Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 JUNI 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juni 1997 van het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf. - Maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming (Overeenkomst geregistreerd op 15 september 1997, onder het nummer 44919/CO/215).
Titre
3 JUIN 1997. - Convention collective de travail du 3 juin 1997 de la Commission paritaire pour employés de l'industrie de l'habillement et de la confection. - Mesures en faveur de l'emploi et la formation (Convention enregistrée le 15 septembre 1997, sous le numéro 44919/CO/215).
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf ressorteren.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la confection.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
Art. 2. La prĂ©sente convention collective de travail est conclue en exĂ©cution du chapitre II de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 janvier 1997 contenant des mesures pour la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2 de la loi du 26 juillet 1996 relative Ă  la promotion de l'emploi et Ă  la sauvegarde prĂ©ventive de la compĂ©titivitĂ©.
Art. 3. De werkgevers bedoeld in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn voor de jaren 1997 en 1998 een inspanning verschuldigd van 0,10 pct. berekend op grond van het volledige loon van de bedienden, zoals bedoeld in artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en de uitvoeringsbesluiten van deze wet.
  Deze inspanning is bestemd voor de personen die behoren tot de risicogroepen of op wie een begeleidingsplan van toepassing is.
  De betaling wordt verricht aan het "Sociaal Waarborgfonds voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf", zoals voorzien in artikel 3, 8°, van de statuten van dit fonds.
  Dit sociaal waarborgfonds draagt deze middelen over aan het "Instituut voor vorming en onderzoek in de confectie (IVOC)".
Art. 3. Les employeurs visĂ©s Ă  l'article 1er de la prĂ©sente convention collective de travail doivent consentir, pour les annĂ©es 1997 et 1998, un effort de 0,10 p.c. calculĂ© sur base du salaire complet des employĂ©s, tel que visĂ© Ă  l'article 23 de la loi du 29 juin 1981 Ă©tablissant les principes gĂ©nĂ©raux de la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs salariĂ©s et dans les arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution de cette loi.
  Cet effort est destiné aux personnes qui appartiennent aux groupes à risque ou auxquelles s'applique un plan d'accompagnement.
  Le paiement est effectué au " Fonds social de garantie pour employés de l'industrie de l'habillement et de la confection ", comme prévu à l'article 3, 8°, des statuts dudit Fonds.
  Ce Fonds social de garantie transmet ces cotisations à l'" Institut pour la Recherche et l'Enseignement dans la confection (IREC) ".
Art. 4. Binnen het "Instituut voor vorming en onderzoek in de confectie (IVOC)" wordt door de ondertekenende organisaties beslist welke vormings- en opleidingsinitiatieven verder ontwikkeld worden ten gunste van de personen die behoren tot de risicogroepen of op wie een begeleidingsplan van toepassing is.
  Personen die behoren tot de risicogroepen zijn werkzoekenden en werknemers die door opleidingsinitiatieven hun werkgelegenheid kunnen behouden of hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen verhogen.
Art. 4. Les organisations signataires représentées au sein de l'" Institut pour la Recherche et l'Enseignement dans la confection (IREC) " déterminent quelles initiatives d'emploi et de formation sont élaborées en faveur des groupes à risques ou auxquelles s'applique un plan d'accompagnement.
  Les personnes qui appartiennent aux groupes à risques sont des demandeurs d'emploi et des travailleurs, pouvant sauvegarder leur emploi ou augmenter leurs possibilités sur le marché du travail.
Art. 5. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
  Zij treedt evenwel slechts in werking onder de opschortende voorwaarde dat de in deze collectieve arbeidsovereenkomst voorziene inspanningen voor de jaren 1997 en 1998 door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid goedgekeurd worden overeenkomstig hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
Art. 5. La prĂ©sente convention collective de travail produit ses effets le 1er janvier 1997 et cesse d'ĂȘtre en vigueur le 31 dĂ©cembre 1998. Elle ne peut cependant pas entrer en vigueur que sous la condition suspensive que les efforts prĂ©vus par la prĂ©sente convention collective de travail pour les annĂ©es 1997 et 1998 soient considĂ©rĂ©s comme des efforts reconnus par le Ministre de l'Emploi et du Travail, conformĂ©ment au chapitre II de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 janvier 1997 contenant des mesures pour la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2 de la loi du 26 juillet 1996 relative Ă  la promotion de l'emploi et Ă  la sauvegarde prĂ©ventive de la compĂ©titivitĂ©.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 april 1995 gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf betreffende maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 2 juni 1997, die opgehouden heeft van kracht te zijn op 31 december 1996.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 september 1998.
  (Voor het KB, zie %%1998-09-28/32%%).
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
Art. 6. La prĂ©sente convention collective de travail remplace la convention collective de travail du 11 avril 1995 conclue au sein de la Commission paritaire pour employĂ©s de l'industrie de l'habillement et de la confection relative aux mesures en faveur de l'emploi et de la formation, rendue obligatoire par arrĂȘtĂ© royal du 2 juin 1997, qui a cessĂ© d'ĂȘtre en vigueur le 31 dĂ©cembre 1996.
  Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 28 septembre 1998.
  (Pour l'AR, voir %%1998-09-28/32%%).
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET