Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 OKTOBER 1997. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-11-1997 en tekstbijwerking tot 24-10-2025)
Titre
7 OCTOBRE 1997. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă  l'expĂ©rience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 19-11-1997 et mise Ă  jour au 24-10-2025)
Documentinformatie
Numac: 1997036332
Datum: 1997-10-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1997036332
Date: 1997-10-07
Moniteur: Voir
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE I. - Définitions.
Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs of als een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs :
1° de tijd gedurende welke een persoon buiten het onderwijs diensten heeft verstrekt als werknemer of als zelfstandige;
2° de tijd gedurende welke een persoon in het onderwijs diensten heeft verstrekt, uitgezonderd de diensten gepresteerd in door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit worden de personen werkzaam in een familiezaak en de zelfstandige helpers gelijkgesteld met zelfstandigen onderworpen aan de socialezekerheidsregeling.
§ 3. [1 In dit besluit wordt verstaan onder zomervakantie : de vakantie die begint op 1 juli en eindigt op 31 augustus.]1
§ 4. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "leerovereenkomst" : de leerovereenkomst, bedoeld in de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst en in [1 het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd Vlaams agentschap voor Ondernemingsvorming, Syntra Vlaanderen]1.
Article 1. § 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il faut entendre par expĂ©rience utile comme titre ou subdivision de titre :
1° le temps pendant lequel une personne a dispensé des services comme travailleur ou indépendant;
2° le temps pendant lequel une personne a dispensé des services dans l'enseignement, à l'exception des services fournis dans des fonctions financées ou subventionnées par la Communauté flamande de la catégorie du personnel directeur et enseignant.
§ 2. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les personnes employĂ©es dans une entreprise familiale et les auxiliaires indĂ©pendants sont assimilĂ©s aux indĂ©pendants soumis au rĂ©gime de la sĂ©curitĂ© sociale.
§ 3. [1 Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par 'vacances d'Ă©tĂ©' : les vacances qui commencent le 1er juillet et prennent fin le 31 aoĂ»t.]1
§ 4. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il faut entendre par " contrat d'apprentissage " : le contrat d'apprentissage visĂ© par la loi du 19 juillet 1983 sur l'apprentissage de professions exercĂ©es par des travailleurs salariĂ©s et [1 par le dĂ©cret du 7 mai 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e externe de droit public " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen " (Agence flamande pour la formation d'entrepreneurs - Syntra Vlaanderen)]1.
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE II. - Champ d'application.
Art. 2. [1 § 1. Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van de volgende instellingen die gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap en die een van de ambten uitoefenen, vermeld in paragraaf 2 :
1° de instellingen voor voltijds gewoon secundair onderwijs en voor buitengewoon secundair onderwijs;
2° de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;
3° de centra voor volwassenenonderwijs.
§ 2. [2 De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, oefenen een van de volgende ambten uit :
1° leraar, belast met praktische en/of technische vakken;
2° leraar beroepsgerichte vorming;
3° leraar, belast met kunstvakken, specialiteiten [4 hedendaagse dans en klassieke dans]4;
4° [3 leraar secundair volwassenenonderwijs, belast met een of meer modules, als vermeld in bijlage III bij dit besluit;]3
5° technisch adviseur;
6° technisch adviseur-coördinator.]2
]1

Art. 2. [1 § 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux personnels :
1° des établissements d'enseignement secondaire à temps plein et d'enseignement secondaire spécial;
2° des centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
3° des centres d'éducation des adultes.
§ 2. [2 Les personnels cités au § 1er exercent une des fonctions suivantes :
1°enseignant chargé de cours pratiques et/ou techniques;
2° enseignant de formation à vocation professionnelle;
3° enseignant chargé de cours artistiques, spécialités [4 danse contemporaine et danse classique]4;
4° [3 enseignant de l'enseignement secondaire des adultes, chargĂ© d'un ou de plusieurs modules, tels que visĂ©s Ă  l'annexe III au prĂ©sent arrĂȘtĂ©;]3
5° conseiller technique;
6° conseiller technique-coordinateur.]2
]1

HOOFDSTUK III. - Erkenningsvoorwaarden voor nuttige ervaring.
CHAPITRE III. - Conditions de reconnaissance de l'expérience utile.
Art. 3. De tijd gedurende welke diensten werden gepresteerd, kan als nuttige ervaring worden erkend indien die diensten verstrekt werden als :
1° personeelslid van de Europese Unie, van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, van de Belgische staat, van de gemeenschappen en/of de gewesten of van een andere openbare dienst als titularis van een bezoldigd ambt;
2° bezoldigd werknemer onderworpen aan de RSZ-regeling;
3° zelfstandige onderworpen aan de RSZ-regeling;
4° beroepsmilitair.
Kan eveneens als nuttige ervaring worden erkend de tijd gedurende welke diensten verstrekt werden als :
1° stagiair in het raam van de stage van de jongeren;
2° werknemer in het bijzonder tijdelijk kader;
3° werknemer in het derde arbeidscircuit;
4° gesubsidieerd contractueel;
5° tewerkgestelde werkloze;
ongeacht de onderneming, dienst of instelling van tewerkstelling.
Art. 3. Le temps pendant lequel des services sont fournis peut ĂȘtre reconnu comme expĂ©rience utile si ces services sont fournis en qualitĂ© :
1° de membre du personnel de l'Union européenne, d'un Etat membre de l'Union européenne ou de l'Association européenne de Libre échange, de l'Etat belge, des communautés et/ou des régions ou d'un autre service public, comme titulaire d'une fonction rémunérée;
2° de travailleur rémunéré soumis au régime de l'ONSS;
3° d'indépendant soumis au régime de l'ONSS;
4° de militaire de carriÚre.
Peut Ă©galement ĂȘtre reconnu comme expĂ©rience utile, le temps pendant lequel des services sont fournis en qualitĂ© :
1° de stagiaire dans le cadre du stage des jeunes,
2° de travailleur du cadre spécial temporaire,
3° de travailleur du troisiÚme circuit de travail,
4° de contractuel subventionné,
5° de chÎmeur mis au travail,
quels que soient l'entreprise, le service ou l'établissement d'emploi.
Art. 4. Voor het bepalen van de tijd die als nuttige ervaring wordt erkend, wordt eveneens rekening gehouden met de periodes van
[1 - ziekteverlof;
- bedreiging door beroepsziekte;
- beroepsziekte;
- ongevallen op weg naar en van het werk;
- arbeidsongeval;
- bevallingsverlof;
- moederschapsbescherming]1
.
ongeacht de onderneming, dienst of instelling van tewerkstelling.
Art. 4. Pour la détermination du temps reconnu comme expérience utile, les périodes
[1 - de congé de maladie;
- de congé d'écartement du risque de maladie professionnelle;
- de maladie professionnelle;
- d'absence pour cause d'un accident survenu sur le chemin du travail;
- d'absence pour cause d'un accident de travail;
- de congé de maternité;
- de congé de protection de la maternité]1

sont également prises en compte.
Art. 5. § 1. [1 ]1
§ 2. Diensten verstrekt buiten het onderwijs tijdens een onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs kunnen onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 3 en 4 als nuttige ervaring worden erkend.
Art. 5. § 1er.[1 ...]1
§ 2. Des services fournis en dehors de l'enseignement pendant une interruption de la carriĂšre professionnelle dans l'enseignement peuvent ĂȘtre reconnus comme expĂ©rience utile, aux conditions fixĂ©es par les articles 3 et 4.
Art. 6. [2 De diensten die voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 3, 4 en 5 kunnen als nuttige ervaring worden erkend ongeacht de leeftijd van het betrokken personeelslid waarop ze gepresteerd werden.]2.
[2 ...]2.
[2 ...]2.
De in aanmerking komende diensten worden berekend per dag en geteld van datum tot datum. De som van het aantal dagen wordt gedeeld door dertig. Het quotiënt van deze deling vormt het aantal maanden die als nuttige ervaring kunnen worden erkend.
Hierbij vormen twaalf maanden één jaar. Het resterend aantal dagen wordt desgevallend overgedragen naar een volgende periode.
Art. 6. [2 Les services qui remplissent les conditions des articles 3, 4 et 5 peuvent ĂȘtre reconnus comme expĂ©rience utile quel que soit l'Ăąge du membre du personnel concernĂ© au moment oĂč ils sont accomplis.]2
[2 ...]2.
[2 ...]2.
Les services pris en compte sont calculĂ©s par jour et comptĂ©s de date en date. L'addition du nombre de jours est divisĂ©e par trente. Le quotient de cette division constitue le nombre de mois pouvant ĂȘtre reconnu comme expĂ©rience utile.
Dans ce calcul, douze mois constituent une année. Le cas échéant, le nombre de jours restant est reporté à une période suivante.
Art. 7. De diensten die als nuttige ervaring erkend worden, gelden als bekwaamheidsbewijs of als een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs voor een vak, [1 een specialiteit, een module]1 of een ambt in het onderwijs.
[1 Voor een ambt in het volwassenenonderwijs waarvoor de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van een opleiding zijn vastgelegd, kunnen de diensten die als nuttige ervaring erkend worden slechts als bekwaamheidsbewijs gelden als deze diensten voor alle modules van die opleiding erkend worden.]1
Art. 7. Les services reconnus comme expérience utile valent titre ou subdivision de titre pour un cours, [1 une spécialité, un module]1 ou une fonction dans l'enseignement.
[1 Pour une fonction dans l'éducation des adultes pour laquelle les titres ont été fixés au niveau d'une formation, les services reconnus comme expérience utile ne peuvent valoir comme titre que lorsque ces services sont reconnus pour tous les modules de la formation en question.]1
Art. 8. De volgende diensten kunnen niet erkend worden als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs :
1° diensten buiten het onderwijs :
a) als werknemer niet onderworpen aan de RSZ-regeling;
b) als zelfstandige niet onderworpen aan de RSZ-regeling;
c) als student;
d) onder leerovereenkomst;
e) als praktijkstages die een onderdeel zijn van een opleiding en die leiden tot het behalen van een studiebewijs;
f) [4 ...]4
g) [2 ...]2
h)[4 ...]4
i) op grond van het besluit van de Vlaamse regering van [1 11 mei 1999]1 betreffende de tewerkstelling buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra;
2° diensten in het onderwijs :
a) in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde betrekking van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel;
b) [4 ...]4
c) tegelijkertijd met een ander ambt met volledige prestaties in het onderwijs.
Kunnen evenmin erkend worden als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs, de periodes :
1° van nascholing, bijscholing, navorming of bedrijfsstage;
2° gedurende welke een persoon is vrijgesteld van stempelcontrole;
3° van militaire dienst of burgerdienst;
4° van volledige [3 loopbaanonderbreking en zorgkrediet]3 voor diensten buiten het onderwijs, behoudens als betrokkene gedurende deze periode activiteiten uitoefent als zelfstandige of als werknemer;
5° van opzegging indien tijdens deze periode geen effectieve diensten verstrekt werden.
Art. 8. Les services suivants ne sont pas reconnus comme expérience utile pour l'obtention d'un titre ou d'une subdivision d'un titre :
1° services dispensés en dehors de l'enseignement :
a) comme travailleur non soumis au régime ONSS;
b) comme indépendant non soumis au régime ONSS;
c) comme étudiant;
d) sous contrat d'apprentissage;
e) comme des stages pratiques qui font partie d'une formation et qui aboutissent Ă  l'obtention d'un titre;
f) [4 ...]4
g) [2 ...]2
h) [4 ]4
i) en vertu de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du [1 11 mai 1999]1 relatif Ă  l'emploi en dehors de l'enseignement ou des centres psycho-mĂ©dico-sociaux;
2° services dispensés dans l'enseignement :
a) dans une fonction financée ou subventionnée par la Communauté flamande de la catégorie du personnel directeur et enseignant;
b) [4 ...]4
c) en mĂȘme temps qu'une autre fonction Ă  prestations complĂštes dans l'enseignement.
Ne peuvent non plus ĂȘtre reconnues comme expĂ©rience utile pour l'obtention d'un titre ou d'une subdivision d'un titre, les pĂ©riodes :
1° de formation continuée, de recyclage ou de stage d'entreprise;
2° pendant lesquelles une personne est dispensée de contrÎle de chÎmage;
3° de service militaire ou civil;
4° d' [3 interruption de carriÚre et crédit-soins]3 pour des services dispensés en dehors de l'enseignement, sauf si l'intéressé accomplit pendant cette période des activités comme indépendant ou travailleur;
5° de préavis, si aucun service effectif n'a été fourni pendant cette période.
HOOFDSTUK IV. - Bewijzen van de verstrekte diensten.
CHAPITRE IV. - Preuves des services dispensés.
Art. 9. § 1. [2 Een personeelslid dat diensten wenst te laten erkennen als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs moet daartoe documenten indienen die zowel de periode van tewerkstelling als de uitgevoerde taken kunnen bewijzen]2.
§ 2. [2 ...]2
[1 § 3. Voor de toepassing van dit artikel mag het personeelslid de gepresteerde diensten bewijzen door alle rechtsmiddelen.]1
Art. 9. § 1er. [2 Le membre du personnel qui souhaite faire reconnaßtre des services comme expérience utile pour l'obtention d'un titre de compétences ou d'une partie de titre de compétences, doit présenter des documents à cet effet qui prouvent à la fois la période d'emploi et les tùches accomplies]2.
§ 2.[2 ...]2
[1 § 3. Pour l'application du présent article, le membre du personnel peut fournir la preuve des services rendus par toutes les voies de droit.]1
HOOFDSTUK V. - Procedure voor erkenning als nuttige ervaring.
CHAPITRE V. - Procédure de reconnaissance comme expérience utile.
Art. 10. § 1. Uiterlijk bij de indiensttreding van een personeelslid in een instelling en [1 een ambt vermeld in artikel 2]1, moet de inrichtende macht of haar afgevaardigde nagaan of het personeelslid diensten heeft gepresteerd die als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs in aanmerking zouden kunnen komen.
Het personeelslid dat dergelijke diensten heeft verstrekt, bezorgt aan de inrichtende macht of haar afgevaardigde de documenten, voorgeschreven in artikel 9.
§ 2. Indien een personeelslid fungeert in een instelling en [1 een ambt vermeld in artikel 2]1, en diensten heeft gepresteerd die het wenst te laten erkennen als nuttige ervaring voor zijn bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van zijn bekwaamheidsbewijs, bezorgt het aan de inrichtende macht of haar afgevaardigde de documenten, voorgeschreven in artikel 9.
§ 3. [2 § 3. Het personeelslid kan de documenten, die het overeenkomstig paragraaf 1 en 2 moet bezorgen, slechts bij één inrichtende macht of haar afgevaardigde indienen. Een personeelslid kan alleen een nieuwe aanvraag indienen, als het nieuwe prestaties geleverd heeft. Deze nieuwe aanvraag kan het personeelslid ook bij een andere inrichtende macht, of haar afgevaardigde, indienen]2.
Art. 10. § 1er. Au plus tard lors de l'entrée en service d'un membre du personnel dans un établissement d'enseignement et de sa désignation à [1 un emploi visé à l'article 2]1, le pouvoir organisateur ou son délégué doit vérifier si le membre du personnel a presté des services pouvant entrer en ligne de compte comme expérience utile pour l'obtention d'un titre ou d'une subdivision d'un titre.
Le membre du personnel qui a presté de tels services remet au pouvoir organisateur ou à son délégué les documents visés à l'article 9.
§ 2. Si un membre du personnel est employé dans un établissement et admis à [1 un emploi visé à l'article 2]1, et a dispensé des services qu'il souhaite faire reconnaßtre comme expérience utile pour l'obtention de son titre ou d'une subdivision de son titre, il remet au pouvoir organisateur ou à son délégué les documents visés à l'article 9.
§ 3.[2 Le membre du personnel ne peut remettre les documents, qu'il doit fournir conformément aux paragraphes 1er et 2, qu'à un seul pouvoir organisateur ou son délégué. Un membre du personnel ne peut introduire une nouvelle demande que s'il a effectué de nouvelles prestations. Le membre du personnel peut également introduire cette nouvelle demande auprÚs d'un autre pouvoir organisateur ou son délégué]2.
Art. 11. [1 De inrichtende macht van de instelling waar het personeelslid de aanvraag indient, of haar afgevaardigde, adviseert op gemotiveerde wijze over de relatie tussen de gepresteerde diensten en het vak, de specialiteit, de module, de opleiding of het ambt door het personeelslid uitgeoefend in het onderwijs. Het gemotiveerde advies betreft het al dan niet erkennen van een bepaalde periode als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of als deel van het bekwaamheidsbewijs. Voor een ambt in het volwassenenonderwijs waarvoor de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van een opleiding zijn vastgelegd, houdt zij rekening met artikel 7, tweede lid.
De inrichtende macht of haar afgevaardigde bezorgt het advies meteen schriftelijk of elektronisch aan het personeelslid en de bevoegde administratie bij het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming die de dossiers beheert van de personeelsleden van de instelling.
§ 2. De inrichtende macht of haar afgevaardigde vermeldt per werkgever voor welke vakken, specialiteiten, modules, opleidingen of ambten het al dan niet de erkenning als nuttige ervaring adviseert voor het personeelslid en voor welke periode(s).
Bij een positief advies onderzoekt de bevoegde administratie of de documenten in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit besluit.
Ze beslist of de diensten als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van het bekwaamheidsbewijs erkend kunnen worden.
Ze bezorgt binnen de vijftien werkdagen na ontvangst van het advies haar beslissing schriftelijk of elektronisch aan de inrichtende macht of haar afgevaardigde en het personeelslid ]1

Art. 11. [1 § 1er. Le pouvoir organisateur de l'établissement auprÚs duquel le membre du personnel introduit la demande, ou son délégué, rend un avis motivé sur le rapport entre les services prestés et le domaine, la spécialité, le module, la formation ou la fonction exercée par le membre du personnel dans le domaine de l'enseignement. L'avis motivé porte sur la reconnaissance ou non d'une certaine période comme expérience utile pour l'obtention du titre de compétences ou comme partie du titre de compétences. Pour une fonction dans l'enseignement des adultes pour laquelle les titres de compétences sont fixés au niveau d'une formation, il tient compte de l'article 7, alinéa 2.
Le pouvoir organisateur ou son délégué transmet immédiatement l'avis par écrit ou par voie électronique au membre du personnel et à l'administration compétente du ministÚre flamand de l'Enseignement et de la Formation, qui gÚre les dossiers des membres du personnel de l'établissement.
§ 2. Le pouvoir organisateur ou son délégué indique, pour chaque employeur, les domaines, spécialités, modules, formations ou fonctions pour lesquels il recommande de reconnaßtre ou non l'expérience utile du membre du personnel et pour quelle(s) période(s).
En cas d'avis positif, l'administration compĂ©tente examine si les documents sont conformes aux dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Elle dĂ©cide si les services peuvent ĂȘtre reconnus comme expĂ©rience utile pour le titre de compĂ©tences ou comme une partie du titre de compĂ©tences.
Elle rend sa décision par écrit ou par voie électronique au pouvoir organisateur ou à son délégué et au membre du personnel dans un délai de quinze jours ouvrables suivant la réception de l'avis ]1
.
Art. 12.
Art. 12.
Art. 13.
Art. 13.
Art. 14.
Art. 14.
Art. 15.
Art. 15.
Art. 16. De diensten die als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of voor een onderdeel ervan werden erkend, blijven voor het betrokken personeelslid als dusdanig verworven in de volgende gevallen :
1° bij overgang van een wervingsambt naar een selectie- of bevorderingsambt of van een selectieambt naar een bevorderingsambt, voor zover in het selectie- of bevorderingsambt waarnaar overgegaan wordt nuttige ervaring dienstig is voor het bekwaamheidsbewijs;
2° bij overgang naar een andere opdracht zonder dat de specialiteit van de opdracht wijzigt.
(3° bij overgang van een ambt, vak of specialiteit naar een ambt, vak of specialiteit dat daarmee ambtshalve geconcordeerd is.)
Art. 16. Les services étant reconnus comme expérience utile pour l'obtention du titre ou d'une subdivision du titre, restent acquis tels quels pour le membre du personnel intéressé dans les cas suivants :
1° lors du passage d'une fonction de recrutement Ă  une fonction de sĂ©lection ou de promotion, ou d'une fonction de sĂ©lection Ă  une fonction de promotion, pour autant que dans la fonction de sĂ©lection ou de promotion, l'expĂ©rience utile puisse ĂȘtre invoquĂ©e pour l'obtention du titre;
2° lors du passage à une autre charge sans que la spécialité de la charge ne change.
(3° lors du passage d'une fonction, branche ou spécialité à une fonction, branche ou spécialité avec laquelle celle-ci est concordée d'office.)
Art. 17. De diensten die als nuttige ervaring werden erkend, moeten opnieuw worden onderzocht overeenkomstig de procedure bepaald in [1 artikel 10 en 11]1 bij iedere verandering van specialiteit van de uitgeoefende opdracht(en) in het onderwijs.
Overeenkomstig de procedure bepaald in de artikelen 10 tot 15 moeten, ook bij overgang van een ambt waarvoor de nuttige ervaring niet dienstig is voor het bekwaamheidsbewijs naar een ambt waarvoor de nuttige ervaring wel dienstig is voor het bekwaamheidsbewijs, de diensten worden onderzocht die voor erkenning als nuttige ervaring in aanmerking zouden kunnen komen.
Art. 17. A chaque changement de spécialité de la/des charge(s) d'enseignement, il y a lieu de réexaminer les services étant reconnus comme expérience utile, conformément à la procédure visée aux articles 10 à 15.
ConformĂ©ment Ă  la procĂ©dure visĂ©e aux [1 articles 10 et 11]1mĂȘme lors du passage d'une fonction pour laquelle l'expĂ©rience utile ne peut ĂȘtre invoquĂ©e pour l'obtention du titre Ă  une fonction pour laquelle l'expĂ©rience utile peut bien ĂȘtre invoquĂ©e pour obtenir le titre, les services pouvant entrer en ligne de compte pour la reconnaissance comme expĂ©rience utile doivent ĂȘtre examinĂ©s.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art. 18. § 1. De volgende regelingen worden opgeheven : 1° artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar;
2° artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs;
3° artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;
4° artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs.
§ 2. De volgende regelingen worden opgeheven wat de instellingen en de personeelsleden betreft, waarop dit besluit van toepassing is :
1° artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie;
2° artikel 4 van het koninklijk besluit van 31 augustus 1978 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor kunstonderwijs, die secundair onderwijs verstrekken in de plastische kunsten.
3° het ministerieel besluit van 12 april 1969 houdende de regelen tot staving van de nuttige ervaring bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat alsmede de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 28 december 1978.
Art. 18. § 1er. Les dispositions suivantes sont abrogĂ©es : 1° l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugĂ©s suffisants dans l'enseignement secondaire dispensĂ© dans les Ă©tablissements libres d'enseignement moyen ou d'enseignement normal subventionnĂ©s, y compris l'annĂ©e post-secondaire psycho-pĂ©dagogique;
2° l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugĂ©s suffisants dans l'enseignement secondaire dispensĂ© dans les Ă©tablissements d'enseignement moyen ou d'enseignement normal officiels subventionnĂ©s;
3° l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire;
4° l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement spĂ©cial.
§ 2. Les dispositions suivantes sont abrogĂ©es en ce qui concerne les Ă©tablissements et les personnels auxquels s'applique le prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
1° l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugĂ©s suffisants dans les Ă©tablissements subventionnĂ©s d'enseignement technique et d'enseignement professionnel secondaire de plein exercice et de promotion sociale;
2° l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 31 aoĂ»t 1978 relatif aux titres jugĂ©s suffisants dans les Ă©tablissements subventionnĂ©s artistiques qui dispensent un enseignement secondaire des arts plastiques;
3° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 12 avril 1969 fixant les rĂšgles selon lesquelles est prouvĂ©e l'expĂ©rience utile prĂ©vue Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'Ă©ducation, du personnel paramĂ©dical des Ă©tablissements d'enseignement gardien, primaire, spĂ©cial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dĂ©pendant de ces Ă©tablissements et des membres du personnel du Service d'Inspection chargĂ© de la surveillance de ces Ă©tablissements, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 28 dĂ©cembre 1978.
Art. 19. § 1. De diensten die door een rechtsgeldige schriftelijke verklaring van de overheid werden erkend als nuttige ervaring voor een vak, een specialiteit of een ambt blijven hiervoor als dusdanig behouden.
§ 2. De diensten die vóór 1 februari 1997 feitelijk opgenomen werden als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of voor een onderdeel ervan, worden als dusdanig erkend voor een vak, een specialiteit of een ambt.
Deze erkenning geldt slechts voor het vak, de specialiteit of het ambt door het personeelslid effectief uitgeoefend op 1 februari 1996 of op 1 februari 1997 of waarvan het titularis was op één van beide data.
§ 3. De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing op de diensten die niet als nuttige ervaring werden erkend voor een vak, een specialiteit of een ambt door een rechtsgeldige verklaring van de overheid, na advies van de bevoegde inspectie.
Art. 19. § 1er. Les services reconnus comme expérience utile pour un cours, une spécialité ou une fonction par une déclaration écrite valable de la part des autorités, sont maintenus tels quels à cette fin.
§ 2. Les services qui, avant le 1er février 1997, ont été enregistrés de fait comme expérience utile pour l'obtention du titre ou d'une subdivision du titre, sont reconnus tels quels pour un cours, une spécialité ou une fonction.
Cette reconnaissance ne vaut que pour le cours, la spécialité ou la fonction effectivement exercé par le membre du personnel au 1er février 1996 ou au 1er février 1997 ou dont il était titulaire à une de ces dates.
§ 3. Les dispositions du § 2 ne s'appliquent pas aux services qui n'ont pas été reconnus comme expérience utile pour un cours, une spécialité ou une fonction par une déclaration écrite valable de la part des autorités, aprÚs l'avis de l'inspection compétente.
Art. 20. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1
97.
Art. 20. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er septembre 1
97.
Art. 21. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. Attest van diensten gepresteerd als werknemer (uit te reiken door werkgever).
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 19-11-1997, p. 30683).
Art. N1. Annexe I. Attestation de services prestés en tant que travailleur (à délivrer par l'employeur).
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 19-11-1997, p. 30689).
Art. N2. Bijlage II. - Verklaring betreffende de diensten verstrekt als zelfstandige (zelfstandige, zelfstandig helper, familiezaak).
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 19-11-1997, p. 30684).
Art. N2. Annexe II. Déclaration relative aux services fournis en tant qu'indépendant (indépendant, auxiliaire indépendant, entreprise familiale).
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 19-11-1997, p. 30690).
Art. N3. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-06-2024, p. 72997)]1


Art. N3. [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-06-2024, p. 72997)]1
Gewijzigd door:
Modifié par: