Artikel 1. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust wordt aangevuld met de volgende leden :
"11° exploitanten : reders, charteraars, beheerders of agenten van een schip, daaronder mede begrepen de kapitein;
12° een schip dat bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoert : ieder vrachtschip, ieder olie-, chemicaliën-, of gastanker, of passagiersschip dat de volgende goederen in bulk of in verpakte vorm vervoert :
- deze omschreven in de I.M.D.G.-Code, in hoofdstuk 17 van de IBC Code en in hoofdstuk 19 van de IGC Code;
- deze omschreven in de Bijlagen 1, 2 en 3 bij het Marpol Verdrag.
13° I.M.O. : Internationale Maritieme Organisatie;
14° I.M.D.G. Code : de meest recente versie van de Internationale maritieme Code voor gevaarlijke goederen opgemaakt door de I.M.O. en van artikel 108 van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 1985;
15° I.M.O. Gas Carrier Code : de meest recente versie van de voorschriften voor bouw en uitrusting van zeeschepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren, uitgegeven door de I.M.O., en deze van het ministerieel besluit van 17 juli 1981 betreffende aanvullende voorschriften voor de bouw en de uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren;
16° I.M.O. Bulk Chemical Code : de meest recente versie van de voorschriften voor bouw en uitrusting van zeeschepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren, uitgegeven door de I M.O. en deze van het ministerieel besluit van 24 juni 1975 betreffende aanvullende voorschriften voor schepen die gevaarlijke stoffen in bulk vervoeren, laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 12 april 1983;
17° Marpol Verdrag : de meest recente versie van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen en Bijlagen, opgemaakt te Londen op 2 november 1973 en het Protocol van 1978 bij het Internationaal Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen en Bijlage, opgemaakt te Londen op 17 februari 1978.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 FEBRUARI 1996. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust.
Titre
9 FEVRIER 1996. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 4 août 1981 portant règlement de police et de navigation pour la mer territoriale belge, les ports et les plages du littoral belge.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. L'article 3 de l'arrêté royal du 4 août 1981 portant règlement de police et de navigation pour la mer territoriale belge, les ports et les plages du littoral belge est complété par les alinéas suivants :
"11° exploitants : les armateurs, affréteurs, gérants ou agents d'un navire, en ce compris le capitaine;
12° navire transportant certaines matières dangereuses ou polluantes : tout bateau transporteur de marchandises, navire-citerne transportant des hydrocarbures, des produits chimiques ou gazeux ou tout bateau de passagers qui transporte les marchandises suivantes en vrac ou en colis :
- celles mentionnées dans le Code I.M.D.G., au chapitre 17 du recueil IBC et au chapitre 19 du recueil IGC;
- celles définies dans les Annexes 1, 2 et 3 de la Convention Marpol.
13° O.M.I. : Organisation maritime internationale;
14° Code I.M.D.G. : la version la plus récente du Code maritime international des marchandises dangereuses, établi par l'O.M.I. et de l'article 108 de l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 23 mai 1985;
15° I.M.O. Gas Carrier Code : la version la plus récente des prescriptions régissant la construction et l'armement de navires transportant des gaz liquéfiés en vrac, publiées par l'O.M.I. et celles de l'arrêté ministériel du 17 juillet 1981 portant des règles complémentaires relatives à la construction et à l'équipement des navires transportant des gaz liquéfiés en vrac;
16° I.M.O. Bulk Chemical Code : la version la plus récente des prescriptions régissant la construction et l'armement de navires transportant des substances chimiques dangereuses en vrac, publiées par l'O.M.I. et celles de l'arrêté ministériel du 24 juin 1975 portant des règles complémentaires relatives aux navires transportant des produits dangereux en vrac, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 12 avril 1983;
17° Convention Marpol: la version la plus récente de la Convention internationale pour la prévention de la pollution par les navires et Annexes, faites à Londres le 2 novembre 1973 et le Protocole de 1978 à la Convention internationale de 1973 pour la prévention de la pollution par les navires et Annexe, faits à Londres le 17 février 1978.".
"11° exploitants : les armateurs, affréteurs, gérants ou agents d'un navire, en ce compris le capitaine;
12° navire transportant certaines matières dangereuses ou polluantes : tout bateau transporteur de marchandises, navire-citerne transportant des hydrocarbures, des produits chimiques ou gazeux ou tout bateau de passagers qui transporte les marchandises suivantes en vrac ou en colis :
- celles mentionnées dans le Code I.M.D.G., au chapitre 17 du recueil IBC et au chapitre 19 du recueil IGC;
- celles définies dans les Annexes 1, 2 et 3 de la Convention Marpol.
