Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 NOVEMBER 1997. - Ministerieel besluit betreffende de werving en de loopbaan van sommige ambtenaren van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen. (NOTA : raadpleging van vroegere versies vanaf 24-12-1997 en tekstbijwerking tot 30-01-2009)
Titre
28 NOVEMBRE 1997. - Arrêté ministériel relatif au recrutement et à la carrière de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-12-2004 et mise à jour au 30-01-2009)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
Artikel 1. Dit besluit is toepasselijk op de ambtenaren van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen van het Ministerie van Justitie.
Article 1. Le présent arrêté s'applique aux agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires du Ministère de la Justice.
Art. 2. § 1. Onverminderd artikel 4 van het koninklijk besluit van 14 mei 1971 houdende bijzondere instructie van toepassing op de personeelsleden van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 september 1996, worden de vacante betrekkingen bij voorrang toegekend aan ambtenaren die bij wege van overplaatsing van de ene inrichting naar de andere die betrekkingen ambiëren.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren worden gerangschikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, § 3, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel;
§ 2. Niettemin kan de Minister van Justitie bij een met redenen omklede beslissing van de regel vermeld in § 1 afwijken in de volgende gevallen :
- wanneer de ambtenaar ten minste de evaluatievermelding " goed " niet heeft bekomen;
- wanneer aan de ambtenaar een tuchtstraf werd opgelegd waarvoor de termijn van uitwissing overeenkomstig artikel 80, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit van 2 oktober 1937 nog niet is verstreken op het ogenblik dat de betrekking vacant wordt verklaard;
- wanneer de ambtenaar geschorst is op basis van het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende de schorsing van rijksambtenaren in het belang van de dienst;
- wanneer de ambtenaar op basis van artikel 1 van het voornoemd koninklijk besluit van 14 mei 1971 in het belang van de dienst uit zijn ambt verwijderd is.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren worden gerangschikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, § 3, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel;
§ 2. Niettemin kan de Minister van Justitie bij een met redenen omklede beslissing van de regel vermeld in § 1 afwijken in de volgende gevallen :
- wanneer de ambtenaar ten minste de evaluatievermelding " goed " niet heeft bekomen;
- wanneer aan de ambtenaar een tuchtstraf werd opgelegd waarvoor de termijn van uitwissing overeenkomstig artikel 80, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit van 2 oktober 1937 nog niet is verstreken op het ogenblik dat de betrekking vacant wordt verklaard;
- wanneer de ambtenaar geschorst is op basis van het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende de schorsing van rijksambtenaren in het belang van de dienst;
- wanneer de ambtenaar op basis van artikel 1 van het voornoemd koninklijk besluit van 14 mei 1971 in het belang van de dienst uit zijn ambt verwijderd is.
Art. 2. § 1er. Sans préjudice de l'article 4 de l'arrêté royal du 14 mai 1971 portant instructions spéciales applicables aux agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires, modifié par l'arrêté royal du 24 septembre 1996, les emplois vacants sont conférés par priorité aux agents qui postulent par voie de mutation d'un établissement à l'autre.
Les agents visés à l'alinéa 1er sont classés conformément aux dispositions de l'article 12, § 3, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat.
§ 2. Toutefois, le Ministre de la Justice peut déroger, à la disposition mentionnée au § 1er, par une décision motivée dans les cas suivants :
- quand l'agent n'a pas obtenu au moins la mention d'évaluation " bon ";
- quand une peine disciplinaire a été infligée à l'agent et que le délai d'effacement prévu à l'article 80, § 2, de l'arrêté royal précité du 2 octobre 1937 n'est pas dépassé au moment ou l'emploi est déclaré vacant;
- quant l'agent est suspendu sur base de l'arrêté royal du 1er juin 1964 relatif à la suspension des agents de l'Etat dans l'intérêt du service;
- quant l'agent est écarté de ses fonctions dans l'intérêt du service sur base de l'article 1er de l'arrêté royal précité du 14 mai 1971.
Les agents visés à l'alinéa 1er sont classés conformément aux dispositions de l'article 12, § 3, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat.
§ 2. Toutefois, le Ministre de la Justice peut déroger, à la disposition mentionnée au § 1er, par une décision motivée dans les cas suivants :
- quand l'agent n'a pas obtenu au moins la mention d'évaluation " bon ";
- quand une peine disciplinaire a été infligée à l'agent et que le délai d'effacement prévu à l'article 80, § 2, de l'arrêté royal précité du 2 octobre 1937 n'est pas dépassé au moment ou l'emploi est déclaré vacant;
- quant l'agent est suspendu sur base de l'arrêté royal du 1er juin 1964 relatif à la suspension des agents de l'Etat dans l'intérêt du service;
- quant l'agent est écarté de ses fonctions dans l'intérêt du service sur base de l'article 1er de l'arrêté royal précité du 14 mai 1971.
Art. 3. Artikel 2 van dit besluit is niet toepasselijk voor vacante betrekkingen in graden van niveau 1.
Zij worden verleend volgens de bepalingen van artikel 6bis van het voornoemd koninklijk besluit van 2 oktober 1937.
Zij worden verleend volgens de bepalingen van artikel 6bis van het voornoemd koninklijk besluit van 2 oktober 1937.
Art. 3. L'article 2 du présent arrêté ne s'applique pas aux emplois vacants dans les grades du niveau 1.
Ils sont conférés selon les dispositions de l'article 6bis de l'arrêté royal précité du 2 octobre 1937.
Ils sont conférés selon les dispositions de l'article 6bis de l'arrêté royal précité du 2 octobre 1937.
Art. 4. (opgeheven) <KB 2006-12-28/43, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art. 4. (abrogé) <AR 2006-12-28/43, art. 14, 002; En vigueur : 01-12-2004>
Art. 5. De verandering van graad en de bevordering door verhoging in graad tot de hierna genoemde graden worden verleend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 november 1997 tot bepaling van het statuut en van het ambt van sommige ambtenaren verbonden aan een probatiecommissie en tot vaststelling van geldelijke bepalingen ten gunste van deze ambtenaren :
- Eerstaanwezend probatieassistent;
- Probatieassistent.
- Eerstaanwezend probatieassistent;
- Probatieassistent.
Art. 5. Le changement de grade et la promotion par avancement de grade aux grades ci-après sont conférés conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 28 novembre 1997 réglant le statut et les fonctions de certains agents attachés à une Commission de probation et fixant des dispositions pécuniaires en faveur de ces agents :
- Assistant de probation principal;
- Assistant de probation.
- Assistant de probation principal;
- Assistant de probation.
Art. 6. De bevordering door verhoging in graad en de bevordering door overgang naar het hogere niveau tot de hierna genoemde graden worden verleend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 juni 1995 tot vaststelling van administratieve en geldelijke bepalingen ten gunste van sommige ambtenaren van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen die behoren tot de niveaus 2,3 en 4;
- Penitentiair assistent;
- Technische assistent;
- Kwartierchef .
- Penitentiair assistent;
- Technische assistent;
- Kwartierchef .
Art. 6. La promotion par avancement de grade et la promotion par accession au niveau supérieur aux grades ci-après sont conférées conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 23 juin 1995 fixant des dispositions administratives et pécuniaires en faveur de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires appartenant aux niveaux 2, 3 et 4;
- Assistant pénitentiaire;
- Assistant technique;
- Chef de quartier .
- Assistant pénitentiaire;
- Assistant technique;
- Chef de quartier .
Art. 7. De graden vermeld in kolom 2 van de bij dit besluit gevoegde tabel worden verleend volgens de benoemingswijze en de bijzondere voorwaarden welke in de kolommen 3A, 3B, 3C, 4 en 5 van die tabel naast die graden zijn vermeld.
Art. 7. Les grades énumérés dans la colonne 2 du tableau annexé au présent arrêté sont conférés suivant les modes de nomination et les conditions particulières que les colonnes 3A, 3B, 3C, 4 et 5 de ce tableau énoncent en regard desdits grades.
Art. 8. Worden opgeheven :
1° het ministerieel besluit van 24 maart 1993 betreffende de werving en de loopbaan van sommige personeelsleden van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen;
2° het ministerieel besluit van 6 september 1995 betreffende de werving en de loopbaan van sommige ambtenaren van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen die behoren tot de niveaus 2,3 en 4.
1° het ministerieel besluit van 24 maart 1993 betreffende de werving en de loopbaan van sommige personeelsleden van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen;
2° het ministerieel besluit van 6 september 1995 betreffende de werving en de loopbaan van sommige ambtenaren van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen die behoren tot de niveaus 2,3 en 4.
Art. 8. Sont abrogés :
1° l'arrêté ministériel du 24 mars 1993 relatif au recrutement et à la carrière de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires;
2° l'arrêté ministériel du 6 septembre 1995 relatif au recrutement et à la carrière de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires appartenant aux niveaux 2, 3 et 4.
1° l'arrêté ministériel du 24 mars 1993 relatif au recrutement et à la carrière de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires;
2° l'arrêté ministériel du 6 septembre 1995 relatif au recrutement et à la carrière de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires appartenant aux niveaux 2, 3 et 4.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als het koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen.
Brussel, 28 november 1997.
S. DE CLERCK
Brussel, 28 november 1997.
S. DE CLERCK
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur à la même date que l'arrêté royal fixant le cadre organique des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires.
Bruxelles, le 28 novembre 1997.
S. DE CLERCK
Bruxelles, le 28 novembre 1997.
S. DE CLERCK
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. Graden die toegang verlenen tot de graden vermeld onder nr. 2.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 24-12-1997, p. 34673-34681).
Gewijzigd bij :
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 24-12-1997, p. 34673-34681).
Gewijzigd bij :
Art. N1. Grades donnant accès aux grades sub. n° 2.
(Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 24-12-1997, p. 34674 - 34677).
Modifié par :
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 28 novembre 1997 relatif au recrutement et à la carrière de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires.
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
(Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 24-12-1997, p. 34674 - 34677).
Modifié par :
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 28 novembre 1997 relatif au recrutement et à la carrière de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires.
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Art. N2. Bijlage 2. Vlakke loopbaan in uitdoving.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 24-12-1997, p. 34682).
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 28 november 1997 betreffende de werving en de loopbaan van sommige ambtenaren van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen.
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 24-12-1997, p. 34682).
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 28 november 1997 betreffende de werving en de loopbaan van sommige ambtenaren van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen.
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Art. N2. Carrière plane en extinction.
(Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 24-12-1997, p. 34682).
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 28 novembre 1997 relatif au recrutement et à la carrière de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires.
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
(Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 24-12-1997, p. 34682).
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 28 novembre 1997 relatif au recrutement et à la carrière de certains agents des services extérieurs de l'Administration des Etablissements pénitentiaires.
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK