herstructurering, de aanpassing of de renovatie van woningen of voor de terugbetaling van hypotheekschulden, en levensverzekeringspremies financieren die dienen om leners te dekken. Uiterlijk op de datum waarop de schriftelijke offerte aan de aanvrager wordt overgemaakt brengt de maatschappij hem op de hoogte van de andere door het Waalse Gewest gesubsidieerde of gewaarborgde hypotheekleningen alsmede van de gegevens over de vennootschappen of gelijkaardige instellingen die deze leningen kunnen toestaan.
§ 2. De raad van bestuur van de maatschappij kan de natuurlijke personen wier inkomsten in artikel 3, § 1, a), 5°, en b), 5° van dit besluit vermeld staan, slechts hypothecaire leningen toestaan ten belope van maximum 20 % van het volume van de investeringsprogramma's.
Art. 2. § 1er. Dans la limite des programmes d'investissements approuvés par le Gouvernement, et aux conditions du présent arrêté, le Conseil d'administration de la Société peut accorder des prêts hypothécaires aux personnes physiques, dont les revenus ne dépassent pas les montants visés à l'article 3, pour l'achat, la construction, la restructuration, l'adaptation ou la réhabilitation de logements, ou pour le remboursement de dettes hypothécaires, et peut financer les primes d'assurance vie destinées à couvrir les emprunteurs.
Au plus tard à la date de transmission au demandeur de l'offre écrite, la Société l'informe sur l'existence des autres prêts hypothécaires subventionnés ou garantis par la Région wallonne ainsi que sur les coordonnées des sociétés ou organismes avoisinants pouvant les accorder.
§ 2. Le Conseil d'administration de la Société ne peut accorder des prêts hypothécaires aux personnes physiques dont les revenus sont visés à l'article 3, § 1er, a), 5°, et b), 5°, du présent arrêté qu'à concurrence de 20 % maximum du volume des programmes d'investissements.
Art. 3. § 1. Onverminderd § 5 worden de rentevoeten vastgesteld naar gelang van het jaarinkomen volgens de hierna vermelde loonschaal :
a) in geval van alleenstaande aanvrager :
4,75 % per jaar, indien het inkomen minder bedraagt of gelijk is aan (9.920,00 euro);
5,25 % per jaar, indien het inkomen tussen (9.920,01 euro) en (14.880,00 euro) bedraagt;
5,75 % per jaar, indien het inkomen tussen (14.880,01 euro) en (19.840,00 euro) bedraagt;
6,50 % per jaar, indien het inkomen tussen (19.840,01 euro) en (25.420,00 euro) bedraagt;
7,25 % per jaar, indien het inkomen tussen (25.420,01 euro) en (31.000,00 euro) bedragen;
b) indien de aanvrager met andere al dan niet aanverwante personen doorgaans samenwoont :
4,75 % per jaar, indien het inkomen minder bedraagt of gelijk is aan (13.640,01 euro);
5,25 % per jaar, indien het inkomen tussen (13.640,01 euro) en (19.220,00 euro) bedraagt;
5,75 % per jaar, indien het inkomen tussen (19.220,01 euro) en (24.800,00 euro) bedraagt;
6,50 % per jaar, indien het inkomen tussen (24.800,01 euro) en (31.000,00 euro) bedraagt;
7,25 % per jaar, indien het inkomen tussen (31.000,01 euro) en (37.200,00 euro) bedragen;
§ 2. De in het eerste lid bedoelde maximumbedragen van de inkomsten worden met (1.860 euro) verhoogd per kind ten laste of ongeboren kind.
§ 3. De in het eerste lid bedoelde rentevoeten worden met 0,50 % per jaar verminderd wanneer de woning verkocht wordt door een openbare huisvestingsmaatschappij of door de bemiddeling ervan, of door een gemeente, een vereniging van gemeenten of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
§ 4. Naast de, in voorkomend geval, krachtens het derde lid toe te passen vermindering worden de in § 1 bedoelde rentevoeten met 0,50 % per jaar verminderd wanneer de woning gelegen is :
ofwel in een omtrek bedoeld in artikel 393 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium;
ofwel op een gemeentelijk grondgebied of grondgebiedgedeelte bedoeld in artikel 417 van hetzelfde wetboek;
ofwel in een architectonisch geheel waarvan de elementen krachtens artikel 192 van hetzelfde wetboek beschermd zijn of binnen de grenzen van een in de buurt van dit geheel gelegen beschermingsgebied;
ofwel op een oppervlakte voor stadsvernieuwing bepaald op grond van de reglementering over de toekenning door het Waalse Gewest van subsidies voor de uitvoering van verrichtingen voor stadsvernieuwing;
ofwel in een bevoorrecht initiatiefgebied bedoeld in artikel 79 van de Waalse Huisvestingscode.
§ 5. De in § 1 bedoelde rentevoeten worden door de maatschappij onder volgende voorwaarden gewijzigd :
a) een wijziging van de rentevoeten met 0,50 % of met een veelvoud van 0,50 % treedt in werking op 1 januari of 1 juli, indien de effectieve gemiddelde bruto-opbrengstrentevoet van de OLO's 10 jaar, dat door het Rentenfonds berekend is, op 15 december of 15 juni 0,50 % of een veelvoud van 0,50 % hoger of lager ligt dan de op 7,25 % vastgestelde basisrentevoet; die wijziging geldt alleen indien de gemiddelde dagelijkse opbrengsten van de OLO's 10 jaar tijdens de eerste drie maanden vóór deze datums met 0,50 % of een veelvoud van 0,50 % verschillen van de basisrentevoet;
b) de hoogste rentevoet mag niet hoger zijn dan 8 % en de laagste rentevoet niet lager dan 3 %, behalve met instemming van de Waalse Regering;
c) iedere wijziging van de loonschalen of van het verschil tussen de in § 1 bedoelde rentevoeten moet ter goedkeuring aan de Waalse Regering worden voorgelegd.
§ 6. De in § 1 bedoelde rentevoeten worden met 0,50 % verhoogd wanneer de lener met instemming van de maatschappij een winkel, een drankslijterij, een herberg of een restaurant inricht in de woning waarvoor de lening wordt aangevraagd of een beroep uitoefent in één van de daartoe bestemde lokalen.
§ 7. In geval van alleenstaande lener wordt de rentevoet van de lening herzien indien het verhoogde inkomen één van de hoogste bedragen van de loontabellen bereikt, op grond van een controle op zijn inkomsten en gezinssamenstelling die vier jaar na het verlijden van de akte wordt uitgeoefend.
Indien uit de controle blijkt dat het verhoogde inkomen de maximumdrempel van de tabel overschrijdt kan de lener kiezen ofwel voor de vervroegde en onmiddellijke terugbetaling van de lening ofwel voor de herziening van de rentevoet van de lening tegen de maximumrentevoet van de tabel, verhoogd met 0,25 %, ofwel voor het behoud van de rentevoet van de lening met een verkorte duur voor de afbetaling van zijn lening op grond van zijn nieuw financieel vermogen.
Art. 3. § 1er. Sans préjudice du § 5, les taux d'intérêts sont fixés en fonction des revenus annuels, selon les barèmes suivants :
a) si le demandeur est une personne seule :
4,75 % l'an si les revenus sont inférieurs ou égaux à (9.920,00 euros);
5,25 % l'an si les revenus sont compris entre (9.920,01 euros) et (14.880,00 euros);
5,75 % l'an si les revenus sont compris entre (14.880,01 euros) et (19.840,00 euros);
6,50 % l'an si les revenus sont compris entre (19.840,01 euros) et (25.420,00 euros);
7,25 % l'an si les revenus sont compris entre (25.420,01 euros) et (31.000 euros);
b) si le demandeur vit habituellement avec d'autres personnes, unies ou non par des liens de parenté :
4,75 % l'an si les revenus sont inférieurs ou égaux à (13.640,00 euros);
5,25 % l'an si les revenus sont compris entre (13.640,01 euros) et (19.220,00 euros);
5,75 % l'an si les revenus sont compris entre (19.220,01 euros) et (24.800,00 euros);
6,50 % l'an si les revenus sont compris entre (24.800,01 euros) et (31.000,00 euros);
7,25 % l'an si les revenus sont compris entre (31.000,01 euros) et (37.200,00 euros).
§ 2. Les maxima des revenus prévus au § 1er sont majorés de (1.860 euros) par enfant à charge ou à naître.
§ 3. Les taux visés au § 1er sont diminués de 0,50 % l'an lorsque l'habitation est vendue par une société de logement de service public ou à l'intermédiaire de celle-ci, ou par une commune, une association de communes, ou un Centre public d'aide sociale.
