Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 DECEMBER 1997. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de personeelsleden belast met opdrachten in het kader van het experiment controle op de inschrijvingen en op het regelmatig schoolbezoek.
Titre
9 DECEMBRE 1997. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif aux personnels chargĂ©s de missions dans le cadre de l'expĂ©rience " contrĂŽle de l'inscription et de la rĂ©gularitĂ© de la frĂ©quentation scolaire " (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de inrichtende machten van de gefinancierde en gesubsidieerde instellingen voor voltijds en deeltijds secundair onderwijs, alsook op de personeelsleden die ze er tewerkstellen.
Article 1. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux pouvoirs organisateurs des Ă©tablissements d'enseignement secondaire Ă temps plein et Ă temps partiel financĂ©s et subventionnĂ©s, ainsi qu'aux personnels qu'ils y emploient.
Art. 2. § 1. De financiële middelen die aan sommige inrichtende machten worden toegekend ter uitvoering van de overeenkomst bedoeld in artikel 72 van het decreet van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs-VII, kunnen gebruikt worden voor het creëren van een tijdelijk bijkomende personeelsformatie.
  § 2. De personeelsleden die deel uitmaken van de bijkomende personeelsformatie, zoals bedoeld in § 1, kunnen aangesteld worden in het ambt van leraar, het ambt van studiemeester-opvoeder of het ambt van opvoeder-huismeester. Zij kunnen uitsluitend belast worden met opdrachten die passen in het kader van het experiment betreffende de controle op de inschrijvingen en het regelmatig schoolbezoek.
  § 3. De uren die de leraars uitoefenen, worden beschouwd als uren die geen lesuren zijn.
  § 2. De personeelsleden die deel uitmaken van de bijkomende personeelsformatie, zoals bedoeld in § 1, kunnen aangesteld worden in het ambt van leraar, het ambt van studiemeester-opvoeder of het ambt van opvoeder-huismeester. Zij kunnen uitsluitend belast worden met opdrachten die passen in het kader van het experiment betreffende de controle op de inschrijvingen en het regelmatig schoolbezoek.
  § 3. De uren die de leraars uitoefenen, worden beschouwd als uren die geen lesuren zijn.
Art. 2. § 1er. Les moyens financiers octroyĂ©s Ă certains pouvoirs organisateurs, en exĂ©cution de la convention visĂ©e par l'article 72 du dĂ©cret du 8 juillet 1996 relatif Ă l'enseignement-VII, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă la crĂ©ation, Ă titre temporaire, d'un cadre organique supplĂ©mentaire.
  § 2. Les personnels, faisant partie du cadre organique supplĂ©mentaire visĂ© au § 1er, peuvent ĂȘtre engagĂ©s dans la fonction d'enseignant, de maĂźtre d'Ă©tude-Ă©ducateur ou d'Ă©ducateur-Ă©conome. Ils ne peuvent ĂȘtre chargĂ©s que de missions cadrant avec l'expĂ©rience " contrĂŽle de l'inscription et de la rĂ©gularitĂ© de la frĂ©quentation scolaire ".
  § 3. Les heures, prestées par les enseignants, sont considérées comme des heures n'étant pas des heures de cours.
  § 2. Les personnels, faisant partie du cadre organique supplĂ©mentaire visĂ© au § 1er, peuvent ĂȘtre engagĂ©s dans la fonction d'enseignant, de maĂźtre d'Ă©tude-Ă©ducateur ou d'Ă©ducateur-Ă©conome. Ils ne peuvent ĂȘtre chargĂ©s que de missions cadrant avec l'expĂ©rience " contrĂŽle de l'inscription et de la rĂ©gularitĂ© de la frĂ©quentation scolaire ".
  § 3. Les heures, prestées par les enseignants, sont considérées comme des heures n'étant pas des heures de cours.
Art. 3. § 1. Op de personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 2 zijn de bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs van toepassing.
  § 2. De personeelsleden die deel uitmaken van de bijkomende personeelsformatie zoals bedoeld in artikel 2, § 1, zijn in dienstactiviteit. De diensten die zij presteren, komen in aanmerking voor de vaststelling van alle anciënniteiten.
  § 3. Als de inrichtende macht in de tijdelijke personeelsformatie zoals bedoeld in artikel 2, § 1, vast benoemde personeelsleden opneemt die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, dan is de aanstelling, naargelang van het geval, een reaffectatie of een wedertewerkstelling.
  § 2. De personeelsleden die deel uitmaken van de bijkomende personeelsformatie zoals bedoeld in artikel 2, § 1, zijn in dienstactiviteit. De diensten die zij presteren, komen in aanmerking voor de vaststelling van alle anciënniteiten.
  § 3. Als de inrichtende macht in de tijdelijke personeelsformatie zoals bedoeld in artikel 2, § 1, vast benoemde personeelsleden opneemt die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, dan is de aanstelling, naargelang van het geval, een reaffectatie of een wedertewerkstelling.
Art. 3. § 1er. Les personnels, visĂ©s Ă l'article 2, § 2, sont soumis aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire.
  § 2. Les personnels, faisant partie du cadre organique supplémentaire visé à l'article 2, § 1er, se trouvent dans la situation activité de service. Les services, qu'ils effectuent, entrent en ligne de compte pour la détermination de toutes les anciennetés.
  § 3. Si le pouvoir organisateur affecte au cadre organique supplémentaire, visé à l'article 2, § 1er, des personnels nommés à titre définitif et mis en disponibilité par défaut d'emploi, la désignation sera, suivant le cas, une réaffectation ou une remise au travail.
  § 2. Les personnels, faisant partie du cadre organique supplémentaire visé à l'article 2, § 1er, se trouvent dans la situation activité de service. Les services, qu'ils effectuent, entrent en ligne de compte pour la détermination de toutes les anciennetés.
  § 3. Si le pouvoir organisateur affecte au cadre organique supplémentaire, visé à l'article 2, § 1er, des personnels nommés à titre définitif et mis en disponibilité par défaut d'emploi, la désignation sera, suivant le cas, une réaffectation ou une remise au travail.
Art. 4. De bepalingen inzake de deelbaarheid van de ambten van studiemeester-opvoeder en opvoeder-huismeester zijn niet van toepassing bij de personeelsleden die in ambten aangesteld worden in de personeelsformatie, bedoeld in artikel 2, § 1.
Art. 4. Les dispositions en matiÚre de divisibilité des fonctions de maßtre d'étude-éducateur et d'éducateur-économe ne s'appliquent pas aux personnels employés dans le cadre organique visé à l'article 2, § 1er.
Art. 5. De in artikel 2, § 2, genoemde ambten kunnen niet vacant verklaard worden met het oog op een vaste benoeming.
  Een benoeming in één van die ambten heeft ook geen uitwerking ten aanzien van de Vlaamse gemeenschap.
  Een benoeming in één van die ambten heeft ook geen uitwerking ten aanzien van de Vlaamse gemeenschap.
Art. 5. Les fonctions, citĂ©es Ă l'article 2, § 2, ne peuvent pas ĂȘtre dĂ©clarĂ©es vacantes en vue d'une nomination Ă titre dĂ©finitive. Une nomination dans une de ces fonctions n'a aucun effet Ă l'Ă©gard de la CommunautĂ© flamande.
Art. 6. De inrichtende machten kunnen de vast benoemde personeelsleden vervangen die gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen innemen en die in de artikel 2, § 2, genoemde ambten aangesteld worden. De vervanging stemt overeen met de omvang van de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen die het personeelslid tijdelijk niet meer uitoefent.
Art. 6. Les pouvoirs organisateurs peuvent remplacer les personnels nommés à titre définitif occupant des emplois financés et subventionnés et qui sont affectés aux fonctions citées à l'article 2, § 2. Le remplacement correspond au volume des emplois financés et subventionnés que le membre du personnel n'exerce plus momentanément.
Art. 7. De wedde en de weddetoelage van de vervangers of van de tijdelijke personeelsleden die rechtstreeks zijn aangesteld, komen ten laste van het experiment betreffende de controle op de inschrijvingen en het regelmatig schoolbezoek.
Art. 7. Le traitement et la subvention-traitement des remplacants ou des personnels temporaires, étant directement désignés, sont supportés par l'expérience " contrÎle de l'inscription et de la régularité de la fréquentation scolaire ".
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997. Het besluit houdt op van kracht te zijn op 31 augustus 1998.
Art. 8. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets au 1er septembre 1997. Il cessera d'ĂȘtre en vigueur le 31 aoĂ»t 1998.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 9 december 1997.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
  L. VAN DEN BOSSCHE
  Brussel, 9 december 1997.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
  L. VAN DEN BOSSCHE
Art. 9. Le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 9 décembre 1997.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
  L. VAN DEN BOSSCHE
  Bruxelles, le 9 décembre 1997.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
  L. VAN DEN BOSSCHE