Artikel 1. Artikel 6 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 6. Het refertemaandloon bedoeld in artikel 34 van het koninklijk besluit is gelijk aan het gemiddeld minimum maandinkomen gewaarborgd aan de mindervalide werknemers die tewerkgesteld zijn in een beschermde werkplaats, bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in de Nationale Arbeidsraad en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JUNI 1997. - Ministerieel besluit tot wijziging van de artikelen 6, 10, 12, 68 en 90 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering.
Titre
20 JUIN 1997. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant les articles 6, 10, 12, 68 et 90 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Article 1. L'article 6 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 6. Le salaire mensuel de rĂ©fĂ©rence visĂ© Ă l'article 34 de l'arrĂȘtĂ© royal est Ă©gal au revenu minimum mensuel moyen garanti aux travailleurs handicapĂ©s qui sont occupĂ©s dans un atelier protĂ©gĂ©, fixĂ© par convention collective de travail, conclue au sein du Conseil national du Travail et rendue obligatoire par arrĂȘtĂ© royal. ".
" Art. 6. Le salaire mensuel de rĂ©fĂ©rence visĂ© Ă l'article 34 de l'arrĂȘtĂ© royal est Ă©gal au revenu minimum mensuel moyen garanti aux travailleurs handicapĂ©s qui sont occupĂ©s dans un atelier protĂ©gĂ©, fixĂ© par convention collective de travail, conclue au sein du Conseil national du Travail et rendue obligatoire par arrĂȘtĂ© royal. ".
Art. 2. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 10. Voor de artiest-muzikant en voor de artiest van het spektakelbedrijf wordt een dagelijkse arbeidsprestatie van minder dan 5,77 uren als een arbeidsdag in aanmerking genomen indien het ontvangen brutoloon ten minste gelijk is aan 1/26ste van :
1° F 8 950 voor de artiest die ten minste 21 jaar is;
2° F 6 669 voor de artiest die minder dan 21 jaar is.
Deze bedragen worden gekoppeld aan de spilindex 114,20. Zij worden verhoogd of verminderd volgens de regels bepaald in artikel 113 van het koninklijk besluit. ".
" Art. 10. Voor de artiest-muzikant en voor de artiest van het spektakelbedrijf wordt een dagelijkse arbeidsprestatie van minder dan 5,77 uren als een arbeidsdag in aanmerking genomen indien het ontvangen brutoloon ten minste gelijk is aan 1/26ste van :
1° F 8 950 voor de artiest die ten minste 21 jaar is;
2° F 6 669 voor de artiest die minder dan 21 jaar is.
Deze bedragen worden gekoppeld aan de spilindex 114,20. Zij worden verhoogd of verminderd volgens de regels bepaald in artikel 113 van het koninklijk besluit. ".
Art. 2. L'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 10. Pour l'artiste-musicien et l'artiste du spectacle, une prestation journaliÚre de travail de moins de 5,77 heures est prise en considération comme une journée de travail si la rémunération brute percue est au moins égale à 1/26Úme de :
1° F 8 950 pour l'artiste ùgé de 21 ans au moins;
2° F 6 669 pour l'artiste ùgé de moins de 21 ans.
Ces montants sont liĂ©s Ă l'indice-pivot 114,20. Ils sont augmentĂ©s ou diminuĂ©s suivant les rĂšgles fixĂ©es Ă l'article 113 de l'arrĂȘtĂ© royal. ".
" Art. 10. Pour l'artiste-musicien et l'artiste du spectacle, une prestation journaliÚre de travail de moins de 5,77 heures est prise en considération comme une journée de travail si la rémunération brute percue est au moins égale à 1/26Úme de :
1° F 8 950 pour l'artiste ùgé de 21 ans au moins;
2° F 6 669 pour l'artiste ùgé de moins de 21 ans.
Ces montants sont liĂ©s Ă l'indice-pivot 114,20. Ils sont augmentĂ©s ou diminuĂ©s suivant les rĂšgles fixĂ©es Ă l'article 113 de l'arrĂȘtĂ© royal. ".
Art. 3. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 12. Voor de huisarbeider die een stuk- of een taakloon ontvangt wordt het aantal arbeidsdagen bekomen door het tijdens de referteperiode ontvangen brutoloon waarmee rekening werd gehouden voor de berekening van de bijdragen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid, te delen door 1/26ste van het refertemaandloon bedoeld in artikel 5. Het bekomen quotiënt wordt afgerond naar de hogere eenheid.
Het aldus bekomen aantal arbeidsdagen mag echter niet meer bedragen dan het aantal dagen begrepen in de periode tijdens dewelke de huisarbeider verbonden is door een arbeidsovereenkomst, met uitzondering van de zondagen, verminderd met het voor deze periode in rekening gebrachte aantal gelijkgestelde dagen. ".
" Art. 12. Voor de huisarbeider die een stuk- of een taakloon ontvangt wordt het aantal arbeidsdagen bekomen door het tijdens de referteperiode ontvangen brutoloon waarmee rekening werd gehouden voor de berekening van de bijdragen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid, te delen door 1/26ste van het refertemaandloon bedoeld in artikel 5. Het bekomen quotiënt wordt afgerond naar de hogere eenheid.
Het aldus bekomen aantal arbeidsdagen mag echter niet meer bedragen dan het aantal dagen begrepen in de periode tijdens dewelke de huisarbeider verbonden is door een arbeidsovereenkomst, met uitzondering van de zondagen, verminderd met het voor deze periode in rekening gebrachte aantal gelijkgestelde dagen. ".
Art. 3. L'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 12. Pour le travailleur à domicile qui percoit un salaire à la piÚce ou à la tùche, le nombre de journées de travail est obtenu en divisant la rémunération brute dont il est tenu compte pour le calcul des cotisations de sécurité sociale, secteur chÎmage, percue pendant la période de référence, par 1/26Úme du salaire mensuel de référence visé à l'article 5. Le quotient obtenu est arrondi à l'unité supérieure.
Le nombre de journées de travail ainsi obtenu ne peut cependant pas dépasser le nombre de jours, dimanches exceptés, compris dans la période pendant laquelle le travailleur à domicile est lié par un contrat de travail, diminué des journées assimilées prises en compte pour cette période. ".
" Art. 12. Pour le travailleur à domicile qui percoit un salaire à la piÚce ou à la tùche, le nombre de journées de travail est obtenu en divisant la rémunération brute dont il est tenu compte pour le calcul des cotisations de sécurité sociale, secteur chÎmage, percue pendant la période de référence, par 1/26Úme du salaire mensuel de référence visé à l'article 5. Le quotient obtenu est arrondi à l'unité supérieure.
Le nombre de journées de travail ainsi obtenu ne peut cependant pas dépasser le nombre de jours, dimanches exceptés, compris dans la période pendant laquelle le travailleur à domicile est lié par un contrat de travail, diminué des journées assimilées prises en compte pour cette période. ".
Art. 4. Artikel 68, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 68. In afwijking van de artikelen 65 tot 67 wordt het gemiddeld dagloon van de houthakker die per taak wordt bezoldigd, van de huisarbeider die een stuk- of een taakloon ontvangt en van elke andere werknemer die per taak wordt bezoldigd, bekomen door het brutoloon dat ontvangen werd in de loop van de laatste drie maanden voorafgaand aan de uitkeringsaanvraag, waarmee rekening werd gehouden voor de berekening van de bijdragen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid, te delen door 78. Dat aantal wordt verminderd met het aantal gelijkgestelde dagen bedoeld in artikel 38 van het koninklijk besluit waarvoor geen loon werd betaald. ".
" Art. 68. In afwijking van de artikelen 65 tot 67 wordt het gemiddeld dagloon van de houthakker die per taak wordt bezoldigd, van de huisarbeider die een stuk- of een taakloon ontvangt en van elke andere werknemer die per taak wordt bezoldigd, bekomen door het brutoloon dat ontvangen werd in de loop van de laatste drie maanden voorafgaand aan de uitkeringsaanvraag, waarmee rekening werd gehouden voor de berekening van de bijdragen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid, te delen door 78. Dat aantal wordt verminderd met het aantal gelijkgestelde dagen bedoeld in artikel 38 van het koninklijk besluit waarvoor geen loon werd betaald. ".
Art. 4. L'article 68, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 68. Par dĂ©rogation aux articles 65 Ă 67, la rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne du bĂ»cheron rĂ©munĂ©rĂ© Ă la tĂąche, du travailleur Ă domicile qui percoit un salaire Ă la piĂšce ou Ă la tĂąche et de tout autre travailleur rĂ©munĂ©rĂ© Ă la prestation, est obtenue en divisant par 78 le salaire brut, dont il est tenu compte pour le calcul des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale, secteur chĂŽmage, percue au cours des trois derniers mois prĂ©cĂ©dant la demande d'allocations. Ce nombre est diminuĂ© du nombre de journĂ©es assimilĂ©es Ă des journĂ©es de travail, visĂ©es Ă l'article 38 de l'arrĂȘtĂ© royal, pour lesquelles aucune rĂ©munĂ©ration n'a Ă©tĂ© payĂ©e. ".
" Art. 68. Par dĂ©rogation aux articles 65 Ă 67, la rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne du bĂ»cheron rĂ©munĂ©rĂ© Ă la tĂąche, du travailleur Ă domicile qui percoit un salaire Ă la piĂšce ou Ă la tĂąche et de tout autre travailleur rĂ©munĂ©rĂ© Ă la prestation, est obtenue en divisant par 78 le salaire brut, dont il est tenu compte pour le calcul des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale, secteur chĂŽmage, percue au cours des trois derniers mois prĂ©cĂ©dant la demande d'allocations. Ce nombre est diminuĂ© du nombre de journĂ©es assimilĂ©es Ă des journĂ©es de travail, visĂ©es Ă l'article 38 de l'arrĂȘtĂ© royal, pour lesquelles aucune rĂ©munĂ©ration n'a Ă©tĂ© payĂ©e. ".
Art. 5. Artikel 90, laatste lid van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Het dossier moet inzonderheid een " aangifte van de huisarbeider " bevatten wanneer de huisarbeider die een stuk- of een taakloon ontvangt :
1° voor het eerst uitkeringen wenst te bekomen;
2° overeenkomstig het koninklijk besluit een " aangifte van de persoonlijke en familiale toestand " C 1 moet indienen. ".
" Het dossier moet inzonderheid een " aangifte van de huisarbeider " bevatten wanneer de huisarbeider die een stuk- of een taakloon ontvangt :
1° voor het eerst uitkeringen wenst te bekomen;
2° overeenkomstig het koninklijk besluit een " aangifte van de persoonlijke en familiale toestand " C 1 moet indienen. ".
Art. 5. L'article 90, dernier alinĂ©a du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Le dossier doit notamment contenir une " déclaration de travailleur à domicile " lorsque le travailleur à domicile qui reçoit un salaire à la piÚce ou à la tùche :
1° désire bénéficier d'allocations pour la premiÚre fois;
2° doit, conformĂ©ment Ă l'arrĂȘtĂ© royal, introduire une " dĂ©claration de la situation personnelle et familiale " C 1. ".
" Le dossier doit notamment contenir une " déclaration de travailleur à domicile " lorsque le travailleur à domicile qui reçoit un salaire à la piÚce ou à la tùche :
1° désire bénéficier d'allocations pour la premiÚre fois;
2° doit, conformĂ©ment Ă l'arrĂȘtĂ© royal, introduire une " dĂ©claration de la situation personnelle et familiale " C 1. ".
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 1997, met uitzondering van de artikelen 1 en 2 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1997.
Brussel, 20 juni 1997.
Mevr. M. SMET
Brussel, 20 juni 1997.
Mevr. M. SMET
Art. 6. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er mars 1997, Ă l'exception des articles 1er et 2 qui produisent leurs effets le 1er janvier 1997.
Bruxelles, le 20 juin 1997.
Mme M. SMET
Bruxelles, le 20 juin 1997.
Mme M. SMET