Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 APRIL 1997. - Ministerieel besluit tot wijziging van het Ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teeltmethoden in te voeren of verder toe te passen.
Titre
17 AVRIL 1997. - Arrêté ministériel modifiant l'arrêté ministériel du 30 mars 1995 portant instauration d'un régime d'aides en faveur des exploitants agricoles qui s'engagent à introduire ou à maintenir des méthodes de l'agriculture biologique.
Documentinformatie
Numac: 1997016109
Datum: 1997-04-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1997016109
Date: 1997-04-17
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Aan artikel 2 van het ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teeltmethoden in te voeren of verder toe te passen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A. Het punt b) wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " b) van zijn bedrijvigheid kennis hebben gegeven aan een door het Ministerie van Middenstand en Landbouw erkend controleorganisme, overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen; "
  B. Een punt d) opgesteld als volgt wordt ingevoegd :
  " d) bij het Centrum voor Informatieverwerking van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw geïdentificeerd zijn, teneinde in het geïntegreerd beheers- en controlesysteem opgenomen te worden overeenkomstig de bepalingen van de verordening (EEG) nr. 3508/92. "
Article 1. A l'article 2 de l'arrêté ministériel du 30 mars 1995 portant instauration d'un régime d'aides en faveur des exploitants agricoles qui s'engagent à introduire ou à maintenir des méthodes de l'agriculture biologique, sont apportées les modifications suivantes :
  A. Le point b) est remplacé par la disposition suivante :
  " b) avoir notifié son activité à un organisme de contrôle privé agréé par le Ministère des Classes Moyennes et de l'Agriculture conformément à l'article 2 de l'arrêté royal du 17 avril 1992 concernant le mode de production biologique de produits agricoles et sa présentation sur les produits agricoles et les denrées alimentaires; ".
  B. Un point d), rédigé comme suit, est inséré :
  " d) être identifié auprès du Centre de traitement de l'Information de l'Administration de la Gestion et de la Production agricole (DG3) du Ministère des Classes Moyennes et de l'Agriculture de façon à être intégré au système intégré de gestion et de contrôle conformément aux dispositions du règlement (CEE) n° 3508/92. ".
Art. 2. Het eerste lid van artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De steunaanvragen moeten jaarlijks bij aangetekend schrijven ingediend worden bij het desbetreffend provinciaal bureau van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, door middel van een formulier waarvan het model door de Minister wordt vastgesteld.
  De aanvragen moeten ingediend zijn ten laatste op 30 april om 17 uur, de poststempel geldt als bewijs. "
Art. 2. L'article 5, 1er alinéa du même arrêté est remplacé par le texte suivant :
  " Les demandes d'aides doivent être introduites sous pli recommandé auprès du bureau provincial concerné de l'Administration de la Gestion de la Production agricole (DG3) du Ministère des Classes Moyennes et de l'Agriculture au moyen du formulaire dont le modèle est fixé par le Ministre.
  La date limite d'introduction est fixée au 30 avril à 17 h au plus tard, le cachet de la poste faisant foi. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5 bis bijgevoegd :
  " Art. 5bis. Wanneer de begunstigde binnen de door diens verbintenis bestreken periode zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk aan een ander overdraagt, kan deze laatste de verbintenis voor de resterende looptijd overnemen. Gebeurt deze overname niet, dan moet de begunstigde de ontvangen steun terugbetalen.
  Wanneer zich binnen de door diens verbintenis bestreken periode op het bedrijf van de begunstigde een geval van overmacht voordoet waardoor de verbintenis niet meer of slechts nog gedeeltelijk kan worden nageleefd, wordt afgezien van terugbetaling van de ontvangen steun.
  Onder meer de volgende gevallen van overmacht worden aanvaard :
  a) overlijden van het bedrijfshoofd;
  b) langdurige arbeidsongeschiktheid van het bedrijfshoofd;
  c) onteigening van een belangrijk deel van het bedrijf, indien deze onteigening op de dag waarop de verbintenis is aangegaan, niet was te voorzien;
  d) een ernstige natuurramp die het landbouwareaal van het bedrijf in belangrijke mate ongunstig beïnvloedt;
  e) het door een ongeluk te niet gaan van de voor de veehouderij bestemde gebouwen van het bedrijfshoofd;
  f) een epizoötie die de gehele veestapel van het bedrijfshoofd of een deel ervan heeft getroffen.
  De kennisgeving van de gevallen van overmacht en de bewijzen ervan die aan de bevoegde autoriteit worden geleverd, worden schriftelijk ingediend bij het provinciaal bureau van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw binnen een termijn van tien werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit voor het bedrijfshoofd mogelijk is. "
Art. 3. Dans le même arrêté, un article 5bis est ajouté :
  " Art. 5bis. Lorsque, pendant la période de son engagement, le bénéficiaire transfère tout ou partie de son exploitation à un autre exploitant, celui-ci peut reprendre l'engagement pour la période restant à courir. Si une telle reprise n'a pas lieu, le bénéficiaire cédant est obligé de rembourser les aides percues.
  Lorsque, pendant la période de son engagement, se présente dans l'exploitation du bénéficiaire un cas de force majeure suite auquel est mis fin l'engagement, en tout ou en partie, le remboursement de l'aide pour la période d'engagement effective n'est pas demandé.
  L'Etat reconnaît entre autres comme cas de force majeure :
  a) le décès de l'exploitant;
  b) l'incapacité professionnelle de longue durée de l'exploitant;
  c) l'expropriation d'une partie importante de l'exploitation, si cette expropriation n'était pas prévisible le jour de la souscription de l'engagement;
  d) une catastrophe grave qui a affecté de façon importante la surface agricole de l'exploitation;
  e) la destruction accidentelle des bâtiments de l'exploitant destinés à l'élevage;
  f) une épizootie touchant tout ou partie du cheptel de l'exploitant.
  La notification des cas de force majeure et les preuves y relatives doivent être fournies par écrit au bureau provincial de l'Administration de la Gestion de la Production agricole (DG3) du Ministère des Classes Moyennes et de l'Agriculture, dans un délai de dix jours ouvrables à partir du moment où l'exploitant est en mesure de la faire. ".
Art. 4. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepalingen vervangen :
  " Art. 6. De controle van de in de aanvraag aangegeven teeltoppervlakten wordt uitgevoerd door het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, volgens de methoden van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem (GBCS) ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 3508/92. "
Art. 4. L'article 6 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 6. Le contrôle de la superficie des cultures déclarées sur les demandes d'aide est effectué par l'Administration de la Gestion de la Production agricole (DG3) du Ministère des Classes Moyennes et de l'Agriculture, selon les méthodes du système intégré de gestion et de contrôle (SIGEC) instauré par le règlement (CEE) n° 3508/92. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 6bis bijgevoegd :
  " Art. 6bis. Behalve in naar behoren met redenen omklede gevallen wordt de steun eenmaal per jaar aan de begunstigden uitgekeerd, uiterlijk binnen een termijn van 4 maanden volgend op het einde van het burgerlijk jaar van de indiening van de aanvraag. "
Art. 5. Dans le même arrêté, un article 6bis est ajouté :
  " Art. 6bis. Sauf dans des cas dûment justifiés, les aides sont payées aux bénéficiaires une fois par an, au plus tard endéans un délai de 4 mois suivant la fin de l'année civile de l'introduction des demandes. ".
Art. 6. Het artikel 7 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepalingen vervangen :
  " Art. 7. § 1. De inbreuken op dit besluit worden vervolgd, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten.
  § 2. De sancties worden toegepast overeenkomstig het artikel 9, paragraaf 2, 1e en 2e alinea, van vermelde Verordening (EEG) nr.
  3887/92, gewijzigd door Verordening 1648/95.
  - Het totaal van de terug te vorderen bedragen wordt in voorkomend geval vermeerderd met de wettelijke intrest met ingang van de datum van hun betaling.
  - Indien opzettelijk of door grove nalatigheid een onjuiste aangifte wordt gedaan, wordt het betrokken bedrijfshoofd van toekenning van elke steun in het kader van Verordening (EEG) nr. 2078/92 uitgesloten.
  Eerst twee jaar nadien kan hij een nieuwe verbintenis in het kader van de milieumaatregelen in de landbouw aangaan.
  § 3. In geval van een onverschuldigde betaling is het betrokken bedrijfshoofd tot terugbetaling van deze bedragen verplicht, vermeerderd met rente die wordt berekend op basis van de tijdspanne tussen de betaling en de terugbetaling door de begunstigde.
  Evenwel, kan het onverschuldigde bedrag in mindering op het eerste voorschot die na de datum het besluit betreffende de terugbetaling uitgekeerd worden. Geen rente is dan verschuldigd.
  Geen rente wordt in geval van een aan een vergissing van de bevoegde autoriteit te wijten onverschuldigde betaling toegepast. "
Art. 6. L'article 7 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 7. § 1. Les infractions au présent arrêté, sont recherchées, constatées et punies conformément à la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime.
  § 2. Les sanctions sont appliquées conformément à l'article 9, paragraphe 2, 1er et 2e alinéa, du règlement (CEE) 3887/92 modifié par le règlement (CEE) n° 1648/95 visé dans le préambule.
  - Le cas échéant, le montant total à réclamer sera majoré des intérêts légaux à compter de la date du paiement.
  - En cas de fausse déclaration faite délibérément ou par négligence grave, l'exploitant en cause est exclu du bénéfice de toute aide dans le cadre du règlement (CEE) n° 2078/92. Il ne peut souscrire un nouvel engagement dans le cadre des mesures agri-environnementales qu'après 2 ans.
  § 3. En cas de paiement indu, l'exploitant concerné est obligé de rembourser les montants indûment percus, augmentés d'un intérêt calculé en fonction du délai écoulé entre le paiement et la date de décision de remboursement par le bénéficiaire.
  Toutefois, le montant payé indûment peut être porté en déduction du premier paiement qui suit la date de décision de remboursement. Aucun intérêt n'est alors appliqué.
  Aucun intérêt ne s'applique en cas de paiement indu à la suite d'une erreur de l'autorité compétente. ".
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997.
  Brussel, 17 april 1997.
  K. PINXTEN
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1997.
  Bruxelles, le 17 avril 1997.
  K. PINXTEN