Artikel 1. De functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" bestaat uit een administratief en een technisch gedeelte die, zowel architectonisch als functioneel een geheel vormen.
Ze beschikt over een eigen duidelijk aangegeven ingang bestaande uit een toegang voor voetgangers en uit een overdekte en verwarmde zone voor ziekenwagens die kan afgesloten worden.
Zij moet toegankelijk zijn voor mindervaliden.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 APRIL 1998. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden. (NOTA : het wijzigend KB 1999-03-26/42 werd vernietigd door de Raad van State en impliciet ingetrokken; het wijzigend KB 2001-02-09/43 werd ingetrokken. Er werd geen rekening gehouden met deze twee besluiten in de achtereenvolgende bijwerkingen.) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-06-1998 en tekstbijwerking tot 04-12-2025)
Titre
27 AVRIL 1998. - Arrêté royal fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spécialisés " doit répondre pour être agréée. (NOTE : l'AR modificatif 1999-03-26/42 a été annulé par le Conseil d'Etat et implicitement rapporté; l'AR modificatif 2001-02-09/43 a été retiré. Il n'a pas été tenu compte de ces deux arrêtés dans les mises à jour successives.) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-06-1998 et mise à jour au 04-12-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Architectonische normen en uitru...
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Afdeling 2. - Het administratief gedeelte.
Afdeling 3. - Het technisch gedeelte.
HOOFDSTUK II. - Functionele normen.
HOOFDSTUK III. - Organisatorische normen.
Afdeling 1. - Medische staf.
Afdeling 2. - Het verpleegkundig personeel.
Afdeling 3. - Permanente vorming.
HOOFDSTUK IV. - (V in de op het Staatsblad gepu...
HOOFDSTUK V. - (VI in de op het Staatsblad gepu...
Inhoud
CHAPITRE I. - Normes architecturales et équipem...
Section 1. - Dispositions générales.
Section 2. - La partie administrative.
Section 3. - La partie technique.
CHAPITRE II. - Normes fonctionnelles.
CHAPITRE III. - Normes.
Section 1. - Staff médical.
Section 2. - Le personnel infirmier.
Section 3. - Formation permanente.
CHAPITRE IV. - (V dans la version publiée au Mo...
CHAPITRE V. - (VI dans la version publiée au Mo...
Tekst (39)
Texte (37)
HOOFDSTUK I. - Architectonische normen en uitrusting.
CHAPITRE I. - Normes architecturales et équipement.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Article 1. La fonction " soins urgents spécialisés " est composée d'une partie administrative et d'une partie technique qui forment un ensemble sur les plans architectural et fonctionnel.
Elle dispose d'une entrée propre, clairement identifiée, qui comporte un accès pour piétons et une zone d'accueil pour ambulances, couverte, chauffée et pouvant être fermée.
Elle doit être accessible aux personnes handicapées.
Elle dispose d'une entrée propre, clairement identifiée, qui comporte un accès pour piétons et une zone d'accueil pour ambulances, couverte, chauffée et pouvant être fermée.
Elle doit être accessible aux personnes handicapées.
Afdeling 2. - Het administratief gedeelte.
Section 2. - La partie administrative.
Art. 2. Het administratief gedeelte bestaat uit :
1° een inkomhal;
2° een ruimte voor de administratieve formaliteiten;
3° een wachtzaal;
4° sanitaire installaties voor het personeel;
5° afzonderlijke sanitaire installaties voor bezoekers die toegankelijk moeten zijn voor mindervaliden;
6° een spreekkamer voor de opvang van de patiënten en hun familie;
7° een werkruimte voor de geneesheren en verpleegkundigen van de functie;
8° lokalen voor het opslaan van linnen, voorraad, kledij en waardevolle voorwerpen;
9° een ontspanningslokaal voor het personeel van de functie;
10° een rustkamer voor de arts die de permanentie in de functie waarneemt.
De in 4°, 5°, 8° en 9° bedoelde accommodaties mogen worden gedeeld met een andere dienst, functie of afdeling, mits deze architectonisch grenst aan de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg". De in 10° bedoelde rustkamer mag buiten de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" gelokaliseerd zijn.
(De Koning bepaalt de voorwaarden en modaliteiten volgens welke de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" beurtelings georganiseerd kan worden op één of meerdere vestigingsplaatsen van een ziekenhuis.) <KB 2002-11-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
1° een inkomhal;
2° een ruimte voor de administratieve formaliteiten;
3° een wachtzaal;
4° sanitaire installaties voor het personeel;
5° afzonderlijke sanitaire installaties voor bezoekers die toegankelijk moeten zijn voor mindervaliden;
6° een spreekkamer voor de opvang van de patiënten en hun familie;
7° een werkruimte voor de geneesheren en verpleegkundigen van de functie;
8° lokalen voor het opslaan van linnen, voorraad, kledij en waardevolle voorwerpen;
9° een ontspanningslokaal voor het personeel van de functie;
10° een rustkamer voor de arts die de permanentie in de functie waarneemt.
De in 4°, 5°, 8° en 9° bedoelde accommodaties mogen worden gedeeld met een andere dienst, functie of afdeling, mits deze architectonisch grenst aan de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg". De in 10° bedoelde rustkamer mag buiten de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" gelokaliseerd zijn.
(De Koning bepaalt de voorwaarden en modaliteiten volgens welke de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" beurtelings georganiseerd kan worden op één of meerdere vestigingsplaatsen van een ziekenhuis.) <KB 2002-11-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Art. 2. La partie administrative se compose :
1° d'un hall d'entrée;
2° d'un espace pour les formalités administratives;
3° d'une salle d'attente;
4° des installations sanitaires pour le personnel;
5° des installations sanitaires distinctes pour les visiteurs qui doivent être accessibles aux personnes handicapées;
6° d'un local pour l'accueil des patients et de leur famille;
7° d'un local de travail pour les médecins et les infirmières de la fonction;
8° des locaux pour le stockage du linge, du matériel, des vêtements et des objets de valeur;
9° d'un local de détente pour le personnel de la fonction;
10° d'une chambre de repos pour le médecin qui assure la permanence dans la fonction.
Les équipements visés aux 4°, 5°, 8° et 9° peuvent être partagés avec un autre service ou une autre fonction ou section, pour autant que ceux-ci soient attenants à la fonction " soins urgents spécialisés ". La chambre de repos visée au point 1° peut être située en dehors de la fonction " soins urgents spécialisés ".
(Le Roi prévoit les conditions et les modalités selon lesquelles la fonction "soins urgents spécialisés peut être organisée alternativement sur un ou plusieurs sites d'un hôpital.) <AR 2002-11-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-12-1998>
1° d'un hall d'entrée;
2° d'un espace pour les formalités administratives;
3° d'une salle d'attente;
4° des installations sanitaires pour le personnel;
5° des installations sanitaires distinctes pour les visiteurs qui doivent être accessibles aux personnes handicapées;
6° d'un local pour l'accueil des patients et de leur famille;
7° d'un local de travail pour les médecins et les infirmières de la fonction;
8° des locaux pour le stockage du linge, du matériel, des vêtements et des objets de valeur;
9° d'un local de détente pour le personnel de la fonction;
10° d'une chambre de repos pour le médecin qui assure la permanence dans la fonction.
Les équipements visés aux 4°, 5°, 8° et 9° peuvent être partagés avec un autre service ou une autre fonction ou section, pour autant que ceux-ci soient attenants à la fonction " soins urgents spécialisés ". La chambre de repos visée au point 1° peut être située en dehors de la fonction " soins urgents spécialisés ".
(Le Roi prévoit les conditions et les modalités selon lesquelles la fonction "soins urgents spécialisés peut être organisée alternativement sur un ou plusieurs sites d'un hôpital.) <AR 2002-11-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-12-1998>
Art.2_VLAAMS_GEWEST.
Section 3. - La partie technique.
Afdeling 3. - Het technisch gedeelte.
Art. 3. § 1er. La partie technique se compose au minimum :
Art. 3. § 1. Het technische gedeelte bestaat minstens uit :
CHAPITRE II. - Normes fonctionnelles.
HOOFDSTUK II. - Functionele normen.
Art. 4. § 1er. La fonction " soins urgents spécialisés " doit pouvoir faire appel à tout moment, au sein de l'hôpital général dont elle fait partie :
Art. 4. § 1. De functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet, binnen het algemeen ziekenhuis waarvan het deel uitmaakt,op ieder ogenblik een beroep kunnen doen :
1° op minstens 3 bedden voor intensieve verzorging, aangepast aan de intensiteit van de activiteit van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" en aan de behoeften van de behandelde patiënten, of op een erkende functie voor intensieve zorg;
2° op een polyvalent operatiekwartier uitgerust en georganiseerd voor dringende chirurgische interventies;
3° op een laboratorium van klinische biologie uitgerust en georganiseerd om ter plaatse en op elk ogenblik de noodzakelijke analyses uit te voeren;
4° op een dienst voor medische beeldvorming beschikkend over de nodige apparatuur voor diagnostische, radiologische en echografische onderzoeken met inbegrip van een mobiel radiologisch apparaat en een transversale axiale tomograaf georganiseerd om ter plaatste en op elk moment de nodige diagnostische onderzoeken uit te voeren;
5° op een dienst voor archivering van medische dossiers die 24 uur op 24 toegankelijk is.
§ 2. In de functie zelf moet een voorraad rode bloedcellenconcentraat, inbegrepen een voorraad O-Rh-negatief rode bloedcellenconcentraat, en plasmavervangmiddelen voorhanden zijn tenzij het ziekenhuis beschikt over een bloedbank die op ieder ogenblik voor de toelevering van deze produkten kan instaan.
In de functie zelf dient er eveneens een voorraad geneesmiddelen, noodzakelijk om het hoofd te bieden aan urgenties, voorhanden te zijn.
1° op minstens 3 bedden voor intensieve verzorging, aangepast aan de intensiteit van de activiteit van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" en aan de behoeften van de behandelde patiënten, of op een erkende functie voor intensieve zorg;
2° op een polyvalent operatiekwartier uitgerust en georganiseerd voor dringende chirurgische interventies;
3° op een laboratorium van klinische biologie uitgerust en georganiseerd om ter plaatse en op elk ogenblik de noodzakelijke analyses uit te voeren;
4° op een dienst voor medische beeldvorming beschikkend over de nodige apparatuur voor diagnostische, radiologische en echografische onderzoeken met inbegrip van een mobiel radiologisch apparaat en een transversale axiale tomograaf georganiseerd om ter plaatste en op elk moment de nodige diagnostische onderzoeken uit te voeren;
5° op een dienst voor archivering van medische dossiers die 24 uur op 24 toegankelijk is.
§ 2. In de functie zelf moet een voorraad rode bloedcellenconcentraat, inbegrepen een voorraad O-Rh-negatief rode bloedcellenconcentraat, en plasmavervangmiddelen voorhanden zijn tenzij het ziekenhuis beschikt over een bloedbank die op ieder ogenblik voor de toelevering van deze produkten kan instaan.
In de functie zelf dient er eveneens een voorraad geneesmiddelen, noodzakelijk om het hoofd te bieden aan urgenties, voorhanden te zijn.
Art. 5. La fonction " soins urgents spécialisés " doit disposer :
1° d'une ligne téléphonique extérieure indépendante du central téléphonique de l'hôpital, uniquement destinée à recevoir des appels du système d'appel unifié;
2° [1 des moyens de radiocommunication, tel que visé dans la loi du 8 juin 1998 relative aux radiocommunications des services de secours et de sécurité.
Afin d'être relié au réseau de radiocommunications visé dans la loi susmentionnée, l'hôpital conclut une convention telle que visée à l'article 2, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté royal du 2 avril 1965 déterminant les modalités d'organisation de l'aide médicale urgente et portant désignation des communes comme centres du système d'appel unifié.]1
[1 Il doit disposer d'un télécopieur.]1
1° d'une ligne téléphonique extérieure indépendante du central téléphonique de l'hôpital, uniquement destinée à recevoir des appels du système d'appel unifié;
2° [1 des moyens de radiocommunication, tel que visé dans la loi du 8 juin 1998 relative aux radiocommunications des services de secours et de sécurité.
Afin d'être relié au réseau de radiocommunications visé dans la loi susmentionnée, l'hôpital conclut une convention telle que visée à l'article 2, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté royal du 2 avril 1965 déterminant les modalités d'organisation de l'aide médicale urgente et portant désignation des communes comme centres du système d'appel unifié.]1
[1 Il doit disposer d'un télécopieur.]1
Wijzigingen
Art. 5. De functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet beschikken over :
1° een telefonische buitenlijn die onafhankelijk van de centrale van het ziekenhuis functioneert en die uitsluitend bestemd is om onmiddellijk oproepen te kunnen ontvangen van het eenvormig oproepstelsel;
2° [1 radiocommunicatiemiddelen zoals bedoeld in de wet van 8 juni 1998 betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten.
Met het oog op een verbinding met het in voormelde wet bedoelde radiocommunicatienetwerk, sluit het ziekenhuis een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel.]1
[1 Er dient een telefaxtoestel aanwezig te zijn.]1
1° een telefonische buitenlijn die onafhankelijk van de centrale van het ziekenhuis functioneert en die uitsluitend bestemd is om onmiddellijk oproepen te kunnen ontvangen van het eenvormig oproepstelsel;
2° [1 radiocommunicatiemiddelen zoals bedoeld in de wet van 8 juni 1998 betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten.
Met het oog op een verbinding met het in voormelde wet bedoelde radiocommunicatienetwerk, sluit het ziekenhuis een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel.]1
[1 Er dient een telefaxtoestel aanwezig te zijn.]1
Art. 6. La fonction " soins urgents spécialisés " doit pouvoir faire appel, au sein de l'hôpital dont elle fait partie, à une infrastructure adaptée en vue de la formation permanente en soins d'urgence de son personnel médical, infirmier et paramédical.
Art. 6. De functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet binnen het ziekenhuis waar het deel van uitmaakt beroep kunnen doen op een aangepaste infrastructuur voor de permanente vorming in de urgentiezorg van zijn medisch, verpleegkundig en paramedisch personeel.
Art. 7. La fonction doit participer à un enregistrement spécifique des activités de la fonction " soins urgents spécialisés " selon les modalités imposées par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions.
Art. 7. De functie moet deelnemen aan een specifieke registratie van de activiteiten in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" volgens de modaliteiten voorgeschreven door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
CHAPITRE III. - Normes.
HOOFDSTUK III. - Organisatorische normen.
Section 1. - Staff médical.
Afdeling 1. - Medische staf.
Art. 8. (Le médecin-chef de service de la fonction est un médecin-spécialiste en médecine d'urgence agréé, tel que visé à l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrêté ministériel du 14 février 2005 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en médecine d'urgence, des médecins spécialistes en médecine d'urgence et des médecins spécialistes en médecine aiguë, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage dans ces disciplines. Il est attaché à temps plein à l'hôpital et il consacrera plus de la moitié de son temps de travail à l'activité dans la fonction et à la formation permanente du personnel attaché à sa fonction.)
Art. 8. (De geneesheer-diensthoofd van de functie is een erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. Hij is voltijds aan het ziekenhuis verbonden en besteedt meer dan de helft van zijn werktijd aan de activiteit in de functie en aan de permanente vorming van het personeel verbonden aan zijn functie.) <KB 2006-03-05/42, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
(De geneesheer-diensthoofd, bedoeld in dit artikel kan tegelijkertijd de geneesheer zijn die de leiding heeft van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend.) <KB 2002-11-25/34, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
(De geneesheer-diensthoofd, bedoeld in dit artikel kan tegelijkertijd de geneesheer zijn die de leiding heeft van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend.) <KB 2002-11-25/34, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Art.8_REGION_WALLONNE.
(Le médecin-chef de service de la fonction est un médecin-spécialiste en médecine d'urgence agréé, tel que visé à l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrêté ministériel du 14 février 2005 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en médecine d'urgence, des médecins spécialistes en médecine d'urgence et des médecins spécialistes en médecine aiguë, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage dans ces disciplines. [1 Il est attaché à temps plein à l'hôpital. Il exerce son activité principale dans la fonction sauf s'il est médecin-chef de service de plusieurs fonctions " soins urgents spécialisés " du même hôpital. Dans ce dernier cas, il partage son temps de travail à temps plein entre les différentes fonctions et consacre celui-ci aux activités de ces fonctions ainsi qu'à la formation permanente du personnel attaché aux différentes fonctions.]1) <AR 2006-03-05/42, art. 1, 005; En vigueur : 01-04-2006>
[1 Le médecin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions " soins urgents spécialisés " peut simultanément être le médecin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions " service mobile d'urgence ", tel que visé à l'article 5 de l'arrêté royal du 10 aout 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " service mobile d'urgence " (SMUR) doit répondre pour être agréée. Dans ce cas, il partage son temps de travail à temps plein dans l'hôpital entre les différentes fonctions " soins urgents spécialisés " et " service mobile d'urgence ".]1
[1 Le médecin-chef de service peut, pour une partie de sa mission, être assisté par un ou plusieurs médecins ayant une compétence particulière dans ce domaine.]1
(Le médecin-chef de service de la fonction est un médecin-spécialiste en médecine d'urgence agréé, tel que visé à l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrêté ministériel du 14 février 2005 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en médecine d'urgence, des médecins spécialistes en médecine d'urgence et des médecins spécialistes en médecine aiguë, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage dans ces disciplines. [1 Il est attaché à temps plein à l'hôpital. Il exerce son activité principale dans la fonction sauf s'il est médecin-chef de service de plusieurs fonctions " soins urgents spécialisés " du même hôpital. Dans ce dernier cas, il partage son temps de travail à temps plein entre les différentes fonctions et consacre celui-ci aux activités de ces fonctions ainsi qu'à la formation permanente du personnel attaché aux différentes fonctions.]1) <AR 2006-03-05/42, art. 1, 005; En vigueur : 01-04-2006>
[1 Le médecin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions " soins urgents spécialisés " peut simultanément être le médecin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions " service mobile d'urgence ", tel que visé à l'article 5 de l'arrêté royal du 10 aout 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " service mobile d'urgence " (SMUR) doit répondre pour être agréée. Dans ce cas, il partage son temps de travail à temps plein dans l'hôpital entre les différentes fonctions " soins urgents spécialisés " et " service mobile d'urgence ".]1
[1 Le médecin-chef de service peut, pour une partie de sa mission, être assisté par un ou plusieurs médecins ayant une compétence particulière dans ce domaine.]1
-
Wijzigingen
Art.8_WAALS_GEWEST.
(De geneesheer-diensthoofd van de functie is een erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. [1 Hij is voltijds aan het ziekenhuis verbonden. Hij oefent zijn hoofdactiviteit uit in deze functie, tenzij hij de geneesheer-diensthoofd is van verschillende functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" in hetzelfde ziekenhuis. In het laatste geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd over de verschillende functies en besteedt hij deze aan de activiteiten van deze functies en aan de voortdurende opleiding van het personeel dat aan de verschillende functies verbonden is.]1) <KB 2006-03-05/42, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
[1 De geneesheer-diensthoofd, die de leiding heeft van één of meerdere functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", kan tegelijkertijd de geneesheer zijn die de leiding heeft van de functie "mobiele urgentiegroep", zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. In dit geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd in het ziekenhuis over de verschillende functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" en "mobiele urgentiegroep". ]1
[1 De geneesheer-diensthoofd kan voor een deel van zijn taken worden bijgestaan door een of meerdere geneesheren met bijzondere deskundigheid op dit gebied.]1
(De geneesheer-diensthoofd van de functie is een erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. [1 Hij is voltijds aan het ziekenhuis verbonden. Hij oefent zijn hoofdactiviteit uit in deze functie, tenzij hij de geneesheer-diensthoofd is van verschillende functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" in hetzelfde ziekenhuis. In het laatste geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd over de verschillende functies en besteedt hij deze aan de activiteiten van deze functies en aan de voortdurende opleiding van het personeel dat aan de verschillende functies verbonden is.]1) <KB 2006-03-05/42, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
[1 De geneesheer-diensthoofd, die de leiding heeft van één of meerdere functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", kan tegelijkertijd de geneesheer zijn die de leiding heeft van de functie "mobiele urgentiegroep", zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. In dit geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd in het ziekenhuis over de verschillende functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" en "mobiele urgentiegroep". ]1
[1 De geneesheer-diensthoofd kan voor een deel van zijn taken worden bijgestaan door een of meerdere geneesheren met bijzondere deskundigheid op dit gebied.]1
Art.8_REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
(Le médecin-chef de service de la fonction est un médecin-spécialiste en médecine d'urgence agréé, tel que visé à l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrêté ministériel du 14 février 2005 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en médecine d'urgence, des médecins spécialistes en médecine d'urgence et des médecins spécialistes en médecine aiguë, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage dans ces disciplines. [1 Il est attaché à temps plein à l'hôpital. Il exerce son activité principale dans la fonction sauf s'il est médecin-chef de service de plusieurs fonctions de " soins urgents spécialisés " du même hôpital. Dans ce dernier cas, il partage son temps de travail à temps plein entre les différentes fonctions et consacre celui-ci aux activités de ces fonctions ainsi qu'à la formation permanente du personnel attaché aux différentes fonctions.]1) <AR 2006-03-05/42, art. 1, 005; En vigueur : 01-04-2006>
[1 Le médecin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions, telle que visée dans le présent article, peut simultanément être le médecin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions " service mobile d'urgence " (SMUR), telle que visée à l'article 5 de l'arrêté royal du 10 août 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " service mobile d'urgence " (SMUR) doit répondre pour être agréée. Dans ce cas, il partage son temps de travail à temps plein dans l'hôpital entre les différentes fonctions " service mobile d'urgence " (SMUR) et " soins urgents spécialisés ". ]1
[1 Le médecin-chef de service peut, pour une partie de sa mission, être assisté par un ou plusieurs médecins ayant une compétence particulière dans ce domaine.]1
(Le médecin-chef de service de la fonction est un médecin-spécialiste en médecine d'urgence agréé, tel que visé à l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrêté ministériel du 14 février 2005 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en médecine d'urgence, des médecins spécialistes en médecine d'urgence et des médecins spécialistes en médecine aiguë, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage dans ces disciplines. [1 Il est attaché à temps plein à l'hôpital. Il exerce son activité principale dans la fonction sauf s'il est médecin-chef de service de plusieurs fonctions de " soins urgents spécialisés " du même hôpital. Dans ce dernier cas, il partage son temps de travail à temps plein entre les différentes fonctions et consacre celui-ci aux activités de ces fonctions ainsi qu'à la formation permanente du personnel attaché aux différentes fonctions.]1) <AR 2006-03-05/42, art. 1, 005; En vigueur : 01-04-2006>
[1 Le médecin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions, telle que visée dans le présent article, peut simultanément être le médecin qui assume la direction d'une ou plusieurs fonctions " service mobile d'urgence " (SMUR), telle que visée à l'article 5 de l'arrêté royal du 10 août 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " service mobile d'urgence " (SMUR) doit répondre pour être agréée. Dans ce cas, il partage son temps de travail à temps plein dans l'hôpital entre les différentes fonctions " service mobile d'urgence " (SMUR) et " soins urgents spécialisés ". ]1
[1 Le médecin-chef de service peut, pour une partie de sa mission, être assisté par un ou plusieurs médecins ayant une compétence particulière dans ce domaine.]1
Wijzigingen
Art.8_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
(De [1 arts-diensthoofd]1 van de functie is een erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. [1 Hij is voltijds aan het ziekenhuis verbonden. Hij oefent zijn hoofdactiviteit in de functie uit behalve indien hij arts-diensthoofd is van meerdere functies `gespecialiseerde spoedgevallenzorg' van hetzelfde ziekenhuis. In het laatst genoemde geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd over de verschillende functies en besteedt deze aan de activiteiten van deze functies en aan de permanente vorming van het personeel verbonden aan de verschillende functies.]1) <KB 2006-03-05/42, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
[1 De arts die de leiding van een of meerdere functies heeft zoals bedoeld in dit artikel kan tegelijkertijd de arts zijn die de leiding heeft van één of meerdere functies "mobiele urgentiegroep" (MUG), zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. In dat geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd in het ziekenhuis over de verschillende functies "mobiele urgentiegroep" (MUG) en "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".]1
[1 De arts-diensthoofd kan voor een gedeelte van zijn opdracht worden bijgestaan door één of meerdere artsen met een bijzondere bekwaming ter zake.]1
(De [1 arts-diensthoofd]1 van de functie is een erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. [1 Hij is voltijds aan het ziekenhuis verbonden. Hij oefent zijn hoofdactiviteit in de functie uit behalve indien hij arts-diensthoofd is van meerdere functies `gespecialiseerde spoedgevallenzorg' van hetzelfde ziekenhuis. In het laatst genoemde geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd over de verschillende functies en besteedt deze aan de activiteiten van deze functies en aan de permanente vorming van het personeel verbonden aan de verschillende functies.]1) <KB 2006-03-05/42, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
[1 De arts die de leiding van een of meerdere functies heeft zoals bedoeld in dit artikel kan tegelijkertijd de arts zijn die de leiding heeft van één of meerdere functies "mobiele urgentiegroep" (MUG), zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. In dat geval verdeelt hij zijn voltijdse werktijd in het ziekenhuis over de verschillende functies "mobiele urgentiegroep" (MUG) en "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".]1
[1 De arts-diensthoofd kan voor een gedeelte van zijn opdracht worden bijgestaan door één of meerdere artsen met een bijzondere bekwaming ter zake.]1
Art.8_REGION_FLAMANDE.
