Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 MEI 1999. - Wet houdende budgettaire en diverse bepalingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-05-1999 en tekstbijwerking tot 10-09-1999)
Titre
3 MAI 1999. - Loi portant des dispositions budgétaires et diverses. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-05-1999 et mis à jour au 10-09-1999)
Documentinformatie
Numac: 1999021210
Datum: 1999-05-03
Info du document
Numac: 1999021210
Date: 1999-05-03
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITEL II. - Budgettaire bepalingen.
HOOFDSTUK I. - Meerjarenplan Justitie en Veilig...
HOOFDSTUK II. - Pensioenen. - Nationaal Orkest ...
HOOFDSTUK III. - Examens voor zelfstandigen.
HOOFDSTUK IV. - Centrale Raad voor het Bedrijfs...
HOOFDSTUK V. - Overmatige schuldenlast. - Wijzi...
HOOFDSTUK VI. - WIGW-statuut.
HOOFDSTUK VII. - Maatschappelijke zekerheid der...
HOOFDSTUK VIII. - Kinderbijslag voor loonarbeid...
HOOFDSTUK IX. - Diensten van de sociale inspectie.
HOOFDSTUK X. - Pensioenen van werknemers.
HOOFDSTUK XI. - Jaarlijkse vakantie.
TITEL III. - Diverse bepalingen.
HOOFDSTUK I. - Verkeer en Infrastructuur.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan de wet van 2 me...
HOOFDSTUK III. - Postdiensten.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen aan de wet van 29 j...
HOOFDSTUK V. - Omzetting van andere rechtsperso...
Afdeling 1. - Wijziging van de wetten op de han...
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 9 juli 1...
HOOFDSTUK VI. - Arbeidsongevallen.
HOOFDSTUK VII. - Pensioenen zelfstandigen.
HOOFDSTUK VIII. - Nationale Bank van België.
HOOFDSTUK IX. - Toekennen van de Staatswaarborg...
HOOFDSTUK X. - Wijzigingen van de wet van 15 ap...
Inhoud
TITRE I. - Disposition générale.
TITRE II. - Dispositions budgétaires.
CHAPITRE I. - Plan pluriannuel justice et sécur...
CHAPITRE II. - Pensions. - Orchestre national d...
CHAPITRE III. - Examens pour les travailleurs i...
CHAPITRE IV. - Conseil central de l'économie.
CHAPITRE V. - Surendettement. - Modification à ...
CHAPITRE VI. - Statut VIPO.
CHAPITRE VII. - Sécurité sociale des ouvriers m...
CHAPITRE VIII. - Allocations familiales pour tr...
CHAPITRE IX. - Services de l'Inspection sociale.
CHAPITRE X. - Des pensions des travailleurs sal...
CHAPITRE XI. - Vacances annuelles.
TITRE III. - Dispositions diverses.
CHAPITRE I. - Communications et infrastructure.
CHAPITRE II. - Modifications à la loi du 2 mai ...
CHAPITRE III. - Services postaux.
CHAPITRE IV. - Modifications à la loi du 29 jui...
CHAPITRE V. - Transformation de personnes moral...
Section 1. - Modification des lois sur les soci...
Section 2. - Modification de la loi du 9 juille...
CHAPITRE VI. - Accidents du travail.
CHAPITRE VII. - Pensions des travailleurs indép...
CHAPITRE VIII. - Banque nationale de Belgique.
CHAPITRE IX. - Octroi de la garantie de l'Etat ...
CHAPITRE X. - Modifications de la loi du 15 avr...
Tekst (69)
Texte (69)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL II. - Budgettaire bepalingen.
TITRE II. - Dispositions budgétaires.
HOOFDSTUK I. - Meerjarenplan Justitie en Veiligheid.
CHAPITRE I. - Plan pluriannuel justice et sécurité.
Art.2. In artikel 1, § 2quater, tweede lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, ingevoegd bij de wet van 30 maart 1994 en gewijzigd bij de wet van 15 januari 1999, worden tussen de woorden "per jaar" en "die in" de woorden ", en met ingang van 1 januari 1999, 3 810 miljoen frank per jaar," ingevoegd.
Art.2. A l'article 1er, § 2quater, alinéa 2, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, inséré par la loi du 30 mars 1994 et modifié par la loi du 15 janvier 1999, les mots " , et à 3 810 millions de francs par an, à partir du 1er janvier 1999 " sont insérés entre les mots " 1er janvier 1998 " et " versées ".
Art.3. In artikel 89 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, vervangen bij de wet van 26 juli 1996 en gewijzigd bij de wet van 15 januari 1999, worden tussen de woorden "per jaar" en ", ten voordele van", de woorden ", en met ingang van 1 januari 1999, 3 810 miljoen frank per jaar" ingevoegd.
Art.3. A l'article 89 de la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses, remplacé par la loi du 26 juillet 1996 et modifié par la loi du 15 janvier 1999, les mots " et à partir du 1er janvier 1999, 3 810 millions de francs par an " sont insérés entre les mots " par an " et " en faveur ".
HOOFDSTUK II. - Pensioenen. - Nationaal Orkest van België.
CHAPITRE II. - Pensions. - Orchestre national de Belgique.
Art.4. De personeelsleden van het Nationaal Orkest van België die tussen de datum van bekendmaking van deze wet en 28 februari 2001 worden gepensioneerd met toepassing van artikel 46 van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, krijgen een pensioencomplement, waarvan het bedrag bepaald wordt in artikel 5. Dit complement maakt integraal deel uit van het pensioen.
Het in het eerste lid bedoelde pensioencomplement wordt enkel toegekend aan personeelsleden die in dienst zijn bij deze instelling op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling en die, op de datum waarop ze hun ambt beëindigen, twintig pensioenaanspraakverlenende dienstjaren tellen, met uitsluiting van de bonificaties wegens studies en van andere perioden die gebonificeerd worden wegens diensten die voor de vaststelling van de wedde in aanmerking komen.
Het in het eerste lid bedoelde pensioencomplement wordt enkel toegekend aan personeelsleden die in dienst zijn bij deze instelling op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling en die, op de datum waarop ze hun ambt beëindigen, twintig pensioenaanspraakverlenende dienstjaren tellen, met uitsluiting van de bonificaties wegens studies en van andere perioden die gebonificeerd worden wegens diensten die voor de vaststelling van de wedde in aanmerking komen.
Art.4. Les membres du personnel de l'Orchestre national de Belgique qui, entre la date de la publication de la présente loi et le 28 février 2001, sont mis à la pension en application de l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, obtiennent un complément de pension dont le montant est fixé à l'article 5. Ce complément fait partie intégrante de la pension.
Le complément de pension visé à l'alinéa 1er n'est accordé qu'aux membres du personnel en service auprès de cet organisme à la date d'entrée en vigueur de la présente disposition et qui, à la date de la cessation de leurs fonctions, comptent vingt années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension, à l'exclusion des bonifications pour études et des autres périodes bonifiées à titre de services admis pour la détermination du traitement.
Le complément de pension visé à l'alinéa 1er n'est accordé qu'aux membres du personnel en service auprès de cet organisme à la date d'entrée en vigueur de la présente disposition et qui, à la date de la cessation de leurs fonctions, comptent vingt années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension, à l'exclusion des bonifications pour études et des autres périodes bonifiées à titre de services admis pour la détermination du traitement.
Art.5. Het in artikel 4 bedoelde pensioencomplement is, tot de laatste dag van de maand tijdens welke het personeelslid de leeftijd van 65 jaar bereikt, gelijk aan het verschil tussen, enerzijds 80 % van de laatste activiteitswedde, en anderzijds, het bedrag van het pensioen dat het personeelslid krijgt met toepassing van de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden.
Vanaf de eerste dag van de maand volgend op die tijdens welke het personeelslid de leeftijd van 65 jaar bereikt, is het complement gelijk aan het verschil tussen, enerzijds het bedrag van het pensioen dat het personeelslid met toepassing van voormelde wet van 28 april 1958 zou hebben gekregen als hij zijn loopbaan tot de leeftijd van 65 jaar had voortgezet, en anderzijds, het pensioen dat hij met toepassing van dezelfde wet krijgt.
Indien het personeelslid vóór de leeftijd van 65 jaar om het even welke beroepsactiviteit uitoefent, wordt het pensioencomplement geschorst tijdens het kalenderjaar waarin hij die activiteit uitoefent.
Vanaf de eerste dag van de maand volgend op die tijdens welke het personeelslid de leeftijd van 65 jaar bereikt, is het complement gelijk aan het verschil tussen, enerzijds het bedrag van het pensioen dat het personeelslid met toepassing van voormelde wet van 28 april 1958 zou hebben gekregen als hij zijn loopbaan tot de leeftijd van 65 jaar had voortgezet, en anderzijds, het pensioen dat hij met toepassing van dezelfde wet krijgt.
Indien het personeelslid vóór de leeftijd van 65 jaar om het even welke beroepsactiviteit uitoefent, wordt het pensioencomplement geschorst tijdens het kalenderjaar waarin hij die activiteit uitoefent.
Art.5. Le complément de pension visé à l'article 4 est, jusqu'au dernier jour du mois au cours duquel l'agent atteint l'âge de 65 ans, égal à la différence entre, d'une part, 80 % du dernier traitement d'activité et, d'autre part, le montant de la pension que l'agent obtient en application de la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel de certains organismes d'intérêt public et de leurs ayants-droit.
A partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'agent atteint l'âge de 65 ans, le complément est égal à la différence entre, d'une part, le montant de la pension que l'agent aurait obtenue en application de la loi du 28 avril 1958 précitée, s'il avait poursuivi sa carrière jusqu'à l'âge de 65 ans et, d'autre part, la pension qu'il obtient en application de cette même loi.
Si avant l'âge de 65 ans le membre du personnel exerce une activité professionnelle quelconque, le complément de pension est suspendu pendant l'année civile durant laquelle il exerce cette activité.
A partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'agent atteint l'âge de 65 ans, le complément est égal à la différence entre, d'une part, le montant de la pension que l'agent aurait obtenue en application de la loi du 28 avril 1958 précitée, s'il avait poursuivi sa carrière jusqu'à l'âge de 65 ans et, d'autre part, la pension qu'il obtient en application de cette même loi.
Si avant l'âge de 65 ans le membre du personnel exerce une activité professionnelle quelconque, le complément de pension est suspendu pendant l'année civile durant laquelle il exerce cette activité.
Art.6. Het bedrag van het overeenkomstig artikel 5 vastgestelde pensioencomplement wordt berekend door de administratie der Pensioenen van het Ministerie van Financiën. Het wordt betaald door de centrale dienst der vaste uitgaven van de administratie der Thesaurie van het Ministerie van Financiën. Het is ten laste van het Nationaal Orkest van België.
Art.6. Le montant du complément de la pension fixé conformément aux dispositions de l'article 5, est calculé par l'Administration des Pensions du Ministère des Finances. Il est liquidé par le Service central des Dépenses fixes de l'Administration de la Trésorerie du Ministère des Finances. Il est à charge de l'Orchestre national de Belgique.
Art.7. Het Nationaal Orkest van België moet aan de administratie der Pensioenen maandelijkse voorschotten betalen, waarvan het bedrag door de administratie aan het Orkest wordt meegedeeld. Het bedrag van deze voorschotten, dat altijd kan worden aangepast, wordt vastgesteld op basis van een raming van de uitgaven die met toepassing van artikel 6 ten laste van het Nationaal Orkest van België zullen vallen. Deze voorschotten moeten uiterlijk de laatste werkdag van de maand waarop ze betrekking hebben, bij de administratie der Pensioenen toekomen.
Op het eind van ieder kalenderjaar stuurt de administratie der Pensioenen naar het Nationaal Orkest van België een overzicht van enerzijds, de voor dat jaar gestorte voorschotten, en anderzijds, het totaal van de met toepassing van artikel 4 verschuldigde bedragen. Indien het totaal van de gestorte voorschotten lager is dan de met toepassing van artikel 4 verschuldigde sommen, moet het resterende saldo uiterlijk de laatste werkdag van de tweede maand die volgt op de mededeling van het verschuldigde bedrag, bij de administratie der Pensioenen toekomen. Indien het totaal van de voorschotten hoger blijkt dan het met toepassing van artikel 4 verschuldigde bedrag, wordt het teveel afgetrokken van een latere storting van voorschotten.
Op het eind van ieder kalenderjaar stuurt de administratie der Pensioenen naar het Nationaal Orkest van België een overzicht van enerzijds, de voor dat jaar gestorte voorschotten, en anderzijds, het totaal van de met toepassing van artikel 4 verschuldigde bedragen. Indien het totaal van de gestorte voorschotten lager is dan de met toepassing van artikel 4 verschuldigde sommen, moet het resterende saldo uiterlijk de laatste werkdag van de tweede maand die volgt op de mededeling van het verschuldigde bedrag, bij de administratie der Pensioenen toekomen. Indien het totaal van de voorschotten hoger blijkt dan het met toepassing van artikel 4 verschuldigde bedrag, wordt het teveel afgetrokken van een latere storting van voorschotten.
Art.7. L'Orchestre national de Belgique est tenu de verser à l'Administration des Pensions des provisions mensuelles dont le montant lui est communiqué par celle-ci. Le montant de ces provisions, qui peut être adapté à tout moment, est établi sur la base d'une estimation des dépenses qui seront mises à charge de l'Orchestre national de Belgique en application de l'article 6. Ces provisions doivent parvenir à l'Administration des Pensions au plus tard le dernier jour ouvrable du mois auquel elles se rapportent.
Au terme de chaque année civile, l'Administration des Pensions adresse à l'Orchestre national de Belgique un relevé récapitulatif mentionnant, d'une part, les provisions versées pour cette année et, d'autre part, le total des sommes dues en application de l'article 4. Si le total des provisions versées s'avère inférieur au total des sommes dues en application de l'article 4, le solde restant dû doit parvenir à l'Administration des Pensions au plus tard le dernier jour ouvrable du deuxième mois qui suit la communication du montant restant dû. Si le total des provisions s'avère supérieur au montant dû en application de l'article 4, l'excédent est déduit d'un versement ultérieur de provisions.
Au terme de chaque année civile, l'Administration des Pensions adresse à l'Orchestre national de Belgique un relevé récapitulatif mentionnant, d'une part, les provisions versées pour cette année et, d'autre part, le total des sommes dues en application de l'article 4. Si le total des provisions versées s'avère inférieur au total des sommes dues en application de l'article 4, le solde restant dû doit parvenir à l'Administration des Pensions au plus tard le dernier jour ouvrable du deuxième mois qui suit la communication du montant restant dû. Si le total des provisions s'avère supérieur au montant dû en application de l'article 4, l'excédent est déduit d'un versement ultérieur de provisions.
Art.8. De artikelen 4 tot 7 treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.8. Les articles 4 à7 entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK III. - Examens voor zelfstandigen.
CHAPITRE III. - Examens pour les travailleurs indépendants.
Art.9. Artikel 9, § 2, van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, wordt aangevuld met de volgende zin :
"Hij bepaalt tevens het bedrag van de vergoeding waaraan de afgifte van het getuigschrift is onderworpen, zonder dat deze meer mag bedragen dan 1 000 frank.".
"Hij bepaalt tevens het bedrag van de vergoeding waaraan de afgifte van het getuigschrift is onderworpen, zonder dat deze meer mag bedragen dan 1 000 frank.".
Art.9. L'article 9, § 2, de la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante, est complété par la phrase suivante :
" Il détermine également le montant de l'indemnité à laquelle est soumise la délivrance de l'attestation, sans que celui-ci ne puisse dépasser 1 000 francs. ".
" Il détermine également le montant de l'indemnité à laquelle est soumise la délivrance de l'attestation, sans que celui-ci ne puisse dépasser 1 000 francs. ".
HOOFDSTUK IV. - Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
CHAPITRE IV. - Conseil central de l'économie.
Art.10. In afwijking van de artikelen 55 tot 58 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven ertoe gemachtigd om zijn bedrijfskapitaal, ingesteld bij artikel 412bis van de begrotingswet van 23 februari 1954, te verhogen tot 35 miljoen frank.
Het bestaande bedrijfskapitaal ten belope van 1,6 miljoen frank wordt verhoogd met de toelage-overschotten van de dienstjaren 1971 tot 1988 ten belope van 20 621 443 frank en met de eventuele toelage-overschotten vanaf het dienstjaar 1996 ten belope van 12 778 557 frank.
Het bestaande bedrijfskapitaal ten belope van 1,6 miljoen frank wordt verhoogd met de toelage-overschotten van de dienstjaren 1971 tot 1988 ten belope van 20 621 443 frank en met de eventuele toelage-overschotten vanaf het dienstjaar 1996 ten belope van 12 778 557 frank.
Art.10. Par dérogation aux articles 55 à 58 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Conseil central de l'économie est autorisé à augmenter son fonds de roulement, créé par l'article 412bis de la loi budgétaire du 23 février 1954, jusqu'à 35 millions de francs.
Le fonds de roulement existant à concurrence de 1,6 million de francs est augmenté par les reliquats de subsides des années 1971 à 1988 à concurrence de 20 621 443 francs et par les reliquats de subsides éventuels à partir de l'année 1996, à concurrence de 12 778 557 francs.
Le fonds de roulement existant à concurrence de 1,6 million de francs est augmenté par les reliquats de subsides des années 1971 à 1988 à concurrence de 20 621 443 francs et par les reliquats de subsides éventuels à partir de l'année 1996, à concurrence de 12 778 557 francs.
HOOFDSTUK V. - Overmatige schuldenlast. - Wijziging aan de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen. - Gedeelte 32 - Economische Zaken.
CHAPITRE V. - Surendettement. - Modification à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires. - Partie 32 - Affaires économiques.
Art.11. § 1. In punt 8, 3°, van het gedeelte "32 - Economische Zaken" van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, ingevoegd door artikel 20 van de wet van 5 juli 1998, worden de woorden "erkend met toepassing van artikel 74 van dezelfde wet" vervangen door de woorden "erkend of geregistreerd met toepassing van de artikelen 74 of 75bis van dezelfde wet".
§ 2. Punt 8 van het gedeelte "32 - Economische Zaken", in bijlage bij dezelfde wet, wordt aangevuld met het volgende lid :
"Personeels- en werkingskosten van de administratieve cel van het fonds.".
§ 2. Punt 8 van het gedeelte "32 - Economische Zaken", in bijlage bij dezelfde wet, wordt aangevuld met het volgende lid :
"Personeels- en werkingskosten van de administratieve cel van het fonds.".
Art.11. § 1er. Au point 8, 3°, de la partie " 32 - Affaires économiques " du tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, inséré par l'article 20 de la loi du 5 juillet 1998, les mots " agréée en application de l'article 74 de la même loi " sont remplacés par les mots " agréée ou enregistrée en application des articles 74 ou 75bis de la même loi ".
§ 2. Le point 8 de la partie " 32 - Affaires économiques ", annexée à la même loi, est complété par l'alinéa suivant :
" Frais de personnel et de fonctionnement de la Cellule administrative du Fonds. ".
§ 2. Le point 8 de la partie " 32 - Affaires économiques ", annexée à la même loi, est complété par l'alinéa suivant :
" Frais de personnel et de fonctionnement de la Cellule administrative du Fonds. ".
HOOFDSTUK VI. - WIGW-statuut.
CHAPITRE VI. - Statut VIPO.
Art.12. In artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een punt 6°, luidend als volgt, wordt ingevoegd in het eerste lid :
"6° de in artikel 32, eerste lid, 3°, bedoelde gerechtigden die langdurig werkloos zijn, overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in het tweede lid.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende bepaling :
"Evenzo bepaalt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de leeftijd van de gerechtigden bedoeld in het eerste lid, 6°, en wat moet verstaan worden onder "langdurig werklozen", door met name de minimum werkloosheidsduur vast te stellen.".
1° een punt 6°, luidend als volgt, wordt ingevoegd in het eerste lid :
"6° de in artikel 32, eerste lid, 3°, bedoelde gerechtigden die langdurig werkloos zijn, overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in het tweede lid.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende bepaling :
"Evenzo bepaalt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de leeftijd van de gerechtigden bedoeld in het eerste lid, 6°, en wat moet verstaan worden onder "langdurig werklozen", door met name de minimum werkloosheidsduur vast te stellen.".
Art.12. A l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, inséré par l'arrêté royal du 16 avril 1997, sont apportées les modifications suivantes :
1° un point 6°, rédigé comme suit, est inséré dans l'alinéa 1er :
" 6° aux titulaires visés à l'article 32, alinéa 1er, 3°, qui sont chômeurs de longue durée, selon les modalités visées à l'alinéa 2. ";
2° l'alinéa 2 est complété par la disposition suivante :
" De même, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, l'âge des titulaires visés à l'alinéa 1er, 6°, et ce qu'il convient d'entendre par " chômeurs de longue durée " en précisant notamment la durée minimale de chômage. ".
1° un point 6°, rédigé comme suit, est inséré dans l'alinéa 1er :
" 6° aux titulaires visés à l'article 32, alinéa 1er, 3°, qui sont chômeurs de longue durée, selon les modalités visées à l'alinéa 2. ";
2° l'alinéa 2 est complété par la disposition suivante :
" De même, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, l'âge des titulaires visés à l'alinéa 1er, 6°, et ce qu'il convient d'entendre par " chômeurs de longue durée " en précisant notamment la durée minimale de chômage. ".
HOOFDSTUK VII. - Maatschappelijke zekerheid der mijnwerkers en ermee gelijkgestelden.
CHAPITRE VII. - Sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés.
Art.13. Artikel 78bis, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 april 1996 en gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 1. De dienst voor uitkeringen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en de voorzorgskassen, als bedoeld in het koninklijk besluit van 20 november 1970 houdende bijzondere bepalingen inzake de sociale zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden, worden belast met de toepassing van de bepalingen betreffende het invaliditeitspensioen, voorzien in de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden.
De Koning bepaalt de regels van de werking en van de organisatie van de voorzorgskassen, als bedoeld in het eerste lid.".
"§ 1. De dienst voor uitkeringen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en de voorzorgskassen, als bedoeld in het koninklijk besluit van 20 november 1970 houdende bijzondere bepalingen inzake de sociale zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden, worden belast met de toepassing van de bepalingen betreffende het invaliditeitspensioen, voorzien in de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden.
De Koning bepaalt de regels van de werking en van de organisatie van de voorzorgskassen, als bedoeld in het eerste lid.".
Art.13. L'article 78bis, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 29 avril 1996 et modifié par la loi du 22 février 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Le Service des Indemnités de l'Institut national d'Assurance maladie-invalidité et les caisses de prévoyance visés à l'arrêté royal du 20 novembre 1970 portant des dispositions particulières en matière de sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés, sont chargés de l'application des dispositions relatives aux pensions d'invalidité prévues par l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés.
Le Roi fixe les règles de fonctionnement et d'organisation des caisses de prévoyance visées à l'alinéa 1er. ".
" § 1er. Le Service des Indemnités de l'Institut national d'Assurance maladie-invalidité et les caisses de prévoyance visés à l'arrêté royal du 20 novembre 1970 portant des dispositions particulières en matière de sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés, sont chargés de l'application des dispositions relatives aux pensions d'invalidité prévues par l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés.
Le Roi fixe les règles de fonctionnement et d'organisation des caisses de prévoyance visées à l'alinéa 1er. ".
HOOFDSTUK VIII. - Kinderbijslag voor loonarbeiders.
CHAPITRE VIII. - Allocations familiales pour travailleurs salariés.
Art.14. In artikel 44 van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen door het koninklijk besluit van 10 december 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, 3°, worden de woorden "402 frank" vervangen door de woorden "439 frank";
2° in § 2, 3°, worden de woorden "932 frank" vervangen door de woorden "969 frank".
1° in § 1, 3°, worden de woorden "402 frank" vervangen door de woorden "439 frank";
2° in § 2, 3°, worden de woorden "932 frank" vervangen door de woorden "969 frank".
Art.14. A l'article 44 des lois coordonnées du 19 décembre 1939 relatives aux allocations familiales des travailleurs salariés, remplacé par l'arrêté royal du 10 décembre 1996, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, 3°, les mots " 402 francs " sont remplacés par les mots " 439 francs ";
2° au § 2, 3°, les mots " 932 francs " sont remplacés par les mots " 969 francs ".
1° au § 1er, 3°, les mots " 402 francs " sont remplacés par les mots " 439 francs ";
2° au § 2, 3°, les mots " 932 francs " sont remplacés par les mots " 969 francs ".
Art.15. In artikel 44bis van dezelfde wetten, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, inleidende zin, worden tussen de woorden "worden" en "de leeftijdsbijslagen", de woorden ", onverminderd § 3," ingevoegd;
2° in § 2, eerste lid, worden tussen de woorden "worden" en "de leeftijdsbijslagen", de woorden ", onverminderd § 3," ingevoegd;
3° het artikel wordt aangevuld met de volgende bepaling :
"§ 3. De bedragen vermeld in dit artikel worden verhoogd met 37 frank voor een kind van ten minste 18 jaar.".
1° in § 1, inleidende zin, worden tussen de woorden "worden" en "de leeftijdsbijslagen", de woorden ", onverminderd § 3," ingevoegd;
2° in § 2, eerste lid, worden tussen de woorden "worden" en "de leeftijdsbijslagen", de woorden ", onverminderd § 3," ingevoegd;
3° het artikel wordt aangevuld met de volgende bepaling :
"§ 3. De bedragen vermeld in dit artikel worden verhoogd met 37 frank voor een kind van ten minste 18 jaar.".
Art.15. A l'article 44bis des mêmes lois, inséré par l'arrêté royal du 10 décembre 1996, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, phrase liminaire, les mots " , sans préjudice du § 3, " sont insérés entre les mots " sont " et " accordés ";
2° au § 2, alinéa 1er, les mots " sans préjudice du § 3, " sont insérés entre les mots " sont " et " accordés ";
3° l'article est complété par la disposition suivante :
" § 3. Les montants visés dans le présent article sont majorés de 37 francs pour un enfant de 18 ans au moins. ".
1° au § 1er, phrase liminaire, les mots " , sans préjudice du § 3, " sont insérés entre les mots " sont " et " accordés ";
2° au § 2, alinéa 1er, les mots " sans préjudice du § 3, " sont insérés entre les mots " sont " et " accordés ";
3° l'article est complété par la disposition suivante :
" § 3. Les montants visés dans le présent article sont majorés de 37 francs pour un enfant de 18 ans au moins. ".
Art.16. De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op (1 april 1999). <KB 1999-05-25/71, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, die datum wijzigen.
De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, die datum wijzigen.
Art.16. Les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur le (1er avril 1999). <AR 1999-05-25/71, art. 1, 002; En vigueur : 01-04-1999>
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, modifier cette date.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, modifier cette date.
HOOFDSTUK IX. - Diensten van de sociale inspectie.
CHAPITRE IX. - Services de l'Inspection sociale.
Art.17. Artikel 1 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de wet van 26 juli 1996, wordt aangevuld met een § 5, luidend als volgt :
"§ 5. Voor het jaar 1999 wordt het bedrag van de Rijkstoelage verkregen na de toepassing van de §§ 1, 2, 3 en 4 verminderd met 85 800 000 frank, overeenstemmend met het bedrag, ten laste van het globaal beheer van de sociale zekerheid, van de investerings- en werkingsuitgaven, voor de uitrusting van de diensten van de sociale inspectie, noodzakelijk voor de invoering van de sociale identiteitskaart en de onmiddellijke aangifte van de tewerkstelling.".
"§ 5. Voor het jaar 1999 wordt het bedrag van de Rijkstoelage verkregen na de toepassing van de §§ 1, 2, 3 en 4 verminderd met 85 800 000 frank, overeenstemmend met het bedrag, ten laste van het globaal beheer van de sociale zekerheid, van de investerings- en werkingsuitgaven, voor de uitrusting van de diensten van de sociale inspectie, noodzakelijk voor de invoering van de sociale identiteitskaart en de onmiddellijke aangifte van de tewerkstelling.".
Art.17. L'article 1er de la loi du 29 décembre 1990 portant des dispositions sociales, modifiée par la loi du 26 juillet 1996, est complété par un § 5, libellé comme suit :
" § 5. Pour l'année 1999, le montant de la subvention de l'Etat obtenu en application des §§ 1er, 2, 3 et 4 est réduit d'un montant de 85 800 000 francs, à charge de la gestion globale de la sécurité sociale, représentant le montant des dépenses d'investissement et de fonctionnement pour l'équipement des services de l'Inspection sociale, nécessaire à l'introduction de la carte d'identité sociale et à la mise en oeuvre de la déclaration immédiate de l'emploi. ".
" § 5. Pour l'année 1999, le montant de la subvention de l'Etat obtenu en application des §§ 1er, 2, 3 et 4 est réduit d'un montant de 85 800 000 francs, à charge de la gestion globale de la sécurité sociale, représentant le montant des dépenses d'investissement et de fonctionnement pour l'équipement des services de l'Inspection sociale, nécessaire à l'introduction de la carte d'identité sociale et à la mise en oeuvre de la déclaration immédiate de l'emploi. ".
HOOFDSTUK X. - Pensioenen van werknemers.
CHAPITRE X. - Des pensions des travailleurs salariés.
Art.18. Artikel 20 van de bij het besluit van de regent van 12 september 1946 samengeordende wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 20. De Rijksdienst voor pensioenen organiseert met ingang van 1 januari 1999 een gemeenschappelijk beheer voor de gezamenlijke verrichtingen beoogd, enerzijds, bij titel II van deze samengeordende wetten en, anderzijds, bij artikel 18, § 1, van de wet van 12 februari 1963 betreffende de inrichting van een ouderdoms- en overlevingspensioenregeling ten behoeve van de vrijwillig verzekerden.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.".
"Art. 20. De Rijksdienst voor pensioenen organiseert met ingang van 1 januari 1999 een gemeenschappelijk beheer voor de gezamenlijke verrichtingen beoogd, enerzijds, bij titel II van deze samengeordende wetten en, anderzijds, bij artikel 18, § 1, van de wet van 12 februari 1963 betreffende de inrichting van een ouderdoms- en overlevingspensioenregeling ten behoeve van de vrijwillig verzekerden.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.".
Art.18. L'article 20 des lois relatives à l'assurance en vue de la vieillesse et du décès prématuré, coordonnées par l'arrêté du Régent du 12 septembre 1946, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 20. L'Office national des Pensions organise à partir du 1er janvier 1999 une gestion commune pour l'ensemble des opérations prévues, d'une part, au Titre II des présentes lois coordonnées, et, d'autre part, à l'article 18, § 1er, de la loi du 12 février 1963 relative à l'organisation d'un régime de pension de retraite et de survie au profit des assurés libres.
Le Roi détermine les modalités d'application du présent article. ".
" Art. 20. L'Office national des Pensions organise à partir du 1er janvier 1999 une gestion commune pour l'ensemble des opérations prévues, d'une part, au Titre II des présentes lois coordonnées, et, d'autre part, à l'article 18, § 1er, de la loi du 12 février 1963 relative à l'organisation d'un régime de pension de retraite et de survie au profit des assurés libres.
Le Roi détermine les modalités d'application du présent article. ".
Art.19. In artikel 21 van dezelfde wetten, worden de woorden "De Algemene Spaar- en Lijfrentekas" vervangen door de woorden "Rijksdienst voor pensioenen".
Art.19. A l'article 21 des mêmes lois, les mots " Caisse générale d'épargne et de retraite " sont remplacés par les mots " Office national des Pensions ".
HOOFDSTUK XI. - Jaarlijkse vakantie.
CHAPITRE XI. - Vacances annuelles.
Art.20. § 1. De Koning kan, tot 30 april 1999, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden, de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de op 28 juni 1971 gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie der loonarbeiders en de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers wijzigen, teneinde, door het invoeren van structurele maatregelen, het financieel evenwicht van de regeling voor jaarlijkse vakantie van de handarbeiders veilig te stellen.
§ 2. De Koning kan de sancties van administratieve en strafrechtelijke aard bepalen, toepasselijk in geval van inbreuk op deze besluiten. Deze strafsancties mogen een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 100 000 frank niet overschrijden. De administratieve geldboeten mogen de bedragen, bepaald in de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, niet overschrijden.
Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, is van toepassing op de krachtens deze wet ingevoerde of gewijzigde strafbepalingen.
§ 2. De Koning kan de sancties van administratieve en strafrechtelijke aard bepalen, toepasselijk in geval van inbreuk op deze besluiten. Deze strafsancties mogen een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 100 000 frank niet overschrijden. De administratieve geldboeten mogen de bedragen, bepaald in de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, niet overschrijden.
Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, is van toepassing op de krachtens deze wet ingevoerde of gewijzigde strafbepalingen.
Art.20. § 1er. Le Roi peut, jusqu'au 30 avril 1999, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, modifier l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés, l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande, la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, les lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées le 28 juin 1971 et la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, en vue d'assurer, par l'établissement de mesures structurelles, l'équilibre financier du régime des vacances annuelles des travailleurs manuels.
§ 2. Le Roi peut déterminer les sanctions administratives et pénales applicables en cas d'infraction à ces arrêtés. Ces sanctions pénales ne peuvent excéder un emprisonnement de six mois et une amende de 100 000 francs. Les amendes administratives ne peuvent excéder les montants prévus par la loi du 30 juin 1971 relative aux amendes administratives applicables en cas d'infraction à certaines lois sociales.
Le Livre premier du Code pénal, y compris le Chapitre VII et l'article 85, est applicable aux dispositions pénales introduites ou modifiées par cette loi.
§ 2. Le Roi peut déterminer les sanctions administratives et pénales applicables en cas d'infraction à ces arrêtés. Ces sanctions pénales ne peuvent excéder un emprisonnement de six mois et une amende de 100 000 francs. Les amendes administratives ne peuvent excéder les montants prévus par la loi du 30 juin 1971 relative aux amendes administratives applicables en cas d'infraction à certaines lois sociales.
Le Livre premier du Code pénal, y compris le Chapitre VII et l'article 85, est applicable aux dispositions pénales introduites ou modifiées par cette loi.
Art.21. De bij artikel 20 bedoelde besluiten zijn van toepassing ten vroegste vanaf het vakantiedienstjaar 1998, vakantiejaar 1999.
Deze besluiten houden op uitwerking te hebben op 31 december 2000, tenzij zij ten laatste op die datum bij wet zijn bekrachtigd.
De besluiten die bij wet zijn bekrachtigd zoals bedoeld in bovenstaand lid, kunnen niet dan bij wet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
Deze besluiten houden op uitwerking te hebben op 31 december 2000, tenzij zij ten laatste op die datum bij wet zijn bekrachtigd.
De besluiten die bij wet zijn bekrachtigd zoals bedoeld in bovenstaand lid, kunnen niet dan bij wet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
Art.21. Les arrêtés visés à l'article 20 sont applicables au plus tôt à partir de l'exercice de vacances 1998, année de vacances 1999.
Ces arrêtés cessent de produire leurs effets, s'ils n'ont pas été confirmés par une loi, au plus tard le 31 décembre 2000.
Les arrêtés confirmés par la loi au sens de l'alinéa précédent ne peuvent être modifiés, complétés, remplacés ou abrogés que par une loi.
Ces arrêtés cessent de produire leurs effets, s'ils n'ont pas été confirmés par une loi, au plus tard le 31 décembre 2000.
Les arrêtés confirmés par la loi au sens de l'alinéa précédent ne peuvent être modifiés, complétés, remplacés ou abrogés que par une loi.
TITEL III. - Diverse bepalingen.
TITRE III. - Dispositions diverses.
HOOFDSTUK I. - Verkeer en Infrastructuur.
CHAPITRE I. - Communications et infrastructure.
Art.22. Bekrachtigd worden met uitwerking van de datum van hun inwerkingtreding :
1° het koninklijk besluit van 17 juli 1998 houdende aanvullende bepalingen betreffende de hervorming van de beheersstructuren van de luchthaven Brussel-Nationaal;
2° het koninklijk besluit van 19 augustus 1998 tot vaststelling van de minimumprijs voor de overdracht door de overheid van de aandelen van de naamloze vennootschap van publiek recht "Brussels International Airport Company".
1° het koninklijk besluit van 17 juli 1998 houdende aanvullende bepalingen betreffende de hervorming van de beheersstructuren van de luchthaven Brussel-Nationaal;
2° het koninklijk besluit van 19 augustus 1998 tot vaststelling van de minimumprijs voor de overdracht door de overheid van de aandelen van de naamloze vennootschap van publiek recht "Brussels International Airport Company".
Art.22. Sont confirmés avec effet à la date de leur entrée en vigueur :
1° l'arrêté royal du 17 juillet 1998 portant des dispositions complémentaires relatives à la réforme des structures de gestion de l'aéroport de Bruxelles-National;
2° l'arrêté royal du 19 août 1998 fixant le prix minimum pour la cession par les autorités publiques d'actions de la société anonyme de droit public " Brussels International Airport Company ".
1° l'arrêté royal du 17 juillet 1998 portant des dispositions complémentaires relatives à la réforme des structures de gestion de l'aéroport de Bruxelles-National;
2° l'arrêté royal du 19 août 1998 fixant le prix minimum pour la cession par les autorités publiques d'actions de la société anonyme de droit public " Brussels International Airport Company ".
Art.23. In artikel 15, § 2, tweede lid, van de wet van 17 maart 1997 betreffende de financiering van het HST-project, worden de woorden "31 juli 1998" vervangen door de woorden "30 juni 1999".
Art.23. A l'article 15, § 2, alinéa 2, de la loi du 17 mars 1997 relative au financement du projet T.G.V., les mots " 31 juillet 1998 " sont remplacés par les mots " 30 juin 1999 ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan de wet van 2 mei 1956 op de postcheque.
CHAPITRE II. - Modifications à la loi du 2 mai 1956 sur le chèque postal.
Art.24. Artikel 1, § 2, van de wet van 2 mei 1956 op de postcheque, vervangen bij de wet van 2 juli 1981 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991, wordt aangevuld met het volgende lid :
"Het bedrag op een postcheque die uitgegeven is vóór 31 december 2001 en die in België betaalbaar is, wordt geacht uitgedrukt te zijn in Belgische frank bij gebrek aan enige aanduiding van de munteenheid op de daarvoor bestemde plaats op de uitgegeven postcheque.".
"Het bedrag op een postcheque die uitgegeven is vóór 31 december 2001 en die in België betaalbaar is, wordt geacht uitgedrukt te zijn in Belgische frank bij gebrek aan enige aanduiding van de munteenheid op de daarvoor bestemde plaats op de uitgegeven postcheque.".
Art.24. L'article 1er, § 2, de la loi du 2 mai 1956 sur le chèque postal, remplacé par la loi du 2 juillet 1981 et modifié par la loi du 21 mars 1991, est complété par l'alinéa suivant :
" Le montant d'un chèque postal, émis avant le 31 décembre 2001 et payable en Belgique, est présumé libellé en francs belges à défaut de toute indication de l'unité monétaire à l'endroit prévu à cet effet sur le chèque postal émis. ".
" Le montant d'un chèque postal, émis avant le 31 décembre 2001 et payable en Belgique, est présumé libellé en francs belges à défaut de toute indication de l'unité monétaire à l'endroit prévu à cet effet sur le chèque postal émis. ".
Art.25. In artikel 12 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 2 juli 1981 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991, wordt tussen het derde en het vierde lid het volgende lid ingevoegd :
"Het bedrag op een postoverschrijving die uitgegeven is vóór 31 december 2001 ten laste van een postrekening-courant wordt geacht uitgedrukt te zijn in Belgische frank bij gebrek aan enige aanduiding van de munteenheid op de daarvoor bestemde plaats op de uitgegeven postoverschrijving.".
"Het bedrag op een postoverschrijving die uitgegeven is vóór 31 december 2001 ten laste van een postrekening-courant wordt geacht uitgedrukt te zijn in Belgische frank bij gebrek aan enige aanduiding van de munteenheid op de daarvoor bestemde plaats op de uitgegeven postoverschrijving.".
Art.25. Dans l'article 12 de la même loi, remplacé par la loi du 2 juillet 1981 et modifié par la loi du 21 mars 1991, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
" Le montant d'un virement postal émis avant le 31 décembre 2001 à charge d'un compte courant postal est présumé libellé en francs belges à défaut de toute indication de l'unité monétaire à l'endroit prévu à cet effet sur le virement postal émis. ".
" Le montant d'un virement postal émis avant le 31 décembre 2001 à charge d'un compte courant postal est présumé libellé en francs belges à défaut de toute indication de l'unité monétaire à l'endroit prévu à cet effet sur le virement postal émis. ".
Art.26. De bepalingen van dit hoofdstuk hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1999.
Art.26. Les dispositions du présent chapitre produisent leurs effets le 1er janvier 1999.
HOOFDSTUK III. - Postdiensten.
CHAPITRE III. - Services postaux.
