Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 DECEMBER 1997. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de toekenning van extra lestijden voor scholen van het basisonderwijs in de rand- en taalgrensgemeenten.
Titre
9 DECEMBRE 1997. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'octroi de périodes additionnelles aux écoles de l'enseignement fondamental, dans les communes du " Vlaamse Rand " et de la frontière linguistique (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 1998035040
Datum: 1997-12-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1998035040
Date: 1997-12-09
Moniteur: Voir
Inhoud
Tekst (9)
Texte (10)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde Nederlandstalige scholen voor het basisonderwijs, gelegen in de gemeenten van het Vlaamse Gewest opgesomd in artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs en op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde Nederlandstalige scholen voor het basisonderwijs, gelegen in de gemeenten van het Vlaamse Gewest opgesomd in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.
Article 1. Le présent arrêté est applicable aux écoles néerlandophones de l'enseignement fondamental, qui sont financées et subventionnées par la Communauté flamande et se situent dans les communes de la Région flamande, énumérées dans l'article 3, 1°, de la loi du 30 juillet 1963 concernant le régime linguistique dans l'enseignement et aux écoles néerlandophones de l'enseignement fondamental, qui sont financées et subventionnées par la Communauté flamande et se situent dans les communes de la Région flamande, énumérées dans l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966.
Art. 2. § 1. Binnen de beschikbare begrotingskredieten kunnen extra lestijden aan de scholen, bedoeld in artikel 1, worden toegekend indien :
  1° het schoolbestuur een aanwendingsplan voorlegt waarin het :
  - de behoefte aan extra middelen motiveert door een beschrijving van de schoolpopulatie;
  - beschrijft hoe de extra-lestijden zullen worden aangewend en op welke manier er gewerkt wordt rond taalvaardigheidsonderwijs en intercultureel onderwijs;
  - beschrijft op welke manier het zal streven naar betrokkenheid van alle ouders bij het project.
  2° het schoolbestuur uiterlijk op 24 november 1997 bij het departement een aanvraag indient samen met het aanwendingsplan.
  § 2. De extra lestijden worden toegekend voor de periode van 1 december 1997 tot en met 30 juni 1998.
Art. 2. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, des périodes additionnelles peuvent être accordées aux écoles visées à l'article 1er, si :
  1° l'autorité scolaire soumet un plan d'utilisation dans lequel :
  - elle motive le besoin de moyens additionnels par une description de la population scolaire;
  - elle définit le mode dont les moyens additionnels seront affectés et la manière dont on abordera l'enseignement d'aptitudes linguistiques et l'enseignement interculturel;
  - elle décrit la manière dont elle essayera de concerner tous les parents dans le projet;
  2° le 24 novembre 1997 au plus tard, l'autorité scolaire introduit une demande, assortie du plan d'utilisation, auprès du département.
  § 2. Les périodes additionnelles sont attribuées pour la période du 1er décembre 1997 au 30 juin 1998 inclus.
Art. 3. Een school komt in aanmerking voor extra lestijden indien het ingediend aanwendingsplan positief wordt geëvalueerd door een beoordelingscommissie, samengesteld uit leden van de onderwijsinspectie, ambtenaren van het departement onderwijs en externe experten, aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
Art. 3. Une école entre en ligne de compte pour les périodes additionnelles, si le plan d'utilisation déposé est évalué positivement par un jury, composé de membres de l'Inspection scolaire, de fonctionnaires du Département de l'Enseignement et d'experts externes, désignés par le Ministre ayant l'Enseignement dans ses attributions.
Art. 4. § 1. Het aantal extra lestijden waarvoor een school in aanmerking komt, wordt als volgt bepaald : - 6 lestijden voor scholen met 35 tot 89 leerlingen;
  - 12 lestijden voor scholen met 90 tot 149 leerlingen;
  - 18 lestijden voor scholen met 150 en méér leerlingen.
  § 2. Voor de toepassing van § 1 wordt rekening gehouden met de leerlingen uit het kleuteronderwijs en uit het lager onderwijs die in aanmerking komen voor de berekening van de lestijden volgens de schalen voor het lopende schooljaar.
  De eventuele herberekeningen voor het kleuteronderwijs in de loop van het schooljaar worden niet in aanmerking genomen.
  § 3. De extra-lestijden mogen niet worden aangewend om klassen te splitsen.
Art. 4. § 1er. Le nombre de périodes additionnelles, pour lesquelles une école entre en ligne de compte, est défini comme suit :
  - 6 périodes, pour des écoles de 35 à 89 élèves;
  - 12 périodes, pour des écoles de 90 à 149 élèves;
  - 18 périodes, pour des écoles de 150 élèves et plus.
  § 2. Pour l'application du § 1er, il est tenu compte des élèves de l'enseignement maternel et primaire, entrant en ligne de compte pour le calcul des périodes, selon les échelles de l'année scolaire en cours.
  Les recalculs éventuels pour l'enseignement maternel, au courant de l'année scolaire, ne sont pas pris en considération.
  § 3. Les périodes additionnelles ne peuvent pas être utilisées pour scinder des classes.
Art. 5. Onverminderd de toepassing van artikel 174 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 worden de misbruiken bij het meedelen van de regelmatige leerlingen voor de extra-lestijden en de misbruiken bij het aanwenden van de extra-lestijden die vastgesteld worden door het departement met toepassing van artikel 177, 11° van het decreet bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur. De mededeling verwijst naar de mogelijke sancties.
Art. 5. Sans préjudice de l'application de l'article 174 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, les abus, lors de la communication du nombre d'élèves réguliers, pour les périodes additionnelles, et les abus, lors de l'affectation des périodes additionnelles, fixées par le département, par application de l'article 177, 11°, du décret, sont avisés, par lettre recommandée, à l'autorité scolaire concernée. La communication mentionne les sanctions éventuelles.
Art. 6. § 1. Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven kan het schoolbestuur bij het departement een verweerschrift indienen.
  De betekening wordt geacht te gebeuren de derde werkdag na het versturen van het aangetekend schrijven. De kerstvakantie, krokusvakantie, paasvakantie en zomervakantie schorten de termijn van 30 kalenderdagen op.
  § 2. Na ontvangst van het verweerschrift en uiterlijk 60 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven legt het departement Onderwijs desgevallend een dossier met een voorstel tot sanctie voor aan de minister, bevoegd voor het onderwijs.
Art. 6. § 1er. Dans un délai de 30 jours civils de la signification de la lettre recommandée, l'autorité scolaire peut introduire un contredit, auprès du département. La signification est censée se produire le troisième jour ouvrable de l'envoi de la lettre recommandée. Les vacances de Noël, de Carnaval, de Pâques et d'été suspendent le délai de 30 jours civils.
  § 2. Après réception du contredit et au plus tard 60 jours civils de la signification de la lettre recommandée, le Département de l'Enseignement soumet, le cas échéant, un dossier avec une proposition de sanction, au Ministre compétent pour l'Enseignement.
Art. 7. Binnen een termijn van drie maanden na de betekening van de in artikel 6 bedoelde getekende brief, neemt de minister een beslissing omtrent een sanctie. Die beslissing wordt bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur.
  Na de termijn van 3 maanden kan er geen sanctie meer worden opgelegd.
Art. 7. Dans un délai de trois mois de la signification de la lettre recommandée visée par l'article 6, le Ministre prend une décision concernant la sanction. Cette décision est communiquée, par lettre recommandée, à l'autorité scolaire concernée. Au-delà d'un délai de trois mois, aucune sanction ne peut plus être imposée.
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 november 1997.
Art. 8. Le présent arrêté produit ses effets le 1er novembre 1997.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 9 december 1997.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
  L. VAN DEN BOSSCHE
Art. 9. Le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 9 décembre 1997.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
-
L. VAN DEN BOSSCHE