Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 JUNI 1998. - Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen <Erratum, zie B.St. 13-11-1998, p. 36839> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-10-1998 en tekstbijwerking tot 25-10-2023)
Titre
16 JUIN 1998. - Arrêté du Gouvernement flamand réglant l'agrément et le subventionnement des centres pour troubles du développement (TRADUCTION) <Erratum, voir M.B. 13-11-1998, p. 36839>. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-10-1998 et mise à jour au 25-10-2023)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE I. - Définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de Vlaamse minister : het lid van de Vlaamse regering, bevoegd voor de bijstand aan personen;
  2° [1 het agentschap : [3 het agentschap Opgroeien regie, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie]3;]1
  3° het centrum : het centrum voor ontwikkelingsstoornissen dat de opdrachten, bedoeld in artikel 2, vervult ten aanzien van haar cliënten;
  4° de cliënt : de minderjarige bij wie een hoog risico op een ontwikkelingsstoornis blijkt, of bij wie dergelijke stoornis wordt vermoed of vastgesteld en bij wie een multidisciplinair onderzoek wordt opgestart, alsmede zijn/haar ouders of de wettelijke vertegenwoordigers;
  5° het kind : de minderjarige of verlengd minderjarig verklaarde persoon;
  (6° het multidisciplinair onderzoek : een afgerond geheel van twee of meer gecombineerde deelonderzoeken op medisch, paramedisch, psychologisch, pedagogisch of sociaal vlak met betrekking tot één cliënt, samengevoegd tot een geïntegreerd multidisciplinair verslag.)
  7° de bezetting : het aantal opgestarte multidisciplinaire onderzoeken op jaarbasis;
  8° [2 ...]2
  9° (...)
  (10° het deelonderzoek : het onderzoek op medisch, paramedisch, psychologisch, pedagogisch of sociaal vlak met betrekking tot één cliënt en uitgevoerd door één persoon. Indien twee of meer personen behorend tot een verschillende discipline een onderzoek uitvoeren bij één cliënt, wordt dit beschouwd als twee of meer deelonderzoeken.)
  
Article 1. Au sens du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
  1° le Ministre flamand : le membre du Gouvernement flamand ayant l'Assistance aux personnes dans ses attributions;
  2° [1 l'agence : [3 l'Agence Grandir régie, établie par le décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie (" Opgroeien regie ")]3]1
  3° le Centre : le Centre pour troubles du développement qui remplit à l'égard de ses clients les missions visées à l'article 2;
  4° le client : le mineur auprès duquel un risque élevé de troubles du développement est constaté ou présumé et qui fait l'objet d'un examen multidisciplinaire, ainsi que ses parents ou représentants légaux;
  5° l'enfant : le mineur ou la personne placée sous statut de minorité prolongée;
  (6° l'examen multidisciplinaire : un ensemble complet de deux ou plusieurs examens partiels combinés dans les domaines médical, paramédical, psychologique, pédagogique ou social portant sur un client et réunis en un rapport multidisciplinaire intégré;)
  7° l'occupation : le nombre d'examens multidisciplinaires mis en route annuellement;
  8° [2 ...]2
  9° (...)
  (10° l'examen partiel : l'examen dans le domaine médical, paramédical, psychologique, pédagogique ou social portant sur un client et effectué par une seule personne. Si deux ou plusieurs personnes appartenant à des disciplines différentes examinent un seul client, cet examen est considéré comme deux ou plusieurs examens partiels.)
  
HOOFDSTUK II. - De centra voor ontwikkelingsstoornissen : opdracht, doelstellingen en doelgroep.
CHAPITRE II. - Les centres pour troubles du développement : mission, objectifs et groupes-cibles.
Art.2. (§ 1. Het centrum heeft als opdracht multidisciplinaire onderzoeken uit te voeren bij kinderen die behoren tot de doelgroepen, genoemd in artikel 3.)
  § 2. Bij het uitvoeren van die opdracht houdt het centrum rekening met de volgende vier belangrijke doelstellingen :
  1° detectie;
  2° diagnosestelling;
  3° oriëntering;
  4° toegepast wetenschappelijk onderzoek.
  § 3. Onder detectie wordt verstaan : kinderen met ontwikkelingsstoornissen zo vroegtijdig mogelijk opsporen.
  § 4. Onder diagnosestelling wordt verstaan :
  1° al dan niet bevestigen van het vermoeden van een ontwikkelingsstoornis;
  2° de graad en de ernst van de handicap vaststellen;
  3° bijkomende problemen opsporen en karakteriseren;
  4° de oorzaak van de stoornis opsporen;
  5° residuele mogelijkheden van het kind evalueren;
  6° aanvullend diagnostisch onderzoek coördineren.
  § 5. Onder oriëntering wordt verstaan :
  1° de behoefte aan therapie en/of specifieke pedagogische aanpak beoordelen;
  2° over het gebruik van hulpmiddelen adviseren;
  3° naar geschikte voorzieningen voor behandeling, onderwijs en/of begeleiding oriënteren.
  § 6. Onder toegepast wetenschappelijk onderzoek wordt verstaan : de aangemelde hulpvragen, met het oog op verdere studie over specifieke ontwikkelingsproblemen bij kinderen en het opsporen van leemtes binnen de hulpverlening aan die kinderen, systematisch registreren en opvolgen.
Art.2. (§ 1er. Le centre a pour mission d'effectuer des examens multidisciplinaires auprès d'enfants appartenant aux groupes cibles visés à l'article 3.)
  § 2. Dans l'exercice de sa mission, le Centre vise les objectifs majeurs suivants :
  1° la dépistage;
  2° le diagnostic;
  3° l'orientation;
  4° la recherche scientifique appliquée.
  § 3. On entend par dépistage : dépister le plus tôt possible les enfants ayant des troubles du développement.
  § 4. On entend par diagnostic :
  1° confirmer ou non la présomption d'un trouble du développement;
  2° déterminer le degré et la gravité du handicap;
  3° dépister et caractériser des problèmes supplémentaires;
  4° dépister la cause du trouble;
  5° évaluer les aptitudes résiduelles de l'enfant;
  6° coordonner les examens diagnostiques complémentaires.
  § 5. On entend par orientation :
  1° évaluer le besoin d'une thérapie et/ou d'une approche pédagogique spécifique;
  2° conseiller en matière d'outils;
  3° orienter vers des établissements appropriés de traitement, d'enseignement et/ou d'accompagnement.
  § 6. On entend par recherche scientifique appliquée : l'enregistrement et le suivi systématiques des demandes d'aide recues, en vue d'approfondir l'étude de problèmes spécifiques du développement de l'enfant et d'identifier les lacunes au niveau de l'assistance à ces enfants.
Art.3. Het centrum richt zich tot de volgende doelgroepen :
  1° kinderen bij wie een ontwikkelingsstoornis of -achterstand werd vastgesteld en bij wie een grondig multidisciplinair onderzoek aangewezen is om reden van :
  a) de complexiteit van de stoornissen, hetzij bij meervoudige handicap, hetzij doordat de leeftijd van het kind en/of de aard van de stoornis aangepaste onderzoekstechnieken of een aangepast onderzoekskader vereisen;
  b) blijvende onduidelijkheid over de aard van de vastgestelde ontwikkelingsstoornissen, of de weerslag ervan op de verdere ontwikkeling van het kind;
  2° kinderen bij wie door hun voorgeschiedenis, familiale anamnese of uit klinisch onderzoek een hoog risico blijkt of een sterk vermoeden bestaat op een ernstige, eventueel meervoudige ontwikkelingsstoornis of handicap en waar een hoog-gespecialiseerd onderzoek is vereist om afwijkingen vroegtijdig op te sporen en aangepaste maatregelen te treffen;
  3° kinderen bij wie een sterk vermoeden bestaat dat ze lijden aan een ernstige ontwikkelingsstoornis en voor wie om dit vermoeden te kunnen bevestigen of ontkennen, een onderzoekskader nodig is waarover de verwijzende eerstelijnsdiensten niet beschikken;
  4° kinderen met autisme of een vermoeden van autisme, voor wie de centra een specifieke deskundigheid opbouwen.
Art.3. Le Centre s'adresse aux groupes-cibles suivants :
  1° les enfants auprès desquels on a constaté un trouble ou retard du développement et pour lesquels un examen multidisciplinaire approfondi s'impose en raison :
  a) de la complexité des troubles, soit en cas de handicap multiple, soit parce que l'âge de l'enfant et/ou la nature du trouble nécessitent des techniques d'examen appropriées ou un cadre d'examen approprié;
  b) de l'incertitude quant à la nature des troubles du développement constatés ou de leurs effets sur l'évolution à terme de l'enfant;
  2° les enfants dont les antécédents, l'anamnèse familiale ou l'examen clinique démontre un risque élevé ou pour lesquels il y a de fortes présomptions quant à un handicap ou trouble ou grave du développement, éventuellement multiple, qui nécessite un examen hautement spécialisé afin d'arriver à un dépistage précoce et de prendre des mesures adéquates;
  3° les enfants pour lesquels il y a de fortes présomptions quant à un trouble grave du développement qui nécessite un cadre d'examen dont les services de première ligne qui renvoient ne disposent pas;
  4° les enfants atteints d'autisme ou présumés autistes, pour lesquels les centres établissent une expertise spécifique.
HOOFDSTUK III. - De erkenning.
CHAPITRE III. - L'agrément.
Afdeling 1. - De erkenningsvoorwaarden.
Section 1. - Les conditions d'agrément.
Art.4. Om als centrum voor ontwikkelingsstoornissen erkend te kunnen worden of erkend te kunnen blijven, moet het centrum aan de volgende erkenningsvoorwaarden voldoen :
  1° het voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk II;
  2° het is opgericht als of door een vereniging die geen winst nastreeft;
  3° het is verbonden aan een dienst kindergeneeskunde van een universitaire medische faculteit;
  4° het beschikt over een multidisciplinair team dat bestaat uit ten minste vertegenwoordigers van de medische, psychologische en pedagogische, paramedische en sociale disciplines;
  5° (...)
  (6° a) het een financiële bijdrage vraagt van de cliënt, die niet hoger mag zijn dan [2 [3 [4 [5 82,96]5]4]3 euro]2 per opgestart multidisciplinair onderzoek;
  b) uit de rekening van het afgelopen werkjaar van het centrum blijkt dat een gemiddelde bijdrage van meer dan [2 [3 [4 [5 41,48 ]5]4]3 euro]2 per opgestart multidisciplinair onderzoek werd geïnd.)
  7° het bevordert de betrokkenheid van de cliënt bij beoordeling, oriëntatie en therapeutische en opvoedkundige aanpak, om na inschatting van de mogelijkheden en de draagkracht van het gezin, in overleg met de betrokkenen te komen tot een optimale verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen het gezin en andere, al dan niet professionele hulpverleners;
  8° [4 ...]4
  9° het voert onderzoek uit ongeacht ras, politieke, filosofische of godsdienstige overtuiging van de cliënt;
  10° [1 [4 ...]4.]1
  (De Vlaamse minister bepaalt de minimale kwaliteitseisen en de minimale vereisten waaraan het kwaliteitshandboek en het kwaliteitssysteem moeten voldoen.
  [4 ...]4
  
Art.4. Pour obtenir ou maintenir l'agrément en tant que Centre pour troubles du développement, le Centre doit remplir les conditions d'agréments suivantes :
  1° il remplit les dispositions du chapitre II;
  2° il est créé en tant qu'association sans but lucratif ou par une telle association;
  3° il est rattaché à un service de pédiatrie d'une faculté de médecine universitaire;
  4° il dispose d'une équipe multidisciplinaire composée au moins de représentants des disciplines médicales, psychologiques et pédagogiques, paramédicales et sociales;
  5° (...)
  (6° a) il demande une cotisation financière au client ne dépassant pas le montant de [2 [3 [4 [5 82,96]5euros]4]3 euros]2 par examen multidisciplinaire entamé;
  b) les comptes de l'exercice écoulé du centre font apparaître qu'une cotisation moyenne de plus de [2 [3 [4 [5 41,48]5 euros]4]3 euros]2 par examen multidisciplinaire entamé a été perçue.)
  7° il encourage l'association du client à l'évaluation, à l'orientation et à l'approche thérapeutique et pédagogique, afin d'aboutir, après avoir évalué les possibilités et la capacité contributive de la famille, et en concertation avec les intéressés, à une répartition optimale des missions et responsabilités entre la famille et d'autres intervenants professionnels ou non;
  8° [4 ...]4
  9° il effectue les examens quelles que soient la race ou la conviction politique, philosophique ou religieuse du client;
  10° [1 [4 ...]4.]1
  (Le Ministre flamand détermine les exigences minimales de qualité et les exigences minimales auxquelles le manuel de la qualité et le système de la qualité doivent satisfaire.
  [4 ...]4
  
Art. 4bis. <INGEVOEGD door BVR 2001-07-10/61, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001> De centra voor ontwikkelingsstoornissen berichten het [1 agentschap]1 wanneer zij werken met Europese middelen. Het [1 agentschap]1 bepaalt de modaliteiten, de inhoud en de elementen die hiervan kenbaar moeten gemaakt worden
  
Art. 4bis. Les centres pour troubles du développement font savoir [1 à l'agence]1 quand ils ont recours à des moyens européens. [1 L'agence]1 détermine les modalités, le contenu et les éléments de ce dernier qui doivent être communiqués
  
Afdeling 2. - De erkenningsprocedure.
Section 2. - La procédure d'agrément.
Art.5. § 1. Een erkenning als centrum voor ontwikkelingsstoornissen gaat altijd in op 1 januari van een welbepaald jaar en geldt voor onbepaalde tijd.
  § 2. Per universitaire medische faculteit kan slechts één centrum erkend worden.
  (§ 3. Een erkenning als centrum voor ontwikkelingsstoornissen of een wijziging van de erkenning wordt steeds toegekend voor een welbepaalde capaciteit en met in acht name van een minimum capaciteit per centrum van 200 multidisciplinaire onderzoeken gedurende het eerste jaar en 400 multidisciplinaire onderzoeken vanaf het tweede jaar van de erkenning.
  § 4. Onder wijziging van erkenning wordt verstaan wijziging van de capaciteit.
  § 5. Om erkend te blijven moet een centrum na één jaar, te rekenen vanaf de datum van het erkenningsbesluit, blijvend voldoen aan alle erkenningsvoorwaarden.)
Art.5. § 1er. L'agrément d'un Centre pour troubles du comportement prend toujours cours le 1er janvier d'une année déterminée et est valable pour une durée indéterminée.
  § 2. Il ne peut être agréé qu'un seul Centre par faculté universitaire de médecine.
  (§ 3. Un agrément comme centre pour troubles du développement ou une modification de l'agrément est toujours accordé pour une capacité déterminée et en tenant compte d'une capacité minimum par centre de 200 examens multidisciplinaires au cours de la première année et 400 examens multidisciplinaires à partir de la deuxième année de l'agrément.
  § 4. Par modification de l'agrément on entend la modification de la capacité.
  § 5. Pour conserver l'agrément, le centre doit continuer à répondre à toutes les conditions d'agrément après un an, à compter de la date de l'arrêté d'agrément.)
Art.6. Een erkenning als centrum voor ontwikkelingsstoornissen kan enkel worden verleend voorzover de programmatienorm niet wordt overschreden en indien het centrum :
  1° een ontvankelijke aanvraag heeft ingediend;
  2° voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, bedoeld in afdeling 1.
  [1 De programmatienorm wordt voor het jaar 2008 bepaald op 4 172 multidisciplinaire onderzoeken als maximale totale erkende capaciteit. [2 De programmatienorm wordt vanaf 1 januari 2011 bepaald op 4 582 multidisciplinaire onderzoeken als maximale totale erkende capaciteit.]2 [3 De programmatienorm wordt vanaf 1 januari 2012 bepaald op 4882 multidisciplinaire onderzoeken als maximale totale erkende capaciteit.]3
   De programmatienorm wordt vanaf 1 januari 2009 bepaald op 4 322 multidisciplinaire onderzoeken als maximale totale erkende capaciteit.]1

  [4 De programmatienorm wordt vanaf 1 januari 2018 bepaald op 5.689 multidisciplinaire onderzoeken als maximale totale erkende capaciteit.]4
  [5 De programmatienorm wordt vanaf 1 januari 2020 bepaald op 5.770 multidisciplinaire onderzoeken als maximale totale erkende capaciteit.]5
  
Art.6. L'agrément comme centre pour troubles du comportement peut uniquement être octroyé lorsque la norme de programmation n'a pas été dépassé et le centre :
  1° a introduit une demande recevable;
  2° remplit les conditions d'agrément telles que visées à la section 1.
  [1 La norme de programmation pour l'année 2008 est fixée à 4 172 examens multidisciplinaires en tant que capacité agréée totale maximale. [2 A partir du 1er janvier 2011, la norme de programmation est fixée à 4 582 examens multidisciplinaires en tant que capacité agréée totale maximale.]2 [3 A partir du 1er janvier 2012, la norme de programmation est fixée à 4.882 examens multidisciplinaires en tant que capacité totale maximale agréée.]3
   A partir du 1er janvier 2009, la norme de programmation est fixée à 4 322 examens multidisciplinaires en tant que capacité agréée totale maximale.]1

  [4 A partir du 1er janvier 2018, la norme de programmation est fixée à 5 689 examens multidisciplinaires en tant que capacité agréée totale maximale.]4
  [5 A partir du 1er janvier 2020, la norme de programmation est fixée à 5 770 examens multidisciplinaires en tant que capacité agréée totale maximale.]5
  
Art.7. (De aanvraag voor erkenning dient de volgende gegevens en stukken te bevatten :)
  1° een schriftelijke bewijsvoering waaruit blijkt dat aan de erkenningsvoorwaarden, bedoeld in artikel 4 is voldaan, of een planning in dat verband;
  2° een verslag van de activiteiten van het centrum tijdens het jaar dat aan de aanvraag voorafgaat;
  3° een behoeftestudie en verantwoordingsnota;
  4° een afsprakennota met de andere erkende centra over het territoriale werkgebied van de diverse centra;
  5° [1 ...]1
  
Art.7. (La demande d'agrément comprendra les renseignements et documents suivants :)
  1° une argumentation écrite démontrant que les conditions d'agrément visées à l'article 4 sont remplies ou qu'il existe un planning à cet effet;
  2° un rapport sur les activités du Centre portant sur l'année précédant la demande;
  3° une analyse des besoins et une note justificative;
  4° une note sur les accords conclus avec d'autres centres agréés en ce qui concerne le champ d'action territorial des différents centres;
  5° [1 ...]1
  
Art.8. § 1. De administratie van het [1 agentschap]1 onderzoekt de aanvraag en kan indien nodig verzoeken om extra inlichtingen of ambtenaren aanwijzen die die inlichtingen inwinnen.
  § 2. Het [1 agentschap]1 beslist over de erkenning binnen drie maanden nadat het aanvraagdossier volledig is.
  § 3. Bij weigering van de erkenning wordt de beslissing met redenen omkleed.
  § 4. De beslissing houdende erkenning of weigering wordt bij aangetekende zending betekend aan de aanvrager vóór het einde van de maand die volgt op de beslissing.
  § 5. [2 Als het agentschap de erkenning weigert, kan het centrum tegen die beslissing bezwaar aantekenen binnen dertig dagen na de dag waarop ze de beslissing heeft ontvangen. De termijn van dertig dagen is voorgeschreven op straffe van verval.
   Het bezwaarschrift wordt met een aangetekende brief ingediend bij het agentschap. Het vermeldt duidelijk de motieven waarop het gesteund is en is vergezeld van de nodige bewijsstukken.
   Het bezwaar wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.]2

  
Art.8. § 1er. L'administration [1 de l'agence]1 examine la demande et peut au besoin se faire communiquer de plus amples renseignements ou désigner des fonctionnaires chargés de recueillir ces renseignements.
  § 2. [1 L'agence]1 statue sur l'agrément dans les trois mois après que le dossier de demande a été complété.
  § 3. En cas de refus de l'agrément, la décision est motivée.
  § 4. La décision d'agréer ou non est notifiée par lettre recommandée au demandeur avant la fin du mois qui suit la décision.
  § 5. [2 Si l'agence refuse l'agrément, le centre peut introduire un recours contre cette décision dans les trente jours qui suivent le jour où la décision a été reçue. Le délai de trente jours est prescrit sous peine d'échéance.
   La réclamation est introduite auprès de l'agence par lettre recommandée. Elle indique clairement les motifs sur lesquels elle est fondée et est accompagnée des pièces justificatives nécessaires.
   L'objection est traitée au fond conformément aux règles établies par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.]2
.
  
Art.9. (Opgeheven)
Art.9. (Abrogé)
Art.10. (Opgeheven)
Art.10. (Abrogé)
Art.11. Als (het [1 agentschap]1) de erkenning heeft geweigerd, kan de organisatie geen nieuwe gelijksoortige aanvraag indienen, tenzij ze aantoont dat de reden voor de weigering niet langer geldt.
  
Art.11. En cas de refus de l'agrément par [1 l'agence]1, l'organisation ne peut introduire une nouvelle demande semblable, à moins qu'elle ne démontre que le motif du refus n'est plus valable.
  
HOOFDSTUK IV. - De subsidiëring.
CHAPITRE IV. - Les subventions.
Art.12. Binnen het begrotingskrediet en overeenkomstig de bepalingen van dit besluit kan (het [1 agentschap]1) subsidies toekennen aan de centra voor ontwikkelingsstoornissen.
  
Art.12. Dans les limites du crédit budgétaire et conformément aux dispositions du présent arrêté, [1 l'agence]1 peut octroyer des subventions aux centres pour troubles du comportement.
  
Art.13. Die subsidies worden toegekend op voorwaarde dat het centrum :
  1° aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet;
  (2° jaarlijks, vóór 30 april aan (het [1 agentschap]1) een jaarverslag bezorgt, dat minstens een gedetailleerd overzicht geeft van de inhoudelijke werking, onder meer wat betreft de bezetting, de bereikte populatie, het aantal deelonderzoeken en multidisciplinaire onderzoeken, de samenwerkingsverbanden en aandachtspunten voor de toekomst;
  3° (een boekhouding voert overeenkomstig het door het [1 agentschap]1 vastgelegde model;)
  4° minimaal 85 % van de som van de subsidie krachtens dit besluit en de bijdrage van de cliënt zoals bepaald in artikel 4, 6° van dit besluit besteedt aan personeelskosten.
  
Art.13. Ces subventions sont octroyées à condition que le Centre :
  1° remplit toutes les conditions d'agrément;
  (2° remet à [1 l'agence]1, avant le 31 avril de chaque année, un rapport annuel qui présente au moins un aperçu détaillé du fonctionnement notamment en ce qui concerne l'occupation, la population atteinte, le nombre d'examens partiels et multidisciplinaires, les structures de coopération et les points qui mériteront une attention particulière à l'avenir.
  3° (tient une comptabilité conformément au modèle fixé par [1 l'agence]1)
  4° affecte au moins 85 % du montant des subventions octroyées en vertu du présent arrêté et de la cotisation des clients telle que fixée à l'article 4, 6° du présent arrêté aux frais de personnel.
  
Art. 14. § 1. De subsidie bestaat uit een enveloppe die wordt bepaald door de vermenigvuldiging van het subsidiebedrag per capaciteitseenheid met de erkende capaciteit.
  Elk centrum dient jaarlijks minimaal 90 % en maximaal 110 % van de haar toegekende capaciteit te realiseren. Indien een centrum minder dan 90 % realiseert van de haar toegekende capaciteit wordt de subsidie-enveloppe berekend op de gerealiseerde bezetting en niet op de erkende capaciteit.
  Indien de bezettingsgraad gedurende twee opeenvolgende jaren minder dan 90 % bedraagt, wordt de erkende capaciteit verminderd tot 110 % van de gemiddelde bezetting tijdens deze twee opeenvolgende jaren.
  § 2. [2 Het subsidiebedrag per capaciteitseenheid wordt vastgesteld op [6 [7 892,79 ]7euro]6.]2
  § 2bis. [2 ...]2
  [1 § 2ter. [5 Per jaar dat de gemiddelde anciënniteit van de gesubsidieerde personeelsleden van het centrum hoger ligt dan vijf jaar, wordt het subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 2, per capaciteitseenheid verhoogd met [6 [7 16,92 ]7 euro]6.]5
  [7 Voor personeel dat in dienst is op 1 januari wordt het volgende extra subsidiebedrag toegekend:
Art. 14. § 1er. La subvention consiste en une enveloppe dont le montant est déterminé par la multiplication du montant de la subvention par unité de capacité par la capacité agréée.
  Chaque centre doit réaliser annuellement au minimum 90 % et au maximum 110 % de la capacité qui lui est attribuée. Si un centre réalise moins de 90 % de la capacité attribuée à lui, l'enveloppe est calculée en fonction de l'occupation réalisée et non sur la capacité agréée.
  Si le taux d'occupation s'élève à moins de 90 % pendant deux années successives, la capacité agréée est réduite à 110 % de l'occupation moyenne au cours de ces deux années successives.
  § 2. [2 Le montant de la subvention par unité de capacité est fixé à [6 [7 892,79 ]7 euros]6.]2
  § 2bis. [2 ...]2
  [1 § 2ter. [5 Par année où l'ancienneté moyenne des membres du personnel subventionnés du centre est supérieure à cinq ans, le montant de la subvention visé au paragraphe 2, est augmenté de [6 [7 16,92]7 euros]6 par unité de capacité.]5]1
  [7 Pour le personnel employé au 1er janvier, le montant de subvention supplémentaire suivant est accordé :
Jaren anciënniteit Bedrag per vte
28 jaar 138,83
29 jaar 267,08
30 jaar 386,27
31 jaar 496,44
32 jaar 598,49
33 jaar 693,08
34 jaar 780,67
35 jaar en meer 861,72
Jaren anciënniteit Bedrag per vte 28 jaar 138,83 29 jaar 267,08 30 jaar 386,27 31 jaar 496,44 32 jaar 598,49 33 jaar 693,08 34 jaar 780,67 35 jaar en meer 861,72
De subsidiebedragen, vermeld in het derde lid, zijn gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2023.]7
  § 3. [5 De situatie van 1 januari van het jaar in kwestie wordt als basis genomen om de gemiddelde anciënniteit, vermeld in paragraaf 2ter, te bepalen.
   Om de berekening, vermeld in het eerste lid, te doen, dient het centrum uiterlijk op 15 januari van het jaar in kwestie een overzicht in van het tewerkgestelde personeel op een formulier dat het agentschap ter beschikking stelt.]5

  [4 § 4. Het bedrag, vermeld in paragraaf 2, bestaat voor 85% uit personeelssubsidies en voor 15% uit werkingssubsidies.]4
  
Années d'ancienneté Montant par ETP
28 ans 138,83
29 ans 267,08
30 ans 386,27
31 ans 496,44
32 ans 598,49
33 ans 693,08
34 ans 780,67
35 ans et plus 861,72
Années d'ancienneté Montant par ETP 28 ans 138,83 29 ans 267,08 30 ans 386,27 31 ans 496,44 32 ans 598,49 33 ans 693,08 34 ans 780,67 35 ans et plus 861,72
Les montants de subvention, visés à l'alinéa 3, sont liés à l'indice-pivot en vigueur le 1er janvier 2023.]7
  § 3. [5 La situation du 1er janvier de l'année en question sert de base pour déterminer l'ancienneté moyenne mentionnée au paragraphe 2ter.
   Pour effectuer le calcul visé à l'alinéa 1er, le centre introduit, au plus tard le 15 janvier de l'année en question, un aperçu du personnel occupé sur un formulaire mis à disposition par l'agence.]5

  [4 § 4. Le montant visé au paragraphe 2, consiste pour 85 % en des subventions de personnel et pour 15 % en des subventions de fonctionnement.]4
  
Art.15. Als de som van [1 de financiële bijdrage, vermeld in artikel 4, 6°, en de subsidies, toegekend met toepassing van artikel 14]1 meer bedraagt dan de reële uitgaven voor de uitvoering van zijn opdrachten van dat kalenderjaar, bouwt het centrum reserves op. De opgebouwde reserve mag maximum 50 % bedragen van de jaarlijks, conform artikel 14 berekende subsidie. Het deel van deze reserve dat dit percentage overtreft wordt teruggestort aan [2 het agentschap]2.
  [1 De samenstelling en het gebruik van de reserves moet worden aangetoond in het jaarverslag, vermeld in artikel 13, 2°.]1
  
Art.15. Si la somme de [1 la cotisation financière, visée à l'article 4, 6°, et des subventions octroyées en application de l'article 14]1 dépasse les dépenses réelles pour l'exécution de ses missions de l'année civile en question, le centre constituera des réserves, plafonnées à 50 % du montant de la subvention annuelle calculée conformément à l'article 14. La partie de cette réserve qui dépasse ce pourcentage sera remboursée à [2 l'agence]2.
  [1 La composition et l'utilisation des réserves doivent être démontrées dans le rapport annuel, visé à l'article 13, 2°.]1
  
Art.16. De reserves kunnen uitsluitend worden aangewend om uitgaven te financieren die bijdragen tot het vervullen van de opdrachten van het centrum, zoals bepaald in hoofdstuk II.
Art.16. Les réserves doivent être exclusivement affectées au financement des dépenses contribuant à l'accomplissement des missions du Centre, telles que définies au chapitre II.
Art.17. [1 De bedragen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 6°, en artikel 14, § 2 zijn gekoppeld aan [2 de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2023]2.]1
  
Art.17. [1 Les montants visés à l'article 4, alinéa 1er, 6°, et à l'article 14, § 2, sont liés à [2 l'indice-pivot applicable au 1er janvier 2023]2.]1
  
Art.18. Elk centrum krijgt voor het einde van de tweede maand van het kalenderjaar een terugvorderbaar voorschot van 40 % op het subsidiebedrag conform artikel 14, § 1 en 17, voor het einde van de vierde maand van het kalenderjaar een tweede voorschot van 30 % op het subsidiebedrag conform artikel 14, § 1 en 17 en voor het einde van de zevende maand van het kalenderjaar een derde voorschot van 20 % op het subsidiebedrag conform artikel 14, § 1 en 17. Het totaal van deze voorschotten komt in mindering van de vereffening van de totale jaarlijkse subsidie.
  Het saldo wordt vereffend tijdens het volgend kalenderjaar na de goedkeuring door (het [1 agentschap]1) van het jaarverslag zoals bepaald in artikel 13, 2°.
  Als na de definitieve vaststelling, na toepassing van artikel 15 en artikel 14, § 3, blijkt dat het centrum een deel van de subsidie terug moet betalen, kan de Vlaamse minister aan het centrum toestemming verlenen het verschuldigde bedrag in maandelijkse afbetalingen terug te betalen over een periode van maximaal drie maanden.
  
Art.18. Le Centre reçoit avant la fin du deuxième mois de chaque année civile une avance de 40 % sur le montant de la subvention telle que fixée à l'article 14, § 1er et à l'article 17, avant la fin du quatrième mois de l'année civile une deuxième avance de 30 % sur le montant de la subvention telle que fixée à l'article 14, § 1er et à l'article 17, et avant la fin du septième mois de l'année civile une troisième avance de 20 % sur le montant de la subvention telle que fixée à l'article 14, § 1er et à l'article 17. La somme totale de ces avances est portée en déduction lors du décompte de la subvention annuelle totale.
  Le solde est liquidé pendant l'année civile suivante, après approbation par [1 l'agence]1 du rapport annuel visé à l'article 13, 2°.
  S'il apparaît, après la fixation définitive en application des articles 14 et 15, § 3, que le Centre doit rembourser une partie de la subvention, [1 l'agence]1 flamand peut autoriser le Centre à rembourser le montant dû en tranches mensuelles sur une période de trois mois au maximum.
  
HOOFDSTUK V. - Het toezicht.
CHAPITRE V. - Le Contrôle.
Afdeling 1. - Erkenning.
Section 1. - Agrément.
Art.19. ( (De personeelsleden van het bevoegde agentschap), [1 ...]1) controleren ter plaatse of op stukken of de erkende centra of de organisatie die een erkenning aanvraagt, de erkenningsvoorwaarden naleven.
  De erkende centra of de organisatie die een erkenning aanvraagt verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht. Ze bezorgen aan de personeelsleden, bedoeld in het eerste lid, als ze daarom verzoeken, de stukken die met de erkenningsaanvraag of de erkenning verband houden.
  
Art.19. (Les (membres du personnel de l'agence compétente) [1 ...]1) exercent sur place ou sur pièces un contrôle sur le respect des conditions d'agrément par les centres agréés ou l'organisation demandant un agrément.
  Les centres agréés ou l'organisation demandant un agrément concourent à l'exercice de ce contrôle. A la demande de membres du personnel (du Fonds) tels que visés au premier alinéa, ils leur transmettent les pièces afférentes à l'agrément ou à la demande d'agrément.
  
Art.20. [1 § 1. Als een centrum niet langer voldoet aan een of meer erkenningsvoorwaarden, kan de erkenning worden opgeschort of ingetrokken.
   De beslissing tot opschorting of intrekking wordt in een aangetekende brief aan het centrum meegedeeld.
   § 2. Tegen een beslissing tot opschorting of intrekking kan het centrum bezwaar aantekenen binnen dertig dagen na de dag waarop ze de beslissing heeft ontvangen. De termijn van dertig dagen is voorgeschreven op straffe van verval.
   Het bezwaarschrift wordt met een aangetekende brief ingediend bij het agentschap. Het vermeldt duidelijk de motieven waarop het gesteund is en is vergezeld van de nodige bewijsstukken.
   Het bezwaar wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
   § 3. Het bezwaar werkt schorsend vanaf de datum waarop de aangetekende brief, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt verzonden, tot aan de kennisgeving van de beslissing over het bezwaar aan de inrichtende macht.
   Het eerste lid is niet van toepassing als het een dringende beslissing tot schorsing of intrekking van de erkenning betreft wegens manifeste overtreding van de erkenningsvoorwaarden of wegens een ernstige overtreding van de veiligheids- of gezondheidsnormen die een duidelijk gevaar betekenen voor de fysieke of psychische gezondheid van de bewoners.]1

  
Art.20. [1 § 1er. Si un centre ne respecte plus une ou plusieurs des conditions d'agrément, l'agrément peut être suspendu ou retiré.
   La décision de suspension ou de retrait est motivée et notifiée par lettre recommandée au centre.
   § 2. Le centre peut introduire une réclamation contre une décision de suspension ou de retrait dans les trente jours qui suivent le jour où la décision a été reçue. Le délai de trente jours est prescrit sous peine d'échéance.
   La réclamation est introduite auprès de l'agence par lettre recommandée. La réclamation indique clairement les motifs sur lesquels elle est fondée et elle est accompagnée des pièces justificatives nécessaires.
   L'objection est traitée conformément aux règles établies par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
   § 3. L'objection est suspensive à partir de la date à laquelle la lettre recommandée, visée au paragraphe 1er, alinéa 2, est envoyée, jusqu'à la notification de la décision sur l'objection au pouvoir organisateur.
   L'alinéa 1er ne s'applique pas lorsqu'il s'agit d'une décision urgente de suspension ou de retrait de l'agrément en raison d'une violation manifeste des conditions d'agrément ou en raison d'une infraction grave aux normes de sécurité ou de santé qui constituent un danger manifeste pour la santé physique ou psychique des habitants.]1

  
Art.21. [1 Het centrum dient jaarlijks voor 1 juni bij het agentschap een kwaliteitsverslag in over het voorbije jaar. Dat verslag bevat al de volgende gegevens:
   1° de resultaten van de zelfevaluatie;
   2° de geformuleerde verbeteracties;
   3° de wijze waarop de verbeteracties zijn uitgevoerd;
   4° de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar;
   5° een inhoudelijk en kwantitatief activiteitenverslag over het voorgaande jaar.
   Artikel 28 tot 32 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp zijn van toepassing.]1

  
Art.21. [1 Le centre présente à l'agence, avant le 1er juin de chaque année, un rapport de qualité pour l'année écoulée. Ce rapport contient toutes les informations suivantes :
   1° les résultats de l'auto-évaluation ;
   2° les actions d'amélioration formulées ;
   3° la manière dont les actions d'amélioration sont effectuées ;
   4° le planning de la qualité pour l'année en cours ;
   5° un rapport d'activité de fond et quantitatif pour l'année précédente.
   Les articles 28 à 32 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse sont d'application]1

  
Art.22. (Opgeheven)
Art.22. (Abrogé)
Art.23. (Opgeheven)
Art.23. (Abrogé)
Afdeling 2. - Subsidiëring.
Section 2. - Subventions.
Art.24. ( (De personeelsleden van het bevoegde agentschap), [1 ...]1) controleren ter plaatse of op stukken of de erkende centra de subsidiëringsvoorwaarden naleven.
  De erkende centra verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht. Zij bezorgen aan de personeelsleden bedoeld in het eerste lid, als ze erom verzoeken, de stukken die met de subsidiëring verband houden.
  
Art.24. (Les (membres du personnel de l'agence compétente) [1 ...]1) exercent sur place ou sur pièces un contrôle sur le respect des conditions de subventionnement par les centres agréés.
  Les centres agréés concourent à l'exercice de ce contrôle. A la demande (des (membres du personnel de l'agence compétente) habilités à accomplir des missions de contrôle conformément au chapitre X du décret du 27 juin 1990 portant création d'un "Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap") tels que visés au premier alinéa, ils leur transmettent les pièces afférentes aux subventions.
  
Art.25. (Als een centrum niet langer voldoet aan één of meer subsidiëringsvoorwaarden kan het [1 agentschap]1 de subsidiëring voor een termijn die het [1 agentschap]1 zelf kan bepalen, volledig of gedeeltelijk stoppen en/of de al verleende subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen.)
  De volledige stopzetting van de subsidiëring en de terugvordering van alle verleende subsidies is enkel mogelijk na het uiten van het voornemen tot intrekking van de erkenning of bij vastgestelde subsidiefraude.
  De gedeeltelijke stopzetting van de subsidiëring en de gedeeltelijke terugvordering van al verleende subsidies is enkel mogelijk na het uiten van het voornemen tot intrekking van de erkenning, bij vastgestelde subsidiefraude of als een centrum de subsidievoorwaarden genoemd in artikel 13, 2°, 3° en 4° niet naleeft.
  
Art.25. (Si un centre ne respecte plus une ou plusieurs conditions de subventionnement, [1 l'agence]1 peut mettre fin, en tout ou en partie, à l'octroi de subventions pour un délai [1 qu'elle fixe]1 et/ou recouvrer, en tout ou en partie, les subventions déjà allouées.)
  La cessation complète de l'octroi de subventions et le recouvrement total des subventions déjà allouées ne prendra effet qu'après expression de l'intention de retrait d'agrément ou en cas de constat de fraude subventionnelle.
  La cessation complète de l'octroi de subventions et le recouvrement partiel des subventions déjà allouées ne prendra effet qu'après expression de l'intention de retrait d'agrément, en cas de constat de fraude subventionnelle ou si le Centre ne respecte pas les conditions de subventionnement énoncées à l'article 13, 2°, 3° et 4°.
  
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art.26. Het besluit van de Vlaamse regering van 26 april 1995, houdende de erkenning en subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen, wordt opgeheven.
Art.26. L'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 1995 portant agrément et subventionnement des centres pour troubles du développement est abrogé.
Art.27. Alle erkenningen, verleend krachtens het besluit van de Vlaamse regering, genoemd in artikel 26, blijven gelden.
Art.27. Tous les agréments octroyés en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand visé à l'article 26 restent valables.
Art.28. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998, met uitzondering van artikel 4, 10° en artikel 7, 5°, die in werking treden op 1 januari 2001.
Art.28. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1998, à l'exception de l'article 4, 10° et de l'article 7, 5° qui entrent en vigueur le 1er janvier 2001.
Art. 29. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 29. Le Ministre flamand qui a l'Aide aux personnes dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.