Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de ondernemingen die afhangen van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen en op de gebaremiseerde en baremiseerbare bedienden die zij tewerkstellen.
Onder gebaremiseerde en baremiseerbare bedienden worden verstaan : de bedienden bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 april 1992, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen, betreffende de functieclassificatie.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 JULI 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 1997 van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen. - Tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven ten gunste van de risicogroepen (Ov ereenkomst geregistreerd op 9 december 1997 onder het nummer 46347/CO/224).
Titre
10 JUILLET 1997. - Convention collective de travail du 10 juillet 1997 de la Commission paritaire pour les employés des métaux non ferreux. - Initiatives d'emploi et de formation en faveur des groupes à risque (Conventi on enregistrée le 9 décembre 1997 sous le numéro 46347/CO/224).
Documentinformatie
Numac: 1998A12617
Datum: 1997-07-10
Info du document
Numac: 1998A12617
Date: 1997-07-10
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux entreprises relevant de la Commission paritaire pour les employés des métaux non ferreux, ainsi qu'aux employés barémisés et barémisables qu'elles occupent.
Par employés barémisés et barémisables, on entend : les employés visés par la convention collective de travail du 3 avril 1992, conclue au sein de la Commission paritaire pour les employés des métaux non ferreux, relative à la classification des fonctions.
Par employés barémisés et barémisables, on entend : les employés visés par la convention collective de travail du 3 avril 1992, conclue au sein de la Commission paritaire pour les employés des métaux non ferreux, relative à la classification des fonctions.
Art. 2. De sectorale rekening "Opleiding risicogroepen - bedienden", geopend ingevolge het centraal akkoord van 27 november 1990, wordt behouden voor de periode van 1 januari 1997 tot 31 december 1998.
Deze rekening wordt beheerd door een paritair samengestelde raad.
Deze rekening wordt beheerd door een paritair samengestelde raad.
Art. 2. Le compte sectoriel " Formation groupes à risque - employés ", ouvert en application de l'accord interprofessionnel du 27 novembre 1990, est maintenu pour la période du 1er janvier 1997 au 31 décembre 1998.
Ce compte est géré par un Conseil constitué paritairement.
Ce compte est géré par un Conseil constitué paritairement.
Art. 3. Rekening houdend met de bepalingen van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, storten de ondernemingen in 1997 en 1998, binnen de maand na het verstrijken van elk kwartaal, 0,10 pct. van de bruto-wedden van de gebaremiseerde en baremiseerbare bedienden van het jaar 1997 en respectievelijk 1998 op de sectorale rekening "Opleiding risicogroepen bedienden", ter ondersteuning van tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven ten gunste van de risicogroepen.
Art. 3. Compte tenu des dispositions de l'arrêté royal du 27 janvier 1997, contenant des mesures pour la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2 de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité, les entreprises versent en 1997 et 1998, dans le mois suivant l'échéance de chaque trimestre, une cotisation de 0,10 p.c. des appointements bruts des employés barémisés et barémisables de l'année 1997 et respectivement 1998 au compte sectoriel " Formation groupes à risque - employés ", en vue de soutenir des initiatives en matière d'emploi et de formation en faveur des groupes à risques.
Art. 4. Onder risicogroepen wordt ondermeer verstaan :
- deeltijds leerplichtigen. Hieronder wordt verstaan jongeren van 16 tot 18 jaar die deeltijds school lopen en deeltijds werken;
- laaggeschoolde werklozen. Hieronder wordt verstaan werklozen met een scholingsgraad van maximum hoger secundair onderwijs;
- langdurig werklozen. Hieronder wordt verstaan werklozen die minstens een jaar ononderbroken werkloosheidsvergoedingen hebben gehad;
- oudere werklozen. Hieronder wordt verstaan werklozen van 50 jaar en ouder;
- werklozen die betrokken zijn bij tewerkstellingsprojecten van de overheid, ondermeer het begeleidingsplan voor werklozen;
- werkzoekenden die bij het "Vlaams Fonds voor sociale integratie van personen met een handicap/Fonds communautaire pour l'intégration sociale et professionnelle des handicapés" zijn ingeschreven;
- werkzoekenden die geen werkloosheids- of onderbrekingsuitkeringen genieten en die in de laatste drie jaar geen beroepsactiviteit hebben verricht;
- bestaansminimumtrekkers;
- werknemers van 45 jaar en ouder of met een scholingsgraad van maximum hoger secundair onderwijs en die aan een nieuwe functie of installatie moeten aangepast worden ingevolge een reorganisatie, herstrukturering of de invoering van nieuwe technologieën.
- deeltijds leerplichtigen. Hieronder wordt verstaan jongeren van 16 tot 18 jaar die deeltijds school lopen en deeltijds werken;
- laaggeschoolde werklozen. Hieronder wordt verstaan werklozen met een scholingsgraad van maximum hoger secundair onderwijs;
- langdurig werklozen. Hieronder wordt verstaan werklozen die minstens een jaar ononderbroken werkloosheidsvergoedingen hebben gehad;
- oudere werklozen. Hieronder wordt verstaan werklozen van 50 jaar en ouder;
- werklozen die betrokken zijn bij tewerkstellingsprojecten van de overheid, ondermeer het begeleidingsplan voor werklozen;
- werkzoekenden die bij het "Vlaams Fonds voor sociale integratie van personen met een handicap/Fonds communautaire pour l'intégration sociale et professionnelle des handicapés" zijn ingeschreven;
- werkzoekenden die geen werkloosheids- of onderbrekingsuitkeringen genieten en die in de laatste drie jaar geen beroepsactiviteit hebben verricht;
- bestaansminimumtrekkers;
- werknemers van 45 jaar en ouder of met een scholingsgraad van maximum hoger secundair onderwijs en die aan een nieuwe functie of installatie moeten aangepast worden ingevolge een reorganisatie, herstrukturering of de invoering van nieuwe technologieën.
Art. 4. Par groupes à risque il est notamment entendu :
- les jeunes à scolarité obligatoire partielle. Il est entendu par cette notion les jeunes de 16 à 18 ans suivant partiellement une formation à l'école et travaillant partiellement;
- les chômeurs à qualification réduite. Il est entendu par cette notion les chômeurs ayant au maximum une scolarisation d'enseignement secondaire supérieur;
- les chômeurs de longue durée. Il est entendu par cette notion les chômeurs ayant bénéficié sans interruption des allocations de chômage pendant au moins un an;
- les chômeurs âgés. Il est entendu par cette notion les chômeurs de 50 ans et plus;
- les chômeurs impliqués dans les projets d'emploi des autorités, notamment le plan d'accompagnement des chômeurs;
- les demandeurs d'emploi inscrits auprès du " Fonds communautaire pour l'intégration sociale et professionnelle des handicapés/Vlaams Fonds voor sociale integratie van personen met een handicap ";
- les demandeurs d'emploi ne bénéficiant pas d'allocations de chômage ni d'indemnités d'interruption et qui n'ont pas exercé une activité professionnelle au cours des trois dernières années;
- les bénéficiaires du minimum de moyens d'existence;
- les travailleurs âgés de 45 ans et plus ou ayant au maximum une scolarisation d'enseignement secondaire supérieur et qui doivent être adaptés à une nouvelle fonction ou installation en raison d'une réorganisation, d'une restructuration ou de l'introduction de nouvelles technologies.
