Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 SEPTEMBER 1996. - Besluit tot wijziging van artikel 55 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende de arbeidsvoorziening en werkloosheid.
Titre
19 SEPTEMBRE 1996. - Arrêté modifiant l'article 55 de l'arrêté royal du 20 décembre 1963 relatif à l'emploi et au chômage.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Dit besluit regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1. Le présent arrêté règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Artikel 55 van het koninklijk besluit van 20 december 1963, zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 1996, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 1. De beroepsoverstappremie wordt toegekend tijdens een periode van twaalf maanden.
De twaalf maanden moeten vallen binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanwerving van de werkzoekende plaatsvindt. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het recht op de premie.
§ 2. Ze bedraagt :
1° 10 000 frank par maand bij de aanwerving voor onbepaalde duur van een werkzoekende bedoeld in artikel 54, 1°, waaraan het voordeel wordt verbonden van een beroepsopleiding in het bedrijf van minimum 240 uur goedgekeurd door de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
2° 20 000 frank per maand bij de aanwerving voor onbepaalde duur en voltijds van een werkzoekende bedoeld in artikel 54, 2°, 3° en 4° waaraan het voordeel wordt verbonden van een beroepsopleiding in het bedrijf van minimum 240 uur goedgekeurd door de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
3° 10 000 frank per maand bij aanwerving van een werkzoekende bedoeld in artikel 54, 2° en 3° voor zover hij voldoet aan de voorwaarden van de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 495 van 31 december 1986 tot invoering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot de tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd in hoofde van deze jongeren.
§ 3. De beroepsoverstappremie wordt niet toegekend voor de aanwerving ter vervanging van een werknemer anders dan ontslagen wegens zware fout of die met pensioen ging.
§ 4. Zij mag, ter gelegenheid van de aanwerving of de tewerkstelling van een werkzoekende zoals bedoeld in artikel 54, uit hoofde van de werkgever niet gecumuleerd worden met om het even welk ander financieel voordeel dan een vermindering van de bijdragen van de sociale zekerheid. "
"§ 1. De beroepsoverstappremie wordt toegekend tijdens een periode van twaalf maanden.
De twaalf maanden moeten vallen binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanwerving van de werkzoekende plaatsvindt. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het recht op de premie.
§ 2. Ze bedraagt :
1° 10 000 frank par maand bij de aanwerving voor onbepaalde duur van een werkzoekende bedoeld in artikel 54, 1°, waaraan het voordeel wordt verbonden van een beroepsopleiding in het bedrijf van minimum 240 uur goedgekeurd door de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
2° 20 000 frank per maand bij de aanwerving voor onbepaalde duur en voltijds van een werkzoekende bedoeld in artikel 54, 2°, 3° en 4° waaraan het voordeel wordt verbonden van een beroepsopleiding in het bedrijf van minimum 240 uur goedgekeurd door de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
3° 10 000 frank per maand bij aanwerving van een werkzoekende bedoeld in artikel 54, 2° en 3° voor zover hij voldoet aan de voorwaarden van de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 495 van 31 december 1986 tot invoering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot de tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd in hoofde van deze jongeren.
§ 3. De beroepsoverstappremie wordt niet toegekend voor de aanwerving ter vervanging van een werknemer anders dan ontslagen wegens zware fout of die met pensioen ging.
§ 4. Zij mag, ter gelegenheid van de aanwerving of de tewerkstelling van een werkzoekende zoals bedoeld in artikel 54, uit hoofde van de werkgever niet gecumuleerd worden met om het even welk ander financieel voordeel dan een vermindering van de bijdragen van de sociale zekerheid. "
Art. 2. L'article 55 de l'arrêté royal du 20 décembre 1963 relatif à l'emploi et au chômage, tel que modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 1996, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1. La prime de transition professionnelle est octroyée pendant une période de douze mois.
Les douze mois doivent se situer dans un délai de deux ans à dater du premier jour du mois au cours duquel a lieu l'engagement du demandeur d'emploi. Passé ce délai, le droit à la prime s'éteint.
§ 2. Elle s'élève à :
1° 10 000 francs par mois en cas d'engagement à durée indéterminée d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, 1°, auquel est accordé le bénéfice d'une formation professionnelle en entreprise de minimum 240 heures approuvée par l'Office régional bruxellois de l'Emploi ;
2° 20 000 francs par mois en cas d'engagement à durée indéterminée et à temps plein d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, 2°, 3° et 4° auquel est accordé le bénéfice d'une formation professionnelle en entreprise de minimum 240 heures approuvée par l'Office régional bruxellois de l'Emploi;
3° 10 000 francs par mois en cas d'engagement d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, 2° et 3° pour autant qu'il réponde aux conditions des dispositions de l'arrêté royal n° 495 du 31 décembre 1986 instaurant un système associant le travail et la formation pour les jeunes de 18 à 25 ans et portant réduction temporaire des cotisations patronales de sécurité sociale dues dans le chef de ces jeunes.
§ 3. La prime de transition professionnelle n'est pas octroyée pour l'engagement d'un travailleur appelé à remplacer un travailleur licencié pour un motif autre que la faute grave ou la mise à la pension.
§ 4. Elle ne peut être cumulée, dans le chef de l'employeur avec un avantage financier quelconque octroyé à l'occasion de l'engagement ou de l'occupation d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, autre qu'une diminution de cotisations de sécurité sociale. "
" § 1. La prime de transition professionnelle est octroyée pendant une période de douze mois.
Les douze mois doivent se situer dans un délai de deux ans à dater du premier jour du mois au cours duquel a lieu l'engagement du demandeur d'emploi. Passé ce délai, le droit à la prime s'éteint.
§ 2. Elle s'élève à :
1° 10 000 francs par mois en cas d'engagement à durée indéterminée d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, 1°, auquel est accordé le bénéfice d'une formation professionnelle en entreprise de minimum 240 heures approuvée par l'Office régional bruxellois de l'Emploi ;
2° 20 000 francs par mois en cas d'engagement à durée indéterminée et à temps plein d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, 2°, 3° et 4° auquel est accordé le bénéfice d'une formation professionnelle en entreprise de minimum 240 heures approuvée par l'Office régional bruxellois de l'Emploi;
3° 10 000 francs par mois en cas d'engagement d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, 2° et 3° pour autant qu'il réponde aux conditions des dispositions de l'arrêté royal n° 495 du 31 décembre 1986 instaurant un système associant le travail et la formation pour les jeunes de 18 à 25 ans et portant réduction temporaire des cotisations patronales de sécurité sociale dues dans le chef de ces jeunes.
§ 3. La prime de transition professionnelle n'est pas octroyée pour l'engagement d'un travailleur appelé à remplacer un travailleur licencié pour un motif autre que la faute grave ou la mise à la pension.
§ 4. Elle ne peut être cumulée, dans le chef de l'employeur avec un avantage financier quelconque octroyé à l'occasion de l'engagement ou de l'occupation d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, autre qu'une diminution de cotisations de sécurité sociale. "
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1996.
Brussel, 19 september 1996.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-Voorzitter bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Werkgelegenheid, Huisvesting en Monumenten en Landschappen,
Ch. PICQUE
Brussel, 19 september 1996.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-Voorzitter bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Werkgelegenheid, Huisvesting en Monumenten en Landschappen,
Ch. PICQUE
Art. 3. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 1996.
Bruxelles, le 19 septembre 1996.
Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale :
Le Ministre-Président, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Emploi, du Logement et des Monuments et Sites,
Ch. PICQUE
Bruxelles, le 19 septembre 1996.
Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale :
Le Ministre-Président, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Emploi, du Logement et des Monuments et Sites,
Ch. PICQUE