Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 FEBRUARI 1999. - Mededeling van het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten over de beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten.
Titre
25 FEVRIER 1999. - Avis du Fonds de protection des dépôts et des instruments financiers relatif au système de protection des dépôts et des instruments financiers.
Documentinformatie
Numac: 1999003086
Datum: 1999-02-25
Info du document
Numac: 1999003086
Date: 1999-02-25
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Instelling van een beschermingsr...
HOOFDSTUK II. - Kredietinstellingen, beursvenno...
Afdeling 1. - Financiering.
Afdeling 2. - Verbintenis van het Beschermingsf...
Afdeling 3. - Definitie van de tegoeden die in ...
Onderafdeling 1. - Tegoeden bij een kredietinst...
Onderafdeling 2. - Tegoeden bij een beursvennoo...
Onderafdeling 3. - Tegoeden bij een vennootscha...
Afdeling 4. - Bedrag van de tegemoetkomingen.
Afdeling 5. - Berekening van de tegemoetkomingen.
Afdeling 6. - Uitsluitingen.
Afdeling 7. - Tegemoetkomingsprocedure.
Afdeling 8. - Beperkingen op de uitvoering van ...
Afdeling 9. - Tegemoetkoming in het kader van e...
HOOFDSTUK III. - Bijkantoren van kredietinstell...
HOOFDSTUK IV. - Bijkantoren van kredietinstelli...
HOOFDSTUK V. - Informatieverstrekking aan de de...
HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding.
Inhoud
CHAPITRE I. - Institution d'un système de prote...
CHAPITRE II. - Etablissements de crédit, sociét...
Section 1. - Financement.
Section 2. - Engagement du Fonds de protection ...
Section 3. - Définition des avoirs éligibles po...
Sous-section 1. - Avoirs auprès d'un établissem...
Sous-section 2. - Avoirs auprès d'une société d...
Sous-section 3. - Avoirs auprès d'une société d...
Section 4. - Montant des interventions.
Section 5. - Calcul des interventions.
Section 6. - Exclusions.
Section 7. - Procédure d'intervention.
Section 8. - Limites mises à l'exécution de l'e...
Section 9. - Intervention dans le cadre d'une l...
CHAPITRE III. - Succursales d'établissements de...
CHAPITRE IV. - Succursales d'établissements de ...
CHAPITRE V. - Information des déposants et des ...
CHAPITRE VI. - Entrée en vigueur.
Tekst (86)
Texte (86)
Artikel M. (Om technische redenen wordt, deze mededeling onderverdeeld in fictieve artikelen : M1 - M67).
Article M. (Pour des raisons techniques, cet avis a été subdivisé en articles fictifs : M1 - M67).
HOOFDSTUK I. - Instelling van een beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten.
CHAPITRE I. - Institution d'un système de protection des dépôts et des instruments financiers.
Art. M1. 1. Het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten, hierna "het Fonds" genoemd, deelt mee dat het een nieuwe beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten heeft ingesteld conform de artikelen 110 en volgende van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de artikelen 112 en volgende van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs.
Art. M1. 1. Le Fonds de protection des dépôts et des instruments financiers, ci-après dénommé " le Fonds ", communique avoir institué un nouveau système de protection des dépôts et des instruments financiers conformément aux articles 110 et suivants de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et aux articles 112 et suivants de la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements.
Art. M2. 2. Die nieuwe regeling vloeit voort uit de goedkeuring van de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële instrumenten, en de ondertekening van een protocol met de vertegenwoordigers van de kredietinstellingen, van de beursvennootschappen en van de vennootschappen voor vermogensbeheer. Zij vervangt op de datum voorzien in punt 67 de depositobeschermingsregeling die het Herdiscontering- en Waarborginstituut op 4 januari 1995 heeft ingesteld, alsook de beleggersbeschermingsregeling die het Interventiefonds van de beursvennootschappen beheert.
Art. M2. 2. Ce nouveau système a fait suite au vote de la loi du 17 décembre 1998 créant un Fonds de protection des dépôts et des instruments financiers et réorganisant les systèmes de protection des dépôts et des instruments financiers ainsi qu'à la signature d'un protocole avec les représentants des établissements de crédit, des sociétés de bourse et des sociétés de gestion de fortune. Il se substitue à la date prévue au point 67 au système de protection des dépôts institué le 4 janvier 1995 par l'Institut de Réescompte et de Garantie et au système de protection des investisseurs géré par la Caisse d'intervention des sociétés de bourse.
HOOFDSTUK II. - Kredietinstellingen, beursvennootschappen en vennootschappen voor vermogensbeheer naar Belgisch recht.
CHAPITRE II. - Etablissements de crédit, sociétés de bourse et sociétés de gestion de fortune de droit belge.
Afdeling 1. - Financiering.
Section 1. - Financement.
Art. M3. 3. De kredietinstellingen en de beursvennootschappen naar Belgisch recht leggen bij het Fonds een Interventiereserve aan die wordt gestijfd door de gewone jaarlijkse bijdragen van die kredietinstellingen en beursvennootschappen, die ten dele worden berekend op basis van hun omzet buiten het renteresultaat en ten dele op basis van hun verbintenissen tegenover de deposanten en de beleggers.
Art. M3. 3. Les établissements de crédit et les sociétés de bourse de droit belge constituent auprès du Fonds une réserve d'intervention dont les ressources régulières proviendront de contributions annuelles ordinaires versées par ces établissements et sociétés, calculées pour partie sur leur chiffre d'affaire hors marge d'intérêt et pour partie sur leurs engagements envers les déposants et investisseurs.
Art. M4. 4. Het Bestuurscomité van het Fonds kan bijkomende bijdragen opvragen die, per kalenderjaar, niet meer bedragen dan het dubbele van de gewone jaarlijkse bijdragen, als de beschikbare middelen van het Fonds niet volstaan voor de financiering van een tegemoetkoming.
Art. M4. 4. Le Comité de direction du Fonds peut appeler des contributions complémentaires, à concurrence, par année, du double des contributions annuelles ordinaires, lorsque les disponibilités du Fonds sont insuffisantes pour effectuer une intervention.
Art. M5. 5. De beschikbare middelen van de vorige depositobeschermingsregelingen bij kredietinstellingen alsook een dotatie van vijfhonderd miljoen van de vorige beleggersbeschermingsregeling worden in de Interventiereserve ingebracht.
Art. M5. 5. Les disponibilités des fonds antérieurs de protection des dépôts auprès des établissements de crédit et une dotation de cinq cent millions en provenance du système antérieur de protection des investisseurs sont reprises dans la réserve d'intervention.
Art. M6. 6. De vennootschappen voor vermogensbeheer betalen het Fonds, via jaarlijkse stortingen, de tegemoetkomingen terug die het Fonds verstrekt ingeval een vennootschap voor vermogensbeheer in gebreke blijft of dreigt te blijven.
Art. M6. 6. Les sociétés de gestion de fortune remboursent au Fonds, par voie de versements annuels, les interventions supportées par celui-ci et occasionnées par la défaillance ou la menace de défaillance d'une société de gestion de fortune.
Afdeling 2. - Verbintenis van het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten.
Section 2. - Engagement du Fonds de protection des dépôts et des instruments financiers.
Art. M7. 7. Bij deficiëntie van een kredietinstelling, een beursvennootschap of een vennootschap voor vermogensbeheer die het voornoemde protocol heeft ondertekend, verbindt het Fonds zich ertoe :
a) in het kader van de bescherming van deposito's, de door de deficiënte kredietinstelling verschuldigde deposito's en daarmee gelijkgestelde bancaire schuldvorderingsbewijzen, alsook de door de deficiënte beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer verschuldigde deposito's terug te betalen, binnen de grenzen, onder de voorwaarden en op de wijze die hieronder wordt vastgesteld;
b) in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, de houders van de door de deficiënte kredietinstelling, beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer verschuldigde financiële instrumenten schadeloos te stellen, binnen de grenzen, onder de voorwaarden en op de wijze die hieronder wordt vastgesteld.
a) in het kader van de bescherming van deposito's, de door de deficiënte kredietinstelling verschuldigde deposito's en daarmee gelijkgestelde bancaire schuldvorderingsbewijzen, alsook de door de deficiënte beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer verschuldigde deposito's terug te betalen, binnen de grenzen, onder de voorwaarden en op de wijze die hieronder wordt vastgesteld;
b) in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, de houders van de door de deficiënte kredietinstelling, beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer verschuldigde financiële instrumenten schadeloos te stellen, binnen de grenzen, onder de voorwaarden en op de wijze die hieronder wordt vastgesteld.
Art. M7. 7. En cas de défaillance d'un établissement de crédit, d'une société de bourse ou d'une société de gestion de fortune ayant adhéré au protocole précité, le Fonds s'engage :
a) au titre de la protection des dépôts, à rembourser les dépôts et titres bancaires de créances assimilés dont l'établissement de crédit défaillant est redevable ainsi que les dépôts dont la société de bourse ou la société de gestion de fortune défaillante est redevable, dans les limites, moyennant les conditions et selon les modalités indiquées ci-après;
b) au titre de la protection des instruments financiers, à indemniser les titulaires d'instruments financiers dont l'établissement de crédit, la société de bourse ou la société de gestion de fortune défaillant est redevable, dans les limites, moyennant les conditions et selon les modalités indiquées ci-après.
a) au titre de la protection des dépôts, à rembourser les dépôts et titres bancaires de créances assimilés dont l'établissement de crédit défaillant est redevable ainsi que les dépôts dont la société de bourse ou la société de gestion de fortune défaillante est redevable, dans les limites, moyennant les conditions et selon les modalités indiquées ci-après;
b) au titre de la protection des instruments financiers, à indemniser les titulaires d'instruments financiers dont l'établissement de crédit, la société de bourse ou la société de gestion de fortune défaillant est redevable, dans les limites, moyennant les conditions et selon les modalités indiquées ci-après.
Art. M8. 8. Er is sprake van deficiëntie als bedoeld in punt 7, wanneer een kredietinstelling, een beursvennootschap of een vennootschap voor vermogensbeheer failliet werd verklaard of een verzoek heeft ingediend om dan wel gedagvaard is voor een gerechtelijk akkoord, of wanneer de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, ook al is er geen vonnis van faillietverklaring, noch een verzoek om of dagvaarding voor een gerechtelijk akkoord, het Fonds ter kennis heeft gebracht dat zij heeft vastgesteld dat die instelling of onderneming, gezien haar financiële positie, de terugbetaling, levering of teruggave van een opeisbaar tegoed heeft moeten weigeren en niet meer in staat is om dergelijke tegoeden onmiddellijk noch binnen afzienbare termijn terug te betalen, te leveren of terug te geven.
Art. M8. 8. Il y a défaillance au sens du point 7, lorsqu'un établissement de crédit, une société de bourse ou une société de gestion de fortune a été déclaré en faillite, ou a déposé une requête en concordat judiciaire ou a été cité en concordat judiciaire, ou lorsque, même en l'absence de jugement déclaratif de faillite ou de dépôt de requête en concordat judiciaire ou de citation en concordat judiciaire, la Commission bancaire et financière a notifié au Fonds qu'elle a constaté que la situation financière de cet établissement ou de cette société a conduit celui-ci ou celle-ci à refuser de rembourser, de livrer ou de restituer un avoir exigible et ne lui permet plus, dans l'immédiat et dans un délai rapproché, de procéder au remboursement, à la livraison ou à la restitution de tels avoirs.
