Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 FEBRUARI 1999. - Wet betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht.
Titre
10 FEVRIER 1999. - Loi relative à la répression des violations graves de droit international humanitaire.
Documentinformatie
Numac: 1999009267
Datum: 1999-02-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999009267
Date: 1999-02-10
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Het opschrift van de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van de ernstige inbreuken op de Internationale Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en op de Aanvullende Protocollen I en II bij die Verdragen, van 8 juni 1977, wordt vervangen door het volgende opschrift :
  "Wet betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht.".
Art. 2. L'intitulé de la loi du 16 juin 1993 relative à la répression des infractions graves aux conventions internationales de Genève du 12 août 1949 et aux protocoles I et II du 8 juin 1977, additionnels à ces conventions est remplacé par l'intitulé suivant :
  " Loi relative à la répression des violations graves du droit international humanitaire. ".
Art. 3. In artikel 1 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht :
  A. een paragraaf 1 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  "§ 1. De misdaad van genocide, zoals hierna omschreven, gepleegd zowel in vredes- als in oorlogstijd, is een internationaalrechtelijke misdaad en wordt gestraft volgens de bepalingen van deze wet. In overeenstemming met het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide van 9 december 1948, en onverminderd de strafrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op misdrijven door nalatigheid, wordt onder genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om, geheel of gedeeltelijk, een nationale, etnische of godsdienstige groep of rassengroep uit te roeien, en wel :
  1° het doden van leden van de groep;
  2° het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
  3° het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden bedoeld om de lichamelijke vernietiging van de gehele groep of van een gedeelte ervan te veroorzaken;
  4° het opleggen van maatregelen bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
  5° het gewelddadig overbrengen van kinderen van een groep naar een andere groep.";
  B. een paragraaf 2 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  "§ 2. De misdaad tegen de mensheid, zoals hierna omschreven, gepleegd zowel in vredes- als in oorlogstijd, is een internationaalrechtelijke misdaad en wordt gestraft volgens de bepalingen van deze wet. In overeenstemming met het Statuut van het Internationaal Strafgerechtshof wordt onder misdaad tegen de mensheid verstaan een van de volgende handelingen gepleegd in het kader van een veralgemeende of stelselmatige aanval op burgerbevolking en met kennis van bedoelde aanval :
  1° moord;
  2° uitroeiing;
  3° verlaging tot slavernij;
  4° gedwongen deportatie of overbrenging van bevolking;
  5° gevangenneming of elke andere vorm van ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid met schending van de fundamentele bepalingen van het internationaal recht;
  6° martelen;
  7° verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie en elke andere vorm van seksueel geweld met een vergelijkbare ernst;
  8° vervolging van enige groep of van enige identificeerbare collectiviteit wegens politieke, raciale, nationale, etnische, godsdienstige of seksistische redenen of wegens andere in het internationaal recht als universeel onaanvaardbaar erkende criteria, in samenhang met iedere handeling bedoeld in dit artikel.";
  C. de huidige tekst van het artikel wordt paragraaf 3.
Art. 3. A l'article premier de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  A. il est inséré un paragraphe 1er, rédigé comme suit :
  " § 1er. Constitue un crime de droit international et est réprimé conformément aux dispositions de la présente loi, le crime de génocide, tel que défini ci-après, qu'il soit commis en temps de paix ou en temps de guerre. Conformément à la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide du 9 décembre 1948, et sans préjudice des dispositions pénales applicables aux infractions commises par négligence, le crime de génocide s'entend de l'un des actes ci-après, commis dans l'intention de détruire, en tout ou en partie, un groupe national, ethnique, racial ou religieux comme tel :
  1° meurtre de membres du groupe;
  2° atteinte grave à l'intégrité physique ou mentale de membres du groupe;
  3° soumission intentionnelle du groupe à des conditions d'existence devant entraîner sa destruction physique totale ou partielle;
  4° mesures visant à entraver les naissances au sein du groupe;
  5° transfert forcé d'enfants du groupe à un autre groupe. ";
  B. il est inséré un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Constitue un crime de droit international et est réprimé conformément aux dispositions de la présente loi, le crime contre l'humanité, tel que défini ci-après, qu'il soit commis en temps de paix ou en temps de guerre. Conformément au statut de la Cour pénale internationale, le crime contre l'humanité s'entend de l'un des actes ci-après commis dans le cadre d'une attaque généralisée ou systématique lancée contre une population civile et en connaissance de cette attaque :
  1° meurtre;
  2° extermination;
  3° réduction en esclavage;
  4° déportation ou transfert forcé de population;
  5° emprisonnement ou autre forme de privation grave de liberté physique en violation des dispositions fondamentales du droit international;
  6° torture;
  7° viol, esclavage sexuel, prostitution forcée, grossesse forcée, stérilisation forcée et toute autre forme de violence sexuelle de gravité comparable;
  8° persécution de tout groupe ou de toute collectivité identifiable pour des motifs d'ordre politique, racial, national, ethnique, culturel, religieux ou sexiste ou en fonction d'autres critères universellement reconnus comme inadmissibles en droit international, en corrélation avec tout acte visé dans le présent article. ";
  C. le texte actuel de l'article 1er devient le paragraphe 3.
Art. 4. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 2. De misdrijven bedoeld in artikel 1, eerste en tweede paragraaf, en in artikel 1, derde paragraaf, 1°, 2° en 11° tot 15°, worden gestraft met levenslange opsluiting.
  De misdrijven bedoeld in artikel 1, derde paragraaf, 3° en 10°, worden gestraft met opsluiting van twintig tot dertig jaar. Zij worden gestraft met levenslange opsluiting als zij de dood van een of meer personen ten gevolge hebben gehad.
  Het misdrijf bedoeld in artikel 1, derde paragraaf, 8°, wordt gestraft met opsluiting van vijftien tot twintig jaar. Hetzelfde misdrijf, alsmede het misdrijf bedoeld in artikel 1, derde paragraaf, 16°, worden gestraft met opsluiting van twintig tot dertig jaar als zij hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge hebben gehad. Zij worden gestraft met levenslange opsluiting indien zij de dood van een of meer personen ten gevolge hebben gehad.
  De misdrijven bedoeld in artikel 1, derde paragraaf, 4° tot 7° en 17°, worden gestraft met opsluiting van tien tot vijftien jaar. Wanneer de in het voorgaande lid bedoelde verzwarende omstandigheden aanwezig zijn, worden zij, naar gelang van het geval, gestraft met de daarin vastgestelde straffen.
  De misdrijven bedoeld in artikel 1, derde paragraaf, 18° tot 20°, worden gestraft met opsluiting van tien tot vijftien jaar, onder voorbehoud van de toepassing van strengere strafbepalingen houdende bestraffing van ernstige aanslagen op de menselijke waardigheid.
  Het misdrijf bedoeld in artikel 1, derde paragraaf, 9°, wordt gestraft met opsluiting van tien tot vijftien jaar. Het wordt gestraft met opsluiting van vijftien tot twintig jaar indien het ernstige gevolgen voor de volksgezondheid ten gevolge heeft gehad.".
Art. 4. L'article 2 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2. Les infractions énumérées aux paragraphes 1er et 2 de l'article 1er et aux 1°, 2° et 11° à 15° du paragraphe 3 de l'article 1er sont punies de la réclusion à perpétuité.
  Les infractions énumérées au 3° et au 10° du paragraphe 3 du même article sont punies de la réclusion de vingt à trente ans. Elles sont punies de la réclusion à perpétuité si elles ont eu pour conséquence la mort d'une ou plusieurs personnes.
  L'infraction visée au 8° du paragraphe 3 du même article est punie de la réclusion de quinze à vingt ans. La même infraction ainsi que celle visée au 16° du paragraphe 3 du même article sont punies de la réclusion de vingt à trente ans si elles ont eu pour conséquence soit une maladie paraissant incurable, soit une incapacité permanente de travail personnel, soit la perte de l'usage absolu d'un organe, soit une mutilation grave. Elles sont punies de la réclusion à perpétuité si elles ont eu pour conséquence la mort d'une ou plusieurs personnes.
  Les infractions énumérées aux 4° à 7° et 17° du paragraphe 3 du même article sont punies de la réclusion de dix à quinze ans. Dans les cas de circonstances aggravantes prévues à l'alinéa précédent, elles sont punies, selon les cas, des peines prévues à cet alinéa.
  Les infractions énumérées aux 18° à 20° du paragraphe 3 du même article sont punies de la réclusion de dix à quinze ans, sous réserve de l'application des dispositions pénales plus sévères réprimant les atteintes graves à la dignité de la personne.
  L'infraction prévue au 9° du paragraphe 3 du même article est punie de la réclusion de dix à quinze ans. Elle est punie de la réclusion de quinze à vingt ans lorsqu'elle a entraîné des conséquences graves pour la santé publique. ".
Art. 5. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A. in de eerste paragraaf worden de woorden "van paragraaf 3" ingevoegd na de woorden "9°, 12° en 13°";
  B. in de tweede paragraaf worden de woorden "van een misdaad van genocide of van een misdaad tegen de mensheid, zoals omschreven in deze wet, of" ingevoegd na de woorden "het plegen van";
  C. het artikel wordt aangevuld met een derde paragraaf, luidend als volgt :
  "§ 3. De immuniteit welke verbonden is aan een officiële hoedanigheid staat de toepassing van deze wet niet in de weg.".
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 10 februari 1999.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  T. VAN PARYS
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  T. VAN PARYS
Art. 5. A l'article 5 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  A. au paragraphe 1er, les mots " du paragraphe 3 " sont insérés après les mots " 9°, 12° et 13° ";
  B. au paragraphe 2, les mots " d'un crime de génocide ou d'un crime contre l'humanité, tels que définis par la présente loi, ou " sont insérés après les mots " entraîner la perpétration ";
  C. l'article est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. L'immunité attachée à la qualité officielle d'une personne n'empêche pas l'application de la présente loi. ".
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 10 février 1999.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Justice,
  T. VAN PARYS
  Scellé du sceau de l'Etat :
  Le Ministre de la Justice,
  T. VAN PARYS