13° O.M.I. : Organisation maritime internationale;
14° Code I.M.D.G. : la version la plus récente du Code maritime international des marchandises dangereuses, établi par l'O.M.I. et de l'article 108 de l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 23 mai 1985;
15° I.M.O. Gas Carrier Code : la version la plus récente des prescriptions régissant la construction et l'armement de navires transportant des gaz liquéfiés en vrac, publiées par l'O.M.I. et celles de l'arrêté ministériel du 17 juillet 1981 portant des règles complémentaires relatives à la construction et à l'équipement des navires transportant des gaz liquéfiés en vrac;
16° I.M.O. Bulk Chemical Code : la version la plus récente des prescriptions régissant la construction et l'armement de navires transportant des substances chimiques dangereuses en vrac, publiées par l'O.M.I. et celles de l'arrêté ministériel du 24 juin 1975 portant des règles complémentaires relatives aux navires transportant des produits dangereux en vrac, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 12 avril 1983;
17° Convention Marpol: la version la plus récente de la Convention internationale pour la prévention de la pollution par les navires et Annexes, faites à Londres le 2 novembre 1973 et le Protocole de 1978 à la Convention internationale de 1973 pour la prévention de la pollution par les navires et Annexe, faits à Londres le 17 février 1978.".
Art. 2. In hetzelfde koninklijk besluit wordt een nieuw Hoofdstuk III ingelast, luidend als volgt :
" HOOFDSTUK III. - Bepalingen voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren.
Artikel 21. § 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoeren en die vertrokken zijn uit een haven buiten de Gemeenschap gelegen met als bestemming een kusthaven, mogen die haven pas binnenvaren op voorwaarde dat de exploitant bij de afvaart uit de vertrekhaven, de havenkapiteinsdienst van de bestemmingshaven, alle gegevens zoals voorzien in bijlage 5 heeft medegedeeld.
§ 2. Ten aanzien van de vaststelling of gevaarlijke goederen van klasse I van de I.M.D.G.-Code in massa kunnen exploderen, is het oordeel van het hoofd van de Dienst der Springstoffen van het Ministerie van Economische Zaken bindend.
§ 3. De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op :
a) oorlogsschepen en andere schepen van de overheid die voor nietcommerciële doeleinden worden gebruikt;
b) bunkers, proviand en scheepsuitrusting voor gebruik aan boord.
Artikel 22. § 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende goederen in bulk of in verpakte vorm vervoeren vanuit een kusthaven mogen die haven slechts verlaten nadat zij de havenkapiteinsdienst alle gegevens zoals voorzien in bijlage 5 hebben medegedeeld.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op :
a) oorlogsschepen en andere schepen van de overheid die niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
b) bunkers, proviand en scheepsuitrusting voor gebruik aan boord.
Artikel 23. Worden met schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren gelijkgesteld: schepen die met dergelijke stotfen beladen zijn geweest, maar waarvoor hetzij door een erkende deskundige, hetzij door of vanwege de bevoegde overheid nog geen verklaring is afgegeven waarin bevestigd wordt dat het schip geen gevaarlijke of verontreinigende stoffen meer bevat.
Artikel 24. § 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoeren moeten zich minstens 4 uur voor het aanlopen van of het vertrekken uit een kusthaven melden aan Vessel Traffic Service Scheldemonden.
§ 2. Zij dienen gebruik te maken van de diensten van een loods bevoegd voor het af te leggen traject.
§ 3. De checklist voorzien in bijlage 6 dient bij het aan boord komen van de loods nauwkeurig en waarheidsgetrouw ingevuld te zijn en moet aan hem afgegeven worden.
Artikel 25. De melding bedoeld in artikel 24, § 1, dient te omvatten :
1° de gegevens voorzien in bijlage 5 onder de punten 1 tot en met 5 en 9;
2° de opgave van broei, brand, schade aan het zeeschip of lading of een vermoeden daarvan;
3° de mededeling van eventuele tekortkomingen of voorvallen die de normale veilige bestuurbaarheid van het zeeschip kunnen verminderen, een veilige en vlotte doorvaart nadelig kunnen beïnvloeden of een gevaar kunnen meebrengen voor het milieu.
Artikel 26. § 1. De kapitein van een schip dat gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoert dient er zorg voor te dragen :
1. dat het vervoer geschiedt met inachtneming van de I.M.D.G. Code, de I.M.O.Code of Safe Practice for Solid Bulk Cargoes, de I.M.O. Gas Carrier Code en de I.M.O. Bulk Chemical Codes;
2. dat aan boord van het zeevaartuig doeltreffende maatregelen zijn genomen ter voorkoming en bestrijding van brand overeenkomstig het bepaalde hij of krachtens S.O.L.A.S.;
3. dat in overeenstemming met de eisen van goed zeemanschap de nodige maatregelen worden getroffen en er aan boord schriftelijke instructies aanwezig zijn, conform met de door de I.M.O. terzake gegeven aanbevelingen, die aangeven welke maatregelen moeten worden genomen ten aanzien van de gevaarlijke stoffen die worden vervoerd indien zich een ongeval of een voorval voordoet dat gevaar kan opleveren;
4. dat nadere aanwijzingen gegeven door de bevoegde autoriteit in aanvulling op de voorzieningen van dit hootdstuk, worden opgevolgd;
5. dat er steeds marifoonverbinding met de dienst van het loodswezen te Oostende wordt gehandhaafd;
6. dat de voorschritten voor de seinvoering voorzien in bijlage I worden toegepast.
§ 2. De kapitein van een zeetankschip beladen met vloeibaar gemaakte gassen in bulk die onder de I.M.O. Gas Carrier Code vallen, moet bovendien volgende voorschriften in acht nemen :
1° er dienen voldoende bekwame bemanningsleden beschikbaar te zijn om het vaartuig veilig te kunnen manoeuvreren;
2° er dient zekerheid te bestaan dat in de tanks geen gevaarlijke overdruk aanwezig is;
3° er dient onafgebroken marifoon luisterwacht te worden gehouden;
4° de boordradar moet aanstaan;
5° de tanks mogen niet schoongemaakt, ontgast en gespoeld worden zonder toestemming van de bevoegde overheid;
6° het voornemen te ankeren dient te worden gemeld aan de dienst van het loodswezen te Oostende;
7° de bouw en de uitrusting van het vaartuig moeten beantwoorden aan de I.M.O. Gas Carrier Code en er dienen aan boord geldige bescheiden aanwezig te zijn, ten bewijze daarvan en die zijn afgegeven door of vanwege de vlaggestaat en welke steeds op eerste vordering ter inzage dienen te worden afgegeven aan de bevoegde autoriteiten.
Artikel 27. § 1. Bij incidenten of omstandigheden op zee die een bedreiging vormen voor de kust of daarmede samenhangende belangen, dient de gezagvoerder van het schip aan de radarcentrale te Zeebrugge onverwijld informatie te verstrekken over de bijzonderheden van het incident alsmede de gegevens voorzien in bijlage 5.
De meldingsplicht ten aanzien van de gegevens voorzien in bijlage 5 wordt als nagekomen beschouwd indien de gezagvoerder mededeelt welke bevoegde instantie binnen de Gemeenschap deze vereiste gegevens bewaart.
§ 2. De in § 1 bedoelde kennisgeving moet geschieden overeenkomstig I.M.O. resolutie A 648 (16) en vindt ten minste onder alle in die resolutie beschreven omstandigheden plaats.
§ 3. Loodsen die een schip bij het aanleggen, het afvaren of het manoeuvreren begeleiden lichten de radarcentrale te Zeebrugge onverwijld in, wanneer zij gebreken constateren die de veilige vaart van het schip in gevaar kunnen brengen. "
" HOOFDSTUK III. - Bepalingen voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren.
Artikel 21. § 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoeren en die vertrokken zijn uit een haven buiten de Gemeenschap gelegen met als bestemming een kusthaven, mogen die haven pas binnenvaren op voorwaarde dat de exploitant bij de afvaart uit de vertrekhaven, de havenkapiteinsdienst van de bestemmingshaven, alle gegevens zoals voorzien in bijlage 5 heeft medegedeeld.
§ 2. Ten aanzien van de vaststelling of gevaarlijke goederen van klasse I van de I.M.D.G.-Code in massa kunnen exploderen, is het oordeel van het hoofd van de Dienst der Springstoffen van het Ministerie van Economische Zaken bindend.
§ 3. De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op :
a) oorlogsschepen en andere schepen van de overheid die voor nietcommerciële doeleinden worden gebruikt;
b) bunkers, proviand en scheepsuitrusting voor gebruik aan boord.
Artikel 22. § 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende goederen in bulk of in verpakte vorm vervoeren vanuit een kusthaven mogen die haven slechts verlaten nadat zij de havenkapiteinsdienst alle gegevens zoals voorzien in bijlage 5 hebben medegedeeld.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op :
a) oorlogsschepen en andere schepen van de overheid die niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
b) bunkers, proviand en scheepsuitrusting voor gebruik aan boord.
Artikel 23. Worden met schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren gelijkgesteld: schepen die met dergelijke stotfen beladen zijn geweest, maar waarvoor hetzij door een erkende deskundige, hetzij door of vanwege de bevoegde overheid nog geen verklaring is afgegeven waarin bevestigd wordt dat het schip geen gevaarlijke of verontreinigende stoffen meer bevat.
Artikel 24. § 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoeren moeten zich minstens 4 uur voor het aanlopen van of het vertrekken uit een kusthaven melden aan Vessel Traffic Service Scheldemonden.
§ 2. Zij dienen gebruik te maken van de diensten van een loods bevoegd voor het af te leggen traject.
§ 3. De checklist voorzien in bijlage 6 dient bij het aan boord komen van de loods nauwkeurig en waarheidsgetrouw ingevuld te zijn en moet aan hem afgegeven worden.
Artikel 25. De melding bedoeld in artikel 24, § 1, dient te omvatten :
1° de gegevens voorzien in bijlage 5 onder de punten 1 tot en met 5 en 9;
2° de opgave van broei, brand, schade aan het zeeschip of lading of een vermoeden daarvan;
3° de mededeling van eventuele tekortkomingen of voorvallen die de normale veilige bestuurbaarheid van het zeeschip kunnen verminderen, een veilige en vlotte doorvaart nadelig kunnen beïnvloeden of een gevaar kunnen meebrengen voor het milieu.
Artikel 26. § 1. De kapitein van een schip dat gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoert dient er zorg voor te dragen :
1. dat het vervoer geschiedt met inachtneming van de I.M.D.G. Code, de I.M.O.Code of Safe Practice for Solid Bulk Cargoes, de I.M.O. Gas Carrier Code en de I.M.O. Bulk Chemical Codes;
2. dat aan boord van het zeevaartuig doeltreffende maatregelen zijn genomen ter voorkoming en bestrijding van brand overeenkomstig het bepaalde hij of krachtens S.O.L.A.S.;
3. dat in overeenstemming met de eisen van goed zeemanschap de nodige maatregelen worden getroffen en er aan boord schriftelijke instructies aanwezig zijn, conform met de door de I.M.O. terzake gegeven aanbevelingen, die aangeven welke maatregelen moeten worden genomen ten aanzien van de gevaarlijke stoffen die worden vervoerd indien zich een ongeval of een voorval voordoet dat gevaar kan opleveren;
4. dat nadere aanwijzingen gegeven door de bevoegde autoriteit in aanvulling op de voorzieningen van dit hootdstuk, worden opgevolgd;
5. dat er steeds marifoonverbinding met de dienst van het loodswezen te Oostende wordt gehandhaafd;
6. dat de voorschritten voor de seinvoering voorzien in bijlage I worden toegepast.
§ 2. De kapitein van een zeetankschip beladen met vloeibaar gemaakte gassen in bulk die onder de I.M.O. Gas Carrier Code vallen, moet bovendien volgende voorschriften in acht nemen :
1° er dienen voldoende bekwame bemanningsleden beschikbaar te zijn om het vaartuig veilig te kunnen manoeuvreren;
2° er dient zekerheid te bestaan dat in de tanks geen gevaarlijke overdruk aanwezig is;
3° er dient onafgebroken marifoon luisterwacht te worden gehouden;
4° de boordradar moet aanstaan;
5° de tanks mogen niet schoongemaakt, ontgast en gespoeld worden zonder toestemming van de bevoegde overheid;
6° het voornemen te ankeren dient te worden gemeld aan de dienst van het loodswezen te Oostende;
7° de bouw en de uitrusting van het vaartuig moeten beantwoorden aan de I.M.O. Gas Carrier Code en er dienen aan boord geldige bescheiden aanwezig te zijn, ten bewijze daarvan en die zijn afgegeven door of vanwege de vlaggestaat en welke steeds op eerste vordering ter inzage dienen te worden afgegeven aan de bevoegde autoriteiten.
Artikel 27. § 1. Bij incidenten of omstandigheden op zee die een bedreiging vormen voor de kust of daarmede samenhangende belangen, dient de gezagvoerder van het schip aan de radarcentrale te Zeebrugge onverwijld informatie te verstrekken over de bijzonderheden van het incident alsmede de gegevens voorzien in bijlage 5.
De meldingsplicht ten aanzien van de gegevens voorzien in bijlage 5 wordt als nagekomen beschouwd indien de gezagvoerder mededeelt welke bevoegde instantie binnen de Gemeenschap deze vereiste gegevens bewaart.
§ 2. De in § 1 bedoelde kennisgeving moet geschieden overeenkomstig I.M.O. resolutie A 648 (16) en vindt ten minste onder alle in die resolutie beschreven omstandigheden plaats.
§ 3. Loodsen die een schip bij het aanleggen, het afvaren of het manoeuvreren begeleiden lichten de radarcentrale te Zeebrugge onverwijld in, wanneer zij gebreken constateren die de veilige vaart van het schip in gevaar kunnen brengen. "
Art. 2. Dans le même arrêté royal, il est inséré un nouveau Chapitre III, rédigé comme suit :
" CHAPITRE III. - Dispositions relatives aux navires transportant des matières dangereuses ou polluantes.
Article 21. § 1er. Les navires transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis et venant d'un port situé hors de la Communauté, à destination d'un port côtier, ne peuvent entrer dans ce port qu'à condition que l'exploitant ait notifié, lors de l'appareillage du port de départ, à la capitainerie du port de destination, toutes les informations mentionnées à l'annexe 5.
§ 2. Pour déterminer si des matières dangereuses de la classe I du Code I.M.D.G. peuvent exploser en masse, l'avis du chef du Service des Explosifs du Ministère des Affaires économiques est déterminant.
§ 3. Les dispositions des paragraphes 1er et 2 ne s'appliquent pas :
a) aux navires de guerre et autres bâtiments officiels utilisés à des fins non commerciales;
b) aux soutes, à l'avitaillement et au matériel d'armement destinés à être utilisés à bord.
Article 22. § 1er. Les navires transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis et venant d'un port côtier, ne peuvent quitter ce port qu'après avoir notifié préalablement à la capitainerie du port, toutes les informations mentionnées à l'annexe 5.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne s'appliquent pas :
a) aux navires de guerre et autres bâtiments officiels utilisés à des fins non commerciales;
b) aux soutes, à l'avitaillement et au matériel d'armement destinés à être utilisés à bord.
Article 23. Sont assimilés aux navires chargés de matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis, les navires qui ont été chargés de telles matières mais pour lesquels il n'a pas encore été délivré de déclaration certifiant que le navire ne contient plus de matières dangereuses ou polluantes, soit par un expert agréé, soit par l'autorité compétente ou de la part de celle-ci.
Article 24. § 1er. Les navires transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis doivent s'annoncer au Vessel Traffic Service Scheldemonden (VTS Embouchures de l'Escaut), au moins 4 heures avant de mouiller ou d'appareiller dans un port côtier.
§ 2. Ils doivent utiliser les services d'un pilote compétent pour le trajet à effectuer.
§ 3. La fiche de contrôle visée à l'annexe 6 doit être complétée avec exactitude et soin et être remise au pilote lorsqu'il monte à bord.
Article 25. La notification prévue à l'article 24, § 1er, doit préciser :
1° les informations prévues à l'annexe 5 sous les points 1 à 5 inclus et 9;
2° s'il y a eu échauffement spontané, incendie, endommagement du navire ou de la cargaison, ou présomption d'un tel incident;
3° s'il y a éventuellement eu des incidents ou manquements susceptibles de réduire la manoeuvrabilité normale et sûre du navire, de compromettre la sécurité et la facilité du passage ou d'entraîner un danger pour l'environnement.
Article 26. § 1er. Le capitaine d'un navire chargé de matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis doit veiller à ce que :
1. le transport se fasse en conformité avec les dispositions du Code I.M.D.G., du I.M.O. Code of Safe Practice for Solid Bulk Cargoes, du I.M.O. Gas Carrier Code et des I.M.O. Bulk Chemical Codes;
2. des mesures efficaces soient prises à bord du navire en vue de prévenir et de lutter contre l'incendie, conformément aux ou en vertu des dispositions S.O.L.A.S.;
3. conformément à l'expérience ordinaire du marin, les mesures nécessaires soient prises, et qu'il se trouve à bord des instructions écrites qui doivent être conformes aux recommandations de l'O.M.I., indiquant les mesures à prendre à l'égard des matières dangereuses transportées, lorsqu'il se produit un accident ou un incident susceptible de présenter un danger;
4. des instructions complémentaires émanant de l'autorité compétente et venant renforcer les dispositions prévues au présent chapitre, soient suivies;
5. une liaison par mariphonie soit maintenue en permanence avec le service de pilotage à Ostende;6. les prescriptions relatives à la signalisation prévues à l'annexe I soient appliquées.
§ 2. Le capitaine d'un navire-citerne chargé de gaz liquéfiés en vrac, visés par l'I.M.O. Gas Carrier Code, doit en outre observer les prescriptions suivantes :
1° des membres d'équipage compétents doivent être disponibles en nombre suffisant pour pouvoir manoeuvrer le navire en toute sécurité;
2° il faut avoir la certitude qu'il n'y a pas de surpression dangereuse dans les citernes;
3° il doit y avoir en permanence une veille d'écoute au mariphone;
4° le radar de bord doit se trouver en marche;
5° le nettoyage, le dégazage et le rincage des citernes ne peuvent être effectués sans l'autorisation de l'autorité compétente;
6° l'intention de mouiller doit être signalée au service de pilotage à Ostende;
7° la construction et l'équipement du navire doivent être conformes aux dispositions du I.M.O. Gas Carrier Code et à bord doivent se trouver des documents valides attestant cette conformité, délivrés par ou au nom de l'Etat de pavillon. Ces documents doivent être produits à toute requête des autorités compétentes pour qu'elles puissent en prendre connaissance.
Article 27. § 1er. En cas d'incident ou de circonstances survenus en mer et faisant courir un risque au littoral ou à des intérêts connexes, le capitaine du navire concerné doit notifier immédiatement à la centrale radar de Zeebrugge les informations ayant trait aux circonstances de l'incident ainsi que les données prévues dans l'annexe 5.
L'obligation de fournir les données prévues dans l'annexe 5 est considérée comme remplie si le capitaine indique quelle est l'autorité compétente qui, dans la Communauté, détient les informations requises.
§ 2. La notification prévue au § 1er est effectuée conformément à la résolution A 648 (16) de l'OMI et elle est faite au moins dans toutes les circonstances visées dans cette résolution.
§ 3. Les pilotes intervenant pour l'accostage, l'appareillage ou la manoeuvre d'un navire informent sans tarder la centrale radar de Zeebrugge chaque fois qu'ils ont connaissance de défauts susceptibles de nuire à la sécurité de la navigation du navire. "
" CHAPITRE III. - Dispositions relatives aux navires transportant des matières dangereuses ou polluantes.
Article 21. § 1er. Les navires transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis et venant d'un port situé hors de la Communauté, à destination d'un port côtier, ne peuvent entrer dans ce port qu'à condition que l'exploitant ait notifié, lors de l'appareillage du port de départ, à la capitainerie du port de destination, toutes les informations mentionnées à l'annexe 5.
§ 2. Pour déterminer si des matières dangereuses de la classe I du Code I.M.D.G. peuvent exploser en masse, l'avis du chef du Service des Explosifs du Ministère des Affaires économiques est déterminant.
§ 3. Les dispositions des paragraphes 1er et 2 ne s'appliquent pas :
a) aux navires de guerre et autres bâtiments officiels utilisés à des fins non commerciales;
b) aux soutes, à l'avitaillement et au matériel d'armement destinés à être utilisés à bord.
Article 22. § 1er. Les navires transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis et venant d'un port côtier, ne peuvent quitter ce port qu'après avoir notifié préalablement à la capitainerie du port, toutes les informations mentionnées à l'annexe 5.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne s'appliquent pas :
a) aux navires de guerre et autres bâtiments officiels utilisés à des fins non commerciales;
b) aux soutes, à l'avitaillement et au matériel d'armement destinés à être utilisés à bord.
Article 23. Sont assimilés aux navires chargés de matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis, les navires qui ont été chargés de telles matières mais pour lesquels il n'a pas encore été délivré de déclaration certifiant que le navire ne contient plus de matières dangereuses ou polluantes, soit par un expert agréé, soit par l'autorité compétente ou de la part de celle-ci.
Article 24. § 1er. Les navires transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis doivent s'annoncer au Vessel Traffic Service Scheldemonden (VTS Embouchures de l'Escaut), au moins 4 heures avant de mouiller ou d'appareiller dans un port côtier.
§ 2. Ils doivent utiliser les services d'un pilote compétent pour le trajet à effectuer.
§ 3. La fiche de contrôle visée à l'annexe 6 doit être complétée avec exactitude et soin et être remise au pilote lorsqu'il monte à bord.
Article 25. La notification prévue à l'article 24, § 1er, doit préciser :
1° les informations prévues à l'annexe 5 sous les points 1 à 5 inclus et 9;
2° s'il y a eu échauffement spontané, incendie, endommagement du navire ou de la cargaison, ou présomption d'un tel incident;
3° s'il y a éventuellement eu des incidents ou manquements susceptibles de réduire la manoeuvrabilité normale et sûre du navire, de compromettre la sécurité et la facilité du passage ou d'entraîner un danger pour l'environnement.
Article 26. § 1er. Le capitaine d'un navire chargé de matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis doit veiller à ce que :
1. le transport se fasse en conformité avec les dispositions du Code I.M.D.G., du I.M.O. Code of Safe Practice for Solid Bulk Cargoes, du I.M.O. Gas Carrier Code et des I.M.O. Bulk Chemical Codes;
2. des mesures efficaces soient prises à bord du navire en vue de prévenir et de lutter contre l'incendie, conformément aux ou en vertu des dispositions S.O.L.A.S.;
3. conformément à l'expérience ordinaire du marin, les mesures nécessaires soient prises, et qu'il se trouve à bord des instructions écrites qui doivent être conformes aux recommandations de l'O.M.I., indiquant les mesures à prendre à l'égard des matières dangereuses transportées, lorsqu'il se produit un accident ou un incident susceptible de présenter un danger;
4. des instructions complémentaires émanant de l'autorité compétente et venant renforcer les dispositions prévues au présent chapitre, soient suivies;
5. une liaison par mariphonie soit maintenue en permanence avec le service de pilotage à Ostende;6. les prescriptions relatives à la signalisation prévues à l'annexe I soient appliquées.
§ 2. Le capitaine d'un navire-citerne chargé de gaz liquéfiés en vrac, visés par l'I.M.O. Gas Carrier Code, doit en outre observer les prescriptions suivantes :
1° des membres d'équipage compétents doivent être disponibles en nombre suffisant pour pouvoir manoeuvrer le navire en toute sécurité;
2° il faut avoir la certitude qu'il n'y a pas de surpression dangereuse dans les citernes;
3° il doit y avoir en permanence une veille d'écoute au mariphone;
4° le radar de bord doit se trouver en marche;
5° le nettoyage, le dégazage et le rincage des citernes ne peuvent être effectués sans l'autorisation de l'autorité compétente;
6° l'intention de mouiller doit être signalée au service de pilotage à Ostende;
7° la construction et l'équipement du navire doivent être conformes aux dispositions du I.M.O. Gas Carrier Code et à bord doivent se trouver des documents valides attestant cette conformité, délivrés par ou au nom de l'Etat de pavillon. Ces documents doivent être produits à toute requête des autorités compétentes pour qu'elles puissent en prendre connaissance.
Article 27. § 1er. En cas d'incident ou de circonstances survenus en mer et faisant courir un risque au littoral ou à des intérêts connexes, le capitaine du navire concerné doit notifier immédiatement à la centrale radar de Zeebrugge les informations ayant trait aux circonstances de l'incident ainsi que les données prévues dans l'annexe 5.
L'obligation de fournir les données prévues dans l'annexe 5 est considérée comme remplie si le capitaine indique quelle est l'autorité compétente qui, dans la Communauté, détient les informations requises.
§ 2. La notification prévue au § 1er est effectuée conformément à la résolution A 648 (16) de l'OMI et elle est faite au moins dans toutes les circonstances visées dans cette résolution.
§ 3. Les pilotes intervenant pour l'accostage, l'appareillage ou la manoeuvre d'un navire informent sans tarder la centrale radar de Zeebrugge chaque fois qu'ils ont connaissance de défauts susceptibles de nuire à la sécurité de la navigation du navire. "
Art. 3. In hetzelfde koninklijk besluit worden de bestaande hoofdstukken III, IV, V en VI respectievelijk de hoofdstukken IV, V, VI en VII en de artikelen 21 tot en met 42 respectievelijk 28 tot en met 49.
Art. 3. Dans le même arrêté royal, les chapitres III, IV, V et VI deviennent respectivement les chapitres IV, V, VI et VII et les articles 21 à 42 deviennent respectivement les articles 28 à 49.
Art. 4. In hetzelfde koninklijk besluit wordt na de bestaande bijlage 4 twee nieuwe bijlagen ingevoegd waarvan het model als bijlage 1 en 2 bij dit besluit zijn gevoegd.
Art. 4. Le même arrêté royal est complété, après l'annexe 4, par deux nouvelles annexes dont le modèle fait l'objet des annexes 1 et 2 au présent arrêté.
Art. 5. In hetzelfde koninklijk besluit wordt de bestaande bijlage 5, bijlage 7.
Art. 5. Dans le même arrêté royal, l'annexe 5 devient l'annexe 7.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 13 september 1995.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 13 septembre 1995.
Art. 7. Onze Minister van Vervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 februari 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN
Gegeven te Brussel, 9 februari 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN
Art. 7. Notre Ministre des Transports est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 9 février 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Transports,
M. DAERDEN
Donné à Bruxelles, le 9 février 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Transports,
M. DAERDEN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 5. - Gegevens betreffende de schepen die gevaarlijke of verontreinigende goederen vervoeren.
1. Naam en roepnaam van het schip.
2. Nationaliteit van het schip.
3. Lengte en diepgang van het schip.
4. Haven van bestemming.
5. Vermoedelijke tijd van aankomst in de haven van bestemming of het loodsstation.
6. Vermoedelijke afvaarttijd.
7. Geplande vaarroute.
8. De correcte technische benamingen van de gevaarlijke of verontreinigende goederen, de identificatienummers van de Verenigde Naties (UN), indien van toepassing, de IMO-gevarenklasse overeenkomstig de IMDG-, IBCen IGC-codes, de hoeveelheden van die goederen en hun plaats aan boord, en wanneer zij zich in transporttanks of vrachtcontainers bevinden, de identificatiemerktekens daarvan.
9. Bevestiging dat zich aan boord een lijst of een manifest of een passend ladingsplan bevindt met een precieze opgave van de vervoerde gevaarlijke en verontreinigende goederen en hun plaats in het schip. "
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 9 februari 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN
1. Naam en roepnaam van het schip.
2. Nationaliteit van het schip.
3. Lengte en diepgang van het schip.
4. Haven van bestemming.
5. Vermoedelijke tijd van aankomst in de haven van bestemming of het loodsstation.
6. Vermoedelijke afvaarttijd.
7. Geplande vaarroute.
8. De correcte technische benamingen van de gevaarlijke of verontreinigende goederen, de identificatienummers van de Verenigde Naties (UN), indien van toepassing, de IMO-gevarenklasse overeenkomstig de IMDG-, IBCen IGC-codes, de hoeveelheden van die goederen en hun plaats aan boord, en wanneer zij zich in transporttanks of vrachtcontainers bevinden, de identificatiemerktekens daarvan.
9. Bevestiging dat zich aan boord een lijst of een manifest of een passend ladingsplan bevindt met een precieze opgave van de vervoerde gevaarlijke en verontreinigende goederen en hun plaats in het schip. "
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 9 februari 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN
Art. N1. Annexe 5. - Informations concernant les navires transportant des marchandises dangereuses ou polluantes.
1. Nom et code d'appel du navire.
2. Nationalité du navire.
3. Longueur et tirant d'eau du navire.
4. Port de destination.
5. Heure probable d'arrivée au port de destination ou à la station de pilotage.
6. Heure probable d'appareillage.
7. Itinéraire envisagé.
8. Appellation technique exacte des marchandises dangereuses ou polluantes, numéros (ONU) attribués, le cas échéant, par les Nations Unies, classe de risque OMI déterminées conformément au code IMDG et aux recueils IBC et IGC, quantités de ces marchandises et leur emplacement dans le navire et, si elles sont transportées dans des citernes mobiles ou des conteneurs, les marques d'identification de celles-ci/de ceux-ci.
9. Confirmation de la présence à bord d'une liste, d'un manifeste ou d'un plan de chargement approprié précisant en détail les marchandises dangereuses ou polluantes chargées à bord du navire et leur emplacement. " Vu pour être annexé à Notre arrêté du 9 février 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Transports,
M. DAERDEN
1. Nom et code d'appel du navire.
2. Nationalité du navire.
3. Longueur et tirant d'eau du navire.
4. Port de destination.
5. Heure probable d'arrivée au port de destination ou à la station de pilotage.
6. Heure probable d'appareillage.
7. Itinéraire envisagé.
8. Appellation technique exacte des marchandises dangereuses ou polluantes, numéros (ONU) attribués, le cas échéant, par les Nations Unies, classe de risque OMI déterminées conformément au code IMDG et aux recueils IBC et IGC, quantités de ces marchandises et leur emplacement dans le navire et, si elles sont transportées dans des citernes mobiles ou des conteneurs, les marques d'identification de celles-ci/de ceux-ci.
9. Confirmation de la présence à bord d'une liste, d'un manifeste ou d'un plan de chargement approprié précisant en détail les marchandises dangereuses ou polluantes chargées à bord du navire et leur emplacement. " Vu pour être annexé à Notre arrêté du 9 février 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Transports,
M. DAERDEN
Art. N2. Bijlage 6. - Checklist voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende goederen vervoeren.
(Bijlage net opgenomen om technische redenen. Zie Belgisch Staatsblad van 23/03/1996, p. 6773 tot 6775)
(Bijlage net opgenomen om technische redenen. Zie Belgisch Staatsblad van 23/03/1996, p. 6773 tot 6775)
Art. N2. Annexe 6. - Fiche de contrôle pour les navires transportant des marchandises dangereuses ou polluantes.
(Annexe non reprise pour raisons techniques. Voir Moniteur Belge 23/03/1996, p. 6773 à 6775)
(Annexe non reprise pour raisons techniques. Voir Moniteur Belge 23/03/1996, p. 6773 à 6775)