Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 JANUARI 1998. - Koninklijk besluit betreffende het palliatief verlof en tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 februari 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan voor de personeelsleden van de Rechterlijke Orde.
Titre
9 JANVIER 1998. - Arrêté royal concernant le congé pour soins palliatifs et modifiant l'arrêté royal du 27 février 1992 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle pour les membres du personnel de l'Ordre judiciaire.
Documentinformatie
Numac: 1998010010
Datum: 1998-01-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1998010010
Date: 1998-01-09
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 februari 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan voor de personeelsleden van de Rechterlijke Orde, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Artikel 1. Dit besluit is van toepassing, voor zover zij in vast verband benoemd zijn, op :
  - de personeelsleden van de griffies en de parketsecretariaten;
  - de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie;
  - de bemiddelingsassistenten;
  - de personeelsleden die bekleed zijn met graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist en opgericht krachtens artikel 185, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. "
Article 1. L'article 1er de l'arrêté royal du 27 février 1992 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle pour les membres du personnel de l'Ordre judiciaire est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 1. Le présent arrêté est applicable, pour autant qu'ils soient nommés à titre définitif :
  - aux membres du personnel des greffes et des secrétariats de parquets;
  - aux attachés au Service de la Documentation et de la Concordance des textes, auprès de la Cour de Cassation;
  - aux assistants de médiation;
  - aux membres du personnel, titulaires d'un grade de qualification particulière, créé conformément à l'article 185, alinéa 1er, du Code judiciaire. ".
Art. 2. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden "zestig maanden" vervangen door de woorden "tweeënzeventig maanden";
  2°
  § 1 wordt aangevuld met de volgende leden :
  "In afwijking op de bepalingen van het vorig lid, wordt de minimumduur vastgesteld op twaalf weken indien de onderbreking door de werknemer wordt aangevraagd naar aanleiding van de geboorte van zijn kind.
  Ten einde te kunnen genieten van de bepaling van het tweede lid dient de loopbaanonderbreking :
  - onmiddellijk aan te sluiten op de periodes bedoeld in artikel 39 van de wet van 16 maart 1971 indien het een vrouwelijke werknemer betreft :
  - ten laatste een aanvang te nemen op de eerste dag die volgt op de periode van acht weken vanaf de geboorte van het kind, indien het een mannelijke werknemer betreft.
  De mannelijke werknemer kan van de bepalingen van dit artikel genieten in zoverre de afkomst van het kind te zijnen opzichte vaststaat. " ;
  3° er wordt een § 4 toegevoegd, luidend als volgt :
  "§ 4. In afwijking van de bepalingen van artikel 2 en van de voorgaande paragrafen, kunnen de in vast verband benoemde personeelsleden hun loopbaan onderbreken voor een periode van één maand, eventueel verlengbaar met één maand, teneinde palliatieve zorgen te verstrekken aan een persoon krachtens de bepalingen van artikel 100bis van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen.
  Onder palliatieve verzorging wordt verstaan elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden.
  Het personeelslid dat om deze reden zijn loopbaan wil onderbreken, brengt er de overheid waaronder hij ressorteert van op de hoogte, voegt bij die mededeling het formulier bedoeld in artikel 15 alsmede een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging behoeft en waaruit blijkt dat het personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging te verlenen, zonder dat hierbij de indentiteit van de patiënt wordt vermeld.
  De onderbreking neemt aanvang de eerste dag van de week volgend op die gedurende dewelke de voormelde mededeling is gebeurd.
  De overheid vult het in artikel 15 vermelde formulier in en geeft het af aan het personeelslid. "
Art. 2. A l'article 3 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, les mots " soixante mois " sont remplacés par les mots " septante-deux mois ";
  2° le § 1er est complété par les alinéas suivants :
  " Par dérogation aux dispositions de l'alinéa précédent, la durée minimum est fixée à 12 semaines, lorsque l'interruption est demandée par le travailleur, à l'occasion de la naissance de son enfant.
  Pour pouvoir bénéficier de la disposition de l'alinéa 2, l'interruption de la carrière doit :
  - faire suite immédiatement aux périodes visées à l'article 39 de la loi du 16 mars 1971, s'il s'agit d'un travailleur féminin;
  - prendre cours, au plus tard, le premier jour qui suit la période de huit semaines, à dater du jour de la naissance de l'enfant, s'il s'agit d'un travailleur masculin.
  Le travailleur masculin peut bénéficier des dispositions du présent article, pour autant que la filiation soit établie à son égard. ";
  3° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Par dérogation aux dispositions de l'article 2 et des paragraphes précédents, les membres du personnel, nommés à titre définitif, peuvent interrompre leur carrière pour un mois, éventuellement prolongeable d'un mois, pour donner des soins palliatifs à une personne, en vertu de l'article 100bis de la loi de redressement du 22 janvier 1985 portant des dispositions sociales.
