Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 AUGUSTUS 1998. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. (NOTA : het wijzigend KB1999-03-26/38werd vernietigd door de Raad van State en impliciet ingetrokken; het wijzigend KB2001-02-09/44werd ingetrokken. Er werd geen rekening gehouden met deze twee besluiten in de achtereenvolgende bijwerkingen.) (NOTA : vernietigd door het arrest van de Raad van state nr. 123.691 van 30 september 2003 ; zie B.St. 03.12.2003, Ed. 2, p. 57848) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-09-1998 en tekstbijwerking tot 09-01-2026)
Titre
10 AOUT 1998. - ArrĂȘtĂ© royal fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction " service mobile d'urgence " (SMUR) pour ĂȘtre agréée. (NOTE : l'AR modificatif1999-03-26/38a Ă©tĂ© annulĂ© par le Conseil d'Etat et implicitement rapportĂ©; l'AR modificatif2001-02-09/44a Ă©tĂ© rapportĂ©. Il n'a pas Ă©tĂ© tenu compte de ces deux arrĂȘtĂ©s dans les mises Ă  jour successives.) (NOTE : annulĂ© par l'arrĂȘt du Conseil d'Etat n° 123.691 du 30 septembre 2003 ; voir M.B. 03.12.2003, Ed. 2 , p. 57848) (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 02-09-1998 et mise Ă  jour au 09-01-2026)
Documentinformatie
Numac: 1998022557
Datum: 1998-08-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1998022557
Date: 1998-08-10
Moniteur: Voir
Tekst (43)
Texte (42)
HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen.
CHAPITRE I. - Définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :
1° Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort;
2° interventiezone : de zone toegewezen, overeenkomstig het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor dringende geneeskundige hulpverlening en waarbinnen de MUG-functie haar taken uitvoert;
3° MUG : mobiele urgentiegroep die, uitsluitend op vraag van de aangestelde van het éénvorrnig oproepstelsel, werkt binnen de haar toegewezen interventiezone;
4° functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" : de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden;
5° associatie : een erkende associatie van ziekenhuizen bedoeld in het koninklijk besluit van 25 april 1997 houdende nadere omschrijving van de associatie van ziekenhuizen en van de bijzondere normen waaraan deze moet voldoen;
6° protocol : de overeenkomst bedoeld in artikel 7, derde lid, 2° en 3°, van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel, waarin de opvang van de patiënten door de ziekenhuizen wordt geregeld,afgesloten tussen alle ziekenhuizen van de provincie of van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad met een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", die ingeschakeld is in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening.
Article 1. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il faut entendre par :
1° Ministre : le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
2° zone d'intervention : la zone attribuĂ©e conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© royal 10 aoĂ»t 1998 instituant les Commissions d'aide mĂ©dicale urgente et au sein de laquelle la fonction SMUR effectue ses missions;
3° SMUR : service mobile d'urgence qui, uniquement à la demande du préposé du systÚme d'appel unifié, travaille dans la zone d'intervention qui lui est attribuée;
4° fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " : la fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " tel que visĂ©e dans l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée;
5° association : une association d'hĂŽpitaux agréée, visĂ©e dans l'arrĂȘtĂ© royal du 25 avril 1997 prĂ©cisant la description d'une association d'hĂŽpitaux et des normes particuliĂšres qu'elle doit respecter;
6° protocole : la convention visĂ©e Ă  l'article 7, alinĂ©a 3, 2° et 3°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 avril 1965 dĂ©terminant les modalitĂ©s d'organisation de l'aide mĂ©dicale urgente et portant dĂ©signation des communes comme centres du systĂšme d'appel unifiĂ©, rĂ©glant la prise en charge des patients par les hĂŽpitaux, conclue entre tous les hĂŽpitaux de la province ou de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale ayant une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s ", intĂ©grĂ©e dans le fonctionnement de l'aide mĂ©dicale urgente.
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions générales.
Art. 2. (Om te worden erkend en erkend te blijven, moet de MUG-functie tegelijkertijd zijn opgenomen in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening en moet deze voldoen aan de erkenningsnormen van dit besluit.) <KB 2003-07-11/94, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 10-10-2003> (Een MUG-functie kan slechts worden erkend indien zij wordt uitgebaat door een ziekenhuis of een associatie die op dezelfde vestigingsplaats een erkende functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " uitbaat die is opgenomen in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening.) <KB 2003-07-11/94, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 10-10-2003>
De door de associatie(s) uitgebate MUG-functie(s) wordt(en) beschouwd als een functie van elk van de deelnemende ziekenhuizen.
Art. 2. (Pour ĂȘtre agréée et le rester, la fonction SMUR doit simultanĂ©ment ĂȘtre intĂ©grĂ©e dans le fonctionnement de l'aide mĂ©dicale urgente et elle doit rĂ©pondre aux normes d'agrĂ©ment du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.) <AR 2003-07-11/94, art. 1, 005; En vigueur : 10-10-2003>(Une fonction SMUR ne peut ĂȘtre agréée que si elle est exploitĂ©e par un hĂŽpital ou une association qui exploite, sur le mĂȘme site, une fonction agréée " Soins urgents spĂ©cialisĂ©s " intĂ©grĂ©e dans le fonctionnement de l'aide mĂ©dicale urgente.) <AR 2003-07-11/94, art. 1, 005; En vigueur : 10-10-2003>
La (les) fonction(s) SMUR exploitée(s) par l'association (les associations) est (sont) considérée(s) comme une fonction de chacun des hÎpitaux qui y participent.
HOOFDSTUK III. - Functionele normen.
CHAPITRE III. - Normes fonctionnelles.
Art. 3. § 1er. Het beheer van elke in de provincie of in het arrondissement Brussel-Hoofdstad beschikbare MUG-functie geschiedt door een ziekenhuis of een ziekenhuisassociatie.
Wanneer er zich in een interventiezone meer ziekenhuizen met een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" bevinden, die zich kandidaat stellen om een MUG-functie op te richten, moeten alle MUG-functies binnen deze interventiezone uitgebaat worden door één associatie, samengesteld uit alle bedoelde kandiderende ziekenhuizen.
In afwijking tot artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 25 april 1997 houdende nadere omschrijving van de associatie van ziekenhuizen en van de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen. kan een door een associatie uitgebate MUG-functie zich op meer dan één vestigingsplaats bevinden, uitsluitend voor zover dit voor een alternerende werking bestemd is en deze functie derhalve niet simultaan op meer dan één vestigingsplaats functioneert.
§ 2. Naast de aangelegenheden die, ingevolge de toepassing van het voormeld koninklijk besluit van 25 april 1997, in de associatie-overeenkomst moeten geregeld worden, regelt de overeenkomst minstens volgende aangelegenheden :
1° de aanwijzing van de plaats van vertrek van het interventieteam, die verdeeld kan worden tussen verschillende ziekenhuizen voor zover deze binnen een redelijke afstand van elkaar verwijderd zijn. Onder redelijke afstand wordt verstaan een afstand in de orde van grootheid van (maximum 8 km). Wanneer het een ruraal gebied betreft kan de overheid die bevoegd is voor de erkenning van de associaties een afwijking toestaan op deze maximum afstand voor zover de ziekenhuizen die van de associatie deel uitmaken hiertoe een gemotiveerd verzoek indienen. De motivering moet minstens bestaan uit een document dat zowel de behoeften van de regio als het potentieel aan mogelijke vertrekplaatsen aanduidt; <KB 2003-07-11/94, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 10-10-2003>
2° de wijze van structurering van de medische activiteit met daarin begrepen de wijze van aanstelling van de medisch coördinator;
3° de wijze van structurering van de verpleegkundige activiteit met daarin begrepen de wijze van aanstelling van de verpleegkundig coördinator;
4° de algemene modaliteiten inzake werking en samenwerking, financiële aspecten inbegrepen;
5° de taakverdeling tussen de betrokken ziekenhuizen en de organisatie van de ritten;
6° de verdeling van de wachtdiensten onder de ziekenhuizen.
