Artikel 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 16 december 1969 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige militairen wordt vervangen door het volgende opschrift :
"Koninklijk besluit tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige militairen en sommige van hun familieleden.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 OKTOBER 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1969 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige militairen.
Titre
29 OCTOBRE 1998. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 16 décembre 1969 réglant l'octroi d'une indemnité pour frais funéraires en cas de décès de certains militaires.
Documentinformatie
Numac: 1998007243
Datum: 1998-10-29
Info du document
Numac: 1998007243
Date: 1998-10-29
Tekst (6)
Texte (6)
Article 1. L'intitulé de l'arrêté royal du 16 décembre 1969 réglant l'octroi d'une indemnité pour frais funéraires en cas de décès de certains militaires est remplacé par l'intitulé suivant :
" Arrêté royal réglant l'octroi d'une indemnité pour frais funéraires en cas de décès de certains militaires et de certains membres de leur famille.
".
" Arrêté royal réglant l'octroi d'une indemnité pour frais funéraires en cas de décès de certains militaires et de certains membres de leur famille.
".
Art.2. Artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 8 april 1974 en 21 maart 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 1. Dit besluit is toepasselijk op :
1° het weddetrekkend personeel van de krijgsmacht, met uitzondering van de militairen met onbepaald verlof die wederoproepingen of vrijwillige prestaties van korte duur verrichten;
2° de in vredestijd aan de hand van een dienstneming of wederdienstneming dienende soldijtrekkende vrijwilligers, die zich in één van de volgende standen of deelstanden bevinden :
a) in werkelijke dienst;
b) in non-activiteit om gezondheidsredenen;
c) in non-activiteit bij tuchtmaatregel;
d) met schorsing bij ordemaatregel.".
"Artikel 1. Dit besluit is toepasselijk op :
1° het weddetrekkend personeel van de krijgsmacht, met uitzondering van de militairen met onbepaald verlof die wederoproepingen of vrijwillige prestaties van korte duur verrichten;
2° de in vredestijd aan de hand van een dienstneming of wederdienstneming dienende soldijtrekkende vrijwilligers, die zich in één van de volgende standen of deelstanden bevinden :
a) in werkelijke dienst;
b) in non-activiteit om gezondheidsredenen;
c) in non-activiteit bij tuchtmaatregel;
d) met schorsing bij ordemaatregel.".
Art.2. L'article 1er du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 8 avril 1974 et 21 mars 1991, est remplacé par la disposition suivante :
" Article 1. Le présent arrêté est applicable :
1° au personnel appointé des Forces armées à l'exception des militaires en congé illimité effectuant des rappels ou des prestations volontaires de courte durée;
2° aux volontaires, engagés ou rengagés du temps de paix, soldés, qui se trouvent dans une des positions ou sous-positions suivantes :
a) en service actif;
b) en non-activité pour raison médicale;
c) en non-activité par mesure disciplinaire;
d) en suspension par mesure d'ordre. ".
" Article 1. Le présent arrêté est applicable :
1° au personnel appointé des Forces armées à l'exception des militaires en congé illimité effectuant des rappels ou des prestations volontaires de courte durée;
2° aux volontaires, engagés ou rengagés du temps de paix, soldés, qui se trouvent dans une des positions ou sous-positions suivantes :
a) en service actif;
b) en non-activité pour raison médicale;
c) en non-activité par mesure disciplinaire;
d) en suspension par mesure d'ordre. ".
Art.3. Artikel 2, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 december 1973, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 3. De vergoeding mag het twaalfde niet overschrijden van het bedrag vastgesteld bij toepassing van artikel 39, 1e, 3de, 4de en 5de lid van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.".
"§ 3. De vergoeding mag het twaalfde niet overschrijden van het bedrag vastgesteld bij toepassing van artikel 39, 1e, 3de, 4de en 5de lid van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.".
Art.3. L'article 2, § 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 13 décembre 1973, est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. L'indemnité ne peut dépasser le douzième du montant fixé en application de l'article 39, alinéas 1er, 3, 4 et 5 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail. ".
" § 3. L'indemnité ne peut dépasser le douzième du montant fixé en application de l'article 39, alinéas 1er, 3, 4 et 5 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail. ".