(Le [1 médecin-chef(fe) de service]1 de la fonction est un médecin-spécialiste en médecine d'urgence agréé, tel que visé à l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrêté ministériel du 14 février 2005 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en médecine d'urgence, des médecins spécialistes en médecine d'urgence et des médecins spécialistes en médecine aiguë, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage dans ces disciplines. [1 Le (la) médecin-chef(fe) de service est attaché(e) à temps plein à l'hôpital. Le (la) médecin-chef(fe) de service exerce l'activité principale dans la fonction sauf si le (la) médecin-chef(fe) de service occupe différentes fonctions " soins urgents spécialisés " dans le même hôpital. Dans ce dernier cas, le (la) médecin-chef(fe) de service répartit le temps de travail à temps plein entre les différentes fonctions et le consacre aux activités de ces fonctions et à la formation continue des membres du personnel qui sont liés aux différentes fonctions.]1) <AR 2006-03-05/42, art. 1, 005; En vigueur : 01-04-2006>
[1 Le (la) médecin qui assume la direction d'une ou de plusieurs fonctions comme indiqué dans le présent article, peut simultanément être le (la) médecin qui assume la direction d'une ou de plusieurs fonctions "service mobile d'urgence et de réanimation" (SMUR) comme indiqué dans l'article 5 de l'arrêté royal du 10 août 1998 fixant les normes auxquelles une fonction "service mobile d'urgence et de réanimation" (SMUR) doit répondre pour être agréée. Dans le cas précité, le (la) médecin susmentionné(e) répartit le temps de travail à temps plein à l'hôpital entre les différentes fonctions "soins urgents spécialisés" et "service mobile d'urgence et de réanimation" (SMUR). ]1
[1 Le (la) médecin-chef(fe) de service peut-être assisté(e) pour une partie de la mission par un(e) ou plusieurs médecins qui a (ont) une compétence particulière en la matière. ]1
(Le [1 médecin-chef(fe) de service]1 de la fonction est un médecin-spécialiste en médecine d'urgence agréé, tel que visé à l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrêté ministériel du 14 février 2005 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en médecine d'urgence, des médecins spécialistes en médecine d'urgence et des médecins spécialistes en médecine aiguë, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage dans ces disciplines. [1 Le (la) médecin-chef(fe) de service est attaché(e) à temps plein à l'hôpital. Le (la) médecin-chef(fe) de service exerce l'activité principale dans la fonction sauf si le (la) médecin-chef(fe) de service occupe différentes fonctions " soins urgents spécialisés " dans le même hôpital. Dans ce dernier cas, le (la) médecin-chef(fe) de service répartit le temps de travail à temps plein entre les différentes fonctions et le consacre aux activités de ces fonctions et à la formation continue des membres du personnel qui sont liés aux différentes fonctions.]1) <AR 2006-03-05/42, art. 1, 005; En vigueur : 01-04-2006>
[1 Le (la) médecin qui assume la direction d'une ou de plusieurs fonctions comme indiqué dans le présent article, peut simultanément être le (la) médecin qui assume la direction d'une ou de plusieurs fonctions "service mobile d'urgence et de réanimation" (SMUR) comme indiqué dans l'article 5 de l'arrêté royal du 10 août 1998 fixant les normes auxquelles une fonction "service mobile d'urgence et de réanimation" (SMUR) doit répondre pour être agréée. Dans le cas précité, le (la) médecin susmentionné(e) répartit le temps de travail à temps plein à l'hôpital entre les différentes fonctions "soins urgents spécialisés" et "service mobile d'urgence et de réanimation" (SMUR). ]1
[1 Le (la) médecin-chef(fe) de service peut-être assisté(e) pour une partie de la mission par un(e) ou plusieurs médecins qui a (ont) une compétence particulière en la matière. ]1
Wijzigingen
Art.8_VLAAMS_GEWEST.
(De [1 arts-diensthoofd]1 van de functie is een erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. [1 De arts-diensthoofd is voltijds aan het ziekenhuis verbonden. De arts-diensthoofd oefent de hoofdactiviteit in de functie uit behalve als die arts-diensthoofd is van verschillende functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" van hetzelfde ziekenhuis. In dat laatste geval verdeelt de arts-diensthoofd de voltijdse werktijd over de verschillende functies en besteedt die aan de activiteiten van die functies en aan de permanente vorming van de personeelsleden die verbonden zijn aan de verschillende functies.]1) <KB 2006-03-05/42, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
[1 De arts die de leiding van een of meer functies heeft als vermeld in dit artikel, kan tegelijkertijd de arts zijn die de leiding heeft van een of meer functies "mobiele urgentiegroep" (MUG) als vermeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. In het voormelde geval verdeelt de voormelde arts de voltijdse werktijd in het ziekenhuis over de verschillende functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" en "mobiele urgentiegroep" (MUG).]1
[1 De arts-diensthoofd kan voor een gedeelte van de opdracht worden bijgestaan door een of meer artsen met een bijzondere bekwaming ter zake.]1
(De [1 arts-diensthoofd]1 van de functie is een erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. [1 De arts-diensthoofd is voltijds aan het ziekenhuis verbonden. De arts-diensthoofd oefent de hoofdactiviteit in de functie uit behalve als die arts-diensthoofd is van verschillende functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" van hetzelfde ziekenhuis. In dat laatste geval verdeelt de arts-diensthoofd de voltijdse werktijd over de verschillende functies en besteedt die aan de activiteiten van die functies en aan de permanente vorming van de personeelsleden die verbonden zijn aan de verschillende functies.]1) <KB 2006-03-05/42, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
[1 De arts die de leiding van een of meer functies heeft als vermeld in dit artikel, kan tegelijkertijd de arts zijn die de leiding heeft van een of meer functies "mobiele urgentiegroep" (MUG) als vermeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. In het voormelde geval verdeelt de voormelde arts de voltijdse werktijd in het ziekenhuis over de verschillende functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" en "mobiele urgentiegroep" (MUG).]1
[1 De arts-diensthoofd kan voor een gedeelte van de opdracht worden bijgestaan door een of meer artsen met een bijzondere bekwaming ter zake.]1
Art. 8bis. L'hôpital disposant d'une fonction " soins urgents spécialisés ", intégrée dans le fonctionnement de l'aide médicale urgente doit, conformément à l'article 4 de l'arrêté royal du 10 août 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " service mobile d'urgence " (SMUR) doit répondre pour être agréée, conclure un protocole avec les autres hôpitaux de la même province ou de l'arrondissement administratif Bruxelles-Capitale, qui disposent d'une fonction " soins urgents spécialisés " intégrée dans le fonctionnement de l'aide médicale urgente.
-
Art. 8bis. <INGEVOEGD bij KB 1998-08-10/45, art. 19; Inwerkingtreding : 01-05-1999> Het ziekenhuis dat beschikt over een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" die ingeschakeld is in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening moet, overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend, een protocol sluiten met de overige ziekenhuizen van dezelfde provincie of in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, die beschikken over een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" die ingeschakeld is in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening.
Art. 9. § 1er. (La permanence médicale est assurée par au minimum un médecin, attaché au moins à mi-temps à l'hôpital et possédant une des qualifications suivantes :
1° médecin-spécialiste en médecine d'urgence, telle que visée à l'article 2, 1er et 2°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005;
2° médecin-spécialiste en médecine aiguë, visée à l'article 2, 3°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005;
3° médecin titulaire du brevet de médecine aiguë visée à l'article 6, § 3, 2°, du même arrêté ministériel;
4° le médecin-spécialiste candidat en médecine d'urgence, visé au 1°, ou en médecine aiguë, visé au 2°, en formation, pour autant que l'intéressé soit déjà médecin-spécialiste agréé dans l'une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005, ou qu'il ait déjà suivi la formation précitée pendant au moins un an.) <AR 2006-03-05/42, art. 2, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 2. Le nombre de médecins participant à la permanence médicale doit être adapté à l'intensité de l'activité de la fonction " soins urgents spécialisés ".
Entrent en ligne de compte pour cette permanence adaptée, les médecins visés au § 1er ainsi que les médecins-spécialistes et les candidats médecin-spécialiste ayant reçu une formation d'au moins deux ans, dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins-spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en soins d'urgence, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage en soins d'urgence.
§ 3. Les personnes visées au § 1er et au § 2 assurent la permanence médicale exclusivement dans la fonction " soins urgents spécialisés " (et ne peuvent, à l'exception de l'application de l'alinéa 2, assurer simultanément aucune autre permanence médicale, telle que visée à l'article 4 de l'arrêté royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction de soins intensifs doit répondre pour être agréé et à l'article 18, § 5, de l'arrêté royal du 10 août 1998 fixant les normes auxquelles doit répondre une fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) pour être agréée). <AR 2002-11-25/34, art. 4, 003; En vigueur : 06-04-2002>
(Si une fonction "soins urgents spécialisées", une fonction "service mobile d'urgence (SMUR) et une fonction de soins intensifs sont exploitées sur le site dont il est question, les médecins qui assurent la permanence de la fonction "soins urgents spécialisées" peuvent simultanément assurer la permanence de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) au sens de l'article 6 de l'arrêté royal du 10 août 1998 susvisé, pour autant qu'un médecin supplémentaire, répondant aux conditions visées au § 1er, soit présent dans les quinze minutes après que le premier médecin a quitté la fonction visée à la suite d'un appel de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR). Tant que ce médecin n'est pas arrivé sur place, le médecin qui, en application des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 27 avril 1998 susvisé, assure la permanence de la fonction de soins intensifs, doit assurer également la permanence de la fonction "soins urgents spécialisés.) <AR 2002-11-25/34, art. 4, 003; En vigueur : 06-04-2002>
(Les médecins visés au § 1er peuvent assurer simultanément la permanence, telle que visée à l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrêté royal du 30 janvier 1989 fixant les normes complémentaires d'agrément des hôpitaux et des services hospitaliers et précisant la définition des groupements d'hôpitaux et les normes particulières qu'ils doivent respecter.) <AR 2002-11-25/34, art. 4, 002; En vigueur : 01-12-1998>
§ 4. La permanence médicale à la fonction spécialisée des urgences doit être assurée 24 heures sur 24.
§ 5. (Les médecins qui participent à la permanence médicale ne peuvent effectuer de permanence médicale dans un hôpital durant plus de 24 heures consécutives.) <AR 2002-11-25/34, art. 5, 002; En vigueur : 01-12-1998>
1° médecin-spécialiste en médecine d'urgence, telle que visée à l'article 2, 1er et 2°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005;
2° médecin-spécialiste en médecine aiguë, visée à l'article 2, 3°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005;
3° médecin titulaire du brevet de médecine aiguë visée à l'article 6, § 3, 2°, du même arrêté ministériel;
4° le médecin-spécialiste candidat en médecine d'urgence, visé au 1°, ou en médecine aiguë, visé au 2°, en formation, pour autant que l'intéressé soit déjà médecin-spécialiste agréé dans l'une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005, ou qu'il ait déjà suivi la formation précitée pendant au moins un an.) <AR 2006-03-05/42, art. 2, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 2. Le nombre de médecins participant à la permanence médicale doit être adapté à l'intensité de l'activité de la fonction " soins urgents spécialisés ".
