Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 OKTOBER 1989. - Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Oostenrijk inzake wederzijdse rechtshulp en juridische samenwerking, toegevoegd aan het Internationaal Verdrag van 's Gravenhage van 1 maart 1954 betreffende de burgerlijke rechtsvordering.
Titre
23 OCTOBRE 1989. - Convention entre le Royaume de Belgique et la République d'Autriche sur l'entraide judiciaire et la coopération juridique, additionnelle à la convention de La Haye du 1er mars 1954 relative à la procédure civile.
Inhoud
Inhoud
Tekst (23)
Texte (23)
Artikel 1. (1) In burgerlijke zaken en in handelszaken hebben de onderdanen van een der overeenkomstsluitende Staten op het grondgebied van de andere Staat, vrije en gemakkelijke toegang tot de rechtbanken voor de vervolging en de verdediging van hun rechten en belangen.
  (2) Ter zake van hun persoon en van hun goederen genieten deze onderdanen op het grondgebied van de andere Staat dezelfde juridische bescherming als de onderdanen van die Staat.
Article 1. (1) Les ressortissants de l'un des deux Etats contractants ont, sur le territoire de l'autre Etat, en matière civile et commerciale, libre et facile accès auprès des tribunaux pour la poursuite et la défense de leurs droits et intérêts.
  (2) Ces ressortissants jouissent également, en ce qui concerne leur personne et leurs biens, sur le territoire de l'autre Etat, de la même protection juridique que celle dont bénéficient les ressortissants de ce dernier Etat.
Art. 2. Geen zekerheidstelling of depot, onder welke benaming ook, kan op grond van hetzij hun hoedanigheid van vreemdeling, hetzij het gebrek aan woonplaats of verblijfplaats in het land, door de rechtbanken van een der Overeenkomstsluitende Staten worden opgelegd aan de onderdanen van de andere Staat.
Art. 2. Aucune caution ni dépôt, sous quelque dénomination que ce soit, ne peut être imposé, par les tribunaux de l'un des deux Etats contractants aux nationaux de l'autre Etat, à raison, soit de leur qualité d'étranger, soit du défaut de domicile ou de résidence dans le pays.
Art. 3. De bepalingen van deze Overeenkomst inzake de natuurlijke personen en het bepaalde in de artikelen 17, 18 en 19 van het Verdrag van 's Gravenhage van 1 maart 1954 betreffende de burgerlijke rechtsvordering zijn eveneens van toepassing op rechtspersonen alsmede op groepen die geen rechtspersoonlijkheid genieten, maar bevoegd zijn om in rechte op te treden, op voorwaarde dat de statutaire of de werkelijke zetel van die rechtspersonen of groepen gevestigd is op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Staten.
Art. 3. Les dispositions de la présente Convention concernant les personnes physiques et celles des articles 17, 18 et 19 de la Convention de La Haye du 1er mars 1954 s'appliquent également aux personnes morales, ainsi qu'aux entités qui sans jouir de la personnalité morale, ont la capacité d'ester en justice, pourvu que ces personnes morales ou entités aient leur siège statutaire ou réel sur le territoire de l'un des deux Etats contractants.
Art. 4. (1) De gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke zaken en in handelszaken, welke zijn opgemaakt door een bevoegde overheid van een Overeenkomstsluitende Staat en moeten worden betekend aan een persoon die in de andere Staat verblijft, worden door het Ministerie van Justitie van de verzoekende Staat in één of twee exemplaren overgezonden aan het Ministerie van Justitie van de aangezochte Staat.
  (2) Het Ministerie van Justitie van de aangezochte Staat zendt de stukken over aan de overheid van zijn land die tot berekening bevoegd of gemachtigd is.
Art. 4. (1) En matière civile et commerciale, les actes judiciaires et extra-judiciaires établis par une autorité compétente d'un Etat contractant, qui doivent être notifiés à une personne résidant dans l'autre Etat, sont adressés en un ou deux exemplaires par le Ministère de la Justice de l'Etat requérant au Ministère de la Justice de l'Etat requis.
  (2) Le Ministère de la Justice de l'Etat requis transmet les actes à l'autorité de son pays compétente ou habilitée pour procéder à la notification.
Art. 5. (1) Indien een stuk wordt betekend door gewone afgifte of door overhandiging aan de persoon, is geen vertaling vereist. Indien de geadresseerde het stuk, wegens het ontbreken van een vertaling, weigert in ontvangst te nemen, laten de overheden van de aangezochte Staat op hun kosten een vertaling maken.
  (2) De bevoegde overheid van de verzoekende Staat kan de bevoegde overheid van de aangezochte Staat vragen dat de betekening van het stuk geschiedt in een bijzondere vorm die verenigbaar is met de wet van de aangezochte Staat.
Art. 5. (1) Lorsqu'un acte est notifié par voie de simple remise ou de remise à personne, sa traduction n'est pas exigée. En cas de refus du destinataire, pour défaut de traduction, les autorités de l'Etat requis font effectuer, à leurs frais, la traduction de l'acte.
  (2) L'autorité compétente de l'Etat requérant peut demander à l'autorité compétente de l'Etat requis qu'il soit procédé à la notification de l'acte selon une forme particulière compatible avec la loi de l'Etat requis.
Art. 6. (1) Voor elke betekening wordt een bewijs opgemaakt dat de verzoekende overheid wordt toegezonden door bemiddeling van de Ministeries van Justitie van de twee Overeenkomstsluitende Staten.
  Indien het stuk in tweevoud wordt overgezonden, moet het bewijs zich bevinden op of gevoegd zijn bij het dubbel van het te betekenen stuk.
  (2) Ter zake van alle bijkomende mededelingen omtrent de betekening van de stukken, geschieden de contacten tussen de bevoegde overheid van de verzoekende Staat en de bevoegde overheid van de aangezochte Staat rechtstreeks en in hun eigen landstalen.
Art. 6. (1) Toute notification donne lieu à une attestation qui est adressée à l'autorité requérante par l'entremise des ministères de la Justice des deux Etats contractants.
  Si l'acte a été transmis en double exemplaire, l'attestation doit se trouver sur le double de l'acte à notifier ou y être annexée.
  (2) L'autorité compétente de l'Etat requérant et l'autorité compétente de l'Etat requis peuvent correspondre entre elles, directement et dans leur langues respectives, pour toutes communications complémentaires relatives à la notification des actes.
Art. 7. (1) Voor de toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 van deze Overeenkomst worden als bevoegde overheden beschouwd : in het Koninkrijk België :
  de rechterlijke overheden en de gerechtsdeurwaarders;
  in de Republiek Oostenrijk :
  de rechterlijke overheden.
  (2) Door middel van een gewone verklaring die de andere Staat wordt betekend, kan elke Overeenkomstsluitende Staat voornoemde bevoegdheden uitbreiden tot andere overheden of openbare ambtenaren die optreden in burgerlijke zaken en in handelszaken.
Art. 7. (1) Pour l'application des articles 4, 5 et 6 de la présente Convention, sont considérées comme autorités compétentes : dans le Royaume de Belgique :
  les autorités judiciaires et les huissiers de Justice;
  dans la République d'Autriche :
  les autorités judiciaires.
  (2) Chacun des Etats contractants peut, par simple déclaration notifiée à l'autre Etat, étendre les compétences précitées à d'autres autorités ou officiers publics agissant en matière civile et commerciale.
Art. 8. (1) De rogatoire commissies in burgerlijke zaken en in handelszaken mogen worden gesteld in de taal van de verzoekende overheid en moeten niet vergezeld gaan van een vertaling. Zij worden overgemaakt door bemiddeling van de Ministeries van Justitie van de twee Overeenkomstsluitende staten.
  (2) De rogatoire commissies worden verleend door de Hoven en Rechtbanken. Elke Overeenkomstsluitende Staat kan door middel van een gewone verklaring die de andere Staat wordt betekend, evenwel aangeven dat de uitdrukking "Hoven en Rechtbanken", ter zake van de toepassing van de artikelen 8 tot 13, ook uitgebreid is tot de rogatoire commissies die verleend zijn door andere overheden of openbare ambtenaren die optreden in burgerlijke zaken en in handelszaken.
Art. 8. (1) Les commissions rogatoires en matière civile et commerciale peuvent être rédigées dans la langue de l'autorité requérante et ne doivent pas être accompagnées de traductions. Elles sont transmises par l'intermédiaire des ministères de la Justice des deux Etats contractants.
  (2) Les commissions rogatoires sont décernées par les cours et tribunaux. Toutefois, chacun des Etats contractants peut, par simple déclaration notifiée à l'autre Etat, indiquer que le terme " cours et tribunaux " en ce qui concerne l'application des articles 8 à 13, s'étend également aux commissions rogatoires décernées par d'autres autorités ou officiers publics agissant en matière civile et commerciale.
Art. 9. (1) De akten van tenuitvoerlegging die voortvloeien uit de rogatoire commissies worden de verzoekende overheid overgezonden door bemiddeling van de Ministeries van Justitie van de twee Overeenkomstsluitende Staten.
  (2) Ter zake van alle bijkomende mededelingen omtrent de rogatoire commissie en de uitvoering ervan, in het bijzonder de manier waarop de verzoekende overheid in kennis wordt gesteld van de plaats, de dag en het uur voor de uitvoering van de rogatoire commissie, kunnen de contacten tussen de verzoekende overheid en de aangezochte overheid rechtstreeks en in hun eigen landstalen geschieden.
Art. 9. (1) Les actes d'exécution auxquels donnent lieu les commissions rogatoires sont adressés à l'autorité requérante par l'intermédiaire des ministères de la Justice des deux Etats contractants.
  (2) L'autorité requérante et l'autorité requise peuvent correspondre entre elles, directement et dans leurs langues respectives, pour toutes communications complémentaires relatives à la commission rogatoire et à son exécution, notamment pour l'information de l'autorité requérante des lieu, date et heure prévus pour l'exécution de la commission rogatoire.
Art. 10. (1) Onverminderd de voorafgaande bepalingen, kunnen de Hoven en Rechtbanken van de twee Overeenkomstsluitende Staten elkaar rechtstreeks rogatoire commissies overzenden, op voorwaarde dat deze vergezeld gaan van een vertaling in een van de talen van de aangezochte Staat, voor echt verklaard door een officieel vertaler van een van beide Staten.
  (2) In dat geval worden de akten van tenuitvoerlegging rechtstreeks aan de verzoekende overheid gezonden.
Art. 10. (1) Les cours et tribunaux des deux Etats contractants peuvent, nonobstant les dispositions qui précèdent, s'adresser directement des commissions rogatoires, pourvu que celles-ci soient accompagnées de traductions dans une des langues de l'Etat requis, certifiées conformes par un traducteur officiel de l'un des deux Etats.
  (2) Dans ce cas, les actes d'exécution sont adressés directement à l'autorité requérante.
Art. 11. De betekening van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken en de uitvoering van rogatoire commissies geven geen aanleiding tot de terugbetaling van kosten door de verzoekende Staat aan de aangezochte Staat, met uitzondering van de honoraria voor deskundigen. De aangezochte overheid brengt de verzoekende overheid evenwel op de hoogte van de aard en het bedrag van de door haar gemaakte kosten.
Art. 11. Les notifications des actes judiciaires et extra-judiciaires et l'exécution des commissions rogatoires ne donnent lieu à aucun remboursement de frais par l'Etat requérant à l'Etat requis à l'exception des honoraires d'experts. Toutefois, l'autorité requise informe l'autorité requérante de la nature et du montant de tous autres frais engagés par elle.
Art. 12. De uitvoering van een op grond van deze Overeenkomst geformuleerd verzoek op rechtshulp kan niet worden geweigerd om reden dat volgens de wet van de aangezochte Staat de betrokken zaak uitsluitend tot de bevoegdheid van de eigen rechtbanken behoort of niet is voorzien in rechtsmiddelen welke beantwoorden aan het voorwerp van de vordering die voor de verzoekende overheid is gebracht.
Art. 12. L'exécution d'une demande d'entraide formulée en vertu de la présente Convention ne peut être refusée pour le motif que la loi de l'Etat requis revendique une compétence exclusive pour ses tribunaux dans l'affaire en cause ou ne connaît pas de voies de droit répondant à l'objet de la demande portée devant l'autorité requérante.
Art. 13. In hun onderlinge betrekkingen verzetten de twee Overeenkomstsluitende staten zich niet tegen de in de artikelen 6 en 15 van het Verdrag van 's Gravenhage van 1 maart 1954 bepaalde wijzen van betekening van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken en van uitvoering van rogatoire commissies.
Art. 13. Les deux Etats contractants ne s'opposent pas, dans leur relations mutuelles, aux modes de notification des actes judiciaires et extra-judiciaires et d'exécution de commissions rogatoires mentionnés aux articles 6 et 15 de la Convention de La Haye du 1er mars 1954.
Art. 14. De aanvragen tot uitvoerbaarverklaring van veroordelingen tot de kosten van het geding, voorzien bij artikel 18 van het Verdrag van 's Gravenhage van 1 maart 1954, kunnen door de belanghebbende partij rechtstreeks aan de bevoegde rechterlijke overheid worden gericht.
Art. 14. Les demandes d'exequatur des condamnations aux frais et dépens du procès, prévues à l'article 18 de la Convention de La Haye du 1er mars 1954, peuvent être adressées par la partie intéressée directement à l'autorité judiciaire compétente.
Art. 15. (1) Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede en derde lid van artikel 19 van het Verdrag van, 's Gravenhage van 1 maart 1954, moeten alleen de stukken worden overgelegd waaruit blijkt dat de beslissing uitvoerbaar is en er geen gewone rechtsmiddelen meer kunnen worden tegen aangewend. De bevoegdheid van de overheden die deze stukken afgeven moet niet worden bevestigd door een andere overheid.
  (2) De stukken die moeten worden overgelegd zijn vrijgesteld van legalisatie, apostille of soortgelijke formaliteit, zij gaan vergezeld van een vertaling in een van de talen van de aangezochte Staat, voor echt verklaard door een officieel vertaler van een van beide Overeenkomstsluitende Staten.
Art. 15. (1) Pour l'application des dispositions des deuxième et troisième alinéas de l'article 19 de la Convention de La Haye du 1er mars 1954, ne devront être produites que les pièces de nature à établir que la décision ne peut plus être attaquée par les voies de recours ordinaires et qu'elle est exécutoire. La compétence des autorités qui délivrent ces pièces n'a pas à être certifiée par une autre autorité.
  (2) Les pièces à produire sont dispensées de légalisation, d'apostille ou formalité analogue; elles seront accompagnées de traductions dans une des langues de l'Etat requis, certifiées conformes par un traducteur officiel de l'un des deux Etats contractants.
Art. 16. (1) De authenticiteit van openbare akten die in een van de twee Overeenkomstsluitende Staten zijn opgemaakt door de rechterlijke of bestuurlijke overheden, dan wel door een openbaar notaris en met het officieel zegel zijn bekleed, wordt in de andere Staat erkend zonder dat enige legalisatie, apostille of soortgelijke formaliteit kan worden geëist.
  (2) De onderhandse akten die in een Overeenkomstsluitende Staat zijn opgemaakt en van welke de authenticiteit werd vastgelegd door de rechterlijke of bestuurlijke overheden, dan wel door een openbaar notaris, kunnen in de andere Staat worden overgelegd zonder dat enige legalisatie, apostille of soortgelijke formaliteit kan worden geëist.
  (3) In geval van ernstige twijfel omtrent de authenticiteit van een van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde stukken, kan de verificatie ervan geschieden door bemiddeling van de Ministeries van Justitie.
Art. 16. (1) L'authenticité des actes publics dressés, dans l'un des deux Etats contractants, par les autorités judiciaires ou administratives ou par un notaire public et revêtus du sceau officiel, est reconnue dans l'autre Etat sans qu'aucune légalisation, apostille ou formalité analogue puisse être exigée.
  (2) Les actes sous seing privé dressés dans un Etat contractant et dont l'authenticité y a été attestée par les autorités judiciaires ou administratives ou par un notaire public, peuvent être produits dans l'autre Etat sans qu'aucune légalisation, apostille ou formalité analogue puisse être exigée.
  (3) En cas de doute sérieux sur l'authenticité d'un document visé aux paragraphes 1er et 2, la vérification peut en être effectuée par l'intermédiaire des ministères de la Justice.
Art. 17. De Ministeries van Justitie van beide Overeenkomstsluitende Staten delen elkaar wederzijds en door rechtstreekse briefwisseling inlichtingen over het recht in hun respectieve Staten mee.
Art. 17. Les ministères de la Justice des deux Etats contractants se fournissent mutuellement et par correspondance directe tous renseignements sur le droit de leurs Etats respectifs.
Art. 18. Deze Overeenkomst vervangt de Verklaring betreffende wederzijdse gerechtelijke hulpverlening in burgerlijke zaken en in handelszaken die op 1 december 1930 tussen België en Oostenrijk werd uitgewisseld.
Art. 18. La présente Convention remplace la Déclaration échangée le 1er décembre 1930 entre l'Autriche et la Belgique concernant l'aide judiciaire réciproque en matière civile et commerciale.
Art. 19. (1) Deze Overeenkomst wordt bekrachtigd. De uitwisseling van de akten van bekrachtiging zal zo spoedig mogelijk plaats hebben te Brussel. (2) Deze Overeenkomst treedt in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.
Art. 19. (1) La présente Convention sera ratifiée. L'échange des instruments de ratification aura lieu le plus tôt possible à Bruxelles. (2) La présente Convention entrera en vigueur le 1er jour du deuxième mois qui suivra la date de l'échange des instruments de ratification.
Art. 20. Elke Overeenkomstsluitende Staat kan deze Overeenkomst opzeggen door middel van een aan de andere Staat gerichte schriftelijke betekening. De opzegging heeft uitwerking een jaar na de datum van de ontvangst van die betekening.
Art. 20. Chacun des Etats contractants pourra dénoncer la présente Convention par notification écrite à l'autre Etat. La dénonciation prendra effet un an après la date de la réception de cette notification.
Art. 21. Alle geschillen die tussen de Overeenkomstsluitende Staten zouden kunnen ontstaan inzake de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst worden geregeld langs diplomatieke weg.
  Ten blijke waarvan, de gevolmachtigden van de twee Staten deze Overeenkomst hebben ondertekend en er hun zegel hebben op aangebracht.
  Gedaan te Wenen, op 23 oktober 1989, in twee exemplaren, ieder in de Nederlandse, de Franse en de Duitse taal, de drie teksten zijnde gelijkelijk authentiek.
  Voor het Koninkrijk België :
  Voor de Republiek Oostenrijk :
Art. 21. Tout différend quant à l'interprétation ou à l'application de la présente Convention qui pourrait s'élever entre les Etats contractants sera réglé par la voie diplomatique.
  En foi de quoi, les plénipotentiaires des deux Etats ont signé la présente Convention et y ont apposé leurs sceaux.
  Fait à Vienne, le 23 octobre 1989, en deux exemplaires en langues française, néerlandaise et allemande, les trois textes faisant également foi.
  Pour le Royaume de Belgique :
  Pour la République d'Autriche :
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Inwerkingtreding.
  De uitwisseling van de bekrachtigingsinstrumenten vond plaats in Brussel op 22 juni 1998. Overeenkomstig artikel 19 treedt deze overeenkomst op 1 augustus 1998 in werking.
Art. N. Entrée en vigueur.
  L'échange des instruments de ratification a été effectué à Bruxelles le 22 juin 1998. Conformément à son article 19, la convention entrera en vigueur le 1er août 1998.