Ingeval één associatie meerdere MUG-functies uitbaat moeten in de overeenkomst die aangelegenheden worden aangeduid die per MUG-functie afzonderlijk dienen geregeld te worden. Hiertoe behoren minstens de aangelegenheden bedoeld in 1°, 5° en 6°.
Art. 3. § 1er. La gestion de chaque fonction SMUR, disponible dans la province ou au sein de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, est assurée par un hÎpital ou une association hospitaliÚre.
Lorsqu'au sein d'une mĂȘme zone d'intervention, plusieurs hĂŽpitaux disposant d'une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " posent leur candidature Ă  la crĂ©ation d'une fonction SMUR, toutes les fonctions SMUR de cette zone d'intervention doivent ĂȘtre exploitĂ©es par une seule association regroupant tous les hĂŽpitaux ayant posĂ© leur candidature.
Par dĂ©rogation Ă  l'article 6, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 avril 1997 prĂ©cisant la description d'une association d'hĂŽpitaux et des normes particuliĂšres qu'elle doit respecter, la fonction SMUR exploitĂ©e par une association peut se trouver sur plusieurs sites, pour autant que ceci n'implique qu'un fonctionnement en alternance et que, dĂšs lors, il n'y ait pas de fonctionnement simultanĂ© sur plus d'un site.
§ 2. Outre les matiĂšres qui, en raison de l'application de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 25 avril 1997, doivent ĂȘtre rĂ©glĂ©es par la convention d'association, cette derniĂšre organise au moins les questions suivantes :
1° l'indication du lieu de départ de l'équipe d'intervention que différents hÎpitaux peuvent se partager pour autant qu'ils soient implantés à une distance raisonnable l'un de l'autre. On entend, par distance raisonnable, une distance d'un (maximum de 8 km). Lorsqu'il s'agit d'une région rurale, I'autorité compétente pour l'agrément des associations peut octroyer une dérogation en ce qui concerne cette distance maximale à condition que les hÎpitaux qui font partie de l'association introduisent une demande motivée à cet effet. La motivation doit au moins inclure un document précisant tant les besoins de la région que le potentiel de lieux de départ éventuels; <AR 2003-07-11/94, art. 2, 005; En vigueur : 10-10-2003>
2° le mode de structuration de l'activité médicale, en ce compris le mode de désignation du coordinateur médical;
3° le mode de structuration de l'activité infirmiÚre, en ce compris le mode de désignation du coordinateur infirmier;
4° les modalités générales relatives au fonctionnement et à la collaboration, y compris les aspects financiers;
5° la répartition des tùches entre les hÎpitaux concernés et l'organisation des trajets;
6° la répartition des services de garde entre les hÎpitaux.
Au cas oĂč une association exploite plusieurs fonctions SMUR, la convention doit prĂ©ciser les matiĂšres qui doivent ĂȘtre rĂ©glĂ©es sĂ©parĂ©ment pour chaque fonction SMUR. Celles-ci englobent au moins les matiĂšres visĂ©es aux 1°, 5° et 6°.
Art. 4. Een protocol moet worden afgesloten tussen alle ziekenhuizen met een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" die ingeschakeld is in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening en die in dezelfde provincie of in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad gelegen zijn, alvorens de MUG-functies in de betrokken provincie of in voornoemd administratief arrondissement kunnen worden erkend.
Art. 4. Un protocole doit ĂȘtre conclu entre tous les hĂŽpitaux disposant d'une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " intĂ©grĂ©e dans le fonctionnement de l'aide mĂ©dicale urgente et qui sont situĂ©s dans la mĂȘme province ou dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, avant que les fonctions SMUR dans la province concernĂ©e ou dans l'arrondissement administratif puissent ĂȘtre agréées.
HOOFDSTUK IV. - Organisatorische normen.
CHAPITRE IV. - Normes d'organisation.
Afdeling 1. - Medisch en verpleegkundig personeel.
Section 1. - Du personnel médical et infirmier.
Art. 5. (De geneesheer die de leiding van de functie heeft, moet een geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde zijn, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. Hij is voltijds aan het ziekenhuis, of aan één der ziekenhuizen van de associatie, verbonden en besteedt meer dan de helft van zijn werktijd aan de activiteit in de functie en aan de permanente vorming van het personeel verbonden aan zijn functie.) <KB 2006-03-05/43, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
(De geneesheer die de leiding van de functie heeft zoals bedoeld in dit artikel, kan tegelijkertijd het geneesheer-diensthoofd van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" zijn, zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 tot vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden.) <KB 2002-11-25/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
Art. 5. (Le mĂ©decin qui assure la direction de la fonction doit ĂȘtre mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, tel que visĂ© Ă  l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005 fixant les critĂšres spĂ©ciaux d'agrĂ©ment des mĂ©decins spĂ©cialistes porteurs du titre professionnel particulier en mĂ©decine d'urgence, des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine d'urgence et des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine aiguĂ«, ainsi que les maĂźtres de stage et des service de stage dans ces disciplines. Il est attachĂ© Ă  temps plein Ă  l'hĂŽpital ou Ă  un des hĂŽpitaux de l'association et il consacrera plus de la moitiĂ© de son temps de travail Ă  l'activitĂ© dans la fonction et Ă  la formation permanente du personnel attachĂ© Ă  sa fonction.) <AR 2006-03-05/43, art. 1, 006; En vigueur : 01-04-2006>
(Le mĂ©decin qui assume la direction de la fonction, tel que visĂ© dans le prĂ©sent article, peut simultanĂ©ment ĂȘtre le mĂ©decin chef de service de la fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s ", tel que visĂ© Ă  l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée.) <AR 2002-11-25/35, art. 1, 002; En vigueur : 01-05-1999>
Art.5_WAALS_GEWEST.
(De geneesheer die de leiding van de functie heeft, moet een geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde zijn, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. [1 Hij is voltijds aan het ziekenhuis, of aan één van de ziekenhuizen van de associatie, verbonden. Hij oefent zijn hoofdactiviteit uit in de functie behalve indien hij arts-diensthoofd is van meerdere functies "mobiele urgentiegroep" van hetzelfde ziekenhuis. In het laatste geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd over de verschillende functies en besteedt hij deze aan de activiteiten van deze functies en aan de voortdurende opleiding van het personeel dat aan de verschillende functies verbonden is.]1) <KB 2006-03-05/43, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
[1 De arts die de leiding van een of meerdere functies "mobiele urgentiegroep" heeft, kan tegelijkertijd de arts zijn die de leiding heeft van één of meerder functies "mobiele urgentiegroep" zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" moet voldoen om te worden erkend. In dat geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd in het ziekenhuis over de verschillende functies "mobiele urgentiegroep" en "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".]1
[1 De geneesheer-diensthoofd kan voor een deel van zijn taken worden bijgestaan door een of meerdere geneesheren met bijzondere deskundigheid op dit gebied.]1
Art.5_REGION_WALLONNE.
(Le mĂ©decin qui assure la direction de la fonction doit ĂȘtre mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, tel que visĂ© Ă  l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005 fixant les critĂšres spĂ©ciaux d'agrĂ©ment des mĂ©decins spĂ©cialistes porteurs du titre professionnel particulier en mĂ©decine d'urgence, des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine d'urgence et des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine aiguĂ«, ainsi que les maĂźtres de stage et des service de stage dans ces disciplines. [1 Il est attachĂ© Ă  temps plein Ă  l'hĂŽpital ou Ă  l'un des hĂŽpitaux de l'association. Il exerce son activitĂ© principale dans la fonction sauf s'il est mĂ©decin-chef de service de plusieurs fonctions " service mobile d'urgence " du mĂȘme hĂŽpital. Dans ce dernier cas, il partage son temps de travail Ă  temps plein entre les diffĂ©rentes fonctions et consacre celui-ci aux activitĂ©s de ces fonctions ainsi qu'Ă  la formation permanente du personnel attachĂ© aux diffĂ©rentes fonctions.]1) <AR 2006-03-05/43, art. 1, 006; En vigueur : 01-04-2006>
[1 Le mĂ©decin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions " service mobile d'urgence " peut simultanĂ©ment ĂȘtre le mĂ©decin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions " soins urgents spĂ©cialisĂ©s ", tel que visĂ© Ă  l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée. Dans ce cas, il partage son temps de travail Ă  temps plein dans l'hĂŽpital entre les diffĂ©rentes fonctions " service mobile d'urgence " et " soins urgents spĂ©cialisĂ©s ". ]1
[1 Le mĂ©decin-chef de service peut, pour une partie de sa mission, ĂȘtre assistĂ© par un ou plusieurs mĂ©decins ayant une compĂ©tence particuliĂšre dans ce domaine. ]1
Art.5_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
(De [1 arts-diensthoofd]1, moet een geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde zijn, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. [1 Hij werkt voltijds in het ziekenhuis. Hij oefent zijn hoofdactiviteit uit in de functie behalve indien hij arts-diensthoofd is van meerdere functies voor intensieve zorg van hetzelfde ziekenhuis. In het laatst genoemde geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd over de verschillende functies. De arts-diensthoofd kan voor een gedeelte van zijn opdracht worden bijgestaan door één of meerdere artsen met een bijzondere bekwaming ter zake.]1) <KB 2006-03-05/43, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
[1 De arts die de leiding van een of meerdere functies heeft zoals bedoeld in dit artikel, kan tegelijkertijd de arts-diensthoofd van één of meerdere functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" zijn, zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 tot vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden. In dat geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd in het ziekenhuis over de verschillende functies "mobiele urgentiegroep" (MUG) en "gespecialiseerde spoedgevallenzorg";]1
[1 De arts-diensthoofd kan voor een gedeelte van zijn opdracht worden bijgestaan door één of meerdere artsen met een bijzondere bekwaming ter zake.]1
Art.5_REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
(Le mĂ©decin qui assure la direction de la fonction doit ĂȘtre mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, tel que visĂ© Ă  l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005 fixant les critĂšres spĂ©ciaux d'agrĂ©ment des mĂ©decins spĂ©cialistes porteurs du titre professionnel particulier en mĂ©decine d'urgence, des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine d'urgence et des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine aiguĂ«, ainsi que les maĂźtres de stage et des service de stage dans ces disciplines. [1 Il est attachĂ© Ă  temps plein Ă  l'hĂŽpital ou Ă  l'un des hĂŽpitaux de l'association. Il exerce son activitĂ© principale dans la fonction sauf s'il est mĂ©decin-chef de service de plusieurs fonctions du mĂȘme hĂŽpital. Dans ce dernier cas, il partage son temps de travail Ă  temps plein entre les diffĂ©rentes fonctions et consacre celui-ci aux activitĂ©s de ces fonctions ainsi qu'Ă  la formation permanente du personnel attachĂ© aux diffĂ©rentes fonctions.]1) <AR 2006-03-05/43, art. 1, 006; En vigueur : 01-04-2006>
[1 Le mĂ©decin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions, telle que visĂ©e dans le prĂ©sent article, peut simultanĂ©ment ĂȘtre le mĂ©decin chef de service d'une ou plusieurs fonctions " soins urgents spĂ©cialisĂ©s ", telle que visĂ©e Ă  l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée. Dans ce cas, il partage son temps de travail Ă  temps plein dans l'hĂŽpital entre les diffĂ©rentes fonctions " service mobile d'urgence " (SMUR) et " soins urgents spĂ©cialisĂ©s ".]1
[1 Le mĂ©decin-chef de service peut, pour une partie de sa mission, ĂȘtre assistĂ© par un ou plusieurs mĂ©decins ayant une compĂ©tence particuliĂšre dans ce domaine.]1
Art.5_VLAAMS_GEWEST.
(De [1 arts-diensthoofd]1 moet een geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde zijn, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. [1 De arts-diensthoofd is voltijds aan het ziekenhuis of aan een van de ziekenhuizen van de associatie verbonden. De arts-diensthoofd oefent de hoofdactiviteit in de functie uit behalve als die arts-diensthoofd is in verschillende functies van hetzelfde ziekenhuis. In dat laatste geval verdeelt de arts-diensthoofd de voltijdse werktijd over de verschillende functies en besteedt die aan de activiteiten van die functies en aan de permanente vorming van de personeelsleden die verbonden zijn aan de verschillende functies.]1) <KB 2006-03-05/43, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
[1 De arts die de leiding van een of meer functies heeft als vermeld in het eerste lid, kan tegelijkertijd de arts-diensthoofd van een of meer functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" zijn. In het voormelde geval verdeelt de arts-diensthoofd de voltijdse werktijd in het ziekenhuis over de verschillende functies "mobiele urgentiegroep" (MUG) en "gespecialiseerde spoedgevallenzorg.]1
[1 De arts-diensthoofd kan voor een gedeelte van de opdracht worden bijgestaan door een of meer artsen met een bijzondere bekwaming ter zake.]1
Art.5_REGION_FLAMANDE.
([1 Le mĂ©decin-chef(fe) de service]1 doit ĂȘtre mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, tel que visĂ© Ă  l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005 fixant les critĂšres spĂ©ciaux d'agrĂ©ment des mĂ©decins spĂ©cialistes porteurs du titre professionnel particulier en mĂ©decine d'urgence, des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine d'urgence et des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine aiguĂ«, ainsi que les maĂźtres de stage et des service de stage dans ces disciplines. [1 Le (la) mĂ©decin-chef(fe) de service est attachĂ©(e) Ă  temps plein Ă  l'hĂŽpital ou Ă  un des hĂŽpitaux de l'association. Le (la) mĂ©decin-chef(fe) de service exerce l'activitĂ© principale dans la fonction sauf si le (la) mĂ©decin-chef(fe) de service occupe diffĂ©rentes fonctions dans le mĂȘme hĂŽpital. Dans ce dernier cas, le (la) mĂ©decin-chef(fe) de service rĂ©partit le temps de travail Ă  temps plein entre les diffĂ©rentes fonctions et le consacre aux activitĂ©s de ces fonctions et Ă  la formation continue des membres du personnel qui sont liĂ©s aux diffĂ©rentes fonctions. ]1) <AR 2006-03-05/43, art. 1, 006; En vigueur : 01-04-2006>
[1 Le (la) mĂ©decin qui assume la direction d'une ou de plusieurs fonctions comme indiquĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er, peut simultanĂ©ment ĂȘtre le (la) mĂ©decin d'une ou de plusieurs fonctions "soins urgents spĂ©cialisĂ©s". Dans le cas prĂ©citĂ©, le (la) mĂ©decin-chef(fe) de service rĂ©partit le temps de travail Ă  temps plein Ă  l'hĂŽpital entre les diffĂ©rentes fonctions "service mobile d'urgence et de rĂ©animation" (SMUR) et "soins urgents spĂ©cialisĂ©s".]1
[1 Le (la) mĂ©decin-chef(fe) de service peut-ĂȘtre assistĂ©(e) pour une partie de la mission par un(e) ou plusieurs mĂ©decins qui a (ont) une compĂ©tence particuliĂšre en la matiĂšre. ]1
Art. 6. § 1. Onverminderd de bepalingen inzake de beschikbaarheid van het medisch personeel van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", moet de MUG-functie instaan voor een eigen medische permanentie 24 uur op 24.
§ 2. (De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden geneesheer met één van de volgende kwalificaties :
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 3°, van hetzelfde ministerieel besluit;
3° geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° de kandidaat-geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde, bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds erkend geneesheer-specialist is in één der disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten.) <KB 2006-03-05/43, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
(De in deze paragraaf bedoelde geneesheren verzekeren de medische permanentie in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zij kunnen niet tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen als bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om te worden erkend. Zij kunnen evenmin tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen, als bedoeld in artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden, tenzij zulks gebeurt met inachtneming van de voorwaarden bepaald in het tweede lid van die bepaling.) <KB 2002-11-25/35, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2001>
(De in deze paragraaf bedoelde geneesheren mogen evenwel tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van de aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.
De geneesheren die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen.) <KB 2002-11-25/35, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
(In het geval de permanentie wordt waargenomen door een geneesheer welke niet een geneesheer-specialist is zoals bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993 en er op de vestigingsplaats waar de vertrekplaats zich bevindt, zich eveneens een erkende functie voor intensieve zorg bevindt, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden, dient een geneesheer-specialist, bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit, aanwezig te zijn op bedoelde vestigingsplaats.) <KB 2002-11-25/35, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 21-12-2002>
Art. 6. § 1er. Sans préjudice des dispositions qui régissent la disponibilité du personnel médical de la fonction " soins urgents spécialisés ", la fonction SMUR doit assurer 24 heures sur 24 une permanence médicale propre.
§ 2. (La permanence médicale est assurée par au minimum un médecin, attaché au moins à mi-temps à l'hÎpital et possédant une des qualifications suivantes :
1° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, telle que visĂ©e Ă  l'article 2, 1° et 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005;
2° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine aiguĂ«, telle que visĂ©e Ă  l'article 2, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
3° mĂ©decin titulaire du brevet de mĂ©decine aiguĂ« visĂ©e Ă  l'article 6, § 3, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
4° le mĂ©decin-spĂ©cialiste candidat en mĂ©decine d'urgence, visĂ© au 1°, ou en mĂ©decine aiguĂ«, visĂ© au 2°, en formation, pour autant que l'intĂ©ressĂ© soit dĂ©jĂ  mĂ©decin-spĂ©cialiste agréé dans l'une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel, ou qu'il ait dĂ©jĂ  suivi la formation prĂ©citĂ©e pendant au moins un an.) <AR 2006-03-05/43, art. 2, 006; En vigueur : 01-04-2006>
(Les mĂ©decins visĂ©s dans le prĂ©sent paragraphe assurent la permanence mĂ©dicale dans la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR). Ils ne peuvent pas assurer simultanĂ©ment la permanence mĂ©dicale, telle que visĂ©e Ă  l'article 14 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction de soins intensifs pour ĂȘtre agréé. Ils ne peuvent pas non plus assurer simultanĂ©ment la permanence mĂ©dicale visĂ©e Ă  l'article 9, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction "soins urgents spĂ©cialisĂ©s" pour ĂȘtre agréé, sauf Ă  remplir les conditions fixĂ©es Ă  l'alinĂ©a 2 de cette disposition.) <AR 2002-11-25/35, art. 2, 003; En vigueur : 06-04-2001>
(Les mĂ©decins visĂ©s dans le prĂ©sent paragraphe peuvent toutefois assurer simultanĂ©ment la permanence, telle que visĂ©e Ă  l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1989 fixant les normes complĂ©mentaires d'agrĂ©ment des hĂŽpitaux et des services hospitaliers et prĂ©cisant la dĂ©finition des groupements d'hĂŽpitaux et les normes particuliĂšres qu'ils doivent respecter.
Les médecins qui participent à la permanence médicale ne peuvent effectuer de permanence médicale dans un hÎpital durant plus de 24 heures consécutives.) <AR 2002-11-25/35, art. 2, 002; En vigueur : 01-05-1999>
(Au cas oĂč la permanence est assurĂ©e par un mĂ©decin qui n'est pas un mĂ©decin spĂ©cialiste, comme visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 12 novembre 1993, et qu'une fonction agréée de soins intensifs se trouve Ă©galement sur le site oĂč se trouve le lieu de dĂ©part, comme visĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction de soins intensifs doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée, un mĂ©decin spĂ©cialiste, tel que visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ©, doit ĂȘtre prĂ©sent sur le site dont question.) <AR 2002-11-25/35, art. 2, 004; En vigueur : 21-12-2002>
Art.6_VLAAMS_GEWEST.
§ 1. Onverminderd de bepalingen inzake de beschikbaarheid van het medisch personeel van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", moet de MUG-functie instaan voor een eigen medische permanentie 24 uur op 24.
§ 2. (De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden geneesheer met één van de volgende kwalificaties :
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 3°, van hetzelfde ministerieel besluit;
3° [1 arts]1 die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° de [1 arts-specialist in opleiding]1 in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde, bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds erkend [1 arts-specialist]1 is in één der disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten.) <KB 2006-03-05/43, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
(De in deze paragraaf bedoelde geneesheren verzekeren de medische permanentie in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zij kunnen niet tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen als bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om te worden erkend. Zij kunnen evenmin tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen, als bedoeld in artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden, tenzij zulks gebeurt met inachtneming van de voorwaarden bepaald in het tweede lid van die bepaling.) <KB 2002-11-25/35, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2001>
(De in deze paragraaf bedoelde [1 artsen]1 mogen evenwel tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van de aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.
De [1 artsen]1 die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen.) <KB 2002-11-25/35, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
(In het geval de permanentie wordt waargenomen door een [1 arts]1 welke niet een [1 arts-specialist]1 is zoals bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993 en er op de vestigingsplaats waar de vertrekplaats zich bevindt, zich eveneens een erkende functie voor intensieve zorg bevindt, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden, dient een [1 arts-specialist]1, bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit, aanwezig te zijn op bedoelde vestigingsplaats.) <KB 2002-11-25/35, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 21-12-2002>
Art.6_REGION_FLAMANDE.
