Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 JULI 1996. - Besluit tot wijziging van de artikelen 53 tot 58 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende de arbeidsvoorziening en werkloosheid.
Titre
18 JUILLET 1996. - ArrĂȘtĂ© modifiant les articles 53 Ă 58 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963 relatif Ă l'emploi et au chĂŽmage.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. Dit besluit regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© rĂšgle une matiĂšre visĂ©e Ă l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Artikel 53 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende de arbeidsvoorziening en werkloosheid , zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 mei 1994, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"§ 1. Binnen de beperkingen van de beschikbare kredieten, kent de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling aan privé-ondernemingen en VZW's die moeilijk te plaatsen werkzoekenden aanwerven, een beroepsoverstappremie toe.
§ 2. Om deze beroepsoverstappremie te kunnen genieten, moet de privé-onderneming of de VZW. de volgende voorwaarden nakomen :
1° zijn werkaanbieding aan de BGDA. meedelen ;
2° zijn maatschappelijke zetel of zijn bedrijfszetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben;
3° de werknemer tewerkstellen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest."
"§ 1. Binnen de beperkingen van de beschikbare kredieten, kent de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling aan privé-ondernemingen en VZW's die moeilijk te plaatsen werkzoekenden aanwerven, een beroepsoverstappremie toe.
§ 2. Om deze beroepsoverstappremie te kunnen genieten, moet de privé-onderneming of de VZW. de volgende voorwaarden nakomen :
1° zijn werkaanbieding aan de BGDA. meedelen ;
2° zijn maatschappelijke zetel of zijn bedrijfszetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben;
3° de werknemer tewerkstellen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest."
Art. 2. L'article 53 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963 relatif Ă l'emploi et au chĂŽmage, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 mai 1994, est remplacĂ© par la disposition suivante :
"§ 1er. Dans les limites des crédits disponibles, l'Office régional bruxellois de l'Emploi octroie une prime de transition professionnelle aux entreprises privées et aux ASBL. qui engagent des demandeurs d'emploi difficiles à placer.
§ 2. Pour pouvoir bénéficier de la prime de transition professionnelle, l'entreprise privée ou l'ASBL. doit respecter les trois conditions suivantes :
1° avoir fait connaßtre son offre d'emploi à l'Orbem;
2° avoir un siÚge social ou un siÚge d'exploitation dans la Région de Bruxelles-Capitale;
3° occuper le travailleur dans la Région de Bruxelles-Capitale."
"§ 1er. Dans les limites des crédits disponibles, l'Office régional bruxellois de l'Emploi octroie une prime de transition professionnelle aux entreprises privées et aux ASBL. qui engagent des demandeurs d'emploi difficiles à placer.
§ 2. Pour pouvoir bénéficier de la prime de transition professionnelle, l'entreprise privée ou l'ASBL. doit respecter les trois conditions suivantes :
1° avoir fait connaßtre son offre d'emploi à l'Orbem;
2° avoir un siÚge social ou un siÚge d'exploitation dans la Région de Bruxelles-Capitale;
3° occuper le travailleur dans la Région de Bruxelles-Capitale."
Art. 3. Artikel 54 van het koninklijk besluit van 20 december 1963, zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 mei 1994, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 1. Voor de toepassing van deze afdeling, wordt verstaan onder een moeilijk te plaatsen werkzoekende, de persoon die op het ogenblik van zijn aanwerving :
1° werkzoekende is en deeltijds leerplichtig;
2° werkzoekende van 18 jaar tot 24 jaar oud is en zonder beroepsactiviteit sinds minder dan 10 maanden;
3° werkzoekende van 18 jaar tot 45 jaar oud is en zonder beroepsactiviteit sedert tenminste 10 maanden en minder dan 2 jaar;
4° werkzoekende is ouder dan 45 jaar en professioneel inactief, ongeacht de duur van zijn inactiviteit.
Zonder beroepsactiviteit dient beschouwd de werkzoekende die geen bezoldigd werknemer of zelfstandige arbeider is.
De periodes van professionele inactiviteit of van onbeschikbaarheid voor de tewerkstellingsmarkt van minder dan drie maanden worden gelijkgesteld met periodes van professionele inactiviteit.
§ 2. Bovendien mag de werkzoekende geen houder zijn van een diploma, getuigschrift of brevet hoger dan die van het hoger secundair onderwijs."
"§ 1. Voor de toepassing van deze afdeling, wordt verstaan onder een moeilijk te plaatsen werkzoekende, de persoon die op het ogenblik van zijn aanwerving :
1° werkzoekende is en deeltijds leerplichtig;
2° werkzoekende van 18 jaar tot 24 jaar oud is en zonder beroepsactiviteit sinds minder dan 10 maanden;
3° werkzoekende van 18 jaar tot 45 jaar oud is en zonder beroepsactiviteit sedert tenminste 10 maanden en minder dan 2 jaar;
4° werkzoekende is ouder dan 45 jaar en professioneel inactief, ongeacht de duur van zijn inactiviteit.
Zonder beroepsactiviteit dient beschouwd de werkzoekende die geen bezoldigd werknemer of zelfstandige arbeider is.
De periodes van professionele inactiviteit of van onbeschikbaarheid voor de tewerkstellingsmarkt van minder dan drie maanden worden gelijkgesteld met periodes van professionele inactiviteit.
§ 2. Bovendien mag de werkzoekende geen houder zijn van een diploma, getuigschrift of brevet hoger dan die van het hoger secundair onderwijs."
Art. 3. L'article 54 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 mai 1994 est remplacĂ© par la disposition suivante :
"§ 1. Pour l'application de la présente section, est considéré comme demandeur d'emploi difficile à placer, la personne qui, au moment de son engagement, est :
1° demandeur d'emploi en obligation scolaire à temps partiel;
2° demandeur d'emploi ùgé de 18 à 24 ans inoccupé professionnellement depuis moins de 10 mois;
3° demandeur d'emploi ùgé de 18 à 45 ans inoccupé professionnellement depuis au moins 10 mois et moins de 2 ans;
4° demandeur d'emploi ùgé de plus de 45 ans inoccupé professionnellement quelle que soit la durée d'inoccupation.
Est considéré comme inoccupé professionnellement, le demandeur d'emploi qui n'exerce d'activité professionnelle ni comme travailleur.
Les périodes d'activité professionnelle ou d'indisponibilité sur le marché de l'emploi inférieures à trois mois sont assimilées à des périodes d'inoccupation professionnelle.
§ 2. En outre, le demandeur d'emploi ne peut ĂȘtre titulaire d'un diplĂŽme, certificat ou brevet supĂ©rieur Ă ceux de l'enseignement secondaire supĂ©rieur."
"§ 1. Pour l'application de la présente section, est considéré comme demandeur d'emploi difficile à placer, la personne qui, au moment de son engagement, est :
1° demandeur d'emploi en obligation scolaire à temps partiel;
2° demandeur d'emploi ùgé de 18 à 24 ans inoccupé professionnellement depuis moins de 10 mois;
3° demandeur d'emploi ùgé de 18 à 45 ans inoccupé professionnellement depuis au moins 10 mois et moins de 2 ans;
4° demandeur d'emploi ùgé de plus de 45 ans inoccupé professionnellement quelle que soit la durée d'inoccupation.
Est considéré comme inoccupé professionnellement, le demandeur d'emploi qui n'exerce d'activité professionnelle ni comme travailleur.
Les périodes d'activité professionnelle ou d'indisponibilité sur le marché de l'emploi inférieures à trois mois sont assimilées à des périodes d'inoccupation professionnelle.
§ 2. En outre, le demandeur d'emploi ne peut ĂȘtre titulaire d'un diplĂŽme, certificat ou brevet supĂ©rieur Ă ceux de l'enseignement secondaire supĂ©rieur."
Art. 4. Artikel 55, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 december 1963, zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 mei 1994, wordt aangevuld als volgt :
"De twaalf maanden moeten vallen binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanwerving van de werkzoekende plaatsvindt. Als deze termijn verstreken is, vervalt het recht op de premie."
"De twaalf maanden moeten vallen binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanwerving van de werkzoekende plaatsvindt. Als deze termijn verstreken is, vervalt het recht op de premie."
Art. 4. L'article 55, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 mai 1994, est complĂ©tĂ© comme suit :
"Les douze mois doivent se situer dans un délai de deux ans à dater du premier jour du mois au cours duquel a lieu l'engagement du demandeur d'emploi. Passé ce délai, le droit à la prime s'éteint."
"Les douze mois doivent se situer dans un délai de deux ans à dater du premier jour du mois au cours duquel a lieu l'engagement du demandeur d'emploi. Passé ce délai, le droit à la prime s'éteint."
Art. 5. Artikel 55, 1°, en 2°, van het koninklijk besluit van 20 december 1963, zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 mei 1994, wordt vervangen door de volgende tekst :
" 1° 10 000 frank par maand bij de aanwerving voor onbepaalde duur van een werkzoekende bedoeld hetzij in artikel 54, 1° waarvan het voordeel wordt verbonden van een beroepsopleiding in het bedrijf van minimum 240 uur goedgekeurd door de BGDA, hetzij in artikel 54, 2°, overeenkomstig de bepalingen van koninklijk besluit nr.495 van 31 december 1986 tot invoering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd uit hoofde van deze jongeren;
2° 20.000 frank per maand bij de aanwerving van een werkzoekende bedoeld in artikel 54, 3° en 4°, met een voltijdse arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur waarvan het voordeel wordt verbonden van een beroepsopleiding in het bedrijf goedgekeurd door de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling. "
" 1° 10 000 frank par maand bij de aanwerving voor onbepaalde duur van een werkzoekende bedoeld hetzij in artikel 54, 1° waarvan het voordeel wordt verbonden van een beroepsopleiding in het bedrijf van minimum 240 uur goedgekeurd door de BGDA, hetzij in artikel 54, 2°, overeenkomstig de bepalingen van koninklijk besluit nr.495 van 31 december 1986 tot invoering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd uit hoofde van deze jongeren;
2° 20.000 frank per maand bij de aanwerving van een werkzoekende bedoeld in artikel 54, 3° en 4°, met een voltijdse arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur waarvan het voordeel wordt verbonden van een beroepsopleiding in het bedrijf goedgekeurd door de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling. "
Art. 5. L'article 55, 1°, et 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 mai 1994 est remplacĂ© par le texte suivant :
" 1° 10 000 francs par mois, en cas d'engagement Ă durĂ©e indĂ©terminĂ©e soit d'un demandeur d'emploi visĂ© Ă l'article 54, 1° auquel est accordĂ© le bĂ©nĂ©fice d'une formation professionnelle en entreprise de minimum 240 h. approuvĂ©e par l'Orbem, soit d'un demandeur d'emploi visĂ© Ă l'article 54, 2°, conformĂ©ment aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal n°495 du 31 dĂ©cembre 1986 instaurant un systĂšme associant le travail et la formation pour les jeunes de 18 Ă 25 ans et portant rĂ©duction temporaire des cotisations patronales de sĂ©curitĂ© sociale dues dans le chef de ces jeunes;
2° 20.000 francs par mois, en cas d'engagement d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, 3°, et 4°, dans les liens d'un contrat de travail à durée indéterminée et à temps plein, auquel est accordé le bénéfice d'une formation professionnelle en entreprise approuvée par l'Office régional bruxellois de l'Emploi. "
" 1° 10 000 francs par mois, en cas d'engagement Ă durĂ©e indĂ©terminĂ©e soit d'un demandeur d'emploi visĂ© Ă l'article 54, 1° auquel est accordĂ© le bĂ©nĂ©fice d'une formation professionnelle en entreprise de minimum 240 h. approuvĂ©e par l'Orbem, soit d'un demandeur d'emploi visĂ© Ă l'article 54, 2°, conformĂ©ment aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal n°495 du 31 dĂ©cembre 1986 instaurant un systĂšme associant le travail et la formation pour les jeunes de 18 Ă 25 ans et portant rĂ©duction temporaire des cotisations patronales de sĂ©curitĂ© sociale dues dans le chef de ces jeunes;
2° 20.000 francs par mois, en cas d'engagement d'un demandeur d'emploi visé à l'article 54, 3°, et 4°, dans les liens d'un contrat de travail à durée indéterminée et à temps plein, auquel est accordé le bénéfice d'une formation professionnelle en entreprise approuvée par l'Office régional bruxellois de l'Emploi. "
Art. 6. Artikel 56, tweede lid, van het koninklijk besluit van 20 december 1963 , zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 mei 1994, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Het aantal tewerkgestelde werknemers is hetgeen dat vermeld wordt in het statistiekraam dat bij de aangifte aan de RSZ wordt gevoegd voor het kwartaal dat aan hetgene voorafgaat waarin de aanwerving plaatsvindt."
" Het aantal tewerkgestelde werknemers is hetgeen dat vermeld wordt in het statistiekraam dat bij de aangifte aan de RSZ wordt gevoegd voor het kwartaal dat aan hetgene voorafgaat waarin de aanwerving plaatsvindt."
Art. 6. L'article 56, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 mai 1994 est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
"Le nombre de travailleurs occupés est celui mentionné sur le cadre statistique joint à la déclaration adressée à l'ONSS pour le trimestre précédant celui au cours duquel a lieu l'engagement."
"Le nombre de travailleurs occupés est celui mentionné sur le cadre statistique joint à la déclaration adressée à l'ONSS pour le trimestre précédant celui au cours duquel a lieu l'engagement."
Art. 7. Artikel 57 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 , zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 mei 1994, wordt aangevuld met de volgende bepaling :
" § 2. De onderneming moet haar aanvraag voor een beroepsoverstappremie binnen de 2 maanden die volgen op de aanwerving per aangetekende brief aan de hand van het dokument dat haar ter beschikking wordt gesteld door de Dienst, bij de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling indienen. Als deze termijn verstreken is, vervalt het recht op de premie."
" § 2. De onderneming moet haar aanvraag voor een beroepsoverstappremie binnen de 2 maanden die volgen op de aanwerving per aangetekende brief aan de hand van het dokument dat haar ter beschikking wordt gesteld door de Dienst, bij de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling indienen. Als deze termijn verstreken is, vervalt het recht op de premie."
Art. 7. L'article 57 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 mai 1994 est complĂ©tĂ© par le paragraphe suivant :
"§ 2. L'entreprise fait parvenir sa demande de prime de transition professionnelle à l'Office régional bruxellois de l'Emploi par lettre recommandée au moyen du document mis à sa disposition par l'Office dans les 2 mois qui suivent la date de l'engagement. Passé ce délai, le droit à la prime s'éteint."
"§ 2. L'entreprise fait parvenir sa demande de prime de transition professionnelle à l'Office régional bruxellois de l'Emploi par lettre recommandée au moyen du document mis à sa disposition par l'Office dans les 2 mois qui suivent la date de l'engagement. Passé ce délai, le droit à la prime s'éteint."
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1996.
Brussel, 18 juli 1996.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-Voorzitter bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Werkgelegenheid, Huisvesting en Monumenten en Landschappen,
Ch. PICQUE
Brussel, 18 juli 1996.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-Voorzitter bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Werkgelegenheid, Huisvesting en Monumenten en Landschappen,
Ch. PICQUE
Art. 8. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er septembre 1996.
Bruxelles, le 18 juillet 1996.
Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale :
Le Ministre-Président, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Emploi, du Logement et des Monuments et Sites,
Ch. PICQUE
Bruxelles, le 18 juillet 1996.
Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale :
Le Ministre-Président, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Emploi, du Logement et des Monuments et Sites,
Ch. PICQUE