Artikel 1. De ambtenaar of ieder persoon die leiding van en toezicht uitoefent op de uitvoering van de opdracht wordt door de aanbestedende overheid aangewezen bij de betekening van de opdracht, tenzij deze inlichting reeds in de aankondiging van de opdracht of in het bestek is vermeld.
Indien de leiding van en het toezicht op de uitvoering worden toevertrouwd aan een ambtenaar van de aanbestedende overheid, wordt elke eventuele beperking van zijn bevoegdheden aan de aannemer medegedeeld, tenzij dit in het bestek gebeurd is.
Indien de leiding van en het toezicht op de uitvoering worden toevertrouwd aan een persoon buiten de aanbestedende overheid, wordt de draagwijdte van zijn eventueel mandaat in de betekening van de opdracht bepaald tenzij dit in het bestek gebeurd is.
In deze algemene aannemingsvoorwaarden wordt de ambtenaar of elke andere persoon die belast is met de leiding van en het toezicht op de uitvoering van de opdracht, de leidend ambtenaar genoemd.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
26 SEPTEMBER 1996. - Algemene aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare werken. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-10-1996 en tekstbijwerking tot 18-08-2008).
Titre
26 SEPTEMBRE 1996. - Cahier général des charges des marchés publics de travaux, de fournitures et de services et des concessions de travaux publics. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 18-10-1996 et mise à jour au 18-08-2008).
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Afdeling 1. - Leiding van en toezicht op de uit...
Onderafdeling 1. - Leidend ambtenaar.
Onderafdeling 2. - Organisatie en draagwijdte v...
Afdeling 2. - Technische specificaties - Planne...
Opsomming en draagwijdte van de plannen, docume...
Voorwaarden voor gebruik van de plannen, docume...
Afdeling 3. - Regels betreffende de borgtocht.
Onderafdeling 1. - (Borgstelling).
Onderafdeling 2. - Verzuim van (borgstelling).
Onderafdeling 3. - Rechten van de aanbestedende...
Onderafdeling 4. - Door derden gestelde borgtocht.
Onderafdeling 5. - Vrijgave van de borgtocht.
Afdeling 4. - Derden.
Afdeling 5. - Meerdere opdrachten gegund aan de...
Afdeling 6. - Keuringen.
Afdeling 7. - Prijsherziening.
waarin :
Art.14. § 1. Aankoopprijs en vergoedingen.
Art.15. § 1. Betaling van de werken.
Art.16. § 1. De aannemer kan zich beroepen op n...
Art.17. § 1. De aannemer kan teruggave van boet...
Art.18. § 1.- Elke rechtsvordering van de aanne...
Afdeling 13. - Einde van de opdracht - Sancties...
Art.19. § 1. De oplevering van de opdracht best...
Art.20. § 1. Aannemer die in gebreke blijft bij...
Art.21. § 1. Wanneer de opdracht aan één enkele...
Art.22. Indien de aanbestedende overheid op een...
Art.23. Het beroep op het Hoog Comité van Toezi...
Afdeling 1. - Opdrachten voor aanneming van wer...
Afdeling 1. - Opdrachten voor aanneming van wer...
Onderafdeling 1. - Prijsbepaling.
Art.24. § 1. Werken tegen een globale prijs.
Art.25. § 1. De aannemer wordt geacht de aard v...
Art.26. § 1. De aannemer neemt persoonlijk de l...
Art.27. § 1. Algemeen.
Onderafdeling 4. - Verloop van de werken.
Art.28. § 1. Bevel tot uitvoering en leiding va...
Art.29. § 1. Onderbreking van de werken.
Art.30. § 1. De aannemer moet instaan voor de o...
Art.31. Alvorens met de uitvoering te beginnen,...
Art.32. § 1. Ter beschikking stellen van gronden.
Art.33. Indien de opdracht slopingswerken omvat...
Art.34. De aannemer verwezenlijkt op zijn koste...
Onderafdeling 5. - Personeel van de aanneming.
Art.35. Het door de aannemer ingezet personeel ...
Art.36. § 1. Ongeacht of zij voortvloeien uit d...
Art.37. § 1. Een dagboek van de werken, opgemaa...
Onderafdeling 7. - Aansprakelijkheid van de aan...
Art.38. Binnen de vijftien kalenderdagen na de ...
Art.39. § 1. De aannemer is voor de werken of v...
Art.40. Door de voorlopige oplevering beschikt ...
Art.41. De aannemer staat ten opzichte van de a...
Art.42. § 1. De aannemer is ertoe gehouden alle...
Onderafdeling 9. - Einde van de opdracht.
Art.43. § 1. Werken die niet voor oplevering wo...
Art.44. § 1. De wijzigingen ingevolge de bepali...
Onderafdeling 10. - Gebrekkige uitvoering.
Art.45. Wordt bedrog of slecht werk vermoed, da...
Art.46. De aannemer wordt in verband met de uit...
Art.47. De tekortkomingen aan de bepalingen van...
Art.48. § 1. Algemeen.
waarin :
Afdeling 2. - Opdrachten voor aanneming van lev...
Art.49. De leverancier wordt geacht zowel in zi...
Onderafdeling 2. - Eigendomsoverdracht.
Onderafdeling 3. - Verloop van de opdracht.
Art.51. Wanneer een leverancier aannemer is van...
Art.52. § 1.- Minimale hoeveelheden.
Art.53. § 1. Proeven - De proeven en de control...
Art.54. § 1. De plannen, documenten en voorwerp...
Art.55. § 1. Plaats van levering.
Wijzen van voorlopige oplevering.
Onderafdeling 4. - Einde van de opdracht.
Art.57. § 1. Bij het verstrijken van de bij art...
Art.58. § 1. Iedere gedeeltelijke voorlopige op...
Art.59. § 1. De plannen, tekeningen, modellen e...
Art.60. § 1. Verzegeling van de verpakte leveri...
Art.61. § 1. Indien de voorlopige oplevering ge...
Art.62. Indien tijdens het nazicht van een ter ...
Art.63. De aanbestedende overheid kan gedurende...
Art.64. De definitieve oplevering heeft plaats ...
Art.65. Behoudens overmacht moet ieder bezwaar ...
Onderafdeling 5. - Gebrekkige uitvoering - Midd...
Onderafdeling 2. - Briefwisseling met de dienst...
Art.67. De dienstverlener wordt geacht zowel in...
Onderafdeling 2. - Briefwisseling met de dienst...
Onderafdeling 3. - Verloop van de opdracht.
Art.69. § 1. Indien het bestek vaste of minimaa...
Art.70. § 1. Het bestek vermeldt desgevallend d...
Art.71. De diensten die het voorwerp van de opd...
Art.72. § 1. De dienstverlener draagt de volle ...
Art.73. § 1. Wanneer, overeenkomstig artikel 10...
Inhoud
CHAPITRE I. - Clauses communes.
Section 1. - Direction et contrôle de l'exécution.
Sous-section 1. - Fonctionnaire dirigeant.
Sous-section 2. - Organisation et étendue du co...
Section 2. - Spécifications techniques - Plans,...
Enumération et portée des plans, documents et o...
Conditions d'utilisation des plans, documents e...
Section 3. - Règles relatives au cautionnement.
Sous-section 1. - Constitution du cautionnement.
Sous-section 2. - Défaut de cautionnement.
Sous-section 3. - Droits du pouvoir adjudicateu...
Sous-section 4. - Cautionnement constitué par d...
Sous-section 5. - Libération du cautionnement.
Section 4. - Tierces personnes.
Section 5. - Pluralité de marchés attribués au ...
Section 6. - Réceptions techniques.
Section 7. - Révision des prix.
dans laquelle :
Art.14. § 1. Prix et redevances.
Art.15. § 1. Paiement des travaux.
Art.16. § 1. L'adjudicataire peut se prévaloir ...
Art.17. § 1. L'adjudicataire peut obtenir la re...
Art.18. § 1.- Toute action judiciaire de l'adju...
Section 13. - Fin du marché - Sanctions - Recours.
Art.19. § 1. La réception du marché consiste en...
Art.20. § 1. Adjudicataire en défaut d'exécutio...
Art.21. § 1. Lorsque le marché est confie à une...
Art.22. Si le pouvoir adjudicateur découvre, à ...
Art.23. Le recours au Comité supérieur de Contr...
Section 1. - Marchés de travaux et concessions ...
Section 1. - Marchés de travaux et concessions ...
Sous-section 1. - Détermination du prix.
Art.24. § 1. Travaux à prix global.
Art.25. § 1. L'entrepreneur est censé connaître...
Art.26. § 1. L'entrepreneur assure lui-même la ...
Art.27. § 1. Généralités.
Sous-section 4. - Déroulement des travaux.
Art.28. § 1. Ordre d'exécution et conduite des ...
Art.29. § 1. Interruption des travaux.
Art.30. § 1. L'entrepreneur est tenu d'assurer ...
Art.31. Avant de commencer l'exécution, l'entre...
Art.32. § 1. Mise à disposition de terrains.
Art.33. Si le marché comporte des démolitions, ...
Art.34. L'entrepreneur effectue à ses frais tou...
Sous-section 5. - Personnel de l'entreprise.
Art.35. Le personnel employé par l'entrepreneur...
Art.36. § 1. Qu'elles résultent de la loi ou d'...
Art.37. § 1. Un journal des travaux établi dans...
Sous-section 7. - Responsabilité de l'entrepren...
Art.38. L'entrepreneur présente au pouvoir adju...
Art.39. § 1. L'entrepreneur est responsable de ...
Art.40. Par la réception provisoire, le pouvoir...
Art.41. L'entrepreneur répond vis-à-vis du pouv...
Art.42. § 1. L'entrepreneur est tenu d'apporter...
Sous-section 9. - Fin du marché.
Art.43. § 1. Travaux non susceptibles de récept...
Art.44. § 1. Les modifications résultant des di...
Sous-section 10. - Défaut d'exécution.
Art.45. Sur le soupçon d'une fraude ou d'une ma...
Art.46. L'entrepreneur est considéré en défaut ...
Art.47. Les manquements aux clauses du marché, ...
Art.48. § 1. Généralités.
dans laquelle :
Sous-section 2. - Transfert de propriété.
Art.49. Le fournisseur est censé avoir inclus d...
Sous-section 2. - Transfert de propriété.
Sous-section 3. - Déroulement du marché.
Art.51. Lorsqu'un fournisseur est titulaire de ...
Art.52. § 1. Quantités minimales.
Art.53. § 1. Essais - Les essais et les contrôl...
Art.54. § 1. Les plans, documents et objets, do...
Art.55. § 1. Lieu de livraison.
Modes de réception provisoire.
Sous-section 4. - Fin du marché.
Art.57. § 1. A l'expiration du délai de quinze ...
Art.58. § 1. Toute réception provisoire partiel...
Art.59. § 1. Les plans, dessins, modèles et éch...
Art.60. § 1. Scellement des fournitures emballées.
Art.61. § 1. Si la réception provisoire s'effec...
Art.62. Si, au cours de la vérification d'une f...
Art.63. Dans le délai de garantie fixé par le c...
Art.64. La réception définitive a lieu à l'expi...
Art.65. Sauf cas de force majeure, toute réclam...
Sous-section 5. - Défaut d'exécution - Moyens d...
Sous-section 2. - Correspondance avec le presta...
Art.67. Le prestataire de services est censé av...
Sous-section 2. - Correspondance avec le presta...
Sous-section 3. - Déroulement du marché.
Art.69. § 1. Si, aux termes du cahier spécial d...
Art.70. § 1. Le cahier spécial des charges préc...
Art.71. Les services faisant l'objet du marché ...
Art.72. § 1. Le prestataire de services assume ...
Art.73. § 1. Lorsque, conformément à l'article ...
Tekst (168)
Texte (168)
HOOFDSTUK I. - Gemeenschappelijke bepalingen.
CHAPITRE I. - Clauses communes.
Afdeling 1. - Leiding van en toezicht op de uitvoering.
Section 1. - Direction et contrôle de l'exécution.
Onderafdeling 1. - Leidend ambtenaar.
Sous-section 1. - Fonctionnaire dirigeant.
Article 1. Le fonctionnaire ou toute autre personne chargée de la direction et du contrôle de l'exécution du marché est désigné par le pouvoir adjudicateur lors de la notification du marché, à moins que ce renseignement ne figure déjà dans l'avis de marché ou dans le cahier spécial des charges.
Lorsque la direction et le contrôle de l'exécution sont confiés à un fonctionnaire du pouvoir adjudicateur, toute limite éventuelle à ses pouvoirs est notifiée à l'adjudicataire, à moins qu'elle ne figure dans le cahier spécial des charges.
Lorsque la direction et le contrôle de l'exécution sont confiés à une personne étrangère au pouvoir adjudicateur, la teneur du mandat éventuel de cette personne est précisée dans la notification du marché, à moins qu'elle ne figure dans le cahier spécial des charges.
Dans le présent cahier général des charges, le fonctionnaire ou toute autre personne chargée de diriger et de contrôle l'exécution du marché est dénommée le fonctionnaire dirigeant.
Lorsque la direction et le contrôle de l'exécution sont confiés à un fonctionnaire du pouvoir adjudicateur, toute limite éventuelle à ses pouvoirs est notifiée à l'adjudicataire, à moins qu'elle ne figure dans le cahier spécial des charges.
Lorsque la direction et le contrôle de l'exécution sont confiés à une personne étrangère au pouvoir adjudicateur, la teneur du mandat éventuel de cette personne est précisée dans la notification du marché, à moins qu'elle ne figure dans le cahier spécial des charges.
Dans le présent cahier général des charges, le fonctionnaire ou toute autre personne chargée de diriger et de contrôle l'exécution du marché est dénommée le fonctionnaire dirigeant.
Onderafdeling 2. - Organisatie en draagwijdte van het toezicht.
Sous-section 2. - Organisation et étendue du contrôle.
Art.2. De aanbestedende overheid kan overal toezicht laten houden op de voorbereiding en/of de uitvoering van werken, leveringen en diensten met alle geëigende middelen, in het bijzonder de keuringen. De aannemer is verplicht alle inlichtingen en faciliteiten aan de gemachtigden van de aanbestedende overheid te verstrekken voor het vervullen van hun taak.
De aannemer kan zich op dit toezicht niet beroepen om van zijn aansprakelijkheid te worden ontheven wanneer de werken, leveringen of diensten uit hoofde van een of ander gebrek zouden worden geweigerd.
De aannemer kan zich op dit toezicht niet beroepen om van zijn aansprakelijkheid te worden ontheven wanneer de werken, leveringen of diensten uit hoofde van een of ander gebrek zouden worden geweigerd.
Art.2. Le pouvoir adjudicateur peut faire surveiller partout la préparation et/ou la réalisation des travaux, fournitures et services par tous moyens appropriés, notamment les réceptions techniques. L'adjudicataire est tenu de donner aux délégués du pouvoir adjudicateur tous les renseignements nécessaires et toutes les facilités pour remplir leur mission.
L'adjudicataire ne peut se prévaloir du fait que cette surveillance a été exercée pour prétendre être dégagé de sa responsabilité lorsque les travaux, fournitures ou services sont refusés pour défauts quelconques.
L'adjudicataire ne peut se prévaloir du fait que cette surveillance a été exercée pour prétendre être dégagé de sa responsabilité lorsque les travaux, fournitures ou services sont refusés pour défauts quelconques.
Afdeling 2. - Technische specificaties - Plannen, documenten en voorwerpen.
Section 2. - Spécifications techniques - Plans, documents et objets.
Opsomming en draagwijdte van de plannen, documenten en voorwerpen van de opdracht.
Enumération et portée des plans, documents et objets du marché.
Art.3. § 1. De technische specificaties die op de opdracht toepasselijk zijn, worden aangevuld met mallen, stalen, modellen, types en dergelijke, die hierna de documenten en voorwerpen worden genoemd. Deze documenten en voorwerpen zijn door de aanbestedende overheid gemerkt.
§ 2. De werken, leveringen en diensten moeten in alle opzichten overeenstemmen met de plannen, documenten en voorwerpen die van toepassing zijn op de opdracht. Zelfs bij ontstentenis van contractuele technische specificaties moeten de werken, leveringen en diensten op alle punten aan de regels van goed vakmanschap voldoen.
Indien de werken, leveringen en diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en voor zover het bestek geen tegengestelde bepaling bevat, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het produkt is vervaardigd; de modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.
§ 2. De werken, leveringen en diensten moeten in alle opzichten overeenstemmen met de plannen, documenten en voorwerpen die van toepassing zijn op de opdracht. Zelfs bij ontstentenis van contractuele technische specificaties moeten de werken, leveringen en diensten op alle punten aan de regels van goed vakmanschap voldoen.
Indien de werken, leveringen en diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en voor zover het bestek geen tegengestelde bepaling bevat, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het produkt is vervaardigd; de modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.
Art.3. § 1. Les spécifications techniques rendues applicables au marché sont complétées par des calibres, échantillons, modèles, types et autres éléments similaires, lesquels sont dénommés ci-après documents et objets. Ces documents et objets sont revêtus de la marque du pouvoir adjudicateur.
§ 2. Les travaux, fournitures et services doivent être conformes sous tous les rapports aux plans, métrés, documents et objets applicables au marché. Même en l'absence de spécifications techniques contractuelles, les travaux, fournitures et services doivent répondre en tous points aux règles de l'art.
Si les travaux, fournitures et services sont définis à la fois par des plans, modèles et échantillons et pour autant qu'aucune clause contraire ne figure dans le cahier spécial des charges, les plans déterminent la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matière dont il est constitué; les modèles ne sont considérés que pour le contrôle du fini d'exécution et les échantillons pour la qualité de celle-là.
§ 2. Les travaux, fournitures et services doivent être conformes sous tous les rapports aux plans, métrés, documents et objets applicables au marché. Même en l'absence de spécifications techniques contractuelles, les travaux, fournitures et services doivent répondre en tous points aux règles de l'art.
Si les travaux, fournitures et services sont définis à la fois par des plans, modèles et échantillons et pour autant qu'aucune clause contraire ne figure dans le cahier spécial des charges, les plans déterminent la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matière dont il est constitué; les modèles ne sont considérés que pour le contrôle du fini d'exécution et les échantillons pour la qualité de celle-là.
Voorwaarden voor gebruik van de plannen, documenten en voorwerpen van de opdracht.
Conditions d'utilisation des plans, documents et objets du marché
Art.4. § 1. Plannen, documenten en voorwerpen opgemaakt door de aanbestedende overheid.
1° Gedurende de vijftien kalenderdagen volgend op de dag van de gunning van de opdracht, kan de aannemer zijn stempel of zijn handtekening plaatsen op het bestek en zijn bijlagen alsook op de door de aanbestedende overheid goedgekeurde plannen, documenten en voorwerpen, die met het oog hierop in ter beschikking blijven op de plaatsen en gedurende de uren die in het bestek worden vermeld. De aannemer kan zich in geen geval op het verzuim van deze formaliteit beroepen.
2° De aannemer ontvangt kosteloos een exemplaar van het bestek en zijn bijlagen evenals, zo hij erom vraagt, een kopie van zijn goedgekeurde offerte met haar bijlagen.
De aannemer wordt op zijn verzoek kosteloos in het bezit gesteld van een volledige stel kopies van de plannen die als basis voor de gunning van de opdracht hebben gediend. De aanbestedende overheid is verantwoordelijk voor de overeenstemming van de kopies met de oorspronkelijke plannen.
3° Het bestek vermeldt welke andere documenten en voorwerpen ter beschikking van de aannemer kunnen gesteld worden om zijn werk te vergemakkelijken. Deze documenten en voorwerpen worden slechts geleverd op schriftelijk verzoek van de aannemer en nadat hij het bewijs heeft geleverd dat hij de voorgeschreven borgtocht heeft gesteld. De waarde van die documenten en voorwerpen wordt aan de aannemer medegedeeld.
De documenten en voorwerpen bedoeld in het eerste lid worden binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de datum van de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering van het geheel van de opdracht aan de aanbestedende overheid terugbezorgd.
De aanbestedende overheid kan de documenten en voorwerpen als verloren beschouwen wanneer zij niet binnen de vijftien kalenderdagen na de gestelde datum zijn terugbezorgd en zij kan ze doen vervangen op kosten van de aannemer. De beschadigde documenten en voorwerpen worden eveneens op kosten van de aannemer vervangen of hersteld.
De verzendingskosten heen en terug van de documenten en voorwerpen zijn voor rekening van de aannemer.
De aannemer wordt verondersteld te hebben nagegaan of de dubbels van de documenten en voorwerpen die hem werden bezorgd identiek zijn met die welke als grondslag voor de gunning van de opdracht hebben gediend en die door de aanbestedende overheid ten behoeve van de oplevering van deze opdracht worden bewaard.
De bovenstaande bepalingen zijn eveneens van toepassing wanneer materieel ter beschikking van de aannemer wordt gesteld.
4° De aannemer ontvangt slechts één exemplaar van ieder plan, document of voorwerp gratis, ongeacht het aantal percelen dat hem wordt gegund; hij kan evenmin een gratis exemplaar eisen van de documenten en voorwerpen die hij reeds bezit. Hij kan, voor zover de voorraad strekt, van de bestekken en de plannen die voor de gunning van de opdracht hebben gediend, zoveel exemplaren aankopen als hij wil.
§ 2. Detail- en werktekeningen opgemaakt door de aannemer.
De aannemer maakt op eigen kosten alle detail- en werktekeningen op die hij nodig heeft om de uitvoering van de opdracht tot een goed einde te brengen.
Het bestek bepaalt nader welke tekeningen door de aanbestedende overheid moeten worden goedgekeurd. Deze beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de datum waarop de tekeningen werden voorgelegd om ze goed te keuren of te weigeren. De eventueel verbeterde tekeningen moeten opnieuw aan de aanbestedende overheid worden voorgelegd die over een termijn van vijftien kalenderdagen beschikt om ze goed te keuren, voor zover de gevraagde verbeteringen niet het gevolg zijn van nieuwe eisen vanwege de aanbestedende overheid. (Elke overschrijding van deze termijnen geeft aanleiding tot een evenredige verlenging van de uitvoeringstermijn, tenzij de aanbestedende overheid het bewijs levert dat de werkelijk ten nadele van de aannemer veroorzaakte vertraging van kortere duur is dan de overschrijding van de termijn.) <KB 1999-04-29/46, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
Het bestek vermeldt het aantal exemplaren van de tekeningen dat de aannemer aan de aanbestedende overheid moet ter hand stellen.
Deze tekeningen mogen door de aanbestedende overheid niet worden gereproduceerd noch voor enig ander gebruik worden aangewend. Zij mogen bijgevolg niet aan derden worden medegedeeld.
De bovenstaande beschikkingen zijn ook van toepassing op de andere documenten en voorwerpen die de aannemer opstelt of vervaardigt om de opdracht tot een goed einde te brengen.
§ 3. Merktekens.
Indien het bestek het aanbrengen van een merkteken oplegt, zullen alle tekeningen, documenten en voorwerpen bedoeld in § 2 die ervoor in aanmerking komen het merkteken van de aannemer dragen, op een door de aanbestedende overheid aangewezen plaats.
1° Gedurende de vijftien kalenderdagen volgend op de dag van de gunning van de opdracht, kan de aannemer zijn stempel of zijn handtekening plaatsen op het bestek en zijn bijlagen alsook op de door de aanbestedende overheid goedgekeurde plannen, documenten en voorwerpen, die met het oog hierop in ter beschikking blijven op de plaatsen en gedurende de uren die in het bestek worden vermeld. De aannemer kan zich in geen geval op het verzuim van deze formaliteit beroepen.
2° De aannemer ontvangt kosteloos een exemplaar van het bestek en zijn bijlagen evenals, zo hij erom vraagt, een kopie van zijn goedgekeurde offerte met haar bijlagen.
De aannemer wordt op zijn verzoek kosteloos in het bezit gesteld van een volledige stel kopies van de plannen die als basis voor de gunning van de opdracht hebben gediend. De aanbestedende overheid is verantwoordelijk voor de overeenstemming van de kopies met de oorspronkelijke plannen.
3° Het bestek vermeldt welke andere documenten en voorwerpen ter beschikking van de aannemer kunnen gesteld worden om zijn werk te vergemakkelijken. Deze documenten en voorwerpen worden slechts geleverd op schriftelijk verzoek van de aannemer en nadat hij het bewijs heeft geleverd dat hij de voorgeschreven borgtocht heeft gesteld. De waarde van die documenten en voorwerpen wordt aan de aannemer medegedeeld.
De documenten en voorwerpen bedoeld in het eerste lid worden binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de datum van de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering van het geheel van de opdracht aan de aanbestedende overheid terugbezorgd.
De aanbestedende overheid kan de documenten en voorwerpen als verloren beschouwen wanneer zij niet binnen de vijftien kalenderdagen na de gestelde datum zijn terugbezorgd en zij kan ze doen vervangen op kosten van de aannemer. De beschadigde documenten en voorwerpen worden eveneens op kosten van de aannemer vervangen of hersteld.
De verzendingskosten heen en terug van de documenten en voorwerpen zijn voor rekening van de aannemer.
De aannemer wordt verondersteld te hebben nagegaan of de dubbels van de documenten en voorwerpen die hem werden bezorgd identiek zijn met die welke als grondslag voor de gunning van de opdracht hebben gediend en die door de aanbestedende overheid ten behoeve van de oplevering van deze opdracht worden bewaard.
De bovenstaande bepalingen zijn eveneens van toepassing wanneer materieel ter beschikking van de aannemer wordt gesteld.
4° De aannemer ontvangt slechts één exemplaar van ieder plan, document of voorwerp gratis, ongeacht het aantal percelen dat hem wordt gegund; hij kan evenmin een gratis exemplaar eisen van de documenten en voorwerpen die hij reeds bezit. Hij kan, voor zover de voorraad strekt, van de bestekken en de plannen die voor de gunning van de opdracht hebben gediend, zoveel exemplaren aankopen als hij wil.
§ 2. Detail- en werktekeningen opgemaakt door de aannemer.
De aannemer maakt op eigen kosten alle detail- en werktekeningen op die hij nodig heeft om de uitvoering van de opdracht tot een goed einde te brengen.
Het bestek bepaalt nader welke tekeningen door de aanbestedende overheid moeten worden goedgekeurd. Deze beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de datum waarop de tekeningen werden voorgelegd om ze goed te keuren of te weigeren. De eventueel verbeterde tekeningen moeten opnieuw aan de aanbestedende overheid worden voorgelegd die over een termijn van vijftien kalenderdagen beschikt om ze goed te keuren, voor zover de gevraagde verbeteringen niet het gevolg zijn van nieuwe eisen vanwege de aanbestedende overheid. (Elke overschrijding van deze termijnen geeft aanleiding tot een evenredige verlenging van de uitvoeringstermijn, tenzij de aanbestedende overheid het bewijs levert dat de werkelijk ten nadele van de aannemer veroorzaakte vertraging van kortere duur is dan de overschrijding van de termijn.) <KB 1999-04-29/46, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
Het bestek vermeldt het aantal exemplaren van de tekeningen dat de aannemer aan de aanbestedende overheid moet ter hand stellen.
Deze tekeningen mogen door de aanbestedende overheid niet worden gereproduceerd noch voor enig ander gebruik worden aangewend. Zij mogen bijgevolg niet aan derden worden medegedeeld.
De bovenstaande beschikkingen zijn ook van toepassing op de andere documenten en voorwerpen die de aannemer opstelt of vervaardigt om de opdracht tot een goed einde te brengen.
§ 3. Merktekens.
Indien het bestek het aanbrengen van een merkteken oplegt, zullen alle tekeningen, documenten en voorwerpen bedoeld in § 2 die ervoor in aanmerking komen het merkteken van de aannemer dragen, op een door de aanbestedende overheid aangewezen plaats.
Art.4. § 1. Plans, documents et objets établis par le pouvoir adjudicateur.
1° Pendant quinze jours de calendrier à compter du lendemain du jour de la conclusion du marché, l'adjudicataire peut apposer son cachet ou sa signature sur le cahier spécial des charges et ses annexes ainsi que sur les plans, documents et objets approuvés par le pouvoir adjudicateur, lesquels restent déposés à cet effet aux lieux et pendant les heures indiquées au cahier spécial des charges. L'omission de cette formalité ne peut en aucun cas être invoquée par l'adjudicataire.
2° L'adjudicataire reçoit gratuitement un exemplaire du cahier spécial des charges et de ses annexes ainsi que, s'il le demande, une copie de son offre et de ses annexes approuvées.
Une collection complète de copies des plans qui ont servi de base à la conclusion du marche est transmise gratuitement à sa demande à l'adjudicataire. Le pouvoir adjudicateur est responsable de la conformité de ces copies aux plans originaux.
3° Le cahier spécial des charges mentionne quels sont les autres documents et objets qui peuvent être mis à la disposition de l'adjudicataire pour faciliter son travail. La délivrance de ces documents et objets n'a lieu que sur demande écrite, après que l'adjudicataire a fourni la preuve de la constitution du cautionnement prescrit. La valeur en est indiquée à l'adjudicataire.
Les documents et objets visés au premier alinéa sont restitués au pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier de la date de la notification du procès-verbal de la réception provisoire de l'ensemble du marché.
Le pouvoir adjudicateur peut considérer les documents et objets comme perdus lorsqu'ils ne sont pas restitués dans les quinze jours de calendrier après la date fixée et les faire remplacer aux frais de l'adjudicataire. Les documents et objets détériorés sont également remplacés ou réparés aux frais de l'adjudicataire.
Les frais d'envoi, aller et retour, des documents et objets sont à la charge de l'adjudicataire.
L'adjudicataire est censé avoir vérifié si le double des documents et objets qui lui sont remis est identique à ceux qui ont servi de base à l'attribution du marché, et qui sont conservés par le pouvoir adjudicateur en vue de la réception de ce marché.
Les dispositions qui précèdent sont également d'application lorsque du matériel est mis à la disposition de l'adjudicataire.
4° L'adjudicataire ne peut recevoir gratuitement plus d'un même plan, document ou objet, quel que soit le nombre de lots qui lui sont attribués, ni réclamer gratuitement un exemplaire des documents et objets dont il dispose déjà. Il peut acquérir autant d'exemplaires qu'il le souhaite des plans et cahiers des charges ayant servi à l'attribution du marché, à concurrence du stock disponible.
§ 2. Plans de détail et d'exécution établis par l'adjudicataire.
L'adjudicataire établit à ses frais tous les plans de détail et d'exécution qui lui sont nécessaires pour mener le marché à bonne fin.
Le cahier spécial des charges indique les plans qui doivent être approuvés par le pouvoir adjudicateur, lequel dispose d'un délai de trente jours de calendrier pour l'approbation ou le refus des plans à compter de la date à laquelle ceux-ci lui sont présentés. Les documents éventuellement corrigés doivent être représentés à l'approbation du pouvoir adjudicateur qui dispose d'un délai de quinze jours de calendrier pour leur approbation, pour autant que les corrections demandées ne résultent pas d'exigences nouvelles de sa part. (Tout dépassement de ces délais entraîne une prolongation du délai d'exécution à due concurrence, à moins que le pouvoir adjudicateur ne prouve que le retard réellement causé à l'adjudicataire est inférieur à ce dépassement.) <AR 1999-04-29/46, art. 2, 004; En vigueur : 01-06-1999>
Le nombre d'exemplaires des plans que l'adjudicataire est tenu de fournir au pouvoir adjudicateur est indiqué dans le cahier spécial des charges.
Ces plans ne peuvent être ni reproduits ni employés par le pouvoir adjudicateur pour un autre usage, ni en conséquence, être communiques à des tiers.
Les dispositions qui précèdent sont également d'application aux autres documents et objets que l'adjudicataire établit ou fabrique pour mener à bonne fin l'exécution du marché.
§ 3. Marquages.
Si le cahier spécial des charges l'exige, tous les plans, documents et objets visés au § 2 qui en sont susceptibles portent la marque de l'adjudicataire à un endroit à désigner par le pouvoir adjudicateur.
1° Pendant quinze jours de calendrier à compter du lendemain du jour de la conclusion du marché, l'adjudicataire peut apposer son cachet ou sa signature sur le cahier spécial des charges et ses annexes ainsi que sur les plans, documents et objets approuvés par le pouvoir adjudicateur, lesquels restent déposés à cet effet aux lieux et pendant les heures indiquées au cahier spécial des charges. L'omission de cette formalité ne peut en aucun cas être invoquée par l'adjudicataire.
2° L'adjudicataire reçoit gratuitement un exemplaire du cahier spécial des charges et de ses annexes ainsi que, s'il le demande, une copie de son offre et de ses annexes approuvées.
Une collection complète de copies des plans qui ont servi de base à la conclusion du marche est transmise gratuitement à sa demande à l'adjudicataire. Le pouvoir adjudicateur est responsable de la conformité de ces copies aux plans originaux.
3° Le cahier spécial des charges mentionne quels sont les autres documents et objets qui peuvent être mis à la disposition de l'adjudicataire pour faciliter son travail. La délivrance de ces documents et objets n'a lieu que sur demande écrite, après que l'adjudicataire a fourni la preuve de la constitution du cautionnement prescrit. La valeur en est indiquée à l'adjudicataire.
Les documents et objets visés au premier alinéa sont restitués au pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier de la date de la notification du procès-verbal de la réception provisoire de l'ensemble du marché.
Le pouvoir adjudicateur peut considérer les documents et objets comme perdus lorsqu'ils ne sont pas restitués dans les quinze jours de calendrier après la date fixée et les faire remplacer aux frais de l'adjudicataire. Les documents et objets détériorés sont également remplacés ou réparés aux frais de l'adjudicataire.
Les frais d'envoi, aller et retour, des documents et objets sont à la charge de l'adjudicataire.
L'adjudicataire est censé avoir vérifié si le double des documents et objets qui lui sont remis est identique à ceux qui ont servi de base à l'attribution du marché, et qui sont conservés par le pouvoir adjudicateur en vue de la réception de ce marché.
Les dispositions qui précèdent sont également d'application lorsque du matériel est mis à la disposition de l'adjudicataire.
4° L'adjudicataire ne peut recevoir gratuitement plus d'un même plan, document ou objet, quel que soit le nombre de lots qui lui sont attribués, ni réclamer gratuitement un exemplaire des documents et objets dont il dispose déjà. Il peut acquérir autant d'exemplaires qu'il le souhaite des plans et cahiers des charges ayant servi à l'attribution du marché, à concurrence du stock disponible.
§ 2. Plans de détail et d'exécution établis par l'adjudicataire.
L'adjudicataire établit à ses frais tous les plans de détail et d'exécution qui lui sont nécessaires pour mener le marché à bonne fin.
Le cahier spécial des charges indique les plans qui doivent être approuvés par le pouvoir adjudicateur, lequel dispose d'un délai de trente jours de calendrier pour l'approbation ou le refus des plans à compter de la date à laquelle ceux-ci lui sont présentés. Les documents éventuellement corrigés doivent être représentés à l'approbation du pouvoir adjudicateur qui dispose d'un délai de quinze jours de calendrier pour leur approbation, pour autant que les corrections demandées ne résultent pas d'exigences nouvelles de sa part. (Tout dépassement de ces délais entraîne une prolongation du délai d'exécution à due concurrence, à moins que le pouvoir adjudicateur ne prouve que le retard réellement causé à l'adjudicataire est inférieur à ce dépassement.) <AR 1999-04-29/46, art. 2, 004; En vigueur : 01-06-1999>
Le nombre d'exemplaires des plans que l'adjudicataire est tenu de fournir au pouvoir adjudicateur est indiqué dans le cahier spécial des charges.
Ces plans ne peuvent être ni reproduits ni employés par le pouvoir adjudicateur pour un autre usage, ni en conséquence, être communiques à des tiers.
Les dispositions qui précèdent sont également d'application aux autres documents et objets que l'adjudicataire établit ou fabrique pour mener à bonne fin l'exécution du marché.
§ 3. Marquages.
Si le cahier spécial des charges l'exige, tous les plans, documents et objets visés au § 2 qui en sont susceptibles portent la marque de l'adjudicataire à un endroit à désigner par le pouvoir adjudicateur.
Afdeling 3. - Regels betreffende de borgtocht.
Section 3. - Règles relatives au cautionnement.
Onderafdeling 1. - (Borgstelling).
Sous-section 1. - Constitution du cautionnement.
Art.5. § 1. Bedrag van de borgtocht.
De borgtocht dient als onderpand voor het nakomen van de verplichtingen van de aannemer tot de opdracht volledig is uitgevoerd. Zij wordt bepaald op 5 percent van de oorspronkelijke aannemingssom.
(De berekeningsbasis van de borgtocht van de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen en diensten die geen totale prijs vermelden, wordt vastgelegd in de documenten betreffende de opdracht. Zoniet stemt de berekeningsbasis overeen met het geraamde maandelijkse bedrag van de opdracht vermenigvuldigd met zes.) <KB 2001-07-04/32, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
Het aldus bekomen bedrag wordt (naar het hoger tiental in euro) afgerond. <KB 2000-07-20/50, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Worden evenzo afgerond, de aanvullende bedragen in speciën van de gedeeltelijk in publieke fondsen gestelde borgtocht, alsmede de gedeeltelijke terugbetalingen van de borgtocht overeenkomstig de opdracht.
Tenzij het bestek het anders bepaalt, wordt geen borgtocht geëist :
1° voor de opdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten waarvan de uitvoeringstermijn dertig kalenderdagen niet overschrijdt;
2° voor de opdrachten voor aanneming van diensten in de zin van de categorieën 6, 21, 24 en 25 van bijlage 2 van de wet.
§ 2. Aard van de borgtocht.
Overeenkomstig de wets- en reglementsbepalingen kan de borgtocht hetzij in speciën of publieke fondsen, hetzij onder de vorm van een gezamenlijke (borgstelling) (...) worden gesteld. <KB 2001-07-04/32, art. 1 en 4, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
(De borgtocht kan eveneens worden gesteld via een waarborg toegestaan door een kredietinstelling die voldoet aan de voorschriften van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen of door een verzekeringsonderneming die voldoet aan de voorschriften van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en die toegelaten is tot tak 15 (borgtocht)) <KB 2001-07-04/32, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
(§ 3. Borgstelling en bewijs van borgstelling.
De borgtocht moet door de aannemer of door een derde gesteld worden binnen dertig kalenderdagen volgend op de dag van de gunning van de opdracht, tenzij het bestek in een langere termijn voorziet.
Binnen deze termijn stelt de aannemer de borgtocht op een van de volgende wijzen :
1° wanneer de borgtocht in speciën wordt gesteld, door storting van het bedrag op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas of van een openbare instelling die een functie vervult die gelijkaardig is met die van genoemde Kas, hierna genoemd openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
2° wanneer de borgtocht uit publieke fondsen bestaat, door neerlegging van deze voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas in handen van de Rijkskassier op de zetel van de Nationale Bank te Brussel of bij een van haar provinciale agentschappen of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
3° wanneer de borgtocht gedekt wordt door een gezamenlijke borgtochtmaatschappij, door neerlegging via een instelling die deze activiteit wettelijk uitoefent, van een akte van solidaire borg bij de Deposito- en Consignatiekas of bij een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
4° wanneer de borgtocht gesteld wordt door middel van een waarborg, door de verbintenisakte van de kredietinstelling of van de verzekeringsonderneming.
Het bewijs wordt geleverd naar gelang van het geval door overlegging aan de aanbestedende overheid van :
1° hetzij het ontvangstbewijs van de Deposito- en Consignatiekas of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
2° hetzij het debetbericht van de kredietinstelling of van de verzekeringsonderneming;
3° hetzij het deposito-attest van de Rijkskassier of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
4° hetzij de originele akte van solidaire borg, geviseerd door de Deposito- en Consignatiekas of een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
5° hetzij het origineel van de verbintenisakte opgemaakt door de kredietinstelling of de verzekeringsonderneming die een waarborg heeft toegestaan.
Deze documenten, ondertekend door de deponent, vermelden waarvoor de borgtocht werd gesteld en de precieze bestemming, bestaande uit de beknopte gegevens betreffende de opdracht en verwijzing naar het bestek, alsmede de naam, de voornamen en het volledige adres van de aannemer en eventueel deze van de derde die voor rekening van de aannemer het deposito heeft verricht, met de vermelding " geldschieter " of " gemachtigde ", naar gelang van het geval.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de sluitingsperiode van de onderneming van de aannemer voor de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen die op reglementaire wijze of in een algemeen bindende collectieve arbeidsovereenkomst werden bepaald. Indien het bestek dit vereist, dienen deze periodes te worden vermeld en bewezen in de offerte of dienen zij, van zodra zij bekend zijn, onmiddellijk te worden medegedeeld aan de aanbestedende overheid.) <KB 2001-07-04/32, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
§ 4. Aanpassing van de borgtocht.
Wanneer de borgtocht door om het even welke reden niet meer aangepast is, met name als gevolg van de ambtshalve afhoudingen door de aanbestedende overheid, de bijkomende prestaties of de door de aanbestedende overheid besloten wijzigingen, welke het oorspronkelijk bedrag van de opdracht zonder belasting op de toegevoegde waarde met meer dan 20 percent doen af- of toenemen, dient de borgtocht te worden aangevuld ten belope van het vroegere bedrag of te worden aangepast.
Wanneer de borgtocht niet meer integraal is gesteld en de aannemer nalaat het ontbrekende aan te vullen, kan de aanbestedende overheid van de te betalen bedragen een som, gelijk aan het ontbrekende afhouden en deze aanwenden om de borgtocht terug aan te vullen te stellen.
De borgtocht dient als onderpand voor het nakomen van de verplichtingen van de aannemer tot de opdracht volledig is uitgevoerd. Zij wordt bepaald op 5 percent van de oorspronkelijke aannemingssom.
(De berekeningsbasis van de borgtocht van de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen en diensten die geen totale prijs vermelden, wordt vastgelegd in de documenten betreffende de opdracht. Zoniet stemt de berekeningsbasis overeen met het geraamde maandelijkse bedrag van de opdracht vermenigvuldigd met zes.) <KB 2001-07-04/32, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
Het aldus bekomen bedrag wordt (naar het hoger tiental in euro) afgerond. <KB 2000-07-20/50, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Worden evenzo afgerond, de aanvullende bedragen in speciën van de gedeeltelijk in publieke fondsen gestelde borgtocht, alsmede de gedeeltelijke terugbetalingen van de borgtocht overeenkomstig de opdracht.
Tenzij het bestek het anders bepaalt, wordt geen borgtocht geëist :
1° voor de opdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten waarvan de uitvoeringstermijn dertig kalenderdagen niet overschrijdt;
2° voor de opdrachten voor aanneming van diensten in de zin van de categorieën 6, 21, 24 en 25 van bijlage 2 van de wet.
§ 2. Aard van de borgtocht.
Overeenkomstig de wets- en reglementsbepalingen kan de borgtocht hetzij in speciën of publieke fondsen, hetzij onder de vorm van een gezamenlijke (borgstelling) (...) worden gesteld. <KB 2001-07-04/32, art. 1 en 4, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
(De borgtocht kan eveneens worden gesteld via een waarborg toegestaan door een kredietinstelling die voldoet aan de voorschriften van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen of door een verzekeringsonderneming die voldoet aan de voorschriften van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en die toegelaten is tot tak 15 (borgtocht)) <KB 2001-07-04/32, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
(§ 3. Borgstelling en bewijs van borgstelling.
De borgtocht moet door de aannemer of door een derde gesteld worden binnen dertig kalenderdagen volgend op de dag van de gunning van de opdracht, tenzij het bestek in een langere termijn voorziet.
Binnen deze termijn stelt de aannemer de borgtocht op een van de volgende wijzen :
1° wanneer de borgtocht in speciën wordt gesteld, door storting van het bedrag op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas of van een openbare instelling die een functie vervult die gelijkaardig is met die van genoemde Kas, hierna genoemd openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
2° wanneer de borgtocht uit publieke fondsen bestaat, door neerlegging van deze voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas in handen van de Rijkskassier op de zetel van de Nationale Bank te Brussel of bij een van haar provinciale agentschappen of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
3° wanneer de borgtocht gedekt wordt door een gezamenlijke borgtochtmaatschappij, door neerlegging via een instelling die deze activiteit wettelijk uitoefent, van een akte van solidaire borg bij de Deposito- en Consignatiekas of bij een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
4° wanneer de borgtocht gesteld wordt door middel van een waarborg, door de verbintenisakte van de kredietinstelling of van de verzekeringsonderneming.
Het bewijs wordt geleverd naar gelang van het geval door overlegging aan de aanbestedende overheid van :
1° hetzij het ontvangstbewijs van de Deposito- en Consignatiekas of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
2° hetzij het debetbericht van de kredietinstelling of van de verzekeringsonderneming;
3° hetzij het deposito-attest van de Rijkskassier of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
4° hetzij de originele akte van solidaire borg, geviseerd door de Deposito- en Consignatiekas of een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
5° hetzij het origineel van de verbintenisakte opgemaakt door de kredietinstelling of de verzekeringsonderneming die een waarborg heeft toegestaan.
Deze documenten, ondertekend door de deponent, vermelden waarvoor de borgtocht werd gesteld en de precieze bestemming, bestaande uit de beknopte gegevens betreffende de opdracht en verwijzing naar het bestek, alsmede de naam, de voornamen en het volledige adres van de aannemer en eventueel deze van de derde die voor rekening van de aannemer het deposito heeft verricht, met de vermelding " geldschieter " of " gemachtigde ", naar gelang van het geval.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de sluitingsperiode van de onderneming van de aannemer voor de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen die op reglementaire wijze of in een algemeen bindende collectieve arbeidsovereenkomst werden bepaald. Indien het bestek dit vereist, dienen deze periodes te worden vermeld en bewezen in de offerte of dienen zij, van zodra zij bekend zijn, onmiddellijk te worden medegedeeld aan de aanbestedende overheid.) <KB 2001-07-04/32, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
§ 4. Aanpassing van de borgtocht.
Wanneer de borgtocht door om het even welke reden niet meer aangepast is, met name als gevolg van de ambtshalve afhoudingen door de aanbestedende overheid, de bijkomende prestaties of de door de aanbestedende overheid besloten wijzigingen, welke het oorspronkelijk bedrag van de opdracht zonder belasting op de toegevoegde waarde met meer dan 20 percent doen af- of toenemen, dient de borgtocht te worden aangevuld ten belope van het vroegere bedrag of te worden aangepast.
Wanneer de borgtocht niet meer integraal is gesteld en de aannemer nalaat het ontbrekende aan te vullen, kan de aanbestedende overheid van de te betalen bedragen een som, gelijk aan het ontbrekende afhouden en deze aanwenden om de borgtocht terug aan te vullen te stellen.
Art.5. § 1. Montant du cautionnement.
Le cautionnement répond des obligations de l'adjudicataire jusqu'à complète exécution du marché. Il est fixé à 5 pour cent du montant initial du marché.
(L'assiette du cautionnement des marchés de fournitures et de services à conclure sans indication d'un prix total est fixée dans les documents du marche. A défaut, l'assiette correspond au montant mensuel estimé du marché multiplié par six.) <AR 2001-07-04/32, art. 1, 006; En vigueur : 10-07-2001>
Le montant ainsi obtenu est arrondi (à la dizaine d'euros supérieure). <AR 2000-07-20/50, art. 6, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Sont pareillement arrondis, les compléments en numéraire du cautionnement constitué partiellement en fonds publics, ainsi que les remboursements partiels effectués conformément au marché.
A moins que le cahier spécial des charges n'en dispose autrement, il n'est pas exigé de cautionnement :
1° pour les marchés de fournitures et de services dont le délai d'exécution ne dépasse pas trente jours de calendrier;
2° pour les marchés de services au sens des catégories 6, 21, 24 et 25 de l'annexe 2 de la loi.
§ 2. Nature du cautionnement.
Le cautionnement peut être constitué conformément aux dispositions légales et réglementaires en la matière, soit en numéraire ou en fonds publics, soit sous forme de cautionnement collectif (...). <AR 2001-07-04/32, art. 1, 006; En vigueur : 10-07-2001>
(Il peut être également constitué par une garantie accordée par un établissement de crédit satisfaisant au prescrit de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit ou par une entreprise d'assurances satisfaisant au prescrit de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances et agréée pour la branche 15 (caution)) <AR 2001-07-04/32, art. 1, 006; En vigueur : 10-07-2001>
(§ 3. Constitution du cautionnement et justification de cette constitution.
Le cautionnement doit être constitué par l'adjudicataire ou par un tiers dans les trente jours de calendrier suivant le jour de la conclusion du marché, sauf si le cahier spécial des charges prévoit un délai plus long.
L'adjudicataire constitue le cautionnement dans ce délai de l'une des façons suivantes :
1° lorsqu'il s'agit de numéraire, par le virement du montant au numéro de compte de la Caisse des Dépôts et Consignations ou d'un organisme public remplissant une fonction similaire à celle de ladite Caisse, ci-après dénommé organisme public remplissant une fonction similaire;
2° lorsqu'il s'agit de fonds publics, par le dépôt de ceux-ci entre les mains du caissier de l'Etat au siège de la Banque nationale à Bruxelles ou dans l'une de ses agences en province, pour compte de la Caisse des Dépôts et Consignations, ou d'un organisme public remplissant une fonction similaire;
3° lorsqu'il s'agit d'un cautionnement collectif, par le dépôt par une société exerçant légalement cette activité, d'un acte de caution solidaire auprès de la Caisse des Dépôts et Consignations ou d'un organisme public remplissant une fonction similaire;
4° lorsqu'il s'agit d'une garantie, par l'acte d'engagement de l'établissement de crédit ou de l'entreprise d'assurances.
La justification se donne selon le cas par la production au pouvoir adjudicateur :
1° soit du récépissé de dépôt de la Caisse des Dépôts et Consignations ou d'un organisme public remplissant une fonction similaire;
2° soit d'un avis de débit remis par l'établissement de crédit ou l'entreprise d'assurances;
3° soit de la reconnaissance de dépôt délivrée par le caissier de l'Etat ou par un organisme public remplissant une fonction similaire;
4° soit de l'original de l'acte de caution solidaire visé par la Caisse des Dépôts et Consignations ou par un organisme public remplissant une fonction similaire;
5° soit de l'original de l'acte d'engagement établi par l'établissement de crédit ou l'entreprise d'assurances accordant une garantie.
Ces documents, signés par le déposant, indiquent au profit de qui le cautionnement est constitué, son affectation précise par l'indication sommaire de l'objet du marché et de la référence du cahier spécial des charges, ainsi que le nom, prénom et l'adresse complète de l'adjudicataire et éventuellement, du tiers qui a effectué le dépôt pour compte, avec la mention " bailleur de fonds " ou " mandataire " suivant le cas.
Le délai visé à l'alinéa 1er est suspendu pendant la période de fermeture de l'entreprise de l'adjudicataire pour les jours de vacances annuelles payées et les jours de repos compensatoire prévus par voie réglementaire ou dans une convention collective de travail obligatoire. Si le cahier spécial des charges l'exige, ces périodes doivent être mentionnées et prouvées dans l'offre ou être immédiatement communiquées au pouvoir adjudicateur dès qu'elles sont connues.) <AR 2001-07-04/32, art. 1, 006; En vigueur : 10-07-2001>
§ 4. Adaptation du cautionnement.
Lorsque le cautionnement devient inadapté pour quelque cause que ce soit, notamment à la suite de prélèvements d'office, de prestations supplémentaires ou de modifications décidées par le pouvoir adjudicateur et augmentant ou diminuant de plus de 20 pour cent le montant initial du marché hors taxe sur la valeur ajoutée, le cautionnement doit être reconstitué ou adapté.
Lorsque le cautionnement a cessé d'être intégralement constitué et que l'adjudicataire demeure en défaut de combler le déficit, le pouvoir adjudicateur peut opérer une retenue égale au montant de celui-ci sur les paiements à faire et l'affecter à la reconstitution du cautionnement.
Le cautionnement répond des obligations de l'adjudicataire jusqu'à complète exécution du marché. Il est fixé à 5 pour cent du montant initial du marché.
(L'assiette du cautionnement des marchés de fournitures et de services à conclure sans indication d'un prix total est fixée dans les documents du marche. A défaut, l'assiette correspond au montant mensuel estimé du marché multiplié par six.) <AR 2001-07-04/32, art. 1, 006; En vigueur : 10-07-2001>
Le montant ainsi obtenu est arrondi (à la dizaine d'euros supérieure). <AR 2000-07-20/50, art. 6, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Sont pareillement arrondis, les compléments en numéraire du cautionnement constitué partiellement en fonds publics, ainsi que les remboursements partiels effectués conformément au marché.
A moins que le cahier spécial des charges n'en dispose autrement, il n'est pas exigé de cautionnement :
1° pour les marchés de fournitures et de services dont le délai d'exécution ne dépasse pas trente jours de calendrier;
2° pour les marchés de services au sens des catégories 6, 21, 24 et 25 de l'annexe 2 de la loi.
§ 2. Nature du cautionnement.
Le cautionnement peut être constitué conformément aux dispositions légales et réglementaires en la matière, soit en numéraire ou en fonds publics, soit sous forme de cautionnement collectif (...). <AR 2001-07-04/32, art. 1, 006; En vigueur : 10-07-2001>
(Il peut être également constitué par une garantie accordée par un établissement de crédit satisfaisant au prescrit de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit ou par une entreprise d'assurances satisfaisant au prescrit de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances et agréée pour la branche 15 (caution)) <AR 2001-07-04/32, art. 1, 006; En vigueur : 10-07-2001>
(§ 3. Constitution du cautionnement et justification de cette constitution.
Le cautionnement doit être constitué par l'adjudicataire ou par un tiers dans les trente jours de calendrier suivant le jour de la conclusion du marché, sauf si le cahier spécial des charges prévoit un délai plus long.
L'adjudicataire constitue le cautionnement dans ce délai de l'une des façons suivantes :
1° lorsqu'il s'agit de numéraire, par le virement du montant au numéro de compte de la Caisse des Dépôts et Consignations ou d'un organisme public remplissant une fonction similaire à celle de ladite Caisse, ci-après dénommé organisme public remplissant une fonction similaire;
2° lorsqu'il s'agit de fonds publics, par le dépôt de ceux-ci entre les mains du caissier de l'Etat au siège de la Banque nationale à Bruxelles ou dans l'une de ses agences en province, pour compte de la Caisse des Dépôts et Consignations, ou d'un organisme public remplissant une fonction similaire;
3° lorsqu'il s'agit d'un cautionnement collectif, par le dépôt par une société exerçant légalement cette activité, d'un acte de caution solidaire auprès de la Caisse des Dépôts et Consignations ou d'un organisme public remplissant une fonction similaire;
4° lorsqu'il s'agit d'une garantie, par l'acte d'engagement de l'établissement de crédit ou de l'entreprise d'assurances.
La justification se donne selon le cas par la production au pouvoir adjudicateur :
1° soit du récépissé de dépôt de la Caisse des Dépôts et Consignations ou d'un organisme public remplissant une fonction similaire;
2° soit d'un avis de débit remis par l'établissement de crédit ou l'entreprise d'assurances;
3° soit de la reconnaissance de dépôt délivrée par le caissier de l'Etat ou par un organisme public remplissant une fonction similaire;
4° soit de l'original de l'acte de caution solidaire visé par la Caisse des Dépôts et Consignations ou par un organisme public remplissant une fonction similaire;
5° soit de l'original de l'acte d'engagement établi par l'établissement de crédit ou l'entreprise d'assurances accordant une garantie.
Ces documents, signés par le déposant, indiquent au profit de qui le cautionnement est constitué, son affectation précise par l'indication sommaire de l'objet du marché et de la référence du cahier spécial des charges, ainsi que le nom, prénom et l'adresse complète de l'adjudicataire et éventuellement, du tiers qui a effectué le dépôt pour compte, avec la mention " bailleur de fonds " ou " mandataire " suivant le cas.
Le délai visé à l'alinéa 1er est suspendu pendant la période de fermeture de l'entreprise de l'adjudicataire pour les jours de vacances annuelles payées et les jours de repos compensatoire prévus par voie réglementaire ou dans une convention collective de travail obligatoire. Si le cahier spécial des charges l'exige, ces périodes doivent être mentionnées et prouvées dans l'offre ou être immédiatement communiquées au pouvoir adjudicateur dès qu'elles sont connues.) <AR 2001-07-04/32, art. 1, 006; En vigueur : 10-07-2001>
§ 4. Adaptation du cautionnement.
Lorsque le cautionnement devient inadapté pour quelque cause que ce soit, notamment à la suite de prélèvements d'office, de prestations supplémentaires ou de modifications décidées par le pouvoir adjudicateur et augmentant ou diminuant de plus de 20 pour cent le montant initial du marché hors taxe sur la valeur ajoutée, le cautionnement doit être reconstitué ou adapté.
Lorsque le cautionnement a cessé d'être intégralement constitué et que l'adjudicataire demeure en défaut de combler le déficit, le pouvoir adjudicateur peut opérer une retenue égale au montant de celui-ci sur les paiements à faire et l'affecter à la reconstitution du cautionnement.
Onderafdeling 2. - Verzuim van (borgstelling).
Sous-section 2. - Défaut de cautionnement.
Art.6. <KB 2001-07-04/32, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001> § 1. Wanneer de aannemer, binnen de termijn bedoeld in artikel 5, § 3, eerste lid, het bewijs niet overlegt dat de borgtocht werd gesteld, geeft deze vertraging van rechtswege en zonder ingebrekestelling aanleiding tot het toepassen van een straf van 0,02 % van de oorspronkelijke aannemingssom per dag vertraging. De volledige straf mag niet hoger zijn dan 2 % van de oorspronkelijke aannemingssom.
§ 2. Wanneer de aannemer, na ingebrekestelling bij een ter post aangetekende brief, het bewijs van de borgstelling niet kan overleggen binnen een laatste termijn van vijftien dagen vanaf de verzendingsdatum van het aangetekend schrijven, kan de aanbestedende overheid :
1° hetzij overgaan tot een borgstelling van ambtswege via afhoudingen van de op de beschouwde opdracht verschuldigde bedragen; in dat geval wordt de straf forfaitair vastgelegd op 2 % van de oorspronkelijke aannemingssom;
2° hetzij de maatregelen van ambtswege toepassen. In elk geval sluit de verbreking van de opdracht op deze basis de toepassing van straffen of boetes wegens laattijdige uitvoering uit.
§ 3. De tekortkomingen inzake de bepalingen van de opdracht betreffende borgstelling geven geen aanleiding tot het opmaken van het proces-verbaal bepaald in artikel 20, § 2.
§ 2. Wanneer de aannemer, na ingebrekestelling bij een ter post aangetekende brief, het bewijs van de borgstelling niet kan overleggen binnen een laatste termijn van vijftien dagen vanaf de verzendingsdatum van het aangetekend schrijven, kan de aanbestedende overheid :
1° hetzij overgaan tot een borgstelling van ambtswege via afhoudingen van de op de beschouwde opdracht verschuldigde bedragen; in dat geval wordt de straf forfaitair vastgelegd op 2 % van de oorspronkelijke aannemingssom;
2° hetzij de maatregelen van ambtswege toepassen. In elk geval sluit de verbreking van de opdracht op deze basis de toepassing van straffen of boetes wegens laattijdige uitvoering uit.
§ 3. De tekortkomingen inzake de bepalingen van de opdracht betreffende borgstelling geven geen aanleiding tot het opmaken van het proces-verbaal bepaald in artikel 20, § 2.
Art.6. <AR 2001-07-04/32, art. 2, 006; En vigueur : 10-07-2001> § 1er. Lorsque l'adjudicataire ne produit pas dans le délai prévu à l'article 5, § 3, alinéa 1er, la preuve de la constitution du cautionnement, ce retard donne lieu de plein droit et sans mise en demeure à l'application d'une pénalité de 0,02 % du montant initial du marché par jour de retard. La pénalité totale ne peut dépasser 2 % du montant initial du marché.
§ 2. Lorsqu'après mise en demeure par lettre recommandée à la poste, l'adjudicataire reste en défaut de produire la preuve de la constitution du cautionnement dans un dernier délai de quinze jours prenant cours à la date d'envoi de la lettre recommandée, le pouvoir adjudicateur peut :
1° soit constituer le cautionnement d'office par prélèvement sur les sommes dues pour le marché considéré; dans ce cas, la pénalité est forfaitairement fixée à 2 % du montant initial du marché;
2° soit appliquer les mesures d'office. En toute hypothèse, la résiliation du marché pour ce motif exclut l'application de pénalités ou d'amendes pour retard.
§ 3. Les manquements aux clauses du marché relatives au cautionnement ne donnent pas lieu à l'établissement du procès-verbal prévu à l'article 20, § 2.
§ 2. Lorsqu'après mise en demeure par lettre recommandée à la poste, l'adjudicataire reste en défaut de produire la preuve de la constitution du cautionnement dans un dernier délai de quinze jours prenant cours à la date d'envoi de la lettre recommandée, le pouvoir adjudicateur peut :
1° soit constituer le cautionnement d'office par prélèvement sur les sommes dues pour le marché considéré; dans ce cas, la pénalité est forfaitairement fixée à 2 % du montant initial du marché;
2° soit appliquer les mesures d'office. En toute hypothèse, la résiliation du marché pour ce motif exclut l'application de pénalités ou d'amendes pour retard.
§ 3. Les manquements aux clauses du marché relatives au cautionnement ne donnent pas lieu à l'établissement du procès-verbal prévu à l'article 20, § 2.
Onderafdeling 3. - Rechten van de aanbestedende overheid op de borgtocht.
Sous-section 3. - Droits du pouvoir adjudicateur sur le cautionnement.
Art.7. Bij vertraging wegens laattijdige uitvoering of bij gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van de opdracht, zelfs bij ontbinding of verbreking ervan, houdt de aanbestedende overheid van ambtswege de sommen die haar toekomen van de borgtocht af.
Art.7. En cas de retard dans l'exécution ou en cas d'inexécution totale ou partielle du marché, même lorsqu'il y a résolution ou résiliation du marché, le pouvoir adjudicateur prélève d'office sur le cautionnement les sommes qui lui reviennent.
Onderafdeling 4. - Door derden gestelde borgtocht.
Sous-section 4. - Cautionnement constitué par des tiers.
Art.8. Telkens de borgtocht door een derde wordt gesteld is deze, onverminderd de bepalingen van artikel 7, solidair borg en gebonden door elke gerechtelijke beslissing die naar aanleiding van om het even welke betwisting omtrent het bestaan, de interpretatie of de uitvoering van de opdracht wordt genomen, op voorwaarde dat hem van die betwisting in de hierna omschreven vorm kennis werd gegeven; de beslissing heeft voor hem kracht van gewijsde.
De bedoelde kennisgeving wordt door de aanbestedende overheid per deurwaardersexploot gedaan binnen de termijn die voor het verschijnen op de rechtszitting is gesteld. De derde kan tussenkomen zo hij het wenselijk acht.
De derde die de borgtocht heeft gesteld of waarborgt, wordt op zijn schriftelijk verzoek en alleen ter inlichting op de hoogte gehouden van elk proces-verbaal of iedere mededeling waarbij de aannemer in kennis wordt gesteld dat de werken, leveringen of diensten worden geweigerd of dat maatregelen van ambtswege worden toegepast.
De bedoelde kennisgeving wordt door de aanbestedende overheid per deurwaardersexploot gedaan binnen de termijn die voor het verschijnen op de rechtszitting is gesteld. De derde kan tussenkomen zo hij het wenselijk acht.
De derde die de borgtocht heeft gesteld of waarborgt, wordt op zijn schriftelijk verzoek en alleen ter inlichting op de hoogte gehouden van elk proces-verbaal of iedere mededeling waarbij de aannemer in kennis wordt gesteld dat de werken, leveringen of diensten worden geweigerd of dat maatregelen van ambtswege worden toegepast.
Art.8. Dans tous les cas ou le cautionnement est constitué par un tiers, celui-ci est caution solidaire et, sans préjudice des dispositions de l'article 7, est lié par toute décision judiciaire intervenant à la suite d'une contestation quelconque relative à l'existence, l'interprétation ou l'exécution du marche pourvu que cette contestation lui ait été signifiée dans la forme indiquée ci-après; la décision à force de chose jugée envers lui.
La signification par le pouvoir adjudicateur s'opère par exploit d'huissier dans le délai fixé pour la comparution à l'audience. Le tiers peut intervenir s'il le juge opportun.
Le tiers qui constitue ou garantit le cautionnement est sur sa demande écrite, mis au courant à simple titre d'information de tout procès-verbal ou de toute communication notifiant à l'adjudicataire le refus des travaux, fournitures ou services ou l'application de mesures d'office.
La signification par le pouvoir adjudicateur s'opère par exploit d'huissier dans le délai fixé pour la comparution à l'audience. Le tiers peut intervenir s'il le juge opportun.
Le tiers qui constitue ou garantit le cautionnement est sur sa demande écrite, mis au courant à simple titre d'information de tout procès-verbal ou de toute communication notifiant à l'adjudicataire le refus des travaux, fournitures ou services ou l'application de mesures d'office.
Onderafdeling 5. - Vrijgave van de borgtocht.
Sous-section 5. - Libération du cautionnement.
Art.9. § 1. Voor de opdrachten voor aanneming van werken wordt, ingeval van twee opleveringen, een voorlopige en een definitieve, de borgtocht bij helften vrijgegeven : de ene helft na de voorlopige oplevering van de gehele opdracht, de andere helft na de definitieve oplevering, na aftrek van de sommen die de aannemer eventueel aan de aanbestedende overheid verschuldigd is.
Indien geen voorlopige oplevering is voorzien wordt de borgtocht ineens na de definitieve oplevering vrijgegeven.
§ 2. Voor de opdrachten voor aanneming van leveringen of van diensten kan de borgtocht ineens na de voorlopige oplevering van de gezamenlijke leveringen of diensten worden vrijgegeven, tenzij het bestek het anders bepaalt.
(§ 3. In alle gevallen stuurt de aannemer het verzoek om totale of gedeeltelijke vrijgave van de borgtocht naar de aanbestedende overheid. In de mate dat de borgtocht kan worden vrijgegeven verleent de aanbestedende overheid, binnen vijftien kalenderdagen na de dag waarop het verzoek wordt ontvangen, handlichting aan de Deposito- en Consignatiekas, aan de openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult, aan de kredietinstelling of aan de verzekeringsonderneming. Na deze termijn heeft de aannemer recht op de betaling :
1° hetzij van een intrest berekend overeenkomstig artikel 15, § 4, op de neergelegde bedragen, in geval van storting in speciën of publieke fondsen, eventueel verminderd met de gestorte intrest door de Deposito- en Consignatiekas of door een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult. De aanvraag tot teruggave van de borgtocht geldt, in dat geval, als schuldvordering voor de betaling van deze intrest;
2° hetzij van de gemaakte kosten voor het behoud van de borgstelling, in geval van collectieve (borgstelling) of van een waarborg toegestaan door een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming.) <KB 2001-07-04/32, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
Indien geen voorlopige oplevering is voorzien wordt de borgtocht ineens na de definitieve oplevering vrijgegeven.
§ 2. Voor de opdrachten voor aanneming van leveringen of van diensten kan de borgtocht ineens na de voorlopige oplevering van de gezamenlijke leveringen of diensten worden vrijgegeven, tenzij het bestek het anders bepaalt.
(§ 3. In alle gevallen stuurt de aannemer het verzoek om totale of gedeeltelijke vrijgave van de borgtocht naar de aanbestedende overheid. In de mate dat de borgtocht kan worden vrijgegeven verleent de aanbestedende overheid, binnen vijftien kalenderdagen na de dag waarop het verzoek wordt ontvangen, handlichting aan de Deposito- en Consignatiekas, aan de openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult, aan de kredietinstelling of aan de verzekeringsonderneming. Na deze termijn heeft de aannemer recht op de betaling :
1° hetzij van een intrest berekend overeenkomstig artikel 15, § 4, op de neergelegde bedragen, in geval van storting in speciën of publieke fondsen, eventueel verminderd met de gestorte intrest door de Deposito- en Consignatiekas of door een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult. De aanvraag tot teruggave van de borgtocht geldt, in dat geval, als schuldvordering voor de betaling van deze intrest;
2° hetzij van de gemaakte kosten voor het behoud van de borgstelling, in geval van collectieve (borgstelling) of van een waarborg toegestaan door een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming.) <KB 2001-07-04/32, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 10-07-2001>
Art.9. § 1. Pour les marchés de travaux, s'il y a deux réceptions, l'une provisoire et l'autre définitive, le cautionnement est libéré par moitié : la première, après la réception provisoire de l'ensemble du marché, la seconde, après la réception définitive, déduction faite des sommes dues éventuellement par l'adjudicataire au pouvoir adjudicateur.
S'il n'est pas prévu de réception provisoire, la libération s'opère en une fois après la réception définitive.
§ 2. Pour les marchés de fournitures ou de services, le cautionnement est libérable en une fois après la réception provisoire de l'ensemble des fournitures ou des services, à moins que le cahier spécial des charges n'en dispose autrement.
(§ 3. Dans tous les cas, l'adjudicataire introduit la demande de libération totale ou partielle du cautionnement auprès du pouvoir adjudicateur. Dans la mesure où le cautionnement est libérable, le pouvoir adjudicateur délivre mainlevée à la Caisse des Dépôts et Consignations, à l'organisme public remplissant une fonction similaire, à l'établissement de crédit ou à l'entreprise d'assurances dans les quinze jours de calendrier qui suivent le jour de réception de la demande. Au-delà de ce délai, l'adjudicataire a droit au paiement :
1° soit d'un intérêt calculé conformément à l'article 15, § 4, sur les montants déposés, en cas de versement en numéraire ou en fonds publics, déduction faite, s'il échet, de l'intérêt versé par la Caisse de Dépôts et Consignations ou par un organisme public remplissant une fonction similaire. La demande de mainlevée du cautionnement vaut, dans ce cas, déclaration de créance pour le paiement dudit intérêt;
2° soit des frais exposés pour le maintien du cautionnement, en cas de cautionnement collectif ou d'une garantie accordée par un établissement de crédit ou par une entreprise d'assurance.) <AR 2001-07-04/32, art. 3, 006; En vigueur : 10-07-2001>
S'il n'est pas prévu de réception provisoire, la libération s'opère en une fois après la réception définitive.
§ 2. Pour les marchés de fournitures ou de services, le cautionnement est libérable en une fois après la réception provisoire de l'ensemble des fournitures ou des services, à moins que le cahier spécial des charges n'en dispose autrement.
(§ 3. Dans tous les cas, l'adjudicataire introduit la demande de libération totale ou partielle du cautionnement auprès du pouvoir adjudicateur. Dans la mesure où le cautionnement est libérable, le pouvoir adjudicateur délivre mainlevée à la Caisse des Dépôts et Consignations, à l'organisme public remplissant une fonction similaire, à l'établissement de crédit ou à l'entreprise d'assurances dans les quinze jours de calendrier qui suivent le jour de réception de la demande. Au-delà de ce délai, l'adjudicataire a droit au paiement :
1° soit d'un intérêt calculé conformément à l'article 15, § 4, sur les montants déposés, en cas de versement en numéraire ou en fonds publics, déduction faite, s'il échet, de l'intérêt versé par la Caisse de Dépôts et Consignations ou par un organisme public remplissant une fonction similaire. La demande de mainlevée du cautionnement vaut, dans ce cas, déclaration de créance pour le paiement dudit intérêt;
2° soit des frais exposés pour le maintien du cautionnement, en cas de cautionnement collectif ou d'une garantie accordée par un établissement de crédit ou par une entreprise d'assurance.) <AR 2001-07-04/32, art. 3, 006; En vigueur : 10-07-2001>
Afdeling 4. - Derden.
Section 4. - Tierces personnes.
Art.10. § 1. Onderaannemers.
De aannemer blijft aansprakelijk ten opzichte van de aanbestedende overheid wanneer hij de uitvoering van zijn verbintenissen geheel of gedeeltelijk aan derden toevertrouwt. De aanbestedende overheid acht zich door geen enkele contractuele band met die derden verbonden.
De aanbestedende overheid mag evenwel eisen dat de onderaannemers voldoen aan de wetgeving houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij zullen uitvoeren. In elk geval blijft alleen de aannemer, wat de uitvoering van de opdracht betreft, aansprakelijk ten opzichte van de aanbestedende overheid.
§ 2. Uitgesloten natuurlijke en rechtspersonen.
Het is de aannemer verboden het geheel of een gedeelte van de opdracht toe te vertrouwen :
1° aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt respectievelijk bedoeld in de artikelen 17, 43 en 69 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, in de artikelen 17, 39 en 60 van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 alsook in het artikel 21, § 4;
2° aan een aannemer die werd uitgesloten bij toepassing van de bepalingen van de wetgeving houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken.
Het is de aannemer bovendien verboden deze personen te laten deelnemen aan de leiding van of aan het toezicht op het geheel of een deel van de opdracht.
Elke inbreuk van dit verbod kan aanleiding geven tot de toepassing van de maatregelen van ambtswege.
De aannemer blijft aansprakelijk ten opzichte van de aanbestedende overheid wanneer hij de uitvoering van zijn verbintenissen geheel of gedeeltelijk aan derden toevertrouwt. De aanbestedende overheid acht zich door geen enkele contractuele band met die derden verbonden.
De aanbestedende overheid mag evenwel eisen dat de onderaannemers voldoen aan de wetgeving houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij zullen uitvoeren. In elk geval blijft alleen de aannemer, wat de uitvoering van de opdracht betreft, aansprakelijk ten opzichte van de aanbestedende overheid.
§ 2. Uitgesloten natuurlijke en rechtspersonen.
Het is de aannemer verboden het geheel of een gedeelte van de opdracht toe te vertrouwen :
1° aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt respectievelijk bedoeld in de artikelen 17, 43 en 69 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, in de artikelen 17, 39 en 60 van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 alsook in het artikel 21, § 4;
2° aan een aannemer die werd uitgesloten bij toepassing van de bepalingen van de wetgeving houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken.
Het is de aannemer bovendien verboden deze personen te laten deelnemen aan de leiding van of aan het toezicht op het geheel of een deel van de opdracht.
Elke inbreuk van dit verbod kan aanleiding geven tot de toepassing van de maatregelen van ambtswege.
Art.10. § 1. Sous-traitants.
Le fait que l'adjudicataire confie tout ou partie de ses engagements à des sous-traitants ne dégage pas sa responsabilité envers le pouvoir adjudicateur. Celui-ci ne se reconnaît aucun lien contractuel avec ces tiers.
Toutefois, le pouvoir adjudicateur peut exiger que les sous-traitants de l'adjudicataire satisfassent en proportion de leur participation au marche aux dispositions de la législation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux. L'adjudicataire reste, dans tous les cas, seul responsable vis-à-vis du pouvoir adjudicateur.
§ 2. Personnes physiques ou morales exclues.
Il est interdit à l'adjudicataire de confier tout ou partie de ses engagements :
1° à un entrepreneur, à un fournisseur ou à un prestataire de services qui se trouve dans un des cas visés respectivement aux articles 17, 43 et 69 de l'arrêté royal du 8 janvier 1996, aux articles 17, 39 et 60 de l'arrêté royal du 10 janvier 1996 ainsi qu'à l'article 21, § 4;
2° à un entrepreneur exclu en application des dispositions de la législation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux.
Il est en outre interdit à l'adjudicataire de faire participer les personnes concernées à la conduite ou à la surveillance de tout ou partie du marché.
Toute violation de ces interdictions peut donner lieu à l'application de mesures d'office.
Le fait que l'adjudicataire confie tout ou partie de ses engagements à des sous-traitants ne dégage pas sa responsabilité envers le pouvoir adjudicateur. Celui-ci ne se reconnaît aucun lien contractuel avec ces tiers.
Toutefois, le pouvoir adjudicateur peut exiger que les sous-traitants de l'adjudicataire satisfassent en proportion de leur participation au marche aux dispositions de la législation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux. L'adjudicataire reste, dans tous les cas, seul responsable vis-à-vis du pouvoir adjudicateur.
§ 2. Personnes physiques ou morales exclues.
Il est interdit à l'adjudicataire de confier tout ou partie de ses engagements :
1° à un entrepreneur, à un fournisseur ou à un prestataire de services qui se trouve dans un des cas visés respectivement aux articles 17, 43 et 69 de l'arrêté royal du 8 janvier 1996, aux articles 17, 39 et 60 de l'arrêté royal du 10 janvier 1996 ainsi qu'à l'article 21, § 4;
2° à un entrepreneur exclu en application des dispositions de la législation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux.
Il est en outre interdit à l'adjudicataire de faire participer les personnes concernées à la conduite ou à la surveillance de tout ou partie du marché.
Toute violation de ces interdictions peut donner lieu à l'application de mesures d'office.
Afdeling 5. - Meerdere opdrachten gegund aan dezelfde aannemer.
Section 5. - Pluralité de marchés attribués au même adjudicataire.
Art.11. Behoudens eventuele toepassing van de regelen betreffende de wettelijke compensatie en van artikel 51, staat de uitvoering van een opdracht los van elke andere opdracht die aan dezelfde aannemer werd gegund.
De moeilijkheden met betrekking tot een opdracht staan in geen enkel geval aan de aannemer toe om de uitvoering van een andere opdracht te wijzigen of uit te stellen. De aanbestedende overheid kan zich eveneens niet op dergelijke moeilijkheden beroepen om voor een andere opdracht verschuldigde betalingen op te schorten.
De moeilijkheden met betrekking tot een opdracht staan in geen enkel geval aan de aannemer toe om de uitvoering van een andere opdracht te wijzigen of uit te stellen. De aanbestedende overheid kan zich eveneens niet op dergelijke moeilijkheden beroepen om voor een andere opdracht verschuldigde betalingen op te schorten.
Art.11. Sauf application éventuelle de la compensation légale et de l'article 51, l'exécution d'un marché est indépendante de tout autre marché attribué au même adjudicataire.
Les difficultés relatives à un marché n'autorisent en aucun cas l'adjudicataire à modifier ou à retarder l'exécution d'un autre marche. Le pouvoir adjudicateur ne peut de même se prévaloir de telles difficultés pour suspendre les paiements dus sur un autre marché.
Les difficultés relatives à un marché n'autorisent en aucun cas l'adjudicataire à modifier ou à retarder l'exécution d'un autre marche. Le pouvoir adjudicateur ne peut de même se prévaloir de telles difficultés pour suspendre les paiements dus sur un autre marché.
Afdeling 6. - Keuringen.
Section 6. - Réceptions techniques.
Art.12. § 1. Soorten keuringen.
De keuring bestaat erin na te gaan of de uitgevoerde werken, de uit te voeren leveringen of de daartoe in gereedheid gebrachte leveringen, de te verwerken produkten of de verleende diensten aan de (in de opdracht gestelde voorwaarden) beantwoorden. <KB 1999-04-29/46, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
Inzake keuringen worden onderscheiden :
1° de voorafgaande keuring behandeld in § 5 en § 6;
2° de a posteriori uitgevoerde keuring behandeld in § 7;
3° voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten, de andere eventueel door het bestek voorziene keuringswijzen.
De aannemer dient bij de aanbestedende overheid een schriftelijk aanvraag tot keuring in.
Zijn verzoek vermeldt de specificaties van de te keuren produkten en verwijst bovendien naar het nummer van het bestek, het nummer van het perceel en de plaats waar de keuring moet worden verricht.
De aanbestedende overheid is gerechtigd de keuring in haar geheel of voor een gedeelte niet te verrichten wanneer de aannemer aantoont dat de produkten, overeenkomstig de besteksbepalingen, tijdens hun fabricage door een onafhankelijke instantie werden gecontroleerd. In dit opzicht wordt gelijkgesteld met de nationale procedure voor het gelijkvormigheidsattest elke andere certificatieprocedure die werd ingesteld in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap en die als gelijkwaardig werd bevonden.
Wanneer de aanbestedende overheid die keuring toch eist vallen de kosten ervan te haren last.
§ 2. Nazicht van de produkten.
In algemene regel mogen de produkten niet worden verwerkt vooraleer zij door de leidend ambtenaar of zijn gemachtigde zijn goedgekeurd.
Men verstaat onder produkten de grondstoffen, de materialen, de componenten of andere elementen bestemd voor de opdracht.
De keuring kan tijdens verschillende fabricagestadia worden verricht.
De produkten die in een bepaald stadium niet aan de gestelde keuringsproeven voldoen, worden beschouwd zich niet in een staat te bevinden om voor keuring te worden aangeboden.
De aanbestedende overheid onderzoekt, overeenkomstig de voorschriften van het bestek en met de middelen die zij dienstig acht en gebruikelijk zijn, met inbegrip van de technische erkenning en de continue controle, in hoeverre de produkten aan de kwaliteitseisen voldoen of op zijn minst aan de regels van goed vakmanschap en aan de voorwaarden van de opdracht beantwoorden.
Indien het nazicht het vernietigen van bepaalde produkten met zich meebrengt, moet de aannemer deze op eigen kosten vervangen.
Het bestek bepaalt hoeveel produkten zullen vernietigd worden.
Wanneer de aanbestedende overheid vaststelt dat het ter keuring aangeboden produkt niet in de voorwaarden verkeert om te worden onderzocht, wordt het verzoek van de aannemer als niet bestaande beschouwd. De aanvraag tot keuring dient opnieuw te worden gesteld van zodra het produkt klaar is voor keuring.
§ 3. Afkeuring.
De produkten die de geëiste kwaliteiten niet bezitten worden afgekeurd.
Er kan een bijzonder merkteken worden op aangebracht, zonder de produkten hierdoor te ontaarden of hun handelswaarde te verminderen.
De afgekeurde produkten moeten onmiddellijk worden vervangen en, naargelang de aanbestedende overheid het gebiedt, worden verwijderd of ter plaatse gehouden.
§ 4. Keuringskosten.
De keuringkosten vallen ten laste van de aannemer. Te dien einde moet het bestek de wijze bepalen waarop de keuringskosten zullen berekend worden. Bij ontstentenis vallen deze kosten ten laste van de aanbestedende overheid.
De keuringskosten behelzen de reis- en verblijfkosten en vergoeding van het met de keuring belaste personeel.
Het nazicht wordt door de ambtenaren van de aanbestedende overheid of ieder ander hiertoe gemachtigd natuurlijk of rechtspersoon uitgevoerd.
§ 5. Voorafgaande keuring.
Indien het bestek keuringseisen stelt voor de produkten welke de aannemer moet aanwenden, moeten deze vóór hun verwerking worden goedgekeurd door de aanbestedende overheid.
Dit geldt eveneens zo in het bestek de vervaardiging van een of meer modelstukken is voorzien.
Deze voorafgaande keuring wordt in het algemeen bij de aannemer of de fabrikant verricht.
Indien het bestek het voorschrijft, kan de voorafgaande keuring eveneens inhouden dat het vervaardigen, eventueel onder de verplichte controle van de aanbestedende overheid, en het onderzoek van de monsters of modelstukken, vóór de fabricage plaats heeft.
Produkten die voorafgaandelijk gekeurd werden kunnen later nog worden afgekeurd. Ze moeten door de aannemer onmiddellijk worden vervangen, wanneer uit een nieuw onderzoek zou blijken, hetzij vóór het in gebruik nemen, hetzij bij het verwerken, hetzij na de uitvoering van de opdracht maar vóór de definitieve oplevering, dat zij gebreken of beschadigingen vertonen die bij het eerste onderzoek niet werden opgemerkt of beschadigingen die achteraf zijn ontstaan.
De eventuele vervanging van de gebrekkige produkten doet voor de aannemer geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit de bepalingen van de artikelen 19, 43 en 63.
§ 6. Bijzondere voorschriften betreffende de voorafgaande keuring.
1° Termijnen.
Tenzij het bestek een kortere termijn bepaalt, beschikt de aanbestedende overheid voor de kennisgeving van de goedkeuring of weigering over maximum dertig kalenderdagen, ingaande de dag van het verzoek om tot de keuring over te gaan.
Deze termijn beloopt zestig kalenderdagen indien het bestek bepaalt dat de keuringsverrichtingen een onderzoek in een laboratorium medebrengen.
Wanneer de keuring van de produkten buiten het Belgisch gebied moet plaats vinden, wordt de termijn met het nodige aantal dagen voor de heen- en terugreis van de keurders verlengd.
Indien deze termijnen door toedoen van de aanbestedende overheid worden overschreden, wordt de uitvoeringstermijn van rechtswege dienovereenkomstig verlengd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.
2° Proefstukken.
Indien het bestek bepaalt dat een keuring van proefstukken de fabricage of de levering moet voorafgaan, laat de aannemer voor elk van de te verwerken of te leveren produkten twee identieke proefstukken door de aanbestedende overheid onderzoeken, waarmede, na de goedkeuring, de ganse levering of prestatie moet overeenstemmen.
De beide proefstukken worden door de aanbestedende overheid gemerkt.
Binnen de vijftien kalenderdagen vanaf het merken zendt de aannemer één van beide naar de plaats waar de levering zal geschieden; het wordt daar bewaard tot de voorlopige oplevering van de opdracht om in geval van betwisting te kunnen worden getoond.
Het proefstuk wordt eventueel geacht deel uit te maken van de laatste levering.
Het andere proefstuk wordt door de aannemer bewaard tenzij hij het in zijn levering wenst op te nemen.
De uitvoering van de opdracht mag slechts aangevat worden nadat de aannemer het aanvaarde proefstuk naar de plaats van levering heeft gezonden.
Indien in functie van de aard van de produkten het bestek vereist dat een enig proefstuk van elke levering voor onderzoek aan de aanbestedende overheid moet worden voorgelegd, wordt dit enig proefstuk, nadat het gemerkt is geworden, door de aannemer tot de voorlopige oplevering van de opdracht bewaard. De aanbestedende overheid kan de aannemer toelaten dit proefstuk vroeger te leveren.
De aanbestedende overheid moet omtrent de ter keuring voorgelegde proefstukken een beslissing treffen binnen de dertig kalenderdagen volgend op de dag waarop ze haar werden voorgelegd.
Ingeval deze termijn door toedoen van de aanbestedende overheid wordt overschreden, wordt de uitvoeringstermijn van rechtswege dienovereenkomstig verlengd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.
§ 7. A posteriori uitgevoerde keuring.
Voor de in het bestek gespecifieerde categorieën van prestaties kan, naast de a priori uitgevoerde keuring een keuring a posteriori verricht, dit wil zeggen na hun uitvoering.
Deze keuringen en het nemen van stalen geschieden op tegenspraak overeenkomstig de voorschriften van het bestek dat de draagwijdte ervan nader moet bepalen.
Op de betalingen van de werken, leveringen of diensten die onderworpen zijn aan een a posteriori uitgevoerde keuring wordt een door het bestek vastgestelde afhouding verricht totdat de uitslag ervan bekend is.
De keuring bestaat erin na te gaan of de uitgevoerde werken, de uit te voeren leveringen of de daartoe in gereedheid gebrachte leveringen, de te verwerken produkten of de verleende diensten aan de (in de opdracht gestelde voorwaarden) beantwoorden. <KB 1999-04-29/46, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
Inzake keuringen worden onderscheiden :
1° de voorafgaande keuring behandeld in § 5 en § 6;
2° de a posteriori uitgevoerde keuring behandeld in § 7;
3° voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten, de andere eventueel door het bestek voorziene keuringswijzen.
De aannemer dient bij de aanbestedende overheid een schriftelijk aanvraag tot keuring in.
Zijn verzoek vermeldt de specificaties van de te keuren produkten en verwijst bovendien naar het nummer van het bestek, het nummer van het perceel en de plaats waar de keuring moet worden verricht.
De aanbestedende overheid is gerechtigd de keuring in haar geheel of voor een gedeelte niet te verrichten wanneer de aannemer aantoont dat de produkten, overeenkomstig de besteksbepalingen, tijdens hun fabricage door een onafhankelijke instantie werden gecontroleerd. In dit opzicht wordt gelijkgesteld met de nationale procedure voor het gelijkvormigheidsattest elke andere certificatieprocedure die werd ingesteld in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap en die als gelijkwaardig werd bevonden.
Wanneer de aanbestedende overheid die keuring toch eist vallen de kosten ervan te haren last.
§ 2. Nazicht van de produkten.
In algemene regel mogen de produkten niet worden verwerkt vooraleer zij door de leidend ambtenaar of zijn gemachtigde zijn goedgekeurd.
Men verstaat onder produkten de grondstoffen, de materialen, de componenten of andere elementen bestemd voor de opdracht.
De keuring kan tijdens verschillende fabricagestadia worden verricht.
De produkten die in een bepaald stadium niet aan de gestelde keuringsproeven voldoen, worden beschouwd zich niet in een staat te bevinden om voor keuring te worden aangeboden.
De aanbestedende overheid onderzoekt, overeenkomstig de voorschriften van het bestek en met de middelen die zij dienstig acht en gebruikelijk zijn, met inbegrip van de technische erkenning en de continue controle, in hoeverre de produkten aan de kwaliteitseisen voldoen of op zijn minst aan de regels van goed vakmanschap en aan de voorwaarden van de opdracht beantwoorden.
Indien het nazicht het vernietigen van bepaalde produkten met zich meebrengt, moet de aannemer deze op eigen kosten vervangen.
Het bestek bepaalt hoeveel produkten zullen vernietigd worden.
Wanneer de aanbestedende overheid vaststelt dat het ter keuring aangeboden produkt niet in de voorwaarden verkeert om te worden onderzocht, wordt het verzoek van de aannemer als niet bestaande beschouwd. De aanvraag tot keuring dient opnieuw te worden gesteld van zodra het produkt klaar is voor keuring.
§ 3. Afkeuring.
De produkten die de geëiste kwaliteiten niet bezitten worden afgekeurd.
Er kan een bijzonder merkteken worden op aangebracht, zonder de produkten hierdoor te ontaarden of hun handelswaarde te verminderen.
De afgekeurde produkten moeten onmiddellijk worden vervangen en, naargelang de aanbestedende overheid het gebiedt, worden verwijderd of ter plaatse gehouden.
§ 4. Keuringskosten.
De keuringkosten vallen ten laste van de aannemer. Te dien einde moet het bestek de wijze bepalen waarop de keuringskosten zullen berekend worden. Bij ontstentenis vallen deze kosten ten laste van de aanbestedende overheid.
De keuringskosten behelzen de reis- en verblijfkosten en vergoeding van het met de keuring belaste personeel.
Het nazicht wordt door de ambtenaren van de aanbestedende overheid of ieder ander hiertoe gemachtigd natuurlijk of rechtspersoon uitgevoerd.
§ 5. Voorafgaande keuring.
Indien het bestek keuringseisen stelt voor de produkten welke de aannemer moet aanwenden, moeten deze vóór hun verwerking worden goedgekeurd door de aanbestedende overheid.
Dit geldt eveneens zo in het bestek de vervaardiging van een of meer modelstukken is voorzien.
Deze voorafgaande keuring wordt in het algemeen bij de aannemer of de fabrikant verricht.
Indien het bestek het voorschrijft, kan de voorafgaande keuring eveneens inhouden dat het vervaardigen, eventueel onder de verplichte controle van de aanbestedende overheid, en het onderzoek van de monsters of modelstukken, vóór de fabricage plaats heeft.
Produkten die voorafgaandelijk gekeurd werden kunnen later nog worden afgekeurd. Ze moeten door de aannemer onmiddellijk worden vervangen, wanneer uit een nieuw onderzoek zou blijken, hetzij vóór het in gebruik nemen, hetzij bij het verwerken, hetzij na de uitvoering van de opdracht maar vóór de definitieve oplevering, dat zij gebreken of beschadigingen vertonen die bij het eerste onderzoek niet werden opgemerkt of beschadigingen die achteraf zijn ontstaan.
De eventuele vervanging van de gebrekkige produkten doet voor de aannemer geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit de bepalingen van de artikelen 19, 43 en 63.
§ 6. Bijzondere voorschriften betreffende de voorafgaande keuring.
1° Termijnen.
Tenzij het bestek een kortere termijn bepaalt, beschikt de aanbestedende overheid voor de kennisgeving van de goedkeuring of weigering over maximum dertig kalenderdagen, ingaande de dag van het verzoek om tot de keuring over te gaan.
Deze termijn beloopt zestig kalenderdagen indien het bestek bepaalt dat de keuringsverrichtingen een onderzoek in een laboratorium medebrengen.
Wanneer de keuring van de produkten buiten het Belgisch gebied moet plaats vinden, wordt de termijn met het nodige aantal dagen voor de heen- en terugreis van de keurders verlengd.
Indien deze termijnen door toedoen van de aanbestedende overheid worden overschreden, wordt de uitvoeringstermijn van rechtswege dienovereenkomstig verlengd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.
2° Proefstukken.
Indien het bestek bepaalt dat een keuring van proefstukken de fabricage of de levering moet voorafgaan, laat de aannemer voor elk van de te verwerken of te leveren produkten twee identieke proefstukken door de aanbestedende overheid onderzoeken, waarmede, na de goedkeuring, de ganse levering of prestatie moet overeenstemmen.
De beide proefstukken worden door de aanbestedende overheid gemerkt.
Binnen de vijftien kalenderdagen vanaf het merken zendt de aannemer één van beide naar de plaats waar de levering zal geschieden; het wordt daar bewaard tot de voorlopige oplevering van de opdracht om in geval van betwisting te kunnen worden getoond.
Het proefstuk wordt eventueel geacht deel uit te maken van de laatste levering.
Het andere proefstuk wordt door de aannemer bewaard tenzij hij het in zijn levering wenst op te nemen.
De uitvoering van de opdracht mag slechts aangevat worden nadat de aannemer het aanvaarde proefstuk naar de plaats van levering heeft gezonden.
Indien in functie van de aard van de produkten het bestek vereist dat een enig proefstuk van elke levering voor onderzoek aan de aanbestedende overheid moet worden voorgelegd, wordt dit enig proefstuk, nadat het gemerkt is geworden, door de aannemer tot de voorlopige oplevering van de opdracht bewaard. De aanbestedende overheid kan de aannemer toelaten dit proefstuk vroeger te leveren.
De aanbestedende overheid moet omtrent de ter keuring voorgelegde proefstukken een beslissing treffen binnen de dertig kalenderdagen volgend op de dag waarop ze haar werden voorgelegd.
Ingeval deze termijn door toedoen van de aanbestedende overheid wordt overschreden, wordt de uitvoeringstermijn van rechtswege dienovereenkomstig verlengd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.
§ 7. A posteriori uitgevoerde keuring.
Voor de in het bestek gespecifieerde categorieën van prestaties kan, naast de a priori uitgevoerde keuring een keuring a posteriori verricht, dit wil zeggen na hun uitvoering.
Deze keuringen en het nemen van stalen geschieden op tegenspraak overeenkomstig de voorschriften van het bestek dat de draagwijdte ervan nader moet bepalen.
Op de betalingen van de werken, leveringen of diensten die onderworpen zijn aan een a posteriori uitgevoerde keuring wordt een door het bestek vastgestelde afhouding verricht totdat de uitslag ervan bekend is.
Art.12. § 1. Modes de réception technique.
La réception technique consiste à vérifier si les travaux effectués, les fournitures à livrer ou prêtes à l'être, les produits à mettre en oeuvre ou les services prestés répondent aux conditions (imposées par le marché). <AR 1999-04-29/46, art. 4, 004; En vigueur : 01-06-1999>
En matière de réception technique, il y a lieu de distinguer :
1° la réception technique préalable, traitée aux § 5 et § 6;
2° la réception technique a posteriori, traitée au § 7;
3° pour les marchés de services, les autres modes de réception technique éventuellement prévus par le cahier spécial des charges.
L'adjudicataire introduit une demande écrite de réception technique auprès du pouvoir adjudicateur.
Sa demande mentionne la spécification des produits à réceptionner indiquant, en outre, le numéro du cahier spécial des charges, le numéro du lot et le lieu où la réception technique doit être effectuée.
Le pouvoir adjudicateur peut renoncer à tout ou partie des réceptions techniques lorsque l'adjudicataire prouve que les produits ont été contrôlés par un organisme indépendant lors de leur fabrication, conformément aux spécifications du cahier spécial des charges. Est à cet égard assimilée à la procédure nationale d'attestation de conformité toute autre procédure de certification instaurée dans un Etat membre de la Communauté européenne et jugée équivalente.
Lorsque le pouvoir adjudicateur exige néanmoins cette réception technique, les coûts de celle-ci sont à sa charge.
§ 2. Vérification des produits.
En règle générale, les produits ne peuvent être mis en oeuvre s'ils n'ont été, au préalable, réceptionnés par le fonctionnaire dirigeant ou son délégué.
On entend par produits, les matières, matériaux, composants ou autres éléments qui interviennent dans le marché.
La réception technique peut être opérée à différents stades de la fabrication.
Les produits qui, à un stade déterminé, ne satisfont pas aux vérifications imposées, sont déclarés ne pas se trouver en état de réception technique.
Le pouvoir adjudicateur vérifie selon les prescriptions du cahier spécial des charges et selon les moyens qui sont de pratique courante ou qu'il juge convenables, y compris l'agrément technique et le contrôle suivi, si les produits présentent les qualités requises ou, à tout le moins, sont conformes aux règles de l'art et satisfont aux conditions du marché.
Si les vérifications opérées comportent la destruction de certains produits, ceux-ci doivent être remplacés à ses frais par l'adjudicataire.
Le cahier spécial des charges indique la quantité des produits qui seront détruits.
Lorsque le pouvoir adjudicateur constate que le produit présenté n'est pas dans les conditions requises pour être examiné, la demande de l'adjudicataire est considérée comme non avenue. Une nouvelle demande doit être introduite lorsque le produit se trouve prêt pour la réception.
§ 3. Refus.
Les produits qui n'ont pas les qualités exigées sont refusés.
Il peut y être apposé une marque particulière; celle-ci ne peut être de nature à altérer les produits présentés à la vérification ou à diminuer leur valeur commerciale.
Les produits refusés doivent être immédiatement remplacés et, suivant ce que le pouvoir adjudicateur requiert, être enlevés ou maintenus.
§ 4. Frais relatifs à la réception technique.
Les frais relatifs à la réception technique sont à charge de l'adjudicataire. A cette fin, le cahier spécial des charges doit déterminer le mode de calcul des frais de réception technique. En cas d'omission, ces frais sont à charge du pouvoir adjudicateur.
Ces frais comprennent les indemnités de parcours, de séjour et de vacation du personnel réceptionnaire.
Les vérifications sont exécutées par les agents du pouvoir adjudicateur ou par toute personne physique ou morale mandatée par celui-ci.
§ 5. Réception technique préalable.
Si le cahier spécial des charges impose des conditions techniques de réception des produits à mettre en oeuvre par l'adjudicataire, ceux-ci doivent être préalablement réceptionnés par le pouvoir adjudicateur.
Il en est de même si le cahier spécial des charges prévoit la fabrication d'une ou de plusieurs pièces-type.
Cette réception technique préalable a lieu, en règle générale, chez l'adjudicataire ou le fabricant.
Si le cahier spécial des charges le prévoit, la réception technique préalable peut également comporter la confection, éventuellement sous contrôle obligatoire du pouvoir adjudicateur, et l'examen d'échantillons ou de pièces-type avant la mise en fabrication.
Des produits ayant satisfait à une réception technique préalable peuvent encore être refusés ultérieurement. Ces produits doivent être immédiatement remplacés par l'adjudicataire lorsque, suite à un nouvel examen, soit avant l'emploi, soit au moment de la mise en oeuvre, soit après l'exécution du marché mais avant la réception définitive, des défauts ou avaries qui auraient échappé à un premier examen ou des avaries qui seraient survenues postérieurement viennent à être constatés.
Le remplacement éventuel des produits défectueux est indépendant des obligations découlant pour l'adjudicataire des dispositions des articles 19, 43 et 63.
§ 6. Conditions particulières de la réception technique préalable.
1° Délais.
A moins qu'un délai plus réduit ne soit prévu dans le cahier spécial des charges, le pouvoir adjudicateur dispose d'un maximum de trente jours de calendrier à partir du jour où la demande de réception lui parvient, pour notifier sa décision d'acceptation ou de refus.
Ce délai est de soixante jours de calendrier lorsque le cahier spécial des charges prévoit que les opérations de réception entraînent l'intervention d'un laboratoire.
Lorsque les produits sont présentés pour réception en un lieu situé hors du territoire belge, le délai est augmenté du nombre de jours nécessaires au voyage aller et retour des réceptionnaires.
En cas de dépassement de ces délais par le fait du pouvoir adjudicateur, une prolongation à due concurrence du délai d'exécution est accordée de plein droit à l'adjudicataire. Cette prolongation exclut tout droit à des dommages-intérêts.
2° Pièces-type.
Si le cahier spécial des charges prévoit un examen de pièces-type préalable à la fabrication ou à la livraison, l'adjudicataire doit, pour chacun des produits, faire examiner par le pouvoir adjudicateur deux exemplaires identiques auxquels, après acceptation, la fourniture ou la prestation entière doit être conforme.
Ces deux pièces-type sont poinçonnées par le pouvoir adjudicateur.
L'une d'elles est envoyée par l'adjudicataire au lieu de livraison dans un délai de quinze jours de calendrier à partir du poinçonnage; elle y est conservée jusqu'à la réception provisoire du marché, afin de pouvoir être produite en cas de contestation.
Elle est éventuellement considérée comme faisant partie de la dernière livraison.
L'autre pièce-type est conservée par l'adjudicataire, à moins qu'il ne désire l'inclure dans ses livraisons.
L'exécution du marché ne peut être entamée avant que l'adjudicataire ait envoyé la pièce-type acceptée au lieu de livraison.
Si, en fonction de la nature des produits, le cahier spécial des charges exige la présentation à l'examen du pouvoir adjudicateur d'une pièce-type unique de chaque livraison, cette pièce-type, après poinçonnage, est conservée par l'adjudicataire jusqu'à la réception provisoire du marché. Toutefois, le pouvoir adjudicateur peut autoriser l'adjudicataire à la livrer plus tôt.
Le pouvoir adjudicateur doit prendre une décision quant aux pièces-type soumises à son examen dans les trente jours de calendrier suivant celui de leur présentation.
En cas de dépassement de ce délai par le fait du pouvoir adjudicateur, une prolongation à due concurrence du délai d'exécution est accordée de plein droit à l'adjudicataire. Cette prolongation exclut tout droit à dommages-interêts.
§ 7. Réception technique a posteriori.
Pour les catégories de prestations spécifiées au cahier spécial des charges, qu'une réception technique préalable soit ou non prévue, des vérifications peuvent avoir lieu a posteriori, c'est-à-dire après leur exécution.
Ces vérifications et les prélèvements d'échantillons sont effectues contradictoirement dans le respect des prescriptions du cahier spécial des charges, qui doivent en préciser la portée.
Les paiements des travaux, fournitures ou services soumis à une réception technique a posteriori font l'objet d'une retenue fixée par le cahier spécial des charges jusqu'à ce que le résultat de cette réception soit connu.
La réception technique consiste à vérifier si les travaux effectués, les fournitures à livrer ou prêtes à l'être, les produits à mettre en oeuvre ou les services prestés répondent aux conditions (imposées par le marché). <AR 1999-04-29/46, art. 4, 004; En vigueur : 01-06-1999>
En matière de réception technique, il y a lieu de distinguer :
1° la réception technique préalable, traitée aux § 5 et § 6;
2° la réception technique a posteriori, traitée au § 7;
3° pour les marchés de services, les autres modes de réception technique éventuellement prévus par le cahier spécial des charges.
L'adjudicataire introduit une demande écrite de réception technique auprès du pouvoir adjudicateur.
Sa demande mentionne la spécification des produits à réceptionner indiquant, en outre, le numéro du cahier spécial des charges, le numéro du lot et le lieu où la réception technique doit être effectuée.
Le pouvoir adjudicateur peut renoncer à tout ou partie des réceptions techniques lorsque l'adjudicataire prouve que les produits ont été contrôlés par un organisme indépendant lors de leur fabrication, conformément aux spécifications du cahier spécial des charges. Est à cet égard assimilée à la procédure nationale d'attestation de conformité toute autre procédure de certification instaurée dans un Etat membre de la Communauté européenne et jugée équivalente.
Lorsque le pouvoir adjudicateur exige néanmoins cette réception technique, les coûts de celle-ci sont à sa charge.
§ 2. Vérification des produits.
En règle générale, les produits ne peuvent être mis en oeuvre s'ils n'ont été, au préalable, réceptionnés par le fonctionnaire dirigeant ou son délégué.
On entend par produits, les matières, matériaux, composants ou autres éléments qui interviennent dans le marché.
La réception technique peut être opérée à différents stades de la fabrication.
Les produits qui, à un stade déterminé, ne satisfont pas aux vérifications imposées, sont déclarés ne pas se trouver en état de réception technique.
Le pouvoir adjudicateur vérifie selon les prescriptions du cahier spécial des charges et selon les moyens qui sont de pratique courante ou qu'il juge convenables, y compris l'agrément technique et le contrôle suivi, si les produits présentent les qualités requises ou, à tout le moins, sont conformes aux règles de l'art et satisfont aux conditions du marché.
Si les vérifications opérées comportent la destruction de certains produits, ceux-ci doivent être remplacés à ses frais par l'adjudicataire.
Le cahier spécial des charges indique la quantité des produits qui seront détruits.
Lorsque le pouvoir adjudicateur constate que le produit présenté n'est pas dans les conditions requises pour être examiné, la demande de l'adjudicataire est considérée comme non avenue. Une nouvelle demande doit être introduite lorsque le produit se trouve prêt pour la réception.
§ 3. Refus.
Les produits qui n'ont pas les qualités exigées sont refusés.
Il peut y être apposé une marque particulière; celle-ci ne peut être de nature à altérer les produits présentés à la vérification ou à diminuer leur valeur commerciale.
Les produits refusés doivent être immédiatement remplacés et, suivant ce que le pouvoir adjudicateur requiert, être enlevés ou maintenus.
§ 4. Frais relatifs à la réception technique.
Les frais relatifs à la réception technique sont à charge de l'adjudicataire. A cette fin, le cahier spécial des charges doit déterminer le mode de calcul des frais de réception technique. En cas d'omission, ces frais sont à charge du pouvoir adjudicateur.
Ces frais comprennent les indemnités de parcours, de séjour et de vacation du personnel réceptionnaire.
Les vérifications sont exécutées par les agents du pouvoir adjudicateur ou par toute personne physique ou morale mandatée par celui-ci.
§ 5. Réception technique préalable.
Si le cahier spécial des charges impose des conditions techniques de réception des produits à mettre en oeuvre par l'adjudicataire, ceux-ci doivent être préalablement réceptionnés par le pouvoir adjudicateur.
Il en est de même si le cahier spécial des charges prévoit la fabrication d'une ou de plusieurs pièces-type.
Cette réception technique préalable a lieu, en règle générale, chez l'adjudicataire ou le fabricant.
Si le cahier spécial des charges le prévoit, la réception technique préalable peut également comporter la confection, éventuellement sous contrôle obligatoire du pouvoir adjudicateur, et l'examen d'échantillons ou de pièces-type avant la mise en fabrication.
Des produits ayant satisfait à une réception technique préalable peuvent encore être refusés ultérieurement. Ces produits doivent être immédiatement remplacés par l'adjudicataire lorsque, suite à un nouvel examen, soit avant l'emploi, soit au moment de la mise en oeuvre, soit après l'exécution du marché mais avant la réception définitive, des défauts ou avaries qui auraient échappé à un premier examen ou des avaries qui seraient survenues postérieurement viennent à être constatés.
Le remplacement éventuel des produits défectueux est indépendant des obligations découlant pour l'adjudicataire des dispositions des articles 19, 43 et 63.
§ 6. Conditions particulières de la réception technique préalable.
1° Délais.
A moins qu'un délai plus réduit ne soit prévu dans le cahier spécial des charges, le pouvoir adjudicateur dispose d'un maximum de trente jours de calendrier à partir du jour où la demande de réception lui parvient, pour notifier sa décision d'acceptation ou de refus.
Ce délai est de soixante jours de calendrier lorsque le cahier spécial des charges prévoit que les opérations de réception entraînent l'intervention d'un laboratoire.
Lorsque les produits sont présentés pour réception en un lieu situé hors du territoire belge, le délai est augmenté du nombre de jours nécessaires au voyage aller et retour des réceptionnaires.
En cas de dépassement de ces délais par le fait du pouvoir adjudicateur, une prolongation à due concurrence du délai d'exécution est accordée de plein droit à l'adjudicataire. Cette prolongation exclut tout droit à des dommages-intérêts.
2° Pièces-type.
Si le cahier spécial des charges prévoit un examen de pièces-type préalable à la fabrication ou à la livraison, l'adjudicataire doit, pour chacun des produits, faire examiner par le pouvoir adjudicateur deux exemplaires identiques auxquels, après acceptation, la fourniture ou la prestation entière doit être conforme.
Ces deux pièces-type sont poinçonnées par le pouvoir adjudicateur.
L'une d'elles est envoyée par l'adjudicataire au lieu de livraison dans un délai de quinze jours de calendrier à partir du poinçonnage; elle y est conservée jusqu'à la réception provisoire du marché, afin de pouvoir être produite en cas de contestation.
Elle est éventuellement considérée comme faisant partie de la dernière livraison.
L'autre pièce-type est conservée par l'adjudicataire, à moins qu'il ne désire l'inclure dans ses livraisons.
L'exécution du marché ne peut être entamée avant que l'adjudicataire ait envoyé la pièce-type acceptée au lieu de livraison.
Si, en fonction de la nature des produits, le cahier spécial des charges exige la présentation à l'examen du pouvoir adjudicateur d'une pièce-type unique de chaque livraison, cette pièce-type, après poinçonnage, est conservée par l'adjudicataire jusqu'à la réception provisoire du marché. Toutefois, le pouvoir adjudicateur peut autoriser l'adjudicataire à la livrer plus tôt.
Le pouvoir adjudicateur doit prendre une décision quant aux pièces-type soumises à son examen dans les trente jours de calendrier suivant celui de leur présentation.
En cas de dépassement de ce délai par le fait du pouvoir adjudicateur, une prolongation à due concurrence du délai d'exécution est accordée de plein droit à l'adjudicataire. Cette prolongation exclut tout droit à dommages-interêts.
§ 7. Réception technique a posteriori.
Pour les catégories de prestations spécifiées au cahier spécial des charges, qu'une réception technique préalable soit ou non prévue, des vérifications peuvent avoir lieu a posteriori, c'est-à-dire après leur exécution.
Ces vérifications et les prélèvements d'échantillons sont effectues contradictoirement dans le respect des prescriptions du cahier spécial des charges, qui doivent en préciser la portée.
Les paiements des travaux, fournitures ou services soumis à une réception technique a posteriori font l'objet d'une retenue fixée par le cahier spécial des charges jusqu'à ce que le résultat de cette réception soit connu.
Afdeling 7. - Prijsherziening.
Section 7. - Révision des prix.
Art. 13. § 1. Opdrachten voor aanneming van werken.
Voor de opdrachten voor aanneming van werken voorziet de opdracht in de modaliteiten voor een prijsherziening wegens schommelingen van de lonen en de sociale lasten van de op de bouwplaats tewerkgestelde arbeiders. Zij kan ook een prijsherziening inhouden aan de hand van andere elementen, inzonderheid voor de materialenprijzen.
§ 2. Opdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten
Voor de opdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten kan het bestek in de modaliteiten voor een prijsherziening voorzien aan de hand van verschillende elementen zoals de lonen, de sociale lasten, de prijzen van de grondstoffen of de wisselkoersen.
§ 3. Belastingen die een weerslag hebben op de aannemingssom
Op verzoek van de aannemer of van de aanbestedende overheid en onverminderd de toepassing van § 4 en van artikel 16, § 2, geeft elke wijziging in België van de heffingen zoals tol- en accijnsrechten en retributies die een weerslag heeft op de aannemingssom, aanleiding tot prijsherziening op dubbele voorwaarde :
1° dat de wijziging in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt na de tiende dag die de uiterste dag voor het ontvangen van de offertes voorafgaat, of bij de onderhandelingsprocedure, na de datum waarop de aannemer zijn akkoord gaf;
2° en dat deze heffingen, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks door tussenkomst van een index in de voorziene herzieningsformule voorkomen.
In geval van verhoging van de voornoemde heffingen dient de aannemer aan te tonen dat hij werkelijk de door hem gevorderde bijkomende lasten heeft gedragen en dat deze laatste betrekking hebben op prestaties die tot de uitvoering van de opdracht behoren.
In geval van verlaging is er geen herziening indien de aannemer bewijst dat hij de heffingen tegen de oude aanslagvoet heeft betaald.
De aanvragen tot betaling of tot terugbetaling wegens de voormelde schommelingen der heffingen moeten zonder verwijl worden ingediend en, op straf van verval, ten laatste de negentigste kalenderdag volgend op de datum van de voorlopige oplevering van de werken en, voor de leveringen en diensten, van de voorlopige oplevering van het geheel van de prestaties.
§ 4. Vertraging der uitvoering
De prijs van de prestaties die tijdens een aan de aannemer te wijten periode van vertraging worden uitgevoerd, wordt op grond van de voor de aanbestedende overheid meest voordelige berekeningsmethode als volgt vastgesteld :
1° hetzij door aan de samenstellende faktoren van de prijzen, die contractueel voor herziening zijn aangeduid, de waarden toe te kennen die gedurende de beschouwde periode van vertraging toepasselijk waren;
2° hetzij door aan elk van die faktoren een gemiddelde waarde E toe te kennen welke door volgende formule wordt bepaald :
Voor de opdrachten voor aanneming van werken voorziet de opdracht in de modaliteiten voor een prijsherziening wegens schommelingen van de lonen en de sociale lasten van de op de bouwplaats tewerkgestelde arbeiders. Zij kan ook een prijsherziening inhouden aan de hand van andere elementen, inzonderheid voor de materialenprijzen.
§ 2. Opdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten
Voor de opdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten kan het bestek in de modaliteiten voor een prijsherziening voorzien aan de hand van verschillende elementen zoals de lonen, de sociale lasten, de prijzen van de grondstoffen of de wisselkoersen.
§ 3. Belastingen die een weerslag hebben op de aannemingssom
Op verzoek van de aannemer of van de aanbestedende overheid en onverminderd de toepassing van § 4 en van artikel 16, § 2, geeft elke wijziging in België van de heffingen zoals tol- en accijnsrechten en retributies die een weerslag heeft op de aannemingssom, aanleiding tot prijsherziening op dubbele voorwaarde :
1° dat de wijziging in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt na de tiende dag die de uiterste dag voor het ontvangen van de offertes voorafgaat, of bij de onderhandelingsprocedure, na de datum waarop de aannemer zijn akkoord gaf;
2° en dat deze heffingen, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks door tussenkomst van een index in de voorziene herzieningsformule voorkomen.
In geval van verhoging van de voornoemde heffingen dient de aannemer aan te tonen dat hij werkelijk de door hem gevorderde bijkomende lasten heeft gedragen en dat deze laatste betrekking hebben op prestaties die tot de uitvoering van de opdracht behoren.
In geval van verlaging is er geen herziening indien de aannemer bewijst dat hij de heffingen tegen de oude aanslagvoet heeft betaald.
De aanvragen tot betaling of tot terugbetaling wegens de voormelde schommelingen der heffingen moeten zonder verwijl worden ingediend en, op straf van verval, ten laatste de negentigste kalenderdag volgend op de datum van de voorlopige oplevering van de werken en, voor de leveringen en diensten, van de voorlopige oplevering van het geheel van de prestaties.
§ 4. Vertraging der uitvoering
De prijs van de prestaties die tijdens een aan de aannemer te wijten periode van vertraging worden uitgevoerd, wordt op grond van de voor de aanbestedende overheid meest voordelige berekeningsmethode als volgt vastgesteld :
1° hetzij door aan de samenstellende faktoren van de prijzen, die contractueel voor herziening zijn aangeduid, de waarden toe te kennen die gedurende de beschouwde periode van vertraging toepasselijk waren;
2° hetzij door aan elk van die faktoren een gemiddelde waarde E toe te kennen welke door volgende formule wordt bepaald :
Art. 13. § 1. Marchés de travaux.
Pour les marches de travaux, le marché prévoit les modalités de révision des prix pour variation des salaires et charges sociales des ouvriers travaillant sur le chantier. Il peut également prévoir la révision en fonction d'autres éléments, notamment le prix des matériaux.
§ 2. Marchés de fournitures et de services.
Pour les marchés de fournitures et les services, le cahier spécial des charges peut prévoir les modalités de révision des prix en fonction de divers éléments tels que les salaires, les charges sociales, les prix des matières ou les taux de change.
§ 3. Impositions ayant une incidence sur le montant du marché.
A la demande de l'adjudicataire ou du pouvoir adjudicateur et sans préjudice de l'application du § 4 et de l'article 16, § 2, toute modification en Belgique des impositions ayant une incidence sur le montant du marché, telles que droits de douane, droits d'accise ou redevances, donne lieu à révision à la double condition :
1° que la modification ait été publiée au Moniteur belge après le dixième jour précédant la date ultime fixée pour la réception des offres, ou, en cas de procédure négociée, après la date de l'accord de l'adjudicataire;
2° et que, soit directement, soit par l'intermédiaire d'un indice, ces impositions ne soient pas incorporées dans la formule de révision prévue.
En cas de hausse des impositions précitées, l'adjudicataire doit établir qu'il a effectivement supporté les charges supplémentaires réclamées et que celles-ci sont relatives à des prestations inhérentes à l'exécution du marché.
En cas de baisse, il n'y a pas de révision si l'adjudicataire prouve qu'il a payé les impositions à l'ancien taux.
Les demandes de paiement ou de remboursement résultant des variations susvisées des impositions doivent être introduites le plus tôt possible et, sous peine de forclusion, au plus tard le nonantième jour de calendrier suivant la date de la réception provisoire pour les marchés de travaux et de la réception provisoire de l'ensemble des prestations pour les marchés de fournitures et de services.
§ 4. Retard d'exécution.
Le prix des prestations effectuées pendant une période de retard imputable à l'adjudicataire est calculé suivant celui des procédés ci-après qui se révèle le plus avantageux pour le pouvoir adjudicateur :
1° soit en attribuant aux éléments constitutifs des prix prévus contractuellement pour la révision, les valeurs applicables pendant la période de retard considérée;
2° soit en attribuant à chacun de ces éléments, une valeur moyenne établie de la façon suivante :
Pour les marches de travaux, le marché prévoit les modalités de révision des prix pour variation des salaires et charges sociales des ouvriers travaillant sur le chantier. Il peut également prévoir la révision en fonction d'autres éléments, notamment le prix des matériaux.
§ 2. Marchés de fournitures et de services.
Pour les marchés de fournitures et les services, le cahier spécial des charges peut prévoir les modalités de révision des prix en fonction de divers éléments tels que les salaires, les charges sociales, les prix des matières ou les taux de change.
§ 3. Impositions ayant une incidence sur le montant du marché.
A la demande de l'adjudicataire ou du pouvoir adjudicateur et sans préjudice de l'application du § 4 et de l'article 16, § 2, toute modification en Belgique des impositions ayant une incidence sur le montant du marché, telles que droits de douane, droits d'accise ou redevances, donne lieu à révision à la double condition :
1° que la modification ait été publiée au Moniteur belge après le dixième jour précédant la date ultime fixée pour la réception des offres, ou, en cas de procédure négociée, après la date de l'accord de l'adjudicataire;
2° et que, soit directement, soit par l'intermédiaire d'un indice, ces impositions ne soient pas incorporées dans la formule de révision prévue.
En cas de hausse des impositions précitées, l'adjudicataire doit établir qu'il a effectivement supporté les charges supplémentaires réclamées et que celles-ci sont relatives à des prestations inhérentes à l'exécution du marché.
En cas de baisse, il n'y a pas de révision si l'adjudicataire prouve qu'il a payé les impositions à l'ancien taux.
Les demandes de paiement ou de remboursement résultant des variations susvisées des impositions doivent être introduites le plus tôt possible et, sous peine de forclusion, au plus tard le nonantième jour de calendrier suivant la date de la réception provisoire pour les marchés de travaux et de la réception provisoire de l'ensemble des prestations pour les marchés de fournitures et de services.
§ 4. Retard d'exécution.
Le prix des prestations effectuées pendant une période de retard imputable à l'adjudicataire est calculé suivant celui des procédés ci-après qui se révèle le plus avantageux pour le pouvoir adjudicateur :
1° soit en attribuant aux éléments constitutifs des prix prévus contractuellement pour la révision, les valeurs applicables pendant la période de retard considérée;
2° soit en attribuant à chacun de ces éléments, une valeur moyenne établie de la façon suivante :
(e1 x t2) + (e2 x t2) + ... + (en x tn)
E =
E =
Wijzigingen
t1 + t2 + ... + tn
(e1 x t2) + (e2 x t2) + ... + (en x tn)
E =
E =
Wijzigingen
t1 + t2 + ... + tn
waarin :
e1, e2, ... en, de opeenvolgende waarden van de beschouwde faktor gedurende de contractuele termijn, eventueel verlengd in de mate waarin de vertraging niet aan de aannemer te wijten was;
t1, t2, .. tn, de met deze waarde overeenstemmende tijdsduur, uitgedrukt in maanden van dertig dagen; een deel van een maand en de duur van de schorsingen in de uitvoering van de opdracht komen niet in aanmerking.
De waarde van E wordt tot op het tweede decimale cijfer berekend.
Deze bepaling is van toepassing, onverminderd de voorschriften van het bestek, inzonderheid deze die de periode van de contractuele termijn beperken gedurende welke zekere elementen voor de prijsvaststelling kunnen worden herzien.
§ 5. Onderaannemingscontracten
Voor de toepassing van artikel 6 van dit besluit moeten de onderaannemingscontracten aan één van de volgende voorwaarden beantwoorden :
1° de aannemingssom moet groter zijn dan (27.000 EUR), zonder belasting op de toegevoegde waarde; <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
2° de uitvoeringstermijn dient gelijk te zijn aan of groter dan negentig kalenderdagen zo het aantal dagen begrepen tussen de datum van het sluiten van het onderaannemingscontract en de datum van de aanvang van de uitvoering van de opdracht geen vijfenveertig kalenderdagen overschrijdt; zo deze laatste termijn wel vijfenveertig kalenderdagen overschrijdt wordt de gestelde minimum uitvoeringstermijn bepaald door de negentig kalenderdagen te verminderen met het aantal dagen dat deze vijfenveertig kalenderdagen overschrijdt.
e1, e2, ... en, de opeenvolgende waarden van de beschouwde faktor gedurende de contractuele termijn, eventueel verlengd in de mate waarin de vertraging niet aan de aannemer te wijten was;
t1, t2, .. tn, de met deze waarde overeenstemmende tijdsduur, uitgedrukt in maanden van dertig dagen; een deel van een maand en de duur van de schorsingen in de uitvoering van de opdracht komen niet in aanmerking.
De waarde van E wordt tot op het tweede decimale cijfer berekend.
Deze bepaling is van toepassing, onverminderd de voorschriften van het bestek, inzonderheid deze die de periode van de contractuele termijn beperken gedurende welke zekere elementen voor de prijsvaststelling kunnen worden herzien.
§ 5. Onderaannemingscontracten
Voor de toepassing van artikel 6 van dit besluit moeten de onderaannemingscontracten aan één van de volgende voorwaarden beantwoorden :
1° de aannemingssom moet groter zijn dan (27.000 EUR), zonder belasting op de toegevoegde waarde; <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
2° de uitvoeringstermijn dient gelijk te zijn aan of groter dan negentig kalenderdagen zo het aantal dagen begrepen tussen de datum van het sluiten van het onderaannemingscontract en de datum van de aanvang van de uitvoering van de opdracht geen vijfenveertig kalenderdagen overschrijdt; zo deze laatste termijn wel vijfenveertig kalenderdagen overschrijdt wordt de gestelde minimum uitvoeringstermijn bepaald door de negentig kalenderdagen te verminderen met het aantal dagen dat deze vijfenveertig kalenderdagen overschrijdt.
dans laquelle :
e1, e2,... en, représentant les valeurs successives de l'élément considéré pendant le délai contractuel, éventuellement prolongé dans la mesure où le retard n'est pas imputable à l'adjudicataire;
t1, e2, ... tn, représentant les temps d'application correspondants de ces valeurs, exprimés en mois de trente jours, chaque fraction du mois étant négligée et les temps de suspension de l'exécution du marché n'étant pas pris en considération.
La valeur de E est calculée jusqu'à la deuxième décimale.
La présente disposition s'applique sans préjudice des prescriptions du cahier spécial des charges, notamment celles qui limitent la période du délai contractuel pendant laquelle certains éléments constitutifs des prix sont révisables.
§ 5. Contrats de sous-traitance.
Pour l'application de l'article 6 du présent arrêté, les contrats de sous-traitance doivent répondre à une des conditions suivantes :
1° montant supérieur à (27.000 EUR), hors taxe sur la valeur ajoutée; <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
2° délai d'exécution égal ou supérieur à nonante jours de calendrier pour autant que le délai compris entre la date de passation du contrat de sous-traitance et celle fixée pour le début de l'exécution du marché n'excède pas quarante-cinq jours de calendrier; si ce délai dépasse quarante-cinq jours de calendrier, le délai minimum d'exécution à prendre en considération est la différence entre nonante jours de calendrier et le nombre de jours de calendrier au-delà des quarante-cinq jours précités.
e1, e2,... en, représentant les valeurs successives de l'élément considéré pendant le délai contractuel, éventuellement prolongé dans la mesure où le retard n'est pas imputable à l'adjudicataire;
t1, e2, ... tn, représentant les temps d'application correspondants de ces valeurs, exprimés en mois de trente jours, chaque fraction du mois étant négligée et les temps de suspension de l'exécution du marché n'étant pas pris en considération.
La valeur de E est calculée jusqu'à la deuxième décimale.
La présente disposition s'applique sans préjudice des prescriptions du cahier spécial des charges, notamment celles qui limitent la période du délai contractuel pendant laquelle certains éléments constitutifs des prix sont révisables.
§ 5. Contrats de sous-traitance.
Pour l'application de l'article 6 du présent arrêté, les contrats de sous-traitance doivent répondre à une des conditions suivantes :
1° montant supérieur à (27.000 EUR), hors taxe sur la valeur ajoutée; <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
2° délai d'exécution égal ou supérieur à nonante jours de calendrier pour autant que le délai compris entre la date de passation du contrat de sous-traitance et celle fixée pour le début de l'exécution du marché n'excède pas quarante-cinq jours de calendrier; si ce délai dépasse quarante-cinq jours de calendrier, le délai minimum d'exécution à prendre en considération est la différence entre nonante jours de calendrier et le nombre de jours de calendrier au-delà des quarante-cinq jours précités.
waarin :
dans laquelle :
Art. 14. § 1. Aankoopprijs en vergoedingen.
1° De aankoopprijs van de octrooirechten en de verschuldigde vergoedingen voor de octrooilicenties en voor het aanhouden van de octrooien vallen voor rekening van de aannemer zo het bestaan ervan in het bestek is vermeld.
2° Indien de aanbestedende overheid zelf een volledige beschrijving van het geheel of een deel van de werken, leveringen of diensten of van het werk geeft, zonder het bestaan te vermelden van een octrooi of een octrooilicentie, vallen de aankoopprijs, de vergoedingen en het eventueel aanhouden ervan ten laste van de aanbestedende overheid; deze laatste is aansprakelijk voor eventuele schadevergoeding gevorderd door de houder van de octrooirechten of van de titularis van de octrooilicentie.
Hetzelfde geldt voor de tekeningen en modellen en voor alle intellectuele eigendomsrechten die nodig zijn voor de uitvoering van de werken, leveringen, diensten of van het werk.
3° Indien het bestek de inschrijvers vraagt zelf de beschrijving van het geheel of een deel van de werken, leveringen of diensten of van het werk te geven, kunnen de inschrijvers die houder zijn van een octrooi of octrooilicentie betreffende deze werken, leveringen of diensten of dat werk, hiervoor geen enkele verhoging van de aannemingssom van de aanbestedende overheid vorderen. Zij moeten in de bij hun offerte behorende documenten het bestaan van dat octrooi of die octrooilicentie vermelden en, inzonderheid, het nummer en de datum van het octrooi. Zij moeten eveneens de tekeningen, de modellen en de auteursrechten vermelden die voor de uitvoering van de werken, leveringen, diensten of van het werk nodig zijn en waarvan zij de auteurs of de rechthebbenden zijn.
Bij weglating van deze vermeldingen wordt de aannemer in verband met deze opdracht elk recht ontnomen om van de aanbestedende overheid schadevergoeding te eisen op grond van de miskenning van zijn octrooi- of auteursrecht.
§ 2. Gebruik van de resultaten.
1° De aanbestedende overheid mag de resultaten van de intellectuele prestaties slechts aanwenden voor haar eigen, door het bestek bepaalde behoeften, of voor de behoeften van derden, aangeduid in het bestek.
De aanbestedende overheid kan, na de aannemer hierover ingelicht te hebben, algemene gegevens publiceren over het bestaan van de opdracht en de verkregen resultaten; ze moeten zodanig opgesteld zijn dat ze niet door derden kunnen gebruikt worden zonder daarvoor een beroep te doen op de aannemer. In die publikatie wordt de tussenkomst van de aannemer vermeld.
2° De voorwaarden voor het commercieel of ander gebruik, door de aannemer, van de algemene gegevens over het bestaan van de opdracht en over de verkregen resultaten, worden bepaald door het bestek. Indien het bestek de deelname voorziet van de aanbestedende overheid aan de financiering van het onderzoek en de ontwikkeling verbonden aan het voorwerp van de opdracht, kan hij de toekenningsvoorwaarden van de vergoeding verschuldigd aan de aanbestedende overheid in geval van het gebruik van de resultaten door de aannemer bepalen.
§ 3. Uitvindingen, verworven kennis, methodes en know-how.
Door de opdracht verkrijgt de aanbestedende overheid niet de intellectuele en industriële eigendom van de uitvindingen die gedaan, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht, en ook niet die van de methodes of de know-how.
De aannemer deelt de aanbestedende overheid op haar verzoek mee welke kennis, de know-how inbegrepen, nodig is voor het gebruik van het werk, de levering of de dienst, of die nu aanleiding gegeven heeft tot het aanvragen van een octrooi of niet.
De aanbestedende overheid beschouwt de methodes en de know-how van de aannemer als vertrouwelijk, behalve wanneer die methodes en die know-how het voorwerp uitmaken van de opdracht.
De titels ter bescherming van de intellectuele en industriële rechten op de uitvindingen die gedaan, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht kunnen niet tegen de aanbestedende overheid aangevoerd worden voor het gebruik van de resultaten van de opdracht.
§ 4. Octrooien.
De aannemer moet bij de aanbestedende overheid binnen de maand, aangifte doen van alle octrooiaanvragen die hij in België of in het buitenland doet in verband met de uitvindingen die hij ontwikkeld of gebruikt heeft bij de uitvoering van de opdracht. Hij bezorgt de aanbestedende overheid, tegelijk met die aangifte, een kopie van de schriftelijke akte waarin de ter zake geldende wetgeving voorziet.
§ 5. Octrooilicentie.
Behoudens het geval bedoeld in § 1, 2° heeft de aanbestedende overheid, voor het gebruik dat de opdracht haar toestaat, recht op een octrooilicentie, met mogelijkheid tot sublicentie.
De aannemer moet alle nodige maatregelen nemen om de rechten van de aanbestedende overheid te vrijwaren en moet, zo nodig, op eigen kosten de formaliteiten vervullen die nodig zijn opdat die rechten zouden kunnen tegengeworpen worden aan derden. Hij licht de aanbestedende overheid in over de schikkingen die getroffen en de formaliteiten die vervuld werden.
§ 6. Wederzijdse bijstand en waarborg.
Vanaf de eerste tekenen van een vordering door een derde tegen de aannemer of de aanbestedende overheid, moeten deze elkaar inlichten en alle mogelijke maatregelen nemen om de stoornis te doen ophouden, en moeten zij wederzijds bijstand verlenen door elkaar met name bewijselementen mee te delen of nuttige documenten te overhandigen die ze in hun bezit hebben of kunnen verkrijgen.
De aannemer die de rechten van een derde niet heeft geëerbiedigd of hen niet aan de aanbestedende overheid kenbaar heeft gemaakt staat borg voor elk verhaal dat een derde tegen haar zou stellen. Tenzij het bestek het anders bepaalt is die waarborg evenwel beperkt tot het bedrag van de opdracht zonder belasting op de toegevoegde waarde.
1° De aankoopprijs van de octrooirechten en de verschuldigde vergoedingen voor de octrooilicenties en voor het aanhouden van de octrooien vallen voor rekening van de aannemer zo het bestaan ervan in het bestek is vermeld.
2° Indien de aanbestedende overheid zelf een volledige beschrijving van het geheel of een deel van de werken, leveringen of diensten of van het werk geeft, zonder het bestaan te vermelden van een octrooi of een octrooilicentie, vallen de aankoopprijs, de vergoedingen en het eventueel aanhouden ervan ten laste van de aanbestedende overheid; deze laatste is aansprakelijk voor eventuele schadevergoeding gevorderd door de houder van de octrooirechten of van de titularis van de octrooilicentie.
Hetzelfde geldt voor de tekeningen en modellen en voor alle intellectuele eigendomsrechten die nodig zijn voor de uitvoering van de werken, leveringen, diensten of van het werk.
3° Indien het bestek de inschrijvers vraagt zelf de beschrijving van het geheel of een deel van de werken, leveringen of diensten of van het werk te geven, kunnen de inschrijvers die houder zijn van een octrooi of octrooilicentie betreffende deze werken, leveringen of diensten of dat werk, hiervoor geen enkele verhoging van de aannemingssom van de aanbestedende overheid vorderen. Zij moeten in de bij hun offerte behorende documenten het bestaan van dat octrooi of die octrooilicentie vermelden en, inzonderheid, het nummer en de datum van het octrooi. Zij moeten eveneens de tekeningen, de modellen en de auteursrechten vermelden die voor de uitvoering van de werken, leveringen, diensten of van het werk nodig zijn en waarvan zij de auteurs of de rechthebbenden zijn.
Bij weglating van deze vermeldingen wordt de aannemer in verband met deze opdracht elk recht ontnomen om van de aanbestedende overheid schadevergoeding te eisen op grond van de miskenning van zijn octrooi- of auteursrecht.
§ 2. Gebruik van de resultaten.
1° De aanbestedende overheid mag de resultaten van de intellectuele prestaties slechts aanwenden voor haar eigen, door het bestek bepaalde behoeften, of voor de behoeften van derden, aangeduid in het bestek.
De aanbestedende overheid kan, na de aannemer hierover ingelicht te hebben, algemene gegevens publiceren over het bestaan van de opdracht en de verkregen resultaten; ze moeten zodanig opgesteld zijn dat ze niet door derden kunnen gebruikt worden zonder daarvoor een beroep te doen op de aannemer. In die publikatie wordt de tussenkomst van de aannemer vermeld.
2° De voorwaarden voor het commercieel of ander gebruik, door de aannemer, van de algemene gegevens over het bestaan van de opdracht en over de verkregen resultaten, worden bepaald door het bestek. Indien het bestek de deelname voorziet van de aanbestedende overheid aan de financiering van het onderzoek en de ontwikkeling verbonden aan het voorwerp van de opdracht, kan hij de toekenningsvoorwaarden van de vergoeding verschuldigd aan de aanbestedende overheid in geval van het gebruik van de resultaten door de aannemer bepalen.
§ 3. Uitvindingen, verworven kennis, methodes en know-how.
Door de opdracht verkrijgt de aanbestedende overheid niet de intellectuele en industriële eigendom van de uitvindingen die gedaan, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht, en ook niet die van de methodes of de know-how.
De aannemer deelt de aanbestedende overheid op haar verzoek mee welke kennis, de know-how inbegrepen, nodig is voor het gebruik van het werk, de levering of de dienst, of die nu aanleiding gegeven heeft tot het aanvragen van een octrooi of niet.
De aanbestedende overheid beschouwt de methodes en de know-how van de aannemer als vertrouwelijk, behalve wanneer die methodes en die know-how het voorwerp uitmaken van de opdracht.
De titels ter bescherming van de intellectuele en industriële rechten op de uitvindingen die gedaan, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht kunnen niet tegen de aanbestedende overheid aangevoerd worden voor het gebruik van de resultaten van de opdracht.
§ 4. Octrooien.
De aannemer moet bij de aanbestedende overheid binnen de maand, aangifte doen van alle octrooiaanvragen die hij in België of in het buitenland doet in verband met de uitvindingen die hij ontwikkeld of gebruikt heeft bij de uitvoering van de opdracht. Hij bezorgt de aanbestedende overheid, tegelijk met die aangifte, een kopie van de schriftelijke akte waarin de ter zake geldende wetgeving voorziet.
§ 5. Octrooilicentie.
Behoudens het geval bedoeld in § 1, 2° heeft de aanbestedende overheid, voor het gebruik dat de opdracht haar toestaat, recht op een octrooilicentie, met mogelijkheid tot sublicentie.
De aannemer moet alle nodige maatregelen nemen om de rechten van de aanbestedende overheid te vrijwaren en moet, zo nodig, op eigen kosten de formaliteiten vervullen die nodig zijn opdat die rechten zouden kunnen tegengeworpen worden aan derden. Hij licht de aanbestedende overheid in over de schikkingen die getroffen en de formaliteiten die vervuld werden.
§ 6. Wederzijdse bijstand en waarborg.
Vanaf de eerste tekenen van een vordering door een derde tegen de aannemer of de aanbestedende overheid, moeten deze elkaar inlichten en alle mogelijke maatregelen nemen om de stoornis te doen ophouden, en moeten zij wederzijds bijstand verlenen door elkaar met name bewijselementen mee te delen of nuttige documenten te overhandigen die ze in hun bezit hebben of kunnen verkrijgen.
De aannemer die de rechten van een derde niet heeft geëerbiedigd of hen niet aan de aanbestedende overheid kenbaar heeft gemaakt staat borg voor elk verhaal dat een derde tegen haar zou stellen. Tenzij het bestek het anders bepaalt is die waarborg evenwel beperkt tot het bedrag van de opdracht zonder belasting op de toegevoegde waarde.
Art. 14. § 1. Prix et redevances.
1° Le prix d'acquisition des droits de brevet et les redevances dues pour les licences d'exploitation ainsi que pour le maintien du brevet sont supportés par l'adjudicataire lorsque leur existence est signalée dans le cahier spécial des charges.
2° Si le pouvoir adjudicateur procède lui-même à la description complète de tout ou partie des travaux, des fournitures, des services ou de l'ouvrage, sans mentionner l'existence d'un brevet ou d'une licence d'exploitation de brevet, il en supporte le prix d'acquisition, les redevances ainsi que le maintien éventuel; il est tenu aux dommages-intérêts éventuels envers le possesseur du droit de brevet ou le titulaire de la licence d'exploitation.
Les mêmes règles sont applicables aux dessins, aux modèles et à tout autre droit de propriété intellectuel nécessaires à la mise en oeuvre des travaux, des fournitures, des services ou de l'ouvrage.
3° Si le cahier spécial des charges invite les soumissionnaires à faire eux-mêmes la description de tout ou partie des travaux, des fournitures, des services ou de l'ouvrage, les soumissionnaires qui sont détenteurs d'un brevet ou d'une licence d'exploitation de brevet concernant ces travaux, fournitures ou services ou cet ouvrage, ne peuvent, de ce chef, réclamer au pouvoir adjudicateur aucune majoration du prix de leur offre. Ils sont tenus de faire mention de ce brevet ou de cette licence d'exploitation de brevet dans les documents accompagnant leur offre et d'indiquer notamment le numéro et la date du brevet. Ils sont également tenus de signaler les dessins, modèles et droits d'auteur nécessaires à l'exécution des travaux, des fournitures, des services ou de l'ouvrage et dont ils sont les auteurs ou les ayants droit.
Du fait de l'omission de ces mentions, l'adjudicataire est déchu dans le cadre de ce marché de tout droit à réclamer à l'égard du pouvoir adjudicateur des dommages-intérêts du chef de la méconnaissance de son droit de brevet ou d'auteur.
§ 2. Utilisation des résultats.
1° Le pouvoir adjudicateur ne peut utiliser les résultats des prestations intellectuelles que pour ses propres besoins précisés par le cahier spécial des charges ou ceux de tiers désignés dans ledit cahier.
Le pouvoir adjudicateur peut, après en avoir informé l'adjudicataire, publier des informations générales sur l'existence du marché et les résultats obtenus, formulées de manière telle qu'elles ne puissent être utilisées par un tiers sans recours à l'adjudicataire. Cette publication mentionne l'intervention de l'adjudicataire.
2° Les conditions d'une utilisation commerciale ou autre, par l'adjudicataire, des informations générales sur l'existence du marché et sur les résultats obtenus sont précisées par le cahier spécial des charges. Si le cahier spécial des charges prévoit la participation du pouvoir adjudicateur au financement de la recherche et du développement liés à l'objet du marché, il peut préciser les modalités de la rémunération due au pouvoir adjudicateur en cas d'utilisation des résultats par l'adjudicataire.
§ 3. Inventions, connaissances acquises, méthodes et savoir-faire.
Le pouvoir adjudicateur n'acquiert pas du fait du marché la propriété des droits intellectuels et industriels nés, mis au point ou utilisés à l'occasion de l'exécution du marché, ni celle des méthodes ou du savoir-faire.
L'adjudicataire communique au pouvoir adjudicateur à sa demande les connaissances, y compris le savoir-faire nécessaire à l'usage ou à l'utilisation de l'ouvrage, de la fourniture ou du service que celles-ci aient donné lieu ou non à dépôt de brevet.
Le pouvoir adjudicateur considère les méthodes et le savoir-faire de l'adjudicataire comme confidentiels, sauf si ces méthodes et ce savoir-faire font l'objet du marché.
Les titres protégeant les droits intellectuels et industriels nés, mis au point ou utilisés à l'occasion de l'exécution du marché ne peuvent être opposes au pouvoir adjudicateur pour l'utilisation des résultats du marché.
§ 4. Brevets.
L'adjudicataire est tenu de déclarer au pouvoir adjudicateur dans un délai d'un mois, tout dépôt de demande de brevet qu'il effectue en Belgique et à l'étranger concernant les inventions mises au point ou utilisées à l'occasion de exécution du marché. Il communique au pouvoir adjudicateur en même temps que cette déclaration, copie de l'acte écrit prévu par la législation en vigueur.
§ 5. Licence d'exploitation.
Sauf dans le cas visé au § 1, 2°, le pouvoir adjudicateur a droit, pour l'usage que lui permet le marché, à la concession d'une licence d'exploitation des brevets, avec possibilité de sous-licence.
Il incombe à l'adjudicataire de prendre toutes dispositions pour préserver les droits du pouvoir adjudicateur et, le cas échéant, d'accomplir à ses frais les formalités nécessaires pour que ces droits soient opposables aux tiers. Il informe le pouvoir adjudicateur des dispositions prises et des formalités accomplies.
§ 6. Assistance mutuelle et garantie.
Dès la première manifestation de la revendication d'un tiers contre l'adjudicataire ou le pouvoir adjudicateur, ceux-ci doivent s'informer l'un l'autre et prendre toute mesure dépendant d'eux pour faire cesser le trouble et se prêter assistance mutuelle, notamment en se communiquant les éléments de preuve ou les documents utiles qu'ils peuvent détenir ou obtenir.
L'adjudicataire qui n'a pas respecte les droits d'un tiers ou ne les a pas signalés au pouvoir adjudicateur, est garant vis-à-vis de celui-ci de tout recours exercé contre lui par ce tiers. Sauf disposition contraire du cahier spécial des charges, la garantie est limitée au montant du marché hors taxe sur la valeur ajoutée.
1° Le prix d'acquisition des droits de brevet et les redevances dues pour les licences d'exploitation ainsi que pour le maintien du brevet sont supportés par l'adjudicataire lorsque leur existence est signalée dans le cahier spécial des charges.
2° Si le pouvoir adjudicateur procède lui-même à la description complète de tout ou partie des travaux, des fournitures, des services ou de l'ouvrage, sans mentionner l'existence d'un brevet ou d'une licence d'exploitation de brevet, il en supporte le prix d'acquisition, les redevances ainsi que le maintien éventuel; il est tenu aux dommages-intérêts éventuels envers le possesseur du droit de brevet ou le titulaire de la licence d'exploitation.
Les mêmes règles sont applicables aux dessins, aux modèles et à tout autre droit de propriété intellectuel nécessaires à la mise en oeuvre des travaux, des fournitures, des services ou de l'ouvrage.
3° Si le cahier spécial des charges invite les soumissionnaires à faire eux-mêmes la description de tout ou partie des travaux, des fournitures, des services ou de l'ouvrage, les soumissionnaires qui sont détenteurs d'un brevet ou d'une licence d'exploitation de brevet concernant ces travaux, fournitures ou services ou cet ouvrage, ne peuvent, de ce chef, réclamer au pouvoir adjudicateur aucune majoration du prix de leur offre. Ils sont tenus de faire mention de ce brevet ou de cette licence d'exploitation de brevet dans les documents accompagnant leur offre et d'indiquer notamment le numéro et la date du brevet. Ils sont également tenus de signaler les dessins, modèles et droits d'auteur nécessaires à l'exécution des travaux, des fournitures, des services ou de l'ouvrage et dont ils sont les auteurs ou les ayants droit.
Du fait de l'omission de ces mentions, l'adjudicataire est déchu dans le cadre de ce marché de tout droit à réclamer à l'égard du pouvoir adjudicateur des dommages-intérêts du chef de la méconnaissance de son droit de brevet ou d'auteur.
§ 2. Utilisation des résultats.
1° Le pouvoir adjudicateur ne peut utiliser les résultats des prestations intellectuelles que pour ses propres besoins précisés par le cahier spécial des charges ou ceux de tiers désignés dans ledit cahier.
Le pouvoir adjudicateur peut, après en avoir informé l'adjudicataire, publier des informations générales sur l'existence du marché et les résultats obtenus, formulées de manière telle qu'elles ne puissent être utilisées par un tiers sans recours à l'adjudicataire. Cette publication mentionne l'intervention de l'adjudicataire.
2° Les conditions d'une utilisation commerciale ou autre, par l'adjudicataire, des informations générales sur l'existence du marché et sur les résultats obtenus sont précisées par le cahier spécial des charges. Si le cahier spécial des charges prévoit la participation du pouvoir adjudicateur au financement de la recherche et du développement liés à l'objet du marché, il peut préciser les modalités de la rémunération due au pouvoir adjudicateur en cas d'utilisation des résultats par l'adjudicataire.
§ 3. Inventions, connaissances acquises, méthodes et savoir-faire.
Le pouvoir adjudicateur n'acquiert pas du fait du marché la propriété des droits intellectuels et industriels nés, mis au point ou utilisés à l'occasion de l'exécution du marché, ni celle des méthodes ou du savoir-faire.
L'adjudicataire communique au pouvoir adjudicateur à sa demande les connaissances, y compris le savoir-faire nécessaire à l'usage ou à l'utilisation de l'ouvrage, de la fourniture ou du service que celles-ci aient donné lieu ou non à dépôt de brevet.
Le pouvoir adjudicateur considère les méthodes et le savoir-faire de l'adjudicataire comme confidentiels, sauf si ces méthodes et ce savoir-faire font l'objet du marché.
Les titres protégeant les droits intellectuels et industriels nés, mis au point ou utilisés à l'occasion de l'exécution du marché ne peuvent être opposes au pouvoir adjudicateur pour l'utilisation des résultats du marché.
§ 4. Brevets.
L'adjudicataire est tenu de déclarer au pouvoir adjudicateur dans un délai d'un mois, tout dépôt de demande de brevet qu'il effectue en Belgique et à l'étranger concernant les inventions mises au point ou utilisées à l'occasion de exécution du marché. Il communique au pouvoir adjudicateur en même temps que cette déclaration, copie de l'acte écrit prévu par la législation en vigueur.
§ 5. Licence d'exploitation.
Sauf dans le cas visé au § 1, 2°, le pouvoir adjudicateur a droit, pour l'usage que lui permet le marché, à la concession d'une licence d'exploitation des brevets, avec possibilité de sous-licence.
Il incombe à l'adjudicataire de prendre toutes dispositions pour préserver les droits du pouvoir adjudicateur et, le cas échéant, d'accomplir à ses frais les formalités nécessaires pour que ces droits soient opposables aux tiers. Il informe le pouvoir adjudicateur des dispositions prises et des formalités accomplies.
§ 6. Assistance mutuelle et garantie.
Dès la première manifestation de la revendication d'un tiers contre l'adjudicataire ou le pouvoir adjudicateur, ceux-ci doivent s'informer l'un l'autre et prendre toute mesure dépendant d'eux pour faire cesser le trouble et se prêter assistance mutuelle, notamment en se communiquant les éléments de preuve ou les documents utiles qu'ils peuvent détenir ou obtenir.
L'adjudicataire qui n'a pas respecte les droits d'un tiers ou ne les a pas signalés au pouvoir adjudicateur, est garant vis-à-vis de celui-ci de tout recours exercé contre lui par ce tiers. Sauf disposition contraire du cahier spécial des charges, la garantie est limitée au montant du marché hors taxe sur la valeur ajoutée.
Art.14. § 1. Aankoopprijs en vergoedingen.
Art.14. § 1. Prix et redevances.
Art. 15. § 1. Betaling van de werken.
1° Zowel voor de betalingen in mindering als voor de betaling van het saldo of van de enige betaling van de aannemingssom, is de aannemer verplicht een gedagtekende en ondertekende schuldvordering over te leggen die steunt op een gedetailleerde staat van de werken, welke zijns inziens, de gevraagde betalingen rechtvaardigen.
Deze gedetailleerde staat kan omvatten :
a) de hoeveelheden uitgevoerd boven de vermoedelijke hoeveelheden die voorkomen in de posten van de prijslijst;
b) de bijwerken uitgevoerd op schriftelijk bevel van de leidend ambtenaar;
c) de werken uitgevoerd tegen de door de aannemer voorgestelde en door de aanbestedende overheid nog niet aanvaarde eenheidsprijzen.
2° De aanbestedende overheid ziet de ingediende staat van werken na en brengt er eventueel verbeteringen in aan; wanneer er niet tussen de partijen overeengekomen eenheidsprijzen in voorkomen, stelt ze deze prijzen ambtshalve vast met behoud van alle rechten van de aannemer.
Na ontvangst van elke verklaring van schuldvordering maakt ze onverwijld een proces-verbaal op met vermelding van het bedrag dat ze werkelijk verschuldigd acht te zijn en geeft de aannemer schriftelijk kennis van de staat van de werken die aldus voor betaling zijn aanvaard. Terzelfdertijd verzoekt de aanbestedende overheid de aannemer, binnen de vijf kalenderdagen, een faktuur in te dienen voor hetzelfde bedrag.
(Enkel in de gevallen van betaling van het saldo van de opdracht of van enige betaling beschikt de aanbestedende overheid over een termijn van dertig kalenderdagen om deze verrichtingen uit te voeren. Deze termijn vangt aan op de dag dat de aanbestedende overheid de verklaring van schuldvordering bedoeld in 1° ontvangt.) <KB 2002-12-17/30, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 08-08-2002>
3° De betaling van de aan de aannemer verschuldigde sommen, geschiedt binnen de zestig kalenderdagen vanaf de dag waarop de aanbestedende overheid de verklaring van schuldvordering heeft ontvangen.
(De termijn van zestig kalenderdagen, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd naar rato van de overschrijding van de termijn van vijf kalenderdagen die krachtens 2° aan de aannemer wordt verleend om zijn factuur in te dienen.
Enkel in de gevallen van betaling van het saldo van de opdracht of van enige betaling vangt de termijn van zestig kalenderdagen, bedoeld in het eerste lid, aan de dag na het verstrijken van de termijn van dertig kalenderdagen waarover de aanbestedende overheid beschikt om de verrichtingen vermeld in 2° uit te voeren en wordt hij ingekort naar rato van de overschrijding van deze termijn van dertig kalenderdagen.) <KB 2002-12-17/30, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 08-08-2002>
(lid opgeheven) <KB 2002-12-17/30, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 08-08-2002>
(§ 2. - Betaling van de leveringen en van de diensten :
1° Wat de leveringen betreft, moet de betaling plaatsvinden binnen een termijn van vijftig kalenderdagen vanaf de datum waarop de keuringsformaliteiten werden beëindigd, voor zover de aanbestedende overheid tegelijk over de regelmatig opgemaakte factuur beschikt, alsook over de andere, eventueel vereiste documenten.
Deze factuur geldt als schuldvordering.
Wanneer de levering in verschillende keren plaatsvindt, gaat de termijn van vijftig dagen in vanaf de dag waarop de formaliteiten voor de laatste keuring van elk van de gedeeltelijke leveringen werden beëindigd.
2° Wat de diensten betreft, moet de betaling, overeenkomstig de nadere regels bepaald in het bestek, plaatsvinden binnen een termijn van vijftig kalenderdagen vanaf de keuring van de schuldvordering, voor zover de aanbestedende overheid binnen de vastgelegde termijn over de andere, eventueel vereiste documenten beschikt.) <KB 2002-04-22/30, art. 88, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
§ 3. Betaling in geval van derdenbeslag.
In geval van verzet tegen de betaling of van derdenbeslag ten laste van de aannemer, beschikt de aanbestedende overheid, onverminderd de in § 1 en § 2 bepaalde termijnen van vijftig, zestig en negentig dagen, over een termijn van vijftien kalenderdagen te rekenen vanaf die waarop het beletsel tegen betaling wordt opgeheven.
(§ 4. Intrest voor achterstallige betalingen.
Wanneer de in § 1 tot 3 vastgestelde betalingstermijnen worden overschreden, heeft de aannemer, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, per maand of per gedeelte van een maand vertraging, recht op de betaling van een intrest. Deze intrest wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen vertraging tegen de intrestvoet die door de Europese Centrale Bank wordt toegepast voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie vóór de eerste kalenderdag van het semester in kwestie wanneer de betrokken transactie werd uitgevoerd door middel van een vaste-rentetender. Indien de betrokken transactie werd uitgevoerd door middel van een variabele-rentetender is de referentie-interestvoet de uit deze tender voortvloeiende marginale interestvoet, zowel bij toewijzingen op basis van een enkelvoudige rentevoet, als bij toewijzingen op basis van een meervoudige rentevoet. Deze intrestvoet wordt vermeerderd met zeven procent en afgerond tot het hogere halve procentpunt.
Dit vermeerderingspercentage kan worden verminderd, mits de aanbestedende overheid in het bestek of in de documenten die het vervangen, de objectieve redenen vermeldt, waaruit kan worden afgeleid dat deze vermindering geen kennelijke onbillijkheid jegens de aannemer behelst. Een vermindering van het vermeerderingspercentage wordt evenwel voor niet geschreven gehouden voor het gedeelte dat 3,5 procent overschrijdt. In elk geval zal de verschuldigde intrest niet lager zijn dan de wettelijke intrestvoet bepaald in de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest en elke tegenstrijdig bepaling wordt ook voor niet geschreven gehouden.
Het indienen van de regelmatig opgestelde factuur overeenkomstig § 1 en 2 of, voor de dienstverleningen waarvoor geen factuur moet worden opgesteld, aangezien de schuldvordering ze vervangt, geldt als schuldvordering voor de betaling van deze intrest, maar heeft geen invloed op het tijdstip waarop de intrest begint te lopen.
De intrest is alleen verschuldigd indien hij ten minste vijf euro bedraagt per betaling uitgevoerd overeenkomstig de contractuele bepalingen.
De Minister van Financiën deelt de in het eerste lid bepaalde intrestvoet mede, alsook elke wijziging van deze intrestvoet, via een bericht in het Belgisch Staatsblad.
De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de betalingen die betrekking hebben op schadevergoedingen.) <KB 2002-12-17/30, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 08-08-2002>
§ 5. Onderbreking door de aanbestedende overheid.
Wanneer, op bevel of door toedoen van de aanbestedende overheid, de uitvoering van de aanneming voor een periode van minstens dertig kalenderdagen wordt onderbroken, ontvangt de aannemer een betaling in mindering naar rato van de uitgevoerde prestaties.
De aannemer heeft het recht een rekening tot schadevergoeding in te dienen, voor een in gemeen overleg te bepalen bedrag, voor de onderbrekingen op bevel van de aanbestedende overheid die in totaal een twintigste van de uitvoeringstermijn overschrijden en minstens tien werkdagen of vijftien kalenderdagen, naargelang de uitvoeringstermijn uitgedrukt is in werk- of kalenderdagen. Deze onderbrekingen mogen niet het gevolg zijn van ongunstige weersomstandigheden noch voorzien zijn in het bestek; bovendien moeten ze plaatsvinden binnen de contractuele uitvoeringstermijn.
De behoorlijk gestaafde rekening tot schadeloosstelling moet schriftelijk ingediend worden binnen de in artikel 16, § 4, eerste lid, 2°, voorziene termijnen.
De aannemer kan zich op het ter zake aan de gang zijnde overleg niet beroepen om de uitvoering van de opdracht niet te hervatten.
§ 6. Onderbreking of vertraging van de uitvoering door de aannemer.
Wanneer, door de schuld van de aanbestedende overheid de betaling niet is verricht na verloop van dertig kalenderdagen na de gestelde betalingstermijn, kan de aannemer het uitvoeringstempo van de werken, leveringen of diensten vertragen of onderbreken.
In dit geval heeft de aannemer recht :
1° alleszins of er een vertraging van het uitvoeringstempo of een onderbreking is of niet, op een termijnverlenging die gelijk is aan het aantal kalenderdagen begrepen tussen het verloop van de voornoemde periode van dertig dagen en de betalingsdatum, voor zover de aanvraag schriftelijk wordt ingediend vóór het verstrijken van de contractuele termijnen;
2° op schadevergoeding, indien er werkelijk een vertraging van de uitvoeringstempo of een onderbreking is geweest, voor zover de rekening voor schadevergoeding wordt ingediend binnen de termijnen bepaald in artikel 16, § 4, eerste lid, 2°.
De beslissing om het uitvoeringstempo te vertragen of de werken, leveringen of diensten te onderbreken wegens achterstal van betaling, dient evenwel bij ter post aangetekende brief ten laatste vijftien kalenderdagen vóór de dag van vertraging van het uitvoeringstempo of van de daadwerkelijke onderbreking aan de aanbestedende overheid te worden gemeld.
Ingeval meerdere overschrijdingen van betalingstermijnen elkaar overlappen, mogen deze slechts één keer in rekening gebracht worden.
De bepalingen van deze paragraaf kunnen slechts worden ingeroepen op voorwaarde dat dit wordt gerechtvaardigd door het belang van de achterstallige betalingen in de loop van de beschouwde periode.
§ 7. Betalingsformaliteiten.
De betalingen geschieden op een rekening geopend op naam van de aannemer bij de Postcheque of bij een andere financiële instelling.
Na het sluiten van de overeenkomst moeten alle opdrachten tot betaling in de handen van derden geschieden door een bij deurwaardersexploot aan de aanbestedende overheid betekende overdracht van schuldvordering.
1° Zowel voor de betalingen in mindering als voor de betaling van het saldo of van de enige betaling van de aannemingssom, is de aannemer verplicht een gedagtekende en ondertekende schuldvordering over te leggen die steunt op een gedetailleerde staat van de werken, welke zijns inziens, de gevraagde betalingen rechtvaardigen.
Deze gedetailleerde staat kan omvatten :
a) de hoeveelheden uitgevoerd boven de vermoedelijke hoeveelheden die voorkomen in de posten van de prijslijst;
b) de bijwerken uitgevoerd op schriftelijk bevel van de leidend ambtenaar;
c) de werken uitgevoerd tegen de door de aannemer voorgestelde en door de aanbestedende overheid nog niet aanvaarde eenheidsprijzen.
2° De aanbestedende overheid ziet de ingediende staat van werken na en brengt er eventueel verbeteringen in aan; wanneer er niet tussen de partijen overeengekomen eenheidsprijzen in voorkomen, stelt ze deze prijzen ambtshalve vast met behoud van alle rechten van de aannemer.
Na ontvangst van elke verklaring van schuldvordering maakt ze onverwijld een proces-verbaal op met vermelding van het bedrag dat ze werkelijk verschuldigd acht te zijn en geeft de aannemer schriftelijk kennis van de staat van de werken die aldus voor betaling zijn aanvaard. Terzelfdertijd verzoekt de aanbestedende overheid de aannemer, binnen de vijf kalenderdagen, een faktuur in te dienen voor hetzelfde bedrag.
(Enkel in de gevallen van betaling van het saldo van de opdracht of van enige betaling beschikt de aanbestedende overheid over een termijn van dertig kalenderdagen om deze verrichtingen uit te voeren. Deze termijn vangt aan op de dag dat de aanbestedende overheid de verklaring van schuldvordering bedoeld in 1° ontvangt.) <KB 2002-12-17/30, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 08-08-2002>
3° De betaling van de aan de aannemer verschuldigde sommen, geschiedt binnen de zestig kalenderdagen vanaf de dag waarop de aanbestedende overheid de verklaring van schuldvordering heeft ontvangen.
(De termijn van zestig kalenderdagen, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd naar rato van de overschrijding van de termijn van vijf kalenderdagen die krachtens 2° aan de aannemer wordt verleend om zijn factuur in te dienen.
Enkel in de gevallen van betaling van het saldo van de opdracht of van enige betaling vangt de termijn van zestig kalenderdagen, bedoeld in het eerste lid, aan de dag na het verstrijken van de termijn van dertig kalenderdagen waarover de aanbestedende overheid beschikt om de verrichtingen vermeld in 2° uit te voeren en wordt hij ingekort naar rato van de overschrijding van deze termijn van dertig kalenderdagen.) <KB 2002-12-17/30, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 08-08-2002>
(lid opgeheven) <KB 2002-12-17/30, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 08-08-2002>
(§ 2. - Betaling van de leveringen en van de diensten :
1° Wat de leveringen betreft, moet de betaling plaatsvinden binnen een termijn van vijftig kalenderdagen vanaf de datum waarop de keuringsformaliteiten werden beëindigd, voor zover de aanbestedende overheid tegelijk over de regelmatig opgemaakte factuur beschikt, alsook over de andere, eventueel vereiste documenten.
Deze factuur geldt als schuldvordering.
Wanneer de levering in verschillende keren plaatsvindt, gaat de termijn van vijftig dagen in vanaf de dag waarop de formaliteiten voor de laatste keuring van elk van de gedeeltelijke leveringen werden beëindigd.
2° Wat de diensten betreft, moet de betaling, overeenkomstig de nadere regels bepaald in het bestek, plaatsvinden binnen een termijn van vijftig kalenderdagen vanaf de keuring van de schuldvordering, voor zover de aanbestedende overheid binnen de vastgelegde termijn over de andere, eventueel vereiste documenten beschikt.) <KB 2002-04-22/30, art. 88, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
§ 3. Betaling in geval van derdenbeslag.
In geval van verzet tegen de betaling of van derdenbeslag ten laste van de aannemer, beschikt de aanbestedende overheid, onverminderd de in § 1 en § 2 bepaalde termijnen van vijftig, zestig en negentig dagen, over een termijn van vijftien kalenderdagen te rekenen vanaf die waarop het beletsel tegen betaling wordt opgeheven.
(§ 4. Intrest voor achterstallige betalingen.
Wanneer de in § 1 tot 3 vastgestelde betalingstermijnen worden overschreden, heeft de aannemer, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, per maand of per gedeelte van een maand vertraging, recht op de betaling van een intrest. Deze intrest wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen vertraging tegen de intrestvoet die door de Europese Centrale Bank wordt toegepast voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie vóór de eerste kalenderdag van het semester in kwestie wanneer de betrokken transactie werd uitgevoerd door middel van een vaste-rentetender. Indien de betrokken transactie werd uitgevoerd door middel van een variabele-rentetender is de referentie-interestvoet de uit deze tender voortvloeiende marginale interestvoet, zowel bij toewijzingen op basis van een enkelvoudige rentevoet, als bij toewijzingen op basis van een meervoudige rentevoet. Deze intrestvoet wordt vermeerderd met zeven procent en afgerond tot het hogere halve procentpunt.
Dit vermeerderingspercentage kan worden verminderd, mits de aanbestedende overheid in het bestek of in de documenten die het vervangen, de objectieve redenen vermeldt, waaruit kan worden afgeleid dat deze vermindering geen kennelijke onbillijkheid jegens de aannemer behelst. Een vermindering van het vermeerderingspercentage wordt evenwel voor niet geschreven gehouden voor het gedeelte dat 3,5 procent overschrijdt. In elk geval zal de verschuldigde intrest niet lager zijn dan de wettelijke intrestvoet bepaald in de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest en elke tegenstrijdig bepaling wordt ook voor niet geschreven gehouden.
Het indienen van de regelmatig opgestelde factuur overeenkomstig § 1 en 2 of, voor de dienstverleningen waarvoor geen factuur moet worden opgesteld, aangezien de schuldvordering ze vervangt, geldt als schuldvordering voor de betaling van deze intrest, maar heeft geen invloed op het tijdstip waarop de intrest begint te lopen.
De intrest is alleen verschuldigd indien hij ten minste vijf euro bedraagt per betaling uitgevoerd overeenkomstig de contractuele bepalingen.
De Minister van Financiën deelt de in het eerste lid bepaalde intrestvoet mede, alsook elke wijziging van deze intrestvoet, via een bericht in het Belgisch Staatsblad.
De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de betalingen die betrekking hebben op schadevergoedingen.) <KB 2002-12-17/30, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 08-08-2002>
§ 5. Onderbreking door de aanbestedende overheid.
Wanneer, op bevel of door toedoen van de aanbestedende overheid, de uitvoering van de aanneming voor een periode van minstens dertig kalenderdagen wordt onderbroken, ontvangt de aannemer een betaling in mindering naar rato van de uitgevoerde prestaties.
De aannemer heeft het recht een rekening tot schadevergoeding in te dienen, voor een in gemeen overleg te bepalen bedrag, voor de onderbrekingen op bevel van de aanbestedende overheid die in totaal een twintigste van de uitvoeringstermijn overschrijden en minstens tien werkdagen of vijftien kalenderdagen, naargelang de uitvoeringstermijn uitgedrukt is in werk- of kalenderdagen. Deze onderbrekingen mogen niet het gevolg zijn van ongunstige weersomstandigheden noch voorzien zijn in het bestek; bovendien moeten ze plaatsvinden binnen de contractuele uitvoeringstermijn.
De behoorlijk gestaafde rekening tot schadeloosstelling moet schriftelijk ingediend worden binnen de in artikel 16, § 4, eerste lid, 2°, voorziene termijnen.
De aannemer kan zich op het ter zake aan de gang zijnde overleg niet beroepen om de uitvoering van de opdracht niet te hervatten.
§ 6. Onderbreking of vertraging van de uitvoering door de aannemer.
Wanneer, door de schuld van de aanbestedende overheid de betaling niet is verricht na verloop van dertig kalenderdagen na de gestelde betalingstermijn, kan de aannemer het uitvoeringstempo van de werken, leveringen of diensten vertragen of onderbreken.
In dit geval heeft de aannemer recht :
1° alleszins of er een vertraging van het uitvoeringstempo of een onderbreking is of niet, op een termijnverlenging die gelijk is aan het aantal kalenderdagen begrepen tussen het verloop van de voornoemde periode van dertig dagen en de betalingsdatum, voor zover de aanvraag schriftelijk wordt ingediend vóór het verstrijken van de contractuele termijnen;
2° op schadevergoeding, indien er werkelijk een vertraging van de uitvoeringstempo of een onderbreking is geweest, voor zover de rekening voor schadevergoeding wordt ingediend binnen de termijnen bepaald in artikel 16, § 4, eerste lid, 2°.
De beslissing om het uitvoeringstempo te vertragen of de werken, leveringen of diensten te onderbreken wegens achterstal van betaling, dient evenwel bij ter post aangetekende brief ten laatste vijftien kalenderdagen vóór de dag van vertraging van het uitvoeringstempo of van de daadwerkelijke onderbreking aan de aanbestedende overheid te worden gemeld.
Ingeval meerdere overschrijdingen van betalingstermijnen elkaar overlappen, mogen deze slechts één keer in rekening gebracht worden.
De bepalingen van deze paragraaf kunnen slechts worden ingeroepen op voorwaarde dat dit wordt gerechtvaardigd door het belang van de achterstallige betalingen in de loop van de beschouwde periode.
§ 7. Betalingsformaliteiten.
De betalingen geschieden op een rekening geopend op naam van de aannemer bij de Postcheque of bij een andere financiële instelling.
Na het sluiten van de overeenkomst moeten alle opdrachten tot betaling in de handen van derden geschieden door een bij deurwaardersexploot aan de aanbestedende overheid betekende overdracht van schuldvordering.
Art. 15. § 1. Paiement des travaux.
1° Tant pour les acomptes que pour le dernier paiement pour solde du marché, de même qu'en cas de paiement unique, l'entrepreneur est tenu d'introduire une déclaration de créance datée, signée et appuyée d'un état détaillé des travaux justifiant selon lui le paiement demandé.
Cet état détaillé peut comporter :
a) des quantités exécutées au-delà des quantités présumées figurant dans les postes à bordereau de prix;
b) des travaux supplémentaires exécutés en vertu d'un ordre écrit du fonctionnaire dirigeant;
c) des travaux exécutés à des prix unitaires proposés par l'entrepreneur et non encore acceptes par le pouvoir adjudicateur.
2° Le pouvoir adjudicateur vérifie et, éventuellement, corrige l'état des travaux; lorsque des prix unitaires non encore convenus entre les parties y figurent, il arrête ces prix d'office, tous droits de l'entrepreneur restant saufs.
Il dresse au plus tôt, après réception de chaque déclaration de créance, un procès-verbal mentionnant la somme qu'il estime réellement due et notifie à l'entrepreneur la situation des travaux ainsi admis au paiement. En même temps, le pouvoir adjudicateur invite l'entrepreneur à introduire dans les cinq jours de calendrier une facture du même montant.
(Dans les seuls cas de paiements relatifs au solde du marché ou de paiement unique, le pouvoir adjudicateur dispose d'un délai de trente jours de calendrier pour procéder à ces opérations. Ce délai prend cours à compter du jour de la réception, par le pouvoir adjudicateur, de la déclaration de créance visée au 1°.) <AR 2002-12-17/30, art. 2, 008; En vigueur : 08-08-2002>
3° Le paiement des sommes dues à l'entrepreneur est effectué dans les soixante jours de calendrier à compter du jour de la réception de la déclaration de créance par le pouvoir adjudicateur.
(Le délai de soixante jours de calendrier, visé à l'alinéa 1er, est prolongé à concurrence du dépassement du délai de cinq jours de calendrier qui, en vertu du 2°, est réservé à l'entrepreneur pour introduire sa facture.
Dans les seuls cas de paiements relatifs au solde du marché ou de paiement unique, le délai de soixante jours de calendrier, visé à l'alinéa 1er, prend cours le lendemain de l'expiration du délai de trente jours de calendrier dont dispose le pouvoir adjudicateur pour procéder aux opérations mentionnées au 2° et est réduit à concurrence du dépassement de ce délai de trente jours de calendrier.) <AR 2002-12-17/30, art. 2, 008; En vigueur : 08-08-2002>
(alinéa abrogé) <AR 2002-12-17/30, art. 2, 008; En vigueur : 08-08-2002>
(§ 2. - Paiement des fournitures et des services :
1° En ce qui concerne les fournitures, le paiement est effectué dans les cinquante jours de calendrier à compter de la date à laquelle les formalités de réception sont terminées, pour autant que le pouvoir adjudicateur soit, en même temps, en possession de la facture régulièrement établie ainsi que des autres documents éventuellement exigés.
Ladite facture vaut déclaration de créance.
Si la livraison a lieu en plusieurs fois, le délai de cinquante jours est compté à partir du jour de l'achèvement des formalités de la dernière réception de chacune des livraisons partielles.
2° En ce qui concerne les services, le paiement est effectué, conformément aux modalités fixées dans le cahier spécial des charges, dans les cinquante jours de calendrier à compter de la réception de la déclaration de créance, pour autant que le pouvoir adjudicateur ait été mis dans les délais prévus en possession des autres documents éventuellement exigés.) <AR 2002-04-22/30, art. 88, 007; En vigueur : 01-05-2002>
§ 3. Paiement en cas de saisie-arrêt.
En cas d'opposition au paiement ou de saisie-arrêt à charge de l'adjudicataire, le pouvoir adjudicateur dispose, sans préjudice des délais de cinquante, soixante et nonante jours prévus aux § 1 et § 2, d'un délai de quinze jours de calendrier prenant cours le jour où l'obstacle au paiement est levé.
(§ 4. Intérêt pour retard dans les paiements.
Lorsque les délais fixés pour le paiement par les § 1er à 3 sont dépassés, l'adjudicataire a droit au paiement, de plein droit et sans mise en demeure, par mois ou partie de mois de retard, à un intérêt. Cet intérêt est calculé au prorata du nombre de jours de calendrier de retard au taux d'intérêt appliqué par la Banque centrale européenne à son opération principale de refinancement la plus récente effectuée avant le premier jour de calendrier du semestre en question lorsque la transaction concernée a été effectuée selon une procédure d'appel d'offres à taux fixe. Lorsque la transaction concernée a été effectuée selon une procédure d'appel d'offres à taux variable, le taux directeur est le taux d'intérêt marginal résultant de cet appel d'offres, aussi bien en cas d'adjudications à taux unique qu'en cas d'adjudications à taux multiple. Ce taux est majoré de sept pourcent et arrondi au demi-point de pourcentage supérieur.
Ce pourcentage de majoration peut être réduit pour autant que le pouvoir adjudicateur indique dans le cahier spécial des charges ou dans les documents en tenant lieu les raisons objectives permettant de considérer que cette réduction ne constitue pas un abus manifeste à l'égard de l'adjudicataire. Une réduction du pourcentage de majoration est cependant réputée non écrite pour la partie qui dépasse 3,5 pourcent. En tout état de cause, le taux d'intérêt dû ne peut être inférieur au taux d'intérêt déterminé dans la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à intérêt, toute disposition contraire étant également réputée non écrite.
L'introduction de la facture régulièrement établie conformément aux § 1er et 2 ou, pour les prestations de services ne donnant pas lieu à l'établissement d'une facture, la déclaration de créance en tenant lieu, vaut déclaration de créance pour le paiement dudit intérêt mais ne porte pas préjudice au point de départ de cet intérêt.
L'intérêt n'est dû que s'il se chiffre à au moins cinq euros par paiement effectué conformément aux dispositions contractuelles.
Le Ministre des Finances communique le taux déterminé à l'alinéa 1er, ainsi que toute modification de ce taux, par un avis publié au Moniteur belge.
Les dispositions du présent paragraphe ne sont pas applicables aux paiements qui se rapportent à des dommages-intérêts.) <AR 2002-12-17/30, art. 2, 008; En vigueur : 08-08-2002>
§ 5. Interruption par le pouvoir adjudicateur.
Lorsque, par l'ordre ou par le fait du pouvoir adjudicateur, l'exécution du marché est interrompue pour une période d'au moins trente jours de calendrier, il est payé à l'adjudicataire un acompte sur le prochain paiement à concurrence des prestations exécutées.
L'adjudicataire est fondé à introduire un compte d'indemnisation, d'un montant à convenir de commun accord, pour des interruptions ordonnées par le pouvoir adjudicateur, lorsque leur ensemble dépasse un vingtième du délai contractuel et au moins dix jours ouvrables, ou quinze jours de calendrier si le délai n'est pas exprimé en jours ouvrables. Toutefois, ces interruptions ne peuvent être dues aux conditions météorologiques défavorables, ni avoir été prévues au cahier spécial des charges; elles doivent en outre se situer dans le délai contractuel.
La demande d'indemnisation dûment chiffrée doit être introduite par écrit dans les délais prévus à l'article 16, § 4, 1 alinéa, 2°.
L'adjudicataire ne peut se prévaloir des discussions en cours à ce sujet pour ne pas reprendre l'exécution du marché.
§ 6. Interruption ou ralentissement de l'exécution par l'adjudicataire.
Lorsque, par la faute du pouvoir adjudicateur, le paiement n'a pas été effectué trente jours de calendrier après l'échéance du délai de paiement, l'adjudicataire peut ralentir le rythme d'exécution des travaux, fournitures ou services ou interrompre ceux-ci.
Dans ce cas, l'adjudicataire a droit :
1° en toute hypothèse, qu'il y ait ou non ralentissement du rythme d'exécution ou interruption, à une prolongation de délai égale au nombre de jours de calendrier compris entre l'échéance de la période de trente jours précitée et la date du paiement, à condition que la demande en soit introduite par écrit avant l'expiration des délais contractuels;
2° à indemnisation, s'il y a eu réellement ralentissement du rythme d'exécution ou interruption, pour autant que la demande d'indemnisation chiffrée soit introduite dans les délais prévus à l'article 16, § 4, 1er alinéa, 2°.
La décision de ralentir le rythme d'exécution ou d'interrompre les travaux, fournitures ou services pour retard de paiement doit toutefois être notifiée par lettre recommandée à la poste adressée au pouvoir adjudicateur, quinze jours de calendrier au moins avant le jour de ralentissement du rythme d'exécution ou d'interruption effective.
Lorsque plusieurs dépassements des délais de paiement se chevauchent, ces dépassements ne peuvent être pris en compte qu'une seule fois.
Les dispositions du présent paragraphe ne peuvent être invoquées qu'à la condition que l'importance des paiements en retard au cours de la période considérée le justifie.
§ 7. Formalités de paiement.
Les paiements sont effectués à un compte ouvert au nom de l'adjudicataire auprès du Postchèque ou d'un autre établissement financier.
Après la conclusion du marché, tous ordres de paiement entre les mains d'un tiers doivent être effectués sous la forme d'une cession de créance dûment signifiée au pouvoir adjudicateur par exploit d'huissier.
1° Tant pour les acomptes que pour le dernier paiement pour solde du marché, de même qu'en cas de paiement unique, l'entrepreneur est tenu d'introduire une déclaration de créance datée, signée et appuyée d'un état détaillé des travaux justifiant selon lui le paiement demandé.
Cet état détaillé peut comporter :
a) des quantités exécutées au-delà des quantités présumées figurant dans les postes à bordereau de prix;
b) des travaux supplémentaires exécutés en vertu d'un ordre écrit du fonctionnaire dirigeant;
c) des travaux exécutés à des prix unitaires proposés par l'entrepreneur et non encore acceptes par le pouvoir adjudicateur.
2° Le pouvoir adjudicateur vérifie et, éventuellement, corrige l'état des travaux; lorsque des prix unitaires non encore convenus entre les parties y figurent, il arrête ces prix d'office, tous droits de l'entrepreneur restant saufs.
Il dresse au plus tôt, après réception de chaque déclaration de créance, un procès-verbal mentionnant la somme qu'il estime réellement due et notifie à l'entrepreneur la situation des travaux ainsi admis au paiement. En même temps, le pouvoir adjudicateur invite l'entrepreneur à introduire dans les cinq jours de calendrier une facture du même montant.
(Dans les seuls cas de paiements relatifs au solde du marché ou de paiement unique, le pouvoir adjudicateur dispose d'un délai de trente jours de calendrier pour procéder à ces opérations. Ce délai prend cours à compter du jour de la réception, par le pouvoir adjudicateur, de la déclaration de créance visée au 1°.) <AR 2002-12-17/30, art. 2, 008; En vigueur : 08-08-2002>
3° Le paiement des sommes dues à l'entrepreneur est effectué dans les soixante jours de calendrier à compter du jour de la réception de la déclaration de créance par le pouvoir adjudicateur.
(Le délai de soixante jours de calendrier, visé à l'alinéa 1er, est prolongé à concurrence du dépassement du délai de cinq jours de calendrier qui, en vertu du 2°, est réservé à l'entrepreneur pour introduire sa facture.
Dans les seuls cas de paiements relatifs au solde du marché ou de paiement unique, le délai de soixante jours de calendrier, visé à l'alinéa 1er, prend cours le lendemain de l'expiration du délai de trente jours de calendrier dont dispose le pouvoir adjudicateur pour procéder aux opérations mentionnées au 2° et est réduit à concurrence du dépassement de ce délai de trente jours de calendrier.) <AR 2002-12-17/30, art. 2, 008; En vigueur : 08-08-2002>
(alinéa abrogé) <AR 2002-12-17/30, art. 2, 008; En vigueur : 08-08-2002>
(§ 2. - Paiement des fournitures et des services :
1° En ce qui concerne les fournitures, le paiement est effectué dans les cinquante jours de calendrier à compter de la date à laquelle les formalités de réception sont terminées, pour autant que le pouvoir adjudicateur soit, en même temps, en possession de la facture régulièrement établie ainsi que des autres documents éventuellement exigés.
Ladite facture vaut déclaration de créance.
Si la livraison a lieu en plusieurs fois, le délai de cinquante jours est compté à partir du jour de l'achèvement des formalités de la dernière réception de chacune des livraisons partielles.
2° En ce qui concerne les services, le paiement est effectué, conformément aux modalités fixées dans le cahier spécial des charges, dans les cinquante jours de calendrier à compter de la réception de la déclaration de créance, pour autant que le pouvoir adjudicateur ait été mis dans les délais prévus en possession des autres documents éventuellement exigés.) <AR 2002-04-22/30, art. 88, 007; En vigueur : 01-05-2002>
§ 3. Paiement en cas de saisie-arrêt.
En cas d'opposition au paiement ou de saisie-arrêt à charge de l'adjudicataire, le pouvoir adjudicateur dispose, sans préjudice des délais de cinquante, soixante et nonante jours prévus aux § 1 et § 2, d'un délai de quinze jours de calendrier prenant cours le jour où l'obstacle au paiement est levé.
(§ 4. Intérêt pour retard dans les paiements.
Lorsque les délais fixés pour le paiement par les § 1er à 3 sont dépassés, l'adjudicataire a droit au paiement, de plein droit et sans mise en demeure, par mois ou partie de mois de retard, à un intérêt. Cet intérêt est calculé au prorata du nombre de jours de calendrier de retard au taux d'intérêt appliqué par la Banque centrale européenne à son opération principale de refinancement la plus récente effectuée avant le premier jour de calendrier du semestre en question lorsque la transaction concernée a été effectuée selon une procédure d'appel d'offres à taux fixe. Lorsque la transaction concernée a été effectuée selon une procédure d'appel d'offres à taux variable, le taux directeur est le taux d'intérêt marginal résultant de cet appel d'offres, aussi bien en cas d'adjudications à taux unique qu'en cas d'adjudications à taux multiple. Ce taux est majoré de sept pourcent et arrondi au demi-point de pourcentage supérieur.
Ce pourcentage de majoration peut être réduit pour autant que le pouvoir adjudicateur indique dans le cahier spécial des charges ou dans les documents en tenant lieu les raisons objectives permettant de considérer que cette réduction ne constitue pas un abus manifeste à l'égard de l'adjudicataire. Une réduction du pourcentage de majoration est cependant réputée non écrite pour la partie qui dépasse 3,5 pourcent. En tout état de cause, le taux d'intérêt dû ne peut être inférieur au taux d'intérêt déterminé dans la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à intérêt, toute disposition contraire étant également réputée non écrite.
L'introduction de la facture régulièrement établie conformément aux § 1er et 2 ou, pour les prestations de services ne donnant pas lieu à l'établissement d'une facture, la déclaration de créance en tenant lieu, vaut déclaration de créance pour le paiement dudit intérêt mais ne porte pas préjudice au point de départ de cet intérêt.
L'intérêt n'est dû que s'il se chiffre à au moins cinq euros par paiement effectué conformément aux dispositions contractuelles.
Le Ministre des Finances communique le taux déterminé à l'alinéa 1er, ainsi que toute modification de ce taux, par un avis publié au Moniteur belge.
Les dispositions du présent paragraphe ne sont pas applicables aux paiements qui se rapportent à des dommages-intérêts.) <AR 2002-12-17/30, art. 2, 008; En vigueur : 08-08-2002>
§ 5. Interruption par le pouvoir adjudicateur.
Lorsque, par l'ordre ou par le fait du pouvoir adjudicateur, l'exécution du marché est interrompue pour une période d'au moins trente jours de calendrier, il est payé à l'adjudicataire un acompte sur le prochain paiement à concurrence des prestations exécutées.
L'adjudicataire est fondé à introduire un compte d'indemnisation, d'un montant à convenir de commun accord, pour des interruptions ordonnées par le pouvoir adjudicateur, lorsque leur ensemble dépasse un vingtième du délai contractuel et au moins dix jours ouvrables, ou quinze jours de calendrier si le délai n'est pas exprimé en jours ouvrables. Toutefois, ces interruptions ne peuvent être dues aux conditions météorologiques défavorables, ni avoir été prévues au cahier spécial des charges; elles doivent en outre se situer dans le délai contractuel.
La demande d'indemnisation dûment chiffrée doit être introduite par écrit dans les délais prévus à l'article 16, § 4, 1 alinéa, 2°.
L'adjudicataire ne peut se prévaloir des discussions en cours à ce sujet pour ne pas reprendre l'exécution du marché.
§ 6. Interruption ou ralentissement de l'exécution par l'adjudicataire.
Lorsque, par la faute du pouvoir adjudicateur, le paiement n'a pas été effectué trente jours de calendrier après l'échéance du délai de paiement, l'adjudicataire peut ralentir le rythme d'exécution des travaux, fournitures ou services ou interrompre ceux-ci.
Dans ce cas, l'adjudicataire a droit :
1° en toute hypothèse, qu'il y ait ou non ralentissement du rythme d'exécution ou interruption, à une prolongation de délai égale au nombre de jours de calendrier compris entre l'échéance de la période de trente jours précitée et la date du paiement, à condition que la demande en soit introduite par écrit avant l'expiration des délais contractuels;
2° à indemnisation, s'il y a eu réellement ralentissement du rythme d'exécution ou interruption, pour autant que la demande d'indemnisation chiffrée soit introduite dans les délais prévus à l'article 16, § 4, 1er alinéa, 2°.
La décision de ralentir le rythme d'exécution ou d'interrompre les travaux, fournitures ou services pour retard de paiement doit toutefois être notifiée par lettre recommandée à la poste adressée au pouvoir adjudicateur, quinze jours de calendrier au moins avant le jour de ralentissement du rythme d'exécution ou d'interruption effective.
Lorsque plusieurs dépassements des délais de paiement se chevauchent, ces dépassements ne peuvent être pris en compte qu'une seule fois.
Les dispositions du présent paragraphe ne peuvent être invoquées qu'à la condition que l'importance des paiements en retard au cours de la période considérée le justifie.
§ 7. Formalités de paiement.
Les paiements sont effectués à un compte ouvert au nom de l'adjudicataire auprès du Postchèque ou d'un autre établissement financier.
Après la conclusion du marché, tous ordres de paiement entre les mains d'un tiers doivent être effectués sous la forme d'une cession de créance dûment signifiée au pouvoir adjudicateur par exploit d'huissier.
Art.15. § 1. Betaling van de werken.
Art.15. § 1. Paiement des travaux.
Art. 16. § 1. De aannemer kan zich beroepen op nalatigheden, vertragingen of welke feiten ook die hij aan de aanbestedende overheid of haar personeel ten laste legt en die voor hem oorzaak zouden zijn van een vertraging en/of een nadeel, met het oog op het verkrijgen van een verlenging van de uitvoeringstermijnen, herziening of verbreking van de opdracht en/of schadevergoeding. Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 42, § 1, tweede lid, is een op een mondeling bevel gesteunde klacht onontvankelijk.
De aanbestedende overheid kan zich beroepen op nalatigheden, vertragingen of welke feiten ook die het aan de aannemer of zijn personeel ten laste legt, en die voor haar oorzaak zouden zijn van een vertraging en/of een nadeel, met het oog op het verkrijgen van herziening of verbreking van de opdracht en/of schadevergoeding.
§ 2. 1°. In beginsel heeft de aannemer geen recht op enige wijziging van de contractuele voorwaarden wegens onverschillig welke omstandigheden waaraan de aanbestedende overheid vreemd is. De aannemer kan nochtans, hetzij om verlenging van de uitvoeringstermijnen, hetzij, wanneer hij een zeer belangrijk nadeel heeft geleden, om herziening of verbreking van de overeenkomst vragen, door omstandigheden te doen gelden, die hij redelijkerwijze niet kon voorzien bij het indienen van de offerte of de gunning van de opdracht, die hij niet kon ontwijken en waarvan hij de gevolgen niet kon verhelpen alhoewel hij al het nodige daarvoor heeft gedaan.
2°. Dienen als onder 1° bedoelde omstandigheden beschouwd, de ongunstige weersomstandigheden en de gevolgen hiervan, doch slechts in de mate waarin ze door de aanbestedende overheid als abnormaal worden erkend, voor de plaats en voor het seizoen.
3°. De aannemer kan slechts het in gebreke blijven van een onderaannemer aanvoeren, inzoverre deze zich kan beroepen op omstandigheden die de aannemer zelf had kunnen inroepen indien hij zich in een gelijkaardige toestand zou hebben bevonden.
4°. Wanneer de aannemer een zeer belangrijk voordeel genoten heeft ten gevolge van sub 1° hierboven genoemde omstandigheden, kan de aanbestedende overheid om herziening van de opdracht vragen ten laatste negentig kalenderdagen volgend op de datum van de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de opdracht.
De aanbestedende overheid is evenwel verplicht om, op straffe van verval, de aannemer zo snel mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van deze omstandigheden, door hem in het kort te wijzen op de invloed die zij op het verloop en op de kostprijs van de opdracht hebben gehad of zouden kunnen hebben.
§ 3. De aannemer is verplicht op straffe van verval, de aanbestedende overheid ten spoedigste en schriftelijk in te lichten wanneer hij feiten of eender welke omstandigheden vaststelt die de goede gang van de opdracht verstoren, die onder de toepassing van § 1 en § 2 vallen en waaromtrent hij bijgevolg een verlenging van de uitvoeringstermijn, de herziening of verbreking van de overeenkomst en/of schadevergoeding kan vragen; hij moet hierbij bondig de invloed doen kennen die deze feiten hebben of zouden kunnen hebben op het verloop en de kostprijs van de opdracht.
Zijn niet ontvankelijk, de klachten en verzoeken die steunen op feiten en omstandigheden die door de aannemer niet te gepasten tijde aan de aanbestedende overheid werden kenbaar gemaakt en waarvan ze bijgevolg het bestaan en de invloed op de opdracht niet heeft kunnen nagaan teneinde de door de toestand eventueel vereiste maatregelen te nemen.
Deze bepalingen zijn niet toepasselijk op de bevelen van de aanbestedende overheid, zelfs indien deze slechts in het dagboek der werken werden ingeschreven zoals voorgeschreven in de artikelen 37, § 1, en 42, § 1. In dit geval is de aannemer enkel verplicht de aanbestedende overheid in te lichten zodra hij de invloed die de bevelen op het verloop en de kostprijs van de opdracht zouden kunnen hebben, kent of zou moeten kennen.
Bedoelde klachten en verzoeken zijn in elk geval niet ontvankelijk wanneer de ingeroepen feiten en omstandigheden niet schriftelijk werden bekendgemaakt binnen de dertig kalenderdagen ofwel nadat ze zich hebben voorgedaan, ofwel na de datum waarop de aannemer ze normaal had moeten kennen.
§ 4. Onverminderd de bepalingen van § 3, moeten de klachten en verzoeken van de aannemer, behoorlijk gerechtvaardigd en becijferd, op straffe van verval, schriftelijk ingediend worden binnen onderstaande termijnen :
1° vóór het verstrijken van de contractuele termijnen om termijnverlenging of de verbreking van de opdracht te verkrijgen;
2° negentig kalenderdagen volgend op de datum van de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de opdracht om de herziening van de opdracht of schadevergoeding te verkrijgen.
Wanneer de klachten of verzoeken hun oorsprong evenwel vinden in feiten of omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de waarborgperiode kunnen ze op een behoorlijk becijferde wijze worden ingediend tot zestig kalenderdagen na het verstrijken van deze periode.
§ 5. Wanneer de aannemer schadevergoeding of een herziening van de opdracht vraagt op basis van welke feiten of omstandigheden ook waarover sprake in dit artikel, of indien hij een rekening tot schadeloosstelling indient op basis van de bepalingen van artikel 15, § 5 of § 6, heeft de bevoegde overheid het recht ongeacht de gunningswijze van de opdracht, alle mogelijke verificaties van de boekhoudkundige stukken ter plaatse uit te voeren of te laten uitvoeren.
§ 6. Voor de toepassing van dit artikel moet onder herziening van de opdracht worden verstaan het aanpassen van haar clausules en voorwaarden aan de in § 1 en § 2 bedoelde feiten of omstandigheden.
§ 7. Dit artikel doet geen afbreuk aan de toepassing van de andere bepalingen van de algemene aannemingsvoorwaarden.
§ 8. De aannemer kan geen beroep doen op de op grond van § 1 en § 2 aan de gang zijnde besprekingen om het uitvoeringstempo te vertragen of de uitvoering van de opdracht te onderbreken.
De aanbestedende overheid kan zich beroepen op nalatigheden, vertragingen of welke feiten ook die het aan de aannemer of zijn personeel ten laste legt, en die voor haar oorzaak zouden zijn van een vertraging en/of een nadeel, met het oog op het verkrijgen van herziening of verbreking van de opdracht en/of schadevergoeding.
§ 2. 1°. In beginsel heeft de aannemer geen recht op enige wijziging van de contractuele voorwaarden wegens onverschillig welke omstandigheden waaraan de aanbestedende overheid vreemd is. De aannemer kan nochtans, hetzij om verlenging van de uitvoeringstermijnen, hetzij, wanneer hij een zeer belangrijk nadeel heeft geleden, om herziening of verbreking van de overeenkomst vragen, door omstandigheden te doen gelden, die hij redelijkerwijze niet kon voorzien bij het indienen van de offerte of de gunning van de opdracht, die hij niet kon ontwijken en waarvan hij de gevolgen niet kon verhelpen alhoewel hij al het nodige daarvoor heeft gedaan.
2°. Dienen als onder 1° bedoelde omstandigheden beschouwd, de ongunstige weersomstandigheden en de gevolgen hiervan, doch slechts in de mate waarin ze door de aanbestedende overheid als abnormaal worden erkend, voor de plaats en voor het seizoen.
3°. De aannemer kan slechts het in gebreke blijven van een onderaannemer aanvoeren, inzoverre deze zich kan beroepen op omstandigheden die de aannemer zelf had kunnen inroepen indien hij zich in een gelijkaardige toestand zou hebben bevonden.
4°. Wanneer de aannemer een zeer belangrijk voordeel genoten heeft ten gevolge van sub 1° hierboven genoemde omstandigheden, kan de aanbestedende overheid om herziening van de opdracht vragen ten laatste negentig kalenderdagen volgend op de datum van de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de opdracht.
De aanbestedende overheid is evenwel verplicht om, op straffe van verval, de aannemer zo snel mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van deze omstandigheden, door hem in het kort te wijzen op de invloed die zij op het verloop en op de kostprijs van de opdracht hebben gehad of zouden kunnen hebben.
§ 3. De aannemer is verplicht op straffe van verval, de aanbestedende overheid ten spoedigste en schriftelijk in te lichten wanneer hij feiten of eender welke omstandigheden vaststelt die de goede gang van de opdracht verstoren, die onder de toepassing van § 1 en § 2 vallen en waaromtrent hij bijgevolg een verlenging van de uitvoeringstermijn, de herziening of verbreking van de overeenkomst en/of schadevergoeding kan vragen; hij moet hierbij bondig de invloed doen kennen die deze feiten hebben of zouden kunnen hebben op het verloop en de kostprijs van de opdracht.
Zijn niet ontvankelijk, de klachten en verzoeken die steunen op feiten en omstandigheden die door de aannemer niet te gepasten tijde aan de aanbestedende overheid werden kenbaar gemaakt en waarvan ze bijgevolg het bestaan en de invloed op de opdracht niet heeft kunnen nagaan teneinde de door de toestand eventueel vereiste maatregelen te nemen.
Deze bepalingen zijn niet toepasselijk op de bevelen van de aanbestedende overheid, zelfs indien deze slechts in het dagboek der werken werden ingeschreven zoals voorgeschreven in de artikelen 37, § 1, en 42, § 1. In dit geval is de aannemer enkel verplicht de aanbestedende overheid in te lichten zodra hij de invloed die de bevelen op het verloop en de kostprijs van de opdracht zouden kunnen hebben, kent of zou moeten kennen.
Bedoelde klachten en verzoeken zijn in elk geval niet ontvankelijk wanneer de ingeroepen feiten en omstandigheden niet schriftelijk werden bekendgemaakt binnen de dertig kalenderdagen ofwel nadat ze zich hebben voorgedaan, ofwel na de datum waarop de aannemer ze normaal had moeten kennen.
§ 4. Onverminderd de bepalingen van § 3, moeten de klachten en verzoeken van de aannemer, behoorlijk gerechtvaardigd en becijferd, op straffe van verval, schriftelijk ingediend worden binnen onderstaande termijnen :
1° vóór het verstrijken van de contractuele termijnen om termijnverlenging of de verbreking van de opdracht te verkrijgen;
2° negentig kalenderdagen volgend op de datum van de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de opdracht om de herziening van de opdracht of schadevergoeding te verkrijgen.
Wanneer de klachten of verzoeken hun oorsprong evenwel vinden in feiten of omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de waarborgperiode kunnen ze op een behoorlijk becijferde wijze worden ingediend tot zestig kalenderdagen na het verstrijken van deze periode.
§ 5. Wanneer de aannemer schadevergoeding of een herziening van de opdracht vraagt op basis van welke feiten of omstandigheden ook waarover sprake in dit artikel, of indien hij een rekening tot schadeloosstelling indient op basis van de bepalingen van artikel 15, § 5 of § 6, heeft de bevoegde overheid het recht ongeacht de gunningswijze van de opdracht, alle mogelijke verificaties van de boekhoudkundige stukken ter plaatse uit te voeren of te laten uitvoeren.
§ 6. Voor de toepassing van dit artikel moet onder herziening van de opdracht worden verstaan het aanpassen van haar clausules en voorwaarden aan de in § 1 en § 2 bedoelde feiten of omstandigheden.
§ 7. Dit artikel doet geen afbreuk aan de toepassing van de andere bepalingen van de algemene aannemingsvoorwaarden.
§ 8. De aannemer kan geen beroep doen op de op grond van § 1 en § 2 aan de gang zijnde besprekingen om het uitvoeringstempo te vertragen of de uitvoering van de opdracht te onderbreken.
Art. 16. § 1. L'adjudicataire peut se prévaloir des carences, lenteurs ou faits quelconques qu'il impute au pouvoir adjudicateur ou à ses agents et qui lui occasionnent un retard et/ou un préjudice, en vue d'obtenir la prolongation des délais d'exécution, la révision ou la résiliation du marché et/ou des dommages-intérêts. Sous réserve des dispositions de l'article 42, § 1, alinéa 2, aucune réclamation fondée sur un ordre verbal n'est recevable.
Le pouvoir adjudicateur peut se prévaloir des carences, lenteurs ou faits quelconques qu'il impute à l'adjudicataire ou à son personnel et qui lui occasionnent un retard et/ou un préjudice, en vue d'obtenir la révision ou la résiliation du marché et/ou des dommages-intérêts.
§ 2. 1°. L'adjudicataire n'a droit en principe à aucune modification des conditions contractuelles pour des circonstances quelconques auxquelles le pouvoir adjudicateur est resté étranger. Toutefois, l'adjudicataire peut soit pour demander une prolongation des délais d'exécution, soit lorsqu'il a subi un préjudice très important, pour demander la révision ou la résiliation du marché, se prévaloir de circonstances qu'il ne pouvait raisonnablement pas prévoir lors du dépôt de l'offre ou de la conclusion du marché, qu'il ne pouvait éviter et aux conséquences desquelles il ne pouvait obvier, bien qu'il ait fait toutes les diligences nécessaires.
2°. Sont à considérer comme circonstances visées au 1°, les conditions météorologiques défavorables et leurs conséquences, mais dans la mesure seulement où elles sont reconnues par le pouvoir adjudicateur comme anormales pour le lieu et la saison.
3°. L'adjudicataire ne peut invoquer la défaillance d'un sous-traitant que pour autant que celui-ci puisse se prévaloir des circonstances que l'adjudicataire aurait pu lui-même invoquer s'il avait été placé dans une situation analogue.
4°. Lorsque l'adjudicataire a bénéficié d'un avantage très important à la suite de circonstances mentionnées au 1° ci-dessus, le pouvoir adjudicateur peut demander la révision du marché au plus tard nonante jours de calendrier à compter de la date de la notification du procès-verbal de réception provisoire du marché.
Toutefois, le pouvoir adjudicateur est tenu, sous peine de déchéance, d'avertir au plus tôt par écrit l'adjudicataire de ces circonstances en lui signalant sommairement l'influence qu'elles ont ou pourraient avoir sur le déroulement et le coût du marché.
§ 3. L'adjudicataire qui constate que des faits ou circonstances quelconques visés aux § 1 et § 2 perturbent l'exécution normale du marché, et qui en conséquence peut demander la prolongation des délais exécution, la révision ou la résiliation du marché et/ou des dommages-intérêts, est tenu, sous peine de déchéance, de les dénoncer au plus tôt par écrit au pouvoir adjudicateur, en lui signalant sommairement l'influence qu'ils ont ou pourraient avoir sur le déroulement et le coût du marché.
Ne sont pas recevables les réclamations et requêtes basées sur des faits ou circonstances dont le pouvoir adjudicateur n'a pas été saisi par l'adjudicataire en temps utile et dont il n'a pu en conséquence contrôler la réalité ni apprécier l'incidence sur le marché pour prendre les mesures qu'exigeait éventuellement la situation.
Les présentes dispositions ne sont pas applicables aux ordres du pouvoir adjudicateur, même si ceux-ci ont seulement fait l'objet d'inscriptions au journal des travaux conformément aux articles 37, § 1, et 42, § 1. Dans ce cas, l'adjudicataire est simplement tenu de signaler au pouvoir adjudicateur aussitôt qu'il a pu ou aurait dû l'apprécier, l'influence que ces ordres pourraient avoir sur le déroulement et le coût du marché.
En tout état de cause, lesdites réclamations ou requêtes ne sont pas recevables lorsque la dénonciation des faits ou des circonstances incriminés n'a pas eu lieu par écrit dans les trente jours de calendrier de leur survenance ou de la date à laquelle l'adjudicataire aurait normalement dû en avoir connaissance.
§ 4. Sans préjudice des dispositions du § 3, les réclamations et requêtes dûment justifiées et chiffrées de l'adjudicataire doivent, à peine de déchéance, être introduites par écrit dans les délais ci-après :
1° pour obtenir une prolongation des délais d'exécution ou la résiliation du marché, avant l'expiration des délais contractuels;
2° pour obtenir la révision du marché ou des dommages-intérêts, au plus tard nonante jours de calendrier à compter de la date de la notification du procès-verbal de réception provisoire du marché.
Toutefois, lorsque lesdites réclamations ou requêtes trouvent leur origine dans des faits ou circonstances survenus pendant la période de garantie, elles peuvent être introduites, dûment chiffrées, jusqu'à soixante jours de calendrier après l'expiration de cette période.
§ 5. Lorsque l'adjudicataire réclame des dommages-intérêts ou une révision du marché en se prévalant de faits ou circonstances quelconques dont il est question au présent article, ou introduit un compte d'indemnisation sur la base des dispositions de l'article 15, § 5 ou § 6, le pouvoir adjudicateur a le droit de procéder ou de faire procéder, quel qu'ait été le mode d'attribution du marché, à la vérification sur place des pièces comptables.
§ 6. Pour l'application du présent article, il y a lieu d'entendre par révision du marché l'adaptation de ses clauses et conditions aux faits ou circonstances visés aux § 1 et § 2.
§ 7. Le présent article ne porte pas préjudice à l'application des autres dispositions du cahier général des charges.
§ 8. L'adjudicataire ne peut se prévaloir des discussions en cours en vertu des § 1 et § 2 pour ralentir le rythme d'exécution ou interrompre l'exécution du marche.
Le pouvoir adjudicateur peut se prévaloir des carences, lenteurs ou faits quelconques qu'il impute à l'adjudicataire ou à son personnel et qui lui occasionnent un retard et/ou un préjudice, en vue d'obtenir la révision ou la résiliation du marché et/ou des dommages-intérêts.
§ 2. 1°. L'adjudicataire n'a droit en principe à aucune modification des conditions contractuelles pour des circonstances quelconques auxquelles le pouvoir adjudicateur est resté étranger. Toutefois, l'adjudicataire peut soit pour demander une prolongation des délais d'exécution, soit lorsqu'il a subi un préjudice très important, pour demander la révision ou la résiliation du marché, se prévaloir de circonstances qu'il ne pouvait raisonnablement pas prévoir lors du dépôt de l'offre ou de la conclusion du marché, qu'il ne pouvait éviter et aux conséquences desquelles il ne pouvait obvier, bien qu'il ait fait toutes les diligences nécessaires.
2°. Sont à considérer comme circonstances visées au 1°, les conditions météorologiques défavorables et leurs conséquences, mais dans la mesure seulement où elles sont reconnues par le pouvoir adjudicateur comme anormales pour le lieu et la saison.
3°. L'adjudicataire ne peut invoquer la défaillance d'un sous-traitant que pour autant que celui-ci puisse se prévaloir des circonstances que l'adjudicataire aurait pu lui-même invoquer s'il avait été placé dans une situation analogue.
4°. Lorsque l'adjudicataire a bénéficié d'un avantage très important à la suite de circonstances mentionnées au 1° ci-dessus, le pouvoir adjudicateur peut demander la révision du marché au plus tard nonante jours de calendrier à compter de la date de la notification du procès-verbal de réception provisoire du marché.
Toutefois, le pouvoir adjudicateur est tenu, sous peine de déchéance, d'avertir au plus tôt par écrit l'adjudicataire de ces circonstances en lui signalant sommairement l'influence qu'elles ont ou pourraient avoir sur le déroulement et le coût du marché.
§ 3. L'adjudicataire qui constate que des faits ou circonstances quelconques visés aux § 1 et § 2 perturbent l'exécution normale du marché, et qui en conséquence peut demander la prolongation des délais exécution, la révision ou la résiliation du marché et/ou des dommages-intérêts, est tenu, sous peine de déchéance, de les dénoncer au plus tôt par écrit au pouvoir adjudicateur, en lui signalant sommairement l'influence qu'ils ont ou pourraient avoir sur le déroulement et le coût du marché.
Ne sont pas recevables les réclamations et requêtes basées sur des faits ou circonstances dont le pouvoir adjudicateur n'a pas été saisi par l'adjudicataire en temps utile et dont il n'a pu en conséquence contrôler la réalité ni apprécier l'incidence sur le marché pour prendre les mesures qu'exigeait éventuellement la situation.
Les présentes dispositions ne sont pas applicables aux ordres du pouvoir adjudicateur, même si ceux-ci ont seulement fait l'objet d'inscriptions au journal des travaux conformément aux articles 37, § 1, et 42, § 1. Dans ce cas, l'adjudicataire est simplement tenu de signaler au pouvoir adjudicateur aussitôt qu'il a pu ou aurait dû l'apprécier, l'influence que ces ordres pourraient avoir sur le déroulement et le coût du marché.
En tout état de cause, lesdites réclamations ou requêtes ne sont pas recevables lorsque la dénonciation des faits ou des circonstances incriminés n'a pas eu lieu par écrit dans les trente jours de calendrier de leur survenance ou de la date à laquelle l'adjudicataire aurait normalement dû en avoir connaissance.
§ 4. Sans préjudice des dispositions du § 3, les réclamations et requêtes dûment justifiées et chiffrées de l'adjudicataire doivent, à peine de déchéance, être introduites par écrit dans les délais ci-après :
1° pour obtenir une prolongation des délais d'exécution ou la résiliation du marché, avant l'expiration des délais contractuels;
2° pour obtenir la révision du marché ou des dommages-intérêts, au plus tard nonante jours de calendrier à compter de la date de la notification du procès-verbal de réception provisoire du marché.
Toutefois, lorsque lesdites réclamations ou requêtes trouvent leur origine dans des faits ou circonstances survenus pendant la période de garantie, elles peuvent être introduites, dûment chiffrées, jusqu'à soixante jours de calendrier après l'expiration de cette période.
§ 5. Lorsque l'adjudicataire réclame des dommages-intérêts ou une révision du marché en se prévalant de faits ou circonstances quelconques dont il est question au présent article, ou introduit un compte d'indemnisation sur la base des dispositions de l'article 15, § 5 ou § 6, le pouvoir adjudicateur a le droit de procéder ou de faire procéder, quel qu'ait été le mode d'attribution du marché, à la vérification sur place des pièces comptables.
§ 6. Pour l'application du présent article, il y a lieu d'entendre par révision du marché l'adaptation de ses clauses et conditions aux faits ou circonstances visés aux § 1 et § 2.
§ 7. Le présent article ne porte pas préjudice à l'application des autres dispositions du cahier général des charges.
§ 8. L'adjudicataire ne peut se prévaloir des discussions en cours en vertu des § 1 et § 2 pour ralentir le rythme d'exécution ou interrompre l'exécution du marche.
Art.16. § 1. De aannemer kan zich beroepen op nalatigheden, vertragingen of welke feiten ook die hij aan de aanbestedende overheid of haar personeel ten laste legt en die voor hem oorzaak zouden zijn van een vertraging en/of een nadeel, met het oog op het verkrijgen van een verlenging van de uitvoeringstermijnen, herziening of verbreking van de opdracht en/of schadevergoeding. Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 42, § 1, tweede lid, is een op een mondeling bevel gesteunde klacht onontvankelijk.
Art.16. § 1. L'adjudicataire peut se prévaloir des carences, lenteurs ou faits quelconques qu'il impute au pouvoir adjudicateur ou à ses agents et qui lui occasionnent un retard et/ou un préjudice, en vue d'obtenir la prolongation des délais d'exécution, la révision ou la résiliation du marché et/ou des dommages-intérêts. Sous réserve des dispositions de l'article 42, § 1, alinéa 2, aucune réclamation fondée sur un ordre verbal n'est recevable.
Art. 17. § 1. De aannemer kan teruggave van boeten wegens laattijdige uitvoering verkrijgen :
1° geheel of gedeeltelijk wanneer hij bewijst dat de vertraging geheel of gedeeltelijk te wijten is, hetzij aan de aanbestedende overheid, hetzij aan bij artikel 16, § 2, bedoelde omstandigheden voor zover deze zich hebben voorgedaan vóór het verstrijken van de contractuele termijnen, in welke gevallen vanaf de datum waarop de betrokken betaling diende te geschieden, op de teruggegeven boeten van rechtswege een intrest dient uitbetaald te worden tegen de rentevoet bepaald in artikel 15, § 4;
2° gedeeltelijk, wanneer de aanbestedende overheid oordeelt dat er een wanverhouding is tussen de boeten en het geringe belang van de te laat uitgevoerde werken, leveringen of diensten; voor de opdrachten voor aanneming van werken, zal deze wanverhouding geacht worden te bestaan wanneer de waarde van de niet uitgevoerde prestaties geen 5 percent bereikt van het totaal bedrag van de opdracht, voor zover de uitgevoerde werken nochtans normaal kunnen gebruikt worden en de aannemer alles in het werk heeft gesteld om de laattijdige prestaties binnen de kortste tijd te beëindigen.
§ 2. Artikel 16, § 3, is van toepassing op de feiten en omstandigheden die ingeroepen worden bij de aanvragen tot teruggave van de bij § 1, 1°, bedoelde boeten wegens laattijdige uitvoering.
§ 3. Op straffe van verval moet elke aanvraag tot teruggave van boeten schriftelijk worden ingediend, uiterlijk de zestigste kalenderdag te rekenen vanaf :
- de betaling die voor saldo werd aangegeven, voor wat de opdrachten voor aanneming van werken betreft;
- de betaling van de factuur waarop de boeten werden ingehouden voor wat de opdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten betreft.
1° geheel of gedeeltelijk wanneer hij bewijst dat de vertraging geheel of gedeeltelijk te wijten is, hetzij aan de aanbestedende overheid, hetzij aan bij artikel 16, § 2, bedoelde omstandigheden voor zover deze zich hebben voorgedaan vóór het verstrijken van de contractuele termijnen, in welke gevallen vanaf de datum waarop de betrokken betaling diende te geschieden, op de teruggegeven boeten van rechtswege een intrest dient uitbetaald te worden tegen de rentevoet bepaald in artikel 15, § 4;
2° gedeeltelijk, wanneer de aanbestedende overheid oordeelt dat er een wanverhouding is tussen de boeten en het geringe belang van de te laat uitgevoerde werken, leveringen of diensten; voor de opdrachten voor aanneming van werken, zal deze wanverhouding geacht worden te bestaan wanneer de waarde van de niet uitgevoerde prestaties geen 5 percent bereikt van het totaal bedrag van de opdracht, voor zover de uitgevoerde werken nochtans normaal kunnen gebruikt worden en de aannemer alles in het werk heeft gesteld om de laattijdige prestaties binnen de kortste tijd te beëindigen.
§ 2. Artikel 16, § 3, is van toepassing op de feiten en omstandigheden die ingeroepen worden bij de aanvragen tot teruggave van de bij § 1, 1°, bedoelde boeten wegens laattijdige uitvoering.
§ 3. Op straffe van verval moet elke aanvraag tot teruggave van boeten schriftelijk worden ingediend, uiterlijk de zestigste kalenderdag te rekenen vanaf :
- de betaling die voor saldo werd aangegeven, voor wat de opdrachten voor aanneming van werken betreft;
- de betaling van de factuur waarop de boeten werden ingehouden voor wat de opdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten betreft.
Art. 17. § 1. L'adjudicataire peut obtenir la remise d'amendes appliquées pour retard d'exécution:
1° totalement ou partiellement, lorsqu'il prouve que le retard est dû en partie ou en tout, soit à un fait du pouvoir adjudicateur, soit à des circonstances visées à l'article 16, § 2, survenues avant l'expiration des délais contractuels, auxquels cas les amendes restituées sont de plein droit productives d'intérêts au taux prévu à l'article 15, § 4, à partir de la date à laquelle le paiement y afférent aurait dû intervenir;
2° partiellement, lorsque le pouvoir adjudicateur estime qu'il y a disproportion entre le montant des amendes appliquées et l'importance minime des travaux, fournitures ou services en retard; pour les marchés de travaux, cette disproportion sera considérée comme établie si la valeur des prestations non achevées n'atteint pas 5 pour cent du montant total du marché, pour autant toutefois que les travaux exécutés soient susceptibles d'utilisation normale et que l'adjudicataire ait mis tout en oeuvre pour terminer ses prestations en retard dans les temps les plus courts.
§ 2. L'article 16, § 3, est applicable aux faits et circonstances invoqués dans les demandes de remise d'amendes pour retard visés au § 1, 1°.
§ 3. Sous peine de déchéance, toute demande de remise d'amendes doit être introduite par écrit au plus tard le soixantième jour de calendrier à compter :
- du paiement déclaré fait pour solde, pour ce qui concerne les marchés de travaux;
- du paiement de la facture sur laquelle les amendes ont été retenues, pour ce qui concerne les marchés de fournitures et de services.
1° totalement ou partiellement, lorsqu'il prouve que le retard est dû en partie ou en tout, soit à un fait du pouvoir adjudicateur, soit à des circonstances visées à l'article 16, § 2, survenues avant l'expiration des délais contractuels, auxquels cas les amendes restituées sont de plein droit productives d'intérêts au taux prévu à l'article 15, § 4, à partir de la date à laquelle le paiement y afférent aurait dû intervenir;
2° partiellement, lorsque le pouvoir adjudicateur estime qu'il y a disproportion entre le montant des amendes appliquées et l'importance minime des travaux, fournitures ou services en retard; pour les marchés de travaux, cette disproportion sera considérée comme établie si la valeur des prestations non achevées n'atteint pas 5 pour cent du montant total du marché, pour autant toutefois que les travaux exécutés soient susceptibles d'utilisation normale et que l'adjudicataire ait mis tout en oeuvre pour terminer ses prestations en retard dans les temps les plus courts.
§ 2. L'article 16, § 3, est applicable aux faits et circonstances invoqués dans les demandes de remise d'amendes pour retard visés au § 1, 1°.
§ 3. Sous peine de déchéance, toute demande de remise d'amendes doit être introduite par écrit au plus tard le soixantième jour de calendrier à compter :
- du paiement déclaré fait pour solde, pour ce qui concerne les marchés de travaux;
- du paiement de la facture sur laquelle les amendes ont été retenues, pour ce qui concerne les marchés de fournitures et de services.
Art.17. § 1. De aannemer kan teruggave van boeten wegens laattijdige uitvoering verkrijgen :
Art.17. § 1. L'adjudicataire peut obtenir la remise d'amendes appliquées pour retard d'exécution:
Art. 18. § 1.- Elke rechtsvordering van de aannemer, die steunt op de in artikel 16, § 1 en § 2, bedoelde feiten of omstandigheden moet op straffe van verval binnen de termijnen bepaald in artikel 16, § 3 en § 4, of in artikel 17 schriftelijk voorafgaandelijk worden bekendgemaakt en het voorwerp uitmaken van een geschreven aanvraag.
§ 2. Iedere dagvaarding voor de rechter op verzoek van de aannemer en met betrekking tot een opdracht moet, op straffe van verval en onverminderd § 1, aan de aanbestedende overheid worden betekend uiterlijk twee jaren volgend op de datum van betekening van het proces-verbaal van de definitieve oplevering.
Indien geen proces-verbaal opgelegd is gaat die termijn in op datum van de definitieve oplevering.
§ 3. De termijnen waarvan sprake in § 2 worden verlengd met de tijd die verstreken is tussen de datum waarop het geschil voor het Hoog Comité van Toezicht wordt gebracht en deze welke de procedure, overeenkomstig het organiek reglement van dit Comité definitief sluit.
Wanneer het geschil het voorwerp heeft uitgemaakt van besprekingen tussen de partijen en de beslissing van de aanbestedende overheid minder dan drie maanden vóór het verstrijken of helemaal niet binnen deze termijnen werd betekend, worden deze verlengd tot op het einde van de derde maand die deze van de betekening van de beslissing volgt.
§ 2. Iedere dagvaarding voor de rechter op verzoek van de aannemer en met betrekking tot een opdracht moet, op straffe van verval en onverminderd § 1, aan de aanbestedende overheid worden betekend uiterlijk twee jaren volgend op de datum van betekening van het proces-verbaal van de definitieve oplevering.
Indien geen proces-verbaal opgelegd is gaat die termijn in op datum van de definitieve oplevering.
§ 3. De termijnen waarvan sprake in § 2 worden verlengd met de tijd die verstreken is tussen de datum waarop het geschil voor het Hoog Comité van Toezicht wordt gebracht en deze welke de procedure, overeenkomstig het organiek reglement van dit Comité definitief sluit.
Wanneer het geschil het voorwerp heeft uitgemaakt van besprekingen tussen de partijen en de beslissing van de aanbestedende overheid minder dan drie maanden vóór het verstrijken of helemaal niet binnen deze termijnen werd betekend, worden deze verlengd tot op het einde van de derde maand die deze van de betekening van de beslissing volgt.
Art. 18. § 1.- Toute action judiciaire de l'adjudicataire, fondée sur les faits ou circonstances visés à l'article 16, § 1 et § 2, doit, sous peine de forclusion, avoir été précédée d'une dénonciation et d'une demande établie par écrit dans les délais prévus à l'article 16, § 3 et § 4, ou à l'article 17.
§ 2. Toute citation devant le juge à la demande de l'adjudicataire et relative à un marché doit, sous peine de forclusion et sans préjudice du § 1, être signifiée au pouvoir adjudicateur au plus tard deux ans à compter de la date de la notification du procès-verbal de la réception définitive.
S'il n'est pas imposé d'établir un procès-verbal, le délai prend cours à compter de la réception définitive.
§ 3. Les délais dont il est question au § 2 sont prolongés du temps écoulé entre la date à laquelle le différend est porté devant le Comité supérieur de Contrôle et celle qui clôture définitivement la procédure, conformément au règlement organique dudit Comité.
Lorsque le différend a fait l'objet de pourparlers entre les parties, et si la décision du pouvoir adjudicateur a été notifiée moins de trois mois avant l'expiration de ces délais ou ne l'a pas encore été à l'expiration de ceux-ci, ils sont prolongés jusqu'à la fin du troisième mois qui suit celui de la notification de la décision
§ 2. Toute citation devant le juge à la demande de l'adjudicataire et relative à un marché doit, sous peine de forclusion et sans préjudice du § 1, être signifiée au pouvoir adjudicateur au plus tard deux ans à compter de la date de la notification du procès-verbal de la réception définitive.
S'il n'est pas imposé d'établir un procès-verbal, le délai prend cours à compter de la réception définitive.
§ 3. Les délais dont il est question au § 2 sont prolongés du temps écoulé entre la date à laquelle le différend est porté devant le Comité supérieur de Contrôle et celle qui clôture définitivement la procédure, conformément au règlement organique dudit Comité.
Lorsque le différend a fait l'objet de pourparlers entre les parties, et si la décision du pouvoir adjudicateur a été notifiée moins de trois mois avant l'expiration de ces délais ou ne l'a pas encore été à l'expiration de ceux-ci, ils sont prolongés jusqu'à la fin du troisième mois qui suit celui de la notification de la décision
Art.18. § 1.- Elke rechtsvordering van de aannemer, die steunt op de in artikel 16, § 1 en § 2, bedoelde feiten of omstandigheden moet op straffe van verval binnen de termijnen bepaald in artikel 16, § 3 en § 4, of in artikel 17 schriftelijk voorafgaandelijk worden bekendgemaakt en het voorwerp uitmaken van een geschreven aanvraag.
Art.18. § 1.- Toute action judiciaire de l'adjudicataire, fondée sur les faits ou circonstances visés à l'article 16, § 1 et § 2, doit, sous peine de forclusion, avoir été précédée d'une dénonciation et d'une demande établie par écrit dans les délais prévus à l'article 16, § 3 et § 4, ou à l'article 17.
Afdeling 13. - Einde van de opdracht - Sancties - Beroepsmogelijkheden.
Section 13. - Fin du marché - Sanctions - Recours.
Art. 19. § 1. De oplevering van de opdracht bestaat uit de controle door de aanbestedende overheid van de overeenstemming van de door de aannemer uitgevoerde prestaties met de regels van de kunst evenals met de bepalingen en de (voorwaarden van de opdracht). <KB 1999-04-29/46, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
De prestaties worden slechts opgeleverd nadat de controles, de keuringen en de voorgeschreven proeven voldoening schenken. Volgens het geval wordt er een voorlopige oplevering voorzien na afloop van de uitvoering van de prestaties die het voorwerp van de opdracht uitmaken en, bij het verstrijken van de waarborgtermijn een definitieve oplevering die de volledige beëindiging van de opdracht aangeeft, behalve bij eventuele toepassing van de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek op de opdrachten waarop zij betrekking hebben.
De opleveringskosten vallen ten laste van de aannemer. Te dien einde moet het bestek de wijze bepalen waarop de opleveringskosten zullen berekend worden. Bij ontstentenis vallen die kosten ten laste van de aanbestedende overheid.
§ 2. Wat de waarborgtermijn betreft kunnen in het bestek bepalingen of technische specificaties worden opgenomen die er de termijn en de voorwaarden van bepalen.
De waarborgtermijn wordt eventueel verlengd met de tijd gedurende dewelke het produkt niet kon worden gebruikt ten gevolge van beschadiging, te wijten aan oorzaken waarvoor de aannemer verantwoordelijk is.
Op de produkten die ter vervanging worden geleverd is de waarborgtermijn integraal van toepassing.
§ 3. Onverminderd de artikelen 39 en 63, vervangt de aannemer op zijn kosten, overeenkomstig de oorspronkelijke voorschriften, de produkten die gebreken vertonen die geen gebruik toelaten dat in overeenstemming is met de voorwaarden van de opdracht of die buiten dienst geraken in de loop van de waarborgtermijn bij normaal dienstgebruik.
De beschadigingen die aan toeval, aan overmacht of aan een abnormaal gebruik van de geleverde produkten zijn te wijten, vallen niet onder de waarborg, tenzij naar aanleiding van het voorval slecht werk of een gebrek aan het licht komt dat een reden is om de vervanging te eisen.
§ 4. Van iedere beschadiging of buitendienststelling moet een door de leidend ambtenaar gedateerd en ondertekend proces-verbaal worden opgemaakt.
Dat proces-verbaal moet vóór het verstrijken van de waarborgtermijn worden opgemaakt en binnen dertig kalenderdagen aan de aannemer worden betekend.
Buiten die formaliteiten moet, zodra beschadiging of buitendienststelling wordt vastgesteld, daarvan zo snel mogelijk aan de aannemer bij ter post aangetekende brief kennis worden gegeven, opdat deze alle nodige vaststellingen zou kunnen doen of laten doen.
De aannemer is maar aansprakelijk zo die formaliteiten werden vervuld.
§ 5. Al de produkten die uit de dienst werden genomen in de loop van de waarborgtermijn en waarvan de vervanging afhangt van de aannemer, worden te zijner beschikking gehouden en dienen door hem te worden weggehaald binnen de hem opgelegde termijn, die aanvangt de dag waarop er hem kennis is van gegeven. Na afloop van deze termijn wordt de aanbestedende overheid eigenaar van deze voorwerpen, behalve zo de aannemer binnen deze termijn schriftelijk gevraagd heeft ze op zijn kosten en risico terug te sturen.
§ 6. Zo de aannemer niet overgaat tot de vervanging, zoals voorgeschreven in § 2, is hij gehouden tot de betaling van de waarde van de produkten die moeten worden vervangen.
§ 7. De aanbestedende overheid kan toelaten dat hetgeen tijdens de waarborgtermijn werd beschadigd, door de aannemer op eigen kosten wordt hersteld. Wanneer het belang van de dienst het vereist, kan de aanbestedende overheid herstellingswerken doen uitvoeren op kosten van de aannemer, die behoorlijk verwittigd wordt door middel van een proces-verbaal.
Wanneer de herstelling in de werkplaatsen van de aanbestedende overheid geschiedt, omvat de rekening die moet worden overgemaakt de waarde van de grondstoffen en het arbeidsloon, vermeerderd met het overeenstemmende deel van de algemene onkosten der werkplaatsen van de aanbestedende overheid.
De prestaties worden slechts opgeleverd nadat de controles, de keuringen en de voorgeschreven proeven voldoening schenken. Volgens het geval wordt er een voorlopige oplevering voorzien na afloop van de uitvoering van de prestaties die het voorwerp van de opdracht uitmaken en, bij het verstrijken van de waarborgtermijn een definitieve oplevering die de volledige beëindiging van de opdracht aangeeft, behalve bij eventuele toepassing van de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek op de opdrachten waarop zij betrekking hebben.
De opleveringskosten vallen ten laste van de aannemer. Te dien einde moet het bestek de wijze bepalen waarop de opleveringskosten zullen berekend worden. Bij ontstentenis vallen die kosten ten laste van de aanbestedende overheid.
§ 2. Wat de waarborgtermijn betreft kunnen in het bestek bepalingen of technische specificaties worden opgenomen die er de termijn en de voorwaarden van bepalen.
De waarborgtermijn wordt eventueel verlengd met de tijd gedurende dewelke het produkt niet kon worden gebruikt ten gevolge van beschadiging, te wijten aan oorzaken waarvoor de aannemer verantwoordelijk is.
Op de produkten die ter vervanging worden geleverd is de waarborgtermijn integraal van toepassing.
§ 3. Onverminderd de artikelen 39 en 63, vervangt de aannemer op zijn kosten, overeenkomstig de oorspronkelijke voorschriften, de produkten die gebreken vertonen die geen gebruik toelaten dat in overeenstemming is met de voorwaarden van de opdracht of die buiten dienst geraken in de loop van de waarborgtermijn bij normaal dienstgebruik.
De beschadigingen die aan toeval, aan overmacht of aan een abnormaal gebruik van de geleverde produkten zijn te wijten, vallen niet onder de waarborg, tenzij naar aanleiding van het voorval slecht werk of een gebrek aan het licht komt dat een reden is om de vervanging te eisen.
§ 4. Van iedere beschadiging of buitendienststelling moet een door de leidend ambtenaar gedateerd en ondertekend proces-verbaal worden opgemaakt.
Dat proces-verbaal moet vóór het verstrijken van de waarborgtermijn worden opgemaakt en binnen dertig kalenderdagen aan de aannemer worden betekend.
Buiten die formaliteiten moet, zodra beschadiging of buitendienststelling wordt vastgesteld, daarvan zo snel mogelijk aan de aannemer bij ter post aangetekende brief kennis worden gegeven, opdat deze alle nodige vaststellingen zou kunnen doen of laten doen.
De aannemer is maar aansprakelijk zo die formaliteiten werden vervuld.
§ 5. Al de produkten die uit de dienst werden genomen in de loop van de waarborgtermijn en waarvan de vervanging afhangt van de aannemer, worden te zijner beschikking gehouden en dienen door hem te worden weggehaald binnen de hem opgelegde termijn, die aanvangt de dag waarop er hem kennis is van gegeven. Na afloop van deze termijn wordt de aanbestedende overheid eigenaar van deze voorwerpen, behalve zo de aannemer binnen deze termijn schriftelijk gevraagd heeft ze op zijn kosten en risico terug te sturen.
§ 6. Zo de aannemer niet overgaat tot de vervanging, zoals voorgeschreven in § 2, is hij gehouden tot de betaling van de waarde van de produkten die moeten worden vervangen.
§ 7. De aanbestedende overheid kan toelaten dat hetgeen tijdens de waarborgtermijn werd beschadigd, door de aannemer op eigen kosten wordt hersteld. Wanneer het belang van de dienst het vereist, kan de aanbestedende overheid herstellingswerken doen uitvoeren op kosten van de aannemer, die behoorlijk verwittigd wordt door middel van een proces-verbaal.
Wanneer de herstelling in de werkplaatsen van de aanbestedende overheid geschiedt, omvat de rekening die moet worden overgemaakt de waarde van de grondstoffen en het arbeidsloon, vermeerderd met het overeenstemmende deel van de algemene onkosten der werkplaatsen van de aanbestedende overheid.
Art. 19. § 1. La réception du marché consiste en la vérification par le pouvoir adjudicateur de la conformité des prestations exécutées par l'adjudicataire aux règles de l'art ainsi qu'aux clauses et (conditions du marché). <AR 1999-04-29/46, art. 5, 004; En vigueur : 01-06-1999>
Les prestations ne sont réceptionnées qu'après avoir satisfait aux vérifications, aux réceptions techniques et aux épreuves prescrites. Selon le cas, il est prévu une réception provisoire à l'issue de l'exécution des prestations qui font l'objet du marché et, à l'expiration d'un délai de garantie, une réception définitive qui marque l'achèvement complet du marche, sauf application éventuelle des articles 1792 et 2270 du Code civil aux marchés qu'ils concernent.
Les frais relatifs à la réception sont à charge de l'adjudicataire. A cette fin, le cahier spécial des charges doit déterminer le mode de calcul des frais. En cas d'omission, ces frais sont à charge du pouvoir adjudicateur.
§ 2. Le délai de garantie peut faire l'objet de stipulations du cahier spécial des charges ou de spécifications techniques qui en déterminent alors le terme et les conditions.
Le délai de garantie est prolongé, le cas échéant, à concurrence du laps de temps pendant lequel le produit n'a pu être utilise du fait d'avarie pour des causes dont l'adjudicataire doit assumer la responsabilité.
Les produits fournis en remplacement sont soumis au délai intégral de garantie.
§ 3. Sans préjudice des dispositions des articles 39 et 63, l'adjudicataire remplace à ses frais les produits présentant des défauts ne permettant pas une utilisation conforme aux conditions du marché ou mis hors de service au cours de leur utilisation en service normal pendant le délai de garantie, le remplacement se faisant conformément aux prescriptions imposées initialement.
Les avaries résultant d'un cas fortuit ou de force majeure ou d'un emploi anormal des produits livrés, sont exclues de la garantie, à moins qu'à l'occasion de l'accident ne se révèle une malfaçon ou un défaut de nature à justifier le remplacement.
§ 4. Toute constatation d'avarie ou de mise hors service doit faire l'objet d'un procès-verbal daté et signé par le fonctionnaire dirigeant.
Ce procès-verbal doit être dressé avant l'expiration du délai de garantie et notifié à l'adjudicataire dans un délai de trente jours de calendrier.
Indépendamment de ces formalités, dès qu'il y a constatation d'avarie ou de mise hors service, l'adjudicataire doit en être avisé au plus tôt par lettre recommandée à la poste, afin de lui permettre de procéder ou de faire procéder à toutes les constatations utiles.
La responsabilité de l'adjudicataire est subordonnée à l'accomplissement de ces formalités.
§ 5. Tous les produits qui sont retirés du service au cours du délai de garantie et dont le remplacement incombe à l'adjudicataire sont tenus à sa disposition et doivent être enlevés par celui-ci dans le délai qui lui est imparti et qui commence à courir à la date à laquelle la notification lui a été adressée. A l'expiration de ce délai, le pouvoir adjudicateur acquiert la propriété des produits retirés, sauf si l'adjudicataire a demandé par écrit dans ce délai qu'ils soient réexpédiés à ses frais, risques et périls.
§ 6. Lorsque l'adjudicataire ne procède pas au remplacement prévu au § 2, il est tenu de payer la valeur des produits à remplacer.
§ 7. Le pouvoir adjudicateur peut autoriser l'adjudicataire à réparer à ses frais les produits avariés au cours du délai de garantie. Lorsque l'intérêt du service l'exige, le pouvoir adjudicateur peut faire effectuer des travaux de réparation et de réfection aux frais de l'adjudicataire dûment informé par un procès-verbal.
Lorsque la réparation a lieu dans les ateliers du pouvoir adjudicateur, la note de frais à établir comprend la valeur des matières et le montant de la main-d'oeuvre, augmenté d'une part correspondant aux frais généraux des ateliers du pouvoir adjudicateur.
Les prestations ne sont réceptionnées qu'après avoir satisfait aux vérifications, aux réceptions techniques et aux épreuves prescrites. Selon le cas, il est prévu une réception provisoire à l'issue de l'exécution des prestations qui font l'objet du marché et, à l'expiration d'un délai de garantie, une réception définitive qui marque l'achèvement complet du marche, sauf application éventuelle des articles 1792 et 2270 du Code civil aux marchés qu'ils concernent.
Les frais relatifs à la réception sont à charge de l'adjudicataire. A cette fin, le cahier spécial des charges doit déterminer le mode de calcul des frais. En cas d'omission, ces frais sont à charge du pouvoir adjudicateur.
§ 2. Le délai de garantie peut faire l'objet de stipulations du cahier spécial des charges ou de spécifications techniques qui en déterminent alors le terme et les conditions.
Le délai de garantie est prolongé, le cas échéant, à concurrence du laps de temps pendant lequel le produit n'a pu être utilise du fait d'avarie pour des causes dont l'adjudicataire doit assumer la responsabilité.
Les produits fournis en remplacement sont soumis au délai intégral de garantie.
§ 3. Sans préjudice des dispositions des articles 39 et 63, l'adjudicataire remplace à ses frais les produits présentant des défauts ne permettant pas une utilisation conforme aux conditions du marché ou mis hors de service au cours de leur utilisation en service normal pendant le délai de garantie, le remplacement se faisant conformément aux prescriptions imposées initialement.
Les avaries résultant d'un cas fortuit ou de force majeure ou d'un emploi anormal des produits livrés, sont exclues de la garantie, à moins qu'à l'occasion de l'accident ne se révèle une malfaçon ou un défaut de nature à justifier le remplacement.
§ 4. Toute constatation d'avarie ou de mise hors service doit faire l'objet d'un procès-verbal daté et signé par le fonctionnaire dirigeant.
Ce procès-verbal doit être dressé avant l'expiration du délai de garantie et notifié à l'adjudicataire dans un délai de trente jours de calendrier.
Indépendamment de ces formalités, dès qu'il y a constatation d'avarie ou de mise hors service, l'adjudicataire doit en être avisé au plus tôt par lettre recommandée à la poste, afin de lui permettre de procéder ou de faire procéder à toutes les constatations utiles.
La responsabilité de l'adjudicataire est subordonnée à l'accomplissement de ces formalités.
§ 5. Tous les produits qui sont retirés du service au cours du délai de garantie et dont le remplacement incombe à l'adjudicataire sont tenus à sa disposition et doivent être enlevés par celui-ci dans le délai qui lui est imparti et qui commence à courir à la date à laquelle la notification lui a été adressée. A l'expiration de ce délai, le pouvoir adjudicateur acquiert la propriété des produits retirés, sauf si l'adjudicataire a demandé par écrit dans ce délai qu'ils soient réexpédiés à ses frais, risques et périls.
§ 6. Lorsque l'adjudicataire ne procède pas au remplacement prévu au § 2, il est tenu de payer la valeur des produits à remplacer.
§ 7. Le pouvoir adjudicateur peut autoriser l'adjudicataire à réparer à ses frais les produits avariés au cours du délai de garantie. Lorsque l'intérêt du service l'exige, le pouvoir adjudicateur peut faire effectuer des travaux de réparation et de réfection aux frais de l'adjudicataire dûment informé par un procès-verbal.
Lorsque la réparation a lieu dans les ateliers du pouvoir adjudicateur, la note de frais à établir comprend la valeur des matières et le montant de la main-d'oeuvre, augmenté d'une part correspondant aux frais généraux des ateliers du pouvoir adjudicateur.
Art.19. § 1. De oplevering van de opdracht bestaat uit de controle door de aanbestedende overheid van de overeenstemming van de door de aannemer uitgevoerde prestaties met de regels van de kunst evenals met de bepalingen en de (voorwaarden van de opdracht).
Art.19. § 1. La réception du marché consiste en la vérification par le pouvoir adjudicateur de la conformité des prestations exécutées par l'adjudicataire aux règles de l'art ainsi qu'aux clauses et (conditions du marché).
Art. 20. § 1. Aannemer die in gebreke blijft bij de uitvoering.
De aannemer wordt in verband met de uitvoering van de opdracht geacht in gebreke te zijn :
1° wanneer de prestaties niet geheel voltooid zijn binnen de contractuele bedongen uitvoeringstermijn of op de verschillende voor de gedeeltelijke voltooiingen vastgestelde data;
2° ongeacht het ogenblik, wanneer de prestaties niet zodanig vorderen dat zij op de vastgestelde data volledig kunnen worden voltooid;
3° wanneer hij de geldig gegeven schriftelijke bevelen van de aanbestedende overheid niet naleeft;
4° wanneer de prestaties niet uitgevoerd worden volgens de voorschriften (bepaald in de opdracht). <KB 1999-04-29/46, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
§ 2. Vaststelling van in gebreke blijven
Al de tekortkomingen op de bepalingen van de opdracht daarin begrepen het niet-naleven van de bevelen van de aanbestedende overheid, worden in een proces-verbaal vastgesteld, waarvan een afschrift onmiddellijk bij ter post aangetekende brief aan de aannemer wordt gezonden.
De aannemer dient zonder verwijl zijn tekortkomingen te herstellen. Hij kan bij ter post aangetekende brief aan de aanbestedende overheid, te verzenden binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de postdatum van het toezenden van het proces-verbaal, zijn verweermiddelen doen gelden. Zijn stilzwijgen na die termijn geldt als een erkenning van de vastgestelde feiten.
§ 3. Gevolgen van het in gebreke blijven.
Wanneer tekortkomingen vanwege de aannemer worden vastgesteld, stelt hij zich bloot aan sancties door toepassing van een of meer van de maatregelen bepaald in § 4 tot 9 en in de artikelen 48, 66 en 75.
§ 4. Straffen
Elke inbreuk waarvoor geen speciale straf is voorzien en waarvoor geen enkele rechtvaardiging werd aanvaard of binnen de vereiste termijn werd verstrekt, wordt van rechtswege bestraft, hetzij met een enige straf van 0,07 percent van de oorspronkelijke aannemingssom, met een minimum van (27 EUR) en een maximum van (270 EUR), hetzij zo de overtreding onmiddellijk behoort te worden hersteld, met een (straf van 0,02 percent) van de oorspronkelijke aannemingssom per kalenderdag van niet-uitvoering, met een minimum van (13 EUR) en een maximum van (135 EUR) per dag. <KB 1999-04-29/46, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999> <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Deze laatste straf wordt toegepast vanaf de derde dag na de datum van de afgifte van de aangetekende brief waarvan sprake in § 2, eerste lid, tot en met de dag waarop aan de inbreuk door toedoen van de aannemer of de aanbestedende overheid zelf, een einde werd gesteld.
§ 5. Boeten wegens laattijdige uitvoering.
De boeten wegens laattijdige uitvoering worden als forfaitaire vergoeding wegens vertraging in de uitvoering van de opdracht opgelegd. Zij zijn onafhankelijk van de in § 4 bedoelde straffen. Zij zijn eisbaar zonder ingebrekestelling door het eenvoudig verstrijken van de uitvoeringstermijn zonder opstelling van een proces-verbaal en worden van rechtswege toegepast voor het totaal aantal kalenderdagen vertraging.
Onverminderd de toepassing van de boeten wegens laattijdige uitvoering vrijwaart de aannemer, in voorkomend geval, de aanbestedende overheid tegen elke schadevergoeding die deze aan derden verschuldigd is op grond van zijn vertraging in de uitvoering van de opdracht.
§ 6. Maatregelen van ambtswege.
De maatregelen van ambtswege die van toepassing zijn in geval van in gebreke blijven bij de uitvoering van de opdracht zijn :
1° het eenzijdig verbreken van de opdracht; in dit geval verwerft de aanbestedende overheid van rechtswege het geheel van de borgtocht als forfaitaire schadevergoeding; deze maatregel sluit de toepassing uit van iedere boete wegens laattijdige uitvoering op het deel waarop de verbreking slaat;
2° de uitvoering in eigen beheer van het geheel of van een deel van de niet-uitgevoerde opdracht;
3° het sluiten van één of meerdere overeenkomsten voor rekening met één of meerdere derden voor het geheel of een deel van de nog uit te voeren opdracht.
De maatregelen onder 2° en 3° worden getroffen op kosten en risico van de in gebreke gebleven aannemer. Nochtans vallen de boeten en straffen die bij de uitvoering van één opdracht voor rekening worden toegepast, ten laste van de nieuwe aannemer.
Wanneer de aanbestedende overheid in de loop van de uitvoeringstermijn vaststelt dat de aannemer, doordat hij onvoldoende vlijt betoont, de opdracht onmogelijk volledig binnen die termijn zal kunnen uitvoeren, is zij vanaf dat ogenblik gerechtigd één van de maatregelen van ambtswege te treffen.
De beslissing van de aanbestedende overheid om tot de maatregelen van ambtswege over te gaan wordt bij ter post aangetekende brief aan de in gebreke gebleven aannemer of aan zijn afgevaardigde bekendgemaakt.
Vanaf deze kennisgeving, mag de in gebreke gebleven aannemer niet meer tussenkomen in de uitvoering van de opdracht onderworpen aan de maatregelen van ambtswege.
Wanneer tot het sluiten van een overeenkomst voor rekening wordt overgegaan wordt een exemplaar van het bestek aangaande de te gunnen opdracht, bij ter post aangetekende brief aan de in gebreke gebleven aannemer gezonden.
Wanneer de prijs van de uitvoering in eigen beheer of deze van de nieuwe overeenkomst, welke voor rekening werd gesloten, hoger is dan die van de oorspronkelijke opdracht, draagt de in gebreke gebleven aannemer de meerkosten; in het tegenovergestelde geval komt het verschil ten goede aan de aanbestedende overheid.
§ 7. Compensatie.
Het bedrag van de boeten en straffen, alsook het bedrag voor de schade, onkosten of uitgaven ingevolge de toepassing van de maatregelen van ambtswege of die er zullen uit voortvloeien worden in eerste instantie op de door de aannemer om welke reden ook, opeisbare bedragen en vervolgens op de borgtocht ingehouden.
§ 8. Bijkomende sancties.
Onafgezien van de hierboven voorziene strafmaatregelen is de in gebreke gebleven aannemer vatbaar voor de sancties die werden bepaald in artikel 19 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, indien het om een aannemer van werken gaat, en kan hij door de aanbestedende overheid voor bepaalde tijd van haar opdrachten worden uitgesloten indien het om een leverancier of dienstverlener gaat. Betrokkene wordt vooraf gehoord om zich te verdedigen en de beslissing wordt hem betekend.
§ 9. Korting wegens minderwaarde.
Wanneer de vastgestelde afwijkingen van niet essentiële voorwaarden (van de opdracht) miniem zijn en geen grote hinder kunnen veroorzaken bij het gebruik, bij de verwerking of ten aanzien van de levensduur, kan de aanbestedende overheid de werken, leveringen of diensten aanvaarden onder beding van korting wegens minderwaarde. <KB 1999-04-29/46, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
De aannemer wordt in verband met de uitvoering van de opdracht geacht in gebreke te zijn :
1° wanneer de prestaties niet geheel voltooid zijn binnen de contractuele bedongen uitvoeringstermijn of op de verschillende voor de gedeeltelijke voltooiingen vastgestelde data;
2° ongeacht het ogenblik, wanneer de prestaties niet zodanig vorderen dat zij op de vastgestelde data volledig kunnen worden voltooid;
3° wanneer hij de geldig gegeven schriftelijke bevelen van de aanbestedende overheid niet naleeft;
4° wanneer de prestaties niet uitgevoerd worden volgens de voorschriften (bepaald in de opdracht). <KB 1999-04-29/46, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
§ 2. Vaststelling van in gebreke blijven
Al de tekortkomingen op de bepalingen van de opdracht daarin begrepen het niet-naleven van de bevelen van de aanbestedende overheid, worden in een proces-verbaal vastgesteld, waarvan een afschrift onmiddellijk bij ter post aangetekende brief aan de aannemer wordt gezonden.
De aannemer dient zonder verwijl zijn tekortkomingen te herstellen. Hij kan bij ter post aangetekende brief aan de aanbestedende overheid, te verzenden binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de postdatum van het toezenden van het proces-verbaal, zijn verweermiddelen doen gelden. Zijn stilzwijgen na die termijn geldt als een erkenning van de vastgestelde feiten.
§ 3. Gevolgen van het in gebreke blijven.
Wanneer tekortkomingen vanwege de aannemer worden vastgesteld, stelt hij zich bloot aan sancties door toepassing van een of meer van de maatregelen bepaald in § 4 tot 9 en in de artikelen 48, 66 en 75.
§ 4. Straffen
Elke inbreuk waarvoor geen speciale straf is voorzien en waarvoor geen enkele rechtvaardiging werd aanvaard of binnen de vereiste termijn werd verstrekt, wordt van rechtswege bestraft, hetzij met een enige straf van 0,07 percent van de oorspronkelijke aannemingssom, met een minimum van (27 EUR) en een maximum van (270 EUR), hetzij zo de overtreding onmiddellijk behoort te worden hersteld, met een (straf van 0,02 percent) van de oorspronkelijke aannemingssom per kalenderdag van niet-uitvoering, met een minimum van (13 EUR) en een maximum van (135 EUR) per dag. <KB 1999-04-29/46, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999> <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Deze laatste straf wordt toegepast vanaf de derde dag na de datum van de afgifte van de aangetekende brief waarvan sprake in § 2, eerste lid, tot en met de dag waarop aan de inbreuk door toedoen van de aannemer of de aanbestedende overheid zelf, een einde werd gesteld.
§ 5. Boeten wegens laattijdige uitvoering.
De boeten wegens laattijdige uitvoering worden als forfaitaire vergoeding wegens vertraging in de uitvoering van de opdracht opgelegd. Zij zijn onafhankelijk van de in § 4 bedoelde straffen. Zij zijn eisbaar zonder ingebrekestelling door het eenvoudig verstrijken van de uitvoeringstermijn zonder opstelling van een proces-verbaal en worden van rechtswege toegepast voor het totaal aantal kalenderdagen vertraging.
Onverminderd de toepassing van de boeten wegens laattijdige uitvoering vrijwaart de aannemer, in voorkomend geval, de aanbestedende overheid tegen elke schadevergoeding die deze aan derden verschuldigd is op grond van zijn vertraging in de uitvoering van de opdracht.
§ 6. Maatregelen van ambtswege.
De maatregelen van ambtswege die van toepassing zijn in geval van in gebreke blijven bij de uitvoering van de opdracht zijn :
1° het eenzijdig verbreken van de opdracht; in dit geval verwerft de aanbestedende overheid van rechtswege het geheel van de borgtocht als forfaitaire schadevergoeding; deze maatregel sluit de toepassing uit van iedere boete wegens laattijdige uitvoering op het deel waarop de verbreking slaat;
2° de uitvoering in eigen beheer van het geheel of van een deel van de niet-uitgevoerde opdracht;
3° het sluiten van één of meerdere overeenkomsten voor rekening met één of meerdere derden voor het geheel of een deel van de nog uit te voeren opdracht.
De maatregelen onder 2° en 3° worden getroffen op kosten en risico van de in gebreke gebleven aannemer. Nochtans vallen de boeten en straffen die bij de uitvoering van één opdracht voor rekening worden toegepast, ten laste van de nieuwe aannemer.
Wanneer de aanbestedende overheid in de loop van de uitvoeringstermijn vaststelt dat de aannemer, doordat hij onvoldoende vlijt betoont, de opdracht onmogelijk volledig binnen die termijn zal kunnen uitvoeren, is zij vanaf dat ogenblik gerechtigd één van de maatregelen van ambtswege te treffen.
De beslissing van de aanbestedende overheid om tot de maatregelen van ambtswege over te gaan wordt bij ter post aangetekende brief aan de in gebreke gebleven aannemer of aan zijn afgevaardigde bekendgemaakt.
Vanaf deze kennisgeving, mag de in gebreke gebleven aannemer niet meer tussenkomen in de uitvoering van de opdracht onderworpen aan de maatregelen van ambtswege.
Wanneer tot het sluiten van een overeenkomst voor rekening wordt overgegaan wordt een exemplaar van het bestek aangaande de te gunnen opdracht, bij ter post aangetekende brief aan de in gebreke gebleven aannemer gezonden.
Wanneer de prijs van de uitvoering in eigen beheer of deze van de nieuwe overeenkomst, welke voor rekening werd gesloten, hoger is dan die van de oorspronkelijke opdracht, draagt de in gebreke gebleven aannemer de meerkosten; in het tegenovergestelde geval komt het verschil ten goede aan de aanbestedende overheid.
§ 7. Compensatie.
Het bedrag van de boeten en straffen, alsook het bedrag voor de schade, onkosten of uitgaven ingevolge de toepassing van de maatregelen van ambtswege of die er zullen uit voortvloeien worden in eerste instantie op de door de aannemer om welke reden ook, opeisbare bedragen en vervolgens op de borgtocht ingehouden.
§ 8. Bijkomende sancties.
Onafgezien van de hierboven voorziene strafmaatregelen is de in gebreke gebleven aannemer vatbaar voor de sancties die werden bepaald in artikel 19 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, indien het om een aannemer van werken gaat, en kan hij door de aanbestedende overheid voor bepaalde tijd van haar opdrachten worden uitgesloten indien het om een leverancier of dienstverlener gaat. Betrokkene wordt vooraf gehoord om zich te verdedigen en de beslissing wordt hem betekend.
§ 9. Korting wegens minderwaarde.
Wanneer de vastgestelde afwijkingen van niet essentiële voorwaarden (van de opdracht) miniem zijn en geen grote hinder kunnen veroorzaken bij het gebruik, bij de verwerking of ten aanzien van de levensduur, kan de aanbestedende overheid de werken, leveringen of diensten aanvaarden onder beding van korting wegens minderwaarde. <KB 1999-04-29/46, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
Art. 20. § 1. Adjudicataire en défaut d'exécution. L'adjudicataire est considéré en défaut d'exécution du marché :
1° lorsque les prestations ne sont pas complètement achevées dans le délai d'exécution contractuel ou aux diverses dates fixées pour leur achèvement partiel;
2° à tout moment, lorsque les prestations ne sont pas poursuivies de telle manière qu'elles puissent être entièrement terminées aux dates fixées;
3° lorsqu'il ne suit pas les ordres écrits, valablement donnés par le pouvoir adjudicateur;
4° lorsque les prestations ne sont pas exécutées dans les conditions (définies par le marché). <AR 1999-04-29/46, art. 6, 004; En vigueur : 01-06-1999>
§ 2. Constatation du défaut d'exécution.
Tous les manquements aux clauses du marché, y compris la non-observation des ordres du pouvoir adjudicateur, sont constatés par un procès-verbal dont une copie est transmise immédiatement à l'adjudicataire par lettre recommandée à la poste.
L'adjudicataire est tenu de s'exécuter immédiatement. Il peut faire valoir ses moyens de défense par lettre recommandée à la poste adressée au pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier suivant le jour déterminé par la date postale de l'envoi du procès-verbal. Son silence est considéré, après ce délai, comme une reconnaissance des faits constatés.
§ 3. Conséquences du défaut d'exécution.
Les manquements constatés à sa charge rendent l'adjudicataire passible d'une ou de plusieurs des mesures prévues aux § 4 à 9 et aux articles 48, 66 et 75.
§ 4. Pénalités.
Toute contravention pour laquelle aucune pénalité spéciale n'est prévue et pour laquelle aucune justification n'a été admise ou fournie dans les délais requis, donne lieu de plein droit, soit à une pénalité unique d'un montant de 0,07 pour cent du montant initial du marché avec un minimum de (27 EUR) et un maximum de (270 EUR), soit au cas où il importe de faire disparaître immédiatement l'objet de la contravention, à une pénalité de 0,02 pour cent du montant initial du marché par jour de calendrier de non-exécution avec un minimum de (13 EUR) et un maximum de (135 EUR) par jour. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Cette dernière pénalité est appliquée à compter du troisième jour suivant la date du dépôt de la lettre recommandée dont question au § 2, 1er alinéa et elle court inclusivement jusqu'au jour où la contravention a disparu par le fait de l'adjudicataire ou du pouvoir adjudicateur qui lui-même y a mis fin.
§ 5. Amendes pour retard.
Les amendes pour retard sont établies à titre d'indemnité forfaitaire pour retard dans l'exécution du marché. Elles sont indépendantes des pénalités prévues au § 4. Elles sont dues, sans mise en demeure, par la seule expiration du délai sans intervention d'un procès-verbal et appliquées de plein droit pour la totalité des jours de calendrier de retard.
Nonobstant l'application des amendes pour retard, l'adjudicataire reste garant vis-à-vis du pouvoir adjudicateur des dommages-intérêts dont celui-ci est, le cas échéant, redevable à des tiers du fait du retard dans l'exécution du marché.
§ 6. Mesures d'office.
Les mesures d'office applicables en cas de défaut d'exécution du marché sont :
1° la résiliation unilatérale du marché; dans ce cas la totalité du cautionnement est acquise de plein droit au pouvoir adjudicateur à titre de dommages-intérêts forfaitaires; cette mesure exclut l'application de toute amende du chef de retard d'exécution pour la partie résiliée;
2° l'exécution en régie de tout ou partie du marché non exécuté;
3° la conclusion d'un ou de plusieurs marchés pour compte avec un ou plusieurs tiers pour tout ou partie du marché restant à exécuter.
Les mesures prévues aux 2° et 3° sont appliquées aux frais, risques et périls de l'adjudicataire défaillant. Toutefois, les amendes et pénalités qui sont appliquées lors de l'exécution d'un marché pour compte sont à charge du nouvel adjudicataire.
Lorsqu'au cours du délai contractuel, le pouvoir adjudicateur établit que, par le manque de diligence de l'adjudicataire, celui-ci est dans l'impossibilité d'effectuer dans ce délai l'ensemble du marché, le pouvoir adjudicateur est en droit d'appliquer, dès ce moment, une des mesures d'office.
La décision du pouvoir adjudicateur de passer aux mesures d'office est notifiée à l'adjudicataire défaillant par lettre recommandée à la poste ou par lettre remise contre récépissé à l'adjudicataire ou à son délégué.
A partir de cette notification, l'adjudicataire défaillant ne peut plus intervenir dans l'exécution du marché visé par la mesure d'office.
Lorsqu'il est recouru à la conclusion d'un marché pour compte, un exemplaire du cahier spécial des charges régissant le marché à conclure est envoyé au préalable à l'adjudicataire défaillant par lettre recommandée à la poste.
Lorsque le prix de l'exécution en régie ou du marché pour compte dépasse le prix du marché initial, l'adjudicataire défaillant en supporte le coût supplémentaire; dans le cas inverse, la différence est acquise au pouvoir adjudicateur.
§ 7. Compensation.
Le montant des amendes et pénalités, ainsi que le montant des dommages, débours ou dépenses résultant ou à résulter de l'application des mesures d'office, sont imputés en premier lieu sur les sommes qui sont dues à l'adjudicataire à quelque titre que ce soit et ensuite sur le cautionnement.
§ 8. Sanctions complémentaires.
Indépendamment des sanctions prévues ci-avant, l'adjudicataire en défaut d'exécution est passible de celles établies par l'article 19 de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux, s'il s'agit d'un entrepreneur de travaux, et peut être exclu de ses marchés par le pouvoir adjudicateur pour une durée déterminée, s'il s'agit d'un fournisseur ou d'un prestataire de services. L'intéressé est préalablement entendu en ses moyens de défense et la décision lui est notifiée.
§ 9. Réfaction.
Lorsque les divergences constatées par rapport aux conditions non essentielles (du marché) sont minimes et qu'il ne peut en résulter d'inconvénient sérieux du point de vue de l'emploi, de la mise en oeuvre ou de la durée de vie, le pouvoir adjudicateur peut accepter les travaux, les fournitures ou les services moyennant réfaction pour moins-value. <AR 1999-04-29/46, art. 6, 004; En vigueur : 01-06-1999>
1° lorsque les prestations ne sont pas complètement achevées dans le délai d'exécution contractuel ou aux diverses dates fixées pour leur achèvement partiel;
2° à tout moment, lorsque les prestations ne sont pas poursuivies de telle manière qu'elles puissent être entièrement terminées aux dates fixées;
3° lorsqu'il ne suit pas les ordres écrits, valablement donnés par le pouvoir adjudicateur;
4° lorsque les prestations ne sont pas exécutées dans les conditions (définies par le marché). <AR 1999-04-29/46, art. 6, 004; En vigueur : 01-06-1999>
§ 2. Constatation du défaut d'exécution.
Tous les manquements aux clauses du marché, y compris la non-observation des ordres du pouvoir adjudicateur, sont constatés par un procès-verbal dont une copie est transmise immédiatement à l'adjudicataire par lettre recommandée à la poste.
L'adjudicataire est tenu de s'exécuter immédiatement. Il peut faire valoir ses moyens de défense par lettre recommandée à la poste adressée au pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier suivant le jour déterminé par la date postale de l'envoi du procès-verbal. Son silence est considéré, après ce délai, comme une reconnaissance des faits constatés.
§ 3. Conséquences du défaut d'exécution.
Les manquements constatés à sa charge rendent l'adjudicataire passible d'une ou de plusieurs des mesures prévues aux § 4 à 9 et aux articles 48, 66 et 75.
§ 4. Pénalités.
Toute contravention pour laquelle aucune pénalité spéciale n'est prévue et pour laquelle aucune justification n'a été admise ou fournie dans les délais requis, donne lieu de plein droit, soit à une pénalité unique d'un montant de 0,07 pour cent du montant initial du marché avec un minimum de (27 EUR) et un maximum de (270 EUR), soit au cas où il importe de faire disparaître immédiatement l'objet de la contravention, à une pénalité de 0,02 pour cent du montant initial du marché par jour de calendrier de non-exécution avec un minimum de (13 EUR) et un maximum de (135 EUR) par jour. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Cette dernière pénalité est appliquée à compter du troisième jour suivant la date du dépôt de la lettre recommandée dont question au § 2, 1er alinéa et elle court inclusivement jusqu'au jour où la contravention a disparu par le fait de l'adjudicataire ou du pouvoir adjudicateur qui lui-même y a mis fin.
§ 5. Amendes pour retard.
Les amendes pour retard sont établies à titre d'indemnité forfaitaire pour retard dans l'exécution du marché. Elles sont indépendantes des pénalités prévues au § 4. Elles sont dues, sans mise en demeure, par la seule expiration du délai sans intervention d'un procès-verbal et appliquées de plein droit pour la totalité des jours de calendrier de retard.
Nonobstant l'application des amendes pour retard, l'adjudicataire reste garant vis-à-vis du pouvoir adjudicateur des dommages-intérêts dont celui-ci est, le cas échéant, redevable à des tiers du fait du retard dans l'exécution du marché.
§ 6. Mesures d'office.
Les mesures d'office applicables en cas de défaut d'exécution du marché sont :
1° la résiliation unilatérale du marché; dans ce cas la totalité du cautionnement est acquise de plein droit au pouvoir adjudicateur à titre de dommages-intérêts forfaitaires; cette mesure exclut l'application de toute amende du chef de retard d'exécution pour la partie résiliée;
2° l'exécution en régie de tout ou partie du marché non exécuté;
3° la conclusion d'un ou de plusieurs marchés pour compte avec un ou plusieurs tiers pour tout ou partie du marché restant à exécuter.
Les mesures prévues aux 2° et 3° sont appliquées aux frais, risques et périls de l'adjudicataire défaillant. Toutefois, les amendes et pénalités qui sont appliquées lors de l'exécution d'un marché pour compte sont à charge du nouvel adjudicataire.
Lorsqu'au cours du délai contractuel, le pouvoir adjudicateur établit que, par le manque de diligence de l'adjudicataire, celui-ci est dans l'impossibilité d'effectuer dans ce délai l'ensemble du marché, le pouvoir adjudicateur est en droit d'appliquer, dès ce moment, une des mesures d'office.
La décision du pouvoir adjudicateur de passer aux mesures d'office est notifiée à l'adjudicataire défaillant par lettre recommandée à la poste ou par lettre remise contre récépissé à l'adjudicataire ou à son délégué.
A partir de cette notification, l'adjudicataire défaillant ne peut plus intervenir dans l'exécution du marché visé par la mesure d'office.
Lorsqu'il est recouru à la conclusion d'un marché pour compte, un exemplaire du cahier spécial des charges régissant le marché à conclure est envoyé au préalable à l'adjudicataire défaillant par lettre recommandée à la poste.
Lorsque le prix de l'exécution en régie ou du marché pour compte dépasse le prix du marché initial, l'adjudicataire défaillant en supporte le coût supplémentaire; dans le cas inverse, la différence est acquise au pouvoir adjudicateur.
§ 7. Compensation.
Le montant des amendes et pénalités, ainsi que le montant des dommages, débours ou dépenses résultant ou à résulter de l'application des mesures d'office, sont imputés en premier lieu sur les sommes qui sont dues à l'adjudicataire à quelque titre que ce soit et ensuite sur le cautionnement.
§ 8. Sanctions complémentaires.
Indépendamment des sanctions prévues ci-avant, l'adjudicataire en défaut d'exécution est passible de celles établies par l'article 19 de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux, s'il s'agit d'un entrepreneur de travaux, et peut être exclu de ses marchés par le pouvoir adjudicateur pour une durée déterminée, s'il s'agit d'un fournisseur ou d'un prestataire de services. L'intéressé est préalablement entendu en ses moyens de défense et la décision lui est notifiée.
§ 9. Réfaction.
Lorsque les divergences constatées par rapport aux conditions non essentielles (du marché) sont minimes et qu'il ne peut en résulter d'inconvénient sérieux du point de vue de l'emploi, de la mise en oeuvre ou de la durée de vie, le pouvoir adjudicateur peut accepter les travaux, les fournitures ou les services moyennant réfaction pour moins-value. <AR 1999-04-29/46, art. 6, 004; En vigueur : 01-06-1999>
Art.20. § 1. Aannemer die in gebreke blijft bij de uitvoering.
Art.20. § 1. Adjudicataire en défaut d'exécution. L'adjudicataire est considéré en défaut d'exécution du marché :
Art. 21. § 1. Wanneer de opdracht aan één enkele natuurlijke persoon is gegund, wordt zij bij zijn overlijden van rechtswege verbroken.
Indien de rechtsopvolgers evenwel schriftelijk aan de aanbestedende overheid kennis geven van het overlijden en tevens van hun wil de opdracht voort te zetten, beschikt de aanbestedende overheid over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de datum van ontvangst van dit voorstel om kennis te geven van haar beslissing.
§ 2. Wanneer de opdracht aan verscheidene natuurlijke personen is gegund en zo één of meer van die personen overlijden, wordt de stand van de opdracht tegensprekelijk opgenomen; de aanbestedende overheid oordeelt of de opdracht dient te worden verbroken of dat de overlevende of de overlevenden in staat zijn deze overeenkomstig hun verbintenis voort te zetten.
Wanneer de opdracht voortgezet wordt door verscheidene personen blijven deze hoofdelijk aansprakelijk.
§ 3. In de gevallen bedoeld in § 1 en § 2, geven de rechtsopvolgers binnen de vijftien kalenderdagen na het overlijden, aan de aanbestedende overheid schriftelijk kennis van hun voornemen.
Bij voortzetting van de opdracht wordt zo nodig een regeling betreffende de borgtocht getroffen.
§ 4. Onverminderd de toepassing van de maatregelen van ambtswege, kan de aanbestedende overheid de opdracht verbreken in de volgende gevallen :
1° faillissement van de aannemer of elke analoge toestand als gevolg van een gelijkaardige procedure bestaande in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
2° onder bijstandstelling wegens verkwisting;
3° onbekwaamverklaring, voorlopige onderbewindstelling of onder voogdijstelling wegens zwakzinnigheid;
4° in observatiestelling of internering bij toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij;
5° veroordeling van de aannemer tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van één maand of meer, wegens deelneming aan een van de hierna vermelde misdrijven of, eventueel aan een poging daartoe :
a) misdaden of wanbedrijven tegen de veiligheid van de Staat;
b) misdaden of wanbedrijven tegen de openbare trouw;
c) samenspanning van ambtenaren;
d) knevelarijen en verduisteringen, gepleegd door ambtenaren;
e) omkoperij van ambtenaren;
f) belemmering van de uitvoering van openbare werken;
g) misdrijven en wanbedrijven van de leveranciers;
h) misdaden en wanbedrijven tegen eigendommen;
6° (...). <KB 2008-07-31/32, art. 27, 009; Inwerkingtreding : 18-08-2008>
§ 5. In de gevallen van verbreking opgesomd in § 4 :
1° wordt de opdracht voor aanneming van werken vereffend in de staat waarin zij zich bevindt waarbij, na de keuring, rekening wordt gehouden met de waarde van de uitgevoerde werken en van de nuttig aangevoerde of nuttig bestelde materialen en voorwerpen;
2° wordt de opdracht voor aanneming van leveringen vereffend door de waarde van de gedane leveringen te betalen op grond van de opdracht;
3° wordt de opdracht voor aanneming van diensten vereffend door de waarde van de verstrekte diensten te betalen op grond van de uitgevoerde prestaties.
Indien de rechtsopvolgers evenwel schriftelijk aan de aanbestedende overheid kennis geven van het overlijden en tevens van hun wil de opdracht voort te zetten, beschikt de aanbestedende overheid over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de datum van ontvangst van dit voorstel om kennis te geven van haar beslissing.
§ 2. Wanneer de opdracht aan verscheidene natuurlijke personen is gegund en zo één of meer van die personen overlijden, wordt de stand van de opdracht tegensprekelijk opgenomen; de aanbestedende overheid oordeelt of de opdracht dient te worden verbroken of dat de overlevende of de overlevenden in staat zijn deze overeenkomstig hun verbintenis voort te zetten.
Wanneer de opdracht voortgezet wordt door verscheidene personen blijven deze hoofdelijk aansprakelijk.
§ 3. In de gevallen bedoeld in § 1 en § 2, geven de rechtsopvolgers binnen de vijftien kalenderdagen na het overlijden, aan de aanbestedende overheid schriftelijk kennis van hun voornemen.
Bij voortzetting van de opdracht wordt zo nodig een regeling betreffende de borgtocht getroffen.
§ 4. Onverminderd de toepassing van de maatregelen van ambtswege, kan de aanbestedende overheid de opdracht verbreken in de volgende gevallen :
1° faillissement van de aannemer of elke analoge toestand als gevolg van een gelijkaardige procedure bestaande in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
2° onder bijstandstelling wegens verkwisting;
3° onbekwaamverklaring, voorlopige onderbewindstelling of onder voogdijstelling wegens zwakzinnigheid;
4° in observatiestelling of internering bij toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij;
5° veroordeling van de aannemer tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van één maand of meer, wegens deelneming aan een van de hierna vermelde misdrijven of, eventueel aan een poging daartoe :
a) misdaden of wanbedrijven tegen de veiligheid van de Staat;
b) misdaden of wanbedrijven tegen de openbare trouw;
c) samenspanning van ambtenaren;
d) knevelarijen en verduisteringen, gepleegd door ambtenaren;
e) omkoperij van ambtenaren;
f) belemmering van de uitvoering van openbare werken;
g) misdrijven en wanbedrijven van de leveranciers;
h) misdaden en wanbedrijven tegen eigendommen;
6° (...). <KB 2008-07-31/32, art. 27, 009; Inwerkingtreding : 18-08-2008>
§ 5. In de gevallen van verbreking opgesomd in § 4 :
1° wordt de opdracht voor aanneming van werken vereffend in de staat waarin zij zich bevindt waarbij, na de keuring, rekening wordt gehouden met de waarde van de uitgevoerde werken en van de nuttig aangevoerde of nuttig bestelde materialen en voorwerpen;
2° wordt de opdracht voor aanneming van leveringen vereffend door de waarde van de gedane leveringen te betalen op grond van de opdracht;
3° wordt de opdracht voor aanneming van diensten vereffend door de waarde van de verstrekte diensten te betalen op grond van de uitgevoerde prestaties.
Art. 21. § 1. Lorsque le marché est confie à une seule personne physique, il est résilié de plein droit si celle-ci décède.
Toutefois, si les ayants cause font part, par écrit, du décès et de leur intention de continuer le marché au pouvoir adjudicateur, celui-ci dispose d'un délai de trente jours de calendrier à partir de la date de réception de ladite proposition pour notifier sa décision.
§ 2. Lorsque le marché est confié à plusieurs personnes physiques et que l'une ou plusieurs d'entre elles viennent à décéder, il est dressé un état contradictoire de l'avancement du marché, et le pouvoir adjudicateur apprécie ensuite s'il y a lieu de résilier le marché ou si sa continuation peut être assurée par le ou les survivants, conformément à leur engagement.
Lorsque le marché est continué par plusieurs personnes, l'engagement de celles-ci est solidaire.
§ 3. Dans les cas prévus sous les § 1 et § 2, les ayants cause informent le pouvoir adjudicateur de leurs intentions, par écrit et dans les quinze jours de calendrier qui suivent celui du décès.
La continuation du marché donne lieu si nécessaire à un règlement relatif au cautionnement.
§ 4. Sans préjudice de l'application de mesures d'office, le pouvoir adjudicateur peut résilier le marché dans les cas suivants :
1° faillite de l'adjudicataire ou toute situation analogue résultant d'une procédure de même nature existant dans les législations et réglementations nationales;
2° mise sous conseil judiciaire pour cause de prodigalité;
3° interdiction, mise sous administration provisoire ou sous tutelle pour faiblesse d'esprit;
4° mise en observation ou internement par application de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale;
5° condamnation de l'adjudicataire à une peine privative de liberté d'un mois ou plus, non conditionnelle, pour participation à l'une des infractions énumérées ci-après ou, le cas échéant, à la tentative de ces infractions :
a) crimes ou délits contre la sûreté de l'Etat;
b) crimes ou délits contre la foi publique;
c) coalition de fonctionnaires;
d) concussions et détournements commis par des fonctionnaires;
e) corruption de fonctionnaires;
f) entraves apportées à l'exécution des travaux publics;
g) crimes et délits des fournisseurs;
h) crimes et délits contre les propriétés;
6° (...). <AR 2008-07-31/32, art. 27, 009; En vigueur : 18-08-2008>
§ 5. Dans les cas de résiliation prévus au § 4 :
1° le marché de travaux est liquidé en l'état où il se trouve, en tenant compte, après réception, de la valeur des travaux effectués, des matériaux et objets utilement approvisionnés ou utilement commandés;
2° le marché de fournitures est liquidé en payant, sur la base du marché, la valeur des fournitures livrées;
3° le marché de services est liquidé en payant, sur la base du marché, la valeur des prestations effectuées.
Toutefois, si les ayants cause font part, par écrit, du décès et de leur intention de continuer le marché au pouvoir adjudicateur, celui-ci dispose d'un délai de trente jours de calendrier à partir de la date de réception de ladite proposition pour notifier sa décision.
§ 2. Lorsque le marché est confié à plusieurs personnes physiques et que l'une ou plusieurs d'entre elles viennent à décéder, il est dressé un état contradictoire de l'avancement du marché, et le pouvoir adjudicateur apprécie ensuite s'il y a lieu de résilier le marché ou si sa continuation peut être assurée par le ou les survivants, conformément à leur engagement.
Lorsque le marché est continué par plusieurs personnes, l'engagement de celles-ci est solidaire.
§ 3. Dans les cas prévus sous les § 1 et § 2, les ayants cause informent le pouvoir adjudicateur de leurs intentions, par écrit et dans les quinze jours de calendrier qui suivent celui du décès.
La continuation du marché donne lieu si nécessaire à un règlement relatif au cautionnement.
§ 4. Sans préjudice de l'application de mesures d'office, le pouvoir adjudicateur peut résilier le marché dans les cas suivants :
1° faillite de l'adjudicataire ou toute situation analogue résultant d'une procédure de même nature existant dans les législations et réglementations nationales;
2° mise sous conseil judiciaire pour cause de prodigalité;
3° interdiction, mise sous administration provisoire ou sous tutelle pour faiblesse d'esprit;
4° mise en observation ou internement par application de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale;
5° condamnation de l'adjudicataire à une peine privative de liberté d'un mois ou plus, non conditionnelle, pour participation à l'une des infractions énumérées ci-après ou, le cas échéant, à la tentative de ces infractions :
a) crimes ou délits contre la sûreté de l'Etat;
b) crimes ou délits contre la foi publique;
c) coalition de fonctionnaires;
d) concussions et détournements commis par des fonctionnaires;
e) corruption de fonctionnaires;
f) entraves apportées à l'exécution des travaux publics;
g) crimes et délits des fournisseurs;
h) crimes et délits contre les propriétés;
6° (...). <AR 2008-07-31/32, art. 27, 009; En vigueur : 18-08-2008>
§ 5. Dans les cas de résiliation prévus au § 4 :
1° le marché de travaux est liquidé en l'état où il se trouve, en tenant compte, après réception, de la valeur des travaux effectués, des matériaux et objets utilement approvisionnés ou utilement commandés;
2° le marché de fournitures est liquidé en payant, sur la base du marché, la valeur des fournitures livrées;
3° le marché de services est liquidé en payant, sur la base du marché, la valeur des prestations effectuées.
Art.21. § 1. Wanneer de opdracht aan één enkele natuurlijke persoon is gegund, wordt zij bij zijn overlijden van rechtswege verbroken.
Art.21. § 1. Lorsque le marché est confie à une seule personne physique, il est résilié de plein droit si celle-ci décède.
Art. 22. Indien de aanbestedende overheid op eender welk ogenblik vaststelt dat de aannemer de bepalingen van artikel 11 van de wet niet heeft geëerbiedigd, moet de aanbestedende overheid één of meer van volgende maatregelen treffen :
1° toepassing van maatregelen van ambtswege;
2° a) indien het een aannemer van werken betreft, voorstel tot sanctie bij toepassing van artikel 19 van de wet van 21 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken;
b) indien het een leverancier of een dienstverlener betreft, uitsluiting voor een bepaalde duur van de opdrachten van de aanbestedende overheid;
3° een straf toepassen welke het drievoud is van het bedrag dat bij de aannemingssom wordt gevoegd om aan derden een bepaalde winst of voordeel toe te kennen.
1° toepassing van maatregelen van ambtswege;
2° a) indien het een aannemer van werken betreft, voorstel tot sanctie bij toepassing van artikel 19 van de wet van 21 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken;
b) indien het een leverancier of een dienstverlener betreft, uitsluiting voor een bepaalde duur van de opdrachten van de aanbestedende overheid;
3° een straf toepassen welke het drievoud is van het bedrag dat bij de aannemingssom wordt gevoegd om aan derden een bepaalde winst of voordeel toe te kennen.
Art. 22. Si le pouvoir adjudicateur découvre, à quelque moment que ce soit, que l'adjudicataire n'a pas respecté les dispositions de l'article 11 de la loi, il doit prendre une ou plusieurs des mesures ci-après :
1° application de mesures d'office;
2° a) s'il s'agit d'un entrepreneur de travaux, proposition de sanction en application de l'article 19 de la loi du 21 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux;
b) s'il s'agit d'un fournisseur ou d'un prestataire de services, exclusion des marchés du pouvoir adjudicateur pour une durée déterminée;
3° application d'une pénalité, égale à trois fois le montant dont le prix du marché a été grevé pour procurer à des tiers un gain ou un avantage quelconque.
1° application de mesures d'office;
2° a) s'il s'agit d'un entrepreneur de travaux, proposition de sanction en application de l'article 19 de la loi du 21 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux;
b) s'il s'agit d'un fournisseur ou d'un prestataire de services, exclusion des marchés du pouvoir adjudicateur pour une durée déterminée;
3° application d'une pénalité, égale à trois fois le montant dont le prix du marché a été grevé pour procurer à des tiers un gain ou un avantage quelconque.
Art.22. Indien de aanbestedende overheid op eender welk ogenblik vaststelt dat de aannemer de bepalingen van artikel 11 van de wet niet heeft geëerbiedigd, moet de aanbestedende overheid één of meer van volgende maatregelen treffen :
Art.22. Si le pouvoir adjudicateur découvre, à quelque moment que ce soit, que l'adjudicataire n'a pas respecté les dispositions de l'article 11 de la loi, il doit prendre une ou plusieurs des mesures ci-après :
Art. 23. Het beroep op het Hoog Comité van Toezicht zoals bepaald in artikel 10 van dit besluit schorst de uitvoering van de opdracht niet.
Art. 23. Le recours au Comité supérieur de Contrôle tel que prévu à l'article 10 du présent arrêté n'est pas suspensif de l'exécution du marché.
Art.23. Het beroep op het Hoog Comité van Toezicht zoals bepaald in artikel 10 van dit besluit schorst de uitvoering van de opdracht niet.
Art.23. Le recours au Comité supérieur de Contrôle tel que prévu à l'article 10 du présent arrêté n'est pas suspensif de l'exécution du marché.
Afdeling 1. - Opdrachten voor aanneming van werken en concessies voor openbare werken.
Section 1. - Marchés de travaux et concessions de travaux publics.
Afdeling 1. - Opdrachten voor aanneming van werken en concessies voor openbare werken.
Section 1. - Marchés de travaux et concessions de travaux publics.
Onderafdeling 1. - Prijsbepaling.
Sous-section 1. - Détermination du prix.
Art. 24. § 1. Werken tegen een globale prijs.
Ingeval de werken tegen een globale prijs worden gegund, wordt de inschrijver verondersteld de som van zijn offerte volgens eigen bewerkingen, berekeningen en ramingen te hebben vastgesteld.
Na de opening van de offertes is hij niet meer gerechtigd zich op fouten of leemten te beroepen die in de opmetingsstaat voorkomen, die door de aanbestedende overheid aan de inschrijvers ter beschikking is gesteld.
In geval van tegenstrijdigheid tussen de verschillende documenten, geldt voor interpretatie de volgende orde :
1° de plannen;
2° het bestek;
3° de opmetingsstaat.
Wanneer de plannen tegenstrijdigheden vertonen, is de aannemer gerechtigd te beweren dat hij zich op de voor hem meest gunstige hypothese heeft gesteund, tenzij de opmetingsstaat daaromtrent nadere aanwijzingen bevat.
§ 2. Werken tegen een andere dan een globale prijs.
Indien de werken tegen een andere dan een globale prijs worden uitgevoerd, worden de diverse elementen tot vaststelling van de te betalen sommen, op tegenspraak vastgesteld.
§ 3. De bepalingen van § 1 zijn van toepassing op de forfaitaire posten van de gemengde opdrachten.
Ingeval de werken tegen een globale prijs worden gegund, wordt de inschrijver verondersteld de som van zijn offerte volgens eigen bewerkingen, berekeningen en ramingen te hebben vastgesteld.
Na de opening van de offertes is hij niet meer gerechtigd zich op fouten of leemten te beroepen die in de opmetingsstaat voorkomen, die door de aanbestedende overheid aan de inschrijvers ter beschikking is gesteld.
In geval van tegenstrijdigheid tussen de verschillende documenten, geldt voor interpretatie de volgende orde :
1° de plannen;
2° het bestek;
3° de opmetingsstaat.
Wanneer de plannen tegenstrijdigheden vertonen, is de aannemer gerechtigd te beweren dat hij zich op de voor hem meest gunstige hypothese heeft gesteund, tenzij de opmetingsstaat daaromtrent nadere aanwijzingen bevat.
§ 2. Werken tegen een andere dan een globale prijs.
Indien de werken tegen een andere dan een globale prijs worden uitgevoerd, worden de diverse elementen tot vaststelling van de te betalen sommen, op tegenspraak vastgesteld.
§ 3. De bepalingen van § 1 zijn van toepassing op de forfaitaire posten van de gemengde opdrachten.
Art. 24. § 1. Travaux à prix global.
Dans les cas de travaux à prix global, l'entrepreneur est censé avoir établi le montant de son offre d'après ses propres opérations, calculs et estimations.
Dès l'ouverture des offres, il n'est plus autorisé à introduire une réclamation du chef des erreurs ou omissions qui pourraient être signalées dans le métré mis par le pouvoir adjudicateur à la disposition des soumissionnaires.
En cas de contradiction entre les différents documents, l'ordre suivant vaut pour l'interprétation :
1° les plans;
2° le cahier spécial des charges;
3° le métré récapitulatif.
Lorsque les plans contiennent des contradictions, l'entrepreneur peut prétendre avoir prévu l'hypothèse la plus avantageuse pour lui, à moins que le métré ne donne des précisions à cet égard.
§ 2. Travaux autres qu'à prix global.
Si les travaux s'exécutent autrement qu'à prix global, les divers éléments nécessaires au calcul des montants à payer font l'objet de constatations contradictoires.
§ 3. Les dispositions du § 1 sont applicables aux postes à forfait des marchés mixtes.
Dans les cas de travaux à prix global, l'entrepreneur est censé avoir établi le montant de son offre d'après ses propres opérations, calculs et estimations.
Dès l'ouverture des offres, il n'est plus autorisé à introduire une réclamation du chef des erreurs ou omissions qui pourraient être signalées dans le métré mis par le pouvoir adjudicateur à la disposition des soumissionnaires.
En cas de contradiction entre les différents documents, l'ordre suivant vaut pour l'interprétation :
1° les plans;
2° le cahier spécial des charges;
3° le métré récapitulatif.
Lorsque les plans contiennent des contradictions, l'entrepreneur peut prétendre avoir prévu l'hypothèse la plus avantageuse pour lui, à moins que le métré ne donne des précisions à cet égard.
§ 2. Travaux autres qu'à prix global.
Si les travaux s'exécutent autrement qu'à prix global, les divers éléments nécessaires au calcul des montants à payer font l'objet de constatations contradictoires.
§ 3. Les dispositions du § 1 sont applicables aux postes à forfait des marchés mixtes.
Art.24. § 1. Werken tegen een globale prijs.
Art.24. § 1. Travaux à prix global.
Art. 25. § 1. De aannemer wordt geacht de aard van de bouwgronden te kennen en zijn prijzen op grond van de uitslag van zijn eigen berekeningen te hebben vastgesteld.
Alle werken, metingen en kosten betreffende de uitvoering van de opdracht zijn voor rekening van de aannemer, inzonderheid :
1° alle werken en leveringen die nodig zijn om de grondafkalvingen en andere beschadigingen te voorkomen en eventueel te verhelpen zoals stempelingen, beschoeiingen, bemalingen;
2° de ongeschonden bewaring, de eventuele verlegging en terugplaatsing van kabels en leidingen waarop bij grond-, graaf- of baggerwerken kan worden gestuit, voor zover de last hiervoor niet op de eigenaars van die kabels en leidingen berust;
3° de verwijdering binnen de grenzen van de grond-, graaf- of baggerwerken eventueel noodzakelijk voor de uitvoering van het werk :
a) van grond, slijk en kiezel, stenen, breukstenen, allerlei gesteente, overblijfselen van metselwerk, zoden, beplantingen, struiken, stronken, wortels, kreupelhout, puin en afval;
b) van ieder rotsblok, ongeacht zijn volume, wanneer het bestek vermeldt dat de graaf-, grond- en baggerwerken moeten worden uitgevoerd in rotsachtig terrein, en bij gebrek aan deze vermelding van ieder uit één stuk bestaande rotsblok, metselwerk of betonblok waarvan het volume een halve kubieke meter niet overschrijdt; indien in de opmetingsstaat hiervoor geen speciale prijs is vermeld, wordt de te verwijderen hoeveelheid rots op grond van een overeen te komen prijs betaald, zelfs wanneer dit te verwijderen gedeelte kleiner is dan 0,500 m3 voor zover het deel uitmaakt van een rotsblok groter dan 0,500 m3;
4° het vervoer en het wegbrengen van graafspecie hetzij buiten het domein van de aanbestedende overheid, hetzij naar de plaatsen voor herbruik binnen de uitgestrektheid van de bouwplaatsen, hetzij naar de voorziene stortplaatsen overeenkomstig de voorschriften van het bestek;
5° alle algemene onkosten, bijkosten en onderhoudskosten gedurende de uitvoerings- en de waarborgtermijn;
6° keurings- en opleveringskosten.
De uitvoeringsmiddelen die bij het graafwerk verloren gaan worden niet in rekening gebracht.
De aannemer neemt eveneens alle werken ten laste die uiteraard afhangen van of samenhangen met deze die in de plans en in het bestek zijn beschreven.
§ 2. Alleen de principiële toelatingen die voor de uitvoering van de opdracht zelf nodig zijn moeten door de aanbestedende overheid worden bezorgd. Het verkrijgen van de vergunningen nodig voor de uitvoering van de werken en alle andere verrichtingen en verplichtingen die er aan onderworpen zijn vallen ten laste van de aannemer.
Alle werken, metingen en kosten betreffende de uitvoering van de opdracht zijn voor rekening van de aannemer, inzonderheid :
1° alle werken en leveringen die nodig zijn om de grondafkalvingen en andere beschadigingen te voorkomen en eventueel te verhelpen zoals stempelingen, beschoeiingen, bemalingen;
2° de ongeschonden bewaring, de eventuele verlegging en terugplaatsing van kabels en leidingen waarop bij grond-, graaf- of baggerwerken kan worden gestuit, voor zover de last hiervoor niet op de eigenaars van die kabels en leidingen berust;
3° de verwijdering binnen de grenzen van de grond-, graaf- of baggerwerken eventueel noodzakelijk voor de uitvoering van het werk :
a) van grond, slijk en kiezel, stenen, breukstenen, allerlei gesteente, overblijfselen van metselwerk, zoden, beplantingen, struiken, stronken, wortels, kreupelhout, puin en afval;
b) van ieder rotsblok, ongeacht zijn volume, wanneer het bestek vermeldt dat de graaf-, grond- en baggerwerken moeten worden uitgevoerd in rotsachtig terrein, en bij gebrek aan deze vermelding van ieder uit één stuk bestaande rotsblok, metselwerk of betonblok waarvan het volume een halve kubieke meter niet overschrijdt; indien in de opmetingsstaat hiervoor geen speciale prijs is vermeld, wordt de te verwijderen hoeveelheid rots op grond van een overeen te komen prijs betaald, zelfs wanneer dit te verwijderen gedeelte kleiner is dan 0,500 m3 voor zover het deel uitmaakt van een rotsblok groter dan 0,500 m3;
4° het vervoer en het wegbrengen van graafspecie hetzij buiten het domein van de aanbestedende overheid, hetzij naar de plaatsen voor herbruik binnen de uitgestrektheid van de bouwplaatsen, hetzij naar de voorziene stortplaatsen overeenkomstig de voorschriften van het bestek;
5° alle algemene onkosten, bijkosten en onderhoudskosten gedurende de uitvoerings- en de waarborgtermijn;
6° keurings- en opleveringskosten.
De uitvoeringsmiddelen die bij het graafwerk verloren gaan worden niet in rekening gebracht.
De aannemer neemt eveneens alle werken ten laste die uiteraard afhangen van of samenhangen met deze die in de plans en in het bestek zijn beschreven.
§ 2. Alleen de principiële toelatingen die voor de uitvoering van de opdracht zelf nodig zijn moeten door de aanbestedende overheid worden bezorgd. Het verkrijgen van de vergunningen nodig voor de uitvoering van de werken en alle andere verrichtingen en verplichtingen die er aan onderworpen zijn vallen ten laste van de aannemer.
Art. 25. § 1. L'entrepreneur est censé connaître la nature des terrains et avoir établi ses prix d'après les résultats de ses propres calculs.
Tous travaux, mesures et frais inhérents à l'exécution du marché sont à la charge de l'entrepreneur, notamment :
1° tous les travaux et fournitures tels que étançonnages, blindages, épuisements, nécessaires pour empêcher les éboulements de terre et autres dégradations et pour y remédier le cas échéant;
2° la parfaite conservation, le déplacement et la remise en place éventuels des câbles et canalisations qui pourraient être rencontrés dans les fouilles, terrassements ou dragages, pour autant que ces prestations ne soient pas à la charge des propriétaires de ces câbles et canalisations;
3° l'enlèvement, dans les limites des fouilles, terrassements ou dragages éventuellement nécessaires à l'exécution de l'ouvrage :
a) de terres, vases et graviers, pierres, mllons, enrochements de toute nature, débris de maçonneries, gazons, plantations, buissons, souches, racines, taillis, décombres et déchets;
b) de tout élément rocheux quel que soit son volume lorsque le cahier spécial des charges mentionne que les terrassements, fouilles et dragages doivent être exécutés en terrain réputé rocheux, et à défaut de cette mention, de tout élément rocheux, de tout massif de maçonnerie ou de béton dont le volume d'un seul tenant n'excède pas un demi-mètre cube; si aucun prix spécial ne figure au métré, le volume rocheux à enlever sera payé à un prix à convenir même si le volume enlevé pour réaliser les profils est inférieur à 0,500 m3, pourvu qu'il fasse partie d'un élément rocheux excédant 0,500 m3;
4° le transport et l'évacuation des produits de déblai, soit en dehors du domaine du pouvoir adjudicateur, soit aux lieux de remploi dans l'étendue des chantiers, soit aux lieux de dépôt prévus, suivant les prescriptions du cahier spécial des charges;
5° tous frais généraux, frais accessoires et frais d'entretien pendant l'exécution et le délai de garantie;
6° les frais des réceptions.
Les moyens d'exécution perdus dans les fouilles ne sont pas portés en compte.
L'entrepreneur prend également à sa charge tous les travaux qui, par leur nature, dépendent de ou sont liés à ceux qui sont décrits dans les plans et le cahier spécial des charges.
§ 2. Seules les autorisations de principe nécessaires à l'exécution du marché doivent être procurées par le pouvoir adjudicateur. Les diligences en vue d'obtenir les autorisations nécessaires pour l'exécution des travaux, et tous devoirs et prestations quelconques auxquels ces autorisations sont subordonnées, sont à la charge de l'entrepreneur.
Tous travaux, mesures et frais inhérents à l'exécution du marché sont à la charge de l'entrepreneur, notamment :
1° tous les travaux et fournitures tels que étançonnages, blindages, épuisements, nécessaires pour empêcher les éboulements de terre et autres dégradations et pour y remédier le cas échéant;
2° la parfaite conservation, le déplacement et la remise en place éventuels des câbles et canalisations qui pourraient être rencontrés dans les fouilles, terrassements ou dragages, pour autant que ces prestations ne soient pas à la charge des propriétaires de ces câbles et canalisations;
3° l'enlèvement, dans les limites des fouilles, terrassements ou dragages éventuellement nécessaires à l'exécution de l'ouvrage :
a) de terres, vases et graviers, pierres, mllons, enrochements de toute nature, débris de maçonneries, gazons, plantations, buissons, souches, racines, taillis, décombres et déchets;
b) de tout élément rocheux quel que soit son volume lorsque le cahier spécial des charges mentionne que les terrassements, fouilles et dragages doivent être exécutés en terrain réputé rocheux, et à défaut de cette mention, de tout élément rocheux, de tout massif de maçonnerie ou de béton dont le volume d'un seul tenant n'excède pas un demi-mètre cube; si aucun prix spécial ne figure au métré, le volume rocheux à enlever sera payé à un prix à convenir même si le volume enlevé pour réaliser les profils est inférieur à 0,500 m3, pourvu qu'il fasse partie d'un élément rocheux excédant 0,500 m3;
4° le transport et l'évacuation des produits de déblai, soit en dehors du domaine du pouvoir adjudicateur, soit aux lieux de remploi dans l'étendue des chantiers, soit aux lieux de dépôt prévus, suivant les prescriptions du cahier spécial des charges;
5° tous frais généraux, frais accessoires et frais d'entretien pendant l'exécution et le délai de garantie;
6° les frais des réceptions.
Les moyens d'exécution perdus dans les fouilles ne sont pas portés en compte.
L'entrepreneur prend également à sa charge tous les travaux qui, par leur nature, dépendent de ou sont liés à ceux qui sont décrits dans les plans et le cahier spécial des charges.
§ 2. Seules les autorisations de principe nécessaires à l'exécution du marché doivent être procurées par le pouvoir adjudicateur. Les diligences en vue d'obtenir les autorisations nécessaires pour l'exécution des travaux, et tous devoirs et prestations quelconques auxquels ces autorisations sont subordonnées, sont à la charge de l'entrepreneur.
Art.25. § 1. De aannemer wordt geacht de aard van de bouwgronden te kennen en zijn prijzen op grond van de uitslag van zijn eigen berekeningen te hebben vastgesteld.
Art.25. § 1. L'entrepreneur est censé connaître la nature des terrains et avoir établi ses prix d'après les résultats de ses propres calculs.
Art. 26. § 1. De aannemer neemt persoonlijk de leiding van en het toezicht op de werken op zich of wijst hiervoor een gemachtigde aan; hij is in ieder geval verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de opdracht.
De gemachtigde moet door de aanbestedende overheid worden erkend. Zijn opdracht moet duidelijk en schriftelijk door de aannemer aan de aanbestedende overheid worden medegedeeld, die hiervoor een ontvangstbewijs aflevert.
De woonplaats van de gemachtigde is ambtshalve de werkelijke of de gekozen woonplaats van de aannemer.
De aanbestedende overheid is gerechtigd te allen tijde de gemachtigde te doen vervangen.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 37 met betrekking tot het dagboek van de werken oefent de aanbestedende overheid de controle uit op de werken met name door het afleveren van dienstorders of het opstellen van processen-verbaal. De dienstorders, de processen-verbaal en alle andere akten of bescheiden betreffende de opdracht worden aan de aannemer of zijn gemachtigde betekend, hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij per brief tegen ontvangstbewijs, hetzij bij deurwaardersexploot.
De gemachtigde moet door de aanbestedende overheid worden erkend. Zijn opdracht moet duidelijk en schriftelijk door de aannemer aan de aanbestedende overheid worden medegedeeld, die hiervoor een ontvangstbewijs aflevert.
De woonplaats van de gemachtigde is ambtshalve de werkelijke of de gekozen woonplaats van de aannemer.
De aanbestedende overheid is gerechtigd te allen tijde de gemachtigde te doen vervangen.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 37 met betrekking tot het dagboek van de werken oefent de aanbestedende overheid de controle uit op de werken met name door het afleveren van dienstorders of het opstellen van processen-verbaal. De dienstorders, de processen-verbaal en alle andere akten of bescheiden betreffende de opdracht worden aan de aannemer of zijn gemachtigde betekend, hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij per brief tegen ontvangstbewijs, hetzij bij deurwaardersexploot.
Art. 26. § 1. L'entrepreneur assure lui-même la conduite et la surveillance des travaux ou désigne un délégué à cette fin; il est en tout cas responsable de la bonne exécution du marché.
Le délégué est agréé par le pouvoir adjudicateur. Son mandat doit être nettement spécifié dans un écrit que l'entrepreneur remet au pouvoir adjudicateur, qui en accuse la réception.
Le domicile du délégué est d'office le domicile réel ou le domicile d'élection de l'entrepreneur.
Le pouvoir adjudicateur a en tout temps le droit d'exiger le remplacement du délégué.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 37 concernant le journal des travaux, le pouvoir adjudicateur exerce le contrôle des travaux, notamment par la délivrance d'ordres de service ou l'établissement de procès-verbaux. Les ordres de service, les procès-verbaux et tous autres actes ou pièces relatifs au marché sont notifies à l'entrepreneur ou à son délégué, soit par lettre recommandée déposée à la poste, soit par lettre remise contre récépissé, soit par exploit d'huissier.
Le délégué est agréé par le pouvoir adjudicateur. Son mandat doit être nettement spécifié dans un écrit que l'entrepreneur remet au pouvoir adjudicateur, qui en accuse la réception.
Le domicile du délégué est d'office le domicile réel ou le domicile d'élection de l'entrepreneur.
Le pouvoir adjudicateur a en tout temps le droit d'exiger le remplacement du délégué.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 37 concernant le journal des travaux, le pouvoir adjudicateur exerce le contrôle des travaux, notamment par la délivrance d'ordres de service ou l'établissement de procès-verbaux. Les ordres de service, les procès-verbaux et tous autres actes ou pièces relatifs au marché sont notifies à l'entrepreneur ou à son délégué, soit par lettre recommandée déposée à la poste, soit par lettre remise contre récépissé, soit par exploit d'huissier.
Art.26. § 1. De aannemer neemt persoonlijk de leiding van en het toezicht op de werken op zich of wijst hiervoor een gemachtigde aan; hij is in ieder geval verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de opdracht.
Art.26. § 1. L'entrepreneur assure lui-même la conduite et la surveillance des travaux ou désigne un délégué à cette fin; il est en tout cas responsable de la bonne exécution du marché.
Art. 27. § 1. Algemeen.
De aanbestedende overheid mag alle onderzoeksmiddelen aanwenden die zij voor de keuring van de kwaliteit en de kwantiteit van de produkten dienstig acht; deze onderzoeksmiddelen worden in het bestek nader omschreven.
De aannemer moet ervoor zorgen dat de werktuigen en produkten tijdig voor gebruik op de bouwplaats worden gebracht zodat de aanbestedende overheid de nodige tijd heeft om de keuringsformaliteiten betreffende de produkten te vervullen, welke ook hun herkomst, de staat van de verbindingswegen en de gebruikte transportwijze moge zijn.
De aanbestedende overheid kan beslissen de keuring geheel of gedeeltelijk op de afgewerkte stukken of het voltooid werk te verrichten; dergelijke beslissing dient in het bestek te worden vermeld.
§ 2. Keuringsmodaliteiten.
1° De proeven en controles voor de keuring van de produkten worden naar keuze van de aanbestedende overheid verricht, hetzij :
a) op de bouwplaats of op de plaats van de levering;
b) in de werkhuizen van de fabrikant;
c) in de laboratoria van de aanbestedende overheid of door haar erkend;
d) in de laboratoria bedoeld in de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen alsmede van beproevingslaboratoria, of in gelijkaardige laboratoria geaccrediteerd in de Europese Gemeenschap.
2° Zo de keuring op de bouwplaats of op de plaats van levering geschiedt, stelt de aannemer kosteloos aan de aanbestedende overheid het personeel alsmede de werktuigen en voorwerpen die voor het nazicht en de keuring van de produkten nodig zijn ter beschikking.
3° Zo de keuring in de werkhuizen geschiedt, worden de in gereedheid gebrachte proefstukken of te onderzoeken stukken, binnen de vijftien kalenderdagen na het merken, ter beschikking van de gemachtigde van de aanbestedende overheid gesteld. De keuring gebeurt in aanwezigheid van deze gemachtigde.
Het bestek vermeldt welke produkten in de werkhuizen van de fabrikant moeten gekeurd worden.
De wegingen die voor de keuring van de produkten waarvoor een theoretisch of een benaderend gewicht werd vooropgesteld nodig zijn, worden in de werkhuizen van de fabrikant verricht, die behoorlijk geijkte weegtoestellen kosteloos ter beschikking van de aanbestedende overheid moet stellen.
4° Zo de keuring in een laboratorium geschiedt, worden de proefstukken en de materialen die voor de vervaardiging nodig zijn, onmiddellijk nadat ze door de gemachtigde van de aanbestedende overheid zijn genomen en gemerkt, door de aannemer naar het laboratorium gezonden onder toezicht van de gemachtigde van de aanbestedende overheid en vrij van alle kosten.
5° De aannemer stelt eveneens gewaarmerkte meettoestellen en de proeftuigen voor het verrichten van de proeven in zijn werkhuizen of op de bouwplaats, ter beschikking van de aanbestedende overheid. De merktekens moeten in ieder geval tot op het ogenblik van de proeven worden behouden. De aanbestedende overheid is gerechtigd na de proeven een termijn vast te stellen voor het behoud van de brokstukken of de overschotten van de proefstukken, waar ook het nemen van en de proeven op de proefstukken geschieden en heeft ook het recht deze mee te nemen.
§ 3. Keuringstermijn.
De termijn die verloopt tussen het nemen en het merken van de proefstukken enerzijds en hun ontvangst bij de instelling die de proeven moet uitvoeren anderzijds valt buiten de termijn waarover de aanbestedende overheid beschikt om van haar beslissing tot aanvaarding of weigering kennis te geven.
§ 4. Keuring en toezicht.
De aannemer deelt aan de aanbestedende overheid de juiste plaats mee van de uitvoering van de werken op zijn bouwplaats, in zijn werkhuizen alsook bij zijn onderaannemers en zijn leveranciers.
Onverminderd de keuringen die op de bouwplaats moeten worden verricht, draagt de aannemer er zorg voor dat de leidend ambtenaar en de door de aanbestedende overheid aangestelde gemachtigden te allen tijde vrij toegang hebben tot de plaatsen van uitvoering, ten einde de stipte naleving van de opdracht te controleren, onder andere wat de herkomst en de kwaliteit van de materialen, de fabricage van de produkten en de vervaardiging van de stukken betreft.
Wanneer de aanbestedende overheid toezicht houdt op de plaats van fabricage, mag, op straffe van weigering, geen enkele levering naar de bouwplaats worden verzonden, vooraleer zij door de aangestelde van de aanbestedende overheid voor verzending werd goedgekeurd.
Zo de produkten onder continu toezicht in een bepaald werkhuis worden vervaardigd, kunnen ze zonder verder nazicht vanwege de aanbestedende overheid, worden verzonden.
§ 5. Tegenproef.
Ingeval de resultaten van de proeven worden aangevochten, heeft ieder van de partijen het recht een tegenproef te vragen.
Tenzij anders bepaald is door het bestek, gebeurt de tegenproef altijd op grond van een dubbel aantal stalen en proefstukken dan het aantal waarop de aangevochten proef werd verricht.
Elk van de partijen mag een laboratorium aanduiden waar de helft van de stalen en proefstukken wordt getest. Beide partijen mogen hetzelfde laboratorium kiezen.
De tegenproef bestaat altijd uit het onderzoek van alle eigenschappen die bij de eerste proef werden nagegaan. Al de resultaten van de tegenproef dienen voldoening te geven.
De processen-verbaal van de laboratoria worden aan de aanbestedende overheid toegezonden, die deze bij ter post aangetekende brief aan de aannemer mededeelt.
De uitslagen van de tegenproeven zijn beslissend.
De kosten van de tegenproef vallen ten laste van de aanbestedende overheid in het geval deze tegenproef de aannemer in het gelijk stelt.
Zo de aannemer de tegenproef aanvraagt, moet hij dit bij ter post aangetekende brief mededelen ten laatste de vijftiende kalenderdag volgend op de afgifte bij de post van het proces-verbaal dat hem kennis geeft van het resultaat van de eerste proef.
Zo de aanbestedende overheid de tegenproef aanvraagt, moet de aanvraag bij ter post aangetekende brief aan de aannemer worden overgemaakt gelijktijdig met het proces-verbaal dat hem kennis geeft van de uitslag van de oorspronkelijke proef.
Na verloop van de aangehaalde termijnen is de aanvraag van een tegenproef niet meer ontvankelijk.
Een dienovereenkomstige verlenging van de uitvoeringstermijn wordt toegestaan in de mate dat de tegenproef de aannemer in het gelijk stelt, en voor zover hij bewijst dat de uitvoering van zijn werken hierdoor werd vertraagd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.
§ 6. Aanvaarde produkten.
De aanvaarde produkten die zich op de bouwplaats bevinden blijven er onder toezicht van de aannemer. Ze mogen niet meer zonder de toestemming van de aanbestedende overheid van de bouwplaats worden verwijderd.
De aanbestedende overheid wordt eigenaar van de voor verwerking op de bouwplaats aangevoerde produkten van zodra zij voor betaling overeenkomstig artikel 15, § 1, werden aanvaard; de aannemer blijft echter voor deze produkten verantwoordelijk tot de voorlopige oplevering van de opdracht.
§ 7. Geweigerde produkten.
Wanneer de aanbestedende overheid het eist, worden de geweigerde produkten door de aannemer verwijderd binnen de vijftien kalenderdagen en buiten de bouwplaats afgevoerd; zoniet geschiedt de verwijdering van ambtswege door de aanbestedende overheid op kosten en voor risico van de aannemer.
Ieder gebruik van geweigerde produkten heeft van rechtswege de weigering van de oplevering van de opdracht tot gevolg.
De aanbestedende overheid mag alle onderzoeksmiddelen aanwenden die zij voor de keuring van de kwaliteit en de kwantiteit van de produkten dienstig acht; deze onderzoeksmiddelen worden in het bestek nader omschreven.
De aannemer moet ervoor zorgen dat de werktuigen en produkten tijdig voor gebruik op de bouwplaats worden gebracht zodat de aanbestedende overheid de nodige tijd heeft om de keuringsformaliteiten betreffende de produkten te vervullen, welke ook hun herkomst, de staat van de verbindingswegen en de gebruikte transportwijze moge zijn.
De aanbestedende overheid kan beslissen de keuring geheel of gedeeltelijk op de afgewerkte stukken of het voltooid werk te verrichten; dergelijke beslissing dient in het bestek te worden vermeld.
§ 2. Keuringsmodaliteiten.
1° De proeven en controles voor de keuring van de produkten worden naar keuze van de aanbestedende overheid verricht, hetzij :
a) op de bouwplaats of op de plaats van de levering;
b) in de werkhuizen van de fabrikant;
c) in de laboratoria van de aanbestedende overheid of door haar erkend;
d) in de laboratoria bedoeld in de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen alsmede van beproevingslaboratoria, of in gelijkaardige laboratoria geaccrediteerd in de Europese Gemeenschap.
2° Zo de keuring op de bouwplaats of op de plaats van levering geschiedt, stelt de aannemer kosteloos aan de aanbestedende overheid het personeel alsmede de werktuigen en voorwerpen die voor het nazicht en de keuring van de produkten nodig zijn ter beschikking.
3° Zo de keuring in de werkhuizen geschiedt, worden de in gereedheid gebrachte proefstukken of te onderzoeken stukken, binnen de vijftien kalenderdagen na het merken, ter beschikking van de gemachtigde van de aanbestedende overheid gesteld. De keuring gebeurt in aanwezigheid van deze gemachtigde.
Het bestek vermeldt welke produkten in de werkhuizen van de fabrikant moeten gekeurd worden.
De wegingen die voor de keuring van de produkten waarvoor een theoretisch of een benaderend gewicht werd vooropgesteld nodig zijn, worden in de werkhuizen van de fabrikant verricht, die behoorlijk geijkte weegtoestellen kosteloos ter beschikking van de aanbestedende overheid moet stellen.
4° Zo de keuring in een laboratorium geschiedt, worden de proefstukken en de materialen die voor de vervaardiging nodig zijn, onmiddellijk nadat ze door de gemachtigde van de aanbestedende overheid zijn genomen en gemerkt, door de aannemer naar het laboratorium gezonden onder toezicht van de gemachtigde van de aanbestedende overheid en vrij van alle kosten.
5° De aannemer stelt eveneens gewaarmerkte meettoestellen en de proeftuigen voor het verrichten van de proeven in zijn werkhuizen of op de bouwplaats, ter beschikking van de aanbestedende overheid. De merktekens moeten in ieder geval tot op het ogenblik van de proeven worden behouden. De aanbestedende overheid is gerechtigd na de proeven een termijn vast te stellen voor het behoud van de brokstukken of de overschotten van de proefstukken, waar ook het nemen van en de proeven op de proefstukken geschieden en heeft ook het recht deze mee te nemen.
§ 3. Keuringstermijn.
De termijn die verloopt tussen het nemen en het merken van de proefstukken enerzijds en hun ontvangst bij de instelling die de proeven moet uitvoeren anderzijds valt buiten de termijn waarover de aanbestedende overheid beschikt om van haar beslissing tot aanvaarding of weigering kennis te geven.
§ 4. Keuring en toezicht.
De aannemer deelt aan de aanbestedende overheid de juiste plaats mee van de uitvoering van de werken op zijn bouwplaats, in zijn werkhuizen alsook bij zijn onderaannemers en zijn leveranciers.
Onverminderd de keuringen die op de bouwplaats moeten worden verricht, draagt de aannemer er zorg voor dat de leidend ambtenaar en de door de aanbestedende overheid aangestelde gemachtigden te allen tijde vrij toegang hebben tot de plaatsen van uitvoering, ten einde de stipte naleving van de opdracht te controleren, onder andere wat de herkomst en de kwaliteit van de materialen, de fabricage van de produkten en de vervaardiging van de stukken betreft.
Wanneer de aanbestedende overheid toezicht houdt op de plaats van fabricage, mag, op straffe van weigering, geen enkele levering naar de bouwplaats worden verzonden, vooraleer zij door de aangestelde van de aanbestedende overheid voor verzending werd goedgekeurd.
Zo de produkten onder continu toezicht in een bepaald werkhuis worden vervaardigd, kunnen ze zonder verder nazicht vanwege de aanbestedende overheid, worden verzonden.
§ 5. Tegenproef.
Ingeval de resultaten van de proeven worden aangevochten, heeft ieder van de partijen het recht een tegenproef te vragen.
Tenzij anders bepaald is door het bestek, gebeurt de tegenproef altijd op grond van een dubbel aantal stalen en proefstukken dan het aantal waarop de aangevochten proef werd verricht.
Elk van de partijen mag een laboratorium aanduiden waar de helft van de stalen en proefstukken wordt getest. Beide partijen mogen hetzelfde laboratorium kiezen.
De tegenproef bestaat altijd uit het onderzoek van alle eigenschappen die bij de eerste proef werden nagegaan. Al de resultaten van de tegenproef dienen voldoening te geven.
De processen-verbaal van de laboratoria worden aan de aanbestedende overheid toegezonden, die deze bij ter post aangetekende brief aan de aannemer mededeelt.
De uitslagen van de tegenproeven zijn beslissend.
De kosten van de tegenproef vallen ten laste van de aanbestedende overheid in het geval deze tegenproef de aannemer in het gelijk stelt.
Zo de aannemer de tegenproef aanvraagt, moet hij dit bij ter post aangetekende brief mededelen ten laatste de vijftiende kalenderdag volgend op de afgifte bij de post van het proces-verbaal dat hem kennis geeft van het resultaat van de eerste proef.
Zo de aanbestedende overheid de tegenproef aanvraagt, moet de aanvraag bij ter post aangetekende brief aan de aannemer worden overgemaakt gelijktijdig met het proces-verbaal dat hem kennis geeft van de uitslag van de oorspronkelijke proef.
Na verloop van de aangehaalde termijnen is de aanvraag van een tegenproef niet meer ontvankelijk.
Een dienovereenkomstige verlenging van de uitvoeringstermijn wordt toegestaan in de mate dat de tegenproef de aannemer in het gelijk stelt, en voor zover hij bewijst dat de uitvoering van zijn werken hierdoor werd vertraagd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.
§ 6. Aanvaarde produkten.
De aanvaarde produkten die zich op de bouwplaats bevinden blijven er onder toezicht van de aannemer. Ze mogen niet meer zonder de toestemming van de aanbestedende overheid van de bouwplaats worden verwijderd.
De aanbestedende overheid wordt eigenaar van de voor verwerking op de bouwplaats aangevoerde produkten van zodra zij voor betaling overeenkomstig artikel 15, § 1, werden aanvaard; de aannemer blijft echter voor deze produkten verantwoordelijk tot de voorlopige oplevering van de opdracht.
§ 7. Geweigerde produkten.
Wanneer de aanbestedende overheid het eist, worden de geweigerde produkten door de aannemer verwijderd binnen de vijftien kalenderdagen en buiten de bouwplaats afgevoerd; zoniet geschiedt de verwijdering van ambtswege door de aanbestedende overheid op kosten en voor risico van de aannemer.
Ieder gebruik van geweigerde produkten heeft van rechtswege de weigering van de oplevering van de opdracht tot gevolg.
Art. 27. § 1. Généralités.
Le pouvoir adjudicateur peut user de tous les moyens d'investigation qu'il estime utiles à la vérification de la qualité et de la quantité des produits; ces moyens sont détaillés dans le cahier spécial des charges.
L'entrepreneur doit prendre les mesures nécessaires pour que l'outillage et les produits soient conduits à pied d'oeuvre en temps utile et pour que le pouvoir adjudicateur dispose du temps nécessaire pour procéder aux formalités de réception des produits quels que soient leur provenance, l'état des voies de communication et le mode de transport employé.
Le pouvoir adjudicateur peut décider de n'opérer tout ou partie des vérifications de réception que sur pièces finies ou ouvrages terminés; mention de cette décision doit être indiquée au cahier spécial des charges.
§ 2. Modalités de réception technique.
1° Les essais et les contrôles que comporte la réception technique des produits sont effectués au choix du pouvoir adjudicateur soit :
a) sur le chantier ou au lieu de la livraison;
b) aux usines du fabricant;
c) dans les laboratoires du pouvoir adjudicateur ou agréés par lui;
d) dans des laboratoires d'essai visés par la loi du 20 juillet 1990 concernant l'accréditation des organismes de certification et de contrôle ainsi que des laboratoires d'essais, ou dans des laboratoires équivalents accrédités dans la Communauté européenne.
2° Dans le cas de réception technique sur le chantier ou au lieu de livraison, l'entrepreneur met, à ses frais, à la disposition du pouvoir adjudicateur, le personnel ainsi que les outils et objets d'usage courant sur les chantiers nécessaires à la vérification et à la réception technique des produits.
3° Dans le cas de réception technique en usine, les éprouvettes ou pièces à essayer, prêtes à être soumises aux essais, sont mises à la disposition du délégué du pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier du poinçonnage La réception technique est effectuée en présence de ce délégué.
Le cahier spécial des charges énumère les produits qui doivent subir la réception technique aux usines du fabricant.
Les pesées qu'exige la réception technique des produits pour lesquels des poids théoriques ou des tolérances de poids sont prévus, ont lieu à l'usine du fabricant, qui doit mettre gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur les instruments de pesage dûment étalonnés.
4° Dans le cas de réception technique en laboratoire, aussitôt après prélèvement et poinçonnage par le délégué du pouvoir adjudicateur, des pièces à essayer et des produits destinés à la confection des éprouvettes, ces pièces ou produits sont expédiés à l'intervention de l'entrepreneur et franco de tous frais, sous le contrôle du délégué du pouvoir adjudicateur, au laboratoire chargé des essais.
5° L'entrepreneur met également à la disposition du pouvoir adjudicateur les appareils de mesure et les machines d'essais, dûment vérifiés, pour les essais prévus en ses usines ou sur chantier. Dans tous les cas, les marques de poinçonnage doivent subsister jusqu'au moment des essais. Quel que soit l'endroit où sont opérés les prélèvements et les essais, le pouvoir adjudicateur a le droit d'imposer un délai de conservation, après les essais, des débris d'éprouvettes et des excédents de prélèvement, ainsi que le droit d'emporter ceux-ci.
§ 3. Délai de réception technique.
Le délai compris entre la date de prélèvement ou de poinçonnage des éprouvettes et celle d'arrivée à l'établissement chargé des essais n'entre pas en compte dans le calcul du délai dont dispose le pouvoir adjudicateur pour notifier sa décision d'acceptation ou de refus.
§ 4. Réception technique et surveillance.
L'entrepreneur informe le pouvoir adjudicateur de la localisation précise des travaux en cours sur son chantier, dans ses ateliers et usines ainsi que chez ses sous-traitants et fournisseurs.
Sans préjudice des réceptions techniques à effectuer sur chantier, l'entrepreneur assure en tout temps au fonctionnaire dirigeant et aux agents désignés par le pouvoir adjudicateur, le libre accès aux lieux de production, en vue du contrôle de la stricte application du marché, notamment en ce qui concerne l'origine et les qualités des matériaux, la fabrication des produits et la confection des pièces.
Lorsqu'une surveillance est exercée par le pouvoir adjudicateur aux lieux de fabrication, aucun produit ne peut, sous peine de refus, être envoyé sur chantier avant d'avoir été accepté aux fins d'expédition par l'agent affecté à cette surveillance.
Lorsque les produits sont fabriqués sous contrôle suivi dans une usine déterminée, ces produits peuvent être expédiés sans autre vérification de la part du pouvoir adjudicateur.
§ 5. Contre-essai.
En cas de contestation sur le résultat des essais, chacune des parties est en droit de demander un contre-essai.
A moins qu'il n'en soit disposé autrement au cahier spécial des charges, le contre-essai porte toujours sur un nombre d'échantillons et d'éprouvettes double de celui qui a été retenu pour l'essai contesté.
Chacune des parties peut désigner un laboratoire où la moitié des échantillons et des éprouvettes seront vérifiés. Les deux parties peuvent choisir le même laboratoire.
Le contre-essai consiste toujours en la vérification de toutes les propriétés déterminées lors de la vérification initiale. Tous les résultats du contre-essai doivent être satisfaisants.
Les procès-verbaux dressés par les laboratoires sont transmis au pouvoir adjudicateur, qui les communique à l'entrepreneur par lettre recommandée à la poste .
Les résultats du contre-essai sont décisifs.
Les frais du contre-essai sont à charge du pouvoir adjudicateur lorsque ce contre-essai donne raison à l'entrepreneur.
Lorsque la demande de contre-essai émane de l'entrepreneur, elle doit être adressée par lettre recommandée déposée à la poste au plus tard le quinzième jour de calendrier suivant le jour de notification du procès-verbal contenant le résultat de l'essai initial.
Lorsque la demande émane du pouvoir adjudicateur, elle doit être adressée par lettre recommandée à la poste en même temps que le procès-verbal notifiant le résultat de l'essai initial.
Passé les délais indiqués, la demande de contre-essai n'est plus recevable.
Une prolongation à due concurrence du délai d'exécution est accordée dans la mesure où le contre-essai a donné raison à l'entrepreneur et pour autant que ce dernier apporte la preuve que l'exécution de ses travaux a été retardée de ce fait. Cette prolongation exclut tout droit à des dommages-intérêts.
§ 6. Produits acceptés.
Les produits acceptés et se trouvant sur chantier restent sous la garde de l'entrepreneur. Ils ne peuvent plus être évacués du chantier sans l'autorisation du pouvoir adjudicateur.
Le pouvoir adjudicateur devient propriétaire des produits approvisionnés sur chantier dès qu'ils ont été admis en compte pour le paiement, conformément à l'article 15, § 1; l'entrepreneur reste néanmoins responsable de ces produits jusqu'à la réception provisoire du marche.
§ 7. Produits refusés.
Lorsque le pouvoir adjudicateur l'exige, les produits refusés sont enlevés et transportes par l'entrepreneur en dehors du chantier dans les quinze jours de calendrier; à défaut, cet enlèvement est effectué d'office par le pouvoir adjudicateur aux frais, risques et périls de l'entrepreneur.
Toute utilisation de produits refuses entraîne de plein droit le refus de réception du marché.
Le pouvoir adjudicateur peut user de tous les moyens d'investigation qu'il estime utiles à la vérification de la qualité et de la quantité des produits; ces moyens sont détaillés dans le cahier spécial des charges.
L'entrepreneur doit prendre les mesures nécessaires pour que l'outillage et les produits soient conduits à pied d'oeuvre en temps utile et pour que le pouvoir adjudicateur dispose du temps nécessaire pour procéder aux formalités de réception des produits quels que soient leur provenance, l'état des voies de communication et le mode de transport employé.
Le pouvoir adjudicateur peut décider de n'opérer tout ou partie des vérifications de réception que sur pièces finies ou ouvrages terminés; mention de cette décision doit être indiquée au cahier spécial des charges.
§ 2. Modalités de réception technique.
1° Les essais et les contrôles que comporte la réception technique des produits sont effectués au choix du pouvoir adjudicateur soit :
a) sur le chantier ou au lieu de la livraison;
b) aux usines du fabricant;
c) dans les laboratoires du pouvoir adjudicateur ou agréés par lui;
d) dans des laboratoires d'essai visés par la loi du 20 juillet 1990 concernant l'accréditation des organismes de certification et de contrôle ainsi que des laboratoires d'essais, ou dans des laboratoires équivalents accrédités dans la Communauté européenne.
2° Dans le cas de réception technique sur le chantier ou au lieu de livraison, l'entrepreneur met, à ses frais, à la disposition du pouvoir adjudicateur, le personnel ainsi que les outils et objets d'usage courant sur les chantiers nécessaires à la vérification et à la réception technique des produits.
3° Dans le cas de réception technique en usine, les éprouvettes ou pièces à essayer, prêtes à être soumises aux essais, sont mises à la disposition du délégué du pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier du poinçonnage La réception technique est effectuée en présence de ce délégué.
Le cahier spécial des charges énumère les produits qui doivent subir la réception technique aux usines du fabricant.
Les pesées qu'exige la réception technique des produits pour lesquels des poids théoriques ou des tolérances de poids sont prévus, ont lieu à l'usine du fabricant, qui doit mettre gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur les instruments de pesage dûment étalonnés.
4° Dans le cas de réception technique en laboratoire, aussitôt après prélèvement et poinçonnage par le délégué du pouvoir adjudicateur, des pièces à essayer et des produits destinés à la confection des éprouvettes, ces pièces ou produits sont expédiés à l'intervention de l'entrepreneur et franco de tous frais, sous le contrôle du délégué du pouvoir adjudicateur, au laboratoire chargé des essais.
5° L'entrepreneur met également à la disposition du pouvoir adjudicateur les appareils de mesure et les machines d'essais, dûment vérifiés, pour les essais prévus en ses usines ou sur chantier. Dans tous les cas, les marques de poinçonnage doivent subsister jusqu'au moment des essais. Quel que soit l'endroit où sont opérés les prélèvements et les essais, le pouvoir adjudicateur a le droit d'imposer un délai de conservation, après les essais, des débris d'éprouvettes et des excédents de prélèvement, ainsi que le droit d'emporter ceux-ci.
§ 3. Délai de réception technique.
Le délai compris entre la date de prélèvement ou de poinçonnage des éprouvettes et celle d'arrivée à l'établissement chargé des essais n'entre pas en compte dans le calcul du délai dont dispose le pouvoir adjudicateur pour notifier sa décision d'acceptation ou de refus.
§ 4. Réception technique et surveillance.
L'entrepreneur informe le pouvoir adjudicateur de la localisation précise des travaux en cours sur son chantier, dans ses ateliers et usines ainsi que chez ses sous-traitants et fournisseurs.
Sans préjudice des réceptions techniques à effectuer sur chantier, l'entrepreneur assure en tout temps au fonctionnaire dirigeant et aux agents désignés par le pouvoir adjudicateur, le libre accès aux lieux de production, en vue du contrôle de la stricte application du marché, notamment en ce qui concerne l'origine et les qualités des matériaux, la fabrication des produits et la confection des pièces.
Lorsqu'une surveillance est exercée par le pouvoir adjudicateur aux lieux de fabrication, aucun produit ne peut, sous peine de refus, être envoyé sur chantier avant d'avoir été accepté aux fins d'expédition par l'agent affecté à cette surveillance.
Lorsque les produits sont fabriqués sous contrôle suivi dans une usine déterminée, ces produits peuvent être expédiés sans autre vérification de la part du pouvoir adjudicateur.
§ 5. Contre-essai.
En cas de contestation sur le résultat des essais, chacune des parties est en droit de demander un contre-essai.
A moins qu'il n'en soit disposé autrement au cahier spécial des charges, le contre-essai porte toujours sur un nombre d'échantillons et d'éprouvettes double de celui qui a été retenu pour l'essai contesté.
Chacune des parties peut désigner un laboratoire où la moitié des échantillons et des éprouvettes seront vérifiés. Les deux parties peuvent choisir le même laboratoire.
Le contre-essai consiste toujours en la vérification de toutes les propriétés déterminées lors de la vérification initiale. Tous les résultats du contre-essai doivent être satisfaisants.
Les procès-verbaux dressés par les laboratoires sont transmis au pouvoir adjudicateur, qui les communique à l'entrepreneur par lettre recommandée à la poste .
Les résultats du contre-essai sont décisifs.
Les frais du contre-essai sont à charge du pouvoir adjudicateur lorsque ce contre-essai donne raison à l'entrepreneur.
Lorsque la demande de contre-essai émane de l'entrepreneur, elle doit être adressée par lettre recommandée déposée à la poste au plus tard le quinzième jour de calendrier suivant le jour de notification du procès-verbal contenant le résultat de l'essai initial.
Lorsque la demande émane du pouvoir adjudicateur, elle doit être adressée par lettre recommandée à la poste en même temps que le procès-verbal notifiant le résultat de l'essai initial.
Passé les délais indiqués, la demande de contre-essai n'est plus recevable.
Une prolongation à due concurrence du délai d'exécution est accordée dans la mesure où le contre-essai a donné raison à l'entrepreneur et pour autant que ce dernier apporte la preuve que l'exécution de ses travaux a été retardée de ce fait. Cette prolongation exclut tout droit à des dommages-intérêts.
§ 6. Produits acceptés.
Les produits acceptés et se trouvant sur chantier restent sous la garde de l'entrepreneur. Ils ne peuvent plus être évacués du chantier sans l'autorisation du pouvoir adjudicateur.
Le pouvoir adjudicateur devient propriétaire des produits approvisionnés sur chantier dès qu'ils ont été admis en compte pour le paiement, conformément à l'article 15, § 1; l'entrepreneur reste néanmoins responsable de ces produits jusqu'à la réception provisoire du marche.
§ 7. Produits refusés.
Lorsque le pouvoir adjudicateur l'exige, les produits refusés sont enlevés et transportes par l'entrepreneur en dehors du chantier dans les quinze jours de calendrier; à défaut, cet enlèvement est effectué d'office par le pouvoir adjudicateur aux frais, risques et périls de l'entrepreneur.
Toute utilisation de produits refuses entraîne de plein droit le refus de réception du marché.
Art.27. § 1. Algemeen.
Art.27. § 1. Généralités.
Onderafdeling 4. - Verloop van de werken.
Sous-section 4. - Déroulement des travaux.
Art. 28. § 1. Bevel tot uitvoering en leiding van de werken.
1° Behoudens voor de gedurende de winterperiode gegunde werken en waarvan de uitvoering tot het gunstige seizoen moet worden uitgesteld, dient de aanbestedende overheid de aanvang van de werken binnen de volgende perken vast te stellen :
a) voor gewone werken waarvan de aannemingssom overeenstemt met of lager ligt dan klasse 5 van de reglementering houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken : tussen de vijftiende en vijfenveertigste kalenderdag volgend op de dag van de gunning van de opdracht;
b) voor de werken waarvan de aannemingssom overeenstemt met of hoger ligt dan klasse 6 van de reglementering houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken: tussen de dertigste en de zestigste kalenderdag volgend op de dag van de gunning van de opdracht;
c) op de werken voor een kleinere aannemingssom dan klasse 5 van de reglementering houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken doch waarvoor bijzondere technieken of materialen moeten worden aangewend, zijn de modaliteiten van b) van toepassing. Het bestek vermeldt duidelijk of dat geval op de opdracht toepasselijk is.
Er moet een minimum van vijftien kalenderdagen verlopen tussen het zenden van de brief waarbij de aanvang van de werken wordt vastgesteld en de hiervoor bepaalde datum. Deze bepaling geldt echter niet ingeval van dringendheid of voor elke andere dan de eerste faze van een zelfde opdracht.
Wanneer de in het eerste lid gestelde termijnen van vijfenveertig en zestig kalenderdagen verstrijken zonder dat de aanbestedende overheid een datum voor de aanvang van de werken heeft vastgesteld of indien zij die datum buiten deze termijnen heeft bepaald, is de aannemer gerechtigd de verbreking van de opdracht te eisen en/of het herstel van de hierdoor geleden schade te vorderen. De rechten van de aannemer vervallen wanneer hij hiervan binnen de dertig kalenderdagen na de dag van het verstrijken van deze termijn, geen gebruik maakt. Hij moet hieromtrent zijn wil uitdrukkelijk en met een ter post aangetekende brief aan de aanbestedende overheid doen kennen.
Behoudens de bepalingen van het tweede en derde lid, is de aannemer verplicht de werken op de dag die hem werd medegedeeld aan te vangen en deze regelmatig voort te zetten zodat zij volledig binnen de contractueel bedongen uitvoeringstermijn zullen voltooid zijn.
2° Wanneer de uitvoeringstermijn in werkdagen is gesteld, worden als zodanig niet beschouwd :
a) de zondagen en wettelijke feestdagen;
b) de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen bepaald bij een koninklijk besluit of in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde kollektieve arbeidsovereenkomst;
c) de zaterdagen behalve deze waarop de aannemer heeft of had moeten werken omwille van de verdeling van de arbeidsduur op de bouwplaats;
d) de dagen waarop, zoals aanvaard door de aanbestedende overheid, het werken wegens ongunstige weersomstandigheden of de gevolgen ervan gedurende ten minste vier uren onmogelijk was of zou zijn geweest.
3° Indien de uitvoeringstermijn van de opdracht evenwel om economische redenen niet in werkdagen is uitgedrukt maar in kalenderdagen, weken, maanden of jaren, of van de ene datum tot de andere of tegen een bepaalde einddatum, worden alle dagen zonder onderscheid in deze termijn gerekend. Zo in dit geval de oorspronkelijke uitvoeringstermijn de tachtig kalenderdagen niet overschrijdt, is de verplichte vakantieperiode verondersteld niet in deze uitvoeringstermijn te zijn begrepen, voor zover deze vakantieperiode tijdens de uitvoeringstermijn plaats vindt.
4° Indien de aannemer zich genoodzaakt ziet buiten de bij wet gestelde perken te werken, dient hij de aanbestedende overheid over de werkelijkheid van deze toestand te laten oordelen en daarvoor bij de bevoegde overheden de nodige toelatingen aan te vragen.
§ 2. Gelijktijdig uit te voeren opdrachten.
Indien andere werken, leveringen of diensten die geen voorwerp van de opdracht zijn, gelijktijdig moeten worden uitgevoerd, moet de aannemer zich schikken naar de bevelen die door de leidend ambtenaar worden gegeven om de uitvoering van die opdrachten mogelijk te maken. Het bestek zal deze andere opdrachten vermelden.
1° Behoudens voor de gedurende de winterperiode gegunde werken en waarvan de uitvoering tot het gunstige seizoen moet worden uitgesteld, dient de aanbestedende overheid de aanvang van de werken binnen de volgende perken vast te stellen :
a) voor gewone werken waarvan de aannemingssom overeenstemt met of lager ligt dan klasse 5 van de reglementering houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken : tussen de vijftiende en vijfenveertigste kalenderdag volgend op de dag van de gunning van de opdracht;
b) voor de werken waarvan de aannemingssom overeenstemt met of hoger ligt dan klasse 6 van de reglementering houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken: tussen de dertigste en de zestigste kalenderdag volgend op de dag van de gunning van de opdracht;
c) op de werken voor een kleinere aannemingssom dan klasse 5 van de reglementering houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken doch waarvoor bijzondere technieken of materialen moeten worden aangewend, zijn de modaliteiten van b) van toepassing. Het bestek vermeldt duidelijk of dat geval op de opdracht toepasselijk is.
Er moet een minimum van vijftien kalenderdagen verlopen tussen het zenden van de brief waarbij de aanvang van de werken wordt vastgesteld en de hiervoor bepaalde datum. Deze bepaling geldt echter niet ingeval van dringendheid of voor elke andere dan de eerste faze van een zelfde opdracht.
Wanneer de in het eerste lid gestelde termijnen van vijfenveertig en zestig kalenderdagen verstrijken zonder dat de aanbestedende overheid een datum voor de aanvang van de werken heeft vastgesteld of indien zij die datum buiten deze termijnen heeft bepaald, is de aannemer gerechtigd de verbreking van de opdracht te eisen en/of het herstel van de hierdoor geleden schade te vorderen. De rechten van de aannemer vervallen wanneer hij hiervan binnen de dertig kalenderdagen na de dag van het verstrijken van deze termijn, geen gebruik maakt. Hij moet hieromtrent zijn wil uitdrukkelijk en met een ter post aangetekende brief aan de aanbestedende overheid doen kennen.
Behoudens de bepalingen van het tweede en derde lid, is de aannemer verplicht de werken op de dag die hem werd medegedeeld aan te vangen en deze regelmatig voort te zetten zodat zij volledig binnen de contractueel bedongen uitvoeringstermijn zullen voltooid zijn.
2° Wanneer de uitvoeringstermijn in werkdagen is gesteld, worden als zodanig niet beschouwd :
a) de zondagen en wettelijke feestdagen;
b) de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen bepaald bij een koninklijk besluit of in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde kollektieve arbeidsovereenkomst;
c) de zaterdagen behalve deze waarop de aannemer heeft of had moeten werken omwille van de verdeling van de arbeidsduur op de bouwplaats;
d) de dagen waarop, zoals aanvaard door de aanbestedende overheid, het werken wegens ongunstige weersomstandigheden of de gevolgen ervan gedurende ten minste vier uren onmogelijk was of zou zijn geweest.
3° Indien de uitvoeringstermijn van de opdracht evenwel om economische redenen niet in werkdagen is uitgedrukt maar in kalenderdagen, weken, maanden of jaren, of van de ene datum tot de andere of tegen een bepaalde einddatum, worden alle dagen zonder onderscheid in deze termijn gerekend. Zo in dit geval de oorspronkelijke uitvoeringstermijn de tachtig kalenderdagen niet overschrijdt, is de verplichte vakantieperiode verondersteld niet in deze uitvoeringstermijn te zijn begrepen, voor zover deze vakantieperiode tijdens de uitvoeringstermijn plaats vindt.
4° Indien de aannemer zich genoodzaakt ziet buiten de bij wet gestelde perken te werken, dient hij de aanbestedende overheid over de werkelijkheid van deze toestand te laten oordelen en daarvoor bij de bevoegde overheden de nodige toelatingen aan te vragen.
§ 2. Gelijktijdig uit te voeren opdrachten.
Indien andere werken, leveringen of diensten die geen voorwerp van de opdracht zijn, gelijktijdig moeten worden uitgevoerd, moet de aannemer zich schikken naar de bevelen die door de leidend ambtenaar worden gegeven om de uitvoering van die opdrachten mogelijk te maken. Het bestek zal deze andere opdrachten vermelden.
Art. 28. § 1. Ordre d'exécution et conduite des travaux.
1° Sauf pour les marchés qui sont attribués en période hivernale et dont l'exécution doit être reportée au début de la bonne saison, le pouvoir adjudicateur doit fixer le commencement des travaux dans les limites ci-après :
a) pour les travaux courants dont le montant correspond à la classe 5 de la réglementation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux ou à une classe inférieure : entre le quinzième et le quarante-cinquième jour de calendrier qui suivent la conclusion du marché;
b) pour les travaux dont le montant correspond à la classe 6 de la réglementation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux ou à une classe supérieure : entre le trentième et le soixantième jour de calendrier suivant la conclusion du marché;
c) pour les travaux d'un montant inférieur à la classe 5 de la réglementation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux mais qui nécessitent le recours à des techniques ou à des matériaux non courants, les modalités du b) sont applicables. Le cahier spécial des charges précise si ce cas est applicable au marché.
Un délai minimum de quinze jours de calendrier doit s'écouler entre l'envoi de la lettre fixant le début des travaux et la date prescrite pour celui-ci. La présente disposition ne vaut cependant pas en cas d'urgence ou pour les phases autres que la première d'un même marché.
Lorsque les délais respectifs de quarante-cinq jours et soixante jours de calendrier impartis à l'alinéa 1er expirent sans que le pouvoir adjudicateur ait fixé la date de commencement des travaux, ou si ce pouvoir l'a fixée au-delà de ces délais, l'entrepreneur a le droit d'exiger la résiliation du marché et/ou la réparation du préjudice subi. L'entrepreneur est déchu de ses droits lorsqu'il n'en use pas au plus tard dans les trente jours de calendrier suivant le jour de l'expiration dudit délai. Il doit signifier sa volonté à ce sujet, d'une façon expresse, par lettre recommandée adressée au pouvoir adjudicateur.
Sous réserve des dispositions des deuxième et troisième alinéas, l'entrepreneur est tenu de commencer les travaux au jour indiqué et de les poursuivre régulièrement, de façon qu'ils soient complètement terminés dans les délais fixés contractuellement.
2° Quand le délai exécution est fixé en jours ouvrables, ne sont pas considérés comme tels :
a) les dimanches et jours fériés légaux;
b) les jours de vacances annuelles payées et les jours de repos compensatoire prévus par un arrêté royal ou dans une convention collective de travail rendue obligatoire par arrêté royal;
c) les samedis, sauf ceux pendant lesquels l'entrepreneur a travaillé ou aurait dû travailler en raison de la répartition du temps de travail sur le chantier;
d) les jours pendant lesquels, sur reconnaissance du pouvoir adjudicateur, le travail a, ou aurait, par suite de conditions météorologiques défavorables ou de leurs conséquences, été rendu impossible pendant quatre heures au moins.
3° Toutefois, si pour des raisons économiques, le délai d'exécution du marché n'est pas fixé en jours ouvrables mais en jours de calendrier, en semaines, mois ou années ou de date à date ou pour une date finale déterminée, tous les jours indistinctement sont comptés dans le délai.
Dans cette hypothèse, si le délai initial d'exécution ne dépasse pas quatre-vingts jours de calendrier, la période des vacances annuelles obligatoires n'est pas censée être comprise dans ledit délai, dans la mesure où cette période se situe en fait dans ce délai d'exécution.
4° Si l'entrepreneur se voit obligé de travailler en dehors des limites légales, il lui appartient de faire apprécier par le pouvoir adjudicateur la réalité de cette situation et de solliciter les autorisations nécessaires des autorités compétentes.
§ 2. Marchés à exécuter simultanément.
Si d'autres travaux, fournitures ou services ne faisant pas l'objet du marché doivent être exécutés simultanément, l'entrepreneur est tenu de se conformer aux ordres qui lui sont donnés par le fonctionnaire dirigeant pour permettre l'exécution de ces marchés. Le cahier spécial des charges fera mention de ces autres marchés.
1° Sauf pour les marchés qui sont attribués en période hivernale et dont l'exécution doit être reportée au début de la bonne saison, le pouvoir adjudicateur doit fixer le commencement des travaux dans les limites ci-après :
a) pour les travaux courants dont le montant correspond à la classe 5 de la réglementation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux ou à une classe inférieure : entre le quinzième et le quarante-cinquième jour de calendrier qui suivent la conclusion du marché;
b) pour les travaux dont le montant correspond à la classe 6 de la réglementation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux ou à une classe supérieure : entre le trentième et le soixantième jour de calendrier suivant la conclusion du marché;
c) pour les travaux d'un montant inférieur à la classe 5 de la réglementation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux mais qui nécessitent le recours à des techniques ou à des matériaux non courants, les modalités du b) sont applicables. Le cahier spécial des charges précise si ce cas est applicable au marché.
Un délai minimum de quinze jours de calendrier doit s'écouler entre l'envoi de la lettre fixant le début des travaux et la date prescrite pour celui-ci. La présente disposition ne vaut cependant pas en cas d'urgence ou pour les phases autres que la première d'un même marché.
Lorsque les délais respectifs de quarante-cinq jours et soixante jours de calendrier impartis à l'alinéa 1er expirent sans que le pouvoir adjudicateur ait fixé la date de commencement des travaux, ou si ce pouvoir l'a fixée au-delà de ces délais, l'entrepreneur a le droit d'exiger la résiliation du marché et/ou la réparation du préjudice subi. L'entrepreneur est déchu de ses droits lorsqu'il n'en use pas au plus tard dans les trente jours de calendrier suivant le jour de l'expiration dudit délai. Il doit signifier sa volonté à ce sujet, d'une façon expresse, par lettre recommandée adressée au pouvoir adjudicateur.
Sous réserve des dispositions des deuxième et troisième alinéas, l'entrepreneur est tenu de commencer les travaux au jour indiqué et de les poursuivre régulièrement, de façon qu'ils soient complètement terminés dans les délais fixés contractuellement.
2° Quand le délai exécution est fixé en jours ouvrables, ne sont pas considérés comme tels :
a) les dimanches et jours fériés légaux;
b) les jours de vacances annuelles payées et les jours de repos compensatoire prévus par un arrêté royal ou dans une convention collective de travail rendue obligatoire par arrêté royal;
c) les samedis, sauf ceux pendant lesquels l'entrepreneur a travaillé ou aurait dû travailler en raison de la répartition du temps de travail sur le chantier;
d) les jours pendant lesquels, sur reconnaissance du pouvoir adjudicateur, le travail a, ou aurait, par suite de conditions météorologiques défavorables ou de leurs conséquences, été rendu impossible pendant quatre heures au moins.
3° Toutefois, si pour des raisons économiques, le délai d'exécution du marché n'est pas fixé en jours ouvrables mais en jours de calendrier, en semaines, mois ou années ou de date à date ou pour une date finale déterminée, tous les jours indistinctement sont comptés dans le délai.
Dans cette hypothèse, si le délai initial d'exécution ne dépasse pas quatre-vingts jours de calendrier, la période des vacances annuelles obligatoires n'est pas censée être comprise dans ledit délai, dans la mesure où cette période se situe en fait dans ce délai d'exécution.
4° Si l'entrepreneur se voit obligé de travailler en dehors des limites légales, il lui appartient de faire apprécier par le pouvoir adjudicateur la réalité de cette situation et de solliciter les autorisations nécessaires des autorités compétentes.
§ 2. Marchés à exécuter simultanément.
Si d'autres travaux, fournitures ou services ne faisant pas l'objet du marché doivent être exécutés simultanément, l'entrepreneur est tenu de se conformer aux ordres qui lui sont donnés par le fonctionnaire dirigeant pour permettre l'exécution de ces marchés. Le cahier spécial des charges fera mention de ces autres marchés.
Art.28. § 1. Bevel tot uitvoering en leiding van de werken.
Art.28. § 1. Ordre d'exécution et conduite des travaux.
Art. 29. § 1. Onderbreking van de werken.
De aanbestedende overheid mag gedurende een bepaalde periode de uitvoering van de werken onderbreken die naar haar oordeel niet zonder bezwaar op dat ogenblik kunnen worden uitgevoerd.
De uitvoeringstermijn wordt verlengd ten belope van de door deze onderbreking veroorzaakte vertraging, op voorwaarde dat de contractuele uitvoeringstermijn niet verstreken is. Wanneer deze termijn verstreken is, kan er teruggave van boete wegens laattijdige uitvoering worden toegestaan overeenkomstig artikel 17.
Wanneer de werken op bevel of door toedoen van de aanbestedende overheid of krachtens de bepalingen van het bestek worden onderbroken, dient de aannemer op zijn kosten alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen ten einde de werken en materialen te vrijwaren tegen mogelijke beschadigingen door ongunstige weersomstandigheden, diefstal of kwaadwillige daden.
§ 2. Vondsten tijdens het werk.
Iedere vondst van enig belang tijdens het graaf- of slopingswerk wordt op staande voet ter kennis van de aanbestedende overheid gebracht.
In afwachting van een beslissing van de aanbestedende overheid en zonder afbreuk te doen aan zijn recht op schadevergoeding, onderbreekt de aannemer de uitvoering van de werken in de onmiddellijke omgeving van de vondst en verbiedt elke toegang door het plaatsen van afsluitingen.
De kunstvoorwerpen, de oudheidkundige-, natuurhistorische-, numismatieke voorwerpen of andere die een wetenschappelijke waarde hebben evenals de zeldzame en kostbare voorwerpen die bij het graaf- of het slopingswerk worden gevonden, zijn eigendom van de aanbestedende overheid en worden ter beschikking van de leidend ambtenaar of van haar gemachtigde gehouden.
De aanbestedende overheid mag gedurende een bepaalde periode de uitvoering van de werken onderbreken die naar haar oordeel niet zonder bezwaar op dat ogenblik kunnen worden uitgevoerd.
De uitvoeringstermijn wordt verlengd ten belope van de door deze onderbreking veroorzaakte vertraging, op voorwaarde dat de contractuele uitvoeringstermijn niet verstreken is. Wanneer deze termijn verstreken is, kan er teruggave van boete wegens laattijdige uitvoering worden toegestaan overeenkomstig artikel 17.
Wanneer de werken op bevel of door toedoen van de aanbestedende overheid of krachtens de bepalingen van het bestek worden onderbroken, dient de aannemer op zijn kosten alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen ten einde de werken en materialen te vrijwaren tegen mogelijke beschadigingen door ongunstige weersomstandigheden, diefstal of kwaadwillige daden.
§ 2. Vondsten tijdens het werk.
Iedere vondst van enig belang tijdens het graaf- of slopingswerk wordt op staande voet ter kennis van de aanbestedende overheid gebracht.
In afwachting van een beslissing van de aanbestedende overheid en zonder afbreuk te doen aan zijn recht op schadevergoeding, onderbreekt de aannemer de uitvoering van de werken in de onmiddellijke omgeving van de vondst en verbiedt elke toegang door het plaatsen van afsluitingen.
De kunstvoorwerpen, de oudheidkundige-, natuurhistorische-, numismatieke voorwerpen of andere die een wetenschappelijke waarde hebben evenals de zeldzame en kostbare voorwerpen die bij het graaf- of het slopingswerk worden gevonden, zijn eigendom van de aanbestedende overheid en worden ter beschikking van de leidend ambtenaar of van haar gemachtigde gehouden.
Art. 29. § 1. Interruption des travaux.
Le pouvoir adjudicateur peut interrompre, pendant une certaine période, l'exécution des travaux qu'il juge ne pas pouvoir être effectués sans inconvénient à cette époque.
Le délai exécution est prolongé à concurrence du retard occasionné par cette interruption, pour autant que le délai contractuel ne soit pas expiré. Lorsque ce délai contractuel est expiré, une remise d'amendes pour retard d'exécution peut être consentie conformément à l'article 17.
Que l'interruption ait lieu sur l'ordre ou par le fait du pouvoir adjudicateur ou en vertu des dispositions du cahier spécial des charges, l'entrepreneur est tenu de prendre, à ses frais, toutes les précautions nécessaires pour préserver les travaux et matériaux des dégradations pouvant provenir de conditions météorologiques défavorables, du vol ou d'actes de malveillance.
§ 2. Découvertes au cours des travaux.
Toute découverte opérée dans les fouilles ou dans les démolitions et qui présente un intérêt quelconque, est portée sur-le-champ à la connaissance du pouvoir adjudicateur.
Dans l'attente d'une décision du pouvoir adjudicateur, et sans préjudice de son droit à être indemnisé, l'entrepreneur interrompt l'exécution des travaux dans le voisinage immédiat de la découverte et y interdit tout accès par l'installation de clôtures.
Les objets d'art, d'antiquité, d'histoire naturelle, de numismatique ou autres offrant un intérêt scientifique, de même que les objets rares ou en matière précieuse, trouvés dans les fouilles ou dans les démolitions sont la propriété du pouvoir adjudicateur et sont tenus à la disposition du fonctionnaire dirigeant ou du délégué du pouvoir adjudicateur.
Le pouvoir adjudicateur peut interrompre, pendant une certaine période, l'exécution des travaux qu'il juge ne pas pouvoir être effectués sans inconvénient à cette époque.
Le délai exécution est prolongé à concurrence du retard occasionné par cette interruption, pour autant que le délai contractuel ne soit pas expiré. Lorsque ce délai contractuel est expiré, une remise d'amendes pour retard d'exécution peut être consentie conformément à l'article 17.
Que l'interruption ait lieu sur l'ordre ou par le fait du pouvoir adjudicateur ou en vertu des dispositions du cahier spécial des charges, l'entrepreneur est tenu de prendre, à ses frais, toutes les précautions nécessaires pour préserver les travaux et matériaux des dégradations pouvant provenir de conditions météorologiques défavorables, du vol ou d'actes de malveillance.
§ 2. Découvertes au cours des travaux.
Toute découverte opérée dans les fouilles ou dans les démolitions et qui présente un intérêt quelconque, est portée sur-le-champ à la connaissance du pouvoir adjudicateur.
Dans l'attente d'une décision du pouvoir adjudicateur, et sans préjudice de son droit à être indemnisé, l'entrepreneur interrompt l'exécution des travaux dans le voisinage immédiat de la découverte et y interdit tout accès par l'installation de clôtures.
Les objets d'art, d'antiquité, d'histoire naturelle, de numismatique ou autres offrant un intérêt scientifique, de même que les objets rares ou en matière précieuse, trouvés dans les fouilles ou dans les démolitions sont la propriété du pouvoir adjudicateur et sont tenus à la disposition du fonctionnaire dirigeant ou du délégué du pouvoir adjudicateur.
Art.29. § 1. Onderbreking van de werken.
Art.29. § 1. Interruption des travaux.
Art. 30. § 1. De aannemer moet instaan voor de orde op de bouwplaats tijdens de duur van de werken, en hij is er toe gehouden, in het belang van de ambtenaren van de aanbestedende overheid en van derden, zowel als in dat van zijn eigen personeel, alle nodige maatregelen te treffen om hun veiligheid te waarborgen.
Hij gedraagt zich naar de wets- en reglementsbepalingen inzake ondermeer bouwpolitie, wegenpolitie, hygiëne, arbeidsbescherming, evenals naar de bepalingen van de collectieve overeenkomsten van het nationale, gewestelijke, lokale en bedrijfsniveau.
De aannemer mag op het werk geen personen toelaten die niet tot zijn bedienden en arbeiders behoren, tenzij de door hem opgeroepen deskundigen, raadslieden en inspecteurs en de behoorlijk gemachtigde leden-werknemers van het betrokken paritair comité. Alleen de aanbestedende overheid is gerechtigd om deze toelatingen te verlenen.
De aannemer neemt alle nodige voorzorgen opdat het verkeer ondermeer op de openbare wegen, spoorwegen, waterwegen, vliegvelden, door de werken en installaties van zijn onderneming niet méér wordt gehinderd dan door het bestek is toegelaten.
De aannemer neemt op zijn verantwoordelijkheid al de geschikte maatregelen om in alle omstandigheden te voorzien in de afvloeiing, zowel van het regen- of bemalingswater als van het water onder meer van de sloten, riolen, leidingen, goten, zeeen, meren, vijvers, kanalen, rivieren, beken, en in het algemeen ter voorkoming van ieder gevaar voor schade of ongevallen dat door de uitvoering van de werken van zijn aanneming kan ontstaan. Hij brengt ondermeer aan de rand van de bouwputten en op de plaatsen die niet zonder gevaar kunnen worden benaderd, stevige leuningen aan en houdt deze in stand zolang de werken duren. Hij moet die plaatsen voldoende verlichten en aanduiden, overeenkomstig de van kracht zijnde reglementen.
Voor ieder werk dat een mogelijke oorzaak van schade of stoornis kan zijn voor een dienst van algemeen nut waarop door de aanbestedende overheid de aandacht van de aannemer is gevestigd of dat bij de uitvoering zich als dusdanig openbaart, geeft de aannemer aan de uitbater van deze dienst schriftelijk bericht tegen ontvangstbewijs, zulks ten minste vijftien kalenderdagen vóór dat met het uitvoeren van dat werk wordt begonnen.
Wanneer de aannemer bij de uitvoering van de werken merktekens tot aanduiding van de loop van ondergrondse leidingen ontmoet, moet hij die merktekens op hun plaats laten, of ze althans terugplaatsen indien het voor de uitvoering van de werken noodzakelijk was ze tijdelijk te verwijderen.
De aanbestedende overheid kan van de aannemer eisen dat hij voor al de op de bouwplaats gebruikte toestellen en voertuigen het bewijs levert dat ze voldoen aan de voorschriften van de wetten en reglementen ter zake, inzonderheid wat betreft de schouwingen die ze moeten ondergaan.
§ 2. De aannemer treft op zijn volle verantwoordelijkheid en op zijn kosten al de maatregelen die onontbeerlijk zijn voor de bescherming, de instandhouding en de integriteit van de bestaande constructies en werken; hij neemt tevens alle voorzorgen die door de bouwkunst en door de bijzondere omstandigheden worden vereist om de naburige eigendommen te vrijwaren en om te vermijden dat daarin door zijn schuld stoornissen worden veroorzaakt.
§ 3. Lokalen ter beschikking gesteld van de aanbestedende overheid.
Het bestek kan bepalen dat de aannemer en zijn eventuele onderaannemers een of meer lokalen met een welbepaalde oppervlakte en uitgerust met een aangepast meubilair ter exclusieve beschikking moeten stellen van de ambtenaren van de aanbestedende overheid, voor zover het belang en de aard van de werken dit verantwoorden.
Het bestek kan de installatie opleggen van een telefoontoestel en/of een telefaxapparaat dat verbonden is met het openbaar net.
Alle kosten verbonden aan dergelijke eventuele voorschriften, met inbegrip van de onderhouds-, verwarmings- en verlichtingskosten, de kosten van de telefoon en van het telefaxapparaat zijn ten laste van de aannemer.
Indien toezicht en/of kontrole moet worden uitgeoefend in de werkplaats stelt de aannemer aan de afgevaardigden van de aanbestedende overheid tijdens hun aanwezigheid in de werkplaats aangepaste kleding en beschermingsmiddelen ter beschikking.
Hij gedraagt zich naar de wets- en reglementsbepalingen inzake ondermeer bouwpolitie, wegenpolitie, hygiëne, arbeidsbescherming, evenals naar de bepalingen van de collectieve overeenkomsten van het nationale, gewestelijke, lokale en bedrijfsniveau.
De aannemer mag op het werk geen personen toelaten die niet tot zijn bedienden en arbeiders behoren, tenzij de door hem opgeroepen deskundigen, raadslieden en inspecteurs en de behoorlijk gemachtigde leden-werknemers van het betrokken paritair comité. Alleen de aanbestedende overheid is gerechtigd om deze toelatingen te verlenen.
De aannemer neemt alle nodige voorzorgen opdat het verkeer ondermeer op de openbare wegen, spoorwegen, waterwegen, vliegvelden, door de werken en installaties van zijn onderneming niet méér wordt gehinderd dan door het bestek is toegelaten.
De aannemer neemt op zijn verantwoordelijkheid al de geschikte maatregelen om in alle omstandigheden te voorzien in de afvloeiing, zowel van het regen- of bemalingswater als van het water onder meer van de sloten, riolen, leidingen, goten, zeeen, meren, vijvers, kanalen, rivieren, beken, en in het algemeen ter voorkoming van ieder gevaar voor schade of ongevallen dat door de uitvoering van de werken van zijn aanneming kan ontstaan. Hij brengt ondermeer aan de rand van de bouwputten en op de plaatsen die niet zonder gevaar kunnen worden benaderd, stevige leuningen aan en houdt deze in stand zolang de werken duren. Hij moet die plaatsen voldoende verlichten en aanduiden, overeenkomstig de van kracht zijnde reglementen.
Voor ieder werk dat een mogelijke oorzaak van schade of stoornis kan zijn voor een dienst van algemeen nut waarop door de aanbestedende overheid de aandacht van de aannemer is gevestigd of dat bij de uitvoering zich als dusdanig openbaart, geeft de aannemer aan de uitbater van deze dienst schriftelijk bericht tegen ontvangstbewijs, zulks ten minste vijftien kalenderdagen vóór dat met het uitvoeren van dat werk wordt begonnen.
Wanneer de aannemer bij de uitvoering van de werken merktekens tot aanduiding van de loop van ondergrondse leidingen ontmoet, moet hij die merktekens op hun plaats laten, of ze althans terugplaatsen indien het voor de uitvoering van de werken noodzakelijk was ze tijdelijk te verwijderen.
De aanbestedende overheid kan van de aannemer eisen dat hij voor al de op de bouwplaats gebruikte toestellen en voertuigen het bewijs levert dat ze voldoen aan de voorschriften van de wetten en reglementen ter zake, inzonderheid wat betreft de schouwingen die ze moeten ondergaan.
§ 2. De aannemer treft op zijn volle verantwoordelijkheid en op zijn kosten al de maatregelen die onontbeerlijk zijn voor de bescherming, de instandhouding en de integriteit van de bestaande constructies en werken; hij neemt tevens alle voorzorgen die door de bouwkunst en door de bijzondere omstandigheden worden vereist om de naburige eigendommen te vrijwaren en om te vermijden dat daarin door zijn schuld stoornissen worden veroorzaakt.
§ 3. Lokalen ter beschikking gesteld van de aanbestedende overheid.
Het bestek kan bepalen dat de aannemer en zijn eventuele onderaannemers een of meer lokalen met een welbepaalde oppervlakte en uitgerust met een aangepast meubilair ter exclusieve beschikking moeten stellen van de ambtenaren van de aanbestedende overheid, voor zover het belang en de aard van de werken dit verantwoorden.
Het bestek kan de installatie opleggen van een telefoontoestel en/of een telefaxapparaat dat verbonden is met het openbaar net.
Alle kosten verbonden aan dergelijke eventuele voorschriften, met inbegrip van de onderhouds-, verwarmings- en verlichtingskosten, de kosten van de telefoon en van het telefaxapparaat zijn ten laste van de aannemer.
Indien toezicht en/of kontrole moet worden uitgeoefend in de werkplaats stelt de aannemer aan de afgevaardigden van de aanbestedende overheid tijdens hun aanwezigheid in de werkplaats aangepaste kleding en beschermingsmiddelen ter beschikking.
Art. 30. § 1. L'entrepreneur est tenu d'assurer la police du chantier pendant la durée des travaux et de prendre, dans l'intérêt tant de ses préposés que des agents du pouvoir adjudicateur et des tiers, toutes les mesures requises en vue de garantir leur sécurité.
Il se conforme aux dispositions légales et réglementaires régissant notamment la bâtisse, la voirie, l'hygiène, la protection du travail, ainsi qu'aux dispositions des conventions collectives, nationales, régionales, locales ou d'entreprises.
En dehors des experts, des conseillers et des inspecteurs qui sont appelés par l'entrepreneur, et des membres travailleurs de la commission paritaire intéressée, dûment mandates, l'entrepreneur ne peut admettre sur les travaux aucune personne étrangère à ses employés et ouvriers. Le pouvoir adjudicateur se réserve le droit exclusif d'accorder les autorisations de l'espèce.
L'entrepreneur prend toutes les précautions nécessaires pour que les travaux et installations de son entreprise n'occasionnent au trafic, notamment sur les voies publiques, voies ferrées, voies navigables, aérodromes, ni gênes, ni entraves autres que celles admises par le cahier spécial des charges.
L'entrepreneur prend, sous sa responsabilité, toutes les mesures appropriées pour assurer, en toute circonstance, l'écoulement tant des eaux pluviales ou d'épuisement que des eaux provenant notamment des fossés, égouts, conduites, rigoles, mers, lacs, étangs, canaux, rivières, ruisseaux, et pour prévenir, en général, tout danger de préjudice ou d'accidents pouvant résulter de l'exécution des travaux de son entreprise. Il place entre autres et maintient, pendant toute la durée des travaux, des garde-corps solides au bord des fouilles et dans les endroits où le passage est dangereux. Il est tenu d'éclairer et de signaler ces endroits de façon suffisante et conformément aux règlements en vigueur.
Tout travail qui est signalé par le pouvoir adjudicateur à l'entrepreneur ou qui par lui-même peut causer un dommage ou un trouble à un service d'utilité publique, fait l'objet de la part de l'entrepreneur, d'un avis écrit remis contre récépisse à l'exploitant de ce service quinze jours de calendrier au moins avant le commencement de ce travail.
Lorsque, au cours de l'exécution des travaux, l'entrepreneur rencontre des repères indiquant le parcours de canalisations souterraines, il est tenu de maintenir ces repères à leur emplacement, ou de les replacer si l'exécution des travaux a nécessité leur enlèvement momentané.
Le pouvoir adjudicateur est en droit d'exiger que l'entrepreneur fournisse, pour tous les appareils et véhicules utilisés sur le chantier, la preuve qu'ils satisfont aux prescriptions des lois et règlements en la matière, notamment en ce qui concerne les inspections auxquelles ils doivent être soumis.
§ 2. L'entrepreneur prend, sous son entière responsabilité et à ses frais, toutes les mesures indispensables pour assurer la protection, la conservation et l'intégrité des constructions et ouvrages existants; il prend aussi toutes les précautions requises par l'art de bâtir et par les circonstances spéciales pour sauvegarder les propriétés voisines et éviter que, par sa faute, des troubles y soient provoqués.
§ 3. Locaux mis à la disposition du pouvoir adjudicateur.
Si l'importance ou la nature des travaux le justifie, le cahier spécial des charges peut prévoir que l'entrepreneur et ses sous-traitants éventuels doivent mettre à la disposition des agents du pouvoir adjudicateur et à leur usage exclusif un ou plusieurs locaux d'une surface déterminée, pourvus d'un mobilier adéquat.
Le cahier spécial des charges peut imposer l'installation d'un poste de téléphone et/ou d'un télécopieur reliés directement au réseau public.
Tous les frais relatifs à ces prescriptions éventuelles, y compris les frais d'entretien, de chauffage et d'éclairage du ou des locaux, ceux du téléphone et du télécopieur, constituent une charge de l'entreprise.
Si des surveillances et/ou contrôles doivent s'exercer en usine, l'entrepreneur met à la disposition des délégués du pouvoir adjudicateur les vêtements et équipements de protection adéquats pour la durée de leur présence à l'usine.
Il se conforme aux dispositions légales et réglementaires régissant notamment la bâtisse, la voirie, l'hygiène, la protection du travail, ainsi qu'aux dispositions des conventions collectives, nationales, régionales, locales ou d'entreprises.
En dehors des experts, des conseillers et des inspecteurs qui sont appelés par l'entrepreneur, et des membres travailleurs de la commission paritaire intéressée, dûment mandates, l'entrepreneur ne peut admettre sur les travaux aucune personne étrangère à ses employés et ouvriers. Le pouvoir adjudicateur se réserve le droit exclusif d'accorder les autorisations de l'espèce.
L'entrepreneur prend toutes les précautions nécessaires pour que les travaux et installations de son entreprise n'occasionnent au trafic, notamment sur les voies publiques, voies ferrées, voies navigables, aérodromes, ni gênes, ni entraves autres que celles admises par le cahier spécial des charges.
L'entrepreneur prend, sous sa responsabilité, toutes les mesures appropriées pour assurer, en toute circonstance, l'écoulement tant des eaux pluviales ou d'épuisement que des eaux provenant notamment des fossés, égouts, conduites, rigoles, mers, lacs, étangs, canaux, rivières, ruisseaux, et pour prévenir, en général, tout danger de préjudice ou d'accidents pouvant résulter de l'exécution des travaux de son entreprise. Il place entre autres et maintient, pendant toute la durée des travaux, des garde-corps solides au bord des fouilles et dans les endroits où le passage est dangereux. Il est tenu d'éclairer et de signaler ces endroits de façon suffisante et conformément aux règlements en vigueur.
Tout travail qui est signalé par le pouvoir adjudicateur à l'entrepreneur ou qui par lui-même peut causer un dommage ou un trouble à un service d'utilité publique, fait l'objet de la part de l'entrepreneur, d'un avis écrit remis contre récépisse à l'exploitant de ce service quinze jours de calendrier au moins avant le commencement de ce travail.
Lorsque, au cours de l'exécution des travaux, l'entrepreneur rencontre des repères indiquant le parcours de canalisations souterraines, il est tenu de maintenir ces repères à leur emplacement, ou de les replacer si l'exécution des travaux a nécessité leur enlèvement momentané.
Le pouvoir adjudicateur est en droit d'exiger que l'entrepreneur fournisse, pour tous les appareils et véhicules utilisés sur le chantier, la preuve qu'ils satisfont aux prescriptions des lois et règlements en la matière, notamment en ce qui concerne les inspections auxquelles ils doivent être soumis.
§ 2. L'entrepreneur prend, sous son entière responsabilité et à ses frais, toutes les mesures indispensables pour assurer la protection, la conservation et l'intégrité des constructions et ouvrages existants; il prend aussi toutes les précautions requises par l'art de bâtir et par les circonstances spéciales pour sauvegarder les propriétés voisines et éviter que, par sa faute, des troubles y soient provoqués.
§ 3. Locaux mis à la disposition du pouvoir adjudicateur.
Si l'importance ou la nature des travaux le justifie, le cahier spécial des charges peut prévoir que l'entrepreneur et ses sous-traitants éventuels doivent mettre à la disposition des agents du pouvoir adjudicateur et à leur usage exclusif un ou plusieurs locaux d'une surface déterminée, pourvus d'un mobilier adéquat.
Le cahier spécial des charges peut imposer l'installation d'un poste de téléphone et/ou d'un télécopieur reliés directement au réseau public.
Tous les frais relatifs à ces prescriptions éventuelles, y compris les frais d'entretien, de chauffage et d'éclairage du ou des locaux, ceux du téléphone et du télécopieur, constituent une charge de l'entreprise.
Si des surveillances et/ou contrôles doivent s'exercer en usine, l'entrepreneur met à la disposition des délégués du pouvoir adjudicateur les vêtements et équipements de protection adéquats pour la durée de leur présence à l'usine.
Art.30. § 1. De aannemer moet instaan voor de orde op de bouwplaats tijdens de duur van de werken, en hij is er toe gehouden, in het belang van de ambtenaren van de aanbestedende overheid en van derden, zowel als in dat van zijn eigen personeel, alle nodige maatregelen te treffen om hun veiligheid te waarborgen.
Art.30. § 1. L'entrepreneur est tenu d'assurer la police du chantier pendant la durée des travaux et de prendre, dans l'intérêt tant de ses préposés que des agents du pouvoir adjudicateur et des tiers, toutes les mesures requises en vue de garantir leur sécurité.
Art. 31. Alvorens met de uitvoering te beginnen, zet de aannemer het werk uit en brengt hij een voldoende aantal hoogtemerken aan, ten opzichte waarvan de relatieve hoogte van de verschillende delen der werken nauwkeurig moet worden bepaald. Overal waar de aanbestedende overheid te dien einde zulks nodig oordeelt, plaatst hij ondermeer piketten, baken en profiellatten.
Wanneer die verrichtingen beëindigd zijn, geeft hij daarvan schriftelijk kennis aan de aanbestedende overheid, die onverwijld doet overgaan tot het nazicht ervan en desnoods de nodige verbeteringen aanbrengt in het bijzijn van de aannemer of van zijn gemachtigde.
De aannemer zorgt er voor dat de hoogtemerken in de aldus bepaalde stand en op de aldus bepaalde hoogte behouden worden; hij is in ieder geval verantwoordelijk voor al de gevolgen die uit hun plaats- of standverandering mochten voortspruiten.
De aannemer laat op zijn kosten de aanbestedende overheid naar behoefte beschikken over de piketten, meetsnoeren, bordjes, baken, landmeterskruisen, profiellatten, flesjeswaterpassen en luchtbelwaterpassen, waterpasbaken, kettingen alsmede over alle voorwerpen welke nodig zijn om er zich van te vergewissen dat de werken overeenkomstig de goedgekeurde tekeningen en de voorwaarden van de aanneming worden uitgevoerd.
De aanbestedende overheid mag onder het personeel van de aannemer de bekwaamste arbeiders uitkiezen om bij die verrichtingen behulpzaam te zijn. Het loon van die arbeiders komt voor rekening van de aannemer.
Wanneer die verrichtingen beëindigd zijn, geeft hij daarvan schriftelijk kennis aan de aanbestedende overheid, die onverwijld doet overgaan tot het nazicht ervan en desnoods de nodige verbeteringen aanbrengt in het bijzijn van de aannemer of van zijn gemachtigde.
De aannemer zorgt er voor dat de hoogtemerken in de aldus bepaalde stand en op de aldus bepaalde hoogte behouden worden; hij is in ieder geval verantwoordelijk voor al de gevolgen die uit hun plaats- of standverandering mochten voortspruiten.
De aannemer laat op zijn kosten de aanbestedende overheid naar behoefte beschikken over de piketten, meetsnoeren, bordjes, baken, landmeterskruisen, profiellatten, flesjeswaterpassen en luchtbelwaterpassen, waterpasbaken, kettingen alsmede over alle voorwerpen welke nodig zijn om er zich van te vergewissen dat de werken overeenkomstig de goedgekeurde tekeningen en de voorwaarden van de aanneming worden uitgevoerd.
De aanbestedende overheid mag onder het personeel van de aannemer de bekwaamste arbeiders uitkiezen om bij die verrichtingen behulpzaam te zijn. Het loon van die arbeiders komt voor rekening van de aannemer.
Art. 31. Avant de commencer l'exécution, l'entrepreneur effectue le tracé de l'ouvrage et établit un nombre suffisant de repères de nivellement, auxquels la hauteur relative des différentes parties des ouvrages doit être exactement rapportée. A cette fin, il place notamment des piquets, jalons et lattes de profil partout où le pouvoir adjudicateur le juge nécessaire.
Lorsque ces opérations sont terminées, il en informe par écrit le pouvoir adjudicateur. Celui-ci fait procéder sans retard à leur vérification et, s'il y a lieu, les rectifie en présence de l'entrepreneur ou de son délégué.
L'entrepreneur veille, à ses frais, au maintien des repères dans la position et à la hauteur fixées; il est, en tout cas, responsable de toutes les conséquences qui pourraient résulter de ce qu'ils auraient été déplacés ou dérangés.
L'entrepreneur met, à ses frais, à la disposition du pouvoir adjudicateur, chaque fois qu'il en a besoin, les piquets, cordeaux, panneaux, jalons, équerres, lattes de profil, niveaux d'eau et à bulles d'air, mires, chaînes et tous objets nécessaires aux opérations auxquelles il doit être procédé pour s'assurer de l'exécution des ouvrages conformément aux dessins approuvés et aux conditions de l'entreprise.
Le pouvoir adjudicateur peut choisir, parmi le personnel de l'entrepreneur, les ouvriers les plus aptes à le seconder dans les opérations en question. Le salaire de ces ouvriers est à la charge de l'entrepreneur.
Lorsque ces opérations sont terminées, il en informe par écrit le pouvoir adjudicateur. Celui-ci fait procéder sans retard à leur vérification et, s'il y a lieu, les rectifie en présence de l'entrepreneur ou de son délégué.
L'entrepreneur veille, à ses frais, au maintien des repères dans la position et à la hauteur fixées; il est, en tout cas, responsable de toutes les conséquences qui pourraient résulter de ce qu'ils auraient été déplacés ou dérangés.
L'entrepreneur met, à ses frais, à la disposition du pouvoir adjudicateur, chaque fois qu'il en a besoin, les piquets, cordeaux, panneaux, jalons, équerres, lattes de profil, niveaux d'eau et à bulles d'air, mires, chaînes et tous objets nécessaires aux opérations auxquelles il doit être procédé pour s'assurer de l'exécution des ouvrages conformément aux dessins approuvés et aux conditions de l'entreprise.
Le pouvoir adjudicateur peut choisir, parmi le personnel de l'entrepreneur, les ouvriers les plus aptes à le seconder dans les opérations en question. Le salaire de ces ouvriers est à la charge de l'entrepreneur.
Art.31. Alvorens met de uitvoering te beginnen, zet de aannemer het werk uit en brengt hij een voldoende aantal hoogtemerken aan, ten opzichte waarvan de relatieve hoogte van de verschillende delen der werken nauwkeurig moet worden bepaald. Overal waar de aanbestedende overheid te dien einde zulks nodig oordeelt, plaatst hij ondermeer piketten, baken en profiellatten.
Art.31. Avant de commencer l'exécution, l'entrepreneur effectue le tracé de l'ouvrage et établit un nombre suffisant de repères de nivellement, auxquels la hauteur relative des différentes parties des ouvrages doit être exactement rapportée. A cette fin, il place notamment des piquets, jalons et lattes de profil partout où le pouvoir adjudicateur le juge nécessaire.
Art. 32. § 1. Ter beschikking stellen van gronden.
Buiten het terrein dat door het werk wordt ingenomen, moet de aannemer er zelf voor zorgen dat hij de beschikking krijgt over de gronden, die hij voor de uitvoering van de opdracht nodig acht. Wil de aanbestedende overheid de aannemer deze gronden geheel of ten dele verschaffen, dan wordt zulks aangeduid in het bestek of op de tekeningen.
Zonder schriftelijke toestemming mag de aannemer geen voordeel halen uit de hem door de aanbestedende overheid verschafte gronden, onder meer door ze te verhuren, door ze in cultuur te brengen of door in de opdracht materialen te verwerken die van het voorziene graafwerk voortkomen of uit de gronden kunnen worden gewonnen. De toestemming kan worden verleend onder bepaalde voorwaarden, en eventueel tegen betaling van een te bepalen vergoeding.
De schuttingen mogen niet worden gebruikt voor reclame, tenzij met akkoord van de aanbestedende overheid.
§ 2. Ter beschikking stellen van lokalen.
Wanneer lokalen ter beschikking van de aannemer gesteld worden voor om het even welk gebruik, moet hij die lokalen in goede staat houden zolang hij ze in gebruik heeft, en moet hij ze desgevraagd op het einde van de opdracht in hun oorspronkelijke staat herstellen.
§ 3. Geschiktmakingswerken.
Voor de verbeteringen ten gevolge van geschiktmakingswerken die de aannemer uit eigen beweging heeft uitgevoerd, kan, ingeval de aanbestedende overheid beslist dat die verbeteringen zullen worden behouden, geen enkele vergoeding worden geëist.
Buiten het terrein dat door het werk wordt ingenomen, moet de aannemer er zelf voor zorgen dat hij de beschikking krijgt over de gronden, die hij voor de uitvoering van de opdracht nodig acht. Wil de aanbestedende overheid de aannemer deze gronden geheel of ten dele verschaffen, dan wordt zulks aangeduid in het bestek of op de tekeningen.
Zonder schriftelijke toestemming mag de aannemer geen voordeel halen uit de hem door de aanbestedende overheid verschafte gronden, onder meer door ze te verhuren, door ze in cultuur te brengen of door in de opdracht materialen te verwerken die van het voorziene graafwerk voortkomen of uit de gronden kunnen worden gewonnen. De toestemming kan worden verleend onder bepaalde voorwaarden, en eventueel tegen betaling van een te bepalen vergoeding.
De schuttingen mogen niet worden gebruikt voor reclame, tenzij met akkoord van de aanbestedende overheid.
§ 2. Ter beschikking stellen van lokalen.
Wanneer lokalen ter beschikking van de aannemer gesteld worden voor om het even welk gebruik, moet hij die lokalen in goede staat houden zolang hij ze in gebruik heeft, en moet hij ze desgevraagd op het einde van de opdracht in hun oorspronkelijke staat herstellen.
§ 3. Geschiktmakingswerken.
Voor de verbeteringen ten gevolge van geschiktmakingswerken die de aannemer uit eigen beweging heeft uitgevoerd, kan, ingeval de aanbestedende overheid beslist dat die verbeteringen zullen worden behouden, geen enkele vergoeding worden geëist.
Art. 32. § 1. Mise à disposition de terrains.
En dehors du terrain d'assiette de l'ouvrage, l'entrepreneur s'assure lui-même de la disposition des terrains qu'il juge nécessaires à l'exécution du marché. Si le pouvoir adjudicateur entend mettre ces derniers terrains en tout ou en partie à la disposition de l'entrepreneur, le cahier spécial des charges ou les plans le précisent.
L'entrepreneur ne peut, sans autorisation écrite, tirer parti des terrains mis à disposition par le pouvoir adjudicateur, notamment en les louant, en les cultivant ou en utilisant dans le marché les matériaux provenant de déblais prévus ou pouvant être extraits des terrains. Cette autorisation peut être subordonnée à certaines conditions et, éventuellement, au paiement d'une indemnité à déterminer.
Les palissades ne peuvent être utilisées pour la publicité, sauf accord du pouvoir adjudicateur.
§ 2. Mise à disposition de locaux.
Si des locaux sont mis à sa disposition, pour quelque usage que ce soit, l'entrepreneur est tenu de les entretenir en bon état de conservation pendant la durée de l'occupation et, à la fin du marché, s'il en est requis, de les remettre dans leur état primitif.
§ 3. Travaux d'aménagement.
Aucune indemnité ne peut être réclamée pour les améliorations résultant des travaux d'aménagement que l'entrepreneur a effectués de son propre chef, si le pouvoir adjudicateur décide de les conserver.
En dehors du terrain d'assiette de l'ouvrage, l'entrepreneur s'assure lui-même de la disposition des terrains qu'il juge nécessaires à l'exécution du marché. Si le pouvoir adjudicateur entend mettre ces derniers terrains en tout ou en partie à la disposition de l'entrepreneur, le cahier spécial des charges ou les plans le précisent.
L'entrepreneur ne peut, sans autorisation écrite, tirer parti des terrains mis à disposition par le pouvoir adjudicateur, notamment en les louant, en les cultivant ou en utilisant dans le marché les matériaux provenant de déblais prévus ou pouvant être extraits des terrains. Cette autorisation peut être subordonnée à certaines conditions et, éventuellement, au paiement d'une indemnité à déterminer.
Les palissades ne peuvent être utilisées pour la publicité, sauf accord du pouvoir adjudicateur.
§ 2. Mise à disposition de locaux.
Si des locaux sont mis à sa disposition, pour quelque usage que ce soit, l'entrepreneur est tenu de les entretenir en bon état de conservation pendant la durée de l'occupation et, à la fin du marché, s'il en est requis, de les remettre dans leur état primitif.
§ 3. Travaux d'aménagement.
Aucune indemnité ne peut être réclamée pour les améliorations résultant des travaux d'aménagement que l'entrepreneur a effectués de son propre chef, si le pouvoir adjudicateur décide de les conserver.
Art.32. § 1. Ter beschikking stellen van gronden.
Art.32. § 1. Mise à disposition de terrains.
Art. 33. Indien de opdracht slopingswerken omvat, worden de daarvan voortkomende materialen en voorwerpen eigendom van de aannemer, onverminderd de bepalingen van artikel 29, § 2.
Het bestek kan van die regel afwijken en bepalen dat de aanbestedende overheid eigenaar blijft van de materialen dan wel van alle of van sommige voorwerpen van de afbraak. De aannemer moet dan alle nodige voorzorgen treffen om de bewaring ervan te waarborgen. Hij is aansprakelijk voor iedere door zijn fout of door deze van zijn personeel veroorzaakte vernietiging of beschadiging van de materialen.
Ongeacht de bestemming die de aanbestedende overheid denkt te geven aan de materialen of voorwerpen waarvan ze de eigendom voor zich heeft voorbehouden, worden al de kosten voor het opslaan ervan op de plaats die door de aanbestedende overheid wordt aangewezen door de aannemer gedragen voor ieder vervoer, over een afstand van niet meer dan honderd meter.
Behoudens andersluidende bepaling in het bestek, moet de aannemer de afbraakmaterialen, het puin en de afval regelmatig opruimen overeenkomstig de bevelen van de aanbestedende overheid.
Het bestek kan van die regel afwijken en bepalen dat de aanbestedende overheid eigenaar blijft van de materialen dan wel van alle of van sommige voorwerpen van de afbraak. De aannemer moet dan alle nodige voorzorgen treffen om de bewaring ervan te waarborgen. Hij is aansprakelijk voor iedere door zijn fout of door deze van zijn personeel veroorzaakte vernietiging of beschadiging van de materialen.
Ongeacht de bestemming die de aanbestedende overheid denkt te geven aan de materialen of voorwerpen waarvan ze de eigendom voor zich heeft voorbehouden, worden al de kosten voor het opslaan ervan op de plaats die door de aanbestedende overheid wordt aangewezen door de aannemer gedragen voor ieder vervoer, over een afstand van niet meer dan honderd meter.
Behoudens andersluidende bepaling in het bestek, moet de aannemer de afbraakmaterialen, het puin en de afval regelmatig opruimen overeenkomstig de bevelen van de aanbestedende overheid.
Art. 33. Si le marché comporte des démolitions, les matériaux et objets en provenant deviennent la propriété de l'entrepreneur, sans préjudice des dispositions de l'article 29, § 2.
Le cahier spécial des charges peut déroger à cette règle et réserver au pouvoir adjudicateur la propriété des matériaux ou de tout ou partie des objets provenant des démolitions. L'entrepreneur prend dans ce cas toutes les précautions nécessaires pour en assurer la conservation. Il répond de toute destruction ou dégradation de ces matériaux, causée par sa faute ou par celle de ses préposés.
Quelle que soit la destination que le pouvoir adjudicateur entend donner aux matériaux ou objets dont il s'est réservé la propriété, tous les frais relatifs à leur mise en dépôt à l'endroit indiqué par le pouvoir adjudicateur sont à la charge de l'entrepreneur, pour toute distance de transport n'excédant pas cent mètres.
Sauf clause contraire du cahier spécial des charges, l'entrepreneur enlève au fur et à mesure les produits de démolitions, gravats et débris en se conformant aux instructions du pouvoir adjudicateur.
Le cahier spécial des charges peut déroger à cette règle et réserver au pouvoir adjudicateur la propriété des matériaux ou de tout ou partie des objets provenant des démolitions. L'entrepreneur prend dans ce cas toutes les précautions nécessaires pour en assurer la conservation. Il répond de toute destruction ou dégradation de ces matériaux, causée par sa faute ou par celle de ses préposés.
Quelle que soit la destination que le pouvoir adjudicateur entend donner aux matériaux ou objets dont il s'est réservé la propriété, tous les frais relatifs à leur mise en dépôt à l'endroit indiqué par le pouvoir adjudicateur sont à la charge de l'entrepreneur, pour toute distance de transport n'excédant pas cent mètres.
Sauf clause contraire du cahier spécial des charges, l'entrepreneur enlève au fur et à mesure les produits de démolitions, gravats et débris en se conformant aux instructions du pouvoir adjudicateur.
Art.33. Indien de opdracht slopingswerken omvat, worden de daarvan voortkomende materialen en voorwerpen eigendom van de aannemer, onverminderd de bepalingen van artikel 29, § 2.
Art.33. Si le marché comporte des démolitions, les matériaux et objets en provenant deviennent la propriété de l'entrepreneur, sans préjudice des dispositions de l'article 29, § 2.
Art. 34. De aannemer verwezenlijkt op zijn kosten al de voorlopige werken om in de uitvoering van en de controle op de werkzaamheden van de aanneming te voorzien en ze te vergemakkelijken.
Hij toont aan de aanbestedende overheid de ontwerpen van de door hem voorgenomen voorlopige werken, zoals kistdammen, steigers, formelen, bekistingen. Hij houdt rekening met de hem gemaakte opmerkingen, maar blijft niettemin de enige verantwoordelijke voor die ontwerpen.
Wanneer de aanbestedende overheid een bijkomend grondonderzoek noodzakelijk acht, moet de aannemer haar laten beschikken over het personeel en het materieel dat nodig is voor het verrichten van ieder door de aanbestedende overheid wenselijk geacht grondonderzoek. Het arbeidsloon voor dat onderzoek en, ingeval daarvoor buitengewoon materieel moet worden gebruikt, de netto-kost van dat materieel, worden door de aanbestedende overheid aan de aannemer vergoed.
Hij toont aan de aanbestedende overheid de ontwerpen van de door hem voorgenomen voorlopige werken, zoals kistdammen, steigers, formelen, bekistingen. Hij houdt rekening met de hem gemaakte opmerkingen, maar blijft niettemin de enige verantwoordelijke voor die ontwerpen.
Wanneer de aanbestedende overheid een bijkomend grondonderzoek noodzakelijk acht, moet de aannemer haar laten beschikken over het personeel en het materieel dat nodig is voor het verrichten van ieder door de aanbestedende overheid wenselijk geacht grondonderzoek. Het arbeidsloon voor dat onderzoek en, ingeval daarvoor buitengewoon materieel moet worden gebruikt, de netto-kost van dat materieel, worden door de aanbestedende overheid aan de aannemer vergoed.
Art. 34. L'entrepreneur effectue à ses frais tous les ouvrages provisoires destinés à assurer et à faciliter l'exécution des travaux et leur contrôle.
Il soumet au pouvoir adjudicateur les projets de ces ouvrages provisoires, tels que batardeaux, échafaudages, cintres, coffrages qu'il entend mettre en oeuvre. Il tient compte des observations qui lui sont adressées tout en assumant la responsabilité exclusive de ces projets.
Lorsque le pouvoir adjudicateur juge nécessaire un examen complémentaire du sol, l'entrepreneur tient à sa disposition le personnel et le matériel nécessaires pour procéder à toute reconnaissance du sol qu'il juge utile. Le pouvoir adjudicateur prend en charge les frais de main-d'oeuvre afférents à ces travaux de reconnaissance du sol et, s'il faut y employer un matériel extraordinaire, le coût net de celui-ci.
Il soumet au pouvoir adjudicateur les projets de ces ouvrages provisoires, tels que batardeaux, échafaudages, cintres, coffrages qu'il entend mettre en oeuvre. Il tient compte des observations qui lui sont adressées tout en assumant la responsabilité exclusive de ces projets.
Lorsque le pouvoir adjudicateur juge nécessaire un examen complémentaire du sol, l'entrepreneur tient à sa disposition le personnel et le matériel nécessaires pour procéder à toute reconnaissance du sol qu'il juge utile. Le pouvoir adjudicateur prend en charge les frais de main-d'oeuvre afférents à ces travaux de reconnaissance du sol et, s'il faut y employer un matériel extraordinaire, le coût net de celui-ci.
Art.34. De aannemer verwezenlijkt op zijn kosten al de voorlopige werken om in de uitvoering van en de controle op de werkzaamheden van de aanneming te voorzien en ze te vergemakkelijken.
Art.34. L'entrepreneur effectue à ses frais tous les ouvrages provisoires destinés à assurer et à faciliter l'exécution des travaux et leur contrôle.
Onderafdeling 5. - Personeel van de aanneming.
Sous-section 5. - Personnel de l'entreprise.
Art. 35. Het door de aannemer ingezet personeel moet voldoende in aantal zijn en moet, ieder in zijn vak, de vereiste bekwaamheid bezitten om de regelmatige vooruitgang van de werkzaamheden en de goede uitvoering van de werken te waarborgen. De aannemer dient onmiddellijk al de personeelsleden te vervangen die de aanbestedende overheid aanwijst als een bezwaar voor die goede uitvoering, wegens hun onbekwaamheid, hun slechte wil of hun algemeen gekend wangedrag.
Art. 35. Le personnel employé par l'entrepreneur doit être en nombre suffisant et avoir, chacun dans sa spécialité, les qualités requises pour assurer la marche régulière et la bonne exécution des travaux. L'entrepreneur est tenu de remplacer immédiatement les membres du personnel qui lui sont signalés par le pouvoir adjudicateur comme compromettant cette bonne exécution par leur incapacité, leur mauvaise volonté ou leur inconduite notoire.
Art.35. Het door de aannemer ingezet personeel moet voldoende in aantal zijn en moet, ieder in zijn vak, de vereiste bekwaamheid bezitten om de regelmatige vooruitgang van de werkzaamheden en de goede uitvoering van de werken te waarborgen. De aannemer dient onmiddellijk al de personeelsleden te vervangen die de aanbestedende overheid aanwijst als een bezwaar voor die goede uitvoering, wegens hun onbekwaamheid, hun slechte wil of hun algemeen gekend wangedrag.
Art.35. Le personnel employé par l'entrepreneur doit être en nombre suffisant et avoir, chacun dans sa spécialité, les qualités requises pour assurer la marche régulière et la bonne exécution des travaux. L'entrepreneur est tenu de remplacer immédiatement les membres du personnel qui lui sont signalés par le pouvoir adjudicateur comme compromettant cette bonne exécution par leur incapacité, leur mauvaise volonté ou leur inconduite notoire.
Art. 36. § 1. Ongeacht of zij voortvloeien uit de wet dan wel uit paritaire overeenkomsten op nationaal, gewestelijk of plaatselijk niveau, zijn alle wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen inzake de algemene arbeidsvoorwaarden, veiligheid en hygiëne, toepasselijk op al het personeel van de bouwplaats van de onderneming.
De teksten van de collectieve overeenkomsten die op de bouwplaats van toepassing zijn, worden er door de aannemer ter beschikking gehouden van alle belanghebbenden.
§ 2. De aannemer, ieder die in enig stadium als onderaannemer optreedt en ieder die personeel ter beschikking stelt, zijn verplicht hun personeel de lonen, bijlonen en vergoedingen te betalen tegen de prijs die is vastgesteld ofwel bij wet, ofwel door kollektieve overeenkomsten gesloten door paritaire comités of door ondernemingsovereenkomsten.
§ 3. De aannemer houdt te allen tijde een dagelijks bijgewerkte lijst van al het personeel dat hij op de bouwplaats tewerkstelt, ter beschikking van de aanbestedende overheid op een door deze op de bouwplaats aangeduide plaats.
Deze lijst bevat minstens de volgende individuele inlichtingen :
1° de naam;
2° de voornaam;
3° de geboortedatum;
4° het beroep;
5° de kwalifikatie;
6° de reële of gelijkgestelde prestaties per dag, op de bouwplaats geleverd;
7° het uurloon.
§ 4. De aannemer zorgt ervoor dat ieder die in enig stadium als onderaannemer optreedt of personeel ter beschikking stelt op de bouwplaats, een dagelijks bijgewerkte lijst van al zijn op de bouwplaats tewerkgesteld personeel ter beschikking houdt van de aanbestedende overheid op een door haar op de bouwplaats aangeduide plaats.
De verantwoordelijkheid voor het opstellen van deze lijst berust bij de onderaannemer of bij de persoon die personeel ter beschikking stelt. De lijst moet de inlichtingen bevatten die in § 3 bedoeld worden.
§ 5. Alvorens zijn werk aan te vatten, maakt de aannemer, wat hem betreft, het volledig adres in België bekend waar de afgevaardigden van de aanbestedende overheid zich op eenvoudig verzoek hiernagenoemde dokumenten ter beschikking kunnen doen stellen :
1° de individuele periodieke loonstaten, volgens het door de sociale wetgeving voorgeschreven model, van ieder op de bouwplaats werkend arbeider;
2° de periodieke aangifte aan de bevoegde dienst inzake sociale zekerheid.
Deze verplichting van de aannemer geldt ook wat de personen betreft die in enig stadium als onderaannemer optreden of personeel ter beschikking stellen, vooraleer zij hun werken aanvatten.
§ 6. Dit artikel is van toepassing op alle aannemers en op alle personen die personeel ter beschikking stellen, ook op hen waarvan de zetel of het domicilie op het grondgebied van een andere Staat is gevestigd, en dit alles wat ook de nationaliteit en de verblijfplaats van het tewerkgesteld personeel zij.
De teksten van de collectieve overeenkomsten die op de bouwplaats van toepassing zijn, worden er door de aannemer ter beschikking gehouden van alle belanghebbenden.
§ 2. De aannemer, ieder die in enig stadium als onderaannemer optreedt en ieder die personeel ter beschikking stelt, zijn verplicht hun personeel de lonen, bijlonen en vergoedingen te betalen tegen de prijs die is vastgesteld ofwel bij wet, ofwel door kollektieve overeenkomsten gesloten door paritaire comités of door ondernemingsovereenkomsten.
§ 3. De aannemer houdt te allen tijde een dagelijks bijgewerkte lijst van al het personeel dat hij op de bouwplaats tewerkstelt, ter beschikking van de aanbestedende overheid op een door deze op de bouwplaats aangeduide plaats.
Deze lijst bevat minstens de volgende individuele inlichtingen :
1° de naam;
2° de voornaam;
3° de geboortedatum;
4° het beroep;
5° de kwalifikatie;
6° de reële of gelijkgestelde prestaties per dag, op de bouwplaats geleverd;
7° het uurloon.
§ 4. De aannemer zorgt ervoor dat ieder die in enig stadium als onderaannemer optreedt of personeel ter beschikking stelt op de bouwplaats, een dagelijks bijgewerkte lijst van al zijn op de bouwplaats tewerkgesteld personeel ter beschikking houdt van de aanbestedende overheid op een door haar op de bouwplaats aangeduide plaats.
De verantwoordelijkheid voor het opstellen van deze lijst berust bij de onderaannemer of bij de persoon die personeel ter beschikking stelt. De lijst moet de inlichtingen bevatten die in § 3 bedoeld worden.
§ 5. Alvorens zijn werk aan te vatten, maakt de aannemer, wat hem betreft, het volledig adres in België bekend waar de afgevaardigden van de aanbestedende overheid zich op eenvoudig verzoek hiernagenoemde dokumenten ter beschikking kunnen doen stellen :
1° de individuele periodieke loonstaten, volgens het door de sociale wetgeving voorgeschreven model, van ieder op de bouwplaats werkend arbeider;
2° de periodieke aangifte aan de bevoegde dienst inzake sociale zekerheid.
Deze verplichting van de aannemer geldt ook wat de personen betreft die in enig stadium als onderaannemer optreden of personeel ter beschikking stellen, vooraleer zij hun werken aanvatten.
§ 6. Dit artikel is van toepassing op alle aannemers en op alle personen die personeel ter beschikking stellen, ook op hen waarvan de zetel of het domicilie op het grondgebied van een andere Staat is gevestigd, en dit alles wat ook de nationaliteit en de verblijfplaats van het tewerkgesteld personeel zij.
Art. 36. § 1. Qu'elles résultent de la loi ou d'accords paritaires sur le plan national, régional ou local, toutes les dispositions légales, réglementaires ou conventionnelles relatives aux conditions générales de travail, à la sécurité et à l'hygiène sont applicables à tout le personnel du chantier de l'entreprise.
Le texte des conventions collectives applicables sur le chantier y est tenu par l'entrepreneur à la disposition de tous les intéressés.
§ 2. L'entrepreneur, toute personne agissant en qualité de sous-traitant à quelque stade que ce soit et toute personne mettant du personnel à disposition, sont tenus de payer à leur personnel respectif les salaires, suppléments de salaires et indemnités aux taux fixés, soit par la loi, soit par des conventions collectives conclues par des commissions paritaires ou par des conventions d'entreprises.
§ 3. En permanence, l'entrepreneur tient à la disposition du pouvoir adjudicateur, à un endroit du chantier que celui-ci désigne, la liste mise à jour quotidiennement de tout le personnel qu'il occupe sur le chantier.
Cette liste doit contenir au moins les renseignements individuels suivants :
1° le nom;
2° le prénom;
3° la date de naissance;
4° le métier;
5° la qualification;
6° les prestations réelles ou assimilées journée par journée effectuées sur le chantier;
7° le salaire horaire.
§ 4. L'entrepreneur veille à ce que toute personne, agissant en qualité de sous-traitant à quelque stade que ce soit ou mettant du personnel à disposition sur le chantier, tienne à la disposition du pouvoir adjudicateur, à un endroit du chantier que le pouvoir adjudicateur désigne, la liste mise à jour quotidiennement de tout le personnel que ladite personne occupe sur le chantier.
Cette liste est établie sous la responsabilité du sous-traitant ou de la personne mettant du personnel à disposition. La liste doit contenir les renseignements visés au § 3.
§ 5. L'entrepreneur signale au pouvoir adjudicateur en ce qui le concerne, avant d'entamer ses travaux, l'adresse précise en Belgique où les délégués du pouvoir adjudicateur peuvent se faire produire sur simple demande :
1° le compte individuel périodique établi selon le modèle prescrit par la législation sociale pour chaque ouvrier occupé sur le chantier;
2° la déclaration périodique à l'organisme compétent en matière de sécurité sociale.
Cette obligation de l'entrepreneur vaut également pour toutes personnes agissant en qualité de sous-traitants à quelque stade que ce soit ou mettant du personnel à disposition, avant que celles-ci n'entament leurs travaux.
§ 6. Le présent article s'applique, quels que soient la nationalité et le lieu de résidence du personnel occupé, à tous les entrepreneurs et à toutes les personnes mettant du personnel à disposition y compris ceux ou celles ayant leur siège ou leur domicile sur le territoire d'un autre Etat.
Le texte des conventions collectives applicables sur le chantier y est tenu par l'entrepreneur à la disposition de tous les intéressés.
§ 2. L'entrepreneur, toute personne agissant en qualité de sous-traitant à quelque stade que ce soit et toute personne mettant du personnel à disposition, sont tenus de payer à leur personnel respectif les salaires, suppléments de salaires et indemnités aux taux fixés, soit par la loi, soit par des conventions collectives conclues par des commissions paritaires ou par des conventions d'entreprises.
§ 3. En permanence, l'entrepreneur tient à la disposition du pouvoir adjudicateur, à un endroit du chantier que celui-ci désigne, la liste mise à jour quotidiennement de tout le personnel qu'il occupe sur le chantier.
Cette liste doit contenir au moins les renseignements individuels suivants :
1° le nom;
2° le prénom;
3° la date de naissance;
4° le métier;
5° la qualification;
6° les prestations réelles ou assimilées journée par journée effectuées sur le chantier;
7° le salaire horaire.
§ 4. L'entrepreneur veille à ce que toute personne, agissant en qualité de sous-traitant à quelque stade que ce soit ou mettant du personnel à disposition sur le chantier, tienne à la disposition du pouvoir adjudicateur, à un endroit du chantier que le pouvoir adjudicateur désigne, la liste mise à jour quotidiennement de tout le personnel que ladite personne occupe sur le chantier.
Cette liste est établie sous la responsabilité du sous-traitant ou de la personne mettant du personnel à disposition. La liste doit contenir les renseignements visés au § 3.
§ 5. L'entrepreneur signale au pouvoir adjudicateur en ce qui le concerne, avant d'entamer ses travaux, l'adresse précise en Belgique où les délégués du pouvoir adjudicateur peuvent se faire produire sur simple demande :
1° le compte individuel périodique établi selon le modèle prescrit par la législation sociale pour chaque ouvrier occupé sur le chantier;
2° la déclaration périodique à l'organisme compétent en matière de sécurité sociale.
Cette obligation de l'entrepreneur vaut également pour toutes personnes agissant en qualité de sous-traitants à quelque stade que ce soit ou mettant du personnel à disposition, avant que celles-ci n'entament leurs travaux.
§ 6. Le présent article s'applique, quels que soient la nationalité et le lieu de résidence du personnel occupé, à tous les entrepreneurs et à toutes les personnes mettant du personnel à disposition y compris ceux ou celles ayant leur siège ou leur domicile sur le territoire d'un autre Etat.
Art.36. § 1. Ongeacht of zij voortvloeien uit de wet dan wel uit paritaire overeenkomsten op nationaal, gewestelijk of plaatselijk niveau, zijn alle wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen inzake de algemene arbeidsvoorwaarden, veiligheid en hygiëne, toepasselijk op al het personeel van de bouwplaats van de onderneming.
Art.36. § 1. Qu'elles résultent de la loi ou d'accords paritaires sur le plan national, régional ou local, toutes les dispositions légales, réglementaires ou conventionnelles relatives aux conditions générales de travail, à la sécurité et à l'hygiène sont applicables à tout le personnel du chantier de l'entreprise.
Art. 37. § 1. Een dagboek van de werken, opgemaakt in de vorm door de aanbestedende overheid aanvaard en door de aannemer geleverd, wordt in beginsel bijgehouden op elke bouwplaats door de zorgen van de afgevaardigde van de aanbestedende overheid, die er, dagelijks, onder meer onderstaande inlichtingen in optekent :
1° de aanduiding van de weersomstandigheden, de werkonderbrekingen wegens ongunstige weersomstandigheden, de werkuren, het aantal en de hoedanigheid van de op de bouwplaats tewerkgestelde arbeiders, de aangevoerde materialen, het gebruikte materieel, het materieel buiten dienst, de ter plaatse gedane proeven, de verstuurde monsters, de onvoorziene omstandigheden, alsmede de louter toevallige en minder belangrijke bevelen aan de aannemer;
2° de gedetailleerde aantekeningen van alle op de bouwplaats controleerbare elementen, die nuttig zijn voor het berekenen van de aan de aannemer te verrichten betalingen, zoals uitgevoerde werken, uitgevoerde hoeveelheden, aangevoerde materialen. Deze aantekeningen maken integraal deel uit van het dagboek van de werken, maar kunnen, in voorkomend geval, in afzonderlijke documenten worden opgetekend.
§ 2. De aanbestedende overheid mag beslissen geen dagboek of een gedeelte ervan bij te houden. Ze mag ook beslissen dit boek niet per dag bij te houden. Hiervan wordt de aannemer tijdig ingelicht.
Evenwel dienen de aantekeningen steeds te worden bijgehouden ingeval van opdrachten tegen andere dan globale prijzen.
§ 3. Op verzoek van de aanbestedende overheid verstrekt de aannemer alle nuttige inlichtingen voor het regelmatig bijhouden van het dagboek van de werken.
§ 4. De inlichtingen verstrekt door beide partijen worden ingeschreven in het dagboek van de werken en in de aantekeningen en worden ondertekend door de afgevaardigde van de aanbestedende overheid en medeondertekend door de aannemer of zijn vertegenwoordiger.
Indien hierover onenigheid is, maakt de aannemer bij ter post aangetekende brief, verzonden binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de datum van de inschrijving van de betwiste vermelding of aantekeningen, zijn bemerkingen aan de aanbestedende overheid bekend. Hij dient zijn betwistingen of aanspraken op duidelijke en omstandige wijze te staven.
Wanneer deze bemerkingen niet als gegrond worden beoordeeld, wordt de aannemer hierover ingelicht en de staat van de werken van ambtswege voorlopig opgemaakt.
De staat van de werken wordt eveneens van ambtswege opgemaakt en de aannemer wordt verondersteld in te stemmen met de vermeldingen in het dagboek of in de aantekeningen, wanneer hij binnen de voornoemde termijn van vijftien kalenderdagen het voor hem bestemde exemplaar, voorzien van zijn akkoord of van zijn opmerkingen, niet terugstuurt.
1° de aanduiding van de weersomstandigheden, de werkonderbrekingen wegens ongunstige weersomstandigheden, de werkuren, het aantal en de hoedanigheid van de op de bouwplaats tewerkgestelde arbeiders, de aangevoerde materialen, het gebruikte materieel, het materieel buiten dienst, de ter plaatse gedane proeven, de verstuurde monsters, de onvoorziene omstandigheden, alsmede de louter toevallige en minder belangrijke bevelen aan de aannemer;
2° de gedetailleerde aantekeningen van alle op de bouwplaats controleerbare elementen, die nuttig zijn voor het berekenen van de aan de aannemer te verrichten betalingen, zoals uitgevoerde werken, uitgevoerde hoeveelheden, aangevoerde materialen. Deze aantekeningen maken integraal deel uit van het dagboek van de werken, maar kunnen, in voorkomend geval, in afzonderlijke documenten worden opgetekend.
§ 2. De aanbestedende overheid mag beslissen geen dagboek of een gedeelte ervan bij te houden. Ze mag ook beslissen dit boek niet per dag bij te houden. Hiervan wordt de aannemer tijdig ingelicht.
Evenwel dienen de aantekeningen steeds te worden bijgehouden ingeval van opdrachten tegen andere dan globale prijzen.
§ 3. Op verzoek van de aanbestedende overheid verstrekt de aannemer alle nuttige inlichtingen voor het regelmatig bijhouden van het dagboek van de werken.
§ 4. De inlichtingen verstrekt door beide partijen worden ingeschreven in het dagboek van de werken en in de aantekeningen en worden ondertekend door de afgevaardigde van de aanbestedende overheid en medeondertekend door de aannemer of zijn vertegenwoordiger.
Indien hierover onenigheid is, maakt de aannemer bij ter post aangetekende brief, verzonden binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de datum van de inschrijving van de betwiste vermelding of aantekeningen, zijn bemerkingen aan de aanbestedende overheid bekend. Hij dient zijn betwistingen of aanspraken op duidelijke en omstandige wijze te staven.
Wanneer deze bemerkingen niet als gegrond worden beoordeeld, wordt de aannemer hierover ingelicht en de staat van de werken van ambtswege voorlopig opgemaakt.
De staat van de werken wordt eveneens van ambtswege opgemaakt en de aannemer wordt verondersteld in te stemmen met de vermeldingen in het dagboek of in de aantekeningen, wanneer hij binnen de voornoemde termijn van vijftien kalenderdagen het voor hem bestemde exemplaar, voorzien van zijn akkoord of van zijn opmerkingen, niet terugstuurt.
Art. 37. § 1. Un journal des travaux établi dans la forme admise par le pouvoir adjudicateur et fourni par l'entrepreneur est tenu, en principe, sur chaque chantier par les soins du délégué du pouvoir adjudicateur qui, jour par jour, y inscrit notamment les renseignements ci-après :
1° l'indication des conditions atmosphériques, des interruptions de travaux pour cause de conditions météorologiques défavorables, des heures de travail, du nombre et de la qualité des ouvriers occupés sur le chantier, des matériaux approvisionnés, du matériel utilisé, du matériel hors service, des essais effectués sur place, des échantillons expédiés, des événements imprévus, ainsi que des ordres purement occasionnels et de portée mineure donnés à l'entrepreneur;
2° les attachements détaillés de tous les éléments contrôlables sur chantier et utiles au calcul des paiements à effectuer à l'entrepreneur, tels que travaux réalisés, quantités exécutées, approvisionnements admis en compte. Ces attachements font partie intégrante du journal des travaux, mais peuvent, le cas échéant, être consignés dans des documents séparés.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur peut décider de ne pas tenir tout ou partie du journal des travaux ou de ne pas tenir celui-ci jour par jour. L'entrepreneur est informé de cette décision en temps utile.
Toutefois, les attachements nécessaires doivent en tout état de cause être tenus pour les marchés autres qu'à prix global.
§ 3. A la demande du pouvoir adjudicateur, l'entrepreneur communique tous les renseignements utiles à la tenue régulière du journal des travaux.
§ 4. Les informations fournies par les deux parties sont inscrites au journal des travaux et aux attachements, sont signées par le délégué du pouvoir adjudicateur et contresignées par l'entrepreneur ou son délégué.
En cas de désaccord à leur sujet, l'entrepreneur fait connaître ses observations par lettre recommandée à la poste adressée au pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier suivant la date de l'inscription de la mention ou des attachements critiqués. Il doit faire connaître ses réclamations ou prétentions d'une manière détaillée et précise.
Lorsque ces observations ne sont pas jugées fondées, l'entrepreneur en est informé et l'état des travaux est arrêté d'office à titre provisoire.
Cet état est également arrêté d'office et l'entrepreneur est censé être d'accord avec les annotations figurant au journal ou aux attachements lorsque, dans le délai de quinze jours de calendrier précité, l'entrepreneur ne renvoie pas, accepté ou accompagné de ses observations, l'exemplaire qui lui a été adressé.
1° l'indication des conditions atmosphériques, des interruptions de travaux pour cause de conditions météorologiques défavorables, des heures de travail, du nombre et de la qualité des ouvriers occupés sur le chantier, des matériaux approvisionnés, du matériel utilisé, du matériel hors service, des essais effectués sur place, des échantillons expédiés, des événements imprévus, ainsi que des ordres purement occasionnels et de portée mineure donnés à l'entrepreneur;
2° les attachements détaillés de tous les éléments contrôlables sur chantier et utiles au calcul des paiements à effectuer à l'entrepreneur, tels que travaux réalisés, quantités exécutées, approvisionnements admis en compte. Ces attachements font partie intégrante du journal des travaux, mais peuvent, le cas échéant, être consignés dans des documents séparés.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur peut décider de ne pas tenir tout ou partie du journal des travaux ou de ne pas tenir celui-ci jour par jour. L'entrepreneur est informé de cette décision en temps utile.
Toutefois, les attachements nécessaires doivent en tout état de cause être tenus pour les marchés autres qu'à prix global.
§ 3. A la demande du pouvoir adjudicateur, l'entrepreneur communique tous les renseignements utiles à la tenue régulière du journal des travaux.
§ 4. Les informations fournies par les deux parties sont inscrites au journal des travaux et aux attachements, sont signées par le délégué du pouvoir adjudicateur et contresignées par l'entrepreneur ou son délégué.
En cas de désaccord à leur sujet, l'entrepreneur fait connaître ses observations par lettre recommandée à la poste adressée au pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier suivant la date de l'inscription de la mention ou des attachements critiqués. Il doit faire connaître ses réclamations ou prétentions d'une manière détaillée et précise.
Lorsque ces observations ne sont pas jugées fondées, l'entrepreneur en est informé et l'état des travaux est arrêté d'office à titre provisoire.
Cet état est également arrêté d'office et l'entrepreneur est censé être d'accord avec les annotations figurant au journal ou aux attachements lorsque, dans le délai de quinze jours de calendrier précité, l'entrepreneur ne renvoie pas, accepté ou accompagné de ses observations, l'exemplaire qui lui a été adressé.
Art.37. § 1. Een dagboek van de werken, opgemaakt in de vorm door de aanbestedende overheid aanvaard en door de aannemer geleverd, wordt in beginsel bijgehouden op elke bouwplaats door de zorgen van de afgevaardigde van de aanbestedende overheid, die er, dagelijks, onder meer onderstaande inlichtingen in optekent :
Art.37. § 1. Un journal des travaux établi dans la forme admise par le pouvoir adjudicateur et fourni par l'entrepreneur est tenu, en principe, sur chaque chantier par les soins du délégué du pouvoir adjudicateur qui, jour par jour, y inscrit notamment les renseignements ci-après :
Onderafdeling 7. - Aansprakelijkheid van de aannemer.
Sous-section 7. - Responsabilité de l'entrepreneur.
Art. 38. Binnen de vijftien kalenderdagen na de dag van de gunning van de opdracht, legt de aannemer aan de aanbestedende overheid de bescheiden voor waaruit blijkt dat hij een verzekering heeft aangegaan die, van bij de aanvang van de werken zijn aansprakelijkheid dekt bij arbeidsongevallen, alsmede zijn burgerlijke aansprakelijkheid bij ongevallen die door de werken aan derden worden berokkend; telkens dit wordt gevergd, levert hij het bewijs dat de vervallen premies betaald zijn.
Indien de aannemer zijn eigen verzekeraar tegen arbeidsongevallen is, moet hij het bewijs leveren dat hij zijn bijdrage aan het van de Deposito- en Consignatiekas afhangend waarborgfonds heeft gestort of dat hij daarvan is vrijgesteld.
Indien de aannemer zijn eigen verzekeraar tegen arbeidsongevallen is, moet hij het bewijs leveren dat hij zijn bijdrage aan het van de Deposito- en Consignatiekas afhangend waarborgfonds heeft gestort of dat hij daarvan is vrijgesteld.
Art. 38. L'entrepreneur présente au pouvoir adjudicateur, dans les quinze jours de calendrier qui suivent celui de la conclusion du marché, les documents établissant qu'il a contracté une assurance couvrant, dès le début des travaux, sa responsabilité en matière d'accidents du travail et également une assurance couvrant sa responsabilité civile en cas d'accidents survenant à des tiers par le fait des travaux; chaque fois qu'il en est requis, il fournit la preuve que les primes échues ont été payées.
Si l'entrepreneur est son propre assureur en matière d'accidents du travail, il doit fournir la preuve qu'il a versé sa cotisation au Fonds de garantie rattaché à la Caisse des Dépôts et Consignations, ou qu'il en a été dispensé.
Si l'entrepreneur est son propre assureur en matière d'accidents du travail, il doit fournir la preuve qu'il a versé sa cotisation au Fonds de garantie rattaché à la Caisse des Dépôts et Consignations, ou qu'il en a été dispensé.
Art.38. Binnen de vijftien kalenderdagen na de dag van de gunning van de opdracht, legt de aannemer aan de aanbestedende overheid de bescheiden voor waaruit blijkt dat hij een verzekering heeft aangegaan die, van bij de aanvang van de werken zijn aansprakelijkheid dekt bij arbeidsongevallen, alsmede zijn burgerlijke aansprakelijkheid bij ongevallen die door de werken aan derden worden berokkend; telkens dit wordt gevergd, levert hij het bewijs dat de vervallen premies betaald zijn.
Art.38. L'entrepreneur présente au pouvoir adjudicateur, dans les quinze jours de calendrier qui suivent celui de la conclusion du marché, les documents établissant qu'il a contracté une assurance couvrant, dès le début des travaux, sa responsabilité en matière d'accidents du travail et également une assurance couvrant sa responsabilité civile en cas d'accidents survenant à des tiers par le fait des travaux; chaque fois qu'il en est requis, il fournit la preuve que les primes échues ont été payées.
Art. 39. § 1. De aannemer is voor de werken of voor het werk aansprakelijk tot de definitieve oplevering van de gezamenlijke werken.
Gedurende de waarborgtermijn moet de aannemer, naargelang van de vereisten, aan het werk al de nodige werken uitvoeren om het in goede staat of in goede werking te herstellen of te houden.
Na de voorlopige oplevering is de aannemer evenwel niet aansprakelijk voor de schade waarvan de schuld niet bij hem ligt.
Onverminderd het bepaalde in het vorig lid, is de aannemer gehouden tot de uitvoering van alle herstellings-, herbouw-, bagger- en andere werken die noodzakelijk zijn ten gevolge van verzakkingen, verschuivingen, afkalvingen, aanslijkingen, breuken, ontaardingen of beschadigingen van om het even welke aard.
§ 2. De aannemer is verplicht vanaf de gunning tot de definitieve oplevering alle documenten en briefwisseling met betrekking tot de gunning en de uitvoering van de opdracht te bewaren en ter beschikking te houden van de aanbestedende overheid.
Gedurende de waarborgtermijn moet de aannemer, naargelang van de vereisten, aan het werk al de nodige werken uitvoeren om het in goede staat of in goede werking te herstellen of te houden.
Na de voorlopige oplevering is de aannemer evenwel niet aansprakelijk voor de schade waarvan de schuld niet bij hem ligt.
Onverminderd het bepaalde in het vorig lid, is de aannemer gehouden tot de uitvoering van alle herstellings-, herbouw-, bagger- en andere werken die noodzakelijk zijn ten gevolge van verzakkingen, verschuivingen, afkalvingen, aanslijkingen, breuken, ontaardingen of beschadigingen van om het even welke aard.
§ 2. De aannemer is verplicht vanaf de gunning tot de definitieve oplevering alle documenten en briefwisseling met betrekking tot de gunning en de uitvoering van de opdracht te bewaren en ter beschikking te houden van de aanbestedende overheid.
Art. 39. § 1. L'entrepreneur est responsable de la totalité des travaux ou de l'ouvrage jusqu'à la réception définitive de l'ensemble des travaux.
Pendant le délai de garantie, l'entrepreneur effectue à l'ouvrage, à mesure des besoins, tous les travaux nécessaires pour le remettre et le maintenir en bon état d'entretien ou de fonctionnement.
Toutefois, après la réception provisoire, l'entrepreneur n'a pas à répondre des dommages dont les causes ne lui sont pas imputables.
Sans préjudice de l'alinéa précédent, l'entrepreneur est tenu d'exécuter tous les travaux de réparation, de reconstruction, de dragage ou autres, nécessaires par suite de tassements, glissements, éboulements, envasements, ruptures, altérations ou dégradations quelconques.
§ 2. L'entrepreneur doit conserver et tenir à la disposition du pouvoir adjudicateur tous les documents et correspondances se rapportant à la conclusion et à l'exécution du marché, dès l'attribution de celui-ci jusqu'à la réception définitive
Pendant le délai de garantie, l'entrepreneur effectue à l'ouvrage, à mesure des besoins, tous les travaux nécessaires pour le remettre et le maintenir en bon état d'entretien ou de fonctionnement.
Toutefois, après la réception provisoire, l'entrepreneur n'a pas à répondre des dommages dont les causes ne lui sont pas imputables.
Sans préjudice de l'alinéa précédent, l'entrepreneur est tenu d'exécuter tous les travaux de réparation, de reconstruction, de dragage ou autres, nécessaires par suite de tassements, glissements, éboulements, envasements, ruptures, altérations ou dégradations quelconques.
§ 2. L'entrepreneur doit conserver et tenir à la disposition du pouvoir adjudicateur tous les documents et correspondances se rapportant à la conclusion et à l'exécution du marché, dès l'attribution de celui-ci jusqu'à la réception définitive
Art.39. § 1. De aannemer is voor de werken of voor het werk aansprakelijk tot de definitieve oplevering van de gezamenlijke werken.
Art.39. § 1. L'entrepreneur est responsable de la totalité des travaux ou de l'ouvrage jusqu'à la réception définitive de l'ensemble des travaux.
Art. 40. Door de voorlopige oplevering beschikt de aanbestedende overheid over heel het door de aannemer uitgevoerde werk.
Vóór de voorlopige oplevering mag de aanbestedende overheid wanneer zij dit wenselijk acht, over de verschillende delen van het werk beschikken naargelang ze klaar komen, op voorwaarde dat er een plaatsbeschrijving wordt van opgemaakt.
De volledige of gedeeltelijke inbezitneming van het werk door de aanbestedende overheid kan niet gelden als voorlopige oplevering.
Zodra de aanbestedende overheid het werk geheel of gedeeltelijk in bezit heeft genomen, is de aannemer niet meer gehouden de aan het gebruik te wijten beschadigingen te herstellen.
Vóór de voorlopige oplevering mag de aanbestedende overheid wanneer zij dit wenselijk acht, over de verschillende delen van het werk beschikken naargelang ze klaar komen, op voorwaarde dat er een plaatsbeschrijving wordt van opgemaakt.
De volledige of gedeeltelijke inbezitneming van het werk door de aanbestedende overheid kan niet gelden als voorlopige oplevering.
Zodra de aanbestedende overheid het werk geheel of gedeeltelijk in bezit heeft genomen, is de aannemer niet meer gehouden de aan het gebruik te wijten beschadigingen te herstellen.
Art. 40. Par la réception provisoire, le pouvoir adjudicateur dispose de la totalité de l'ouvrage exécuté par l'entrepreneur.
Avant la réception provisoire, lorsqu'il le juge souhaitable, le pouvoir adjudicateur peut cependant disposer successivement des différentes parties de l'ouvrage constituant le marché, au fur et à mesure de leur achèvement, à la condition d'en dresser un état des lieux.
La prise de possession totale ou partielle de l'ouvrage par le pouvoir adjudicateur ne peut valoir réception provisoire.
Dès que le pouvoir adjudicateur a pris possession de tout ou partie de l'ouvrage, l'entrepreneur n'est plus tenu de réparer les dégradations résultant de l'usage.
Avant la réception provisoire, lorsqu'il le juge souhaitable, le pouvoir adjudicateur peut cependant disposer successivement des différentes parties de l'ouvrage constituant le marché, au fur et à mesure de leur achèvement, à la condition d'en dresser un état des lieux.
La prise de possession totale ou partielle de l'ouvrage par le pouvoir adjudicateur ne peut valoir réception provisoire.
Dès que le pouvoir adjudicateur a pris possession de tout ou partie de l'ouvrage, l'entrepreneur n'est plus tenu de réparer les dégradations résultant de l'usage.
Art.40. Door de voorlopige oplevering beschikt de aanbestedende overheid over heel het door de aannemer uitgevoerde werk.
Art.40. Par la réception provisoire, le pouvoir adjudicateur dispose de la totalité de l'ouvrage exécuté par l'entrepreneur.
Art. 41. De aannemer staat ten opzichte van de aanbestedende overheid in voor al de door hemzelf of door zijn onderaannemers uitgevoerde werken.
Vanaf de voorlopige oplevering en onverminderd de bepalingen van artikel 39 betreffende zijn verplichtingen gedurende de waarborgtermijn is de aannemer aansprakelijk voor de stevigheid van het werk en voor de goede uitvoering van de werkzaamheden, overeenkomstig de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek.
Vanaf de voorlopige oplevering en onverminderd de bepalingen van artikel 39 betreffende zijn verplichtingen gedurende de waarborgtermijn is de aannemer aansprakelijk voor de stevigheid van het werk en voor de goede uitvoering van de werkzaamheden, overeenkomstig de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek.
Art. 41. L'entrepreneur répond vis-à-vis du pouvoir adjudicateur de tous les travaux exécutés par lui-même ou par ses sous-traitants.
A partir de la réception provisoire et sans préjudice des dispositions de l'article 39, relatives à ses obligations pendant le délai de garantie, l'entrepreneur répond de la solidité de l'ouvrage et de la bonne exécution des travaux conformément aux articles 1792 et 2270 du Code civil.
A partir de la réception provisoire et sans préjudice des dispositions de l'article 39, relatives à ses obligations pendant le délai de garantie, l'entrepreneur répond de la solidité de l'ouvrage et de la bonne exécution des travaux conformément aux articles 1792 et 2270 du Code civil.
Art.41. De aannemer staat ten opzichte van de aanbestedende overheid in voor al de door hemzelf of door zijn onderaannemers uitgevoerde werken.
Art.41. L'entrepreneur répond vis-à-vis du pouvoir adjudicateur de tous les travaux exécutés par lui-même ou par ses sous-traitants.
Art. 42. § 1. De aannemer is ertoe gehouden alle toevoegingen, weglatingen en wijzigingen aan de opdracht aan te brengen, die de aanbestedende overheid in de loop van de uitvoering beveelt en die met het voorwerp van de opdracht samenhangen en binnen de perken ervan blijven. De aannemer is echter tot de uitvoering van bijwerken niet meer verplicht zodra hun totale waarde méér dan 50 percent van het initieel bedrag van de opdracht beloopt.
Deze wijzigingsbevelen moeten schriftelijk gegeven worden. Wordt nochtans met een geschreven bevel gelijkgesteld, het mondeling bevel waarvan de aannemer binnen de achtenveertig uur bij een ter post aangetekende brief melding heeft gemaakt en dat door de aanbestedende overheid niet werd gelogenstraft binnen de drie dagen te rekenen vanaf de ontvangst van bedoelde brief.
Minder belangrijke wijzigingen kunnen evenwel enkel als vermeldingen in het dagboek worden opgetekend.
De bevelen of de vermeldingen duiden de wijzigingen aan die aan de oorspronkelijke bepalingen van de opdracht alsmede aan de plannen dienen te worden aangebracht.
§ 2. De onvoorziene werken die de aannemer gehouden is uit te voeren, de voorziene werken die aan de aanneming worden onttrokken alsmede al de andere wijzigingen, worden berekend tegen de eenheidsprijzen van de offerte of bij ontstentenis aan de hand van overeen te komen eenheidsprijzen.
Elke partij kan, in onderstaande gevallen, een herziening van de eenheidsprijzen eisen voor de bijwerken van dezelfde aard en beschreven in dezelfde termen als in de post van de opmetingsstaat :
1° wanneer de bijkomende werken het drievoudige overtreffen van de hoeveelheid voorzien in de betreffende post van de opmetingsstaat;
2° wanneer de prijs van de supplementen die betrekking hebben op de betreffende post 10 percent van het bedrag der aanneming overtreft, met een minimum van (1.350 EUR). <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Wanneer een nieuwe eenheidsprijs wordt overeengekomen voor een bijkomend werk, blijft de oude prijs van toepassing op de aanvankelijk voorziene hoeveelheid.
Elke partij kan eveneens een herziening van de eenheidsprijzen eisen wanneer de hoeveelheid, die wordt onttrokken aan een post van de opmetingsstaat, meer dan het vijfde van de aanvankelijk aangeduide hoeveelheid beloopt.
§ 3. Opdat er tot herziening van eenheidsprijzen aanleiding zou zijn, moet één der partijen zijn wil dienaangaande aan de andere partij te kennen geven bij ter post aangetekende brief, en dit binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de datum waarop de wijzigingsbevelen geldig werden gegeven.
Wanneer geen akkoord bereikt wordt over de nieuwe eenheidsprijzen, stelt de aanbestedende overheid ze van ambtswege vast, met behoud van alle rechten van de aannemer.
De aannemer is ertoe gehouden de werken zonder onderbreking voort te zetten, ondanks de betwistingen waartoe het vaststellen van nieuwe prijzen aanleiding zou kunnen geven.
§ 4. Wanneer de wijzigingen op bevel van de aanbestedende overheid leiden tot een of meer verrekeningen, waarvan het geheel een vermindering van de oorspronkelijke aannemingssom veroorzaakt, heeft de aannemer recht op een forfaitaire vergoeding van 10 percent van deze vermindering, welk ook het uiteindelijk bedrag van de opdracht zij.
De betaling van deze vergoeding is onderworpen aan het indienen van een schuldvordering of een geschreven aanvraag die hiervoor in de plaats komt.
§ 5. In geval van bijkomende werken of wijzigingen aan het voorziene werk, vermeldt het geschreven bevel of de bijakte :
1° ofwel de verlenging van de uitvoeringstermijn op grond van de verhoging van het bedrag van de opdracht en van de aard van de wijzigingen en de bijkomende werken;
2° ofwel de uitsluiting van iedere verlenging van de termijn;
3° ofwel het uitstel tot een latere datum van de vaststelling van een verlenging van de termijn.
Ieder bezwaar vanwege de aannemer moet worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, § 4.
§ 6. Wanneer, onafhankelijk van elke door de aanbestedende overheid aangebrachte wijziging aan de opdracht, de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden van een post volgens prijslijst het drievoudige overtreffen of minder bedragen dan de helft van de vermoedelijke hoeveelheden, kan ieder der partijen de herziening van de oorspronkelijke eenheidsprijzen en uitvoeringstermijnen vragen.
Zelfs wanneer de in het vorige lid vermelde drempels niet bereikt zijn, mag de uitvoeringstermijn aangepast worden aan de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden wanneer hun omvang dit rechtvaardigt.
In geval van overschrijding zijn de eventueel herziene prijzen slechts van toepassing op de uitgevoerde hoeveelheden die het drievoudige van de vermoedelijke hoeveelheden overschrijden.
De partij die de herziening vraagt moet de andere partij van haar voornemen de eenheidsprijzen en/of termijnen te willen herzien op de hoogte brengen ten laatste vijftien kalenderdagen na het opstellen van de vorderingsstaat waarin vastgesteld wordt dat de uitgevoerde hoeveelheid het drievoudige van de vermoedelijke hoeveelheid bereikt. Deze kennisgeving dient bij ter post aangetekende brief te geschieden.
Na verloop van deze termijn geldt deze kennisgeving slechts voor de vanaf de datum van deze kennisgeving uitgevoerde hoeveelheden.
In ieder geval moet de eisende partij de nieuwe eenheidsprijzen en/of termijnen die uit die nieuwe toestand voortkomen rechtvaardigen.
Voor het geval geen akkoord bereikt wordt of zolang de partijen geen akkoord bereikt hebben over de nieuwe eenheidsprijzen, stelt de aanbestedende overheid ambtshalve de prijzen die ze gerechtvaardigd acht vast, met behoud van alle rechten van de aannemer.
De aannemer is verplicht de werken zonder onderbreking voort te zetten onafgezien de betwistingen waartoe het vaststellen van de nieuwe eenheidsprijzen zou aanleiding geven.
Deze wijzigingsbevelen moeten schriftelijk gegeven worden. Wordt nochtans met een geschreven bevel gelijkgesteld, het mondeling bevel waarvan de aannemer binnen de achtenveertig uur bij een ter post aangetekende brief melding heeft gemaakt en dat door de aanbestedende overheid niet werd gelogenstraft binnen de drie dagen te rekenen vanaf de ontvangst van bedoelde brief.
Minder belangrijke wijzigingen kunnen evenwel enkel als vermeldingen in het dagboek worden opgetekend.
De bevelen of de vermeldingen duiden de wijzigingen aan die aan de oorspronkelijke bepalingen van de opdracht alsmede aan de plannen dienen te worden aangebracht.
§ 2. De onvoorziene werken die de aannemer gehouden is uit te voeren, de voorziene werken die aan de aanneming worden onttrokken alsmede al de andere wijzigingen, worden berekend tegen de eenheidsprijzen van de offerte of bij ontstentenis aan de hand van overeen te komen eenheidsprijzen.
Elke partij kan, in onderstaande gevallen, een herziening van de eenheidsprijzen eisen voor de bijwerken van dezelfde aard en beschreven in dezelfde termen als in de post van de opmetingsstaat :
1° wanneer de bijkomende werken het drievoudige overtreffen van de hoeveelheid voorzien in de betreffende post van de opmetingsstaat;
2° wanneer de prijs van de supplementen die betrekking hebben op de betreffende post 10 percent van het bedrag der aanneming overtreft, met een minimum van (1.350 EUR). <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Wanneer een nieuwe eenheidsprijs wordt overeengekomen voor een bijkomend werk, blijft de oude prijs van toepassing op de aanvankelijk voorziene hoeveelheid.
Elke partij kan eveneens een herziening van de eenheidsprijzen eisen wanneer de hoeveelheid, die wordt onttrokken aan een post van de opmetingsstaat, meer dan het vijfde van de aanvankelijk aangeduide hoeveelheid beloopt.
§ 3. Opdat er tot herziening van eenheidsprijzen aanleiding zou zijn, moet één der partijen zijn wil dienaangaande aan de andere partij te kennen geven bij ter post aangetekende brief, en dit binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de datum waarop de wijzigingsbevelen geldig werden gegeven.
Wanneer geen akkoord bereikt wordt over de nieuwe eenheidsprijzen, stelt de aanbestedende overheid ze van ambtswege vast, met behoud van alle rechten van de aannemer.
De aannemer is ertoe gehouden de werken zonder onderbreking voort te zetten, ondanks de betwistingen waartoe het vaststellen van nieuwe prijzen aanleiding zou kunnen geven.
§ 4. Wanneer de wijzigingen op bevel van de aanbestedende overheid leiden tot een of meer verrekeningen, waarvan het geheel een vermindering van de oorspronkelijke aannemingssom veroorzaakt, heeft de aannemer recht op een forfaitaire vergoeding van 10 percent van deze vermindering, welk ook het uiteindelijk bedrag van de opdracht zij.
De betaling van deze vergoeding is onderworpen aan het indienen van een schuldvordering of een geschreven aanvraag die hiervoor in de plaats komt.
§ 5. In geval van bijkomende werken of wijzigingen aan het voorziene werk, vermeldt het geschreven bevel of de bijakte :
1° ofwel de verlenging van de uitvoeringstermijn op grond van de verhoging van het bedrag van de opdracht en van de aard van de wijzigingen en de bijkomende werken;
2° ofwel de uitsluiting van iedere verlenging van de termijn;
3° ofwel het uitstel tot een latere datum van de vaststelling van een verlenging van de termijn.
Ieder bezwaar vanwege de aannemer moet worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, § 4.
§ 6. Wanneer, onafhankelijk van elke door de aanbestedende overheid aangebrachte wijziging aan de opdracht, de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden van een post volgens prijslijst het drievoudige overtreffen of minder bedragen dan de helft van de vermoedelijke hoeveelheden, kan ieder der partijen de herziening van de oorspronkelijke eenheidsprijzen en uitvoeringstermijnen vragen.
Zelfs wanneer de in het vorige lid vermelde drempels niet bereikt zijn, mag de uitvoeringstermijn aangepast worden aan de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden wanneer hun omvang dit rechtvaardigt.
In geval van overschrijding zijn de eventueel herziene prijzen slechts van toepassing op de uitgevoerde hoeveelheden die het drievoudige van de vermoedelijke hoeveelheden overschrijden.
De partij die de herziening vraagt moet de andere partij van haar voornemen de eenheidsprijzen en/of termijnen te willen herzien op de hoogte brengen ten laatste vijftien kalenderdagen na het opstellen van de vorderingsstaat waarin vastgesteld wordt dat de uitgevoerde hoeveelheid het drievoudige van de vermoedelijke hoeveelheid bereikt. Deze kennisgeving dient bij ter post aangetekende brief te geschieden.
Na verloop van deze termijn geldt deze kennisgeving slechts voor de vanaf de datum van deze kennisgeving uitgevoerde hoeveelheden.
In ieder geval moet de eisende partij de nieuwe eenheidsprijzen en/of termijnen die uit die nieuwe toestand voortkomen rechtvaardigen.
Voor het geval geen akkoord bereikt wordt of zolang de partijen geen akkoord bereikt hebben over de nieuwe eenheidsprijzen, stelt de aanbestedende overheid ambtshalve de prijzen die ze gerechtvaardigd acht vast, met behoud van alle rechten van de aannemer.
De aannemer is verplicht de werken zonder onderbreking voort te zetten onafgezien de betwistingen waartoe het vaststellen van de nieuwe eenheidsprijzen zou aanleiding geven.
Art. 42. § 1. L'entrepreneur est tenu d'apporter au marché toutes adjonctions, suppressions et modifications que le pouvoir adjudicateur ordonne au cours de l'exécution, dès lors que ces changements se rapportent à l'objet du marché et restent dans ses limites. Toutefois, l'entrepreneur n'est plus tenu d'exécuter des travaux supplémentaires lorsque leur valeur totale excède 50 pour cent du montant initial du marché.
Ces ordres modificatifs doivent être donnés par écrit. Est assimilé à l'ordre écrit, l'ordre verbal dont l'entrepreneur a fait état par lettre recommandée à la poste adressée dans les quarante-huit heures au fonctionnaire dirigeant et que le pouvoir adjudicateur n'a pas démenti dans les trois jours de la réception de ladite lettre.
Toutefois, les modifications de portée mineure peuvent ne faire l'objet que d'inscriptions au journal des travaux.
Les ordres ou les inscriptions indiquent les changements à apporter aux clauses initiales du marché ainsi qu'aux plans.
§ 2. Les travaux non prévus que l'entrepreneur est tenu d'exécuter, les travaux prévus qui sont retirés du marché ainsi que toutes les autres modifications sont calculés aux prix unitaires de l'offre, ou, à défaut, à des prix unitaires à convenir.
Chaque partie peut demander la révision d'un prix unitaire pour des travaux supplémentaires d'une même nature définis dans les mêmes termes qu'au métré :
1° dans le cas où les suppléments dépassent le triple de la quantité figurant au poste considéré du métré;
2° dans le cas où le prix des suppléments relatifs au poste considéré dépasse 10 pour cent du montant de la soumission, avec un minimum de (1.350 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Lorsqu'un nouveau prix unitaire est convenu pour un supplément, l'ancien prix reste applicable à la quantité initialement prévue.