- les jeunes à scolarité obligatoire partielle. Il est entendu par cette notion les jeunes de 16 à 18 ans suivant partiellement une formation à l'école et travaillant partiellement;
- les chômeurs à qualification réduite. Il est entendu par cette notion les chômeurs ayant au maximum une scolarisation d'enseignement secondaire supérieur;
- les chômeurs de longue durée. Il est entendu par cette notion les chômeurs ayant bénéficié sans interruption des allocations de chômage pendant au moins un an;
- les chômeurs âgés. Il est entendu par cette notion les chômeurs de 50 ans et plus;
- les chômeurs impliqués dans les projets d'emploi des autorités, notamment le plan d'accompagnement des chômeurs;
- les demandeurs d'emploi inscrits auprès du " Fonds communautaire pour l'intégration sociale et professionnelle des handicapés/Vlaams Fonds voor sociale integratie van personen met een handicap ";
- les demandeurs d'emploi ne bénéficiant pas d'allocations de chômage ni d'indemnités d'interruption et qui n'ont pas exercé une activité professionnelle au cours des trois dernières années;
- les bénéficiaires du minimum de moyens d'existence;
- les travailleurs âgés de 45 ans et plus ou ayant au maximum une scolarisation d'enseignement secondaire supérieur et qui doivent être adaptés à une nouvelle fonction ou installation en raison d'une réorganisation, d'une restructuration ou de l'introduction de nouvelles technologies.
Art. 5. Als tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven voor risicogroepen, kunnen ondermeer volgende maatregelen worden genomen :
- aanwerving of opleiding van personen behorend tot de risicogroepen, zoals bepaald in artikel 4;
- vervanging van bruggepensioneerden of loopbaanonderbrekers door personen behorend tot de risicogroepen;
- aanwerving van werknemers van minder dan 30 jaar die minstens één jaar als stagiair hebben gewerkt;
- projecten van alternerend leren en werken;
- aanwerving van personen die geen recht hebben op werkloosheidsuitkeringen noch loopbaanonderbrekingsvergoedingen en die na een periode te zijn thuis gebleven voor de opvoeding van de kinderen of voor de verzorging van een inwonend familielid, opnieuw werkzoekend zijn;
- positieve acties voor vrouwen;
- reclasseringsinitiatieven ten voordele van bedreigde oudere of laaggeschoolde werknemers;
- opleiding van laaggeschoolde werknemers.
- aanwerving of opleiding van personen behorend tot de risicogroepen, zoals bepaald in artikel 4;
- vervanging van bruggepensioneerden of loopbaanonderbrekers door personen behorend tot de risicogroepen;
- aanwerving van werknemers van minder dan 30 jaar die minstens één jaar als stagiair hebben gewerkt;
- projecten van alternerend leren en werken;
- aanwerving van personen die geen recht hebben op werkloosheidsuitkeringen noch loopbaanonderbrekingsvergoedingen en die na een periode te zijn thuis gebleven voor de opvoeding van de kinderen of voor de verzorging van een inwonend familielid, opnieuw werkzoekend zijn;
- positieve acties voor vrouwen;
- reclasseringsinitiatieven ten voordele van bedreigde oudere of laaggeschoolde werknemers;
- opleiding van laaggeschoolde werknemers.
Art. 5. Les mesures suivantes entrent notamment en ligne de compte comme initiative en faveur de l'emploi et de la formation des groupes à risque :
- embauche ou formation de personnes appartenant aux groupes à risque, tels que définis à l'article 4;
- remplacement de prépensionnés ou de travailleurs en interruption de carrière professionnelle par les personnes appartenant aux groupes à risque;
- embauche de travailleurs de moins de 30 ans ayant travaillé comme stagiaire pendant au moins un an;
- projets de formation et de travail en alternance;
- embauche de personnes qui n'ont pas droit aux allocations de chômage ou indemnités d'interruption de carrière et qui, après une période de non-activité professionnelle pour l'éducation des enfants ou pour prendre soin d'un membre de la famille avec qui ils cohabitent, deviennent à nouveau demandeurs d'emploi;
- actions positives pour les femmes;
- initiatives de reclassement en faveur des travailleurs âgés ou peu qualifiés menacés de perdre leur emploi;
- formation de travailleurs peu qualifiés.
- embauche ou formation de personnes appartenant aux groupes à risque, tels que définis à l'article 4;
- remplacement de prépensionnés ou de travailleurs en interruption de carrière professionnelle par les personnes appartenant aux groupes à risque;
- embauche de travailleurs de moins de 30 ans ayant travaillé comme stagiaire pendant au moins un an;
- projets de formation et de travail en alternance;
- embauche de personnes qui n'ont pas droit aux allocations de chômage ou indemnités d'interruption de carrière et qui, après une période de non-activité professionnelle pour l'éducation des enfants ou pour prendre soin d'un membre de la famille avec qui ils cohabitent, deviennent à nouveau demandeurs d'emploi;
- actions positives pour les femmes;
- initiatives de reclassement en faveur des travailleurs âgés ou peu qualifiés menacés de perdre leur emploi;
- formation de travailleurs peu qualifiés.
Art. 6. De paritaire raad beslist over de aanwending van de gestorte bijdragen.
Voor tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven, opgesomd in artikel 5 hierboven of die door de paritaire raad als gelijkwaardig worden bevonden, wordt een tussenkomst voorzien in de terzake gedane financiële inspanning.
Voor tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven, opgesomd in artikel 5 hierboven of die door de paritaire raad als gelijkwaardig worden bevonden, wordt een tussenkomst voorzien in de terzake gedane financiële inspanning.
Art. 6. Le Conseil paritaire décide de l'affectation des sommes versées.
Pour les initiatives d'emploi et de formation énumérées à l'article 5 ci-dessus, ou considérées comme équivalentes par le Conseil paritaire, une intervention dans les frais encourus en la matière est prévue.
Pour les initiatives d'emploi et de formation énumérées à l'article 5 ci-dessus, ou considérées comme équivalentes par le Conseil paritaire, une intervention dans les frais encourus en la matière est prévue.
Art. 7. Behoudens verlenging van de bijdrageplicht van 0,10 pct. bij wet of nieuw centraal akkoord, wordt de sectorale rekening "Opleiding risicogroepen - bedienden" op 31 december 1998 opgeheven en het gebeurlijk beschikbaar saldo vereffend volgens criteria te bepalen door de paritaire raad.
Art. 7. Sans préjudice de la prolongation de la cotisation de 0,10 p.c. par une loi ou un nouvel accord interprofessionnel, le compte sectoriel " Formation groupes à risque - employés " est clôturé au 31 décembre 1998 et le solde disponible est liquidé selon des critères à fixer par le Conseil paritaire.
Art. 8. Deze collectieve arbeidsovereenkomst coördineert de bepalingen van :
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 1993 betreffende tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven ten gunste van de risicogroepen (gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 1995);
- artikel 10 van het sectoraal akkoord 1997-1998 van 15 mei 1997.
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 1993 betreffende tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven ten gunste van de risicogroepen (gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 1995);
- artikel 10 van het sectoraal akkoord 1997-1998 van 15 mei 1997.
Art. 8. La présente convention collective de travail coordonne les dispositions :
- de la convention collective de travail du 19 mai 1993 concernant des initiatives d'emploi et de formation en faveur des groupes à risque (modifiée par la convention collective de travail du 8 juin 1995);
- de l'article 10 de l'accord sectoriel 1997-1998 du 15 mai 1997.
- de la convention collective de travail du 19 mai 1993 concernant des initiatives d'emploi et de formation en faveur des groupes à risque (modifiée par la convention collective de travail du 8 juin 1995);
- de l'article 10 de l'accord sectoriel 1997-1998 du 15 mai 1997.
Art. 9. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 1998.
(Voor het KB, zie %%1998-08-10/86%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 1998.
(Voor het KB, zie %%1998-08-10/86%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Art. 9. La présente convention collective de produit ses effets le 1er janvier 1997 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 1998.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 10 août 1998.
(Pour l'AR, voir %%1998-08-10/86%%).
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 10 août 1998.
(Pour l'AR, voir %%1998-08-10/86%%).
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET