Artikel 1. het kader van dit koninklijk besluit zijn de volgende definities van toepassing :
1° De Minister : de Minister van de federale Regering die de telecommunicatie onder zijn bevoegdheid heeft;
2° Instituut : Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;
3° NMT : " Nordic Mobile Telephone ", analoog openbaar systeem voor radioverbinding in de 450 MHz-band;
4° MOB 2-net : geheel van schakelaars en basisstations die nodig zijn om een mobilofoondienst aan te bieden volgens de NMT-450-norm;
5° Basisstation : radio-elektrisch station van het MOB 2-net bestemd om een gegeven geografische zone te bedekken;
6° GSM : " Global System for Mobile communications ", pan-Europees digitaal openbaar systeem voor radioverbinding in de 900 MHz-band, genormaliseerd door het ETSI.;
7° GSM1 : eerste GSM-net op 900 MHz in België geëxploiteerd door [1 Proximus]1 of haar dochteronderneming onder de handelsnaam PROXIMUS;
8° GSM2 : tweede GSM-net op 900 MHz in België geëxploiteerd door een tweede operator;
9° C.E.P.T. : " Conférence Européenne des administrations des Postes et Télécommunications " (Europese Conferentie van Post en Telecommunicatie);
10- E.T.S.I. : " European Telecommunications Standards Institute " (Europees Instituut voor telecommunicatienormen);
11° ITU-T : sector voor de normalisatie van de telecommunicatie van de Internationale Telecommunicatie Unie, voorheen de CCITT. (" Comité Consultatif International Télégraphique et Téléphonique " Internationaal Raadgevend Comité voor Telegrafie en Telefonie);
12° ITU-R : sector van de radioverbindingen van de Internationale Telecommunicatie-Unie, voorheen de CCIR. (" Comité Consultatif International des Radiocommunications " - Internationaal Raadgevend Comité voor Radioverbindingen);
13° Operator : houder van een vergunning die bedoeld is om een NMT-450-net in België op te zetten en te exploiteren; die operator is het autonome overheidsbedrijf [1 Proximus]1 of haar dochteronderneming;
14° Dienstabonnees : klanten die een abonnement hebben genomen op de dienst van de operator;
15° Reizende gebruikers : klanten, andere dan de dienstabonnees, die geabonneerd zijn op de NMT-450-netten die door andere operatoren in het buitenland worden geëxploiteerd, en die voorzien zijn van compatibele eindtoestellen en die het netwerk van de operator wensen te gebruiken;
16° Bestek : geheel van voorwaarden met betrekking tot het opzetten en exploiteren van een NMT-450-net dat het voorwerp uitmaakt van hoofdstuk I van dit koninklijk besluit;
17° Vergunning : vergunning om in België een NMT-450-net aan te leggen en te exploiteren overeenkomstig de voorwaarden van dit bestek;
18° PSTN (" Public Switched Telephone Network ") : openbaar geschakeld telefoonnet van [1 Proximus]1;
19° ISDN (" Integrated Services Digital Network ") : digitaal netwerk van [1 Proximus]1 met integratie van diensten;
20° Piekuur : klokuur waarin het volume van het verkeer dat via het netwerk door de operator moet worden getransporteerd het grootst is, met uitsluiting van de zaterdagen, zondagen en feestdagen;
21° Blokkeringskans van de oproepen (" call blocking ") : waarschijnlijkheid dat een oproep tijdens het piekuur niet terechtkomt;
22° Verbrekingskans van de oproepen (" call drop ") : waarschijnlijkheid dat een verbinding tijdens het piekuur voortijdig wordt afgebroken; onder afbreking moet worden verstaan elke verslechtering van de verbinding waardoor de verbinding onmogelijk wordt voor een periode van meer dan tien seconden, met uitsluiting van de onderbrekingen die het gevolg zijn van de verplaatsing van een mobiel station buiten de dienstzone van het netwerk van de operator;
23° Frequentieplan : lijst van alle basisstations van het net met de gebruikte frequenties, het maximale schijnbaar uitgestraalde vermogen, het stralingsdiagram van de antenne en de antennehoogte gemeten vanop de grond.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 SEPTEMBER 1997. - Koninklijk besluit betreffende de aanleg en de exploitatie van het MOB2-mobilofoonnet. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-12-1997 en tekstbijwerking tot 01-09-2015)
Titre
8 SEPTEMBRE 1997. - Arrêté royal relatif à l'établissement et à l'exploitation du réseau de mobilophonie MOB 2. - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-12-1997 et mise à jour au 01-09-2015)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Bestek voor het MOB 2-net.
Afdeling I. - Terminologie en definities.
Afdeling II. - Doel van de dienst en reikwijdte...
Afdeling III. - Kwaliteit en beschikbaarheid va...
Afdeling IV. - Radio-elektrische aspecten.
Afdeling V. - Aspecten in verband met de interc...
Afdeling VI. - Commercialisering van de diensten.
Afdeling VII. - Financiële lasten.
Afdeling VIII. - Diverse bepalingen.
Afdeling IX. - Toezicht en sancties.
HOOFDSTUK II. - Slotbepalingen.
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE I. - Cahier des charges pour le réseau...
Section I. - Terminologie et définitions.
Section II. - Objectif du service et portée de ...
Section III. - Qualité et disponibilité du serv...
Section IV. - Aspects radioélectriques.
Section V. - Aspects relatifs Ă l'interconnexion.
Section VI. - Commercialisation des services.
Section VII. - Charges financières.
Section VIII. - Dispositions diverses.
Section IX. - ContrĂ´le et sanctions.
CHAPITRE II. - Dispositions finales.
ANNEXES.
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK I. - Bestek voor het MOB 2-net.
CHAPITRE I. - Cahier des charges pour le réseau MOB 2.
Afdeling I. - Terminologie en definities.
Section I. - Terminologie et définitions.
Article 1. Dans le cadre du présent arrêté royal, les définitions suivantes sont d'application :
1° le Ministre : le Ministre ou Secrétaire d'Etat du Gouvernement fédéral ayant les Télécommunications dans ses attributions;
2° Institut : Institut belge des Services postaux et des Télécommunications;
3° NMT-450 : " Nordic Mobile Telephone ", système analogique de radiocommunication publique dans la bande des 450 MHz;
4° réseau MOB 2 : ensemble des commutateurs et stations de base nécessaires pour offrir un service de mobilophonie selon la norme NMT-450;
5° station de base : station radioélectrique du réseau MOB 2 destinée à couvrir une zone géographique donnée;
6° GSM : " Global System for Mobile communications ", système paneuropéen de radiocommunication publique numérique dans la bande des 900 MHz, tel que standardisé par l'E.T.S.I.;
7° GSM 1 : premier réseau GSM à 900 MHz en Belgique exploité par [1 Proximus]1 ou sa filiale sous le nom commercial de PROXIMUS;
8° GSM 2 : deuxième réseau GSM à 900 MHz en Belgique exploité par un deuxième opérateur;
9° C.E.P.T. : Conférence européenne des administrations des Postes et Télécommunications;
10° E.T.S.I. : Institut européen de Normalisation en matière de télécommunications;
11° UIT-T : secteur de la normalisation des télécommunications de l'Union internationale des Télécommunications, anciennement C.C.I.T.T. (Comité consultatif international télégraphique et téléphonique);
12° UIT-R : secteur des radiocommunications de l'Union internationale des Télécommunications, anciennement C.C.I.R. (Comité consultatif international des Radiocommunications);
13° opérateur : titulaire de l'autorisation visant à mettre en oeuvre et à exploiter un réseau NMT-450 en Belgique; cet opérateur est l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 ou sa filiale;
14° abonnés au service : clients ayant souscrit un abonnement au service de l'opérateur;
15° usagers itinérants : clients, autres que les abonnés au service, qui sont abonnés aux réseaux NMT-450 exploités par d'autres opérateurs à l'étranger, munis de postes terminaux compatibles et désireux d'utiliser le réseau de l'opérateur;
16° cahier des charges : ensemble des conditions pour l'établissement et l'exploitation du réseau MOB 2 faisant l'objet du Chapitre Ier du présent arrêté royal;
17° autorisation : autorisation de mettre en oeuvre et d'exploiter un réseau NMT-450 en Belgique, conformément aux conditions décrites dans le présent cahier des charges;
18° RTPC : réseau téléphonique public commuté de [1 Proximus]1;
19° RNIS : réseau numérique à intégration des services de [1 Proximus]1;
20° heure la plus chargée : l'heure d'horloge pendant laquelle le volume de trafic à véhiculer par le réseau de l'opérateur est le plus grand, à l'exclusion des samedis, dimanches et jours fériés;
21° taux de blocage des appels (" call blocking ") : probabilité qu'un appel ne puisse aboutir à l'heure la plus chargée;
22° taux de coupure des appels (" call drop ") : probabilité qu'une communication soit interrompue prématurément à l'heure la plus chargée; par interruption, il y a lieu d'entendre toute dégradation de la liaison rendant la communication impossible pendant une durée supérieure à dix secondes, à l'exclusion d'interruptions résultant d'un déplacement de la station mobile en dehors de la zone de service du réseau de l'opérateur;
23° plan de fréquences : liste de toutes les stations de base du réseau avec les fréquences utilisées, la puissance apparente rayonnée maximale, le diagramme de rayonnement de l'antenne et la hauteur de l'antenne au-dessus du sol.
1° le Ministre : le Ministre ou Secrétaire d'Etat du Gouvernement fédéral ayant les Télécommunications dans ses attributions;
2° Institut : Institut belge des Services postaux et des Télécommunications;
3° NMT-450 : " Nordic Mobile Telephone ", système analogique de radiocommunication publique dans la bande des 450 MHz;
4° réseau MOB 2 : ensemble des commutateurs et stations de base nécessaires pour offrir un service de mobilophonie selon la norme NMT-450;
5° station de base : station radioélectrique du réseau MOB 2 destinée à couvrir une zone géographique donnée;
6° GSM : " Global System for Mobile communications ", système paneuropéen de radiocommunication publique numérique dans la bande des 900 MHz, tel que standardisé par l'E.T.S.I.;
7° GSM 1 : premier réseau GSM à 900 MHz en Belgique exploité par [1 Proximus]1 ou sa filiale sous le nom commercial de PROXIMUS;
8° GSM 2 : deuxième réseau GSM à 900 MHz en Belgique exploité par un deuxième opérateur;
9° C.E.P.T. : Conférence européenne des administrations des Postes et Télécommunications;
10° E.T.S.I. : Institut européen de Normalisation en matière de télécommunications;
11° UIT-T : secteur de la normalisation des télécommunications de l'Union internationale des Télécommunications, anciennement C.C.I.T.T. (Comité consultatif international télégraphique et téléphonique);
12° UIT-R : secteur des radiocommunications de l'Union internationale des Télécommunications, anciennement C.C.I.R. (Comité consultatif international des Radiocommunications);
13° opérateur : titulaire de l'autorisation visant à mettre en oeuvre et à exploiter un réseau NMT-450 en Belgique; cet opérateur est l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 ou sa filiale;
14° abonnés au service : clients ayant souscrit un abonnement au service de l'opérateur;
15° usagers itinérants : clients, autres que les abonnés au service, qui sont abonnés aux réseaux NMT-450 exploités par d'autres opérateurs à l'étranger, munis de postes terminaux compatibles et désireux d'utiliser le réseau de l'opérateur;
16° cahier des charges : ensemble des conditions pour l'établissement et l'exploitation du réseau MOB 2 faisant l'objet du Chapitre Ier du présent arrêté royal;
17° autorisation : autorisation de mettre en oeuvre et d'exploiter un réseau NMT-450 en Belgique, conformément aux conditions décrites dans le présent cahier des charges;
18° RTPC : réseau téléphonique public commuté de [1 Proximus]1;
19° RNIS : réseau numérique à intégration des services de [1 Proximus]1;
20° heure la plus chargée : l'heure d'horloge pendant laquelle le volume de trafic à véhiculer par le réseau de l'opérateur est le plus grand, à l'exclusion des samedis, dimanches et jours fériés;
21° taux de blocage des appels (" call blocking ") : probabilité qu'un appel ne puisse aboutir à l'heure la plus chargée;
22° taux de coupure des appels (" call drop ") : probabilité qu'une communication soit interrompue prématurément à l'heure la plus chargée; par interruption, il y a lieu d'entendre toute dégradation de la liaison rendant la communication impossible pendant une durée supérieure à dix secondes, à l'exclusion d'interruptions résultant d'un déplacement de la station mobile en dehors de la zone de service du réseau de l'opérateur;
23° plan de fréquences : liste de toutes les stations de base du réseau avec les fréquences utilisées, la puissance apparente rayonnée maximale, le diagramme de rayonnement de l'antenne et la hauteur de l'antenne au-dessus du sol.
Afdeling II. - Doel van de dienst en reikwijdte van de vergunning.
Section II. - Objectif du service et portée de l'autorisation.
Art. 2. § 1. De vergunning die op basis van dit bestek wordt verleend, dekt het opzetten en exploiteren van het MOB 2-mobilofoonnet in België dat werkt op basis van de norm voor analoge openbare radioberichtgeving, NMT-450, in de 450 MHz-band.
§ 2. Het netwerk van de operator moet het mogelijk maken vanuit of naar de mobiele eindstations de volgende verbindingen tot stand te brengen :
a) met elke abonnee van het PSTN/ISDN-net, in België of in het buitenland;
b) met elke abonnee op een ander mobilofoonnet, in België of in het buitenland;
c) tussen abonnees van het netwerk van de operator.
Die verschillende mogelijkheden mogen geen afbreuk doen aan eventuele beperkingen van de toegang die op aanvraag van de gebruikers, in een van de betrokken netten van toepassing zijn.
§ 3. De diensten die door het MOB 2-net van de operator worden aangeboden, mogen uitsluitend worden tot stand gebracht in de context van een verbinding van of naar een dienstabonnee of een reizende gebruiker.
De operator is niet gemachtigd om installaties van klanten via vaste verbindingen direct aan te sluiten op de elementen van zijn MOB 2-net.
§ 2. Het netwerk van de operator moet het mogelijk maken vanuit of naar de mobiele eindstations de volgende verbindingen tot stand te brengen :
a) met elke abonnee van het PSTN/ISDN-net, in België of in het buitenland;
b) met elke abonnee op een ander mobilofoonnet, in België of in het buitenland;
c) tussen abonnees van het netwerk van de operator.
Die verschillende mogelijkheden mogen geen afbreuk doen aan eventuele beperkingen van de toegang die op aanvraag van de gebruikers, in een van de betrokken netten van toepassing zijn.
§ 3. De diensten die door het MOB 2-net van de operator worden aangeboden, mogen uitsluitend worden tot stand gebracht in de context van een verbinding van of naar een dienstabonnee of een reizende gebruiker.
De operator is niet gemachtigd om installaties van klanten via vaste verbindingen direct aan te sluiten op de elementen van zijn MOB 2-net.
Art. 2. § 1er. L'autorisation octroyée sur la base du présent cahier des charges couvre la mise en oeuvre et l'exploitation en Belgique du réseau de mobilophonie MOB 2 fonctionnant sur la base de la norme de radiocommunication publique analogique NMT-450 dans la bande des 450 MHz.
§ 2. Le réseau de l'opérateur doit permettre d'établir à partir ou à destination des stations terminales mobiles les communications suivantes :
a) avec tout abonné du RTPC/RNIS, en Belgique ou à l'étranger;
b) avec tout abonné à un autre réseau de mobilophonie, en Belgique ou à l'étranger;
c) entre abonnés du réseau de l'opérateur.
Ces différentes possibilités ne doivent pas porter préjudice à d'éventuelles restrictions d'accès dans l'un des réseaux concernés, à la demande des usagers.
§ 3. Les services offerts par le réseau MOB 2 de l'opérateur ne peuvent être mis en oeuvre que dans le contexte d'une communication de ou vers un abonné au service ou un usager itinérant.
L'opérateur n'est pas autorisé à raccorder directement des installations de clients par des liaisons fixes sur les éléments de son réseau MOB 2.
§ 2. Le réseau de l'opérateur doit permettre d'établir à partir ou à destination des stations terminales mobiles les communications suivantes :
a) avec tout abonné du RTPC/RNIS, en Belgique ou à l'étranger;
b) avec tout abonné à un autre réseau de mobilophonie, en Belgique ou à l'étranger;
c) entre abonnés du réseau de l'opérateur.
Ces différentes possibilités ne doivent pas porter préjudice à d'éventuelles restrictions d'accès dans l'un des réseaux concernés, à la demande des usagers.
§ 3. Les services offerts par le réseau MOB 2 de l'opérateur ne peuvent être mis en oeuvre que dans le contexte d'une communication de ou vers un abonné au service ou un usager itinérant.
L'opérateur n'est pas autorisé à raccorder directement des installations de clients par des liaisons fixes sur les éléments de son réseau MOB 2.