Art.4. Een artikel 5bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Art. 5bis. In afwijking van de bepalingen van de artikelen 2, 3 en 5 genieten de rechthebbenden van de militairen overleden tijdens operaties buiten het nationaal grondgebied, die tegelijkertijd rechthebbende zijn van de bijzondere vergoeding voor morele schade overeenkomstig artikel 42 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, de terugbetaling van de gedragen begrafeniskosten evenwel beperkt tot een maximumbedrag van 150 000 frank.
In afwijking van de bepalingen van de artikelen 2, 3 en 5 genieten de militairen aangewezen in het buitenland of hun rechthebbenden, bij het overlijden van de militair of van één van zijn familieleden die met de militair in het buitenland verblijven, de terugbetaling van de kosten opgelopen voor de behandeling van het stoffelijk overschot evenwel beperkt tot een maximumbedrag van 40 000 frank.
De bedragen waarvan sprake in §§ 1 en 2 worden gekoppeld aan de mobiliteitsregeling toepasselijk op de wedden van het personeel der ministeries. Zij worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.".
"Art. 5bis. In afwijking van de bepalingen van de artikelen 2, 3 en 5 genieten de rechthebbenden van de militairen overleden tijdens operaties buiten het nationaal grondgebied, die tegelijkertijd rechthebbende zijn van de bijzondere vergoeding voor morele schade overeenkomstig artikel 42 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, de terugbetaling van de gedragen begrafeniskosten evenwel beperkt tot een maximumbedrag van 150 000 frank.
In afwijking van de bepalingen van de artikelen 2, 3 en 5 genieten de militairen aangewezen in het buitenland of hun rechthebbenden, bij het overlijden van de militair of van één van zijn familieleden die met de militair in het buitenland verblijven, de terugbetaling van de kosten opgelopen voor de behandeling van het stoffelijk overschot evenwel beperkt tot een maximumbedrag van 40 000 frank.
De bedragen waarvan sprake in §§ 1 en 2 worden gekoppeld aan de mobiliteitsregeling toepasselijk op de wedden van het personeel der ministeries. Zij worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.".
Art.4. Un article 5bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 5bis. En dérogation aux dispositions des articles 2, 3 et 5 les ayants-droit des militaires décédés pendant les opérations hors du territoire national, qui sont en même temps ayants-droit de l'indemnité spéciale pour dommages moraux conformément à l'article 42 de la loi du 1er août 1985 portant des mesures fiscales et autres, bénéficient du remboursement des frais funéraires encourus limité toutefois à un montant maximal de 150 000 francs.
En dérogation aux dispositions des articles 2, 3 et 5 les militaires affectés à l'étranger ou leurs ayants-droit bénéficient, lors du décès du militaire ou d'un des membres de sa famille résidant avec lui à l'étranger, du remboursement des frais de traitement de la dépouille mortelle limité toutefois à un montant maximal de 40 000 francs.
Les montants dont mention aux §§ 1er et 2 sont liés au régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des ministères. Ils sont liés à l'indice-pivot 138,01. ".
" Art. 5bis. En dérogation aux dispositions des articles 2, 3 et 5 les ayants-droit des militaires décédés pendant les opérations hors du territoire national, qui sont en même temps ayants-droit de l'indemnité spéciale pour dommages moraux conformément à l'article 42 de la loi du 1er août 1985 portant des mesures fiscales et autres, bénéficient du remboursement des frais funéraires encourus limité toutefois à un montant maximal de 150 000 francs.
En dérogation aux dispositions des articles 2, 3 et 5 les militaires affectés à l'étranger ou leurs ayants-droit bénéficient, lors du décès du militaire ou d'un des membres de sa famille résidant avec lui à l'étranger, du remboursement des frais de traitement de la dépouille mortelle limité toutefois à un montant maximal de 40 000 francs.
Les montants dont mention aux §§ 1er et 2 sont liés au régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des ministères. Ils sont liés à l'indice-pivot 138,01. ".
Art.5. Dit besluit is enkel toepasselijk op de leden van de krijgsmacht.
Art.5. Le présent arrêté ne s'applique qu'aux membres des Forces armées.
Art. 6. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 29 oktober 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
J.-P. PONCELET
De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY
Gegeven te Brussel, 29 oktober 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
J.-P. PONCELET
De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY
Art. 6. Notre Ministre de la Défense nationale est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 29 octobre 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense nationale,
J.-P. PONCELET
Le Ministre du Budget,
H. VAN ROMPUY
Donné à Bruxelles, le 29 octobre 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense nationale,
J.-P. PONCELET
Le Ministre du Budget,
H. VAN ROMPUY