Entrent en ligne de compte pour cette permanence adaptée, les médecins visés au § 1er ainsi que les médecins-spécialistes et les candidats médecin-spécialiste ayant reçu une formation d'au moins deux ans, dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins-spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en soins d'urgence, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage en soins d'urgence.
§ 3. Les personnes visées au § 1er et au § 2 assurent la permanence médicale exclusivement dans la fonction " soins urgents spécialisés " (et ne peuvent, à l'exception de l'application de l'alinéa 2, assurer simultanément aucune autre permanence médicale, telle que visée à l'article 4 de l'arrêté royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction de soins intensifs doit répondre pour être agréé et à l'article 18, § 5, de l'arrêté royal du 10 août 1998 fixant les normes auxquelles doit répondre une fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) pour être agréée). <AR 2002-11-25/34, art. 4, 003; En vigueur : 06-04-2002>
(Si une fonction "soins urgents spécialisées", une fonction "service mobile d'urgence (SMUR) et une fonction de soins intensifs sont exploitées sur le site dont il est question, les médecins qui assurent la permanence de la fonction "soins urgents spécialisées" peuvent simultanément assurer la permanence de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) au sens de l'article 6 de l'arrêté royal du 10 août 1998 susvisé, pour autant qu'un médecin supplémentaire, répondant aux conditions visées au § 1er, soit présent dans les quinze minutes après que le premier médecin a quitté la fonction visée à la suite d'un appel de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR). Tant que ce médecin n'est pas arrivé sur place, le médecin qui, en application des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 27 avril 1998 susvisé, assure la permanence de la fonction de soins intensifs, doit assurer également la permanence de la fonction "soins urgents spécialisés.) <AR 2002-11-25/34, art. 4, 003; En vigueur : 06-04-2002>
(Les médecins visés au § 1er peuvent assurer simultanément la permanence, telle que visée à l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrêté royal du 30 janvier 1989 fixant les normes complémentaires d'agrément des hôpitaux et des services hospitaliers et précisant la définition des groupements d'hôpitaux et les normes particulières qu'ils doivent respecter.) <AR 2002-11-25/34, art. 4, 002; En vigueur : 01-12-1998>
§ 4. La permanence médicale à la fonction spécialisée des urgences doit être assurée 24 heures sur 24.
§ 5. (Les médecins qui participent à la permanence médicale ne peuvent effectuer de permanence médicale dans un hôpital durant plus de 24 heures consécutives.) <AR 2002-11-25/34, art. 5, 002; En vigueur : 01-12-1998>
Art. 9. § 1. (De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden geneesheer met één van de volgende kwalificaties :
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 2, 3°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
3° geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° kandidaat-geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds geneesheer-specialist is in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten.) <KB 2006-03-05/42, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 2. Het aantal geneesheren dat deelneemt aan de medische permanentie moet worden aangepast aan de intensiteit van de activiteit van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".
Voor die aangepaste permanentie komen in aanmerking de in § 1 bedoelde geneesheren-artsen alsook de geneesheren-specialisten en de kandidaat-geneesheer-specialisten met minstens twee jaar opleiding, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde.
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde geneesheren verzekeren de medische permanentie uitsluitend in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" (en mogen, met uitzondering van de toepassing van het tweede lid, tegelijkertijd geen andere medische permanentie uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden en in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" moeten voldoen om te worden erkend). <KB 2002-11-25/34, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2002>
(Indien er op de bedoelde vestigingsplaats een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) en een functie voor intensieve zorg worden uitgebaat, mogen de geneesheren die de permanentie waarnemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), als bedoeld in artikel 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 10 augustus 1998, voorzover een bijkomende geneesheer, die beantwoordt aan de vereisten bedoeld in § 1, in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" aanwezig is binnen vijftien minuten nadat de eerstgenoemde geneesheer de bedoelde functie heeft verlaten ingevolge een oproep van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zolang die geneesheer niet ter plaatse is, dient een geneesheer die, met toepassing van de artikelen 14 en 15 van het voornoemde koninklijk besluit van 27 april 1998, de permanentie waarneemt in de functie voor intensieve zorg, eveneens de permanentie waar te nemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg.) <KB 2002-11-25/34, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2002>
(De in § 1, bedoelde geneesheren mogen tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.) <KB 2002-11-25/34, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
§ 4. De medische permanentie in de gespecialiseerde functie voor spoedgevallen moet 24 uur op 24 waargenomen worden.
§ 5. (De geneesheren die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen.) <KB 2002-11-25/34, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 2, 3°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
3° geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° kandidaat-geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds geneesheer-specialist is in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten.) <KB 2006-03-05/42, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 2. Het aantal geneesheren dat deelneemt aan de medische permanentie moet worden aangepast aan de intensiteit van de activiteit van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".
Voor die aangepaste permanentie komen in aanmerking de in § 1 bedoelde geneesheren-artsen alsook de geneesheren-specialisten en de kandidaat-geneesheer-specialisten met minstens twee jaar opleiding, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde.
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde geneesheren verzekeren de medische permanentie uitsluitend in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" (en mogen, met uitzondering van de toepassing van het tweede lid, tegelijkertijd geen andere medische permanentie uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden en in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" moeten voldoen om te worden erkend). <KB 2002-11-25/34, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2002>
(Indien er op de bedoelde vestigingsplaats een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) en een functie voor intensieve zorg worden uitgebaat, mogen de geneesheren die de permanentie waarnemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), als bedoeld in artikel 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 10 augustus 1998, voorzover een bijkomende geneesheer, die beantwoordt aan de vereisten bedoeld in § 1, in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" aanwezig is binnen vijftien minuten nadat de eerstgenoemde geneesheer de bedoelde functie heeft verlaten ingevolge een oproep van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zolang die geneesheer niet ter plaatse is, dient een geneesheer die, met toepassing van de artikelen 14 en 15 van het voornoemde koninklijk besluit van 27 april 1998, de permanentie waarneemt in de functie voor intensieve zorg, eveneens de permanentie waar te nemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg.) <KB 2002-11-25/34, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2002>
(De in § 1, bedoelde geneesheren mogen tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.) <KB 2002-11-25/34, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
§ 4. De medische permanentie in de gespecialiseerde functie voor spoedgevallen moet 24 uur op 24 waargenomen worden.
§ 5. (De geneesheren die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen.) <KB 2002-11-25/34, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Art.9_REGION_FLAMANDE.
§ 1er. (La permanence médicale est assurée par au minimum un médecin, attaché au moins à mi-temps à l'hôpital et possédant une des qualifications suivantes :
1° médecin-spécialiste en médecine d'urgence, telle que visée à l'article 2, 1er et 2°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005;
2° médecin-spécialiste en médecine aiguë, visée à l'article 2, 3°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005;
3° médecin titulaire du brevet de médecine aiguë visée à l'article 6, § 3, 2°, du même arrêté ministériel;
4° le médecin-spécialiste candidat en médecine d'urgence, visé au 1°, ou en médecine aiguë, visé au 2°, en formation, pour autant que l'intéressé soit déjà médecin-spécialiste agréé dans l'une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005, ou qu'il ait déjà suivi la formation précitée pendant au moins un an.) <AR 2006-03-05/42, art. 2, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 2. Le nombre de médecins participant à la permanence médicale doit être adapté à l'intensité de l'activité de la fonction " soins urgents spécialisés ".
Entrent en ligne de compte pour cette permanence adaptée, les médecins visés au § 1er [1 ainsi que les médecins spécialistes et les médecins spécialistes en formation ]1 ayant reçu une formation d'au moins deux ans, dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins-spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en soins d'urgence, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage en soins d'urgence.
§ 3. Les personnes visées au § 1er et au § 2 assurent la permanence médicale exclusivement dans la fonction " soins urgents spécialisés " (et ne peuvent, à l'exception de l'application de l'alinéa 2, assurer simultanément aucune autre permanence médicale, telle que visée à l'article 4 de l'arrêté royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction de soins intensifs doit répondre pour être agréé et à l'article 18, § 5, de l'arrêté royal du 10 août 1998 fixant les normes auxquelles doit répondre une fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) pour être agréée). <AR 2002-11-25/34, art. 4, 003; En vigueur : 06-04-2002>
(Si une fonction "soins urgents spécialisées", une fonction "service mobile d'urgence (SMUR) et une fonction de soins intensifs sont exploitées sur le site dont il est question, les médecins qui assurent la permanence de la fonction "soins urgents spécialisées" peuvent simultanément assurer la permanence de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) au sens de l'article 6 de l'arrêté royal du 10 août 1998 susvisé, pour autant qu'un médecin supplémentaire, répondant aux conditions visées au § 1er, soit présent dans les quinze minutes après que le premier médecin a quitté la fonction visée à la suite d'un appel de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR). Tant que ce médecin n'est pas arrivé sur place, le médecin qui, en application des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 27 avril 1998 susvisé, assure la permanence de la fonction de soins intensifs, doit assurer également la permanence de la fonction "soins urgents spécialisés.) <AR 2002-11-25/34, art. 4, 003; En vigueur : 06-04-2002>
(Les médecins visés au § 1er peuvent assurer simultanément la permanence, telle que visée à l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrêté royal du 30 janvier 1989 fixant les normes complémentaires d'agrément des hôpitaux et des services hospitaliers et précisant la définition des groupements d'hôpitaux et les normes particulières qu'ils doivent respecter.) <AR 2002-11-25/34, art. 4, 002; En vigueur : 01-12-1998>
§ 4. La permanence médicale à la fonction spécialisée des urgences doit être assurée 24 heures sur 24.
§ 5. (Les médecins qui participent à la permanence médicale ne peuvent effectuer de permanence médicale dans un hôpital durant plus de 24 heures consécutives.) <AR 2002-11-25/34, art. 5, 002; En vigueur : 01-12-1998>
§ 1er. (La permanence médicale est assurée par au minimum un médecin, attaché au moins à mi-temps à l'hôpital et possédant une des qualifications suivantes :
1° médecin-spécialiste en médecine d'urgence, telle que visée à l'article 2, 1er et 2°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005;
2° médecin-spécialiste en médecine aiguë, visée à l'article 2, 3°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005;
3° médecin titulaire du brevet de médecine aiguë visée à l'article 6, § 3, 2°, du même arrêté ministériel;
4° le médecin-spécialiste candidat en médecine d'urgence, visé au 1°, ou en médecine aiguë, visé au 2°, en formation, pour autant que l'intéressé soit déjà médecin-spécialiste agréé dans l'une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005, ou qu'il ait déjà suivi la formation précitée pendant au moins un an.) <AR 2006-03-05/42, art. 2, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 2. Le nombre de médecins participant à la permanence médicale doit être adapté à l'intensité de l'activité de la fonction " soins urgents spécialisés ".
Entrent en ligne de compte pour cette permanence adaptée, les médecins visés au § 1er [1 ainsi que les médecins spécialistes et les médecins spécialistes en formation ]1 ayant reçu une formation d'au moins deux ans, dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins-spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en soins d'urgence, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage en soins d'urgence.
§ 3. Les personnes visées au § 1er et au § 2 assurent la permanence médicale exclusivement dans la fonction " soins urgents spécialisés " (et ne peuvent, à l'exception de l'application de l'alinéa 2, assurer simultanément aucune autre permanence médicale, telle que visée à l'article 4 de l'arrêté royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction de soins intensifs doit répondre pour être agréé et à l'article 18, § 5, de l'arrêté royal du 10 août 1998 fixant les normes auxquelles doit répondre une fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) pour être agréée). <AR 2002-11-25/34, art. 4, 003; En vigueur : 06-04-2002>
(Si une fonction "soins urgents spécialisées", une fonction "service mobile d'urgence (SMUR) et une fonction de soins intensifs sont exploitées sur le site dont il est question, les médecins qui assurent la permanence de la fonction "soins urgents spécialisées" peuvent simultanément assurer la permanence de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) au sens de l'article 6 de l'arrêté royal du 10 août 1998 susvisé, pour autant qu'un médecin supplémentaire, répondant aux conditions visées au § 1er, soit présent dans les quinze minutes après que le premier médecin a quitté la fonction visée à la suite d'un appel de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR). Tant que ce médecin n'est pas arrivé sur place, le médecin qui, en application des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 27 avril 1998 susvisé, assure la permanence de la fonction de soins intensifs, doit assurer également la permanence de la fonction "soins urgents spécialisés.) <AR 2002-11-25/34, art. 4, 003; En vigueur : 06-04-2002>
(Les médecins visés au § 1er peuvent assurer simultanément la permanence, telle que visée à l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrêté royal du 30 janvier 1989 fixant les normes complémentaires d'agrément des hôpitaux et des services hospitaliers et précisant la définition des groupements d'hôpitaux et les normes particulières qu'ils doivent respecter.) <AR 2002-11-25/34, art. 4, 002; En vigueur : 01-12-1998>
§ 4. La permanence médicale à la fonction spécialisée des urgences doit être assurée 24 heures sur 24.
§ 5. (Les médecins qui participent à la permanence médicale ne peuvent effectuer de permanence médicale dans un hôpital durant plus de 24 heures consécutives.) <AR 2002-11-25/34, art. 5, 002; En vigueur : 01-12-1998>
Wijzigingen
Art.9_VLAAMS_GEWEST.
§ 1. (De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden [1 arts ]1 met één van de volgende kwalificaties :
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 2, 3°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
3° [1 arts]1 die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° [1 arts-specialist in opleiding]1 in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds [1 arts-specialist]1 is in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten.) <KB 2006-03-05/42, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 2. Het aantal [1 artsen]1 dat deelneemt aan de medische permanentie moet worden aangepast aan de intensiteit van de activiteit van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".
Voor die aangepaste permanentie komen in aanmerking de in § 1 bedoelde [1 artsen, artsen-specialisten en artsen-specialisten in opleiding]1 met minstens twee jaar opleiding, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde.
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde [1 artsen ]1 verzekeren de medische permanentie uitsluitend in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" (en mogen, met uitzondering van de toepassing van het tweede lid, tegelijkertijd geen andere medische permanentie uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden en in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" moeten voldoen om te worden erkend). <KB 2002-11-25/34, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2002>
(Indien er op de bedoelde vestigingsplaats een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) en een functie voor intensieve zorg worden uitgebaat, mogen de [1 arts]1 die de permanentie waarnemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), als bedoeld in artikel 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 10 augustus 1998, voorzover een bijkomende geneesheer, die beantwoordt aan de vereisten bedoeld in § 1, in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" aanwezig is binnen vijftien minuten nadat de eerstgenoemde geneesheer de bedoelde functie heeft verlaten ingevolge een oproep van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zolang die geneesheer niet ter plaatse is, dient een geneesheer die, met toepassing van de artikelen 14 en 15 van het voornoemde koninklijk besluit van 27 april 1998, de permanentie waarneemt in de functie voor intensieve zorg, eveneens de permanentie waar te nemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg.) <KB 2002-11-25/34, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2002>
(De in § 1, bedoelde geneesheren mogen tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.) <KB 2002-11-25/34, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
§ 4. De medische permanentie in de gespecialiseerde functie voor spoedgevallen moet 24 uur op 24 waargenomen worden.
§ 5. (De [1 artsen ]1 die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen.) <KB 2002-11-25/34, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
§ 1. (De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden [1 arts ]1 met één van de volgende kwalificaties :
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 2, 3°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
3° [1 arts]1 die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° [1 arts-specialist in opleiding]1 in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds [1 arts-specialist]1 is in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten.) <KB 2006-03-05/42, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 2. Het aantal [1 artsen]1 dat deelneemt aan de medische permanentie moet worden aangepast aan de intensiteit van de activiteit van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".
Voor die aangepaste permanentie komen in aanmerking de in § 1 bedoelde [1 artsen, artsen-specialisten en artsen-specialisten in opleiding]1 met minstens twee jaar opleiding, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde.
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde [1 artsen ]1 verzekeren de medische permanentie uitsluitend in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" (en mogen, met uitzondering van de toepassing van het tweede lid, tegelijkertijd geen andere medische permanentie uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden en in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" moeten voldoen om te worden erkend). <KB 2002-11-25/34, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2002>
(Indien er op de bedoelde vestigingsplaats een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) en een functie voor intensieve zorg worden uitgebaat, mogen de [1 arts]1 die de permanentie waarnemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), als bedoeld in artikel 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 10 augustus 1998, voorzover een bijkomende geneesheer, die beantwoordt aan de vereisten bedoeld in § 1, in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" aanwezig is binnen vijftien minuten nadat de eerstgenoemde geneesheer de bedoelde functie heeft verlaten ingevolge een oproep van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zolang die geneesheer niet ter plaatse is, dient een geneesheer die, met toepassing van de artikelen 14 en 15 van het voornoemde koninklijk besluit van 27 april 1998, de permanentie waarneemt in de functie voor intensieve zorg, eveneens de permanentie waar te nemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg.) <KB 2002-11-25/34, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2002>
(De in § 1, bedoelde geneesheren mogen tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.) <KB 2002-11-25/34, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
§ 4. De medische permanentie in de gespecialiseerde functie voor spoedgevallen moet 24 uur op 24 waargenomen worden.
§ 5. (De [1 artsen ]1 die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen.) <KB 2002-11-25/34, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Art. 10. § 1er. Le médecin qui assure la permanence doit au moins pouvoir faire appel à tout moment, et selon des modalités préétablies à :
1° un médecin-spécialiste en médecine interne;
2° un médecin-spécialiste en chirurgie;
3° un médecin-spécialiste en anesthésiologie et réanimation;
4° un médecin-spécialiste en radiodiagnostic;
5° un médecin-spécialiste en pédiatrie;
6° un médecin-spécialiste en chirurgie orthopédique;
7° un médecin-spécialiste en gynécologie-obstétrique;
8° un médecin-spécialiste en oto-rhino-laryngologie;
9° un médecin-spécialiste en ophtalmologie;
10° un médecin-spécialiste en psychiatrie ou neuropsychiatrie;
11° un médecin-spécialiste en neurologie ou neuropsychiatrie.
§ 2. Les médecins visés au § 1er doivent pouvoir être sur place dans les plus brefs délais après avoir reçu l'appel.
1° un médecin-spécialiste en médecine interne;
2° un médecin-spécialiste en chirurgie;
3° un médecin-spécialiste en anesthésiologie et réanimation;
4° un médecin-spécialiste en radiodiagnostic;
5° un médecin-spécialiste en pédiatrie;
6° un médecin-spécialiste en chirurgie orthopédique;
7° un médecin-spécialiste en gynécologie-obstétrique;
8° un médecin-spécialiste en oto-rhino-laryngologie;
9° un médecin-spécialiste en ophtalmologie;
10° un médecin-spécialiste en psychiatrie ou neuropsychiatrie;
11° un médecin-spécialiste en neurologie ou neuropsychiatrie.
§ 2. Les médecins visés au § 1er doivent pouvoir être sur place dans les plus brefs délais après avoir reçu l'appel.
-
Art. 10. § 1. De geneesheer die de permanentie waarneemt moet d.m.v. vooraf opgestelde modaliteiten te allen tijde minstens beroep kunnen doen op :
Section 2. - Le personnel infirmier.
Art.10_VLAAMS_GEWEST.
§ 1. De [1 arts]1 die de permanentie waarneemt moet d.m.v. vooraf opgestelde modaliteiten te allen tijde minstens beroep kunnen doen op :
1° een geneesheer-specialist in de inwendige geneeskunde;
2° een geneesheer-specialist in de heelkunde;
3° een geneesheer-specialist in de [1 anesthesie-reanimatie]1;
4° een geneesheer-specialist in de röntgendiagnose;
5° een geneesheer-specialist in de pediatrie;
6° een geneesheer-specialist in de orthopedische heelkunde;
7° een geneesheer-specialist in de gynaecologie-verloskunde;
8° een geneesheer-specialist in de otorhinolaryngologie;
9° een geneesheer-specialist in de oftalmologie;
10° een geneesheer-specialist in de psychiatrie of de neuropsychiatrie;
11° een geneesheer-specialist in de neurologie of de neuropsychiatrie.
§ 2. De in § 1 bedoelde [1 artsen]1 moeten binnen de kortst mogelijke tijd na de oproep ter plaatse kunnen zijn.
§ 1. De [1 arts]1 die de permanentie waarneemt moet d.m.v. vooraf opgestelde modaliteiten te allen tijde minstens beroep kunnen doen op :
1° een geneesheer-specialist in de inwendige geneeskunde;
2° een geneesheer-specialist in de heelkunde;
3° een geneesheer-specialist in de [1 anesthesie-reanimatie]1;
4° een geneesheer-specialist in de röntgendiagnose;
5° een geneesheer-specialist in de pediatrie;
6° een geneesheer-specialist in de orthopedische heelkunde;
7° een geneesheer-specialist in de gynaecologie-verloskunde;
8° een geneesheer-specialist in de otorhinolaryngologie;
9° een geneesheer-specialist in de oftalmologie;
10° een geneesheer-specialist in de psychiatrie of de neuropsychiatrie;
11° een geneesheer-specialist in de neurologie of de neuropsychiatrie.
§ 2. De in § 1 bedoelde [1 artsen]1 moeten binnen de kortst mogelijke tijd na de oproep ter plaatse kunnen zijn.
Art. 11. § 1er. L'infirmier en chef est porteur du titre professionnel particulier d'infirmier gradué ou d'infirmière graduée en soins intensifs et d'urgence, sauf s'il/elle est infirmier gradué ou infirmière graduée et peut justifier d'une expérience minimum de 5 ans dans cette fonction à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté (ou s'il/elle est infirmier ou infirmière breveté(e) et peut justifier d'une expérience minimum de 5 ans dans cette fonction d'infirmier en chef à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté). <AR 1999-04-28/46, art. 1, 002; En vigueur : 01-12-1998>
Cette expérience doit avoir été acquise, soit dans un service agréé de soins intensifs, soit dans un service de traitement intensif répondant à la description contenue dans l'annexe 3 de l'arrêté royal du 28 novembre 1986 fixant les normes auxquelles un service d'imagerie médicale où est installé un tomographe axial transverse doit répondre pour être agréé comme service médical technique dans le sens de l'article 6bis, § 2, 6°bis, de la loi sur les hôpitaux, soit dans un service des urgences répondant à la description contenue dans l'annexe 1 de l'arrêté royal précité du 28 novembre 1986.
§ 2. La fonction " soins urgents spécialisés " dispose d'une équipe infirmière spécifique propre, qui permet d'assurer une permanence 24 h sur 24 d'au moins 2 infirmiers dont un au moins est porteur du titre professionnel particulier d'infirmier gradué ou d'infirmière graduée en soins intensifs et d'urgence (sauf s'il/elle peut justifier en tant qu'infirmier ou infirmière gradué(e) ou breveté(e) qu'il/elle a au moins) (NOTE de Justel : pour que la disposition modificative fût cohérente avec le texte de base, il faudrait "d'au moins" au lieu de "qu'il/elle a au moins") 5 ans d'expérience dans un des services visés au § 1er, alinéa 2, au moment de la publication du présent arrêté. <AR 2002-11-25/34, art. 6, 002; En vigueur : 01-12-1998>
L'équipe infirmière doit être adaptée en fonction des activités du service; à cet égard, les mêmes exigences de qualification que celles visées à l'alinéa 1er sont d'application.
Cette expérience doit avoir été acquise, soit dans un service agréé de soins intensifs, soit dans un service de traitement intensif répondant à la description contenue dans l'annexe 3 de l'arrêté royal du 28 novembre 1986 fixant les normes auxquelles un service d'imagerie médicale où est installé un tomographe axial transverse doit répondre pour être agréé comme service médical technique dans le sens de l'article 6bis, § 2, 6°bis, de la loi sur les hôpitaux, soit dans un service des urgences répondant à la description contenue dans l'annexe 1 de l'arrêté royal précité du 28 novembre 1986.
§ 2. La fonction " soins urgents spécialisés " dispose d'une équipe infirmière spécifique propre, qui permet d'assurer une permanence 24 h sur 24 d'au moins 2 infirmiers dont un au moins est porteur du titre professionnel particulier d'infirmier gradué ou d'infirmière graduée en soins intensifs et d'urgence (sauf s'il/elle peut justifier en tant qu'infirmier ou infirmière gradué(e) ou breveté(e) qu'il/elle a au moins) (NOTE de Justel : pour que la disposition modificative fût cohérente avec le texte de base, il faudrait "d'au moins" au lieu de "qu'il/elle a au moins") 5 ans d'expérience dans un des services visés au § 1er, alinéa 2, au moment de la publication du présent arrêté. <AR 2002-11-25/34, art. 6, 002; En vigueur : 01-12-1998>
L'équipe infirmière doit être adaptée en fonction des activités du service; à cet égard, les mêmes exigences de qualification que celles visées à l'alinéa 1er sont d'application.
Afdeling 2. - Het verpleegkundig personeel.
Section 3. - Formation permanente.
Art. 11. § 1. De hoofdverpleegkundige is drager van de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster in intensieve zorg en spoedgevallenzorg tenzij hij/zij gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster is en kan bewijzen minstens 5 jaar ervaring te hebben in deze functie op datum van de inwerkingtreding van dit besluit (of hij/zij gebrevetteerde verpleger of verpleegster is en kan bewijzen minstens 5 jaar ervaring te hebben in deze functie van hoofdverpleegkundige, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit). <KB 1999-04-28/46, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Bedoelde ervaring dient opgedaan te zijn hetzij in een erkende dienst voor intensieve verzorging, hetzij in een dienst voor intensieve behandeling die beantwoordt aan de omschrijving in de bijlage 3 van het koninklijk besluit van 28 november 1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°bis, van de wet op de ziekenhuizen, hetzij in een spoedgevallendienst die beantwoordt aan de omschrijving in de bijlage 1 bij voormeld besluit van 28 november 1986.
§ 2. De functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" beschikt over een eigen specifiek verpleegkundig team waarbij een permanentie van 24 uur op 24 uur wordt verzekerd door ten minste 2 verpleegkundigen, waaronder minstens 1 drager is van de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster in intensieve zorg en spoedgevallenzorg (tenzij hij/zij als gegradueerd of gebrevetteerd verpleger of verpleegster kan bewijzen dat hij/zij), op het ogenblik van de bekendmaking van onderhavig besluit, minstens 5 jaar ervaring heeft opgedaan in één van de diensten bedoeld in § 1, tweede lid. <KB 2002-11-25/34, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Het verpleegkundig team moet aangepast worden naar gelang van de activiteiten van de dienst; hierbij gelden dezelfde bekwaamheidsvereisten als bedoeld in het eerste lid.
Bedoelde ervaring dient opgedaan te zijn hetzij in een erkende dienst voor intensieve verzorging, hetzij in een dienst voor intensieve behandeling die beantwoordt aan de omschrijving in de bijlage 3 van het koninklijk besluit van 28 november 1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°bis, van de wet op de ziekenhuizen, hetzij in een spoedgevallendienst die beantwoordt aan de omschrijving in de bijlage 1 bij voormeld besluit van 28 november 1986.
§ 2. De functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" beschikt over een eigen specifiek verpleegkundig team waarbij een permanentie van 24 uur op 24 uur wordt verzekerd door ten minste 2 verpleegkundigen, waaronder minstens 1 drager is van de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster in intensieve zorg en spoedgevallenzorg (tenzij hij/zij als gegradueerd of gebrevetteerd verpleger of verpleegster kan bewijzen dat hij/zij), op het ogenblik van de bekendmaking van onderhavig besluit, minstens 5 jaar ervaring heeft opgedaan in één van de diensten bedoeld in § 1, tweede lid. <KB 2002-11-25/34, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998>
Het verpleegkundig team moet aangepast worden naar gelang van de activiteiten van de dienst; hierbij gelden dezelfde bekwaamheidsvereisten als bedoeld in het eerste lid.
Art. 12. Le personnel médical et infirmier de la fonction " soins urgents spécialisés " assure, pour l'ensemble de l'hôpital, la formation permanente en ce qui concerne les principes de base de la réanimation.
Afdeling 3. - Permanente vorming.
CHAPITRE IV. - (V dans la version publiée au Moniteur) Dispositions transitoires.
Art. 12. Het medisch en verpleegkundig personeel van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" staat voor het ganse ziekenhuis in voor de permanente vorming in de basisbeginselen van de reanimatie.
Art. 13. <AR 2002-11-25/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-12-1998> § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2005, le chef de service visé a l'article 8 peut également être un médecin spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 précité.
§ 2. ([1 Jusqu'au 31 décembre 2016]1, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin-spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou par un médecin-spécialiste en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. ([1 Jusqu'au 31 décembre 2016]1, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin candidat spécialiste en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
§ 2. ([1 Jusqu'au 31 décembre 2016]1, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin-spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou par un médecin-spécialiste en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. ([1 Jusqu'au 31 décembre 2016]1, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin candidat spécialiste en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
HOOFDSTUK IV. - (V in de op het Staatsblad gepubliceerde versie) Overgangsmaatregelen.
Art.13_REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
Art. 13. <KB 2002-11-25/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([1 Tot en met 31 december 2016]1 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. ([1 Tot en met 31 december 2016]1 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
§ 2. ([1 Tot en met 31 december 2016]1 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. ([1 Tot en met 31 december 2016]1 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
Art.13_REGION_WALLONNE.
<AR 2002-11-25/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-12-1998> § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2005, le chef de service visé a l'article 8 peut également être un médecin spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 précité.
§ 2. ([3 [4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4]3, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin-spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou par un médecin-spécialiste en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. ([3 [4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4]3, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin candidat spécialiste en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
<AR 2002-11-25/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-12-1998> § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2005, le chef de service visé a l'article 8 peut également être un médecin spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 précité.
§ 2. ([3 [4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4]3, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin-spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou par un médecin-spécialiste en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. ([3 [4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4]3, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin candidat spécialiste en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
Art.13_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
<KB 2002-11-25/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. [2 Tot 31 december [4 2028]4]2 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. [2 Tot 31 december [4 2028]4]2 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
<KB 2002-11-25/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. [2 Tot 31 december [4 2028]4]2 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. [2 Tot 31 december [4 2028]4]2 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
Wijzigingen
Art.13_COMMUNAUTE_FRANCAISE.
<AR 2002-11-25/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-12-1998> § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2005, le chef de service visé a l'article 8 peut également être un médecin spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 précité.
§ 2. ([2 [3 Jusqu'au 31 décembre 2024]3, pour les hôpitaux universitaires,]2, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin-spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou par un médecin-spécialiste en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. ([2 [3 Jusqu'au 31 décembre 2024]3, pour les hôpitaux universitaires,]2, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin candidat spécialiste en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
<AR 2002-11-25/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-12-1998> § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2005, le chef de service visé a l'article 8 peut également être un médecin spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 précité.
§ 2. ([2 [3 Jusqu'au 31 décembre 2024]3, pour les hôpitaux universitaires,]2, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin-spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou par un médecin-spécialiste en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. ([2 [3 Jusqu'au 31 décembre 2024]3, pour les hôpitaux universitaires,]2, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin candidat spécialiste en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
Art.13_WAALS_GEWEST.
<KB 2002-11-25/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([3 [4 Tot en met 31 december 2028]4]3 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. ([3 [4 Tot en met 31 december 2028]4]3 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
<KB 2002-11-25/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([3 [4 Tot en met 31 december 2028]4]3 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. ([3 [4 Tot en met 31 december 2028]4]3 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
Wijzigingen
Art.13_COMMUNAUTE_GERMANOPHONE.
<AR 2002-11-25/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-12-1998> § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2005, le chef de service visé a l'article 8 peut également être un médecin spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 précité.
§ 2. ([4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin-spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou par un médecin-spécialiste en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. ([4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin candidat spécialiste en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
<AR 2002-11-25/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-12-1998> § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2005, le chef de service visé a l'article 8 peut également être un médecin spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 précité.
§ 2. ([4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin-spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou par un médecin-spécialiste en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. ([4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4, la permanence médicale peut également être assurée par un médecin candidat spécialiste en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
Art.13_FRANSE_GEMEENSCHAP.
<KB 2002-11-25/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([2 [3 Tot en met 31 december 2024]3, voor de universitaire ziekenhuizen,]2 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. ([2 [3 Tot 31 december 2024]3, voor de universitaire ziekenhuizen,]2 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
<KB 2002-11-25/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([2 [3 Tot en met 31 december 2024]3, voor de universitaire ziekenhuizen,]2 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. ([2 [3 Tot 31 december 2024]3, voor de universitaire ziekenhuizen,]2 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
Art.13_REGION_FLAMANDE.
<AR 2002-11-25/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-12-1998> § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2005, le chef de service visé a l'article 8 peut également être un médecin spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 précité.
§ 2. ([2 [3 [4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4]3 inclus]2, la permanence médicale peut également être assurée [4 par un médecin spécialiste]4 dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou [4 par un médecin spécialiste]4 en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. (-2 [3 [4 Jusqu'au31 décembre 2028 ]4]3 inclus]2, la permanence médicale peut également être assurée par un [4 médecin spécialiste]4 en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
<AR 2002-11-25/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-12-1998> § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2005, le chef de service visé a l'article 8 peut également être un médecin spécialiste dans une des disciplines visées à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 12 novembre 1993 précité.
§ 2. ([2 [3 [4 Jusqu'au 31 décembre 2028]4]3 inclus]2, la permanence médicale peut également être assurée [4 par un médecin spécialiste]4 dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, de l'arrêté ministériel précité du 14 février 2005 [1 ou [4 par un médecin spécialiste]4 en gériatrie]1.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 3. (-2 [3 [4 Jusqu'au31 décembre 2028 ]4]3 inclus]2, la permanence médicale peut également être assurée par un [4 médecin spécialiste]4 en formation dans une des disciplines visées à l'article 2, 1°, du même arrêté ministériel du 14 février 2005, [1 par un médecin candidat spécialiste en formation en gériatrie]1 pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisé dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spécialisés " avec tous les aspects afférents à la réanimation et au traitement médical d'urgence.) <AR 2006-03-05/42, art. 3, 005; En vigueur : 01-04-2006>
§ 4. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut prolonger la période transitoire visée aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avère qu'à son expiration, un nombre encore insuffisant de médecins répond aux conditions visées aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
Art.13_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
CHAPITRE V. - (VI dans la version publiée au Moniteur) Dispositions finales.
Art.13_VLAAMS_GEWEST.
<KB 2002-11-25/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([3 [4 Tot en met 31 december 2028]4]3 kan de medische permanentie ook worden [4 waargenomen door een arts-specialist]4 in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. ([3 [4 Tot en met 31 december 2028]4]3 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een [4 arts-specialist]4 in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
<KB 2002-11-25/34, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1998> § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. ([3 [4 Tot en met 31 december 2028]4]3 kan de medische permanentie ook worden [4 waargenomen door een arts-specialist]4 in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een geneesheer-specialist in de geriatrie]1.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 3. ([3 [4 Tot en met 31 december 2028]4]3 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een [4 arts-specialist]4 in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 [1 of door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in de geriatrie]1 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.) <KB 2006-03-05/42, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
Wijzigingen
Art. 14. L'annexe 1 de l'arrêté royal du 28 novembre 1986 fixant les normes auxquelles un service d'imagerie médicale où est installé un tomographe axial transverse doit répondre pour être agréé comme service médical technique dans le sens de l'article 6bis, § 2, 6°bis, de la loi sur les hôpitaux, modifié par l'arrêté royal du 12 août 1991, est abrogé.
HOOFDSTUK V. - (VI in de op het Staatsblad gepubliceerde versie) Slotbepalingen.
Art. 15. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du sixième mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge, à l'exception des articles 1er, 2 et 3, § 1er, alinéas 1er, 1°, 3°, 5°, 6°, 7°, et 8°, et 2, qui entrent en vigueur le premier jour du vingt-quatrième mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
Art. 14. De bijlage 1 van het koninklijk besluit van 28 november 1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°bis, van de wet op de ziekenhuizen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 augustus 1991, wordt opgeheven.
Art. 16. Notre Ministre de la Santé publique et des Pensions et Notre Ministre des Affaires sociales sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Art. 15. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de zesde maand volgend op deze gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 1, 2 en 3, § 1, eerste lid, 1°, 3°, 5°, 6°, 7°, en 8°, en tweede lid, die in werking treden de eerste dag van de vierentwintigste maand volgend op deze gedurende welke dit besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
-
Art. 16. Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
-