Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 AUGUSTUS 1999. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teeltmethoden in te voeren of verder toe te passen.
Titre
6 AOUT 1999. - Arrêté ministériel modifiant l'arrêté ministériel du 30 mars 1995 portant instauration d'un régime d'aides en faveur des exploitants agricoles qui s'engagent à introduire ou à maintenir des méthodes de l'agriculture biologique.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. In artikel 2, d, van het ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teelmethoden in te voeren of verder toe te passen, worden de woorden "het Centrum voor Informatieverwerking" vervangen door de woorden "de Dienst Identificatie".
Article 1. Dans l'article 2, d, de l'arrêté ministériel du 30 mars 1995 portant instauration d'un régime d'aides en faveur des exploitants agricoles qui s'engagent à introduire ou à maintenir des méthodes de l'agriculture biologique, les mots "le Centre de traitement de l'Information" sont remplacés par les mots "le Service Identification".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidend als volgt :
"Artikel 2bis. 1. De verbintenis bedoeld in vorig artikel kan in de loop van de door de verbintenis bestreken periode worden omgezet in een andere verbintenis op voorwaarde dat :
- de omzetting onomstotelijk voordelen voor het milieu biedt,
- de bestaande verbintenis in belangrijke mate wordt versterkt, en
- de betrokken maatregelen deel uitmaken van het goedgekeurde programma.
Op in de eerste alinea, eerste en tweede streepje, genoemde voorwaarden kan worden ingestemd met een omzetting van een in het kader van verordening (EEG) nr. 2078/92 aangegane verbintenis in een verbintenis tot bebossing in het kader van verordening (EEG) nr. 2080/92. De verbintenis op grond van verordening (EEG) nr. 2078/92 wordt beëindigd zonder dat terugbetaling wordt verlangd.
2. Als een begunstigde gedurende de looptijd van zijn verbintenis, de oppervlakte waarop een verbintenis betrekking heeft, vergroot, wordt deze oppervlakte opgenomen in de lopende verbintenis."
"Artikel 2bis. 1. De verbintenis bedoeld in vorig artikel kan in de loop van de door de verbintenis bestreken periode worden omgezet in een andere verbintenis op voorwaarde dat :
- de omzetting onomstotelijk voordelen voor het milieu biedt,
- de bestaande verbintenis in belangrijke mate wordt versterkt, en
- de betrokken maatregelen deel uitmaken van het goedgekeurde programma.
Op in de eerste alinea, eerste en tweede streepje, genoemde voorwaarden kan worden ingestemd met een omzetting van een in het kader van verordening (EEG) nr. 2078/92 aangegane verbintenis in een verbintenis tot bebossing in het kader van verordening (EEG) nr. 2080/92. De verbintenis op grond van verordening (EEG) nr. 2078/92 wordt beëindigd zonder dat terugbetaling wordt verlangd.
2. Als een begunstigde gedurende de looptijd van zijn verbintenis, de oppervlakte waarop een verbintenis betrekking heeft, vergroot, wordt deze oppervlakte opgenomen in de lopende verbintenis."
Art. 2. Dans le même arrêté, un article 2bis rédigé comme suit, est inséré :
"Article 2bis. 1. L'engagement visé à l'article précédent peut être transformé en un autre engagement au cours de la période d'engagement à condition que :
- un tel transfert implique des avantages environnementaux certains,
- l'engagement existant soit renforcé de manière significative et
- le programme approuvé comporte les mesures en question.
Selon les conditions visées au premier alinéa, premier et deuxième tirets, la transformation d'un engagement dans le cadre du règlement (CEE) n° 2078/92 en un engagement de boisement défini dans le cadre du règlement (CEE) n° 2080/92 peut être autorisé. L'engagement en vertu du règlement (CEE) n° 2078/92 prend fin sans qu'un remboursement soit demandé.
2. Lorsque, au cours de la période d'engagement, un bénéficiaire augmente la superficie soumise à un engagement, celle-ci est incluse dans l'engagement en cours."
"Article 2bis. 1. L'engagement visé à l'article précédent peut être transformé en un autre engagement au cours de la période d'engagement à condition que :
- un tel transfert implique des avantages environnementaux certains,
- l'engagement existant soit renforcé de manière significative et
- le programme approuvé comporte les mesures en question.
Selon les conditions visées au premier alinéa, premier et deuxième tirets, la transformation d'un engagement dans le cadre du règlement (CEE) n° 2078/92 en un engagement de boisement défini dans le cadre du règlement (CEE) n° 2080/92 peut être autorisé. L'engagement en vertu du règlement (CEE) n° 2078/92 prend fin sans qu'un remboursement soit demandé.
2. Lorsque, au cours de la période d'engagement, un bénéficiaire augmente la superficie soumise à un engagement, celle-ci est incluse dans l'engagement en cours."
Art. 3. Het 1° en 2de lid van artikel 5 van hetzelfde besluit worden vervangen door de volgende tekst :
"De steunaanvragen moeten jaarlijks bij aangetekend schrijven worden ingediend bij het desbetreffende provinciaal bureau van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3) van het ministerie van Middenstand en Landbouw, door middel van het modelformulier opgenomen als bijlage I.
De aanvragen voor de steun in 1999 moeten ingediend zijn ten laatste op 15 september 1999 om 17 uur. Vanaf het jaar 2000 moeten de aanvragen ingediend zijn ten laatste op 30 april om 17 uur; de poststempel geldt als bewijs."
"De steunaanvragen moeten jaarlijks bij aangetekend schrijven worden ingediend bij het desbetreffende provinciaal bureau van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3) van het ministerie van Middenstand en Landbouw, door middel van het modelformulier opgenomen als bijlage I.
De aanvragen voor de steun in 1999 moeten ingediend zijn ten laatste op 15 september 1999 om 17 uur. Vanaf het jaar 2000 moeten de aanvragen ingediend zijn ten laatste op 30 april om 17 uur; de poststempel geldt als bewijs."
Art. 3. Les 1er et 2e alinéas de l'article 5 du même arrêté sont remplacés par le texte suivant :
"Les demandes d'aides doivent être introduites sous pli recommandé auprès du bureau provincial concerné de l'Administration de la Gestion de la Production agricole (DG 3) du Ministère des Classes Moyennes et de l'Agriculture au moyen du formulaire dont le modèle est repris en l'annexe I.
Pour 1999, les demandes d'aides doivent être introduites au plus tard le 15 septembre 1999 à 17 heures. A partir de l'an 2000 la date limite d'introduction est fixée au 30 avril à 17 heures au plus tard, le cachet de la poste faisant foi."
"Les demandes d'aides doivent être introduites sous pli recommandé auprès du bureau provincial concerné de l'Administration de la Gestion de la Production agricole (DG 3) du Ministère des Classes Moyennes et de l'Agriculture au moyen du formulaire dont le modèle est repris en l'annexe I.
Pour 1999, les demandes d'aides doivent être introduites au plus tard le 15 septembre 1999 à 17 heures. A partir de l'an 2000 la date limite d'introduction est fixée au 30 avril à 17 heures au plus tard, le cachet de la poste faisant foi."
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 6ter ingevoegd, luidend als volgt :
"Artikel 6ter. Evaluatie en toezicht
1. De besturen voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3), voor de kwaliteit van de grondstoffen en de plantaardige sector (DG 4) en voor de dierengezondheid en de kwaliteit van de dierlijke producten (DG 5) dragen zorg voor het toezicht op en voor de evaluatie van de milieumaatregelen in de landbouw.
2. Het toezicht moet het mogelijk maken kennis te krijgen van de wijze waarop de aangegane verbintenissen daadwerkelijk worden nagekomen. Aldus kunnen de milieumaatregelen in de landbouw zo nodig worden bijgestuurd op basis van de in de loop van de uitvoering gebleken behoeften.
3. De evaluatie van de milieumaatregelen in de landbouw geschiedt met inachtneming van de doelstellingen van verordening (EEG) nr. 2078/92 en met de specifieke doelstellingen van de desbetreffende maatregel, en bestrijkt de sociaal-economische, de landbouw- en de milieu-aspecten. Zij wordt afgestemd op de tendensen in en de kenmerken van de zone waar de milieumaatregelen worden toegepast."
"Artikel 6ter. Evaluatie en toezicht
1. De besturen voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3), voor de kwaliteit van de grondstoffen en de plantaardige sector (DG 4) en voor de dierengezondheid en de kwaliteit van de dierlijke producten (DG 5) dragen zorg voor het toezicht op en voor de evaluatie van de milieumaatregelen in de landbouw.
2. Het toezicht moet het mogelijk maken kennis te krijgen van de wijze waarop de aangegane verbintenissen daadwerkelijk worden nagekomen. Aldus kunnen de milieumaatregelen in de landbouw zo nodig worden bijgestuurd op basis van de in de loop van de uitvoering gebleken behoeften.
3. De evaluatie van de milieumaatregelen in de landbouw geschiedt met inachtneming van de doelstellingen van verordening (EEG) nr. 2078/92 en met de specifieke doelstellingen van de desbetreffende maatregel, en bestrijkt de sociaal-economische, de landbouw- en de milieu-aspecten. Zij wordt afgestemd op de tendensen in en de kenmerken van de zone waar de milieumaatregelen worden toegepast."
Art. 4. Dans le même arrêté, un article 6ter est inséré, rédigé comme suit :
"Article 6ter. Evaluation et suivi
1. L'Administration de la gestion de la production agricole (DG 3), celle de la qualité des matières premières et du secteur végétal (DG 4) et celle de la santé animale et de la qualité des produits animaux (DG 5) assurent le suivi et l'évaluation des mesures agri-environnementales.
2. Le suivi doit permettre de connaître la réalisation effective des engagements pris. Par ailleurs, il permet, si nécessaire, de réorienter les mesures agri-environnementales à partir des nécessités apparues en cours d'exécution.
3. L'évaluation des mesures agri-environnementales tient compte des objectifs du règlement (CEE) n° 2078/92 ainsi que des objectifs spécifiques de la mesure en cause et porte sur les aspects socio-économiques, agricoles et environnementaux. Elle est conçue en relation avec les tendances et les caractéristiques de la zone d'application des mesures environnementales."
"Article 6ter. Evaluation et suivi
1. L'Administration de la gestion de la production agricole (DG 3), celle de la qualité des matières premières et du secteur végétal (DG 4) et celle de la santé animale et de la qualité des produits animaux (DG 5) assurent le suivi et l'évaluation des mesures agri-environnementales.
2. Le suivi doit permettre de connaître la réalisation effective des engagements pris. Par ailleurs, il permet, si nécessaire, de réorienter les mesures agri-environnementales à partir des nécessités apparues en cours d'exécution.
3. L'évaluation des mesures agri-environnementales tient compte des objectifs du règlement (CEE) n° 2078/92 ainsi que des objectifs spécifiques de la mesure en cause et porte sur les aspects socio-économiques, agricoles et environnementaux. Elle est conçue en relation avec les tendances et les caractéristiques de la zone d'application des mesures environnementales."
Art. 5. In artikel 7, § 3, 2° lid van hetzelfde besluit wordt de zin "Geen rente is dan verschuldigd." geschrapt.
Art. 5. Dans l'article 7, § 3, 2e alinéa du même arrêté ministériel, la phrase "Aucun intérêt n'est alors appliqué." est supprimée.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.
Brussel, 6 augustus 1999.
J. GABRIELS
Brussel, 6 augustus 1999.
J. GABRIELS
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1999.
Bruxelles, le 6 août 1999.
J. GABRIELS
Bruxelles, le 6 août 1999.
J. GABRIELS
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage 1. Jaarlijkse aanvraag van de premie voor het invoeren of verder toepassen van de biologische productiemethode, in uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 2078/92 en nr. 746/96. (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B. St. 14/09/1999, p. 34237 tot 43241).
Art. N. Annexe 1. Formulaire de demande annuelle du paiement de l'aide destinée à introduire ou à maintenir des méthodes de l'agriculture biologique en exécution des Règlements (CEE) n° 2078/92 et n° 746/96.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques. Voir MB. 14-09-1999, p. 34232 à 34236).
(Annexe non reprise pour des raisons techniques. Voir MB. 14-09-1999, p. 34232 à 34236).