Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 APRIL 1999. - Ministerieel besluit tot aanpassing van de artikelen 92 en 93 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering aan het handvest van de sociaal verzekerde.
Titre
30 AVRIL 1999. - Arrêté ministériel adaptant les articles 92 et 93 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 1991 portant les modalités d'application de la réglementation du chômage à la charte de l'assuré social.
Documentinformatie
Numac: 1999012356
Datum: 1999-04-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999012356
Date: 1999-04-30
Moniteur: Voir
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Artikel 92 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 22 december 1995, 10 juni 1997 en 11 augustus 1997, wordt aangevuld met de volgende paragraaf :
" § 4. Wanneer de uitbetalingsinstelling bij de indiening bedoeld in de vorige paragrafen vaststelt dat er ingevolge blijvende onmogelijkheid geen volledig dossier zal kunnen ingediend worden, deelt zij dit aan het werkloosheidsbureau mee, vergezeld van het bewijs van de redenen van de blijvende onmogelijkheid.
Wanneer de directeur erkent dat het blijvend onmogelijk is het dossier te vervolledigen, beslist hij over het recht op uitkeringen nadat hij de nodige onderzoekingen heeft laten verrichten; het dossier wordt voor de toepassing van de artikelen 95 of 96 beschouwd als volledig. Wanneer de directeur de blijvende onmogelijkheid niet erkent, wordt de procedure voorzien in artikel 93, § 2, toegepast.
De uitbetalingsinstelling licht de werkloze in omtrent de vraag de onmogelijkheid te erkennen en, desgevallend, omtrent de niet aanvaarding. ".
Article 1. L'article 92 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 1991 portant les modalités d'application de la réglementation du chômage, modifié par les arrêtés ministériels du 22 décembre 1995, 10 juin 1997 et 11 août 1997, est complété par le paragraphe suivant :
" § 4. Lorsque l'organisme de paiement constate, lors de l'introduction visée aux paragraphes précédents, qu'en raison d'une impossibilité permanente un dossier complet ne pourra pas être introduit, il le communique au bureau du chômage, en joignant la preuve des raisons de l'impossibilité permanente.
Lorsque le directeur reconnaît l'impossibilité permanente de compléter le dossier, il décide du droit aux allocations, après avoir fait effectuer les recherches nécessaires; le dossier est considéré comme complet pour l'application des articles 95 ou 96. Lorsque le directeur ne reconnaît pas l'impossibilité permanente, la procédure prévue à l'article 93, § 2, est appliquée.
L'organisme de paiement informe le chômeur sur la demande de reconnaissance de l'impossibilité et, le cas échéant, sur le refus. ".
Art. 2. Artikel 93, § 3, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende leden :
" Het laattijdig heringediende dossier dat op het werkloosheidsbureau toekomt vóór het einde van de vijfde maand volgend op de in artikel 92 vermelde indieningstermijnen, wordt als tijdig heringediend beschouwd indien de redenen van onmogelijkheid door de directeur worden erkend.
De uitbetalingsinstelling licht de werkloze in omtrent de vraag de onmogelijkheid te erkennen. ".
Art. 2. L'article 93, § 3, du même arrêté est complété par les alinéas suivants :
" Le dossier réintroduit tardivement qui parvient au bureau du chômage avant la fin du cinquième mois qui suit les délais d'introduction mentionnés à l'article 92, est considéré comme réintroduit à temps utile, si les raisons de l'impossibilité sont reconnues par le directeur.
L'organisme de paiement informe le chômeur sur la demande de reconnaissance de l'impossibilité. ".
Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Het is evenwel slechts toepasselijk voor zover de datum van de uitkeringsaanvraag of van de wijzigende gebeurtenis samenvalt met, of gelegen is na, de datum waarop onderhavig besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Brussel, 30 april 1999.
Mevr. M. SMET
Art. 3. Le présent entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge. Toutefois il n'est applicable que dans la mesure où la date de la demande d'allocations ou de l'événement modificatif coïncide avec ou est située après la date de publication du présent arrêté dans le Moniteur belge.
Bruxelles, le 30 avril 1999.
Mme M. SMET