  Par soins palliatifs, on entend toute forme d'assistance, notamment médicale, sociale, administrative et psychologique, ainsi que les soins donnés à des personnes souffrant d'une maladie incurable et se trouvant en phase terminale.
  Le membre du personnel, qui veut interrompre sa carrière pour ce motif, en informe l'autorité dont il relève, joint à cette communication le formulaire de demande visé à l'article 15, ainsi qu'une attestation délivrée par le médecin traitant de la personne en nécessité de soins palliatifs et dont il paraît que le travailleur a déclaré qu'il est disposé à donner des soins palliatifs, sans que l'identité du patient soit mentionnée.
  L'interruption prend cours le premier jour de la semaine qui suit celle au cours de laquelle la communication précitée a été faite.
  L'autorité remplit le formulaire mentionné à l'article 15 et le délivre au membre du personnel. ".
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepalingen :
  "Art. 4. § 1. Aan het personeelslid dat zijn loopbaan overeenkomstig artikel 3 onderbreekt wordt een uitkering van 10 504 frank per maand toegekend.
  § 2. Het bedrag van de uitkering wordt nochtans tot 11 504 frank per maand verhoogd wanneer de loopbaanonderbreking ingaat binnen en termijn van drie jaar vanaf de geboorte of adoptie van een tweede of daaropvolgend kind waarvoor het personeelslid dat zijn loopbaan onderbreekt of zijn echtgenoot die onder hetzelfde dak woont, kinderbijslag ontvangt.
  Het bedrag van de uitkering wordt nochtans tot 12 504 frank verhoogd wanneer de loopbaanonderbreking ingaat binnen een termijn van drie jaar vanaf de geboorte of adoptie van een derde of daaropvolgend kind waarvoor de werknemer die zijn loopbaan onderbreekt, of zijn echtgenoot die onder hetzelfde dak woont, kinderbijslag ontvangt.
  De bedragen voorzien in het eerste of tweede lid blijven behouden, ook in geval van verlenging van de oorspronkelijke onderbrekingsperiode, tot maximaal de eerste dag van de maand volgend op de maand waarop het rechtgevend kind de leeftijd van drie jaar heeft bereikt of, in geval van adoptie, tot maximaal de eerste dag van de maand volgend op de maand gedurende dewelke de derde verjaardag van de homologatie van de adoptieakte wordt bereikt. In geval van overlijden van het kind dat het recht heeft geopend op dit bedrag blijft dit bedrag behouden voor de duur van de lopende onderbrekingsperiode of tot dat het kind de leeftijd van drie jaar zou hebben bereikt of de derde verjaardag van de homologatie van de adoptieakte zou bereikt worden.
  Indien een werknemer tijdens een lopende loopbaanonderbreking een aanvraag doet tot het bekomen van een verhoogde onderbrekingsuitkering zoals voorzien in het eerste of het tweede lid, kan deze verhoogde uitkering toegekend worden vanaf de eerste dag van de maand volgend op de aanvraag. Als aanvraag geldt hier het indienen van de bewijsstukken waarvan sprake is in het artikel 15, tweede lid.
  § 3. Wanneer de in de vorige paragrafen voorziene uitkeringen niet voor een volledige maand verschuldigd zijn worden ze verminderd naar verhouding van de werkelijke duur van de loopbaanonderbreking voor die maand.
  § 4. De in dit artikel bedoelde uitkeringen worden betaald door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening. " .
Art. 3. L'article 4 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 4. § 1er. Une allocation de 10 504 francs par mois est accordée au membre du personnel qui interrompt sa carrière, conformément à l'article 3.
  § 2. Le montant de l'allocation est toutefois porté à 11 504 francs par mois, lorsque l'interruption de la carrière prend cours dans un délai de trois ans, à partir d'une naissance ou une adoption postérieure à celle d'un premier enfant, pour lequel le membre du personnel, qui interrompt sa carrière, ou son conjoint vivant sous le même toit, percoit des allocations familiales.
  Le montant de l'allocation est toutefois porté à 12 504 francs par mois, lorsque l'interruption de la carrière prend cours dans un délai de trois ans, à partir de toute naissance ou adoption postérieure à celle d'un second enfant, pour lequel le travailleur ou son conjoint vivant sous le même toit, reçoit des allocations familiales.
  Les montants, prévus à l'alinéa 1er et 2, restent acquis, aussi en cas de prolongation de la période initiale d'interruption, au plus tard jusqu'au premier jour du mois suivant le mois au cours duquel l'enfant, qui a ouvert le droit, atteint l'âge de trois ans ou, en cas d'adoption, au plus tard jusqu'au premier jour du mois qui suit le mois au cours duquel le troisième anniversaire de l'homologation de l'acte d'adoption est atteint. En cas de décès de l'enfant qui a ouvert le droit à ce montant, ce dernier reste acquis jusqu'à la fin de la période d'interruption en cours ou jusqu'à ce que l'enfant eût atteint l'âge de trois ans ou le troisième anniversaire de l'homologation de l'acte d'adoption aurait été atteint.