Chaque partie peut également demander une révision des prix unitaires lorsque la quantité soustraite d'un poste du métré dépasse le cinquième de la quantité initialement prévue.
§ 3. Pour qu'une révision de prix unitaires puisse se faire, l'une des parties doit notifier sa volonté à l'autre, par lettre recommandée à la poste, dans un délai de quinze jours de calendrier prenant cours à la date à laquelle les ordres modificatifs ont été valablement donnés.
En cas de désaccord sur les prix unitaires nouveaux, le pouvoir adjudicateur les arrête d'office, tous les droits de l'entrepreneur restant saufs.
L'entrepreneur est tenu de poursuivre les travaux sans interruption, nonobstant les contestations auxquelles peut donner lieu la détermination des prix nouveaux.
§ 4. Lorsque les modifications ordonnées par le pouvoir adjudicateur donnent lieu à un ou plusieurs décomptes dont l'ensemble détermine une diminution du montant initial du marché, l'entrepreneur a droit à une indemnité forfaitaire égale à 10 pour cent de cette diminution, quel que soit le montant final du marché.
Le paiement de cette indemnité est subordonné à l'introduction par l'entrepreneur d'une déclaration de créance ou d'une demande écrite en tenant lieu.
§ 5. Dans le cas de travaux supplémentaires ou de modifications à l'ouvrage prévu, l'ordre écrit ou l'avenant mentionne :
1° soit la prolongation de délai sur la base de l'augmentation du montant du marché et de la nature des modifications et des travaux supplémentaires;
2° soit l'exclusion de toute prolongation du délai;
3° soit la remise à une date ultérieure de la fixation d'une prolongation de délai.
Toute objection de l'entrepreneur doit être introduite conformément aux dispositions de l'article 16, § 4.
§ 6. Lorsque, indépendamment de toute modification apportée au marché par le pouvoir adjudicateur, les quantités réellement exécutées d'un poste à bordereau de prix dépassent le triple des quantités présumées ou sont inférieures à la moitié de ces quantités, chacune des parties peut demander la révision des prix unitaires et des délais initiaux.
Même lorsque les seuils mentionnés à l'alinéa précédent ne sont pas atteints, le délai d'exécution peut être adapté aux quantités réellement exécutées lorsque l'importance de celles-ci le justifie.
En cas de dépassement, les prix éventuellement revus ne s'appliquent qu'aux quantités exécutées au-delà du triple des quantités présumées.
La partie requérante doit avertir l'autre partie de son intention de réclamer la révision des prix unitaires et/ou des délais, au plus tard quinze jours de calendrier après l'établissement de l'état d'avancement ou il est constaté que la quantité exécutée atteint le triple de la quantité présumée. Cette notification s'effectue par lettre recommandée à la poste.
Toute notification adressée après ce délai ne peut avoir d'effet que pour les quantités exécutées à dater de cette notification.
En toute hypothèse, la partie requérante doit justifier les nouveaux prix unitaires et/ou délais qu'elle estime résulter de la situation nouvelle.
En cas de désaccord ou tant que les parties n'ont pu aboutir à un accord sur les prix unitaires nouveaux, le pouvoir adjudicateur arrête d'office les prix qu'il estime justifiés, tous les droits de l'entrepreneur restant saufs.
L'entrepreneur est tenu de poursuivre les travaux sans interruption, nonobstant les contestations auxquelles peut donner lieu la détermination des prix unitaires nouveaux.
Ces ordres modificatifs doivent être donnés par écrit. Est assimilé à l'ordre écrit, l'ordre verbal dont l'entrepreneur a fait état par lettre recommandée à la poste adressée dans les quarante-huit heures au fonctionnaire dirigeant et que le pouvoir adjudicateur n'a pas démenti dans les trois jours de la réception de ladite lettre.
Toutefois, les modifications de portée mineure peuvent ne faire l'objet que d'inscriptions au journal des travaux.
Les ordres ou les inscriptions indiquent les changements à apporter aux clauses initiales du marché ainsi qu'aux plans.
§ 2. Les travaux non prévus que l'entrepreneur est tenu d'exécuter, les travaux prévus qui sont retirés du marché ainsi que toutes les autres modifications sont calculés aux prix unitaires de l'offre, ou, à défaut, à des prix unitaires à convenir.
Chaque partie peut demander la révision d'un prix unitaire pour des travaux supplémentaires d'une même nature définis dans les mêmes termes qu'au métré :
1° dans le cas où les suppléments dépassent le triple de la quantité figurant au poste considéré du métré;
2° dans le cas où le prix des suppléments relatifs au poste considéré dépasse 10 pour cent du montant de la soumission, avec un minimum de (1.350 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Lorsqu'un nouveau prix unitaire est convenu pour un supplément, l'ancien prix reste applicable à la quantité initialement prévue.
Chaque partie peut également demander une révision des prix unitaires lorsque la quantité soustraite d'un poste du métré dépasse le cinquième de la quantité initialement prévue.
§ 3. Pour qu'une révision de prix unitaires puisse se faire, l'une des parties doit notifier sa volonté à l'autre, par lettre recommandée à la poste, dans un délai de quinze jours de calendrier prenant cours à la date à laquelle les ordres modificatifs ont été valablement donnés.
En cas de désaccord sur les prix unitaires nouveaux, le pouvoir adjudicateur les arrête d'office, tous les droits de l'entrepreneur restant saufs.
L'entrepreneur est tenu de poursuivre les travaux sans interruption, nonobstant les contestations auxquelles peut donner lieu la détermination des prix nouveaux.
§ 4. Lorsque les modifications ordonnées par le pouvoir adjudicateur donnent lieu à un ou plusieurs décomptes dont l'ensemble détermine une diminution du montant initial du marché, l'entrepreneur a droit à une indemnité forfaitaire égale à 10 pour cent de cette diminution, quel que soit le montant final du marché.
Le paiement de cette indemnité est subordonné à l'introduction par l'entrepreneur d'une déclaration de créance ou d'une demande écrite en tenant lieu.
§ 5. Dans le cas de travaux supplémentaires ou de modifications à l'ouvrage prévu, l'ordre écrit ou l'avenant mentionne :
1° soit la prolongation de délai sur la base de l'augmentation du montant du marché et de la nature des modifications et des travaux supplémentaires;
2° soit l'exclusion de toute prolongation du délai;
3° soit la remise à une date ultérieure de la fixation d'une prolongation de délai.
Toute objection de l'entrepreneur doit être introduite conformément aux dispositions de l'article 16, § 4.
§ 6. Lorsque, indépendamment de toute modification apportée au marché par le pouvoir adjudicateur, les quantités réellement exécutées d'un poste à bordereau de prix dépassent le triple des quantités présumées ou sont inférieures à la moitié de ces quantités, chacune des parties peut demander la révision des prix unitaires et des délais initiaux.
Même lorsque les seuils mentionnés à l'alinéa précédent ne sont pas atteints, le délai d'exécution peut être adapté aux quantités réellement exécutées lorsque l'importance de celles-ci le justifie.
En cas de dépassement, les prix éventuellement revus ne s'appliquent qu'aux quantités exécutées au-delà du triple des quantités présumées.
La partie requérante doit avertir l'autre partie de son intention de réclamer la révision des prix unitaires et/ou des délais, au plus tard quinze jours de calendrier après l'établissement de l'état d'avancement ou il est constaté que la quantité exécutée atteint le triple de la quantité présumée. Cette notification s'effectue par lettre recommandée à la poste.
Toute notification adressée après ce délai ne peut avoir d'effet que pour les quantités exécutées à dater de cette notification.
En toute hypothèse, la partie requérante doit justifier les nouveaux prix unitaires et/ou délais qu'elle estime résulter de la situation nouvelle.
En cas de désaccord ou tant que les parties n'ont pu aboutir à un accord sur les prix unitaires nouveaux, le pouvoir adjudicateur arrête d'office les prix qu'il estime justifiés, tous les droits de l'entrepreneur restant saufs.
L'entrepreneur est tenu de poursuivre les travaux sans interruption, nonobstant les contestations auxquelles peut donner lieu la détermination des prix unitaires nouveaux.
Art.42. § 1. De aannemer is ertoe gehouden alle toevoegingen, weglatingen en wijzigingen aan de opdracht aan te brengen, die de aanbestedende overheid in de loop van de uitvoering beveelt en die met het voorwerp van de opdracht samenhangen en binnen de perken ervan blijven. De aannemer is echter tot de uitvoering van bijwerken niet meer verplicht zodra hun totale waarde méér dan 50 percent van het initieel bedrag van de opdracht beloopt.
Art.42. § 1. L'entrepreneur est tenu d'apporter au marché toutes adjonctions, suppressions et modifications que le pouvoir adjudicateur ordonne au cours de l'exécution, dès lors que ces changements se rapportent à l'objet du marché et restent dans ses limites. Toutefois, l'entrepreneur n'est plus tenu d'exécuter des travaux supplémentaires lorsque leur valeur totale excède 50 pour cent du montant initial du marché.
Onderafdeling 9. - Einde van de opdracht.
Sous-section 9. - Fin du marché.
Art. 43. § 1. Werken die niet voor oplevering worden aanvaard.
Het werk dat niet aan de bepalingen en voorwaarden van de opdracht voldoet of niet volgens de regels van vakmanschap en bouwkunde is uitgevoerd, wordt door de aannemer gesloopt en herbouwd. Zoniet geschiedt dit van ambtswege op bevel van de aanbestedende overheid op zijn kosten en risico, overeenkomstig de middelen van optreden bepaald in artikel 48. De aannemer stelt zich bovendien bloot aan boeten en straffen wegens niet-naleving van de bepalingen en voorwaarden van de opdracht.
De aanbestedende overheid kan de aannemer eveneens verplichten het werk of delen ervan waarin niet aanvaarde produkten werden verwerkt of die in een verbodsperiode werden uitgevoerd te slopen en te herbouwen. Desnoods handelt ze ambtshalve op kosten en risico van de aannemer.
§ 2. Voorlopige oplevering.
Binnen de vijftien kalenderdagen na de dag waarop het gehele werk moet worden voltooid, en voor zover de resultaten van de keuringen en van de voorgeschreven proeven zijn gekend, wordt naargelang het geval een proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van oplevering opgemaakt.
Wanneer het werk vóór of na die datum wordt voltooid, moet de aannemer daarvan bij ter post aangetekende brief aan de leidende ambtenaar kennis geven en terzelfdertijd om de voorlopige oplevering verzoeken.
Binnen de vijftien dagen na de datum waarop het verzoek van de aannemer wordt ontvangen, en voorzover de resultaten van de keuringen en van de voorgeschreven proeven zijn gekend, wordt een proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van oplevering opgemaakt.
Bij overschrijding van die termijn door de schuld van de aanbestedende overheid is zij aan de aannemer per kalenderdag vertraging een vergoeding verschuldigd van 0,07 percent van de bedragen waarvan de betaling van de voorlopige oplevering afhankelijk is, met een maximum van 5 percent van het totaal van deze bedragen.
Het werk dat in staat van voorlopige oplevering is bevonden wordt vermoed, tot bewijs van het tegendeel, in die toestand te hebben verkeerd op de datum waarop het diende te zijn voltooid of, voor wat de gevallen van het tweede lid betreft, op de datum van de werkelijke voltooiing die door de aannemer in zijn aangetekende brief werd vermeld.
De waarborgtermijn gaat in op de datum van de voorlopige oplevering.
Indien het bestek geen waarborgtermijn vooropstelt, wordt hij op één jaar gesteld.
§ 3. Definitieve oplevering.
Binnen de vijftien kalenderdagen vóór de dag waarop de waarborgtermijn verstrijkt, wordt naargelang het geval een procesverbaal van definitieve oplevering of van weigering van oplevering opgemaakt.
In dit laatste geval moet de aannemer achteraf bij ter post aangetekende brief aan de aanbestedende overheid laten weten dat het geheel van het werk in staat van definitieve oplevering is gesteld; het werk wordt binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de ontvangst van die mededeling door de aanbestedende overheid opgeleverd.
Het werk dat in staat van definitieve oplevering is bevonden wordt vermoed, tot bewijs van het tegendeel, in die toestand te hebben verkeerd op de einddatum van de waarborgtermijn of, voor wat de gevallen van het tweede lid betreft, op de datum van de definitieve oplevering die door de aannemer in zijn aangetekende brief werd vermeld.
§ 4. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de voorlopige en de definitieve oplevering.
Het nazicht met het oog op de voorlopige of de definitieve oplevering van de werken geschiedt in aanwezigheid van de aannemer ofwel nadat hij tenminste zeven kalenderdagen vóór de dag van de oplevering behoorlijk bij ter post aangetekende brief werd opgeroepen.
Wanneer ingevolge ongunstige weersomstandigheden de staat van het werk niet kan opgenomen worden gedurende de voor de voorlopige of voor de definitieve oplevering vastgestelde termijn van vijftien dagen, wordt die onmogelijkheid bij proces-verbaal na oproeping van de aannemer vastgesteld, en wordt het proces-verbaal van oplevering of van weigering van oplevering binnen de vijftien kalenderdagen na de dag waarop de onmogelijkheid heeft opgehouden te bestaan, opgemaakt.
De aannemer kan die omstandigheden niet inroepen om zich te onttrekken aan de verplichting het werk in goede staat van oplevering aan te bieden.
Het werk wordt pas als voltooid beschouwd nadat de aannemer ieder depot, iedere belemmering of iedere wijziging van de plaatsgesteldheid aangebracht voor de uitvoering van de opdracht heeft doen verdwijnen.
Het werk dat niet aan de bepalingen en voorwaarden van de opdracht voldoet of niet volgens de regels van vakmanschap en bouwkunde is uitgevoerd, wordt door de aannemer gesloopt en herbouwd. Zoniet geschiedt dit van ambtswege op bevel van de aanbestedende overheid op zijn kosten en risico, overeenkomstig de middelen van optreden bepaald in artikel 48. De aannemer stelt zich bovendien bloot aan boeten en straffen wegens niet-naleving van de bepalingen en voorwaarden van de opdracht.
De aanbestedende overheid kan de aannemer eveneens verplichten het werk of delen ervan waarin niet aanvaarde produkten werden verwerkt of die in een verbodsperiode werden uitgevoerd te slopen en te herbouwen. Desnoods handelt ze ambtshalve op kosten en risico van de aannemer.
§ 2. Voorlopige oplevering.
Binnen de vijftien kalenderdagen na de dag waarop het gehele werk moet worden voltooid, en voor zover de resultaten van de keuringen en van de voorgeschreven proeven zijn gekend, wordt naargelang het geval een proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van oplevering opgemaakt.
Wanneer het werk vóór of na die datum wordt voltooid, moet de aannemer daarvan bij ter post aangetekende brief aan de leidende ambtenaar kennis geven en terzelfdertijd om de voorlopige oplevering verzoeken.
Binnen de vijftien dagen na de datum waarop het verzoek van de aannemer wordt ontvangen, en voorzover de resultaten van de keuringen en van de voorgeschreven proeven zijn gekend, wordt een proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van oplevering opgemaakt.
Bij overschrijding van die termijn door de schuld van de aanbestedende overheid is zij aan de aannemer per kalenderdag vertraging een vergoeding verschuldigd van 0,07 percent van de bedragen waarvan de betaling van de voorlopige oplevering afhankelijk is, met een maximum van 5 percent van het totaal van deze bedragen.
Het werk dat in staat van voorlopige oplevering is bevonden wordt vermoed, tot bewijs van het tegendeel, in die toestand te hebben verkeerd op de datum waarop het diende te zijn voltooid of, voor wat de gevallen van het tweede lid betreft, op de datum van de werkelijke voltooiing die door de aannemer in zijn aangetekende brief werd vermeld.
De waarborgtermijn gaat in op de datum van de voorlopige oplevering.
Indien het bestek geen waarborgtermijn vooropstelt, wordt hij op één jaar gesteld.
§ 3. Definitieve oplevering.
Binnen de vijftien kalenderdagen vóór de dag waarop de waarborgtermijn verstrijkt, wordt naargelang het geval een procesverbaal van definitieve oplevering of van weigering van oplevering opgemaakt.
In dit laatste geval moet de aannemer achteraf bij ter post aangetekende brief aan de aanbestedende overheid laten weten dat het geheel van het werk in staat van definitieve oplevering is gesteld; het werk wordt binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de ontvangst van die mededeling door de aanbestedende overheid opgeleverd.
Het werk dat in staat van definitieve oplevering is bevonden wordt vermoed, tot bewijs van het tegendeel, in die toestand te hebben verkeerd op de einddatum van de waarborgtermijn of, voor wat de gevallen van het tweede lid betreft, op de datum van de definitieve oplevering die door de aannemer in zijn aangetekende brief werd vermeld.
§ 4. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de voorlopige en de definitieve oplevering.
Het nazicht met het oog op de voorlopige of de definitieve oplevering van de werken geschiedt in aanwezigheid van de aannemer ofwel nadat hij tenminste zeven kalenderdagen vóór de dag van de oplevering behoorlijk bij ter post aangetekende brief werd opgeroepen.
Wanneer ingevolge ongunstige weersomstandigheden de staat van het werk niet kan opgenomen worden gedurende de voor de voorlopige of voor de definitieve oplevering vastgestelde termijn van vijftien dagen, wordt die onmogelijkheid bij proces-verbaal na oproeping van de aannemer vastgesteld, en wordt het proces-verbaal van oplevering of van weigering van oplevering binnen de vijftien kalenderdagen na de dag waarop de onmogelijkheid heeft opgehouden te bestaan, opgemaakt.
De aannemer kan die omstandigheden niet inroepen om zich te onttrekken aan de verplichting het werk in goede staat van oplevering aan te bieden.
Het werk wordt pas als voltooid beschouwd nadat de aannemer ieder depot, iedere belemmering of iedere wijziging van de plaatsgesteldheid aangebracht voor de uitvoering van de opdracht heeft doen verdwijnen.
Art. 43. § 1. Travaux non susceptibles de réception.
L'ouvrage, qui ne satisfait pas aux clauses et conditions du marché ou qui n'est pas exécuté conformément aux règles de l'art et de la bonne construction, est démoli et reconstruit par l'entrepreneur. A défaut, il l'est d'office, à ses frais, risques et périls, sur l'ordre du pouvoir adjudicateur, selon les moyens d'action prévus à l'article 48. En outre, l'entrepreneur est passible des amendes et pénalités pour inexécution des clauses et conditions du marché.
Le pouvoir adjudicateur peut aussi exiger la démolition et la reconstruction par l'entrepreneur de l'ouvrage ou des parties d'ouvrage dans lesquels des produits non réceptionnés ont été mis en oeuvre ou qui ont été exécutés en période d'interdiction. Au besoin, il agit d'office aux frais, risques et périls de l'entrepreneur.
§ 2. Réception provisoire.
Dans les quinze jours de calendrier qui suivent le jour fixé pour l'achèvement de la totalité de l'ouvrage, et pour autant que les résultats des vérifications des réceptions techniques et des épreuves prescrites soient connus, il est, selon le cas, dressé un procès-verbal de réception provisoire ou de refus de réception.
Lorsque l'ouvrage est terminé avant ou après cette date, il appartient à l'entrepreneur d'en donner connaissance, par lettre recommandée à la poste, au fonctionnaire dirigeant et de demander, par la même occasion, de procéder à la réception provisoire.
Dans les quinze jours qui suivent le jour de la réception de la demande de l'entrepreneur, et pour autant que les résultats des vérifications des réceptions techniques et des épreuves prescrites soient connus, il est dressé un procès-verbal de réception provisoire ou de refus de réception.
Lorsque ce délai est dépassé par le fait du pouvoir adjudicateur, celui-ci est redevable à l'entrepreneur par jour de calendrier de retard d'une indemnité égale à 0,07 pour cent des montants dont le paiement dépend de la réception provisoire, avec un maximum de 5 pour cent de leur total.
L'ouvrage qui est trouvé en état de réception provisoire est présumé, jusqu'à preuve du contraire, l'avoir été à la date fixée pour son achèvement ou, dans les cas visés à l'alinéa 2, à la date d'achèvement réel qu'a indiquée l'entrepreneur dans sa lettre recommandée.
Le délai de garantie prend cours à la date à laquelle la réception provisoire est accordée.
Si le cahier spécial des charges ne fixe pas le délai de garantie, celui-ci est d'un an.
§ 3. Réception définitive.
Dans les quinze jours de calendrier précédant le jour de l'expiration du délai de garantie, il est, selon le cas, dressé un procès-verbal de réception définitive ou de refus de réception.
Dans ce dernier cas, il incombe à l'entrepreneur de donner ultérieurement connaissance au pouvoir adjudicateur par lettre recommandée à la poste, de la mise en état de réception définitive de la totalité de l'ouvrage, et il est procédé à la réception de celui-ci dans les quinze jours de calendrier qui suivent la réception de cette information par le pouvoir adjudicateur.
L'ouvrage qui est trouve en état de réception définitive est présumé, jusqu'à preuve du contraire, l'avoir été à la date d'échéance du délai de garantie ou, dans les cas visés à l'alinéa 2, à la date de réception définitive qu'a indiquée l'entrepreneur dans sa lettre recommandée.
§ 4. Clauses communes aux réceptions provisoire et définitive.
La vérification de l'ouvrage en vue de la réception provisoire ou de la réception définitive s'opère l'entrepreneur présent ou dûment convoqué par lettre recommandée à la poste au moins sept jours de calendrier avant le jour de la vérification.
Lorsque, par suite de conditions météorologiques défavorables, l'état de l'ouvrage ne peut être constaté pendant le délai de quinze jours fixé pour la réception provisoire ou la réception définitive, cette impossibilité est constatée par un procès-verbal, après convocation de l'entrepreneur, et le procès-verbal de réception ou de refus de réception est dressé dans les quinze jours de calendrier qui suivent le jour où cesse cette impossibilité.
L'entrepreneur n'est pas admis à invoquer ces conditions pour se soustraire à l'obligation de présenter l'ouvrage en état de réception
L'ouvrage n'est considéré comme achevé que lorsque l'entrepreneur a fait disparaître tout dépôt, tout encombrement ou toute modification de l'état des lieux, résultant uniquement des besoins d'exécution du marché.
L'ouvrage, qui ne satisfait pas aux clauses et conditions du marché ou qui n'est pas exécuté conformément aux règles de l'art et de la bonne construction, est démoli et reconstruit par l'entrepreneur. A défaut, il l'est d'office, à ses frais, risques et périls, sur l'ordre du pouvoir adjudicateur, selon les moyens d'action prévus à l'article 48. En outre, l'entrepreneur est passible des amendes et pénalités pour inexécution des clauses et conditions du marché.
Le pouvoir adjudicateur peut aussi exiger la démolition et la reconstruction par l'entrepreneur de l'ouvrage ou des parties d'ouvrage dans lesquels des produits non réceptionnés ont été mis en oeuvre ou qui ont été exécutés en période d'interdiction. Au besoin, il agit d'office aux frais, risques et périls de l'entrepreneur.
§ 2. Réception provisoire.
Dans les quinze jours de calendrier qui suivent le jour fixé pour l'achèvement de la totalité de l'ouvrage, et pour autant que les résultats des vérifications des réceptions techniques et des épreuves prescrites soient connus, il est, selon le cas, dressé un procès-verbal de réception provisoire ou de refus de réception.
Lorsque l'ouvrage est terminé avant ou après cette date, il appartient à l'entrepreneur d'en donner connaissance, par lettre recommandée à la poste, au fonctionnaire dirigeant et de demander, par la même occasion, de procéder à la réception provisoire.
Dans les quinze jours qui suivent le jour de la réception de la demande de l'entrepreneur, et pour autant que les résultats des vérifications des réceptions techniques et des épreuves prescrites soient connus, il est dressé un procès-verbal de réception provisoire ou de refus de réception.
Lorsque ce délai est dépassé par le fait du pouvoir adjudicateur, celui-ci est redevable à l'entrepreneur par jour de calendrier de retard d'une indemnité égale à 0,07 pour cent des montants dont le paiement dépend de la réception provisoire, avec un maximum de 5 pour cent de leur total.
L'ouvrage qui est trouvé en état de réception provisoire est présumé, jusqu'à preuve du contraire, l'avoir été à la date fixée pour son achèvement ou, dans les cas visés à l'alinéa 2, à la date d'achèvement réel qu'a indiquée l'entrepreneur dans sa lettre recommandée.
Le délai de garantie prend cours à la date à laquelle la réception provisoire est accordée.
Si le cahier spécial des charges ne fixe pas le délai de garantie, celui-ci est d'un an.
§ 3. Réception définitive.
Dans les quinze jours de calendrier précédant le jour de l'expiration du délai de garantie, il est, selon le cas, dressé un procès-verbal de réception définitive ou de refus de réception.
Dans ce dernier cas, il incombe à l'entrepreneur de donner ultérieurement connaissance au pouvoir adjudicateur par lettre recommandée à la poste, de la mise en état de réception définitive de la totalité de l'ouvrage, et il est procédé à la réception de celui-ci dans les quinze jours de calendrier qui suivent la réception de cette information par le pouvoir adjudicateur.
L'ouvrage qui est trouve en état de réception définitive est présumé, jusqu'à preuve du contraire, l'avoir été à la date d'échéance du délai de garantie ou, dans les cas visés à l'alinéa 2, à la date de réception définitive qu'a indiquée l'entrepreneur dans sa lettre recommandée.
§ 4. Clauses communes aux réceptions provisoire et définitive.
La vérification de l'ouvrage en vue de la réception provisoire ou de la réception définitive s'opère l'entrepreneur présent ou dûment convoqué par lettre recommandée à la poste au moins sept jours de calendrier avant le jour de la vérification.
Lorsque, par suite de conditions météorologiques défavorables, l'état de l'ouvrage ne peut être constaté pendant le délai de quinze jours fixé pour la réception provisoire ou la réception définitive, cette impossibilité est constatée par un procès-verbal, après convocation de l'entrepreneur, et le procès-verbal de réception ou de refus de réception est dressé dans les quinze jours de calendrier qui suivent le jour où cesse cette impossibilité.
L'entrepreneur n'est pas admis à invoquer ces conditions pour se soustraire à l'obligation de présenter l'ouvrage en état de réception
L'ouvrage n'est considéré comme achevé que lorsque l'entrepreneur a fait disparaître tout dépôt, tout encombrement ou toute modification de l'état des lieux, résultant uniquement des besoins d'exécution du marché.
Art.43. § 1. Werken die niet voor oplevering worden aanvaard.
Art.43. § 1. Travaux non susceptibles de réception.
Art. 44. § 1. De wijzigingen ingevolge de bepalingen van artikel 42, § 1, geven aanleiding tot het opmaken van verrekeningen.
§ 2. Indien het bestek bepaalt dat de bij artikel 13 toegelaten prijsherzieningen aanleiding geven tot verrekeningen, worden deze, op straffe van verval zo spoedig mogelijk ingediend en dit ten laatste op de negentigste kalenderdag volgend op de datum van de betekening van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering. Het indienen van verrekeningen ontslaat de aannemer niet van de verplichting een schuldvordering in te dienen.
§ 3. De vereffening van deze verrekeningen geschiedt overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, § 1.
§ 2. Indien het bestek bepaalt dat de bij artikel 13 toegelaten prijsherzieningen aanleiding geven tot verrekeningen, worden deze, op straffe van verval zo spoedig mogelijk ingediend en dit ten laatste op de negentigste kalenderdag volgend op de datum van de betekening van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering. Het indienen van verrekeningen ontslaat de aannemer niet van de verplichting een schuldvordering in te dienen.
§ 3. De vereffening van deze verrekeningen geschiedt overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, § 1.
Art. 44. § 1. Les modifications résultant des dispositions de l'article 42, § 1, donnent lieu à l'établissement de décomptes.
§ 2. Si le cahier spécial des charges mentionne que les révisions des prix prévues à l'article 13 donnent lieu à l'établissement de décomptes, ceux-ci sont introduits le plus tôt possible et, sous peine de forclusion, au plus tard le nonantième jour de calendrier à compter de la date de notification du procès-verbal de réception provisoire. L'introduction de décomptes ne dispense pas l'entrepreneur de la production d'une déclaration de créance.
§ 3. La liquidation de ces décomptes est effectuée conformément aux dispositions de l'article 15, § 1.
§ 2. Si le cahier spécial des charges mentionne que les révisions des prix prévues à l'article 13 donnent lieu à l'établissement de décomptes, ceux-ci sont introduits le plus tôt possible et, sous peine de forclusion, au plus tard le nonantième jour de calendrier à compter de la date de notification du procès-verbal de réception provisoire. L'introduction de décomptes ne dispense pas l'entrepreneur de la production d'une déclaration de créance.
§ 3. La liquidation de ces décomptes est effectuée conformément aux dispositions de l'article 15, § 1.
Art.44. § 1. De wijzigingen ingevolge de bepalingen van artikel 42, § 1, geven aanleiding tot het opmaken van verrekeningen.
Art.44. § 1. Les modifications résultant des dispositions de l'article 42, § 1, donnent lieu à l'établissement de décomptes.
Onderafdeling 10. - Gebrekkige uitvoering.
Sous-section 10. - Défaut d'exécution.
Art. 45. Wordt bedrog of slecht werk vermoed, dan kan de aannemer verplicht worden het uitgevoerde werk geheel of gedeeltelijk te slopen en te herbouwen. De kosten van sloping en herbouw komen, naar gelang het vermoeden bewaarheid wordt of niet, hetzij voor rekening van de aannemer, hetzij voor rekening van de aanbestedende overheid.
Art. 45. Sur le soupçon d'une fraude ou d'une malfaçon, l'entrepreneur peut être requis de démolir tout ou partie de l'ouvrage exécuté et de le reconstruire. Les frais de cette démolition et de cette reconstruction sont à la charge de l'entrepreneur ou du pouvoir adjudicateur, suivant que le soupçon se trouve vérifié ou non.
Art.45. Wordt bedrog of slecht werk vermoed, dan kan de aannemer verplicht worden het uitgevoerde werk geheel of gedeeltelijk te slopen en te herbouwen. De kosten van sloping en herbouw komen, naar gelang het vermoeden bewaarheid wordt of niet, hetzij voor rekening van de aannemer, hetzij voor rekening van de aanbestedende overheid.
Art.45. Sur le soupçon d'une fraude ou d'une malfaçon, l'entrepreneur peut être requis de démolir tout ou partie de l'ouvrage exécuté et de le reconstruire. Les frais de cette démolition et de cette reconstruction sont à la charge de l'entrepreneur ou du pouvoir adjudicateur, suivant que le soupçon se trouve vérifié ou non.
Art. 46. De aannemer wordt in verband met de uitvoering van de opdracht geacht in gebreke te zijn in de gevallen vermeld in artikel 20, § 1.
Art. 46. L'entrepreneur est considéré en défaut d'exécution du marché dans les cas énumérés à l'article 20, § 1.
Art.46. De aannemer wordt in verband met de uitvoering van de opdracht geacht in gebreke te zijn in de gevallen vermeld in artikel 20, § 1.
Art.46. L'entrepreneur est considéré en défaut d'exécution du marché dans les cas énumérés à l'article 20, § 1.
Art. 47. De tekortkomingen aan de bepalingen van de opdracht, daarin begrepen het niet-naleven van de bevelen van de aanbestedende overheid, worden vastgesteld en afgehandeld overeenkomstig artikel 20, § 2.
Art. 47. Les manquements aux clauses du marché, y compris la non-observation des ordres du pouvoir adjudicateur, sont constatés et traités conformément à l'article 20, § 2.
Art.47. De tekortkomingen aan de bepalingen van de opdracht, daarin begrepen het niet-naleven van de bevelen van de aanbestedende overheid, worden vastgesteld en afgehandeld overeenkomstig artikel 20, § 2.
Art.47. Les manquements aux clauses du marché, y compris la non-observation des ordres du pouvoir adjudicateur, sont constatés et traités conformément à l'article 20, § 2.
Art. 48. § 1. Algemeen.
Wanneer de aannemer de opdracht niet uitvoert binnen de gestelde termijn of niet overeenkomstig de in het bestek gestelde voorwaarden, stelt hij zich bloot, volgens het geval, aan de toepassing van boeten wegens laattijdige uitvoering, straffen en/of maatregelen van ambtswege overeenkomstig de bepalingen van artikel 20 en van dit artikel.
§ 2. Boeten wegens laattijdige uitvoering.
1° De boeten wegens laattijdige uitvoering worden berekend op grond van de formule :
Wanneer de aannemer de opdracht niet uitvoert binnen de gestelde termijn of niet overeenkomstig de in het bestek gestelde voorwaarden, stelt hij zich bloot, volgens het geval, aan de toepassing van boeten wegens laattijdige uitvoering, straffen en/of maatregelen van ambtswege overeenkomstig de bepalingen van artikel 20 en van dit artikel.
§ 2. Boeten wegens laattijdige uitvoering.
1° De boeten wegens laattijdige uitvoering worden berekend op grond van de formule :
Art. 48. § 1. Généralités.
Lorsque l'entrepreneur n'exécute pas le marché dans le délai fixé ou dans les conditions définies au cahier spécial des charges, il est passible, selon le cas, d'amendes pour retard, de pénalités et/ou de mesures d'office conformément aux dispositions énumérées à l'article 20 et au présent article.
§ 2. Amendes pour retard.
1° Les amendes pour retard sont calculées par la formule :
Lorsque l'entrepreneur n'exécute pas le marché dans le délai fixé ou dans les conditions définies au cahier spécial des charges, il est passible, selon le cas, d'amendes pour retard, de pénalités et/ou de mesures d'office conformément aux dispositions énumérées à l'article 20 et au présent article.
§ 2. Amendes pour retard.
1° Les amendes pour retard sont calculées par la formule :
M x n2
R = 0,45
R = 0,45
Wijzigingen
N exponent 2
M x n2
R = 0,45
R = 0,45
Wijzigingen
N exposant 2
waarin :
R = het bedrag van de boete voor n dagen vertraging;
M = de oorspronkelijke aannemingssom;
N = het aantal werkdagen vastgesteld voor de uitvoering bij de aanvang van de opdracht;
n = aantal kalenderdagen vertraging.
Evenwel, indien de faktor M niet meer bedraagt dan (54.000 euro) terwijl N niet groter is dan tweehonderd dagen, wordt de noemer N2 door 200 x N vervangen. <KB 2002-04-22/30, art. 88, 007; Inwerkingtreding : 30-04-2002>
2° Wanneer de uitvoeringstermijn niet in werkdagen is uitgedrukt, wordt het getal N in de formule conventioneel verkregen door het aantal kalenderdagen van de uitvoeringstermijn te vermenigvuldigen met 0,7; in het verkregen produkt worden de breukcijfers weggelaten en naar beneden afgerond.
3° Wanneer de opdracht uit verschillende delen of fazen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn N en een eigen bedrag M, wordt voor de toepassing van de boeten elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.
4° Indien de opdracht niet uit delen of fazen in de zin van het 3° bestaat, doch dat het bestek gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepaalt zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boeten alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien het bestek daarentegen vermeldt dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in het bestek daartoe voorziene boeten of indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boeten die volgens de in het 1° voorziene formule zijn berekend en waarin de faktoren M en N op de gehele opdracht betrekking hebben. De hoogste boete voor elke gedeeltelijke uitvoeringstermijn van P werkdagen bedraagt evenwel :
R = het bedrag van de boete voor n dagen vertraging;
M = de oorspronkelijke aannemingssom;
N = het aantal werkdagen vastgesteld voor de uitvoering bij de aanvang van de opdracht;
n = aantal kalenderdagen vertraging.
Evenwel, indien de faktor M niet meer bedraagt dan (54.000 euro) terwijl N niet groter is dan tweehonderd dagen, wordt de noemer N2 door 200 x N vervangen. <KB 2002-04-22/30, art. 88, 007; Inwerkingtreding : 30-04-2002>
2° Wanneer de uitvoeringstermijn niet in werkdagen is uitgedrukt, wordt het getal N in de formule conventioneel verkregen door het aantal kalenderdagen van de uitvoeringstermijn te vermenigvuldigen met 0,7; in het verkregen produkt worden de breukcijfers weggelaten en naar beneden afgerond.
3° Wanneer de opdracht uit verschillende delen of fazen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn N en een eigen bedrag M, wordt voor de toepassing van de boeten elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.
4° Indien de opdracht niet uit delen of fazen in de zin van het 3° bestaat, doch dat het bestek gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepaalt zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boeten alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien het bestek daarentegen vermeldt dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in het bestek daartoe voorziene boeten of indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boeten die volgens de in het 1° voorziene formule zijn berekend en waarin de faktoren M en N op de gehele opdracht betrekking hebben. De hoogste boete voor elke gedeeltelijke uitvoeringstermijn van P werkdagen bedraagt evenwel :
dans laquelle :
R = le montant des amendes à appliquer pour un retard de n jours;
M = le montant initial du marché;
N = le nombre de jours ouvrables prévus dès l'origine pour l'exécution du marché;
n = le nombre de jours de calendrier de retard.
Toutefois, si le facteur M ne dépasse pas (54.000 euros) et que, en même temps, N ne dépasse pas deux cents jours, le dénominateur N2 est remplacé par 200 x N. <AR 2002-04-22/30, art. 88, 007; En vigueur : 30-04-2002>
2° Si le délai d'exécution n'est pas fixé en jours ouvrables, le nombre N entrant dans la formule est obtenu conventionnellement en multipliant par 0,7 le nombre de jours de calendrier contenu dans le délai, le chiffre obtenu étant arrondi à l'unité inférieure.
3° Si le marché comporte plusieurs parties ou plusieurs phases ayant chacune leur délai N et leur montant M propres, chacune d'elles est assimilée à un marche distinct pour l'application des amendes.
4° Si, sans fixer de parties ou de phases au sens du 3°, le cahier spécial des charges fait mention de délais d'exécution partiels sans stipuler pour autant qu'ils sont de rigueur, ces délais doivent être considérés comme de simples prévisions du déroulement du marché et seul le délai final est pris en considération pour l'application des amendes. Par contre, si le cahier spécial des charges stipule que les délais partiels sont de rigueur, l'inobservation de ceux-ci est sanctionnée par des amendes particulières prévues au cahier spécial des charges, ou, à défaut de pareille clause, par des amendes calculées suivant la formule visée au 1°, dans laquelle les facteurs M et N se rapportent au marché total. Toutefois, le maximum des amendes afférentes à chaque délai partiel de P jours ouvrables est de :
R = le montant des amendes à appliquer pour un retard de n jours;
M = le montant initial du marché;
N = le nombre de jours ouvrables prévus dès l'origine pour l'exécution du marché;
n = le nombre de jours de calendrier de retard.
Toutefois, si le facteur M ne dépasse pas (54.000 euros) et que, en même temps, N ne dépasse pas deux cents jours, le dénominateur N2 est remplacé par 200 x N. <AR 2002-04-22/30, art. 88, 007; En vigueur : 30-04-2002>
2° Si le délai d'exécution n'est pas fixé en jours ouvrables, le nombre N entrant dans la formule est obtenu conventionnellement en multipliant par 0,7 le nombre de jours de calendrier contenu dans le délai, le chiffre obtenu étant arrondi à l'unité inférieure.
3° Si le marché comporte plusieurs parties ou plusieurs phases ayant chacune leur délai N et leur montant M propres, chacune d'elles est assimilée à un marche distinct pour l'application des amendes.
4° Si, sans fixer de parties ou de phases au sens du 3°, le cahier spécial des charges fait mention de délais d'exécution partiels sans stipuler pour autant qu'ils sont de rigueur, ces délais doivent être considérés comme de simples prévisions du déroulement du marché et seul le délai final est pris en considération pour l'application des amendes. Par contre, si le cahier spécial des charges stipule que les délais partiels sont de rigueur, l'inobservation de ceux-ci est sanctionnée par des amendes particulières prévues au cahier spécial des charges, ou, à défaut de pareille clause, par des amendes calculées suivant la formule visée au 1°, dans laquelle les facteurs M et N se rapportent au marché total. Toutefois, le maximum des amendes afférentes à chaque délai partiel de P jours ouvrables est de :
M P
--- x ---
20 N
--- x ---
20 N
M P
Wijzigingen
x ---
20 N
Indien een gedeeltelijke uitvoeringstermijn niet in werkdagen is uitgedrukt wordt 2° toegepast.
5° Het totaal bedrag van de boeten wegens laattijdige uitvoering dat op een opdracht wordt toegepast mag niet hoger zijn dan 5 percent van de aannemingssom M, zoals in het 1° bepaald.
6° De boeten waarvan het totaal geen (55 EUR) per opdracht bereikt worden niet aangerekend. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 3. Maatregelen van ambtswege.
1° Wanneer de aannemer, na het verstrijken van de in artikel 20, § 2, gestelde termijn om zijn verweermiddelen te doen gelden, inactief is gebleven of middelen heeft aangevoerd die door de aanbestedende overheid als niet gerechtvaardigd worden beoordeeld, kan deze laatste een van de maatregelen van ambtswege vermeld in artikel 20, § 6, treffen. De aanbestedende overheid mag nochtans een van de maatregelen van ambtswege treffen zonder het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 20, § 2, af te wachten wanneer de aannemer op voorhand expliciet de vastgestelde tekortkomingen heeft toegegeven.
De berichten betreffende de plaats en datum voor de oplevering van het voor zijn rekening uitgevoerde werk worden bij ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan de in gebreke gebleven aannemer of aan zijn vertegenwoordiger betekend.
2° De in gebreke gebleven aannemer moet zijn werken stilleggen vanaf de dag die hem wordt aangeduid; elk werk dat daarna wordt uitgevoerd blijft kosteloos verworven door de aanbestedende overheid.
Nadat de aannemer hiervoor wordt opgeroepen, wordt de staat van het werk, het materieel en de materialen die op de bouwplaats zijn aangevoerd opgemaakt.
De aanbestedende overheid kan overgaan tot elke bouw of sloping of tot het nemen van elke andere maatregel die zij voor het behoud en de goede uitvoering van het werk nodig acht.
Behalve bij verbreking van de opdracht, is de aanbestedende overheid gerechtigd, tegen vergoeding, van het materieel en de materialen van de aannemer waarvan zij hem de lijst bezorgt gebruik te maken om de opdracht voort te zetten of te doen voortzetten.
De aannemer is verplicht binnen de kortst mogelijke tijd zijn materieel en materialen welke de aanbestedende overheid niet wenst te behouden van de bouwplaats te verwijderen.
De aannemer mag de voor zijn rekening verrichte werken volgen, zonder de uitvoering evenwel van de bevelen van de aanbestedende overheid te hinderen.
3° Ingeval de maatregelen bedoeld in artikel 20, § 6, 2° en 3°, worden toegepast, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering voor hun maximum bedrag, overeenkomstig § 1, toegepast. Het uitblijven van een bevel om de werken aan te vatten belet niet dat boeten wegens laattijdige uitvoering worden toegepast.
Buiten het bedrag van de straffen, de boeten wegens laattijdige uitvoering en de slopingskosten, vallen de extra kosten ingevolge de nieuwe wijze van uitvoering ten laste van de in gebreke gebleven aannemer.
De voornoemde extra kosten maken het positief verschil uit tussen enerzijds, het bedrag van de van ambtswege uitgevoerde werken desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde en, anderzijds, het bedrag desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde dat door de in gebreke gebleven aannemer voor die werken zou zijn aangerekend. Indien dat verschil negatief uitvalt blijft het verworven door de aanbestedende overheid.
Komen niet in aanmerking voor de berekening van de extra kosten voor de werken voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer :
a) binnen de perken van artikel 42, § 1, de werken in meer of in min die van ambtswege door de aanbestedende overheid werden bevolen na kennisgeving van de beslissing tot het nemen van maatregelen van ambtswege;
b) de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13;
c) de nieuwe eenheidsprijzen overeengekomen met de aannemer belast met de uitvoering van de opdracht voor rekening, bij toepassing van artikel 42, § 2 en § 6.
Vallen eveneens voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer, de kosten van het voor rekening aangaan van de nieuwe opdracht of opdrachten; ongeacht de gunningswijze worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht of opdrachten aangerekend, zonder (11.000 EUR) te overschrijden. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
4° Wanneer de aannemer gedurende de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 39 niet nakomt, kan de aanbestedende overheid, na ingebrekestelling bij proces-verbaal overeenkomstig artikel 20, § 2, de herstellings- en verbouwingswerken voor rekening van de in gebreke gestelde aannemer uitvoeren of doen uitvoeren.
Hetzelfde geldt wanneer de aannemer bij het verstrijken van de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 41 niet nakomt.
§ 4. Inhoudingen voor niet betaalde lonen, sociale lasten en belastingen die zijn verschuldigd.
Wanneer lonen en/of sociale zekerheidsbijdragen, evenals de er bijbehorende belastingen, verschuldigd voor het personeel dat op de bouwplaats is of was tewerkgesteld en door een dienstcontract aan die aannemer of aan een van zijn onderaannemers is of was verbonden, of nog, aan de aannemer of aan een van zijn onderaannemers ter beschikking werd gesteld door een uitleenbureau voor werkkrachten niet zijn betaald, dan houdt de aanbestedende overheid ambtshalve het brutobedrag van de achterstallige lonen en bijdragen in op de aan de aannemer verschuldigde bedragen.
De aanbestedende overheid betaalt die achterstallige lonen en maakt de sociale zekerheidsbijdragen alsmede de afhoudingen betreffende de inkomstenbelasting op die achterstallige lonen rechtstreeks over aan de rechthebbenden.
5° Het totaal bedrag van de boeten wegens laattijdige uitvoering dat op een opdracht wordt toegepast mag niet hoger zijn dan 5 percent van de aannemingssom M, zoals in het 1° bepaald.
6° De boeten waarvan het totaal geen (55 EUR) per opdracht bereikt worden niet aangerekend. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 3. Maatregelen van ambtswege.
1° Wanneer de aannemer, na het verstrijken van de in artikel 20, § 2, gestelde termijn om zijn verweermiddelen te doen gelden, inactief is gebleven of middelen heeft aangevoerd die door de aanbestedende overheid als niet gerechtvaardigd worden beoordeeld, kan deze laatste een van de maatregelen van ambtswege vermeld in artikel 20, § 6, treffen. De aanbestedende overheid mag nochtans een van de maatregelen van ambtswege treffen zonder het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 20, § 2, af te wachten wanneer de aannemer op voorhand expliciet de vastgestelde tekortkomingen heeft toegegeven.
De berichten betreffende de plaats en datum voor de oplevering van het voor zijn rekening uitgevoerde werk worden bij ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan de in gebreke gebleven aannemer of aan zijn vertegenwoordiger betekend.
2° De in gebreke gebleven aannemer moet zijn werken stilleggen vanaf de dag die hem wordt aangeduid; elk werk dat daarna wordt uitgevoerd blijft kosteloos verworven door de aanbestedende overheid.
Nadat de aannemer hiervoor wordt opgeroepen, wordt de staat van het werk, het materieel en de materialen die op de bouwplaats zijn aangevoerd opgemaakt.
De aanbestedende overheid kan overgaan tot elke bouw of sloping of tot het nemen van elke andere maatregel die zij voor het behoud en de goede uitvoering van het werk nodig acht.
Behalve bij verbreking van de opdracht, is de aanbestedende overheid gerechtigd, tegen vergoeding, van het materieel en de materialen van de aannemer waarvan zij hem de lijst bezorgt gebruik te maken om de opdracht voort te zetten of te doen voortzetten.
De aannemer is verplicht binnen de kortst mogelijke tijd zijn materieel en materialen welke de aanbestedende overheid niet wenst te behouden van de bouwplaats te verwijderen.
De aannemer mag de voor zijn rekening verrichte werken volgen, zonder de uitvoering evenwel van de bevelen van de aanbestedende overheid te hinderen.
3° Ingeval de maatregelen bedoeld in artikel 20, § 6, 2° en 3°, worden toegepast, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering voor hun maximum bedrag, overeenkomstig § 1, toegepast. Het uitblijven van een bevel om de werken aan te vatten belet niet dat boeten wegens laattijdige uitvoering worden toegepast.
Buiten het bedrag van de straffen, de boeten wegens laattijdige uitvoering en de slopingskosten, vallen de extra kosten ingevolge de nieuwe wijze van uitvoering ten laste van de in gebreke gebleven aannemer.
De voornoemde extra kosten maken het positief verschil uit tussen enerzijds, het bedrag van de van ambtswege uitgevoerde werken desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde en, anderzijds, het bedrag desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde dat door de in gebreke gebleven aannemer voor die werken zou zijn aangerekend. Indien dat verschil negatief uitvalt blijft het verworven door de aanbestedende overheid.
Komen niet in aanmerking voor de berekening van de extra kosten voor de werken voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer :
a) binnen de perken van artikel 42, § 1, de werken in meer of in min die van ambtswege door de aanbestedende overheid werden bevolen na kennisgeving van de beslissing tot het nemen van maatregelen van ambtswege;
b) de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13;
c) de nieuwe eenheidsprijzen overeengekomen met de aannemer belast met de uitvoering van de opdracht voor rekening, bij toepassing van artikel 42, § 2 en § 6.
Vallen eveneens voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer, de kosten van het voor rekening aangaan van de nieuwe opdracht of opdrachten; ongeacht de gunningswijze worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht of opdrachten aangerekend, zonder (11.000 EUR) te overschrijden. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
4° Wanneer de aannemer gedurende de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 39 niet nakomt, kan de aanbestedende overheid, na ingebrekestelling bij proces-verbaal overeenkomstig artikel 20, § 2, de herstellings- en verbouwingswerken voor rekening van de in gebreke gestelde aannemer uitvoeren of doen uitvoeren.
Hetzelfde geldt wanneer de aannemer bij het verstrijken van de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 41 niet nakomt.
§ 4. Inhoudingen voor niet betaalde lonen, sociale lasten en belastingen die zijn verschuldigd.
Wanneer lonen en/of sociale zekerheidsbijdragen, evenals de er bijbehorende belastingen, verschuldigd voor het personeel dat op de bouwplaats is of was tewerkgesteld en door een dienstcontract aan die aannemer of aan een van zijn onderaannemers is of was verbonden, of nog, aan de aannemer of aan een van zijn onderaannemers ter beschikking werd gesteld door een uitleenbureau voor werkkrachten niet zijn betaald, dan houdt de aanbestedende overheid ambtshalve het brutobedrag van de achterstallige lonen en bijdragen in op de aan de aannemer verschuldigde bedragen.
De aanbestedende overheid betaalt die achterstallige lonen en maakt de sociale zekerheidsbijdragen alsmede de afhoudingen betreffende de inkomstenbelasting op die achterstallige lonen rechtstreeks over aan de rechthebbenden.
Si un délai partiel n'est pas exprimé en jours ouvrables, il est fait application du 2°.
5° Le montant total des amendes pour retard appliquées à un marché ne peut excéder 5 pour cent du montant M, tel que défini au 1°.
6° Sont négligées les amendes dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
§ 3. Mesures d'office.
1° Lorsque, à l'expiration du délai indique à l'article 20, § 2, pour faire valoir ses moyens de défense, l'entrepreneur est resté inactif ou a présenté des moyens jugés non justifiés par le pouvoir adjudicateur, celui-ci peut recourir à l'une des mesures d'office décrites à l'article 20, § 6. Le pouvoir adjudicateur peut toutefois recourir à l'une des mesures d'office sans attendre l'expiration du délai indiqué à l'article 20, § 2, lorsqu'au préalable, l'entrepreneur a expressément reconnu les manquements constatés.
Les avis indiquant les lieux et dates de réception de l'ouvrage effectué pour compte sont notifiés par lettre recommandée à la poste ou par lettre remise contre récépissé à l'entrepreneur défaillant ou à son délégué.
2° L'entrepreneur défaillant doit arrêter ses travaux à partir du jour qui lui est indiqué; tout ouvrage effectué par lui postérieurement à cette date reste gratuitement acquis au pouvoir adjudicateur.
Après que l'entrepreneur a été convoqué, il est procédé à la constatation de l'état de l'ouvrage et au relevé du matériel et des matériaux approvisionnés sur chantier.
Le pouvoir adjudicateur peut procéder à toute construction ou démolition ou prendre toute autre mesure qu'il estime nécessaire pour la sauvegarde ou la bonne exécution de l'ouvrage.
Sauf en cas de résiliation du marché, le pouvoir adjudicateur peut employer moyennant rétribution, le matériel et les matériaux de l'entrepreneur dont il lui fait parvenir le relevé, pour continuer ou faire continuer le marche.
L'entrepreneur est tenu d'évacuer du chantier, dans les délais les plus courts, le matériel ainsi que les matériaux que le pouvoir adjudicateur n'entend pas conserver à sa disposition.
L'entrepreneur est autorisé à suivre les opérations réalisées pour son compte, sans qu'il puisse cependant entraver l'exécution des ordres du pouvoir adjudicateur.
3° En cas d'application des mesures prévues à l'article 20, § 6, 2° et 3°, les amendes pour retard sont fixées au maximum prévu au § 1. L'absence d'ordre de commencer les travaux ne fait pas obstacle à l'application des amendes pour retard.
Outre le montant des pénalités, des amendes pour retard et des frais de démolition, le coût supplémentaire des travaux que le nouveau mode d'exécution peut entraîner est à charge de l'entrepreneur défaillant.
Le coût supplémentaire des travaux est la différence positive entre d'une part, le prix de l'exécution d'office des travaux majoré, s'il y a lieu, de la taxe sur la valeur ajoutée et d'autre part, le prix majoré, s'il y a lieu, de la taxe sur la valeur ajoutée qu'aurait coûté l'exécution par l'entrepreneur défaillant. Si cette différence est négative, elle est acquise au pouvoir adjudicateur.
N'interviennent pas dans le calcul du coût supplémentaire des travaux mis à charge de l'entrepreneur défaillant :
a) dans les limites de l'article 42, § 1, les travaux en plus ou en moins ordonnés par le pouvoir adjudicateur après la notification de la décision de passer aux mesures d'office;
b) les révisions des prix visées à l'article 13;
c) les nouveaux prix unitaires convenus, en application de l'article 42, § 2 et § 6, avec l'entrepreneur chargé de l'exécution du marché pour compte.
L'entrepreneur défaillant supporte également les frais de conclusion du marché ou des marchés pour compte; quel que soit le mode de passation de ce ou de ces marchés, ces frais sont évalués à un pour cent du montant initial de ce ou de ces marchés, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
4° Lorsque, pendant le délai de garantie, l'entrepreneur ne remplit pas ses obligations conformément à l'article 39, le pouvoir adjudicateur peut, après mise en demeure par procès-verbal conformément aux dispositions de l'article 20, § 2, exécuter ou faire exécuter les travaux de réparation et de réfection aux frais de l'entrepreneur défaillant.
Il en est de même lorsqu'au terme du délai de garantie, l'entrepreneur ne remplit pas ses obligations conformément à l'article 41.
§ 4. Retenues pour salaires, charges sociales et impôts dus.
Lorsque sont restés impayés des salaires et/ou des cotisations de sécurité sociale ainsi que des impôts y afférents dus pour le personnel travaillant ou ayant travaillé sur le chantier et qui est ou a été lié à l'entrepreneur ou à un de ses sous-traitants par un contrat de louage de services ou encore qui est ou a été mis à la disposition de l'entrepreneur ou d'un de ses sous-traitants par un bureau de location de main-d'oeuvre, le pouvoir adjudicateur retient d'office sur les sommes dues à l'entrepreneur le montant brut des salaires et cotisations arriérés.
Le pouvoir adjudicateur effectue le paiement de ces salaires arriérés et transfère à qui de droit les cotisations de sécurité sociale ainsi que les retenues pour impôts sur les revenus afférents à ces salaires arriérés.
5° Le montant total des amendes pour retard appliquées à un marché ne peut excéder 5 pour cent du montant M, tel que défini au 1°.
6° Sont négligées les amendes dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
§ 3. Mesures d'office.
1° Lorsque, à l'expiration du délai indique à l'article 20, § 2, pour faire valoir ses moyens de défense, l'entrepreneur est resté inactif ou a présenté des moyens jugés non justifiés par le pouvoir adjudicateur, celui-ci peut recourir à l'une des mesures d'office décrites à l'article 20, § 6. Le pouvoir adjudicateur peut toutefois recourir à l'une des mesures d'office sans attendre l'expiration du délai indiqué à l'article 20, § 2, lorsqu'au préalable, l'entrepreneur a expressément reconnu les manquements constatés.
Les avis indiquant les lieux et dates de réception de l'ouvrage effectué pour compte sont notifiés par lettre recommandée à la poste ou par lettre remise contre récépissé à l'entrepreneur défaillant ou à son délégué.
2° L'entrepreneur défaillant doit arrêter ses travaux à partir du jour qui lui est indiqué; tout ouvrage effectué par lui postérieurement à cette date reste gratuitement acquis au pouvoir adjudicateur.
Après que l'entrepreneur a été convoqué, il est procédé à la constatation de l'état de l'ouvrage et au relevé du matériel et des matériaux approvisionnés sur chantier.
Le pouvoir adjudicateur peut procéder à toute construction ou démolition ou prendre toute autre mesure qu'il estime nécessaire pour la sauvegarde ou la bonne exécution de l'ouvrage.
Sauf en cas de résiliation du marché, le pouvoir adjudicateur peut employer moyennant rétribution, le matériel et les matériaux de l'entrepreneur dont il lui fait parvenir le relevé, pour continuer ou faire continuer le marche.
L'entrepreneur est tenu d'évacuer du chantier, dans les délais les plus courts, le matériel ainsi que les matériaux que le pouvoir adjudicateur n'entend pas conserver à sa disposition.
L'entrepreneur est autorisé à suivre les opérations réalisées pour son compte, sans qu'il puisse cependant entraver l'exécution des ordres du pouvoir adjudicateur.
3° En cas d'application des mesures prévues à l'article 20, § 6, 2° et 3°, les amendes pour retard sont fixées au maximum prévu au § 1. L'absence d'ordre de commencer les travaux ne fait pas obstacle à l'application des amendes pour retard.
Outre le montant des pénalités, des amendes pour retard et des frais de démolition, le coût supplémentaire des travaux que le nouveau mode d'exécution peut entraîner est à charge de l'entrepreneur défaillant.
Le coût supplémentaire des travaux est la différence positive entre d'une part, le prix de l'exécution d'office des travaux majoré, s'il y a lieu, de la taxe sur la valeur ajoutée et d'autre part, le prix majoré, s'il y a lieu, de la taxe sur la valeur ajoutée qu'aurait coûté l'exécution par l'entrepreneur défaillant. Si cette différence est négative, elle est acquise au pouvoir adjudicateur.
N'interviennent pas dans le calcul du coût supplémentaire des travaux mis à charge de l'entrepreneur défaillant :
a) dans les limites de l'article 42, § 1, les travaux en plus ou en moins ordonnés par le pouvoir adjudicateur après la notification de la décision de passer aux mesures d'office;
b) les révisions des prix visées à l'article 13;
c) les nouveaux prix unitaires convenus, en application de l'article 42, § 2 et § 6, avec l'entrepreneur chargé de l'exécution du marché pour compte.
L'entrepreneur défaillant supporte également les frais de conclusion du marché ou des marchés pour compte; quel que soit le mode de passation de ce ou de ces marchés, ces frais sont évalués à un pour cent du montant initial de ce ou de ces marchés, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
4° Lorsque, pendant le délai de garantie, l'entrepreneur ne remplit pas ses obligations conformément à l'article 39, le pouvoir adjudicateur peut, après mise en demeure par procès-verbal conformément aux dispositions de l'article 20, § 2, exécuter ou faire exécuter les travaux de réparation et de réfection aux frais de l'entrepreneur défaillant.
Il en est de même lorsqu'au terme du délai de garantie, l'entrepreneur ne remplit pas ses obligations conformément à l'article 41.
§ 4. Retenues pour salaires, charges sociales et impôts dus.
Lorsque sont restés impayés des salaires et/ou des cotisations de sécurité sociale ainsi que des impôts y afférents dus pour le personnel travaillant ou ayant travaillé sur le chantier et qui est ou a été lié à l'entrepreneur ou à un de ses sous-traitants par un contrat de louage de services ou encore qui est ou a été mis à la disposition de l'entrepreneur ou d'un de ses sous-traitants par un bureau de location de main-d'oeuvre, le pouvoir adjudicateur retient d'office sur les sommes dues à l'entrepreneur le montant brut des salaires et cotisations arriérés.
Le pouvoir adjudicateur effectue le paiement de ces salaires arriérés et transfère à qui de droit les cotisations de sécurité sociale ainsi que les retenues pour impôts sur les revenus afférents à ces salaires arriérés.
Art.48. § 1. Algemeen.
Art.48. § 1. Généralités.
waarin :
dans laquelle :
Indien een gedeeltelijke uitvoeringstermijn niet in werkdagen is uitgedrukt wordt 2° toegepast.
5° Het totaal bedrag van de boeten wegens laattijdige uitvoering dat op een opdracht wordt toegepast mag niet hoger zijn dan 5 percent van de aannemingssom M, zoals in het 1° bepaald.
6° De boeten waarvan het totaal geen (55 EUR) per opdracht bereikt worden niet aangerekend. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 3. Maatregelen van ambtswege.
1° Wanneer de aannemer, na het verstrijken van de in artikel 20, § 2, gestelde termijn om zijn verweermiddelen te doen gelden, inactief is gebleven of middelen heeft aangevoerd die door de aanbestedende overheid als niet gerechtvaardigd worden beoordeeld, kan deze laatste een van de maatregelen van ambtswege vermeld in artikel 20, § 6, treffen. De aanbestedende overheid mag nochtans een van de maatregelen van ambtswege treffen zonder het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 20, § 2, af te wachten wanneer de aannemer op voorhand expliciet de vastgestelde tekortkomingen heeft toegegeven.
De berichten betreffende de plaats en datum voor de oplevering van het voor zijn rekening uitgevoerde werk worden bij ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan de in gebreke gebleven aannemer of aan zijn vertegenwoordiger betekend.
2° De in gebreke gebleven aannemer moet zijn werken stilleggen vanaf de dag die hem wordt aangeduid; elk werk dat daarna wordt uitgevoerd blijft kosteloos verworven door de aanbestedende overheid.
Nadat de aannemer hiervoor wordt opgeroepen, wordt de staat van het werk, het materieel en de materialen die op de bouwplaats zijn aangevoerd opgemaakt.
De aanbestedende overheid kan overgaan tot elke bouw of sloping of tot het nemen van elke andere maatregel die zij voor het behoud en de goede uitvoering van het werk nodig acht.
Behalve bij verbreking van de opdracht, is de aanbestedende overheid gerechtigd, tegen vergoeding, van het materieel en de materialen van de aannemer waarvan zij hem de lijst bezorgt gebruik te maken om de opdracht voort te zetten of te doen voortzetten.
De aannemer is verplicht binnen de kortst mogelijke tijd zijn materieel en materialen welke de aanbestedende overheid niet wenst te behouden van de bouwplaats te verwijderen.
De aannemer mag de voor zijn rekening verrichte werken volgen, zonder de uitvoering evenwel van de bevelen van de aanbestedende overheid te hinderen.
3° Ingeval de maatregelen bedoeld in artikel 20, § 6, 2° en 3°, worden toegepast, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering voor hun maximum bedrag, overeenkomstig § 1, toegepast. Het uitblijven van een bevel om de werken aan te vatten belet niet dat boeten wegens laattijdige uitvoering worden toegepast.
Buiten het bedrag van de straffen, de boeten wegens laattijdige uitvoering en de slopingskosten, vallen de extra kosten ingevolge de nieuwe wijze van uitvoering ten laste van de in gebreke gebleven aannemer.
De voornoemde extra kosten maken het positief verschil uit tussen enerzijds, het bedrag van de van ambtswege uitgevoerde werken desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde en, anderzijds, het bedrag desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde dat door de in gebreke gebleven aannemer voor die werken zou zijn aangerekend. Indien dat verschil negatief uitvalt blijft het verworven door de aanbestedende overheid.
Komen niet in aanmerking voor de berekening van de extra kosten voor de werken voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer :
a) binnen de perken van artikel 42, § 1, de werken in meer of in min die van ambtswege door de aanbestedende overheid werden bevolen na kennisgeving van de beslissing tot het nemen van maatregelen van ambtswege;
b) de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13;
c) de nieuwe eenheidsprijzen overeengekomen met de aannemer belast met de uitvoering van de opdracht voor rekening, bij toepassing van artikel 42, § 2 en § 6.
Vallen eveneens voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer, de kosten van het voor rekening aangaan van de nieuwe opdracht of opdrachten; ongeacht de gunningswijze worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht of opdrachten aangerekend, zonder (11.000 EUR) te overschrijden. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
4° Wanneer de aannemer gedurende de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 39 niet nakomt, kan de aanbestedende overheid, na ingebrekestelling bij proces-verbaal overeenkomstig artikel 20, § 2, de herstellings- en verbouwingswerken voor rekening van de in gebreke gestelde aannemer uitvoeren of doen uitvoeren.
Hetzelfde geldt wanneer de aannemer bij het verstrijken van de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 41 niet nakomt.
§ 4. Inhoudingen voor niet betaalde lonen, sociale lasten en belastingen die zijn verschuldigd.
Wanneer lonen en/of sociale zekerheidsbijdragen, evenals de er bijbehorende belastingen, verschuldigd voor het personeel dat op de bouwplaats is of was tewerkgesteld en door een dienstcontract aan die aannemer of aan een van zijn onderaannemers is of was verbonden, of nog, aan de aannemer of aan een van zijn onderaannemers ter beschikking werd gesteld door een uitleenbureau voor werkkrachten niet zijn betaald, dan houdt de aanbestedende overheid ambtshalve het brutobedrag van de achterstallige lonen en bijdragen in op de aan de aannemer verschuldigde bedragen.
De aanbestedende overheid betaalt die achterstallige lonen en maakt de sociale zekerheidsbijdragen alsmede de afhoudingen betreffende de inkomstenbelasting op die achterstallige lonen rechtstreeks over aan de rechthebbenden.
5° Het totaal bedrag van de boeten wegens laattijdige uitvoering dat op een opdracht wordt toegepast mag niet hoger zijn dan 5 percent van de aannemingssom M, zoals in het 1° bepaald.
6° De boeten waarvan het totaal geen (55 EUR) per opdracht bereikt worden niet aangerekend. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 3. Maatregelen van ambtswege.
1° Wanneer de aannemer, na het verstrijken van de in artikel 20, § 2, gestelde termijn om zijn verweermiddelen te doen gelden, inactief is gebleven of middelen heeft aangevoerd die door de aanbestedende overheid als niet gerechtvaardigd worden beoordeeld, kan deze laatste een van de maatregelen van ambtswege vermeld in artikel 20, § 6, treffen. De aanbestedende overheid mag nochtans een van de maatregelen van ambtswege treffen zonder het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 20, § 2, af te wachten wanneer de aannemer op voorhand expliciet de vastgestelde tekortkomingen heeft toegegeven.
De berichten betreffende de plaats en datum voor de oplevering van het voor zijn rekening uitgevoerde werk worden bij ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan de in gebreke gebleven aannemer of aan zijn vertegenwoordiger betekend.
2° De in gebreke gebleven aannemer moet zijn werken stilleggen vanaf de dag die hem wordt aangeduid; elk werk dat daarna wordt uitgevoerd blijft kosteloos verworven door de aanbestedende overheid.
Nadat de aannemer hiervoor wordt opgeroepen, wordt de staat van het werk, het materieel en de materialen die op de bouwplaats zijn aangevoerd opgemaakt.
De aanbestedende overheid kan overgaan tot elke bouw of sloping of tot het nemen van elke andere maatregel die zij voor het behoud en de goede uitvoering van het werk nodig acht.
Behalve bij verbreking van de opdracht, is de aanbestedende overheid gerechtigd, tegen vergoeding, van het materieel en de materialen van de aannemer waarvan zij hem de lijst bezorgt gebruik te maken om de opdracht voort te zetten of te doen voortzetten.
De aannemer is verplicht binnen de kortst mogelijke tijd zijn materieel en materialen welke de aanbestedende overheid niet wenst te behouden van de bouwplaats te verwijderen.
De aannemer mag de voor zijn rekening verrichte werken volgen, zonder de uitvoering evenwel van de bevelen van de aanbestedende overheid te hinderen.
3° Ingeval de maatregelen bedoeld in artikel 20, § 6, 2° en 3°, worden toegepast, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering voor hun maximum bedrag, overeenkomstig § 1, toegepast. Het uitblijven van een bevel om de werken aan te vatten belet niet dat boeten wegens laattijdige uitvoering worden toegepast.
Buiten het bedrag van de straffen, de boeten wegens laattijdige uitvoering en de slopingskosten, vallen de extra kosten ingevolge de nieuwe wijze van uitvoering ten laste van de in gebreke gebleven aannemer.
De voornoemde extra kosten maken het positief verschil uit tussen enerzijds, het bedrag van de van ambtswege uitgevoerde werken desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde en, anderzijds, het bedrag desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde dat door de in gebreke gebleven aannemer voor die werken zou zijn aangerekend. Indien dat verschil negatief uitvalt blijft het verworven door de aanbestedende overheid.
Komen niet in aanmerking voor de berekening van de extra kosten voor de werken voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer :
a) binnen de perken van artikel 42, § 1, de werken in meer of in min die van ambtswege door de aanbestedende overheid werden bevolen na kennisgeving van de beslissing tot het nemen van maatregelen van ambtswege;
b) de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13;
c) de nieuwe eenheidsprijzen overeengekomen met de aannemer belast met de uitvoering van de opdracht voor rekening, bij toepassing van artikel 42, § 2 en § 6.
Vallen eveneens voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer, de kosten van het voor rekening aangaan van de nieuwe opdracht of opdrachten; ongeacht de gunningswijze worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht of opdrachten aangerekend, zonder (11.000 EUR) te overschrijden. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
4° Wanneer de aannemer gedurende de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 39 niet nakomt, kan de aanbestedende overheid, na ingebrekestelling bij proces-verbaal overeenkomstig artikel 20, § 2, de herstellings- en verbouwingswerken voor rekening van de in gebreke gestelde aannemer uitvoeren of doen uitvoeren.
Hetzelfde geldt wanneer de aannemer bij het verstrijken van de waarborgtermijn zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 41 niet nakomt.
§ 4. Inhoudingen voor niet betaalde lonen, sociale lasten en belastingen die zijn verschuldigd.
Wanneer lonen en/of sociale zekerheidsbijdragen, evenals de er bijbehorende belastingen, verschuldigd voor het personeel dat op de bouwplaats is of was tewerkgesteld en door een dienstcontract aan die aannemer of aan een van zijn onderaannemers is of was verbonden, of nog, aan de aannemer of aan een van zijn onderaannemers ter beschikking werd gesteld door een uitleenbureau voor werkkrachten niet zijn betaald, dan houdt de aanbestedende overheid ambtshalve het brutobedrag van de achterstallige lonen en bijdragen in op de aan de aannemer verschuldigde bedragen.
De aanbestedende overheid betaalt die achterstallige lonen en maakt de sociale zekerheidsbijdragen alsmede de afhoudingen betreffende de inkomstenbelasting op die achterstallige lonen rechtstreeks over aan de rechthebbenden.
Si un délai partiel n'est pas exprimé en jours ouvrables, il est fait application du 2°.
5° Le montant total des amendes pour retard appliquées à un marché ne peut excéder 5 pour cent du montant M, tel que défini au 1°.
6° Sont négligées les amendes dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
§ 3. Mesures d'office.
1° Lorsque, à l'expiration du délai indique à l'article 20, § 2, pour faire valoir ses moyens de défense, l'entrepreneur est resté inactif ou a présenté des moyens jugés non justifiés par le pouvoir adjudicateur, celui-ci peut recourir à l'une des mesures d'office décrites à l'article 20, § 6. Le pouvoir adjudicateur peut toutefois recourir à l'une des mesures d'office sans attendre l'expiration du délai indiqué à l'article 20, § 2, lorsqu'au préalable, l'entrepreneur a expressément reconnu les manquements constatés.
Les avis indiquant les lieux et dates de réception de l'ouvrage effectué pour compte sont notifiés par lettre recommandée à la poste ou par lettre remise contre récépissé à l'entrepreneur défaillant ou à son délégué.
2° L'entrepreneur défaillant doit arrêter ses travaux à partir du jour qui lui est indiqué; tout ouvrage effectué par lui postérieurement à cette date reste gratuitement acquis au pouvoir adjudicateur.
Après que l'entrepreneur a été convoqué, il est procédé à la constatation de l'état de l'ouvrage et au relevé du matériel et des matériaux approvisionnés sur chantier.
Le pouvoir adjudicateur peut procéder à toute construction ou démolition ou prendre toute autre mesure qu'il estime nécessaire pour la sauvegarde ou la bonne exécution de l'ouvrage.
Sauf en cas de résiliation du marché, le pouvoir adjudicateur peut employer moyennant rétribution, le matériel et les matériaux de l'entrepreneur dont il lui fait parvenir le relevé, pour continuer ou faire continuer le marche.
L'entrepreneur est tenu d'évacuer du chantier, dans les délais les plus courts, le matériel ainsi que les matériaux que le pouvoir adjudicateur n'entend pas conserver à sa disposition.
L'entrepreneur est autorisé à suivre les opérations réalisées pour son compte, sans qu'il puisse cependant entraver l'exécution des ordres du pouvoir adjudicateur.
3° En cas d'application des mesures prévues à l'article 20, § 6, 2° et 3°, les amendes pour retard sont fixées au maximum prévu au § 1. L'absence d'ordre de commencer les travaux ne fait pas obstacle à l'application des amendes pour retard.
Outre le montant des pénalités, des amendes pour retard et des frais de démolition, le coût supplémentaire des travaux que le nouveau mode d'exécution peut entraîner est à charge de l'entrepreneur défaillant.
Le coût supplémentaire des travaux est la différence positive entre d'une part, le prix de l'exécution d'office des travaux majoré, s'il y a lieu, de la taxe sur la valeur ajoutée et d'autre part, le prix majoré, s'il y a lieu, de la taxe sur la valeur ajoutée qu'aurait coûté l'exécution par l'entrepreneur défaillant. Si cette différence est négative, elle est acquise au pouvoir adjudicateur.
N'interviennent pas dans le calcul du coût supplémentaire des travaux mis à charge de l'entrepreneur défaillant :
a) dans les limites de l'article 42, § 1, les travaux en plus ou en moins ordonnés par le pouvoir adjudicateur après la notification de la décision de passer aux mesures d'office;
b) les révisions des prix visées à l'article 13;
c) les nouveaux prix unitaires convenus, en application de l'article 42, § 2 et § 6, avec l'entrepreneur chargé de l'exécution du marché pour compte.
L'entrepreneur défaillant supporte également les frais de conclusion du marché ou des marchés pour compte; quel que soit le mode de passation de ce ou de ces marchés, ces frais sont évalués à un pour cent du montant initial de ce ou de ces marchés, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
4° Lorsque, pendant le délai de garantie, l'entrepreneur ne remplit pas ses obligations conformément à l'article 39, le pouvoir adjudicateur peut, après mise en demeure par procès-verbal conformément aux dispositions de l'article 20, § 2, exécuter ou faire exécuter les travaux de réparation et de réfection aux frais de l'entrepreneur défaillant.
Il en est de même lorsqu'au terme du délai de garantie, l'entrepreneur ne remplit pas ses obligations conformément à l'article 41.
§ 4. Retenues pour salaires, charges sociales et impôts dus.
Lorsque sont restés impayés des salaires et/ou des cotisations de sécurité sociale ainsi que des impôts y afférents dus pour le personnel travaillant ou ayant travaillé sur le chantier et qui est ou a été lié à l'entrepreneur ou à un de ses sous-traitants par un contrat de louage de services ou encore qui est ou a été mis à la disposition de l'entrepreneur ou d'un de ses sous-traitants par un bureau de location de main-d'oeuvre, le pouvoir adjudicateur retient d'office sur les sommes dues à l'entrepreneur le montant brut des salaires et cotisations arriérés.
Le pouvoir adjudicateur effectue le paiement de ces salaires arriérés et transfère à qui de droit les cotisations de sécurité sociale ainsi que les retenues pour impôts sur les revenus afférents à ces salaires arriérés.
5° Le montant total des amendes pour retard appliquées à un marché ne peut excéder 5 pour cent du montant M, tel que défini au 1°.
6° Sont négligées les amendes dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
§ 3. Mesures d'office.
1° Lorsque, à l'expiration du délai indique à l'article 20, § 2, pour faire valoir ses moyens de défense, l'entrepreneur est resté inactif ou a présenté des moyens jugés non justifiés par le pouvoir adjudicateur, celui-ci peut recourir à l'une des mesures d'office décrites à l'article 20, § 6. Le pouvoir adjudicateur peut toutefois recourir à l'une des mesures d'office sans attendre l'expiration du délai indiqué à l'article 20, § 2, lorsqu'au préalable, l'entrepreneur a expressément reconnu les manquements constatés.
Les avis indiquant les lieux et dates de réception de l'ouvrage effectué pour compte sont notifiés par lettre recommandée à la poste ou par lettre remise contre récépissé à l'entrepreneur défaillant ou à son délégué.
2° L'entrepreneur défaillant doit arrêter ses travaux à partir du jour qui lui est indiqué; tout ouvrage effectué par lui postérieurement à cette date reste gratuitement acquis au pouvoir adjudicateur.
Après que l'entrepreneur a été convoqué, il est procédé à la constatation de l'état de l'ouvrage et au relevé du matériel et des matériaux approvisionnés sur chantier.
Le pouvoir adjudicateur peut procéder à toute construction ou démolition ou prendre toute autre mesure qu'il estime nécessaire pour la sauvegarde ou la bonne exécution de l'ouvrage.
Sauf en cas de résiliation du marché, le pouvoir adjudicateur peut employer moyennant rétribution, le matériel et les matériaux de l'entrepreneur dont il lui fait parvenir le relevé, pour continuer ou faire continuer le marche.
L'entrepreneur est tenu d'évacuer du chantier, dans les délais les plus courts, le matériel ainsi que les matériaux que le pouvoir adjudicateur n'entend pas conserver à sa disposition.
L'entrepreneur est autorisé à suivre les opérations réalisées pour son compte, sans qu'il puisse cependant entraver l'exécution des ordres du pouvoir adjudicateur.
3° En cas d'application des mesures prévues à l'article 20, § 6, 2° et 3°, les amendes pour retard sont fixées au maximum prévu au § 1. L'absence d'ordre de commencer les travaux ne fait pas obstacle à l'application des amendes pour retard.
Outre le montant des pénalités, des amendes pour retard et des frais de démolition, le coût supplémentaire des travaux que le nouveau mode d'exécution peut entraîner est à charge de l'entrepreneur défaillant.
Le coût supplémentaire des travaux est la différence positive entre d'une part, le prix de l'exécution d'office des travaux majoré, s'il y a lieu, de la taxe sur la valeur ajoutée et d'autre part, le prix majoré, s'il y a lieu, de la taxe sur la valeur ajoutée qu'aurait coûté l'exécution par l'entrepreneur défaillant. Si cette différence est négative, elle est acquise au pouvoir adjudicateur.
N'interviennent pas dans le calcul du coût supplémentaire des travaux mis à charge de l'entrepreneur défaillant :
a) dans les limites de l'article 42, § 1, les travaux en plus ou en moins ordonnés par le pouvoir adjudicateur après la notification de la décision de passer aux mesures d'office;
b) les révisions des prix visées à l'article 13;
c) les nouveaux prix unitaires convenus, en application de l'article 42, § 2 et § 6, avec l'entrepreneur chargé de l'exécution du marché pour compte.
L'entrepreneur défaillant supporte également les frais de conclusion du marché ou des marchés pour compte; quel que soit le mode de passation de ce ou de ces marchés, ces frais sont évalués à un pour cent du montant initial de ce ou de ces marchés, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
4° Lorsque, pendant le délai de garantie, l'entrepreneur ne remplit pas ses obligations conformément à l'article 39, le pouvoir adjudicateur peut, après mise en demeure par procès-verbal conformément aux dispositions de l'article 20, § 2, exécuter ou faire exécuter les travaux de réparation et de réfection aux frais de l'entrepreneur défaillant.
Il en est de même lorsqu'au terme du délai de garantie, l'entrepreneur ne remplit pas ses obligations conformément à l'article 41.
§ 4. Retenues pour salaires, charges sociales et impôts dus.
Lorsque sont restés impayés des salaires et/ou des cotisations de sécurité sociale ainsi que des impôts y afférents dus pour le personnel travaillant ou ayant travaillé sur le chantier et qui est ou a été lié à l'entrepreneur ou à un de ses sous-traitants par un contrat de louage de services ou encore qui est ou a été mis à la disposition de l'entrepreneur ou d'un de ses sous-traitants par un bureau de location de main-d'oeuvre, le pouvoir adjudicateur retient d'office sur les sommes dues à l'entrepreneur le montant brut des salaires et cotisations arriérés.
Le pouvoir adjudicateur effectue le paiement de ces salaires arriérés et transfère à qui de droit les cotisations de sécurité sociale ainsi que les retenues pour impôts sur les revenus afférents à ces salaires arriérés.
Afdeling 2. - Opdrachten voor aanneming van leveringen.
Sous-section 2. - Transfert de propriété.
Art. 50. De aanbestedende overheid wordt van rechtswege eigenaar van de leveringen van zodra deze voor betaling werden aanvaard, overeenkomstig artikel 15, § 2.
Art. 50. Le pouvoir adjudicateur devient de plein droit propriétaire des fournitures dès qu'elles ont été admises en compte pour le paiement conformément à l'article 15, § 2.
Art.49. De leverancier wordt geacht zowel in zijn eenheidsprijzen als in zijn globale prijzen alle kosten en heffingen die op de leveringen wegen te hebben inbegrepen, met uitzondering van de belasting op de toegevoegde waarde.
Art.49. Le fournisseur est censé avoir inclus dans ses prix tant unitaires que globaux tous les frais et impositions généralement quelconques grevant les fournitures, à l'exception de la taxe sur la valeur ajoutée.
Onderafdeling 2. - Eigendomsoverdracht.
Sous-section 2. - Transfert de propriété.
Art. 51. Wanneer een leverancier aannemer is van verscheidene opdrachten voor identieke leveringen, worden de leveringen die hij doet op de ene of de andere opdracht aangerekend, in volgorde van de contractuele leveringstermijnen. Dezelfde regel geldt ook voor de gedeeltelijke bestellingen verricht in uitvoering van één enkele opdracht. De betreffende fakturen moeten overeenkomstig de verschillende leveringen worden opgemaakt.
Art. 51. Lorsqu'un fournisseur est titulaire de plusieurs marchés ayant pour objet des fournitures identiques, les livraisons qu'il effectue sont imputées sur l'un ou l'autre marché dans l'ordre d'échéance des délais de livraison contractuels. La même règle est appliquée pour les commandes partielles passées en exécution d'un seul marché. Les factures relatives aux diverses livraisons sont dressées en conséquence.
Onderafdeling 3. - Verloop van de opdracht.
Sous-section 3. - Déroulement du marché.
Art. 52. § 1.- Minimale hoeveelheden.
Indien het bestek vaste of minimale hoeveelheden vaststelt, verkrijgt de leverancier door de gunning van de opdracht, het recht die vaste of minimale hoeveelheden te leveren.
In geval de aanbestedende overheid de vaste of minimale hoeveelheden toch vermindert heeft de leverancier recht op de vergoeding van zijn schade.
§ 2. Gedeeltelijke bestellingen.
Indien het bestek voor het geheel of voor een deel van de te leveren hoeveelheden één of meer gedeeltelijke bestellingen voorschrijft, is de uitvoering van de opdracht afhankelijk van de betekening van elk der bestellingen.
§ 3. Leveringstermijnen.
1° De leveringstermijnen worden hetzij in kalenderdagen, -weken of -maanden bepaald of van datum tot datum, hetzij in werkdagen. Wanneer de uitvoeringstermijn in werkdagen is gesteld, worden als zodanig niet beschouwd :
a) de zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;
b) de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen bepaald in een koninklijk besluit of in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde kollektieve arbeidsovereenkomst.
Indien de leveringstermijnen in kalenderdagen, -weken, of -maanden zijn vastgesteld, worden de sluitingsdagen voor de jaarlijkse vakanties in de onderneming van de leverancier daar niet ingerekend.
Indien de leveringstermijn één van de gunningscriteria uitmaakt van de opdracht, worden echter alle dagen zonder onderscheid in de termijn gerekend.
2° De leveringstermijnen vangen aan naar gelang het geval ofwel op de dag volgend op de datum van de gunning van de opdracht, ofwel op de dag van de bestelling. De datum van de afgifte bij de post van de aangetekende brief, van het telegram of de datum van het verzenden van de telex of van de telefax geldt als bewijs, met dien verstande dat het telegram, de telex of de telefax binnen de vijf dagen bij ter post aangetekende brief moet worden bevestigd. De leveringstermijnen behelzen de tijd die nodig is voor de aan de fabricage voorafgaande verrichtingen en de voorbereiding van de leveringen, inzonderheid de eventuele voorafgaande keuringen.
Indien het bestek vaste of minimale hoeveelheden vaststelt, verkrijgt de leverancier door de gunning van de opdracht, het recht die vaste of minimale hoeveelheden te leveren.
In geval de aanbestedende overheid de vaste of minimale hoeveelheden toch vermindert heeft de leverancier recht op de vergoeding van zijn schade.
§ 2. Gedeeltelijke bestellingen.
Indien het bestek voor het geheel of voor een deel van de te leveren hoeveelheden één of meer gedeeltelijke bestellingen voorschrijft, is de uitvoering van de opdracht afhankelijk van de betekening van elk der bestellingen.
§ 3. Leveringstermijnen.
1° De leveringstermijnen worden hetzij in kalenderdagen, -weken of -maanden bepaald of van datum tot datum, hetzij in werkdagen. Wanneer de uitvoeringstermijn in werkdagen is gesteld, worden als zodanig niet beschouwd :
a) de zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;
b) de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen bepaald in een koninklijk besluit of in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde kollektieve arbeidsovereenkomst.
Indien de leveringstermijnen in kalenderdagen, -weken, of -maanden zijn vastgesteld, worden de sluitingsdagen voor de jaarlijkse vakanties in de onderneming van de leverancier daar niet ingerekend.
Indien de leveringstermijn één van de gunningscriteria uitmaakt van de opdracht, worden echter alle dagen zonder onderscheid in de termijn gerekend.
2° De leveringstermijnen vangen aan naar gelang het geval ofwel op de dag volgend op de datum van de gunning van de opdracht, ofwel op de dag van de bestelling. De datum van de afgifte bij de post van de aangetekende brief, van het telegram of de datum van het verzenden van de telex of van de telefax geldt als bewijs, met dien verstande dat het telegram, de telex of de telefax binnen de vijf dagen bij ter post aangetekende brief moet worden bevestigd. De leveringstermijnen behelzen de tijd die nodig is voor de aan de fabricage voorafgaande verrichtingen en de voorbereiding van de leveringen, inzonderheid de eventuele voorafgaande keuringen.
Art. 52. § 1. Quantités minimales.
Si, aux termes du cahier spécial des charges, les quantités à fournir sont fixes ou comportent des minima, par le fait de la conclusion du marché, le fournisseur acquiert le droit de fournir ces quantités fixes ou ces minima.
Néanmoins, lorsque le pouvoir adjudicateur réduit les quantités fixes ou minimales, le fournisseur a droit à l'indemnisation de son préjudice.
§ 2. Commandes partielles.
Si, pour tout ou partie des quantités à fournir, le cahier spécial des charges prévoit une ou plusieurs commandes partielles, l'exécution du marché est subordonnée à la notification de chacune de ces commandes.
§ 3. Délais de livraison.
1° Les délais de livraison sont fixes soit en jours, semaines ou mois de calendrier ou de date à date, soit en jours ouvrables. Lorsque le délai est fixé en jours ouvrables, ne sont pas considérés comme tels :
a) les samedis, dimanches et jours fériés légaux;
b) les jours de vacances annuelles payées et les jours de repos compensatoire prévus par un arrêté royal ou dans une convention collective de travail rendue obligatoire par arrêté royal.
Si les délais sont fixés en jours, semaines ou mois de calendrier, ils sont suspendus pendant la fermeture de l'entreprise du fournisseur pour vacances annuelles.
Toutefois, si le délai de livraison constitue un des critères d'attribution du marché, tous les jours sont indistinctement comptés dans le délai.
2° Les délais de livraison prennent cours le lendemain de la date à laquelle la conclusion du marché a eu lieu ou de la date de la commande, selon le cas. La date du dépôt à la poste de la lettre recommandée, du télégramme ou de l'envoi du télex ou de la télécopie fait foi, étant entendu que le télégramme, le télex ou la télécopie doivent être confirmés dans les cinq jours par lettre recommandée à la poste. Les délais de livraison comprennent le temps nécessaire aux opérations préliminaires à la fabrication et à la préparation des fournitures, notamment à celles des réceptions techniques préalables éventuelles.
Si, aux termes du cahier spécial des charges, les quantités à fournir sont fixes ou comportent des minima, par le fait de la conclusion du marché, le fournisseur acquiert le droit de fournir ces quantités fixes ou ces minima.
Néanmoins, lorsque le pouvoir adjudicateur réduit les quantités fixes ou minimales, le fournisseur a droit à l'indemnisation de son préjudice.
§ 2. Commandes partielles.
Si, pour tout ou partie des quantités à fournir, le cahier spécial des charges prévoit une ou plusieurs commandes partielles, l'exécution du marché est subordonnée à la notification de chacune de ces commandes.
§ 3. Délais de livraison.
1° Les délais de livraison sont fixes soit en jours, semaines ou mois de calendrier ou de date à date, soit en jours ouvrables. Lorsque le délai est fixé en jours ouvrables, ne sont pas considérés comme tels :
a) les samedis, dimanches et jours fériés légaux;
b) les jours de vacances annuelles payées et les jours de repos compensatoire prévus par un arrêté royal ou dans une convention collective de travail rendue obligatoire par arrêté royal.
Si les délais sont fixés en jours, semaines ou mois de calendrier, ils sont suspendus pendant la fermeture de l'entreprise du fournisseur pour vacances annuelles.
Toutefois, si le délai de livraison constitue un des critères d'attribution du marché, tous les jours sont indistinctement comptés dans le délai.
2° Les délais de livraison prennent cours le lendemain de la date à laquelle la conclusion du marché a eu lieu ou de la date de la commande, selon le cas. La date du dépôt à la poste de la lettre recommandée, du télégramme ou de l'envoi du télex ou de la télécopie fait foi, étant entendu que le télégramme, le télex ou la télécopie doivent être confirmés dans les cinq jours par lettre recommandée à la poste. Les délais de livraison comprennent le temps nécessaire aux opérations préliminaires à la fabrication et à la préparation des fournitures, notamment à celles des réceptions techniques préalables éventuelles.
Art.51. Wanneer een leverancier aannemer is van verscheidene opdrachten voor identieke leveringen, worden de leveringen die hij doet op de ene of de andere opdracht aangerekend, in volgorde van de contractuele leveringstermijnen. Dezelfde regel geldt ook voor de gedeeltelijke bestellingen verricht in uitvoering van één enkele opdracht. De betreffende fakturen moeten overeenkomstig de verschillende leveringen worden opgemaakt.
Art.51. Lorsqu'un fournisseur est titulaire de plusieurs marchés ayant pour objet des fournitures identiques, les livraisons qu'il effectue sont imputées sur l'un ou l'autre marché dans l'ordre d'échéance des délais de livraison contractuels. La même règle est appliquée pour les commandes partielles passées en exécution d'un seul marché. Les factures relatives aux diverses livraisons sont dressées en conséquence.
Art. 53. § 1. Proeven - De proeven en de controles voor de keuring van de leveringen en hun bestanddelen worden, zelfs gedurende de fabricage, uitgevoerd naar keuze van de aanbestedende overheid ofwel :
1° in de werkhuizen van de fabrikant;
2° in de laboratoria van de leverancier;
3° in de laboratoria van de aanbestedende overheid of door haar erkend;
4° in andere erkende laboratoria in de zin van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen, alsmede van beproevingslaboratoria, of in gelijkaardige laboratoria geaccrediteerd in de Europese Gemeenschap.
In de gevallen bedoeld onder 1° en 2°, worden de proefstukken of de te beproeven produkten klaar voor proeven ter beschikking van de afgevaardigde van de aanbestedende overheid gesteld binnen de vijftien kalenderdagen na de dag van het merken. De proeven worden in het bijzijn van die afgevaardigde verricht.
Het bestek vermeldt de produkten die in de werkplaats of het laboratorium van de leverancier zullen worden getest.
In de gevallen bedoeld onder 3° en 4°, worden onmiddellijk nadat de afgevaardigde van de aanbestedende overheid de te beproeven produkten of de materialen voor het vervaardigen der proefstukken genomen en gemerkt heeft, die produkten of materialen door toedoen van de leverancier zonder verwijl, kostenvrij en onder toezicht van de afgevaardigde van de aanbestedende overheid verzonden naar het laboratorium waar de proeven moeten worden uitgevoerd.
In ieder geval moeten de merken aanwezig blijven tot op de dag van de proeven. Waar ook de monstername en de proeven geschieden, de aanbestedende overheid kan een termijn stellen waarbinnen het afval van de proefstukken, de gebroken stukken en de overschotten van de genomen materialen dienen bewaard te worden of waarbinnen zij ze kan meenemen.
§ 2. Termijn voor de proeven.
De tijd die verloopt tussen de datum van het nemen van proefstukken of stalen of van het merken en die van aankomst in de inrichting waar de proeven moeten worden verricht, blijft buiten beschouwing bij de berekening van de termijn die de aanbestedende overheid stelt voor de mededeling van haar beslissing tot aanvaarding of weigering.
§ 3. Controlemiddelen door de leverancier ter beschikking gesteld van de aanbestedende overheid.
De wegingen voor de keuringen van produkten waarvoor een theoretisch gewicht of gewichtstolerantie is bepaald, worden in de werkplaats van de leverancier of van zijn onderaannemer verricht. De leverancier moet de door de controleur van maten en gewichten behoorlijk geijkte weeginstrumenten kosteloos ter beschikking stellen van de aanbestedende overheid.
De behoorlijk geijkte meetinstrumenten en de controle-apparaten worden voor de in de technische bepalingen voorziene proeven eveneens kosteloos door de leverancier aan de aanbestedende overheid ter beschikking gesteld in zijn werkplaatsen of laboratoria.
§ 4. Nazicht en toezicht.
De leverancier deelt de aanbestedende overheid de juiste plaats mee van de aan de gang zijnde fabricages in zijn werkhuizen en deze van zijn onderaannemers en leveranciers.
De leverancier draagt er zorg voor dat de leidend ambtenaar en de door de aanbestedende overheid aangestelde ambtenaren te allen tijde vrij toegang hebben tot de produktieplaatsen, ten einde de stipte naleving van de voorwaarden van de opdracht te controleren wat de herkomst, de kwaliteit of de fabricage van de produkten betreft, dit alles onverminderd de keuringen die op de afgewerkte produkten moeten worden verricht.
Wanneer de produkten in een bepaald bedrijf onder bestendig toezicht van de aanbestedende overheid worden vervaardigd, kan zij de verzending van deze produkten zonder verder nazicht toelaten.
§ 5. Tegenproef en expertise.
1° Ingeval de resultaten van de proeven worden aangevochten, heeft ieder van de partijen het recht een tegenproef te vragen.
Tenzij anders bepaald is door het bestek, gebeurt de tegenproef altijd op grond van een dubbel aantal stalen en proefstukken dan het aantal waarop de aangevochten proef werd verricht.
Elk van de partijen mag een laboratorium aanduiden waar de helft van de stalen en proefstukken wordt getest. Beide partijen mogen hetzelfde laboratorium kiezen.
De tegenproef bestaat altijd uit het onderzoek van alle eigenschappen die bij de eerste proef werden nagegaan. Al de resultaten dienen voldoening te geven.
Wanneer de betwisting betrekking heeft op een punt dat niet volmaakt kan worden beoordeeld, heeft ieder van de partijen het recht een expertise aan te vragen. De expert wordt in gemeen overleg tussen de partijen aangewezen. De expertise wordt verricht in een door de expert aangewezen erkend laboratorium.
Het laboratorium of de expert maakt een proces-verbaal over aan de aanbestedende overheid, die het bij ter post aangetekende brief naar de leverancier stuurt.
Het resultaat van de tegenproef of van de expertise is beslissend.
De kosten van de tegenproef of van de expertise vallen ten laste van de aanbestedende overheid in het geval deze tegenproef of expertise de leverancier in het gelijk stelt.
2° Zo de leverancier de tegenproef of expertise aanvraagt, moet hij dit bij ter post aangetekende brief mededelen ten laatste de vijftiende kalenderdag, volgend op de betekening van het proces-verbaal van weigering. Voor bederfbare goederen mag de aanvraag binnen de vierentwintig uur per telegram, telex of telefaxapparaat gebeuren.
Zo de aanbestedende overheid de tegenproef of expertise aanvraagt, moet de aanvraag per aangetekende brief aan de leverancier worden overgemaakt met het proces-verbaal dat hem kennis geeft van de uitslag van de oorspronkelijke proef of expertise. Voor bederfbare goederen, mag de aanvraag ook per telegram, telex of telefaxapparaat gebeuren binnen de vierentwintig uur na de oorspronkelijke proef.
Na verloop van de bovenvermelde termijnen is de aanvraag van een tegenproef of expertise niet meer ontvankelijk.
3° Een dienovereenkomstige verlenging van de leveringstermijn wordt toegestaan in de mate dat de tegenproef of de expertise de leverancier in het gelijk stelt, en voor zover hij bewijst dat de levering hierdoor werd vertraagd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.
1° in de werkhuizen van de fabrikant;
2° in de laboratoria van de leverancier;
3° in de laboratoria van de aanbestedende overheid of door haar erkend;
4° in andere erkende laboratoria in de zin van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen, alsmede van beproevingslaboratoria, of in gelijkaardige laboratoria geaccrediteerd in de Europese Gemeenschap.
In de gevallen bedoeld onder 1° en 2°, worden de proefstukken of de te beproeven produkten klaar voor proeven ter beschikking van de afgevaardigde van de aanbestedende overheid gesteld binnen de vijftien kalenderdagen na de dag van het merken. De proeven worden in het bijzijn van die afgevaardigde verricht.
Het bestek vermeldt de produkten die in de werkplaats of het laboratorium van de leverancier zullen worden getest.
In de gevallen bedoeld onder 3° en 4°, worden onmiddellijk nadat de afgevaardigde van de aanbestedende overheid de te beproeven produkten of de materialen voor het vervaardigen der proefstukken genomen en gemerkt heeft, die produkten of materialen door toedoen van de leverancier zonder verwijl, kostenvrij en onder toezicht van de afgevaardigde van de aanbestedende overheid verzonden naar het laboratorium waar de proeven moeten worden uitgevoerd.
In ieder geval moeten de merken aanwezig blijven tot op de dag van de proeven. Waar ook de monstername en de proeven geschieden, de aanbestedende overheid kan een termijn stellen waarbinnen het afval van de proefstukken, de gebroken stukken en de overschotten van de genomen materialen dienen bewaard te worden of waarbinnen zij ze kan meenemen.
§ 2. Termijn voor de proeven.
De tijd die verloopt tussen de datum van het nemen van proefstukken of stalen of van het merken en die van aankomst in de inrichting waar de proeven moeten worden verricht, blijft buiten beschouwing bij de berekening van de termijn die de aanbestedende overheid stelt voor de mededeling van haar beslissing tot aanvaarding of weigering.
§ 3. Controlemiddelen door de leverancier ter beschikking gesteld van de aanbestedende overheid.
De wegingen voor de keuringen van produkten waarvoor een theoretisch gewicht of gewichtstolerantie is bepaald, worden in de werkplaats van de leverancier of van zijn onderaannemer verricht. De leverancier moet de door de controleur van maten en gewichten behoorlijk geijkte weeginstrumenten kosteloos ter beschikking stellen van de aanbestedende overheid.
De behoorlijk geijkte meetinstrumenten en de controle-apparaten worden voor de in de technische bepalingen voorziene proeven eveneens kosteloos door de leverancier aan de aanbestedende overheid ter beschikking gesteld in zijn werkplaatsen of laboratoria.
§ 4. Nazicht en toezicht.
De leverancier deelt de aanbestedende overheid de juiste plaats mee van de aan de gang zijnde fabricages in zijn werkhuizen en deze van zijn onderaannemers en leveranciers.
De leverancier draagt er zorg voor dat de leidend ambtenaar en de door de aanbestedende overheid aangestelde ambtenaren te allen tijde vrij toegang hebben tot de produktieplaatsen, ten einde de stipte naleving van de voorwaarden van de opdracht te controleren wat de herkomst, de kwaliteit of de fabricage van de produkten betreft, dit alles onverminderd de keuringen die op de afgewerkte produkten moeten worden verricht.
Wanneer de produkten in een bepaald bedrijf onder bestendig toezicht van de aanbestedende overheid worden vervaardigd, kan zij de verzending van deze produkten zonder verder nazicht toelaten.
§ 5. Tegenproef en expertise.
1° Ingeval de resultaten van de proeven worden aangevochten, heeft ieder van de partijen het recht een tegenproef te vragen.
Tenzij anders bepaald is door het bestek, gebeurt de tegenproef altijd op grond van een dubbel aantal stalen en proefstukken dan het aantal waarop de aangevochten proef werd verricht.
Elk van de partijen mag een laboratorium aanduiden waar de helft van de stalen en proefstukken wordt getest. Beide partijen mogen hetzelfde laboratorium kiezen.
De tegenproef bestaat altijd uit het onderzoek van alle eigenschappen die bij de eerste proef werden nagegaan. Al de resultaten dienen voldoening te geven.
Wanneer de betwisting betrekking heeft op een punt dat niet volmaakt kan worden beoordeeld, heeft ieder van de partijen het recht een expertise aan te vragen. De expert wordt in gemeen overleg tussen de partijen aangewezen. De expertise wordt verricht in een door de expert aangewezen erkend laboratorium.
Het laboratorium of de expert maakt een proces-verbaal over aan de aanbestedende overheid, die het bij ter post aangetekende brief naar de leverancier stuurt.
Het resultaat van de tegenproef of van de expertise is beslissend.
De kosten van de tegenproef of van de expertise vallen ten laste van de aanbestedende overheid in het geval deze tegenproef of expertise de leverancier in het gelijk stelt.
2° Zo de leverancier de tegenproef of expertise aanvraagt, moet hij dit bij ter post aangetekende brief mededelen ten laatste de vijftiende kalenderdag, volgend op de betekening van het proces-verbaal van weigering. Voor bederfbare goederen mag de aanvraag binnen de vierentwintig uur per telegram, telex of telefaxapparaat gebeuren.
Zo de aanbestedende overheid de tegenproef of expertise aanvraagt, moet de aanvraag per aangetekende brief aan de leverancier worden overgemaakt met het proces-verbaal dat hem kennis geeft van de uitslag van de oorspronkelijke proef of expertise. Voor bederfbare goederen, mag de aanvraag ook per telegram, telex of telefaxapparaat gebeuren binnen de vierentwintig uur na de oorspronkelijke proef.
Na verloop van de bovenvermelde termijnen is de aanvraag van een tegenproef of expertise niet meer ontvankelijk.
3° Een dienovereenkomstige verlenging van de leveringstermijn wordt toegestaan in de mate dat de tegenproef of de expertise de leverancier in het gelijk stelt, en voor zover hij bewijst dat de levering hierdoor werd vertraagd. Deze verlenging sluit elk recht op schadevergoeding uit.
Art. 53. § 1. Essais - Les essais et les contrôles que comporte la réception technique des fournitures et de leurs produits constitutifs, même durant leur fabrication, sont effectués au choix du pouvoir adjudicateur, soit :
1° aux usines du fabricant;
2° dans les laboratoires du fournisseur;
3° dans les laboratoires du pouvoir adjudicateur ou agréés par lui;
4° dans des laboratoires d'essai au sens de la loi du 20 juillet 1990 concernant l'accréditation des organismes de certification et de contrôle, ainsi que des laboratoires d'essais, ou dans des laboratoires équivalents accrédités dans la Communauté européenne.
Dans les cas prévus aux 1° et 2°, les éprouvettes ou produits à essayer, prêts à être soumis aux essais, sont mis à la disposition du délégué du pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier qui suivent celui du poinçonnage Les vérifications sont effectuées en présence de ce délégué.
Le cahier spécial des charges énumère les produits qui sont censés subir les vérifications en usine ou dans les laboratoires du fournisseur.
Dans les cas prévus aux 3° et 4°, aussitôt après prélèvement et poinçonnage par le délégué du pouvoir adjudicateur, des produits à essayer ou des matériaux destinés à la confection des éprouvettes, ces produits ou matériaux sont expédiés au laboratoire chargé des essais à l'intervention du fournisseur sans délai et franco de tous frais, sous le contrôle du délégué du pouvoir adjudicateur.
Dans tous les cas, les marques de poinçonnage doivent subsister jusqu'au moment des essais. Quel que soit l'endroit où sont opérés les prélèvements et les vérifications, le pouvoir adjudicateur peut imposer un délai de conservation des débris d'éprouvettes et des excédents de prélèvement ou un délai dans lequel il peut les emporter.
§ 2. Délai relatif aux essais.
Le délai compris entre la date de prélèvement ou de poinçonnage et celle de l'arrivée à l'établissement chargé des essais n'entre pas en compte dans le calcul du délai que s'impose le pouvoir adjudicateur pour notifier sa décision d'acceptation ou de refus.
§ 3. Moyens de vérification mis par le fournisseur à la disposition du pouvoir adjudicateur.
Les pesées qu'exige la vérification des produits pour lesquels des poids théoriques ou des tolérances de poids sont prévus, sont opérées à l'usine du fournisseur ou de son sous-traitant. Le fournisseur doit mettre gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur, les instruments de pesage dûment poinçonnés par le vérificateur des poids et mesures.
Le fournisseur met également gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur, en ses usines ou laboratoires, les appareils de mesure et les machines d'essai, dûment poinçonnés pour les essais prévus dans les prescriptions techniques.
§ 4. Vérification et surveillance.
Le fournisseur informe le pouvoir adjudicateur de la localisation précise des fabrications en cours dans ses usines et celles de ses sous-traitants et fournisseurs.
Le fournisseur assure au fonctionnaire dirigeant et aux agents désignés par le pouvoir adjudicateur le libre accès, en tout temps, aux lieux de production, en vue du contrôle de la stricte application des conditions du marché, notamment en ce qui concerne l'origine, les qualités ou la fabrication des produits, le tout sans préjudice des réceptions à opérer sur les produits finis.
Lorsque les produits sont fabriqués dans une usine sous contrôle suivi du pouvoir adjudicateur, celui-ci peut autoriser l'expédition de ces produits sans autre vérification.
§ 5. Contre-essai et expertise.
1° En cas de contestation sur le résultat des essais, chacune des parties est en droit de demander un contre-essai.
A moins qu'il n'en soit disposé autrement au cahier spécial des charges, le contre-essai porte toujours sur un nombre d'échantillons et d'éprouvettes double de celui qui a été retenu pour l'essai contesté.
Chacune des parties peut désigner un laboratoire où la moitié des échantillons et des éprouvettes seront vérifiés. Les deux parties peuvent choisir le même laboratoire.
Le contre-essai consiste toujours en la vérification de toutes les propriétés déterminées lors de la vérification initiale. Tous les résultats doivent être satisfaisants.
Lorsque la contestation porte sur un élément non parfaitement appréciable, chacune des parties est en droit de demander une expertise. L'expert est choisi de commun accord entre les parties. L'expertise a lieu dans un laboratoire agréé désigné par l'expert.
Le laboratoire ou l'expert transmet un procès-verbal au pouvoir adjudicateur, qui le communique au fournisseur par lettre recommandée à la poste.
Le résultat du contre-essai ou de l'expertise est décisif.
Les frais du contre-essai ou de l'expertise sont à charge du pouvoir adjudicateur lorsque ce contre-essai ou cette expertise donne raison au fournisseur.
2° Lorsque la demande de contre-essai ou d'expertise émane du fournisseur, elle doit être adressée par lettre recommandée à la poste au plus tard le quinzième jour de calendrier suivant le jour de la notification du procès-verbal de refus. En cas de denrées périssables, la demande peut être adressée dans les vingt-quatre heures par télégramme, télex ou télécopieur.
Lorsque la demande émane du pouvoir adjudicateur, elle doit être adressée en même temps que le procès-verbal notifiant le résultat de l'essai ou de l'expertise initial. En cas de denrées périssables, la demande peut être adressée par télégramme, telex ou télécopieur dans les vingt-quatre heures de l'essai initial.
Passé les délais indiqués, la demande de contre-essai ou d'expertise n'est plus recevable.
3° Une prolongation à due concurrence du délai de livraison est accordée dans la mesure où le contre-essai ou l'expertise a donné raison au fournisseur et pour autant que ce dernier apporte la preuve que sa fourniture a été retardée de ce fait. Cette prolongation exclut tout droit à des dommages-intérêts.
1° aux usines du fabricant;
2° dans les laboratoires du fournisseur;
3° dans les laboratoires du pouvoir adjudicateur ou agréés par lui;
4° dans des laboratoires d'essai au sens de la loi du 20 juillet 1990 concernant l'accréditation des organismes de certification et de contrôle, ainsi que des laboratoires d'essais, ou dans des laboratoires équivalents accrédités dans la Communauté européenne.
Dans les cas prévus aux 1° et 2°, les éprouvettes ou produits à essayer, prêts à être soumis aux essais, sont mis à la disposition du délégué du pouvoir adjudicateur dans les quinze jours de calendrier qui suivent celui du poinçonnage Les vérifications sont effectuées en présence de ce délégué.
Le cahier spécial des charges énumère les produits qui sont censés subir les vérifications en usine ou dans les laboratoires du fournisseur.
Dans les cas prévus aux 3° et 4°, aussitôt après prélèvement et poinçonnage par le délégué du pouvoir adjudicateur, des produits à essayer ou des matériaux destinés à la confection des éprouvettes, ces produits ou matériaux sont expédiés au laboratoire chargé des essais à l'intervention du fournisseur sans délai et franco de tous frais, sous le contrôle du délégué du pouvoir adjudicateur.
Dans tous les cas, les marques de poinçonnage doivent subsister jusqu'au moment des essais. Quel que soit l'endroit où sont opérés les prélèvements et les vérifications, le pouvoir adjudicateur peut imposer un délai de conservation des débris d'éprouvettes et des excédents de prélèvement ou un délai dans lequel il peut les emporter.
§ 2. Délai relatif aux essais.
Le délai compris entre la date de prélèvement ou de poinçonnage et celle de l'arrivée à l'établissement chargé des essais n'entre pas en compte dans le calcul du délai que s'impose le pouvoir adjudicateur pour notifier sa décision d'acceptation ou de refus.
§ 3. Moyens de vérification mis par le fournisseur à la disposition du pouvoir adjudicateur.
Les pesées qu'exige la vérification des produits pour lesquels des poids théoriques ou des tolérances de poids sont prévus, sont opérées à l'usine du fournisseur ou de son sous-traitant. Le fournisseur doit mettre gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur, les instruments de pesage dûment poinçonnés par le vérificateur des poids et mesures.
Le fournisseur met également gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur, en ses usines ou laboratoires, les appareils de mesure et les machines d'essai, dûment poinçonnés pour les essais prévus dans les prescriptions techniques.
§ 4. Vérification et surveillance.
Le fournisseur informe le pouvoir adjudicateur de la localisation précise des fabrications en cours dans ses usines et celles de ses sous-traitants et fournisseurs.
Le fournisseur assure au fonctionnaire dirigeant et aux agents désignés par le pouvoir adjudicateur le libre accès, en tout temps, aux lieux de production, en vue du contrôle de la stricte application des conditions du marché, notamment en ce qui concerne l'origine, les qualités ou la fabrication des produits, le tout sans préjudice des réceptions à opérer sur les produits finis.
Lorsque les produits sont fabriqués dans une usine sous contrôle suivi du pouvoir adjudicateur, celui-ci peut autoriser l'expédition de ces produits sans autre vérification.
§ 5. Contre-essai et expertise.
1° En cas de contestation sur le résultat des essais, chacune des parties est en droit de demander un contre-essai.
A moins qu'il n'en soit disposé autrement au cahier spécial des charges, le contre-essai porte toujours sur un nombre d'échantillons et d'éprouvettes double de celui qui a été retenu pour l'essai contesté.
Chacune des parties peut désigner un laboratoire où la moitié des échantillons et des éprouvettes seront vérifiés. Les deux parties peuvent choisir le même laboratoire.
Le contre-essai consiste toujours en la vérification de toutes les propriétés déterminées lors de la vérification initiale. Tous les résultats doivent être satisfaisants.
Lorsque la contestation porte sur un élément non parfaitement appréciable, chacune des parties est en droit de demander une expertise. L'expert est choisi de commun accord entre les parties. L'expertise a lieu dans un laboratoire agréé désigné par l'expert.
Le laboratoire ou l'expert transmet un procès-verbal au pouvoir adjudicateur, qui le communique au fournisseur par lettre recommandée à la poste.
Le résultat du contre-essai ou de l'expertise est décisif.
Les frais du contre-essai ou de l'expertise sont à charge du pouvoir adjudicateur lorsque ce contre-essai ou cette expertise donne raison au fournisseur.
2° Lorsque la demande de contre-essai ou d'expertise émane du fournisseur, elle doit être adressée par lettre recommandée à la poste au plus tard le quinzième jour de calendrier suivant le jour de la notification du procès-verbal de refus. En cas de denrées périssables, la demande peut être adressée dans les vingt-quatre heures par télégramme, télex ou télécopieur.
Lorsque la demande émane du pouvoir adjudicateur, elle doit être adressée en même temps que le procès-verbal notifiant le résultat de l'essai ou de l'expertise initial. En cas de denrées périssables, la demande peut être adressée par télégramme, telex ou télécopieur dans les vingt-quatre heures de l'essai initial.
Passé les délais indiqués, la demande de contre-essai ou d'expertise n'est plus recevable.
3° Une prolongation à due concurrence du délai de livraison est accordée dans la mesure où le contre-essai ou l'expertise a donné raison au fournisseur et pour autant que ce dernier apporte la preuve que sa fourniture a été retardée de ce fait. Cette prolongation exclut tout droit à des dommages-intérêts.
Art.52. § 1.- Minimale hoeveelheden.
Art.52. § 1. Quantités minimales.
Art. 54. § 1. De plannen, documenten en voorwerpen, vermeld in artikel 4, § 1, worden aan de leverancier ter hand gesteld of te zijner beschikking gesteld, en dit binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de dag waarop zijn schriftelijke aanvraag is toegekomen bij de door het bestek daartoe aangewezen ambtenaar, of bij ontstentenis bij de leidend ambtenaar.
§ 2. Wanneer de in de voorafgaande paragraaf en in de artikelen 4, § 2, en 12, § 6, gestelde termijnen door de schuld van de aanbestedende overheid worden overschreden, wordt de leveringstermijn dienovereenkomstig verlengd, tenzij de aanbestedende overheid bewijst dat de werkelijk veroorzaakte vertraging kleiner is dan die overschrijding.
Hetzelfde geldt wanneer de uiterste data voor het verzenden van de te verwerken voorwerpen niet werden geëerbiedigd.
De leveringstermijn mag niet met meer dan de duur van de overschrijding door de leverancier verlengd worden, tenzij hij bewijst dat bijzondere omstandigheden een grotere verlenging verantwoorden.
§ 3. Van zodra de aanbestedende overheid door toedoen van de leverancier kennis heeft gekregen van een feit dat zijn inziens een verlenging van de leveringstermijn verantwoordt, doet zij de nodige vaststellingen op tegenspraak verrichten om er de gegrondheid van na te gaan. Hiervan wordt een proces-verbaal opgemaakt dat de leverancier wordt verzocht tegen te tekenen.
§ 2. Wanneer de in de voorafgaande paragraaf en in de artikelen 4, § 2, en 12, § 6, gestelde termijnen door de schuld van de aanbestedende overheid worden overschreden, wordt de leveringstermijn dienovereenkomstig verlengd, tenzij de aanbestedende overheid bewijst dat de werkelijk veroorzaakte vertraging kleiner is dan die overschrijding.
Hetzelfde geldt wanneer de uiterste data voor het verzenden van de te verwerken voorwerpen niet werden geëerbiedigd.
De leveringstermijn mag niet met meer dan de duur van de overschrijding door de leverancier verlengd worden, tenzij hij bewijst dat bijzondere omstandigheden een grotere verlenging verantwoorden.
§ 3. Van zodra de aanbestedende overheid door toedoen van de leverancier kennis heeft gekregen van een feit dat zijn inziens een verlenging van de leveringstermijn verantwoordt, doet zij de nodige vaststellingen op tegenspraak verrichten om er de gegrondheid van na te gaan. Hiervan wordt een proces-verbaal opgemaakt dat de leverancier wordt verzocht tegen te tekenen.
Art. 54. § 1. Les plans, documents et objets, dont il est question à l'article 4, § 1, sont remis au fournisseur ou mis à sa disposition dans les quinze jours de calendrier qui suivent celui de la réception de sa demande écrite, adressée au fonctionnaire désigné au cahier spécial des charges ou, à défaut, au fonctionnaire dirigeant.
§ 2. Lorsque, par le fait du pouvoir adjudicateur, les délais prévus au paragraphe précédent ainsi qu'aux articles 4, § 2, et 12, § 6, sont dépassés, le délai de livraison est prolongé à due concurrence, à moins que le pouvoir adjudicateur ne prouve que le retard réellement causé au fournisseur est inférieur à ce dépassement.
Il en est de même lorsque les dates extrêmes fixées pour l'envoi des objets à mettre en oeuvre n'ont pas été respectées.
Le délai de livraison ne peut être prolongé d'une durée supérieure à celle du dépassement par le fournisseur, à moins que celui-ci ne prouve que des circonstances particulières justifient une prolongation plus importante.
§ 3. Dès qu'il est avisé par le fournisseur d'un fait justifiant, selon lui, l'octroi d'une prolongation de délai, le pouvoir adjudicateur fait procéder contradictoirement aux constatations nécessaires pour en vérifier la réalité. Un procès-verbal est dresse et le fournisseur est invité à le contresigner.
§ 2. Lorsque, par le fait du pouvoir adjudicateur, les délais prévus au paragraphe précédent ainsi qu'aux articles 4, § 2, et 12, § 6, sont dépassés, le délai de livraison est prolongé à due concurrence, à moins que le pouvoir adjudicateur ne prouve que le retard réellement causé au fournisseur est inférieur à ce dépassement.
Il en est de même lorsque les dates extrêmes fixées pour l'envoi des objets à mettre en oeuvre n'ont pas été respectées.
Le délai de livraison ne peut être prolongé d'une durée supérieure à celle du dépassement par le fournisseur, à moins que celui-ci ne prouve que des circonstances particulières justifient une prolongation plus importante.
§ 3. Dès qu'il est avisé par le fournisseur d'un fait justifiant, selon lui, l'octroi d'une prolongation de délai, le pouvoir adjudicateur fait procéder contradictoirement aux constatations nécessaires pour en vérifier la réalité. Un procès-verbal est dresse et le fournisseur est invité à le contresigner.
Art.53. § 1. Proeven - De proeven en de controles voor de keuring van de leveringen en hun bestanddelen worden, zelfs gedurende de fabricage, uitgevoerd naar keuze van de aanbestedende overheid ofwel :
Art.53. § 1. Essais - Les essais et les contrôles que comporte la réception technique des fournitures et de leurs produits constitutifs, même durant leur fabrication, sont effectués au choix du pouvoir adjudicateur, soit :
Art. 55. § 1. Plaats van levering.
De goederen moeten op de in het bestek vermelde plaats geleverd worden.
Wanneer het noodzakelijk is, mag de aanbestedende overheid de goederen doen afleveren op andere plaatsen en daar de keuringen en opleveringen verrichten, zonder dat de leverancier hiertegen enig bezwaar kan inbrengen.
In dat geval, vallen de risico's en de kosten van het bijkomend vervoer, lossen en laden voor rekening van de aanbestedende overheid.
§ 2. Leveringsformaliteiten.
Voor iedere leveringslijst maakt de leverancier een vijfvoudige lijst op, met het oog op de voorlopige oplevering. Hij laat die exemplaren bij de aanbestedende overheid toekomen ten laatste op de dag zelf van de verzending of van de aflevering van de goederen. De lijst bevat de specificatie van de verzonden grondstoffen of goederen met opgave van de hoeveelheden, het merk, het nummer , het bruto- en het nettogewicht van de levering, alsmede de merktekens van de voor verzending gebruikte spoorwagens, vrachtwagens, schepen of vliegtuigen; ook het nummer van het bestek, de datum van het sluiten van de overeenkomst en eventueel die van de bestelling en het nummer van het perceel, worden erop vermeld.
De leveringslijst mag worden vervangen door een faktuur, die dezelfde inlichtingen vermeldt.
§ 3. Voorwaarden betreffende de levering.
De leveringen die niet worden aangeboden overeenkomstig de (in de opdracht gestelde voorwaarden) om te worden opgeleverd of waarop enige onkosten moeten worden vereffend, kunnen met afgekeurde leveringen worden gelijkgesteld. <KB 1999-04-29/46, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
§ 4. Nazicht van de levering.
De aanbestedende overheid ziet de leveringen na op de leveringsplaats. Ze neemt eveneens de eventuele beschadigingen op. Het resultaat van dit nazicht alsmede de juiste datum van de aankomst van de leveringen worden vermeld in een proces-verbaal of eventueel op de leveringslijst of de faktuur bedoeld in § 2.
De aanbestedende overheid beschikt over vijftien kalenderdagen om voornoemde formaliteiten van onderzoek te vervullen en aan de aannemer kennis te geven van de uitslag. Deze termijn gaat in de dag volgend op de dag waarop de leveringen ter bestemming zijn gekomen, voor zover de aanbestedende overheid in het bezit van de leveringslijst of faktuur wordt gesteld.
In elk geval neemt de keurder de nodige maatregelen om te beletten dat de afgekeurde produkten opnieuw ter keuring of oplevering worden aangeboden of geleverd in de toestand waarin ze zich bevinden.
§ 5. Aansprakelijkheid van de leverancier.
De leverancier is voor zijn leveringen aansprakelijk tot op het ogenblik dat de in § 4 vermelde formaliteiten zijn verricht, behalve wanneer in de opslagplaatsen van de bestemmeling verliezen of beschadigingen zijn ontstaan, te wijten aan feiten of omstandigheden bedoeld in artikel 16.
De goederen moeten op de in het bestek vermelde plaats geleverd worden.
Wanneer het noodzakelijk is, mag de aanbestedende overheid de goederen doen afleveren op andere plaatsen en daar de keuringen en opleveringen verrichten, zonder dat de leverancier hiertegen enig bezwaar kan inbrengen.
In dat geval, vallen de risico's en de kosten van het bijkomend vervoer, lossen en laden voor rekening van de aanbestedende overheid.
§ 2. Leveringsformaliteiten.
Voor iedere leveringslijst maakt de leverancier een vijfvoudige lijst op, met het oog op de voorlopige oplevering. Hij laat die exemplaren bij de aanbestedende overheid toekomen ten laatste op de dag zelf van de verzending of van de aflevering van de goederen. De lijst bevat de specificatie van de verzonden grondstoffen of goederen met opgave van de hoeveelheden, het merk, het nummer , het bruto- en het nettogewicht van de levering, alsmede de merktekens van de voor verzending gebruikte spoorwagens, vrachtwagens, schepen of vliegtuigen; ook het nummer van het bestek, de datum van het sluiten van de overeenkomst en eventueel die van de bestelling en het nummer van het perceel, worden erop vermeld.
De leveringslijst mag worden vervangen door een faktuur, die dezelfde inlichtingen vermeldt.
§ 3. Voorwaarden betreffende de levering.
De leveringen die niet worden aangeboden overeenkomstig de (in de opdracht gestelde voorwaarden) om te worden opgeleverd of waarop enige onkosten moeten worden vereffend, kunnen met afgekeurde leveringen worden gelijkgesteld. <KB 1999-04-29/46, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 01-06-1999>
§ 4. Nazicht van de levering.
De aanbestedende overheid ziet de leveringen na op de leveringsplaats. Ze neemt eveneens de eventuele beschadigingen op. Het resultaat van dit nazicht alsmede de juiste datum van de aankomst van de leveringen worden vermeld in een proces-verbaal of eventueel op de leveringslijst of de faktuur bedoeld in § 2.
De aanbestedende overheid beschikt over vijftien kalenderdagen om voornoemde formaliteiten van onderzoek te vervullen en aan de aannemer kennis te geven van de uitslag. Deze termijn gaat in de dag volgend op de dag waarop de leveringen ter bestemming zijn gekomen, voor zover de aanbestedende overheid in het bezit van de leveringslijst of faktuur wordt gesteld.
In elk geval neemt de keurder de nodige maatregelen om te beletten dat de afgekeurde produkten opnieuw ter keuring of oplevering worden aangeboden of geleverd in de toestand waarin ze zich bevinden.
§ 5. Aansprakelijkheid van de leverancier.
De leverancier is voor zijn leveringen aansprakelijk tot op het ogenblik dat de in § 4 vermelde formaliteiten zijn verricht, behalve wanneer in de opslagplaatsen van de bestemmeling verliezen of beschadigingen zijn ontstaan, te wijten aan feiten of omstandigheden bedoeld in artikel 16.
Art. 55. § 1. Lieu de livraison.
Les fournitures doivent être livrées à l'endroit désigné par le cahier spécial des charges.
En cas de nécessité, le pouvoir adjudicateur peut faire diriger les fournitures vers d'autres lieux et y opérer les réceptions, sans que le fournisseur puisse élever aucune réclamation de ce chef.
Dans ce cas, les risques et les frais de transport et de manutention supplémentaires sont à la charge du pouvoir adjudicateur.
§ 2. Formalités de livraison.
Pour chaque livraison, le fournisseur dresse un bordereau, en cinq exemplaires, aux fins de réception provisoire. Il les envoie ou les remet au pouvoir adjudicateur au plus tard le jour même de l'expédition ou de la livraison des fournitures. Ce bordereau doit spécifier les matières ou objets expédiés et indiquer les quantités, marques et numéros, le poids brut et le poids net de la fourniture, ainsi que les marques d'identification du wagon du chemin de fer, du camion, du bateau ou de l'avion utilisé pour l'expédition; il y a lieu de rappeler, en outre, le numéro du cahier spécial des charges, la date de la conclusion du marché, et, le cas échéant, celle de la commande et le numéro du lot.
Le bordereau peut être remplacé par une facture comportant les mêmes indications.
§ 3. Conditions de livraison.
Les fournitures qui ne sont pas présentées (dans les conditions imposées dans le marché) pour être réceptionnées ou qui sont grevées de frais quelconques, peuvent être assimilées aux fournitures refusées. <AR 1999-04-29/46, art. 7, 004; En vigueur : 01-06-1999>
§ 4. Vérification de la livraison.
Le pouvoir adjudicateur vérifie les fournitures au lieu de livraison. Il procède aux constatations d'avaries éventuelles. Une déclaration constatant le résultat de la vérification, ainsi que la date d'arrivée des fournitures, sont consignés dans un procès-verbal ou éventuellement sur le bordereau ou la facture dont il est question au § 2.
Le pouvoir adjudicateur dispose d'un délai de quinze jours de calendrier pour effectuer les formalités de vérification décrites ci-dessus et en notifier le résultat au fournisseur. Ce délai prend cours le lendemain de l'arrivée des fournitures à destination, pour autant que le pouvoir adjudicateur soit en possession du bordereau ou de la facture.
En toute hypothèse, le réceptionnaire prend toutes les mesures nécessaires pour empêcher que les produits refusés puissent être représentés en réception ou être livrés tels quels.
§ 5. Responsabilité du fournisseur.
Le fournisseur est responsable de ses fournitures jusqu'au moment où les opérations dont il est question au § 4 sont effectuées, sauf si les pertes ou avaries survenant dans les dépôts du destinataire sont dues à des faits ou circonstances visés à l'article 16.
Les fournitures doivent être livrées à l'endroit désigné par le cahier spécial des charges.
En cas de nécessité, le pouvoir adjudicateur peut faire diriger les fournitures vers d'autres lieux et y opérer les réceptions, sans que le fournisseur puisse élever aucune réclamation de ce chef.
Dans ce cas, les risques et les frais de transport et de manutention supplémentaires sont à la charge du pouvoir adjudicateur.
§ 2. Formalités de livraison.
Pour chaque livraison, le fournisseur dresse un bordereau, en cinq exemplaires, aux fins de réception provisoire. Il les envoie ou les remet au pouvoir adjudicateur au plus tard le jour même de l'expédition ou de la livraison des fournitures. Ce bordereau doit spécifier les matières ou objets expédiés et indiquer les quantités, marques et numéros, le poids brut et le poids net de la fourniture, ainsi que les marques d'identification du wagon du chemin de fer, du camion, du bateau ou de l'avion utilisé pour l'expédition; il y a lieu de rappeler, en outre, le numéro du cahier spécial des charges, la date de la conclusion du marché, et, le cas échéant, celle de la commande et le numéro du lot.
Le bordereau peut être remplacé par une facture comportant les mêmes indications.
§ 3. Conditions de livraison.
Les fournitures qui ne sont pas présentées (dans les conditions imposées dans le marché) pour être réceptionnées ou qui sont grevées de frais quelconques, peuvent être assimilées aux fournitures refusées. <AR 1999-04-29/46, art. 7, 004; En vigueur : 01-06-1999>
§ 4. Vérification de la livraison.
Le pouvoir adjudicateur vérifie les fournitures au lieu de livraison. Il procède aux constatations d'avaries éventuelles. Une déclaration constatant le résultat de la vérification, ainsi que la date d'arrivée des fournitures, sont consignés dans un procès-verbal ou éventuellement sur le bordereau ou la facture dont il est question au § 2.
Le pouvoir adjudicateur dispose d'un délai de quinze jours de calendrier pour effectuer les formalités de vérification décrites ci-dessus et en notifier le résultat au fournisseur. Ce délai prend cours le lendemain de l'arrivée des fournitures à destination, pour autant que le pouvoir adjudicateur soit en possession du bordereau ou de la facture.
En toute hypothèse, le réceptionnaire prend toutes les mesures nécessaires pour empêcher que les produits refusés puissent être représentés en réception ou être livrés tels quels.
§ 5. Responsabilité du fournisseur.
Le fournisseur est responsable de ses fournitures jusqu'au moment où les opérations dont il est question au § 4 sont effectuées, sauf si les pertes ou avaries survenant dans les dépôts du destinataire sont dues à des faits ou circonstances visés à l'article 16.
Art.54. § 1. De plannen, documenten en voorwerpen, vermeld in artikel 4, § 1, worden aan de leverancier ter hand gesteld of te zijner beschikking gesteld, en dit binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de dag waarop zijn schriftelijke aanvraag is toegekomen bij de door het bestek daartoe aangewezen ambtenaar, of bij ontstentenis bij de leidend ambtenaar.
Art.54. § 1. Les plans, documents et objets, dont il est question à l'article 4, § 1, sont remis au fournisseur ou mis à sa disposition dans les quinze jours de calendrier qui suivent celui de la réception de sa demande écrite, adressée au fonctionnaire désigné au cahier spécial des charges ou, à défaut, au fonctionnaire dirigeant.
Art. 56. § 1. Behoudens andersluidende bepaling in het bestek worden de verpakkingen eigendom van de aanbestedende overheid, zonder dat de leverancier hiervoor op enige vergoeding aanspraak kan maken.
§ 2. Indien het bestek bepaalt dat de verpakkingen eigendom blijven van de leverancier worden zij hem vrij van iedere aan de aanbestedende overheid te wijten abnormale beschadiging terugbezorgd. Dit geschiedt binnen de in het bestek hiervoor bepaalde termijn, die ingaat op de dag waarop de leveringen op de plaats van levering toekomen.
Eens die termijn is verlopen mag de leverancier de verpakkingen aan de aanbestedende overheid aanrekenen tegen de prijs die hij hiervoor in zijn offerte heeft vermeld.
De verpakkingen die moeten worden terugbezorgd dragen een volgnummer en het merkteken van de leverancier. Zij worden op zijn kosten naar het in zijn offerte vermelde plaats van bestemming teruggezonden.
§ 2. Indien het bestek bepaalt dat de verpakkingen eigendom blijven van de leverancier worden zij hem vrij van iedere aan de aanbestedende overheid te wijten abnormale beschadiging terugbezorgd. Dit geschiedt binnen de in het bestek hiervoor bepaalde termijn, die ingaat op de dag waarop de leveringen op de plaats van levering toekomen.
Eens die termijn is verlopen mag de leverancier de verpakkingen aan de aanbestedende overheid aanrekenen tegen de prijs die hij hiervoor in zijn offerte heeft vermeld.
De verpakkingen die moeten worden terugbezorgd dragen een volgnummer en het merkteken van de leverancier. Zij worden op zijn kosten naar het in zijn offerte vermelde plaats van bestemming teruggezonden.
Art. 56. § 1. Sauf indication contraire dans le cahier spécial des charges, les emballages restent acquis au pouvoir adjudicateur, sans que le fournisseur puisse prétendre à aucune indemnité de ce chef.
§ 2. Si le cahier spécial des charges prévoit que les emballages restent la propriété du fournisseur, ils sont renvoyés à celui-ci, exempts de toute dégradation anormale qui serait imputable au pouvoir adjudicateur. Ce renvoi est effectué dans le délai fixé au cahier spécial des charges, délai qui prend cours le jour de l'arrivée des fournitures au lieu de livraison.
Passé ce délai, le fournisseur peut facturer ces emballages au pouvoir adjudicateur au prix qu'il a indiqué dans son offre.
Les emballages à restituer portent un numéro d'ordre et la marque du fournisseur. Ils sont renvoyés à ses frais jusqu'au lieu de destination indiqué dans l'offre.
§ 2. Si le cahier spécial des charges prévoit que les emballages restent la propriété du fournisseur, ils sont renvoyés à celui-ci, exempts de toute dégradation anormale qui serait imputable au pouvoir adjudicateur. Ce renvoi est effectué dans le délai fixé au cahier spécial des charges, délai qui prend cours le jour de l'arrivée des fournitures au lieu de livraison.
Passé ce délai, le fournisseur peut facturer ces emballages au pouvoir adjudicateur au prix qu'il a indiqué dans son offre.
Les emballages à restituer portent un numéro d'ordre et la marque du fournisseur. Ils sont renvoyés à ses frais jusqu'au lieu de destination indiqué dans l'offre.
Art.55. § 1. Plaats van levering.
Art.55. § 1. Lieu de livraison.
Wijzen van voorlopige oplevering.
Modes de réception provisoire.
Art. 57. § 1. Bij het verstrijken van de bij artikel 55, § 4, bepaalde termijn van vijftien kalenderdagen, wordt naar gelang het geval een proces-verbaal opgesteld van voorlopige oplevering van de levering of van weigering van oplevering.
Het bestek kan evenwel bepalen dat de voorlopige oplevering verloopt volgens één van de twee volgende werkwijzen die ook gelden als keuring a posteriori :
1° een dubbele oplevering, die een gedeeltelijke oplevering inhoudt op de plaats van fabricage en een volledige oplevering op de plaats van levering; die dubbele oplevering wordt behandeld in de artikelen 58 tot 60;
2° een volledige oplevering op de plaats van levering zonder gedeeltelijke oplevering op de plaats van fabricage; die oplevering wordt behandeld in artikel 61.
§ 2. Bij overschrijding van de termijn door de schuld van de aanbestedende overheid blijft zij niettemin gerechtigd de leveringen te aanvaarden of te weigeren, doch is zij in dit geval aan de leverancier per kalenderdag vertraging een vergoeding verschuldigd van 0,07 percent van de bedragen waarvan de betaling van de voorlopige oplevering afhankelijk is, met een maximum van 5 percent van het totaal van deze bedragen.
Het bestek kan evenwel bepalen dat de voorlopige oplevering verloopt volgens één van de twee volgende werkwijzen die ook gelden als keuring a posteriori :
1° een dubbele oplevering, die een gedeeltelijke oplevering inhoudt op de plaats van fabricage en een volledige oplevering op de plaats van levering; die dubbele oplevering wordt behandeld in de artikelen 58 tot 60;
2° een volledige oplevering op de plaats van levering zonder gedeeltelijke oplevering op de plaats van fabricage; die oplevering wordt behandeld in artikel 61.
§ 2. Bij overschrijding van de termijn door de schuld van de aanbestedende overheid blijft zij niettemin gerechtigd de leveringen te aanvaarden of te weigeren, doch is zij in dit geval aan de leverancier per kalenderdag vertraging een vergoeding verschuldigd van 0,07 percent van de bedragen waarvan de betaling van de voorlopige oplevering afhankelijk is, met een maximum van 5 percent van het totaal van deze bedragen.
Art. 57. § 1. A l'expiration du délai de quinze jours de calendrier prévu à l'article 55, § 4, il est selon le cas dressé un procès-verbal de réception provisoire de la fourniture ou de refus de réception.
Le cahier spécial des charges peut cependant disposer que la réception provisoire se déroule selon l'un des deux modes suivants qui tiennent également lieu de réception technique a posteriori :
1° une double réception, comprenant une réception partielle au lieu de fabrication et une réception complète au lieu de livraison; cette double réception est traitée aux articles 58 à 60;
2° une réception complète au lieu de livraison sans réception partielle au lieu de fabrication; cette réception est traitée à l'article 61.
§ 2. Lorsque les délais sont dépassés par son fait, le pouvoir adjudicateur conserve néanmoins le droit d'agréer ou de refuser les fournitures mais, dans ce cas, il est redevable au fournisseur par jour de calendrier de retard d'une indemnité égale à 0,07 pour cent des montants dont le paiement dépend de la réception provisoire, avec un maximum de 5 pour cent de leur total.
Le cahier spécial des charges peut cependant disposer que la réception provisoire se déroule selon l'un des deux modes suivants qui tiennent également lieu de réception technique a posteriori :
1° une double réception, comprenant une réception partielle au lieu de fabrication et une réception complète au lieu de livraison; cette double réception est traitée aux articles 58 à 60;
2° une réception complète au lieu de livraison sans réception partielle au lieu de fabrication; cette réception est traitée à l'article 61.
§ 2. Lorsque les délais sont dépassés par son fait, le pouvoir adjudicateur conserve néanmoins le droit d'agréer ou de refuser les fournitures mais, dans ce cas, il est redevable au fournisseur par jour de calendrier de retard d'une indemnité égale à 0,07 pour cent des montants dont le paiement dépend de la réception provisoire, avec un maximum de 5 pour cent de leur total.
Onderafdeling 4. - Einde van de opdracht.
Sous-section 4. - Fin du marché.
Art. 58. § 1. Iedere gedeeltelijke voorlopige oplevering op de plaats van fabricage moet door de leverancier schriftelijk en volgens de voorschriften aan de aanbestedende overheid worden aangevraagd.
§ 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 60, § 3, derde lid, geldt als leveringsdatum voor de toepassing van boeten wegens laattijdige uitvoering, de datum waarop de leveringen voor het verrichten van de gedeeltelijke voorlopige oplevering ter beschikking van de aanbestedende overheid worden gesteld.
De datum van terbeschikkingstelling van de leveringen voor de verrichtingen van de voorlopige gedeeltelijke oplevering, wordt door de leverancier vastgesteld in de aanvraag tot oplevering. Indien de datum evenwel niet is vermeld of indien hij vóór de datum is gesteld waarop de aanvraag tot oplevering bij de aanbestedende overheid toekomt, dan is het deze laatste datum die voor het aanbieden van de leveringen voor oplevering in aanmerking komt.
Om de aannemer in kennis te stellen van de oplevering of van de weigering van oplevering, beschikt de aanbestedende overheid over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de dag van de aanvraag tot oplevering. Deze termijn bedraagt zestig kalenderdagen wanneer het bestek bepaalt dat de opleveringsverrichtingen de tussenkomst vereisen van een laboratorium. Het bestek kan kortere termijnen bepalen.
De termijn waarover de aanbestedende overheid beschikt om haar beslissing bekend te maken, wordt verlengd met het aantal dagen, nodig voor de heen- en terugreis van de keurders.
Ingeval van weigering van de leveringen aangeboden voor oplevering, wordt met het aantal dagen waarmede voormelde termijnen wordt overschreden rekening gehouden voor het vaststellen van de eventuele vertraging van de ter vervanging verrichte leveringen.
§ 3. De voorlopige oplevering is slechts volledig nadat de aanbestedende overheid de in artikel 55 bedoelde handelingen heeft verricht.
§ 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 60, § 3, derde lid, geldt als leveringsdatum voor de toepassing van boeten wegens laattijdige uitvoering, de datum waarop de leveringen voor het verrichten van de gedeeltelijke voorlopige oplevering ter beschikking van de aanbestedende overheid worden gesteld.
De datum van terbeschikkingstelling van de leveringen voor de verrichtingen van de voorlopige gedeeltelijke oplevering, wordt door de leverancier vastgesteld in de aanvraag tot oplevering. Indien de datum evenwel niet is vermeld of indien hij vóór de datum is gesteld waarop de aanvraag tot oplevering bij de aanbestedende overheid toekomt, dan is het deze laatste datum die voor het aanbieden van de leveringen voor oplevering in aanmerking komt.
Om de aannemer in kennis te stellen van de oplevering of van de weigering van oplevering, beschikt de aanbestedende overheid over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de dag van de aanvraag tot oplevering. Deze termijn bedraagt zestig kalenderdagen wanneer het bestek bepaalt dat de opleveringsverrichtingen de tussenkomst vereisen van een laboratorium. Het bestek kan kortere termijnen bepalen.
De termijn waarover de aanbestedende overheid beschikt om haar beslissing bekend te maken, wordt verlengd met het aantal dagen, nodig voor de heen- en terugreis van de keurders.
Ingeval van weigering van de leveringen aangeboden voor oplevering, wordt met het aantal dagen waarmede voormelde termijnen wordt overschreden rekening gehouden voor het vaststellen van de eventuele vertraging van de ter vervanging verrichte leveringen.
§ 3. De voorlopige oplevering is slechts volledig nadat de aanbestedende overheid de in artikel 55 bedoelde handelingen heeft verricht.
Art. 58. § 1. Toute réception provisoire partielle au lieu de fabrication fait l'objet d'une demande adressée par le fournisseur au pouvoir adjudicateur et formulée par écrit dans les formes prescrites.
§ 2. Sans préjudice de l'article 60, § 3, troisième alinéa, la date de la mise à la disposition du pouvoir adjudicateur des fournitures pour l'exécution des opérations de la réception provisoire partielle est considérée comme date de livraison pour l'application des amendes pour retard.
La date de la mise à disposition des fournitures pour les opérations de réception provisoire partielle est fixée par le fournisseur dans la demande de réception. Toutefois, si elle n'est pas indiquée ou si la date fixée est antérieure à la date à laquelle la demande de réception parvient au pouvoir adjudicateur, c'est cette dernière date qui est prise en considération pour la présentation en réception des fournitures.
Pour notifier au fournisseur sa décision d'acceptation ou de refus, le pouvoir adjudicateur dispose d'un délai de trente jours de calendrier à compter du jour de la présentation en réception. Ce délai est de soixante jours de calendrier lorsque le cahier spécial des charges prévoit que les opérations de réception entraînent l'intervention d'un laboratoire. Le cahier spécial des charges peut prévoir des délais plus réduits.
Le délai dont dispose le pouvoir adjudicateur pour notifier sa décision est augmenté du nombre de jours nécessaires au voyage aller et retour des réceptionnaires.
En cas de refus des fournitures présentées en réception, il est tenu compte du nombre de jours excédant les délais précités pour la détermination du retard éventuel dans la fourniture de remplacement.
§ 3. La réception provisoire n'est complète qu'après que le pouvoir adjudicateur a effectué les opérations prévues à l'article 55.
§ 2. Sans préjudice de l'article 60, § 3, troisième alinéa, la date de la mise à la disposition du pouvoir adjudicateur des fournitures pour l'exécution des opérations de la réception provisoire partielle est considérée comme date de livraison pour l'application des amendes pour retard.
La date de la mise à disposition des fournitures pour les opérations de réception provisoire partielle est fixée par le fournisseur dans la demande de réception. Toutefois, si elle n'est pas indiquée ou si la date fixée est antérieure à la date à laquelle la demande de réception parvient au pouvoir adjudicateur, c'est cette dernière date qui est prise en considération pour la présentation en réception des fournitures.
Pour notifier au fournisseur sa décision d'acceptation ou de refus, le pouvoir adjudicateur dispose d'un délai de trente jours de calendrier à compter du jour de la présentation en réception. Ce délai est de soixante jours de calendrier lorsque le cahier spécial des charges prévoit que les opérations de réception entraînent l'intervention d'un laboratoire. Le cahier spécial des charges peut prévoir des délais plus réduits.
Le délai dont dispose le pouvoir adjudicateur pour notifier sa décision est augmenté du nombre de jours nécessaires au voyage aller et retour des réceptionnaires.
En cas de refus des fournitures présentées en réception, il est tenu compte du nombre de jours excédant les délais précités pour la détermination du retard éventuel dans la fourniture de remplacement.
§ 3. La réception provisoire n'est complète qu'après que le pouvoir adjudicateur a effectué les opérations prévues à l'article 55.
Art.57. § 1. Bij het verstrijken van de bij artikel 55, § 4, bepaalde termijn van vijftien kalenderdagen, wordt naar gelang het geval een proces-verbaal opgesteld van voorlopige oplevering van de levering of van weigering van oplevering.
Art.57. § 1. A l'expiration du délai de quinze jours de calendrier prévu à l'article 55, § 4, il est selon le cas dressé un procès-verbal de réception provisoire de la fourniture ou de refus de réception.
Art. 59. § 1. De plannen, tekeningen, modellen en stalen, gemerkt met de stempel van de aanbestedende overheid die aan de leverancier ter hand werden gesteld, alsmede de modelstukken, de kennisgeving van het aanvaarden van de te verwerken grondstoffen en voorwerpen, moeten, voor de keuring in de werkhuizen, ter beschikking van de gemachtigde van de aanbestedende overheid worden gehouden. De tracé's en de mallen worden door toedoen van de leverancier kosteloos gemaakt onder toezicht van de aanbestedende overheid en ter beschikking van de keurders gehouden.
De nodige wegingen voor het nazicht van de voorwerpen en werktuigen waarvoor theoretische gewichten of gewichtsafwijkingen zijn voorgeschreven worden in de werkhuizen van de leverancier verricht die de aanbestedende overheid kosteloos over de door de ijkmeester behoorlijk geijkte weegtoestellen moet laten beschikken.
De leverancier laat de aanbestedende overheid ook kosteloos voor de in zijn werkhuizen uit te voeren proeven over behoorlijk gecontroleerde meetapparaten en proefmachines beschikken.
De voorwerpen die moeten geverfd of ingesmeerd worden dienen vooraf te worden gekeurd.
§ 2. De leveringen worden door toedoen van de leverancier op een passende plaats gerangschikt en uitgestald.
De arbeidskrachten die nodig zijn voor het schouwen, het sorteren, het wegen en het merken, moeten door de leverancier kosteloos en in voldoend aantal ter beschikking worden gesteld.
§ 3. Wanneer de aanbestedende overheid vaststelt dat de leveringen niet in staat zijn om te worden opgeleverd of dat de leverancier merkelijk kleinere hoeveelheden aanbiedt dan in zijn aanvraag was vermeld, wordt de vraag tot oplevering van de leverancier als onbestaande beschouwd. De leverancier moet een nieuwe vraag tot oplevering indienen.
De nodige wegingen voor het nazicht van de voorwerpen en werktuigen waarvoor theoretische gewichten of gewichtsafwijkingen zijn voorgeschreven worden in de werkhuizen van de leverancier verricht die de aanbestedende overheid kosteloos over de door de ijkmeester behoorlijk geijkte weegtoestellen moet laten beschikken.
De leverancier laat de aanbestedende overheid ook kosteloos voor de in zijn werkhuizen uit te voeren proeven over behoorlijk gecontroleerde meetapparaten en proefmachines beschikken.
De voorwerpen die moeten geverfd of ingesmeerd worden dienen vooraf te worden gekeurd.
§ 2. De leveringen worden door toedoen van de leverancier op een passende plaats gerangschikt en uitgestald.
De arbeidskrachten die nodig zijn voor het schouwen, het sorteren, het wegen en het merken, moeten door de leverancier kosteloos en in voldoend aantal ter beschikking worden gesteld.
§ 3. Wanneer de aanbestedende overheid vaststelt dat de leveringen niet in staat zijn om te worden opgeleverd of dat de leverancier merkelijk kleinere hoeveelheden aanbiedt dan in zijn aanvraag was vermeld, wordt de vraag tot oplevering van de leverancier als onbestaande beschouwd. De leverancier moet een nieuwe vraag tot oplevering indienen.
Art. 59. § 1. Les plans, dessins, modèles et échantillons, qui sont remis au fournisseur et qui sont revêtus du timbre du pouvoir adjudicateur, les pièces-type ainsi que la notification de l'acceptation des matières ou objets à mettre en oeuvre, doivent être tenus à la disposition du délégué dudit pouvoir adjudicateur pour l'accomplissement des formalités de réception à l'usine. Les tracés et les calibres sont réalisés gratuitement par les soins du fournisseur, sous le contrôle du pouvoir adjudicateur et tenus à la disposition des réceptionnaires.
Les pesées qu'exige la vérification des objets et machines, pour lesquels des poids théoriques ou des tolérances de poids sont prévus, ont lieu à l'usine du fournisseur, qui doit mettre gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur les instruments de pesage dûment poinçonnés par le vérificateur des poids et mesures.
Le fournisseur met également gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur les appareils de mesure et les machines d'essai dûment poinçonnés pour les essais prévus en ses usines.
Les pièces à peindre ou à recouvrir d'un enduit sont préalablement réceptionnées.
§ 2. Les fournitures sont classées et présentées dans un emplacement convenable par les soins du fournisseur.
La main-d'oeuvre nécessaire à la visite, au triage, au pesage et au marquage est mise à disposition gratuitement et en nombre suffisant par le fournisseur.
§ 3. La demande du fournisseur est considérée comme non avenue lorsque le pouvoir adjudicateur constate que les fournitures ne sont pas en état d'être réceptionnées ou que le fournisseur présente des quantités nettement inférieures à celles annoncées dans sa demande. Le fournisseur doit introduire une nouvelle demande de réception.
Les pesées qu'exige la vérification des objets et machines, pour lesquels des poids théoriques ou des tolérances de poids sont prévus, ont lieu à l'usine du fournisseur, qui doit mettre gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur les instruments de pesage dûment poinçonnés par le vérificateur des poids et mesures.
Le fournisseur met également gratuitement à la disposition du pouvoir adjudicateur les appareils de mesure et les machines d'essai dûment poinçonnés pour les essais prévus en ses usines.
Les pièces à peindre ou à recouvrir d'un enduit sont préalablement réceptionnées.
§ 2. Les fournitures sont classées et présentées dans un emplacement convenable par les soins du fournisseur.
La main-d'oeuvre nécessaire à la visite, au triage, au pesage et au marquage est mise à disposition gratuitement et en nombre suffisant par le fournisseur.
§ 3. La demande du fournisseur est considérée comme non avenue lorsque le pouvoir adjudicateur constate que les fournitures ne sont pas en état d'être réceptionnées ou que le fournisseur présente des quantités nettement inférieures à celles annoncées dans sa demande. Le fournisseur doit introduire une nouvelle demande de réception.
Art.58. § 1. Iedere gedeeltelijke voorlopige oplevering op de plaats van fabricage moet door de leverancier schriftelijk en volgens de voorschriften aan de aanbestedende overheid worden aangevraagd.
Art.58. § 1. Toute réception provisoire partielle au lieu de fabrication fait l'objet d'une demande adressée par le fournisseur au pouvoir adjudicateur et formulée par écrit dans les formes prescrites.
Art. 60. § 1. Verzegeling van de verpakte leveringen. De leveringen waarop geen goedkeuringsmerk kan worden aangebracht, moeten zodanig worden verpakt, dat het verzegelen gemakkelijk kan geschieden en de echtheid van de aanvaarde goederen volkomen wordt gewaarborgd.
De leverancier en de keurder moeten eventueel akkoord gaan over het toe te passen verzegelingssysteem. Het verzegelen geschiedt op het ogenblik van de voorafneming van de te beproeven stukken of van de materialen voor het vervaardigen van de proefstukken. Het leveren en aanbrengen van de vereiste zegelloodjes, draden en zegels worden verricht door de leverancier.
§ 2. Verzegeling van de te beproeven stukken of van de proefstukken.
De te beproeven stukken en de materialen voor het vervaardigen van de proefstukken worden gemerkt ofwel in een verzegelde verpakking gedaan op het ogenblik dat ze worden genomen.
De leverancier levert de benodigdheden voor het vervullen van die formaliteiten alsmede proper en behoorlijke verpakkingen voor de verzending.
§ 3. Verzending van de leveringen die voorlopig zijn aanvaard op de plaats van fabricage.
Wanneer de proeven voldoening hebben gegeven, verleent de keurder toelating tot het verzenden van de aangeboden goederen, tot het beloop van de bestelde hoeveelheid.
Wat de leveringen betreft waaruit geen te beproeven stukken of geen proefstukken worden genomen, geeft de keurder aanstonds na het nazicht van de levering, aan de aannemer bericht van de beslissing die omtrent de ter oplevering aangeboden voorwerpen werd getroffen; de gunstige kennisgeving geldt als toelating tot verzending.
De leveringen moeten op de leveringsplaats worden bezorgd binnen de vijftien kalenderdagen na de dag waarop de leverancier het bericht van goedkeuring heeft ontvangen. Deze bindende termijn omvat de tijd nodig voor alle verrichtingen tot de aankomst van de goederen op de leveringsplaats, zoals de verpakking, het vervoer, het in- of uitklaren of het verkrijgen van vergunningen of voorafgaande toelatingen. Bij overschrijding van die termijn, wordt de leveringsdatum bepaald in artikel 58, § 2, dienovereenkomstig verschoven.
§ 4. Leveringen die worden verworpen ingevolge de proeven die zijn verricht buiten de fabriek van de producent.
Wanneer de aangeboden leveringen worden verworpen ingevolge de uitslagen van de proeven, wordt in de fabriek van de producent als volgt gehandeld :
1° wanneer het leveringen betreft die in één en dezelfde verpakking zijn gedaan, kan de keurder de verworpen goederen doen blokkeren tot bij de volledige voorlopige oplevering;
2° wanneer het stukken betreft die afzonderlijk zijn gemerkt, mag de keurder de stempel van verwerping overdrukken op het oorspronkelijk aangebracht merk, doch zo, dat hun handelswaarde niet wordt aangetast.
In elk geval neemt de keurder de nodige maatregelen om te beletten dat de afgekeurde produkten opnieuw ter oplevering worden aangeboden of geleverd in de toestand waarin ze zich bevinden.
De leverancier en de keurder moeten eventueel akkoord gaan over het toe te passen verzegelingssysteem. Het verzegelen geschiedt op het ogenblik van de voorafneming van de te beproeven stukken of van de materialen voor het vervaardigen van de proefstukken. Het leveren en aanbrengen van de vereiste zegelloodjes, draden en zegels worden verricht door de leverancier.
§ 2. Verzegeling van de te beproeven stukken of van de proefstukken.
De te beproeven stukken en de materialen voor het vervaardigen van de proefstukken worden gemerkt ofwel in een verzegelde verpakking gedaan op het ogenblik dat ze worden genomen.
De leverancier levert de benodigdheden voor het vervullen van die formaliteiten alsmede proper en behoorlijke verpakkingen voor de verzending.
§ 3. Verzending van de leveringen die voorlopig zijn aanvaard op de plaats van fabricage.
Wanneer de proeven voldoening hebben gegeven, verleent de keurder toelating tot het verzenden van de aangeboden goederen, tot het beloop van de bestelde hoeveelheid.
Wat de leveringen betreft waaruit geen te beproeven stukken of geen proefstukken worden genomen, geeft de keurder aanstonds na het nazicht van de levering, aan de aannemer bericht van de beslissing die omtrent de ter oplevering aangeboden voorwerpen werd getroffen; de gunstige kennisgeving geldt als toelating tot verzending.
De leveringen moeten op de leveringsplaats worden bezorgd binnen de vijftien kalenderdagen na de dag waarop de leverancier het bericht van goedkeuring heeft ontvangen. Deze bindende termijn omvat de tijd nodig voor alle verrichtingen tot de aankomst van de goederen op de leveringsplaats, zoals de verpakking, het vervoer, het in- of uitklaren of het verkrijgen van vergunningen of voorafgaande toelatingen. Bij overschrijding van die termijn, wordt de leveringsdatum bepaald in artikel 58, § 2, dienovereenkomstig verschoven.
§ 4. Leveringen die worden verworpen ingevolge de proeven die zijn verricht buiten de fabriek van de producent.
Wanneer de aangeboden leveringen worden verworpen ingevolge de uitslagen van de proeven, wordt in de fabriek van de producent als volgt gehandeld :
1° wanneer het leveringen betreft die in één en dezelfde verpakking zijn gedaan, kan de keurder de verworpen goederen doen blokkeren tot bij de volledige voorlopige oplevering;
2° wanneer het stukken betreft die afzonderlijk zijn gemerkt, mag de keurder de stempel van verwerping overdrukken op het oorspronkelijk aangebracht merk, doch zo, dat hun handelswaarde niet wordt aangetast.
In elk geval neemt de keurder de nodige maatregelen om te beletten dat de afgekeurde produkten opnieuw ter oplevering worden aangeboden of geleverd in de toestand waarin ze zich bevinden.
Art. 60. § 1. Scellement des fournitures emballées.
Les fournitures sur lesquelles une marque d'acceptation ne peut être appliquée doivent être enfermées dans des emballages constitués de telle manière que les plombages soient facilement réalisables, en donnant toute garantie quant à l'authenticité de la marchandise acceptée.
Eventuellement, le fournisseur et le réceptionnaire doivent se mettre d'accord sur le système de scellement à utiliser. Ce scellement s'opère au moment du prélèvement des pièces à essayer ou de la matière destinée à la confection des éprouvettes. La fourniture et le placement des plombs, fils et scellés nécessaires incombent au fournisseur.
§ 2. Scellement des pièces à essayer ou des éprouvettes.
Les pièces à essayer et les matières destinées à la confection des éprouvettes sont poinçonnées ou mises sous emballage scellé au moment de leur prélèvement.
Le fournisseur livre le matériel nécessaire à l'accomplissement de ces formalités ainsi que les emballages propres et bien conditionnés pour l'expédition.
§ 3. Expédition des fournitures réceptionnées provisoirement au lieu de fabrication.
Lorsque les essais ont été satisfaisants, le réceptionnaire donne l'autorisation d'expédier la marchandise présentée à concurrence de la quantité commandée.
Dès que le contrôle des fournitures ne donnant pas lieu à prélèvement est terminé, le réceptionnaire donne avis au fournisseur de la décision prise au sujet des objets présentés en réception; l'avis favorable vaut autorisation d'expédier.
Les fournitures doivent être remises au lieu de livraison dans les quinze jours de calendrier après le jour où l'avis d'acceptation est parvenu au fournisseur. Ce délai de rigueur est censé tenir compte de tout le temps nécessaire pour effectuer l'ensemble des opérations jusqu'à l'arrivée des fournitures au lieu de livraison, telles que l'emballage, le transport, le dédouanement ou l'obtention de licences ou d'autorisations préalables. Si ce délai est dépassé, la date de livraison résultant de l'article 58, § 2, est reportée à due concurrence.
§ 4. Fournitures refusées à la suite d'essais effectués en dehors de l'usine du fabricant.
Lorsque le résultat des essais conduit au refus de la fourniture présentée, il est procédé, à l'usine du fabricant, de la manière suivante :
1° lorsqu'il s'agit de fournitures réunies sous un même emballage, le réceptionnaire peut faire bloquer la marchandise refusée jusqu'à la réception provisoire complète;
2° lorsqu'il s'agit de pièces marquées individuellement, le réceptionnaire peut appliquer le poinçon de rebut sur la marque qui avait été initialement apposée, pour autant que leur valeur commerciale ne soit pas altérée.
En toute hypothèse, le réceptionnaire prend toutes les mesures nécessaires pour empêcher que les produits refusés puissent être représentés en réception ou être livrés tels quels.
Les fournitures sur lesquelles une marque d'acceptation ne peut être appliquée doivent être enfermées dans des emballages constitués de telle manière que les plombages soient facilement réalisables, en donnant toute garantie quant à l'authenticité de la marchandise acceptée.
Eventuellement, le fournisseur et le réceptionnaire doivent se mettre d'accord sur le système de scellement à utiliser. Ce scellement s'opère au moment du prélèvement des pièces à essayer ou de la matière destinée à la confection des éprouvettes. La fourniture et le placement des plombs, fils et scellés nécessaires incombent au fournisseur.
§ 2. Scellement des pièces à essayer ou des éprouvettes.
Les pièces à essayer et les matières destinées à la confection des éprouvettes sont poinçonnées ou mises sous emballage scellé au moment de leur prélèvement.
Le fournisseur livre le matériel nécessaire à l'accomplissement de ces formalités ainsi que les emballages propres et bien conditionnés pour l'expédition.
§ 3. Expédition des fournitures réceptionnées provisoirement au lieu de fabrication.
Lorsque les essais ont été satisfaisants, le réceptionnaire donne l'autorisation d'expédier la marchandise présentée à concurrence de la quantité commandée.
Dès que le contrôle des fournitures ne donnant pas lieu à prélèvement est terminé, le réceptionnaire donne avis au fournisseur de la décision prise au sujet des objets présentés en réception; l'avis favorable vaut autorisation d'expédier.
Les fournitures doivent être remises au lieu de livraison dans les quinze jours de calendrier après le jour où l'avis d'acceptation est parvenu au fournisseur. Ce délai de rigueur est censé tenir compte de tout le temps nécessaire pour effectuer l'ensemble des opérations jusqu'à l'arrivée des fournitures au lieu de livraison, telles que l'emballage, le transport, le dédouanement ou l'obtention de licences ou d'autorisations préalables. Si ce délai est dépassé, la date de livraison résultant de l'article 58, § 2, est reportée à due concurrence.
§ 4. Fournitures refusées à la suite d'essais effectués en dehors de l'usine du fabricant.
Lorsque le résultat des essais conduit au refus de la fourniture présentée, il est procédé, à l'usine du fabricant, de la manière suivante :
1° lorsqu'il s'agit de fournitures réunies sous un même emballage, le réceptionnaire peut faire bloquer la marchandise refusée jusqu'à la réception provisoire complète;
2° lorsqu'il s'agit de pièces marquées individuellement, le réceptionnaire peut appliquer le poinçon de rebut sur la marque qui avait été initialement apposée, pour autant que leur valeur commerciale ne soit pas altérée.
En toute hypothèse, le réceptionnaire prend toutes les mesures nécessaires pour empêcher que les produits refusés puissent être représentés en réception ou être livrés tels quels.
Art.59. § 1. De plannen, tekeningen, modellen en stalen, gemerkt met de stempel van de aanbestedende overheid die aan de leverancier ter hand werden gesteld, alsmede de modelstukken, de kennisgeving van het aanvaarden van de te verwerken grondstoffen en voorwerpen, moeten, voor de keuring in de werkhuizen, ter beschikking van de gemachtigde van de aanbestedende overheid worden gehouden. De tracé's en de mallen worden door toedoen van de leverancier kosteloos gemaakt onder toezicht van de aanbestedende overheid en ter beschikking van de keurders gehouden.
Art.59. § 1. Les plans, dessins, modèles et échantillons, qui sont remis au fournisseur et qui sont revêtus du timbre du pouvoir adjudicateur, les pièces-type ainsi que la notification de l'acceptation des matières ou objets à mettre en oeuvre, doivent être tenus à la disposition du délégué dudit pouvoir adjudicateur pour l'accomplissement des formalités de réception à l'usine. Les tracés et les calibres sont réalisés gratuitement par les soins du fournisseur, sous le contrôle du pouvoir adjudicateur et tenus à la disposition des réceptionnaires.
Art. 61. § 1. Indien de voorlopige oplevering geheel op de plaats van levering wordt verricht, beschikt de aanbestedende overheid over dertig kalenderdagen om de leveringen te onderzoeken en te beproeven en om haar beslissing van aanvaarding of verwerping ervan mede te delen. Deze termijn wordt zestig kalenderdagen indien het bestek bepaalt dat de opleveringsverrichtingen de tussenkomst van een laboratorium eisen. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de goederen op de plaats van levering aankomen, op voorwaarde dat de aanbestedende overheid in het bezit is gesteld van de leveringslijst of faktuur bedoeld in artikel 55, § 2; de in artikel 55, § 4, voorziene termijn van vijftien kalenderdagen is hierin begrepen.
§ 2. De leverancier of zijn gemachtigden mogen bij de opleveringen aanwezig zijn.
§ 3. De afgekeurde voorwerpen mogen niet alleen van een merk van verwerping worden voorzien overeenkomstig het bepaalde bij artikel 60, § 4, maar de aanbestedende overheid mag ze tevens bijhouden tot de datum van de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.
Het staat de aanbestedende overheid evenwel vrij van dat recht geen gebruik te maken wanneer de leverancier bewijst dat hij het voorwerp aan een derde heeft verkocht; ook kan de aanbestedende overheid aan de leverancier, op zijn verzoek, toelating verlenen het voorwerp te vernielen, met inachtneming van de controlemaatregelen die zij nodig acht.
In elk geval neemt de keurder alle nodige maatregelen om te beletten dat de afgekeurde produkten opnieuw ter oplevering worden aangeboden of geleverd in de toestand waarin ze zich bevinden.
§ 4. Ingeval voorwerpen worden verworpen, wordt daarvan bij ter post aangetekende brief kennis gegeven aan de leverancier, die ze moet doen weghalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen, tenzij gebruik wordt gemaakt van het in § 3 voorziene recht om ze bij te houden.
Na het verstrijken van die termijn is de aanbestedende overheid ontheven van iedere verantwoordelijkheid voor de niet weggehaalde voorwerpen. Ze mogen van ambtswege en op kosten van de leverancier worden teruggezonden.
§ 5. De aanbestedende overheid kan voor het weghalen van de verworpen voorwerpen een uiterste datum stellen. Zij kan van dat recht slechts gebruik maken indien er ten minste dertig kalenderdagen zijn verlopen tussen de dag van de kennisgeving en die welke voor het weghalen is bepaald.
Voor iedere kalenderdag vertraging na de gestelde uiterste datum kan een straf worden toegepast overeenkomstig artikel 20, § 4.
§ 2. De leverancier of zijn gemachtigden mogen bij de opleveringen aanwezig zijn.
§ 3. De afgekeurde voorwerpen mogen niet alleen van een merk van verwerping worden voorzien overeenkomstig het bepaalde bij artikel 60, § 4, maar de aanbestedende overheid mag ze tevens bijhouden tot de datum van de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.
Het staat de aanbestedende overheid evenwel vrij van dat recht geen gebruik te maken wanneer de leverancier bewijst dat hij het voorwerp aan een derde heeft verkocht; ook kan de aanbestedende overheid aan de leverancier, op zijn verzoek, toelating verlenen het voorwerp te vernielen, met inachtneming van de controlemaatregelen die zij nodig acht.
In elk geval neemt de keurder alle nodige maatregelen om te beletten dat de afgekeurde produkten opnieuw ter oplevering worden aangeboden of geleverd in de toestand waarin ze zich bevinden.
§ 4. Ingeval voorwerpen worden verworpen, wordt daarvan bij ter post aangetekende brief kennis gegeven aan de leverancier, die ze moet doen weghalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen, tenzij gebruik wordt gemaakt van het in § 3 voorziene recht om ze bij te houden.
Na het verstrijken van die termijn is de aanbestedende overheid ontheven van iedere verantwoordelijkheid voor de niet weggehaalde voorwerpen. Ze mogen van ambtswege en op kosten van de leverancier worden teruggezonden.
§ 5. De aanbestedende overheid kan voor het weghalen van de verworpen voorwerpen een uiterste datum stellen. Zij kan van dat recht slechts gebruik maken indien er ten minste dertig kalenderdagen zijn verlopen tussen de dag van de kennisgeving en die welke voor het weghalen is bepaald.
Voor iedere kalenderdag vertraging na de gestelde uiterste datum kan een straf worden toegepast overeenkomstig artikel 20, § 4.
Art. 61. § 1. Si la réception provisoire s'effectue complètement au lieu de livraison, le pouvoir adjudicateur dispose d'un délai de trente jours de calendrier pour éprouver et examiner les fournitures, ainsi que pour notifier sa décision d'acceptation ou de refus. Ce délai est de soixante jours de calendrier lorsque le cahier spécial des charges prévoit que les opérations de réception entraînent l'intervention d'un laboratoire. Il prend cours le lendemain du jour d'arrivée des fournitures au lieu de livraison, pour autant que le pouvoir adjudicateur soit mis en possession du bordereau ou de la facture dont il est question à l'article 55, § 2; il comprend le délai de quinze jours de calendrier prévu à l'article 55, § 4.
§ 2. Le fournisseur ou ses délégués sont admis à assister aux réceptions.
§ 3. Les objets refusés peuvent non seulement être frappés d'une marque de rebut, conformément à l'article 60, § 4, mais aussi être retenus par le pouvoir adjudicateur jusqu'à la date de notification du procès-verbal de réception provisoire.
Toutefois, le pouvoir adjudicateur peut ne pas user de cette faculté lorsque le fournisseur prouve avoir vendu l'objet à un tiers; il peut aussi autoriser le fournisseur, sur sa demande, à détruire l'objet moyennant les mesures de contrôle qu'il estime nécessaires.
En toute hypothèse, le réceptionnaire prend toutes les mesures nécessaires pour empêcher que les produits refusés puissent être représentés en réception ou être livrés tels quels.
§ 4. En cas de refus de produits, avis est donné au fournisseur par lettre recommandée à la poste, lequel est tenu de les faire enlever dans un délai de quinze jours de calendrier, à moins qu'ils soient retenus conformément au § 3.
Ce délai passé, le pouvoir adjudicateur est dégagé de toute responsabilité pour les produits qui ne sont pas enlevés. Ceux-ci peuvent être renvoyés d'office au fournisseur et à ses frais.
§ 5. Le pouvoir adjudicateur peut fixer une date de rigueur pour l'enlèvement des produits refusés. Il ne peut user de ce droit qu'à la condition de laisser au moins trente jours de calendrier d'intervalle entre le jour de la notification et celui qui est fixé pour l'enlèvement.
Il peut être infligé une pénalité par jour de calendrier de retard au-delà de la date de rigueur conformément à l'article 20, § 4.
§ 2. Le fournisseur ou ses délégués sont admis à assister aux réceptions.
§ 3. Les objets refusés peuvent non seulement être frappés d'une marque de rebut, conformément à l'article 60, § 4, mais aussi être retenus par le pouvoir adjudicateur jusqu'à la date de notification du procès-verbal de réception provisoire.
Toutefois, le pouvoir adjudicateur peut ne pas user de cette faculté lorsque le fournisseur prouve avoir vendu l'objet à un tiers; il peut aussi autoriser le fournisseur, sur sa demande, à détruire l'objet moyennant les mesures de contrôle qu'il estime nécessaires.
En toute hypothèse, le réceptionnaire prend toutes les mesures nécessaires pour empêcher que les produits refusés puissent être représentés en réception ou être livrés tels quels.
§ 4. En cas de refus de produits, avis est donné au fournisseur par lettre recommandée à la poste, lequel est tenu de les faire enlever dans un délai de quinze jours de calendrier, à moins qu'ils soient retenus conformément au § 3.
Ce délai passé, le pouvoir adjudicateur est dégagé de toute responsabilité pour les produits qui ne sont pas enlevés. Ceux-ci peuvent être renvoyés d'office au fournisseur et à ses frais.
§ 5. Le pouvoir adjudicateur peut fixer une date de rigueur pour l'enlèvement des produits refusés. Il ne peut user de ce droit qu'à la condition de laisser au moins trente jours de calendrier d'intervalle entre le jour de la notification et celui qui est fixé pour l'enlèvement.
Il peut être infligé une pénalité par jour de calendrier de retard au-delà de la date de rigueur conformément à l'article 20, § 4.
Art.60. § 1. Verzegeling van de verpakte leveringen. De leveringen waarop geen goedkeuringsmerk kan worden aangebracht, moeten zodanig worden verpakt, dat het verzegelen gemakkelijk kan geschieden en de echtheid van de aanvaarde goederen volkomen wordt gewaarborgd.
Art.60. § 1. Scellement des fournitures emballées.
Art. 62. Indien tijdens het nazicht van een ter keuring of oplevering aangeboden levering, om het even hoever dat onderzoek gevorderd is, vastgesteld wordt dat de hoeveelheid produkten of materialen die aan de gestelde eisen niet voldoen, tenminste 10 percent bedraagt van de aangeboden totale hoeveelheid, kan de aanbestedende overheid hetzij gans de aangeboden levering afkeuren zonder vergoeding voor de leverancier, hetzij de goederen schiften en de aanvaardbare stukken in ontvangst nemen.
Wanneer het aandeel van produkten of van materialen die niet aan de gestelde eisen voldoen, lager is dan 10 procent van de aangeboden totale hoeveelheid, gaat de aanbestedende overheid over tot schifting om de aanvaardbare stukken in ontvangst te nemen.
De schiftingskosten vallen in ieder geval ten laste van de leverancier.
Wanneer het aandeel van produkten of van materialen die niet aan de gestelde eisen voldoen, lager is dan 10 procent van de aangeboden totale hoeveelheid, gaat de aanbestedende overheid over tot schifting om de aanvaardbare stukken in ontvangst te nemen.
De schiftingskosten vallen in ieder geval ten laste van de leverancier.
Art. 62. Si, au cours de la vérification d'une fourniture présentée pour réception, et quel que soit le degré d'avancement de cette vérification, il est constaté que la proportion de produits ou de matières ne satisfaisant pas aux conditions prescrites est d'au moins 10 pour cent de la quantité totale présentée, le pouvoir adjudicateur peut, soit refuser toute la fourniture présentée, sans indemnité pour le fournisseur, soit procéder au triage pour prendre livraison des pièces acceptables.
Lorsque la proportion de produits ou de matières ne satisfaisant pas aux conditions prescrites est inférieure à 10 pour cent de la quantité totale présentée, le pouvoir adjudicateur procède au triage pour prendre livraison des pièces acceptables.
En toute hypothèse, les frais du triage sont à la charge du fournisseur.
Lorsque la proportion de produits ou de matières ne satisfaisant pas aux conditions prescrites est inférieure à 10 pour cent de la quantité totale présentée, le pouvoir adjudicateur procède au triage pour prendre livraison des pièces acceptables.
En toute hypothèse, les frais du triage sont à la charge du fournisseur.
Art.61. § 1. Indien de voorlopige oplevering geheel op de plaats van levering wordt verricht, beschikt de aanbestedende overheid over dertig kalenderdagen om de leveringen te onderzoeken en te beproeven en om haar beslissing van aanvaarding of verwerping ervan mede te delen. Deze termijn wordt zestig kalenderdagen indien het bestek bepaalt dat de opleveringsverrichtingen de tussenkomst van een laboratorium eisen. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de goederen op de plaats van levering aankomen, op voorwaarde dat de aanbestedende overheid in het bezit is gesteld van de leveringslijst of faktuur bedoeld in artikel 55, § 2; de in artikel 55, § 4, voorziene termijn van vijftien kalenderdagen is hierin begrepen.
Art.61. § 1. Si la réception provisoire s'effectue complètement au lieu de livraison, le pouvoir adjudicateur dispose d'un délai de trente jours de calendrier pour éprouver et examiner les fournitures, ainsi que pour notifier sa décision d'acceptation ou de refus. Ce délai est de soixante jours de calendrier lorsque le cahier spécial des charges prévoit que les opérations de réception entraînent l'intervention d'un laboratoire. Il prend cours le lendemain du jour d'arrivée des fournitures au lieu de livraison, pour autant que le pouvoir adjudicateur soit mis en possession du bordereau ou de la facture dont il est question à l'article 55, § 2; il comprend le délai de quinze jours de calendrier prévu à l'article 55, § 4.
Art. 63. De aanbestedende overheid kan gedurende de waarborgtermijn vermeld in het bestek of, bij ontstentenis, binnen een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de dag van de voorlopige oplevering op de leveringsplaats, van de leverancier eisen dat hij op zijn kosten de produkten binnen de gestelde termijn vervangt, wanneer ze gebreken vertonen die geen gebruik toelaten overeenkomstig de voorwaarden van de opdracht.
Op al de in vervanging geleverde produkten wordt een nieuwe gelijkwaardige waarborgtermijn toegepast.
Op al de in vervanging geleverde produkten wordt een nieuwe gelijkwaardige waarborgtermijn toegepast.
Art. 63. Dans le délai de garantie fixé par le cahier spécial des charges ou, à défaut, dans un délai d'un an à compter de la date de la réception provisoire au lieu de livraison, le pouvoir adjudicateur peut exiger que le fournisseur remplace, à ses frais et dans le délai imposé, les produits présentant des défauts ne permettant pas une utilisation conforme aux conditions du marché.
Un nouveau délai équivalent s'applique à tous les produits fournis en remplacement.
Un nouveau délai équivalent s'applique à tous les produits fournis en remplacement.
Art.62. Indien tijdens het nazicht van een ter keuring of oplevering aangeboden levering, om het even hoever dat onderzoek gevorderd is, vastgesteld wordt dat de hoeveelheid produkten of materialen die aan de gestelde eisen niet voldoen, tenminste 10 percent bedraagt van de aangeboden totale hoeveelheid, kan de aanbestedende overheid hetzij gans de aangeboden levering afkeuren zonder vergoeding voor de leverancier, hetzij de goederen schiften en de aanvaardbare stukken in ontvangst nemen.
Art.62. Si, au cours de la vérification d'une fourniture présentée pour réception, et quel que soit le degré d'avancement de cette vérification, il est constaté que la proportion de produits ou de matières ne satisfaisant pas aux conditions prescrites est d'au moins 10 pour cent de la quantité totale présentée, le pouvoir adjudicateur peut, soit refuser toute la fourniture présentée, sans indemnité pour le fournisseur, soit procéder au triage pour prendre livraison des pièces acceptables.
Art. 64. De definitieve oplevering heeft plaats bij het verstrijken van de waarborgtermijn vermeld in het bestek of, bij ontstentenis, binnen de termijn van een jaar bepaald in artikel 63; ze gebeurt stilzwijgend wanneer de levering gedurende die termijn geen aanleiding tot klachten heeft gegeven.
Wanneer de levering tijdens de waarborgtermijn aanleiding heeft gegeven tot klachten, wordt er binnen de vijftien kalenderdagen voorafgaand aan het verstrijken van die termijn een proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van oplevering opgesteld.
Wanneer de levering tijdens de waarborgtermijn aanleiding heeft gegeven tot klachten, wordt er binnen de vijftien kalenderdagen voorafgaand aan het verstrijken van die termijn een proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van oplevering opgesteld.
Art. 64. La réception définitive a lieu à l'expiration du délai de garantie fixé au cahier spécial des charges ou, à défaut, du délai de un an prévu à l'article 63; elle est implicite lorsque la fourniture n'a pas donné lieu à réclamation pendant ce délai.
Lorsque la fourniture a donné lieu à réclamation pendant le délai de garantie, un procès-verbal de réception définitive ou de refus de réception est établi dans les quinze jours de calendrier précédant l'expiration dudit délai.
Lorsque la fourniture a donné lieu à réclamation pendant le délai de garantie, un procès-verbal de réception définitive ou de refus de réception est établi dans les quinze jours de calendrier précédant l'expiration dudit délai.
Art.63. De aanbestedende overheid kan gedurende de waarborgtermijn vermeld in het bestek of, bij ontstentenis, binnen een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de dag van de voorlopige oplevering op de leveringsplaats, van de leverancier eisen dat hij op zijn kosten de produkten binnen de gestelde termijn vervangt, wanneer ze gebreken vertonen die geen gebruik toelaten overeenkomstig de voorwaarden van de opdracht.
Art.63. Dans le délai de garantie fixé par le cahier spécial des charges ou, à défaut, dans un délai d'un an à compter de la date de la réception provisoire au lieu de livraison, le pouvoir adjudicateur peut exiger que le fournisseur remplace, à ses frais et dans le délai imposé, les produits présentant des défauts ne permettant pas une utilisation conforme aux conditions du marché.
Art. 65. Behoudens overmacht moet ieder bezwaar tegen de beslissingen genomen door de aanbestedende overheid inzake opleveringen worden ingediend bij ter post aangetekende brief uiterlijk de vijftiende kalenderdag na de dag die overeenstemt met de postdatum van de brief die de kennisgeving van weigering of van aanvaarding tegen korting wegens minderwaarde bevat.
Art. 65. Sauf cas de force majeure, toute réclamation au sujet des décisions du pouvoir adjudicateur en matière de réception doit être formulée par lettre recommandée à la poste au plus tard le quinzième jour de calendrier suivant celui déterminé par la date postale du pli contenant les notifications de refus ou d'acceptation moyennant réfaction.
Art.64. De definitieve oplevering heeft plaats bij het verstrijken van de waarborgtermijn vermeld in het bestek of, bij ontstentenis, binnen de termijn van een jaar bepaald in artikel 63; ze gebeurt stilzwijgend wanneer de levering gedurende die termijn geen aanleiding tot klachten heeft gegeven.
Art.64. La réception définitive a lieu à l'expiration du délai de garantie fixé au cahier spécial des charges ou, à défaut, du délai de un an prévu à l'article 63; elle est implicite lorsque la fourniture n'a pas donné lieu à réclamation pendant ce délai.
Art. 66. § 1.- Boeten wegens laattijdige uitvoering.
1° Het louter verstrijken van de eventuele verlengde leveringstermijn stelt de leverancier in gebreke. Alle voorschriften betreffende de boeten wegens laattijdige uitvoering, treden van rechtswege in werking, zonder enige kennisgeving of bericht.
2° De boeten wegens laattijdige uitvoering worden berekend naar rata van 0,07 percent per kalenderdag vertraging, met een maximum van 5 percent van de waarde van de goederen waarvan de levering met dezelfde vertraging gebeurde.
De waarde van de leveringen wordt berekend op grond van de oorspronkelijke aannemingsprijs eventueel gewijzigd door bijakten, zonder rekening te houden met de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13, § 2 en § 3, noch met de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 20, § 9.
Worden niet aangerekend, de boeten wegens laattijdige uitvoering waarvan het totaal bedrag geen (55 EUR) per opdracht bereikt. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
3° Indien bepaald is dat de levering gespreid moet worden uitgevoerd, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering overeenkomstig de uitvoeringstermijnen voor elke gedeeltelijke levering afzonderlijk toegepast.
Onverminderd het bepaalde in artikel 60, § 3, derde lid, geldt als de datum voor de levering voor het toepassen van boeten wegens laattijdige uitvoering, de datum waarop de leveringen voor het verrichten van de gedeeltelijke voorlopige oplevering ter beschikking van de aanbestedende overheid worden gesteld.
4° Wanneer de opdracht uit verschillende delen of fazen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn en een eigen bedrag, wordt voor de toepassing van de boeten elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.
5° Indien de opdracht niet uit delen of fazen in de zin van het 4° bestaat, doch dat het bestek gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepaalt zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boeten alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien het bestek daarentegen vermeldt dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in het bestek daartoe voorziene boeten of indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boeten die overeenkomstig de bepaling in het 2° worden berekend.
§ 2. Maatregelen van ambtswege
1° Wanneer wordt overgegaan tot maatregelen van ambtswege onder de vorm van uitvoering in eigen beheer of van opdracht voor rekening worden de meerkosten uitsluitend berekend op de leveringen die de ingebreke gebleven leverancier gehouden was uit te voeren en die werkelijk werden uitgevoerd in eigen beheer of besteld bij de nieuwe leverancier, zonder dat de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13 in aanmerking komen, die de prijzen van de ingebreke gebleven leverancier of de nieuwe leverancier hadden kunnen wijzigen. De prijzen die voor de berekening van de meerkosten in aanmerking komen worden desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde.
De boeten wegens laattijdige uitvoering blijven lopen ten laste van de in gebreke gestelde leverancier tot de datum van de levering of van fabricage en, in geval van opdracht voor rekening, uiterlijk tot het verstrijken van de termijn voor de uitvoering van ambtswege.
2° Wanneer de opdracht betrekking heeft op leveringen die niet of niet meer in de handel zijn of die alleen door de leverancier die in gebreke is gesteld hadden kunnen worden geleverd en indien de aanbestedende overheid zich onmogelijk identieke goederen kan aanschaffen, kan het die na ingebrekestelling bij ter post aangetekende brief, door soortgelijke vervangen, onder de in artikel 20, § 6, en in 1° van deze paragraaf bedoelde voorwaarden.
Bij de ingebrekestelling bepaalt de aanbestedende overheid de gelijkaardige leveringen die zij voornemens is te bestellen.
3° De leveringen voor rekening van de in gebreke gestelde leverancier worden gekeurd en opgeleverd volgens de voorschriften van de oorspronkelijke opdracht.
In het in 2° van deze paragraaf genoemde geval worden de voor rekening bestelde of in eigen beheer uitgevoerde leveringen van gelijke aard onderworpen aan de door de aanbestedende overheid bepaalde proeven.
Aan de leverancier die in gebreke is gebleven wordt behoorlijk kennis gegeven van de plaats waar en van de datum waarop de in de twee voorafgaande leden bedoelde proeven zullen worden verricht; hij mag er bij aanwezig zijn of er zich laten vertegenwoordigen, tenzij de nieuwe leverancier zich hiertegen verzet wanneer de keuringsverrichtingen in zijn instellingen moeten plaatsvinden. In dit geval kan de in gebreke gestelde leverancier de mededeling van het resultaat van de keuring en van de oplevering eisen.
4° De ingebreke gestelde leverancier draagt insgelijks de kosten voor het gunnen van de opdracht voor rekening; welke ook de gunningswijze is, worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht bepaald, met een maximum van (11.000 EUR). <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
1° Het louter verstrijken van de eventuele verlengde leveringstermijn stelt de leverancier in gebreke. Alle voorschriften betreffende de boeten wegens laattijdige uitvoering, treden van rechtswege in werking, zonder enige kennisgeving of bericht.
2° De boeten wegens laattijdige uitvoering worden berekend naar rata van 0,07 percent per kalenderdag vertraging, met een maximum van 5 percent van de waarde van de goederen waarvan de levering met dezelfde vertraging gebeurde.
De waarde van de leveringen wordt berekend op grond van de oorspronkelijke aannemingsprijs eventueel gewijzigd door bijakten, zonder rekening te houden met de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13, § 2 en § 3, noch met de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 20, § 9.
Worden niet aangerekend, de boeten wegens laattijdige uitvoering waarvan het totaal bedrag geen (55 EUR) per opdracht bereikt. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
3° Indien bepaald is dat de levering gespreid moet worden uitgevoerd, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering overeenkomstig de uitvoeringstermijnen voor elke gedeeltelijke levering afzonderlijk toegepast.
Onverminderd het bepaalde in artikel 60, § 3, derde lid, geldt als de datum voor de levering voor het toepassen van boeten wegens laattijdige uitvoering, de datum waarop de leveringen voor het verrichten van de gedeeltelijke voorlopige oplevering ter beschikking van de aanbestedende overheid worden gesteld.
4° Wanneer de opdracht uit verschillende delen of fazen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn en een eigen bedrag, wordt voor de toepassing van de boeten elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.
5° Indien de opdracht niet uit delen of fazen in de zin van het 4° bestaat, doch dat het bestek gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepaalt zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boeten alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien het bestek daarentegen vermeldt dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in het bestek daartoe voorziene boeten of indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boeten die overeenkomstig de bepaling in het 2° worden berekend.
§ 2. Maatregelen van ambtswege
1° Wanneer wordt overgegaan tot maatregelen van ambtswege onder de vorm van uitvoering in eigen beheer of van opdracht voor rekening worden de meerkosten uitsluitend berekend op de leveringen die de ingebreke gebleven leverancier gehouden was uit te voeren en die werkelijk werden uitgevoerd in eigen beheer of besteld bij de nieuwe leverancier, zonder dat de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13 in aanmerking komen, die de prijzen van de ingebreke gebleven leverancier of de nieuwe leverancier hadden kunnen wijzigen. De prijzen die voor de berekening van de meerkosten in aanmerking komen worden desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde.
De boeten wegens laattijdige uitvoering blijven lopen ten laste van de in gebreke gestelde leverancier tot de datum van de levering of van fabricage en, in geval van opdracht voor rekening, uiterlijk tot het verstrijken van de termijn voor de uitvoering van ambtswege.
2° Wanneer de opdracht betrekking heeft op leveringen die niet of niet meer in de handel zijn of die alleen door de leverancier die in gebreke is gesteld hadden kunnen worden geleverd en indien de aanbestedende overheid zich onmogelijk identieke goederen kan aanschaffen, kan het die na ingebrekestelling bij ter post aangetekende brief, door soortgelijke vervangen, onder de in artikel 20, § 6, en in 1° van deze paragraaf bedoelde voorwaarden.
Bij de ingebrekestelling bepaalt de aanbestedende overheid de gelijkaardige leveringen die zij voornemens is te bestellen.
3° De leveringen voor rekening van de in gebreke gestelde leverancier worden gekeurd en opgeleverd volgens de voorschriften van de oorspronkelijke opdracht.
In het in 2° van deze paragraaf genoemde geval worden de voor rekening bestelde of in eigen beheer uitgevoerde leveringen van gelijke aard onderworpen aan de door de aanbestedende overheid bepaalde proeven.
Aan de leverancier die in gebreke is gebleven wordt behoorlijk kennis gegeven van de plaats waar en van de datum waarop de in de twee voorafgaande leden bedoelde proeven zullen worden verricht; hij mag er bij aanwezig zijn of er zich laten vertegenwoordigen, tenzij de nieuwe leverancier zich hiertegen verzet wanneer de keuringsverrichtingen in zijn instellingen moeten plaatsvinden. In dit geval kan de in gebreke gestelde leverancier de mededeling van het resultaat van de keuring en van de oplevering eisen.
4° De ingebreke gestelde leverancier draagt insgelijks de kosten voor het gunnen van de opdracht voor rekening; welke ook de gunningswijze is, worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht bepaald, met een maximum van (11.000 EUR). <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art. 66. § 1.- Amendes pour retard.
1° Le seul fait de l'expiration du délai d'exécution éventuellement prolongé vaut mise en demeure pour le fournisseur. Toutes les prescriptions relatives aux amendes pour retard s'appliquent de plein droit, sans formalités ni avis quelconques.
2° Les amendes pour retard sont calculées à raison de 0,07 pour cent par jour de calendrier de retard, le maximum en étant fixé à 5 pour cent de la valeur des fournitures dont la livraison a été effectuée avec un même retard.
La valeur des fournitures s'établit en prenant comme base le montant initial du marché, éventuellement modifié par les avenants intervenus, sans tenir compte des révisions des prix prévues à l'article 13, § 2 et § 3, ni des réfactions visées à l'article 20, § 9.
Sont négligées les amendes pour retard dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
3° S'il est prévu que la livraison a lieu d'une manière échelonnée, les amendes pour retard sont appliquées aux livraisons partielles, sur base des délais indiqués pour chacune d'elles.
Sans préjudice de l'article 60, § 3, troisième alinéa, la date de la mise à la disposition du pouvoir adjudicateur des fournitures pour l'exécution des opérations de la réception provisoire partielle est considérée comme date de livraison pour l'application éventuelle des amendes pour retard.
4° Si le marché comporte plusieurs parties ou plusieurs phases ayant chacune leur délai et leur montant propres, chacune d'elles est assimilée à un marché distinct pour l'application des amendes.
5° Si, sans fixer de parties ou de phases au sens du 4°, le cahier spécial des charges fait mention de délais d'exécution partiels sans stipuler pour autant qu'ils sont de rigueur, ces délais doivent être considérés comme de simples prévisions du déroulement du marché et seul le délai final est pris en considération pour l'application des amendes. Par contre, si le cahier spécial des charges stipule que les délais partiels sont de rigueur, l'inobservation de ceux-ci est sanctionnée par des amendes particulières prévues au cahier spécial des charges ou, à défaut de pareille clause, par des amendes calculées conformément à la disposition du 2°.
§ 2. Mesures d'office.
1° Lorsqu'il est recouru aux mesures d'office sous forme d'exécution en régie ou de marché pour compte, le coût supplémentaire se calcule sur les seules fournitures restant à livrer par le fournisseur défaillant et effectivement exécutées en régie ou commandées à un nouveau fournisseur, sans que soient prises en considération les révisions des prix dont il est question à l'article 13, qui auraient pu affecter les prix du fournisseur défaillant ou du nouveau fournisseur. Les prix à prendre en considération pour le calcul du coût supplémentaire sont majorés s'il y a lieu de la taxe sur la valeur ajoutée.
Les amendes pour retard continuent à courir à charge du fournisseur défaillant, jusqu'à la date de livraison ou de fabrication des fournitures et, au plus tard, en cas de marché pour compte, jusqu'à l'expiration du délai fixé pour l'exécution d'office.
2° Lorsque le marché a pour objet des fournitures qui ne sont pas dans le commerce ou que le fournisseur défaillant est seul en mesure de livrer et si le pouvoir adjudicateur est dans l'impossibilité de se procurer des fournitures identiques, après une mise en demeure par lettre recommandée à la poste, il peut les remplacer par des fournitures similaires, dans les conditions prévues à l'article 20, § 6, et au 1° du présent paragraphe.
Lors de la mise en demeure, le pouvoir adjudicateur spécifie les fournitures similaires qu'il se propose de commander.
3° Les fournitures achetées faisant l'objet du marché pour compte sont réceptionnées selon les modalités prévues pour le marché initial.
Dans le cas prévu au 2° du présent paragraphe, les fournitures similaires commandées pour compte ou exécutées en régie, sont soumises aux épreuves déterminées par le pouvoir adjudicateur.
Le fournisseur défaillant est dûment avisé du lieu et de la date auxquels il est procédé aux épreuves visées aux deux alinéas précédents; il peut y assister ou s'y faire représenter, à moins que le nouveau fournisseur ne s'y oppose lorsque ces épreuves doivent s'effectuer dans ses propres installations. Dans ce cas, le fournisseur défaillant peut exiger que lui soit communiqué le résultat des réceptions.
4° Le fournisseur défaillant supporte également les frais de conclusion du marché pour compte; quel que soit le mode de passation, ces frais sont fixés à un pour cent du montant initial de ce marché, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
1° Le seul fait de l'expiration du délai d'exécution éventuellement prolongé vaut mise en demeure pour le fournisseur. Toutes les prescriptions relatives aux amendes pour retard s'appliquent de plein droit, sans formalités ni avis quelconques.
2° Les amendes pour retard sont calculées à raison de 0,07 pour cent par jour de calendrier de retard, le maximum en étant fixé à 5 pour cent de la valeur des fournitures dont la livraison a été effectuée avec un même retard.
La valeur des fournitures s'établit en prenant comme base le montant initial du marché, éventuellement modifié par les avenants intervenus, sans tenir compte des révisions des prix prévues à l'article 13, § 2 et § 3, ni des réfactions visées à l'article 20, § 9.
Sont négligées les amendes pour retard dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
3° S'il est prévu que la livraison a lieu d'une manière échelonnée, les amendes pour retard sont appliquées aux livraisons partielles, sur base des délais indiqués pour chacune d'elles.
Sans préjudice de l'article 60, § 3, troisième alinéa, la date de la mise à la disposition du pouvoir adjudicateur des fournitures pour l'exécution des opérations de la réception provisoire partielle est considérée comme date de livraison pour l'application éventuelle des amendes pour retard.
4° Si le marché comporte plusieurs parties ou plusieurs phases ayant chacune leur délai et leur montant propres, chacune d'elles est assimilée à un marché distinct pour l'application des amendes.
5° Si, sans fixer de parties ou de phases au sens du 4°, le cahier spécial des charges fait mention de délais d'exécution partiels sans stipuler pour autant qu'ils sont de rigueur, ces délais doivent être considérés comme de simples prévisions du déroulement du marché et seul le délai final est pris en considération pour l'application des amendes. Par contre, si le cahier spécial des charges stipule que les délais partiels sont de rigueur, l'inobservation de ceux-ci est sanctionnée par des amendes particulières prévues au cahier spécial des charges ou, à défaut de pareille clause, par des amendes calculées conformément à la disposition du 2°.
§ 2. Mesures d'office.
1° Lorsqu'il est recouru aux mesures d'office sous forme d'exécution en régie ou de marché pour compte, le coût supplémentaire se calcule sur les seules fournitures restant à livrer par le fournisseur défaillant et effectivement exécutées en régie ou commandées à un nouveau fournisseur, sans que soient prises en considération les révisions des prix dont il est question à l'article 13, qui auraient pu affecter les prix du fournisseur défaillant ou du nouveau fournisseur. Les prix à prendre en considération pour le calcul du coût supplémentaire sont majorés s'il y a lieu de la taxe sur la valeur ajoutée.
Les amendes pour retard continuent à courir à charge du fournisseur défaillant, jusqu'à la date de livraison ou de fabrication des fournitures et, au plus tard, en cas de marché pour compte, jusqu'à l'expiration du délai fixé pour l'exécution d'office.
2° Lorsque le marché a pour objet des fournitures qui ne sont pas dans le commerce ou que le fournisseur défaillant est seul en mesure de livrer et si le pouvoir adjudicateur est dans l'impossibilité de se procurer des fournitures identiques, après une mise en demeure par lettre recommandée à la poste, il peut les remplacer par des fournitures similaires, dans les conditions prévues à l'article 20, § 6, et au 1° du présent paragraphe.
Lors de la mise en demeure, le pouvoir adjudicateur spécifie les fournitures similaires qu'il se propose de commander.
3° Les fournitures achetées faisant l'objet du marché pour compte sont réceptionnées selon les modalités prévues pour le marché initial.
Dans le cas prévu au 2° du présent paragraphe, les fournitures similaires commandées pour compte ou exécutées en régie, sont soumises aux épreuves déterminées par le pouvoir adjudicateur.
Le fournisseur défaillant est dûment avisé du lieu et de la date auxquels il est procédé aux épreuves visées aux deux alinéas précédents; il peut y assister ou s'y faire représenter, à moins que le nouveau fournisseur ne s'y oppose lorsque ces épreuves doivent s'effectuer dans ses propres installations. Dans ce cas, le fournisseur défaillant peut exiger que lui soit communiqué le résultat des réceptions.
4° Le fournisseur défaillant supporte également les frais de conclusion du marché pour compte; quel que soit le mode de passation, ces frais sont fixés à un pour cent du montant initial de ce marché, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Art.65. Behoudens overmacht moet ieder bezwaar tegen de beslissingen genomen door de aanbestedende overheid inzake opleveringen worden ingediend bij ter post aangetekende brief uiterlijk de vijftiende kalenderdag na de dag die overeenstemt met de postdatum van de brief die de kennisgeving van weigering of van aanvaarding tegen korting wegens minderwaarde bevat.
Art.65. Sauf cas de force majeure, toute réclamation au sujet des décisions du pouvoir adjudicateur en matière de réception doit être formulée par lettre recommandée à la poste au plus tard le quinzième jour de calendrier suivant celui déterminé par la date postale du pli contenant les notifications de refus ou d'acceptation moyennant réfaction.
Onderafdeling 5. - Gebrekkige uitvoering - Middelen van optreden van de aanbestedende overheid.
Sous-section 5. - Défaut d'exécution - Moyens d'action du pouvoir adjudicateur.
Art.66. § 1.- Boeten wegens laattijdige uitvoering.
1° Het louter verstrijken van de eventuele verlengde leveringstermijn stelt de leverancier in gebreke. Alle voorschriften betreffende de boeten wegens laattijdige uitvoering, treden van rechtswege in werking, zonder enige kennisgeving of bericht.
2° De boeten wegens laattijdige uitvoering worden berekend naar rata van 0,07 percent per kalenderdag vertraging, met een maximum van 5 percent van de waarde van de goederen waarvan de levering met dezelfde vertraging gebeurde.
De waarde van de leveringen wordt berekend op grond van de oorspronkelijke aannemingsprijs eventueel gewijzigd door bijakten, zonder rekening te houden met de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13, § 2 en § 3, noch met de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 20, § 9.
Worden niet aangerekend, de boeten wegens laattijdige uitvoering waarvan het totaal bedrag geen (55 EUR) per opdracht bereikt. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
3° Indien bepaald is dat de levering gespreid moet worden uitgevoerd, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering overeenkomstig de uitvoeringstermijnen voor elke gedeeltelijke levering afzonderlijk toegepast.
Onverminderd het bepaalde in artikel 60, § 3, derde lid, geldt als de datum voor de levering voor het toepassen van boeten wegens laattijdige uitvoering, de datum waarop de leveringen voor het verrichten van de gedeeltelijke voorlopige oplevering ter beschikking van de aanbestedende overheid worden gesteld.
4° Wanneer de opdracht uit verschillende delen of fazen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn en een eigen bedrag, wordt voor de toepassing van de boeten elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.
5° Indien de opdracht niet uit delen of fazen in de zin van het 4° bestaat, doch dat het bestek gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepaalt zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boeten alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien het bestek daarentegen vermeldt dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in het bestek daartoe voorziene boeten of indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boeten die overeenkomstig de bepaling in het 2° worden berekend.
§ 2. Maatregelen van ambtswege
1° Wanneer wordt overgegaan tot maatregelen van ambtswege onder de vorm van uitvoering in eigen beheer of van opdracht voor rekening worden de meerkosten uitsluitend berekend op de leveringen die de ingebreke gebleven leverancier gehouden was uit te voeren en die werkelijk werden uitgevoerd in eigen beheer of besteld bij de nieuwe leverancier, zonder dat de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13 in aanmerking komen, die de prijzen van de ingebreke gebleven leverancier of de nieuwe leverancier hadden kunnen wijzigen. De prijzen die voor de berekening van de meerkosten in aanmerking komen worden desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde.
De boeten wegens laattijdige uitvoering blijven lopen ten laste van de in gebreke gestelde leverancier tot de datum van de levering of van fabricage en, in geval van opdracht voor rekening, uiterlijk tot het verstrijken van de termijn voor de uitvoering van ambtswege.
2° Wanneer de opdracht betrekking heeft op leveringen die niet of niet meer in de handel zijn of die alleen door de leverancier die in gebreke is gesteld hadden kunnen worden geleverd en indien de aanbestedende overheid zich onmogelijk identieke goederen kan aanschaffen, kan het die na ingebrekestelling bij ter post aangetekende brief, door soortgelijke vervangen, onder de in artikel 20, § 6, en in 1° van deze paragraaf bedoelde voorwaarden.
Bij de ingebrekestelling bepaalt de aanbestedende overheid de gelijkaardige leveringen die zij voornemens is te bestellen.
3° De leveringen voor rekening van de in gebreke gestelde leverancier worden gekeurd en opgeleverd volgens de voorschriften van de oorspronkelijke opdracht.
In het in 2° van deze paragraaf genoemde geval worden de voor rekening bestelde of in eigen beheer uitgevoerde leveringen van gelijke aard onderworpen aan de door de aanbestedende overheid bepaalde proeven.
Aan de leverancier die in gebreke is gebleven wordt behoorlijk kennis gegeven van de plaats waar en van de datum waarop de in de twee voorafgaande leden bedoelde proeven zullen worden verricht; hij mag er bij aanwezig zijn of er zich laten vertegenwoordigen, tenzij de nieuwe leverancier zich hiertegen verzet wanneer de keuringsverrichtingen in zijn instellingen moeten plaatsvinden. In dit geval kan de in gebreke gestelde leverancier de mededeling van het resultaat van de keuring en van de oplevering eisen.
4° De ingebreke gestelde leverancier draagt insgelijks de kosten voor het gunnen van de opdracht voor rekening; welke ook de gunningswijze is, worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht bepaald, met een maximum van (11.000 EUR). <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
1° Het louter verstrijken van de eventuele verlengde leveringstermijn stelt de leverancier in gebreke. Alle voorschriften betreffende de boeten wegens laattijdige uitvoering, treden van rechtswege in werking, zonder enige kennisgeving of bericht.
2° De boeten wegens laattijdige uitvoering worden berekend naar rata van 0,07 percent per kalenderdag vertraging, met een maximum van 5 percent van de waarde van de goederen waarvan de levering met dezelfde vertraging gebeurde.
De waarde van de leveringen wordt berekend op grond van de oorspronkelijke aannemingsprijs eventueel gewijzigd door bijakten, zonder rekening te houden met de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13, § 2 en § 3, noch met de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 20, § 9.
Worden niet aangerekend, de boeten wegens laattijdige uitvoering waarvan het totaal bedrag geen (55 EUR) per opdracht bereikt. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
3° Indien bepaald is dat de levering gespreid moet worden uitgevoerd, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering overeenkomstig de uitvoeringstermijnen voor elke gedeeltelijke levering afzonderlijk toegepast.
Onverminderd het bepaalde in artikel 60, § 3, derde lid, geldt als de datum voor de levering voor het toepassen van boeten wegens laattijdige uitvoering, de datum waarop de leveringen voor het verrichten van de gedeeltelijke voorlopige oplevering ter beschikking van de aanbestedende overheid worden gesteld.
4° Wanneer de opdracht uit verschillende delen of fazen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn en een eigen bedrag, wordt voor de toepassing van de boeten elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.
5° Indien de opdracht niet uit delen of fazen in de zin van het 4° bestaat, doch dat het bestek gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepaalt zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boeten alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien het bestek daarentegen vermeldt dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in het bestek daartoe voorziene boeten of indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boeten die overeenkomstig de bepaling in het 2° worden berekend.
§ 2. Maatregelen van ambtswege
1° Wanneer wordt overgegaan tot maatregelen van ambtswege onder de vorm van uitvoering in eigen beheer of van opdracht voor rekening worden de meerkosten uitsluitend berekend op de leveringen die de ingebreke gebleven leverancier gehouden was uit te voeren en die werkelijk werden uitgevoerd in eigen beheer of besteld bij de nieuwe leverancier, zonder dat de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13 in aanmerking komen, die de prijzen van de ingebreke gebleven leverancier of de nieuwe leverancier hadden kunnen wijzigen. De prijzen die voor de berekening van de meerkosten in aanmerking komen worden desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde.
De boeten wegens laattijdige uitvoering blijven lopen ten laste van de in gebreke gestelde leverancier tot de datum van de levering of van fabricage en, in geval van opdracht voor rekening, uiterlijk tot het verstrijken van de termijn voor de uitvoering van ambtswege.
2° Wanneer de opdracht betrekking heeft op leveringen die niet of niet meer in de handel zijn of die alleen door de leverancier die in gebreke is gesteld hadden kunnen worden geleverd en indien de aanbestedende overheid zich onmogelijk identieke goederen kan aanschaffen, kan het die na ingebrekestelling bij ter post aangetekende brief, door soortgelijke vervangen, onder de in artikel 20, § 6, en in 1° van deze paragraaf bedoelde voorwaarden.
Bij de ingebrekestelling bepaalt de aanbestedende overheid de gelijkaardige leveringen die zij voornemens is te bestellen.
3° De leveringen voor rekening van de in gebreke gestelde leverancier worden gekeurd en opgeleverd volgens de voorschriften van de oorspronkelijke opdracht.
In het in 2° van deze paragraaf genoemde geval worden de voor rekening bestelde of in eigen beheer uitgevoerde leveringen van gelijke aard onderworpen aan de door de aanbestedende overheid bepaalde proeven.
Aan de leverancier die in gebreke is gebleven wordt behoorlijk kennis gegeven van de plaats waar en van de datum waarop de in de twee voorafgaande leden bedoelde proeven zullen worden verricht; hij mag er bij aanwezig zijn of er zich laten vertegenwoordigen, tenzij de nieuwe leverancier zich hiertegen verzet wanneer de keuringsverrichtingen in zijn instellingen moeten plaatsvinden. In dit geval kan de in gebreke gestelde leverancier de mededeling van het resultaat van de keuring en van de oplevering eisen.
4° De ingebreke gestelde leverancier draagt insgelijks de kosten voor het gunnen van de opdracht voor rekening; welke ook de gunningswijze is, worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht bepaald, met een maximum van (11.000 EUR). <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.66. § 1.- Amendes pour retard.
1° Le seul fait de l'expiration du délai d'exécution éventuellement prolongé vaut mise en demeure pour le fournisseur. Toutes les prescriptions relatives aux amendes pour retard s'appliquent de plein droit, sans formalités ni avis quelconques.
2° Les amendes pour retard sont calculées à raison de 0,07 pour cent par jour de calendrier de retard, le maximum en étant fixé à 5 pour cent de la valeur des fournitures dont la livraison a été effectuée avec un même retard.
La valeur des fournitures s'établit en prenant comme base le montant initial du marché, éventuellement modifié par les avenants intervenus, sans tenir compte des révisions des prix prévues à l'article 13, § 2 et § 3, ni des réfactions visées à l'article 20, § 9.
Sont négligées les amendes pour retard dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
3° S'il est prévu que la livraison a lieu d'une manière échelonnée, les amendes pour retard sont appliquées aux livraisons partielles, sur base des délais indiqués pour chacune d'elles.
Sans préjudice de l'article 60, § 3, troisième alinéa, la date de la mise à la disposition du pouvoir adjudicateur des fournitures pour l'exécution des opérations de la réception provisoire partielle est considérée comme date de livraison pour l'application éventuelle des amendes pour retard.
4° Si le marché comporte plusieurs parties ou plusieurs phases ayant chacune leur délai et leur montant propres, chacune d'elles est assimilée à un marché distinct pour l'application des amendes.
5° Si, sans fixer de parties ou de phases au sens du 4°, le cahier spécial des charges fait mention de délais d'exécution partiels sans stipuler pour autant qu'ils sont de rigueur, ces délais doivent être considérés comme de simples prévisions du déroulement du marché et seul le délai final est pris en considération pour l'application des amendes. Par contre, si le cahier spécial des charges stipule que les délais partiels sont de rigueur, l'inobservation de ceux-ci est sanctionnée par des amendes particulières prévues au cahier spécial des charges ou, à défaut de pareille clause, par des amendes calculées conformément à la disposition du 2°.
§ 2. Mesures d'office.
1° Lorsqu'il est recouru aux mesures d'office sous forme d'exécution en régie ou de marché pour compte, le coût supplémentaire se calcule sur les seules fournitures restant à livrer par le fournisseur défaillant et effectivement exécutées en régie ou commandées à un nouveau fournisseur, sans que soient prises en considération les révisions des prix dont il est question à l'article 13, qui auraient pu affecter les prix du fournisseur défaillant ou du nouveau fournisseur. Les prix à prendre en considération pour le calcul du coût supplémentaire sont majorés s'il y a lieu de la taxe sur la valeur ajoutée.
Les amendes pour retard continuent à courir à charge du fournisseur défaillant, jusqu'à la date de livraison ou de fabrication des fournitures et, au plus tard, en cas de marché pour compte, jusqu'à l'expiration du délai fixé pour l'exécution d'office.
2° Lorsque le marché a pour objet des fournitures qui ne sont pas dans le commerce ou que le fournisseur défaillant est seul en mesure de livrer et si le pouvoir adjudicateur est dans l'impossibilité de se procurer des fournitures identiques, après une mise en demeure par lettre recommandée à la poste, il peut les remplacer par des fournitures similaires, dans les conditions prévues à l'article 20, § 6, et au 1° du présent paragraphe.
Lors de la mise en demeure, le pouvoir adjudicateur spécifie les fournitures similaires qu'il se propose de commander.
3° Les fournitures achetées faisant l'objet du marché pour compte sont réceptionnées selon les modalités prévues pour le marché initial.
Dans le cas prévu au 2° du présent paragraphe, les fournitures similaires commandées pour compte ou exécutées en régie, sont soumises aux épreuves déterminées par le pouvoir adjudicateur.
Le fournisseur défaillant est dûment avisé du lieu et de la date auxquels il est procédé aux épreuves visées aux deux alinéas précédents; il peut y assister ou s'y faire représenter, à moins que le nouveau fournisseur ne s'y oppose lorsque ces épreuves doivent s'effectuer dans ses propres installations. Dans ce cas, le fournisseur défaillant peut exiger que lui soit communiqué le résultat des réceptions.
4° Le fournisseur défaillant supporte également les frais de conclusion du marché pour compte; quel que soit le mode de passation, ces frais sont fixés à un pour cent du montant initial de ce marché, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
1° Le seul fait de l'expiration du délai d'exécution éventuellement prolongé vaut mise en demeure pour le fournisseur. Toutes les prescriptions relatives aux amendes pour retard s'appliquent de plein droit, sans formalités ni avis quelconques.
2° Les amendes pour retard sont calculées à raison de 0,07 pour cent par jour de calendrier de retard, le maximum en étant fixé à 5 pour cent de la valeur des fournitures dont la livraison a été effectuée avec un même retard.
La valeur des fournitures s'établit en prenant comme base le montant initial du marché, éventuellement modifié par les avenants intervenus, sans tenir compte des révisions des prix prévues à l'article 13, § 2 et § 3, ni des réfactions visées à l'article 20, § 9.
Sont négligées les amendes pour retard dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
3° S'il est prévu que la livraison a lieu d'une manière échelonnée, les amendes pour retard sont appliquées aux livraisons partielles, sur base des délais indiqués pour chacune d'elles.
Sans préjudice de l'article 60, § 3, troisième alinéa, la date de la mise à la disposition du pouvoir adjudicateur des fournitures pour l'exécution des opérations de la réception provisoire partielle est considérée comme date de livraison pour l'application éventuelle des amendes pour retard.
4° Si le marché comporte plusieurs parties ou plusieurs phases ayant chacune leur délai et leur montant propres, chacune d'elles est assimilée à un marché distinct pour l'application des amendes.
5° Si, sans fixer de parties ou de phases au sens du 4°, le cahier spécial des charges fait mention de délais d'exécution partiels sans stipuler pour autant qu'ils sont de rigueur, ces délais doivent être considérés comme de simples prévisions du déroulement du marché et seul le délai final est pris en considération pour l'application des amendes. Par contre, si le cahier spécial des charges stipule que les délais partiels sont de rigueur, l'inobservation de ceux-ci est sanctionnée par des amendes particulières prévues au cahier spécial des charges ou, à défaut de pareille clause, par des amendes calculées conformément à la disposition du 2°.
§ 2. Mesures d'office.
1° Lorsqu'il est recouru aux mesures d'office sous forme d'exécution en régie ou de marché pour compte, le coût supplémentaire se calcule sur les seules fournitures restant à livrer par le fournisseur défaillant et effectivement exécutées en régie ou commandées à un nouveau fournisseur, sans que soient prises en considération les révisions des prix dont il est question à l'article 13, qui auraient pu affecter les prix du fournisseur défaillant ou du nouveau fournisseur. Les prix à prendre en considération pour le calcul du coût supplémentaire sont majorés s'il y a lieu de la taxe sur la valeur ajoutée.
Les amendes pour retard continuent à courir à charge du fournisseur défaillant, jusqu'à la date de livraison ou de fabrication des fournitures et, au plus tard, en cas de marché pour compte, jusqu'à l'expiration du délai fixé pour l'exécution d'office.
2° Lorsque le marché a pour objet des fournitures qui ne sont pas dans le commerce ou que le fournisseur défaillant est seul en mesure de livrer et si le pouvoir adjudicateur est dans l'impossibilité de se procurer des fournitures identiques, après une mise en demeure par lettre recommandée à la poste, il peut les remplacer par des fournitures similaires, dans les conditions prévues à l'article 20, § 6, et au 1° du présent paragraphe.
Lors de la mise en demeure, le pouvoir adjudicateur spécifie les fournitures similaires qu'il se propose de commander.
3° Les fournitures achetées faisant l'objet du marché pour compte sont réceptionnées selon les modalités prévues pour le marché initial.
Dans le cas prévu au 2° du présent paragraphe, les fournitures similaires commandées pour compte ou exécutées en régie, sont soumises aux épreuves déterminées par le pouvoir adjudicateur.
Le fournisseur défaillant est dûment avisé du lieu et de la date auxquels il est procédé aux épreuves visées aux deux alinéas précédents; il peut y assister ou s'y faire représenter, à moins que le nouveau fournisseur ne s'y oppose lorsque ces épreuves doivent s'effectuer dans ses propres installations. Dans ce cas, le fournisseur défaillant peut exiger que lui soit communiqué le résultat des réceptions.
4° Le fournisseur défaillant supporte également les frais de conclusion du marché pour compte; quel que soit le mode de passation, ces frais sont fixés à un pour cent du montant initial de ce marché, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Onderafdeling 2. - Briefwisseling met de dienstverlener.
Sous-section 2. - Correspondance avec le prestataire de services.
Art. 68. De kennisgevingen door de aanbestedende overheid worden gezonden naar de woonplaats of de sociale zetel die wordt vermeld in de offerte tenzij het bestek de dienstverlener na het sluiten van de opdracht verplicht een andere woonplaats te kiezen.
Art. 68. Les notifications du pouvoir adjudicateur sont adressées au domicile ou au siège social mentionné dans l'offre, sauf si le cahier spécial des charges fait obligation au prestataire de services, après la conclusion du marché, d'élire domicile en un autre lieu.
Art.67. De dienstverlener wordt geacht zowel in zijn eenheidsprijzen als in zijn globale prijzen alle kosten en heffingen die op de diensten wegen te hebben inbegrepen, met uitzondering van de belasting op de toegevoegde waarde.
Art.67. Le prestataire de services est censé avoir inclus dans ses prix tant unitaires que globaux tous les frais et impositions généralement quelconques grevant les services, à l'exception de la taxe sur la valeur ajoutée.
Onderafdeling 2. - Briefwisseling met de dienstverlener.
Sous-section 2. - Correspondance avec le prestataire de services.
Art. 69. § 1. Indien het bestek vaste of minimaal te verlenen diensten vaststelt, verkrijgt de dienstverlener door het louter sluiten van de overeenkomst, het recht die vaste of minimale hoeveelheden uit te voeren. In geval de aanbestedende overheid de vaste of minimale hoeveelheden toch vermindert heeft de dienstverlener recht op de vergoeding van zijn schade. Het bestek kan de modaliteiten van deze vergoeding bepalen.
§ 2. Indien het bestek voor het geheel of voor een deel van de te verlenen diensten één of meer gedeeltelijke bestellingen voorschrijft, is de uitvoering van de opdracht afhankelijk van de betekening van elk der bestellingen.
§ 3. De uitvoeringstermijnen worden hetzij in kalenderdagen, -weken of -maanden bepaald of van datum tot datum, hetzij in werkdagen. Indien de uitvoeringstermijn in werkdagen is gesteld, worden als zodanig niet beschouwd :
1° de zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;
2° de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen bepaald in een koninklijk besluit of in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde kollektieve arbeidsovereenkomst.
Indien de uitvoeringstermijnen in kalenderdagen, -weken, of -maanden zijn vastgesteld, worden de sluitingsdagen voor de jaarlijkse vakanties in de onderneming van de dienstverlener daar niet ingerekend.
Indien de uitvoeringstermijn één van de criteria uitmaakt voor de gunning van de opdracht, worden echter alle dagen zonder onderscheid in de termijn gerekend.
§ 4. De uitvoeringstermijnen vangen aan ofwel op de dag volgend op de datum van kennisgeving van het sluiten van de overeenkomst, ofwel op de dag van de bestelling. De datum van de afgifte bij de post van de aangetekende brief, van het telegram of de datum van het verzenden van de telex of van de telefax geldt als bewijs, met dien verstande dat het telegram, de telex of de telefax zonder verwijl bij ter post aangetekende brief moet worden bevestigd. De uitvoeringstermijnen behelzen de tijd die nodig is voor de voorbereiding van de diensten, inzonderheid de eventuele voorafgaande technische keuringen.
In voorkomend geval en indien het bestek zulks bepaalt, begint de termijn te lopen op de dag dat de noodzakelijke gegevens aan de dienstverlener zijn overgemaakt.
§ 2. Indien het bestek voor het geheel of voor een deel van de te verlenen diensten één of meer gedeeltelijke bestellingen voorschrijft, is de uitvoering van de opdracht afhankelijk van de betekening van elk der bestellingen.
§ 3. De uitvoeringstermijnen worden hetzij in kalenderdagen, -weken of -maanden bepaald of van datum tot datum, hetzij in werkdagen. Indien de uitvoeringstermijn in werkdagen is gesteld, worden als zodanig niet beschouwd :
1° de zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;
2° de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen bepaald in een koninklijk besluit of in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde kollektieve arbeidsovereenkomst.
Indien de uitvoeringstermijnen in kalenderdagen, -weken, of -maanden zijn vastgesteld, worden de sluitingsdagen voor de jaarlijkse vakanties in de onderneming van de dienstverlener daar niet ingerekend.
Indien de uitvoeringstermijn één van de criteria uitmaakt voor de gunning van de opdracht, worden echter alle dagen zonder onderscheid in de termijn gerekend.
§ 4. De uitvoeringstermijnen vangen aan ofwel op de dag volgend op de datum van kennisgeving van het sluiten van de overeenkomst, ofwel op de dag van de bestelling. De datum van de afgifte bij de post van de aangetekende brief, van het telegram of de datum van het verzenden van de telex of van de telefax geldt als bewijs, met dien verstande dat het telegram, de telex of de telefax zonder verwijl bij ter post aangetekende brief moet worden bevestigd. De uitvoeringstermijnen behelzen de tijd die nodig is voor de voorbereiding van de diensten, inzonderheid de eventuele voorafgaande technische keuringen.
In voorkomend geval en indien het bestek zulks bepaalt, begint de termijn te lopen op de dag dat de noodzakelijke gegevens aan de dienstverlener zijn overgemaakt.
Art. 69. § 1. Si, aux termes du cahier spécial des charges, les services à prester sont fixes ou comportent des minima, le prestataire de services acquiert, par le seul fait de la conclusion du marché, le droit de prester ces quantités fixes ou ces minima. Néanmoins, lorsque le pouvoir adjudicateur réduit les quantités fixes ou minimales, le prestataire de services a droit à l'indemnisation de son préjudice. Le cahier spécial des charges peut déterminer les modalités d'indemnisation.
§ 2. Si, pour tout ou partie des services à prester, le cahier spécial des charges prévoit une ou plusieurs commandes partielles, l'exécution du marché est subordonnée à la notification de chacune de ces commandes.
§ 3. Les délais d'exécution sont fixés soit en jours, semaines ou mois de calendrier ou de date à date, soit en jours ouvrables. Si le délai est fixé en jours ouvrables, ne sont pas considérés comme tels :
1° les samedis, dimanches et jours fériés légaux;
2° les jours de vacances annuelles payées et les jours de repos compensatoires prévus par un arrête royal ou dans une convention collective de travail rendue obligatoire par arrêté royal.
Si les délais sont fixés en jours, semaines ou mois de calendrier, ils sont suspendus pendant la fermeture de l'entreprise du prestataire de services pour vacances annuelles.
Toutefois, si le délai d'exécution constitue un des critères d'attribution du marché, tous les jours sont indistinctement comptés dans le délai.
§ 4. Les délais d'exécution prennent cours le lendemain de la date à laquelle la conclusion du marché a eu lieu ou de la date de la commande, selon le cas. La date du dépôt à la poste de la lettre recommandée, du télégramme ou de l'envoi du télex ou de la télécopie fait foi, étant entendu que le télégramme, le télex ou la télécopie doivent être confirmés au plus tôt par lettre recommandée à la poste. Les délais d'exécution comprennent le temps nécessaire à la préparation des services, notamment à celles des réceptions techniques préalables éventuelles.
Le cas échéant, si le cahier spécial des charges le prévoit, le délai prend cours le jour où les données nécessaires sont communiquées au prestataire de services.
§ 2. Si, pour tout ou partie des services à prester, le cahier spécial des charges prévoit une ou plusieurs commandes partielles, l'exécution du marché est subordonnée à la notification de chacune de ces commandes.
§ 3. Les délais d'exécution sont fixés soit en jours, semaines ou mois de calendrier ou de date à date, soit en jours ouvrables. Si le délai est fixé en jours ouvrables, ne sont pas considérés comme tels :
1° les samedis, dimanches et jours fériés légaux;
2° les jours de vacances annuelles payées et les jours de repos compensatoires prévus par un arrête royal ou dans une convention collective de travail rendue obligatoire par arrêté royal.
Si les délais sont fixés en jours, semaines ou mois de calendrier, ils sont suspendus pendant la fermeture de l'entreprise du prestataire de services pour vacances annuelles.
Toutefois, si le délai d'exécution constitue un des critères d'attribution du marché, tous les jours sont indistinctement comptés dans le délai.
§ 4. Les délais d'exécution prennent cours le lendemain de la date à laquelle la conclusion du marché a eu lieu ou de la date de la commande, selon le cas. La date du dépôt à la poste de la lettre recommandée, du télégramme ou de l'envoi du télex ou de la télécopie fait foi, étant entendu que le télégramme, le télex ou la télécopie doivent être confirmés au plus tôt par lettre recommandée à la poste. Les délais d'exécution comprennent le temps nécessaire à la préparation des services, notamment à celles des réceptions techniques préalables éventuelles.
Le cas échéant, si le cahier spécial des charges le prévoit, le délai prend cours le jour où les données nécessaires sont communiquées au prestataire de services.
Onderafdeling 3. - Verloop van de opdracht.
Sous-section 3. - Déroulement du marché.
Art. 70. § 1. Het bestek vermeldt desgevallend de plaats waar de diensten moeten verleend worden. Wanneer het noodzakelijk is mag de aanbestedende overheid de diensten doen verlenen op andere plaatsen en daar de keuringen en opleveringen verrichten, zonder dat de dienstverlener hiertegen enig bezwaar kan inbrengen.
In dat geval vallen de bijkomende risico's en kosten ten laste van de aanbestedende overheid.
§ 2. Bij gebrek aan een aanwijzing hieromtrent in het bestek, verduidelijkt de dienstverlener, binnen de vijftien dagen na de betekening van de goedkeuring van zijn offerte, de plaats waar de diensten zullen worden verleend.
In dat geval vallen de bijkomende risico's en kosten ten laste van de aanbestedende overheid.
§ 2. Bij gebrek aan een aanwijzing hieromtrent in het bestek, verduidelijkt de dienstverlener, binnen de vijftien dagen na de betekening van de goedkeuring van zijn offerte, de plaats waar de diensten zullen worden verleend.
Art. 70. § 1. Le cahier spécial des charges précise, le cas échéant, l'endroit où les services doivent être prestés. En cas de nécessité, le pouvoir adjudicateur a le droit de faire réaliser les services en d'autres lieux et d'y opérer les réceptions, sans que le prestataire de services puisse élever aucune réclamation de ce chef.
Dans ce cas, les frais et les risques supplémentaires sont à la charge du pouvoir adjudicateur.
§ 2. A défaut d'indication à ce propos dans le cahier spécial des charges, le prestataire de services précise dans les quinze jours de la notification de l'approbation de son offre, le lieu où les services vont être prestés.
Dans ce cas, les frais et les risques supplémentaires sont à la charge du pouvoir adjudicateur.
§ 2. A défaut d'indication à ce propos dans le cahier spécial des charges, le prestataire de services précise dans les quinze jours de la notification de l'approbation de son offre, le lieu où les services vont être prestés.
Art.69. § 1. Indien het bestek vaste of minimaal te verlenen diensten vaststelt, verkrijgt de dienstverlener door het louter sluiten van de overeenkomst, het recht die vaste of minimale hoeveelheden uit te voeren. In geval de aanbestedende overheid de vaste of minimale hoeveelheden toch vermindert heeft de dienstverlener recht op de vergoeding van zijn schade. Het bestek kan de modaliteiten van deze vergoeding bepalen.
Art.69. § 1. Si, aux termes du cahier spécial des charges, les services à prester sont fixes ou comportent des minima, le prestataire de services acquiert, par le seul fait de la conclusion du marché, le droit de prester ces quantités fixes ou ces minima. Néanmoins, lorsque le pouvoir adjudicateur réduit les quantités fixes ou minimales, le prestataire de services a droit à l'indemnisation de son préjudice. Le cahier spécial des charges peut déterminer les modalités d'indemnisation.
Art. 71. De diensten die het voorwerp van de opdracht uitmaken worden aan controles onderworpen ten einde vast te stellen of zij beantwoorden aan de voorschriften van het bestek.
De dienstverlener deelt aan de leidend ambtenaar bij ter post aangetekende brief de datum mede waarop de diensten kunnen gecontroleerd worden.
Tenzij het bestek een kortere termijn bepaalt, beschikt de aanbestedende overheid over een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf ontvangst van het door de dienstverlener aan haar gerichte bericht, om tot de controles over te gaan en om haar beslissing mede te delen.
De dienstverlener deelt aan de leidend ambtenaar bij ter post aangetekende brief de datum mede waarop de diensten kunnen gecontroleerd worden.
Tenzij het bestek een kortere termijn bepaalt, beschikt de aanbestedende overheid over een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf ontvangst van het door de dienstverlener aan haar gerichte bericht, om tot de controles over te gaan en om haar beslissing mede te delen.
Art. 71. Les services faisant l'objet du marché sont soumis à des vérifications destinées à constater qu'ils répondent aux conditions imposées dans le cahier spécial des charges.
Le prestataire de services avise par lettre recommandée à la poste le fonctionnaire dirigeant de la date à laquelle les prestations peuvent être contrôlées.
A moins qu'un délai plus réduit soit prévu dans le cahier spécial des charges, le pouvoir adjudicateur dispose, pour procéder aux vérifications et pour notifier sa décision, d'un délai de soixante jours à compter de la réception de l'avis de présentation adressé par le prestataire de services.
Le prestataire de services avise par lettre recommandée à la poste le fonctionnaire dirigeant de la date à laquelle les prestations peuvent être contrôlées.
A moins qu'un délai plus réduit soit prévu dans le cahier spécial des charges, le pouvoir adjudicateur dispose, pour procéder aux vérifications et pour notifier sa décision, d'un délai de soixante jours à compter de la réception de l'avis de présentation adressé par le prestataire de services.
Art.70. § 1. Het bestek vermeldt desgevallend de plaats waar de diensten moeten verleend worden. Wanneer het noodzakelijk is mag de aanbestedende overheid de diensten doen verlenen op andere plaatsen en daar de keuringen en opleveringen verrichten, zonder dat de dienstverlener hiertegen enig bezwaar kan inbrengen.
Art.70. § 1. Le cahier spécial des charges précise, le cas échéant, l'endroit où les services doivent être prestés. En cas de nécessité, le pouvoir adjudicateur a le droit de faire réaliser les services en d'autres lieux et d'y opérer les réceptions, sans que le prestataire de services puisse élever aucune réclamation de ce chef.
Art. 72. § 1. De dienstverlener draagt de volle aansprakelijkheid voor de fouten en nalatigheden die in de verleende diensten voorkomen, inzonderheid in de studies, de berekeningen, de plannen of in alle andere ter uitvoering van de opdracht door hem voorgelegde stukken.
In de architectuur- en ingenieursopdrachten is de dienstverlener er ten overstaan van de aanbestedende overheid toe gehouden vanaf de voorlopige oplevering van het geheel van de werken waarop zijn studieopdracht slaat, de aansprakelijkheid op zich te nemen bedoeld in de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek.
§ 2. De dienstverlener vrijwaart de aanbestedende overheid bovendien tegen elke schadevergoeding die deze aan derden verschuldigd is op grond van zijn vertraging of in gebreke blijven.
In de architectuur- en ingenieursopdrachten is de dienstverlener er ten overstaan van de aanbestedende overheid toe gehouden vanaf de voorlopige oplevering van het geheel van de werken waarop zijn studieopdracht slaat, de aansprakelijkheid op zich te nemen bedoeld in de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek.
§ 2. De dienstverlener vrijwaart de aanbestedende overheid bovendien tegen elke schadevergoeding die deze aan derden verschuldigd is op grond van zijn vertraging of in gebreke blijven.
Art. 72. § 1. Le prestataire de services assume l'entière responsabilité des erreurs ou manquements dans les services réalises, notamment dans les études, les calculs, les plans ou tous autres documents produits par lui en exécution du marché.
Dans les marchés d'architecture ou d'ingénierie, à partir de la réception provisoire de l'ensemble des travaux dont l'étude fait l'objet du marché de services, le prestataire de services est tenu à garantie vis-à-vis du pouvoir adjudicateur conformément aux articles 1792 et 2270 du Code civil.
§ 2. Le prestataire de services garantit en outre le pouvoir adjudicateur de tous dommages-interêts dont celui-ci est redevable à des tiers, du chef de retard ou de la défaillance du premier nommé.
Dans les marchés d'architecture ou d'ingénierie, à partir de la réception provisoire de l'ensemble des travaux dont l'étude fait l'objet du marché de services, le prestataire de services est tenu à garantie vis-à-vis du pouvoir adjudicateur conformément aux articles 1792 et 2270 du Code civil.
§ 2. Le prestataire de services garantit en outre le pouvoir adjudicateur de tous dommages-interêts dont celui-ci est redevable à des tiers, du chef de retard ou de la défaillance du premier nommé.
Art.71. De diensten die het voorwerp van de opdracht uitmaken worden aan controles onderworpen ten einde vast te stellen of zij beantwoorden aan de voorschriften van het bestek.
Art.71. Les services faisant l'objet du marché sont soumis à des vérifications destinées à constater qu'ils répondent aux conditions imposées dans le cahier spécial des charges.
Art. 73. § 1. Wanneer, overeenkomstig artikel 10 van de wet, een dienstverlener aan de aanbestedende overheid meldt dat hij zich in de situatie bevindt of zou kunnen bevinden dat hij niet mag tussenkomen in de gunning noch in het toezicht op de uitvoering van een overheidsopdracht, na onderzoek van deze situatie, beschikt de aanbestedende overheid over de mogelijkheid om zonder schadevergoeding een einde te stellen aan de opdracht waarmee voornoemde dienstverlener belast is. Bij het uitvoeren van dit onderzoek wordt ondermeer rekening gehouden met de inlichtingen en de bewijsstukken die bij de belanghebbende ingewonnen werden.
In geval van verbreking wordt er een staat van de verleende diensten opgemaakt, met het oog op hun betaling aan de dienstverlener.
§ 2. Iedere vaststelling door de aanbestedende overheid van een inbreuk op de voorschriften van artikel 10 van de wet kan leiden tot de nietigheid van de opdracht voor aanneming van diensten. Niettemin dient de aanbestedende overheid, vóór zij een dergelijke maatregel toepast, de dienstverlener per aangetekende brief uit te nodigen om binnen een termijn van twaalf kalenderdagen adequate bewijsstukken te leveren.
Ingeval de dienstverlener deze bewijsstukken niet aanbrengt, heeft hij geen recht op enige betaling voor de prestaties die werden geleverd na het ogenblik waarop hij weet heeft of zou moeten hebben gehad van de onverenigbaarheid.
De aanbestedende overheid kan echter ten behoeve van de opdracht vrij beschikken over de studies, verslagen en andere documenten die door de dienstverlener werden uitgewerkt in uitvoering van de opdracht.
Bovendien kan de aanbestedende overheid deze dienstverlener voor een bepaalde tijd van haar opdrachten uitsluiten.
In geval van verbreking wordt er een staat van de verleende diensten opgemaakt, met het oog op hun betaling aan de dienstverlener.
§ 2. Iedere vaststelling door de aanbestedende overheid van een inbreuk op de voorschriften van artikel 10 van de wet kan leiden tot de nietigheid van de opdracht voor aanneming van diensten. Niettemin dient de aanbestedende overheid, vóór zij een dergelijke maatregel toepast, de dienstverlener per aangetekende brief uit te nodigen om binnen een termijn van twaalf kalenderdagen adequate bewijsstukken te leveren.
Ingeval de dienstverlener deze bewijsstukken niet aanbrengt, heeft hij geen recht op enige betaling voor de prestaties die werden geleverd na het ogenblik waarop hij weet heeft of zou moeten hebben gehad van de onverenigbaarheid.
De aanbestedende overheid kan echter ten behoeve van de opdracht vrij beschikken over de studies, verslagen en andere documenten die door de dienstverlener werden uitgewerkt in uitvoering van de opdracht.
Bovendien kan de aanbestedende overheid deze dienstverlener voor een bepaalde tijd van haar opdrachten uitsluiten.
Art. 73. § 1. Lorsque, conformément à l'article 10 de la loi, un prestataire de services informe le pouvoir adjudicateur qu'il se trouve ou pourrait se trouver dans la situation où il ne peut intervenir ni dans la passation, ni dans la surveillance de l'exécution d'un marché public, le pouvoir adjudicateur a la faculté, après vérification de cette situation, de mettre fin sans indemnité au marché dont est chargé ledit prestataire. Lors des vérifications, il est notamment tenu compte des informations et justifications recueillies auprès de l'intéressé.
En cas de résiliation, il est établi un état des prestations exécutées en vue de leur paiement au prestataire de services.
§ 2. Toute constatation par le pouvoir adjudicateur d'une infraction aux prescriptions de l'article 10 de la loi peut entraîner la nullité du marché de services. Néanmoins, avant d'appliquer une telle mesure, le pouvoir adjudicateur doit inviter par lettre recommandée le prestataire de services à fournir dans un délai de douze jours de calendrier des justifications adéquates.
Dans le cas où le prestataire de services n'apporte pas ces justifications, il n'a droit à aucun paiement pour les prestations exécutées après le moment où il a ou aurait du avoir connaissance de l'incompatibilité.
Le pouvoir adjudicateur peut toutefois, pour les besoins du marché, disposer librement des études, rapports et autres documents élaborés par le prestataire de services en exécution du marché.
Le pouvoir adjudicateur peut en outre exclure ce prestataire de services de ses marchés pour une durée déterminée.
En cas de résiliation, il est établi un état des prestations exécutées en vue de leur paiement au prestataire de services.
§ 2. Toute constatation par le pouvoir adjudicateur d'une infraction aux prescriptions de l'article 10 de la loi peut entraîner la nullité du marché de services. Néanmoins, avant d'appliquer une telle mesure, le pouvoir adjudicateur doit inviter par lettre recommandée le prestataire de services à fournir dans un délai de douze jours de calendrier des justifications adéquates.
Dans le cas où le prestataire de services n'apporte pas ces justifications, il n'a droit à aucun paiement pour les prestations exécutées après le moment où il a ou aurait du avoir connaissance de l'incompatibilité.
Le pouvoir adjudicateur peut toutefois, pour les besoins du marché, disposer librement des études, rapports et autres documents élaborés par le prestataire de services en exécution du marché.
Le pouvoir adjudicateur peut en outre exclure ce prestataire de services de ses marchés pour une durée déterminée.
Art.72. § 1. De dienstverlener draagt de volle aansprakelijkheid voor de fouten en nalatigheden die in de verleende diensten voorkomen, inzonderheid in de studies, de berekeningen, de plannen of in alle andere ter uitvoering van de opdracht door hem voorgelegde stukken.
Art.72. § 1. Le prestataire de services assume l'entière responsabilité des erreurs ou manquements dans les services réalises, notamment dans les études, les calculs, les plans ou tous autres documents produits par lui en exécution du marché.
Art. 74. § 1. De diensten die niet beantwoorden aan de bepalingen en de voorwaarden van de opdracht of niet werden verleend overeenkomstig de regels van de kunst, dienen door de dienstverlener te worden herbegonnen. Zoniet geschiedt dit van ambtswege op bevel van de aanbestedende overheid op zijn kosten en risico's, via een van de middelen van optreden vermeld in artikel 75. De dienstverlener stelt zich bovendien bloot aan boeten en straffen wegens niet-naleving van de bepalingen en voorwaarden van de opdracht.
§ 2. Binnen de vijftien kalenderdagen die volgen op de dag die werd vastgesteld voor de afwerking van het geheel van de diensten, wordt er een proces-verbaal van oplevering of van weigering van oplevering van de opdracht opgesteld.
Wanneer de diensten beëindigd worden vóór of na deze datum, is het aan de dienstverlener om de leidend ambtenaar bij een ter post aangetekende brief hiervan in kennis te stellen en hem bij deze gelegenheid te vragen om tot de oplevering over te gaan. Binnen de vijftien dagen die volgen op de ontvangst van de aanvraag van de dienstverlener, wordt er een proces-verbaal van oplevering of van weigering van oplevering opgesteld.
Indien de opdracht het opstellen van plannen, verslagen of andere soortgelijke stukken behelst, zijn de in deze paragraaf bepaalde voorschriften van toepassing, waarbij de termijnen in dat geval echter op dertig kalenderdagen gebracht worden.
De diensten die zich in staat van oplevering bevinden, worden verondersteld, tot bewijs van het tegendeel, opgeleverd te zijn op de voor hun afwerking vastgestelde datum of, in de in het tweede lid bedoelde gevallen, op de datum van de daadwerkelijke afwerking die de dienstverlener in zijn aangetekende brief aangegeven heeft.
Behalve indien het bestek andere voorschriften in dit opzicht bevat, is de oplevering van de in deze paragraaf beschreven diensten definitief.
§ 2. Binnen de vijftien kalenderdagen die volgen op de dag die werd vastgesteld voor de afwerking van het geheel van de diensten, wordt er een proces-verbaal van oplevering of van weigering van oplevering van de opdracht opgesteld.
Wanneer de diensten beëindigd worden vóór of na deze datum, is het aan de dienstverlener om de leidend ambtenaar bij een ter post aangetekende brief hiervan in kennis te stellen en hem bij deze gelegenheid te vragen om tot de oplevering over te gaan. Binnen de vijftien dagen die volgen op de ontvangst van de aanvraag van de dienstverlener, wordt er een proces-verbaal van oplevering of van weigering van oplevering opgesteld.
Indien de opdracht het opstellen van plannen, verslagen of andere soortgelijke stukken behelst, zijn de in deze paragraaf bepaalde voorschriften van toepassing, waarbij de termijnen in dat geval echter op dertig kalenderdagen gebracht worden.
De diensten die zich in staat van oplevering bevinden, worden verondersteld, tot bewijs van het tegendeel, opgeleverd te zijn op de voor hun afwerking vastgestelde datum of, in de in het tweede lid bedoelde gevallen, op de datum van de daadwerkelijke afwerking die de dienstverlener in zijn aangetekende brief aangegeven heeft.
Behalve indien het bestek andere voorschriften in dit opzicht bevat, is de oplevering van de in deze paragraaf beschreven diensten definitief.
Art. 74. § 1. Les services qui ne satisfont pas aux clauses et conditions de marché ou qui ne sont pas exécutés conformément aux règles de l'art sont recommencés par le prestataire. A défaut, ils le sont d'office, à ses frais, risques et périls, sur l'ordre du pouvoir adjudicateur, suivant l'un ou l'autre des moyens d'action prévus à l'article 75. En outre, le prestataire de services est passible des amendes et pénalités pour inexécution des clauses et conditions du marché.
§ 2. Dans les quinze jours de calendrier qui suivent le jour fixé pour l'achèvement de la totalité des services, il est dressé un procès-verbal de réception ou de refus de réception du marché.
Lorsque les services sont terminés avant ou après cette date, il appartient au prestataire de services d'en donner connaissance par lettre recommandée à la poste au fonctionnaire dirigeant et de demander, par la même occasion, de procéder à la réception. Dans les quinze jours qui suivent le jour de la réception de la demande du prestataire de services, il est dressé un procès-verbal de réception ou de refus de réception
Si le marché a pour objet l'élaboration de plans, de rapports ou d'autres documents similaires, les modalités prévues au présent paragraphe sont d'application, les délais étant toutefois dans ce cas portés à trente jours de calendrier.
Les services qui se trouvent en état de réception sont présumés, jusqu'à preuve du contraire, l'avoir été à la date fixée pour leur achèvement ou, dans les cas visés à l'alinéa 2, à la date d'achèvement réel qu'a indiquée le prestataire de services dans sa lettre recommandée.
Sauf si le cahier spécial des charges prévoit d'autres modalités à cet égard, la réception des services décrite au présent paragraphe est définitive.
§ 2. Dans les quinze jours de calendrier qui suivent le jour fixé pour l'achèvement de la totalité des services, il est dressé un procès-verbal de réception ou de refus de réception du marché.
Lorsque les services sont terminés avant ou après cette date, il appartient au prestataire de services d'en donner connaissance par lettre recommandée à la poste au fonctionnaire dirigeant et de demander, par la même occasion, de procéder à la réception. Dans les quinze jours qui suivent le jour de la réception de la demande du prestataire de services, il est dressé un procès-verbal de réception ou de refus de réception
Si le marché a pour objet l'élaboration de plans, de rapports ou d'autres documents similaires, les modalités prévues au présent paragraphe sont d'application, les délais étant toutefois dans ce cas portés à trente jours de calendrier.
Les services qui se trouvent en état de réception sont présumés, jusqu'à preuve du contraire, l'avoir été à la date fixée pour leur achèvement ou, dans les cas visés à l'alinéa 2, à la date d'achèvement réel qu'a indiquée le prestataire de services dans sa lettre recommandée.
Sauf si le cahier spécial des charges prévoit d'autres modalités à cet égard, la réception des services décrite au présent paragraphe est définitive.
Art.73. § 1. Wanneer, overeenkomstig artikel 10 van de wet, een dienstverlener aan de aanbestedende overheid meldt dat hij zich in de situatie bevindt of zou kunnen bevinden dat hij niet mag tussenkomen in de gunning noch in het toezicht op de uitvoering van een overheidsopdracht, na onderzoek van deze situatie, beschikt de aanbestedende overheid over de mogelijkheid om zonder schadevergoeding een einde te stellen aan de opdracht waarmee voornoemde dienstverlener belast is. Bij het uitvoeren van dit onderzoek wordt ondermeer rekening gehouden met de inlichtingen en de bewijsstukken die bij de belanghebbende ingewonnen werden.
Art.73. § 1. Lorsque, conformément à l'article 10 de la loi, un prestataire de services informe le pouvoir adjudicateur qu'il se trouve ou pourrait se trouver dans la situation où il ne peut intervenir ni dans la passation, ni dans la surveillance de l'exécution d'un marché public, le pouvoir adjudicateur a la faculté, après vérification de cette situation, de mettre fin sans indemnité au marché dont est chargé ledit prestataire. Lors des vérifications, il est notamment tenu compte des informations et justifications recueillies auprès de l'intéressé.
Art. 75. § 1. Boeten wegens laattijdige uitvoering.
1° Het louter verstrijken van de eventueel verlengde leveringstermijn stelt de dienstverlener in gebreke. Alle voorschriften betreffende de boeten wegens laattijdige uitvoering, treden van rechtswege in werking, zonder enige kennisgeving of bericht.
2° De boeten wegens laattijdige uitvoering worden berekend naar rato van 0,07 percent per kalenderdag vertraging, met een maximum van 5 percent van de waarde van de diensten waarvan de uitvoering met dezelfde vertraging gebeurde.
De waarde van de diensten wordt berekend op grond van de prijs van de opdracht, bepaald overeenkomstig artikel 67 en eventueel gewijzigd door bijakten, zonder rekening te houden met de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13, § 2 en § 3, noch met de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 20, § 9.
Worden niet aangerekend de boeten wegens laattijdige uitvoering waarvan het totaal bedrag geen (55 EUR) per opdracht bereikt. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
3° Indien wordt bepaald dat de opdracht gespreid moet worden uitgevoerd, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering voor elke gedeeltelijke dienstverlening afzonderlijk toegepast overeenkomstig hun uitvoeringstermijnen.
4° Indien de opdracht uit verschillende delen of fazen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn en een eigen bedrag, wordt voor de toepassing van de boeten elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.
5° Indien de opdracht niet uit delen of fazen in de zin van het 4° bestaat, doch dat het bestek gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepaalt zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boeten alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien het bestek daarentegen vermeldt dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in het bestek daartoe voorziene boeten of, indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boeten die overeenkomstig de bepaling in het 2° berekend worden.
§ 2. Maatregelen van ambtswege.
1° Wanneer wordt overgegaan tot maatregelen van ambtswege onder de vorm van uitvoering in eigen beheer of van opdracht voor rekening worden de extra kosten uitsluitend berekend op de diensten die de ingebreke gebleven dienstverlener gehouden was uit te voeren en die werkelijk werden besteld bij de nieuwe dienstverlener of uitgevoerd in eigen beheer, zonder dat de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13, in aanmerking komen, die de prijzen van de ingebreke gebleven dienstverlener of de nieuwe dienstverlener hadden kunnen wijzigen. De prijzen die voor de berekening van de extra kosten in aanmerking komen worden desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde.
De boeten wegens laattijdige uitvoering blijven lopen ten laste van de in gebreke gestelde dienstverlener tot de werkelijke datum van uitvoering van de diensten en, in geval van opdracht voor rekening, uiterlijk tot het verstrijken van de termijn voor de uitvoering van ambtswege.
2° De diensten die worden uitgevoerd voor rekening worden gekeurd en opgeleverd volgens de voorschriften van de oorspronkelijke opdracht.
Aan de dienstverlener die in gebreke is gesteld wordt behoorlijk kennis gegeven van de plaats waar en van de datum waarop de proeven zullen worden verricht; hij mag er bij aanwezig zijn of er zich laten vertegenwoordigen, tenzij de nieuwe dienstverlener zich hiertegen verzet wanneer de keuringsverrichtingen in diens instellingen moeten plaatsvinden. In dit geval kan de in gebreke gestelde dienstverlener de mededeling van het resultaat van de keuring en van de oplevering eisen.
3° De ingebreke gestelde dienstverlener draagt insgelijks de kosten voor het gunnen van de opdracht voor rekening; welke ook de gunningswijze is, worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht bepaald, met een maximum van (11.000 EUR). <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 26 september 1996.
(Voor het KB, zie 1996-09-26/35).
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
1° Het louter verstrijken van de eventueel verlengde leveringstermijn stelt de dienstverlener in gebreke. Alle voorschriften betreffende de boeten wegens laattijdige uitvoering, treden van rechtswege in werking, zonder enige kennisgeving of bericht.
2° De boeten wegens laattijdige uitvoering worden berekend naar rato van 0,07 percent per kalenderdag vertraging, met een maximum van 5 percent van de waarde van de diensten waarvan de uitvoering met dezelfde vertraging gebeurde.
De waarde van de diensten wordt berekend op grond van de prijs van de opdracht, bepaald overeenkomstig artikel 67 en eventueel gewijzigd door bijakten, zonder rekening te houden met de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13, § 2 en § 3, noch met de kortingen wegens minderwaarde bedoeld in artikel 20, § 9.
Worden niet aangerekend de boeten wegens laattijdige uitvoering waarvan het totaal bedrag geen (55 EUR) per opdracht bereikt. <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
3° Indien wordt bepaald dat de opdracht gespreid moet worden uitgevoerd, worden de boeten wegens laattijdige uitvoering voor elke gedeeltelijke dienstverlening afzonderlijk toegepast overeenkomstig hun uitvoeringstermijnen.
4° Indien de opdracht uit verschillende delen of fazen bestaat, ieder met een eigen uitvoeringstermijn en een eigen bedrag, wordt voor de toepassing van de boeten elk van de onderdelen met een afzonderlijke opdracht gelijkgesteld.
5° Indien de opdracht niet uit delen of fazen in de zin van het 4° bestaat, doch dat het bestek gedeeltelijke uitvoeringstermijnen bepaalt zonder deze daarom als bindend aan te wijzen, moeten deze termijnen als loutere vooruitzichten worden beschouwd voor de uitvoering van de opdracht en wordt, voor de toepassing van de boeten alleen de eindtermijn in aanmerking genomen. Indien het bestek daarentegen vermeldt dat de gedeeltelijke uitvoeringstermijnen dwingend zijn, dan wordt het niet in acht nemen ervan bestraft door speciale in het bestek daartoe voorziene boeten of, indien geen dergelijke bepaling voorkomt, door boeten die overeenkomstig de bepaling in het 2° berekend worden.
§ 2. Maatregelen van ambtswege.
1° Wanneer wordt overgegaan tot maatregelen van ambtswege onder de vorm van uitvoering in eigen beheer of van opdracht voor rekening worden de extra kosten uitsluitend berekend op de diensten die de ingebreke gebleven dienstverlener gehouden was uit te voeren en die werkelijk werden besteld bij de nieuwe dienstverlener of uitgevoerd in eigen beheer, zonder dat de prijsherzieningen bedoeld in artikel 13, in aanmerking komen, die de prijzen van de ingebreke gebleven dienstverlener of de nieuwe dienstverlener hadden kunnen wijzigen. De prijzen die voor de berekening van de extra kosten in aanmerking komen worden desgevallend verhoogd met de belasting op de toegevoegde waarde.
De boeten wegens laattijdige uitvoering blijven lopen ten laste van de in gebreke gestelde dienstverlener tot de werkelijke datum van uitvoering van de diensten en, in geval van opdracht voor rekening, uiterlijk tot het verstrijken van de termijn voor de uitvoering van ambtswege.
2° De diensten die worden uitgevoerd voor rekening worden gekeurd en opgeleverd volgens de voorschriften van de oorspronkelijke opdracht.
Aan de dienstverlener die in gebreke is gesteld wordt behoorlijk kennis gegeven van de plaats waar en van de datum waarop de proeven zullen worden verricht; hij mag er bij aanwezig zijn of er zich laten vertegenwoordigen, tenzij de nieuwe dienstverlener zich hiertegen verzet wanneer de keuringsverrichtingen in diens instellingen moeten plaatsvinden. In dit geval kan de in gebreke gestelde dienstverlener de mededeling van het resultaat van de keuring en van de oplevering eisen.
3° De ingebreke gestelde dienstverlener draagt insgelijks de kosten voor het gunnen van de opdracht voor rekening; welke ook de gunningswijze is, worden deze kosten op één percent van de oorspronkelijke aannemingssom van deze opdracht bepaald, met een maximum van (11.000 EUR). <KB 2000-07-20/50, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 26 september 1996.
(Voor het KB, zie 1996-09-26/35).
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
Art. 75. § 1. Amendes pour retard.
1° Le seul fait de l'expiration du délai d'exécution éventuellement prolongé vaut mise en demeure pour le prestataire de services. Toutes les prescriptions relatives aux amendes pour retard s'appliquent de plein droit, sans formalités ni avis quelconques.
2° Les amendes pour retard sont calculées à raison de 0,07 pour cent par jour de calendrier de retard, le maximum en étant fixé à 5 pour cent de la valeur des services dont l'exécution a été effectuée avec un même retard.
La valeur des services s'établit en prenant comme base le prix du marché calculé conformément à l'article 67 et éventuellement modifié par les avenants intervenus, sans tenir compte des révisions des prix prévues à l'article 13, § 2 et § 3, ni des réfactions visées à l'article 20, § 9.
Sont négligées les amendes pour retard dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
3° S'il est prévu que l'exécution du marché a lieu d'une manière échelonnée, les amendes pour retard sont appliquées aux prestations partielles, sur la base des délais indiqués par chacune d'elles.
4° Si le marché comporte plusieurs parties ou plusieurs phases ayant chacune leur délai et leur montant propres, chacune d'elles est assimilée à un marché distinct pour l'application des amendes.
5° Si, sans fixer de parties ou de phases au sens du 4°, le cahier spécial des charges fait mention de délais d'exécution partiels sans stipuler pour autant qu'ils sont de rigueur, ces délais doivent être considérés comme de simples prévisions du déroulement du marché et seul le délai final est pris en considération pour l'application des amendes. Par contre, si le cahier spécial des charges stipule que les délais partiels sont de rigueur, l'inobservation de ceux-ci est sanctionnée par des amendes particulières prévues au cahier spécial des charges ou, à défaut de pareille clause, par des amendes calculées conformément à la disposition du 2°.
§ 2. Mesures d'office.
1° Lorsqu'il est recouru aux mesures d'office sous forme d'exécution en régie ou de marché pour compte, le coût supplémentaire se calcule sur les seuls services restant à exécuter par le prestataire de services défaillant et effectivement exécutés en régie ou commandés à un nouveau prestataire de services, sans que soient prises en considération les révisions des prix dont il est question à l'article 13, qui auraient pu affecter les prix du prestataire de services défaillant ou du nouveau prestataire de services. Les prix à prendre en considération pour le calcul du coût supplémentaire sont majorés s'il y a lieu de la taxe sur la valeur ajoutée.
Les amendes pour retard continuent à courir à charge du prestataire de services défaillant, jusqu'à la date réelle d'exécution des services et, au plus tard, en cas de marché pour compte, jusqu'à l'expiration du délai fixé pour exécution d'office.
2° Les services faisant l'objet du marché pour compte sont réceptionnés selon les prescriptions prévues pour le marché initial.
Le prestataire de services défaillant est dûment avisé du lieu et de la date auxquels il est procédé aux épreuves; il peut y assister ou s'y faire représenter, à moins que le nouveau prestataire de services ne s'y oppose lorsque ces épreuves doivent s'effectuer dans ses propres installations. Dans ce cas, le prestataire de services défaillant peut exiger que lui soit communiqué le résultat des réceptions.
3° Le prestataire de services défaillant supporte également les frais de conclusion du marché pour compte; quel que soit le mode de passation, ces frais sont fixés à un pour cent du montant initial de ce marché, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 26 septembre 1996.
(pour l'AR, voir 1996-09-26/35).
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
J.-L. DEHAENE
1° Le seul fait de l'expiration du délai d'exécution éventuellement prolongé vaut mise en demeure pour le prestataire de services. Toutes les prescriptions relatives aux amendes pour retard s'appliquent de plein droit, sans formalités ni avis quelconques.
2° Les amendes pour retard sont calculées à raison de 0,07 pour cent par jour de calendrier de retard, le maximum en étant fixé à 5 pour cent de la valeur des services dont l'exécution a été effectuée avec un même retard.
La valeur des services s'établit en prenant comme base le prix du marché calculé conformément à l'article 67 et éventuellement modifié par les avenants intervenus, sans tenir compte des révisions des prix prévues à l'article 13, § 2 et § 3, ni des réfactions visées à l'article 20, § 9.
Sont négligées les amendes pour retard dont le montant total n'atteint pas (55 EUR) par marché. <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
3° S'il est prévu que l'exécution du marché a lieu d'une manière échelonnée, les amendes pour retard sont appliquées aux prestations partielles, sur la base des délais indiqués par chacune d'elles.
4° Si le marché comporte plusieurs parties ou plusieurs phases ayant chacune leur délai et leur montant propres, chacune d'elles est assimilée à un marché distinct pour l'application des amendes.
5° Si, sans fixer de parties ou de phases au sens du 4°, le cahier spécial des charges fait mention de délais d'exécution partiels sans stipuler pour autant qu'ils sont de rigueur, ces délais doivent être considérés comme de simples prévisions du déroulement du marché et seul le délai final est pris en considération pour l'application des amendes. Par contre, si le cahier spécial des charges stipule que les délais partiels sont de rigueur, l'inobservation de ceux-ci est sanctionnée par des amendes particulières prévues au cahier spécial des charges ou, à défaut de pareille clause, par des amendes calculées conformément à la disposition du 2°.
§ 2. Mesures d'office.
1° Lorsqu'il est recouru aux mesures d'office sous forme d'exécution en régie ou de marché pour compte, le coût supplémentaire se calcule sur les seuls services restant à exécuter par le prestataire de services défaillant et effectivement exécutés en régie ou commandés à un nouveau prestataire de services, sans que soient prises en considération les révisions des prix dont il est question à l'article 13, qui auraient pu affecter les prix du prestataire de services défaillant ou du nouveau prestataire de services. Les prix à prendre en considération pour le calcul du coût supplémentaire sont majorés s'il y a lieu de la taxe sur la valeur ajoutée.
Les amendes pour retard continuent à courir à charge du prestataire de services défaillant, jusqu'à la date réelle d'exécution des services et, au plus tard, en cas de marché pour compte, jusqu'à l'expiration du délai fixé pour exécution d'office.
2° Les services faisant l'objet du marché pour compte sont réceptionnés selon les prescriptions prévues pour le marché initial.
Le prestataire de services défaillant est dûment avisé du lieu et de la date auxquels il est procédé aux épreuves; il peut y assister ou s'y faire représenter, à moins que le nouveau prestataire de services ne s'y oppose lorsque ces épreuves doivent s'effectuer dans ses propres installations. Dans ce cas, le prestataire de services défaillant peut exiger que lui soit communiqué le résultat des réceptions.
3° Le prestataire de services défaillant supporte également les frais de conclusion du marché pour compte; quel que soit le mode de passation, ces frais sont fixés à un pour cent du montant initial de ce marché, sans qu'ils puissent dépasser (11.000 EUR). <AR 2000-07-20/50, art. 7, 005; En vigueur : 01-01-2002>
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 26 septembre 1996.
(pour l'AR, voir 1996-09-26/35).
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
J.-L. DEHAENE