Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 1994 houdende de regeling van de toekenning van de specialisatiebeurzen door het Vlaams Instituut voor de bevordering van het wetenschappelijk-technologisch onderzoek in de industrie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 29 juni 1994 en 14 februari 1996, wordt het tweede lid van artikel 2 vervangen door volgende bepaling :
"De beurzen dienen aan de genieters ervan de mogelijkheid te bieden een doctoraatsproefschrift voor te bereiden als neerslag van de uitvoering van het door hen geformuleerd onderzoeksproject onder de wetenschappelijke begeleiding van een lid van het zelfstandig academisch personeel of van een onderzoeksleider of een onderzoeksdirecteur van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 DECEMBER 1997. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 1994 houdende de regeling van de toekenning van de specialisatiebeurzen door het Vlaams Instituut voor de bevordering van het wetenschappelijk-technologisch onderzoek in de industrie.
Titre
19 DECEMBRE 1997. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 janvier 1994 réglant l'octroi de bourses de spécialisation par le " Vlaams Instituut voor de bevordering van het wetenschappelijk-technologisch onderzoek in de industrie-IWT " (Institut flamand pour la Promotion de la Recherche scientifico-technologique dans l'industrie) (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 1998035468
Datum: 1997-12-19
Info du document
Numac: 1998035468
Date: 1997-12-19
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1. L'article 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 janvier 1994 réglant l'octroi de bourses de spécialisation par le " Vlaams Instituut voor de bevordering van het wetenschappelijk-technologisch onderzoek in de industrie-IWT ", modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 juin 1994 et 14 février 1996, est remplacé par la disposition suivante :
" Les bourses doivent permettre aux boursier de préparer une thèse de doctorat qui est le résultat de la réalisation du projet de recherche formulé par ce dernier, sous la direction scientifique d'un membre du personnel académique indépendant ou d'un chef des recherches ou d'un directeur des recherches du Fonds de la Recherche scientifique en Flandre. ".
" Les bourses doivent permettre aux boursier de préparer une thèse de doctorat qui est le résultat de la réalisation du projet de recherche formulé par ce dernier, sous la direction scientifique d'un membre du personnel académique indépendant ou d'un chef des recherches ou d'un directeur des recherches du Fonds de la Recherche scientifique en Flandre. ".
Art.2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 11bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 11bis. § 1. Tegelijkertijd met de beurs wordt een projectkostenvergoeding toegekend. De projectkostenvergoeding dekt de kosten van de universiteit voor de uitvoering van de activiteiten van het project door de bursaal.
§ 2. Het bedrag van de projectkostenvergoeding wordt door de raad van bestuur van het IWT uniform voor alle bursalen, en per jaar vastgesteld, rekening houdend met de middelen die daarvoor uitgetrokken zijn in de subsidie bedoeld in artikel 13 van dit besluit.
§ 3. De projectkostenvergoeding wordt uitbetaald per maand tegelijkertijd met de uitbetaling van de beurs en in de mate dat die uitbetaling verschuldigd is.
§ 4. Op het ogenblik dat de bursaal zijn activiteiten voor het project definitief staakt, eindigt het recht op de projectkostenvergoeding voor de universiteit.
Wanneer het IWT een einde stelt aan de beurs van de bursaal, eindigt het recht op de projectkostenvergoeding voor de universiteit op het einde van de maand, waarin het IWT zijn beslissing mededeelt aan de bursaal en aan de universiteit.
§ 5. De gemachtigde van de universiteit verbindt er zich namens zijn instelling in de overeenkomst tot toekenning van de beurs toe om in verband met de projectkostenvergoeding in het algemeen de volgende gebruiksvoorwaarden na te doen leven :
1° kosten alleen als projectkosten te verrekenen met de schriftelijke goedkeuring van de bursaal en de wetenschappelijk promotor;
2° geen aandeel te verrekenen van centrale beheerskosten en algemene exploitatiekosten in de zin van het besluit van 14 juli 1993 tot regeling van de centrale beheerskosten en de algemene exploitatiekosten van de universiteiten, verbonden aan de uitvoering van de wetenschappelijke activiteiten die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd worden, en
3° geen uitgaven te imputeren, die al werden aangerekend op een andere financiering.
§ 6. De gemachtigde van de universiteit verklaart er zich tevens toe bereid om tegenover het IWT of zijn aangestelde de toepassing van de in § 5 vermelde gebruiksvoorwaarden te bewijzen volgens de modaliteiten die de raad van bestuur van het IWT per universiteit bepaalt.
§ 7. Indien vastgesteld wordt dat aan de voorwaarde, vermeld in § 5, 1°, niet is voldaan, zal de universiteit zich onmiddellijk in regel stellen met dit voorschrift voor alle projecten die op dat ogenblik lopen.
Indien blijkt dat niet aan de voorwaarden, vermeld in § 5, 2° en 3° wordt voldaan, zal de aanrekening op de projectkostenvergoeding van elk lopend project beperkt worden tot de betalingen op de originele facturen van de leveranciers, die de terechte aanrekening als specifieke uitgave voor het project kunnen verantwoorden. De universiteit betaalt aan het IWT voor elk project het verschil terug tussen die aanrekeningen, en de ontvangen projectkostenvergoedingen.
§ 8. In geval de universiteit niet meewerkt aan de bewijsregeling volgens § 6 of aan de regeling, voorzien in § 7 kan het IWT bij beslissing van de raad van bestuur, de verdere uitbetaling van de projectkostenvergoeding geheel of gedeeltelijk opschorten voor alle of een gedeelte van de lopende projecten bij die universiteit.
§ 9. De raad van bestuur van het IWT kan detailaspecten in verband met de projectkostenvergoeding volgens dit artikel in een aanvullend reglement regelen."
"Art. 11bis. § 1. Tegelijkertijd met de beurs wordt een projectkostenvergoeding toegekend. De projectkostenvergoeding dekt de kosten van de universiteit voor de uitvoering van de activiteiten van het project door de bursaal.
§ 2. Het bedrag van de projectkostenvergoeding wordt door de raad van bestuur van het IWT uniform voor alle bursalen, en per jaar vastgesteld, rekening houdend met de middelen die daarvoor uitgetrokken zijn in de subsidie bedoeld in artikel 13 van dit besluit.
§ 3. De projectkostenvergoeding wordt uitbetaald per maand tegelijkertijd met de uitbetaling van de beurs en in de mate dat die uitbetaling verschuldigd is.
§ 4. Op het ogenblik dat de bursaal zijn activiteiten voor het project definitief staakt, eindigt het recht op de projectkostenvergoeding voor de universiteit.
Wanneer het IWT een einde stelt aan de beurs van de bursaal, eindigt het recht op de projectkostenvergoeding voor de universiteit op het einde van de maand, waarin het IWT zijn beslissing mededeelt aan de bursaal en aan de universiteit.
§ 5. De gemachtigde van de universiteit verbindt er zich namens zijn instelling in de overeenkomst tot toekenning van de beurs toe om in verband met de projectkostenvergoeding in het algemeen de volgende gebruiksvoorwaarden na te doen leven :
1° kosten alleen als projectkosten te verrekenen met de schriftelijke goedkeuring van de bursaal en de wetenschappelijk promotor;
2° geen aandeel te verrekenen van centrale beheerskosten en algemene exploitatiekosten in de zin van het besluit van 14 juli 1993 tot regeling van de centrale beheerskosten en de algemene exploitatiekosten van de universiteiten, verbonden aan de uitvoering van de wetenschappelijke activiteiten die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd worden, en
3° geen uitgaven te imputeren, die al werden aangerekend op een andere financiering.
§ 6. De gemachtigde van de universiteit verklaart er zich tevens toe bereid om tegenover het IWT of zijn aangestelde de toepassing van de in § 5 vermelde gebruiksvoorwaarden te bewijzen volgens de modaliteiten die de raad van bestuur van het IWT per universiteit bepaalt.
§ 7. Indien vastgesteld wordt dat aan de voorwaarde, vermeld in § 5, 1°, niet is voldaan, zal de universiteit zich onmiddellijk in regel stellen met dit voorschrift voor alle projecten die op dat ogenblik lopen.
Indien blijkt dat niet aan de voorwaarden, vermeld in § 5, 2° en 3° wordt voldaan, zal de aanrekening op de projectkostenvergoeding van elk lopend project beperkt worden tot de betalingen op de originele facturen van de leveranciers, die de terechte aanrekening als specifieke uitgave voor het project kunnen verantwoorden. De universiteit betaalt aan het IWT voor elk project het verschil terug tussen die aanrekeningen, en de ontvangen projectkostenvergoedingen.
§ 8. In geval de universiteit niet meewerkt aan de bewijsregeling volgens § 6 of aan de regeling, voorzien in § 7 kan het IWT bij beslissing van de raad van bestuur, de verdere uitbetaling van de projectkostenvergoeding geheel of gedeeltelijk opschorten voor alle of een gedeelte van de lopende projecten bij die universiteit.
§ 9. De raad van bestuur van het IWT kan detailaspecten in verband met de projectkostenvergoeding volgens dit artikel in een aanvullend reglement regelen."
Art.2. Un article 11bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 11bis. § 1er. Outre la bourse, il est octroyé une indemnité des frais de projet. L'indemnité des frais de projet couvre les dépenses faites par l'université pour les activités effectuées par le boursier dans le cadre du projet.
§ 2. Le montant de l'indemnité des frais de projet est déterminé annuellement et d'une manière uniforme pour tous les boursiers, par le conseil d'administration de l'IWT, en fonction des moyens que l'allocation visée par l'article 13 du présent arrêté prévoit à cet effet.
§ 3. L'indemnité des frais de projet est payée mensuellement et en même temps que la bourse, dans la mesure où l'indemnité est due effectivement.
§ 4. L'université est déchue du droit à l'indemnité des frais de projet, dès que le boursier cesse définitivement ses activités dans le cadre du projet.
Lorsque l'IWT cesse d'allouer une bourse au boursier, l'université est déchue du droit à l'indemnité des frais de projet à la fin du mois au cours duquel l'IWT notifie sa décision au boursier et à l'université.
§ 5. Aux termes de la convention d'octroi de la bourse, le mandataire de l'université s'engage au nom de son institution à faire observer les conditions d'affectation suivantes, en ce qui concerne l'indemnité des frais de projet en général :
1° les dépenses seront uniquement portées en compte comme frais de projet sous l'approbation écrite du boursier et de son directeur de thèse;
2° il ne sera pas passé en compte une partie des frais de gestion centrale et des frais généraux d'exploitation au sens de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 1993 réglant le remboursement des frais de gestion centrale et des frais généraux d'exploitation des universités, ayant trait à la réalisation d'activités scientifiques financées par la Communauté flamande;
3° il ne sera pas imputé des dépenses qui ont déjà été portées en compte dans le cadre d'une autre formule de financement.
§ 6. En outre, le mandataire de l'université se déclare disposé à fournir la preuve à l'IWT ou son préposé, de l'observation des conditions d'affectation prévues par le § 5, selon les modalités fixées pour chaque université par le conseil d'administration de l'IWT.
§ 7. Lorsqu'il est constaté que la condition du § 5, 1°, n'est pas remplie, l'université devra se mettre en règle sans délai pour tous les projets qui courent.
Lorsqu'il s'avère que les conditions du § 5, 2° et 3°, ne sont pas observées, les paiements à porter en compte pour l'indemnité des frais de projet seront limités pour chaque projet en cours au montant des factures originales des fournisseurs dont l'imputation à bon droit en tant que dépense spécifique du projet peut être justifiée. L'université rembourse pour chaque projet la différence entre les indemnités des frais de projet reçues et les imputations ainsi établies.
§ 8. Lorsque l'université ne se montre pas coopérative pour apporter la preuve selon les modalités prévues par le § 6 ou assurer l'application des dispositions du § 7, le conseil d'administration de l'IWT peut décider de suspendre le paiement de la totalité ou d'une partie des indemnités des frais de projet relatives aux projets qui courent auprès de cette université.
§ 9. Le conseil d'administration de l'IWT peut régler des points de détail relatifs à l'indemnité des frais de projet par un règlement complémentaire, en conformité des dispositions du présent article. ".
" Art. 11bis. § 1er. Outre la bourse, il est octroyé une indemnité des frais de projet. L'indemnité des frais de projet couvre les dépenses faites par l'université pour les activités effectuées par le boursier dans le cadre du projet.
§ 2. Le montant de l'indemnité des frais de projet est déterminé annuellement et d'une manière uniforme pour tous les boursiers, par le conseil d'administration de l'IWT, en fonction des moyens que l'allocation visée par l'article 13 du présent arrêté prévoit à cet effet.
§ 3. L'indemnité des frais de projet est payée mensuellement et en même temps que la bourse, dans la mesure où l'indemnité est due effectivement.
§ 4. L'université est déchue du droit à l'indemnité des frais de projet, dès que le boursier cesse définitivement ses activités dans le cadre du projet.
Lorsque l'IWT cesse d'allouer une bourse au boursier, l'université est déchue du droit à l'indemnité des frais de projet à la fin du mois au cours duquel l'IWT notifie sa décision au boursier et à l'université.
§ 5. Aux termes de la convention d'octroi de la bourse, le mandataire de l'université s'engage au nom de son institution à faire observer les conditions d'affectation suivantes, en ce qui concerne l'indemnité des frais de projet en général :
1° les dépenses seront uniquement portées en compte comme frais de projet sous l'approbation écrite du boursier et de son directeur de thèse;
2° il ne sera pas passé en compte une partie des frais de gestion centrale et des frais généraux d'exploitation au sens de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 1993 réglant le remboursement des frais de gestion centrale et des frais généraux d'exploitation des universités, ayant trait à la réalisation d'activités scientifiques financées par la Communauté flamande;
3° il ne sera pas imputé des dépenses qui ont déjà été portées en compte dans le cadre d'une autre formule de financement.
§ 6. En outre, le mandataire de l'université se déclare disposé à fournir la preuve à l'IWT ou son préposé, de l'observation des conditions d'affectation prévues par le § 5, selon les modalités fixées pour chaque université par le conseil d'administration de l'IWT.
§ 7. Lorsqu'il est constaté que la condition du § 5, 1°, n'est pas remplie, l'université devra se mettre en règle sans délai pour tous les projets qui courent.
Lorsqu'il s'avère que les conditions du § 5, 2° et 3°, ne sont pas observées, les paiements à porter en compte pour l'indemnité des frais de projet seront limités pour chaque projet en cours au montant des factures originales des fournisseurs dont l'imputation à bon droit en tant que dépense spécifique du projet peut être justifiée. L'université rembourse pour chaque projet la différence entre les indemnités des frais de projet reçues et les imputations ainsi établies.
§ 8. Lorsque l'université ne se montre pas coopérative pour apporter la preuve selon les modalités prévues par le § 6 ou assurer l'application des dispositions du § 7, le conseil d'administration de l'IWT peut décider de suspendre le paiement de la totalité ou d'une partie des indemnités des frais de projet relatives aux projets qui courent auprès de cette université.
§ 9. Le conseil d'administration de l'IWT peut régler des points de détail relatifs à l'indemnité des frais de projet par un règlement complémentaire, en conformité des dispositions du présent article. ".
Art.3. Aan artikel 14 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Ze trekt eveneens middelen uit voor het betalen van de projectkostenvergoeding, bedoeld in artikel 11bis."
"Ze trekt eveneens middelen uit voor het betalen van de projectkostenvergoeding, bedoeld in artikel 11bis."
Art.3. L'article 14 du même arrêté est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Il réserve également des moyens pour assurer le paiement de l'indemnité des frais de projet, visée par l'article 11bis. ".
" Il réserve également des moyens pour assurer le paiement de l'indemnité des frais de projet, visée par l'article 11bis. ".
Art.4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van :
- de datum van toekenning van de lopende beurzen, wat artikel 1 betreft;
- 1 januari 1997 voor wat betreft de projectkostenvergoeding van beurzen die voor een eerste termijn van twee jaar werden toegekend in december 1996 voor de academiejaren 1996-1997 en 1997-1998.
Dit besluit treedt in werking op :
- 1 oktober 1997 voor de beurzen die voor een eerste termijn van twee jaar worden toegekend in december 1997 voor de academiejaren 1997-1998 en 1998-1999;
- 1 oktober 1998 voor alle beslissingen tot toekenning van een termijn, die ingaat in het academiejaar 1998-1999, of later.
- de datum van toekenning van de lopende beurzen, wat artikel 1 betreft;
- 1 januari 1997 voor wat betreft de projectkostenvergoeding van beurzen die voor een eerste termijn van twee jaar werden toegekend in december 1996 voor de academiejaren 1996-1997 en 1997-1998.
Dit besluit treedt in werking op :
- 1 oktober 1997 voor de beurzen die voor een eerste termijn van twee jaar worden toegekend in december 1997 voor de academiejaren 1997-1998 en 1998-1999;
- 1 oktober 1998 voor alle beslissingen tot toekenning van een termijn, die ingaat in het academiejaar 1998-1999, of later.
Art.4. Le présent arrêté produit ses effets :
- à la date d'octroi des bourses en cours, en ce qui concerne l'article 1er;
- le 1er janvier 1997, en ce qui concerne les indemnités des frais de projet dans le cadre de bourses, accordées en décembre 1996 pour une 1ère période de deux ans pour les années académiques 1996-1997 et 1997-1998.
Le présent arrêté entre en vigueur :
- le 1er octobre 1997, en ce qui concerne les bourses allouées en décembre 1997 pour une 1ère période de deux ans pour les années académiques 1997-1998 et 1998-1999;
- le 1er octobre 1998, en ce qui concerne les décisions d'octroi relatives à une période qui prend cours pendant l'année académique 1998-1999 ou à une date ultérieure.
- à la date d'octroi des bourses en cours, en ce qui concerne l'article 1er;
- le 1er janvier 1997, en ce qui concerne les indemnités des frais de projet dans le cadre de bourses, accordées en décembre 1996 pour une 1ère période de deux ans pour les années académiques 1996-1997 et 1997-1998.
Le présent arrêté entre en vigueur :
- le 1er octobre 1997, en ce qui concerne les bourses allouées en décembre 1997 pour une 1ère période de deux ans pour les années académiques 1997-1998 et 1998-1999;
- le 1er octobre 1998, en ce qui concerne les décisions d'octroi relatives à une période qui prend cours pendant l'année académique 1998-1999 ou à une date ultérieure.
Art. 5. De Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschaps- en technologiebeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 19 december 1997.
De minister-president van de Vlaamse regering,
Vlaams minister van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
L. VAN DEN BOSSCHE
Brussel, 19 december 1997.
De minister-president van de Vlaamse regering,
Vlaams minister van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
L. VAN DEN BOSSCHE
Art. 5. Le Ministre flamand qui a la politique en matière des sciences et de la technologie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 19 décembre 1997.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand de la Politique extérieure, des Affaires européennes, des Sciences et de la Technologie,
L. VAN DEN BRANDE
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
L. VAN DEN BOSSCHE
Bruxelles, le 19 décembre 1997.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand de la Politique extérieure, des Affaires européennes, des Sciences et de la Technologie,
L. VAN DEN BRANDE
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
L. VAN DEN BOSSCHE