Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
26 JULI 1996. - Omzendbrief betreffende wervingsreserves van inspecteurs basisonderwijs bij de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap.
Titre
26 JUILLET 1996. - Circulaire concernant les réserves de recrutement des inspecteurs de l'enseignement primaire à l'inspection de l'enseignement de la Communauté flamande. (TRADUCTION)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (5)
Texte (1)
Artikel M. (Om technische redenen wordt deze omzendbrief onderverdeeld in fictieve artikelen: M1-M4).
Article. M. (Pas de texte français, voir version néerlandaise)
Art. M1. I. Organisatie van proeven voor wervingsreserves inspecteurs basisonderwijs : Het decreet van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs-VII heeft de samenstelling van wervingsreserves voor inspecteurs basisonderwijs mogelijk gemaakt. In uitvoering hiervan worden begin volgend schooljaar proeven georganiseerd om kandidaten voor deze reserves te selecteren. De examencommissie zal de precieze data aan de regelmatig ingeschreven kandidaten meedelen.
Ingevolge de paritaire samenstelling wordt er één wervingsreserve samengesteld met kandidaten uit het gesubsidieerd vrij onderwijs en één wervingsreserve met kandidaten uit het Gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd officieel onderwijs. Deze wervingsreserves blijven vier jaar geldig na de beslissing.
De opdracht en rechtspositie van de inspecteurs zijn bepaald in :
- het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten;
- het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten.
Ingevolge de paritaire samenstelling wordt er één wervingsreserve samengesteld met kandidaten uit het gesubsidieerd vrij onderwijs en één wervingsreserve met kandidaten uit het Gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd officieel onderwijs. Deze wervingsreserves blijven vier jaar geldig na de beslissing.
De opdracht en rechtspositie van de inspecteurs zijn bepaald in :
- het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten;
- het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten.
-
Art. M2. II. Voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen : A. Algemene voorwaarden (artikel 22 van het decreet) :
1. onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, behoudens door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling;
2. van goed gedrag zijn, zoals dat blijkt door een attest van goed zedelijk gedrag dat niet langer dan drie maanden tevoren werd uitgereikt;
3. de burgerlijke en politieke rechten genieten;
4. ten minste 10 jaar dienstanciënniteit hebben.
deze dienstanciënniteit wordt berekend overeenkomstig artikelen 24 tot en met 26 van het decreet;
5. in vast verband benoemd zijn in een van de categorieën zoals bepaald in artikel 7 van het decreet :
- bestuurs- en onderwijzend, paramedisch, sociaal en psychologisch personeel van het onderwijs;
- personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten, in :
- het gesubsidieerd vrij onderwijs;
- het Gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd officieel onderwijs.
6. een dossier overleggen houdende zijn curriculum vitae, met opgave van alle elementen waardoor de kandidaat zijn onderwijskundige inzichten, agogische vaardigheden en vakdidactische deskundigheid heeft uitgebreid en verdiept.
B. Bijzondere voorwaarden (artikel 109 van het decreet) :
De examencommissie moet bij de samenstelling van de reserve ook volgende personen in aanmerking nemen :
- de kandidaten die laureaat zijn van een bekwaamheidsexamen voor een ambt van inspecteur georganiseerd ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst, die belast zijn met het toezicht op deze inrichtingen, en - de kandidaten, die houder zijn van een bevorderingsbrevet van inspecteur, uitgereikt op grond van hetzelfde koninklijk besluit van 22 maart 1969 en van het koninklijk besluit van 7 maart 1978 betreffende het examen tot het verkrijgen van het getuigschrift van bekwaamheid voor het ambt van kantonnaal inspecteur in het basisonderwijs (Nederlands taalstelsel).
De commissie steunt zich hierbij op de elementen van het vroeger afgelegde examen en hoort de betrokkenen.
1. onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, behoudens door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling;
2. van goed gedrag zijn, zoals dat blijkt door een attest van goed zedelijk gedrag dat niet langer dan drie maanden tevoren werd uitgereikt;
3. de burgerlijke en politieke rechten genieten;
4. ten minste 10 jaar dienstanciënniteit hebben.
deze dienstanciënniteit wordt berekend overeenkomstig artikelen 24 tot en met 26 van het decreet;
5. in vast verband benoemd zijn in een van de categorieën zoals bepaald in artikel 7 van het decreet :
- bestuurs- en onderwijzend, paramedisch, sociaal en psychologisch personeel van het onderwijs;
- personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten, in :
- het gesubsidieerd vrij onderwijs;
- het Gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd officieel onderwijs.
6. een dossier overleggen houdende zijn curriculum vitae, met opgave van alle elementen waardoor de kandidaat zijn onderwijskundige inzichten, agogische vaardigheden en vakdidactische deskundigheid heeft uitgebreid en verdiept.
B. Bijzondere voorwaarden (artikel 109 van het decreet) :
De examencommissie moet bij de samenstelling van de reserve ook volgende personen in aanmerking nemen :
- de kandidaten die laureaat zijn van een bekwaamheidsexamen voor een ambt van inspecteur georganiseerd ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst, die belast zijn met het toezicht op deze inrichtingen, en - de kandidaten, die houder zijn van een bevorderingsbrevet van inspecteur, uitgereikt op grond van hetzelfde koninklijk besluit van 22 maart 1969 en van het koninklijk besluit van 7 maart 1978 betreffende het examen tot het verkrijgen van het getuigschrift van bekwaamheid voor het ambt van kantonnaal inspecteur in het basisonderwijs (Nederlands taalstelsel).
De commissie steunt zich hierbij op de elementen van het vroeger afgelegde examen en hoort de betrokkenen.
-
Art. M3. III. Inhoud van de proeven : 1. De kandidaten moeten 60 % van het door de examencommissie toegekende maximum behalen in een schriftelijke proef, bestaande uit de behandeling van een onderwijskundig onderwerp;
2. de geslaagden voor de schriftelijke proef worden opgeroepen voor een mondelinge proef, bestaande uit :
a) een onderhoud waaruit moet blijken of de kandidaat de menselijke eigenschappen, alsmede de nodige aanleg en beroepskennis bezit, vereist door de waardigheid en de verantwoordelijkheid eigen aan het ambt van inspecteur.
Bovendien moet uit het onderhoud blijken in hoeverre hij op de hoogte is van de hedendaagse pedagogische vraagstukken;
b) een bespreking over de oplossing van een administratief probleem steunend op de geldende wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen;
c) een rapportering in verband met de analyse van een school via een simulatie;
d) een beoordeling van een gesimuleerd onderwijskundig probleem.
2. de geslaagden voor de schriftelijke proef worden opgeroepen voor een mondelinge proef, bestaande uit :
a) een onderhoud waaruit moet blijken of de kandidaat de menselijke eigenschappen, alsmede de nodige aanleg en beroepskennis bezit, vereist door de waardigheid en de verantwoordelijkheid eigen aan het ambt van inspecteur.
Bovendien moet uit het onderhoud blijken in hoeverre hij op de hoogte is van de hedendaagse pedagogische vraagstukken;
b) een bespreking over de oplossing van een administratief probleem steunend op de geldende wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen;
c) een rapportering in verband met de analyse van een school via een simulatie;
d) een beoordeling van een gesimuleerd onderwijskundig probleem.
-
Art. M4. IV. Vorm en termijn van de kandidaturen : De kandidaturen en het dossier moeten op straffe van nietigheid uiterlijk op 1 oktober 1996 bij een ter post aangetekende brief gezonden worden aan onderstaand adres :
Departement Onderwijs
Afdeling PMS-navorming-leerlingenvervoer
Koningsstraat 138, lokaal 604
1000 Brussel
De poststempel geldt als bewijs.
Het dossier bevat :
1. een curriculum vitae;
2. een attest van goed zedelijk gedrag dat niet langer dan drie maanden tevoren werd uitgereikt;
3. een bewijs van burgerlijke en politieke rechten;
4. een bewijs van ten minste tien jaar dienst;
5. een document waaruit de vaste benoeming blijkt (en verklaring van de inrichtende macht).
Alle elementen van het ingestuurd dossier worden toegevoegd aan het persoonlijk administratief dossier, dat de administratie ter beschikking stelt van de examencommissie.
Niet in de vorm noch binnen de termijn ingediende sollicitaties worden niet aanvaard.
Wil deze omzendbrief aan alle belanghebbenden voorleggen.
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
L. Van den Bossche.
Departement Onderwijs
Afdeling PMS-navorming-leerlingenvervoer
Koningsstraat 138, lokaal 604
1000 Brussel
De poststempel geldt als bewijs.
Het dossier bevat :
1. een curriculum vitae;
2. een attest van goed zedelijk gedrag dat niet langer dan drie maanden tevoren werd uitgereikt;
3. een bewijs van burgerlijke en politieke rechten;
4. een bewijs van ten minste tien jaar dienst;
5. een document waaruit de vaste benoeming blijkt (en verklaring van de inrichtende macht).
Alle elementen van het ingestuurd dossier worden toegevoegd aan het persoonlijk administratief dossier, dat de administratie ter beschikking stelt van de examencommissie.
Niet in de vorm noch binnen de termijn ingediende sollicitaties worden niet aanvaard.
Wil deze omzendbrief aan alle belanghebbenden voorleggen.
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
L. Van den Bossche.
-