Afdeling 3. - Definitie van de tegoeden die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming.
Section 3. - Définition des avoirs éligibles pour une intervention.
Onderafdeling 1. - Tegoeden bij een kredietinstelling.
Sous-section 1. - Avoirs auprès d'un établissement de crédit.
Art. M9. 9. De tegoeden bij een kredietinstelling komen in aanmerking voor terugbetaling in het kader van de depositobescherming, binnen de grenzen, onder de voorwaarden en op de wijze die in de punten 14 tot 52 wordt vastgesteld, wanneer zij voortvloeien uit :
a) deposito's van fondsen, uitgedrukt in euro of in de munt van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap; het saldo van elektronische eenheden die op vooraf betaalde, door een kredietinstelling uitgegeven kaarten zijn geladen, wordt gelijkgesteld met een deposito van fondsen;
b) deposito's van fondsen, uitgedrukt in de munt van een andere Staat, voor zover het gaat om deposito's bestemd voor de verwerving van financiële instrumenten of voor terugbetalingen; als de fondsen niet zijn gedeponeerd op een contantenrekening die exclusief is gekoppeld aan de werking van een effectenrekening, wordt het bewijs geleverd door aankooporders, die, rekening houdend met de marktvoorwaarden, realistisch zijn, of door verkoopborderellen voor financiële instrumenten die dateren van minder dan twaalf maanden vóór de deficiëntie waarvan sprake in punt 8;
c) kasbons, obligaties of andere bancaire schuldvorderingsbewijzen, uitgedrukt in euro of in de munt van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap, die zijn uitgegeven door de deficiënte kredietinstelling en voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in punt 23.
a) deposito's van fondsen, uitgedrukt in euro of in de munt van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap; het saldo van elektronische eenheden die op vooraf betaalde, door een kredietinstelling uitgegeven kaarten zijn geladen, wordt gelijkgesteld met een deposito van fondsen;
b) deposito's van fondsen, uitgedrukt in de munt van een andere Staat, voor zover het gaat om deposito's bestemd voor de verwerving van financiële instrumenten of voor terugbetalingen; als de fondsen niet zijn gedeponeerd op een contantenrekening die exclusief is gekoppeld aan de werking van een effectenrekening, wordt het bewijs geleverd door aankooporders, die, rekening houdend met de marktvoorwaarden, realistisch zijn, of door verkoopborderellen voor financiële instrumenten die dateren van minder dan twaalf maanden vóór de deficiëntie waarvan sprake in punt 8;
c) kasbons, obligaties of andere bancaire schuldvorderingsbewijzen, uitgedrukt in euro of in de munt van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap, die zijn uitgegeven door de deficiënte kredietinstelling en voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in punt 23.
Art. M9. 9. Sont éligibles pour un remboursement au titre de la protection des dépôts dans les limites, moyennant les conditions et selon les modalités énoncées aux points 14 à 52, les avoirs auprès d'un établissement de crédit résultant :
a) de dépôts de fonds libellés en euros ou en unités monétaires nationales d'un Etat, membre de la Communauté européenne; est assimilé à un dépôt de fonds le solde des unités électroniques chargées sur des cartes prépayées émises par un établissement de crédit;
b) de dépôts de fonds libellés en unités monétaires nationales d'un autre Etat, pour autant qu'il s'agisse de dépôts de fonds en attente d'affectation à l'acquisition d'instruments financiers ou en attente de restitution; lorsque les dépôts ne sont pas inscrits sur un compte-espèces exclusivement attaché au fonctionnement d'un compte-titres, la preuve est administrée par la production d'ordres d'achat, réalistes compte tenu des conditions du marché, ou de bordereaux de vente portant sur des instruments financiers et remontant à moins de douze mois avant la survenance de la défaillance visée au point 8;
c) de bons de caisse, d'obligations ou d'autres titres bancaires de créances libellés en euros ou en unités monétaires nationales d'un Etat, membre de la Communauté européenne qui sont émis par l'établissement de crédit défaillant et qui remplissent les conditions fixées au point 23.
a) de dépôts de fonds libellés en euros ou en unités monétaires nationales d'un Etat, membre de la Communauté européenne; est assimilé à un dépôt de fonds le solde des unités électroniques chargées sur des cartes prépayées émises par un établissement de crédit;
b) de dépôts de fonds libellés en unités monétaires nationales d'un autre Etat, pour autant qu'il s'agisse de dépôts de fonds en attente d'affectation à l'acquisition d'instruments financiers ou en attente de restitution; lorsque les dépôts ne sont pas inscrits sur un compte-espèces exclusivement attaché au fonctionnement d'un compte-titres, la preuve est administrée par la production d'ordres d'achat, réalistes compte tenu des conditions du marché, ou de bordereaux de vente portant sur des instruments financiers et remontant à moins de douze mois avant la survenance de la défaillance visée au point 8;
c) de bons de caisse, d'obligations ou d'autres titres bancaires de créances libellés en euros ou en unités monétaires nationales d'un Etat, membre de la Communauté européenne qui sont émis par l'établissement de crédit défaillant et qui remplissent les conditions fixées au point 23.
Art. M10. 10. De financiële instrumenten in de zin van artikel 1 van de wet van 6 april 1995 komen, binnen de grenzen, onder de voorwaarden en op de wijze die in de punten 14 tot 52 wordt vastgesteld, in aanmerking voor een schadevergoeding in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, als zij door een kredietinstelling worden gehouden voor rekening van cliënten, en die kredietinstelling niet in staat is ze te leveren of terug te geven. Deze bepaling is eveneens van toepassing op de kasbons, obligaties en andere bancaire schuldvorderingsbewijzen die voor rekening van derden worden gehouden door een deficiënte kredietinstelling die er niet de emittent van is, en die deficiënte kredietinstelling niet in staat is ze te leveren of terug te geven.
Art. M10. 10. Sont éligibles pour une indemnisation au titre de la protection des instruments financiers dans les limites, moyennant les conditions et selon les modalités énoncées aux points 14 à 52, les instruments financiers au sens de l'article 1er de la loi du 6 avril 1995 qui sont détenus pour compte de tiers par un établissement de crédit et que cet établissement de crédit est dans l'incapacité de livrer ou de restituer. Sont également visés par cette disposition, les bons de caisse, obligations et autres titres bancaires de créances détenus pour compte de tiers auprès d'un établissement de crédit qui n'en est pas l'émetteur et que cet établissement de crédit est dans l'incapacité de livrer ou de restituer.
Onderafdeling 2. - Tegoeden bij een beursvennootschap.
Sous-section 2. - Avoirs auprès d'une société de bourse.
Art. M11. 11. De tegoeden bij een beursvennootschap komen, binnen de grenzen, onder de voorwaarden en op de wijze die in de punten 14 tot 52 wordt vastgesteld, in aanmerking voor terugbetaling in het kader van de depositobescherming, wanneer zij voortvloeien uit deposito's bestemd voor de verwerving van financiële instrumenten of voor terugbetalingen.
Art. M11. 11. Sont éligibles pour un remboursement au titre de la protection des dépôts dans les limites, moyennant les conditions et selon les modalités énoncées aux points 14 à 52, les avoirs auprès d'une société de bourse résultant de dépôts de fonds en attente d'affectation à l'acquisition d'instruments financiers ou en attente de restitution.
Art. M12. 12. De financiële instrumenten in de zin van artikel 1 van de wet van 6 april 1995 komen, binnen de grenzen, onder de voorwaarden en op de wijze die in de punten 14 tot 52 wordt vastgesteld, in aanmerking voor een schadevergoeding in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, als zij door een beursvennootschap worden gehouden voor rekening van cliënten, en die beursvennootschap niet in staat is ze te leveren of terug te geven.
Art. M12. 12. Sont éligibles pour une indemnisation au titre de la protection des instruments financiers dans les limites, moyennant les conditions et selon les modalités énoncées aux points 14 à 52, les instruments financiers au sens de l'article 1er de la loi du 6 avril 1995 qui sont détenus pour compte de tiers par une société de bourse et que cette société de bourse est dans l'incapacité de livrer ou de restituer.
Onderafdeling 3. - Tegoeden bij een vennootschap voor vermogensbeheer.
Sous-section 3. - Avoirs auprès d'une société de gestion de fortune.
Art. M13. 13. De tegoeden waarvan sprake in de punten 11 en 12, komen, binnen de grenzen, onder de voorwaarden en op de wijze die in de punten 14 tot 52 wordt vastgesteld, naar gelang van het geval in aanmerking voor een terugbetaling of een schadevergoeding, respectievelijk in het kader van de depositobescherming of in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, als die tegoeden aan een vennootschap voor vermogensbeheer zijn toevertrouwd door een cliënt die te goeder trouw handelde en zonder weet te hebben van het verbod voor die vennootschappen om deposito's van cliënten of financiële instrumenten in bezit van die cliënten, in ontvangst te nemen, te houden of te bewaren.
Art. M13. 13. Sont éligibles, selon le cas, pour un remboursement ou pour une indemnisation respectivement au titre de la protection des dépôts ou au titre de la protection des instruments financiers dans les limites, moyennant les conditions et selon les modalités énoncées au points 14 à 52, les avoirs visés aux points 11 et 12 confiés à une société de gestion de fortune dans l'ignorance de bonne foi de l'interdiction qui est faite à ces sociétés de recevoir, détenir ou conserver des dépôts de fonds de clients ou des instruments financiers appartenant à ceux-ci.
Afdeling 4. - Bedrag van de tegemoetkomingen.
Section 4. - Montant des interventions.
Art. M14. 14. Het Fonds verleent een terugbetaling voor de tegoeden die daarvoor in aanmerking komen in het kader van de depositobescherming, tot een maximum van 20 000 euro per rechthebbende. Dat bedrag wordt teruggebracht tot 15 000 euro voor de gevallen van deficiëntie die tot 31 december 1999 worden vastgesteld.
Art. M14. 14. Le Fonds rembourse les avoirs éligibles au titre de la protection des dépôts avec un maximum de vingt mille euros par ayant-droit. Pour les cas de défaillance survenue jusqu'au 31 décembre 1999, ce montant est ramené à quinze mille euros.
Art. M15. 15. Het Fonds verleent een schadevergoeding aan de houders van tegoeden die daarvoor in aanmerking komen in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, tot een maximum van 20 000 euro per rechthebbende. Dat bedrag wordt teruggebracht tot 15 000 euro voor de gevallen van deficiëntie die tot 31 december 1999 worden vastgesteld.
Art. M15. 15. Le Fonds indemnise les titulaires d'avoirs éligibles au titre de la protection des instruments financiers avec un maximum de vingt mille euros par ayant-droit. Pour les cas de défaillance survenue jusqu'au 31 décembre 1999, ce montant est ramené à quinze mille euros.
Art. M16. 16. De tegemoetkomingen worden betaald in euro. Tot 31 december 2001 kunnen de begunstigden vragen dat de tegemoetkomingen in Belgische frank worden betaald. In dat geval gebeurt de omrekening op basis van de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers die door de Raad van de Europese Unie is vastgelegd conform artikel 109, L, lid 4 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
Art. M16. 16. Les interventions sont payées en euros. Jusqu'au 31 décembre 2001, les bénéficiaires peuvent néanmoins demander que les interventions leur soient payées en francs belges. La conversion est, en ce cas, opérée au taux irrévocablement fixé, arrêté par le Conseil de l'Union européenne conformément à l'article 109, L, paragraphe 4 du Traité instituant la Communauté européenne.
Art. M17. 17. De tegoeden die voor een tegemoetkoming in aanmerking komen en afkomstig zijn van verbintenissen van in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap gevestigde bijkantoren van een kredietinstelling, een beursvennootschap of een vennootschap voor vermogensbeheer naar Belgisch recht, worden op dezelfde wijze, naar gelang van het geval, terugbetaald of vergoed als tegoeden die afkomstig zijn van verbintenissen van de Belgische vestigingen en agentschappen.
Art. M17. 17. Les avoirs éligibles provenant d'engagements de succursales d'un établissement de crédit, d'une société de bourse ou d'une société de gestion de fortune de droit belge, établies dans un autre Etat, membre de la Communauté européenne, sont, selon le cas, remboursés ou indemnisés sur pied d'égalité avec ceux provenant d'engagements des sièges et agences belges.
Art. M18. 18. Voor de tegoeden bij bijkantoren van een kredietinstelling, een beursvennootschap of een vennootschap voor vermogensbeheer naar Belgisch recht die zijn gevestigd in een Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschap, wordt geen dekking verleend, tenzij het Bestuurscomité van het Fonds dat beraadslaagt en beslist bij tenminste drievierde meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden, in individuele gevallen anders beslist.
Art. M18. 18. Les avoirs auprès de succursales d'un établissement de crédit, d'une société de bourse ou d'une société de gestion de fortune de droit belge, établies dans un Etat, non membre de la Communauté européenne, ne sont pas couverts, sauf décision contraire, dans des cas individuels, du Comité de direction du Fonds délibérant à la majorité des trois-quarts au moins des membres présents.
Art. M19. 19. Voor de gevallen van deficiëntie die tot 31 december 1999 worden vastgesteld, wordt het bedrag dat bij een tegemoetkoming aan de houders van tegoeden bij de in de punten 17 en 18 bedoelde bijkantoren wordt uitgekeerd in het kader van de depositobescherming of in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, zo nodig beperkt tot het bedrag van de dekking die door de overeenstemmende beschermingsregeling is gewaarborgd in het vestigingsland van het bijkantoor, voor gelijkaardige kredietinstellingen of beleggingsondernemingen.
Art. M19. 19. Pour les cas de défaillance survenue jusqu'au 31 décembre 1999, le montant des interventions effectuées au titre de la protection des dépôts ou au titre de la protection des instruments financiers au bénéfice des titulaires d'avoirs auprès des succursales visées aux point 17 et 18, est, s'il y a lieu, limité au montant de la couverture assurée par le système de protection de l'Etat d'implantation de la succursale pour des avoirs correspondants auprès d'établissements de crédit ou d'entreprises d'investissement similaires.
Art. M20. 20. In afwijking van punt 16 worden de in de punten 17 en 18 bedoelde tegemoetkomingen verleend in de munt van het vestigingsland van het bijkantoor, wanneer het gaat om een Lid-Staat die de gemeenschappelijke munteenheid niet heeft aangenomen overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap dan wel een Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschap.
Art. M20. 20. Par dérogation au point 16, les interventions visées aux points 17 et 18, sont payées dans l'unité monétaire nationale du pays d'implantation de la succursale lorsqu'il s'agit d'un Etat-membre n'ayant pas adopté la monnaie unique conformément au Traité instituant la Communauté européenne ou d'un Etat, non membre de la Communauté européenne.
Art. M21. 21. Het Bestuurscomité van het Fonds kan de inhoud van de punten 9 tot 15, 17 tot 19 en 22 tot 36 wijzigen, daarbij met name rekening houdend met de beschikbare middelen van de beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten of de evolutie van het Europees recht inzake depositobescherming of beleggerscompensatie. Die wijzigingen blijven zonder gevolgen voor de reeds geopende tegemoetkomingsprocedures.
Art. M21. 21. Le Comité de direction du Fonds peut adapter les éléments repris dans les points 9 à 15, 17 à 19 et 22 à 36, compte tenu notamment du montant des disponibilités du système de protection des dépôts et des instruments financiers ou de l'évolution du droit européen en matière de garantie des dépôts ou d'indemnisation des investisseurs. Ces adaptations sont sans effet sur les procédures d'intervention déjà ouvertes.
Afdeling 5. - Berekening van de tegemoetkomingen.
Section 5. - Calcul des interventions.
Art. M22. 22. Alle schuldvorderingen van eenzelfde persoon op dezelfde kredietinstelling, dezelfde beursvennootschap, dezelfde vennootschap voor vermogensbeheer of op dezelfde failliete boedel die in aanmerking komen voor hetzij een terugbetaling in het kader van de depositobescherming, hetzij een schadevergoeding in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, worden opgeteld, per categorie, na wettelijke of conventionele vergelijking van de schulden van die cliënt.
Art. M22. 22. Toutes les créances d'une même personne sur le même établissement de crédit, la même société de bourse, la même société de gestion de fortune ou sur la même masse faillie qui sont éligibles soit pour un remboursement au titre de la protection des dépôts, soit pour une indemnisation au titre de la protection des instruments financiers sont additionnées, par catégorie, après compensation légale ou conventionnelle avec les dettes de ce titulaire.
Art. M23. 23. De kasbons, obligaties en andere bancaire schuldvorderingsbewijzen als bedoeld in punt 9, c), worden in aanmerking genomen voor een terugbetaling in het kader van de depositobescherming, voorzover ze op naam zijn gesteld, op een rekening zijn geplaatst of in open bewaargeving worden gehouden bij de uitgevende kredietinstelling of, als dergelijke effecten bij de emittent niet op een rekening of in open bewaargeving kunnen worden gehouden, bij de door de emittent aangestelde instelling. Als de voormelde effecten minder dan één maand vóór de deficiëntie op naam zijn gesteld, op een rekening zijn geboekt of in open bewaargeving zijn gegeven, worden zij slechts in aanmerking genomen als de houder bewijst dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
Niet op naam gestelde kasbons, obligaties en andere bancaire schuldvorderingen die in punt 9, c), worden bedoeld en die zijn uitgegeven door het Beroepskrediet of door een tot zijn net toegetreden kredietvereniging worden in aanmerking genomen voor terugbetaling in het kader van de depositobescherming voor zover ze op een rekening zijn geboekt of in open bewaring zijn gegeven bij het Beroepskrediet of bij één van deze verenigingen. Wanneer diezelfde effecten zijn uitgegeven door kredietinstellingen die een federatie vormen in de zin van artikel 61 van de wet van 22 maart 1993, worden ze in aanmerking genomen, ongeacht of ze op een rekening zijn geboekt of in open bewaring zijn gegeven bij de centrale instelling dan wel bij één van de aangesloten instellingen.
Niet op naam gestelde kasbons, obligaties en andere bancaire schuldvorderingen die in punt 9, c), worden bedoeld en die zijn uitgegeven door het Beroepskrediet of door een tot zijn net toegetreden kredietvereniging worden in aanmerking genomen voor terugbetaling in het kader van de depositobescherming voor zover ze op een rekening zijn geboekt of in open bewaring zijn gegeven bij het Beroepskrediet of bij één van deze verenigingen. Wanneer diezelfde effecten zijn uitgegeven door kredietinstellingen die een federatie vormen in de zin van artikel 61 van de wet van 22 maart 1993, worden ze in aanmerking genomen, ongeacht of ze op een rekening zijn geboekt of in open bewaring zijn gegeven bij de centrale instelling dan wel bij één van de aangesloten instellingen.
Art. M23. 23. Les bons de caisse, obligations et autres titres bancaires de créances visés au point 9, c), sont admis au remboursement au titre de la protection des dépôts pour autant qu'ils soient nominatifs ou détenus en compte ou en dépôt à découvert auprès de l'établissement de crédit émetteur ou, si l'émetteur n'organise pas de service de compte ou de dépôts à découvert pour de telles valeurs, auprès de l'institution désignée par l'émetteur. Si la mise au nominatif ou en compte ou en dépôt à découvert est intervenue moins d'un mois avant la survenance de la défaillance, les avoirs précités ne seront admis au remboursement que si leur titulaire établit sa bonne foi.
Les bons de caisse, obligations et autres titres bancaires de créance visés au point 9, c) non nominatifs émis par le Crédit professionnel ou par une association de crédit ayant adhéré à son réseau, sont pris en considération en vue d'un remboursement au titre de la protection des dépôts pour autant que la mise en compte ou en dépôt à découvert soit effectuée auprès du Crédit professionnel ou d'une de ces associations. Ces mêmes titres émis par des établissements de crédit formant une fédération au sens de l'article 61 de la loi du 22 mars 1993, sont pris en considération, que la mise en compte ou en dépôt à découvert soit effectuée auprès de l'organisme central ou auprès d'un des établissements affiliés.
Les bons de caisse, obligations et autres titres bancaires de créance visés au point 9, c) non nominatifs émis par le Crédit professionnel ou par une association de crédit ayant adhéré à son réseau, sont pris en considération en vue d'un remboursement au titre de la protection des dépôts pour autant que la mise en compte ou en dépôt à découvert soit effectuée auprès du Crédit professionnel ou d'une de ces associations. Ces mêmes titres émis par des établissements de crédit formant une fédération au sens de l'article 61 de la loi du 22 mars 1993, sont pris en considération, que la mise en compte ou en dépôt à découvert soit effectuée auprès de l'organisme central ou auprès d'un des établissements affiliés.
Art. M24. 24. Wanneer de kasbons, obligaties en andere bancaire schuldvorderingsbewijzen als bedoeld in punt 9, c), of de financiële instrumenten hetzij op naam zijn gesteld van een andere persoon dan de rechthebbende van die tegoeden, hetzij op een rekening zijn geboekt of in open bewaargeving zijn gegeven op naam van een andere persoon dan de rechthebbende van die tegoeden, worden zij slechts in aanmerking genomen voor een terugbetaling in het kader van de depositobescherming of voor een schadevergoeding in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, naar gelang van het geval, als de houder ervan bewijst dat hij er eigenaar van geworden is krachtens een vóór de datum van deficiëntie verworven recht.
Art. M24. 24. Lorsque des bons de caisse, obligations et autres titres bancaires de créances visés au point 9, c) ou des instruments financiers sont soit émis au nom d'une autre personne que l'ayant-droit desdits avoirs, soit en compte ou en dépôt à découvert au nom d'une autre personne que l'ayant-droit desdits avoirs, ils ne sont pris en considération en vue d'un remboursement au titre de la protection des dépôts ou en vue d'une indemnisation au titre de la protection des instruments financiers, selon ce qui est applicable, que si le titulaire prouve qu'il en est devenu propriétaire en vertu d'un droit acquis antérieurement à la date de la défaillance.
Art. M25. 25. De tegoeden die in aanmerking komen voor terugbetaling in het kader van de depositobescherming, worden in aanmerking genomen voor hun bedrag in hoofdsom of voor hun nominale waarde, voor de vervallen of gelopen opbrengsten en voor de waarde van hun eventuele nevenopbrengsten, op de laatste dag vóór de dag waarop de deficiëntie zich heeft voorgedaan.
Art. M25. 25. Les avoirs éligibles pour un remboursement au titre de la protection des dépôts sont pris en considération à concurrence de leur principal ou de leur valeur nominale, des revenus échus ou courus et de la valeur de leurs éventuels accessoires au dernier jour précédant le jour de la survenance de la défaillance.
Art. M26. 26. De tegoeden die in aanmerking komen voor een schadevergoeding in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, worden in aanmerking genomen ten belope van hun marktwaarde, of, bij gebrek aan een marktwaarde en als het schuldvorderingsbewijzen zijn, ten belope van hun terugbetalingswaarde, vermeerderd met de gelopen interesten, of, nog meer in bijkomende orde, ten belope van hun geraamde realisatiewaarde, steeds op de laatste dag vóór de dag waarop de deficiëntie zich heeft voorgedaan. Voor de genoteerde financiële instrumenten wordt de marktwaarde vastgesteld op basis van de gemiddelde koers op de laatste dag waarop zij genoteerd waren vóór de dag waarop de deficiëntie zich heeft voorgedaan.
Art. M26. 26. Les avoirs éligibles pour une indemnisation au titre de la protection des instruments financiers sont pris en considération à concurrence de leur valeur de marché, à défaut et s'il s'agit de titres de créance, à concurrence de leur valeur de remboursement majorée des intérêts courus, à titre plus subsidiaire encore à concurrence de leur valeur estimée de réalisation, le tout au dernier jour précédant le jour de la survenance de la défaillance. Pour les instruments financiers côtés, la valeur de marché est déterminée sur base du cours moyen du dernier jour de cotation précédant le jour de la survenance de la défaillance.
Art. M27. 27. De tegoeden die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming en zijn uitgedrukt in de munt van een Lid-Staat die de gemeenschappelijke munteenheid heeft aangenomen overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, worden in euro omgerekend op basis van de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoersen die door de Raad van de Europese Unie zijn vastgelegd conform artikel 109, L, lid 4 van het voornoemde Verdrag. De tegoeden die zijn uitgedrukt in de munt van een andere Staat, worden in euro omgerekend op basis van de gemiddelde marktkoers op de laatste marktdag vóór de dag waarop de deficiëntie zich heeft voorgedaan.
Art. M27. 27. Les avoirs éligibles libellés en unités monétaires nationales d'un Etat-membre ayant adopté la monnaie unique conformément au Traité instituant la Communauté européenne sont convertis en euros aux taux de conversion irrévocablement fixés arrêtés par le Conseil de l'Union européenne conformément à l'article 109, L, paragraphe 4 du Traité précité. Les avoirs libellés en unités monétaires d'un autre Etat sont convertis en euros aux taux moyen du marché au dernier jour de marché précédant le jour de la survenance de la défaillance.
Art. M28. 28. De tegoeden op een contanten- of effectenrekening waarop ten minste twee personen rechten kunnen doen gelden als leden van een vereniging, een groepering of een onverdeeldheid zonder rechtspersoonlijkheid, worden, behalve in de gevallen bedoeld in punt 29 hierna, beschouwd als toebehorend aan één enkele persoon; als de identiteit van de personen die rechten kunnen doen gelden op de voormelde tegoeden evenwel is of kan worden vastgesteld, wordt het gedeelte dat aan elk van hen toekomt in aanmerking genomen; als het tegendeel niet is bewezen, worden de rechthebbenden geacht eenzelfde aandeel te hebben.
Art. M28. 28. Les avoirs portés à un compte d'espèces ou de titres sur lequel deux personnes au moins ont des droits en qualité de membres d'une association, d'un groupement ou d'une indivision non dotés de la personnalité juridique sont, en dehors des cas prévus au point 29, considérés comme appartenant à une seule personne; toutefois, si ceux qui peuvent faire valoir des droits sur les avoirs précités sont identifiés ou identifiables, la part revenant à chacun d'eux sera prise en compte; à défaut de preuve contraire, les parts des ayants-droit sont présumées égales.
Art. M29. 29. Wanneer ten minste twee personen rechten kunnen doen gelden op het integrale bedrag van tegoeden op een contanten- of effectenrekening en hiervoor de handtekening volstaat van één van die personen, die handelt in een andere hoedanigheid dan als lasthebber, wordt voor die tegoeden een terugbetaling of een schadevergoeding verleend op grond van het aandeel dat toekomt aan elke rechthebbende op die tegoeden; als het tegendeel niet is bewezen, worden de rechthebbenden geacht eenzelfde aandeel te hebben.
Art. M29. 29. Les avoirs portés à un compte d'espèces ou de titres sur l'intégralité duquel deux personnes au moins ont des droits pouvant être exercés sous la signature d'une seule de ces personnes, agissant en une qualité autre que celle de mandataire, sont remboursés ou indemnisés selon les parts revenant aux personnes ayant droit sur ces avoirs; à défaut de preuve contraire, les parts des ayants-droit sont présumées égales.
Art. M30. 30. De tegoeden op rekeningen, geopend op naam van beoefenaars van niet-financiële beroepen, die uitsluitend middelen van derden bevatten en uitsluitend voor verrichtingen met deze middelen worden gebruikt, worden slechts als schuldvorderingen van deze derden erkend wanneer de betrokken rekeningen zijn onderverdeeld in subrubrieken op naam van deze derden in de boekhouding van de instelling die optreedt als bewaarder of wanneer het aandeel van deze derden door de houder van de rekening wordt aangetoond op basis van de mededelingen bij stortingen, overschrijvingen en opvragingen.
Art. M30. 30. Les avoirs inscrits sur des comptes ouverts au nom de professionnels ne relevant pas des professions financières et affectés exclusivement à la détention et au mouvement de fonds de tiers ne sont reconnus comme créances appartenant à ces tiers que si les comptes sont sous-rubriqués au nom de ces tiers dans la comptabilité de l'établissement dépositaire ou si leur part est établie par le titulaire du compte sur base des communications faites lors des versements, virements et retraits.
Art. M31. 31. De andere tegoeden dan bedoeld in punt 30, die worden gehouden door een persoon die optreedt in eigen naam maar voor rekening van een derde, worden beschouwd als toebehorend aan deze derde, wanneer die gekend of identificeerbaar was op het ogenblik waarop de deficiëntie zich heeft voorgedaan.
Art. M31. 31. Les avoirs détenus par une personne, autre que celles visées au point 30, agissant en son nom mais pour compte d'un tiers, sont considérés comme appartenant à ce tiers si celui-ci était déterminé ou déterminable à la date de survenance de la défaillance.
Art. M32. 32. De tegoeden op rekeningen met subrubrieken op naam van individuele cliënten, die door een beursvennootschap zijn geopend bij een instelling die optreedt als bewaarder met toepassing van artikel 77, § 2, tweede lid van de wet van 6 april 1995, worden, bij deficiëntie van de instelling die optreedt als bewaarder, beschouwd als tegoeden van die cliënten.
Art. M32. 32. Les avoirs inscrits sur des comptes sous-rubriqués au nom de clients individuels ouverts par une société de bourse auprès d'un établissement dépositaire en application de l'article 77, § 2, alinéa 2, de la loi du 6 avril 1995 sont, en cas de défaillance de l'établissement dépositaire, considérés comme des avoirs appartenant à ces clients.
Art. M33. 33. De tegoeden op gezamenlijke cliëntenrekeningen die door een beursvennootschap zijn geopend bij een instelling die optreedt als bewaarder met toepassing van artikel 77, § 2, eerste lid van de wet van 6 april 1995, worden, bij deficiëntie van de instelling die optreedt als bewaarder, eveneens beschouwd als tegoeden van de cliënten van die beursvennootschap. Het aandeel van elke cliënt in de tegoeden op de gezamenlijke cliëntenrekeningen die door de beursvennootschap zijn geopend bij de deficiënte instelling die optreedt als bewaarder, wordt verhoudingsgewijs bepaald na aftrek van de bedragen die toekomen aan de beursvennootschap en de in punt 32 bedoelde tegoeden.
Art. M33. 33. Sont également considérés comme des avoirs appartenant aux clients d'une société de bourse en cas de défaillance de l'établissement dépositaire, les avoirs inscrits sur des comptes-clients globaux ouverts par une société de bourse auprès de cet établissement dépositaire en application de l'article 77, § 2, alinéa 1er, de la loi du 6 avril 1995. La part relative de chaque client dans les avoirs inscrits sur les comptes-clients globaux ouverts par la société de bourse auprès du dépositaire défaillant est déterminée par application d'une règle proportionnelle après déduction des avoirs revenant à la société de bourse et des avoirs visés au point 32.
Art. M34. 34. De tegemoetkomingen waarvan sprake in de punten 32 en 33 worden aan de betrokken cliënten betaald tegen ondertekening van een kwijting waardoor :
a) de schulden van de beursvennootschap ten belope van het door het Fonds betaalde bedrag met betrekking tot de in de punten 32 en 33 bedoelde tegoeden worden kwijtgescholden;
b) de beursvennootschap haar eventuele vorderings- en terugvorderingsrechten overdraagt aan het Fonds, ten belope van het door het Fonds betaalde bedrag met betrekking tot de in de punten 32 en 33 bedoelde tegoeden;
c) de cliënt ermee instemt om het door het Fonds betaalde tegemoetkomingsbedrag met betrekking tot de in de punten 32 en 33 bedoelde tegoeden, af te trekken van de tegemoetkoming waarop hij aanspraak zou kunnen maken in het kader van de depositobescherming ingeval de beursvennootschap in gebreke zou blijven als gevolg van de deficiëntie van de instelling die optreedt als bewaarder.
a) de schulden van de beursvennootschap ten belope van het door het Fonds betaalde bedrag met betrekking tot de in de punten 32 en 33 bedoelde tegoeden worden kwijtgescholden;
b) de beursvennootschap haar eventuele vorderings- en terugvorderingsrechten overdraagt aan het Fonds, ten belope van het door het Fonds betaalde bedrag met betrekking tot de in de punten 32 en 33 bedoelde tegoeden;
c) de cliënt ermee instemt om het door het Fonds betaalde tegemoetkomingsbedrag met betrekking tot de in de punten 32 en 33 bedoelde tegoeden, af te trekken van de tegemoetkoming waarop hij aanspraak zou kunnen maken in het kader van de depositobescherming ingeval de beursvennootschap in gebreke zou blijven als gevolg van de deficiëntie van de instelling die optreedt als bewaarder.
Art. M34. 34. Le paiement des interventions relatives aux avoirs visés aux points 32 et 33 est subordonné à la signature d'une quittance comprenant :
a) une remise de dette du client en faveur de la société de bourse à concurrence du montant payé par le Fonds relativement aux avoirs visés aux points 32 et 33;
b) une cession au Fonds par la société de bourse de ses droits de créance et de revendication éventuels, à concurrence du montant payé par le Fonds relativement aux avoirs visés aux points 32 et 33;
c) un accord du client d'imputer le montant de l'intervention payée par le Fonds relativement aux avoirs visés aux points 32 et 33, sur l'intervention à laquelle il pourrait prétendre au titre de la garantie des dépôts en cas de défaillance de la société de bourse consécutive à la défaillance de l'établissement dépositaire.
a) une remise de dette du client en faveur de la société de bourse à concurrence du montant payé par le Fonds relativement aux avoirs visés aux points 32 et 33;
b) une cession au Fonds par la société de bourse de ses droits de créance et de revendication éventuels, à concurrence du montant payé par le Fonds relativement aux avoirs visés aux points 32 et 33;
c) un accord du client d'imputer le montant de l'intervention payée par le Fonds relativement aux avoirs visés aux points 32 et 33, sur l'intervention à laquelle il pourrait prétendre au titre de la garantie des dépôts en cas de défaillance de la société de bourse consécutive à la défaillance de l'établissement dépositaire.
Art. M35. 35. Wanneer de houder van tegoeden schulden of verbintenissen heeft tegenover de deficiënte kredietinstelling, beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer waarvoor geen schuldvergelijking mogelijk is als bedoeld in punt 22, wordt de terugbetaling pas verricht na aftrek van het bedrag ervan, behalve wanneer deze schulden en verbintenissen worden gewaarborgd door andere door het Fonds toereikend geachte zekerheden dan de tegoeden waarvoor een tegemoetkoming wordt gevraagd.
Art. M35. 35. Si le titulaire des avoirs a des dettes ou des engagements envers l'établissement de crédit, la société de bourse ou la société de gestion de fortune défaillant qui ne peuvent faire l'objet de la compensation prévue au point 22, le paiement de l'intervention n'est effectué qu'après déduction de leur montant, sauf si ces dettes et engagements sont garantis par des sûretés jugées suffisantes par le Fonds, autres que les avoirs pour lesquels une intervention est demandée.
Afdeling 6. - Uitsluitingen.
Section 6. - Exclusions.
Art. M36. 36. Het Fonds verleent geen terugbetaling of schadevergoeding voor :
1° de tegoeden van ondernemingen en instellingen die tot de volgende categorieën behoren :
a) de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht die handelen in eigen naam en voor eigen rekening;
b) de financiële instellingen naar Belgisch recht in de zin van artikel 3, § 1, 5° van de wet van 22 maart 1993 en soortgelijke financiële instellingen die in het buitenland zijn gevestigd;
c) de Belgische ondernemingen die vallen onder de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de Belgische pensioenfondsen en -instellingen die niet onder die wet vallen en de buitenlandse ondernemingen met een gelijkaardig bedrijf in de verzekerings- en pensioensector;
d) de Belgische en buitenlandse instellingen voor collectieve belegging;
e) de vennootschappen of ondernemingen naar Belgisch recht of naar het recht van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap, die een zodanige omvang hebben dat zij geen verkorte balans mogen opstellen overeenkomstig artikel 11 van de vierde richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978, genomen op de grondslag van artikel 54, lid 3, punt g) van het Verdrag, betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, alsook de vennootschappen of ondernemingen met een gelijkaardige omvang die ressorteren onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschap;
2° de tegoeden van de Staten, van de Belgische Gemeenschappen, Gewesten, provincies en gemeenten, van gelijkaardige buitenlandse overheden, van alle Belgische of buitenlandse instellingen van openbaar nut die onder die autoriteiten ressorteren en van de verenigingen die zij onderling hebben opgericht;
3° de tegoeden van bestuurders, zaakvoerders en andere personen die in feite of in rechte deelnemen aan het effectieve bestuur van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer, de tegoeden van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten en de personen of vennootschappen die rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 5 % bezitten in het kapitaal van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer, alsook de tegoeden van de personen die belast zijn met het wettelijk toezicht op de rekeningen of op de boekhouding van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer;
4° de tegoeden van andere ondernemingen van de groep waartoe de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer behoort; onder groep wordt het geheel van ondernemingen verstaan die de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer rechtstreeks of onrechtstreeks controleren, alsook de dochtervennootschappen van die ondernemingen en van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer;
5° de tegoeden waarvoor de cliënt van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer individueel betere rentetarieven en financiële voordelen heeft verkregen dan tijdens diezelfde periode werden toegekend voor tegoeden van dezelfde aard, in dezelfde munt, uit dezelfde categorie, met dezelfde looptijd en voor hetzelfde bedrag, en die hebben bijgedragen tot de verslechtering van de financiële positie van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer;
6° de tegoeden die voortkomen uit transacties waarvoor een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken, die in kracht van gewijsde is gegaan, wegens het witwassen van geld, in België in de zin van de wet van 11 januari 1993, of in het buitenland in de zin van artikel 1 van richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld;
7° de verplichtingen die voortvloeien uit het onderschrijven van handelspapier, zoals eigen accepten en promessen;
8° wat de kredietinstellingen betreft, de tegoeden, inzonderheid de achtergestelde vorderingen, die behoren tot de categorieën vermeld in artikel 2 van richtlijn 89/299/EEG van de Raad van 17 april 1989 betreffende het eigen vermogen van kredietinstellingen, zonder evenwel rekening te houden met de beperkende voorwaarden van die bepaling, alsook de tegoeden vermeld in artikel 3 van diezelfde richtlijn.
1° de tegoeden van ondernemingen en instellingen die tot de volgende categorieën behoren :
a) de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht die handelen in eigen naam en voor eigen rekening;
b) de financiële instellingen naar Belgisch recht in de zin van artikel 3, § 1, 5° van de wet van 22 maart 1993 en soortgelijke financiële instellingen die in het buitenland zijn gevestigd;
c) de Belgische ondernemingen die vallen onder de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de Belgische pensioenfondsen en -instellingen die niet onder die wet vallen en de buitenlandse ondernemingen met een gelijkaardig bedrijf in de verzekerings- en pensioensector;
d) de Belgische en buitenlandse instellingen voor collectieve belegging;
e) de vennootschappen of ondernemingen naar Belgisch recht of naar het recht van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap, die een zodanige omvang hebben dat zij geen verkorte balans mogen opstellen overeenkomstig artikel 11 van de vierde richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978, genomen op de grondslag van artikel 54, lid 3, punt g) van het Verdrag, betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, alsook de vennootschappen of ondernemingen met een gelijkaardige omvang die ressorteren onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschap;
2° de tegoeden van de Staten, van de Belgische Gemeenschappen, Gewesten, provincies en gemeenten, van gelijkaardige buitenlandse overheden, van alle Belgische of buitenlandse instellingen van openbaar nut die onder die autoriteiten ressorteren en van de verenigingen die zij onderling hebben opgericht;
3° de tegoeden van bestuurders, zaakvoerders en andere personen die in feite of in rechte deelnemen aan het effectieve bestuur van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer, de tegoeden van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten en de personen of vennootschappen die rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 5 % bezitten in het kapitaal van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer, alsook de tegoeden van de personen die belast zijn met het wettelijk toezicht op de rekeningen of op de boekhouding van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer;
4° de tegoeden van andere ondernemingen van de groep waartoe de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer behoort; onder groep wordt het geheel van ondernemingen verstaan die de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer rechtstreeks of onrechtstreeks controleren, alsook de dochtervennootschappen van die ondernemingen en van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer;
5° de tegoeden waarvoor de cliënt van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer individueel betere rentetarieven en financiële voordelen heeft verkregen dan tijdens diezelfde periode werden toegekend voor tegoeden van dezelfde aard, in dezelfde munt, uit dezelfde categorie, met dezelfde looptijd en voor hetzelfde bedrag, en die hebben bijgedragen tot de verslechtering van de financiële positie van de kredietinstelling, de beursvennootschap of de vennootschap voor vermogensbeheer;
6° de tegoeden die voortkomen uit transacties waarvoor een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken, die in kracht van gewijsde is gegaan, wegens het witwassen van geld, in België in de zin van de wet van 11 januari 1993, of in het buitenland in de zin van artikel 1 van richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld;
7° de verplichtingen die voortvloeien uit het onderschrijven van handelspapier, zoals eigen accepten en promessen;
8° wat de kredietinstellingen betreft, de tegoeden, inzonderheid de achtergestelde vorderingen, die behoren tot de categorieën vermeld in artikel 2 van richtlijn 89/299/EEG van de Raad van 17 april 1989 betreffende het eigen vermogen van kredietinstellingen, zonder evenwel rekening te houden met de beperkende voorwaarden van die bepaling, alsook de tegoeden vermeld in artikel 3 van diezelfde richtlijn.
Art. M36. 36. Ne sont pas éligibles pour un remboursement ou pour une indemnisation par le Fonds :
1° les avoirs des entreprises et organismes relevant des catégories suivantes :
a) les établissements de crédit et les entreprises d'investissement de droit belge ou étranger agissant en leur nom propre et pour leur compte;
b) les établissements financiers de droit belge au sens de l'article 3, § 1er, 5° de la loi du 22 mars 1993 et les établissements financiers similaires établis à l'étranger;
c) les entreprises belges régies par la loi du 9 juillet 1975 sur le contrôle des entreprises d'assurances, les fonds et organismes de pension ou de retraite belges non soumis à cette loi et les institutions d'assurance, de pension, ou de retraite étrangères ayant une activité similaire;
d) les organismes de placement collectif belges et étrangers;
e) les sociétés ou entreprises relevant du droit belge ou du droit d'un autre Etat, membre de la Communauté européenne dont la dimension est telle qu'elles ne sont pas autorisées à établir un bilan abrégé conformément à l'article 11 de la quatrième directive 78/660/CEE du Conseil du 25 juillet 1978, fondée sur l'article 54, § 3, point g) du Traité et concernant les comptes annuels de certaines formes de sociétés, ainsi que les sociétés ou entreprises de dimension comparable relevant du droit d'un Etat, non membre de la Communauté européenne;
2° les avoirs des Etats, des régions, communautés, provinces et communes belges, des collectivités étrangères similaires, de tous organismes d'intérêt public belges ou étrangers relevant de ces autorités, et des associations constituées entre elles;
3° les avoirs des administrateurs, des gérants et des autres personnes participant, en fait ou en droit, à la gestion effective de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune, les avoirs des associés personnellement responsables et des personnes ou sociétés qui détiennent directement ou indirectement au moins 5 % du capital de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune, ainsi que les avoirs des personnes chargées du contrôle légal des comptes ou de la situation comptable de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune;
4° les avoirs d'autres entreprises du groupe auquel appartient l'établissement de crédit, la société de bourse ou la société de gestion de fortune; par groupe, il y a lieu d'entendre l'ensemble des entreprises qui contrôlent directement ou indirectement l'établissement de crédit, la société de bourse ou la société de gestion de fortune ainsi que les filiales de ces entreprises, de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune;
5° les avoirs pour lesquels le titulaire a obtenu de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune, à titre individuel, des taux et avantages financiers dépassant ceux consentis par cet établissement ou société à la même époque pour des avoirs de même nature, de même monnaie, de même catégorie, de même durée et de même montant, et qui ont contribué à aggraver la situation financière de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune;
6° les avoirs découlant des opérations pour lesquelles une condamnation pénale passée en force de chose jugée a été prononcée pour un délit de blanchiment de capitaux, au sens, en Belgique, de la loi du 11 janvier 1993 ou au sens, à l'étranger, de l'article 1er de la directive 91/308/CEE du Conseil du 10 juin 1991 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux;
7° les engagements découlant de la signature d'effets de commerce, tels que les acceptations propres et les billets à ordre;
8° pour ce qui est des établissements de crédit, les avoirs, notamment les créances subordonnées, appartenant aux catégories reprises à l'article 2 de la directive 89/299/CEE du Conseil du 17 avril 1989 concernant les fonds propres des établissements des crédit, sans avoir égard, cependant, aux conditions restrictives contenues dans cette disposition de même que les avoirs repris à l'article 3 de la même directive.
1° les avoirs des entreprises et organismes relevant des catégories suivantes :
a) les établissements de crédit et les entreprises d'investissement de droit belge ou étranger agissant en leur nom propre et pour leur compte;
b) les établissements financiers de droit belge au sens de l'article 3, § 1er, 5° de la loi du 22 mars 1993 et les établissements financiers similaires établis à l'étranger;
c) les entreprises belges régies par la loi du 9 juillet 1975 sur le contrôle des entreprises d'assurances, les fonds et organismes de pension ou de retraite belges non soumis à cette loi et les institutions d'assurance, de pension, ou de retraite étrangères ayant une activité similaire;
d) les organismes de placement collectif belges et étrangers;
e) les sociétés ou entreprises relevant du droit belge ou du droit d'un autre Etat, membre de la Communauté européenne dont la dimension est telle qu'elles ne sont pas autorisées à établir un bilan abrégé conformément à l'article 11 de la quatrième directive 78/660/CEE du Conseil du 25 juillet 1978, fondée sur l'article 54, § 3, point g) du Traité et concernant les comptes annuels de certaines formes de sociétés, ainsi que les sociétés ou entreprises de dimension comparable relevant du droit d'un Etat, non membre de la Communauté européenne;
2° les avoirs des Etats, des régions, communautés, provinces et communes belges, des collectivités étrangères similaires, de tous organismes d'intérêt public belges ou étrangers relevant de ces autorités, et des associations constituées entre elles;
3° les avoirs des administrateurs, des gérants et des autres personnes participant, en fait ou en droit, à la gestion effective de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune, les avoirs des associés personnellement responsables et des personnes ou sociétés qui détiennent directement ou indirectement au moins 5 % du capital de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune, ainsi que les avoirs des personnes chargées du contrôle légal des comptes ou de la situation comptable de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune;
4° les avoirs d'autres entreprises du groupe auquel appartient l'établissement de crédit, la société de bourse ou la société de gestion de fortune; par groupe, il y a lieu d'entendre l'ensemble des entreprises qui contrôlent directement ou indirectement l'établissement de crédit, la société de bourse ou la société de gestion de fortune ainsi que les filiales de ces entreprises, de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune;
5° les avoirs pour lesquels le titulaire a obtenu de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune, à titre individuel, des taux et avantages financiers dépassant ceux consentis par cet établissement ou société à la même époque pour des avoirs de même nature, de même monnaie, de même catégorie, de même durée et de même montant, et qui ont contribué à aggraver la situation financière de l'établissement de crédit, de la société de bourse ou de la société de gestion de fortune;
6° les avoirs découlant des opérations pour lesquelles une condamnation pénale passée en force de chose jugée a été prononcée pour un délit de blanchiment de capitaux, au sens, en Belgique, de la loi du 11 janvier 1993 ou au sens, à l'étranger, de l'article 1er de la directive 91/308/CEE du Conseil du 10 juin 1991 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux;
7° les engagements découlant de la signature d'effets de commerce, tels que les acceptations propres et les billets à ordre;
8° pour ce qui est des établissements de crédit, les avoirs, notamment les créances subordonnées, appartenant aux catégories reprises à l'article 2 de la directive 89/299/CEE du Conseil du 17 avril 1989 concernant les fonds propres des établissements des crédit, sans avoir égard, cependant, aux conditions restrictives contenues dans cette disposition de même que les avoirs repris à l'article 3 de la même directive.
Afdeling 7. - Tegemoetkomingsprocedure.
Section 7. - Procédure d'intervention.
Art. M37. 37. Het Fonds maakt in het Belgisch Staatsblad bekend dat zich een deficiëntie voordoet en welke termijnen zijn vooropgesteld om de tegemoetkomingen te betalen. Het Fonds maakt diezelfde informatie openbaar in de vestigingslanden van de bijkantoren van kredietinstellingen, beursvennootschappen of vennootschappen voor vermogensbeheer naar Belgisch recht waarvan de verbintenissen door de Belgische regeling zijn gedekt, op de aldaar officiële of gebruikelijke wijze.
Art. M37. 37. La survenance d'un cas de défaillance ainsi que les délais prévisibles pour le paiement des interventions font l'objet, par le Fonds, d'une publicité au Moniteur belge. Le Fonds fait publier ces mêmes informations selon les modes officiels ou usuels dans les Etats d'implantation des succursales d'établissements de crédit, de sociétés de bourse ou de sociétés de gestion de fortune de droit belge dont les engagements sont couverts par le système belge.
Art. M38. 38. Behalve in het geval waarin een houder van tegoeden die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming, om gewettigde redenen aanvaard door het Fonds, niet in staat was om zijn tegemoetkomingsaanvraag tijdig in te dienen, moeten de tegemoetkomingsaanvragen, op straffe van verval, bij het Fonds worden ingediend uiterlijk bij het verstrijken van een termijn van 2 maanden voor de tegoeden die in aanmerking komen voor een terugbetaling in het kader van de depositobescherming en van 5 maanden voor de tegoeden die in aanmerking komen voor een schadevergoeding in het kader van de bescherming van financiële instrumenten. De termijn loopt vanaf de in punt 37 bedoelde bekendmaking door het Fonds dat zich een deficiëntie voordoet.
Het Fonds kan die termijnen verlengen. Het maakt zijn beslissing bekend overeenkomstig punt 37.
Het Fonds kan die termijnen verlengen. Het maakt zijn beslissing bekend overeenkomstig punt 37.
Art. M38. 38. Sauf le cas où un titulaire d'avoirs éligibles n'a pas été en mesure de faire valoir à temps, pour des motifs légitimes reconnus par le Fonds, son droit à une intervention, la demande d'intervention doit, sous peine de déchéance, être introduite auprès du Fonds au plus tard à l'expiration d'un délai de deux mois pour les avoirs éligibles au titre de la protection des dépôts et de cinq mois pour les avoirs éligibles au titre de la protection des instruments financiers. Le délai court à dater de la publication par le Fonds, visée au point 37, d'un cas de défaillance. Le Fonds peut prolonger ces délais. Il publie sa décision selon les mêmes modalités que celles prévues au point 37.
Art. M39. 39. Bij faillissement of gerechtelijk akkoord moet de schuldeiser bij de betrokken organen aangifte hebben gedaan van zijn schuldvordering en mag voor de schuldvordering nog geen uitkering in een faillissement noch krachtens een gerechtelijk akkoord zijn geschied.
Art. M39. 39. En cas de faillite ou de concordat judiciaire, le titulaire doit avoir fait la déclaration de sa créance aux organes concernés et cette dernière ne peut avoir déjà fait l'objet d'une distribution de dividendes de faillite ou de paiement concordataire.
Art. M40. 40. In het geval van kredietinstellingen die een federatie vormen in de zin van artikel 61 van de voornoemde wet van 22 maart 1993 of voor de verbintenissen van een kredietinstelling waartoe één of meer andere kredietinstellingen hoofdelijk verbonden zijn, dient het Fonds pas een financiële tegemoetkoming te verlenen nadat de cliënten eerst tevergeefs, naar gelang van het geval, een terugbetaling, een teruggave of een schadeloosstelling van hun tegoeden hebben gevorderd van, respectievelijk, de centrale instelling van de federatie of de hoofdelijk verbonden instellingen.
Art. M40. 40. Dans le cas d'établissements de crédit formant une fédération au sens de l'article 61 de la loi du 22 mars 1993 ou pour les engagements d'un établissement de crédit dont un ou plusieurs autres établissements de crédit sont tenus solidairement, le Fonds n'est tenu de procéder à une intervention financière qu'après que les titulaires d'avoirs aient réclamé en vain, selon le cas, le remboursement, la restitution ou l'indemnisation de ceux-ci respectivement à l'organisme central de la fédération ou aux établissements tenus solidairement.
Art. M41. 41. Het Fonds keert de tegemoetkomingen uit binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum van de deficiëntie, voor tegoeden die daarvoor in aanmerking komen in het kader van de depositobescherming, en binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de dag waarop is vastgesteld dat de vordering voor een tegemoetkoming in aanmerking komt en het bedrag ervan is bepaald, voor tegoeden die daarvoor in aanmerking komen in het kader van de bescherming van financiële instrumenten.
Art. M41. 41. Le Fonds procède au paiement des interventions dans un délai de trois mois à compter de la date de la défaillance pour les avoirs éligibles au titre de la protection des dépôts et dans un délai de trois mois à compter de la date à laquelle l'éligibilité et le montant de la créance ont été établis pour les avoirs éligibles au titre de la protection des instruments financiers.
Art. M42. 42. In zeer uitzonderlijke omstandigheden kan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen beslissen de in punt 41 bedoelde termijnen te verlengen voor de betaling van de tegemoetkomingen met betrekking tot een welbepaalde kredietinstelling, beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer. De Commissie kan ten hoogste driemaal een verlenging toestaan van de termijn voor de betaling van de tegemoetkomingen die worden verleend in het kader van de depositobescherming; elke verlenging mag niet meer dan 3 maanden bedragen. Zij kan slechts eenmaal een verlenging toestaan van de termijn voor de uitkering van de schadevergoeding in het kader van de bescherming van financiële instrumenten; die verlenging mag niet meer dan 3 maanden bedragen. Het Fonds maakt de beslissing van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen openbaar overeenkomstig punt 37.
Art. M42. 42. Les délais visés au point 41 peuvent être prolongés par décision de la Commission bancaire et financière, dans des circonstances très exceptionnelles et pour le paiement des interventions relatives à un établissement de crédit, une société de bourse ou une société de gestion de fortune déterminé. Trois prolongations, au plus, peuvent être accordées pour le paiement des interventions à effectuer au titre de la garantie des dépôts, ne pouvant, chacune, dépasser trois mois. Une seule prolongation peut être accordée pour le paiement des paiements à effectuer au titre de la protection des instruments financiers, ne pouvant dépasser trois mois. Le Fonds publie la décision de la Commission bancaire et financière selon les mêmes modalités que celles prévues au point 37.
Art. M43. 43. Het Fonds verleent geen tegemoetkoming aan een houder van tegoeden die daarvoor in aanmerking komen, als hij, voor de toepassing van de beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten, valse verklaringen zou hebben afgelegd of fraude zou hebben gepleegd, inzonderheid in verband met deze regeling of met de geldende wetten en besluiten voor de kredietinstellingen, de beursvennootschappen of de vennootschappen voor vermogensbeheer, dan wel voor de relaties tussen die instellingen en vennootschappen en hun cliënteel.
Art. M43. 43. Le Fonds n'intervient pas pour les avoirs éligibles dont le titulaire aurait fait de fausses déclarations pour l'application du système de protection des dépôts et des instruments financiers ou aurait commis des fraudes, spécialement par rapport à ce système ou par rapport aux lois et arrêtés applicables aux établissements de crédit, aux sociétés de bourse ou aux sociétés de gestion de fortune ou aux relations entre ces établissements et sociétés et leur clientèle.
Art. M44. 44. Niettegenstaande de in de punten 41 en 42 bepaalde termijnen, kan het Fonds, als de cliënt de gevraagde gegevens voor het onderzoek van zijn aanvraag om terugbetaling of schadevergoeding niet verstrekt, dan wel bij twijfel over de gegrondheid van de gegevens waarop die aanvraag steunt, de uitkering van de tegemoetkoming opschorten, tot de gevraagde gegevens worden verstrekt dan wel tot het bewijs wordt geleverd dat de hierboven bedoelde gegevens gegrond zijn. Bij faillissement of gerechtelijk akkoord kan het Fonds de uitkering van de tegemoetkoming opschorten tot de vordering mag worden opgenomen in het passief van het faillissement of het gerechtelijk akkoord.
Art. M44. 44. Nonobstant les délais prévus aux points 41 et 42, le Fonds peut, si le titulaire ne fournit pas les renseignements nécessaires à l'instruction de sa demande de remboursement ou d'indemnisation ou en cas de doute sur le bien-fondé des éléments produits à l'appui de ladite demande, suspendre le paiement de l'intervention jusqu'à ce que les renseignements demandés lui soient fournis ou jusqu'à ce que la preuve du bien-fondé des éléments visés ci-dessus lui soit fournie. En cas de faillite ou de concordat judiciaire, le Fonds peut suspendre le paiement de l'intervention jusqu'à l'admission de la créance au passif de la faillite ou du concordat judiciaire.
Art. M45. 45. De tegemoetkoming kan slechts worden betaald voorzover :
1° de houder van tegoeden die daarvoor in aanmerking komen, de uitdrukkelijke en gelijktijdige in de plaatstreding van het Fonds aanvaardt in zijn schuldvordering en eventuele terugvorderingsrechten;
2° de houder, ingeval hij slechts gedeeltelijk wordt terugbetaald of vergoed, in afwijking van artikel 1252 van het Burgerlijk Wetboek aanvaardt zijn rechten, voor wat hem nog verschuldigd blijft, uit te oefenen in rang gelijk met het Fonds;
3° de houder de verklaringen ondertekent over de vereiste voorwaarden voor de betaling van de tegemoetkomingen;
4° de houder de tegoeden die daarvoor in aanmerking komen, overdraagt aan het Fonds in het vooruitzicht van zijn tegemoetkoming en de eventuele daaruit volgende procedures. Het Fonds beheert de aldus overgedragen tegoeden in het gezamenlijk belang van de houder en van zichzelf. Het stort aan de houder wat het heeft teruggewonnen, na aftrek van het bedrag van de uitgekeerde tegemoetkoming.
1° de houder van tegoeden die daarvoor in aanmerking komen, de uitdrukkelijke en gelijktijdige in de plaatstreding van het Fonds aanvaardt in zijn schuldvordering en eventuele terugvorderingsrechten;
2° de houder, ingeval hij slechts gedeeltelijk wordt terugbetaald of vergoed, in afwijking van artikel 1252 van het Burgerlijk Wetboek aanvaardt zijn rechten, voor wat hem nog verschuldigd blijft, uit te oefenen in rang gelijk met het Fonds;
3° de houder de verklaringen ondertekent over de vereiste voorwaarden voor de betaling van de tegemoetkomingen;
4° de houder de tegoeden die daarvoor in aanmerking komen, overdraagt aan het Fonds in het vooruitzicht van zijn tegemoetkoming en de eventuele daaruit volgende procedures. Het Fonds beheert de aldus overgedragen tegoeden in het gezamenlijk belang van de houder en van zichzelf. Het stort aan de houder wat het heeft teruggewonnen, na aftrek van het bedrag van de uitgekeerde tegemoetkoming.
Art. M45. 45. Le paiement de l'intervention ne peut être fait que si :
1° le titulaire des avoirs éligibles accepte de subroger expressément et simultanément le Fonds dans sa créance et dans ses droits de revendication éventuels;
2° dans les cas où le titulaire n'est remboursé ou indemnisé que partiellement, il accepte, par dérogation à l'article 1252 du Code civil, de n'exercer ses droits pour ce qui lui reste dû qu'à rang égal avec le Fonds;
3° le titulaire signe les déclarations relatives aux conditions imposées pour la mise en oeuvre du paiement des interventions;
4° le titulaire des avoirs éligibles cède ceux-ci au Fonds aux fins de son intervention et des éventuelles procédures consécutives à celle-ci. Le Fonds gère les avoirs ainsi cédés dans l'intérêt commun du titulaire et de lui-même. Il verse au titulaire ce qu'il a récupéré, sous déduction du montant de l'intervention payée.
1° le titulaire des avoirs éligibles accepte de subroger expressément et simultanément le Fonds dans sa créance et dans ses droits de revendication éventuels;
2° dans les cas où le titulaire n'est remboursé ou indemnisé que partiellement, il accepte, par dérogation à l'article 1252 du Code civil, de n'exercer ses droits pour ce qui lui reste dû qu'à rang égal avec le Fonds;
3° le titulaire signe les déclarations relatives aux conditions imposées pour la mise en oeuvre du paiement des interventions;
4° le titulaire des avoirs éligibles cède ceux-ci au Fonds aux fins de son intervention et des éventuelles procédures consécutives à celle-ci. Le Fonds gère les avoirs ainsi cédés dans l'intérêt commun du titulaire et de lui-même. Il verse au titulaire ce qu'il a récupéré, sous déduction du montant de l'intervention payée.
Art. M46. 46. Tot een gerechtelijke beslissing is genomen die in kracht van gewijsde is gegaan, schorst het Fonds de terugbetaling of vergoeding van tegoeden die daarvoor in aanmerking komen, wanneer hun houder of één van hun houders of enige andere persoon die rechten kan doen gelden op die tegoeden, is beschuldigd van een misdrijf in verband met witwassen van geld, waarvan de betrokken tegoeden worden vermoed afkomstig te zijn, als bedoeld, in België, in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 of als bedoeld, in het buitenland, in artikel 1 van richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld.
Art. M46. 46. Jusqu'à décision judiciaire passée en force de chose jugée, le Fonds suspend le remboursement ou l'indemnisation des avoirs éligibles lorsque son titulaire ou l'un de ses titulaires ou toute autre personne ayant des droits sur ces avoirs a été inculpé d'un délit de blanchiment de capitaux, dont ces avoirs sont le produit supposé, au sens, en Belgique, de l'article 3 de la loi du 11 janvier 1993 ou au sens, à l'étranger, de l'article 1er de la directive 91/308/CEE du Conseil du 10 juin 1991 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux.
Afdeling 8. - Beperkingen op de uitvoering van de verbintenissen van het Fonds.
Section 8. - Limites mises à l'exécution de l'engagement du Fonds.
Art. M47. 47. Wanneer het Fonds van oordeel is dat de beschikbare middelen van de beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten niet zullen volstaan om alle tegoeden die daarvoor in aanmerking komen terug te betalen of te vergoeden, maakt het Fonds, op basis van de gegevens waarover het beschikt, met name vanwege de curator, een raming van, enerzijds, het totaalbedrag van de terugbetalingen en schadevergoedingen die zouden moeten worden verleend op grond van de bepalingen van de punten 7 tot 46, en, anderzijds, van het gedeelte van de schuldvorderingen op de betrokken instelling of vennootschap dat niet kan worden teruggewonnen.
Art. M47. 47. Si le Fonds est d'avis que les disponibilités du système de protection des dépôts et des instruments financiers ne seront pas suffisantes pour rembourser ou pour indemniser l'ensemble des avoirs éligibles, le Fonds procède, en fonction des informations dont il dispose, notamment de la part du curateur, à une estimation, d'une part, du montant total des remboursements et indemnisations qui seraient à effectuer sur base des dispositions prévues aux points 7 à 46 et, d'autre part, de la quotité non récupérable des créances sur l'établissement ou la société en cause.
Art. M48. 48. Het Fonds kan de uitkering van de terugbetalingen en schadevergoedingen uitstellen tot het de in punt 47 bedoelde ramingen heeft kunnen maken en uiterlijk tot het verstrijken van de overeenkomstig de punten 41 en 42 vastgestelde termijnen.
Art. M48. 48. Le Fonds peut différer les remboursements et indemnisations jusqu'à ce qu'il ait pu procéder aux estimations prévues au point 47 et, au plus tard, jusqu'à l'écoulement des délais fixés conformément aux points 41 et 42.
Art. M49. 49. Het Bestuurscomité van het Fonds beperkt de terugbetalingen en schadevergoedingen op de wijze die het zelf vaststelt, naar verhouding van de beschikbare middelen van de beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten, als de beschikbare middelen op de dag waarop de deficiëntie zich voordoet, lager zijn dan het geraamde niet terug te winnen bedrag van de terugbetalingen en schadevergoedingen die zouden moeten worden uitgekeerd op grond van de bepalingen van de punten 7 tot 46, vermeerderd met de kosten voor de tegemoetkomingen.
Art. M49. 49. Selon les modalités fixées par lui, le Comité de direction du Fonds réduit proportionnellement les remboursements et indemnisations au montant des disponibilités du système de protection des dépôts et des instruments financiers si le montant de celles-ci à la date de survenance du cas de défaillance est inférieur au montant estimé non récupérable des remboursements et indemnisations qui seraient à effectuer sur la base des dispositions des points 7 à 46, additionnés des charges afférentes aux interventions.
Art. M50. 50. Wanneer, ingevolge een beperking als bepaald in punt 49, de beschikbare middelen van de beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten op de dag van die beperking niet integraal zijn uitgekeerd, worden het batig saldo en de terugwinningen waarmee geen rekening werd gehouden bij de raming, toegekend aan de houders van tegoeden die voor een tegemoetkoming in aanmerking komen, zonder dat het totaalbedrag van de terugbetalingen en schadevergoedingen, rekening houdend met de bepalingen van punt 51, hoger kan liggen dan de maximumbedragen bedoeld in de punten 14 tot 19.
Art. M50. 50. Lorsque, à la suite d'une réduction opérée conformément au point 49, le montant des disponibilités du système de protection des dépôts et des instruments financiers disponible à la date de cette réduction n'a pas été entièrement distribué, le surplus et les récupérations par rapport aux estimations sont attribués aux titulaires d'avoirs éligibles, sans pouvoir porter les remboursements et indemnisations totaux, compte tenu des dispositions du point 51, au-delà des montants prévus aux points 14 à 19.
Art. M51. 51. De wedersamenstelling van beschikbare middelen van de beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten door de normale storting van bijdragen overeenkomstig de financieringsregels van de voornoemde regeling, wordt bij voorrang aangewend ter aanvulling van de terugbetalingen en schadevergoedingen die moesten worden beperkt krachtens punt 49.
Art. M51. 51. La reconstitution de moyens disponibles du système de protection des dépôts et des instruments financiers, par l'effet des versements ordinaires de contributions conformément aux règles de financement dudit système, sert, par priorité, au complément des remboursements et indemnisations qui ont dû être réduits en vertu du point 49.
Art. M52. 52. Tot de uiteindelijke afrekening heeft het Fonds het recht om de uitkering van aanvullende terugbetalingen en schadevergoedingen bedoeld in de punten 50 en 51 op te schorten, als die terugbetalingen en schadevergoedingen per cliënt niet ten minste de tegenwaarde van 500 euro bedragen.
Art. M52. 52. Le Fonds est en droit de surseoir, jusqu'au décompte final, au versement de remboursements ou indemnisations complémentaires prévus aux points 50 et 51 si ces remboursements et indemnisations n'atteignent pas, par bénéficiaire, au moins la contre-valeur de 500 euros.
Afdeling 9. - Tegemoetkoming in het kader van een vereffening, een financiële sanering of een overname van het bedrijf van een kredietinstelling, een beursvennootschap of een vennootschap voor vermogensbeheer.
Section 9. - Intervention dans le cadre d'une liquidation, d'un assainissement financier ou d'une reprise d'activités d'un établissement de crédit, d'une société de bourse ou d'une société de gestion de fortune.
Art. M53. 53. Binnen de grenzen van de beschikbare financiële middelen van de beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten, kan het Fonds, onder bepaalde voorwaarden, preventief zijn financiële steun toekennen om een vereffening, sanering of overname van het bedrijf mogelijk te maken van een kredietinstelling, een beursvennootschap of een vennootschap voor vermogensbeheer waarvan de goede afloop van de verbintenissen in gevaar is.
Art. M53. 53. Dans les limites des disponibilités financières du système de protection des dépôts et des instruments financiers, le Fonds pourra, à certaines conditions, intervenir à titre préventif pour aider à la liquidation, à l'assainissement ou à la reprise d'un établissement de crédit, d'une société de bourse, ou d'une société de gestion de fortune dont la bonne fin des engagements serait compromise.
HOOFDSTUK III. - Bijkantoren van kredietinstellingen of beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap.
CHAPITRE III. - Succursales d'établissements de crédit ou d'entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat, membre de la Communauté européenne.
Art. M54. 54. De in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen of beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap kunnen deelnemen aan de Belgische beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten, om, binnen de grenzen van die regeling, de waarborgen aan te vullen die worden verstrekt door de regeling waaraan die instellingen en ondernemingen deelnemen in hun Staat van herkomst.
Art. M54. 54. Les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit ou d'entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat, membre de la Communauté européenne ont la faculté d'adhérer au système belge de protection des dépôts et des instruments financiers en vue de compléter, dans les limites de ce système, les garanties procurées par le système auquel ces établissements et entreprises adhèrent dans leur Etat d'origine.
Art. M55. 55. Het Fonds treedt op wanneer de rechtbanken van de Staat van herkomst van de kredietinstelling of de beleggingsonderneming, of de bevoegde autoriteit van die Staat de in punt 8 bedoelde beslissingen hebben genomen of zijn overgegaan tot de aldaar bedoelde vaststelling of wanneer zij soortgelijke beslissingen hebben genomen of tot soortgelijke vaststellingen zijn overgegaan als bedoeld in richtlijn 94/19/EG voor de tegoeden die in aanmerking komen in het kader van de bescherming van deposito's, of als bedoeld in richtlijn 97/9/EG voor de tegoeden die in aanmerking komen in het kader van de bescherming van financiële instrumenten.
Art. M55. 55. Le Fonds intervient dans les cas où les tribunaux de l'Etat d'origine de l'établissement de crédit ou de l'entreprise d'investissement, ou l'autorité compétente de cet Etat ont pris les décisions ou procédé à la constatation visées au point 8 ou pris des décisions ou procédé à des constatations équivalentes au sens de la directive 94/19/CE en ce qui concerne les avoirs éligibles au titre de la protection des dépôts, ou au sens de la directive 97/9/CE en ce qui concerne les avoirs éligibles au titre de la protection des instruments financiers.
Art. M56. 56. De terugbetaling heeft, voor de tegoeden die in aanmerking komen in het kader van de bescherming van deposito's, betrekking op het verschil tussen de tegemoetkoming van de beschermingsregeling van de Staat van herkomst en het bedrag van de tegemoetkoming vastgesteld in punt 14. De schadevergoeding heeft, voor de tegoeden die in aanmerking komen in het kader van de bescherming van financiële instrumenten, betrekking op het verschil tussen de tegemoetkoming van het beleggerscompensatiestelsel van de Staat van herkomst en het bedrag van de tegemoetkoming vastgesteld in punt 15.
Art. M56. 56. Le remboursement porte, pour les avoirs éligibles au titre de la protection des dépôts, sur la différence entre l'intervention du système de garantie des dépôts du pays d'origine et le montant d'intervention prévu au point 14. L'indemnisation porte, pour les avoirs éligibles au titre de la protection des instruments financiers, sur la différence entre l'intervention du système d'indemnisation des investisseurs du pays d'origine et le montant d'intervention prévu au point 15.
Art. M57. 57. Voor het overige zijn de voorwaarden en wijze van terugbetaling vermeld in de punten 7, 9 tot 13 en 22 tot 52 voor de kredietinstellingen, beursvennootschappen en vennootschappen voor vermogensbeheer naar Belgisch recht, van toepassing op deze bijkantoren.
Art. M57. 57. Pour le surplus, les conditions et modalités d'intervention énoncées aux points 7, 9 à 13 et 22 à 52 pour les établissements de crédit, sociétés de bourse et sociétés de gestion de fortune de droit belge sont applicables à ces succursales.
HOOFDSTUK IV. - Bijkantoren van kredietinstellingen of beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschap.
CHAPITRE IV. - Succursales d'établissements de crédit ou d'entreprises d'investissement relevant du droit d'un Etat, non membre de la Communauté européenne.
Art. M58. 58. De Belgische beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten dekt de voor tegemoetkoming in aanmerking komende tegoeden van in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschap, wanneer deze bijkantoren zijn aangesloten en hun tegoeden niet zijn gedekt door een beschermingsregeling in de Staat van herkomst.
Art. M58. 58. Le système belge de protection des dépôts et des instruments financiers couvre les avoirs éligibles auprès des succursales établies en Belgique d'établissements de crédit et d'entreprises d'investissement relevant du droit d'un Etat, non membre de la Communauté européenne adhérentes lorsque ces avoirs ne sont pas garantis par un système de protection de l'Etat d'origine.
Art. M59. 59. Het Fonds treedt op wanneer de rechtbanken van de Staat van herkomst van de kredietinstelling of de beleggingsonderneming, of de bevoegde autoriteit van die Staat de in punt 8 bedoelde beslissingen hebben genomen of zijn overgegaan tot de aldaar bedoelde vaststellingen of wanneer zij beslissingen hebben genomen of tot vaststellingen zijn overgegaan met een gelijkwaardige draagwijdte qua beschikbaarheid van de deposito's of qua levering of teruggave van de financiële instrumenten.
Art. M59. 59. Le Fonds intervient dans les cas où les tribunaux de l'Etat d'origine de l'établissement de crédit ou de l'entreprise d'investissement, ou l'autorité compétente de cet Etat ont pris les décisions ou procédé à la constatation visées au point 8 ou pris des décisions ou procédé à des constatations ayant une portée équivalente quant à la disponibilité des dépôts ou quant à la livraison ou à la restitution d'instruments financiers.
Art. M60. 60. Voor het overige gelden voor die bijkantoren de in de punten 7, 9 tot 13 en 22 tot 52 vastgestelde voorwaarden en wijze van tegemoetkoming.
Art. M60. 60. Pour le surplus, les conditions et modalités de remboursement énoncées aux points 7, 9 à 13 et 22 a 52 sont applicables à ces succursales.
Art. M61. 61. De Belgische beschermingsregeling voor deposito's en financiële instrumenten dekt eveneens de voor tegemoetkoming in aanmerking komende tegoeden van in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschap, wanneer die bijkantoren zijn aangesloten en wanneer voor hun tegoeden in de Staat van herkomst een beperktere dekking geldt dan gewaarborgd door de Belgische beschermingsregeling.
Art. M61. 61. De même, le système belge de protection des dépôts et des instruments financiers couvre les avoirs éligibles auprès des succursales établies en Belgique des établissements de crédit et des entreprises d'investissement relevant du droit d'un Etat, non membre de la Communauté européenne adhérentes lorsque le ou les systèmes de protection de l'Etat d'origine couvrent ces avoirs dans une mesure moindre que celle du système belge.
Art. M62. 62. Het Fonds treedt op in de gevallen bedoeld in punt 59 voor de bedragen bedoeld in punt 56.
Art. M62. 62. Le Fonds intervient dans les cas visés au point 59 pour les montants visés au point 56.
Art. M63. 63. Voor het overige gelden voor die bijkantoren de in de punten 7, 9 tot 13 en 22 tot 52 vastgestelde voorwaarden en wijze van tegemoetkoming.
Art. M63. 63. Pour le surplus, les conditions et modalités d'intervention énoncées aux points 7, 9 à 13 et 22 à 52 sont applicables à ces succursales.
HOOFDSTUK V. - Informatieverstrekking aan de deposanten en beleggers.
CHAPITRE V. - Information des déposants et des investisseurs.
Art. M64. 64. Het Fonds maakt de naam bekend van de kredietinstellingen, beursvennootschappen en vennootschappen voor vermogensbeheer die deelnemen aan de regeling alsook van de kredietinstellingen, beursvennootschappen en vennootschappen voor vermogensbeheer die niet langer gedekt zijn door de Belgische regeling.
Art. M64. 64. Le Fonds publiera le nom des établissements de crédit, des sociétés de bourse et des sociétés de gestion de fortune adhérents ainsi que celui de ceux qui cessent d'être couverts par le système belge.
Art. M65. 65. Ingeval van deficiëntie deelt het Fonds aan alle belanghebbenden de voorwaarden, regels en wijze van terugbetaling en schadevergoeding mee.
Art. M65. 65. En cas de survenance d'un cas de défaillance, le Fonds communique à tout intéressé les conditions, critères et modalités de remboursement et d'indemnisation.
Art. M66. 66. Het Fonds maakt op dezelfde wijze als bedoeld in punt 37 de eventuele wijzigingen bekend die het zou aanbrengen in deze verbintenis.
Art. M66. 66. Le Fonds veillera à publier les modifications éventuelles qu'il apporterait au présent engagement selon les mêmes modalités que celles prévues au point 37.
HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE VI. - Entrée en vigueur.
Art. M67. 67. Deze mededeling heeft uitwerking op de datum van inwerkingtreding van de hoofdstukken III en IV van de voornoemde wet van 17 december 1998.
Art. M67. 67. Le présent avis sort ses effets à la date d'entrée en vigueur des chapitres III en IV de la loi du 17 décembre 1998 précitée.