Artikel 1. § 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 22 maart 1995 betreffende de loopbaan van de enquêteurs van het Hoog Comité van Toezicht wordt vervangen door het volgende opschrift :
" Koninklijk besluit betreffende de loopbaan van de ambtenaren belast met de enquêtes bij het Bestuur van het Hoog Comité van Toezicht".
§ 2. In Titel I van hetzelfde besluit worden de woorden "De enquêteurs van" vervangen door de woorden "De ambtenaren belast met de enquêtes bij het Bestuur van".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 JULI 1997. - Koninklijk besluit houdende verscheidene verordeningsbepalingen betreffende sommige ambtenaren van het Hoog Comité van Toezicht en de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies.
Titre
6 JUILLET 1997. - Arrêté royal portant diverses dispositions réglementaires relatives à certains agents du Comité supérieur de Contrôle et du Service des Marchés publics et des Subventions.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (40)
Texte (40)
TITEL I - Bepalingen betreffende sommige ambtenaren van het Hoog Comité van Toezicht.
TITRE I. - Dispositions relatives à certains agents du Comité supérieur de Contrôle.
HOOFDSTUK I - Organieke regeling.
CHAPITRE I. - Régime organique.
Article 1. § 1er. L'intitulé de l'arrêté royal du 22 mars 1995 relatif à la carrière des enquêteurs du Comité supérieur de Contrôle, est remplacé par l'intitulé suivant :
" Arrêté royal relatif à la carrière des agents chargés des enquêtes à l'Administration du Comité supérieur de Contrôle. ".
§ 2. Dans le Titre Ier du même arrêté, les mots " Des enquêteurs du " sont remplacés par les mots " Les agents chargés des enquêtes à l'Administration du ".
" Arrêté royal relatif à la carrière des agents chargés des enquêtes à l'Administration du Comité supérieur de Contrôle. ".
§ 2. Dans le Titre Ier du même arrêté, les mots " Des enquêteurs du " sont remplacés par les mots " Les agents chargés des enquêtes à l'Administration du ".
Art. 2. Artikel 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient men onder "ambtenaren" te verstaan, het statutair personeel dat bij het Bestuur van het Hoog Comité van Toezicht is aangesteld en bekleed met de graden van hoofdcommissaris, afdelingscommissaris, commissaris, afdelingsenquêteur en enquêteur.
Bij wijze van afwijking van het statuut van het Rijkspersoneel, zijn op deze ambtenaren niet van toepassing :
1° de artikelen 28sexies, § 3, 30 tot 34 en 75, § 1 en § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;
2° de artikelen 25, 29, § 2, 39, 41 en 44ter van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel;
3° de bepalingen betreffende de evaluatie die toepasselijk zijn op deze ambtenaren en ingevoerd werden bij het koninklijk besluit van 6 februari 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel en bij het koninklijk besluit van 7 februari 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel.
De ambtenaren blijven onderworpen aan de bepalingen betreffende de beoordeling zoals ze bestaan op de datum van inwerkingtreding van de voormelde besluiten van 6 en 7 februari 1997 ".
" Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient men onder "ambtenaren" te verstaan, het statutair personeel dat bij het Bestuur van het Hoog Comité van Toezicht is aangesteld en bekleed met de graden van hoofdcommissaris, afdelingscommissaris, commissaris, afdelingsenquêteur en enquêteur.
Bij wijze van afwijking van het statuut van het Rijkspersoneel, zijn op deze ambtenaren niet van toepassing :
1° de artikelen 28sexies, § 3, 30 tot 34 en 75, § 1 en § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;
2° de artikelen 25, 29, § 2, 39, 41 en 44ter van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel;
3° de bepalingen betreffende de evaluatie die toepasselijk zijn op deze ambtenaren en ingevoerd werden bij het koninklijk besluit van 6 februari 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel en bij het koninklijk besluit van 7 februari 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel.
De ambtenaren blijven onderworpen aan de bepalingen betreffende de beoordeling zoals ze bestaan op de datum van inwerkingtreding van de voormelde besluiten van 6 en 7 februari 1997 ".
Art. 2. L'article 1er du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par " agents ", les agents de l'Etat affectés à l'Administration du Comité supérieur de Contrôle et titulaires des grades de commissaire en chef, de commissaire divisionnaire, de commissaire, d'enquêteur divisionnaire et d'enquêteur.
Par dérogation au statut des agents de l'Etat, ne sont pas applicables à ces agents :
1° les articles 28sexies, § 3, 30 à 34 et 75, § 1er et § 3, alinéa 2, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat;
2° les articles 25, 29, § 2, 39, 41 et 44ter de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant le signalement et la carrière des agents de l'Etat;
3° les dispositions relatives à l'évaluation applicables à certains agents de l'Etat introduites par l'arrêté royal du 6 février 1997 modifiant l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat et par l'arrêté royal du 7 février 1997 modifiant l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant le signalement et la carrière des agents de l'Etat.
Les agents restent soumis aux dispositions relatives au signalement telles qu'elles existent à la date d'entrée en vigueur des arrêtés précités des 6 et 7 février 1997. ".
" Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par " agents ", les agents de l'Etat affectés à l'Administration du Comité supérieur de Contrôle et titulaires des grades de commissaire en chef, de commissaire divisionnaire, de commissaire, d'enquêteur divisionnaire et d'enquêteur.
Par dérogation au statut des agents de l'Etat, ne sont pas applicables à ces agents :
1° les articles 28sexies, § 3, 30 à 34 et 75, § 1er et § 3, alinéa 2, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat;
2° les articles 25, 29, § 2, 39, 41 et 44ter de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant le signalement et la carrière des agents de l'Etat;
3° les dispositions relatives à l'évaluation applicables à certains agents de l'Etat introduites par l'arrêté royal du 6 février 1997 modifiant l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat et par l'arrêté royal du 7 février 1997 modifiant l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant le signalement et la carrière des agents de l'Etat.
Les agents restent soumis aux dispositions relatives au signalement telles qu'elles existent à la date d'entrée en vigueur des arrêtés précités des 6 et 7 février 1997. ".
Art. 3. Het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de woorden "en examens voor verhoging in weddeschaal".
Art. 3. L'intitulé du Chapitre II du même arrêté est complété par les mots " et examens d'avancement barémique ".
Art. 4. In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Het programma en de nadere regels van de vergelijkende wervingsexamens, van de vergelijkende examens voor overgang naar het hogere niveau en van examens voor verhoging in weddeschaal worden vastgesteld door de Minister van Ambtenarenzaken, op voorstel van de Vaste Wervingssecretaris en na advies van de administrateur-generaal van het Hoog Comité van Toezicht ";
2° in het derde lid worden de woorden " adjunct-inspecteur " vervangen door het woord " enquêteur ".
1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Het programma en de nadere regels van de vergelijkende wervingsexamens, van de vergelijkende examens voor overgang naar het hogere niveau en van examens voor verhoging in weddeschaal worden vastgesteld door de Minister van Ambtenarenzaken, op voorstel van de Vaste Wervingssecretaris en na advies van de administrateur-generaal van het Hoog Comité van Toezicht ";
2° in het derde lid worden de woorden " adjunct-inspecteur " vervangen door het woord " enquêteur ".
Art. 4. Dans l'article 2 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
" Les programmes et les modalités des concours de recrutement, des concours d'accession au niveau supérieur et des examens d'avancement barémique sont établis par le Ministre de la Fonction publique sur proposition du Secrétaire permanent au Recrutement et après avis de l'administrateur général du (Comité supérieur de Contrôle). " (Err. MB. 16-10-1997, p. 27404) ;
2° dans l'alinéa 3, les mots " inspecteur adjoint " sont remplacés par le mot " enquêteur ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
" Les programmes et les modalités des concours de recrutement, des concours d'accession au niveau supérieur et des examens d'avancement barémique sont établis par le Ministre de la Fonction publique sur proposition du Secrétaire permanent au Recrutement et après avis de l'administrateur général du (Comité supérieur de Contrôle). " (Err. MB. 16-10-1997, p. 27404) ;
2° dans l'alinéa 3, les mots " inspecteur adjoint " sont remplacés par le mot " enquêteur ".
Art. 5. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "Eerste Minister", "adjunct-commissaris of adjunct-inspecteur" respectievelijk vervangen door de woorden "Minister van Ambtenarenzaken" en "commissaris of enquêteur".
Art. 5. Dans l'article 3 du même arrêté, les mots " Premier Ministre ", " commissaire adjoint ou inspecteur adjoint " sont respectivement remplacés par les mots " Ministre de la Fonction publique " et " commissaire ou enquêteur ".
Art. 6. In artikel 4 van hetzelfde besluit, worden de woorden "Eerste Minister" vervangen door de woorden "Minister van Ambtenarenzaken".
Art. 6. Dans l'article 4 du même arrêté, les mots " Premier Ministre " sont remplacés par les mots " Ministre de la Fonction publique ".
Art. 7. In artikel 5 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste en tweede lid, worden de woorden "adjunct-commissarissen" en "adjunct-inspecteurs" respectievelijk vervangen door de woorden "commissarissen" en "enquêteurs";
2° het derde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Gedurende zijn proeftijd ressorteert de stagiair onder de bevoegdheid van de Minister van Ambtenarenzaken. Onverminderd de bijzondere vormingsactiviteiten neemt hij deel aan de diverse enquêteverrichtingen en aan de erbij behorende administratieve of logistieke taken, waarbij hij als adjunct wordt toegevoegd aan een ervaren ambtenaar aangewezen door de administrateur-generaal van het Comité. "
1° in het eerste en tweede lid, worden de woorden "adjunct-commissarissen" en "adjunct-inspecteurs" respectievelijk vervangen door de woorden "commissarissen" en "enquêteurs";
2° het derde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Gedurende zijn proeftijd ressorteert de stagiair onder de bevoegdheid van de Minister van Ambtenarenzaken. Onverminderd de bijzondere vormingsactiviteiten neemt hij deel aan de diverse enquêteverrichtingen en aan de erbij behorende administratieve of logistieke taken, waarbij hij als adjunct wordt toegevoegd aan een ervaren ambtenaar aangewezen door de administrateur-generaal van het Comité. "
Art. 7. A l'article 5 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans les alinéas 1er et 2, les mots " commissaires adjoints " et " inspecteurs adjoints " sont remplacés respectivement par les mots " commissaires " et " enquêteurs ";
2° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Durant son stage, le stagiaire relève du Ministre de la Fonction publique. Sous réserve des activités spécifiques de formation, il participe aux diverses activités d'enquête et tâches administratives ou logistiques y afférentes, en étant adjoint à un agent expérimenté désigné par l'administrateur général du Comité. ".
1° dans les alinéas 1er et 2, les mots " commissaires adjoints " et " inspecteurs adjoints " sont remplacés respectivement par les mots " commissaires " et " enquêteurs ";
2° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Durant son stage, le stagiaire relève du Ministre de la Fonction publique. Sous réserve des activités spécifiques de formation, il participe aux diverses activités d'enquête et tâches administratives ou logistiques y afférentes, en étant adjoint à un agent expérimenté désigné par l'administrateur général du Comité. ".
Art. 8. In artikel 6 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "adjunct" geschrapt;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid wordt het woord "adjunct" geschrapt;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 8. A l'article 6 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " adjoint " est supprimé;
2° le deuxième alinéa est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, le mot " adjoint " est supprimé;
2° le deuxième alinéa est abrogé.
Art. 9. In artikel 7 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "adjunct-inspecteur" vervangen door het woord "enquêteur";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "adjunct-inspecteur" vervangen door het woord "enquêteur";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 9. A l'article 7 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " inspecteur adjoint " sont remplacés par le mot " enquêteur ";
2° le deuxième alinéa est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " inspecteur adjoint " sont remplacés par le mot " enquêteur ";
2° le deuxième alinéa est abrogé.
Art. 10. In artikel 8 van hetzelfde besluit, worden de woorden "Eerste Minister" vervangen door de woorden "Minister van Ambtenarenzaken".
Art. 10. Dans l'article 8 du même arrêté, les mots " Premier Ministre " sont remplacés par les mots " Ministre de la Fonction publique ".
Art. 11. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "adjunct-commissaris" en "enquêteurs " worden respectievelijk vervangen door de woorden "commissaris" en "ambtenaren";
2° de woorden "bij het Hoog Comité van Toezicht" worden geschrapt.
1° de woorden "adjunct-commissaris" en "enquêteurs " worden respectievelijk vervangen door de woorden "commissaris" en "ambtenaren";
2° de woorden "bij het Hoog Comité van Toezicht" worden geschrapt.
Art. 11. Dans l'article 9 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " commissaire adjoint " et " enquêteurs du " sont remplacés respectivement par les mots " commissaire " et " agents ";
2° les mots " du Comité supérieur de Contrôle " sont supprimés.
1° les mots " commissaire adjoint " et " enquêteurs du " sont remplacés respectivement par les mots " commissaire " et " agents ";
2° les mots " du Comité supérieur de Contrôle " sont supprimés.
Art. 12. Het opschrift van Hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt vervangen door het volgende opschrift :
" Hoofdstuk IV - Loopbaanregeling".
" Hoofdstuk IV - Loopbaanregeling".
Art. 12. L'intitulé du Chapitre IV du même arrêté, est remplacé par l'intitulé suivant :
" Chapitre IV. - Régime de carrière. ".
" Chapitre IV. - Régime de carrière. ".
Art. 13. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 10. Om deel te kunnen nemen aan een vergelijkend examen voor overgang naar het hogere niveau of aan een examen voor verhoging in weddeschaal alsook om een bevordering of een verandering van graad te verkrijgen, moet de ambtenaar op wie de beoordeling toepasselijk is, ten minste de vermelding "goed" hebben gedurende de drie jaar die aan het vergelijkend examen, de bevordering of de verandering van graad voorafgaan. "
" Art. 10. Om deel te kunnen nemen aan een vergelijkend examen voor overgang naar het hogere niveau of aan een examen voor verhoging in weddeschaal alsook om een bevordering of een verandering van graad te verkrijgen, moet de ambtenaar op wie de beoordeling toepasselijk is, ten minste de vermelding "goed" hebben gedurende de drie jaar die aan het vergelijkend examen, de bevordering of de verandering van graad voorafgaan. "
Art. 13. L'article 10 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 10. Pour pouvoir participer à un concours d'accession au niveau supérieur ou à un examen d'avancement barémique ainsi que pour obtenir une promotion ou un changement de grade, l'agent soumis au signalement, doit avoir bénéficié au moins du signalement " bon " au cours des trois années précédant le concours, l'examen, la promotion ou le changement de grade. ".
" Art. 10. Pour pouvoir participer à un concours d'accession au niveau supérieur ou à un examen d'avancement barémique ainsi que pour obtenir une promotion ou un changement de grade, l'agent soumis au signalement, doit avoir bénéficié au moins du signalement " bon " au cours des trois années précédant le concours, l'examen, la promotion ou le changement de grade. ".
Art. 14. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 11. De hoofdcommissaris wordt met het oog op zijn bevordering gekozen uit de afdelingscommissarissen die de weddeschaal 13 B genieten. "
" Art. 11. De hoofdcommissaris wordt met het oog op zijn bevordering gekozen uit de afdelingscommissarissen die de weddeschaal 13 B genieten. "
Art. 14. L'article 11 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 11. Le commissaire en chef est promu parmi les commissaires divisionnaires qui sont dotés de l'échelle de traitement 13 B. ".
" Art. 11. Le commissaire en chef est promu parmi les commissaires divisionnaires qui sont dotés de l'échelle de traitement 13 B. ".
Art. 15. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 12. § 1. Een bevordering door verhoging in weddeschaal kan toegekend worden aan de commissaris die ten minste acht jaar graadanciënniteit heeft en de cursussen heeft gevolgd en voor de examens is geslaagd van het eerste deel van de hogere graad van de School voor criminologie en criminalistiek.
§ 2. Tot de graad van afdelingscommissaris kan worden bevorderd, de commissaris, die de tweede weddeschaal in zijn graad geniet, die ten minste elf jaar graadanciënniteit heeft en de cursussen heeft gevolgd en voor de examens is geslaagd van het tweede deel van de hogere graad van de School voor criminologie en criminalistiek.
§ 3. Een bevordering door verhoging in weddeschaal kan worden toegekend aan de afdelingscommissaris die drie jaar graadanciënniteit heeft en die voor een examen voor verhoging in weddeschaal is geslaagd.
Bovendien moeten de kandidaten voor dit examen titularis zijn van een diploma opgenomen in bijlage 1, hoofdstuk I - rubriek niveau 1 van het voormelde koninklijk besluit van 2 oktober 1937 ".
" Art. 12. § 1. Een bevordering door verhoging in weddeschaal kan toegekend worden aan de commissaris die ten minste acht jaar graadanciënniteit heeft en de cursussen heeft gevolgd en voor de examens is geslaagd van het eerste deel van de hogere graad van de School voor criminologie en criminalistiek.
§ 2. Tot de graad van afdelingscommissaris kan worden bevorderd, de commissaris, die de tweede weddeschaal in zijn graad geniet, die ten minste elf jaar graadanciënniteit heeft en de cursussen heeft gevolgd en voor de examens is geslaagd van het tweede deel van de hogere graad van de School voor criminologie en criminalistiek.
§ 3. Een bevordering door verhoging in weddeschaal kan worden toegekend aan de afdelingscommissaris die drie jaar graadanciënniteit heeft en die voor een examen voor verhoging in weddeschaal is geslaagd.
Bovendien moeten de kandidaten voor dit examen titularis zijn van een diploma opgenomen in bijlage 1, hoofdstuk I - rubriek niveau 1 van het voormelde koninklijk besluit van 2 oktober 1937 ".
Art. 15. L'article 12 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 12. § 1er. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, le commissaire qui compte au moins huit ans d'ancienneté de grade et qui a suivi les cours et réussi les examens de la première partie du degré supérieur de l'Ecole de criminologie et de criminalistique.
§ 2. Peut être promu au grade de commissaire divisionnaire, le commissaire, doté de la seconde échelle de traitement dans son grade, qui compte une ancienneté de grade de onze ans au moins et qui a suivi les cours et réussi les examens de la deuxième partie du degré supérieur de l'Ecole de criminologie et de criminalistique.
§ 3. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, le commissaire divisionnaire qui compte une ancienneté de grade de trois ans et qui a réussi un examen d'avancement barémique.
En outre, les candidats à cet examen doivent être titulaires d'un diplôme repris à l'annexe 1, Chapitre 1er - rubrique niveau 1 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 précité. ".
" Art. 12. § 1er. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, le commissaire qui compte au moins huit ans d'ancienneté de grade et qui a suivi les cours et réussi les examens de la première partie du degré supérieur de l'Ecole de criminologie et de criminalistique.
§ 2. Peut être promu au grade de commissaire divisionnaire, le commissaire, doté de la seconde échelle de traitement dans son grade, qui compte une ancienneté de grade de onze ans au moins et qui a suivi les cours et réussi les examens de la deuxième partie du degré supérieur de l'Ecole de criminologie et de criminalistique.
§ 3. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, le commissaire divisionnaire qui compte une ancienneté de grade de trois ans et qui a réussi un examen d'avancement barémique.
En outre, les candidats à cet examen doivent être titulaires d'un diplôme repris à l'annexe 1, Chapitre 1er - rubrique niveau 1 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 précité. ".
Art. 16. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
" Art. 13. Aan het vergelijkend examen voor overgang naar het hogere niveau van commissaris mogen enkel deelnemen de ambtenaren die bekleed zijn met de graad van enquêteur of afdelingsenquêteur en die ten minste vier jaar graadanciënniteit hebben in één van deze twee graden. "
" Art. 13. Aan het vergelijkend examen voor overgang naar het hogere niveau van commissaris mogen enkel deelnemen de ambtenaren die bekleed zijn met de graad van enquêteur of afdelingsenquêteur en die ten minste vier jaar graadanciënniteit hebben in één van deze twee graden. "
Art. 16. L'article 13 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 13. Peuvent seuls participer au concours d'accession au niveau supérieur de commissaire, les agents titulaires du grade d'enquêteur ou d'enquêteur divisionnaire qui comptent une ancienneté de grade de quatre ans au moins dans un de ces deux grades. ".
" Art. 13. Peuvent seuls participer au concours d'accession au niveau supérieur de commissaire, les agents titulaires du grade d'enquêteur ou d'enquêteur divisionnaire qui comptent une ancienneté de grade de quatre ans au moins dans un de ces deux grades. ".
Art. 17. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 14. § 1. Een bevordering door verhoging in weddeschaal kan toegekend worden aan de enquêteur die ten minste acht jaar graadanciënniteit heeft en de cursussen heeft gevolgd en voor de examens is geslaagd van het eerste deel van de middelbare graad van de School voor criminologie en criminalistiek.
§ 2. Tot de graad van afdelingsenquêteur kan worden bevorderd, de enquêteur, die de tweede weddeschaal in zijn graad geniet, die ten minste elf jaar graadanciënniteit heeft en de cursussen heeft gevolgd en voor de examens is geslaagd van het tweede deel van de middelbare graad van de School voor criminologie en criminalistiek.
§ 3. Een bevordering door verhoging in weddeschaal kan worden toegekend aan de afdelingsenquêteur die drie jaar graadanciënniteit heeft en die voor een examen voor verhoging in weddeschaal is geslaagd. "
" Art. 14. § 1. Een bevordering door verhoging in weddeschaal kan toegekend worden aan de enquêteur die ten minste acht jaar graadanciënniteit heeft en de cursussen heeft gevolgd en voor de examens is geslaagd van het eerste deel van de middelbare graad van de School voor criminologie en criminalistiek.
§ 2. Tot de graad van afdelingsenquêteur kan worden bevorderd, de enquêteur, die de tweede weddeschaal in zijn graad geniet, die ten minste elf jaar graadanciënniteit heeft en de cursussen heeft gevolgd en voor de examens is geslaagd van het tweede deel van de middelbare graad van de School voor criminologie en criminalistiek.
§ 3. Een bevordering door verhoging in weddeschaal kan worden toegekend aan de afdelingsenquêteur die drie jaar graadanciënniteit heeft en die voor een examen voor verhoging in weddeschaal is geslaagd. "
Art. 17. L'article 14 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 14. § 1er. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, l'enquêteur qui compte une ancienneté de grade de huit ans au moins et qui a suivi les cours et réussi les examens de la première partie du degré moyen de l'Ecole de criminologie et de criminalistique.
§ 2. Peut être promu au grade d'enquêteur divisionnaire, l'enquêteur, doté de la seconde échelle de traitement dans son grade, qui compte une ancienneté de grade de onze ans au moins et qui a suivi les cours et réussi les examens de la deuxième partie du degré moyen de l'Ecole de criminologie et de criminalistique.
§ 3. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, l'enquêteur divisionnaire qui compte une ancienneté de grade de trois ans au moins et qui a réussi un examen d'avancement barémique. ".
" Art. 14. § 1er. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, l'enquêteur qui compte une ancienneté de grade de huit ans au moins et qui a suivi les cours et réussi les examens de la première partie du degré moyen de l'Ecole de criminologie et de criminalistique.
§ 2. Peut être promu au grade d'enquêteur divisionnaire, l'enquêteur, doté de la seconde échelle de traitement dans son grade, qui compte une ancienneté de grade de onze ans au moins et qui a suivi les cours et réussi les examens de la deuxième partie du degré moyen de l'Ecole de criminologie et de criminalistique.
§ 3. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, l'enquêteur divisionnaire qui compte une ancienneté de grade de trois ans au moins et qui a réussi un examen d'avancement barémique. ".
Art. 18. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 15. Met het oog op de toepassing van de wet van 26 april 1962 tot verlening der bevoegdheden van de gerechtelijke politie aan sommige personeelsleden van het Hoog Comité van Toezicht, wijst de Koning onder de Rijksambtenaren die bij het Bestuur van het Hoog Comité van Toezicht worden aangesteld en die bekleed zijn met de graad van enquêteur of met een hogere graad, met inbegrip van de enquêteurs-stagiairs en de commissarissen-stagiairs, degenen aan die bij de dienst enquêtes worden aangesteld. "
" Art. 15. Met het oog op de toepassing van de wet van 26 april 1962 tot verlening der bevoegdheden van de gerechtelijke politie aan sommige personeelsleden van het Hoog Comité van Toezicht, wijst de Koning onder de Rijksambtenaren die bij het Bestuur van het Hoog Comité van Toezicht worden aangesteld en die bekleed zijn met de graad van enquêteur of met een hogere graad, met inbegrip van de enquêteurs-stagiairs en de commissarissen-stagiairs, degenen aan die bij de dienst enquêtes worden aangesteld. "
Art. 18. L'article 15 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 15. En vue de l'application de la loi du 26 avril 1962 conférant des attributions de police judiciaire à certains agents du Comité supérieur de Contrôle, le Roi désigne parmi les agents de l'Etat affectés à l'Administration du Comité supérieur de Contrôle et qui sont titulaires du grade d'enquêteur ou d'un grade supérieur, y compris les enquêteurs stagiaires et les commissaires stagiaires, ceux qui sont affectés au service d'enquêtes. ".
" Art. 15. En vue de l'application de la loi du 26 avril 1962 conférant des attributions de police judiciaire à certains agents du Comité supérieur de Contrôle, le Roi désigne parmi les agents de l'Etat affectés à l'Administration du Comité supérieur de Contrôle et qui sont titulaires du grade d'enquêteur ou d'un grade supérieur, y compris les enquêteurs stagiaires et les commissaires stagiaires, ceux qui sont affectés au service d'enquêtes. ".
Art. 19. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 16. De adviseurs die in dienst zijn bij het Bestuur van het Hoog Comité van Toezicht op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit en die bovendien de weddeschaal 13 B genieten, worden gelijkgesteld met de ambtenaren bedoeld in artikel 1, eerste lid.
Daarenboven worden ze voor de bevordering tot de graad van hoofdcommissaris, gelijkgesteld met de afdelingscommissarissen. "
" Art. 16. De adviseurs die in dienst zijn bij het Bestuur van het Hoog Comité van Toezicht op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit en die bovendien de weddeschaal 13 B genieten, worden gelijkgesteld met de ambtenaren bedoeld in artikel 1, eerste lid.
Daarenboven worden ze voor de bevordering tot de graad van hoofdcommissaris, gelijkgesteld met de afdelingscommissarissen. "
Art. 19. L'article 16 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 16. Les conseillers en service à l'Administration du Comité supérieur de Contrôle à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et dotés en outre de l'échelle de traitement 13 B, sont assimilés aux agents visés à l'article 1er, alinéa 1er.
Ils sont en outre assimilés aux commissaires divisionnaires pour la promotion au grade de commissaire en chef. ".
" Art. 16. Les conseillers en service à l'Administration du Comité supérieur de Contrôle à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et dotés en outre de l'échelle de traitement 13 B, sont assimilés aux agents visés à l'article 1er, alinéa 1er.
Ils sont en outre assimilés aux commissaires divisionnaires pour la promotion au grade de commissaire en chef. ".
Art. 20. Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 17. De commissarissen die houder zijn van het diploma van de hogere graad van de School voor criminologie en wetenschappelijke politie worden geacht te voldoen aan de in artikel 12, § 1 en § 2, vermelde bekwaamheidsvoorwaarde.
De enquêteurs die houder zijn van het getuigschrift van de middelbare graad van die school, worden geacht te voldoen aan de in artikel 14, § 1 en § 2 vermelde bekwaamheidsvoorwaarde. "
" Art. 17. De commissarissen die houder zijn van het diploma van de hogere graad van de School voor criminologie en wetenschappelijke politie worden geacht te voldoen aan de in artikel 12, § 1 en § 2, vermelde bekwaamheidsvoorwaarde.
De enquêteurs die houder zijn van het getuigschrift van de middelbare graad van die school, worden geacht te voldoen aan de in artikel 14, § 1 en § 2 vermelde bekwaamheidsvoorwaarde. "
Art. 20. L'article 17 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 17. Les commissaires porteurs du diplôme du degré supérieur de l'Ecole de criminologie et de police scientifique, sont réputés satisfaire à la condition de capacité énoncée à l'article 12, § 1er et § 2.
Les enquêteurs porteurs du certificat du degré moyen de cette école sont réputés satisfaire à la condition de capacité énoncée à l'article 14, § 1er et § 2. ".
" Art. 17. Les commissaires porteurs du diplôme du degré supérieur de l'Ecole de criminologie et de police scientifique, sont réputés satisfaire à la condition de capacité énoncée à l'article 12, § 1er et § 2.
Les enquêteurs porteurs du certificat du degré moyen de cette école sont réputés satisfaire à la condition de capacité énoncée à l'article 14, § 1er et § 2. ".
HOOFDSTUK II - Bijzondere bepaling.
CHAPITRE II. - Disposition particulière.
Art. 21. De ambtenaren die titularis zijn van de graad van commissaris of van afdelingscommissaris en die in dienst zijn op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit worden van de in artikel 12, § 3, bedoelde diplomavereiste vrijgesteld voor het deelnemen aan het aldaar bedoelde examen voor verhoging in weddeschaal.
Art. 21. Les agents titulaires du grade de commissaire ou de commissaire divisionnaire qui sont en service à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, sont dispensés de la condition de diplôme visé à l'article 12, § 3, pour participer à l'examen d'avancement barémique qui y est visé.
TITEL II - Bepalingen betreffende sommige ambtenaren van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies.
TITRE II. - Dispositions relatives à certains agents du Service des Marchés publics et des Subventions.
Art. 22. § 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 22 maart 1995 betreffende de loopbaan van de enquêteurs van het Hoog Comité van Toezicht wordt vervangen door het volgend opschrift :
" Koninklijk besluit betreffende de loopbaan van de ambtenaren belast met de opdrachten van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies van het Ministerie van Ambtenarenzaken ".
§ 2. Het opschrift van Titel I van hetzelfde besluit wordt vervangen door het volgende opschrift :
" Titel I - De ambtenaren belast met de opdrachten van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies ".
" Koninklijk besluit betreffende de loopbaan van de ambtenaren belast met de opdrachten van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies van het Ministerie van Ambtenarenzaken ".
§ 2. Het opschrift van Titel I van hetzelfde besluit wordt vervangen door het volgende opschrift :
" Titel I - De ambtenaren belast met de opdrachten van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies ".
Art. 22. § 1er. L'intitulé de l'arrêté royal du 22 mars 1995 relatif à la carrière des agents chargés des enquêtes à l'Administration du Comité supérieur de Contrôle est remplacé par l'intitulé suivant :
" Arrêté royal relatif à la carrière des agents chargés des missions du Service des Marchés publics et des Subventions du Ministère de la Fonction publique. ".
§ 2. L'intitulé du Titre Ier du même arrêté est remplacé par l'intitulé suivant :
" Titre I. - Des agents chargés des missions du Service des Marchés publics et des Subventions. ".
" Arrêté royal relatif à la carrière des agents chargés des missions du Service des Marchés publics et des Subventions du Ministère de la Fonction publique. ".
§ 2. L'intitulé du Titre Ier du même arrêté est remplacé par l'intitulé suivant :
" Titre I. - Des agents chargés des missions du Service des Marchés publics et des Subventions. ".
Art. 23. Artikel 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient men onder ambtenaren van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies te verstaan de Rijksambtenaren die bij deze algemene directie zijn aangesteld en die bekleed zijn met de graad van adviseur-generaal voor overheidsopdrachten, adviseur voor overheidsopdrachten, adjunct-adviseur voor overheidsopdrachten, eerstaanwezend assistent voor overheidsopdrachten, assistent voor overheidsopdrachten.
In afwijking van het statuut van het Rijkspersoneel zijn op deze ambtenaren niet toepasselijk :
1° de artikelen 28sexies, § 3, en 30 tot 34 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;
2° artikel 29, § 2, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel. ".
" Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient men onder ambtenaren van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies te verstaan de Rijksambtenaren die bij deze algemene directie zijn aangesteld en die bekleed zijn met de graad van adviseur-generaal voor overheidsopdrachten, adviseur voor overheidsopdrachten, adjunct-adviseur voor overheidsopdrachten, eerstaanwezend assistent voor overheidsopdrachten, assistent voor overheidsopdrachten.
In afwijking van het statuut van het Rijkspersoneel zijn op deze ambtenaren niet toepasselijk :
1° de artikelen 28sexies, § 3, en 30 tot 34 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;
2° artikel 29, § 2, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel. ".
Art. 23. L'article 1er du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par agents du Service des Marchés publics et des Subventions, les agents de l'Etat affectés à ladite Direction générale et titulaires du grade de (conseiller général aux marchés publics), conseiller aux marchés publics, conseiller adjoint aux marchés publics, assistant principal des marchés publics et assistant des marchés publics. (Err. MB. 16-10-1997, p. 27404)
Par dérogation au statut des agents de l'Etat, ne sont pas applicables à ces agents :
1° les articles 28sexies, § 3 et 30 à 34 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat;
2° l'article 29, § 2, de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant le signalement et la carrière des agents de l'Etat. ".
" Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par agents du Service des Marchés publics et des Subventions, les agents de l'Etat affectés à ladite Direction générale et titulaires du grade de (conseiller général aux marchés publics), conseiller aux marchés publics, conseiller adjoint aux marchés publics, assistant principal des marchés publics et assistant des marchés publics. (Err. MB. 16-10-1997, p. 27404)
Par dérogation au statut des agents de l'Etat, ne sont pas applicables à ces agents :
1° les articles 28sexies, § 3 et 30 à 34 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat;
2° l'article 29, § 2, de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant le signalement et la carrière des agents de l'Etat. ".
Art. 24. In het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde besluit, worden de woorden " en examens voor verhoging in weddeschaal " geschrapt.
Art. 24. Dans l'intitulé du Chapitre II du même arrêté, les mots " et d'examens d'avancement barémique " sont supprimés.
Art. 25. Artikel 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" De programma's en de nadere regels van de vergelijkende wervingsexamens en van de vergelijkende examens voor overgang naar het hogere niveau worden vastgesteld door de Vaste Wervingssecretaris en na advies van de directeur-generaal van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies. ".
" De programma's en de nadere regels van de vergelijkende wervingsexamens en van de vergelijkende examens voor overgang naar het hogere niveau worden vastgesteld door de Vaste Wervingssecretaris en na advies van de directeur-generaal van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies. ".
Art. 25. L'article 2, alinéa 1er, du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" Les programmes et les modalités des concours de recrutement et des concours d'accession au niveau supérieur sont établis par le Secrétaire permanent au Recrutement, après avis du directeur général du Service des Marchés publics et des Subventions. ".
" Les programmes et les modalités des concours de recrutement et des concours d'accession au niveau supérieur sont établis par le Secrétaire permanent au Recrutement, après avis du directeur général du Service des Marchés publics et des Subventions. ".
Art. 26. In artikel 4 van hetzelfde besluit, worden de woorden " administrateur-generaal van het Hoog Comité van Toezicht " vervangen door de woorden " directeur-generaal van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies ".
Art. 26. Dans l'article 4 du même arrêté, les mots " administrateur général du Comité supérieur de Contrôle " sont remplacés par les mots " directeur général du Service des Marchés publics et des Subventions ".
Art. 27. In artikel 5 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid wordt opgeheven;
2° het derde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Gedurende zijn proeftijd ressorteert de stagiair onder de bevoegdheid van de Minister van Ambtenarenzaken. Onverminderd de bijzondere opleidingsactiviteiten neemt hij deel aan de diverse opdrachten van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies, onder het gezag van een ambtenaar van de Dienst die daartoe door de directeur-generaal is aangewezen. ".
1° het tweede lid wordt opgeheven;
2° het derde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Gedurende zijn proeftijd ressorteert de stagiair onder de bevoegdheid van de Minister van Ambtenarenzaken. Onverminderd de bijzondere opleidingsactiviteiten neemt hij deel aan de diverse opdrachten van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies, onder het gezag van een ambtenaar van de Dienst die daartoe door de directeur-generaal is aangewezen. ".
Art. 27. Dans l'article 5 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 2 est abrogé;
2° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Durant son stage, le stagiaire relève du Ministre de la Fonction publique. Sous réserve des activités spécifiques de formation, il participe aux diverses missions du Service des Marchés publics et des Subventions sous l'autorité d'un agent du Service désigné à cet effet par le directeur général. ".
1° l'alinéa 2 est abrogé;
2° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Durant son stage, le stagiaire relève du Ministre de la Fonction publique. Sous réserve des activités spécifiques de formation, il participe aux diverses missions du Service des Marchés publics et des Subventions sous l'autorité d'un agent du Service désigné à cet effet par le directeur général. ".
Art. 28. In artikel 6 van hetzelfde besluit, worden de woorden " administrateur-generaal van het Hoog Comité van Toezicht " vervangen door de woorden " directeur-generaal van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies ".
Art. 28. Dans l'article 6 du même arrêté, les mots " administrateur général du Comité supérieur de Contrôle " sont remplacés par les mots " directeur général du Service des Marchés publics et des Subventions ".
Art. 29. In artikel 7 van hetzelfde besluit, worden de woorden " administrateur-generaal van het Hoog Comité van Toezicht " vervangen door de woorden " directeur-generaal van de Dienst voor Overheidsopdrachten en Subsidies ".
Art. 29. Dans l'article 7 du même arrêté, les mots " administrateur général du Comité supérieur de Contrôle " sont remplacés par les mots " directeur général du Service des Marchés publics et des Subventions ".
Art. 30. De artikelen 9 tot 11 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 30. Les articles 9 à 11 du même arrêté, sont abrogés.
Art. 31. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art 12. § 1. Kan een bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen, de adjunct-adviseur voor overheidsopdrachten die ten minste negen jaar graadanciënniteit heeft.
§ 2. De graad van adviseur voor overheidsopdrachten kan enkel worden toegekend aan de ambtenaren titularis van de graad van adjunct-adviseur voor overheidsopdrachten. Deze bevordering wordt toegekend volgens de regels van de vlakke loopbaan.
In afwijking van artikel 65, § 1, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel, kunnen zij bevorderd worden wanneer zij ten minste achttien jaar graadanciënniteit hebben.
§ 3. Kan een bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen, binnen de perken van de vacante betrekkingen, de adviseur voor overheidsopdrachten die ten minste drie jaar graadanciënniteit heeft. ".
"Art 12. § 1. Kan een bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen, de adjunct-adviseur voor overheidsopdrachten die ten minste negen jaar graadanciënniteit heeft.
§ 2. De graad van adviseur voor overheidsopdrachten kan enkel worden toegekend aan de ambtenaren titularis van de graad van adjunct-adviseur voor overheidsopdrachten. Deze bevordering wordt toegekend volgens de regels van de vlakke loopbaan.
In afwijking van artikel 65, § 1, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel, kunnen zij bevorderd worden wanneer zij ten minste achttien jaar graadanciënniteit hebben.
§ 3. Kan een bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen, binnen de perken van de vacante betrekkingen, de adviseur voor overheidsopdrachten die ten minste drie jaar graadanciënniteit heeft. ".
Art. 31. L'article 12 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 12. § 1er. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, le conseiller adjoint aux marchés publics qui compte au moins neuf ans d'ancienneté de grade.
§ 2. Le grade de conseiller aux marchés publics ne peut être conféré qu'aux agents titulaires du grade de conseiller adjoint aux marchés publics. Cette promotion est conférée selon les règles de la carrière plane.
Par dérogation à l'article 65, § 1er, de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant le signalement et la carrière des agents de l'Etat, ils ne peuvent être promus que lorsqu'ils comptent une ancienneté de grade de 18 ans au moins.
§ 3. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, dans la limite des emplois vacants, le conseiller aux marchés publics qui compte une ancienneté de grade de trois ans au moins. ".
" Art. 12. § 1er. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, le conseiller adjoint aux marchés publics qui compte au moins neuf ans d'ancienneté de grade.
§ 2. Le grade de conseiller aux marchés publics ne peut être conféré qu'aux agents titulaires du grade de conseiller adjoint aux marchés publics. Cette promotion est conférée selon les règles de la carrière plane.
Par dérogation à l'article 65, § 1er, de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant le signalement et la carrière des agents de l'Etat, ils ne peuvent être promus que lorsqu'ils comptent une ancienneté de grade de 18 ans au moins.
§ 3. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, dans la limite des emplois vacants, le conseiller aux marchés publics qui compte une ancienneté de grade de trois ans au moins. ".
Art. 32. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 14. § 1. Kan een bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen de assistent voor overheidsopdrachten die ten minste acht jaar graadanciënniteit heeft.
§ 2. Kan een bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen binnen de perken van de vacante betrekkingen, de eerstaanwezend assistent voor overheidsopdrachten die ten minste drie jaar graadanciënniteit heeft. ".
" Art. 14. § 1. Kan een bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen de assistent voor overheidsopdrachten die ten minste acht jaar graadanciënniteit heeft.
§ 2. Kan een bevordering door verhoging in weddeschaal bekomen binnen de perken van de vacante betrekkingen, de eerstaanwezend assistent voor overheidsopdrachten die ten minste drie jaar graadanciënniteit heeft. ".
Art. 32. L'article 14 du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 14. § 1er. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, l'assistant des marchés publics qui compte au moins huit ans d'ancienneté de grade.
§ 2. Peut obtenir une promotion par avancement barémique dans la limite des emplois vacants, l'assistant principal des marchés publics qui compte au moins trois ans d'ancienneté de grade. ".
" Art. 14. § 1er. Peut obtenir une promotion par avancement barémique, l'assistant des marchés publics qui compte au moins huit ans d'ancienneté de grade.
§ 2. Peut obtenir une promotion par avancement barémique dans la limite des emplois vacants, l'assistant principal des marchés publics qui compte au moins trois ans d'ancienneté de grade. ".
Art. 33. De artikelen 15 tot 17 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 33. Les articles 15 à 17 du même arrêté, sont abrogés.
TITEL III - Slotbepalingen.
TITRE III. - Dispositions finales.
Art. 34. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1998, met uitzondering van Titel I, die met ingang van 1 januari 1996 uitwerking heeft.
Art. 34. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 1998 à l'exception du Titre Ier qui produit ses effets le 1er janvier 1996.
Art. 35. Onze Minister van Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 6 juli 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Ambtenarenzaken,
A. FLAHAUT
Gegeven te Brussel, 6 juli 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Ambtenarenzaken,
A. FLAHAUT
Art. 35. Notre Ministre de la Fonction publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 6 juillet 1997.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Fonction publique,
A. FLAHAUT
Donné à Bruxelles, le 6 juillet 1997.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Fonction publique,
A. FLAHAUT