Art.27. Een artikel 154bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven :
"Art. 154bis. § 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, vóór 31 december 2002 de bepalingen van deze wet opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen teneinde de vereiste maatregelen te nemen ter uitvoering van de verplichtingen die, inzake de postdiensten, voortvloeien uit de van kracht zijnde verordeningen en richtlijnen van de Europese Gemeenschap.
§ 2. Het in § 1 bedoeld ontwerp van besluit wordt aan het met redenen omkleed advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State onderworpen. Dit advies wordt, samen met het verslag aan de Koning en het koninklijk besluit waarop het betrekking heeft, bekendgemaakt.
§ 3. Het koninklijk besluit genomen krachtens § 1 van dit artikel wordt opgeheven wanneer het niet binnen de vijftien maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij wet werd bekrachtigd.".
"Art. 154bis. § 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, vóór 31 december 2002 de bepalingen van deze wet opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen teneinde de vereiste maatregelen te nemen ter uitvoering van de verplichtingen die, inzake de postdiensten, voortvloeien uit de van kracht zijnde verordeningen en richtlijnen van de Europese Gemeenschap.
§ 2. Het in § 1 bedoeld ontwerp van besluit wordt aan het met redenen omkleed advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State onderworpen. Dit advies wordt, samen met het verslag aan de Koning en het koninklijk besluit waarop het betrekking heeft, bekendgemaakt.
§ 3. Het koninklijk besluit genomen krachtens § 1 van dit artikel wordt opgeheven wanneer het niet binnen de vijftien maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij wet werd bekrachtigd.".
Art.27. Un article 154bis, rédigé comme suit, est inséré dans la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques :
" Art. 154bis. § 1er. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, avant le 31 décembre 2002 supprimer, compléter, modifier ou remplacer les dispositions de la présente loi afin de prendre les mesures nécessaires à l'exécution des obligations qui, en matière de services postaux, résultent des règlements et directives en vigueur de la Communauté européenne.
§ 2. Le projet d'arrêté dont question au § 1er de cet article est soumis à l'avis motivé de la Section de Législation du Conseil d'Etat. Cet avis est publié en même temps que le rapport au Roi et l'arrêté royal y relatif.
§ 3. L'arrêté royal pris en exécution du § 1er de cet article est abrogé lorsqu'il n'a pas été confirmé par la loi dans les quinze mois qui suivent sa publication au Moniteur belge. ".
" Art. 154bis. § 1er. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, avant le 31 décembre 2002 supprimer, compléter, modifier ou remplacer les dispositions de la présente loi afin de prendre les mesures nécessaires à l'exécution des obligations qui, en matière de services postaux, résultent des règlements et directives en vigueur de la Communauté européenne.
§ 2. Le projet d'arrêté dont question au § 1er de cet article est soumis à l'avis motivé de la Section de Législation du Conseil d'Etat. Cet avis est publié en même temps que le rapport au Roi et l'arrêté royal y relatif.
§ 3. L'arrêté royal pris en exécution du § 1er de cet article est abrogé lorsqu'il n'a pas été confirmé par la loi dans les quinze mois qui suivent sa publication au Moniteur belge. ".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen aan de wet van 29 juni 1975 betreffende de handelsvestigingen.
CHAPITRE IV. - Modifications à la loi du 29 juin 1975 relative aux implantations commerciales.
Art.28. § 1. In artikel 3, eerste lid, van de wet van 29 juni 1975 betreffende de handelsvestigingen, wordt de volgende bepaling tussen het tweede en het derde streepje ingevoegd :
"- een commissie voor de distributie in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;".
§ 2. In artikel 3, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden ", van de commissie voor de distributie in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad" ingevoegd tussen de woorden "provinciale commissies" en "en van het sociaal-economisch Comité".
§ 3. Artikel 3, derde lid, van dezelfde wet, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"De nationale commissie, de provinciale commissies en de commissie voor de distributie in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad stellen hun huishoudelijk reglement op en leggen het ter goedkeuring voor aan de ministers die de Economische Zaken en de Middenstand onder hun bevoegdheden hebben.".
"- een commissie voor de distributie in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;".
§ 2. In artikel 3, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden ", van de commissie voor de distributie in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad" ingevoegd tussen de woorden "provinciale commissies" en "en van het sociaal-economisch Comité".
§ 3. Artikel 3, derde lid, van dezelfde wet, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"De nationale commissie, de provinciale commissies en de commissie voor de distributie in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad stellen hun huishoudelijk reglement op en leggen het ter goedkeuring voor aan de ministers die de Economische Zaken en de Middenstand onder hun bevoegdheden hebben.".
Art.28. § 1er. Dans l'article 3, alinéa 1er, de la loi du 29 juin 1975 relative aux implantations commerciales, la disposition suivante est insérée entre les deuxième et troisième tirets :
" - une Commission pour la distribution dans l'Arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale; ".
§ 2. Dans l'article 3, alinéa 2, de la même loi, les mots " , de la Commission pour la distribution dans l'Arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale " sont insérés entre les mots " commissions provinciales " et " et du Comité socio-économique ".
§ 3. L'article 3, alinéa 3, de la même loi, est remplacé par la disposition suivante :
" La Commission nationale, les commissions provinciales et la Commission pour la distribution de l'Arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale établissent leur règlement d'ordre intérieur et le soumettent à l'approbation des ministres qui ont les Affaires économiques et les Classes moyennes dans leurs attributions. ".
" - une Commission pour la distribution dans l'Arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale; ".
§ 2. Dans l'article 3, alinéa 2, de la même loi, les mots " , de la Commission pour la distribution dans l'Arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale " sont insérés entre les mots " commissions provinciales " et " et du Comité socio-économique ".
§ 3. L'article 3, alinéa 3, de la même loi, est remplacé par la disposition suivante :
" La Commission nationale, les commissions provinciales et la Commission pour la distribution de l'Arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale établissent leur règlement d'ordre intérieur et le soumettent à l'approbation des ministres qui ont les Affaires économiques et les Classes moyennes dans leurs attributions. ".
Art.29. In dezelfde wet wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidend als volgt :
"Art. 5bis. De commissie voor de distributie in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad bestaat, buiten de voorzitter, uit 10 leden waarvan :
- 2 leden die de in de Raad voor het Verbruik zetelende verbruikersorganisaties vertegenwoordigen;
- 2 leden die de meest representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen;
- 4 leden die de in de Hoge Raad voor de Middenstand zetelende organisaties vertegenwoordigen;
- 1 lid dat de landbouworganisaties vertegenwoordigt;
- 1 lid dat de geïntegreerde handel vertegenwoordigt.
De Koning benoemt de voorzitter en de leden voor een termijn van 4 jaar. Hun mandaat is hernieuwbaar.
De voorzitter wordt benoemd op voorstel van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. De leden worden gekozen uit de kandidaten voorgedragen op dubbele lijsten door de voornoemde organisaties en sectoren. Er zijn evenveel plaatsvervangende als werkende leden.
Het secretariaat wordt verzekerd door een ambtenaar, benoemd door de Koning, op voorstel van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.".
"Art. 5bis. De commissie voor de distributie in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad bestaat, buiten de voorzitter, uit 10 leden waarvan :
- 2 leden die de in de Raad voor het Verbruik zetelende verbruikersorganisaties vertegenwoordigen;
- 2 leden die de meest representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen;
- 4 leden die de in de Hoge Raad voor de Middenstand zetelende organisaties vertegenwoordigen;
- 1 lid dat de landbouworganisaties vertegenwoordigt;
- 1 lid dat de geïntegreerde handel vertegenwoordigt.
De Koning benoemt de voorzitter en de leden voor een termijn van 4 jaar. Hun mandaat is hernieuwbaar.
De voorzitter wordt benoemd op voorstel van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. De leden worden gekozen uit de kandidaten voorgedragen op dubbele lijsten door de voornoemde organisaties en sectoren. Er zijn evenveel plaatsvervangende als werkende leden.
Het secretariaat wordt verzekerd door een ambtenaar, benoemd door de Koning, op voorstel van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.".
Art.29. Dans la même loi, il est inséré un article 5bis, rédigé comme suit :
" Art. 5bis. La Commission pour la distribution dans l'Arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale est composée, outre le président, de dix membres dont :
- 2 membres représentant les organisations de consommateurs siégeant au Conseil de la consommation;
- 2 membres représentant les organisations les plus représentatives des travailleurs;
- 4 membres représentant les organisations siégeant au Conseil supérieur des Classes moyennes;
- 1 membre représentant les organisations agricoles;
- 1 membre représentant le commerce intégré.
Le Roi nomme le président et les membres pour un délai de 4 ans. Leur mandat est renouvelable.
Le président est nommé sur la proposition du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale. Les membres sont choisis parmi les candidats présentés sur des listes doubles par les organisations et secteurs précités. Il y a autant de membres suppléants que de membres effectifs.
Le secrétariat est assuré par un fonctionnaire nommé par le Roi sur la proposition du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale. ".
" Art. 5bis. La Commission pour la distribution dans l'Arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale est composée, outre le président, de dix membres dont :
- 2 membres représentant les organisations de consommateurs siégeant au Conseil de la consommation;
- 2 membres représentant les organisations les plus représentatives des travailleurs;
- 4 membres représentant les organisations siégeant au Conseil supérieur des Classes moyennes;
- 1 membre représentant les organisations agricoles;
- 1 membre représentant le commerce intégré.
Le Roi nomme le président et les membres pour un délai de 4 ans. Leur mandat est renouvelable.
Le président est nommé sur la proposition du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale. Les membres sont choisis parmi les candidats présentés sur des listes doubles par les organisations et secteurs précités. Il y a autant de membres suppléants que de membres effectifs.
Le secrétariat est assuré par un fonctionnaire nommé par le Roi sur la proposition du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale. ".
Art.30. Artikel 9, derde lid, tweede streepje, van dezelfde wet, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"- aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde commissie bedoeld in artikel 5 of in artikel 5bis wanneer het advies gunstig is.".
"- aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde commissie bedoeld in artikel 5 of in artikel 5bis wanneer het advies gunstig is.".
Art.30. L'article 9, alinéa 3, deuxième tiret, de la même loi, est remplacé par la disposition suivante :
" - au Collège des bourgmestre et échevins et à la Commission compétente visée à l'article 5 ou à l'article 5bis si l'avis est favorable. ".
" - au Collège des bourgmestre et échevins et à la Commission compétente visée à l'article 5 ou à l'article 5bis si l'avis est favorable. ".
Art.31. In artikel 11, §§ 1, 2 en 3, van dezelfde wet, worden de woorden "provinciale commissies of provinciale commissie voor de distributie" vervangen door de woorden "commissie bedoeld in artikel 5 of in artikel 5bis".
Art.31. Dans l'article 11, §§ 1er, 2 et 3, de la même loi, les mots " commissions provinciales " ou " Commission pour la distribution ", sont remplacés par les mots " Commission visée à l'article 5 ou à l'article 5bis ".
Art.32. De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.32. Les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK V. - Omzetting van andere rechtspersonen dan de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen in vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen.
CHAPITRE V. - Transformation de personnes morales autres que les sociétés à forme commerciale en sociétés à forme commerciale.
Afdeling 1. - Wijziging van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935.
Section 1. - Modification des lois sur les sociétés commerciales, coordonnées le 30 novembre 1935.
Art.33. Artikel 165 van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
"De bepalingen van deze afdeling zijn eveneens van toepassing op de omzetting van andere rechtspersonen dan de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen in een van de rechtsvormen genoemd in artikel 2, voorzover de bijzondere wetten betreffende deze rechtspersonen zulks bepalen en met naleving van de bijzondere bepalingen van diezelfde bijzondere wetten.".
"De bepalingen van deze afdeling zijn eveneens van toepassing op de omzetting van andere rechtspersonen dan de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen in een van de rechtsvormen genoemd in artikel 2, voorzover de bijzondere wetten betreffende deze rechtspersonen zulks bepalen en met naleving van de bijzondere bepalingen van diezelfde bijzondere wetten.".
Art.33. L'article 165 des lois sur les sociétés commerciales, coordonnées le 30 novembre 1935, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Les dispositions de la présente section sont également applicables à la transformation de personnes morales autres que les sociétés à forme commerciale en une des formes énumérées à l'article 2, dans la mesure où les lois particulières relatives à ces personnes morales le prévoient et dans le respect des dispositions spéciales de ces mêmes lois particulières. ".
" Les dispositions de la présente section sont également applicables à la transformation de personnes morales autres que les sociétés à forme commerciale en une des formes énumérées à l'article 2, dans la mesure où les lois particulières relatives à ces personnes morales le prévoient et dans le respect des dispositions spéciales de ces mêmes lois particulières. ".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.
Section 2. - Modification de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances.
Art.34. In de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, wordt, tussen de hoofdstukken Vquater en VI, een nieuw hoofdstuk Vquinquies ingevoegd, luidend als volgt :
"HOOFDSTUK Vquinquies. - Omzetting van onderlinge verzekeringsverenigingen.".
"Art. 78bis. Wanneer een onderlinge verzekeringsvereniging gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 165 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, zijn de regels van dit hoofdstuk van toepassing, in afwijking van de artikelen 166 tot 174 van diezelfde wetten, behalve in de mate dat er uitdrukkelijk naar verwezen wordt in dit hoofdstuk.".
"Art. 78ter. Een onderlinge verzekeringsvereniging kan slechts omgezet worden in één van de vennootschapsvormen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen zoals voorzien in artikel 9, § 1, van deze wet.".
"Art. 78quater. § 1. Het voorstel tot omzetting wordt toegelicht in een verslag dat door het beheersorgaan wordt opgemaakt en vermeld in de agenda van de algemene vergadering, die een besluit moet nemen omtrent de omzetting. Dit verslag omvat tevens een nauwkeurige beschrijving en een verantwoording van de maatregelen die de rechten van de leden van de vennootschap in haar nieuwe vorm regelen, van de wijzigingen die aan de verzekeringspolissen in dit verband dienen te worden aangebracht, van de voorgestelde maatregelen opdat de vennootschap in haar nieuwe vorm haar toelatingen zou behouden en een beschrijving en verantwoording van de verdeelwijze van de aandelen of de deelbewijzen die het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in haar nieuwe vorm vertegenwoordigen. Bij dat verslag worden ontwerp-statuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm en een staat van activa en passiva van de vereniging gevoegd, die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld en waarin aangegeven wordt hoeveel het maatschappelijk kapitaal van de vereniging na haar omzetting in een vennootschap bedraagt. Het maatschappelijk kapitaal mag niet hoger zijn dan het netto-actief, zoals dit uit voornoemd verslag volgt. Het bedrag van het netto-actief mag niet worden terugbetaald aan of verdeeld onder de aandeelhouders of vennoten ter gelegenheid van de omzetting.
§ 2. De commissaris(sen)-revisor(en) van de vereniging brengen over deze staat verslag uit en vermelden inzonderheid of deze de toestand van de vereniging op volledige, getrouwe en juiste wijze weergeeft.
§ 3. De ontwerpen van de verslagen bedoeld in voornoemde §§ 1 en 2 worden overgemaakt aan de Controledienst voor de verzekeringen. Binnen de drie daaropvolgende weken, dient de Controledienst voor de verzekeringen haar mogelijke opmerkingen met betrekking tot het voorstel tot omzetting mee te delen aan de vereniging. Indien geen rekening wordt gehouden met deze opmerkingen en de Controledienst voor de verzekeringen dit wenselijk acht, mag zij vereisen dat deze opmerkingen ter kennis van de algemene vergadering worden gebracht. Deze opmerkingen en de antwoorden erop dienen genotuleerd te worden.
§ 4. De leden van de vereniging worden, met inachtneming van de statutaire bepalingen inzake statutenwijzigingen, of indien deze strenger zijn, inzake de invereffeningstelling, opgeroepen tot een algemene vergadering die zal beraadslagen over de beslissing tot omzetting. In geval van oproeping per brief, wordt een afschrift van de verslagen van het beheersorgaan en van de commissaris(sen)-revisor(en) gevoegd bij de oproepingsbrief. Deze documenten worden eveneens kosteloos verstrekt aan de leden van de vereniging die hiertoe een schriftelijke aanvraag indienen.".
"Art. 78quinquies. § 1. Tot omzetting van de vereniging wordt besloten door de algemene vergadering. Behalve indien de statuten strengere vereisten inzake quorum van aanwezigheid en van meerderheid voorzien, kan de algemene vergadering enkel geldig beraadslagen indien minstens de helft van de leden die over een stemrecht beschikken aanwezig of vertegenwoordigd zijn op de vergadering, en indien de beslissing minstens vier vijfden van de uitgebrachte stemmen verkrijgt. Indien het quorum van aanwezigheid, zoals voorzien in de statuten of in de wet, niet wordt bereikt, is een tweede bijeenroeping nodig, die aan de regels bepaald in artikel 78quater, § 4, zal moeten voldoen. De tweede algemene vergadering beraadslaagt, ongeacht het aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden die over een stemrecht beschikken, volgens dezelfde stemvereisten. In de oproepingsbrief tot de algemene vergadering wordt de tekst van deze paragraaf opgenomen.
§ 2. De omzetting vereist de eenparige instemming van de leden indien de vereniging niet ten minste twee jaar bestaat of indien in de statuten is bepaald dat zij geen andere rechtsvorm mag aannemen. Een dergelijke bepaling van de statuten kan enkel onder dezelfde voorwaarden worden gewijzigd.
§ 3. Onmiddellijk na het besluit tot omzetting worden de statuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm, met inbegrip van de bepalingen tot wijziging van haar maatschappelijk doel alsook de oorspronkelijke samenstelling van de organen, vastgesteld volgens dezelfde vereisten van aanwezigheid en meerderheid als die voor de omzetting voorgeschreven zijn. Gebeurt dit niet, dan blijft de omzetting zonder gevolg.
§ 4. Van zodra de besluiten, voorzien in §§ 1 tot 3, goedgekeurd zijn :
- is de vereniging omgezet en worden haar leden van rechtswege en met onmiddellijke uitwerking aandeelhouders of vennoten van de vennootschap in haar nieuwe vorm, op de manier voorgesteld in het verslag bedoeld in artikel 78quater, § 1, waarbij de leden geacht worden van rechtswege te genieten van alle machtigingen die eventueel vereist zijn om vennoot of aandeelhouder van de vennootschap in haar nieuwe vorm te worden;
- verliezen de leden van de vereniging alle rechten die zij nog zouden kunnen hebben, zelfs voor de toekomst of onder voorwaarde, ingevolge hun vroegere hoedanigheid van lid;
- behouden de verzekeringsnemers, de verzekerden en alle derden aan de verzekeringscontracten evenwel hun op die dag in het kader van de verzekeringscontracten verworven rechten; deze contracten worden voor de toekomst van rechtswege aangepast op de wijze voorgesteld in het verslag bedoeld in artikel 78quater, § 1;
- voorzover de vennootschap de toepasselijke wettelijke en reglementaire voorwaarden vervult of blijft vervullen, behoudt zij onder haar nieuwe vorm alle toelatingen voor de uitoefening van verzekeringsactiviteiten waarvan de vereniging titularis was vóór haar omzetting.".
"Art. 78sexies. § 1. Ieder besluit tot omzetting wordt, op straffe van nietigheid, bij authentieke akte vastgesteld. In die authentieke akte wordt de conclusie overgenomen van het verslag opgemaakt door de commissaris(sen)-revisor(en) overeenkomstig artikel 78quater.
§ 2. De authentieke akte van omzetting en de statuten van de vennootschap onder haar nieuwe vorm worden tegelijk bekendgemaakt overeenkomstig artikel 10, § 1, eerste en tweede lid, en §§ 2 en 3, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen. De akte van omzetting wordt bekendgemaakt in haar geheel; de statuten worden bij uittreksel bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 6 en 9 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.
§ 3. Onverminderd de onmiddellijke tegenstelbaarheid van de contractuele aanpassingen bedoeld in artikel 78quinquies, § 4, derde streepje, kan de omzetting aan derden worden tegengeworpen volgens de bepalingen van artikel 10, § 4, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.
§ 4. Van de volmachten, alsook van de verslagen van het beheersorgaan en de commissaris(sen)-revisor(en), wordt het origineel dan wel een expeditie neergelegd tegelijk met de akte waarop zij betrekking hebben. Eenieder kan daarvan kennisnemen of een afschrift verkrijgen volgens de voorwaarden van artikel 10, § 2, tweede en derde lid, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.".
"Art. 78septies. De bepalingen van artikel 171 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn van toepassing, met uitzondering van het derde lid.".
"Art. 78octies. De leden van het beheersorgaan van de onderlinge verzekeringsvereniging die wordt omgezet, zijn, niettegenstaande enig andersluidend beding, jegens de betrokkenen hoofdelijk gehouden :
1° tot betaling van het eventuele verschil tussen het netto-actief van de vennootschap onder haar nieuwe vorm en het bij de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen voorgeschreven minimumbedrag van het maatschappelijk kapitaal van de betrokken vennootschap;
2° voor de overwaardering van het netto-actief, zoals dit blijkt uit de bij artikel 78quater, § 1, bedoelde staat;
3° tot vergoeding van de schade die het onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is, hetzij van de nietigheid van de omvormingsverrichting wegens de niet-naleving van de regels bepaald in artikel 13ter, eerste lid, 2° tot 4°, of artikel 144, derde lid, 1° tot 3°, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, die naar analogie worden toegepast, of 78sexies, § 1, hetzij van het ontbreken of de onjuistheid van de vermeldingen voorgeschreven in artikel 30, eerste lid, met uitzondering van 11°, en 15° tot 18°, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen of 78sexies, § 1.".
"HOOFDSTUK Vquinquies. - Omzetting van onderlinge verzekeringsverenigingen.".
"Art. 78bis. Wanneer een onderlinge verzekeringsvereniging gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 165 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, zijn de regels van dit hoofdstuk van toepassing, in afwijking van de artikelen 166 tot 174 van diezelfde wetten, behalve in de mate dat er uitdrukkelijk naar verwezen wordt in dit hoofdstuk.".
"Art. 78ter. Een onderlinge verzekeringsvereniging kan slechts omgezet worden in één van de vennootschapsvormen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen zoals voorzien in artikel 9, § 1, van deze wet.".
"Art. 78quater. § 1. Het voorstel tot omzetting wordt toegelicht in een verslag dat door het beheersorgaan wordt opgemaakt en vermeld in de agenda van de algemene vergadering, die een besluit moet nemen omtrent de omzetting. Dit verslag omvat tevens een nauwkeurige beschrijving en een verantwoording van de maatregelen die de rechten van de leden van de vennootschap in haar nieuwe vorm regelen, van de wijzigingen die aan de verzekeringspolissen in dit verband dienen te worden aangebracht, van de voorgestelde maatregelen opdat de vennootschap in haar nieuwe vorm haar toelatingen zou behouden en een beschrijving en verantwoording van de verdeelwijze van de aandelen of de deelbewijzen die het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in haar nieuwe vorm vertegenwoordigen. Bij dat verslag worden ontwerp-statuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm en een staat van activa en passiva van de vereniging gevoegd, die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld en waarin aangegeven wordt hoeveel het maatschappelijk kapitaal van de vereniging na haar omzetting in een vennootschap bedraagt. Het maatschappelijk kapitaal mag niet hoger zijn dan het netto-actief, zoals dit uit voornoemd verslag volgt. Het bedrag van het netto-actief mag niet worden terugbetaald aan of verdeeld onder de aandeelhouders of vennoten ter gelegenheid van de omzetting.
§ 2. De commissaris(sen)-revisor(en) van de vereniging brengen over deze staat verslag uit en vermelden inzonderheid of deze de toestand van de vereniging op volledige, getrouwe en juiste wijze weergeeft.
§ 3. De ontwerpen van de verslagen bedoeld in voornoemde §§ 1 en 2 worden overgemaakt aan de Controledienst voor de verzekeringen. Binnen de drie daaropvolgende weken, dient de Controledienst voor de verzekeringen haar mogelijke opmerkingen met betrekking tot het voorstel tot omzetting mee te delen aan de vereniging. Indien geen rekening wordt gehouden met deze opmerkingen en de Controledienst voor de verzekeringen dit wenselijk acht, mag zij vereisen dat deze opmerkingen ter kennis van de algemene vergadering worden gebracht. Deze opmerkingen en de antwoorden erop dienen genotuleerd te worden.
§ 4. De leden van de vereniging worden, met inachtneming van de statutaire bepalingen inzake statutenwijzigingen, of indien deze strenger zijn, inzake de invereffeningstelling, opgeroepen tot een algemene vergadering die zal beraadslagen over de beslissing tot omzetting. In geval van oproeping per brief, wordt een afschrift van de verslagen van het beheersorgaan en van de commissaris(sen)-revisor(en) gevoegd bij de oproepingsbrief. Deze documenten worden eveneens kosteloos verstrekt aan de leden van de vereniging die hiertoe een schriftelijke aanvraag indienen.".
"Art. 78quinquies. § 1. Tot omzetting van de vereniging wordt besloten door de algemene vergadering. Behalve indien de statuten strengere vereisten inzake quorum van aanwezigheid en van meerderheid voorzien, kan de algemene vergadering enkel geldig beraadslagen indien minstens de helft van de leden die over een stemrecht beschikken aanwezig of vertegenwoordigd zijn op de vergadering, en indien de beslissing minstens vier vijfden van de uitgebrachte stemmen verkrijgt. Indien het quorum van aanwezigheid, zoals voorzien in de statuten of in de wet, niet wordt bereikt, is een tweede bijeenroeping nodig, die aan de regels bepaald in artikel 78quater, § 4, zal moeten voldoen. De tweede algemene vergadering beraadslaagt, ongeacht het aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden die over een stemrecht beschikken, volgens dezelfde stemvereisten. In de oproepingsbrief tot de algemene vergadering wordt de tekst van deze paragraaf opgenomen.
§ 2. De omzetting vereist de eenparige instemming van de leden indien de vereniging niet ten minste twee jaar bestaat of indien in de statuten is bepaald dat zij geen andere rechtsvorm mag aannemen. Een dergelijke bepaling van de statuten kan enkel onder dezelfde voorwaarden worden gewijzigd.
§ 3. Onmiddellijk na het besluit tot omzetting worden de statuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm, met inbegrip van de bepalingen tot wijziging van haar maatschappelijk doel alsook de oorspronkelijke samenstelling van de organen, vastgesteld volgens dezelfde vereisten van aanwezigheid en meerderheid als die voor de omzetting voorgeschreven zijn. Gebeurt dit niet, dan blijft de omzetting zonder gevolg.
§ 4. Van zodra de besluiten, voorzien in §§ 1 tot 3, goedgekeurd zijn :
- is de vereniging omgezet en worden haar leden van rechtswege en met onmiddellijke uitwerking aandeelhouders of vennoten van de vennootschap in haar nieuwe vorm, op de manier voorgesteld in het verslag bedoeld in artikel 78quater, § 1, waarbij de leden geacht worden van rechtswege te genieten van alle machtigingen die eventueel vereist zijn om vennoot of aandeelhouder van de vennootschap in haar nieuwe vorm te worden;
- verliezen de leden van de vereniging alle rechten die zij nog zouden kunnen hebben, zelfs voor de toekomst of onder voorwaarde, ingevolge hun vroegere hoedanigheid van lid;
- behouden de verzekeringsnemers, de verzekerden en alle derden aan de verzekeringscontracten evenwel hun op die dag in het kader van de verzekeringscontracten verworven rechten; deze contracten worden voor de toekomst van rechtswege aangepast op de wijze voorgesteld in het verslag bedoeld in artikel 78quater, § 1;
- voorzover de vennootschap de toepasselijke wettelijke en reglementaire voorwaarden vervult of blijft vervullen, behoudt zij onder haar nieuwe vorm alle toelatingen voor de uitoefening van verzekeringsactiviteiten waarvan de vereniging titularis was vóór haar omzetting.".
"Art. 78sexies. § 1. Ieder besluit tot omzetting wordt, op straffe van nietigheid, bij authentieke akte vastgesteld. In die authentieke akte wordt de conclusie overgenomen van het verslag opgemaakt door de commissaris(sen)-revisor(en) overeenkomstig artikel 78quater.
§ 2. De authentieke akte van omzetting en de statuten van de vennootschap onder haar nieuwe vorm worden tegelijk bekendgemaakt overeenkomstig artikel 10, § 1, eerste en tweede lid, en §§ 2 en 3, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen. De akte van omzetting wordt bekendgemaakt in haar geheel; de statuten worden bij uittreksel bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 6 en 9 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.
§ 3. Onverminderd de onmiddellijke tegenstelbaarheid van de contractuele aanpassingen bedoeld in artikel 78quinquies, § 4, derde streepje, kan de omzetting aan derden worden tegengeworpen volgens de bepalingen van artikel 10, § 4, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.
§ 4. Van de volmachten, alsook van de verslagen van het beheersorgaan en de commissaris(sen)-revisor(en), wordt het origineel dan wel een expeditie neergelegd tegelijk met de akte waarop zij betrekking hebben. Eenieder kan daarvan kennisnemen of een afschrift verkrijgen volgens de voorwaarden van artikel 10, § 2, tweede en derde lid, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.".
"Art. 78septies. De bepalingen van artikel 171 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn van toepassing, met uitzondering van het derde lid.".
"Art. 78octies. De leden van het beheersorgaan van de onderlinge verzekeringsvereniging die wordt omgezet, zijn, niettegenstaande enig andersluidend beding, jegens de betrokkenen hoofdelijk gehouden :
1° tot betaling van het eventuele verschil tussen het netto-actief van de vennootschap onder haar nieuwe vorm en het bij de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen voorgeschreven minimumbedrag van het maatschappelijk kapitaal van de betrokken vennootschap;
2° voor de overwaardering van het netto-actief, zoals dit blijkt uit de bij artikel 78quater, § 1, bedoelde staat;
3° tot vergoeding van de schade die het onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is, hetzij van de nietigheid van de omvormingsverrichting wegens de niet-naleving van de regels bepaald in artikel 13ter, eerste lid, 2° tot 4°, of artikel 144, derde lid, 1° tot 3°, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, die naar analogie worden toegepast, of 78sexies, § 1, hetzij van het ontbreken of de onjuistheid van de vermeldingen voorgeschreven in artikel 30, eerste lid, met uitzondering van 11°, en 15° tot 18°, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen of 78sexies, § 1.".
Art.34. Dans la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, il est inséré, entre les chapitres Vquater et VI, un nouveau Chapitre Vquinquies, rédigé comme suit :
" CHAPITRE Vquinquies. - Transformation des associations d'assurances mutuelles. ".
" Art. 78bis. Lorsqu'une association d'assurances mutuelles fait usage de la faculté prévue à l'article 165 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales, les règles du présent chapitre sont d'application, par dérogation aux articles 166 à 174 des mêmes lois, sauf dans la mesure où il y est fait expressément référence dans le présent chapitre. ".
" Art. 78ter. Une association d'assurances mutuelles ne peut être transformée que dans l'une des formes de société à forme commerciale visées à l'article 9, § 1er, de la présente loi. ".
" Art. 78quater. § 1er. La proposition de transformation fait l'objet d'un rapport justificatif établi par l'organe de gestion et annoncé dans l'ordre du jour de l'Assemblée générale appelée à statuer sur la transformation. Ce rapport contient également une description précise et une justification des mesures réglant les droits des membres dans la société sous sa nouvelle forme, des adaptations devant être apportées aux polices d'assurance dans ce cadre, des mesures proposées pour que la société sous sa nouvelle forme conserve ses agréments et une description et une justification du mode de répartition des actions ou parts représentatives du capital social de la société sous sa nouvelle forme. A ce rapport est joint un projet de statuts de la société sous sa nouvelle forme et un état résumant la situation active et passive de l'association, arrêté à une date ne remontant pas à plus de trois mois et indiquant quel sera le capital social de l'association après sa transformation en société. Le capital social ne pourra être supérieur à l'actif net tel qu'il résulte de l'état précité. Le montant de l'actif net ne peut faire l'objet d'aucun remboursement ou distribution aux actionnaires ou associés à l'occasion de la transformation.
§ 2. Le (ou les) commissaire(s)-réviseur(s) de l'association font rapport sur cet état et indiquent notamment s'il traduit d'une manière complète, fidèle et correcte la situation de l'association.
§ 3. Les projets de rapports visés aux §§ 1er et 2 précités sont communiqués à l'Office de Contrôle des assurances. Dans les trois semaines qui suivent, l'Office de Contrôle des assurances est tenu de communiquer à l'association ses éventuelles observations sur le projet de transformation. S'il n'est pas tenu compte de ces observations et que l'Office de Contrôle des assurances l'estime opportun, il peut exiger que celles-ci soient portées à la connaissance de l'Assemblée générale. Ces observations et les réponses qui y sont apportées doivent figurer au procès-verbal.
§ 4. Les membres de l'association sont convoqués dans le respect des règles statutaires prévues pour les modifications aux statuts ou, si elles sont plus strictes, pour la mise en liquidation, à une Assemblée générale appelée à délibérer sur la décision de transformation. En cas de convocation par lettre, une copie des rapports de l'organe de gestion et du (des) commissaire(s)-réviseur(s) est annexée à la convocation. Ces documents sont également transmis gratuitement aux membres de l'association qui en forment la demande par écrit. ".
" Art. 78quinquies. § 1er. La transformation de l'association est décidée par l'Assemblée générale. Sauf si les statuts prévoient des conditions de quorum de présence et de majorité plus strictes, l'Assemblée générale ne peut valablement délibérer que si au moins la moitié des membres titulaires d'un droit de vote sont présents ou représentés à la réunion et si la décision recueille au moins quatre cinquièmes des voix émises. Si le quorum de présence requis par les statuts ou par la loi n'est pas atteint, une seconde convocation sera nécessaire. Cette seconde convocation devra satisfaire aux règles visées à l'article 78quater, § 4. La deuxième Assemblée générale délibère quel que soit le nombre de membres titulaires d'un droit de vote présents ou représentés, aux mêmes conditions de vote. Les convocations à l'Assemblée générale reproduisent le texte du présent paragraphe.
§ 2. La transformation requiert l'accord unanime des membres si l'association n'existe pas depuis deux ans au moins ou si les statuts prévoient qu'elle ne pourra adopter une autre forme. Une telle clause des statuts ne peut être modifiée que dans les mêmes conditions.
§ 3. Immédiatement après la décision de transformation, les statuts de la société sous sa nouvelle forme, en ce compris les clauses qui modifieraient son objet social ainsi que la composition initiale des organes, sont arrêtés aux mêmes conditions de présence et de majorité que celles requises pour la transformation. A défaut, la transformation reste sans effet.
§ 4. Dès l'approbation des décisions visées aux §§ 1er à 3 :
- l'association est transformée et ses membres deviennent de plein droit et avec effet immédiat actionnaires ou associés de la société sous sa nouvelle forme de la manière proposée dans le rapport visé à l'article 78quater, § 1er, ces membres étant réputés bénéficier de plein droit de toutes les habilitations éventuellement requises pour devenir associés ou actionnaires de la société sous sa nouvelle forme;
- les membres de l'association perdent tous les droits qu'ils pourraient encore avoir, même dans le futur ou sous condition, en raison de leur ancienne qualité de membre;
- les preneurs, assurés et tout tiers aux contrats d'assurance conservent cependant les droits acquis en vertu des contrats d'assurance à cette date, ces contrats étant, pour le futur, adaptés de plein droit de la manière proposée dans le rapport visé à l'article 78quater, § 1er;
- pour autant qu'elle respecte ou continue à respecter les exigences légales et réglementaires en la matière, la société sous sa nouvelle forme continue à bénéficier des agréments pour exercer des activités d'assurance dont l'association était titulaire avant sa transformation. ".
" Art. 78sexies. § 1er. Toute décision de transformation est, à peine de nullité, constatée par acte authentique. L'acte authentique reproduit la conclusion du rapport du (des) commissaire(s)-réviseur(s) établi conformément à l'article 78quater.
§ 2. L'acte authentique de transformation et les statuts de la société sous sa nouvelle forme sont publiés simultanément conformément à l'article 10, § 1er, alinéas 1er et 2, et §§ 2 et 3, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales. L'acte de transformation est publié en entier; les statuts le sont par extrait conformément aux articles 6 et 9 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales.
§ 3. Sans préjudice de l'opposabilité immédiate des adaptations contractuelles visées à l'article 78quinquies, § 4, troisième tiret, la transformation est opposable aux tiers aux conditions prévues à l'article 10, § 4, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales.
§ 4. Les procurations, ainsi que les rapports de l'organe de gestion et du (des) commissaire(s)-réviseur(s), sont déposés en expédition ou en original en même temps que l'acte auquel ils se rapportent. Chacun pourra en prendre connaissance ou en obtenir copie aux conditions prévues à l'article 10, § 2, alinéas 2 et 3, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales. ".
" Art. 78septies. Les dispositions de l'article 171 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales sont applicables, à l'exception de l'alinéa 3. ".
" Art. 78octies. Les membres de l'organe de gestion de l'association d'assurances mutuelles qui est transformée sont tenus solidairement envers les intéressés, malgré toute stipulation contraire :
1° de la différence éventuelle entre l'actif net de la société sous sa nouvelle forme et le capital social minimum prescrit par les lois coordonnées sur les sociétés commerciales pour la société concernée;
2° de la surévaluation de l'actif net apparaissant à l'état prévu à l'article 78quater, § 1er;
3° de la réparation du préjudice qui est une suite immédiate et directe soit de la nullité de l'opération de transformation en raison de la violation des règles prévues à l'article 13ter, alinéa 1er, 2° à 4°, ou l'article 144, alinéa 3, 1° à 3°, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales, appliquées par analogie, ou 78sexies, § 1er, soit de l'absence ou de la fausseté des énonciations prescrites par l'article 30, alinéa 1er, à l'exception des 11°, et 15° à 18°, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales, ou 78sexies, § 1er. ".
" CHAPITRE Vquinquies. - Transformation des associations d'assurances mutuelles. ".
" Art. 78bis. Lorsqu'une association d'assurances mutuelles fait usage de la faculté prévue à l'article 165 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales, les règles du présent chapitre sont d'application, par dérogation aux articles 166 à 174 des mêmes lois, sauf dans la mesure où il y est fait expressément référence dans le présent chapitre. ".
" Art. 78ter. Une association d'assurances mutuelles ne peut être transformée que dans l'une des formes de société à forme commerciale visées à l'article 9, § 1er, de la présente loi. ".
" Art. 78quater. § 1er. La proposition de transformation fait l'objet d'un rapport justificatif établi par l'organe de gestion et annoncé dans l'ordre du jour de l'Assemblée générale appelée à statuer sur la transformation. Ce rapport contient également une description précise et une justification des mesures réglant les droits des membres dans la société sous sa nouvelle forme, des adaptations devant être apportées aux polices d'assurance dans ce cadre, des mesures proposées pour que la société sous sa nouvelle forme conserve ses agréments et une description et une justification du mode de répartition des actions ou parts représentatives du capital social de la société sous sa nouvelle forme. A ce rapport est joint un projet de statuts de la société sous sa nouvelle forme et un état résumant la situation active et passive de l'association, arrêté à une date ne remontant pas à plus de trois mois et indiquant quel sera le capital social de l'association après sa transformation en société. Le capital social ne pourra être supérieur à l'actif net tel qu'il résulte de l'état précité. Le montant de l'actif net ne peut faire l'objet d'aucun remboursement ou distribution aux actionnaires ou associés à l'occasion de la transformation.
§ 2. Le (ou les) commissaire(s)-réviseur(s) de l'association font rapport sur cet état et indiquent notamment s'il traduit d'une manière complète, fidèle et correcte la situation de l'association.
§ 3. Les projets de rapports visés aux §§ 1er et 2 précités sont communiqués à l'Office de Contrôle des assurances. Dans les trois semaines qui suivent, l'Office de Contrôle des assurances est tenu de communiquer à l'association ses éventuelles observations sur le projet de transformation. S'il n'est pas tenu compte de ces observations et que l'Office de Contrôle des assurances l'estime opportun, il peut exiger que celles-ci soient portées à la connaissance de l'Assemblée générale. Ces observations et les réponses qui y sont apportées doivent figurer au procès-verbal.
§ 4. Les membres de l'association sont convoqués dans le respect des règles statutaires prévues pour les modifications aux statuts ou, si elles sont plus strictes, pour la mise en liquidation, à une Assemblée générale appelée à délibérer sur la décision de transformation. En cas de convocation par lettre, une copie des rapports de l'organe de gestion et du (des) commissaire(s)-réviseur(s) est annexée à la convocation. Ces documents sont également transmis gratuitement aux membres de l'association qui en forment la demande par écrit. ".
