Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 JUNI 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1997 van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid. - Vaststelling van de bijdrage voor het "Instituut voor professionele vorming en tewerkstellingsinitiatieven voor de arbeiders van de voedingsnijverheid" (Overeenkomst geregistreerd op 29 september 1997 onder het nummer 45450/CO/118).
Titre
25 JUIN 1997. - Convention collective de travail du 25 juin 1997 de la Commission paritaire de l'industrie alimentaire. - Fixation de la cotisation pour l'" Institut de formation professionnelle et des initiatives d'emploi pour les ouvriers de l'industrie alimentaire " (Convention enregistrée le 29 septembre 1997 sous le numéro 45450/CO/118).
Documentinformatie
Numac: 1998A12459
Datum: 1997-06-25
Info du document
Numac: 1998A12459
Date: 1997-06-25
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Comité van de voedingsnijverheid.
Article 1. La présente convention collective de travail est applicable aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises qui ressortissent à la compétence de la Commission paritaire de l'industrie alimentaire.
Art. 2. Vanaf 1 januari 1997 tot 31 december 1998 is de bijdrage van de werkgevers per werkman of werkster vastgesteld op 0,10 pct. berekend op de lonen aangegeven aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid, tot financiering van het Instituut voor professionele vorming en tewerkstellingsinitiatieven voor de arbeiders van de voedingsnijverheid, hierna genoemd "Instituut".
Art. 2. A dater du 1er janvier 1997 jusqu'au 31 décembre 1998, la cotisation des employeurs, par ouvrier ou ouvrière, est fixée à 0,10 p.c. calculés sur les salaires déclarés à l'Office national de sécurité sociale, dans le but de financer l'Institut de formation professionnelle et des initiatives d'emploi pour les ouvriers de l'industrie alimentaire, appelé ci-après " Institut ".
Art. 3. § 1. Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden als "risicogroepen" beschouwd, waarop de inspanning van 0,10 pct. gericht is :
a) werkzoekenden die in aanmerking kunnen komen voor aanwerving in de sector;
b) werknemers in dienst als :
- laaggeschoolde werknemers die geen houder zijn van een diploma van universitair onderwijs, van hoger onderwijs of van hoger secundair onderwijs dat een opleiding inhoudt die bij de voedingsindustrie aansluit;
- werknemers ouder dan 50 jaar;
- werknemers bedreigd door collectief ontslag of sluiting.
§ 2. Het in artikel 2 vermeld Instituut ontwikkelt en ondersteunt initiatieven gericht op :
- de opleiding en aanwerving met contract van onbepaalde duur van werkzoekenden;
- de opleiding van leerlingen in het industrieel leerlingenwezen;
- de bijscholing van werknemers die, zonder deze bijscholing zouden moeten afvloeien omwille van hun onaangepastheid aan nieuwe technologieën en beheerssystemen;
- de ontwikkeling en ondersteuning van subsectorale projecten met hetzelfde doel van voorgaande alinea;
- de adviesverlening aan de ondernemingen in verband met opleiding;
- de dienstverlening inzake Europese projecten in verband met opleiding.
a) werkzoekenden die in aanmerking kunnen komen voor aanwerving in de sector;
b) werknemers in dienst als :
- laaggeschoolde werknemers die geen houder zijn van een diploma van universitair onderwijs, van hoger onderwijs of van hoger secundair onderwijs dat een opleiding inhoudt die bij de voedingsindustrie aansluit;
- werknemers ouder dan 50 jaar;
- werknemers bedreigd door collectief ontslag of sluiting.
§ 2. Het in artikel 2 vermeld Instituut ontwikkelt en ondersteunt initiatieven gericht op :
- de opleiding en aanwerving met contract van onbepaalde duur van werkzoekenden;
- de opleiding van leerlingen in het industrieel leerlingenwezen;
- de bijscholing van werknemers die, zonder deze bijscholing zouden moeten afvloeien omwille van hun onaangepastheid aan nieuwe technologieën en beheerssystemen;
- de ontwikkeling en ondersteuning van subsectorale projecten met hetzelfde doel van voorgaande alinea;
- de adviesverlening aan de ondernemingen in verband met opleiding;
- de dienstverlening inzake Europese projecten in verband met opleiding.
Art. 3. § 1er. Pour l'application de la présente convention collective de travail on entend par " groupes à risque ", pour lesquels l'effort des 0,10 p.c. est destinées :
a) les demandeurs d'emploi qui sont des candidats potentiels pour recrutement dans le secteur;
b) les travailleurs en service en tant que :
- travailleurs peu qualifiés : qui ne disposent pas d'un diplôme de l'enseignement universitaire, de l'enseignement supérieur, de l'enseignement secondaire supérieur de formation professionnelle permettant d'accéder à l'industrie alimentaire;
- travailleurs âgés de plus de 50 ans;
- travailleurs menacés de licenciement collectif ou fermeture.
§ 2. L'Institut mentionné en article 2 développe et soutient des initiatives à :
- la formation et l'engagement sous contrat à durée indéterminée des demandeurs d'emploi;
- la formation des élèves en apprentissage industriel;
- le recyclage des travailleurs qui, sans ce recyclage perdent leur emploi par manque d'adaptation aux technologies nouvelles et systèmes de gestion nouveaux;
- le développement et le soutien de projets sous-sectoriels répondant au même but que celui cité dans l'alinéa précédent;
- le conseil aux entreprises en matière de formation;
- le conseil en matière de projets européens de formation.
a) les demandeurs d'emploi qui sont des candidats potentiels pour recrutement dans le secteur;
b) les travailleurs en service en tant que :
- travailleurs peu qualifiés : qui ne disposent pas d'un diplôme de l'enseignement universitaire, de l'enseignement supérieur, de l'enseignement secondaire supérieur de formation professionnelle permettant d'accéder à l'industrie alimentaire;
- travailleurs âgés de plus de 50 ans;
- travailleurs menacés de licenciement collectif ou fermeture.
§ 2. L'Institut mentionné en article 2 développe et soutient des initiatives à :
- la formation et l'engagement sous contrat à durée indéterminée des demandeurs d'emploi;
- la formation des élèves en apprentissage industriel;
- le recyclage des travailleurs qui, sans ce recyclage perdent leur emploi par manque d'adaptation aux technologies nouvelles et systèmes de gestion nouveaux;
- le développement et le soutien de projets sous-sectoriels répondant au même but que celui cité dans l'alinéa précédent;
- le conseil aux entreprises en matière de formation;
- le conseil en matière de projets européens de formation.
Art. 4. Om de zes maanden wordt verslag uitgebracht aan het paritair comité voor de voedingsnijverheid betreffende :
1. de financiële toestand van de ontvangsten en uitgaven;
2. alle gedane inspanningen ter bevordering van de tewerkstelling van de risicogroepen door opgave van :
a) het aantal tewerkstellingsinitiatieven;
b) de georganiseerde vormingscursussen met vermelding van het aantal cursusten, inzonderheid die komend uit de risicogroepen.
Een afschrift van dit verslag wordt aan de Minister van Tewerkstelling en Arbeid gericht.
1. de financiële toestand van de ontvangsten en uitgaven;
2. alle gedane inspanningen ter bevordering van de tewerkstelling van de risicogroepen door opgave van :
a) het aantal tewerkstellingsinitiatieven;
b) de georganiseerde vormingscursussen met vermelding van het aantal cursusten, inzonderheid die komend uit de risicogroepen.
Een afschrift van dit verslag wordt aan de Minister van Tewerkstelling en Arbeid gericht.
Art. 4. Tous les six mois, rapport est fait à la Commission paritaire pour les employés de l'industrie alimentaire concernant :
1. la situation financière des recettes et des dépenses;
2. tous les efforts fournis pour favoriser l'emploi des groupes à risque en indiquant :
a) le nombre d'initiatives de l'emploi;
b) les cours de formation organisés en indiquant le nombre de participants, particulièrement ceux venant des groupes à risque.
Une copie de ce rapport est adressée à la Ministre de l'Emploi et du Travail.
1. la situation financière des recettes et des dépenses;
2. tous les efforts fournis pour favoriser l'emploi des groupes à risque en indiquant :
a) le nombre d'initiatives de l'emploi;
b) les cours de formation organisés en indiquant le nombre de participants, particulièrement ceux venant des groupes à risque.
Une copie de ce rapport est adressée à la Ministre de l'Emploi et du Travail.
Art. 5. De bijdrage wordt geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor sociale zekerheid en wordt overgemaakt aan het Waarborg- en Sociaal Fonds van de voedingsnijverheid opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 1975, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 12 maart 1976. Deze laatste maakt de bijdrage over aan het instituut.
Voor de suikernijverheid en haar bijproducten wordt de bijdrage geïnd door het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de suikernijverheid en haar bijprodukten opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1973 en 10 april 1974, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 4 oktober 1974. Deze laatste maakt de bijdrage over aan het instituut.
Voor de groentenconservennijverheid wordt de bijdrage geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor sociale zekerheid en wordt zij overgemaakt aan het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de groentenconservennijverheid opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1973 en 29 mei 1974, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 22 november 1974. Deze laatste maakt de bijdrage over aan het instituut.
Onder de groentenconservennijverheid wordt verstaan de ondernemingen van de groentenconserven, watervrije groenten, zuurkool, in zout ingelegde groenten, bereiding van droge, bevroren en diepgevroren groenten, het schoonmaken en het bereiden van verse groenten, die als Rijksdienst voor sociale zekerheid - kengetal "het nummer 51/..." dragen.
Tot de sector van de groentenconservennijverheid behoren de ondernemingen die hoofdzakelijk een assortiment groenten en/of plantaardige producten in eerste of tweede bewerking voor langdurige bewaring bewerken door appertisatie in blik of glas, door pasteurisatie en/of diepvries.
Voor de bakkerijsector wordt de bijdrage geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor sociale zekerheid en wordt zij overgemaakt aan het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de industriële bakkerij, kleinbakkerij en kleinbanketbakkerij opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 1975, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 9 november 1975. Deze laatste maakt de bijdrage over aan het instituut.
Wanneer de bijdragen door de Rijksdienst voor sociale zekerheid geïnd en ingevorderd worden, zijn de bepalingen aan dit lichaam opgelegd voor de inning en de invordering van de bijdragen, alsook voor de berekening van de bijslag en van de rente van toepassing.
Voor de suikernijverheid en haar bijproducten wordt de bijdrage geïnd door het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de suikernijverheid en haar bijprodukten opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1973 en 10 april 1974, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 4 oktober 1974. Deze laatste maakt de bijdrage over aan het instituut.
Voor de groentenconservennijverheid wordt de bijdrage geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor sociale zekerheid en wordt zij overgemaakt aan het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de groentenconservennijverheid opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1973 en 29 mei 1974, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 22 november 1974. Deze laatste maakt de bijdrage over aan het instituut.
Onder de groentenconservennijverheid wordt verstaan de ondernemingen van de groentenconserven, watervrije groenten, zuurkool, in zout ingelegde groenten, bereiding van droge, bevroren en diepgevroren groenten, het schoonmaken en het bereiden van verse groenten, die als Rijksdienst voor sociale zekerheid - kengetal "het nummer 51/..." dragen.
Tot de sector van de groentenconservennijverheid behoren de ondernemingen die hoofdzakelijk een assortiment groenten en/of plantaardige producten in eerste of tweede bewerking voor langdurige bewaring bewerken door appertisatie in blik of glas, door pasteurisatie en/of diepvries.
Voor de bakkerijsector wordt de bijdrage geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor sociale zekerheid en wordt zij overgemaakt aan het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de industriële bakkerij, kleinbakkerij en kleinbanketbakkerij opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 1975, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 9 november 1975. Deze laatste maakt de bijdrage over aan het instituut.
Wanneer de bijdragen door de Rijksdienst voor sociale zekerheid geïnd en ingevorderd worden, zijn de bepalingen aan dit lichaam opgelegd voor de inning en de invordering van de bijdragen, alsook voor de berekening van de bijslag en van de rente van toepassing.
Art. 5. La cotisation est percue et recouvrée par l'Office national de sécurité sociale et est transmise au Fonds social et de garantie de l'industrie alimentaire institué par la convention collective de travail du 30 octobre 1975, rendue obligatoire par arrêté royal du 12 mars 1976. Ce dernier transmet la cotisation à l'institut.
Pour l'industrie du sucre et de ses dérivés, la cotisation est percue par le Fonds social et de garantie de l'industrie du sucre et de ses dérivés institué par la convention collective de travail des 28 juin 1973 et 10 avril 1974, rendue obligatoire par arrêté royal du 4 octobre 1974. Ce dernier transmet la cotisation à l'institut.
Pour l'industrie des conserves de légumes, la cotisation est percue et recouvrée par l'Office national de sécurité sociale et est transmise au Fonds social et de garantie de l'industrie des conserves de légumes institué par la convention collective de travail des 28 juin 1973 et 29 mai 1974, rendue obligatoire par arrêté royal du 22 novembre 1974. Ce dernier transmet la cotisation à l'institut.
Par l'industrie des conserves de légumes, on entend notamment les entreprises de conserves de légumes, légumes déshydratés, choucroute, légumes en saumure, préparation de légumes secs, surgelés et congelés, le nettoyage ou la préparation de légumes frais qui portent le numéro " indice-Office national de sécurité sociale 51/... ".
Appartiennent au Secteur de l'industrie des conserves de légumes, les entreprises qui travaillent principalement un assortiment de légumes et/ou produits végétaux de première ou seconde transformation en vue de la conservation de longue durée par appertisation en boîte ou verre, par pasteurisation et/ou surgélation.
Pour le Secteur des boulangeries, la cotisation est percue et recouvrée par l'Office national de sécurité sociale et est transmise au Fonds social et de garantie de la boulangerie industrielle et artisanale et de la pâtisserie artisanale institué par la convention collective de travail du 6 mars 1975, rendue obligatoire par arrêté royal du 9 novembre 1975. Ce dernier transmet la cotisation à l'institut.
Lorsque les cotisations sont percues et recouvrées par l'Office national de sécurité sociale, les règles imposées par cet organisme pour la perception et le recouvrement ainsi que pour le calcul des majorations et de l'intérêt sont applicables.
Pour l'industrie du sucre et de ses dérivés, la cotisation est percue par le Fonds social et de garantie de l'industrie du sucre et de ses dérivés institué par la convention collective de travail des 28 juin 1973 et 10 avril 1974, rendue obligatoire par arrêté royal du 4 octobre 1974. Ce dernier transmet la cotisation à l'institut.
Pour l'industrie des conserves de légumes, la cotisation est percue et recouvrée par l'Office national de sécurité sociale et est transmise au Fonds social et de garantie de l'industrie des conserves de légumes institué par la convention collective de travail des 28 juin 1973 et 29 mai 1974, rendue obligatoire par arrêté royal du 22 novembre 1974. Ce dernier transmet la cotisation à l'institut.
Par l'industrie des conserves de légumes, on entend notamment les entreprises de conserves de légumes, légumes déshydratés, choucroute, légumes en saumure, préparation de légumes secs, surgelés et congelés, le nettoyage ou la préparation de légumes frais qui portent le numéro " indice-Office national de sécurité sociale 51/... ".
Appartiennent au Secteur de l'industrie des conserves de légumes, les entreprises qui travaillent principalement un assortiment de légumes et/ou produits végétaux de première ou seconde transformation en vue de la conservation de longue durée par appertisation en boîte ou verre, par pasteurisation et/ou surgélation.
Pour le Secteur des boulangeries, la cotisation est percue et recouvrée par l'Office national de sécurité sociale et est transmise au Fonds social et de garantie de la boulangerie industrielle et artisanale et de la pâtisserie artisanale institué par la convention collective de travail du 6 mars 1975, rendue obligatoire par arrêté royal du 9 novembre 1975. Ce dernier transmet la cotisation à l'institut.
Lorsque les cotisations sont percues et recouvrées par l'Office national de sécurité sociale, les règles imposées par cet organisme pour la perception et le recouvrement ainsi que pour le calcul des majorations et de l'intérêt sont applicables.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een bepaalde tijd. Zij heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 juni 1998.
(Voor het KB, zie %%1998-06-25/43%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 juni 1998.
(Voor het KB, zie %%1998-06-25/43%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Art. 6. La présente convention collective de travail est conclue pour une durée déterminée. Elle produit ses effets le 1er janvier 1997 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 1998.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 25 juin 1998.
(Pour l'AR, voir %%1998-06-25/43%%).
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 25 juin 1998.
(Pour l'AR, voir %%1998-06-25/43%%).
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET