Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 JULI 1997. - Ministerieel besluit houdende het personeelsreglement bij het Nationaal Geografisch Instituut. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-09-1997 en tekstbijwerking tot 27-05-2000)
Titre
10 JUILLET 1997. - Arrêté ministériel portant le règlement du personnel à l'Institut géographique national. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-09-1997 et mis à jour au 27-05-2000)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Onverminderd de verordeningsbepalingen die de loopbaan van het Rijkspersoneel regelen, moet de benoeming in elk van de graden die de ambtenaren van het Nationaal Geografisch Instituut kunnen bekleden, geschieden onder de voorwaarden die bepaald zijn in de tabellen van de bijlage I van dit besluit.
Article 1. Sans préjudice des dispositions réglementaires régissant la carrière des agents de l'Etat, la nomination à chacun des grades que peuvent porter les agents de l'Institut géographique national, a lieu aux conditions déterminées aux tableaux repris à l'annexe I du présent arrêté.
HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions particulières.
Art. 2. § 1. De graad van geograaf kan worden toegekend ofwel aan de laureaat van een vergelijkend examen voor overgang naar het hoger niveau ofwel aan de laureaat van een vergelijkend wervingsexamen.
§ 2. Onverminderd de overige reglementaire wervingsvoorwaarden mogen de volgende personen aan het vergelijkend wervingsexamen voor de graad van geograaf deelnemen :
1° de houders van een diploma van burgerlijk ingenieur, van landbouwkundig ingenieur, ingenieur voor de scheikunde en de landbouwindustriëen of bio-ingenieur, van doctor of licentiaat in de wiskundige, natuurkundige, geologische of aardrijkskundige wetenschappen;
2° de houders van een getuigschrift uitgereikt aan degenen die de studies van de " polytechnische afdeling " of van de " afdeling Alle Wapens " van de Koninklijk Militaire School met vrucht beëindigd hebben;
3° de houders van minstens een diploma van licentiaat of van een diploma van aanvullende studies of specialisaties na een basis diploma van minstens de 2e cyclus licentiaatsdiploma in de richting ruimtelijke ordening, cartografie, teledetectie of toegepaste aardrijkskunde.
§ 2. Onverminderd de overige reglementaire wervingsvoorwaarden mogen de volgende personen aan het vergelijkend wervingsexamen voor de graad van geograaf deelnemen :
1° de houders van een diploma van burgerlijk ingenieur, van landbouwkundig ingenieur, ingenieur voor de scheikunde en de landbouwindustriëen of bio-ingenieur, van doctor of licentiaat in de wiskundige, natuurkundige, geologische of aardrijkskundige wetenschappen;
2° de houders van een getuigschrift uitgereikt aan degenen die de studies van de " polytechnische afdeling " of van de " afdeling Alle Wapens " van de Koninklijk Militaire School met vrucht beëindigd hebben;
3° de houders van minstens een diploma van licentiaat of van een diploma van aanvullende studies of specialisaties na een basis diploma van minstens de 2e cyclus licentiaatsdiploma in de richting ruimtelijke ordening, cartografie, teledetectie of toegepaste aardrijkskunde.
Art. 2. § 1er. Le grade de géographe peut être conféré soit au lauréat d'un concours d'accession au niveau supérieur, soit au lauréat d'un concours de recrutement.
§ 2. Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises en matière de recrutement, peuvent participer au concours de recrutement au grade de géographe :
1° les porteurs d'un diplôme d'ingénieur civil, d'ingénieur agronome, d'ingénieur chimiste et des industries agricoles ou d'ingénieur chimiste et des bio-industries, de docteur ou de licencié en sciences mathématiques, physiques, géologiques ou géographiques;
2° les porteurs d'un certificat délivré à ceux qui ont terminé avec fruit les études de la " section polytechnique " ou de la " section toutes armes " de l'Ecole royale militaire;
3° les porteurs d'un diplôme de licencié au moins ou d'un diplôme d'études complémentaires ou spécialisés faisant suite à un diplôme de base de 2ème cycle de licencié au moins, obtenu dans l'orientation aménagement du territoire, cartographie et télédétection ou géographie appliquée.