" Art. 78quinquies. § 1er. La transformation de l'association est décidée par l'Assemblée générale. Sauf si les statuts prévoient des conditions de quorum de présence et de majorité plus strictes, l'Assemblée générale ne peut valablement délibérer que si au moins la moitié des membres titulaires d'un droit de vote sont présents ou représentés à la réunion et si la décision recueille au moins quatre cinquièmes des voix émises. Si le quorum de présence requis par les statuts ou par la loi n'est pas atteint, une seconde convocation sera nécessaire. Cette seconde convocation devra satisfaire aux règles visées à l'article 78quater, § 4. La deuxième Assemblée générale délibère quel que soit le nombre de membres titulaires d'un droit de vote présents ou représentés, aux mêmes conditions de vote. Les convocations à l'Assemblée générale reproduisent le texte du présent paragraphe.
§ 2. La transformation requiert l'accord unanime des membres si l'association n'existe pas depuis deux ans au moins ou si les statuts prévoient qu'elle ne pourra adopter une autre forme. Une telle clause des statuts ne peut être modifiée que dans les mêmes conditions.
§ 3. Immédiatement après la décision de transformation, les statuts de la société sous sa nouvelle forme, en ce compris les clauses qui modifieraient son objet social ainsi que la composition initiale des organes, sont arrêtés aux mêmes conditions de présence et de majorité que celles requises pour la transformation. A défaut, la transformation reste sans effet.
§ 4. Dès l'approbation des décisions visées aux §§ 1er à 3 :
- l'association est transformée et ses membres deviennent de plein droit et avec effet immédiat actionnaires ou associés de la société sous sa nouvelle forme de la manière proposée dans le rapport visé à l'article 78quater, § 1er, ces membres étant réputés bénéficier de plein droit de toutes les habilitations éventuellement requises pour devenir associés ou actionnaires de la société sous sa nouvelle forme;
- les membres de l'association perdent tous les droits qu'ils pourraient encore avoir, même dans le futur ou sous condition, en raison de leur ancienne qualité de membre;
- les preneurs, assurés et tout tiers aux contrats d'assurance conservent cependant les droits acquis en vertu des contrats d'assurance à cette date, ces contrats étant, pour le futur, adaptés de plein droit de la manière proposée dans le rapport visé à l'article 78quater, § 1er;
- pour autant qu'elle respecte ou continue à respecter les exigences légales et réglementaires en la matière, la société sous sa nouvelle forme continue à bénéficier des agréments pour exercer des activités d'assurance dont l'association était titulaire avant sa transformation. ".
" Art. 78sexies. § 1er. Toute décision de transformation est, à peine de nullité, constatée par acte authentique. L'acte authentique reproduit la conclusion du rapport du (des) commissaire(s)-réviseur(s) établi conformément à l'article 78quater.
§ 2. L'acte authentique de transformation et les statuts de la société sous sa nouvelle forme sont publiés simultanément conformément à l'article 10, § 1er, alinéas 1er et 2, et §§ 2 et 3, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales. L'acte de transformation est publié en entier; les statuts le sont par extrait conformément aux articles 6 et 9 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales.
§ 3. Sans préjudice de l'opposabilité immédiate des adaptations contractuelles visées à l'article 78quinquies, § 4, troisième tiret, la transformation est opposable aux tiers aux conditions prévues à l'article 10, § 4, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales.
§ 4. Les procurations, ainsi que les rapports de l'organe de gestion et du (des) commissaire(s)-réviseur(s), sont déposés en expédition ou en original en même temps que l'acte auquel ils se rapportent. Chacun pourra en prendre connaissance ou en obtenir copie aux conditions prévues à l'article 10, § 2, alinéas 2 et 3, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales. ".
" Art. 78septies. Les dispositions de l'article 171 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales sont applicables, à l'exception de l'alinéa 3. ".
" Art. 78octies. Les membres de l'organe de gestion de l'association d'assurances mutuelles qui est transformée sont tenus solidairement envers les intéressés, malgré toute stipulation contraire :
1° de la différence éventuelle entre l'actif net de la société sous sa nouvelle forme et le capital social minimum prescrit par les lois coordonnées sur les sociétés commerciales pour la société concernée;
2° de la surévaluation de l'actif net apparaissant à l'état prévu à l'article 78quater, § 1er;
3° de la réparation du préjudice qui est une suite immédiate et directe soit de la nullité de l'opération de transformation en raison de la violation des règles prévues à l'article 13ter, alinéa 1er, 2° à 4°, ou l'article 144, alinéa 3, 1° à 3°, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales, appliquées par analogie, ou 78sexies, § 1er, soit de l'absence ou de la fausseté des énonciations prescrites par l'article 30, alinéa 1er, à l'exception des 11°, et 15° à 18°, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales, ou 78sexies, § 1er. ".
HOOFDSTUK VI. - Arbeidsongevallen.
CHAPITRE VI. - Accidents du travail.
Art.35. In artikel 62 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gewijzigd door de wet van 24 december 1976 en het koninklijk besluit van 31 maart 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste en het tweede lid worden vervangen door de volgende bepaling :
"De werkgever of zijn aangestelde is verplicht ieder ongeval dat aanleiding kan geven tot toepassing van deze wet, aan te geven bij de bevoegde verzekeraar en, in de gevallen bepaald door de Koning, bij de inspecteur bevoegd inzake de arbeidsveiligheid.";
2° een nieuw lid wordt toegevoegd, luidend als volgt :
"Het Fonds voor arbeidsongevallen bezorgt de in het vorig lid bedoelde elementen aan de inspecteur bevoegd inzake de arbeidsveiligheid, volgens de regels bepaald door de Koning.".
1° het eerste en het tweede lid worden vervangen door de volgende bepaling :
"De werkgever of zijn aangestelde is verplicht ieder ongeval dat aanleiding kan geven tot toepassing van deze wet, aan te geven bij de bevoegde verzekeraar en, in de gevallen bepaald door de Koning, bij de inspecteur bevoegd inzake de arbeidsveiligheid.";
2° een nieuw lid wordt toegevoegd, luidend als volgt :
"Het Fonds voor arbeidsongevallen bezorgt de in het vorig lid bedoelde elementen aan de inspecteur bevoegd inzake de arbeidsveiligheid, volgens de regels bepaald door de Koning.".
Art.35. Dans l'article 62 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, modifié par la loi du 24 décembre 1976 et l'arrêté royal du 31 mars 1987, sont apportées les modifications suivantes :
1° les alinéas 1er et 2 sont remplacés par la disposition suivante :
" L'employeur ou son délégué est tenu de déclarer à l'assureur compétent et, dans les cas fixés par le Roi, à l'inspecteur compétent en matière de sécurité du travail, tout accident qui peut donner lieu à l'application de la présente loi. ";
2° un nouvel alinéa est ajouté, rédigé comme suit :
" Le Fonds des accidents du travail transmet les éléments visés à l'alinéa précédent à l'inspecteur compétent en matière de sécurité du travail, suivant les règles fixées par le Roi. ".
1° les alinéas 1er et 2 sont remplacés par la disposition suivante :
" L'employeur ou son délégué est tenu de déclarer à l'assureur compétent et, dans les cas fixés par le Roi, à l'inspecteur compétent en matière de sécurité du travail, tout accident qui peut donner lieu à l'application de la présente loi. ";
2° un nouvel alinéa est ajouté, rédigé comme suit :
" Le Fonds des accidents du travail transmet les éléments visés à l'alinéa précédent à l'inspecteur compétent en matière de sécurité du travail, suivant les règles fixées par le Roi. ".
Art.36. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 35 vastgesteld op 01-01-2003 door KB 2003-03-12/43, art. 8)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 35 vastgesteld op 01-01-2003 door KB 2003-03-12/43, art. 8)
Art.36. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur du présent chapitre.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 35 fixée le 01-01-2003 par AR 2003-03-12/43, art. 8)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 35 fixée le 01-01-2003 par AR 2003-03-12/43, art. 8)
HOOFDSTUK VII. - Pensioenen zelfstandigen.
CHAPITRE VII. - Pensions des travailleurs indépendants.
Art.37. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen, met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, wordt een paragraaf 3bis ingevoegd, luidend als volgt :
"§ 3bis. In afwijking van § 2 gaat het rustpensioen evenwel ten vroegste in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de gerechtigde op een voltijds conventioneel brugpensioen de pensioenleeftijd van 65 jaar bereikt.
In afwijking van artikel 16 van dit besluit en in de door ditzelfde artikel bedoelde periodes, gaat het rustpensioen van de vrouwelijke gerechtigde op een voltijds conventioneel brugpensioen evenwel ten vroegste in de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de voor deze periodes vastgestelde pensioenleeftijd bereikt.
De Koning stelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden vast waaronder gelijkaardige voordelen die door een werkgever in uitvoering van een individueel akkoord tussen de werkgever en de werknemer, onder welke vorm of benaming ook, worden toegekend, met het hoger genoemd voltijds conventioneel brugpensioen worden gelijkgesteld.".
"§ 3bis. In afwijking van § 2 gaat het rustpensioen evenwel ten vroegste in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de gerechtigde op een voltijds conventioneel brugpensioen de pensioenleeftijd van 65 jaar bereikt.
In afwijking van artikel 16 van dit besluit en in de door ditzelfde artikel bedoelde periodes, gaat het rustpensioen van de vrouwelijke gerechtigde op een voltijds conventioneel brugpensioen evenwel ten vroegste in de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de voor deze periodes vastgestelde pensioenleeftijd bereikt.
De Koning stelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden vast waaronder gelijkaardige voordelen die door een werkgever in uitvoering van een individueel akkoord tussen de werkgever en de werknemer, onder welke vorm of benaming ook, worden toegekend, met het hoger genoemd voltijds conventioneel brugpensioen worden gelijkgesteld.".
Art.37. Dans l'article 3 de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants, en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, et de l'article 3, § 1er, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, il est inséré un paragraphe 3bis, rédigé comme suit :
" § 3bis. Par dérogation au § 2, la pension de retraite prend toutefois cours au plus tôt le premier jour du mois suivant celui au cours duquel le bénéficiaire d'une prépension conventionnelle à temps plein atteint l'âge de la pension, soit 65 ans.
Par dérogation à l'article 16 du présent arrêté et pendant les périodes prévues par ce même article, la pension de retraite du bénéficiaire féminin d'une prépension conventionnelle à temps plein prend toutefois cours au plus tôt le premier jour du mois suivant celui au cours duquel l'intéressée atteint l'âge de la pension fixé pour lesdites périodes.
Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les conditions selon lesquelles des avantages similaires alloués par un employeur, en exécution d'un accord individuel entre l'employeur et le travailleur, sous quelque forme ou dénomination que ce soit, sont assimiles à la prépension conventionnelle a temps plein précitée. ".
" § 3bis. Par dérogation au § 2, la pension de retraite prend toutefois cours au plus tôt le premier jour du mois suivant celui au cours duquel le bénéficiaire d'une prépension conventionnelle à temps plein atteint l'âge de la pension, soit 65 ans.
Par dérogation à l'article 16 du présent arrêté et pendant les périodes prévues par ce même article, la pension de retraite du bénéficiaire féminin d'une prépension conventionnelle à temps plein prend toutefois cours au plus tôt le premier jour du mois suivant celui au cours duquel l'intéressée atteint l'âge de la pension fixé pour lesdites périodes.
Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les conditions selon lesquelles des avantages similaires alloués par un employeur, en exécution d'un accord individuel entre l'employeur et le travailleur, sous quelque forme ou dénomination que ce soit, sont assimiles à la prépension conventionnelle a temps plein précitée. ".
HOOFDSTUK VIII. - Nationale Bank van België.
CHAPITRE VIII. - Banque nationale de Belgique.
Art.38. Artikel 33 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België wordt opgeheven.
Art.38. L'article 33 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut de la Banque nationale de Belgique est abrogé.
HOOFDSTUK IX. - Toekennen van de Staatswaarborg aan een lening van de Stichting "Biermans-Lapôtre".
CHAPITRE IX. - Octroi de la garantie de l'Etat pour un emprunt de la Fondation " Biermans-Lapôtre ".
Art.39. De Stichting "Biermans-Lapôtre" wordt gemachtigd om onder Staatswaarborg een lening af te sluiten van 210 miljoen Belgische frank. De voorwaarden van deze lening dienen aan de goedkeuring van de Minister van Financiën te worden voorgelegd.
Art.39. La Fondation " Biermans-Lapôtre " est autorisée à contracter sous la garantie de l'Etat un emprunt de 210 millions de francs belges. Les conditions de cet emprunt doivent être soumises à l'approbation du Ministre des Finances.
Art.40. Artikel 39 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.40. L'article 39 entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK X. - Wijzigingen van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle.
CHAPITRE X. - Modifications de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire.
Art.41. Artikel 12 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle, wordt aangevuld met een § 4, luidend als volgt :
"§ 4. In afwachting van de inwerkingtreding van de artikelen van deze wet waardoor het Agentschap zijn materiële bevoegdheden bekomt, kan het Agentschap de retributies bedoeld in artikel 12, § 1, 1°, rechtsgeldig innen en aanwenden teneinde zijn operationalisering voor te bereiden.".
"§ 4. In afwachting van de inwerkingtreding van de artikelen van deze wet waardoor het Agentschap zijn materiële bevoegdheden bekomt, kan het Agentschap de retributies bedoeld in artikel 12, § 1, 1°, rechtsgeldig innen en aanwenden teneinde zijn operationalisering voor te bereiden.".
Art.41. L'article 12 de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire, est complété par un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. En attendant la mise en vigueur des articles de cette loi transférant à l'Agence ses compétences matérielles, celle-ci peut percevoir les rétributions prévues à l'article 12, § 1er, 1°, et les utiliser afin de préparer son opérationnalisation. ".
" § 4. En attendant la mise en vigueur des articles de cette loi transférant à l'Agence ses compétences matérielles, celle-ci peut percevoir les rétributions prévues à l'article 12, § 1er, 1°, et les utiliser afin de préparer son opérationnalisation. ".
Art.42. In dezelfde wet wordt een artikel 46bis ingevoegd, luidend als volgt :
"Art. 46bis. § 1. In afwijking van de artikelen 45, § 1, en 46, worden de statutaire personeelsleden van de overheidsdiensten vermeld in artikel 45, § 1, die geselecteerd werden door de raad van bestuur, na een oproep in het Belgisch Staatsblad, ter beschikking gesteld van het Agentschap.
§ 2. De ter beschikking gestelde personeelsleden bedoeld in § 1, blijven onderworpen aan het administratief en geldelijk statuut en aan de pensioenregeling die in hun dienst van oorsprong van kracht zijn. Zij behouden in hun dienst van oorsprong hun aanspraken op bevordering.
§ 3. De duur van de terbeschikkingstelling bij het Agentschap wordt beschouwd als een periode van dienstactiviteit.
§ 4. De ter beschikking gestelde personeelsleden zijn onderworpen aan het gezag van de directeur-generaal van het Agentschap.
§ 5. De ter beschikking gestelde personeelsleden van het Ministerie van Justitie die de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie behouden deze hoedanigheid tijdens de duur van de terbeschikkingstelling.
In afwijking van artikel 9, kunnen de personeelsleden van de andere overheidsdiensten bedoeld in artikel 45, § 1, tijdens de terbeschikkingstelling door de Koning bekleed worden met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
§ 6. Tijdens zijn terbeschikkingstelling kan de betrekking die het statutair personeelslid heeft achtergelaten op geen enkele wijze toegewezen worden.
§ 7. De bezoldiging van het ter beschikking gestelde personeelslid is deze waarop het recht heeft in zijn dienst van oorsprong, met inbegrip van de eventuele toelagen en vergoedingen. Zij wordt uitbetaald door het Agentschap. Daartoe geeft de dienst van oorsprong alle nuttige inlichtingen aan het Agentschap.
Nochtans mag de dienst van oorsprong de uitbetaling van de bezoldiging van het terbeschikkinggestelde personeelslid voortzetten. In dit geval vraagt hij de terugbetaling van de vereffende bedragen door middel van een driemaandelijkse staat van verzoek tot terugbetaling.
Het Agentschap betaalt de totale budgettaire last terug. De werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, de kinderbijslag, het vakantiegeld en de eindejaarstoelage zijn in ieder geval in de totale budgettaire last inbegrepen.
§ 8. Het ter beschikking gestelde personeelslid kan vragen dat aan zijn terbeschikkingstelling een einde wordt gemaakt, mits een vooropzeg van één maand.
De raad van bestuur van het Agentschap kan aan de terbeschikkingstelling een einde stellen mits een vooropzeg van drie maanden. Hij brengt de dienst van oorsprong van het ter beschikking gestelde personeelslid hiervan op de hoogte.
§ 9. Het personeelslid wiens terbeschikkingstelling wordt beëindigd, stelt zich ter beschikking van de Minister of van de overheid waaronder hij ressorteert. Indien het zonder geldige reden weigert of verwaarloost dit te doen, wordt het na een afwezigheid van tien dagen als ontslaggevend beschouwd.".
"Art. 46bis. § 1. In afwijking van de artikelen 45, § 1, en 46, worden de statutaire personeelsleden van de overheidsdiensten vermeld in artikel 45, § 1, die geselecteerd werden door de raad van bestuur, na een oproep in het Belgisch Staatsblad, ter beschikking gesteld van het Agentschap.
§ 2. De ter beschikking gestelde personeelsleden bedoeld in § 1, blijven onderworpen aan het administratief en geldelijk statuut en aan de pensioenregeling die in hun dienst van oorsprong van kracht zijn. Zij behouden in hun dienst van oorsprong hun aanspraken op bevordering.
§ 3. De duur van de terbeschikkingstelling bij het Agentschap wordt beschouwd als een periode van dienstactiviteit.
§ 4. De ter beschikking gestelde personeelsleden zijn onderworpen aan het gezag van de directeur-generaal van het Agentschap.
§ 5. De ter beschikking gestelde personeelsleden van het Ministerie van Justitie die de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie behouden deze hoedanigheid tijdens de duur van de terbeschikkingstelling.
In afwijking van artikel 9, kunnen de personeelsleden van de andere overheidsdiensten bedoeld in artikel 45, § 1, tijdens de terbeschikkingstelling door de Koning bekleed worden met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
§ 6. Tijdens zijn terbeschikkingstelling kan de betrekking die het statutair personeelslid heeft achtergelaten op geen enkele wijze toegewezen worden.
§ 7. De bezoldiging van het ter beschikking gestelde personeelslid is deze waarop het recht heeft in zijn dienst van oorsprong, met inbegrip van de eventuele toelagen en vergoedingen. Zij wordt uitbetaald door het Agentschap. Daartoe geeft de dienst van oorsprong alle nuttige inlichtingen aan het Agentschap.
Nochtans mag de dienst van oorsprong de uitbetaling van de bezoldiging van het terbeschikkinggestelde personeelslid voortzetten. In dit geval vraagt hij de terugbetaling van de vereffende bedragen door middel van een driemaandelijkse staat van verzoek tot terugbetaling.
Het Agentschap betaalt de totale budgettaire last terug. De werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, de kinderbijslag, het vakantiegeld en de eindejaarstoelage zijn in ieder geval in de totale budgettaire last inbegrepen.
§ 8. Het ter beschikking gestelde personeelslid kan vragen dat aan zijn terbeschikkingstelling een einde wordt gemaakt, mits een vooropzeg van één maand.
De raad van bestuur van het Agentschap kan aan de terbeschikkingstelling een einde stellen mits een vooropzeg van drie maanden. Hij brengt de dienst van oorsprong van het ter beschikking gestelde personeelslid hiervan op de hoogte.
§ 9. Het personeelslid wiens terbeschikkingstelling wordt beëindigd, stelt zich ter beschikking van de Minister of van de overheid waaronder hij ressorteert. Indien het zonder geldige reden weigert of verwaarloost dit te doen, wordt het na een afwezigheid van tien dagen als ontslaggevend beschouwd.".
Art.42. Un article 46bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 46bis. § 1er. Par dérogation aux articles 45, § 1er, et 46, les membres du personnel statutaire des services publics mentionnés à l'article 45, § 1er, qui ont été sélectionnés par le Conseil d'administration, après un appel au Moniteur belge, sont mis à la disposition de l'Agence.
§ 2. Les membres du personnel mis à la disposition visés au § 1er, demeurent soumis au statut administratif, au statut pécuniaire et au régime de pension en vigueur dans leur service d'origine. Ils conservent dans leur service d'origine leurs droits à la promotion.
§ 3. La période de mise à la disposition de l'Agence est assimilée à une période d'activite de service.
§ 4. Les membres du personnel mis à disposition sont soumis à l'autorite du directeur général de l'Agence.
§ 5. Les membres du personnel du Ministere de la Justice mis à la disposition qui ont la qualité d'officier de la police judiciaire conservent cette qualité pendant la période de mise à disposition.
Par dérogation à l'article 9, les membres du personnel issus des autres services publics vises à l'article 45, § 1er, peuvent être revêtus par le Roi de la qualité d'officiers de police judiciaire pendant la mise à disposition.
§ 6. Pendant sa mise à la disposition, l'emploi délaissé par le membre du personnel statutaire ne peut être attribué de quelque manière que ce soit.
§ 7. La rémunération du membre du personnel mis à disposition est celle à laquelle il a droit dans son service d'origine, y compris les allocations et indemnités eventuelles. Elle est payée par l'Agence. A cet effet, le service d'origine communique toute information utile à l'Agence.
Toutefois, le service d'origine peut poursuivre le paiement de la rémunération du membre du personnel mis à disposition. Dans ce cas, il réclame le remboursement des montants liquidés par la voie d'un relevé trimestriel de demande de remboursement.
L'Agence rembourse la charge budgetaire totale. Les cotisations patronales de sécurité sociale, les allocations familiales, le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année sont en tout cas compris dans la charge budgétaire totale.
§ 8. Le membre du personnel mis à disposition peut demander qu'il soit mis fin à sa mise à disposition, moyennant un préavis d'un mois.
Moyennant un préavis de trois mois, le Conseil d'administration de l'Agence peut mettre fin à la mise à disposition. Il en avise le service d'origine du membre du personnel mis à disposition.
§ 9. Lorsqu'il est mis fin à la mise à disposition, le membre du personnel se remet à la disposition du Ministre ou de l'autorité dont il relève. Si, sans motif valable, il refuse ou néglige de le faire, il est, après dix jours d'absence, considéré comme démissionnaire. ".
" Art. 46bis. § 1er. Par dérogation aux articles 45, § 1er, et 46, les membres du personnel statutaire des services publics mentionnés à l'article 45, § 1er, qui ont été sélectionnés par le Conseil d'administration, après un appel au Moniteur belge, sont mis à la disposition de l'Agence.
§ 2. Les membres du personnel mis à la disposition visés au § 1er, demeurent soumis au statut administratif, au statut pécuniaire et au régime de pension en vigueur dans leur service d'origine. Ils conservent dans leur service d'origine leurs droits à la promotion.
§ 3. La période de mise à la disposition de l'Agence est assimilée à une période d'activite de service.
§ 4. Les membres du personnel mis à disposition sont soumis à l'autorite du directeur général de l'Agence.
§ 5. Les membres du personnel du Ministere de la Justice mis à la disposition qui ont la qualité d'officier de la police judiciaire conservent cette qualité pendant la période de mise à disposition.
Par dérogation à l'article 9, les membres du personnel issus des autres services publics vises à l'article 45, § 1er, peuvent être revêtus par le Roi de la qualité d'officiers de police judiciaire pendant la mise à disposition.
§ 6. Pendant sa mise à la disposition, l'emploi délaissé par le membre du personnel statutaire ne peut être attribué de quelque manière que ce soit.
§ 7. La rémunération du membre du personnel mis à disposition est celle à laquelle il a droit dans son service d'origine, y compris les allocations et indemnités eventuelles. Elle est payée par l'Agence. A cet effet, le service d'origine communique toute information utile à l'Agence.
Toutefois, le service d'origine peut poursuivre le paiement de la rémunération du membre du personnel mis à disposition. Dans ce cas, il réclame le remboursement des montants liquidés par la voie d'un relevé trimestriel de demande de remboursement.
L'Agence rembourse la charge budgetaire totale. Les cotisations patronales de sécurité sociale, les allocations familiales, le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année sont en tout cas compris dans la charge budgétaire totale.
§ 8. Le membre du personnel mis à disposition peut demander qu'il soit mis fin à sa mise à disposition, moyennant un préavis d'un mois.
Moyennant un préavis de trois mois, le Conseil d'administration de l'Agence peut mettre fin à la mise à disposition. Il en avise le service d'origine du membre du personnel mis à disposition.
§ 9. Lorsqu'il est mis fin à la mise à disposition, le membre du personnel se remet à la disposition du Ministre ou de l'autorité dont il relève. Si, sans motif valable, il refuse ou néglige de le faire, il est, après dix jours d'absence, considéré comme démissionnaire. ".
Art. 43. De artikelen 41 en 42 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1998.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands Zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 3 mei 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
De Minister van Economie en Telecommunicatie,
E. DI RUPO
De Minister van Binnenlandse Zaken,
L. VAN DEN BOSSCHE
De Minister belast met Energie,
J.-P. PONCELET
De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY
De Minister van Wetenschapsbeleid,
Y. YLIEFF
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN
De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN
De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN
De Minister van Ambtenarenzaken,
A. FLAHAUT
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
De Staatssecretaris voor Veiligheid,
J. PEETERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands Zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 3 mei 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
De Minister van Economie en Telecommunicatie,
E. DI RUPO
De Minister van Binnenlandse Zaken,
L. VAN DEN BOSSCHE
De Minister belast met Energie,
J.-P. PONCELET
De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY
De Minister van Wetenschapsbeleid,
Y. YLIEFF
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN
De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN
De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN
De Minister van Ambtenarenzaken,
A. FLAHAUT
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
De Staatssecretaris voor Veiligheid,
J. PEETERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Art. 43. Les articles 41 et 42 produisent leurs effets le 1er janvier 1998.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 3 mai 1999.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
J.-L. DEHAENE
Le Ministre de l'Economie et des Télécommunications,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Intérieur,
L. VAN DEN BOSSCHE
Le Ministre chargé de l'Energie,
J.-P. PONCELET
Le Ministre du Budget,
H. VAN ROMPUY
Le Ministre de la Politique scientifique,
Y. YLIEFF
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
M. COLLA
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
La Ministre des Affaires sociales,
Mme M. DE GALAN
Le Ministre de l'Agriculture et des Petites et Moyennes Entreprises,
K. PINXTEN
Le Ministre des Transports,
M. DAERDEN
Le Ministre de la Fonction publique,
A. FLAHAUT
Le Ministre de la Justice,
T. VAN PARYS
Le Ministre des Finances,
J.-J. VISEUR
Le Secrétaire d'Etat à la Sécurite,
J. PEETERS
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
T. VAN PARYS
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 3 mai 1999.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
J.-L. DEHAENE
Le Ministre de l'Economie et des Télécommunications,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Intérieur,
L. VAN DEN BOSSCHE
Le Ministre chargé de l'Energie,
J.-P. PONCELET
Le Ministre du Budget,
H. VAN ROMPUY
Le Ministre de la Politique scientifique,
Y. YLIEFF
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
M. COLLA
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
La Ministre des Affaires sociales,
Mme M. DE GALAN
Le Ministre de l'Agriculture et des Petites et Moyennes Entreprises,
K. PINXTEN
Le Ministre des Transports,
M. DAERDEN
Le Ministre de la Fonction publique,
A. FLAHAUT
Le Ministre de la Justice,
T. VAN PARYS
Le Ministre des Finances,
J.-J. VISEUR
Le Secrétaire d'Etat à la Sécurite,
J. PEETERS
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
T. VAN PARYS