Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 AUGUSTUS 1997. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze waarop het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten de opbrengst van de ontvangen bijdragen toewijst aan de toekenning van subsidies voor projecten voor de opvang van kinderen van 2,5 tot 12 jaar en sommige projecten voor de opvang van kinderen van 0 tot 3 jaar.
Titre
19 AOUT 1997. - Arrêté royal fixant les modalités selon lesquelles le Fonds d'équipements et de services collectifs affecte le produit des cotisations percues, à l'octroi de subventions à des projets d'accueil d'enfants âgés de 2,5 à 12 ans et à certains projets d'accueil d'enfants âgés de 0 à 3 ans.
Documentinformatie
Numac: 1997022658
Datum: 1997-08-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1997022658
Date: 1997-08-19
Moniteur: Voir
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  - de Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de Sociale Zaken behoren;
  - Rijksdienst : de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers;
  - Beheerscomité : het Beheerscomité van de Rijksdienst;
  - samengeordende wetten : de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders;
  - wet van 10 juni 1993 : de wet van 10 juni 1993 tot omzetting van sommige bepalingen van het interprofessioneel akkoord van 9 december 1992;
  - Fonds : het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten bedoeld in artikel 107 van de samengeordende wetten;
  - bijzonder reglement : het reglement bedoeld in artikel 107, § 3, van de samengeordende wetten;
  - de promotor : de persoon die het project inzake kinderopvang indient;
  - werkingskosten : de bij dit besluit en het bijzonder reglement als dusdanig omschreven kosten;
  - loonlast : de loonlast van het personeel dat in het kader van het project is aangeworven;
  - koninklijk besluit van 25 september 1974 : het koninklijk besluit van 25 september 1974 tot vaststelling wat de bewaarplaatsen voor kinderen van 0 tot 3 jaar betreft, van de wijze waarop het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten werkt en van de regelen voor het verlenen van tegemoetkomingen, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 21 augustus 1978, 7 februari 1983, 7 december 1983, 9 februari 1987, 24 juni 1987 en 2 juli 1991;
  - koninklijk besluit van 27 januari 1997 : het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  - le Ministre : le Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions;
  - Office : l'Office national d'Allocations familiales pour travailleurs salariés;
  - Comité de gestion : le Comité de gestion de l'Office;
  - lois coordonnées : les lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés;
  - loi du 10 juin 1993 : la loi du 10 juin 1993 transposant certaines dispositions de l'accord interprofessionnel du 9 décembre 1992;
  - Fonds : le Fonds d'équipements et de services collectifs visé à l'article 107 des lois coordonnées;
  - règlement spécial : le règlement visé à l'article 107, § 3, des lois coordonnées;
  - le promoteur : la personne qui introduit le projet d'accueil;
  - frais de fonctionnement : les frais déterminés comme tels par le présent arrêté et le règlement spécial;
  - charge salariale : la charge salariale du personnel engagé dans le cadre du projet;
  - arrêté royal du 25 septembre 1974 : l'arrêté royal du 25 septembre 1974 fixant, en ce qui concerne les institutions de garde d'enfants âgés de 0 à 3 ans, le mode de fonctionnement du Fonds d'équipements et de services collectifs, ainsi que les modalités d'octroi des interventions, modifié par les arrêtés royaux des 21 août 1978, 7 février 1983, 7 décembre 1983, 9 février 1987, 24 juin 1987 et 2 juillet 1991;
  - arrêté royal du 27 janvier 1997 : l'arrêté royal du 27 janvier 1997 contenant des mesures pour la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2, de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité.
Art. 2. § 1. De subsidies toegekend door dit koninklijk besluit zijn bestemd voor projecten voor buitenschoolse opvang van kinderen van 2,5 tot 12 jaar, de flexibele opvang van kinderen van 0 tot 12 jaar, de opvang van zieke kinderen van 0 tot 12 jaar en de noodopvang van kinderen van 0 tot 3 jaar, beantwoordend aan de kenmerken bepaald door het bijzonder reglement.
  § 2. De subsidies toegekend bij toepassing van dit koninklijk besluit mogen bestemd zijn voor projecten die exclusief de opvang verzorgen van kinderen van 0 tot 3 jaar bedoeld door het koninklijk besluit van 27 januari 1997, die qua gepresteerde activiteiten beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 25 september 1974.
  § 3. De toekenning van subsidies door het Fonds, volgens de bij dit koninklijk besluit en het bijzonder reglement vastgelegde regels, is beperkt tot de loonlast en tot de werkingskosten die de promotor heeft vastgelegd.
Art. 2. § 1er. Les subventions accordées en vertu du présent arrêté sont destinées à des projets d'accueil extra-scolaire d'enfants âgés de 2,5 à 12 ans, d'accueil flexible d'enfants âgés de 0 à 12 ans, d'accueil d'enfants malades âgés de 0 à 12 ans et d'accueil d'urgence d'enfants âgés de 0 à 3 ans, répondant aux caractéristiques fixées par le règlement spécial.
  § 2. Les subventions accordées en vertu du présent arrêté peuvent être destinées à des projets assurant exclusivement l'accueil d'enfants de 0 à 3 ans visés par l'arrêté royal du 27 janvier 1997, qui, sur le plan des activités prestées, répondent aux conditions fixées à l'article 3, § 1er, de l'arrêté royal du 25 septembre 1974.
  § 3. L'octroi des subventions par le Fonds est limité aux charges salariales et aux frais de fonctionnement engagés par le promoteur, selon les règles déterminées par le présent arrêté et par le règlement spécial.
Art. 3. § 1. Het Beheerscomité beslist subsidies aan de promotoren toe te kennen. Die subsidies worden uitbetaald na vervallen termijn en op voorlegging van de in artikel 8 bedoelde stukken ter staving.
  Het Beheerscomité kan voorschotten toekennen op de jaarlijkse subsidie onder de voorwaarden bepaald in het bijzonder reglement.
  § 2. Om subsidies te verkrijgen moet de promotor aan de hierna volgende voorwaarden voldoen :
  - het project moet toegankelijk zijn voor kinderen van werknemers evenals kinderen van andere personen die behoren tot categorieën bepaald door het bijzonder reglement;
  - de promotor moet het bewijs leveren van de aanwerving van bijkomend personeel volgens de bij het bijzonder reglement vastgelegde modaliteiten;
  - het project moet aan de kwaliteiten beantwoorden om kinderen op te vangen volgens de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de terzake bevoegde instanties. Daartoe moet de promotor beschikken over een gunstig advies van de "Office de la Naissance et de l'Enfance", van "Kind en Gezin" of van de "Regierung der Deutschsprachigen Gemeinschaft";
  - de promotor moet een aanvraag om controle ingediend hebben bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers.
Art. 3. § 1er. Le Comité de gestion décide de l'octroi des subventions aux promoteurs. Ces subventions sont versées à terme échu et sur production des documents justificatifs visés à l'article 8.
  Le Comité de gestion peut décider d'accorder des avances sur la subvention annuelle selon les conditions fixées par le règlement spécial.
  § 2. Pour obtenir les subventions, le promoteur doit remplir les conditions suivantes :
  - le projet doit accorder un accès aux enfants de travailleurs salariés ainsi qu'aux enfants d'autres personnes appartenant à des catégories déterminées par le règlement spécial;
  - le promoteur doit fournir la preuve de l'engagement de personnel supplémentaire suivant les modalités fixées par le règlement spécial;
  - le projet doit être qualifié pour accueillir des enfants selon les dispositions légales et réglementaires des autorités compétentes en cette matière. A cet effet, le promoteur doit disposer d'un avis favorable de l'" Office de la Naissance et de l'enfance", de " Kind en Gezin " ou du " Regierung der Deutschsprachigen Gemeinschaft ";
  - le promoteur doit avoir introduit une demande de contrôle auprès de l'Office national d'Allocations familiales pour travailleurs salariés.
Art. 4. § 1. De projecten moeten bij het Fonds ingediend worden aan de hand van een aanvraagformulier waarvan het model bepaald wordt door het Beheerscomité.
  § 2. Het aanvraagformulier moet tenminste de hierna volgende inlichtingen bevatten :
  - het type kinderopvang dat voor de kinderen wordt aangeboden;
  - het aantal tewerkgestelde personen en hun beroepsbekwaamheid;
  - het totale aantal opgevangen kinderen en hun leeftijd, evenals het aantal kinderen van werknemers en van andere personen die behoren tot categorieën bepaald door het bijzonder reglement;
  - de raming van de kosten van het project, met vermelding, enerzijds, van de raming van de loonlast en, anderzijds, van de raming van de werkingskosten;
  - de verschillende financieringsbronnen;
  - het bedrag van de persoonlijke tegemoetkomingen van de ouders.
Art. 4. § 1er. Les projets doivent être introduits auprès du Fonds, sur la base d'un formulaire de demande dont le modèle est fixé par le Comité de gestion.
  § 2. Le formulaire de demande comprend, au moins, les renseignements suivants :
  - le type d'accueil offert aux enfants;
  - le nombre de personnes mises au travail et leur qualification;
  - le nombre total d'enfants accueillis et leur âge, ainsi que le nombre d'enfants de travailleurs salariés et d'autres personnes appartenant aux catégories déterminées par le règlement spécial;
  - l'évaluation du coût du projet, en indiquant, d'une part, l'évaluation de la charge salariale et, d'autre part, l'évaluation des frais de fonctionnement;
  - les différentes sources de financement;
  - le montant de l'intervention personnelle des parents.
Art. 5. § 1. De personen tewerkgesteld in het kader van een in dit besluit bedoeld project moeten worden aangenomen bij arbeidsovereenkomst.
  § 2. Indien een subsidie wordt gevraagd om de loonkosten van de in § 1 bedoelde personen te dekken, mogen deze personen niet voltijds tewerkgesteld zijn geweest bij dezelfde werkgever tijdens de twaalf maanden voor de eerste aanvraag om tegemoetkoming van het Fonds.
  De bepaling van het vorig lid is evenwel niet van toepassing voor het personeel dat de promotor heeft aangeworven in het kader van een project dat ofwel door het Tewerkstellingsfonds wordt gesubsidieerd krachtens het koninklijk besluit van 7 september 1993 houdende uitvoering van artikel 4 van de wet van 10 juni 1993, of door het Fonds krachtens de reglementering van toepassing voor de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 5. § 1er. Les personnes mises au travail dans le cadre d'un projet visé par le présent arrêté doivent être engagées dans les liens d'un contrat de travail.
  § 2. Si une subvention est demandée pour couvrir le coût salarial des personnes visées au § 1er, ces personnes ne peuvent avoir été occupées à temps plein chez le même employeur au cours des douze mois précédents la première demande d'intervention du Fonds.
  Toutefois, la disposition de l'alinéa précédent n'est pas d'application pour le personnel engagé par le promoteur dans le cadre d'un projet subsidié, soit par le Fonds pour l'emploi en vertu de l'arrêté royal du 7 septembre 1993 portant exécution de l'article 4 de la loi du 10 juin 1993, soit par le Fonds en vertu de la réglementation applicable avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 6. § 1. De subsidie van het Fonds is een aanvullende financieringsbron. De krachtens dit besluit toegekende subsidie mag, samengevoegd met eventuele andere financiële voordelen, subsidies, premies, eigen inkomsten meegerekend door en geraamd conform het bijzonder reglement, in geen geval leiden tot een financiering van het project boven 100 % van zijn kosten.
  § 2. De subsidie in de loonlasten is beperkt tot de weddeschalen en voorwaarden van toepassing voor een zelfde ambt uitgeoefend in de federale overheidsdiensten. Het Beheerscomité bepaalt echter in het bijzonder reglement een in aanmerking te nemen bezoldigingsplafond.
  De subsidie in de werkingskosten is beperkt tot een percentage van de reële werkingsuitgaven bepaald door het Beheerscomité in het bijzonder reglement, zonder dat dit percentage echter de 80 % mag overschrijden.
  § 3. De werkingskosten bepaald door het bijzonder reglement omvatten met name :
  - de verzekerings- en farmaceutische kosten;
  - het dagelijks onderhoud van de lokalen en van het linnen;
  - de kosten voor verwarming, water- en elektriciteitsvoorziening, de telefoon- en bureaukosten;
  - het aankopen van speelgoed en didactisch materiaal.
Art. 6. § 1er. La subvention du Fonds est une source subsidiaire de financement.
  La subvention accordée en vertu du présent arrêté cumulée, le cas échéant, avec d'autres avantages financiers, subventions, primes, revenus propres pris en compte par le règlement spécial et évalués conformément à celui-ci, ne peut, en aucun cas, entraîner un financement du projet supérieur à 100 % de son coût.
  § 2. La subvention dans les charges salariales est limitée aux barèmes et conditions applicables pour une même fonction exercée dans les services publics fédéraux. Toutefois, le Comité de gestion détermine, dans le règlement spécial, un plafond de rémunération à prendre en compte.
  La subvention dans les frais de fonctionnement est limitée à un pourcentage des dépenses réelles en fonctionnement déterminé par le Comité de gestion dans le règlement spécial, sans toutefois, que ce pourcentage dépasse 80 %.
  § 3. Les frais de fonctionnement déterminés par le règlement spécial comprennent notamment :
  - les frais d'assurance et de pharmacie;
  - l'entretien journalier des locaux et de la lingerie;
  - les frais de chauffage, d'eau, d'électricité, de téléphone et de bureau;
  - l'achat de jouets et de matériel didactique.
Art. 7. Het Beheerscomité kan een adviescommissie oprichten, belast met het onderzoek van de aanvragen om subsidies.
Art. 7. Le Comité de gestion peut constituer en son sein une Commission consultative chargée d'examiner les demandes de subventions.
Art. 7bis. Als een meningsverschil wordt vastgesteld tussen het advies van de Adviescommissie bedoeld in artikel 7 en het advies bedoeld in artikel 3, § 2, 3°, zal het Beheerscomité de Minister hierover informeren die dan een overleg zal organiseren volgens de modaliteiten die hij bepaalt.
Art. 7bis. Si une divergence de vues est constatée entre l'avis de la Commission consultative visé à l'article 7 et l'avis visé à l'article 3, § 2, 3ème tiret, le Comité de gestion en informe le Ministre qui organise une conciliation selon les modalités qu'il détermine.
Art. 8. Op het einde van het dienstjaar bezorgen de promotoren, op straffe van verval, de Rijksdienst uiterlijk op 31 januari een samenvattende staat met de arbeidsprestaties en de werkingskosten van het afgelopen dienstjaar, volgens het model vastgelegd door het Beheerscomité in het bijzonder reglement.
Art. 8. A l'expiration de l'exercice, les promoteurs adressent à l'Office, sous peine de forclusion, pour le 31 janvier au plus tard, un état récapitulatif des prestations de travail et des frais de fonctionnement de l'exercice écoulé, dont le Comité de gestion fixe le modèle dans le règlement spécial.
Art. 9. De promotoren die krachtens dit besluit subsidies ontvangen, moeten zich onderwerpen aan de controle van hun administratief en financieel beheer door de Rijksdienst.
  Zij moeten eveneens alle inlichtingen verstrekken die door de Rijksdienst voor studiedoeleinden zouden gevraagd worden.
Art. 9. Les promoteurs bénéficiaires de subventions en vertu du présent arrêté doivent se soumettre au contrôle de l'Office portant sur leur gestion administrative et financière.
  Ils doivent également fournir tous renseignements qui seraient demandés par l'Office dans un but d'études.
Art. 10. In geval van wanbeheer van de promotor van het project of wanneer hij de voorwaarden van dit besluit niet naleeft, kan het Beheerscomité de subsidie herzien of intrekken.
  Het Beheerscomité legt in het bijzonder reglement de modaliteiten voor de terugbetaling van de subsidies vast.
Art. 10. En cas de mauvaise gestion du projet par le promoteur ou de non-respect par celui-ci des conditions du présent arrêté, le Comité de gestion peut revoir la subvention ou la retirer.
  Le Comité de gestion détermine, dans le règlement spécial, les modalités de remboursement des subventions.
Art. 11. De gezinnen die met toepassing van dit besluit gebruik maken van gesubsidieerde diensten voor kinderopvang zijn onderworpen aan de controle door de Rijksdienst onder dezelfde voorwaarden als die van de gecoördineerde wetten.
Art. 11. Les familles qui, en application du présent arrêté, utilisent les services subventionnés d'accueil pour enfants sont soumises au contrôle de l'Office dans les mêmes conditions qu'elles le sont en vertu des lois coordonnées.
Art. 12. Het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zijn, is van toepassing op de verklaringen die moeten worden gedaan in verband met de in dit besluit bedoelde subsidies.
Art. 12. L'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions, indemnités ou allocations de toute nature qui sont, en tout ou en partie, à charge de l'Etat, est applicable aux déclarations à faire en ce qui concerne les subventions prévues par le présent arrêté.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997. Artikel 2, § 2, heeft geen uitwerking meer op 30 juni 1997.
Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1997. L'article 2, § 2, cesse de produire ses effets le 30 juin 1997.
Art. 14. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 19 augustus 1997.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken,
  Mevr. M. DE GALAN
Art. 14. Notre Ministre des Affaires sociales est chargée de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 19 août 1997.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre des Affaires sociales,
  Mme M. DE GALAN