Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
  1° het begeleidingsplan : het plan bedoeld in Hoofdstuk II, Beginselen, van Titel I van het het Samenwerkingsakkoord van 13 februari 1996 tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende het begeleidingsplan der werklozen, verlengd door het Samenwerkingsakkoord van 29 oktober 1997;
  2° het Evaluatiecomité : het comité bedoeld in het voornoemde Samenwerkingsakkoord van 13 februari 1996 verlengd door het Samenwerkingsakkoord van 29 oktober 1997;
  3° de wet : het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, bekrachtigd door de wet van 26 juni 1997 tot bekrachtiging van koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
  4° de Minister : de Minister van Tewerkstelling en Arbeid;
  5° de bijdragen : de bijdragen bedoeld in Hoofdstuk III, artikelen 5 en 6 van de wet.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 NOVEMBER 1997. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-12-1997 en tekstbijwerking tot 24-07-1999)
Titre
24 NOVEMBRE 1997. - ArrĂȘtĂ© royal portant exĂ©cution de l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 janvier 1997 contenant des mesures pour la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2, de la loi du 26 juillet 1996 relative Ă la promotion de l'emploi et Ă la sauvegarde prĂ©ventive de la compĂ©titivitĂ©. (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 11-12-1997 et mis Ă jour au 24-07-1999)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
HOOFDSTUK II. - Aanwending en verdeling van de ...
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Afdeling 2. - Opvolgingskosten.
Afdeling 3. - Begeleidingskosten.
Afdeling 4. - Kosten voor de beroepsopleiding.
HOOFDSTUK III. - Betaling.
Afdeling 1. - Voorschotten.
Afdeling 2. - Afrekening.
Afdeling 3. - Intresten.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE I. - Champ d'application.
CHAPITRE II. - Affectation et répartition des c...
Section 1. - Dispositions générales.
Section 2. - Frais de suivi.
Section 3. - Frais d'accompagnement.
Section 4. - Frais pour la formation profession...
CHAPITRE III. - Paiement.
Section 1. - Avances.
Section 2. - Décompte.
Section 3. - IntĂ©rĂȘts.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Article 1. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° le plan d'accompagnement : le plan visé au Chapitre II, Principes, du Titre Ier de l'accord de coopération du 13 février 1996 entre l'Etat, les communautés et les régions concernant le plan d'accompagnement des chÎmeurs, prolongé par l'accord de coopération du 29 octobre 1997;
  2° le Comité d'Evaluation : le comité visé à l'accord de coopération du 13 février 1996 précité, prolongé par l'accord de coopération du 29 octobre 1997;
  3° la loi : l'arrĂȘtĂ© royal du 27 janvier 1997 relatif Ă la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2, de la loi du 26 juillet 1996 relative Ă la promotion de l'emploi et Ă la sauvegarde prĂ©ventive de la compĂ©titivitĂ©, confirmĂ© par la loi du 26 juin 1997 portant confirmation des arrĂȘtĂ©s royaux pris en application de la loi du 26 juillet 1996 visant Ă rĂ©aliser les conditions budgĂ©taires de la participation de la Belgique Ă l'Union Ă©conomique et monĂ©taire europĂ©enne, de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions, et de la loi du 26 juillet 1996 relative Ă la promotion de l'emploi et Ă la sauvegarde prĂ©ventive de la compĂ©titivitĂ©;
  4° le Ministre : le Ministre de l'Emploi et du Travail;
  5° les cotisations : les cotisations visées au Chapitre III, articles 5 et 6 de la loi.
  1° le plan d'accompagnement : le plan visé au Chapitre II, Principes, du Titre Ier de l'accord de coopération du 13 février 1996 entre l'Etat, les communautés et les régions concernant le plan d'accompagnement des chÎmeurs, prolongé par l'accord de coopération du 29 octobre 1997;
  2° le Comité d'Evaluation : le comité visé à l'accord de coopération du 13 février 1996 précité, prolongé par l'accord de coopération du 29 octobre 1997;
  3° la loi : l'arrĂȘtĂ© royal du 27 janvier 1997 relatif Ă la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2, de la loi du 26 juillet 1996 relative Ă la promotion de l'emploi et Ă la sauvegarde prĂ©ventive de la compĂ©titivitĂ©, confirmĂ© par la loi du 26 juin 1997 portant confirmation des arrĂȘtĂ©s royaux pris en application de la loi du 26 juillet 1996 visant Ă rĂ©aliser les conditions budgĂ©taires de la participation de la Belgique Ă l'Union Ă©conomique et monĂ©taire europĂ©enne, de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions, et de la loi du 26 juillet 1996 relative Ă la promotion de l'emploi et Ă la sauvegarde prĂ©ventive de la compĂ©titivitĂ©;
  4° le Ministre : le Ministre de l'Emploi et du Travail;
  5° les cotisations : les cotisations visées au Chapitre III, articles 5 et 6 de la loi.
Art. 2. Dit besluit bepaalt de nadere regels voor de aanwending en de verdeling van de opbrengst van de bijdragen aan de openbare instellingen belast met de arbeidsbemiddeling, de openbare instellingen belast met beroepsopleiding, de openbare instelling belast met de controle van de werklozen, en de openbare instelling belast met de controle en de opvolging van het begeleidingsplan.
Art. 2. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© dĂ©termine les modalitĂ©s d'affectation et de rĂ©partition du produit des cotisations aux organismes d'intĂ©rĂȘt public chargĂ©s du placement, aux organismes d'intĂ©rĂȘt public chargĂ©s de la formation professionnelle, Ă l'organisme d'intĂ©rĂȘt public chargĂ© du contrĂŽle des chĂŽmeurs et Ă l'organisme d'intĂ©rĂȘt public chargĂ© du contrĂŽle et du suivi du plan d'accompagnement.
HOOFDSTUK II. - Aanwending en verdeling van de bijdragen.
CHAPITRE II. - Affectation et répartition des cotisations.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art. 3. De Minister verdeelt volgens de bijzondere regels voorzien in dit hoofdstuk, per kwartaal, de opbrengst van de bijdragen onder de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging van het begeleidingsplan, de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi ", de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling en " l' Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle ".
  De uitbetalingen komen, op jaarbasis, overeen met de volgende bedragen :
  - maximum 160 miljoen frank als opvolgingskosten voor de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging van het begeleidingsplan;
  - maximum 800 miljoen frank als begeleidingskosten voor de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " en de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
  - maximum 640 miljoen frank als kosten voor de bijkomende beroepsopleiding voor de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " en " l'Institut Bruxellois francophone pour la formation professionnelle ".
  Indien de opbrengst van de per kwartaal geïnde bijdragen lager is dan de bedragen die nodig zijn voor de per kwartaal overeengekomen uitbetalingen, worden deze uitbetalingen proportioneel verminderd ten belope van het tekort.
  Het overblijvende saldo wordt toegevoegd aan de uitbetalingen van de volgende kwartalen.
  De uitbetalingen komen, op jaarbasis, overeen met de volgende bedragen :
  - maximum 160 miljoen frank als opvolgingskosten voor de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging van het begeleidingsplan;
  - maximum 800 miljoen frank als begeleidingskosten voor de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " en de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
  - maximum 640 miljoen frank als kosten voor de bijkomende beroepsopleiding voor de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " en " l'Institut Bruxellois francophone pour la formation professionnelle ".
  Indien de opbrengst van de per kwartaal geïnde bijdragen lager is dan de bedragen die nodig zijn voor de per kwartaal overeengekomen uitbetalingen, worden deze uitbetalingen proportioneel verminderd ten belope van het tekort.
  Het overblijvende saldo wordt toegevoegd aan de uitbetalingen van de volgende kwartalen.
Art. 3. Le Ministre répartit selon les rÚgles particuliÚres prévues dans le présent chapitre, par trimestre, le produit des cotisations entre l'Office national de l'Emploi, le service public chargé du contrÎle et du suivi du plan d'accompagnement, le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi, l'Office régional bruxellois de l'Emploi et l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle.
  Les paiements correspondent, sur base annuelle, aux montants suivants :
  - 160 millions de francs maximum comme frais de suivi pour l'Office national de l'Emploi et le service public chargé du contrÎle et du suivi du plan d'accompagnement;
  - 800 millions de francs maximum comme frais d'accompagnement pour le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et l'Office régional bruxellois de l'Emploi;
  - 640 millions de francs maximum comme frais pour la formation professionnelle supplémentaire pour le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle.
  Dans le cas oĂč le produit des cotisations percues par trimestre est infĂ©rieur aux montants nĂ©cessaires pour les paiements trimestriels convenus, ceux-ci sont rĂ©duits proportionnellement Ă concurrence du dĂ©ficit.
  Le solde restant dû est ajouté aux paiements des trimestres suivants.
  Les paiements correspondent, sur base annuelle, aux montants suivants :
  - 160 millions de francs maximum comme frais de suivi pour l'Office national de l'Emploi et le service public chargé du contrÎle et du suivi du plan d'accompagnement;
  - 800 millions de francs maximum comme frais d'accompagnement pour le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et l'Office régional bruxellois de l'Emploi;
  - 640 millions de francs maximum comme frais pour la formation professionnelle supplémentaire pour le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle.
  Dans le cas oĂč le produit des cotisations percues par trimestre est infĂ©rieur aux montants nĂ©cessaires pour les paiements trimestriels convenus, ceux-ci sont rĂ©duits proportionnellement Ă concurrence du dĂ©ficit.
  Le solde restant dû est ajouté aux paiements des trimestres suivants.
Afdeling 2. - Opvolgingskosten.
Section 2. - Frais de suivi.
Art. 4. Aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging van het begeleidingsplan wordt per kwartaal een bedrag van maximum 40 miljoen frank toegekend voor de opvolging van het begeleidingsplan.
Art. 4. A l'Office national de l'Emploi et au service public chargé du contrÎle et du suivi du plan d'accompagnement, il est accordé, par trimestre, un montant de 40 millions de francs maximum pour le suivi du plan d'accompagnement.
Afdeling 3. - Begeleidingskosten.
Section 3. - Frais d'accompagnement.
Art. 5. § 1. Aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " en de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling wordt per kwartaal een bedrag van maximum 200 miljoen frank toegekend voor de begeleiding van de in het begeleidingsplan omschreven werklozen.
  § 2. Dit bedrag wordt toegekend aan de voornoemde instellingen en diensten op basis van hun aandeel in het totaal aantal begeleidingsovereenkomsten die afgesloten zijn in 95 en 96;
  Het Evaluatiecomité keurt in de loop van de maand voorafgaand aan het kwartaal van uitbetaling het volgende overzicht goed, bestaande uit drie gedeelten :
  a) een stand van zaken betreffende de uitvoering van de gegevenstransfer inzake de weigering van werk, van een opleiding evenals de gevallen van onbeschikbaarheid voor de arbeidsmarkt;
  b) het reële aantal gerealiseerde begeleidingsplannen die aanleiding gegeven hebben tot een tewerkstelling, een opleiding, een zonder gevolg beëindigd plan of een uitwisseling van gegevens;
  c) het aantal uren beroepsopleiding gevolgd door de werklozen waarvan het begeleidingsplan voorziet in dergelijke opleiding.
  § 3. Indien het Evaluatiecomité geen overzicht goedkeurde zoals voorzien in voorgaande paragraaf, kan de Minister het in paragraaf 2 voorziene bedrag afzonderlijk toekennen.
  § 2. Dit bedrag wordt toegekend aan de voornoemde instellingen en diensten op basis van hun aandeel in het totaal aantal begeleidingsovereenkomsten die afgesloten zijn in 95 en 96;
  Het Evaluatiecomité keurt in de loop van de maand voorafgaand aan het kwartaal van uitbetaling het volgende overzicht goed, bestaande uit drie gedeelten :
  a) een stand van zaken betreffende de uitvoering van de gegevenstransfer inzake de weigering van werk, van een opleiding evenals de gevallen van onbeschikbaarheid voor de arbeidsmarkt;
  b) het reële aantal gerealiseerde begeleidingsplannen die aanleiding gegeven hebben tot een tewerkstelling, een opleiding, een zonder gevolg beëindigd plan of een uitwisseling van gegevens;
  c) het aantal uren beroepsopleiding gevolgd door de werklozen waarvan het begeleidingsplan voorziet in dergelijke opleiding.
  § 3. Indien het Evaluatiecomité geen overzicht goedkeurde zoals voorzien in voorgaande paragraaf, kan de Minister het in paragraaf 2 voorziene bedrag afzonderlijk toekennen.
Art. 5. § 1er. Au " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", à l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi et à l'Office régional bruxellois de l'Emploi, il est accordé, par trimestre, un montant maximum de 200 millions de francs pour l'accompagnement des chÎmeurs visés par le plan d'accompagnement.
  § 2. Ce montant est accordée aux institutions et services précités sur base de leur quote-part dans le nombre total de conventions d'accompagnement conclus en 95 et 96.
  Le Comité d'Evaluation approuve, au cours du mois précédant le trimestre de paiement prévu à l'article 3, l'apercu suivant, constitué de trois parties :
  a) un état de la situation concernant l'exécution de l'échange de données relatives à un refus d'emploi, d'une formation ainsi que des cas d'indisponibilité pour le marché de l'emploi;
  b) le nombre réel de plans d'accompagnement réalisés qui ont abouti à une mise au travail, à une formation, à un plan terminé sans suite ou à un échange de données;
  c) le nombre d'heures de formation professionnelle suivies par les chÎmeurs lorsque le plan d'accompagnement prévoit une telle formation.
  § 3. Dans le cas oĂč le ComitĂ© d'Evaluation n'a pas approuvĂ© l'apercu comme prĂ©vu au paragraphe prĂ©cĂ©dent, le Ministre peut accorder sĂ©parĂ©ment le montant prĂ©vu au paragraphe 2.
  § 2. Ce montant est accordée aux institutions et services précités sur base de leur quote-part dans le nombre total de conventions d'accompagnement conclus en 95 et 96.
  Le Comité d'Evaluation approuve, au cours du mois précédant le trimestre de paiement prévu à l'article 3, l'apercu suivant, constitué de trois parties :
  a) un état de la situation concernant l'exécution de l'échange de données relatives à un refus d'emploi, d'une formation ainsi que des cas d'indisponibilité pour le marché de l'emploi;
  b) le nombre réel de plans d'accompagnement réalisés qui ont abouti à une mise au travail, à une formation, à un plan terminé sans suite ou à un échange de données;
  c) le nombre d'heures de formation professionnelle suivies par les chÎmeurs lorsque le plan d'accompagnement prévoit une telle formation.
  § 3. Dans le cas oĂč le ComitĂ© d'Evaluation n'a pas approuvĂ© l'apercu comme prĂ©vu au paragraphe prĂ©cĂ©dent, le Ministre peut accorder sĂ©parĂ©ment le montant prĂ©vu au paragraphe 2.
Afdeling 4. - Kosten voor de beroepsopleiding.
Section 4. - Frais pour la formation professionnelle.
Art. 6. Aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " en " l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle " wordt per kwartaal een bedrag van maximum 160 miljoen frank toegekend voor begeleidingsplannen met als inhoud het verstrekken van een bijkomende beroepsopleiding, ten voordele van personen die een begeleidingsovereenkomst ondertekenden.
  Dit jaarlijks bedrag wordt als volgt verdeeld :
  - 48,75 pct. wordt aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling toegekend; dit bedrag omvat de opleidingen van de Vlaamse Gemeenschap verstrekt in het Vlaamse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  - 41,25 pct. wordt aan " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " toegekend, waarvan F 11 072 000 maximum voor de beroepsopleiding in de Duitstalige Gemeenschap;
  - 10 pct. wordt aan het " l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle " toegekend.