§ 1er. Sans préjudice des dispositions qui régissent la disponibilité du personnel médical de la fonction " soins urgents spécialisés ", la fonction SMUR doit assurer 24 heures sur 24 une permanence médicale propre.
§ 2. (La permanence médicale est assurée par au minimum un médecin, attaché au moins à mi-temps à l'hÎpital et possédant une des qualifications suivantes :
1° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, telle que visĂ©e Ă  l'article 2, 1° et 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005;
2° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine aiguĂ«, telle que visĂ©e Ă  l'article 2, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
3° mĂ©decin titulaire du brevet de mĂ©decine aiguĂ« visĂ©e Ă  l'article 6, § 3, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
4° le [1 mĂ©decin spĂ©cialiste en formation]1 en mĂ©decine d'urgence, visĂ© au 1°, ou en mĂ©decine aiguĂ«, visĂ© au 2°, en formation, pour autant que l'intĂ©ressĂ© soit dĂ©jĂ  mĂ©decin-spĂ©cialiste agréé dans l'une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel, ou qu'il ait dĂ©jĂ  suivi la formation prĂ©citĂ©e pendant au moins un an.) <AR 2006-03-05/43, art. 2, 006; En vigueur : 01-04-2006>
(Les mĂ©decins visĂ©s dans le prĂ©sent paragraphe assurent la permanence mĂ©dicale dans la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR). Ils ne peuvent pas assurer simultanĂ©ment la permanence mĂ©dicale, telle que visĂ©e Ă  l'article 14 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction de soins intensifs pour ĂȘtre agréé. Ils ne peuvent pas non plus assurer simultanĂ©ment la permanence mĂ©dicale visĂ©e Ă  l'article 9, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction "soins urgents spĂ©cialisĂ©s" pour ĂȘtre agréé, sauf Ă  remplir les conditions fixĂ©es Ă  l'alinĂ©a 2 de cette disposition.) <AR 2002-11-25/35, art. 2, 003; En vigueur : 06-04-2001>
(Les mĂ©decins visĂ©s dans le prĂ©sent paragraphe peuvent toutefois assurer simultanĂ©ment la permanence, telle que visĂ©e Ă  l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1989 fixant les normes complĂ©mentaires d'agrĂ©ment des hĂŽpitaux et des services hospitaliers et prĂ©cisant la dĂ©finition des groupements d'hĂŽpitaux et les normes particuliĂšres qu'ils doivent respecter.
Les médecins qui participent à la permanence médicale ne peuvent effectuer de permanence médicale dans un hÎpital durant plus de 24 heures consécutives.) <AR 2002-11-25/35, art. 2, 002; En vigueur : 01-05-1999>
(Au cas oĂč la permanence est assurĂ©e par un mĂ©decin qui n'est pas un mĂ©decin spĂ©cialiste, comme visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 12 novembre 1993, et qu'une fonction agréée de soins intensifs se trouve Ă©galement sur le site oĂč se trouve le lieu de dĂ©part, comme visĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction de soins intensifs doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée, un mĂ©decin spĂ©cialiste, tel que visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ©, doit ĂȘtre prĂ©sent sur le site dont question.) <AR 2002-11-25/35, art. 2, 004; En vigueur : 21-12-2002>
Art. 7. De hoofdverpleegkundige die de leiding van het verpleegkundig personeel van de functie heeft, moet houder zijn van de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster in intensieve zorg en spoedgevallenzorg of gegradueerde verpleger of verpleegster zijn die het bewijs levert dat hij/zij, op het ogenblik van de bekendmaking van onderhavig besluit, minstens 5 jaar ervaring heeft opgedaan in één der in artikel 7, tweede lid, bedoelde diensten (of gebrevetteerde verpleger of verpleegster zijn die kan bewijzen minstens 5 jaar ervaring te hebben in deze functie van hoofdverpleegkundige op de datum van de bekendmaking van dit besluit). <KB 1999-04-28/45, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
Bedoelde ervaring dient opgedaan te zijn hetzij in een erkende dienst voor intensieve verzorging, hetzij in een dienst voor intensieve behandeling die beantwoordt aan de omschrijving in de bijlage 3 van het koninklijk besluit van 28 november 1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°bis, van de wet op de ziekenhuizen, hetzij in een spoedgevallendienst die beantwoordt aan de omschrijving in de bijlage I bij voormeld besluit van 28 november 1986.
Art. 7. L'infirmier en chef qui assure la direction du personnel infirmier de la fonction doit ĂȘtre porteur du titre professionnel particulier d'infirmier graduĂ© ou d'infirmiĂšre graduĂ©e en soins intensifs et d'urgence ou doit ĂȘtre un infirmier graduĂ© ou une infirmiĂšre graduĂ©e justifiant, Ă  la date de la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, une expĂ©rience minimum de 5 ans dans un des services visĂ©s Ă  l'article 7, alinĂ©a 2 (ou doit ĂȘtre infirmier ou infirmiĂšre brevetĂ©(e) justifiant, Ă  la date de la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, d'une expĂ©rience de 5 ans dans cette fonction d'infirmier en chef). <AR 2001-04-19/53, art. 1, 002; En vigueur : 01-05-1999>
Cette expĂ©rience doit avoir Ă©tĂ© acquise, soit dans un service agréé de soins intensifs, soit dans un service de traitement intensif rĂ©pondant Ă  la description contenue dans l'annexe 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1986 fixant les normes auxquelles un service d'imagerie mĂ©dicale oĂč est installĂ© un tomographe axial transverse doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréé comme service mĂ©dical technique au sens de l'article 6bis, § 2, 6°bis, de la loi sur les hĂŽpitaux, soit dans un service des urgences rĂ©pondant Ă  la description contenue dans l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 28 novembre 1986.
Art. 8. Onverminderd de bepalingen inzake de beschikbaarheid van het verpleegkundig personeel van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", moet de MUG-functie 24 uur op 24 voorzien in eigen verpleegkundige permanentie, van ten minste één persoon die houder is van de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster in intensieve zorg en spoedgevallenzorg (tenzij hij/zij als gegradueerd of gebreveteerd verpleger of verpleegster kan bewijzen dat hij/zij) op het ogenblik van de bekendmaking van dit besluit,minstens 5 jaar ervaring heeft opgedaan in één der in artikel 7, tweede lid, bedoelde diensten. <KB 2002-11-25/35, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
Art. 8. Sans prĂ©judice des dispositions qui rĂ©gissent la disponibilitĂ© du personnel infirmier de la fonction "soins urgents spĂ©cialisĂ©s", la fonction SMUR doit assurer 24 heures sur 24 une permanence infirmiĂšre propre constituĂ©e d'au moins un infirmier porteur du titre professionnel particulier d'infirmier graduĂ© ou d'infirmiĂšre graduĂ©e en soins intensifs et d'urgence (sauf s'il peut justifier en tant qu'infirmier ou infirmiĂšre gradue(e) ou brevetĂ©(e) Ă  la date de la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qu'il a) (NOTE de Justel : il y a une certaine incohĂ©rence entre la disposition modificative et la disposition modifiĂ©e) une expĂ©rience minimum de 5 ans dans un des services visĂ©s Ă  l'article 7, alinĂ©a 2. <AR 2002-11-25/35, art. 3, 002; En vigueur : 01-05-1999>
Art. 9. Onverminderd de bepalingen inzake de beschikbaarheid van het medisch korps en het verpleegkundig personeel in een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", maakt het personeel dat ermee belast is de opdrachten van de MUG-functie uit te voeren deel uit van het medisch korps en verpleegkundig personeel van een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" zoals bedoeld in artikel 3, § 1.
Art. 9. Sans préjudice des dispositions qui régissent la disponibilité du corps médical et du personnel infirmier d'une fonction " soins urgents spécialisés ", le personnel chargé d'exécuter les missions de la fonction SMUR fait partie du corps médical et du personnel infirmier d'une des fonctions " soins urgents spécialisés " visées à l'article 3, § 1er.
Art. 10. Voor iedere interventie omvat het medisch interventieteam van de MUG-functie ten minste een geneesheer en een verpleegkundige die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in respectievelijk de artikelen 6 en 8, en maakt deze gebruik van een uitgerust voertuig zoals bedoeld in de artikelen 13 tot 17.
Art. 10. Pour chaque intervention, l'équipe d'intervention médicale de la fonction SMUR comprend au moins un médecin et un infirmier répondant aux conditions visées respectivement aux articles 6 et 8, et utilise un véhicule équipé, comme visé aux articles 13 à 17.
Art.10_VLAAMS_GEWEST.
Voor iedere interventie omvat het medisch interventieteam van de MUG-functie ten minste een [1 arts]1 en een verpleegkundige die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in respectievelijk de artikelen 6 en 8, en maakt deze gebruik van een uitgerust voertuig zoals bedoeld in de artikelen 13 tot 17.
Art. 11. La fonction SMUR doit apporter la preuve du recyclage permanent de son personnel médical et infirmier conformément aux modalités définies par le Ministre.
Art. 11. De MUG-functie moet het bewijs leveren dat haar medisch en verpleegkundig personeel, overeenkomstig de door de Minister bepaalde modaliteiten, permanent bijgeschoold wordt.
Art. 12. La fonction SMUR doit participer activement à la formation des secouristes-ambulanciers, visée à l'article 6bis de la loi du 8 juillet 1964 relative à l'aide médicale urgente.
Art. 12. De MUG-functie moet actief deelnemen aan de opleiding van de hulpverleners-ambulanciers, bedoeld in artikel 6bis van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening.
Section 2. - De l'équipement.
Afdeling 2. - Uitrusting.
Art. 13. La fonction SMUR doit disposer d'au moins un vĂ©hicule stationnĂ© Ă  l'hĂŽpital oĂč se trouve l'Ă©quipe d'intervention mĂ©dicale. Le vĂ©hicule doit ĂȘtre conforme aux caractĂ©ristiques dĂ©finies par le Ministre.
Art. 13. De MUG-functie moet beschikken over tenminste een voertuig dat gestationeerd is in het ziekenhuis waar het medisch interventieteam zich bevindt. Het voertuig moet conform zijn aan de door de Minister vastgestelde eigenschappen.
Art.13_COMMUNAUTE_GERMANOPHONE.
La fonction SMUR doit disposer d'au moins un vĂ©hicule stationnĂ© Ă  l'hĂŽpital oĂč se trouve l'Ă©quipe d'intervention mĂ©dicale. [1 Le vĂ©hicule doit ĂȘtre conforme aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 novembre 2017 dĂ©terminant les caractĂ©ristiques extĂ©rieures des vĂ©hicules qui interviennent dans le cadre de l'aide mĂ©dicale urgente.]1.
Art.13_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
De MUG-functie moet beschikken over tenminste een voertuig dat gestationeerd is in het ziekenhuis waar het medisch interventieteam zich bevindt. [1 Het voertuig moet conform zijn aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 november 2017 houdende vaststelling van de uiterlijke kenmerken van de voertuigen die ingezet worden in de dringende geneeskundige hulpverlening.]1
Art.13_REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
La fonction SMUR doit disposer d'au moins un vĂ©hicule stationnĂ© Ă  l'hĂŽpital oĂč se trouve l'Ă©quipe d'intervention mĂ©dicale. [1 Le vĂ©hicule doit ĂȘtre conformes aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 novembre 2017 dĂ©terminant les caractĂ©ristiques extĂ©rieures des vĂ©hicules qui interviennent dans le cadre de l'aide mĂ©dicale urgente]1.
Art.13_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
De MUG-functie moet beschikken over tenminste een voertuig dat gestationeerd is in het ziekenhuis waar het medisch interventieteam zich bevindt. [1 Het voertuig moet conform zijn aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 november 2017 houdende vaststelling van de uiterlijke kenmerken van de voertuigen die ingezet worden in de dringende geneeskundige hulpverlening]1.
Art.13_REGION_FLAMANDE.
La fonction SMUR doit disposer d'au moins un vĂ©hicule stationnĂ© Ă  l'hĂŽpital oĂč se trouve l'Ă©quipe d'intervention mĂ©dicale. [1 Le vĂ©hicule doit ĂȘtre conforme aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 novembre 2017 dĂ©terminant les caractĂ©ristiques extĂ©rieures des vĂ©hicules qui interviennent dans le cadre de l'aide mĂ©dicale urgente.]1
Art.13_VLAAMS_GEWEST.
De MUG-functie moet beschikken over tenminste een voertuig dat gestationeerd is in het ziekenhuis waar het medisch interventieteam zich bevindt. [1 Het voertuig moet conform zijn aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 november 2017 houdende vaststelling van de uiterlijke kenmerken van de voertuigen die ingezet worden in de dringende geneeskundige hulpverlening]1.
Art. 14. Tous les membres de l'équipe d'intervention médicale doivent disposer d'un équipement personnel dont les caractéristiques sont fixées par le Ministre.
Art. 14. Alle leden van het medisch interventieteam moeten beschikken over een persoonlijke uitrusting waarvan de eigenschappen door de Minister vastgesteld worden.
Art. 15. Le matériel portable suivant doit se trouver à bord du véhicule :
1° un cardioscope muni d'un défibrillateur avec possibilité d'enregistrement sur support papier du tracé ECG;
2° un oxymÚtre de pouls;
3° un tensiomÚtre non invasif;
4° une réserve d'oxygÚne portative, suffisante pour administrer de l'oxygÚne à un patient pendant 90 minutes à raison de 10 litres/minute;
5° une pompe pousse-seringue;
6° un glucomÚtre;
7° des colliers cervicaux et attelles pour les membres qui conservent leur forme pendant 6 heures au moins en cas d'utilisation;
8° un appareil électrique d'aspiration;
9° le matériel nécessaire à la réanimation avancée de l'adulte et de l'enfant;
10° [1 des moyens de radiocommunication, tel que visé dans la loi du 8 juin 1998 relative aux radiocommunications des services de secours et de sécurité.
Afin d'ĂȘtre reliĂ© au rĂ©seau de radiocommunications visĂ© dans la loi susmentionnĂ©e, l'hĂŽpital conclut une convention telle que visĂ©e Ă  l'article 2, § 1er, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 avril 1965 dĂ©terminant les modalitĂ©s d'organisation de l'aide mĂ©dicale urgente et portant dĂ©signation des communes comme centres du systĂšme d'appel unifiĂ©.]1

11° un appareil de radiophonie portatif doté des fréquences visées au point 10°;
12° tout autre matériel ou équipement défini par le Ministre.
Tous les appareils susmentionnés doivent avoir une autonomie d'au moins 90 minutes.
Art. 15. Het volgend draagbaar materieel moet zich aan boord van hel voertuig bevinden :
1° een cardioscoop voorzien van een defibrillator met mogelijkheid van een aangepaste registratie op papier van EKG-grafiek;
2° een pulse-oxymeter;
3° een niet-invasieve bloeddrukmeter;
4° een draagbare zuurstofvoorraad, die voldoende is om een patiënt gedurende 90 minuten zuurstof a rato van 10 liter/minuut toe te dienen;
5° een injectiespuitpomp;
6° een glycometer;
7° spalken voor de halswervels en de ledematen, die bij gebruik hun vorm behouden gedurende minstens 6 uren;
8° een elektrisch aspiratietoestel;
9° het materieel nodig voor een doorgedreven reanimatie van volwassenen en kinderen;
10° [1 radiocommunicatiemiddelen zoals bedoeld in de wet van 8 juni 1998 betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten.
Met het oog op een verbinding met het in voormelde wet bedoelde radiocommunicatienetwerk, sluit het ziekenhuis een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel.]1

11° een draagbare zender-ontvanger met de in 10° bedoelde frequenties;
12° elk ander door de Minister vastgesteld materieel of uitrusting.
Alle bovengenoemde aangedreven toestellen moeten minstens 90 minuten autonoom kunnen functioneren.
Art.15_REGION_FLAMANDE.
Le matériel portable suivant doit se trouver à bord du véhicule :
1° un cardioscope muni d'un défibrillateur avec possibilité d'enregistrement sur support papier du tracé ECG;
2° un oxymÚtre de pouls;
3° un tensiomÚtre non invasif;
4° une réserve d'oxygÚne portative, suffisante pour administrer de l'oxygÚne à un patient pendant 90 minutes à raison de 10 litres/minute;
5° une pompe pousse-seringue;
6° un glucomÚtre;
7° des [2 ...]2 attelles pour les membres qui conservent leur forme pendant 6 heures au moins en cas d'utilisation;
8° un appareil électrique d'aspiration;
9° le matériel nécessaire à la réanimation avancée de l'adulte et de l'enfant;
10° [1 des moyens de radiocommunication, tel que visé dans la loi du 8 juin 1998 relative aux radiocommunications des services de secours et de sécurité.
Afin d'ĂȘtre reliĂ© au rĂ©seau de radiocommunications visĂ© dans la loi susmentionnĂ©e, l'hĂŽpital conclut une convention telle que visĂ©e Ă  l'article 2, § 1er, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 avril 1965 dĂ©terminant les modalitĂ©s d'organisation de l'aide mĂ©dicale urgente et portant dĂ©signation des communes comme centres du systĂšme d'appel unifiĂ©.]1

11° un appareil de radiophonie portatif doté des fréquences visées au point 10°;
12° tout autre matériel ou équipement défini par le Ministre.
Tous les appareils susmentionnés doivent avoir une autonomie d'au moins 90 minutes.
Art.15_VLAAMS_GEWEST.
Het volgend draagbaar materieel moet zich aan boord van hel voertuig bevinden :
1° een cardioscoop voorzien van een defibrillator met mogelijkheid van een aangepaste registratie op papier van EKG-grafiek;
2° een pulse-oxymeter;
3° een niet-invasieve bloeddrukmeter;
4° een draagbare zuurstofvoorraad, die voldoende is om een patiënt gedurende 90 minuten zuurstof a rato van 10 liter/minuut toe te dienen;
5° een injectiespuitpomp;
6° een glycometer;
7° spalken voor [2 ...]2 de ledematen, die bij gebruik hun vorm behouden gedurende minstens 6 uren;
8° een elektrisch aspiratietoestel;
9° het materieel nodig voor een doorgedreven reanimatie van volwassenen en kinderen;
10° [1 radiocommunicatiemiddelen zoals bedoeld in de wet van 8 juni 1998 betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten.
Met het oog op een verbinding met het in voormelde wet bedoelde radiocommunicatienetwerk, sluit het ziekenhuis een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel.]1

11° een draagbare zender-ontvanger met de in 10° bedoelde frequenties;
12° elk ander door de Minister vastgesteld materieel of uitrusting.
Alle bovengenoemde aangedreven toestellen moeten minstens 90 minuten autonoom kunnen functioneren.
Art. 16. Le Ministre peut Ă©tablir une liste des mĂ©dicaments devant se trouver Ă  bord du vĂ©hicule. Ces mĂ©dicaments doivent ĂȘtre conservĂ©s conformĂ©ment aux dispositions de la pharmacopĂ©e belge.
Art. 16. De Minister kan een lijst opstellen van de geneesmiddelen die zich aan boord van het voertuig moeten bevinden. Die geneesmiddelen moeten worden bewaard volgens de bepalingen van de Belgische farmacopee.
Art. 17. Tous les appareils doivent ĂȘtre correctement entretenus, en bon Ă©tat de fonctionnement et prĂȘts Ă  l'emploi.
Art. 17. Alle toestellen moeten goed onderhouden zijn, behoorlijk functioneren en klaar zijn voor gebruik.
CHAPITRE V. - Dispositions transitoires.
HOOFDSTUK V. - Overgangsmaatregelen.
Art. 18. § 1er. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2005 le chef de service visĂ© Ă  l'article 5 peut Ă©galement ĂȘtre un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 12 novembre 1993.
Art. 18. <KB 2002-11-25/35, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 5 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het voornoemde ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([1 Tot 31 december 2016]1 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van het hoger vermeld ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie ]1.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 3. ([1 Tot 31 december 2016]1 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
(NOTA : De termijnen bedoeld in artikel 18, §§ 2 en 3 worden verlengd tot 31 maart 2006 bij <span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb">&lt;KB 2005-12-12/31, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2006&gt;</span></span></span>)
Art.18_REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
<AR 2002-11-25/35, art. 4, 002; En vigueur : 01-05-1999> § 1er. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2005 le chef de service visĂ© Ă  l'article 5 peut Ă©galement ĂȘtre un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 12 novembre 1993.
§ 2. [2 Jusqu'au 31 dĂ©cembre [3 2024]3]2 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin-spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005 [1 ou par un mĂ©decin-spĂ©cialiste en gĂ©riatrie]1). <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 3. [2 Jusqu'au 31 dĂ©cembre [3 2024]3]2, la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel [1 par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation en gĂ©riatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă  la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence.) <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 4. Le Ministre quia la SantĂ© publique dans ses attributions peut prolonger la pĂ©riode transitoire visĂ©e aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avĂšre qu'Ă  son expiration, un nombre encore insuffisant de mĂ©decins rĂ©pond aux conditions visĂ©es aux articles 8 et 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
(NOTE : Les délais visés à l'article 18, §§ 2 et 3 sont prorogés jusqu'au 31 mars 2006 par <AR 2005-12-12/31, art. 1; En vigueur : 01-01-2006>)
Art.18_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
<KB 2002-11-25/35, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 5 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het voornoemde ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. [2 Tot 31 december [3 2024]3]2 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van het hoger vermeld ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie ]1.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 3. [2 Tot 31 december [3 2024]3]2 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
(NOTA : De termijnen bedoeld in artikel 18, §§ 2 en 3 worden verlengd tot 31 maart 2006 bij <span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb">&lt;KB 2005-12-12/31, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2006&gt;</span></span></span>)
Art.18_REGION_WALLONNE.