  Si le travailleur, pendant une interruption en cours, sollicite le bénéfice d'une allocation majorée, telle que prévue aux alinéas 1er ou 2, celle-ci peut être octroyée à partir du premier jour du mois qui suit la demande. Est considérée comme demande, l'introduction des pièces justificatives dont question à l'article 15, alinéa 2.
  § 3. Lorsque les allocations, prévues aux paragraphes précédents, ne sont pas dues pour un mois complet, elles sont réduites au prorata de la durée réelle de l'interruption de carrière pour ce mois.
  § 4. Les allocations, visées dans le présent article, sont payées par l'Office national de l'Emploi. ".
Art. 4. In hetzelfde besluit worden een artikel 4bis en 4ter ingevoegd luidend als volgt :
  "Art. 4bis. De in artikel 4 vastgestelde bedragen blijven nochtans slechts behouden gedurende de eerste twaalf maanden van loopbaanonderbreking. Na deze periode worden ze verminderd met 5 pct.
  4ter. De onderbrekingsuitkeringen worden geïndexeerd en zijn gekoppeld aan de spilindex 143,59. De indexering geschiedt vanaf de tweede maand die volgt op het einde van de periode van twee maanden tijdens dewelke het gemiddeld indexcijfer het cijfer bereikt dat een wijziging rechtvaardigt.
  Voor de toepassing van deze indexering wordt het indexcijfer der consumptieprijzen van elke maand vervangen door het rekenkundig gemiddelde van het indexcijfer van de betrokkene maand en de indexcijfers der drie voorgaande maanden.
  Iedere maal dat het gemiddelde van het volgens het tweede lid vervangen indexcijfer van twee opeenvolgende maanden een der spilindexen bereikt of er op teruggebracht wordt, worden de onderbrekingsuitkeringen gekoppeld aan de spilindex 143,59 opnieuw berekend door de coëfficient 1,02n er op toe te passen waarin n de rang van de bereikte spilindex vertegenwoordigt.
  Te dien einde, wordt iedere spilindex aangeduid met een volgnummer die zijn rang opgeeft, het nr. 1 duidt de spilindex aan die volgt op de spilindex 143,59.
  Voor het berekenen van de coëfficiënt 1,02n, worden de breuken van een tienduizendste van een eenheid afgerond tot een hogere tienduizendste of weggelaten naargelang zij al dan niet 50 pct. van een tienduizendste bereiken.
  Wanneer het overeenkomstig de voorgaande bepalingen berekend bedrag der onderbrekingsuitkering een frankgedeelte bevat, wordt het tot de hogere of lagere frank afgerond naargelang het al dan niet 50 centimes bereikt."
Art. 4. Dans le même arrêté, sont insérés un article 4bis et 4ter, rédigés comme suit :
  " Art. 4bis. Les montants, fixés à l'article 4, ne restent cependant acquis que pendant les douze premiers mois de l'interruption de la carrière. Après cette période, ils sont diminués de 5 p.c.. ".
  " Art. 4ter. Les allocations d'interruption sont indexées et liées à l'indice-pivot 143,59. L'indexation est applicable à partir du deuxième mois qui suit la fin de la période de deux mois, pendant laquelle l'indice moyen atteint le chiffre qui justifie une modification.
  Pour l'application de cette indexation, l'indice des prix à la consommation de chaque mois est remplacé par la moyenne arithmétique de l'indice des prix du mois concerné et des indices des prix des trois mois précédents.
  Chaque fois que la moyenne des indices des prix, remplacés selon l'alinéa 2, de deux mois consécutifs atteint l'un des indices-pivot ou est ramené à l'un d'eux, les allocations d'interruption, rattachées à l'index-pivot 143,59, sont calculées à nouveau en les affectant du coefficient 1,02n, n représentant le rang de l'indice-pivot atteint.
  A cet effet, chacun des indices-pivot est désigné par un numéro de suite, indiquant son rang, le n° 1 désignant l'indice-pivot qui suit l'indice 143,59.
  Pour le calcul du coefficient 1,02n, les fractions de dix millième d'unités sont arrondies au dix millième supérieur ou négligées, selon qu'elles atteignent ou non 50 p.c. d'un dix millième.
  Quand le montant de l'allocation d'interruption, calculé conformément aux dispositions qui précèdent, comporte une fraction de franc, il est arrondi au franc supérieur, selon que la fraction de franc atteint ou n'atteint pas 50 centimes. ".
Art. 5. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 1. Behoudens onverenigbaarheden die voortvloeien uit de artikelen 293, 297, 298 en 299 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen de onderbrekingsuitkeringen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit een bijkomende activiteit als loontrekkende, die reeds werd uitgeoefend voor de onderbreking van de loopbaan.
  2° in § 2, eerste en derde lid, worden de woorden "de gewestelijke werkloosheidsinspecteur vervangen door de woorden "de directeur van het werkloosheidsbureau bedoeld in artikel 14."
Art. 5. A l'article 5 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Sous réserve des incompatibilités découlant des articles 293, 297, 298 et 299 du Code judiciaire, les allocations d'interruption peuvent être cumulées avec les revenus provenant d'une activité accessoire, en tant que travailleur salarié, déjà exercée avant l'interruption de la carrière. ";
  2° dans le § 2, alinéas 1er et 3, les mots " l'inspecteur régional du chômage " sont remplacés par les mots " le directeur du bureau du chômage visé à l'article 14 ".
Art. 6. In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de gewestelijke werkloosheidsinspecteur vervangen door de woorden "de directeur van het werkloosheidsbureau bedoeld in artikel 14".
Art. 6. Dans l'article 6, alinéa 1er, les mots " l'inspecteur régional du chômage " sont remplacés par les mots " le directeur du bureau de chômage visé à l'article 14 ".
Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "De onderbrekingsuitkeringen die ontvangen werden voor een periode die minder bedraagt dan de minimumtermijn voorzien in artikel 3 dienen te worden terugbetaald."
  2° in § 3 worden de woorden "de bevoegde inspecteur" vervangen door de woorden "de directeur van het werkloosheidsbureau bedoeld in artikel 14".
Art. 7. A l'article 8 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
  " Les allocations d'interruptions, percues pour une période inférieure aux minima prévus par l'article 3, doivent être remboursées. ";
  2° dans le § 3, les mots " de l'inspecteur régional compétent " sont remplacés par les mots " du directeur du bureau de chômage visé à l'article 14 ".
Art. 8. Artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Met toepassing van de bepalingen van artikel 100 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en van artikel 97, § 3, van de programmawet van 30 december 1988, dient de Minister van Justitie het personeelslid, behalve in geval van toepassing van artikel 3, § 4, gedurende de loopbaanonderbreking te vervangen door een werkloze die, op het ogenblik van de indiensttreding aan de volgende voorwaarden voldoet :
  a) ofwel vergoed worden in een uitkeringsstelsel van volledige uitkeringen voor alle dagen van de week;
  b) ofwel de hoedanigheid hebben van onvrijwillig deeltijds werknemer die uitkeringen geniet in toepassing van artikel 101, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering ofwel de hoedanigheid hebben van deeltijds werknemer met behoud van rechten die een inkomensgarantieuitkering geniet in toepassing van artikel 131bis van hetzelfde besluit."
Art. 8. L'article 10, alinéa 1er, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " En application des dispositions de l'article 100 de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et de l'article 97, § 3, de la loi-programme du 30 décembre 1988, le Ministre de la Justice est tenu, sauf en cas d'application de l'article 3, § 4, de remplacer le membre du personnel, pendant la période d'interruption de la carrière, par un chômeur qui, au moment de l'engagement, doit remplir les conditions suivantes :
  a) ou bien être indemnisé, dans un régime d'allocations complètes, pour tous les jours de la semaine;
  b) ou bien avoir la qualité de travailleur à temps partiel involontaire, bénéficiant d'allocations, en vertu de l'article 101, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, ou bien avoir la qualité de travailleur avec maintien des droits, bénéficiant d'une allocation de garantie de revenus, en application de l'article 131bis du même arrêté. ".
Art. 9. In de artikelen 14, 15, vierde lid, en 17, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "gewestelijk" telkens geschrapt.
Art. 9. Dans les articles 14, 15, alinéa 4, et 17, alinéa 1er, du même arrêté, le mot " régional " est chaque fois supprimé.
Art. 10. In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de woorden "gewestelijk werkloosheidsinspecteur" en "de inspecteur" respectievelijk vervangen door de woorden "De directeur van het werkloosheidsbureau" en "De directeur".
Art. 10. Dans l'article 18 du même arrêté, les mots " L'inspecteur régional du chômage " et " L'inspecteur " sont remplacés respectivement par les mots " Le directeur du bureau du chômage " et " Le directeur ".
Art. 11. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de woorden "de gewestelijke werkloosheidsinspecteur" telkens vervangen door de woorden "de directeur".
Art. 11. Dans l'article 19 du même arrêté, les mots " l'inspecteur régional du chômage " sont chaque fois remplacés par les mots " le directeur ".
Art. 12. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 13. Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 9 januari 1998;
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
Art. 13. Notre Ministre de l'Emploi et du Travail et Notre Ministre de la Justice sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 9 janvier 1998.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK