Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 OKTOBER 1998. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen.
Titre
27 OCTOBRE 1998. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In artikel 1, 18° van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen worden de woorden "getuigschrift of brevet" geschrapt.
Article 1. A l'article 1er, 18°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s, les mots " certificat ou brevet " sont supprimĂ©s.
Art. 2. In artikel 1, 19° van hetzelfde besluit worden de woorden "of getuigschrift of brevet" geschrapt.
Art. 2. A l'article 1er, 19°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " certificat ou brevet " sont supprimĂ©s.
Art. 3. In artikel 1 van hetzelfde besluit wordt 20° vervangen door wat volgt :
  "20° laaggeschoolde bestaansminimumtrekkers : de bestaansminimumtrekkers evenals de in het bevolkingsregister ingeschreven begunstigden van de sociale bijstand die omwille van hun nationaliteit geen recht hebben op het bestaansminimum, die geen diploma behaalden van het hoger secundair onderwijs;".
  "20° laaggeschoolde bestaansminimumtrekkers : de bestaansminimumtrekkers evenals de in het bevolkingsregister ingeschreven begunstigden van de sociale bijstand die omwille van hun nationaliteit geen recht hebben op het bestaansminimum, die geen diploma behaalden van het hoger secundair onderwijs;".
Art. 3. Dans l'article 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le point 20 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " 20° bénéficiaires du minimex peu scolarisés : les bénéficiaires du minimex ainsi que les bénéficiaires de l'assistance sociale inscrits dans le registre de la population qui, à cause de leur nationalité, n'ont pas droit au minimex, et qui n'ont pas obtenu le diplÎme de l'enseignement secondaire supérieur; ".
  " 20° bénéficiaires du minimex peu scolarisés : les bénéficiaires du minimex ainsi que les bénéficiaires de l'assistance sociale inscrits dans le registre de la population qui, à cause de leur nationalité, n'ont pas droit au minimex, et qui n'ont pas obtenu le diplÎme de l'enseignement secondaire supérieur; ".
Art. 4. In artikel 7bis, §§ 1 en 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "maximaal 425 000 F bij een tewerkstelling die minstens drie vierden bedraagt van de voltijdse uurregeling" vervangen door de woorden "maximaal 453 000 F bij een tewerkstelling die minstens vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling".
Art. 4. Dans l'article 7bis, §§ 1er et 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " 425 000 F au maximum pour un emploi qui comprend au moins trois quarts de l'horaire Ă plein temps " sont remplacĂ©s par les mots " 453 000 F au maximum pour un emploi qui comprend au moins quatre cinquiĂšmes de l'horaire Ă plein temps ".
Art. 5. Aan artikel 7bis, § 1 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, luidend als volgt :
  "In toepassing van artikel 94 van de wet en binnen de perken van een daartoe bestemd begrotingskrediet kan de minister voor de aanwerving van laaggeschoolde bestaansminimumtrekkers die langer dan één jaar van het bestaansminimum of van de sociale bijstand genieten het jaarbedrag van de premie vaststellen op maximaal 283 000 F bij een tewerkstelling waarvan de uurregeling minstens halftijds is en op maximaal 453 000 F bij een tewerkstelling die minstens vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling. Dit lid vervalt wanneer de laaggeschoolde bestaansminimumtrekkers die langer dan een jaar van het bestaansminimum genieten worden opgenomen in het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 houdende harmonisering van diverse stelsels werkervaringsprojecten.".
  "In toepassing van artikel 94 van de wet en binnen de perken van een daartoe bestemd begrotingskrediet kan de minister voor de aanwerving van laaggeschoolde bestaansminimumtrekkers die langer dan één jaar van het bestaansminimum of van de sociale bijstand genieten het jaarbedrag van de premie vaststellen op maximaal 283 000 F bij een tewerkstelling waarvan de uurregeling minstens halftijds is en op maximaal 453 000 F bij een tewerkstelling die minstens vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling. Dit lid vervalt wanneer de laaggeschoolde bestaansminimumtrekkers die langer dan een jaar van het bestaansminimum genieten worden opgenomen in het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 houdende harmonisering van diverse stelsels werkervaringsprojecten.".
Art. 5. A l'article 7bis, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un deuxiĂšme alinĂ©a est ajoutĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
  " En application de l'article 94 de la loi et dans les limites d'un crĂ©dit budgĂ©taire qui y est destinĂ©, le Ministre peut fixer pour le recrutement des bĂ©nĂ©ficiaires du minimex peu scolarisĂ©s qui ont joui pendant plus d'un an du minimex ou de l'assistance sociale, le montant annuel de la prime Ă 283 000 F au maximum pour un emploi dont l'horaire correspond au moins au mi-temps et Ă 453 000 F au maximum pour un emploi qui comprend au moins quatre cinquiĂšmes de l'horaire Ă plein temps. Le prĂ©sent alinĂ©a cesse d'ĂȘtre applicable quand les bĂ©nĂ©ficiaires du minimex peu scolarisĂ©s qui ont joui pendant plus d'un an du minimex, sont repris dans le champ d'application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 portant harmonisation des rĂ©gimes divers de projets d'expĂ©rience du travail. ".
  " En application de l'article 94 de la loi et dans les limites d'un crĂ©dit budgĂ©taire qui y est destinĂ©, le Ministre peut fixer pour le recrutement des bĂ©nĂ©ficiaires du minimex peu scolarisĂ©s qui ont joui pendant plus d'un an du minimex ou de l'assistance sociale, le montant annuel de la prime Ă 283 000 F au maximum pour un emploi dont l'horaire correspond au moins au mi-temps et Ă 453 000 F au maximum pour un emploi qui comprend au moins quatre cinquiĂšmes de l'horaire Ă plein temps. Le prĂ©sent alinĂ©a cesse d'ĂȘtre applicable quand les bĂ©nĂ©ficiaires du minimex peu scolarisĂ©s qui ont joui pendant plus d'un an du minimex, sont repris dans le champ d'application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 portant harmonisation des rĂ©gimes divers de projets d'expĂ©rience du travail. ".
Art. 6. Aan artikel 7bis, § 2 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, luidend als volgt :
  "Onverminderd de bepalingen van het tweede lid, blijft het eerste lid van toepassing op de tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang neemt vanaf 1 juli 1998 tot en met 31 oktober 1998, en tot zolang deze arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd.".
  "Onverminderd de bepalingen van het tweede lid, blijft het eerste lid van toepassing op de tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang neemt vanaf 1 juli 1998 tot en met 31 oktober 1998, en tot zolang deze arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd.".
Art. 6. A l'article 7bis, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un troisiĂšme alinĂ©a est ajoutĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Sans préjudice des dispositions du deuxiÚme alinéa, le premier alinéa reste d'application à l'emploi dans le cadre d'un contrat de travail dont l'exécution commence le 1er juillet 1998 jusqu'au 31 octobre 1998 inclus et tant que ce contrat de travail ne soit pas terminé. ".
  " Sans préjudice des dispositions du deuxiÚme alinéa, le premier alinéa reste d'application à l'emploi dans le cadre d'un contrat de travail dont l'exécution commence le 1er juillet 1998 jusqu'au 31 octobre 1998 inclus et tant que ce contrat de travail ne soit pas terminé. ".
Art. 7. In artikel 7bis, §§ 3 en 4 van hetzelfde besluit worden de woorden "425 000 F" vervangen door de woorden "453 000 F".
Art. 7. Dans l'article 7bis, §§ 3 et 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le montant " 425 000 F " est remplacĂ© par le montant " 453 000 ".
Art. 8. De bedragen vermeld in artikel 7bis, § 2 van hetzelfde besluit blijven evenwel van toepassing op de arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering een aanvang nam vóór 1 juli 1998 en tot zolang deze arbeidsovereenkomsten niet werden beëindigd.
Art. 8. Cependant, les montants visĂ©s Ă l'article 7bis, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, restent d'application aux contrats de travail dont l'exĂ©cution a commencĂ© avant le 1er juillet 1998 et tant que ces contrats de travail ne soient pas terminĂ©s.
Art. 9. § 1. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 1998.
  § 2. Artikel 7bis, §§ 1, 2, 3 en 4 van hetzelfde besluit blijven echter in ongewijzigde vorm van toepassing op de tewerkstelling die minstens drie vierden bedraagt van de voltijdse uurregeling, in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam vóór 1 juni 1998, en tot zolang deze arbeidsovereenkomst niet werd beëindigd.
  § 3. Artikel 7bis, §§ 1, 3 en 4 van hetzelfde besluit blijven echter in ongewijzigde vorm van toepassing op de tewerkstelling die minstens drie vierden en minder dan vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling, in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang neemt vanaf 1 juni 1998 tot en met 31 december 1998, en tot zolang deze arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd.
  § 4. Artikel 7bis, § 2 van hetzelfde besluit blijft echter in ongewijzigde vorm van toepassing op de tewerkstelling die minstens drie vierden en minder dan vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling, in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang neemt vanaf 1 juni 1998 tot en met 31 oktober 1998, en tot zolang deze arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd.
  § 5. Artikel 7bis, §§ 1, 2, 3 en 4 van hetzelfde besluit blijven eveneens in ongewijzigde vorm van toepassing op de tewerkstelling in een vervangingscontract in geval van tijdelijke vervanging van een titularis die tewerkgesteld is onder de in §§ 2, 3 en 4 van dit artikel bedoelde gevallen, en tot zolang deze vervangingsovereenkomst niet wordt beëindigd.
  § 2. Artikel 7bis, §§ 1, 2, 3 en 4 van hetzelfde besluit blijven echter in ongewijzigde vorm van toepassing op de tewerkstelling die minstens drie vierden bedraagt van de voltijdse uurregeling, in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang nam vóór 1 juni 1998, en tot zolang deze arbeidsovereenkomst niet werd beëindigd.
  § 3. Artikel 7bis, §§ 1, 3 en 4 van hetzelfde besluit blijven echter in ongewijzigde vorm van toepassing op de tewerkstelling die minstens drie vierden en minder dan vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling, in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang neemt vanaf 1 juni 1998 tot en met 31 december 1998, en tot zolang deze arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd.
  § 4. Artikel 7bis, § 2 van hetzelfde besluit blijft echter in ongewijzigde vorm van toepassing op de tewerkstelling die minstens drie vierden en minder dan vier vijfden bedraagt van de voltijdse uurregeling, in het kader van een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering een aanvang neemt vanaf 1 juni 1998 tot en met 31 oktober 1998, en tot zolang deze arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd.
  § 5. Artikel 7bis, §§ 1, 2, 3 en 4 van hetzelfde besluit blijven eveneens in ongewijzigde vorm van toepassing op de tewerkstelling in een vervangingscontract in geval van tijdelijke vervanging van een titularis die tewerkgesteld is onder de in §§ 2, 3 en 4 van dit artikel bedoelde gevallen, en tot zolang deze vervangingsovereenkomst niet wordt beëindigd.
Art. 9. § 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er juin 1998.
  § 2. Cependant, l'article 7bis, §§ 1er, 2, 3 et 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ© restent d'application sans modification Ă l'emploi qui correspond au moins aux trois quarts de l'horaire Ă plein temps, dans le cadre d'un contrat de travail dont l'exĂ©cution a commencĂ© avant le 1er juin 1998 et tant que ce contrat de travail ne soit pas terminĂ©.
  § 3. Cependant, l'article 7bis, §§ 1er, 3 et 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ© restent d'application sans modification Ă l'emploi qui correspond au moins aux trois quarts et est infĂ©rieur aux quatre cinquiĂšmes de l'horaire Ă plein temps, dans le cadre d'un contrat de travail dont l'exĂ©cution commence Ă partir du 1er juin 1998 jusqu'au 31 dĂ©cembre 1998 inclus et tant que ce contrat de travail ne soit pas terminĂ©.
  § 4. Cependant, l'article 7bis, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© reste d'application sans modification Ă l'emploi qui correspond au moins aux trois quarts et est infĂ©rieur aux quatre cinquiĂšmes de l'horaire Ă plein temps, dans le cadre d'un contrat de travail dont l'exĂ©cution commence Ă partir du 1er juin 1998 jusqu'au 31 octobre 1998 inclus et tant que ce contrat de travail ne soit pas terminĂ©.
  § 5. Cependant, l'article 7bis, §§ 1er, 2, 3 et 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ© restent d'application sans modification Ă l'emploi stipulĂ© dans un contrat de remplacement en cas de remplacement temporaire d'un titulaire qui est employĂ© aux conditions fixĂ©es par les §§ 2, 3 et 4, du prĂ©sent article et tant que ce contrat de remplacement ne soit pas terminĂ©.
  § 2. Cependant, l'article 7bis, §§ 1er, 2, 3 et 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ© restent d'application sans modification Ă l'emploi qui correspond au moins aux trois quarts de l'horaire Ă plein temps, dans le cadre d'un contrat de travail dont l'exĂ©cution a commencĂ© avant le 1er juin 1998 et tant que ce contrat de travail ne soit pas terminĂ©.
  § 3. Cependant, l'article 7bis, §§ 1er, 3 et 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ© restent d'application sans modification Ă l'emploi qui correspond au moins aux trois quarts et est infĂ©rieur aux quatre cinquiĂšmes de l'horaire Ă plein temps, dans le cadre d'un contrat de travail dont l'exĂ©cution commence Ă partir du 1er juin 1998 jusqu'au 31 dĂ©cembre 1998 inclus et tant que ce contrat de travail ne soit pas terminĂ©.
  § 4. Cependant, l'article 7bis, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© reste d'application sans modification Ă l'emploi qui correspond au moins aux trois quarts et est infĂ©rieur aux quatre cinquiĂšmes de l'horaire Ă plein temps, dans le cadre d'un contrat de travail dont l'exĂ©cution commence Ă partir du 1er juin 1998 jusqu'au 31 octobre 1998 inclus et tant que ce contrat de travail ne soit pas terminĂ©.
  § 5. Cependant, l'article 7bis, §§ 1er, 2, 3 et 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ© restent d'application sans modification Ă l'emploi stipulĂ© dans un contrat de remplacement en cas de remplacement temporaire d'un titulaire qui est employĂ© aux conditions fixĂ©es par les §§ 2, 3 et 4, du prĂ©sent article et tant que ce contrat de remplacement ne soit pas terminĂ©.
Art. 10. De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling is belast met de uitvoering van het besluit.
  Brussel, 27 oktober 1998.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
  Th. KELCHTERMANS
  Brussel, 27 oktober 1998.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
  Th. KELCHTERMANS
Art. 10. Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 27 octobre 1998.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
  Th. KELCHTERMANS
  Bruxelles, le 27 octobre 1998.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
  Th. KELCHTERMANS