  In de loop van de maand voorafgaand aan de kwartalen van uitbetaling bezorgen de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " en " l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle " aan het Evaluatiecomité een overzicht. Dit overzicht bevat het aantal en de identiteit van de personen die een beroepsopleiding zoals bedoeld in het eerste lid volgen evenals de aard en de organisator van deze opleiding.
  Dit jaarlijks bedrag wordt als volgt verdeeld :
  - 48,75 pct. wordt aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling toegekend; dit bedrag omvat de opleidingen van de Vlaamse Gemeenschap verstrekt in het Vlaamse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  - 41,25 pct. wordt aan " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " toegekend, waarvan F 11 072 000 maximum voor de beroepsopleiding in de Duitstalige Gemeenschap;
  - 10 pct. wordt aan het " l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle " toegekend.
  In de loop van de maand voorafgaand aan de kwartalen van uitbetaling bezorgen de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi " en " l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle " aan het Evaluatiecomité een overzicht. Dit overzicht bevat het aantal en de identiteit van de personen die een beroepsopleiding zoals bedoeld in het eerste lid volgen evenals de aard en de organisator van deze opleiding.
Art. 6. Au " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", à l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi et à l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle, il est accordé, par trimestre, un montant maximum de 160 millions de francs pour des plans d'accompagnement ayant comme contenu la fourniture d'une formation professionnelle complémentaire au profit des personnes qui ont signé une convention d'accompagnement.
  Ce montant annuel est réparti comme suit :
  - 48,75 p.c. est accordé au " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding "; ce montant comporte les formations de la Communauté flamande dispensées dans la Région flamande et dans la Région de Bruxelles-Capitale;
  - 41,25 p.c. est accordé à l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi, dont 11 072 000 F pour la formation professionnelle dans la Communauté germanophone;
  - 10 p.c. est accordé à l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle.
  Au cours du mois précédent les trimestres de paiement le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi et l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle communiquent un apercu au Comité d'Evaluation. Cet apercu contient le nombre et l'identité des personnes qui suivent une formation professionnelle comme prévu à l'alinéa premier ainsi que la nature et l'organisateur de cette formation.
  Ce montant annuel est réparti comme suit :
  - 48,75 p.c. est accordé au " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding "; ce montant comporte les formations de la Communauté flamande dispensées dans la Région flamande et dans la Région de Bruxelles-Capitale;
  - 41,25 p.c. est accordé à l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi, dont 11 072 000 F pour la formation professionnelle dans la Communauté germanophone;
  - 10 p.c. est accordé à l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle.
  Au cours du mois précédent les trimestres de paiement le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi et l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle communiquent un apercu au Comité d'Evaluation. Cet apercu contient le nombre et l'identité des personnes qui suivent une formation professionnelle comme prévu à l'alinéa premier ainsi que la nature et l'organisateur de cette formation.
HOOFDSTUK III. - Betaling.
CHAPITRE III. - Paiement.
Afdeling 1. - Voorschotten.
Section 1. - Avances.
Art. 7. De voorschotten worden toegekend in de loop van elk kwartaal.
  Het bedrag van de voorschotten is gelijk aan 80 % van één vierde van de bedragen zoals vermeld in artikel 3.
  Het bedrag van de voorschotten is gelijk aan 80 % van één vierde van de bedragen zoals vermeld in artikel 3.
Art. 7. Les avances sont accordées dans le courant de chaque trimestre.
  Le montant des avances est égal à 80 % du quart des montants visés à l'article 3.
  Le montant des avances est égal à 80 % du quart des montants visés à l'article 3.
Art. 8. § 1. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging van het begeleidingsplan, de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, " l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi ", de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling en " l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle" bezorgen aan de Minister in de maand voorafgaand aan het kalenderkwartaal waarop het voorschot betrekking heeft, een door hun leidend ambtenaar voor echt verklaarde en ondertekende schuldvordering inzake de aanvraag tot betaling van het voorschot van het desbetreffende kwartaal.
  Voor het jaar 1997 worden de voorschotten voor de eerste maal uitbetaald binnen de 30 dagen volgend op de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
  Elke overschrijding van de voorziene indieningstermijn zal aanleiding geven tot een minstens evengrote overschrijding van de betalingstermijn.
  Voor het jaar 1997 worden de voorschotten voor de eerste maal uitbetaald binnen de 30 dagen volgend op de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
  Elke overschrijding van de voorziene indieningstermijn zal aanleiding geven tot een minstens evengrote overschrijding van de betalingstermijn.
Art. 8. § 1er. L'Office national de l'Emploi, le service public chargé du contrÎle et du suivi du plan d'accompagnement, le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", l'Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi, l'Office régional bruxellois de l'Emploi et l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle communiquent au Ministre dans le courant du mois précédent le trimestre civil pour lequel une avance est demandée une déclaration sur l'honneur, signée et déclarée sincÚre par leurs fonctionnaires dirigeants, relative à la demande de paiement de l'avance afférente à ce trimestre.
  Pour l'annĂ©e 1997, les avances sont payĂ©es la premiĂšre fois endĂ©ans les 30 jours de la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge.
  Tout dépassement du délai d'introduction de la demande d'avance entraßnera un dépassement au moins équivalent du délai de paiement.
  Pour l'annĂ©e 1997, les avances sont payĂ©es la premiĂšre fois endĂ©ans les 30 jours de la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge.
  Tout dépassement du délai d'introduction de la demande d'avance entraßnera un dépassement au moins équivalent du délai de paiement.
Afdeling 2. - Afrekening.
Section 2. - Décompte.
Art. 9. § 1. De in artikel 3 vernoemde instellingen en diensten maken binnen de 3 maanden na het einde van het kwartaal waarop de uitgaven betrekking hebben, alle verantwoordingsstukken, inclusief schuldvorderingen inzake de verrichte uitgaven over aan de Minister. De schuldvorderingen moeten eveneens vermelden dat de bedoelde uitgaven enkel betrekking hebben op supplementaire activiteiten die duidelijk verbonden zijn aan het begeleidingsplan, en die door geen enkele andere maatregel werden gefinancierd.
  § 2. De Minister bepaalt wat moet verstaan worden onder verantwoordingsstukken en kan ook de nadere voorwaarden en/of modaliteiten bepalen noodzakelijk voor de goede uitvoering van dit besluit.
  § 3. Wanneer vastgesteld wordt dat, op basis van de ingediende verantwoordingsstukken, bedoeld in § 1, een te hoog of te laag bedrag uitgekeerd werd als voorschot, wordt dit geregulariseerd met het voorschot van het derde kwartaal volgend op het kwartaal waarop de stukken betrekking hebben.
  § 4. Elke overschrijding van de door dit artikel of in uitvoering van dit artikel voorziene indieningstermijnen zal aanleiding geven tot een minstens evengrote overschrijding van de betalingstermijn.
  § 2. De Minister bepaalt wat moet verstaan worden onder verantwoordingsstukken en kan ook de nadere voorwaarden en/of modaliteiten bepalen noodzakelijk voor de goede uitvoering van dit besluit.
  § 3. Wanneer vastgesteld wordt dat, op basis van de ingediende verantwoordingsstukken, bedoeld in § 1, een te hoog of te laag bedrag uitgekeerd werd als voorschot, wordt dit geregulariseerd met het voorschot van het derde kwartaal volgend op het kwartaal waarop de stukken betrekking hebben.
  § 4. Elke overschrijding van de door dit artikel of in uitvoering van dit artikel voorziene indieningstermijnen zal aanleiding geven tot een minstens evengrote overschrijding van de betalingstermijn.
Art. 9. § 1er. Les institutions et organismes visés à l'article 3 communiquent au Ministre, endéans les trois mois suivant la fin du trimestre auquel les dépenses se rapportent, toutes les piÚces justificatives, y compris les déclarations sur l'honneur, relatives aux dépenses effectuées. Les déclarations sur l'honneur mentionnent également que lesdites dépenses l'ont été uniquement pour des activités supplémentaires, qui sont exclusivement liées au plan d'accompagnement, et qu'elles ne sont financées par aucune autre mesure.
  § 2. Le Ministre dĂ©finit ce qu'il faut entendre par piĂšces justificatives et peut Ă©galement dĂ©finir les conditions et/ou modalitĂ©s nĂ©cessaires pour la bonne exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 3. Lorsqu'il est constaté, sur base des piÚces justificatives introduites qu'un montant trop ou trop peu élevé a été accordé à titre d'avance, celui-ci est régularisé avec l'avance du troisiÚme trimestre qui suit celui auquel les piÚces justificatives se rapportent.
  § 4. Tout dépassement du délai d'introduction des piÚces justificatives déterminé par ou en exécution du présent article entraßnera un dépassement au moins équivalent du délai de paiement.
  § 2. Le Ministre dĂ©finit ce qu'il faut entendre par piĂšces justificatives et peut Ă©galement dĂ©finir les conditions et/ou modalitĂ©s nĂ©cessaires pour la bonne exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 3. Lorsqu'il est constaté, sur base des piÚces justificatives introduites qu'un montant trop ou trop peu élevé a été accordé à titre d'avance, celui-ci est régularisé avec l'avance du troisiÚme trimestre qui suit celui auquel les piÚces justificatives se rapportent.
  § 4. Tout dépassement du délai d'introduction des piÚces justificatives déterminé par ou en exécution du présent article entraßnera un dépassement au moins équivalent du délai de paiement.
Art. 9bis. <INGEVOEGD bij KB 1999-05-25/59, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1997> § 1. De acties, zoals bedoeld in Hoofdstuk II van dit besluit, die begonnen zijn tijdens het kalenderjaar 1998 en die ten laatste eindigen op 30 juni 1999 worden ingebracht bij de bedragen die maximum voorzien zijn voor 1998 voor de instellingen en diensten zoals voorzien in artikel 3 van dit besluit.
  § 2. De betalingen van deze acties gebeurt op basis van verantwoordingsstukken zoals voorzien in artikel 9 van dit besluit.
  § 2. De betalingen van deze acties gebeurt op basis van verantwoordingsstukken zoals voorzien in artikel 9 van dit besluit.
Art. 9bis. § 1er. Les actions, visĂ©es au Chapitre II du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, entamĂ©es durant l'annĂ©e calendrier 1998 et terminĂ©es au plus tard le 30 juin 1999 sont imputables aux montants maximum prĂ©vus pour 1998, pour les institutions et organismes visĂ©s Ă l'article 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 2. Le paiement de ces actions s'effectue sur base des piĂšces justificatives visĂ©es Ă l'article 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 2. Le paiement de ces actions s'effectue sur base des piĂšces justificatives visĂ©es Ă l'article 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Afdeling 3. - Intresten.
Section 3. - IntĂ©rĂȘts.
Art. 10. De instellingen, bedoeld in artikel 3, kunnen intresten aanrekenen, berekend tegen de wettelijke rentevoet indien de verschuldigde bedragen in toepassing van dit besluit niet werden toegekend binnen de termijnen voorzien in ditzelfde besluit. Er zijn evenwel geen intresten verschuldigd zolang alle voorwaarden opgelegd door dit besluit of in uitvoering van dit besluit niet werden vervuld.
Art. 10. Les organismes visĂ©s Ă l'article 3, peuvent rĂ©clamer des intĂ©rĂȘts calculĂ©s au taux lĂ©gal, lorsque les sommes qui leur sont dues en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ne leur ont pas Ă©tĂ© accordĂ©es dans les dĂ©lais prĂ©vus par le mĂȘme arrĂȘtĂ©. Toutefois aucun intĂ©rĂȘt n'est dĂ» tant que toutes les conditions imposĂ©es par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© ou en exĂ©cution de cet arrĂȘtĂ© ne sont pas remplies.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997.
Art. 11. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 1997.
Art. 12. Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 24 november 1997.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
  Gegeven te Brussel, 24 november 1997.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
Art. 12. Notre Ministre de l'Emploi et du Travail est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Donné à Bruxelles, le 24 novembre 1997.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET
  Donné à Bruxelles, le 24 novembre 1997.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET