Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 APRIL 1998. - Koninklijk besluit houdende toekenning van een toelage ter vereffening van een achterstallig bedrag aan sommige ambtenaren in de rijksbesturen en aan het personeel van de griffies en parketten.
Titre
16 AVRIL 1998. - Arrêté royal accordant une allocation pour paiement d'arriérés à certains agents des administrations de l'Etat et au personnel des greffes et parquets.
Documentinformatie
Numac: 1998002045
Datum: 1998-04-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1998002045
Date: 1998-04-16
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK I. - Toekenning van een toelage ter vereffening van een achterstallig bedrag aan sommige ambtenaren in de rijksbesturen
CHAPITRE Ier. - Octroi d'une allocation pour paiement d'arriérés à certains agents des administrations de l'Etat
Artikel 1. Een toelage ter vereffening van een achterstallig bedrag wordt toegekend :
  1° aan de vastbenoemde Rijksambtenaren in de federale ministeries, met uitzondering van de ambtenaren-generaal;
  2° aan de vastbenoemde ambtenaren van de federale instellingen van openbaar nut, onderworpen aan het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, met uitzondering van de leidende ambtenaren.
Article 1. Une allocation pour paiement d'arriérés est accordée :
  1° aux agents de l'Etat nommés à titre définitif dans les ministères fédéraux, à l'exception des fonctionnaires généraux;
  2° aux agents nommés à titre définitif des organismes fédéraux d'intérêt public, soumis à l'arrêté royal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public, à l'exception des fonctionnaires dirigeants.
Art. 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk, wordt verstaan onder :
  1° "jaarwedde" : de wedde of het loon, de eventuele haard- of standplaatstoelage inbegrepen;
  2° "volledige prestaties" : de prestaties waarvan de uurregeling een normale beroepsactiviteit volkomen in beslag neemt;
  3° "eerste bevordering" : de bevordering door verhoging in graad of door verhoging in weddeschaal in een graad waarvan de betrekking vacant is op de datum van inwerkingtreding van de (nieuwe) personeelsformatie;
  4° "personeelsformatie" : het koninklijk besluit houdende vaststelling van de personeelsformatie, genomen ter uitvoering van de algemene weddeherziening voor de niveaus 2, 3 en 4;
  5° nieuwe personeelsformatie" : het koninklijk besluit houdende vaststelling van de personeelsformatie, genomen ter uitvoering van de algemene weddeherziening voor de niveaus 1 en 2+ of het koninklijk besluit houdende vaststelling van de personeelsformatie, genomen ter uitvoering van de algemene weddeherziening voor de niveaus 4, 3, 2, 2+ en 1;
  6° "koninklijk besluit van 14 september 1994" : het koninklijk besluit van 14 september 1994 houdende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 2, 3 en 4;
  7° "koninklijk besluit van 10 april 1995" : het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+;
  8° "koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbanen" : het koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van de bestuurlijke eenheid tot dewelke zij behoren;
  9° "koninklijk besluit tot vaststelling van de weddeschalen" : het koninklijk besluit tot vaststelling van de weddeschalen verbonden aan de bijzondere graden van de bestuurlijke entiteit tot dewelke zij behoren.
Art. 2. Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
  1° "traitement annuel" : le traitement ou le salaire, y compris l'allocation de foyer ou de résidence éventuelle;
  2° "prestations complètes" : les prestations dont l'horaire est tel qu'elles absorbent totalement une activité professionnelle normale;
  3° "première promotion" : la promotion par avancement de grade ou par avancement barémique dans un grade dont l'emploi est vacant à la date d'entrée en vigueur du (nouveau) cadre organique;
  4° "cadre organique" : l'arrêté royal portant fixation du cadre organique, pris en exécution de la révision générale des barèmes pour les niveaux 2, 3 et 4;
  5° "nouveau cadre organique" : l'arrêté royal portant fixation du cadre organique, pris en exécution de la révision générale des barèmes pour les niveaux 1 et 2+ ou l'arrêté royal portant fixation du cadre organique, pris en exécution de la révision générale des barèmes pour les niveaux 4, 3, 2, 2+ et 1;
  6° "arrêté royal du 14 septembre 1994" : l'arrêté royal du 14 septembre 1994 portant simplification de la carrière de certains agents des administrations de l'Etat appartenant aux niveaux 2, 3 et 4;
  7° "arrêté royal du 10 avril 1995" : l'arrêté royal du 10 avril 1995 portant simplification de la carrière de certains agents des administrations de l'Etat appartenant aux niveaux 1 et 2+;
  8° "arrêté royal portant simplification des carrières" : l'arrêté royal portant simplification de la carrière de certains agents de l'entité administrative à laquelle ils appartiennent;
  9° "arrêté royal fixant les échelles de traitement" : l'arrêté royal fixant les échelles de traitement des grades particuliers de l'entité administrative à laquelle ils appartiennent.
Art. 3. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaren bedoeld in artikel 1,
  - titularis van een graad van niveau 2, 3 of 4, die, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de personeelsformatie van de bestuurlijke entiteit tot dewelke zij behoren, een eerste bevordering verkrijgen in toepassing van het koninklijk besluit van 14 september 1994 of van het koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbanen van de niveaus 2, 3 en 4 of van het koninklijk besluit tot vaststelling van de weddeschalen;
  - titularis van een graad van niveau 1 of 2+, die, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe personeelsformatie van de bestuurlijke entiteit tot dewelke zij behoren, een eerste bevordering verkrijgen in toepassing van het koninklijk besluit van 10 april 1995 of van het koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbanen van de niveaus 1 en 2+ of van het koninklijk besluit tot vaststelling van de weddeschalen.
  § 2. In afwijking van § 1, worden uitgesloten van het voordeel van de in artikel 4 vastgestelde toelage :
  - de ambtenaren die een eerste bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen, die niet onderworpen is aan de vacantverklaring van een betrekking;
  - de ambtenaren die geslaagd zijn in het examen voor verhoging in weddeschaal en die die weddeschaal verkrijgen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum van het proces-verbaal van afsluiting van dat examen;
  - de ambtenaren die een eerste bevordering bekomen of bekomen hebben waarvoor een examen is voorgeschreven, dat regelmatig en zonder onderbreking is georganiseerd;
  - de ambtenaren die een eerste bevordering bekomen of bekomen hebben in toepassing van artikel 60 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel;
  - de ambtenaren die uit hoofde van hun graad een vlakke loopbaan hebben;
  - de overgeplaatste ambtenaren die, in hun overheidsdienst van oorsprong, reeds een eerste bevordering hebben bekomen dewelke aanleiding heeft gegeven tot de toekenning van de in artikel 4 bedoelde toelage.
Art. 3. § 1er. Le présent chapitre s'applique aux agents visés à l'article 1er,
  - titulaires d'un grade des niveaux 2, 3 ou 4, qui, à partir de la date d'entrée en vigueur du cadre organique de l'entité administrative à laquelle ils appartiennent, obtiennent une première promotion en application de l'arrêté royal du 14 septembre 1994 ou de l'arrêté royal portant simplification des carrières des niveaux 2, 3 et 4 ou de l'arrêté royal fixant les échelles de traitement;
  - titulaires d'un grade des niveaux 1 ou 2+, qui, à partir de la date d'entrée en vigueur du nouveau cadre organique de l'entité administrative à laquelle ils appartiennent, obtiennent une première promotion en application de l'arrêté royal du 10 avril 1995 ou de l'arrêté royal portant simplification des carrières des niveaux 1 et 2+ ou de l'arrêté royal fixant les échelles de traitement.
  § 2. Par dérogation au § 1er, sont exclus de l'avantage de l'allocation fixée à l'article 4 :
  - les agents y visés qui obtiennent une première promotion par avancement barémique qui n'est pas soumise à la vacance d'un emploi;
  - les agents qui ont réussi l'examen d'avancement barémique et qui obtiennent l'échelle de traitement y afférente à partir du premier jour du mois qui suit la date du procès-verbal de clôture dudit examen;
  - les agents qui obtiennent ou ont obtenu une première promotion qui est subordonnée à la réussite d'un examen, lequel est organisé régulièrement et sans interruption;
  - les agents qui obtiennent ou ont obtenu une première promotion en application de l'article 60 de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat;
  - les agents qui en raison de leur grade bénéficient d'une carrière plane;
  - les agents transférés qui, dans leur service public d'origine, ont déjà obtenu une première promotion qui a donné lieu à l'octroi de l'allocation visée à l'article 4.