Art. 3. § 1. De vergunning is persoonlijk en onoverdraagbaar. De Minister wordt ten minste een maand van tevoren in kennis gesteld van elke wijziging in de structuur van of de controle op het kapitaal van de operator.
§ 2. De vergunning die krachtens dit bestek wordt verleend, is geldig gedurende een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de datum waarop die vergunning is uitgereikt.
Na het verstrijken van die eerste periode kan de vergunning stilzwijgend worden verlengd voor opeenvolgende termijnen van vijf jaar.
De Minister en de operator mogen afzien van de stilzwijgende verlenging, op grond van een opzegging van twee jaar betekend met een ter post aangetekende brief. De beslissing de vergunning niet te verlengen houdt met name rekening met de voorwaarden waaronder de operator voldaan heeft aan de voorwaarden van zijn vergunning en van het bestek, alsook met de algemene ontwikkeling van de sector van de mobiele diensten.
§ 3. De vergunning die op basis van dit bestek wordt uitgereikt en de rechten die met toepassing van artikel 14 verschuldigd zijn, stellen de operator niet vrij van de overige wettelijke bepalingen in verband met zijn activiteiten.
De operator moet de regels naleven die door de Internationale Telecommunicatie Overeenkomst (" Convention internationale des Télécommunications "), door het Reglement van Radioverbinding, door de internationale overeenkomsten en door de communautaire reglementering zijn bepaald.
§ 2. De vergunning die krachtens dit bestek wordt verleend, is geldig gedurende een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de datum waarop die vergunning is uitgereikt.
Na het verstrijken van die eerste periode kan de vergunning stilzwijgend worden verlengd voor opeenvolgende termijnen van vijf jaar.
De Minister en de operator mogen afzien van de stilzwijgende verlenging, op grond van een opzegging van twee jaar betekend met een ter post aangetekende brief. De beslissing de vergunning niet te verlengen houdt met name rekening met de voorwaarden waaronder de operator voldaan heeft aan de voorwaarden van zijn vergunning en van het bestek, alsook met de algemene ontwikkeling van de sector van de mobiele diensten.
§ 3. De vergunning die op basis van dit bestek wordt uitgereikt en de rechten die met toepassing van artikel 14 verschuldigd zijn, stellen de operator niet vrij van de overige wettelijke bepalingen in verband met zijn activiteiten.
De operator moet de regels naleven die door de Internationale Telecommunicatie Overeenkomst (" Convention internationale des Télécommunications "), door het Reglement van Radioverbinding, door de internationale overeenkomsten en door de communautaire reglementering zijn bepaald.
Art. 3. § 1er. L'autorisation est personnelle et incessible. Le Ministre est informé, au moins un mois à l'avance, de toute modification à la structure ou au contrôle du capital de l'opérateur.
§ 2. L'autorisation délivrée aux termes du présent cahier des charges est valable pendant une période de dix années à compter à partir de la date de délivrance de cette autorisation.
A l'issue de cette première période, l'autorisation peut être renouvelée par tacite reconduction pour des termes successifs de cinq ans.
Le Ministre et l'opérateur peuvent renoncer à la reconduction tacite, moyennant préavis de deux ans signifié par lettre recommandée à la poste. La décision de ne pas reconduire l'autorisation prend en considération notamment les conditions dans lesquelles l'opérateur a satisfait aux conditions de son autorisation et du cahier des charges ainsi que l'évolution générale du secteur des services mobiles.
§ 3. L'autorisation délivrée sur la base du présent cahier des charges et les redevances dues en application de l'article 14 ne dispensent pas l'opérateur des autres dispositions légales concernant ses activités.
L'opérateur doit respecter les règles définies par la Convention internationale des Télécommunications, par le Règlement des Radiocommunications, par les accords internationaux et par la réglementation communautaire.
§ 2. L'autorisation délivrée aux termes du présent cahier des charges est valable pendant une période de dix années à compter à partir de la date de délivrance de cette autorisation.
A l'issue de cette première période, l'autorisation peut être renouvelée par tacite reconduction pour des termes successifs de cinq ans.
Le Ministre et l'opérateur peuvent renoncer à la reconduction tacite, moyennant préavis de deux ans signifié par lettre recommandée à la poste. La décision de ne pas reconduire l'autorisation prend en considération notamment les conditions dans lesquelles l'opérateur a satisfait aux conditions de son autorisation et du cahier des charges ainsi que l'évolution générale du secteur des services mobiles.
§ 3. L'autorisation délivrée sur la base du présent cahier des charges et les redevances dues en application de l'article 14 ne dispensent pas l'opérateur des autres dispositions légales concernant ses activités.
L'opérateur doit respecter les règles définies par la Convention internationale des Télécommunications, par le Règlement des Radiocommunications, par les accords internationaux et par la réglementation communautaire.
Afdeling III. - Kwaliteit en beschikbaarheid van de dienst.
Section III. - Qualité et disponibilité du service.
Art. 4. § 1. De dienst die de operator aanbiedt, moet op zijn minst beantwoorden aan de volgende voorwaarden :
a. blokkeringskans van de oproepen : ten hoogste 10 %;
b. verbrekingskans van de oproepen : ten hoogste 5 %;
c. luisterkwaliteit ten minste conform de normen van de ITU-R;
d. het verzekeren van het automatisch doorsturen van oproepen (" hand-over ") tussen alle aangrenzende cellen in het netwerk.
Het doel inzake kwaliteit voor de blokkeringskans van de oproepen moet worden bereikt, zowel voor het binnenkomende als voor het uitgaande verkeer.
§ 2. De dienst moet alle dagen van het jaar 24 uur op 24 ter beschikking zijn, met inbegrip van de dienst voor inlichtingen en voor bijstand aan de abonnees. De operator moet alle nodige maatregelen treffen om storingen in zijn netwerk binnen een tijdsduur van niet meer dan zes uren op te heffen. Deze termijn wordt verlengd tot twaalf uur voor de nachtelijke periodes en voor de weekends.
§ 3. De dienst moet toegankelijk zijn voor iedereen, zonder enige vorm van discriminatie. De dienstvoorwaarden zijn identiek voor gebruikers die zich in gelijkaardige omstandigheden bevinden, en dat wat betreft :
a. de tarieven en eventuele kortingen;
b. de nadere regels inzake aansluiting;
c. het onderhoud;
d. de kwaliteit, de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van de dienst.
De operator mag, overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen, de toegang tot de dienst niet weigeren, noch schorsen, behalve in geval van fraude of wanneer blijkt of vermoed wordt dat de abonnee niet betaalt, of op grond van de volgende essentiële vereisten :
1° de werkzekerheid van het netwerk;
2° de handhaving van de integriteit van het netwerk;
3° de interoperabiliteit van de diensten en van de netten in gerechtvaardigde gevallen;
4° de bescherming van de overgebrachte gegevens in gerechtvaardigde gevallen.
§ 4. De operator publiceert halfjaarlijks een verslag over de verschillende indiciën van de kwaliteit van de aangeboden dienst, te weten :
a. bedekking van het grondgebied;
b. blokkeringskans van de oproepen in beide verkeersrichtingen;
c. verbrekingskans van de oproepen;
d. luisterkwaliteit;
e. aanbod van bijkomende diensten;
f. termijn voor de aansluiting van de nieuwe abonnees;
g. frequentie en duur van de storingen;
h. antwoordtijd van zijn dienst voor bijstand aan de abonnees.
De praktische regels inzake de presentatie van dat verslag worden in overleg met het Instituut vastgelegd.
a. blokkeringskans van de oproepen : ten hoogste 10 %;
b. verbrekingskans van de oproepen : ten hoogste 5 %;
c. luisterkwaliteit ten minste conform de normen van de ITU-R;
d. het verzekeren van het automatisch doorsturen van oproepen (" hand-over ") tussen alle aangrenzende cellen in het netwerk.
Het doel inzake kwaliteit voor de blokkeringskans van de oproepen moet worden bereikt, zowel voor het binnenkomende als voor het uitgaande verkeer.
§ 2. De dienst moet alle dagen van het jaar 24 uur op 24 ter beschikking zijn, met inbegrip van de dienst voor inlichtingen en voor bijstand aan de abonnees. De operator moet alle nodige maatregelen treffen om storingen in zijn netwerk binnen een tijdsduur van niet meer dan zes uren op te heffen. Deze termijn wordt verlengd tot twaalf uur voor de nachtelijke periodes en voor de weekends.
§ 3. De dienst moet toegankelijk zijn voor iedereen, zonder enige vorm van discriminatie. De dienstvoorwaarden zijn identiek voor gebruikers die zich in gelijkaardige omstandigheden bevinden, en dat wat betreft :
a. de tarieven en eventuele kortingen;
b. de nadere regels inzake aansluiting;
c. het onderhoud;
d. de kwaliteit, de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van de dienst.
De operator mag, overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen, de toegang tot de dienst niet weigeren, noch schorsen, behalve in geval van fraude of wanneer blijkt of vermoed wordt dat de abonnee niet betaalt, of op grond van de volgende essentiële vereisten :
1° de werkzekerheid van het netwerk;
2° de handhaving van de integriteit van het netwerk;
3° de interoperabiliteit van de diensten en van de netten in gerechtvaardigde gevallen;
4° de bescherming van de overgebrachte gegevens in gerechtvaardigde gevallen.
§ 4. De operator publiceert halfjaarlijks een verslag over de verschillende indiciën van de kwaliteit van de aangeboden dienst, te weten :
a. bedekking van het grondgebied;
b. blokkeringskans van de oproepen in beide verkeersrichtingen;
c. verbrekingskans van de oproepen;
d. luisterkwaliteit;
e. aanbod van bijkomende diensten;
f. termijn voor de aansluiting van de nieuwe abonnees;
g. frequentie en duur van de storingen;
h. antwoordtijd van zijn dienst voor bijstand aan de abonnees.
De praktische regels inzake de presentatie van dat verslag worden in overleg met het Instituut vastgelegd.
Art. 4. § 1er. Le service offert par l'opérateur doit au moins répondre aux conditions suivantes :
a. taux de blocage des appels : au maximum 10 %;
b. taux de coupure des appels : au maximum 5 %;
c. qualité d'écoute au moins conforme aux normes du secteur UIT-R;
d. assurer la fonction de transfert automatique des appels (" handover ") entre toutes cellules voisines dans le réseau.
L'objectif de qualité pour le taux de blocage des appels doit être atteint aussi bien pour le trafic entrant que pour le trafic sortant.
§ 2. Le service doit être disponible 24 heures sur 24 pendant tous les jours de l'année, y compris pour le service de renseignements et d'assistance aux abonnés. L'opérateur doit prendre toutes les dispositions voulues pour lever tout dérangement dans son réseau endéans un délai n'excédant pas six heures. Ce délai est porté à douze heures pour les périodes nocturnes et les week-ends.
§ 3. Le service doit être accessible à tous sans aucune discrimination. Les conditions du service sont identiques pour des usagers se trouvant dans des conditions similaires en ce qui concerne :
a. les tarifs et ristournes éventuelles;
b. les modalités de raccordement;
c. l'entretien;
d. la qualité, la disponibilité et la fiabilité du service.
L'opérateur ne peut refuser l'accès au service ou le suspendre, conformément aux dispositions légales et réglementaires en vigueur, qu'en cas de fraude ou de non-paiement avéré ou présumé de l'abonné ou sur la base des exigences essentielles suivantes :
1° la sécurité du fonctionnement du réseau;
2° le maintien de l'intégrité du réseau;
3° l'interopérabilité des services et des réseaux dans les cas justifiés;
4° la protection des données transmises dans les cas justifiés.
§ 4. L'opérateur publie semestriellement un rapport relatif aux différents indices de qualité du service offert, à savoir :
a. couverture du territoire;
b. taux de blocage des appels dans les deux sens de trafic;
c. taux de coupure des appels;
d. qualité d'écoute;
e. offre de services supplémentaires;
f. délai de raccordement des nouveaux abonnés;
g. fréquence et durée des dérangements;
h. délai de réponse de son service d'assistance aux abonnés.
Les modalités pratiques de présentation dudit rapport sont définies en concertation avec l'Institut.
a. taux de blocage des appels : au maximum 10 %;
b. taux de coupure des appels : au maximum 5 %;
c. qualité d'écoute au moins conforme aux normes du secteur UIT-R;
d. assurer la fonction de transfert automatique des appels (" handover ") entre toutes cellules voisines dans le réseau.
L'objectif de qualité pour le taux de blocage des appels doit être atteint aussi bien pour le trafic entrant que pour le trafic sortant.
§ 2. Le service doit être disponible 24 heures sur 24 pendant tous les jours de l'année, y compris pour le service de renseignements et d'assistance aux abonnés. L'opérateur doit prendre toutes les dispositions voulues pour lever tout dérangement dans son réseau endéans un délai n'excédant pas six heures. Ce délai est porté à douze heures pour les périodes nocturnes et les week-ends.
§ 3. Le service doit être accessible à tous sans aucune discrimination. Les conditions du service sont identiques pour des usagers se trouvant dans des conditions similaires en ce qui concerne :
a. les tarifs et ristournes éventuelles;
b. les modalités de raccordement;
c. l'entretien;
d. la qualité, la disponibilité et la fiabilité du service.
L'opérateur ne peut refuser l'accès au service ou le suspendre, conformément aux dispositions légales et réglementaires en vigueur, qu'en cas de fraude ou de non-paiement avéré ou présumé de l'abonné ou sur la base des exigences essentielles suivantes :
1° la sécurité du fonctionnement du réseau;
2° le maintien de l'intégrité du réseau;
3° l'interopérabilité des services et des réseaux dans les cas justifiés;
4° la protection des données transmises dans les cas justifiés.
§ 4. L'opérateur publie semestriellement un rapport relatif aux différents indices de qualité du service offert, à savoir :
a. couverture du territoire;
b. taux de blocage des appels dans les deux sens de trafic;
c. taux de coupure des appels;
d. qualité d'écoute;
e. offre de services supplémentaires;
f. délai de raccordement des nouveaux abonnés;
g. fréquence et durée des dérangements;
h. délai de réponse de son service d'assistance aux abonnés.
Les modalités pratiques de présentation dudit rapport sont définies en concertation avec l'Institut.
Afdeling IV. - Radio-elektrische aspecten.
Section IV. - Aspects radioélectriques.
Art. 5. De bedekking van het netwerk van de operator moet overeenstemmen met ten minste 85 % van de bevolking in België.
Onder bedekking moet worden verstaan dat het mobiele of draagbare station het mogelijk moet maken de dienst aan te bieden bij gebruik buiten de gebouwen.
Alle autowegen (verkeersaders met de letters E, A en R) moeten volledig bedekt zijn, alsook de wegtunnels, voor zover mogelijk.
Onder bedekking moet worden verstaan dat het mobiele of draagbare station het mogelijk moet maken de dienst aan te bieden bij gebruik buiten de gebouwen.
Alle autowegen (verkeersaders met de letters E, A en R) moeten volledig bedekt zijn, alsook de wegtunnels, voor zover mogelijk.
Art. 5. La couverture du réseau de l'opérateur doit correspondre à au moins 85 % de la population en Belgique.
Par couverture, il y a lieu d'entendre que la station mobile ou portative doit permettre d'offrir le service pour une utilisation en dehors des bâtiments.
Toutes les autoroutes (axes routiers avec les sigles E, A et R) doivent être complètement couvertes ainsi que, dans toute la mesure du possible, les tunnels routiers.
Par couverture, il y a lieu d'entendre que la station mobile ou portative doit permettre d'offrir le service pour une utilisation en dehors des bâtiments.
Toutes les autoroutes (axes routiers avec les sigles E, A et R) doivent être complètement couvertes ainsi que, dans toute la mesure du possible, les tunnels routiers.
Art. 6. Het systeem dat door de operator wordt toegepast, moet conform de NMT-450-norm zijn.
(Lid 2 en 3 opgeheven) <KB 2000-10-27/44, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2000>
(Lid 2 en 3 opgeheven) <KB 2000-10-27/44, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2000>
Art. 6. Le système mis en oeuvre par l'opérateur doit être conforme à la norme NMT-450.
(Alinéas 2 et 3 abrogés) <AR 2000-10-27/44, art. 19, 002; En vigueur : 28-11-2000>
(Alinéas 2 et 3 abrogés) <AR 2000-10-27/44, art. 19, 002; En vigueur : 28-11-2000>
Art. 7. § 1. Het radio-elektrisch net moet worden geïnstalleerd in de frequentieband van 450 - 470 MHz, met een duplexafstand van 10 MHz. De hoge band is voorbehouden voor het uitzenden door basisstations en de lage band voor het uitzenden door mobiele stations.
De kanalen liggen telkens 20 kHz uiteen en zijn genummerd volgens het schema hierna. Kanaal nr. n stemt overeen met het frequentiepaar dat wordt verkregen door
- 461,310 MHz + (n-1) x 20 kHz voor de hoge frequentie;
- 451,310 MHz + (n-1) x 20 kHz voor de lage frequentie.
De 222 kanalen die aan de operator zijn toegewezen, zijn over het gehele nationale grondgebied beschikbaar, onder voorbehoud van de verplichtingen als gevolg van de grensoverschrijdende coördinatie. Die verplichtingen worden door het Instituut aan de operator meegedeeld. Elk voornemen van de operator om een frequentie te gebruiken waarbij de internationale overeenkomsten die België heeft afgesloten, niet worden nageleefd, moet aan het Instituut worden voorgelegd met de bedoeling een eventuele coördinatie te bereiken met de Administraties van de buurlanden.
§ 2. De operator deelt aan het Instituut, op diens aanvraag, het volledige frequentieplan van zijn netwerk mee.
De kanalen liggen telkens 20 kHz uiteen en zijn genummerd volgens het schema hierna. Kanaal nr. n stemt overeen met het frequentiepaar dat wordt verkregen door
- 461,310 MHz + (n-1) x 20 kHz voor de hoge frequentie;
- 451,310 MHz + (n-1) x 20 kHz voor de lage frequentie.
De 222 kanalen die aan de operator zijn toegewezen, zijn over het gehele nationale grondgebied beschikbaar, onder voorbehoud van de verplichtingen als gevolg van de grensoverschrijdende coördinatie. Die verplichtingen worden door het Instituut aan de operator meegedeeld. Elk voornemen van de operator om een frequentie te gebruiken waarbij de internationale overeenkomsten die België heeft afgesloten, niet worden nageleefd, moet aan het Instituut worden voorgelegd met de bedoeling een eventuele coördinatie te bereiken met de Administraties van de buurlanden.
§ 2. De operator deelt aan het Instituut, op diens aanvraag, het volledige frequentieplan van zijn netwerk mee.
Art. 7. § 1er. Le réseau radioélectrique doit être mis en oeuvre dans la bande de fréquences 450 - 470 MHz, avec un écart duplex de 10 MHz. La bande haute est réservée à l'émission par les stations de base et la bande basse est réservée à l'émission par les stations mobiles.
Les canaux sont espacés de 20 kHz et sont numerotés selon le schéma suivant. Le canal n° n correspond à la paire de fréquences résultant de :
- 461,310 Mhz + (n-1) x 20 kHz pour la fréquence haute;
- 451,310 Mhz + (n-1) x 20 kHz pour la fréquence basse.
Les 222 canaux attribués à l'opérateur sont disponibles sur l'entièreté du territoire national, sous réserve des contraintes résultant de la coordination transfrontaliere. Ces contraintes sont communiquées par l'Institut à l'opérateur. Tout projet d'utilisation de fréquence par l'opérateur qui ne respecterait pas les accords internationaux conclus par la Belgique doit être soumis à l'Institut en vue d'une éventuelle coordination avec les administrations des pays voisins.
§ 2. L'opérateur communique à l'Institut, sur demande, le plan de fréquences complet de son réseau.
Les canaux sont espacés de 20 kHz et sont numerotés selon le schéma suivant. Le canal n° n correspond à la paire de fréquences résultant de :
- 461,310 Mhz + (n-1) x 20 kHz pour la fréquence haute;
- 451,310 Mhz + (n-1) x 20 kHz pour la fréquence basse.
Les 222 canaux attribués à l'opérateur sont disponibles sur l'entièreté du territoire national, sous réserve des contraintes résultant de la coordination transfrontaliere. Ces contraintes sont communiquées par l'Institut à l'opérateur. Tout projet d'utilisation de fréquence par l'opérateur qui ne respecterait pas les accords internationaux conclus par la Belgique doit être soumis à l'Institut en vue d'une éventuelle coordination avec les administrations des pays voisins.
§ 2. L'opérateur communique à l'Institut, sur demande, le plan de fréquences complet de son réseau.
Art. 8. De operator tracht zijn antennes zoveel mogelijk op reeds bestaande steunpunten te installeren (daken van gebouwen of pylonen).
Art. 8. L'opérateur s'efforce dans toute la mesure du possible d'installer ses antennes sur des supports (toitures de bâtiments ou pylônes) déjà existants.
Art. 9. De operator is als enige verantwoordelijk voor de goede werking van zijn net. Hij is verantwoordelijk voor eventuele radio-elektrische storingen tegenover andere gebruikers van het radio-elektrisch spectrum, die worden veroorzaakt door basisstations die op zijn netwerk aangesloten zijn. Bij een dergelijke storing verleent het Instituut, op vraag van de operator, technische bijstand om het probleem op te lossen, voor zover de prestaties die aan het Instituut worden gevraagd, redelijk blijven.
Art. 9. L'opérateur est seul responsable du bon fonctionnement de son réseau. Il est responsable des éventuelles perturbations radioélectriques occasionnées par les stations de base raccordées à son réseau sur d'autres utilisateurs du spectre radioélectrique. En cas de perturbation de cette nature, l'Institut fournit, a la demande de l'opérateur, une assistance technique en vue de remédier au problème dans la mesure où les prestations demandées à l'Institut restent raisonnables.
Afdeling V. - Aspecten in verband met de interconnectie.
Section V. - Aspects relatifs Ă l'interconnexion.
Art. 10. § 1. Het Instituut wijst de nationale dienstcode 017 toe aan het MOB 2-net.
Het abonneenummer bestaat uit zes cijfers.
§ 2. De operator moet zijn abonnees in staat stellen gratis noodoproepen te doen naar de nummers met drie cijfers die hem door het Instituut worden meegedeeld. De procedure voor de toegang van de gebruikers tot die diensten moet op dezelfde manier verlopen als vanuit de PSTN/ISDN-netten.
§ 3. De overeenkomst over het verkeer via de PSTN/ISDN- en MOB 2-netten moet aan het Instituut worden overgezonden. Alle geschillen betreffende die overeenkomst worden overeenkomstig de procedure van artikel 17, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
Het abonneenummer bestaat uit zes cijfers.
§ 2. De operator moet zijn abonnees in staat stellen gratis noodoproepen te doen naar de nummers met drie cijfers die hem door het Instituut worden meegedeeld. De procedure voor de toegang van de gebruikers tot die diensten moet op dezelfde manier verlopen als vanuit de PSTN/ISDN-netten.
§ 3. De overeenkomst over het verkeer via de PSTN/ISDN- en MOB 2-netten moet aan het Instituut worden overgezonden. Alle geschillen betreffende die overeenkomst worden overeenkomstig de procedure van artikel 17, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
Art. 10. § 1er. L'Institut attribue le code national de service 017 au réseau MOB 2.
Le numéro d'abonné est formé de six chiffres.
§ 2. L'opérateur doit assurer à ses abonnés l'accès gratuit pour les appels d'urgence à destination des numéros à trois chiffres qui lui sont communiques par l'Institut. Les procédures d'accès des usagers à ces services doivent s'effectuer de la même manière qu'à partir du RTPC/RNIS.
§ 3. L'accord relatif à l'acheminement sur les réseaux RTPC/RNIS et MOB 2 doit être communiqué à l'Institut. Tout litige relatif à cet accord est soumis à l'Institut, conformément à la procédure de l'article 17, § 5.
Le numéro d'abonné est formé de six chiffres.
§ 2. L'opérateur doit assurer à ses abonnés l'accès gratuit pour les appels d'urgence à destination des numéros à trois chiffres qui lui sont communiques par l'Institut. Les procédures d'accès des usagers à ces services doivent s'effectuer de la même manière qu'à partir du RTPC/RNIS.
§ 3. L'accord relatif à l'acheminement sur les réseaux RTPC/RNIS et MOB 2 doit être communiqué à l'Institut. Tout litige relatif à cet accord est soumis à l'Institut, conformément à la procédure de l'article 17, § 5.
Art. 11. § 1. De interconnectie van het netwerk van de operator met de PSTN/ISDN-netten van [1 Proximus]1 heeft tot doel de doorstroming van de gesprekken mogelijk te maken tussen enerzijds de abonnees van het netwerk van de operator en anderzijds de abonnees van andere geschakelde netten, met inbegrip van andere mobiele netwerken.
§ 2. Om zijn verkeer naar het vaste net te leiden, mag de operator naar gelang van zijn behoeften, aan [1 Proximus]1 verbindingen vragen op de centra aangeduid in bijlage 1. De lijst van de interconnectiepunten kan nog in onderling overleg tussen de betrokken partijen worden gewijzigd, die het Instituut ervan op de hoogte brengen.
De interconnectie met schakelaars van [1 Proximus]1 gebeurt overeenkomstig het protocol van signalisatie R2 van de sector I.T.U.-T. (...). <KB 2000-10-27/44, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2000>
§ 3. De operator heeft het recht vanwege [1 Proximus]1, als de operator van het vaste net, voldoening te krijgen bij elke redelijke eis inzake de gevraagde capaciteit, de kwaliteit en de technische karakteristieken voor de interconnectie met de PSTN/ISDN. Die eisen maken deel uit van het akkoord over de interconnectie. De operator is verplicht zijn behoeften inzake interconnectie ten minste zes maanden voor de gewenste datum van indienststelling aan [1 Proximus]1 te laten weten.
§ 4. Wat de financiële vergoeding betreft voor de doorstroming van het verkeer tussen de PSTN/ISDN-netten en het MOB 2-net, moeten de interconnectievergoedingen steunen op criteria die objectief en niet-discriminerend zijn en die zoveel mogelijk de kosten weerspiegelen.
In geval van onenigheid tussen [1 Proximus]1 en de operator, moeten de volgende principes van rechtvaardige symmetrie worden nageleefd :
a. de operator vanuit wiens netwerk de oproep tot stand wordt gebracht, int het bedrag van de ontvangsten die met de verbinding overeenkomen en bepaalt de prijs ervan;
b. de operator vanuit wiens netwerk de oproep tot stand wordt gebracht, betaalt een interconnectievergoeding aan de andere operator wiens netwerk is gebruikt om de oproep door te sturen;
c. de financiële voorwaarden voor de interconnectie die in bijlage 2 worden beschreven, worden toegepast; de in die bijlage vermelde bedragen kunnen worden aangepast mits het akkoord van het Instituut;
d. de operator en [1 Proximus]1 moeten wederzijds toegang verlenen tot hun dynamische gegevensbanken die automatisch het doorsturen van de oproepen behandelen, om het de andere mogelijk te maken zijn transmissie-infrastructuur en zijn interconnectiepunten te optimaliseren.
§ 5. Alle nadere regels inzake de interconnectie zijn opgenomen in een akkoord tussen de operator en [1 Proximus]1 dat aan het Instituut wordt overgezonden. Alle geschillen betreffende die overeenkomst worden overeenkomstig de procedure van artikel 17, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
§ 2. Om zijn verkeer naar het vaste net te leiden, mag de operator naar gelang van zijn behoeften, aan [1 Proximus]1 verbindingen vragen op de centra aangeduid in bijlage 1. De lijst van de interconnectiepunten kan nog in onderling overleg tussen de betrokken partijen worden gewijzigd, die het Instituut ervan op de hoogte brengen.
De interconnectie met schakelaars van [1 Proximus]1 gebeurt overeenkomstig het protocol van signalisatie R2 van de sector I.T.U.-T. (...). <KB 2000-10-27/44, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2000>
§ 3. De operator heeft het recht vanwege [1 Proximus]1, als de operator van het vaste net, voldoening te krijgen bij elke redelijke eis inzake de gevraagde capaciteit, de kwaliteit en de technische karakteristieken voor de interconnectie met de PSTN/ISDN. Die eisen maken deel uit van het akkoord over de interconnectie. De operator is verplicht zijn behoeften inzake interconnectie ten minste zes maanden voor de gewenste datum van indienststelling aan [1 Proximus]1 te laten weten.
§ 4. Wat de financiële vergoeding betreft voor de doorstroming van het verkeer tussen de PSTN/ISDN-netten en het MOB 2-net, moeten de interconnectievergoedingen steunen op criteria die objectief en niet-discriminerend zijn en die zoveel mogelijk de kosten weerspiegelen.
In geval van onenigheid tussen [1 Proximus]1 en de operator, moeten de volgende principes van rechtvaardige symmetrie worden nageleefd :
a. de operator vanuit wiens netwerk de oproep tot stand wordt gebracht, int het bedrag van de ontvangsten die met de verbinding overeenkomen en bepaalt de prijs ervan;
b. de operator vanuit wiens netwerk de oproep tot stand wordt gebracht, betaalt een interconnectievergoeding aan de andere operator wiens netwerk is gebruikt om de oproep door te sturen;
c. de financiële voorwaarden voor de interconnectie die in bijlage 2 worden beschreven, worden toegepast; de in die bijlage vermelde bedragen kunnen worden aangepast mits het akkoord van het Instituut;
d. de operator en [1 Proximus]1 moeten wederzijds toegang verlenen tot hun dynamische gegevensbanken die automatisch het doorsturen van de oproepen behandelen, om het de andere mogelijk te maken zijn transmissie-infrastructuur en zijn interconnectiepunten te optimaliseren.
§ 5. Alle nadere regels inzake de interconnectie zijn opgenomen in een akkoord tussen de operator en [1 Proximus]1 dat aan het Instituut wordt overgezonden. Alle geschillen betreffende die overeenkomst worden overeenkomstig de procedure van artikel 17, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
Art. 11. § 1er. L'interconnexion du réseau de l'opérateur au RTPC/RNIS de [1 Proximus]1 a pour objet de permettre l'acheminement des communications entre les abonnés du réseau de l'opérateur d'une part et les abonnés à d'autres réseaux commutés, en ce compris d'autres réseaux mobiles, d'autre part.
§ 2. Pour écouler son trafic vers le réseau fixe, l'opérateur peut, en fonction de ses besoins, demander à [1 Proximus]1 des connexions sur les centres indiqués dans l'annexe 1. La liste des points d'interconnexion est susceptible d'être modifiée de commun accord entre les parties concernées qui en informent l'Institut.
L'interconnexion aux commutateurs de [1 Proximus]1 s'effectue conformément au protocole de signalisation R2 du secteur UIT-T. (...). <AR 2000-10-27/44, art. 19, 002; En vigueur : 28-11-2000>
§ 3. L'opérateur a le droit d'obtenir de la part de [1 Proximus]1, en tant qu'opérateur du réseau fixe, satisfaction à toute exigence raisonnable en matière de capacité demandée, de qualité et de caractéristiques techniques pour l'interconnexion au RTPC/RNIS. Ces exigences font partie de l'accord d'interconnexion. L'opérateur est tenu de faire connaître à [1 Proximus]1 ses besoins en matière d'interconnexions au moins six mois avant la date de mise en service souhaitée.
§ 4. En ce qui concerne la rétribution financière pour l'écoulement du trafic entre le RTPC/RNIS et le réseau MOB 2, les charges d'interconnexion doivent être fondées sur des critères objectifs, non discriminatoires et reflétant autant que possible les coûts.
En cas de désaccord entre [1 Proximus]1 et l'opérateur, les principes de symétrie équitable suivants doivent être respectés :
a. l'opérateur sur le réseau duquel l'appel est généré percoit le montant de la recette correspondant à la communication et détermine le prix de celle-ci;
b. l'opérateur sur le réseau duquel l'appel est généré paie une charge d'interconnexion à l'autre opérateur dont le réseau a été utilisé pour l'acheminement de l'appel;
c. les conditions financières d'interconnexion décrites dans l'annexe 2 sont appliquées; les montants indiqués dans cette annexe sont susceptibles d'adaptation moyennant l'accord de l'Institut;
d. l'opérateur et [1 Proximus]1 doivent se donner mutuellement accès à leurs bases de données dynamiques traitant automatiquement l'acheminement des appels en vue de permettre à l'autre partie d'optimaliser son infrastructure de transmission et ses points d'interconnexion.
§ 5. Toutes les modalités d'interconnexion font l'objet d'un accord entre l'opérateur et [1 Proximus]1 qui doit être communiqué à l'Institut. Tout litige relatif à cet accord est soumis à l'Institut, conformément à la procédure de l'article 17, § 5.
§ 2. Pour écouler son trafic vers le réseau fixe, l'opérateur peut, en fonction de ses besoins, demander à [1 Proximus]1 des connexions sur les centres indiqués dans l'annexe 1. La liste des points d'interconnexion est susceptible d'être modifiée de commun accord entre les parties concernées qui en informent l'Institut.
L'interconnexion aux commutateurs de [1 Proximus]1 s'effectue conformément au protocole de signalisation R2 du secteur UIT-T. (...). <AR 2000-10-27/44, art. 19, 002; En vigueur : 28-11-2000>
§ 3. L'opérateur a le droit d'obtenir de la part de [1 Proximus]1, en tant qu'opérateur du réseau fixe, satisfaction à toute exigence raisonnable en matière de capacité demandée, de qualité et de caractéristiques techniques pour l'interconnexion au RTPC/RNIS. Ces exigences font partie de l'accord d'interconnexion. L'opérateur est tenu de faire connaître à [1 Proximus]1 ses besoins en matière d'interconnexions au moins six mois avant la date de mise en service souhaitée.
§ 4. En ce qui concerne la rétribution financière pour l'écoulement du trafic entre le RTPC/RNIS et le réseau MOB 2, les charges d'interconnexion doivent être fondées sur des critères objectifs, non discriminatoires et reflétant autant que possible les coûts.
En cas de désaccord entre [1 Proximus]1 et l'opérateur, les principes de symétrie équitable suivants doivent être respectés :
a. l'opérateur sur le réseau duquel l'appel est généré percoit le montant de la recette correspondant à la communication et détermine le prix de celle-ci;
b. l'opérateur sur le réseau duquel l'appel est généré paie une charge d'interconnexion à l'autre opérateur dont le réseau a été utilisé pour l'acheminement de l'appel;
c. les conditions financières d'interconnexion décrites dans l'annexe 2 sont appliquées; les montants indiqués dans cette annexe sont susceptibles d'adaptation moyennant l'accord de l'Institut;
d. l'opérateur et [1 Proximus]1 doivent se donner mutuellement accès à leurs bases de données dynamiques traitant automatiquement l'acheminement des appels en vue de permettre à l'autre partie d'optimaliser son infrastructure de transmission et ses points d'interconnexion.
§ 5. Toutes les modalités d'interconnexion font l'objet d'un accord entre l'opérateur et [1 Proximus]1 qui doit être communiqué à l'Institut. Tout litige relatif à cet accord est soumis à l'Institut, conformément à la procédure de l'article 17, § 5.
Art. 12. § 1. De verbindingen die bestemd zijn om de verschillende bestanddelen van het MOB 2-net van de operator onderling op elkaar aan te sluiten, mogen worden tot stand gebracht hetzij door middel van gehuurde circuits die [1 Proximus]1 levert, hetzij door middel van een andere transmissie-infrastructuur.
De verbindingen die [1 Proximus]1 aldus ter beschikking stelt, mag de operator gebruiken in het kader van de exploitatie van zijn mobilofoondienst, dat wil zeggen om het verkeer in kwestie over te brengen, alsook andere informatie die nodig is voor de exploitatie en voor het presteren van de niet-gereserveerde diensten op voorwaarde dat de aangifteprocedure wordt toegepast van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
§ 2. [1 Proximus]1 is gehouden de gevraagde verbindingen binnen een redelijke termijn ter beschikking te stellen van de operator, overeenkomstig de bepalingen van haar beheerscontract.
(...). <KB 2000-10-27/44, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2000>
§ 3. De terbeschikkingstelling van gehuurde circuits aan de operator door [1 Proximus]1 wordt geregeld tussen de twee partijen in een overeenkomst, die aan het Instituut moet worden overgezonden. Alle geschillen betreffende de terbeschikkingstelling van die gehuurde circuits voor de aansluiting van de infrastructuur worden overeenkomstig de procedure van artikel 17, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
De financiële voorwaarden aangaande de terbeschikkingstelling van gehuurde circuits beschreven in bijlage 3, zijn van toepassing. De in die bijlage vermelde tarieven steunen op de tarifering van huurlijnen die door [1 Proximus]1 wordt toegepast en zijn derhalve onderhevig aan aanpassingen.
De verbindingen die [1 Proximus]1 aldus ter beschikking stelt, mag de operator gebruiken in het kader van de exploitatie van zijn mobilofoondienst, dat wil zeggen om het verkeer in kwestie over te brengen, alsook andere informatie die nodig is voor de exploitatie en voor het presteren van de niet-gereserveerde diensten op voorwaarde dat de aangifteprocedure wordt toegepast van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
§ 2. [1 Proximus]1 is gehouden de gevraagde verbindingen binnen een redelijke termijn ter beschikking te stellen van de operator, overeenkomstig de bepalingen van haar beheerscontract.
(...). <KB 2000-10-27/44, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2000>
§ 3. De terbeschikkingstelling van gehuurde circuits aan de operator door [1 Proximus]1 wordt geregeld tussen de twee partijen in een overeenkomst, die aan het Instituut moet worden overgezonden. Alle geschillen betreffende de terbeschikkingstelling van die gehuurde circuits voor de aansluiting van de infrastructuur worden overeenkomstig de procedure van artikel 17, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
De financiële voorwaarden aangaande de terbeschikkingstelling van gehuurde circuits beschreven in bijlage 3, zijn van toepassing. De in die bijlage vermelde tarieven steunen op de tarifering van huurlijnen die door [1 Proximus]1 wordt toegepast en zijn derhalve onderhevig aan aanpassingen.
Art. 12. § 1er. Les liaisons destinées à raccorder entre eux les différents constituants du réseau MOB 2 de l'opérateur peuvent être soit réalisées au moyen de circuits loués fournis par [1 Proximus]1, soit au moyen d'une autre infrastructure de transmission.
Les liaisons ainsi mises à disposition par [1 Proximus]1 peuvent être utilisées par l'opérateur dans le cadre de l'exploitation de son service de mobilophonie, c'est-à -dire pour véhiculer le trafic en question et acheminer d'autres informations nécessaires pour l'exploitation, ainsi que pour la prestation de services non réservés moyennant la procédure de déclaration prévue dans la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
§ 2. [1 Proximus]1 est tenu de mettre les liaisons demandées à la disposition de l'opérateur dans un délai raisonnable, conformément aux dispositions de son contrat de gestion.
(...). <AR 2000-10-27/44, art. 19, 002; En vigueur : 28-11-2000>
§ 3. La mise à disposition de l'opérateur de circuits loués par [1 Proximus]1 fait l'objet d'un accord entre les deux parties qui doit être communiqué à l'Institut. Tout litige relatif à la mise à disposition de circuits loués pour le raccordement de l'infrastructure est soumis à l'Institut, conformément à la procédure de l'article 17, § 5.
Les conditions financières de mise à disposition de circuits loués décrites dans l'annexe 3 sont applicables. Les tarifs indiqués dans cette annexe se fondent sur la tarification des lignes louées pratiquée par [1 Proximus]1 et sont par conséquent susceptibles d'adaptation.
Les liaisons ainsi mises à disposition par [1 Proximus]1 peuvent être utilisées par l'opérateur dans le cadre de l'exploitation de son service de mobilophonie, c'est-à -dire pour véhiculer le trafic en question et acheminer d'autres informations nécessaires pour l'exploitation, ainsi que pour la prestation de services non réservés moyennant la procédure de déclaration prévue dans la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
§ 2. [1 Proximus]1 est tenu de mettre les liaisons demandées à la disposition de l'opérateur dans un délai raisonnable, conformément aux dispositions de son contrat de gestion.
(...). <AR 2000-10-27/44, art. 19, 002; En vigueur : 28-11-2000>
§ 3. La mise à disposition de l'opérateur de circuits loués par [1 Proximus]1 fait l'objet d'un accord entre les deux parties qui doit être communiqué à l'Institut. Tout litige relatif à la mise à disposition de circuits loués pour le raccordement de l'infrastructure est soumis à l'Institut, conformément à la procédure de l'article 17, § 5.
Les conditions financières de mise à disposition de circuits loués décrites dans l'annexe 3 sont applicables. Les tarifs indiqués dans cette annexe se fondent sur la tarification des lignes louées pratiquée par [1 Proximus]1 et sont par conséquent susceptibles d'adaptation.
Afdeling VI. - Commercialisering van de diensten.
Section VI. - Commercialisation des services.
Art. 13. § 1. De operator mag de commercialisering van de via zijn net aangeboden diensten vrij en naar eigen goeddunken organiseren. Hij heeft het recht contracten af te sluiten met alle maatschappijen welke die diensten leveren, die bij het Instituut behoorlijk geregistreerd zijn. Alle geschillen omtrent die contracten worden overeenkomstig de procedure van artikel 17, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
De operator moet aan het Instituut de lijst overzenden van de maatschappijen die diensten leveren, waarmee hij in voorkomend geval, contracten heeft afgesloten : die contracten moeten, op aanvraag, aan het Instituut worden bezorgd.
§ 2. Elke aanpassing van de prijs van de diensten die de operator aanbiedt, moet vooraf aan de Minister worden meegedeeld.
§ 3. De toegepaste tarieven zijn onderworpen aan de wetgeving terzake die onder de bevoegdheid van de Minister van Economische Zaken valt. De tarieven worden openbaar gemaakt door de operator, die het publiek een blad ter beschikking stelt waarin het geheel van zijn tarieven wordt voorgesteld.
§ 4. De operator heeft het recht [1 Proximus]1 in haar telefoongidsen vermeldingen te laten publiceren van de abonnees van zijn dienst die zich niet verzetten tegen die publicatie, volgens de normale tariefbepalingen.
De operator moet aan het Instituut de lijst overzenden van de maatschappijen die diensten leveren, waarmee hij in voorkomend geval, contracten heeft afgesloten : die contracten moeten, op aanvraag, aan het Instituut worden bezorgd.
§ 2. Elke aanpassing van de prijs van de diensten die de operator aanbiedt, moet vooraf aan de Minister worden meegedeeld.
§ 3. De toegepaste tarieven zijn onderworpen aan de wetgeving terzake die onder de bevoegdheid van de Minister van Economische Zaken valt. De tarieven worden openbaar gemaakt door de operator, die het publiek een blad ter beschikking stelt waarin het geheel van zijn tarieven wordt voorgesteld.
§ 4. De operator heeft het recht [1 Proximus]1 in haar telefoongidsen vermeldingen te laten publiceren van de abonnees van zijn dienst die zich niet verzetten tegen die publicatie, volgens de normale tariefbepalingen.
Art. 13. § 1er. L'opérateur est libre d'organiser comme il l'entend la commercialisation des services offerts par son réseau. Il a la faculté de conclure des contrats avec toute société de fourniture de ces services dûment enregistrée auprès de l'Institut. Tout litige relatif à ces contrats est soumis à l'Institut, conformément à la procédure de l'article 17, § 5.
L'opérateur doit communiquer à l'Institut la liste des sociétés de fourniture des services avec lesquelles il a conclu, le cas échéant, des contrats : ces contrats doivent être, sur demande, communiqués à l'Institut.
§ 2. Toute adaptation des prix des services offerts par l'opérateur doit être communiquée au préalable au Ministre.
§ 3. Les tarifs pratiqués sont soumis à la législation en la matière qui ressortit à la compétence du Ministre des Affaires économiques. Les tarifs sont rendus publics par l'opérateur qui met un feuillet descriptif de l'ensemble de ses tarifs à la disposition du public.
§ 4. L'opérateur a le droit de faire publier par [1 Proximus]1, dans les annuaires de celle-ci, des mentions relatives aux abonnés de son service, qui ne s'opposent pas à cette publication, selon les dispositions tarifaires normales.
L'opérateur doit communiquer à l'Institut la liste des sociétés de fourniture des services avec lesquelles il a conclu, le cas échéant, des contrats : ces contrats doivent être, sur demande, communiqués à l'Institut.
§ 2. Toute adaptation des prix des services offerts par l'opérateur doit être communiquée au préalable au Ministre.
§ 3. Les tarifs pratiqués sont soumis à la législation en la matière qui ressortit à la compétence du Ministre des Affaires économiques. Les tarifs sont rendus publics par l'opérateur qui met un feuillet descriptif de l'ensemble de ses tarifs à la disposition du public.
§ 4. L'opérateur a le droit de faire publier par [1 Proximus]1, dans les annuaires de celle-ci, des mentions relatives aux abonnés de son service, qui ne s'opposent pas à cette publication, selon les dispositions tarifaires normales.
Afdeling VII. - Financiële lasten.
Section VII. - Charges financières.
Art. 14. § 1. Om de kosten te dekken voor het beheer van de vergunning, met inbegrip van het beheer van het nummeringsplan, betaalt de operator jaarlijks aan het Instituut een recht van 10 miljoen Belgische frank, hierna genoemd " recht voor het beheer van de vergunning ".
Om de terbeschikkingstelling van de frequenties te dekken, de coördinatie ervan en de bijbehorende controlekosten, is er een jaarlijks recht verschuldigd van 100.000 Belgische frank per duplex radiokanaal, ongeacht het aantal van toewijzingen die dat kanaal exploiteren. Dit recht wordt " recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties " genoemd. Voor de 222 kanalen die door de operator worden gebruikt, bedraagt het totale jaarlijkse recht voor het ter beschikking stellen van de frequenties dus 22,2 miljoen frank.
§ 2. Die rechten moeten bij voorbaat worden betaald op het rekeningnummer dat door het Instituut wordt meegedeeld. De eerste betaling gebeurt binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de uitreiking van de vergunning.
Voor de volgende jaren moeten het recht voor het beheer van de vergunning en het recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties worden betaald uiterlijk op 31 januari van elk jaar waarop de rechten in kwestie betrekking hebben.
Het Instituut verzendt geen uitnodigingen tot betalen, noch herinneringen.
§ 3. Rechten die niet zijn betaald op de vastgestelde vervaldatum geven, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, aanleiding tot een intrest tegen het wettelijke tarief verhoogd met 2 %. Die intrest wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen achterstand. Bovendien kan de Minister in geval van niet-betaling van de rechten binnen de toegestane termijn, overeenkomstig artikel 18 de operator een boete opleggen.
§ 4. De abonnees van het netwerk van de operator zijn niet onderworpen aan de betaling van een recht aan het Instituut.
§ 5. De in dit artikel vermelde bedragen van de rechten worden elk jaar op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die bekomen wordt door het indexcijfer van de maand december die voorafgaat aan de maand januari in de loop waarvan de aanpassing zal plaatsvinden, te delen door het indexcijfer van de maand december 1994. Bij de berekening van die coëfficiënt wordt deze afgerond tot het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de eenheden al of niet vijf bereikt. Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bekomen bedragen afgerond tot het hogere duizendtal franken.
Op zijn laatst 10 dagen voor de vervaldatum deelt het Instituut aan de operator het geĂŻndexeerde bedrag mee van de verschuldigde rechten. Bij uitblijven van een mededeling van het geĂŻndexeerde bedrag, is de operator verplicht het niet-geĂŻndexeerde bedrag van de rechten te betalen. Het Instituut laat hem het verschil weten.
De eventuele betwisting van de berekening van de indexering schorst geenszins de verplichting het bedrag te betalen dat door het Instituut is meegedeeld.
Om de terbeschikkingstelling van de frequenties te dekken, de coördinatie ervan en de bijbehorende controlekosten, is er een jaarlijks recht verschuldigd van 100.000 Belgische frank per duplex radiokanaal, ongeacht het aantal van toewijzingen die dat kanaal exploiteren. Dit recht wordt " recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties " genoemd. Voor de 222 kanalen die door de operator worden gebruikt, bedraagt het totale jaarlijkse recht voor het ter beschikking stellen van de frequenties dus 22,2 miljoen frank.
§ 2. Die rechten moeten bij voorbaat worden betaald op het rekeningnummer dat door het Instituut wordt meegedeeld. De eerste betaling gebeurt binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de uitreiking van de vergunning.
Voor de volgende jaren moeten het recht voor het beheer van de vergunning en het recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties worden betaald uiterlijk op 31 januari van elk jaar waarop de rechten in kwestie betrekking hebben.
Het Instituut verzendt geen uitnodigingen tot betalen, noch herinneringen.
§ 3. Rechten die niet zijn betaald op de vastgestelde vervaldatum geven, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, aanleiding tot een intrest tegen het wettelijke tarief verhoogd met 2 %. Die intrest wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen achterstand. Bovendien kan de Minister in geval van niet-betaling van de rechten binnen de toegestane termijn, overeenkomstig artikel 18 de operator een boete opleggen.
§ 4. De abonnees van het netwerk van de operator zijn niet onderworpen aan de betaling van een recht aan het Instituut.
§ 5. De in dit artikel vermelde bedragen van de rechten worden elk jaar op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die bekomen wordt door het indexcijfer van de maand december die voorafgaat aan de maand januari in de loop waarvan de aanpassing zal plaatsvinden, te delen door het indexcijfer van de maand december 1994. Bij de berekening van die coëfficiënt wordt deze afgerond tot het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de eenheden al of niet vijf bereikt. Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bekomen bedragen afgerond tot het hogere duizendtal franken.
Op zijn laatst 10 dagen voor de vervaldatum deelt het Instituut aan de operator het geĂŻndexeerde bedrag mee van de verschuldigde rechten. Bij uitblijven van een mededeling van het geĂŻndexeerde bedrag, is de operator verplicht het niet-geĂŻndexeerde bedrag van de rechten te betalen. Het Instituut laat hem het verschil weten.
De eventuele betwisting van de berekening van de indexering schorst geenszins de verplichting het bedrag te betalen dat door het Instituut is meegedeeld.
Art. 14. § 1er. Pour couvrir les frais de gestion de l'autorisation, en ce compris la gestion du plan de numérotage, l'opérateur acquitte annuellement auprès de l'Institut une redevance de 10 millions de francs belges, appelée ci-après " redevance de gestion de l'autorisation ".
Pour couvrir la mise à disposition des fréquences, la coordination de celles-ci et les frais de contrôle y afférents, une redevance annuelle de 100.000 francs belges par canal radioélectrique duplex sera due quel que soit le nombre d'assignations exploitant ce canal. Cette redevance est appelée " redevance de mise à disposition des fréquences ". Pour les 222 canaux utilises par l'opérateur, la redevance totale annuelle pour la mise à disposition des fréquences s'élève donc à 22,2 millions de francs.
§ 2. Ces redevances sont payables par anticipation au numéro de compte indiqué par l'Institut. Le premier paiement est effectué dans un délai de trente jours calendrier à compter de la délivrance de l'autorisation.
Pour les années suivantes, les redevances de gestion de l'autorisation et de mise à disposition des fréquences doivent être payées au plus tard le 31 janvier de l'année sur laquelle portent les redevances en question.
Aucune invitation à payer, ni aucun rappel ne sont adressés par l'Institut.
§ 3. Les redevances qui ne sont pas payées à l'échéance fixée produiront de plein droit et sans mise en demeure un intérêt au taux légal majoré de 2 %. Cet intérêt est calculé au prorata du nombre de jours de calendrier de retard. De plus, en cas de non-paiement des redevances dans les délais impartis, le Ministre peut imposer à l'opérateur une pénalité, conformément à l'article 18.
§ 4. Les abonnés au réseau de l'opérateur ne sont pas soumis au paiement d'une redevance à l'Institut.
§ 5. Les montants des redevances indiquées dans le présent article sont adaptés à l'indice des prix a la consommation le 1er janvier de chaque année.
L'adaptation est réalisee à l'aide du coefficient qui est obtenu en divisant l'indice des prix du mois de décembre qui précède le mois de janvier au cours duquel l'adaptation aura lieu par l'indice des prix du mois de décembre 1994. Pour le calcul de ce coefficient, on arrondit celui-ci aux dix millièmes supérieurs ou inférieurs, selon que le chiffre des cent millièmes atteint ou non cinq. Après application du coefficient, les montants obtenus sont arrondis au millier de francs supérieur.
Au plus tard 10 jours avant l'échéance, l'Institut communique à l'opérateur le montant indexé des redevances dues. A défaut d'avoir reçu communication du montant indexé, l'opérateur est tenu de payer le montant des redevances non indexé. L'Institut lui communique la différence.
L'éventuelle contestation du calcul d'indexation ne suspend en aucun cas l'obligation de payer le montant communiqué par l'Institut.
Pour couvrir la mise à disposition des fréquences, la coordination de celles-ci et les frais de contrôle y afférents, une redevance annuelle de 100.000 francs belges par canal radioélectrique duplex sera due quel que soit le nombre d'assignations exploitant ce canal. Cette redevance est appelée " redevance de mise à disposition des fréquences ". Pour les 222 canaux utilises par l'opérateur, la redevance totale annuelle pour la mise à disposition des fréquences s'élève donc à 22,2 millions de francs.
§ 2. Ces redevances sont payables par anticipation au numéro de compte indiqué par l'Institut. Le premier paiement est effectué dans un délai de trente jours calendrier à compter de la délivrance de l'autorisation.
Pour les années suivantes, les redevances de gestion de l'autorisation et de mise à disposition des fréquences doivent être payées au plus tard le 31 janvier de l'année sur laquelle portent les redevances en question.
Aucune invitation à payer, ni aucun rappel ne sont adressés par l'Institut.
§ 3. Les redevances qui ne sont pas payées à l'échéance fixée produiront de plein droit et sans mise en demeure un intérêt au taux légal majoré de 2 %. Cet intérêt est calculé au prorata du nombre de jours de calendrier de retard. De plus, en cas de non-paiement des redevances dans les délais impartis, le Ministre peut imposer à l'opérateur une pénalité, conformément à l'article 18.
§ 4. Les abonnés au réseau de l'opérateur ne sont pas soumis au paiement d'une redevance à l'Institut.
§ 5. Les montants des redevances indiquées dans le présent article sont adaptés à l'indice des prix a la consommation le 1er janvier de chaque année.
L'adaptation est réalisee à l'aide du coefficient qui est obtenu en divisant l'indice des prix du mois de décembre qui précède le mois de janvier au cours duquel l'adaptation aura lieu par l'indice des prix du mois de décembre 1994. Pour le calcul de ce coefficient, on arrondit celui-ci aux dix millièmes supérieurs ou inférieurs, selon que le chiffre des cent millièmes atteint ou non cinq. Après application du coefficient, les montants obtenus sont arrondis au millier de francs supérieur.
Au plus tard 10 jours avant l'échéance, l'Institut communique à l'opérateur le montant indexé des redevances dues. A défaut d'avoir reçu communication du montant indexé, l'opérateur est tenu de payer le montant des redevances non indexé. L'Institut lui communique la différence.
L'éventuelle contestation du calcul d'indexation ne suspend en aucun cas l'obligation de payer le montant communiqué par l'Institut.
Afdeling VIII. - Diverse bepalingen.
Section VIII. - Dispositions diverses.
Art. 15. § 1. De operator moet alle redelijke maatregelen treffen teneinde de vertrouwelijkheid van de berichten die via zijn netwerk worden uitgewisseld en de bescherming van de inlichtingen over zijn abonnees te garanderen, met name wat hun lokalisatie betreft.
De operator moet de van kracht zijnde wetsbepalingen naleven inzake de bescherming van het privé-leven.
De operator neemt alle vereiste maatregelen om onwettig gebruik van zijn netwerk te voorkomen.
De operator heeft de toestemming om, tegen een gepaste vermindering van het bedrag van het abonnementsmentsgeld die met het Instituut moet worden overeengekomen, beperkingen op te leggen aan de dienst die wordt aangeboden aan zijn abonnees die een eindapparaat blijven gebruiken dat niet in overeenstemming is met de van kracht zijnde technische specificaties.
§ 2. De operator is verplicht aan zijn personeelsleden in het kader van hun arbeidsovereenkomst, bepalingen op te leggen inzake de verplichting tot vertrouwelijkheid bij de behandeling van informatie over de gebruikers van zijn netwerk.
§ 3. De operator is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de rechterlijke instanties volgens de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen.
§ 4. De operator stelt op eigen kosten een dienst in die belast is met het behandelen van klachten vanwege de klanten.
Indien het geschil blijft bestaan, kunnen de gebruikers zich wenden tot de betrokken ombudsdienst, waarvan sprake in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Daartoe wordt er een overeenkomst gesloten tussen de operator en deze ombudsdienst : die overeenkomst bepaalt de nadere regels inzake de behandeling van de klachten, alsook de tussenkomst van de operator in de werkingskosten van de ombudsdienst. Die overeenkomst wordt aan het Instituut overgezonden.
§ 5. De operator licht zijn abonnees op correcte en volledige wijze in over de risico's die inherent zijn aan het gebruik van mobilofooneindapparatuur, in het bijzonder wat de gevaren betreft die kunnen ontstaan door het gebruik van die uitrusting bij het besturen van een voertuig enerzijds, en de storingen die deze uitrusting kan veroorzaken op medische apparatuur anderzijds.
De operator moet de van kracht zijnde wetsbepalingen naleven inzake de bescherming van het privé-leven.
De operator neemt alle vereiste maatregelen om onwettig gebruik van zijn netwerk te voorkomen.
De operator heeft de toestemming om, tegen een gepaste vermindering van het bedrag van het abonnementsmentsgeld die met het Instituut moet worden overeengekomen, beperkingen op te leggen aan de dienst die wordt aangeboden aan zijn abonnees die een eindapparaat blijven gebruiken dat niet in overeenstemming is met de van kracht zijnde technische specificaties.
§ 2. De operator is verplicht aan zijn personeelsleden in het kader van hun arbeidsovereenkomst, bepalingen op te leggen inzake de verplichting tot vertrouwelijkheid bij de behandeling van informatie over de gebruikers van zijn netwerk.
§ 3. De operator is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de rechterlijke instanties volgens de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen.
§ 4. De operator stelt op eigen kosten een dienst in die belast is met het behandelen van klachten vanwege de klanten.
Indien het geschil blijft bestaan, kunnen de gebruikers zich wenden tot de betrokken ombudsdienst, waarvan sprake in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Daartoe wordt er een overeenkomst gesloten tussen de operator en deze ombudsdienst : die overeenkomst bepaalt de nadere regels inzake de behandeling van de klachten, alsook de tussenkomst van de operator in de werkingskosten van de ombudsdienst. Die overeenkomst wordt aan het Instituut overgezonden.
§ 5. De operator licht zijn abonnees op correcte en volledige wijze in over de risico's die inherent zijn aan het gebruik van mobilofooneindapparatuur, in het bijzonder wat de gevaren betreft die kunnen ontstaan door het gebruik van die uitrusting bij het besturen van een voertuig enerzijds, en de storingen die deze uitrusting kan veroorzaken op medische apparatuur anderzijds.
Art. 15. § 1er. L'opérateur doit prendre toutes les mesures raisonnables pour garantir la confidentialite des communications échangées sur son réseau et la protection des informations relatives à ses abonnés, notamment en ce qui concerne leur localisation.
L'operateur doit se conformer aux dispositions légales en vigueur concernant la protection de la vie privée.
L'opérateur prend toutes les mesures requises pour éviter toute utilisation illicite de son réseau.
L'opérateur est autorisé, moyennant une réduction appropriée du montant de la redevance d'abonnement à convenir avec l'Institut, a imposer des restrictions au service offert à ses abonnés qui continuent à utiliser un appareil terminal qui ne correspond plus aux spécifications techniques en vigueur.
§ 2. L'opérateur est tenu d'imposer aux membres de son personnel, dans le cadre de leur contrat de travail, des dispositions en matière d'obligation de confidentialité dans le traitement des informations relatives aux usagers de son réseau.
§ 3. L'opérateur est tenu d'apporter son concours aux autorités judiciaires, selon les dispositions légales et réglementaires en vigueur.
§ 4. L'opérateur met en place, à ses frais, un service chargé du traitement des plaintes des usagers.
Si le litige subsiste, les usagers ont la possibilité de s'adresser au service de médiation concerné dont question dans la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques. A cette fin, une convention est conclue entre l'opérateur et ledit service de médiation : cette convention détermine les modalités de traitement des plaintes ainsi que l'intervention de l'opérateur dans les frais de fonctionnement du service de médiation. Cette convention est communiquée à l'Institut.
§ 5. L'opérateur informe correctement et complètement ses abonnés à propos des risques inhérents à l'utilisation de terminaux de mobilophonie, en ce qui concerne particulièrement les dangers pouvant résulter de l'utilisation de ces équipements pendant la conduite d'un véhicule d'une part et les perturbations que ces équipements peuvent induire sur des appareils médicaux d'autre part.
L'operateur doit se conformer aux dispositions légales en vigueur concernant la protection de la vie privée.
L'opérateur prend toutes les mesures requises pour éviter toute utilisation illicite de son réseau.
L'opérateur est autorisé, moyennant une réduction appropriée du montant de la redevance d'abonnement à convenir avec l'Institut, a imposer des restrictions au service offert à ses abonnés qui continuent à utiliser un appareil terminal qui ne correspond plus aux spécifications techniques en vigueur.
§ 2. L'opérateur est tenu d'imposer aux membres de son personnel, dans le cadre de leur contrat de travail, des dispositions en matière d'obligation de confidentialité dans le traitement des informations relatives aux usagers de son réseau.
§ 3. L'opérateur est tenu d'apporter son concours aux autorités judiciaires, selon les dispositions légales et réglementaires en vigueur.
§ 4. L'opérateur met en place, à ses frais, un service chargé du traitement des plaintes des usagers.
Si le litige subsiste, les usagers ont la possibilité de s'adresser au service de médiation concerné dont question dans la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques. A cette fin, une convention est conclue entre l'opérateur et ledit service de médiation : cette convention détermine les modalités de traitement des plaintes ainsi que l'intervention de l'opérateur dans les frais de fonctionnement du service de médiation. Cette convention est communiquée à l'Institut.
§ 5. L'opérateur informe correctement et complètement ses abonnés à propos des risques inhérents à l'utilisation de terminaux de mobilophonie, en ce qui concerne particulièrement les dangers pouvant résulter de l'utilisation de ces équipements pendant la conduite d'un véhicule d'une part et les perturbations que ces équipements peuvent induire sur des appareils médicaux d'autre part.
Art. 16. De dienst van de operator kan geheel of gedeeltelijk worden onderbroken op bevel van de openbare overheid die de schorsing oplegt van de radio-elektrische uitzendingen in omstandigheden die vastgelegd zijn in de van kracht zijnde wetgeving en reglementering.
Het netwerk kan eventueel worden opgeëist op verzoek van de openbare overheid, in het bijzonder van de Minister van Landsverdediging, in het kader van de van kracht zijnde wetgeving.
Voor die maatregelen wordt geen enkele vergoeding toegekend.
Het netwerk kan eventueel worden opgeëist op verzoek van de openbare overheid, in het bijzonder van de Minister van Landsverdediging, in het kader van de van kracht zijnde wetgeving.
Voor die maatregelen wordt geen enkele vergoeding toegekend.
Art. 16. Le service de l'opérateur peut être totalement ou partiellement interrompu sur ordre de l'autorité publique imposant la suspension des émissions radioélectriques dans les conditions fixées par la législation et la réglementation en vigueur.
Le réseau peut être éventuellement réquisitionné à la demande de l'autorité publique, en particulier du Ministre de la Défense nationale, dans le cadre de la législation en vigueur.
Ces mesures ne donnent lieu à l'attribution d'aucune indemnité.
Le réseau peut être éventuellement réquisitionné à la demande de l'autorité publique, en particulier du Ministre de la Défense nationale, dans le cadre de la législation en vigueur.
Ces mesures ne donnent lieu à l'attribution d'aucune indemnité.
Afdeling IX. - Toezicht en sancties.
Section IX. - ContrĂ´le et sanctions.
Art. 17. § 1. Het Instituut heeft het recht om controle uit te oefenen op de naleving van de voorwaarden van dit bestek door de operator.
§ 2. De operator is ertoe gehouden op verzoek van het Instituut alle informatie te verstrekken over de staat van de aanleg van zijn netwerk, de commercialisering van de diensten en de financiële toestand. De operator moet op zijn laatst voor 30 juni van elk jaar, aan het Instituut een rapport overzenden over zijn activiteiten betreffende het voorgaande jaar.
§ 3. De operator verleent gratis zijn medewerking bij elk met redenen omkleed verzoek van het Instituut dat bedoeld is om na te gaan of de bepalingen van dit bestek daadwerkelijk worden nageleefd. De operator verleent in het bijzonder toegang tot zijn kantoren en installaties aan de behoorlijk geaccrediteerde vertegenwoordigers van het Instituut om het hun mogelijk te maken de vereiste controles uit te voeren.
De operator stelt het Instituut gratis tien dienstaansluitingen op zijn MOB 2-net ter beschikking om het de ambtenaren mogelijk te maken na te gaan of de voorwaarden van het bestek en van de vergunning worden nageleefd. Die aansluitingen kunnen worden onderworpen aan sommige beperkingen inzake het verkeer, welke tussen de operator en het Instituut zullen moeten worden overeengekomen.
§ 4. Alle inlichtingen die de ambtenaren van het Instituut vanwege de operator krijgen om de naleving van het bestek en van de vergunning na te gaan, zijn gedekt door de verplichting van het beroepsgeheim. Die bepaling belet echter niet dat het Instituut de voorwaarden van de toekenning van de licentie bekendmaakt die geen informatie van vertrouwelijke aard bevatten.
§ 5. Elk geschil dat krachtens de bepalingen van dit bestek, aan het Instituut moet worden voorgelegd, wordt door de meest gerede partij meegedeeld. Het Instituut hoort de betrokken partijen en formuleert een met redenen omkleed advies binnen een termijn van een maand nadat het de twee partijen heeft gehoord.
§ 2. De operator is ertoe gehouden op verzoek van het Instituut alle informatie te verstrekken over de staat van de aanleg van zijn netwerk, de commercialisering van de diensten en de financiële toestand. De operator moet op zijn laatst voor 30 juni van elk jaar, aan het Instituut een rapport overzenden over zijn activiteiten betreffende het voorgaande jaar.
§ 3. De operator verleent gratis zijn medewerking bij elk met redenen omkleed verzoek van het Instituut dat bedoeld is om na te gaan of de bepalingen van dit bestek daadwerkelijk worden nageleefd. De operator verleent in het bijzonder toegang tot zijn kantoren en installaties aan de behoorlijk geaccrediteerde vertegenwoordigers van het Instituut om het hun mogelijk te maken de vereiste controles uit te voeren.
De operator stelt het Instituut gratis tien dienstaansluitingen op zijn MOB 2-net ter beschikking om het de ambtenaren mogelijk te maken na te gaan of de voorwaarden van het bestek en van de vergunning worden nageleefd. Die aansluitingen kunnen worden onderworpen aan sommige beperkingen inzake het verkeer, welke tussen de operator en het Instituut zullen moeten worden overeengekomen.
§ 4. Alle inlichtingen die de ambtenaren van het Instituut vanwege de operator krijgen om de naleving van het bestek en van de vergunning na te gaan, zijn gedekt door de verplichting van het beroepsgeheim. Die bepaling belet echter niet dat het Instituut de voorwaarden van de toekenning van de licentie bekendmaakt die geen informatie van vertrouwelijke aard bevatten.
§ 5. Elk geschil dat krachtens de bepalingen van dit bestek, aan het Instituut moet worden voorgelegd, wordt door de meest gerede partij meegedeeld. Het Instituut hoort de betrokken partijen en formuleert een met redenen omkleed advies binnen een termijn van een maand nadat het de twee partijen heeft gehoord.
Art. 17. § 1er. L'Institut est habilité à contrôler le respect par l'opérateur des conditions du présent cahier des charges.
§ 2. L'opérateur est tenu de fournir à la demande de l'Institut toute information concernant l'état de mise en oeuvre de son réseau, la commercialisation des services et sa situation financière. L'opérateur communique à l'Institut, pour le 30 juin de chaque année au plus tard, un rapport relatif à ses activités concernant l'année précédente.
§ 3. L'opérateur collabore gratuitement à toute demande motivée de l'Institut visant à vérifier que les dispositions du présent cahier des charges sont effectivement respectées. En particulier, l'operateur donne accès à ses bureaux et installations pour les représentants dûment accrédités de l'Institut en vue de leur permettre d'effectuer les contrôles requis.
L'opérateur met gratuitement à la disposition de l'Institut dix raccordements de service sur son réseau MOB 2 en vue de permettre aux fonctionnaires de vérifier le respect des conditions du cahier des charges et de l'autorisation. Ces raccordements peuvent être soumis à certaines restrictions à convenir entre l'opérateur et l'Institut en matière de trafic.
§ 4. Toutes les informations recueillies par les fonctionnaires de l'Institut auprès de l'opérateur pour verifier le respect du cahier des charges et de l'autorisation sont couvertes par l'obligation du secret professionnel. Cette disposition ne fait cependant pas obstacle à la publication par l'Institut des conditions d'octroi de licence qui ne comportent pas d'information de nature confidentielle.
§ 5. Tout litige devant être soumis à l'Institut en vertu des dispositions du présent cahier des charges est communiqué par la partie la plus diligente. L'Institut entend les parties concernées et formule un avis motivé dans un délai d'un mois après avoir entendu les deux parties.
§ 2. L'opérateur est tenu de fournir à la demande de l'Institut toute information concernant l'état de mise en oeuvre de son réseau, la commercialisation des services et sa situation financière. L'opérateur communique à l'Institut, pour le 30 juin de chaque année au plus tard, un rapport relatif à ses activités concernant l'année précédente.
§ 3. L'opérateur collabore gratuitement à toute demande motivée de l'Institut visant à vérifier que les dispositions du présent cahier des charges sont effectivement respectées. En particulier, l'operateur donne accès à ses bureaux et installations pour les représentants dûment accrédités de l'Institut en vue de leur permettre d'effectuer les contrôles requis.
L'opérateur met gratuitement à la disposition de l'Institut dix raccordements de service sur son réseau MOB 2 en vue de permettre aux fonctionnaires de vérifier le respect des conditions du cahier des charges et de l'autorisation. Ces raccordements peuvent être soumis à certaines restrictions à convenir entre l'opérateur et l'Institut en matière de trafic.
§ 4. Toutes les informations recueillies par les fonctionnaires de l'Institut auprès de l'opérateur pour verifier le respect du cahier des charges et de l'autorisation sont couvertes par l'obligation du secret professionnel. Cette disposition ne fait cependant pas obstacle à la publication par l'Institut des conditions d'octroi de licence qui ne comportent pas d'information de nature confidentielle.
§ 5. Tout litige devant être soumis à l'Institut en vertu des dispositions du présent cahier des charges est communiqué par la partie la plus diligente. L'Institut entend les parties concernées et formule un avis motivé dans un délai d'un mois après avoir entendu les deux parties.
Art. 18. § 1. De Ministerraad kan op ieder ogenblik, op voorstel van de Minister en na advies van het Instituut, de vergunning schorsen of intrekken indien de operator zich niet houdt aan de voorwaarden die in dit bestek of in zijn vergunning voorgeschreven zijn.
§ 2. De schorsing of intrekking wordt steeds voorafgegaan door een ingebrekestelling vanwege het Instituut welke de operator de kans biedt zijn zaken in orde te brengen. De operator beschikt over ten minste een maand tijd om zijn toestand te regulariseren : die termijn kan worden verlengd naar gelang van de aard van de vastgestelde inbreuk. Op zijn verzoek wordt de operator door het Instituut gehoord.
Geen enkele schorsing of intrekking geeft aanleiding tot enige vergoeding, noch tot een terugbetaling van het geheel of van een deel van de rechten betaald overeenkomstig artikel 14.
§ 3. Los van hetgeen voorafgaat, kan de Minister, op voorstel van het Instituut, een boete opleggen aan de operator, in geval van niet-naleving van de in dit bestek vastgelegde verplichtingen tijdens een periode van meer dan drie maanden te rekenen vanaf de datum van de ingebrekestelling; deze boete mag niet meer bedragen dan het dubbele van het bedrag van de jaarlijkse rechten van artikel 14.
§ 2. De schorsing of intrekking wordt steeds voorafgegaan door een ingebrekestelling vanwege het Instituut welke de operator de kans biedt zijn zaken in orde te brengen. De operator beschikt over ten minste een maand tijd om zijn toestand te regulariseren : die termijn kan worden verlengd naar gelang van de aard van de vastgestelde inbreuk. Op zijn verzoek wordt de operator door het Instituut gehoord.
Geen enkele schorsing of intrekking geeft aanleiding tot enige vergoeding, noch tot een terugbetaling van het geheel of van een deel van de rechten betaald overeenkomstig artikel 14.
§ 3. Los van hetgeen voorafgaat, kan de Minister, op voorstel van het Instituut, een boete opleggen aan de operator, in geval van niet-naleving van de in dit bestek vastgelegde verplichtingen tijdens een periode van meer dan drie maanden te rekenen vanaf de datum van de ingebrekestelling; deze boete mag niet meer bedragen dan het dubbele van het bedrag van de jaarlijkse rechten van artikel 14.
Art. 18. § 1er. Le Conseil des Ministres peut à tout moment, sur proposition du Ministre et après avis de l'Institut, suspendre ou révoquer l'autorisation, si l'opérateur ne se conforme pas aux conditions prescrites dans le présent cahier des charges ou dans son autorisation.
§ 2. La suspension ou révocation est toujours précédée d'une mise en demeure de l'Institut permettant à l'opérateur de se mettre en règle. L'opérateur dispose d'un délai d'au moins un mois pour régulariser sa situation : ce délai peut être prolongé selon la nature de l'infraction constatée. A sa demande, l'opérateur est entendu par l'Institut.
Toute suspension ou révocation ne donne lieu à aucune indemnisation ni au remboursement de tout ou partie des redevances éventuellement acquittées en application de l'article 14.
§ 3. Indépendamment de ce qui précède, le Ministre peut, sur proposition de l'Institut, imposer une pénalité à l'opérateur, en cas de non-respect des obligations prévues dans le présent cahier des charges pendant une durée excédant trois mois à compter à partir de la date de mise en demeure : cette pénalité ne peut pas dépasser le double du montant des redevances annuelles stipulées à l'article 14.
§ 2. La suspension ou révocation est toujours précédée d'une mise en demeure de l'Institut permettant à l'opérateur de se mettre en règle. L'opérateur dispose d'un délai d'au moins un mois pour régulariser sa situation : ce délai peut être prolongé selon la nature de l'infraction constatée. A sa demande, l'opérateur est entendu par l'Institut.
Toute suspension ou révocation ne donne lieu à aucune indemnisation ni au remboursement de tout ou partie des redevances éventuellement acquittées en application de l'article 14.
§ 3. Indépendamment de ce qui précède, le Ministre peut, sur proposition de l'Institut, imposer une pénalité à l'opérateur, en cas de non-respect des obligations prévues dans le présent cahier des charges pendant une durée excédant trois mois à compter à partir de la date de mise en demeure : cette pénalité ne peut pas dépasser le double du montant des redevances annuelles stipulées à l'article 14.
HOOFDSTUK II. - Slotbepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions finales.
Art. 19. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Hoofdstuk I betreffende het bestek voor het MOB 2-net wordt toepasselijk gemaakt op [1 Proximus]1 of haar dochteronderneming onder de voorwaarden die door de Minister overeenkomstig artikel 10 van de wet van 12 december 1994 zijn vastgelegd.
De bijlagen kunnen door de Minister worden gewijzigd.
Hoofdstuk I betreffende het bestek voor het MOB 2-net wordt toepasselijk gemaakt op [1 Proximus]1 of haar dochteronderneming onder de voorwaarden die door de Minister overeenkomstig artikel 10 van de wet van 12 december 1994 zijn vastgelegd.
De bijlagen kunnen door de Minister worden gewijzigd.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Le Chapitre Ier relatif au cahier des charges du réseau MOB 2 est rendu applicable à [1 Proximus]1 ou sa filiale dans les conditions fixées par le Ministre, conformément à l'article 10 de la loi du 12 décembre 1994.
Les annexes peuvent être modifiées par le Ministre.
Le Chapitre Ier relatif au cahier des charges du réseau MOB 2 est rendu applicable à [1 Proximus]1 ou sa filiale dans les conditions fixées par le Ministre, conformément à l'article 10 de la loi du 12 décembre 1994.
Les annexes peuvent être modifiées par le Ministre.
Art. 20. Onze Minister of Staatssecretaris, bevoegd voor de aangelegenheden inzake telecommunicatie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Notre Ministre ou Secrétaire d'Etat, competent pour les matières relatives aux Télécommunications, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXES.
Art. N1. Punten voor de interconnectie met het PSTN van [1 Proximus]1
Overeenkomstig artikel 11, § 2, mag de operator vragen zijn net aan te sluiten op de volgende centra van het geschakelde net van [1 Proximus]1 :
- het nationale transitcentrum van Antwerpen;
- het zonecentrum van Brugge;
- het nationale transitcentrum van Brussel;
- de twee internationale digitale centra van Brussel;
- het zonecentrum van Charleroi;
- het zonecentrum van Kortrijk;
- het nationale transitcentrum van Gent;
- het nationale transitcentrum van Luik;
- het zonecentrum van Leuven;
- het nationale transitcentrum van Namen.
Overeenkomstig artikel 11, § 2, mag de operator vragen zijn net aan te sluiten op de volgende centra van het geschakelde net van [1 Proximus]1 :
- het nationale transitcentrum van Antwerpen;
- het zonecentrum van Brugge;
- het nationale transitcentrum van Brussel;
- de twee internationale digitale centra van Brussel;
- het zonecentrum van Charleroi;
- het zonecentrum van Kortrijk;
- het nationale transitcentrum van Gent;
- het nationale transitcentrum van Luik;
- het zonecentrum van Leuven;
- het nationale transitcentrum van Namen.
Art. N1. Annexe 1. Points d'interconnexion avec le RTPC de [1 Proximus]1.
Conformément à l'article 11, § 2, l'opérateur peut demander d'interconnecter son réseau avec les centres suivants du réseau commuté de [1 Proximus]1 :
- le centre de transit national d'Anvers;
- le centre de zone de Bruges;
- le centre de transit national de Bruxelles;
- les deux centres internationaux numériques de Bruxelles;
- le centre de zone de Charleroi;
- le centre de zone de Courtrai;
- le centre de transit national de Gand;
- le centre de transit national de Liège;
- le centre de zone de Louvain;
- le centre de transit national de Namur.
Conformément à l'article 11, § 2, l'opérateur peut demander d'interconnecter son réseau avec les centres suivants du réseau commuté de [1 Proximus]1 :
- le centre de transit national d'Anvers;
- le centre de zone de Bruges;
- le centre de transit national de Bruxelles;
- les deux centres internationaux numériques de Bruxelles;
- le centre de zone de Charleroi;
- le centre de zone de Courtrai;
- le centre de transit national de Gand;
- le centre de transit national de Liège;
- le centre de zone de Louvain;
- le centre de transit national de Namur.
Art. N2. Bijlage 2 Financiële voorwaarden i.v.m. interconnectie.
1. Grondbeginsel.
Zoals vermeld in artikel 11 van het bestek, is de financiële vergoeding voor de doorstroming van het verkeer tussen de PSTN/ISDN-netten en de mobilofoonnetten gebaseerd op de principes van rechtvaardige symmetrie tussen de betrokken operatoren.
Alle bedragen die in deze bijlage voorkomen, zijn exclusief BTW.
2. Definities.
1° POI : interconnectiepunt tussen het vaste net en het mobiele net; dat punt bevindt zich aan de ingang tot de PSTN-schakelaar.
2° D : aanduiding van de afstand die overeenstemt met de afstand tussen het POI en de abonnee van het vaste net. Voor het nationale verkeer wordt momenteel het onderscheid gemaakt tussen drie afstandsniveaus : zonaal, interzonaal A (aangrenzende zones) en interzonaal B (niet-aangrenzende zones).
3° H : aanduiding van de tariefperiode. Voor het nationaal verkeer wordt momenteel het onderscheid gemaakt tussen drie periodes die als volgt zijn vastgelegd :
- rood tarief : de werkdagen tussen 9 en 12 uur en tussen 13.30 en 17 uur;
- geel tarief : de werkdagen tussen 8 en 9 uur, tussen 12 en 13.30 uur en tussen 17 en 18.30 uur;
- zwart tarief : van toepassing voor de rest van de tijd, namelijk, tijdens de werkdagen, tussen 18.30 en 8 uur, alsook op zaterdagen, zondagen en feestdagen.
De periodes die met die drie tariefniveaus overeenstemmen, mogen worden onderverdeeld om overeen te komen met een verschillende indeling op het mobiele net.
3. Basis voor de vergoeding voor de interconnectie.
Hoewel de klantentarieven voor mobiele oproepen naar PSTN/ISDN en voor PSTN/ISDN-oproepen naar mobiele netten kunnen worden gebaseerd op een verschillende duur van de oproepen per tariefeenheid steunt de berekening van de taksen voor de interconnectie op de tijdseenheid van een minuut.
3.1. Verkeer van het mobiele net naar het vaste net.
Periodiek, hetgeen tussen de betrokken operatoren moet worden overeengekomen, betaalt de mobiele operator aan [1 Proximus]1 een bedrag dat equivalent is aan het totale aantal minuten dat het vaste net is gebruikt door verkeer komende van het mobiele net, vermenigvuldigd met de interconnectietaks per minuut TIC1HD. Die taks hangt af van afstand D en van tariefperiode H. Die taks wordt momenteel rechtstreeks afgeleid van de PSTN-tarieven. Aanvankelijk, op basis van de statistieke verdeling van de duur van de oproepen, worden de waarden van de taks TIC1HD voor de verschillende gevallen aangegeven in tabel 1. Om de zes maanden zullen die waarden in onderlinge overeenstemming tussen de mobiele operator en [1 Proximus]1 kunnen worden aangepast in functie van het profiel van het reële verkeer.
1. Grondbeginsel.
Zoals vermeld in artikel 11 van het bestek, is de financiële vergoeding voor de doorstroming van het verkeer tussen de PSTN/ISDN-netten en de mobilofoonnetten gebaseerd op de principes van rechtvaardige symmetrie tussen de betrokken operatoren.
Alle bedragen die in deze bijlage voorkomen, zijn exclusief BTW.
2. Definities.
1° POI : interconnectiepunt tussen het vaste net en het mobiele net; dat punt bevindt zich aan de ingang tot de PSTN-schakelaar.
2° D : aanduiding van de afstand die overeenstemt met de afstand tussen het POI en de abonnee van het vaste net. Voor het nationale verkeer wordt momenteel het onderscheid gemaakt tussen drie afstandsniveaus : zonaal, interzonaal A (aangrenzende zones) en interzonaal B (niet-aangrenzende zones).
3° H : aanduiding van de tariefperiode. Voor het nationaal verkeer wordt momenteel het onderscheid gemaakt tussen drie periodes die als volgt zijn vastgelegd :
- rood tarief : de werkdagen tussen 9 en 12 uur en tussen 13.30 en 17 uur;
- geel tarief : de werkdagen tussen 8 en 9 uur, tussen 12 en 13.30 uur en tussen 17 en 18.30 uur;
- zwart tarief : van toepassing voor de rest van de tijd, namelijk, tijdens de werkdagen, tussen 18.30 en 8 uur, alsook op zaterdagen, zondagen en feestdagen.
De periodes die met die drie tariefniveaus overeenstemmen, mogen worden onderverdeeld om overeen te komen met een verschillende indeling op het mobiele net.
3. Basis voor de vergoeding voor de interconnectie.
Hoewel de klantentarieven voor mobiele oproepen naar PSTN/ISDN en voor PSTN/ISDN-oproepen naar mobiele netten kunnen worden gebaseerd op een verschillende duur van de oproepen per tariefeenheid steunt de berekening van de taksen voor de interconnectie op de tijdseenheid van een minuut.
3.1. Verkeer van het mobiele net naar het vaste net.
Periodiek, hetgeen tussen de betrokken operatoren moet worden overeengekomen, betaalt de mobiele operator aan [1 Proximus]1 een bedrag dat equivalent is aan het totale aantal minuten dat het vaste net is gebruikt door verkeer komende van het mobiele net, vermenigvuldigd met de interconnectietaks per minuut TIC1HD. Die taks hangt af van afstand D en van tariefperiode H. Die taks wordt momenteel rechtstreeks afgeleid van de PSTN-tarieven. Aanvankelijk, op basis van de statistieke verdeling van de duur van de oproepen, worden de waarden van de taks TIC1HD voor de verschillende gevallen aangegeven in tabel 1. Om de zes maanden zullen die waarden in onderlinge overeenstemming tussen de mobiele operator en [1 Proximus]1 kunnen worden aangepast in functie van het profiel van het reële verkeer.
Art. N2. Annexe 2. Conditions financières d'interconnexion.
1. Principe de base.
Comme mentionné dans l'article 11 du cahier des charges, la rétribution financière pour l'écoulement du trafic entre le RTPC/RNIS et les réseaux de mobilophonie est basée sur des principes de symétrie équitable entre les opérateurs concernés.
Tous les montants figurant dans la présente annexe sont exprimés hors T.V.A..
2. Définitions.
1° POI : point d'interconnexion entre le réseau fixe et le réseau mobile; ce point se situe à l'entrée du commutateur RTPC.
2° D : indice de distance egal correspondant à la distance entre le POI et l'abonné au réseau fixe. Pour le trafic national, on distingue actuellement trois niveaux de distance : zonal, interzonal A (zones contiguës) et interzonal B (zones non contiguës).
3° H : indice de période tarifaire. Pour le trafic national, on distingue actuellement trois périodes définies comme suit :
- tarif rouge : les jours ouvrables entre 9h et 12 h et entre 13h30 et 17h;
- tarif jaune : les jours ouvrables entre 8h et 9h, entre 12h et 13h30 et entre 17h et 18h30;
- tarif noir : applicable le reste du temps, c'est-à -dire, pendant les jours ouvrables, entre 18h30 et 8h, ainsi que les samedis, dimanches et jours fériés.
Les périodes correspondant à ces trois niveaux de tarifs peuvent être subdivisées pour correspondre à une decoupe différente sur le réseau mobile.
3. Base de rémunération pour l'interconnexion.
Bien que les tarifs clients pour les appels mobiles vers RTPC/RNIS et pour les appels RTPC/RNIS vers les réseaux mobiles puissent être basés sur des durées d'appel différentes par unité de taxation, le calcul des taxes d'interconnexion est basé sur l'unité de temps d'une minute.
3.1. Trafic du réseau mobile vers le réseau fixe.
De façon périodique à convenir entre les opérateurs concernés, l'opérateur mobile verse à [1 Proximus]1 un montant équivalant au nombre total de minutes d'utilisation du réseau fixe par du trafic en provenance du réseau mobile multiplié par la taxe d'interconnexion par minute TIC1HD. Cette taxe dépend de la distance D et de la période tarifaire H. Cette taxe est actuellement directement dérivée des tarifs RTPC. Initialement, sur la base de la distribution statistique de la durée des appels, les valeurs de la taxe TIC1HD sont données pour les différents cas par le tableau 1. Tous les six mois, ces valeurs pourront être réajustées de commun accord entre l'opérateur mobile et [1 Proximus]1, en fonction du profil de trafic reel.
1. Principe de base.
Comme mentionné dans l'article 11 du cahier des charges, la rétribution financière pour l'écoulement du trafic entre le RTPC/RNIS et les réseaux de mobilophonie est basée sur des principes de symétrie équitable entre les opérateurs concernés.
Tous les montants figurant dans la présente annexe sont exprimés hors T.V.A..
2. Définitions.
1° POI : point d'interconnexion entre le réseau fixe et le réseau mobile; ce point se situe à l'entrée du commutateur RTPC.
2° D : indice de distance egal correspondant à la distance entre le POI et l'abonné au réseau fixe. Pour le trafic national, on distingue actuellement trois niveaux de distance : zonal, interzonal A (zones contiguës) et interzonal B (zones non contiguës).
3° H : indice de période tarifaire. Pour le trafic national, on distingue actuellement trois périodes définies comme suit :
- tarif rouge : les jours ouvrables entre 9h et 12 h et entre 13h30 et 17h;
- tarif jaune : les jours ouvrables entre 8h et 9h, entre 12h et 13h30 et entre 17h et 18h30;
- tarif noir : applicable le reste du temps, c'est-à -dire, pendant les jours ouvrables, entre 18h30 et 8h, ainsi que les samedis, dimanches et jours fériés.
Les périodes correspondant à ces trois niveaux de tarifs peuvent être subdivisées pour correspondre à une decoupe différente sur le réseau mobile.
3. Base de rémunération pour l'interconnexion.
Bien que les tarifs clients pour les appels mobiles vers RTPC/RNIS et pour les appels RTPC/RNIS vers les réseaux mobiles puissent être basés sur des durées d'appel différentes par unité de taxation, le calcul des taxes d'interconnexion est basé sur l'unité de temps d'une minute.
3.1. Trafic du réseau mobile vers le réseau fixe.
De façon périodique à convenir entre les opérateurs concernés, l'opérateur mobile verse à [1 Proximus]1 un montant équivalant au nombre total de minutes d'utilisation du réseau fixe par du trafic en provenance du réseau mobile multiplié par la taxe d'interconnexion par minute TIC1HD. Cette taxe dépend de la distance D et de la période tarifaire H. Cette taxe est actuellement directement dérivée des tarifs RTPC. Initialement, sur la base de la distribution statistique de la durée des appels, les valeurs de la taxe TIC1HD sont données pour les différents cas par le tableau 1. Tous les six mois, ces valeurs pourront être réajustées de commun accord entre l'opérateur mobile et [1 Proximus]1, en fonction du profil de trafic reel.
| Afstand | |||
| Periode | Zonaal | Inter A | Inter B |
| Rood | 3,0498 | 3,5898 | 8,8159 |
| Geel | 2,7641 | 3,4042 | 7,2872 |
| Zwart | 2,6879 | 2,8854 | 4,5956 |
| Distance | Zonal | Inter A | Inter B |
| Periode | |||
| Rouge | 3,0498 | 3,5898 | 8,8159 |
| Jaune | 2,7641 | 3,4042 | 7,2872 |
| Noir | 2,6879 | 2,8854 | 4,5956 |
Voor elke tariefperiode, bepalen de mobiele operator en [1 Proximus]1 in onderlinge overeenstemming de gemiddelde waarde van de interconnectietaks TIC1H in functie van de opbouw van de interconnectie tussen beide netten.
3.2. Verkeer van het vaste net naar het mobiele net.
Periodiek, hetgeen tussen de betrokken operatoren moet worden overeengekomen, betaalt [1 Proximus]1 aan de mobiele operator een bedrag dat equivalent is aan het totale aantal minuten dat het mobiele net is gebruikt door het verkeer dat afkomstig is van het vaste net vermenigvuldigd met de interconnectietaks per minuut TIC2HD.
Wanneer een specifiek voorstel vanwege de mobiele operator uitblijft, wordt de waarde van de taks TIC2HD voor elke tariefperiode berekend, als het verschil tussen het klantentarief van de mobiele operator TM en de gemiddelde waarde van de interconnectietaks TIC1H zoals die wordt gedefinieerd in het laatste lid van punt 3.1 hierboven :
TIC2H= TM - TIC1H
4. Kortingen.
Op grond van de in punt 3 beschreven vergoedingen, kan er tussen de mobiele operator en [1 Proximus]1 worden onderhandeld over volumekortingen op basis van het principe van de symmetrie.
[1 Proximus]1 past dezelfde kortingen toe ten opzichte van de verschillende mobiele operatoren.
5. Overige gevallen.
Buiten de interconnectietaksen voor normale oproepen naar of vanuit het nationale telefoonnet, onderhandelen de mobiele operator en [1 Proximus]1 bilateraal, op basis van het principe van de symmetrie, over de gepaste interconnectietaksen voor de volgende gevallen :
- internationale automatische oproepen
- internationale oproepen die bij aankomst moeten worden betaald
- internationale oproepen die manueel worden geëxploiteerd
- oproep van gratis nummers (" groene nummers "/0800)
- oproep van universele nummers
- oproep van een nummer met gedeelde taxatie
- oproep van een virtueel privé-netwerk
- oproep van een infokiosk-server
- oproep van een bijzondere dienst (100, 1207, enz)
3.2. Verkeer van het vaste net naar het mobiele net.
Periodiek, hetgeen tussen de betrokken operatoren moet worden overeengekomen, betaalt [1 Proximus]1 aan de mobiele operator een bedrag dat equivalent is aan het totale aantal minuten dat het mobiele net is gebruikt door het verkeer dat afkomstig is van het vaste net vermenigvuldigd met de interconnectietaks per minuut TIC2HD.
Wanneer een specifiek voorstel vanwege de mobiele operator uitblijft, wordt de waarde van de taks TIC2HD voor elke tariefperiode berekend, als het verschil tussen het klantentarief van de mobiele operator TM en de gemiddelde waarde van de interconnectietaks TIC1H zoals die wordt gedefinieerd in het laatste lid van punt 3.1 hierboven :
TIC2H= TM - TIC1H
4. Kortingen.
Op grond van de in punt 3 beschreven vergoedingen, kan er tussen de mobiele operator en [1 Proximus]1 worden onderhandeld over volumekortingen op basis van het principe van de symmetrie.
[1 Proximus]1 past dezelfde kortingen toe ten opzichte van de verschillende mobiele operatoren.
5. Overige gevallen.
Buiten de interconnectietaksen voor normale oproepen naar of vanuit het nationale telefoonnet, onderhandelen de mobiele operator en [1 Proximus]1 bilateraal, op basis van het principe van de symmetrie, over de gepaste interconnectietaksen voor de volgende gevallen :
- internationale automatische oproepen
- internationale oproepen die bij aankomst moeten worden betaald
- internationale oproepen die manueel worden geëxploiteerd
- oproep van gratis nummers (" groene nummers "/0800)
- oproep van universele nummers
- oproep van een nummer met gedeelde taxatie
- oproep van een virtueel privé-netwerk
- oproep van een infokiosk-server
- oproep van een bijzondere dienst (100, 1207, enz)
Pour chaque période tarifaire, l'opérateur mobile et [1 Proximus]1 déterminent de commun accord la valeur moyenne de la taxe d'interconnexion TIC1H en fonction de l'architecture d'interconnexion entre les deux réseaux.
3.2. Trafic du réseau fixe vers le réseau mobile.
De façon périodique à convenir entre les opérateurs concernés, [1 Proximus]1 verse à l'opérateur mobile un montant équivalant au nombre total de minutes d'utilisation du réseau mobile par du trafic en provenance du réseau fixe multiplié par la taxe d'interconnexion par minute TIC2H+D.
En l'absence de proposition spécifique de la part de l'opérateur mobile, la valeur de la taxe TIC2H se calcule, pour chaque période tarifaire, comme la différence entre le tarif client de l'opérateur mobile TM et la valeur moyenne de la taxe d'interconnexion TIC1H, telle que définie au dernier alinéa du point 3.1. ci-dessus :
TIC2H = TM - TIC1H.
4. Ristournes.
Sur la base des rémunérations décrites au point 3., des ristournes de volume peuvent être négociées entre l'opérateur et [1 Proximus]1 sur la base du principe de symétrie.
Les mêmes ristournes sont appliquées par [1 Proximus]1 vis-à -vis des différents opérateurs mobiles.
5. Autres cas.
Outre les charges d'interconnexion pour des appels normaux vers le ou à partir du réseau téléphonique national, l'opérateur mobile et [1 Proximus]1 négocient bilatéralement, sur la base du principe de symétrie, des charges d'interconnexion appropriées pour les cas suivants :
- appels internationaux automatiques;
- appels internationaux payables à l'arrivée;
- appels internationaux exploités en manuel;
- appel des numéros gratuits (" numéros verts "/0800);
- appel des numéros universels;
- appel d'un numéro à taxation partagée;
- appel d'un réseau privé virtuel;
- appel d'un serveur infokiosque;
- appel d'un service spécial (100, 1307, etc.).
3.2. Trafic du réseau fixe vers le réseau mobile.
De façon périodique à convenir entre les opérateurs concernés, [1 Proximus]1 verse à l'opérateur mobile un montant équivalant au nombre total de minutes d'utilisation du réseau mobile par du trafic en provenance du réseau fixe multiplié par la taxe d'interconnexion par minute TIC2H+D.
En l'absence de proposition spécifique de la part de l'opérateur mobile, la valeur de la taxe TIC2H se calcule, pour chaque période tarifaire, comme la différence entre le tarif client de l'opérateur mobile TM et la valeur moyenne de la taxe d'interconnexion TIC1H, telle que définie au dernier alinéa du point 3.1. ci-dessus :
TIC2H = TM - TIC1H.
4. Ristournes.
Sur la base des rémunérations décrites au point 3., des ristournes de volume peuvent être négociées entre l'opérateur et [1 Proximus]1 sur la base du principe de symétrie.
Les mêmes ristournes sont appliquées par [1 Proximus]1 vis-à -vis des différents opérateurs mobiles.
5. Autres cas.
Outre les charges d'interconnexion pour des appels normaux vers le ou à partir du réseau téléphonique national, l'opérateur mobile et [1 Proximus]1 négocient bilatéralement, sur la base du principe de symétrie, des charges d'interconnexion appropriées pour les cas suivants :
- appels internationaux automatiques;
- appels internationaux payables à l'arrivée;
- appels internationaux exploités en manuel;
- appel des numéros gratuits (" numéros verts "/0800);
- appel des numéros universels;
- appel d'un numéro à taxation partagée;
- appel d'un réseau privé virtuel;
- appel d'un serveur infokiosque;
- appel d'un service spécial (100, 1307, etc.).
Art. N3. Bijlage 3. Financiële voorwaarden voor gehuurde circuits.
1. Inleiding.
De operator huurt zijn infrastructuurcircuits onder de gebruikelijke voorwaarden die inzake gehuurde circuits toepasselijk zijn. De in deze bijlage vermelde tarieven zullen worden aangepast in geval van een herziening van het tariefsysteem van [1 Proximus]1, zowel wat de huurgelden als wat de installatiekosten betreft.
Alle bedragen die in deze bijlage voorkomen zijn exclusief BTW.
2. Maandelijkse huurgelden.
2.1. Analoge zonale lijn.
De maandhuur omvat een vast gedeelte en een variabel gedeelte dat afhangt van de hemelsbrede afstand, uitgedrukt in hectometer, tussen de eindpunten van de lijn. Het aldus berekende bedrag mag niet lager zijn dan het minimum, noch hoger dan het maximum.
1. Inleiding.
De operator huurt zijn infrastructuurcircuits onder de gebruikelijke voorwaarden die inzake gehuurde circuits toepasselijk zijn. De in deze bijlage vermelde tarieven zullen worden aangepast in geval van een herziening van het tariefsysteem van [1 Proximus]1, zowel wat de huurgelden als wat de installatiekosten betreft.
Alle bedragen die in deze bijlage voorkomen zijn exclusief BTW.
2. Maandelijkse huurgelden.
2.1. Analoge zonale lijn.
De maandhuur omvat een vast gedeelte en een variabel gedeelte dat afhangt van de hemelsbrede afstand, uitgedrukt in hectometer, tussen de eindpunten van de lijn. Het aldus berekende bedrag mag niet lager zijn dan het minimum, noch hoger dan het maximum.
Art. N3. Annexe 3.Conditions financières pour les circuits loués.
1. Introduction.
L'opérateur loue ses circuits d'infrastructure aux conditions habituelles applicables en matière de circuits loués. Les tarifs indiqués dans la présente annexe seront adaptés en cas de révision du système tarifaire de [1 Proximus]1, aussi bien en ce qui concerne les redevances de location que les frais d'installation.
Tous les montants figurant dans la présente annexe sont exprimés hors T.V.A..
2. Redevances mensuelles de location.
2.1. Ligne zonale analogique.
La redevance mensuelle comporte un partie fixe et une partie variable fonction de la distance, exprimée en hectomètres, à vol d'oiseau entre les points d'aboutissement de la ligne. Le montant ainsi calculé ne peut être inférieur au minimum, ni être supérieur au maximum.
1. Introduction.
L'opérateur loue ses circuits d'infrastructure aux conditions habituelles applicables en matière de circuits loués. Les tarifs indiqués dans la présente annexe seront adaptés en cas de révision du système tarifaire de [1 Proximus]1, aussi bien en ce qui concerne les redevances de location que les frais d'installation.
Tous les montants figurant dans la présente annexe sont exprimés hors T.V.A..
2. Redevances mensuelles de location.
2.1. Ligne zonale analogique.
La redevance mensuelle comporte un partie fixe et une partie variable fonction de la distance, exprimée en hectomètres, à vol d'oiseau entre les points d'aboutissement de la ligne. Le montant ainsi calculé ne peut être inférieur au minimum, ni être supérieur au maximum.
| Kwaliteit | Vast | Variabel | Minimum | Maximum |
| (/hm) | ||||
| M1040 2 draden | 515 | 51 | 1.133 | 6.435 |
| M1040 4 draden | 1.030 | 103 | 2.265 | 12.870 |
| Qualité | Fixe | Variable (/hm) | Minimum | Maximum |
| M1040 2 fils | 515 | 51 | 1.133 | 6.435 |
| M1040 4 fils | 1.030 | 103 | 2.265 | 12.870 |
Indien de afstand minder is dan of gelijk aan 200 meter, wordt de tweemaandelijkse huur forfaitair vastgesteld op 720 of 1.440 frank naargelang het gaat om een lijn van het type met 2 draden of 4 draden.
2.2. Analoge interzonale lijn.
De maandhuur omvat een vergoeding voor de toegang langs elk uiteinde, een zonaal gedeelte voor elk van de twee zonale verlengingen en een interzonaal gedeelte. De twee zonale gedeelten, alsook het interzonale gedeelte bestaan uit een vaste vergoeding en een variabele vergoeding die afhangt van de hemelsbrede afstand tussen de aansluitingsgebouwen van [1 Proximus]1. Die afstand wordt in hectometer uitgedrukt in geval van de zonale gedeelten en in kilometer in geval van het interzonale gedeelte.
2.2. Analoge interzonale lijn.
De maandhuur omvat een vergoeding voor de toegang langs elk uiteinde, een zonaal gedeelte voor elk van de twee zonale verlengingen en een interzonaal gedeelte. De twee zonale gedeelten, alsook het interzonale gedeelte bestaan uit een vaste vergoeding en een variabele vergoeding die afhangt van de hemelsbrede afstand tussen de aansluitingsgebouwen van [1 Proximus]1. Die afstand wordt in hectometer uitgedrukt in geval van de zonale gedeelten en in kilometer in geval van het interzonale gedeelte.
Si la distance est inférieure ou égale à 200 mètres, la redevance bimestrielle est fixée forfaitairement à 720 ou 1.440 francs selon que la ligne est du type 2 fils ou 4 fils.
2.2. Ligne interzonale analogique.
La redevance mensuelle comporte une charge accès à chaque extrémité, une partie zonale pour chacun des deux prolongements zonaux et une partie interzonale. Les deux parties zonales ainsi que la partie interzonale sont constituées d'une charge fixe et d'une charge variable qui est fonction de la distance à vol d'oiseau entre les bâtiments de raccordement de [1 Proximus]1. Cette distance s'exprime en hectomètres dans le cas des parties zonales et en kilomètres dans le cas de la partie interzonale.
2.2. Ligne interzonale analogique.
La redevance mensuelle comporte une charge accès à chaque extrémité, une partie zonale pour chacun des deux prolongements zonaux et une partie interzonale. Les deux parties zonales ainsi que la partie interzonale sont constituées d'une charge fixe et d'une charge variable qui est fonction de la distance à vol d'oiseau entre les bâtiments de raccordement de [1 Proximus]1. Cette distance s'exprime en hectomètres dans le cas des parties zonales et en kilomètres dans le cas de la partie interzonale.
| Zonaal | Interzonal | ||||
| Kwaliteit | Toegang | Vast | Variabel (/hm) | Vast | Variabel (/km) |
| M1040 - 2 draden | 575 | 390 | 24 | 2.490 | 125 |
| M1040 - 4 draden | 1.150 | 515 | 32 | 2.490 | 125 |
| Zonal | Interzonal | ||||
| Qualité | Acces | Fixe | Variable (/hm) | Fixe | Variable (/km) |
| M1040 2 fils | 575 | 390 | 24 | 2.490 | 125 |
| M1040 4 fils | 1.150 | 515 | 32 | 2.490 | 125 |
Wanneer een van de uiteinden van een lijn eindigt en beperkt is tot het aansluitingsgebouw van [1 Proximus]1, wordt de toegangsvergoeding verminderd tot 20 % van de normale taks, hetzij respectievelijk 115 en 230 frank.
2.3. Digitale zonale en interzonale lijn.
In het geval van een zonale lijn, omvat de maandhuur een vergoeding voor de toegang tot elk uiteinde, een vaste vergoeding en een vergoeding die varieert naar gelang van de hemelsbrede afstand, uitgedrukt in hectometer, tussen de aansluitingsgebouwen van [1 Proximus]1.
In geval van een interzonale lijn, omvat de maandhuur een vergoeding voor de toegang tot elk uiteinde, een zonaal gedeelte voor elk van de twee zonale verlengingen en een interzonaal gedeelte. De twee zonale gedeelten, alsook het interzonale gedeelte bestaan uit een vaste vergoeding en een variabele vergoeding die afhangt van de hemelsbrede afstand tussen de aansluitingsgebouwen van [1 Proximus]1. Die afstand wordt in hectometer uitgedrukt in geval van de zonale gedeelten en in kilometer in geval van het interzonale gedeelte.
2.3. Digitale zonale en interzonale lijn.
In het geval van een zonale lijn, omvat de maandhuur een vergoeding voor de toegang tot elk uiteinde, een vaste vergoeding en een vergoeding die varieert naar gelang van de hemelsbrede afstand, uitgedrukt in hectometer, tussen de aansluitingsgebouwen van [1 Proximus]1.
In geval van een interzonale lijn, omvat de maandhuur een vergoeding voor de toegang tot elk uiteinde, een zonaal gedeelte voor elk van de twee zonale verlengingen en een interzonaal gedeelte. De twee zonale gedeelten, alsook het interzonale gedeelte bestaan uit een vaste vergoeding en een variabele vergoeding die afhangt van de hemelsbrede afstand tussen de aansluitingsgebouwen van [1 Proximus]1. Die afstand wordt in hectometer uitgedrukt in geval van de zonale gedeelten en in kilometer in geval van het interzonale gedeelte.
Lorsque l'une des extrémités d'une ligne aboutit et est limitée au bâtiment de raccordement de [1 Proximus]1, la charge d'accès est ramenée à 20 % de la taxe normale, soit respectivement 115 et 230 francs.
2.3. Ligne numérique zonale et interzonale.
Dans le cas d'une ligne zonale, la redevance mensuelle comporte une charge accès à chaque extrémité, une charge fixe et une charge variable qui est fonction de la distance, exprimée en hectomètres, à vol d'oiseau entre les bâtiments de raccordement de [1 Proximus]1.
Dans le cas d'une ligne interzonale, la redevance mensuelle comporte une charge accès à chaque extrémité, une partie zonale pour chacun des deux prolongements zonaux et une partie interzonale. Les deux parties zonales ainsi que la partie interzonale sont constituées d'une charge fixe et d'une charge variable qui est fonction de la distance à vol d'oiseau entre les bâtiments de raccordement de [1 Proximus]1. Cette distance s'exprime en hectomètres dans le cas des parties zonales et en kilomètres dans le cas de la partie interzonale.
2.3. Ligne numérique zonale et interzonale.
Dans le cas d'une ligne zonale, la redevance mensuelle comporte une charge accès à chaque extrémité, une charge fixe et une charge variable qui est fonction de la distance, exprimée en hectomètres, à vol d'oiseau entre les bâtiments de raccordement de [1 Proximus]1.
Dans le cas d'une ligne interzonale, la redevance mensuelle comporte une charge accès à chaque extrémité, une partie zonale pour chacun des deux prolongements zonaux et une partie interzonale. Les deux parties zonales ainsi que la partie interzonale sont constituées d'une charge fixe et d'une charge variable qui est fonction de la distance à vol d'oiseau entre les bâtiments de raccordement de [1 Proximus]1. Cette distance s'exprime en hectomètres dans le cas des parties zonales et en kilomètres dans le cas de la partie interzonale.
| Zonaal | Interzonaal | ||||
| Kwaliteit | Toegang | Vast | Variabel (/hm) | Vast | Variabel (/km) |
| 2 Mbit/s | 20.000 | 12.337 | 352 | 96.870 | 1.218 |
| Zonal | Interzonal | ||||
| Qualité | Acces | Fixe | Variable (/hm) | Fixe | Variable (/km) |
| 2 Mbits/s | 20.000 | 12.337 | 352 | 96.870 | 1.218 |
Wanneer een van de uiteinden van een lijn eindigt en beperkt is tot het aansluitingsgebouw van [1 Proximus]1, wordt de toegangsvergoeding verminderd tot 20 % van de normale taks, hetzij 4.000 frank.
2.4. Kortingen.
Op het totale bedrag dat jaarlijks aan de operator wordt gefactureerd voor de huur van de circuits, kent [1 Proximus]1, voor elke schijf, een volumekorting toe die als volgt wordt berekend :
- tot 400 miljoen frank : geen korting;
- van 400 tot 800 miljoen frank : 15%;
- meer dan 800 miljoen frank : 30%.
3. Installatiekosten.
De installatiekosten zijn van toepassing ongeacht het voorziene gebruik en voor de lijnen waarvan [1 Proximus]1 de wijze van aanleg bepaalt. Wanneer de operator een andere wijze van aanleg of een verschillend tracé wenst, worden de eventuele extrakosten die inherent zijn aan de keuze van de operator, aangerekend. Voor die kosten wordt er vooraf een kostenraming opgemaakt.
De in de volgende tabel vermelde kosten stemmen overeen met het geval van een lokale lijn (aansluiting op hetzelfde gebouw van [1 Proximus]1), het geval van een zonale lijn die gebruik maakt van een junctieverbinding tussen verschillende gebouwen van [1 Proximus]1 en het geval van een interzonale lijn. In het geval van 2 Mbit/s-lijnen moeten de aangeduide bedragen per uiteinde worden betaald. In geval van een lokale 2 Mbit/s-lijn, wanneer er een bijkomend systeem op een reeds bestaand trace moet tot stand worden gebracht, worden de installatiekosten teruggebracht van 428.340 frank tot 77.880 frank.
2.4. Kortingen.
Op het totale bedrag dat jaarlijks aan de operator wordt gefactureerd voor de huur van de circuits, kent [1 Proximus]1, voor elke schijf, een volumekorting toe die als volgt wordt berekend :
- tot 400 miljoen frank : geen korting;
- van 400 tot 800 miljoen frank : 15%;
- meer dan 800 miljoen frank : 30%.
3. Installatiekosten.
De installatiekosten zijn van toepassing ongeacht het voorziene gebruik en voor de lijnen waarvan [1 Proximus]1 de wijze van aanleg bepaalt. Wanneer de operator een andere wijze van aanleg of een verschillend tracé wenst, worden de eventuele extrakosten die inherent zijn aan de keuze van de operator, aangerekend. Voor die kosten wordt er vooraf een kostenraming opgemaakt.
De in de volgende tabel vermelde kosten stemmen overeen met het geval van een lokale lijn (aansluiting op hetzelfde gebouw van [1 Proximus]1), het geval van een zonale lijn die gebruik maakt van een junctieverbinding tussen verschillende gebouwen van [1 Proximus]1 en het geval van een interzonale lijn. In het geval van 2 Mbit/s-lijnen moeten de aangeduide bedragen per uiteinde worden betaald. In geval van een lokale 2 Mbit/s-lijn, wanneer er een bijkomend systeem op een reeds bestaand trace moet tot stand worden gebracht, worden de installatiekosten teruggebracht van 428.340 frank tot 77.880 frank.
Lorsque l'une des extrémités d'une ligne aboutit et est limitée au bâtiment de raccordement de [1 Proximus]1, la charge d'accès est ramenée à 20 % de la taxe normale, soit 4.000 francs.
2.4. Ristournes.
Sur le montant total facturé annuellement à l'opérateur pour la location de circuits, [1 Proximus]1 consent, sur chaque tranche, une ristourne de volume calculée comme suit :
- jusqu'Ă 400 millions de francs : pas de ristourne;
- de 400 Ă 800 millions de francs : 15 %;
- au-dessus de 800 millions de francs : 30 %.
3. Frais d'installation.
Les frais d'installation sont applicables quelle que soit l'utilisation prévue et pour les lignes dont [1 Proximus]1 détermine le mode de construction. Lorsque l'opérateur souhaite un autre mode de construction ou un tracé différent, les frais supplémentaires éventuels inhérents au choix de l'opérateur seront portés en compte. Ces frais font l'objet d'un devis préalable.
Les frais indiqués dans le tableau suivant correspondent aux cas d'une ligne locale (raccordement sur le même bâtiment de [1 Proximus]1), d'une ligne zonale utilisant une liaison de jonction entre bâtiments différents de [1 Proximus]1 et d'une ligne interzonale. Dans le cas de lignes à 2 Mbit/s, les montants indiqués doivent être payés par extrémité. Dans le cas d'une ligne locale à 2 Mbit/s, s'il s'agit de réaliser un système supplémentaire sur un tracé déjà existant, les frais d'installation sont ramenés à 77.880 francs au lieu de 428.340 francs.
2.4. Ristournes.
Sur le montant total facturé annuellement à l'opérateur pour la location de circuits, [1 Proximus]1 consent, sur chaque tranche, une ristourne de volume calculée comme suit :
- jusqu'Ă 400 millions de francs : pas de ristourne;
- de 400 Ă 800 millions de francs : 15 %;
- au-dessus de 800 millions de francs : 30 %.
3. Frais d'installation.
Les frais d'installation sont applicables quelle que soit l'utilisation prévue et pour les lignes dont [1 Proximus]1 détermine le mode de construction. Lorsque l'opérateur souhaite un autre mode de construction ou un tracé différent, les frais supplémentaires éventuels inhérents au choix de l'opérateur seront portés en compte. Ces frais font l'objet d'un devis préalable.
Les frais indiqués dans le tableau suivant correspondent aux cas d'une ligne locale (raccordement sur le même bâtiment de [1 Proximus]1), d'une ligne zonale utilisant une liaison de jonction entre bâtiments différents de [1 Proximus]1 et d'une ligne interzonale. Dans le cas de lignes à 2 Mbit/s, les montants indiqués doivent être payés par extrémité. Dans le cas d'une ligne locale à 2 Mbit/s, s'il s'agit de réaliser un système supplémentaire sur un tracé déjà existant, les frais d'installation sont ramenés à 77.880 francs au lieu de 428.340 francs.
| Type lijn | Lokale lijn | Lokale lijn+ junctie | Interzonale lijn |
| M1040 - 2 draden | 20.768 | 28.556 | 46.728 |
| M1040- 4 draden | 33.748 | 41.536 | 62.304 |
| 2 Mbit/s | 428.340 | 464.684 | 488.048 |
| Type de ligne | Ligne locale | Ligne locale | Ligne interzonale |
| + jonction | |||
| M1040 2 fils | 20.768 | 28.556 | 46.728 |
| M1040 4 fils | 33.748 | 41.536 | 62.304 |
| 2 Mbits/s | 428.340 | 464.684 | 488.048 |
4. Verbindingen voor interconnectie met het PSTN-net.
Het interconnectiepunt tussen het mobiele netwerk en het vaste net bevindt zich aan de ingang van de PSTN-schakelaars. De verbindingen tussen de schakelaars van het mobiele net en de schakelaars van het vaste net worden bijgevolg door de operator van [1 Proximus]1 gehuurd onder de tariefvoorwaarden van deze bijlage.
Het interconnectiepunt tussen het mobiele netwerk en het vaste net bevindt zich aan de ingang van de PSTN-schakelaars. De verbindingen tussen de schakelaars van het mobiele net en de schakelaars van het vaste net worden bijgevolg door de operator van [1 Proximus]1 gehuurd onder de tariefvoorwaarden van deze bijlage.
4. Liaisons d'interconnexion avec le RTPC.
Le point d'interconnexion entre le réseau mobile et le réseau fixe est situé à l'entrée des commutateurs du RTPC. Les liaisons entre les commutateurs du réseau mobile et les commutateurs du réseau fixe sont par conséquent louées par l'opérateur auprès de [1 Proximus]1 aux conditions tarifaires de la présente annexe.
Le point d'interconnexion entre le réseau mobile et le réseau fixe est situé à l'entrée des commutateurs du RTPC. Les liaisons entre les commutateurs du réseau mobile et les commutateurs du réseau fixe sont par conséquent louées par l'opérateur auprès de [1 Proximus]1 aux conditions tarifaires de la présente annexe.