Artikel 1. Artikel 54, § 4 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 4 augustus 1994, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 4. Het bedrag tot dekking van de administratiekosten van de uitbetalingsinstelling wordt vastgesteld op 4,5 F per uitbetaalde PWA-cheque. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JUNI 1997. - Ministerieel besluit tot wijziging van de artikelen 54, 59 en 71 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering.
Titre
20 JUIN 1997. - Arrêté ministériel modifiant les articles 54, 59 et 71 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 1991 portant les modalités d'application de la réglementation du chômage.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1. L'article 54, § 4 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 1991 portant les modalités d'application de la réglementation du chômage, modifié par l'arrêté ministériel du 4 août 1994, est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. Le montant destiné à couvrir les frais d'administration de l'organisme de paiement est fixé à 4,5 F par chèque-ALE payé. ".
" § 4. Le montant destiné à couvrir les frais d'administration de l'organisme de paiement est fixé à 4,5 F par chèque-ALE payé. ".
Art. 2. Artikel 59, derde lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 5 augustus 1996, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Om als financieel ten laste te worden beschouwd moet gelijktijdig voldaan worden aan de volgende voorwaarden :
1° de werkloze, alsmede de persoon die ten laste is, moeten een verklaring in die zin afleggen op het tijdstip waarop de werkloze een aangifte van de persoonlijke en familiale toestand moet indienen;
2° de persoon die ten laste is mag niet beschikken over het bestaansminimum noch financiële hulp ontvangen ter vervanging van het bestaansminimum in het kader van de wetgeving op de maatschappelijke dienstverlening en evenmin als kind ten laste zijn van een onderhoudsplichtige ouder;
3° de persoon die ten laste is mag niet reeds beschouwd worden als financieel ten laste van een andere werknemer waarmee hij samenwoont. ".
" Om als financieel ten laste te worden beschouwd moet gelijktijdig voldaan worden aan de volgende voorwaarden :
1° de werkloze, alsmede de persoon die ten laste is, moeten een verklaring in die zin afleggen op het tijdstip waarop de werkloze een aangifte van de persoonlijke en familiale toestand moet indienen;
2° de persoon die ten laste is mag niet beschikken over het bestaansminimum noch financiële hulp ontvangen ter vervanging van het bestaansminimum in het kader van de wetgeving op de maatschappelijke dienstverlening en evenmin als kind ten laste zijn van een onderhoudsplichtige ouder;
3° de persoon die ten laste is mag niet reeds beschouwd worden als financieel ten laste van een andere werknemer waarmee hij samenwoont. ".
Art. 2. L'article 59, alinéa 3 du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 5 août 1996, est remplacé par la disposition suivante :
" Pour être considéré comme à charge financièrement, il doit être satisfait simultanément aux conditions suivantes :
1° le travailleur ainsi que la personne qui est à sa charge doivent faire une déclaration en ce sens au moment où le chômeur est tenu d'introduire une déclaration de la situation personnelle et familiale;
2° la personne à charge ne peut pas disposer du minimum de moyens d'existence ni recevoir d'aide financière en remplacement du minimum de moyens d'existence dans le cadre de la législation relative aux prestations d'aide sociale ni, comme enfant, être à charge d'un parent à qui s'impose une obligation d'entretien;
3° la personne à charge ne peut pas déjà être à charge financièrement d'un autre chômeur avec lequel elle cohabite. ".
" Pour être considéré comme à charge financièrement, il doit être satisfait simultanément aux conditions suivantes :
1° le travailleur ainsi que la personne qui est à sa charge doivent faire une déclaration en ce sens au moment où le chômeur est tenu d'introduire une déclaration de la situation personnelle et familiale;
2° la personne à charge ne peut pas disposer du minimum de moyens d'existence ni recevoir d'aide financière en remplacement du minimum de moyens d'existence dans le cadre de la législation relative aux prestations d'aide sociale ni, comme enfant, être à charge d'un parent à qui s'impose une obligation d'entretien;
3° la personne à charge ne peut pas déjà être à charge financièrement d'un autre chômeur avec lequel elle cohabite. ".
Art. 3. In artikel 71, § 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 20 oktober 1994 en 5 augustus 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. het 4° wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 4° de dagen niet bedoeld in 1° tot 3°, voor zover toepassing gemaakt wordt van artikel 116, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit en hun aantal 78 niet overschrijdt of van artikel 116, § 1, tweede of derde lid van het koninklijk besluit en hun aantal 156 niet overschrijdt. Deze dagen worden evenwel niet in rekening gebracht als werkhervatting. ";
B. het wordt aangevuld met het volgende lid :
" Een periode kan slechts als periode van werkhervatting in de zin van artikel 116, § 1, van het koninklijk besluit worden beschouwd, indien ze gelegen is na het tijdstip waarop de recentste werkloosheidsperiode van 12 maanden in de zin van artikel 114, § 2 van het koninklijk besluit is aangevangen. ".
A. het 4° wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 4° de dagen niet bedoeld in 1° tot 3°, voor zover toepassing gemaakt wordt van artikel 116, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit en hun aantal 78 niet overschrijdt of van artikel 116, § 1, tweede of derde lid van het koninklijk besluit en hun aantal 156 niet overschrijdt. Deze dagen worden evenwel niet in rekening gebracht als werkhervatting. ";
B. het wordt aangevuld met het volgende lid :
" Een periode kan slechts als periode van werkhervatting in de zin van artikel 116, § 1, van het koninklijk besluit worden beschouwd, indien ze gelegen is na het tijdstip waarop de recentste werkloosheidsperiode van 12 maanden in de zin van artikel 114, § 2 van het koninklijk besluit is aangevangen. ".
Art. 3. A l'article 71, § 1er du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 20 octobre 1994 et 5 août 1996, sont apportées les modifications suivantes :
A. le 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° les journées non visées au 1° jusqu'au 3°, pour autant qu'il est fait application de l'article 116, § 1er, alinéa 1er de l'arrêté royal et que leur nombre ne dépasse pas 78 ou de l'article 116, § 1er, alinéa 2 ou 3 de l'arrêté royal et que leur nombre ne dépasse pas 156. Ces journées ne sont toutefois pas prises en considération comme reprise de travail. ";
B. il est complété par l'alinéa suivant :
" Une période peut seulement être prise en considération comme une période de reprise de travail au sens de l'article 116, § 1er de l'arrêté royal, si elle est située après le moment où a débuté la plus récente période de chômage de 12 mois au sens de l'article 114, § 2 de l'arrêté royal. ".
A. le 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° les journées non visées au 1° jusqu'au 3°, pour autant qu'il est fait application de l'article 116, § 1er, alinéa 1er de l'arrêté royal et que leur nombre ne dépasse pas 78 ou de l'article 116, § 1er, alinéa 2 ou 3 de l'arrêté royal et que leur nombre ne dépasse pas 156. Ces journées ne sont toutefois pas prises en considération comme reprise de travail. ";
B. il est complété par l'alinéa suivant :
" Une période peut seulement être prise en considération comme une période de reprise de travail au sens de l'article 116, § 1er de l'arrêté royal, si elle est située après le moment où a débuté la plus récente période de chômage de 12 mois au sens de l'article 114, § 2 de l'arrêté royal. ".
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 1997.
Brussel, 20 juni 1997.
Mevr. M. SMET.
Brussel, 20 juni 1997.
Mevr. M. SMET.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 1997.
Bruxelles, 20 juin 1997.
Mme M. SMET
Bruxelles, 20 juin 1997.
Mme M. SMET