Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 JUNI 1996. - Omzendbrief nr. 433. - Indienstneming van contractuelen ter vervanging van statutaire personeelsleden die wegens het jaarlijks vakantieverlof afwezig zijn in 1996.
Titre
27 JUIN 1996. - Circulaire n° 433. - Engagement de contractuels en remplacement de membres du personnel statutaire en congé annuel de vacances en 1996.
Tekst (1)
Texte (1)
Artikel M. De overheidsdiensten waar de activiteiten niet afnemen gedurende de maanden juni, juli, augustus en september kunnen de afwezigheid van hun statutaire personeelsleden die met jaarlijks vakantieverlof zijn ondervangen door beroep te doen op seizoenpersoneel dat wordt in dienst genomen overeenkomstig artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 1 februari 1993 tot bepaling van de bijkomende of specifieke opdrachten in de besturen en andere diensten van de ministeries en in sommige instellingen van openbaar nut.
  Dit personeel kan worden in dienst genomen door overeenkomsten voor tewerkstelling van studenten van ten minste vijftien jaar oud bedoeld in titel VI van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten rekening houdend met het volgende :
  1° de studenten mogen niet tewerkgesteld worden in diensten waarvan de dossiers confidentieel zijn;
  2° voorrang wordt gegeven aan studenten die zich in een moeilijke sociale toestand bevinden;
  3° voor wat betreft de kinderbijslag, vormt de bezoldigde activiteit van de student geen hinderpaal voor het behoud van het recht op kinderbijslag wanneer de activiteit wordt uitgeoefend in het kader van een schriftelijke overeenkomst voor tewerkstelling van studenten;
  4° op fiskaal gebied, blijft de student die op 1 januari van het aanslagjaar deel uitmaakt van het gezin van zijn ouders ten hunne laste voor zover zijn bestaansmiddelen van het voorgaand jaar niet meer bedragen dan 90 000 F bruto of 72 000 F netto;
  indien de inkomsten van de student tussen de 90 000 F bruto en 238 334 F bruto (198 000 F netto) liggen, is hij niet meer ten laste van zijn ouders maar hij moet geen belastingen betalen;
  voor de studenten waarvan de ouders alleenstaanden zijn, geldt een hogere grens voor de toegelaten bestaansmiddelen. Deze studenten mogen 135 000 F bruto (108 000 F netto) verdienen zonder het statuut van persoon ten laste te verliezen. Gehandicapte studenten ten laste van een alleenstaande mogen zelfs een inkomen van 180 000 F bruto (144 000 F netto) hebben;
  5° de studenten zullen bezoldigd worden op basis van de weddeschalen die van kracht zijn voor het federaal openbaar ambt (koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries en koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden gewijzigd door het koninklijk besluit van 3 juni 1996).
  Voor de andere overeenkomsten zal bij voorkeur, door zich tot de gewestelijke diensten voor tewerkstelling te wenden, een beroep worden gedaan op uitkeringsgerechtigde volledig werklozen.
  De Inspecteur van Financiën, de Regeringscommissaris of de afgevaardigde van de Minister van Financiën zullen vóór de indienstneming hun machtiging geven.
  Het spreekt vanzelf dat de overeenkomsten inzake seizoenpersoneel, zoals elke arbeidsovereenkomst, slechts binnen de perken van het in het budgettair artikel 11.04 bepaald krediet kunnen worden gesloten, dit zonder een herverdeling tussen de basisallocaties 11.03 en 11.04 uit te sluiten.
  Deze omzendbrief vervangt de omzendbrief nr. 378 die wordt opgeheven en houdt op van kracht te zijn op 1 oktober 1996.
  De Minister van Ambtenarenzaken,
  A. Flahaut.
Article M. Les services publics où il n'y a pas réduction des activités pendant les mois de juin, juillet, août et septembre peuvent compenser l'absence de leurs membres du personnel statutaire en congé annuel de vacances en recourant à du personnel saisonnier engagé conformément à l'article 1er, 2°, de l'arrêté royal du 1er février 1993 déterminant les tâches auxiliaires et spécifiques dans les administrations et autres services des ministères ainsi que dans certains organismes d'intérêt public.
  Ce personnel peut être engagé par contrats d'occupation d'étudiants de quinze ans au moins, visés au Titre VI de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail en tenant compte de ce qui suit :
  1° les étudiants ne peuvent être occupés dans des services dont les dossiers sont confidentiels;
  2° une priorité est réservée aux étudiants qui sont dans une situation sociale difficile;
  3° en ce qui concerne les allocations familiales, l'activité rémunérée de l'étudiant n'est pas un obstacle à leur octroi lorsqu'elle est exercée dans le cadre d'un contrat d'occupation d'étudiants;
  4° sur le plan fiscal, l'étudiant qui fait partie du ménage de ses parents au 1er janvier de l'exercice d'imposition demeure à leur charge tant que ses ressources de l'année antérieure ne dépassent pas 90 000 FB brut, soit 72 000 FB net;
  si les revenus de l'étudiant se situent entre 90 000 FB brut et 238 334 FB brut (198 000 FB net), il ne sera plus à charge de ses parents, mais aucun impôt ne sera établi à sa charge;
  l'étudiant dont le père ou la mère est isolé bénéficie d'un plafond de ressources autorisées plus élevé; cet étudiant peut gagner 135 000 FB brut (108 000 FB net) sans pour autant perdre le statut de personne à charge. De la même façon, un étudiant handicapé à charge d'isolé peut avoir un revenu de 180 000 FB brut (144 000 FB net);
  5° les étudiants seront rémunérés sur base des échelles de traitement en vigueur pour la fonction publique fédérale (arrêté royal du 29 juin 1973 portant statut pécuniaire du personnel des ministères et arrêté royal du 10 avril 1995 fixant les échelles de traitement des grades communs à plusieurs ministères modifié par l'arrêté royal du 3 juin 1996).
  Pour les autres contrats, il sera de préférence fait appel, en s'adressant aux offices régionaux de l'emploi, à des chômeurs complets indemnisés.
  L'Inspecteur des Finances, le commissaire du Gouvernement ou le délégué du Ministre des finances, donneront leur autorisation préalable à l'engagement.
  Il est évident que les contrats de personnel saisonnier, comme tout contrat de travail, ne peuvent être conclus que dans les limites de crédit fixées à l'article budgétaire 11.04 ceci n'excluant pas une redistribution entre les allocations de base 11.03 et 11.04.
  La présente circulaire remplace la circulaire n° 378 qui est abrogée et elle cessera d'être en vigueur au 1er octobre 1996.
  Le Ministre de la Fonction publique,
  A. Flahaut.