§ 2. Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises en matière de recrutement, peuvent participer au concours de recrutement au grade de géographe :
1° les porteurs d'un diplôme d'ingénieur civil, d'ingénieur agronome, d'ingénieur chimiste et des industries agricoles ou d'ingénieur chimiste et des bio-industries, de docteur ou de licencié en sciences mathématiques, physiques, géologiques ou géographiques;
2° les porteurs d'un certificat délivré à ceux qui ont terminé avec fruit les études de la " section polytechnique " ou de la " section toutes armes " de l'Ecole royale militaire;
3° les porteurs d'un diplôme de licencié au moins ou d'un diplôme d'études complémentaires ou spécialisés faisant suite à un diplôme de base de 2ème cycle de licencié au moins, obtenu dans l'orientation aménagement du territoire, cartographie et télédétection ou géographie appliquée.
Art. 3. De graad van cartograaf (rang 20) is een afgeschafte graad.
Art. 3. Le grade de cartographe (rang 20) est un grade supprimé.
Art. 4. § 1. De graad van cartograaf (rang 26) wordt toegekend aan de cartografen (rang 20 - afgeschafte graad) of aan ambtenaren die titularis zijn van een graad van niveau 2 die sinds tenminste vijf jaar in een technische dienst tewerkgesteld zijn en die geslaagd zijn voor het examen voor overgang naar het hoger niveau.
§ 2. Hij kan eveneens worden toegekend aan de geslaagden van een vergelijkend wervingsexamen (niveau 2+).
§ 3. Onverminderd de overige reglementaire voorwaarden voor werving, mogen aan het vergelijkend wervingsexamen voor de graad van cartograaf deelnemen, de houders van een der hiervolgende studietitels :
- landmeter-expert onroerende goederen;
- graduaat in de topografie, graduaat bouw, graduaat bouwkundig tekenen of architectuurtekenen, graduaat land- en tuinbouw of landschaps- en tuinarchitectuur, binnenhuisarchitect, graduaat informatica, graduaat architect-assistent;
- geaggregeerde van het lager secondair onderwijs, optie wiskunde, fysica of aardrijkskunde;
- kandidaturen in de wetenschappen of in de toegepaste wetenschappen of in de landbouwkundige of toegepaste biologische wetenschappen;
- kandidaturen architect;
- technisch ingenieur.
§ 2. Hij kan eveneens worden toegekend aan de geslaagden van een vergelijkend wervingsexamen (niveau 2+).
§ 3. Onverminderd de overige reglementaire voorwaarden voor werving, mogen aan het vergelijkend wervingsexamen voor de graad van cartograaf deelnemen, de houders van een der hiervolgende studietitels :
- landmeter-expert onroerende goederen;
- graduaat in de topografie, graduaat bouw, graduaat bouwkundig tekenen of architectuurtekenen, graduaat land- en tuinbouw of landschaps- en tuinarchitectuur, binnenhuisarchitect, graduaat informatica, graduaat architect-assistent;
- geaggregeerde van het lager secondair onderwijs, optie wiskunde, fysica of aardrijkskunde;
- kandidaturen in de wetenschappen of in de toegepaste wetenschappen of in de landbouwkundige of toegepaste biologische wetenschappen;
- kandidaturen architect;
- technisch ingenieur.
Art. 4. § 1er. Le grade de cartographe (rang 26) est conféré aux cartographes (rang 20 - grade supprimé) ou aux agents titulaires d'un grade de niveau 2 qui sont affectés depuis au moins cinq ans dans un service technique et qui ont satisfait au concours d'accession au niveau supérieur.
§ 2. Il peut également être conféré aux lauréats d'un concours de recrutement (niveau 2+).
§ 3. Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises en matière de recrutement, peuvent participer au concours de recrutement au grade de cartographe les porteurs d'un des titres suivants :
- géomètre-expert immobilier;
- graduat en topographie, construction, dessin de construction ou d'architecture, agronomie, architecture des jardins et du paysage, architecte d'intérieur, informatique et assistant d'ingénieur;
- agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, option : mathématiques, physiques ou géographie;
- candidatures en sciences ou en sciences appliquées ou en sciences agronomiques;
- candidatures architecte;- ingénieur technicien.
§ 2. Il peut également être conféré aux lauréats d'un concours de recrutement (niveau 2+).
§ 3. Sans préjudice des autres conditions réglementaires requises en matière de recrutement, peuvent participer au concours de recrutement au grade de cartographe les porteurs d'un des titres suivants :
- géomètre-expert immobilier;
- graduat en topographie, construction, dessin de construction ou d'architecture, agronomie, architecture des jardins et du paysage, architecte d'intérieur, informatique et assistant d'ingénieur;
- agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, option : mathématiques, physiques ou géographie;
- candidatures en sciences ou en sciences appliquées ou en sciences agronomiques;
- candidatures architecte;- ingénieur technicien.
HOOFDSTUK III. - Kennisgeving van de vacatures en van de voorstellen tot bevordering en tot verandering van graad.
CHAPITRE III. - Notification des vacances d'emploi et des propositions de promotion et de changement de grade.
Art. 5. § 1. In geval van vacature voor een bevorderingsgraad in niveau 1, bepaalt de Minister, per taalrol, het aantal te begeven betrekkingen.
§ 2. Het vacant zijn van betrekkingen die toegewezen kunnen worden door verandering van graad of bevordering wordt via een bericht ter kennis gebracht van de ambtenaren die bevorderd kunnen worden.
Elke kandidatuur voor een betrekking van niveau 1 moet een uiteenzetting bevatten van de aanspraken die de kandidaat meent te kunnen doen gelden voor de betrekking.
Een gadateerd visum wordt van de betrokkenen gevraagd.
Een exemplaar van het bericht wordt bij een ter post aangetekende brief, met ontvangstbewijs gestuurd naar de woonplaats van de ambtenaar die om welke reden ook tijdelijk uit de dienst is verwijderd.
In aanmerking komen enkel de aanspraken van de ambtenaren die hun kandidatuur bij een ter post aangetekende brief bij de administrateur-generaal hebben ingediend binnen een termijn van tien werkdagen die ingaat op de eerste werkdag na de dag waarop het bericht omtrent de vacature aan de betrokkene werd overhandigd of door de post aangeboden. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
Het staat de ambtenaren vrij voorafgaandelijk voor elke betrekking te solliciteren die tijdens hun afwezigheid eventueel vacant zou worden verklaard. De geldigheidsduur van een dergelijke kandidatuur is beperkt tot één maand.
§ 3. De ambtenaren van de niveaus 2+, 2, 3 en 4, die de reglementaire voorwaarden vervullen, zijn ambtshalve kandidaat voor de vacante betrekkingen in niveaus 2+, 2, 3 en 4. In dat geval worden de voorstellen tot benoeming en bevordering hen ter kennis gebracht onder dezelfde voorwaarden als die welke vastgesteld zijn voor de kennisgeving van vacatures van niveau 1.
De in het vorige lid bedoelde ambtenaren kunnen de benoeming of bevordering bij een ter post aangetekende brief weigeren binnen een termijn van tien werkdagen die ingaat op de eerste werkdag volgend op die van de kennisgeving der voorstellen. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
Bij ontstentenis van kandidaten of weigering van alle kandidaten kan de bevoegde overheid een ambtenaar die de gestelde voorwaarden vervult door verandering van graad of door bevordering benoemen.
§ 4. Ook de voorstellen tot verandering van graad of bevordering door verhoging in graad worden aan de belanghebbende ambtenaren ter kennis gegeven via een bericht. Een gedateerd visum van de betrokkenen is eveneens vereist.
Een exemplaar van het bericht wordt bij een ter post aangetekende brief, met bericht van ontvangst gestuurd naar de woonplaats van de ambtenaar die om welke reden ook tijdelijk uit de dienst is verwijderd.
§ 5. Indien de ambtenaar zich benadeeld voelt, kan hij een klacht indienen. De termijn waarover de ambtenaar beschikt, loopt hetzij vanaf de dag waarop hij het bericht voor gezien heeft getekend, hetzij vanaf de dag waarop de aangetekende brief met het bericht door de post werd aangeboden op zijn woonplaats.
§ 2. Het vacant zijn van betrekkingen die toegewezen kunnen worden door verandering van graad of bevordering wordt via een bericht ter kennis gebracht van de ambtenaren die bevorderd kunnen worden.
Elke kandidatuur voor een betrekking van niveau 1 moet een uiteenzetting bevatten van de aanspraken die de kandidaat meent te kunnen doen gelden voor de betrekking.
Een gadateerd visum wordt van de betrokkenen gevraagd.
Een exemplaar van het bericht wordt bij een ter post aangetekende brief, met ontvangstbewijs gestuurd naar de woonplaats van de ambtenaar die om welke reden ook tijdelijk uit de dienst is verwijderd.
In aanmerking komen enkel de aanspraken van de ambtenaren die hun kandidatuur bij een ter post aangetekende brief bij de administrateur-generaal hebben ingediend binnen een termijn van tien werkdagen die ingaat op de eerste werkdag na de dag waarop het bericht omtrent de vacature aan de betrokkene werd overhandigd of door de post aangeboden. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
Het staat de ambtenaren vrij voorafgaandelijk voor elke betrekking te solliciteren die tijdens hun afwezigheid eventueel vacant zou worden verklaard. De geldigheidsduur van een dergelijke kandidatuur is beperkt tot één maand.
§ 3. De ambtenaren van de niveaus 2+, 2, 3 en 4, die de reglementaire voorwaarden vervullen, zijn ambtshalve kandidaat voor de vacante betrekkingen in niveaus 2+, 2, 3 en 4. In dat geval worden de voorstellen tot benoeming en bevordering hen ter kennis gebracht onder dezelfde voorwaarden als die welke vastgesteld zijn voor de kennisgeving van vacatures van niveau 1.
De in het vorige lid bedoelde ambtenaren kunnen de benoeming of bevordering bij een ter post aangetekende brief weigeren binnen een termijn van tien werkdagen die ingaat op de eerste werkdag volgend op die van de kennisgeving der voorstellen. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
Bij ontstentenis van kandidaten of weigering van alle kandidaten kan de bevoegde overheid een ambtenaar die de gestelde voorwaarden vervult door verandering van graad of door bevordering benoemen.
§ 4. Ook de voorstellen tot verandering van graad of bevordering door verhoging in graad worden aan de belanghebbende ambtenaren ter kennis gegeven via een bericht. Een gedateerd visum van de betrokkenen is eveneens vereist.
Een exemplaar van het bericht wordt bij een ter post aangetekende brief, met bericht van ontvangst gestuurd naar de woonplaats van de ambtenaar die om welke reden ook tijdelijk uit de dienst is verwijderd.
§ 5. Indien de ambtenaar zich benadeeld voelt, kan hij een klacht indienen. De termijn waarover de ambtenaar beschikt, loopt hetzij vanaf de dag waarop hij het bericht voor gezien heeft getekend, hetzij vanaf de dag waarop de aangetekende brief met het bericht door de post werd aangeboden op zijn woonplaats.
Art. 5. § 1er. En cas de vacance d'emploi de promotion dans le niveau 1, le Ministre fixe, par rôle linguistique, le nombre d'emplois à conférer.
§ 2. La vacance d'emplois à conférer par changement de grade ou par promotion est portée par un avis à la connaissance des agents susceptibles d'être promus.
Tout dépôt de candidature à un emploi du niveau 1 doit comporter un exposé des titres que le candidat estime pouvoir faire valoir pour postuler l'emploi.
Un visa daté des intéressés est requis.
Un exemplaire de l'avis est envoyé par lettre recommandée à la poste, avec accusé de réception, au domicile de l'agent qui est temporairement éloigné du service pour quelque motif que ce soit.
Sont seuls pris en considération les titres des agents qui ont présenté leur candidature par lettre recommandée à l'administrateur général dans un délai de dix jours ouvrables qui commence à courir le premier jour ouvrable qui suit celui de la remise à l'intéresse, au celui de la présentation par la poste, de l'avis de vacance d'emploi. Lorsque le dernier jour du délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le délai est prolongé jusqu'au prochain jour ouvrable.
Les agents sont autorisés à solliciter, par anticipation, tout emploi qui deviendrait vacant pendant leur absence. La validité d'une telle candidature est limitée à un mois.
§ 3. Les agents des niveaux 2+, 2, 3 et 4 qui remplissent les conditions réglementaires sont d'office candidats aux vacances des niveaux 2+, 2, 3 et 4. Dans ce cas, les propositions de nomination et de promotion leur sont notifiées selon les mêmes modalités que celles fixées pour la notification de la vacance d'un emploi du niveau 1.
Les agents visés à l'alinéa précédent peuvent refuser la nomination ou la promotion par lettre recommandée dans un délai de dix jours ouvrables qui commence à courir le premier jour ouvrable qui suit celui de la notification des propositions. Lorsque le dernier jour du délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le délai est prolongé jusqu'au prochain jour ouvrable.
En l'absence de tout candidat ou de refus de tous les candidats, l'autorité compétente peut nommer par changement de grade ou par promotion, un agent qui remplit les conditions requises.
§ 4. Les propositions de changement de grade ou de promotion par avancement de grade sont également notifiées par un avis aux agents intéressés. Un visa daté des intéressés est également requis.
Un exemplaire de l'avis est envoyé par lettre recommandée à la poste, avec accusé de réception, au domicile de l'agent qui est temporairement éloigné du service pour quelque motif que ce soit.
§ 5. L'agent qui s'estime lésé peut introduire une réclamation. Le délai dont dispose l'agent commence à courir soit le jour où il a visé l'avis, soit le jour où le pli recommandé contenant l'avis a été présenté à son domicile par la poste.
§ 2. La vacance d'emplois à conférer par changement de grade ou par promotion est portée par un avis à la connaissance des agents susceptibles d'être promus.
Tout dépôt de candidature à un emploi du niveau 1 doit comporter un exposé des titres que le candidat estime pouvoir faire valoir pour postuler l'emploi.
Un visa daté des intéressés est requis.
Un exemplaire de l'avis est envoyé par lettre recommandée à la poste, avec accusé de réception, au domicile de l'agent qui est temporairement éloigné du service pour quelque motif que ce soit.
Sont seuls pris en considération les titres des agents qui ont présenté leur candidature par lettre recommandée à l'administrateur général dans un délai de dix jours ouvrables qui commence à courir le premier jour ouvrable qui suit celui de la remise à l'intéresse, au celui de la présentation par la poste, de l'avis de vacance d'emploi. Lorsque le dernier jour du délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le délai est prolongé jusqu'au prochain jour ouvrable.
Les agents sont autorisés à solliciter, par anticipation, tout emploi qui deviendrait vacant pendant leur absence. La validité d'une telle candidature est limitée à un mois.
§ 3. Les agents des niveaux 2+, 2, 3 et 4 qui remplissent les conditions réglementaires sont d'office candidats aux vacances des niveaux 2+, 2, 3 et 4. Dans ce cas, les propositions de nomination et de promotion leur sont notifiées selon les mêmes modalités que celles fixées pour la notification de la vacance d'un emploi du niveau 1.
Les agents visés à l'alinéa précédent peuvent refuser la nomination ou la promotion par lettre recommandée dans un délai de dix jours ouvrables qui commence à courir le premier jour ouvrable qui suit celui de la notification des propositions. Lorsque le dernier jour du délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le délai est prolongé jusqu'au prochain jour ouvrable.
En l'absence de tout candidat ou de refus de tous les candidats, l'autorité compétente peut nommer par changement de grade ou par promotion, un agent qui remplit les conditions requises.
§ 4. Les propositions de changement de grade ou de promotion par avancement de grade sont également notifiées par un avis aux agents intéressés. Un visa daté des intéressés est également requis.
Un exemplaire de l'avis est envoyé par lettre recommandée à la poste, avec accusé de réception, au domicile de l'agent qui est temporairement éloigné du service pour quelque motif que ce soit.
§ 5. L'agent qui s'estime lésé peut introduire une réclamation. Le délai dont dispose l'agent commence à courir soit le jour où il a visé l'avis, soit le jour où le pli recommandé contenant l'avis a été présenté à son domicile par la poste.
HOOFDSTUK IV. - Onderzoek naar de beroepsgeschiktheid.
CHAPITRE IV. - Vérifications d'aptitudes professionnelles.
Art. 6. § 1. Wanneer de benoeming door verandering van graad, waarvan sprake in bijlage I van dit besluit, afhankelijk is van een onderzoek naar de beroepsgeschiktheid, wordt dat onderzoek door de directieraad van het Instituut georganiseerd. Die raad bepaalt het programma van het onderzoek voor de toekenning van welke graad ook, eventueel in overleg met de verantwoordelijke van de dienst waarin er een vacante betrekking is. Hij wijst, met uitzondering van de voorzitter, de leden aan van de commissie die belast zijn met het onderzoek naar de beroepsgeschiktheid.
§ 2. De Commissie is samengesteld uit :
- een voorzitter, namelijk de administrateur-generaal van het Instituut, of bij verhindering, de adjunct-administrateur-generaal;
- vier leden, namelijk twee personeelsleden die naar gelang van de discipline van de te begeven betrekking gekozen zijn en twee afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties.
§ 2. De Commissie is samengesteld uit :
- een voorzitter, namelijk de administrateur-generaal van het Instituut, of bij verhindering, de adjunct-administrateur-generaal;
- vier leden, namelijk twee personeelsleden die naar gelang van de discipline van de te begeven betrekking gekozen zijn en twee afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties.
Art. 6. § 1er. Lorsque la nomination par changement de grade mentionnée dans l'annexe I du présent arrêté, est subordonnée à une vérification des aptitudes professionnelles, cette vérification est organisée par le Conseil de direction de l'Institut. Ce dernier détermine le programme de la vérification pour l'attribution à tout grade, éventuellement en concertation avec le responsable du service où l'emploi est vacant. Il désigne, à l'exception du président, les membres de la Commission chargée de la vérification des aptitudes professionnelles.
§ 2. La Commission comprend :
- un président, qui est l'administrateur général de l'Institut, ou en cas d'empêchement, l'administrateur général adjoint;
- quatre membres, dont deux agents choisis en fonction de la discipline de l'emploi à conférer et deux délégués des organisations syndicales représentatives.
§ 2. La Commission comprend :
- un président, qui est l'administrateur général de l'Institut, ou en cas d'empêchement, l'administrateur général adjoint;
- quatre membres, dont deux agents choisis en fonction de la discipline de l'emploi à conférer et deux délégués des organisations syndicales représentatives.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op de datum van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 24 juni 1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Nationaal Geografisch Instituut, met uitzondering van :
- de bijlage Ia die uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1994 en die ophoudt uitwerking te hebben op 31 augustus 1995;
- de bijlage Ib die uitwerking heeft met ingang van 1 september 1995 en die ophoudt uitwerking te hebben op 31 juli 1997.
- de bijlage Ia die uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1994 en die ophoudt uitwerking te hebben op 31 augustus 1995;
- de bijlage Ib die uitwerking heeft met ingang van 1 september 1995 en die ophoudt uitwerking te hebben op 31 juli 1997.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 24 juin 1997 fixant le cadre organique de l'Institut géographique national, à l'exception de :
- l'annexe Ia qui produit ses effets au 1er janvier 1994 et cesse de les produire le 31 août 1995;
- l'annexe Ib qui produit ses effets au 1er septembre 1995 et cesse de les produire le 31 juillet 1997.
- l'annexe Ia qui produit ses effets au 1er janvier 1994 et cesse de les produire le 31 août 1995;
- l'annexe Ib qui produit ses effets au 1er septembre 1995 et cesse de les produire le 31 juillet 1997.
Art. 8. Het ministerieel besluit van 17 augustus 1979 betreffende de bekendmaking van de vacatures van de betrekkingen en de benoeming in sommige graden bij het Nationaal Geografisch Instituut, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 31 maart 1983, 3 juni 1983 en 20 november 1994, wordt opgeheven.
Brussel, 10 juli 1997.
De Minister van Landsverdediging,
J.-P. PONCELET
Brussel, 10 juli 1997.
De Minister van Landsverdediging,
J.-P. PONCELET
Art. 8. L'arrêté ministériel du 17 août 1979 relatif à la publication des vacances d'emploi et à la nomination à certains grades à l'Institut géographique national, modifié par les arrêtés ministériels des 31 mars 1983, 3 juin 1983 et 20 novembre 1994, est abrogé.
Bruxelles, le 10 juillet 1997.
Le Ministre de la Défense national,
J.-P. PONCELET
Bruxelles, le 10 juillet 1997.
Le Ministre de la Défense national,
J.-P. PONCELET
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1c. Administratief personeel.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-09-1997, p. 23374-23378).
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-09-1997, p. 23374-23378).
Art. N1. Annexe Ib. - Personnel administratif, personnel technique et personnel de maîtrise, de métier et de service.
(Tableaux non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 10-09-1997, p. 23369 - 23373).
(Tableaux non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 10-09-1997, p. 23369 - 23373).
Art. N2. Bijlage 1a. Administratief personeel.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-09-1997, p. 23383-23387).
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-09-1997, p. 23383-23387).
Art. N2. Annexe Ic. - Personnel administratif, personnel technique et personnel de maîtrise, de métier et de service.
(Tableaux non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 10-09-1997, p. 23379 - 23382).
(Tableaux non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 10-09-1997, p. 23379 - 23382).
Art. N3. Bijlage 1b. Administratief personeel.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-09-1997, p. 23392-23396).
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-09-1997, p. 23392-23396).
Art. N3. Annexe Ia. - Personnel administratif, personnel technique et personnel de maîtrise, de métier et de service.
(Tableaux non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 10-09-1997, p. 23388 - 23391).
(Tableaux non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 10-09-1997, p. 23388 - 23391).
Art. N4. Bijlage 1d. Administratief personeel. (Vlakke loopbaan in uitdoving).
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-09-1997, p. 23398).
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-09-1997, p. 23398).
Art. N4. Annexe Id. - Personnel administratif (carrières planes en extinction).
(Tableau non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 10-09-1997, p. 23397).
(Tableau non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 10-09-1997, p. 23397).