Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 DECEMBER 1998. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-1998 en tekstbijwerking tot 29-12-2021)
Titre
19 DECEMBRE 1998. - Décret contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1999. (Traduction). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-1998 et mise à jour au 29-12-2021)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (100)
Texte (100)
HOOFDSTUK I.
CHAPITRE I.
HOOFDSTUK II. - Jeugdwerkbeleid.
CHAPITRE II. - Politique en matière d'animation des jeunes.
Art.2. § 1. In artikel 6 van het decreet van 17 december 1997 houdende subsidiëring van provinciebesturen inzake het voeren van een jeugdwerkbeleid worden de woorden " de eerste twee jaren volgend op de inwerkingtreding " vervangen door het woord " 1998 ".
  § 2. In artikel 9 van het decreet van 17 december 1997 houdende subsidiëring van provinciebesturen inzake het voeren van een jeugdwerkbeleid wordt een 2°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 2°bis de provinciebesturen subsidiëren de jeugdwerkinitiatieven die in hoge mate gericht zijn op het werken met gehandicapte kinderen of jongeren en waarvoor de gemeentebesturen in 1998 worden gesubsidieerd op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 22 december 1993 houdende subsidiëring van gemeentebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie die een jeugdwerkbeleid voeren voor maatschappelijk achtergestelde kinderen en jongeren. Deze subsidie bedraagt ten minste 100 procent van het subsidiebedrag dat werd toegekend op basis van boven genoemd besluit, op voorwaarde dat de werking van deze jeugdwerkinitiatieven minstens op hetzelfde peil behouden blijft als in 1998.Indien dit niet het geval is, dan wordt de subsidie in evenredige mate verminderd. ".
  § 3.In artikel 9 van het decreet van 17 december 1997 houdende subsidiëring van provinciebesturen inzake het voeren van een jeugdwerkbeleid wordt een 3°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 3°bis het totaal van de subsidiebedragen die de provinciebesturen moeten garanderen in uitvoering van artikel 9, 2°bis wordt voorafgenomen van het beschikbare krediet, waarna het saldo wordt verdeeld zoals bepaald in artikel 6, derde lid, en artikel 9,3°. Vervolgens wordt het subsidiebedrag per provinciebestuur verhoogd met de subsidies die het provinciebestuur moet garanderen in uitvoering van artikel 9, 2°bis. ".
Art.2. § 1. Dans l'article 6 du décret du 17 décembre 1997 réglant l'octroi de subventions aux administrations provinciales pour la mise en oeuvre d'une politique en matière d'animation des jeunes, les mots " pour les deux premières années qui suivent l'entrée en vigueur du décret " sont remplacés par les mots " pour l'année 1998 ".
  § 2. Dans l'article 9 du décret du 17 décembre 1997 réglant l'octroi de subventions aux administrations provinciales pour la mise en oeuvre d'une politique en matière d'animation des jeunes, il est inséré un point 2°bis, rédigé comme suit :
  " 2°bis. Les administrations provinciales accordent des subventions aux initiatives d'animation des jeunes qui s'adressent principalement aux enfants ou jeunes handicapés et pour lesquelles les administrations communales reçoivent en 1998 des subventions en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 1993 relatif à l'octroi de subventions aux administrations communales et à la Commission communautaire flamande qui mettent en oeuvre une politique en matière d'animation des jeunes en faveur d'enfants et de jeunes socialement défavorisés. Cette subvention doit correspondre au moins à 100 % du montant de la subvention allouée en application de l'arrêté précité, à la condition que les activités de ces initiatives d'animation des jeunes soient au moins maintenues au niveau de 1998. A défaut de pareille circonstance, la subvention est diminuée dans la même proportion. ".
  § 3. Dans l'article 9 du décret du 17 décembre 1997 réglant l'octroi de subventions aux administrations provinciales pour la mise en oeuvre d'une politique en matière d'animation des jeunes, il est inséré un point 3°bis, rédigé comme suit :
  " 3°bis. Le montant global des subventions dont l'octroi doit être garanti par les administrations provinciales en exécution de l'article 9, 2°bis, est prélevé sur le crédit disponible, le solde étant réparti conformément aux dispositions des articles 6, alinéa 3, et 9, 3°. Ensuite, le montant des subventions est augmenté pour chaque administration provinciale des subventions à garantir par l'administration provinciale en exécution de l'article 9, 2°bis. ".
HOOFDSTUK III. - Leefmilieu.
CHAPITRE III. - Environnement.
Afdeling 1. - Oppervlaktewateren.
Section 1. - Eaux de surface.
Art.3. In artikel 32duodecies, § 3, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd bij decreet van 22 december 1995 en gewijzigd bij decreet van 20 december 1996, worden de woorden " mag niet meer bedragen dan 50 % van de totale kosten " vervangen door de woorden " mag niet meer bedragen dan 50 % van de totale kosten, tenzij het hemelwater en het afvalwater gescheiden worden. In dit laatste geval kan het percentage van 50 % opgetrokken worden tot 75 % ".
Art.3. Dans l'article 32duodecies, § 3, de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, inséré par le décret du 22 décembre 1995 et modifié par le décret du 20 décembre 1996, les mots " ne peut excéder 50 % des frais globaux " sont remplacés par les mots " ne peut excéder 50 % des frais globaux, à moins que les eaux pluviales et les eaux usées ne soient séparées. En ce dernier cas, le taux de 50 % peut être augmenté à 75 %. ".
Art.4. In artikel 35quater, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij decreet van 21 december 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 20 december 1996 en 8 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 1° worden onder " Qw = " de woorden " dat Qw gelijk is aan het quotiënt van de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, gedeeld door 40 en in voorkomend geval verhoogd met de hoeveelheid water die in hetzelfde jaar gratis werd geleverd " vervangen door de woorden " dat Qw gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die in hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 ";
  2° in 3° worden onder " Qw = " de woorden " dat Qw gelijk is aan het quotiënt van de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, gedeeld door 40 en in voorkomend geval verhoogd met de hoeveelheid water die in hetzelfde jaar gratis werd geleverd " vervangen door de woorden " dat Qw gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die in hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 ";
  3° in 4° de vijfde streep, die luidt als volgt : " waarbij het effluentwater van bedoelde particuliere zuiveringsinstallatie gedurende het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar in een oppervlaktewater werd geloosd; " schrappen;
  4° in 4° de zesde streep, eerste lid vervangen door wat volgt :
  " - wordt een 100 % vrijstelling verleend. ";
  5° in 4°, zesde streep, tweede lid, het woord " vermindering " telkens vervangen door het woord " vrijstelling ".
Art.4. A l'article 35quater, § 1, de la même loi, inséré par le décret du 21 décembre 1990 et modifié par les décrets des 25 juin 1992, 22 décembre 1993, 21 décembre 1994, 20 décembre 1996 et 8 juillet 1997, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 1°, dans l'équation Qw=, les mots " que Qw soit égal au quotient des frais globaux, hors TVA, facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition, divisés par 40, à augmenter le cas échéant de la quantité d'eau fournie gratuitement au cours de cette même année; " sont remplacés par les mots " que Qw soit égal au quotient se composant des frais globaux, hors TVA, facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition et augmentés du décompte pour la quantité d'eau fournie gratuitement au cours de cette même année, d'une part, et du diviseur 50, d'autre part; ";
  2° au point 3°, dans l'équation Qw=, les mots " que Qw soit égal au quotient des frais globaux, hors TVA, facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition, divisés par 40, à augmenter le cas échéant de la quantité d'eau fournie gratuitement au cours de cette même année; " sont remplacés par les mots " que Qw soit égal au quotient se composant des frais globaux, hors TVA, facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition et augmentés du décompte pour la quantité d'eau fournie gratuitement au cours de cette même année, d'une part, et du diviseur 50, d'autre part; ".
  3° au point 4°, 5ème tiret, la disposition " les effluents de lìnstallation d'épuration privée précitée étant déversées au cours de l'année précédant l'année d'imposition dans une eau de surface; " est supprimée;
  4° au point 4°, 6ème tiret, l'alinéa 1 est remplacé par la disposition suivante :
  " - il est accordé une exemption de 100 %. ";
  5° au point 4°, 6ème tiret, alinéa 2, le mot " réduction " est remplacé à chaque mention par le mot " exemption ".
Art.5. In artikel 35quinquies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij decreet van 21 december 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992,18 december 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, worden de woorden " De hoeveelheid geloosd koelwater wordt geacht overeen te stemmen met de in de lozings- of milieuvergunning toegelaten hoeveelheid, tenzij de heffingsplichtige het bewijs levert dat de reëel geloosde hoeveelheid kleiner is " vervangen door de woorden : " Met ingang van het heffingsjaar 1992 wordt de hoeveelheid geloosd koelwater geacht overeen te stemmen met :
  - hetzij, de in de lozings- of milieuvergunning toegelaten hoeveelheid;
  - hetzij, de hoeveelheid aangegeven in de voor 1 september 1991 ingediende lozingsvergunningsaanvraag zolang over deze laatste nog geen uitspraak is gedaan;
  - tenzij de heffingsplichtige het bewijs levert dat de reëel geloosde hoeveelheid kleiner is. ".
Art.5. Dans l'article 35quinquies, § 1, de la même loi, inséré par le décret du 21 décembre 1990 et modifié par les décrets des 25 juin 1992, 18 décembre 1992, 22 décembre 1993, 21 décembre 1994, 22 décembre 1995, 20 décembre 1996 et 19 décembre 1997, les mots " La quantité d'eaux de refroidissement déversées est censée correspondre à la quantité autorisée par l'autorisation écologique ou de déversement, sauf si le redevable fournit la preuve que la quantité effectivement déversée est moins importante. " sont remplacés par les mots " A partir de l'année d'imposition 1992, la quantité d'eaux de refroidissement déversées est censée correspondre :
  - soit, à la quantité autorisée par l'autorisation écologique ou de déversement;
  - soit, à la quantité indiquée dans la demande d'une autorisation de déversement, présentée avant le 1er septembre 1991, tant qu'il n'a pas été statué sur celle-ci;
  sauf si le redevable fournit la preuve que la quantité effectivement déversée est moins importante. "
Art.6. In artikel 35septies van dezelfde wet, ingevoegd bij decreet van 21 december 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 18 december 1992, 22 december 1993, 6 juli 1994, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, worden de woorden " in geval de facturen het waterverbruik niet vermelden wordt door de Maatschappij aangenomen dat dit verbruik gelijk is aan het quotiënt van de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, gedeeld door 40 " vervangen door de woorden " in geval de facturen het waterverbruik niet vermelden wordt door de Maatschappij aangenomen dat dit verbruik gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die in hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 ".
Art.6. Dans l'article 35septies de la même loi, inséré par le décret du 21 décembre 1990 et modifié par les décrets des 25 juin 1992, 18 décembre 1992, 22 décembre 1993, 6 juillet 1994, 21 décembre 1994, 22 décembre 1995, 20 décembre 1996 et 19 décembre 1997, les mots " au cas où les factures ne mentionneraient pas la consommation d'eau, il est admis par la Société que cette consommation soit égale au quotient des frais globaux facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition, hors TVA, divisé par 40; " sont remplacés par les mots " au cas où les factures ne mentionneraient pas la consommation d'eau, il est admis par la Société que cette consommation soit égale au quotient se composant des frais globaux, hors TVA, facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition et augmentés du décompte pour la quantité d'eau fournie gratuitement au cours de cette même année, d'une part, et du diviseur 50, d'autre part; ".
Afdeling 2. - Afvalheffingen.
Section 2. - Redevances sur les déchets.
Art.7. Aan artikel 47, § 2, 10°, van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 18 december 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, wordt een c) toegevoegd die luidt als volgt :
  " c) in afwijking van a) en b) wordt met ingang van 1 januari 1998 het bedrag van de milieuheffing vastgesteld op 535 frank per ton, wanneer het gaat om het storten van huishoudelijke afvalstoffen die niet konden worden verbrand in een oven vergund voor huishoudelijke afvalstoffen, om reden dat deze oven op vrijwillige basis door de exploitant tijdelijk om milieuredenen buiten dienst werd gesteld. Deze afwijking geldt evenwel voor elke oven slechts gedurende een periode van 18 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de oven op vrijwillige basis werd gesloten. "
Art.7. L'article 47, § 2, 10°, du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets, modifié par les décrets des 25 juin 1992, 18 décembre 1992, 22 décembre 1993, 21 décembre 1994, 22 décembre 1995, 20 décembre 1996 et 19 décembre 1997, est complété par un point c), rédigé comme suit :
  " c) Par dérogation aux points a) et b), le montant de la redevance est fixé à 535 francs par tonne, à partir du 1er janvier 1998, pour le déversement d'ordures ménagères qui ne pouvaient être incinérées dans un four autorisé pour l'incinération d'ordures ménagères, parce que ce four a temporairement été mis hors service par l'exploitant, à titre volontaire, pour des raisons écologiques. Toutefois, cette dérogation n'est applicable, pour chaque four, que pour une période de 18 mois prenant cours le premier jour du mois au cours duquel le four a volontairement été mis hors service. ".
Art.8. Aan artikel 47 van hetzelfde decreet wordt een § 2ter ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2ter. In afwijking van de bepalingen van § 2 wordt het bedrag van de milieuheffing vastgesteld op 0 frank per ton, voor de verwerking van afvalstoffen die afkomstig zijn van de door de overstromingsramp van september 1998 getroffen delen van de in Vlaanderen gelegen gemeenten vermeld in het koninklijk besluit van 18 september 1998 waarbij de hevige stortregens die op 13, 14 en 15 september 1998 gevallen zijn op het grondgebied van verschillende gemeenten als een algemene ramp worden erkend en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  - de afvalstoffen moeten voor verwerking aangeboden zijn in de periode van 16 september 1998 tot en met 15 november 1998;
  - de afvalstoffen zijn veroorzaakt door de overstromingsramp van september 1998;
  - het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten moet voor de afvalstoffen een attest afleveren dat bevestigt dat de afvalstoffen aan de in dit artikel gestelde voorwaarden voldoen. ".
Art.8. Dans l'article 47 du même décret, il est inséré un § 2ter, rédigé comme suit :
  " § 2ter. Par dérogation aux dispositions du § 2, le montant de la redevance écologique est fixé à 0 francs par tonne pour le traitement des déchets provenant des quartiers atteints par les inondations de septembre 1998, des communes flamandes mentionnées dans l'arrêté royal du 18 septembre 1998 considérant comme une calamité publique les pluies intenses qui se sont abattues les 13, 14 et 15 septembre 1998 sur le territoire de plusieurs communes, et délimitant l'étendue géographique de cette calamité, pourvu que les conditions suivantes soient remplies :
  - les déchets doivent avoir été présentées pour traitement dans la période du 16 septembre 1998 au 15 novembre 1998 inclus;
  - les déchets doivent résulter des inondations de septembre 1998;
  - le collège des Bourgmestre et échevins de la commune concernée doit délivrer une attestation affirmant que les déchets dont question répondent aux conditions prévues par le présent article. ".
HOOFDSTUK IV. - Onderwijs.
CHAPITRE IV. - Enseignement.
Art.9. Wordt toegevoegd aan artikel 53, § 4, van het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995 :
  " 4° de opbrengsten uit de verkoop of verhuur van gebouwen of terreinen aangekocht lastens het voormalige Gebouwenfonds voor de Rijksscholen die voor 1 januari 1989 voor vervreemding werden overgedragen aan het Ministerie van Financiën. ".
Art.9. L'article 53, § 4, du décret du 21 décembre 1994 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1995 est complété par un point 4° :
  " 4° le produit de la vente ou de la location de bâtiments ou terrains acquis à charge de l'ancien " Gebouwenfonds voor de Rijksscholen " (Fonds des bâtiments scolaires de l'Etat) et transférés pour aliénation au Ministère des Finances avant le 1er janvier 1989. ".
Art.10. In artikel 209, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap wordt het bedrag " 4000 " vervangen door " 4500 ",het jaartal " 1999 " door " 2000 ", het jaartal " 1998 " door " 1999 " en " 198 " door " 199 ".
Art.10. Dans l'article 209, § 1, du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande, le montant " 4 000 " est remplacé par le montant " 4 500 ", l'année " 1999 " par l'année " 2000 ", l'année " 1998 " par l'année " 1999 " et le terme " 198 " par le terme " 199 ".
Art.11. In artikel 178, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap wordt de zinsnede " 1996 gelijk aan 18 111,0 miljoen frank " vervangen door de zinsnede " 1999 gelijk aan 19 378,4 miljoen frank ". De zinsnede " in 1996 met 160 miljoen frank, in 1997 met 140 miljoen frank, in 1998 met 120 miljoen frank, " wordt geschrapt.
Art.11. Dans l'article 178, § 1, du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts d'enseignement supérieur en Communauté flamande, les mots " 1996, à 18 111,0 millions de francs " sont remplacés par les mots " 1999, " 19 378,4 millions de francs ". Les mots " en 1996 de 160 millions de francs, en 1997 de 140 millions de francs, en 1998 de 120 millions de francs, " sont supprimés.
Art.12. In artikel 184 van hetzelfde decreet wordt " L96 " telkens vervangen door " L99 ", wordt " C96 " telkens vervangen door " C99 " en wordt " 1996 " telkens vervangen door " 1999 ".
Art.12. Dans l'article 184 du même décret, les termes " L96 ", " C96 " et " 1996 " sont remplacés, à chaque mention, respectivement par les termes " L99 ", " C99 " et " 1999 ".
Art. 13. In artikel 136 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt :
  " De bedragen noodzakelijk voor de uitgaven voortvloeiend, uit de wettelijke en conventionele werkgeversbijdragen en lasten, met inbegrip van het door de instelling gefinancierd aanvullend pensioen, teneinde een gelijkwaardig geldelijk statuut te verzekeren als voor de universiteiten andere dan die vermeld in artikel 3, 4° a) en 5°, zijn vanaf 1999 gelijk aan, uitgedrukt in miljoenen franken :
Art. 13. Dans l'article 136 du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, modifié par le décret du 14 juillet 1998, les alinéas 1 et 2 sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " Les montants nécessaires du côté des dépenses découlant des cotisations et charges patronales légales et conventionnelles, en ce compris la pension complémentaire financée par l'institution pour harmoniser lé statut pécuniaire avec celui des universités autres que celles visées à l'article 3, 4°, a), et 5°, s'élèvent, à partir de 1999, aux montants suivants exprimés en millions de francs :
de Katholieke Universiteit Leuven326,5
het Limburgs Universitair Centrum5,4
de Katholieke Universiteit Brussel8,1
de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen32,9
de Universitaire Instelling Antwerpen9,5
e Vrije Universiteit Brussel119,6
1°de Katholieke Universiteit Leuven326,52°het Limburgs Universitair Centrum5,43°de Katholieke Universiteit Brussel8,14°de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen32,95°de Universitaire Instelling Antwerpen9,56°e Vrije Universiteit Brussel119,6
la '' Katholieke Universiteit Leuven ''326,5
le '' Limburgs Universitair Centrum ''5,4
la '' Katholieke Universiteit Brussel ''8,1
les '' Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius '' d'Anvers32,9
la '' Universitaire Instelling Antwerpen ''9,5
la '' Vrije Universiteit Brussel ''119,6
1°la '' Katholieke Universiteit Leuven ''326,52°le '' Limburgs Universitair Centrum ''5,43°la '' Katholieke Universiteit Brussel ''8,14°les '' Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius '' d'Anvers32,95°la '' Universitaire Instelling Antwerpen ''9,56°la '' Vrije Universiteit Brussel ''119,6
Art.14. Artikel 44, § 2, van het decreet betreffende de lerarenopleiding en de nascholing van 16 april 1996 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. Vanaf 1997 worden de bedragen vermeld in deze titel geïndexeerd als volgt :
  Nx= Tx (Cx/Cx-1)
  Waarbij
  Nx : gelijk is aan het geïndexeerde bedrag in begrotingsjaar x;
  Tx : gelijk is aan het bedrag dat in de tabel voor het betreffende begrotingsjaar vermeld staat; vanaf begrotingsjaar 2004 is dit bedrag gelijk aan het bedrag voor het begrotingsjaar 2003;
  Cx : gelijk is aan de gezondheidsindex bij het begin van het begrotingsjaar x;
  Cx-1 : gelijk aan de gezondheidsindex bij het begin van het begrotingsjaar x-1; vanaf begrotingsjaar 2004 is deze gelijk aan de gezondheidsindex bij het begin van het jaar 2003. ".
Art.14. L'article 44, § 2, du décret du 16 avril 1996 relatif à la formation des enseignants et à la formation continuée, est remplacé par la disposition suivante :
  " A partir de 1997, les montants mentionnés dans ce titre sont indexés par application de la formule suivante :
  Nx = Tx (Cx/Cx-1)
  Dans laquelle :
  Nx = est égal au montant indexé pendant l'année budgétaire x;
  Tx = est égal au montant mentionné au tableau pour l'année budgétaire correspondante; à partir de l'année budgétaire 2004, ce montant est égal au montant pour l'année budgétaire 2003;
  Cx = est égal à l'indice de santé au début de l'année budgétaire x;
  Cx-1 = est égal à l'indice de santé au début de l'année budgétaire x-1; à partir de l'année budgétaire 2004, ce terme est égal à l'indice de santé au début de l'année budgétaire 2003. ".
Art.15. § 1. Aan artikel 130, § 2, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, zoals gewijzigd door artikel 96 van het decreet van 14 juli 1998 betreffende het Onderwijs IX, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Vanaf het begrotingsjaar 1999 wordt dit bedrag voor de gezamelijke universiteiten vastgelegd op 438,4 miljoen frank (prijsniveau 1995). ".
  § 2. (Aan artikel 130, § 6, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, zoals gewijzigd door artikel 96 van het decreet van 14 juli 1998 betreffende het Onderwijs IX, wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Voor het begrotingsjaar 1999 bedraagt het basisbedrag WAO 1995, uitgedrukt in miljoenen franken, voor de universiteit Gent 4 846,2.)
Art.15. § 1. L'article 130, § 2, du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, modifié par l'article 96 du décret du 14 juillet 1998 relatif à l'enseignement IX, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " A partir de l'année budgétaire 1999, ce montant est fixé à 438,4 millions de francs (niveau des prix 1995) pour l'ensemble des universités. ".
  § 2. (L'article 130, § 6, du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, modifié par l'article du décret du 14 juillet 1998 relatif à l'enseignement IX, est complété par un alinéa 3 libellé comme suit :
  " L'exercice budgétaire 1999 comporte le montant de base WAO 1995, exprimé en millions de francs, pour la " Universiteit Gent " 4.846,2.)
Art.16. In artikel 157, § 2, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs worden de woorden " niet meer dan 15 bedragen " vervangen door " niet meer dan 16 bedragen ".
Art.16. Dans l'article 157, § 2, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, les mots " ne peut être supérieur à 15 " sont remplacés par les mots " ne peut être supérieur à 16 ".
Art.17. In artikel 32, § 2, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Naast de in het vorig lid toegekende bijkomende werkingsmiddelen ontvangen de gesubsidieerde internaten 80 miljoen frank bijkomende werkingsmiddelen.
  Dit bedrag wordt jaarlijks vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A2, zoals bedoeld in artikel 2 van het decreet betreffende het Onderwijs II.
  Dit bedrag wordt verdeeld op basis van het aantal interne leerlingen per internaat in het secundair onderwijs die in het voorafgaande schooljaar een studietoelage, zoals bedoeld in de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen, bekwamen. ".
Art.17. L'article 32, § 2, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement est complété par l'alinéa suivant :
  " Outre les subventions de fonctionnement supplémentaires accordées par l'alinéa précédent, les internats reçoivent des subventions de fonctionnement supplémentaires à concurrence d'un montant de 80 millions de francs.
  Le montant précité est multiplié chaque année par le coefficient d'ajustement A2, défini par l'article 2 du décret relatif à l'enseignement-II.
  Le montant est réparti en fonction du nombre d'élèves internes de chaque internat de l'enseignement secondaire, qui ont obtenu au cours de l'année scolaire précédente une allocation d'études, telle que visée par la loi du 19 juillet 1971 relative à l'octroi d'allocations et de prêts d'études.".
Art.18. Artikel 17 treedt in werking op 1 januari 1999.
Art.18. L'article 17 entre en vigueur le 1er janvier 1999.
HOOFDSTUK V. - Binnenlandse Aangelegenheden en Stedelijk Beleid.
CHAPITRE V. - Affaires intérieures et politique urbaine.
Afdeling 1. - Investeringsfonds.
Section 1. - Fonds d'investissement.
Art.19. In artikel 2 van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het Investeringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde onroerende Investeringen die in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest door of op initiatief van de provincies, de gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 6 juli 1994 en 21 december 1994 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : " De referentiedotatie wordt vastgesteld op 5 055,1 miljoen frank ";
  2° in het vierde lid worden de woorden " S : het gemiddelde van de uurlonen op 1 januari 1993 " vervangen door de woorden " S : het gemiddelde van de uurlonen op 1 januari 1998 ".
  3° in het vierde lid worden de woorden " door het Ministerie van Economische Zaken voor de maand januari 1993 " vervangen door de woorden " door het Ministerie van Economische Zaken voor de maand januari 1998 ".
Art.19. A l'article 2 du décret du 20 mars 1991 relatif au Fonds d'investissement pour la répartition des subventions en faveur de certains investissements effectués dans la Communauté flamande et la Région flamande par les provinces, les communes ou la Commission communautaire flamande, ou à leur initiative, modifié par les décrets des 25 juin 1992, 6 juillet 1994 et 21 décembre 1994, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante : " La dotation de référence est fixée à 5 055,1 millions de francs ".
  2° Dans l'alinéa 4, les mots " S : la moyenne des salaires horaires le 1er janvier 1993 " sont remplacés par les mots " S : la moyenne des salaires horaires le 1er janvier 1998 ";
  3° Dans l'alinéa 4, les mots " par le Ministère des Affaires économiques pour le mois de janvier 1993 " sont remplacés par les mots " par le Ministère des Affaires économiques pour le mois de janvier 1998 ".
Art.20. In artikel 3 van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het Investeringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde onroerende Investeringen die in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest door of op initiatief van de provincies, de gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 6 juli 1994 en 21 december 1994 wordt een § 2bis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2bis. In 1999 wordt 73 miljoen frank voorbehouden voor gemeenten die de stemverrichtingen naar aanleiding van de verkiezingen van het Vlaams Parlement automatiseren door het gebruik van informatica-apparatuur. ".
Art.20. Dans l'article 3 du décret du 20 mars 1991 relatif au Fonds d'investissement pour la répartition des subventions en faveur de certains investissements effectués dans la Communauté flamande et la Région flamande par les provinces, les communes ou la Commission communautaire flamande, ou à leur initiative, modifié par les décrets des 25 juin 1992, 6 juillet 1994 et 21 décembre 1994, il est inséré un § 2bis, rédigé comme suit :
  " § 2bis. En 1999, un montant de 73 millions de francs est réservé aux communes qui procèdent à l'automatisation des opérations de vote en utilisant des ordinateurs, à l'occasion des élections pour le Parlement flamand. ".
Afdeling 2. - Sociaal Impulsfonds.
Section 2. - " Sociaal Impulsfonds " (Fonds d'impulsion sociale).
Art.21. In artikel 3 van het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds, gewijzigd bij de decreten van 10 december 1996 en 19 december 1997 wordt § 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. Vanaf 1999 wordt de netto-opbrengst van de aan het begrotingsjaar voorgaande jaren aan de in hoofdstuk VIII, afdeling 2 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, bedoelde heffingen, intresten en administratieve geldboeten ten voordele van het Vlaamse Gewest, verminderd met de vergoeding voor de administratiekosten, bedoeld in artikel 44 van hetzelfde decreet, en andere inningskosten aangewend voor de hiernavolgende uitgaven :
  1° het bedrag ter dekking van de uitgaven verbonden aan de uitvoering van de samenwerkingovereenkomst " bestendiging armoedebeleid en steunpunt armoede ";
  2° de kosten voor de bekendmaking van de werking van het Sociaal Impulsfonds en van de acties, die zijn gefinancierd met trekkingsrechten op het Sociaal Impulsfonds;
  3° de subsidiëring van projecten inzake interlokale samenwerking;
  4° de organisatie van colloquia met betrekking tot lokale besturen, ingericht met medewerking van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden;
  5° aanvulling van de werkingsuitgaven van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden in het kader van haar werking;
  6° initiatieven inzake vorming van lokale mandatarissen en ambtenaren, ingericht met medewerking van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden.
  Het saldo wordt verdeeld onder de gemeenten die op hun verzoek belast zijn met het beheer van de inventaris met betrekking tot de heffing op de leegstand, bedoeld in artikel 28 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, en daartoe toegevoegd aan de dotatie bedoeld in de decreten van 31 juli 1990 tot instelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaams Gewest en 7 november 1990 tot vaststelling van de regelen inzake de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds. ".
Art.21. L'article 3, § 3, du décret du 14 mai 1996 réglementant le fonctionnement et la répartition du " Sociaal Impulsfonds ", modifié par les décrets des 10 décembre 1996 et 19 décembre 1997, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. (005);A partir de 1999, les recettes nettes des redevances, intérêts et amendes administratives visés par le chapitre VIII, section 2, du décret du 22 décembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996 et percus en faveur de la Région flamande au cours des années précédant l'année budgétaire, sont affectées aux dépenses suivantes, après déduction des remboursements des frais administratifs visés par l'article 44 du même décret et des autres frais de perception :
  1° les dépenses visant à couvrir les frais de la mise en oeuvre de l'accord de coopération " Continuation de la politique en faveur des défavorisés et observatoire de la pauvreté ";
  2° les dépenses faites pour informer le public des activités du " Sociaal Impulsfonds " et des actions financées au moyen de droits de tirage à charge du " Sociaal Impulsfonds ";
  3° les subventions accordées à des projets de coopération interlocale;
  4° les frais d'organisation de colloques relatifs aux administrations locales, organisés avec la collaboration de la " Administratie Binnenlandse Aangelegenheden " (Administration des Affaires intérieures);
  5° la contribution aux frais de fonctionnement de la " Administratie Binnenlandse Aangelegenheden " dans le cadre de ses activités;
  6° les initiatives de formation des mandataires et fonctionnaires locaux, réalisées avec la collaboration de la " Administratie Binnenlandse Aangelegenheden ".
  Le solde est réparti entre les communes chargées à leur demande de la gestion de l'inventaire concernant la redevance relative aux bâtiments désaffectés, visé par l'article 28 du décret du 22 décembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996 et est ajouté à cet effet à la dotation visée par les décrets du 31 juillet 1990 instituant le " Vlaams Gemeentefonds " (Fonds flamand des Communes) et réglant une dotation spéciale à certaines communes de la Région flamande et du 7 novembre 1990 fixant les règles de répartition du " Vlaams Gemeentefonds ".
Art.22. § 1. In artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden " een bedrag van 80 miljoen frank " vervangen door de woorden " een bedrag van 100 miljoen frank ".
  § 2. Artikel 5, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Jaarlijks wordt in programma 53.2 van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap een vastleggingskrediet ingeschreven ten bedrage van 40 000 000 frank voor onderzoekingen en experimenten met een supracommunale waarde of draagwijdte evenals voor ondersteuning van verenigingen die actief zijn in en voor de vierde wereld, en een vastleggingskrediet van 20 000 000 frank voor vorming, begeleiding, informatie en sensibilisering in het kader van dit decreet. ".
Art.22. § 1. Dans l'article 4, § 1, du même décret, les mots " un montant de 80 millions de francs " sont remplacés par les mots " un montant de 100 millions de francs ".
  § 2. L'article 5, alinéa 1, du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Il est inscrit chaque année au programme 53.2 du budget de la Communauté flamande un crédit d'engagement à concurrence de 40 000 000 de francs affecté aux recherches et expériences à valeur ou portée supracommunale et au soutien des associations qui déploient des activités dans et pour le quart monde, ainsi qu'un crédit d'engagement à concurrence de 20 000 000 de francs destiné à la formation, l'accompagnement, l'information et la sensibilisation dans le cadre du présent décret. ".
Art.23. In artikel 6, § 5, eerste lid, en artikel 6, § 6, derde lid, van het decreet van 14 mei 1996, tot vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds wordt het jaartal '2000' vervangen door het jaartal '1999'.
  In artikel 6, § 5, derde lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden " In het jaar van de actualisatie " vervangen door de woorden " In het jaar na de actualisatie ".
Art.23. Dans les articles 6, § 5, alinéa 1, et 6, § 6, alinéa 3, du même décret, l'année " 2000 " est remplacée par l'année " 1999 ".
  Dans l'article 6, § 5, alinéa 3, du même décret, les mots " Au cours de l'année d'actualisation " sont remplacés par les mots " Au cours de l'année qui suit l'actualisation ".
Art.24. Aan artikel 3 van het decreet van 31 juli 1990 tot instelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij decreet van 14 mei 1996, wordt een lid toegevoegd :
  " Vanaf de verdeling voor het jaar 1999 wordt de berekende dotatie verhoogd met het saldo bedoeld in artikel 3, § 3, laatste lid van het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds. ".
Art.24. L'article 3 du décret du 31 juillet 1990 instituant le " Vlaams Gemeentefonds " et réglant l'octroi d'une dotation spéciale à certaines communes de la Région flamande, modifié par le décret du 14 mai 1996, est complété par l'alinéa suivant :
  " Dès la répartition pour l'année 1999, la dotation fixée est augmentée du solde visé à l'article 3, § 3, dernier alinéa, du décret du 14 mai 1996 réglementant le fonctionnement et la répartition du " Sociaal Impulsfonds. ".
Art.25. In artikel 6 van het decreet van 7 november 1990 tot vaststelling van de regelen inzake de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, gewijzigd bij decreet van 6 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " in drie delen " worden vervangen door de woorden " in vier delen ";
  2° er wordt een 4° toegevoegd dat luidt als volgt : " het saldo bedoeld in artikel 3, laatste lid van het decreet van 31 juli 1990 tot instelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaamse Gewest is bestemd voor de gemeenten die op hun verzoek belast zijn met het beheer van de inventaris met betrekking tot de heffing op de leegstand en dit in verhouding tot de gekende opbrengst voor die gemeente. ".
Art.25. A l'article 6 du décret du 7 novembre 1990 fixant les règles de répartition du " Vlaams Gemeentefonds ", modifié par le décret du 6 juillet 1994, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " en trois parts " sont remplacés par les mots " en quatre parts ";
  2° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit : " Le solde visé à l'article 3, alinéa dernier, du décret du 31 juillet 1990 instituant le " Vlaams Gemeentefonds " et réglant l'octroi d'une dotation spéciale à certaines communes de la Région flamande est réservé aux communes chargées à leur demande de la gestion de l'inventaire concernant la redevance relative aux bâtiments désaffectés, et ce dans la proportion du produit connu, réalisé par la commune intéressée. ".
Afdeling 3. - Provinciefonds.
Section 3. " Vlaams Provinciefonds " (Fonds flamand des Provinces).
HOOFDSTUK VI. - DAB Linker Scheldeoever (LSO).
CHAPITRE VI. - Service à gestion séparée " Linker Scheldeoever - LSO " (Service à gestion séparée pour la rive gauche de l'Escaut).
Art.27. De uitvoering van de opdrachten van de Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever zoals omschreven in de wet van 8 mei 1929 met betrekking tot het aanleggen van een tunnel onder de Schelde te Antwerpen en de inrichting der gronden op de Linkeroever aldaar en de rechten, verplichtingen en goederen worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest.
Art.27. Les missions confiées à la Société intercommunale de la rive gauche de l'Escaut telles que définies par la loi du 8 mai 1929 relative à la construction d'un tunnel sous l'Escaut, à Anvers, et à l'aménagement de la rive gauche, ainsi que les droits, obligations et biens de cette société sont transférés à la Région flamande.
Art.28. De personeelsleden van de Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever worden overgedragen aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en geïntegreerd in het departement Leefmilieu en Infrastructuur.
Art.28. Les membres du personnel de la Société intercommunale de la rive gauche de l'Escaut sont transférés au Ministère de la Communauté flamande et intégrés au Département de l'Infrastructure et de l'Environnement.
Art.29. § 1. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen inzake de overdracht van deze personeelsleden.
  § 2. Zij behouden ten minste hun hoedanigheid, graad, administratieve en geldelijke anciënniteit, evenals de toelagen, vergoedingen, premies en andere voordelen die zij hadden krachtens de reglementering van toepassing op de Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever.
  Zij behouden deze toelagen, vergoedingen, premies en andere voordelen slechts in zoverre de voorwaarden voor de toekenning blijven bestaan in het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Art.29. § 1. Les modalités du transfert des membres du personnel sont fixées par le Gouvernement flamand.
  § 2. Les membres du personnel conservent au moins la qualité, le grade, l'ancienneté administrative et pécuniaire, les allocations, les indemnités, les primes et les autres avantages leur attribués par la réglementation applicable à la Société intercommunale de la rive gauche de l'Escaut.
  Ils ne conservent leurs allocations, indemnités, primes et autres avantages que dans la mesure où les conditions d'attribution y relatives restent d'application au Ministère de la Communauté flamande.
Art.34. De wet van 8 mei 1929 met betrekking tot het aanleggen van een tunnel onder de Schelde te Antwerpen en de inrichting der gronden op den Linkeroever aldaar wordt opgeheven.
Art.34. La loi du 8 mai 1929 relative à la construction d'un tunnel sous l'Escaut, à Anvers, et à l'aménagement de la rive gauche est abrogée.
HOOFDSTUK VII. - Terugvordering van overheidssteun.
CHAPITRE VII. - Recouvrement de subventions des autorités flamandes.
Art.35. § 1. In het geval van het niet naleven van de informatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag, kan de steun die is toegekend op basis van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 23 oktober 1991 tot regeling van de bevordering van het industrieel wetenschappelijk- technologisch onderzoek in Vlaanderen, teruggevorderd worden indien deze tekortkoming zich heeft voorgedaan binnen een periode van 5 jaar die ingaat op de datum van beslissing tot toekenning van steun. De Vlaamse regering regelt de nadere modaliteiten van deze terugvordering.
  § 2. Onder informatie- en raadplegingsprocedures wordt verstaan : de procedures bedoeld in de artikelen 3, 7 en 11 van CAO nummer 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden, algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 12 september 1972, artikel 6 van CAO nummer 24 van 2 oktober 1975 betreffende de procedure van inlichting en raadpleging van werknemersvertegenwoordiging met betrekking tot het collectief ontslag, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 januari 1976, de artikelen 6 tot 8 van het koninklijk besluit van 24 mei 1976 betreffende het collectief ontslag, de artikelen 4 en 37 van CAO nummer 62 van 6 februari 1996 betrefffende de instelling van een Europese Ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 22 maart 1996 en artikel 66 van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling.
Art.35. § 1. Lorsque les procédures d'information et de consultation en cas de licenciement collectif ne sont pas respectées, il peut être procédé au recouvrement de l'aide octroyée en vertu de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 1991 réglant la promotion de la recherche scientifico-technologique dans l'industrie en Flandre, si ce manquement s'est produit avant la fin de la période de 5 ans prenant cours à la date de la décision d'octroi de l'aide. Le Gouvernement flamand fixe les modalités de recouvrement de l'aide.
  § 2. Par procédures d'information et de consultation, il faut entendre : les procédures prévues aux articles 3, 7 et 11 de la convention collective de travail n° 9 du 9 mars 1972 coordonnant les accords nationaux et les conventions collectives de travail relatifs aux conseils d'entreprises, conclus au sein du Conseil national du travail, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 12 septembre 1972, à l'article 6 de la convention collective de travail n° 24 du 2 octobre 1975 concernant la procédure d'information et de consultation des représentants des travailleurs en matière de licenciements collectifs, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 21 janvier 1976, aux articles 6 et 8 de l'arrêté royal du 24 mai 1976 sur les licenciements collectifs, aux articles 4 et 37 de la convention collective de travail n° 62 du 6 février 1996 concernant l'institution d'un comité d'entreprise européen ou d'une procédure dans les entreprises de dimension communautaire et les groupes d'entreprises de dimension communautaire en vue d'informer et de consulter les travailleurs, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 22 mars 1996 et à l'article 66 de la loi du 13 février 1998 portant des dispositions en faveur de l'emploi.
HOOFDSTUK VIII. - VLAMIVORM.
CHAPITRE VIII. - Vlamivorm.
Art.36. Het opschrift van het decreet van 19 december 1997 houdende een vermindering van de onroerende voorheffing van tewerkstellingsbevorderende investeringen wordt aangevuld met de woorden : " in vorming ".
Art.36. L'intitulé du décret du 19 décembre 1997 relatif à une réduction du précompte immobilier en vue d'encourager les investissements créateurs d'emplois est complété par les mots " en matière de formation ".
Art.37. In artikel 1 van hetzelfde decreet wordt het woord " gewestaangelegenheid " vervangen door de woorden : " gewest- en gemeenschapsaangelegenheid ".
Art.37. Dans l'article 1 du même décret, les mots " matière régionale " sont remplacés par les mots " matière régionale et communautaire ".
Art.38. § 1. In artikel 2, § 1, van hetzelfde decreet wordt het jaar " 1998 " vervangen door het jaar " 1999 ";
  § 2. In artikel 2, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " en het wegtransport " worden vervangen door " , het transport op de weg en te water, de arbeidsbemiddeling, de reiniging van gebouwen, de informatica en aanverwante sectoren ";
  2° de datum " 30 juni 1998 " wordt vervangen door de datum " 31 mei 1999 ";
  3° tussen de woorden " investeringstegemoetkoming " en " verleend " worden de woorden " in vorming " ingevoegd.
Art.38. § 1. Dans l'article 2, § 1, du même décret, l'année " 1998 " est remplacée par l'année " 1999 ".
  § 2. A l'article 2, § 2, du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " et du transport routier " sont remplacés par les mots " , du transport routier et par voie d'eau, du placement, du nettoyage de bâtiments et de l'informatique et dans les secteurs connexes ";
  2° la date du " 30 juin 1998 " est remplacée par la date du " 31 mai 1999 ";
  3° les mots " en matière de formation " sont insérés entre les mots " une intervention d'investissement " et les mots " à valoir ";
Art.39. In artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " het kalenderjaar 1996 " worden vervangen door de woorden " het kalenderjaar 1997 " en de woorden " het kalenderjaar 1997 " wordt telkens vervangen door de woorden " het kalenderjaar 1998 ";
  2° § 1, 1°, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
  " 1° in de mate dat de belastingplichtige vormingsintenties aangeeft ten gunste van werkenden in de onderneming;
  2° op voorwaarde dat de onder 1° vermelde vormingsintenties een bijkomende vormingsinspanning inhouden bovenop het vormingsniveau van de onderneming in 1998, tenzij het vormingsniveau van de belastingplichtige in 1998 een door de Vlaamse regering vast te stellen percentage van de loonmassa overschrijdt; ";
  3° in § 1 wordt " 2° " vervangen door " 3° ";
  4° in § 2 wordt het getal " 20 000 " vervangen door " 25 000 ";
  5° in § 3 wordt het woord " arbeidsplaats " telkens vervangen door " personeelseenheid ";
  6° in § 4 wordt het bedrag " 100 000 ECU " vervangen door het bedrag " 2 500 000 euro ";
  7° in § 5 worden de woorden vanaf " dat zij geen " tot en met " van toepassing zou zijn " vervangen door de woorden : " dat zij conform de EU-kaderregeling inzake opleidingssteun over een periode van drie jaar geen opleidingssteun zal aanvragen of genieten, die meer bedraagt dan 2 500 000 euro ";
  8° in § 6 worden de woorden : " en het wegtransport " vervangen door de woorden : " , het transport op de weg en te water, de arbeidsbemiddeling, de reiniging van gebouwen, de informatica en aanverwante sectoren ";
  9° in § 6 worden de woorden " inzake toename of behoud van de tewerkstelling en investeringen, zoals omschreven in artikel 3, § 1, voldoet " vervangen door de woorden " zoals bepaald in §§ 1, 4 en 5, voldoet ".
Art.39. A l'article 3 du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " l'année calendaire 1996 " sont remplacés par les mots " l'année calendaire 1997 " et les mots " l'année calendaire 1997 sont remplacés à chaque mention par les mots " l'année calendaire 1998 ";
  2° le § 1, 1°, est remplacé par les dispositions suivantes :
  " 1° dans la mesure où le contribuable exprime des intentions d'organiser des formations en faveur des travailleurs de l'entreprise;
  2° à condition que les intentions en matière de formation visées au point 1° impliquent un effort de formation supplémentaire par rapport aux investissements dans la formation de l'entreprise de 1998, sauf si les investissements du contribuable dans le domaine de la formation excèdent en 1998 un certain pourcentage de la masse salariale, à fixer par le Gouvernement flamand;
  3° au § 1, le point 2° devient le point 3°;
  4° au § 2, le nombre " 20 000 " est remplacé par le nombre " 25 000 ";
  5° au § 3, les mots " emploi supplémentaire créé " sont remplacés à chaque mention par les mots " unité de personnel supplémentaire créée ";
  6° au § 4, les termes " 100 000 ECU " sont remplacés par les termes " 2.500 000 euros ";
  7° au § 5, la disposition qui suit les deux-points est remplacée par la disposition suivante : " elle ne sollicitera ou ne bénéficiera pendant une période de trois ans d'aucune aide à la formation dépassant 2 500 000 euros, conformément au règlement cadre de l'Union européenne relatif à l'aide à la formation ";
  8° au § 6, les mots " et le transport routier " sont remplacés par les mots " , le transport routier et par voie d'eau, les secteurs du placement, du nettoyage de bâtiments et de l'informatique et les secteurs connexes ";
  9° au § 6, les mots " en matière d'accroissement et de maintien de l'emploi et des investissements tels que définis à l'article 3, § 1 " sont remplacés par les mots " définies par les §§ 1, 4 et 5 ".
Art.40. In hetzelfde decreet wordt een artikel 3bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Artikel 3bis. De investeringstegemoetkoming moet binnen een termijn van maximaal één jaar vanaf de datum van de definitieve toekenning ervan aan de onderneming besteed worden aan vorming voor werkenden in de onderneming zoals werd aangegeven in de vormingsintenties. Het vormingsniveau moet gedurende die termijn met minimaal de investeringstegemoetkoming verhoogd worden ten opzichte van het vormingsniveau van 1998, tenzij het vormingsniveau van de belastingplichtige, zowel in 1998 als tijdens de in dit artikel vermelde termijn, voldoet aan het percentage, bedoeld in artikel 3, § 1. ".
Art.40. Dans le même décret, il est inséré un article 3bis, rédigé comme suit :
  " Art. 3bis. Dans un délai d'un an au maximum à compter de la date d'octroi définitif de l'intervention d'investissement à l'entreprise, cette intervention doit être affectée à la formation des travailleurs de l'entreprise comme il a été indiqué dans les intentions en matière de formation. Pour cette période, les investissements dans la formation doivent au moins être majorés du montant de l'intervention d'investissement, par rapport aux investissements en la matière de 1998, sauf si les investissements du contribuable dans le domaine de la formation remplissent, tant en 1998 que pendant la période fixée par le présent article, la condition en matière de pourcentage, fixée par l'article 3, § 1. ";
Art.41. In artikel 4 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord " wegtransport " wordt vervangen door de woorden : " het transport op de weg en te water, de arbeidsbemiddeling, de reiniging van gebouwen, de informatica, aanverwante sectoren ";
  2° na het woord " personeelseenheid " worden de volgende woorden ingevoegd : " ,vorming, vormingsniveau, bijkomende vormingsinspanning en vormingsintenties ";
  3° na de woorden " aanvraag en controle " worden de volgende woorden toegevoegd : " en inzake de terugvor dering in het geval niet aan de vormingsvoorwaarde zoals bepaald in artikel 3bis of niet aan de informatie- of raadplegingsprocedure bij collectief ontslag werd voldaan. ".
Art.41. A l'article 4 du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " de transport routier " sont remplacés par les mots " de transport routier et par voie d'eau, de placement, de nettoyage de bâtiments, d'informatique, de secteurs connexes ";
  2° les mots " formation, investissements dans la formation, effort de formation supplémentaire et intentions de formation " sont insérés après les mots " unité de personnel ";
  3° les mots " et en matière de recouvrement, lorsque les conditions relatives à la formation fixées par l'article 3bis ne sont pas remplies ou les procédures d'information ou de consultation en cas de licenciement collectif ne sont pas respectées. " sont ajoutés après les mots " de demande et de contrôle ".
HOOFDSTUK IX. - Ruimtelijke ordening.
CHAPITRE IX. - Aménagement du territoire.
Art.42. Aan artikel 35, tweede lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, worden de volgende zinnen toegevoegd :
  " Als waarde van het goed op het ogenblik van verwerving wordt in aanmerking genomen, het bedrag dat als grondslag heeft gediend voor de heffing van de registratie- of successierechten over de volle eigendom van het goed, of, bij ontstentenis van zulke heffing, de verkoopwaarde van het goed in volle eigendom op de dag van de verwerving. Als waarde van het goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op schadevergoeding wordt in aanmerking genomen :
  1° in geval van overdracht van het goed, het bedrag dat als grondslag heeft gediend voor de heffing van de registratie- of successierechten over de volle eigendom van het goed, of, indien zulke heffing ontbreekt, de verkoopwaarde van het goed in volle eigendom op de dag van de overdracht met als minimum de overeengekomen waarde;
  2° in geval van weigering van een bouw- of verkavelingsvergunning of in geval van een negatief stedenbouwkundig attest, de verkoopwaarde op dat ogenblik. ".
Art.42. L'article 35, alinéa 2, du décret relatif à l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996, est complété par les dispositions suivantes :
  " La valeur du bien au moment de l'acquisition est réputée correspondre au montant ayant servi d'assise pour la perception des droits d'enregistrement ou de succession sur la pleine propriété du bien, ou, à défaut de la perception précitée, à la valeur marchande du bien en pleine propriété, au jour de l'acquisition. La valeur du bien au moment où naît le droit à l'indemnisation est réputée correspondre :
  1° en cas de mutation du bien, au montant ayant servi d'assise pour la perception des droits d'enregistrement ou de succession sur la pleine propriété du bien, ou, à défaut de la perception précitée, à la valeur marchande du bien en pleine propriété au jour de l'acquisition, le montant minimum étant égal à la valeur convenue;
  2° en cas de refus du permis de bâtir ou de lotir ou de délivrance d'un certificat d'urbanisme négatif, à la valeur marchande à cette date. ".
Art.43. In artikel 35 van hetzelfde decreet wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
  " De waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving wordt geactualiseerd door ze te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen van de kalendermaand voorafgaand aan die waarin de schadevergoeding is vastgesteld en het zo bekomen getal te delen door het gemiddelde indexcijfer van de consumtieprijzen van het jaar van verwerving door de vergoedingsgerechtigde, in voorkomend geval, omgerekend op dezelfde basis als eerstgenoemd indexcijfer. De aldus bekomen waarde wordt verhoogd met de kosten van verwerving en met de uitgaven die door de vergoedingsgerechtigde zijn gedragen met het oog op de realisatie van de bestemming van het goed op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het plan als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. ".
Art.43. Dans l'article 35 du même décret, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  " La valeur du bien au moment de l'acquisition est actualisée en la multipliant par l'indice des prix à la consommation du mois civil précédant celui au cours duquel l'indemnité est fixée et en divisant le résultat ainsi obtenu par l'indice des prix à la consommation moyen de l'année d'acquisition du bien par l'ayant droit de l'indemnité, réduit, le cas échéant, sur la même base que l'indice précité. Ensuite, la valeur actualisée est augmentée des frais d'acquisition et des dépenses faites par l'ayant droit de l'indemnité en vue de donner au bien l'affectation qu'il avait au jour précédant l'entrée en vigueur du plan visé par l'alinéa 1 du présent article. ".
Art.44. In artikel 36 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 worden in het tweede lid de woorden " artikel 35, derde lid " vervangen door de woorden " artikel 35, vierde lid ".
Art.44. Dans l'article 36, alinéa 2, du décret relatif à l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996, les mots " à l'article 35, alinéa 3 " sont remplacés par les mots " à l'article 35, alinéa 4 ".
Art.45. Artikel 35, vierde lid, van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.45. L'article 35, alinéa 4, du même décret est abrogé.
Art.46. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de reeds aanhangig gemaakte vorderingen tot schadevergoeding, waarover nog geen in kracht van gewijsde gegane uitspraak bestaat.
Art.46. Les dispositions du présent chapitre sont applicables aux poursuites en dommages-intérêts déjà engagées, mais n'ayant pas encore fait l'objet d'un jugement passé en force de chose jugée.
HOOFDSTUK X. - Lease in-Lease out.
CHAPITRE X. - Opération de " Leasing in - leasing out ".
Art.47. In artikel 12 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 wordt § 2 opgeheven.
  De Vlaamse regering wordt gemachtigd om het Boudewijngebouw aan te kopen onder de voorwaarden bepaald in artikel 12 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998.
Art.47. L'article 12, § 2, du décret du 7 juillet 1998 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 1998 est abrogé.
  Le Gouvernement flamand est autorisé à acquérir le bâtiment dénommé " Boudewijngebouw " aux conditions énoncées par l'article 12 du décret du 7 juillet 1998 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 1998.
HOOFDSTUK XI. - Successierechten.
CHAPITRE XI. - Droits de succession.
Art.48. Voor wat het Vlaamse Gewest betreft worden in artikel 60bis van het Wetboek der Successierechten, zoals ingevoegd bij artikel 21 van het decreet van 20 december 1996 en gewijzigd bij de artikelen 26 en 27 van het decreet van 8 juli 1997, de volgende wijzigingen aangebracht.
  1° in § 1 worden de woorden " in de vijf jaar voorafgaand aan het overlijden " vervangen door de woorden " in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ".
  2° de tweede alinea van § 1 wordt vervangen als volgt :
  " Voor de berekening van de 50 procent wordt tevens rekening gehouden met de activa of de aandelen :
  - die in het bezit zijn of waren van ascendenten of descendenten en hun echtgenoten, of van de zijverwanten van de overledene tot en met de tweede graad;
  - die in het bezit zijn van kinderen van vooroverleden broers en zusters van de overledene.
  Fusie, splitsing, inbreng van aandelen, of andere verrichtingen in de drie jaar vóór het overlijden, waarbij de betrokkene rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder werd of blijft, belet niet dat het 3 %-tarief wordt toegepast, op voorwaarde dat de betrokkene vóór en na de verrichting aan de voorwaarden voldoet.
  Voor aandelen in vennootschappen met een sociaal oogmerk (VSO) geldt de 50 % eigendoms-voorwaarde niet. ".
  3° in § 5 wordt de vijfde alinea toegevoegd aan de vierde alinea.
  4° aan § 5 wordt een alinea toegevoegd, luidend als volgt :
  " In afwijking van het vorig lid blijft de tariefvermindering voorlopig volledig behouden, tijdens genoemde periode van vijf jaar, indien het voortschrijdende gemiddelde aantal in het Vlaamse Gewest tewerkgestelde personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse eenheden, berekend op het einde van elk van de eerste vijf jaar na het overlijden, tenminste gelijk is aan 50 procent van het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse eenheden, op het ogenblik van het overlijden. Indien en in de mate dat de tewerkstelling uitgedrukt in voltijdse eenheden na verloop van de termijn van vijf jaar lager is dan het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse eenheden, op het ogenblik van het overlijden, is de belasting tegen het normale tarief verschuldigd. ".
  5° § 11, tweede en derde alinea, wordt als volgt gewijzigd :
  " Indien bijkomende rechten verschuldigd worden, tengevolge van het niet langer vervullen van de voorwaarden vermeld in dit artikel, dienen de erfgenamen, legatarissen of begiftigden dit te melden bij wijze van aanvullende aangifte, binnen de vijf maanden nadat de verschuldigdheid definitief is komen vast te staan.
  Zij die de vermindering als bedoeld in dit artikel genoten hebben moeten, na verloop van een termijn van vijf jaar na het overlijden, aantonen dat de voorwaarden gesteld voor het behoud van het voordeel, vervuld zijn. ".
Art.48. A l'article 60bis du Code des droits de succession, inséré, en ce qui concerne la Région flamande, par l'article 21 du décret du 20 décembre 1996 et modifié par les articles 26 et 27 du décret du 8 juillet 1997, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1, les mots " au cours des cinq années précédant le décès " sont remplacés par les mots " au cours des trois années précédant le décès ";
  2° le § 1, alinéa 2, est remplacé par la disposition suivante :
  " Pour déterminer le taux de 50 %, il est également tenu compte des avoirs et actions :
  - qui étaient déjà en possession des ascendants ou descendants et leurs conjoints ou des alliés du défunt jusqu'au deuxième degré inclus;
  - qui étaient déjà en possession des enfants des frères et soeurs décédés du défunt.
  Les fusions et dédoublements d'entreprises, les apports en actions et autres opérations réalisées au cours des trois années précédant le décès, par lesquelles l'intéressé devient ou continue à être actionnaire directement ou indirectement, ne font pas obstacle à l'application du taux de 3 %, à la condition que l'intéressé réponde aux conditions avant et après ces opérations.
  Pour les actions de sociétés à vocation sociale (VSO), la condition de détenir au moins 50 % de l'entreprise n'est pas applicable. ";
  3° au § 5, l'alinéa 5 est joint à l'alinéa 4;
  4° Le § 5 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa précédant, la réduction de tarif est conservée entièrement à titre temporaire au cours de la période précitée de cinq ans, lorsque le nombre moyen augmentant de membres du personnel employés en Région flamande, exprimé en unités à temps plein, calculé à la fin de chacune des cinq premières années qui suivent le décès est au moins égal à 50 % du nombre de membres du personnel au moment du décès, exprimé en unités à temps plein. Si et à mesure que le nombre de travailleurs employés, exprimé en unités à temps plein, serait inférieur, à l'expiration de la période de cinq ans, au nombre de travailleurs au moment du décès, exprimé en unités à temps plein, l'impôt est dû au tarif normal. ".
  5° Le § 11, alinéas 2 et 3, est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Lorsque des droits de succession supplémentaires doivent être payés, parce que les conditions du présent article ne sont plus remplies, les héritiers, les légataires et les donataires sont tenus d'introduire une déclaration supplémentaire dans les cinq mois à partir de la date à laquelle il a été constaté définitivement que des droits supplémentaires sont dus.
  Les bénéficiaires de la réduction visée par le présent article doivent établir, à l'expiration du délai de cinq an qui suit le décès, que les conditions requises pour conserver le bénéfice de la réduction sont remplies. ".
HOOFDSTUK XII.
CHAPITRE XII.
HOOFDSTUK XIII. - Emancipatiezaken.
CHAPITRE XIII. - Politique en matière d'émancipation.
Art.55. De dienst van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bevoegd voor emancipatiezaken wordt ertoe gemachtigd, binnen de perken van de aan deze toegewezen kredieten, de uitgaven ten laste te nemen met het oog op de uitvoering van het emancipatiebeleid van de Vlaamse regering en dit zowel wat betreft de diensten van de Vlaamse Gemeenschap als wat betreft het opzetten en doorvoeren van pilootprojecten in de instellingen van openbaar nut afhangend of het onder toezicht staand van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, en dit ongeacht de aard van de ten laste te nemen uitgaven.
Art.55. Le service du Ministère de la Communauté flamande chargé de l'Emancipation est autorisé à supporter, dans les limites des crédits lui attribués, les dépenses quelconques, nécessaires dans le cadre de la politique en matière d'émancipation menée par le Gouvernement flamand, et ce tant pour les services de la Communauté flamande que pour la conception et l'exécution de projets-pilotes au sein des organismes d'intérêt public relevant ou placés sous la tutelle de la Communauté flamande ou de la Région flamande.
HOOFDSTUK XIV.
CHAPITRE XIV.
Afdeling 1.
Section 1.
Afdeling 2.
Section 2.
Afdeling 3.
Section 3.
Onderafdeling 1.
Sous-section 1re.
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Onderafdeling 3.
Sous-section 3.
Afdeling 4.
Sous-section 4.
Afdeling 4.
Section 3.
HOOFDSTUK XV. - Toerisme.
CHAPITRE XV. - Tourisme.
Art. 63. § 1. In het kader van het bijzonder programma ter promotie van het toerisme aan de Vlaamse kust (Actieplan Kust 2002), wordt de Vlaamse regering ertoe gemachtigd om ten laste van de begrotingen 1997, 1998 en 1999 volgende subsidies toe te kennen en in dezelfde of volgende begrotingsjaren uit te betalen :
Art. 63. § 1. Dans le cadre du programme spécial pour la promotion du tourisme au littoral de la Flandre, le " Actieplan Kust 2002 " (Programme d'action pour le littoral 2002), le Gouvernement flamand est autorisé à accorder les subventions mentionnées ci-après, imputables sur les budgets de 1997, 1998 et 1999 et payables au cours de ces années budgétaires ou des années budgétaires suivantes :
ProjectRechthebbendeMaximaal totaal bedrag van de subsidie
   over de drie begrotingsjaren
Frimout centrumStad Oostende25,0
Fort NapoleonVZW stichting Vlaams Erfgoed5,0
De pierStad Blankenberge135,0
Flanders New-Port 2002Stad Nieuwpoort167,0
WestmuseumVZW Hof ter Bloemmmolens 200225,5
OLV ter DuinenGemeente Koksijde40,0
BakkerijmuseumVZW Walter Plaetinck5,0
SeafrontStad Brugge20,0
JachthavenStad Veurne5,5
Totaal 428,0
ProjectRechthebbendeMaximaal totaal bedrag van de subsidie
   over de drie begrotingsjarenFrimout centrumStad Oostende25,0Fort NapoleonVZW stichting Vlaams Erfgoed5,0De pierStad Blankenberge135,0Flanders New-Port 2002Stad Nieuwpoort167,0WestmuseumVZW Hof ter Bloemmmolens 200225,5OLV ter DuinenGemeente Koksijde40,0BakkerijmuseumVZW Walter Plaetinck5,0SeafrontStad Brugge20,0JachthavenStad Veurne5,5Totaal428,0
ProjetBénéficiaireMontant global maximal de la subvention
  sur les trois années budgétaires
Frimout centrumville d'Ostende25,0
Fort Napoleonasbl '' Stichting Vlaams Erfgoed ''5,0
La jetée-promenadeville de Blankenberge135,0
Flanders New-Port 2002ville de Nieuport167,0
Westmuseumasbl '' Hof ter Bloemmolens 2002 ''25,5
Onze-Lieve-Vrouw ter Duinencommune de Koksijde40,0
Bakkerijmuseumasbl '' Walter Plaetinck ''5,0
Seafrontville de Bruges20,0
Port de plaisanceville de Furnes5,5
Total 428,0
ProjetBénéficiaireMontant global maximal de la subvention
  sur les trois années budgétairesFrimout centrumville d'Ostende25,0Fort Napoleonasbl '' Stichting Vlaams Erfgoed ''5,0La jetée-promenadeville de Blankenberge135,0Flanders New-Port 2002ville de Nieuport167,0Westmuseumasbl '' Hof ter Bloemmolens 2002 ''25,5Onze-Lieve-Vrouw ter Duinencommune de Koksijde40,0Bakkerijmuseumasbl '' Walter Plaetinck ''5,0Seafrontville de Bruges20,0Port de plaisanceville de Furnes5,5Total428,0
  § 2. Indien één van de bovengemelde projecten niet wordt uitgevoerd kan de Vlaamse regering de aan dit project in § 1 toegewezen subsudie herverdelen over de andere rechthebbenden zonder dat echter per rechthebbende het maximaal totaal bedrag van de subsidie meer dan 50 % van de geraamde kostprijs mag bedragen.
  § 3. De Vlaamse regering stelt de verdere voorwaarden inzake toekenning en uitbetaling van de subsidie vast in afwijking van het koninklijk besluit van 17 februari 1967 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van de subsidies door de staat verleend voor de ontwikkeling van de toeristische infrastructuur en de decreten van 29 mei 1984 houdende de oprichting van een Vlaams Commissariaat-Generaal voor Toerisme en van 7 juli 1998 betreffende de openbare instelling Toerisme Vlaanderen en de Vlaamse Raad voor het Toerisme.
  § 4. Dit artikel heeft uitwerking met ingang vanaf 1 januari 1997.
  (NOTA : Artikel 63, § 4, werd gewijzigd door artikel 39 van DVR 1999-12-22/35. Dit artikel 39 wordt ingetrokken bij DVR 2000-06-30/39, art. 24, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2000>)
  § 2. Si un des projets susmentionnés n'est pas réalisé, le Gouvernement flamand peut redistribuer aux autres bénéficiaires la subvention accordée à ce projet par le § 1, sans que le montant global maximal de la subvention par bénéficiaire puisse excéder 50 % des dépenses estimées.
  § 3. Le Gouvernement flamand fixe les modalités relatives à l'octroi et au paiement de la subvention par dérogation à l'arrêté royal du 17 février 1967 fixant les conditions d'octroi des subventions accordées par l'Etat pour le développement de l'infrastructure touristique et aux décrets des 29 mai 1984 portant création d'un " Vlaams Commissariaat-Generaal voor Toerisme " (Commissariat général flamand au Tourisme) et 7 juillet 1998 relatif à l'organisme public " Toerisme Vlaanderen " (Office du Tourisme de la Flandre) et au Conseil supérieur pour le Tourisme.
  § 4. Le présent article produit ses effets le 1er janvier 1997.
  (NOTE : L'article 63, § 4 a été modifie par l'article 39 de DCFL 1999-12-22/35. Cet article 39 a été rapporté par )
HOOFDSTUK XVI. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE XVI. - Entrée en vigueur.
Art. 64. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 1999, behoudens andersluidende bepalingen in dit decreet.
Art. 64. A moins qu'il n'en soit autrement disposé par le présent décret, les dispositions du présent décret entrent en vigueur le 1er janvier 1999.