Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 DECEMBER 1996. - Omzendbrief LNW 96/2 betreffende bebossing van landbouwgronden. - Besluit van de Vlaamse regering van 26 juni 1996 betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening (EEG)2080/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een communautaire steunmaatregel voor bosbouwmaatregelen in de landbouw. - Criteria te hanteren bij de adviesverlening door afdeling Natuur, afdeling Land en Administratie Land- en Tuinbouw.
Titre
10 DECEMBRE 1996. - Circulaire LNW 96/2. Règlement 2080/92 du Conseil du 30 juin 1992.
Tekst (6)
Texte (1)
Artikel M. (Om technische redenen wordt deze omzendbrief onderverdeeld in fictieve artikelen : M1 - M5).
Article M. (Pas de texte français, voir version néerlandaise).
Art. M1.   1. DOELSTELLING. Het Vlaams programma ter uitvoering van verordening (EEG) 2080/92 is een begeleidende maatregel in uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en heeft als doel de bebossing van landbouwgronden van 10.000 ha over de periode 1996-2001. Deze bosuitbreiding kadert in het ontwerp-Structuurplan Vlaanderen waar naast 10.000 ha ecologisch verantwoorde bosuitbreiding, eveneens ruimte voorzien wordt voor 10.000 ha bosaanleg binnen de bestaande agrarische structuur.
  De nieuwe subsidieregeling voor bebossing van landbouwgronden geeft aan alle mogelijke eigenaars of pachters van landbouwgrond de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen voor bebossing van landbouwgrond. Bosuitbreiding beantwoordt aan een maatschappelijke behoefte, op voorwaarde dat ze ingepast wordt in de ruimtelijke ordening en dat er rekening gehouden wordt met de bescherming van aanwezige natuurwaarden of landschappelijke waarden en met het behoud van de agrarische structuur. Deze voorwaarde wordt ingevuld door het bestaande stelsel van vergunningen en adviezen (Veldwetboek, vegetatiebesluit, bosdecreet, decreet houdende bescherming van landschappen en het subsidiebesluit van 26 juni 1996).
  Het opstellen van criteria voor de adviesverlening door afdeling Land, afdeling Natuur en administratie Land- en Tuinbouw heeft als doel enerzijds zicht te krijgen op het beleidsmatig aspect over de mogelijkheid tot bosuitbreiding en anderzijds duidelijkheid te creëren voor de burger. Iemand die een aanvraag voor subsidie voor bebossing wenst in te dienen moet aan de hand van de criteria op voorhand kunnen inschatten of zijn aanvraag in aanmerking komt of niet. Op die manier wordt heel wat overbodig en ontmoedigend werk vermeden.
  Het doel van de omzendbrief met de criteria is : te bevorderen dat de ingediende aanvragen (zorgvuldig ingevuld en na kennisname van de geldende criteria) voor het grootste deel uiteindelijk gunstig kunnen geadviseerd worden. Bovendien dienen de criteria zodanig opgesteld te worden dat het uiteindelijke doel, nl. bebossing van 10.000 ha landbouwgrond, effectief gerealiseerd wordt. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt evenzeer bij de ALT en afdeling Land en Natuur als bij afdeling Bos & Groen.
  Voorafgaande opmerking : alle adviezen worden verleend door de bevoegde ambtenaren van de provinciale buitendiensten van de betrokken afdeling.
-
Art. M2.   2. CRITERIA AFDELING NATUUR. Wettelijke basis :
  - vegetatiebesluit (16 juli 1996)
  * vergunning aan openbare eigenaars voor wijziging van vegetatie en/of lijn- en puntvormige elementen
  * advies aan de gemeente, bij aanvragen door particulieren
  - bosdecreet, artikel 87 : aanvragen door particulieren in natuurgebieden (al dan niet met wetenschappelijke waarde) en agrarische gebieden met ecologische waarde).
  - Subsidiebesluit bebossing van landbouwgronden (26 juni 1996), artikel 5, § 3, 11Lo - 2 : zowel openbare als particuliere eigenaars : vogelrichtlijngebieden, habitatgebieden, Ramsargebieden en valleigebieden.
  Criteria :
  1. In de hiernavolgende gevallen wordt een negatief advies gegeven bij bebossing van landbouwgronden in het kader van de EG-verordening 2080/92 :
  Biotooptypen die volgens de Biologische waarderingskaart werden gekarteerd als:
  - Moerassen (klasse M)
  - Graslanden (klasse H) met de karteringseenheden Hc, Hj, Hf, Hm, Hmo, Hmm, Hme, Ha, Hn, Hk, Hd, Hv, Hu, Hpr, Hp, Hp + Kb (a), Hp + Kb (p), Hp + Kb (s), Hp + Mr, Hp + Hc (+ Kn), Hp (fauna).
  - Heiden (klasse C)
  - Hoogvenen (klasse T)
  - Duinen, slikken en schorren (klasse D)
  - Vallei-, moeras- en veenbossen (klasse V)
  2. Voor zover de bebossing op de betrokken percelen in tegenspraak is met de doelstellingen van de bescherming van het gebied wordt in de hiernavolgende gevallen een negatief advies verleend.
  2.1 Vogelrichtlijngebieden.
  - De speciale beschermingszones vermeld in artikel 1, § 2, 2.1 tot en met 2.7 van het BVR d.d. 17 oktober 1988 tot aanwijzing van speciale beschermingszones in de zin van artikel 4 van de Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelbestand.
  - In de habitats van de speciale beschermingszones vermeld in artikel 1, § 3, 3.1 tot en met 3.16 van voormeld BVR d.d. 17 oktober 1988.
  - In de voor weidevogels belangrijke gebieden binnen de perimeter van de vogelrichtlijngebieden.
  2.2 - Habitatgebieden.
  De habitattypen van bijlage I en de gebieden waarin een populatie voorkomt van een soort uit bijlage II van de Europese Richtlijn 92/43/EEG (habitatrichtlijn) van 21 mei 1992, binnen de grenzen van de door de Vlaamse regering voorgestelde habitatgebieden (beslissing van 14 februari 1996).
  2.3 - Ramsargebieden.
  De Ramsargebieden die van internationale betekenis zijn voor watervogels.
  2.4 - Valleigebieden (gewestplanbestemming).
  De bodemseries met vochttrap e, f, g en kleiige bodemseries inclusief vochttrap d op de bodemkaart.
  Uitzonderingen.
  Aan de adviesverlenende ambtenaar moet een appreciatie-bevoegdheid worden toegekend zodat afgeweken kan worden van voormelde criteria in voorkomende gevallen, zoals :
  - totstandbrenging van een logische en eventueel historisch verantwoorde beheersentiteit;
  - de bodemtoestand die afwijkt van de bodemkaart of omwille van bodemsanering.
-
Art. M3.   3. CRITERIA AFDELING LAND. Wettelijke basis :
  - bosdecreet, artikel 87 : bebossing in agrarisch gebied door privé-eigenaars (zie onder A)
  - Subsidiebesluit bebossing van landbouwgronden (26 juni 1996), artikel 5, § 3, 11Lo - 3 : landbouwers in hoofdberoep of indien de pacht opgezegd is na 31 juli 1992. (zie onder B).
  criteria.
  A. agrarisch gebied (volgens gewestplan).
  1. Bos aansluitend bij bestaand bos (conform artikel 3 van het bosdecreet) met een minimum oppervlakte van 1 ha.
  In de regel : gunstig advies
  De adviesverlenende ambtenaar beschikt over een appreciatie-bevoegdheid om in geval van goede landbouwgronden die gelegen zijn binnen de draineringsklassen b, c en d, af te wijken van deze algemene regel.
  2. Bos niet aansluitend bij bestaand bos van minimum 1 ha.
  2.1 In de regel een gunstig advies voor:
  - gronden die in het raam van het subsidiebesluit voor bebossing van landbouwgronden als marginale landbouwgronden beschouwd worden. cfr. bijlage III bij het BVR van 26 juni 1996.
  - gronden die in het kader van het structuurplan van ruilverkaveling of een landinrichtingsproject of in het kader van een ruimtelijk bestemmingsplan (bijv. BPA, ...) bestemd zijn voor bebossing.
  - gronden met erosiegevaar (bijv. hellinggronden, winderosie).
  - geïsoleerde of strookvormige percelen die moeilijk integreerbaar zijn in een gangbare landbouwbedrijfsvoering.
  Strookvormige bebossing dient over een breedte van minstens 10 m effectief bebost te worden (bijv. smal perceel aan verschillende zijden begrensd door een landbouwweg, een waterloop, spoorweg, andere infrastructuur of een fysische hindernis waarbinnen geen cirkel met een straal van 75 m kan beschreven worden).
  - strookvormige bebossing op schouders van taluds en holle wegen (minimum breedte 10 m en maximumbreedte 30 m).
  2.2 Bijkomende mogelijkheden voor bebossing : de adviesverlenende ambtenaar kan krachtens zijn appreciatiebevoegdheid elke individuele aanvraag beoordelen. Voorbeelden :
  - gronden in grotere gebiedseenheden waar een combinatie van reliëf en afwisselende bodemseries leiden tot een eerder marginale landbouwgeschiktheid.
  - strookvormige bebossing als schermbos langs waterlopen (minimum breedte 10 m) ter voorkoming van instroming door slibdeeltjes, meststoffen en biociden.
  - bebossing in een groot aaneengesloten blok, die de landbouwstructuren niet aantast (bijv. bebossing door meerdere eigenaars/pachters samen, bebossing in agrarisch gebied dat reeds sterk aangetast is door zonevreemde bebouwing).
  - bebossingsprojecten die bosinbreiding in gebieden met verspreide bebossing bewerkstelligen.
  B. Landbouwers in hoofdberoep of indien de pacht opgezegd is na 31 juli 1992.
  (Dit advies is niet bindend in tegenstelling tot het advies conform art. 87 bosdecreet onder A.) Zelfde criteria als onder A.
-
Art. M4.   4. CRITERIA ADMINISTRATIE LAND- EN TUINBOUW. wettelijke basis :
  - Subsidiebesluit bebossing van landbouwgronden (26 juni 1996), artikel 5, § 3, 11L°- 3.
  criteria.
  4.1 Landbouwer in hoofdberoep :
  Dezelfde criteria worden gehanteerd als voor het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds : zelf het bedrijf exploiteren en er minstens 50% van zijn totale inkomen verwerven en meer dan 50% van zijn arbeidsduur aan de bedrijfsexploitatie besteden.
  Het betreft hier geen advies voor het al dan niet toekennen van de subsidie, het is ook geen adviesverlening in toepassing van het BVR van 26 juni 1996. Deze adviesverlening is een gevolg van het overleg met het federale ministerie van landbouw en kmo's.
  Landbouwer in hoofdberoep zijn is een voorwaarde voor het bekomen van enkele supplementen bij de bebossingssubsidie en ook van de inkomenssteun (cfr. federale luik van het programma voor bebossing van landbouwgronden).
  4.2 correcte toepassing van de pachtwet :
  De ALT controleert of bij de opzegging van de pacht, de pachtwet niet overtreden wordt.
  Opzeg voor eigen gebruik houdt in dat de eigenaar gedurende 9 jaar een persoonlijke, werkelijke exploitatie van het goed op zich neemt (artikel 9 pachtwet).
  In artikel 10 van de pachtwet wordt gesteld : "geen persoonlijke exploitatie is de aanplanting van het pachtgoed...met naaldbomen, loofbomen of heesters, tenzij het gaat om tuinbouw of om aanplanting die noodzakelijk is voor de bewaring van het goed. " Indien de eigenaar de pacht opgezegd heeft na 31 juli 1992, met als verantwoording opzeg voor eigen gebruik, zal de ALT steeds ongunstig advies verlenen voor de bebossing.
  Indien een procedure voor het opzeggen van de pachter lopende is en de aanvrager anticipeert op de feiten door de vergunning aan te vragen vóór de uitspraak van de rechtbank zal de ALT een ongunstig advies verlenen.
  4.3 de overeenstemming met de doelstellingen van het VLIF (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds).
  Indien de te bebossen grond geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van een verbeteringsplan of bedrijfsovername van een aangevraagd of goedgekeurd VLIF-dossier, zal de ALT nagaan of de te bebossen oppervlakte een grondige wijziging betekent van de landbouwexploitatie.
  Algemene regel : bebossing van meer dan 5 ha of meer dan 10% van de voor het verbeteringsplan of de bedrijfsovername in aanmerking genomen oppervlakte : negatief advies.
  Tenzij : bepaalde bedrijfsgronden die door hun aard of ligging een dermate marginaal karakter hebben dat zij slechts van ondergeschikt belang zijn voor de rentabiliteit van het bedrijf.
-
Art. M5.   5. ADVIES AFDELING BOS EN GROEN. Afdeling Bos en Groen geeft een tweeledig advies :
  1. beoordeling van het beplantingsplan. De subsidie kan enkel toegekend worden, na goedkeuring van het beplantingsplan door het Bosbeheer (art. 87 bosdecreet).
  2. een samenvatting en conclusie van de verschillende ingewonnen adviezen.
  Indien één van de vereiste vergunningen ontbreekt of één van de bindende adviezen is negatief (Land of Monumenten en Landschappen), zal het eindadvies van Bos en Groen altijd negatief zijn. Indien een niet bindend advies (ALT of Natuur) negatief is, kan Bos en Groen dit advies volgen of in haar advies argumenten aanbrengen om ervan af te wijken.
  Voor de aanvragen waarbij geen advies van afdeling Natuur vereist is, gaat afdeling Bos en Groen zelf na via de biologische waarderingskaart of zich op de te bebossen landbouwgrond een te beschermen vegetatietype bevindt. In geval van twijfel wordt ter plaatse nagegaan of de bebossing in overeenstemming is met de bescherming van de natuurwaarden.
  De uiteindelijke beslissing over de toekenning wordt genomen door de bevoegde minister.
  De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
  Th. Kelchtermans.
  De Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media,
  E. Van Rompuy.
-