Art. 4. § 1. Het bedrag van de toelage is gelijk aan het verschil tussen de door de ambtenaar bij zijn eerste bevordering verkregen jaarwedde en de jaarwedde die hij genoot in toepassing van het koninklijk besluit tot vaststelling van de weddeschalen of van de conversietabel :
  - voor de niveaus 2, 3 en 4, in bijlage II van het koninklijk besluit van 14 september 1994 of in bijlage van het koninklijk besluit tot vaststelling van de weddeschalen verbonden aan de bijzondere graden behorende tot de niveaus 4, 3 en 2;
  - voor de niveaus 2+ en 1, in bijlage II van het koninklijk besluit van 10 april 1995 of in bijlage van het koninklijk besluit tot vaststelling van de weddeschalen verbonden aan de bijzondere graden behorende tot de niveaus 2+ en 1.
  § 2. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel der ministeries, geldt eveneens voor de toelage ter vereffening van een achterstallig bedrag.
  Zij wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.
Art. 4. § 1er. Le montant de l'allocation pour paiement d'arriérés est égal à la différence entre le traitement annuel que l'agent obtient suite au bénéfice de sa première promotion et le traitement annuel dont il bénéficiait en application de l'arrêté royal fixant les échelles de traitement ou du tableau de conversion :
  - pour les niveaux 2, 3 et 4, en annexe II de l'arrêté royal du 14 septembre 1994 ou en annexe de l'arrêté royal fixant les échelles de traitement liées aux grades particuliers appartenant aux niveaux 4, 3 et 2;
  - pour les niveaux 2+ et 1, en annexe II de l'arrêté royal du 10 avril 1995 ou en annexe de l'arrêté royal fixant les échelles de traitement liées aux grades particuliers appartenant aux niveaux 2+ et 1.
  § 2. Le régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des ministères, s'applique également à l'allocation pour paiement d'arriérés.
  Elle est rattachée à l'indice-pivot 138,01.
Art. 5. § 1. De belanghebbende bekomt het volledig bedrag van de in artikel 4 bepaalde toelage voor zover hij zich gedurende het ganse jaar dat aan zijn bevordering voorafgaat, in de volgende voorwaarden bevindt :
  1° als titularis van een ambt met volledige prestaties, het volledig voordeel van zijn geïndexeerde jaarwedde te hebben genoten;
  2° de voorwaarden te hebben vervuld met betrekking tot de administratieve stand, beoordeling of evaluatie, anciënniteit en de vereisten inzake taal.
  § 2. Wanneer de belanghebbende als titularis van een ambt met volledige prestaties niet het volledig voordeel van de in § 1, 1°, bedoelde wedde heeft genoten, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld naar rata van het bedrag dat hij werkelijk heeft ontvangen.
  § 3. Wanneer de belanghebbende niet alle bij § 1, 2°, gestelde voorwaarden vervulde, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld naar rata van het aantal volledige maanden tijdens de welke hij zich werkelijk in alle vereiste voorwaarden bevond.
  § 4. Wanneer de belanghebbende de eerste bevordering in 1996 heeft bekomen, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld overeenkomstig artikel 4 en de §§ 1 tot 3, gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal volledige maanden verlopen tussen 1 januari 1996 en de datum van bevordering.
Art. 5. § 1er. L'intéressé percoit le montant total de l'allocation fixé à l'article 4, pour autant qu'il remplisse les conditions suivantes pendant toute l'année qui précède l'octroi de la promotion :
  1° en tant que titulaire d'une fonction comportant des prestations complètes, avoir percu pleinement son traitement annuel indexé;
  2° remplir les conditions en matière de position administrative, de signalement ou d'évaluation, d'ancienneté et les exigences en matière linguistique.
  § 2. Si l'intéressé n'a pas bénéficié pleinement du traitement visé au § 1er, 1°, comme titulaire d'une fonction comportant des prestations complètes, le montant de l'allocation est calculé au prorata du montant qu'il a effectivement percu.
  § 3. Si l'intéressé ne remplissait pas toutes les conditions visées au § 1er, 2°, le montant de l'allocation est calculé au prorata du nombre de mois entiers au cours desquels il remplissait effectivement toutes les conditions requises.
  § 4. Si l'intéressé a obtenu la première promotion en 1996, le montant de l'allocation fixé conformément à l'article 4 et aux §§ 1er à 3, est divisé par 12 et multiplié par le nombre de mois entiers écoulés entre le 1er janvier 1996 et la date de la promotion.
Art. 6. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996.
Art. 6. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 1996.
HOOFDSTUK II. - Toekenning van een toelage ter vereffening van een achterstallig bedrag aan het personeel van de griffies en parketten
CHAPITRE II. - Octroi d'une allocation pour paiement d'arriérés au personnel des greffes et parquets
Art. 7. Een toelage ter vereffening van een achterstallig bedrag wordt toegekend aan de vastbenoemde personeelsleden van de griffies en parketten, met uitzondering van de personeelsleden titularis van de graad van directeur, eerste attaché-hoofd van dienst, eerste attaché en attaché.
Art. 7. Une allocation pour paiement d'arriérés est accordée aux membres du personnel nommés à titre définitif des greffes et parquets, à l'exception des membres du personnel titulaires des grades de directeur, de premier attaché-chef de service, de premier attaché et d'attaché.
Art. 8. Voor de toepassing van dit hoofdstuk, wordt verstaan onder :
  1° "jaarwedde" : de wedde of het loon, de eventuele haard- of standplaatstoelage inbegrepen;
  2° "volledige prestaties" : de prestaties waarvan de uurregeling een normale beroepsactiviteit volkomen in beslag neemt;
  3° "eerste bevordering" : de bevordering door verhoging in graad of door verhoging in weddeschaal in een graad, waarvan de betrekking vacant is op de datum van inwerkingtreding van de personeelsformatie;
  4° "personeelsformatie" : de koninklijke besluiten houdende vaststelling van de personeelsformatie van het personeel van de onderscheiden griffies en parketten.
Art. 8. Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
  1° "traitement annuel" : le traitement ou le salaire, y compris l'allocation de foyer ou de résidence éventuelle;
  2° "prestations complètes" : les prestations dont l'horaire est tel qu'elles absorbent totalement une activité professionnelle normale;
  3° "première promotion" : la promotion par avancement de grade ou par avancement barémique dans un grade dont l'emploi est vacant à la date d'entrée en vigueur du cadre organique;
  4° "cadre organique" : les arrêtés royaux déterminant le cadre du personnel des différents greffes et parquets.
Art. 9. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de personeelsleden bedoeld in artikel 7 die te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de personeelsformatie van de betrokken griffie of parket, een eerste bevordering verkrijgen in toepassing van het koninklijk besluit van 19 maart 1996 houdende oprichting en vereenvoudiging, in de griffies en parketten bij de hoven en rechtbanken, van de loopbaan van de graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist en tot vaststelling van de bezoldigingsregeling ervan en tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van de griffies en parketten bij de hoven en rechtbanken en van de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie.
  § 2. In afwijking van § 1, worden de personeelsleden die een eerste bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen, die niet onderworpen is aan de vacantverklaring van een betrekking, uitgesloten van het voordeel van de in artikel 10 vastgestelde toelage.
Art. 9. § 1er. Le présent chapitre s'applique aux membres du personnel visés à l'article 7 qui à partir de la date d'entrée en vigueur du cadre organique du greffe ou du parquet concerné, obtiennent une première promotion en application de l'arrêté royal du 19 mars 1996 portant création et simplification de la carrière des grades de qualification particulière dans les greffes et les parquets des cours et tribunaux, en fixant le statut pécuniaire ainsi que le statut pécuniaire du personnel des greffes et des parquets des cours et tribunaux et les attachés au service de la documentation et de la concordance des textes auprès de la Cour de cassation.
  § 2. Par dérogation au § 1er, les membres du personnel y visés qui obtiennent une première promotion par avancement barémique qui n'est pas soumise à la vacance d'un emploi, sont exclus du bénéfice de l'allocation fixée à l'article 10.
Art. 10. § 1. Het bedrag van de toelage is gelijk aan het verschil tussen de door het personeelslid bij zijn eerste bevordering verkregen jaarwedde en de jaarwedde die hij genoot.
  § 2. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel der ministeries, geldt eveneens voor de toelage ter vereffening van een achterstallig bedrag.
  Zij wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.
Art. 10. § 1er. Le montant de l'allocation pour paiement d'arriérés est égal à la différence entre le traitement annuel que le membre du personnel obtient suite au bénéfice de sa première promotion et le traitement annuel dont il bénéficiait.
  § 2. Le régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des ministères, s'applique également à l'allocation pour paiement d'arriérés.
  Elle est rattachée à l'indice-pivot 138,01.
Art. 11. § 1. De belanghebbende bekomt het volledig bedrag van de in artikel 10 bepaalde toelage voor zover hij zich gedurende het ganse jaar dat aan zijn bevordering voorafgaat, in de volgende voorwaarden bevindt :
  1° als titularis van een ambt met volledige prestaties, het volledig voordeel van zijn geïndexeerde jaarwedde te hebben genoten;
  2° de voorwaarden te hebben vervuld met betrekking tot de beoordeling of evaluatie en anciënniteit.
  § 2. Wanneer de belanghebbende als titularis van een ambt met volledige prestaties niet het volledig voordeel van de in § 1, 1°, bedoelde wedde heeft genoten, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld naar rata van het bedrag dat hij werkelijk heeft ontvangen.
  § 3. Wanneer de belanghebbende niet alle bij § 1, 2°, gestelde voorwaarden vervulde, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld naar rata van het aantal volledige maanden tijdens dewelke hij zich werkelijk in alle vereiste voorwaarden bevond.
  § 4. Wanneer de eerste bevordering vóór 1 december 1997 wordt bekomen, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld naar rata van het aantal volledige maanden verlopen tussen 1 december 1996 en de datum van de bevordering.
Art. 11. § 1er. L'intéressé percoit le montant total de l'allocation fixée à l'article 10, pour autant qu'il remplisse les conditions suivantes pendant toute l'année qui précède l'octroi de la promotion :
  1° en tant que titulaire d'une fonction comportant des prestations complètes, avoir percu pleinement son traitement annuel indexé;
  2° remplir les conditions requises en matière de signalement ou d'évaluation et d'ancienneté.
  § 2. Si l'intéressé n'a pas bénéficié pleinement du traitement visé au § 1er, 1°, comme titulaire d'une fonction comportant des prestations complètes, le montant de l'allocation est calculé au prorata du montant qu'il a effectivement percu.
  § 3. Si l'intéressé ne remplissait pas toutes les conditions visées au § 1er, 2°, le montant de l'allocation est calculé au prorata du nombre de mois entiers au cours desquels il remplissait effectivement toutes les conditions requises.
  § 4. Lorsque la première promotion est octroyée avant le 1er décembre 1997, le montant de l'allocation est calculé au prorata du nombre de mois entiers écoulés entre le 1er décembre 1996 et la date de la promotion.
Art. 12. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 december 1996.
Art. 12. Le présent chapitre produit ses effets le 1er décembre 1996.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen
CHAPITRE III. - Dispositions finales
Art. 13. § 1. Het recht op de toelage wordt geopend de dag dat de ambtenaar of het personeelslid zich in de vereiste voorwaarden bevindt voor de bevordering.
  § 2. De toelage ter vereffening van een achterstallig bedrag wordt in éénmaal betaald.
  § 3. De toelage ter vereffening van een achterstallig bedrag is onderworpen aan de bijdrage voor het stelsel van de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit (sector gezondheidszorgen) en aan de bijzondere bijdrage voor de financiering van het stelsel van de sociale zekerheid.
  De toelage is evenwel niet onderworpen aan de inhouding bestemd voor de financiering van het wettelijk pensioen.
Art. 13. § 1er. Le droit à l'allocation prend naissance le jour où l'agent ou le membre du personnel remplit toutes les conditions requises pour la promotion.
  § 2. L'allocation pour paiement d'arriérés est payée en une fois.
  § 3. L'allocation pour paiement d'arriérés est soumise à la cotisation pour le régime d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité (secteur des soins de santé) et à la cotisation spéciale pour le financement du régime de la sécurité sociale.
  L'allocation n'est toutefois pas soumise à la retenue destinée au financement de la pension légale.
Art. 14. Onder voorbehoud van het recht van de belanghebbenden om de geschillen die kunnen rijzen, te laten beslechten door de bevoegde rechtscolleges, regelt de voor ambtenarenzaken bevoegde Minister, na adiëring door de Minister onder wiens gezag de belanghebbende staat, de moeilijkheden van administratieve aard die ten gevolge van de toepassing van de voorgaande bepalingen kunnen ontstaan.
Art. 14. Sous réserve du droit des intéressés de faire trancher les litiges qui peuvent survenir par les juridictions compétentes, le Ministre qui a la fonction publique dans ses attributions, saisi par le ministre sous l'autorité duquel l'intéressé est placé, règle les difficultés de nature administrative qui peuvent résulter de l'application des dispositions susmentionnées.
Art. 15. Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 16 april 1998.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Begroting,
  H. VAN ROMPUY
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  De Minister van Ambtenarenzaken,
  A. FLAHAUT
Art. 15. Nos Ministres et Nos Secrétaires d'Etat sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 16 avril 1998.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre du Budget,
  H. VAN ROMPUY
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK
  Le Ministre de la Fonction publique,
  A. FLAHAUT