Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 JANUARI 1996 - Omzendbrief nr. 427. - Tweede fase van de operatie tot vaststelling van nieuwe personeelsformaties en taalkaders.
Titre
29 JANVIER 1996. - Circulaire n° 427. - Deuxième phase de l'opération de fixation de nouveaux cadres organiques et linguistiques.
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel M. De bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van 30 december 1995 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ maakt het noodzakelijk te starten met de tweede fase van de operatie "nieuwe personeelsformaties", die betrekking heeft op de integratie van de nieuwe graden en de nieuwe loopbanen van deze niveaus in de nieuwe personeelsformaties.
  De tweede fase van de operatie "nieuwe personeelsformaties" heeft tegelijk betrekking op de personeelsformaties en op de taalkaders.
  Ik vestig er uw aandacht op dat tot op heden geen enkele tekst de nieuwe loopbanen van de niveaus 2+ en 1 van het wetenschappelijk en het niet-wetenschappelijk personeel van de wetenschappelijke inrichtingen regelt. Voor hen kan de tweede fase dus niet onmiddellijk starten. Deze omzendbrief slaat dus niet op de andere diensten van de ministeries die wetenschappelijke inrichtingen zijn.
Article M. La publication au Moniteur belge du 30 décembre 1995 de l'arrêté royal du 10 avril 1995 portant simplification de la carrière de certains agents des administrations de l'Etat appartenant aux niveaux 1 et 2+ rend nécessaire le démarrage de la deuxième phase de l'opération "nouveaux cadres", qui concerne l'intégration dans les cadres des nouveaux grades et des nouvelles carrières de ces niveaux.
  La deuxième phase de l'opération "nouveaux cadres" concerne aussi bien les cadres organiques que les cadres linguistiques.
  J'attire votre attention sur le fait qu'à ce jour, aucun texte ne règle les nouvelles carrières des niveaux 2+ et 1 des personnels scientifique et non-scientifique des établissements scientifiques. La deuxième phase ne peut pas être mise en route immédiatement pour ceux-ci. Cette circulaire ne concerne donc pas les autres services des ministères qui sont des établissements scientifiques.
Art. M1. 1. Vaststelling van nieuwe personeelsformaties
  1.1. Voorwaarde voor de tweede fase van de operatie tot vaststelling van nieuwe personeelsformaties
  Deze tweede fase zal de operatie tot vaststelling van nieuwe personeelsformaties afsluiten, die gelanceerd werd door de omzendbrief nr. 379 van 8 september 1993.
  In deze optiek is het ten zeerste noodzakelijk dat, voorafgaand of tegelijkertijd aan de procedures inzake controle op de personeelsformaties "tweede fase", alle procedures inzake akkoord over eventuele bijzondere loopbanen van alle niveaus zouden afgesloten zijn.
  Het is dus nodig en dringend, voor de overheidsdiensten die dat nog niet zouden gedaan hebben, het doorsturen te versnellen van de volgende documenten naar de overheden die met de administratieve en begrotingscontrole belast zijn :
  - het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de hiërarchische indeling van de bijzondere graden en de benoeming van ambtswege;
  - het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de weddeschalen van de bijzondere graden en de eventuele overgangsmaatregelen;
  - het ontwerpbesluit tot aanpassing van het organiek reglement.
  In het geval dat sommige overheidsdiensten hun ontwerpen met bepalingen inzake bijzondere loopbanen van de niveaus 4, 3 en 2 nog niet ingediend hebben, is het in hun belang het dossier te globaliseren door deze ontwerpen aan te vullen met de bepalingen inzake bijzondere loopbanen van de niveaus 2+ en 1.
  De voorstellen tot herziening van de bijzondere loopbanen moeten worden opgemaakt in de optiek van de grootst mogelijke integratie in de gemeenschappelijke loopbanen. Elke uitzondering op dit principe moet naar behoren gerechtvaardigd worden.
  1.2. Onderrichtingen inzake het opmaken van de ontwerpbesluiten van personeelsformatie
  1.2.1. Overeenkomstig de beslissing van de Ministerraad van 7 juli 1995 zullen de in 1995 vastgestelde personeelsformaties in 1996 ongewijzigd blijven, d.w.z. dat het aantal betrekkingen van de ontwerpen van personeelsformatie niet mag verschillen van het aantal betrekkingen van de personeelsformaties "eerste fase", behoudens technische noodzaak die verduidelijkt is in de "richtlijnen" waarvan sprake in punt 1.2.4.
  Op die regel zullen slechts de volgende uitzonderingen geduld worden :
  - overeenkomstig de voormelde beslissing zullen de verbintenissen waarover er bij het vaststellen van de personeelsformaties "eerste fase" een gemeenschappelijk akkoord was van de Ministers van Begroting en van Ambtenarenzaken uitvoerbaar zijn;
  - de maatregelen tot herstructurering van de besturen kunnen het aantal betrekkingen wijzigen gelet op de overdracht van bevoegdheden en diensten, de fusies, de eventuele afschaffing en oprichting van diensten;
  - het bestaan van geslaagden voor vergelijkende examens voor overgang naar het hogere niveau, dat leidt tot het vervangen van betrekkingen van een niveau door een zelfde aantal betrekkingen in het hogere niveau.
  Elke wijziging van het aantal betrekkingen die slaat op de bovenvermelde uitzonderingen zal naar behoren moeten gerechtvaardigd worden, o. m. door het mededelen van het proces-verbaal van het overgangsexamen.
  1.2.2. Wat de betrekkingen betreft die bij het vertrek van hun titularis worden afgeschaft (uitdovingskader) zal het aantal ervan uiteraard dalen. Hetzelfde zal gelden voor de bepalingen ter blokkering van vaste betrekkingen door uitdovingsbetrekkingen.
  Geen enkele nieuwe maatregel ter in de plaatsstelling van een nieuwe betrekking voor een uitdovingsbetrekking mag worden voorgesteld, behoudens uitzondering die gemotiveerd wordt door de reglementering inzake loopbanen of door een uitzonderlijke situatie met betrekking tot het personeelsbestand.
  Ook de bepalingen ter blokkering van vaste betrekkingen die in de plaats van arbeidsposten van contractuelen komen zouden een meer beperkte draagwijdte moeten hebben, gelet o.m. op de maatregelen die genomen zijn in de koninklijke besluiten van 20 december 1995 tot machtiging voor het in dienst nemen van contractuelen om te beantwoorden aan uitzonderlijke en tijdelijke behoeften in 1996.
  Geen enkele maatregel om nieuwe betrekkingen in de plaats van arbeidsposten van contractuelen te stellen mag worden voorgesteld.
  De beschikkingen die voorzien in het ter beschikking van de Dienst Mobiliteit stellen van ambtenaren moeten in het ontwerp "fase 2" behouden blijven wanneer de betrokken ambtenaren nog geen nieuwe vaste tewerkstelling door herplaatsing of overplaatsing gekregen hebben overeenkomstig de reglementering betreffende de mobiliteit.
  Geen enkele nieuwe maatregel voor terbeschikkingstelling van de Dienst Mobiliteit om de oprichting van nieuwe betrekkingen te compenseren mag worden voorgesteld.
  1.2.3. Met het oog op de toepassing van artikel 43 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken moet in de ontwerpen van personeelsformatie de pariteit in acht worden genomen van het aantal betrekkingen dat overeenstemt met elk van de eerste twee trappen van de hiërarchie.
  1.2.4. Voor het overige zal het opmaken van de ontwerpen van personeelsformatie van de tweede fase moeten gebeuren volgens nieuwe richtlijnen die binnenkort aan de overheidsdiensten zullen worden medegedeeld.
  1.3. Samenstelling van de dossiers betreffende de tweede fase van de operatie "nieuwe personeelsformaties".
  De dossiers dienen de volgende documenten te bevatten :
  - een ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie,
  - een ontwerp van ministerieel besluit genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie om de betrekkingen te verdelen tussen de verschillende bevorderingsweddeschalen;
  - het met redenen omkleed advies dat is uitgebracht door het bevoegde syndicaal overlegcomité;
  - de berekening van de budgettaire weerslag van de nieuwe personeelsformatie in vergelijking met de personeelsformatie van de eerste fase, met uitsluiting van het kostenverschil dat uitsluitend te wijten is aan de herziening van de loopbanen;
  - het advies van de inspecteur van Financiën, de regeringscommissaris of de afgevaardigde van de Minister van Financiën; dit advies moet vaststellen op welke manier de bovenvermelde onderrichtingen werden gevolgd, alle nuttige commentaar geven op de inhoud der besluiten en de berekening van de budgettaire weerslag viseren.
  1.4. Termijn voor het indienen van de ontwerpen van personeelsformatie
  De dossiers zullen, in het raam van de administratieve en begrotingscontrole, vóór 1 april 1996 moeten worden ingediend en tegelijk naar de Minister van Begroting en de Minister van Ambtenarenzaken worden gestuurd.
Art. M1. 1. Fixation de nouveaux cadres organiques
  1.1. Préalable à la deuxième phase de l'opération de fixation de nouveaux cadres organiques
  Cette deuxième phase clôturera l'opération de fixation des nouveaux cadres organiques lancée par la circulaire n° 379 du 8 septembre 1993.
  Dans cette optique, il est requis que, préalablement ou simultanément aux procédures de contrôle sur les cadres "deuxième phase", toutes les procédures d'accord sur les carrières particulières éventuelles de tous niveaux soient clôturées.
  Il est donc impérieux et urgent, pour les services publics qui ne l'auraient pas encore fait, d'accélérer la transmission vers les autorités du contrôle administratif et budgétaire :
  - du projet d'arrêté royal relatif au classement hiérarchique des grades particuliers et à la nomination d'office;
  - du projet d'arrêté royal relatif aux échelles de traitement des grades particuliers et aux mesures transitoires éventuelles;
  - du projet d'arrêté adaptant le règlement organique.
  Dans le cas où certains services publics n'ont pas encore transmis leurs projets contenant les dispositions en matière de carrières particulières des niveaux 4, 3 et 2, il est de leur intérêt de globaliser le dossier en complétant ces projets par les dispositions en matière de carrières particulières des niveaux 2+ et 1.
  Les propositions de révision des carrières particulières doivent être établies dans l'optique de l'intégration maximale dans les carrières communes. Toute exception à ce principe doit être dûment justifiée.
  1.2. Instructions en matière de rédaction des projets d'arrêtés de cadre
  1.2.1. Conformément à la décision du Conseil des Ministres du 7 juillet 1995, les cadres organiques fixés en 1995 resteront inchangés en 1996, c'est-à-dire que le nombre d'emplois des projets de cadre ne peut être différent du nombre d'emplois des cadres "première phase", sauf nécessité technique explicitée dans les "directives" dont question au point 1.2.4.
  Cette règle ne souffrira que les exceptions suivantes :
  - conformément à la décision précitée, les engagements ayant fait l'objet d'un accord commun des Ministres du Budget et de la Fonction publique lors de la fixation des cadres "première phase" seront exécutables;
  - les mesures de restructuration des administrations sont susceptibles de modifier le nombre d'emplois étant donné les transferts de compétences et de services, les fusions, suppressions et créations éventuelles de services;
  - l'existence de lauréats de concours d'accession au niveau supérieur, entraînant le remplacement d'emplois d'un niveau par un même nombre d'emplois au niveau supérieur.
  Toute modification du nombre d'emplois visant les exceptions susmentionnées devra être dûment justifiée - notamment par la communication du procès-verbal des concours d'accession.
  1.2.2. Pour ce qui est des emplois qui sont supprimés au départ de leur titulaire (cadre d'extinction), il est évident que leur nombre est susceptible de diminuer. Les dispositions de blocage d'emplois permanents par des emplois en extinction également.
  Aucune nouvelle mesure de substitution d'un nouvel emploi à un autre placé en extinction ne peut être proposée, sauf exception motivée par la réglementation en matière de carrières ou par une situation exceptionnelle en relation avec l'état des effectifs.
  De même, les dispositions de blocage d'emplois permanents qui se substituent à des postes de travail de contractuels devraient avoir une portée plus limitée étant donné notamment les mesures prises dans les arrêtés royaux du 20 décembre 1995 autorisant l'engagement de contractuels en vue de répondre à des besoins exceptionnels et temporaires en 1996.
  Aucune nouvelle mesure de substitution de nouveaux emplois à des postes de travail de contractuels ne peut être proposée.
  Les dispositifs prévoyant la mise d'agents à disposition du Service Mobilité doivent être sauvegardés dans le projet "phase 2" lorsque les agents concernés n'ont pas encore reçu de nouvelle affectation définitive par reclassement ou transfert conformément à la réglementation relative à la mobilité.
  Aucune nouvelle mesure de mise à disposition du Service Mobilité pour compenser la création de nouveaux emplois ne peut être proposée.
  1.2.3. Il est impératif, en vue de l'application de l'article 43 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, d'assurer dans les projets de cadre la parité du nombre d'emplois correspondant à chacun des deux premiers degrés de la hiérarchie.
  1.2.4. Pour le reste, la rédaction des projets de cadre de la deuxième phase devra s'effectuer selon de nouvelles directives qui seront incessamment portées à la connaissance des services publics.
  1.3. Constitution des dossiers relatifs à la deuxième phase de l'opération "nouveaux cadres organiques".
  Les dossiers comprendront les documents suivants :
  - un projet d'arrêté royal fixant le cadre organique,
  - un projet d'arrêté ministériel pris en exécution de l'arrêté royal fixant le cadre organique afin de répartir les emplois entre les différentes échelles de promotion barémique;
  - l'avis motivé émis par le comité de concertation syndicale compétent;
  - le calcul de l'incidence budgétaire du nouveau cadre par rapport au cadre de la première phase, en excluant la différence de coût due à la seule révision des carrières;
  - l'avis de l'inspecteur des Finances, du commissaire du Gouvernement ou du délégué du Ministre des Finances; cet avis doit constater la manière dont les instructions susmentionnées ont été suivies, apporter tout commentaire utile sur le contenu des arrêtés et viser le calcul de l'incidence budgétaire.
  1.4. Délai de transmission des projets de cadre organique
  Les dossiers devront être introduits, dans le cadre du contrôle administratif et budgétaire, avant le 1er avril 1996 et envoyés à la fois au Ministre du Budget et au Ministre de la Fonction publique.
Art. M2. 2. Vaststelling van nieuwe taalkaders
  De taalkaders worden opgemaakt met verwijzing naar de personeelsformatie en overeenkomstig de handleiding die door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht is opgesteld ten behoeve van de overheidsdiensten.
  De voorstellen inzake taalkaders zullen dus slechts opgesteld kunnen worden wanneer de termen van het gemeenschappelijk akkoord over de personeelsformatie zullen medegedeeld zijn.
  Op dat ogenblik dienen zonder uitstel de ontwerpen van taalkaders van de tweede fase bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht te worden ingediend. De personeelsformatie kan inderdaad geen volle uitwerking hebben zonder dat haar betrekkingen in taalkaders verdeeld zijn, in de gevallen waarin dat moet gebeuren.
  Gezien de vermindering van het aantal rangen die is doorgevoerd tijdens de herstructurering van de loopbanen van de niveaus 2+ en 1 moeten de ontwerpen van taalkaders opgemaakt worden op grond van een nieuw koninklijk besluit dat, met het oog op de toepassing van artikel 43 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, de graden vaststelt van de ambtenaren onderworpen aan het statuut van het rijkspersoneel, die eenzelfde trap van de hiërarchie vormen. Dit nieuwe besluit, dat het besluit van 14 september 1994 vervangt, zal binnenkort in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.
  Gelet op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot herstructurering van de loopbanen van de niveaus 2+ en 1 meent de VCT. dat het nutteloos is de procedure inzake het vaststellen van de taalkaders van de eerste fase verder te zetten. Taalkaders die vóór de bekendmaking van het koninklijk besluit van 10 april 1995 nog niet verschenen waren kunnen dat ook nu niet meer.
  De Minister van Ambtenarenzaken,
  A. Flahaut.
Art. M2. 2. Fixation de nouveaux cadres linguistiques
  Les cadres linguistiques se construisent en référence au cadre organique et conformément au vade-mecum rédigé par la Commission permanente de Contrôle linguistique à l'intention des services publics.
  Les propositions en matière de cadres linguistiques ne pourront donc être rédigées qu'une fois que les termes de l'accord commun sur le cadre organique auront été notifiés.
  A ce moment-là, il importe d'introduire sans délai les projets de cadres linguistiques de la deuxième phase à la Commission permanente de Contrôle linguistique. Le cadre organique ne peut en effet sortir tous ses effets sans que ses emplois aient été répartis en cadres linguistiques, dans les cas où ils doivent l'être.
  Etant donné la réduction du nombre de rangs effectuée lors de la restructuration des carrières des niveaux 2+ et 1, les projets de cadres linguistiques doivent être élaborés sur base d'un nouvel arrêté royal déterminant, en vue de l'application de l'article 43 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, les grades des agents soumis au statut des agents de l'Etat, qui constituent un même degré de la hiérarchie. Ce nouvel arrêté, qui remplace celui du 14 septembre 1994, sera prochainement publié au Moniteur belge.
  Etant donné la publication au Moniteur belge de l'arrêté royal du 10 avril 1995 restructurant les carrières des niveaux 2+ et 1, la CPCL.
  estime qu'il est inutile de continuer la procédure de fixation des cadres linguistiques de la première phase. Les cadres linguistiques qui n'ont pas été publiés au Moniteur belge avant la publication de l'arrêté royal du 10 avril 1995 ne peuvent plus l'être.
  Le Ministre de la Fonction publique,
  A. Flahaut.