Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 SEPTEMBER 1998. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding.
Titre
8 SEPTEMBRE 1998. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle. (Traduction)
Documentinformatie
Numac: 1998036076
Datum: 1998-09-08
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1998036076
Date: 1998-09-08
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Het opschrift van afdeling 2, hoofdstuk IV van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, opgeheven door het besluit van de Vlaamse regering van 11 december 1991, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Afdeling 2 - Werkervaringstegemoetkoming aan de werkgever in het loon en de begeleiding van moeilijk te plaatsen werkzoekenden ".
Article 1. L'intitulé de la section 2, chapitre IV, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 1991, est rétabli comme suit :
  " Section 2 - Intervention d'expérience de travail en faveur de l'employeur dans la rémunération et l'accompagnement des demandeurs d'emploi difficiles à placer ".
Art. 2. Artikel 63 tot en met 69 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse regering van 11 december 1991, worden opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 63. Een financiële tegemoetkoming in het loon van moeilijk te plaatsen werkzoekenden die worden in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst en die, op maandbasis berekend, tewerkgesteld worden gedurende ten minste de helft van een voltijdse arbeidstijdregeling, kan toegekend worden gedurende een periode van maximaal één jaar.
  Een arbeidstijdregeling wordt geacht voltijds te zijn, op voorwaarde dat zij normaal gemiddeld vijfendertig arbeidsuren per week omvat of dat het loon overeenstemt met dat verschuldigd voor een volledige werkweek in het bedrijf en in de betrokken functie.
Art. 2. Les articles 63 à 69 inclus du même arrêté, abrogés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 1991, sont rétablis comme suit :
  " Art. 63. Une intervention financière dans la rémunération des demandeurs d'emploi difficiles à placer, qui sont engagés dans les liens d'un contrat de travail et qui, sur une base mensuelle, sont occupés pendant au moins la moitié d'un régime de travail à temps plein, peut être accordée pendant une période d'un an au maximum.
  Un régime de travail est censé être à temps plein lorsqu'il comporte normalement une moyenne de trente-cinq heures de travail par semaine ou lorsque la rémunération correspond à celle qui est due pour une semaine de travail entière dans l'entrepise dans l'emploi concerné.
Art. 64. Voor de toepassing van artikel 63 wordt als " moeilijk te plaatsen werkzoekende " beschouwd de werkzoekende die gelijktijdig de volgende voorwaarden vervult :
  1° aan de voorwaarden voldoen zoals bepaald in artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 27 december 1994 tot uitvoering van Hoofdstuk II van Titel IV van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen;
  2° op het ogenblik van indienstneming niet werkende werkzoekende zijn gedurende minstens 36 maanden. De minister bepaalt, na advies van het Beheerscomité de periodes die gelijkgesteld worden met periodes van inschrijving als niet werkende werkzoekende.
  De minister kan, na advies van het Beheerscomité, bepaalde categorieën van werkzoekenden gelijkstellen.
Art. 64. Pour l'application de l'article 63, est considéré comme " demandeur d'emploi difficile à placer " le demandeur d'emploi qui remplit simultanément les conditions suivantes :
  1° remplir les conditions fixées à l'article 1 de l'Arrêté royal du 27 décembre 1994 portant exécution du Chapitre II du Titre IV de la loi du 21 décembre 1994 contenant des mesures sociales et diverses;
  2° être au moment de l'engagement demandeur d'emploi sans emploi pendant au moins 36 mois. Le Ministre détermine, après avoir recueilli l'avis du Comité de gestion, les périodes qui sont assimilées aux périodes d'inscription en tant que demandeur d'emploi sans emploi.
  Le Ministre peut, après avoir recueilli l'avis du Comité de gestion, assimiler certaines catégories de demandeurs d'emploi.
Art. 65. § 1. Bij de aanwerving van werknemers zoals bepaald in artikel 64 met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur of een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur voor minimum twaalf maanden kan er een werkervaringspremie voor een periode van maximaal één jaar toegekend worden. Het maandbedrag van de werkervaringspremie per doelgroepwerknemer wordt als volgt vastgesteld :
  Bij een tewerkstelling met een uurregeling van minstens de helft van de normale arbeidstijdregeling :
Art. 65. § 1. En engageant des travailleurs, comme défini à l'article 64, dans les liens d'un contrat de travail à durée indéterminée ou d'un contrat de travail à durée déterminée pendant au moins douze mois, une prime à l'expérience de travail peut être accordée pour une période d'un an au maximum. Le montant mensuel de la prime à l'expérience de travail par groupe-cible de travailleurs est déterminé comme suit :
  Pour un régime correspondant au moins à la moitié d'un régime de travail normal :
  werkloosheidsduur                           werkervaringspremie per maand
  36 tot 48 maanden                                     5 000
  48 tot 60 maanden                                    10 000
  meer dan 60 maanden                                   9 000
  duree du chomage                            prime a l'experience de
                                               travail par mois
  36 a 48 mois                                          5 000
  48 a 60 mois                                         10 000
  plus de 60 mois                                      [9 000]                                          voir M.B. 13-11-1998, p. 36840>
  Bij een tewerkstelling met een uurregeling van minstens vier vijfden van de normale arbeidstijdregeling :
  Pour un régime correspondant à au moins les quatre cinquièmes d'un régime de travail normal :
  werkloosheidsduur                           werkervaringspremie per maand
  36 tot 48 maanden                                     8 000
  48 tot 60 maanden                                    16 000
  meer dan 60 maanden                                  18 000
  duree du chomage                            prime a l'experience de
                                               travail par mois
  36 a 48 mois                                          8 000
  48 a 60 mois                                         16 000
  plus de 60 mois                                      18 000
  § 2. Bij de aanwerving van werknemers, zoals bepaald in artikel 64, wordt eveneens een begeleidingspremie voorzien. De begeleiding moet de arbeidsmarktinzetbaarheid van de werknemer verhogen. Hiervoor moet er gewerkt worden aan een geïndividualiseerd begeleidingsplan waarvoor de werkgever een begeleidende organisatie kan inschakelen :
  - ofwel de VDAB;
  - ofwel een organisatie erkend door hetzij het Subregionaal Tewerkstellingscomité hetzij het Beheerscomité naargelang de organisatie hiervoor actief is in hetzij één subregio hetzij in meerdere subregio's.
  Per tewerkgestelde werknemer wordt een premie van maximum 50 000 frank toegekend voor de inschakeling van de begeleidende organisatie, volgens de modaliteiten bepaald door het Beheerscomité.
  § 3. De werkgever kan slechts premies ontvangen voor één arbeidsovereenkomst per werknemer.
  § 4. De premies kunnen niet gecumuleerd worden met andere tegemoetkomingen in de loonkost behoudens de vrijstellingen van de RSZ-bijdrage en het bedrag van de banenplanuitkering zoals bepaald in artikel 131sexies van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
  § 2. Pour l'engagement de travailleurs tels que visés à l'article 64, il est prévu également une prime à l'accompagnement. L'accompagnement a pour but d'améliorer l'employabilité du travailleur, à l'aide d'un plan d'accompagnement individualisé. L'employeur peut faire appel à une organisation d'accompagnement :
  soit le VDAB;
  soit une organisation agréée par le Comité subrégional de l'Emploi ou par le Comité de gestion, selon que l'organisation est active dans une sous-région ou dans plusieurs sous-régions.
  Une prime de 50 000 francs au maximum par travailleur occupé est allouée pour l'assistance de l'organisation d'accompagnement, selon les modalités fixées par le Comité de gestion.
  § 3. L'employeur ne peut obtenir des primes qu'à raison d'un seul contrat de travail par travailleur.
  § 4. Les primes ne peuvent être cumulées avec d'autres interventions dans les charges salariales, sauf les exemptions de la cotisation ONSS et l'allocation du plan d'embauche telle que fixée à l'article 131sexies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
Art. 66. De aanvraag tot het bekomen van de tegemoetkoming wordt voor de indienstneming ingediend bij de Subregionale Tewerkstellingdienst.
  De Directeur beslist over de toekenning van de tegemoetkoming.
Art. 66. La demande d'obtention d'une intervention est introduite auprès de l'Office subrégional de l'Emploi avant l'embauche.
  Le Directeur décide de l'octroi de l'intervention.
Art. 67. De Vlaamse regering stelt jaarlijks de in de begroting voorziene middelen ter beschikking van de Dienst voor de uitbetaling van de premies.
  De Dienst stort aan de werkgever het bedrag van de werkervaringspremie bepaald in artikel 65, § 1, voor de tiende van de lopende kalendermaand. Uitbetaling gebeurt tegen voorlegging van de nodige bewijsstukken.
  Voor de begeleidingspremie bepaald in artikel 65, § 2, stort de Dienst, bij het sluiten van de overeenkomst met de werkgever, een basisbedrag aan de organisatie die de begeleiding uitvoert. De overige begeleidingskosten worden volgens prestaties uitgekeerd.
Art. 67. Le Gouvernement flamand met les moyens prévus au budget à la disposition de l'Office pour le versement des primes.
  L'Office verse à l'employeur le montant de la prime à l'expérience de travail tel que fixé à l'article 65, § 1, avant le dix du mois civil en cours. La liquidation se fait sur production des pièces justificatives requises.
  Pour la prime à l'accompagnement fixée à l'article 65, § 2, l'Office verse, lors de la conclusion du contrat avec l'employeur, un montant de base à l'organisation qui effectue l'accompagnement. Le solde des frais d'accompagnement est versé au prorata des prestations.
Art. 68. De Dienst kan, na advies van het Subregionaal Tewerkstellingscomité, de tegemoetkoming schorsen :
  1° wanneer uit nauwkeurig overeenstemmende vermoedens blijkt dat een werkgever één of meer werknemers heeft ontslagen met de bedoeling ze te vervangen door één of meer werkzoekenden voor wie hij de tegemoetkomingen ontvangt. De Dienst kan, na het advies van het Subregionaal Tewerkstellingscomité, de reeds uitbetaalde premies terugvorderen;
  2° wanneer de werkgever de geldende reglementering inzake lonen en andere arbeidsvoorwaarden niet in acht neemt.
  Op het advies van het Subregionaal Tewerkstellingscomité kan het recht op toekomstige tegemoetkomingen door de Dienst ontzegd worden voor een periode van drie jaar.
Art. 68. L'office peut suspendre l'intervention, le Comité subrégional de l'emploi entendu, lorsque :
  1° des soupcons nettement concordants indiquent qu'un employeur a congédié un ou plusieurs collaborateurs, dans l'intention de les remplacers par un ou plusieurs demandeurs d'emploi pour lesquels il reçoit les primes. L'Office peut, le Comité subrégional de l'emploi entendu, réclamer le remboursement des primes déjà versées;
  2° l'employeur ne respecte pas la réglementation en vigueur en matière de salaires et d'autres conditions de travail.
  L'Office peut, le Comité subrégional de l'emploi entendu, interdire le droit à des interventions futures pour une période de trois ans.
Art. 69. Voor de toepassing van artikel 63 tot en met 68 worden volgende werkgevers uitgesloten :
  1° de Ministeries en de instellingen van openbaar nut die afhangen van de Federale overheid, de Gemeenschappen, of de Gewesten;
  2° de door de Gemeenschappen ingerichte, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling;
  3° de Polders en Wateringen;
  4° de Kerkfabrieken;
  5° de instellingen van openbaar nut en de verenigingen zonder winstoogmerk beheerst door de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstoogmerk en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, evenals de plaatselijke maatschappijen voor sociale woningen;
  6° de gemeenten, de verenigingen en agglomeraties en federaties van gemeenten, met uitzondering van diegene met een economische finaliteit, de aan de gemeenten ondergeschikte instellingen, de instellingen van openbaar nut die van deze verenigingen, agglomeraties en federaties van gemeenten afhangen, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de verenigingen van openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provincies, de verenigingen van provincies en de aan de provincie ondergeschikte instellingen. "
Art. 69. Pour l'application des articles 63 à 68 inclus, les employeurs suivants sont exclus :
  1° les Ministères et les organismes d'intérêt public qui relèvent des autorités fédérales, des Communautés ou des Régions;
  2° les établissements d'enseignement organisés, agréés ou subventionnés par les Communautés;
  3° les Polders et Wateringues;
  4° les Conseils de fabrique;
  5° les organismes d'intérêt public et les associations sans but lucratif régis par la loi du 27 juin 1921 accordant aux associations sans but lucratif et aux établissements d'utilité publique la personnalité civile, ainsi que les sociétés locales de logement social;
  6° les communes, les associations, agglomérations et fédérations de communes, à l'exception de celles à finalité économique, les organismes subordonnés aux communes, les organismes d'intérêt public qui relèvent de ces associations, agglomérations et fédérations de communes, les centres publics d'aide sociale, les associations de centres publics d'aide sociale, les provinces, les associations de provinces et les organismes subordonnés aux provinces. "
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 1998.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 1998.
Art. 4. De Vlaamse minister bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 8 september 1998.
  De Minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Leefmilieu en Terwerkstelling,
  Th. KELCHTERMANS
Art. 4. Le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, 8 septembre 1998.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
  Th. KELCHTERMANS