§ 4. Outre la diminution applicable, le cas échéant, en vertu du § 3, les taux prévus au § 1er sont diminués de 0,50 % l'an lorsque le logement est situé :
soit dans un périmètre visé à l'article 393 du Code wallon de l'aménagement du territoire, de l'urbanisme et du patrimoine;
soit dans un territoire communal ou une partie de territoire communal visé à l'article 417 du même Code;
soit dans un ensemble architectural dont les éléments ont été classés en vertu de l'article 192 du même Code, ou dans les limites d'une zone de protection établie autour de cet ensemble;
soit dans un périmètre de rénovation urbaine fixé en application de la réglementation relative à l'octroi par la Région de subventions pour l'exécution d'opérations de rénovation urbaine;
soit dans une zone d'initiative privilégiée visée à l'article 79 du Code wallon du logement.
§ 5. Les taux visés au § 1er sont modifiés par la Société, aux conditions suivantes :
a) une modification des taux de 0,50 % ou d'un multiple de 0,50 % entre en vigueur le 1er janvier ou le 1er juillet, si le 15 décembre ou le 15 juin, le taux de rendement réel moyen brut de l'OLO 10 ans calculé par le Fonds des rentes se situe 0,50 % ou un multiple de 0,50 % plus haut ou plus bas que le taux de référence fixé à 7,25 %; toutefois cette modification n'intervient que si la moyenne des rendements quotidiens des OLO 10 ans pendant les trois mois précédant ces dates se situe à un niveau qui s'écarte du taux de référence de 0,50 % ou d'un multiple de 0,50 %;
b) le taux d'intérêt le plus élevé ne peut dépasser 8 %, ni le taux le plus bas, descendre en-dessous de 3 %, qu'avec l'approbation du Gouvernement wallon;
c) toute modification des barèmes des revenus ou de l'écart existant entre les taux d'intérêt visés au § 1er doit être soumis, à l'approbation du Gouvernement wallon.
§ 6. Les taux visés au § 1er sont majorés de 0,50 % lorsque l'emprunteur, avec l'accord de la Société, exerce, dans le logement faisant l'objet du prêt, un commerce, y installe un débit de boissons, une auberge ou un restaurant, ou y exerce une activité professionnelle dans un ou des locaux réservés à cet effet.
§ 7. Lorsque l'emprunteur est une personne seule, le taux du prêt est révisé, en cas de hausse de revenus atteignant l'un des paliers supérieurs de cette grille, sur la base d'un contrôle portant sur ses revenus et sur sa composition de famille effectué quatre ans après la signature de l'acte.
Si le contrôle permet de constater une hausse de revenus dépassant le plafond maximum de la grille, l'emprunteur peut opter soit pour le remboursement anticipé et immédiat du prêt, soit pour la révision du taux du prêt au taux maximum de la grille majoré de 0,25 %, soit pour le maintien du taux du prêt avec un raccourcissement de la durée de remboursement de son prêt selon sa nouvelle capacité financière.
Art. 4. De aanvrager, de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont dienen de maatschappij alle bewijsstukken over te leggen zodat ze het bedrag van hun inkomsten en bijgevolg de toe te passen rentevoet op die basis kan vaststellen.
Art. 4. Le demandeur, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, sont tenus de remettre à la Société tous les documents probants permettant à celle-ci de déterminer sur cette base le montant de leurs revenus et en conséquence, le taux d'intérêt applicable.
Art. 5. De leningen worden terugbetaald in gelijke en onveranderlijke maandelijkse afbetalingen die de rente en de aflossing van het kapitaal en, in voorkomend geval, van de enige levensverzekeringspremie omvatten.
Art. 5. Les prêts sont remboursables par mensualités égales et constantes, comprenant l'intérêt et l'amortissement du capital et, le cas échéant, de la prime unique d'assurance vie.
Art. 6. § 1. De duur van afbetaling van de lening wordt door de raad van bestuur van de maatschappij vastgesteld naar gelang van de inkomsten en de leeftijd van de lener.
Ze bedraagt maximum dertig jaar in de in artikel 3, § 1, a), 1° tot en met 4°, en b), 1° tot en met 4° bedoelde gevallen en vijfentwintig jaar in de in artikel 3, § 1, a), 5°, en b), 5° bedoelde gevallen.
Het kapitaal en, in voorkomend geval, de enige premie van de levensverzekering, moeten volledig afgelost zijn wanneer de lener vijfenzestig jaar wordt.
§ 2. Een controle wordt tien jaar na het verlijden van de akte uitgeoefend op de inkomsten en gezinssamenstelling van de lener.
Indien uit de controle blijkt dat het inkomen de maximumdrempel van de tabel overschrijdt kan de lener kiezen ofwel voor de vervroegde en onmiddellijke terugbetaling van de lening ofwel voor de herziening van de rentevoet van de lening tegen de maximumrentevoet van de tabel, verhoogd met 0,25 %, ofwel voor het behoud van de rentevoet van de lening met een verkorte duur voor de afbetaling van zijn lening op grond van zijn nieuw financieel vermogen.
Art. 6. § 1er. La durée de remboursement du prêt est fixée par le Conseil d'administration de la Société, en fonction des revenus et de l'âge de l'emprunteur.
Elle est au maximum de trente ans, dans les cas visés à l'article 3, § 1er, a), 1° à 4°, et b), 1° à 4°, et de vingt-cinq ans, dans les cas visés à l'article 3, § 1er, a), 5°, et b), 5°.
Le capital et, le cas échéant, la prime unique d'assurance vie doivent être complètement amortis au moment où l'emprunteur atteint l'âge de soixante-cinq ans.
§ 2. Un contrôle portant sur les revenus et la composition de famille de l'emprunteur est effectué dix ans après la signature de l'acte.
Si le contrôle permet de constater une hausse de revenus dépassant le plafond maximum de la grille, l'emprunteur peut opter soit pour le remboursement anticipé et immédiat du prêt, soit pour la révision du taux du prêt au taux maximum de la grille majoré de 0,25 %, soit pour le maintien du taux du prêt avec un raccourcissement de la durée de remboursement de son prêt selon sa nouvelle capacité financière.
Art. 7. De raad van bestuur van de maatschappij legt een reglement van de leningen ter goedkeuring aan de Minister voor, met vermelding van volgende gegevens :
de maximale bewoonbare oppervlakte van de woning;
de gezondheidsnormen van de woning;
het maximumbedrag van de lening;
de voorwaarden voor de toekenning, de uitbetaling, de waarborg en de terugbetaling van de leningen;
de voorwaarden voor een hypotheeklening in de tweede rang;
de voorwaarden voor de financiering van de levensverzekeringspremies;
de regels voor de aanpassing van de voorwaarden voor de afbetaling van de lening krachtens de artikelen 3, § 7, en 6, § 2.
Art. 7. Le Conseil d'administration de la Société soumet à l'approbation du Ministre un règlement des prêts qui détermine notamment :
la superficie habitable maximale du logement;
les conditions de salubrité du logement;
le montant maximum du prêt;
les modalités d'attribution, de liquidation, de garantie et de remboursement des prêts;
les conditions d'un prêt hypothécaire de second rang;
les conditions de financement des primes d'assurance vie;
les modalités d'adaptation des conditions de remboursement du prêt, en application des articles 3, § 7, et 6, § 2.
Art. 8. Naast de door de maatschappij eventueel opgelegde bijkomende waarborgen moet de lener ten gunste van de maatschappij een hypotheek in de eerste rang nemen op het pand waarvoor hij een lening aangaat.
Art. 8. Outre les garanties complémentaires éventuelles imposées par la Société, l'emprunteur doit consentir au profit de celle-ci une hypothèque en premier rang sur l'immeuble pour lequel il contracte l'emprunt.
Art. 9. Op de datum van toekenning van de lening moet de lener een in één enkele premie te betalen overlijdensverzekering met afnemend kapitaal aangaan ofwel ten gunste van de maatschappij, ofwel ten gunste van zijn echtgenote of van een bloedverwante tot en met de tweede graad. In dit geval moet het contract voor de overlijdensverzekering bij de maatschappij in pand worden gegeven, als waarborg van het geleende bedrag.
Art. 9. L'emprunteur doit contracter au moment du prêt une assurance décès à capital décroissant à prime unique, soit au profit de la Société soit au profit de son conjoint ou d'un parent jusqu'au deuxième degré. Dans ce dernier cas, le contrat d'assurance décès fait l'objet d'un nantissement auprès de la Société, en garantie du montant emprunté.
Art. 10. Naast de wettelijke kosten verbonden aan de hypotheek en wat verschuldigd zou kunnen zijn krachtens andere wets- en regelgevende bepalingen worden de behandelingskosten en de kosten voor de schatting van goederen die als waarborg gelden door de lener gedragen.
Art. 10. Outre les frais légaux inhérents à l'hypothèque et de ce qui pourrait être dû en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, sont mis à charge de l'emprunteur les frais de constitution de dossier et les frais d'évaluation des biens offerts en garantie.
Art. 11. Mits schriftelijke machtiging van de aanvrager, of de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont kan de maatschappij vragen dat de bevoegde diensten van de besturen de bewijzen bezorgen in verband met de desbetreffende inkomsten, onroerende eigendommen en de vaststelling van de hoedanigheid van gehandicapte persoon.
Art. 11. Moyennant autorisation écrite du demandeur, ou des personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, la Société peut solliciter des services compétents des administrations, les attestations relatives à leurs revenus, à leurs propriétés immobilières et à l'établissement de la qualité de personne handicapée.
Art. 12. § 1. De lener en de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont, met uitzondering van de ascendenten en afstammelingen, mogen samen of alleen, geen andere woning volledig in eigendom of in vruchtgebruik hebben.
Van deze voorwaarde wordt afgeweken :
ofwel voor een overbewoonde, onbewoonbare of onverbeterbare woning en voor zover deze woning betrokken werd door de aanvrager en de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont, ten minste zes maanden binnen een periode van twee jaar voorafgaand aan de datum van toekenning van de lening;
ofwel voor de onverbeterbare te slopen woning(en), gelegen op de grond waarop de woning d.m.v. de lening zal worden gebouwd;
ofwel voor een andere woning voor zover ze vóór de ondertekening van de authentieke leningsakte is verkocht en dat de opbrengst van de verkoop opnieuw wordt geïnvesteerd in de verrichting waarvoor de lening wordt aangevraagd.
§ 2. De in § 1, 1° en 2°, van dit artikel bedoelde afwijking wordt toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :
in geval van volle eigendom :
a) voor een overbewoonde of onbewoonbare woning moeten de aanvrager en, in voorkomend geval, de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont, zich ertoe verbinden die woning te koop te bieden zodra de d.m.v. de lening aangekochte, gerenoveerde, herstructureerde, aangepaste of gebouwde woning betrokken wordt, of in geval van terugbetaling van een vroeger aangegane schuld;
b) voor een onverbeterbare woning moeten de aanvrager en, in voorkomend geval, de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont, zich ertoe verbinden die woning te laten slopen of ze niet voor bewoning te bestemmen zodra de d.m.v. de lening aangekochte, gerenoveerde, herstructureerde, aangepaste of gebouwde woning betrokken wordt, of in geval van terugbetaling van een vroeger aangegane schuld;
in geval van vruchtgebruik moeten de aanvrager en, in voorkomend geval, de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont, zich ertoe verbinden van hun vruchtgebruik afstand te doen zodra de d.m.v. de lening aangekochte, gerenoveerde, herstructureerde, aangepaste of gebouwde woning betrokken wordt, of in geval van terugbetaling van een vroeger aangegane schuld.
De maatschappij gaat na of de onder 1° en 2° bedoelde verbintenissen worden nagekomen.
De woning wordt als onverbeterbaar beschouwd indien de aanvrager en de al dan niet aanverwante personen met wie hij doorgaans samenwoont, in aanmerking komen voor de door het Waalse Gewest verleende slopingstegemoetkoming of indien de woning, na onderzoek, door de "Société wallonne du Logement" of bij besluit van de burgemeester onverbeterbaar wordt verklaard op grond van een met redenen omkleed verslag.
Art. 12. § 1er. A la date de l'octroi du prêt, le demandeur et les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, à l'exclusion des ascendants et des descendants, ne peuvent être seuls ou ensemble, propriétaires ou usufruitiers de la totalité d'un autre logement.
Il est dérogé à cette condition lorsqu'il s'agit :
soit d'un logement surpeuplé, inhabitable ou non améliorable et pour autant que ce logement ait été occupé par le demandeur et les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, pendant au moins six mois au cours des deux années précédant la date de l'octroi du prêt;
soit du ou des logements non améliorables à démolir sis sur le terrain devant servir d'assiette au logement à construire avec le bénéfice du prêt;
soit d'un autre logement, pour autant qu'il soit vendu avant la signature de l'acte authentique de prêt et que le produit de la vente soit réinvesti dans l'opération pour laquelle le prêt est sollicité.
§ 2. La dérogation visée au § 1er, 1° et 2°, du présent article, est subordonnée au respect des conditions suivantes :
en cas de pleine propriété :
a) s'il s'agit d'un logement surpeuplé ou inhabitable, le demandeur et, le cas échéant, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, doivent s'engager à le mettre en vente dès l'occupation du logement acquis, réhabilité, restructuré, adapté ou construit avec le bénéfice du prêt, ou en cas de remboursement d'une dette antérieure;
b) s'il s'agit d'un logement non améliorable, le demandeur et, le cas échéant, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, doivent s'engager à le faire démolir ou à ne plus le destiner à l'habitation à dater de l'occupation du logement acquis, réhabilité, restructuré, adapté ou construit avec le bénéfice du prêt, ou en cas de remboursement d'une dette antérieure;
en cas d'usufruit, le demandeur et, le cas échéant, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, doivent s'engager à renoncer à leur usufruit, dès l'occupation du logement acquis, réhabilité, restructuré, adapté ou construit avec le bénéfice du prêt, ou en cas de remboursement d'une dette antérieure.
La Société s'assure que les engagements prévus au 1° et 2° sont respectés.
Le logement est considéré comme non améliorable si le demandeur et les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté ont été reconnus admissibles au bénéfice de l'allocation de démolition octroyée par la Région, ou si le logement est reconnu non améliorable par la Société wallonne du Logement après examen, sur base d'un rapport motivé, ou par un arrêté du bourgmestre.
Art. 13. Tot de volledige terugbetaling :
moet de woning als hoofdverblijfplaats bewoond worden door de lener die er geen winkel, drankslijterij, herberg of restaurant mag inrichten of geen beroep mag uitoefenen in één of verscheidene daartoe bestemde lokalen behalve indien de maatschappij er vooraf schriftelijk mee instemt en onder de in artikel 3, § 6 bepaalde voorwaarden;
mag de woning niet bestemd zijn voor een activiteit die strijdig is met de openbare orde of met de goede zeden;
moet de lener de woning voor de totale waarde tegen brand, overstroming, bliksem en ontploffing verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij van één van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en de verzekeringspremies geregeld betalen;
moet de lener de afgevaardigden van de "Société wallonne du Logement" de woning laten bezichtigen;
mag de lener de woning niet verkopen noch geheel of gedeeltelijk verhuren, behalve voorafgaande schriftelijke instemming van de maatschappij.
Art. 13. Jusqu'à complet remboursement du prêt :
l'emprunteur doit occuper, à titre principal, le logement faisant l'objet du prêt. Il ne peut y exercer un commerce, y installer un débit de boissons, une auberge ou un restaurant, ou y exercer une activité professionnelle dans un ou des locaux réservés à cet effet, qu'avec l'accord écrit et préalable de la Société et aux conditions déterminées à l'article 3, § 6;
le logement ne peut être affecté à une activité contraire à l'ordre public ou aux bonnes moeurs;
l'emprunteur doit assurer le logement contre l'incendie, l'inondation, la foudre et les explosions, pour la totalité de sa valeur, auprès d'une compagnie d'un des Etats, membres de la Communauté européenne et acquitter régulièrement les primes de cette assurance;
l'emprunteur doit consentir à la visite du logement par les délégués de la Société wallonne du Logement;
l'emprunteur ne peut vendre le logement, ni le donner en location en tout ou en partie, sauf accord préalable et écrit de la Société.
Art. 14. Het besluit van de Waalse Regering van 9 juni 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de "Société régionale wallonne du Logement" hypothecaire leningen toestaat, wordt opgeheven.
Art. 14. L'arrêté du Gouvernement wallon du 9 juin 1994 déterminant les conditions d'octroi des prêts hypothécaires accordés par la Société régionale wallonne du Logement est abrogé.
Art. 15. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 1999.
Bij wijze van overgangsmaatregel blijven de leningsaanvragen waarvoor de behandelingskosten vóór 1 maart 1999 gestort werden, geregeld bij het besluit van de Waalse Regering van 9 juni 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de "Société régionale wallonne du Logement" hypothecaire leningen toestaat.
Art. 15. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mars 1999.
A titre transitoire, les demandes de prêt pour lesquelles les frais de dossier ont été versés avant le 1er mars 1999 restent régies par l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 juin 1994 déterminant les conditions d'octroi des prêts hypothécaires accordés par la Société régionale wallonne du Logement.
Art. 16. De Minister van Huisvesting is belast met de uitvoering van dit besluit.
Namen, 25 februari 1999.
De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, K.M.O.'s, Toerisme en Patrimonium,
R. COLLIGNON
De Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid,
W. TAMINIAUX
Art. 16. Le Ministre du Logement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Namur, le 25 février 1999.
Le Ministre-Président du Gouvernement wallon, chargé de l'Economie, du Commerce extérieur, des P.M.E., du Tourisme et du Patrimoine,
R. COLLIGNON
Le Ministre de l'Action sociale, du Logement et de la Santé,
W. TAMINIAUX