<AR 2002-11-25/35, art. 4, 002; En vigueur : 01-05-1999> § 1er. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2005 le chef de service visĂ© Ă  l'article 5 peut Ă©galement ĂȘtre un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 12 novembre 1993.
§ 2. ([3 [4 Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2028]4]3 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin-spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005 [1 ou par un mĂ©decin-spĂ©cialiste en gĂ©riatrie]1). <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 3. ([3 [4 Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2028]4]3, la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel [1 par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation en gĂ©riatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă  la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence.) <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 4. Le Ministre quia la SantĂ© publique dans ses attributions peut prolonger la pĂ©riode transitoire visĂ©e aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avĂšre qu'Ă  son expiration, un nombre encore insuffisant de mĂ©decins rĂ©pond aux conditions visĂ©es aux articles 8 et 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
(NOTE : Les délais visés à l'article 18, §§ 2 et 3 sont prorogés jusqu'au 31 mars 2006 par <AR 2005-12-12/31, art. 1; En vigueur : 01-01-2006>)
Art.18_WAALS_GEWEST.
<KB 2002-11-25/35, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 5 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het voornoemde ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([3 [4 Tot 31 december 2028]4]3 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van het hoger vermeld ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie ]1.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 3. ([3 [4 Tot 31 december 2028]4]3 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
(NOTA : De termijnen bedoeld in artikel 18, §§ 2 en 3 worden verlengd tot 31 maart 2006 bij <span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb">&lt;KB 2005-12-12/31, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2006&gt;</span></span></span>)
Art.18_COMMUNAUTE_FRANCAISE.
<AR 2002-11-25/35, art. 4, 002; En vigueur : 01-05-1999> § 1er. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2005 le chef de service visĂ© Ă  l'article 5 peut Ă©galement ĂȘtre un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 12 novembre 1993.
§ 2. ([2 [3 Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2024]3, pour les hĂŽpitaux universitaires,]2 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin-spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005 [1 ou par un mĂ©decin-spĂ©cialiste en gĂ©riatrie]1). <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 3. ([2 [3 Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2024]3, pour les hĂŽpitaux universitaires,]2, la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel [1 par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation en gĂ©riatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă  la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence.) <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 4. Le Ministre quia la SantĂ© publique dans ses attributions peut prolonger la pĂ©riode transitoire visĂ©e aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avĂšre qu'Ă  son expiration, un nombre encore insuffisant de mĂ©decins rĂ©pond aux conditions visĂ©es aux articles 8 et 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
(NOTE : Les délais visés à l'article 18, §§ 2 et 3 sont prorogés jusqu'au 31 mars 2006 par <AR 2005-12-12/31, art. 1; En vigueur : 01-01-2006>)
Art.18_FRANSE_GEMEENSCHAP.
<KB 2002-11-25/35, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 5 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het voornoemde ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([2 [3 Tot en met 31 december 2024]3, voor de universitaire ziekenhuizen,]2 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van het hoger vermeld ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie ]1.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 3. ([2 [3 Tot 31 december 2024]3, voor de universitaire ziekenhuizen,]2 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
(NOTA : De termijnen bedoeld in artikel 18, §§ 2 en 3 worden verlengd tot 31 maart 2006 bij <span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb">&lt;KB 2005-12-12/31, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2006&gt;</span></span></span>)
Art.18_COMMUNAUTE_GERMANOPHONE.
<AR 2002-11-25/35, art. 4, 002; En vigueur : 01-05-1999> § 1er. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2005 le chef de service visĂ© Ă  l'article 5 peut Ă©galement ĂȘtre un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 12 novembre 1993.
§ 2. ([4 Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2028]4 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin-spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005 [1 ou par un mĂ©decin-spĂ©cialiste en gĂ©riatrie]1). <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 3. ([4 Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2028]4, la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel [1 par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation en gĂ©riatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă  la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence.) <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 4. Le Ministre quia la SantĂ© publique dans ses attributions peut prolonger la pĂ©riode transitoire visĂ©e aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avĂšre qu'Ă  son expiration, un nombre encore insuffisant de mĂ©decins rĂ©pond aux conditions visĂ©es aux articles 8 et 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
(NOTE : Les délais visés à l'article 18, §§ 2 et 3 sont prorogés jusqu'au 31 mars 2006 par <AR 2005-12-12/31, art. 1; En vigueur : 01-01-2006>)
Art.18_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
<KB 2002-11-25/35, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 5 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het voornoemde ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([4 Tot 31 december 2028]4 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van het hoger vermeld ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie ]1.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 3. ([4 Tot 31 december 2028]4 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/43, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006> <KB 2008-12-15/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 02-01-2009>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
(NOTA : De termijnen bedoeld in artikel 18, §§ 2 en 3 worden verlengd tot 31 maart 2006 bij <span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb"><span class="domain-tag domain-kb">&lt;KB 2005-12-12/31, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2006&gt;</span></span></span>)
Art. 18 _REGION_FLAMANDE.
<AR 2002-11-25/35, art. 4, 002; En vigueur : 01-05-1999> § 1er. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2005 le chef de service visĂ© Ă  l'article 5 peut Ă©galement ĂȘtre un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 12 novembre 1993.
§ 2. ([1 [2 [4 Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2028]4 inclus]2]1 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin-spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005 [1 ou par un mĂ©decin-spĂ©cialiste en gĂ©riatrie]1). <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 3. ([1 [2 [4 Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2028 ]4 inclus]2]1, la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel [1 par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation en gĂ©riatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă  la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence.) <AR 2006-03-05/43, art. 3, 006; En vigueur : 01-04-2006> <AR 2008-12-15/33, art. 1, 007; En vigueur : 02-01-2009>
§ 4. Le Ministre quia la SantĂ© publique dans ses attributions peut prolonger la pĂ©riode transitoire visĂ©e aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avĂšre qu'Ă  son expiration, un nombre encore insuffisant de mĂ©decins rĂ©pond aux conditions visĂ©es aux articles 8 et 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
(NOTE : Les délais visés à l'article 18, §§ 2 et 3 sont prorogés jusqu'au 31 mars 2006 par <AR 2005-12-12/31, art. 1; En vigueur : 01-01-2006>)
Art.18_VLAAMS_GEWEST.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
Art. 19. Il est insĂ©rĂ©, dans l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée, un article 8bis, rĂ©digĂ© comme suit :
Art. 19. In het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden, wordt een artikel 8bis ingevoegd luidend als volgt :
" Art. 8bis. Het ziekenhuis dat beschikt over een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" die ingeschakeld is in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening moet, overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend, een protocol sluiten met de overige ziekenhuizen van dezelfde provincie of in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, die beschikken over een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" die ingeschakeld is in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening. ".
Art. 20. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur Ă  la date fixĂ©e par la Ministre des Affaires sociales et le Ministre de la SantĂ© publique et des Pensions et, en tous les cas, au plus tard, le 1er mai 1999.
Art. 20. Dit besluit treedt in werking op de datum bepaald door de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Volksgezondheid en Pensioenen, en in ieder geval uiterlijk op 1 mei 1999.
Art. 21. Notre Ministre de la SantĂ© publique et des Pensions et Notre Ministre des Affaires sociales sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 21. Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Pensioenen, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
-