Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 DECEMBER 1996. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het algemeen reglement van het Interventiefonds van de beursvennootschappen.
Titre
12 DECEMBRE 1996. - Arrêté royal fixant le règlement général de la caisse d'intervention des sociétés de bourse.
Documentinformatie
Numac: 1996003667
Datum: 1996-12-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1996003667
Date: 1996-12-12
Moniteur: Voir
Tekst (47)
Texte (47)
HOOFDSTUK I. - Fonds voor tegemoetkoming.
CHAPITRE I. - Fonds d'intervention.
Artikel 1. In het vermogen van het Interventiefonds van de beursvennootschappen, hierna "Interventiefonds" genaamd, wordt een fonds voor tegemoetkoming gevormd, hierna "Fonds" genaamd.
Article 1. Il est constitué au sein du patrimoine de la Caisse d'intervention des sociétés de bourse, ci-après dénommée la "Caisse", un fonds d'intervention, ci-après dénommé le "Fonds".
Art. 2. De beleggingsondernemingen met een vergunning als beursvennootschap en de kredietinstellingen die op 31 december 1995 als beursvennootschap erkend waren, sluiten zich van rechtswege aan bij het Fonds.
Ook de in België gevestigde buitenlandse beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 112 van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs kunnen, onder de voorwaarden bepaald bij dit besluit, zich aansluiten bij het Fonds.
Art. 2. Adhèrent de plein droit au Fonds, les entreprises d'investissement agréées comme sociétés de bourse et les établissements de crédit qui à la date du 31 décembre 1995 étaient agréés comme sociétés de bourse.
Peuvent également adhérer au Fonds, aux conditions fixées dans le présent arrêté, les entreprises d'investissement étrangères établies en Belgique visées à l'article 112 de la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placement.
Art. 3. _ De tegemoetkomingen van het Interventiefonds om geheel of ten dele in te staan voor de goede afloop van de professionele verplichtingen van de aangesloten vennootschappen en personen worden, binnen de limieten en onder de voorwaarden bepaald bij dit besluit, gedragen door het Fonds.
Art. 3. Le Fonds supporte, dans les limites et aux conditions fixées dans cet arrêté, les interventions effectuées par la Caisse pour assurer, en tout ou en partie, la bonne fin des engagements professionnels des sociétés et personnes adhérentes.
HOOFDSTUK II. - Tegemoetkomingen ingevolge het faillissement of het gerechtelijk akkoord van een beursvennootschap of een aangesloten kredietinstelling.
CHAPITRE II. - Interventions occasionnées par la faillite ou le concordat judiciaire d'une société de bourse ou d'un établissement de crédit adhérent.
Afdeling 1. - Gedekte vorderingen.
Section 1. - Créances couvertes.
Art. 4. Het Interventiefonds verleent een tegemoetkoming voor de vorderingen die aan de volgende voorwaarden beantwoorden :
voortvloeien uit de professionele verplichtingen van de vennootschap die failliet is of een gerechtelijk akkoord verkregen heeft;
voor de beursvennootschappen, voortvloeien hetzij uit de verhandeling of bewaring van financiële instrumenten, hetzij uit gelddeposito's van hun cliënten, op zicht of op termijn van ten hoogste drie maanden, vernieuwbaar, die bestemd zijn voor de verwerving van financiële instrumenten of voor terugbetalingen;
voor de aangesloten kredietinstellingen, voortvloeien uit verplichtingen inzake financiële instrumenten en voor zover dat deze verplichtingen niet volledig of gedeeltelijk zouden gedekt zijn door de collectieve depositobeschermingsregeling ingevoerd krachtens artikel 110 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
bij het faillissement of het gerechtelijk akkoord zijn aangegeven;
onbetwistbaar zijn; het Interventiefonds kan zijn tegemoetkoming ten gunste van een schuldeiser afhankelijk stellen van de aanvaarding van zijn vordering in het passief van het faillissement.
Art. 4. La Caisse intervient pour les créances qui réunissent les conditions suivantes :
résulter des engagements professionnels de la société faillie ou concordataire;
pour les sociétés de bourse, résulter soit de la négociation ou de la conservation d'instruments financiers, soit, de dépôts de fonds de leurs clients, à vue ou à terme de trois mois maximum, renouvelable, en attente d'affectation à l'acquisition d'instruments financiers ou en attente de restitution;
pour les établissements de crédit adhérents, résulter d'engagements (concernant des instruments financiers) et pour autant que ces engagements ne soient pas couverts en tout ou en partie par le système collectif de protection des dépôts institué en vertu de l'article 110 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit; (ERR. M.B. 12-09-1997, p. 23602)
avoir été déclarées à la faillite ou au concordat judiciaire;
être incontestables; la Caisse peut subordonner son intervention en faveur d'un créancier à l'admission de sa créance au passif de la faillite.
Art. 5. Voor tegemoetkoming door het Interventiefonds komen niet in aanmerking :
de vorderingen van de vennootschappen die verbonden zijn met de vennootschap die failliet is of een gerechtelijk akkoord verkregen heeft; de vorderingen van de aandeelhouders en vennoten die voor ten minste 5 % in haar kapitaal deelnemen; de vorderingen van haar bestuurders en zaakvoerders, in rechte of in feite, alsook de vorderingen van de vennootschappen waarin deze personen rechtstreeks of onrechtstreeks voor ten minste 25 % in het kapitaal deelnemen, of waarin zij over de controle in feite beschikken, in de zin van de wetgeving op de jaarrekening;
de vorderingen van personeelsleden die een ernstige fout hebben begaan die heeft bijgedragen tot het onvermogen van de vennootschap die failliet is of een gerechtelijk akkoord verkregen heeft;
de vorderingen van personen die valse verklaringen zouden hebben afgelegd voor de toepassing van deze tegemoetkomingsregeling of die frauduleus zouden hebben gehandeld, inzonderheid ten aanzien van deze tegemoetkomingsregeling of ten aanzien van de wetten en reglementen die van toepassing zijn op de vennootschap die failliet is of een gerechtelijk akkoord verkregen heeft, of op de relaties tussen haar en haar cliënten, alsook de vorderingen van personen wier rekening onder een andere dan hun naam wordt gehouden en/of voor wie de bewijsstukken op een andere dan hun naam staan;
de vorderingen van Belgische of buitenlandse professionele of institutionele beleggers, waaronder de beleggingsondernemingen, de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de instellingen voor collectieve belegging en de pensioenfondsen;
de vorderingen die rechtstreeks of onrechtstreeks, hoofdzakelijk of bijkomstig, verband houden met transacties die door de wetten en reglementen zijn verboden;
de vorderingen waarvoor een tegemoetkoming kan worden verkregen in het kader van een andere verzekerings- of beschermingsregeling en wel ten belope van deze tegemoetkoming, indien zij minder bedraagt dan de in dit reglement vastgestelde beperkingen;
de vorderingen die voortvloeien uit gelddeposito's op meer dan één jaar als bedoeld in artikel 4, 2°, behalve indien een langere periode noodzakelijk was, zoals overeengekomen met de cliënt in het kader van een geschreven contract van vermogensbeheer;
de vorderingen die voortvloeien uit gelddeposito's met vergoedingen of voordelen die in gevoelige mate afwijken van de normale vergoedingen of voordelen.
Art. 5. Ne peuvent bénéficier de l'intervention de la Caisse : 1° les créances des sociétés liées à la société faillie ou concordataire;
les créances des actionnaires et des associés détenteurs d'au moins 5 % de son capital; les créances de ses administrateurs et gérants, de droit ou de fait, ainsi que les créances des sociétés dans lesquelles ces personnes détiennent directement ou indirectement une participation d'au moins 25 % du capital, ou y disposent du contrôle de fait, au sens de la législation relative aux comptes annuels;
les créances des membres du personnel qui ont commis une faute grave ayant contribué à l'insolvabilité de la société faillie ou concordataire;
les créances des personnes qui auraient fait de fausses déclarations pour l'application du présent système d'intervention ou auraient commis des fraudes, spécialement par rapport à ce système d'intervention ou par rapport aux lois et règlements applicables à la société faillie ou concordataire, ou aux relations entre celle-ci et sa clientèle, ainsi que les créances des personnes dont le compte est tenu sous un autre nom que le leur et/ou pour lesquelles les pièces justificatives sont établies sous un autre nom que le leur;
les créances des investisseurs professionnels et institutionnels belges ou étrangers, dont les entreprises d'investissement, les établissements de crédit, les entreprises d'assurances, les organismes de placement collectif et les fonds de pension ou de retraite;
les créances qui sont liées directement ou indirectement, à titre principal ou accessoire, à des opérations interdites par les lois et règlements;
les créances qui peuvent bénéficier de l'intervention d'un autre système d'assurance ou de protection, et ce, à concurrence de cette intervention, si celle-ci est inférieure aux limites prévues dans le présent règlement;
les créances qui résultent de dépôts visés à l'article 4, 2° dont la durée excède un an sauf si une durée plus longue était nécessaire dans le cadre d'un contrat écrit de gestion de fortune conclu avec le client;
les créances qui résultent de dépôts de fonds ayant bénéficié de rémunérations ou d'avantages s'écartant de manière sensible des rémunérations ou avantages normaux.
Afdeling 2. - Tegemoetkomingsbeperkingen.
Section 2. - Limites d'intervention.
Art. 6. § 1. De tegemoetkomingen van het Fonds worden beperkt tot twee miljoen vijfhonderdduizend frank per schuldeiser. Voor de berekening van deze beperking worden alle vorderingen van éénzelfde schuldeiser berekend als voorzien in artikel 14, samengevoegd.
Voor beursvennootschappen komen de vorderingen in verband met gelddeposito's als bedoeld in artikel 4, 2°, slechts in aanmerking ten belope van vijfhonderdduizend frank.
§ 2. De vorderingen van verenigingen, groeperingen of enige andere schuldeisers zonder rechtspersoonlijkheid, worden beschouwd als vorderingen van één enkele schuldeiser.
De houder van een vordering wordt geacht deze uitsluitend voor eigen rekening te bezitten. Indien de eiser evenwel aantoont dat deze vordering tot een onverdeeldheid behoort of wanneer de rekening op naam is van een onverdeeldheid of op naam van verschillende personen, met uitzondering van groeperingen van tegoeden met het oog op hun financieel rendement, worden de onverdeelde eigenaars voor de toepassing van dit artikel geacht afzonderlijke schuldeisers te zijn, elkeen ten belope van zijn aandeel in de onverdeeldheid.
§ 3. In geval van uitkeringen door de curator of van concordataire betalingen vóór de tegemoetkoming van het Interventiefonds, wordt het gedeelte van deze uitkeringen en betalingen dat zou zijn toegekomen aan het Interventiefonds met toepassing van artikel 62 van de wet van 4 december 1990, in de veronderstelling dat de tegemoetkoming vóór deze uitkeringen en uitbetalingen werd uitbetaald, afgetrokken van het bedrag van de tegemoetkoming.
Art. 6. § 1. L'intervention du Fonds est limitée à deux millions cinq cent mille francs par créancier. Pour le calcul de cette limite, toutes les créances d'un même créancier, calculées comme prévu à l'article 14, sont additionnées.
Pour les sociétés de bourse, les créances relatives à des dépôts de fonds visés à l'article 4, 2°, sont prises en considération mais seulement à concurrence de cinq cent mille francs.
§ 2. Les créances d'associations, de groupements, ou de tous autres créanciers n'ayant pas la personnalité juridique sont considérées comme des créances d'un seul créancier.
Le titulaire d'une créance est réputé détenir celle-ci exclusivement pour compte propre. Toutefois, s'il est justifié par le demandeur que cette créance appartient à une indivision ou lorsque le compte est intitulé au nom d'une indivision ou à celui de plusieurs personnes, à l'exclusion des groupages d'avoirs effectués à des fins de rendement financier, les indivisaires sont censés, pour l'application du présent article, être des créanciers distincts chacun à concurrence de sa part dans l'indivision.
§ 3. En cas de répartitions par le curateur ou de paiements concordataires avant l'intervention de la Caisse, la part desdits répartitions et paiements qui serait revenue à la Caisse par application de l'article 62 de la loi du 4 décembre 1990, si son intervention avait précédé ces répartitions et paiements, est déduite du montant de l'intervention.
Art. 7. Alle tegemoetkomingen naar aanleiding van een faillissement of een gerechtelijk akkoord, met inbegrip van eventuele preventieve tegemoetkomingen, mogen in het totaal niet meer bedragen dan tweehonderd miljoen frank. Om die grens te bepalen wordt geen rekening gehouden met de eventuele terugwinningen ten laste van de gefailleeerde vennootschap of de vennootschap die een gerechtelijk akkoord verkregen heeft.
Wanneer de som van de vorderingen na herleiding tot de beperking als voorgeschreven door artikel 6, meer bedraagt dan tweehonderd miljoen frank, worden de tegemoetkomingen naar evenredigheid herleid. Deze herleiding wordt bij voorrang toegepast op het gedeelte van de vorderingen dat tweehonderdvijftigduizend frank overschrijdt.
Volstaat deze herleiding niet, dan wordt de evenredige herleiding ook toegepast op het gedeelte van de vorderingen dat ten hoogste tweehonderdvijftigduizend frank bedraagt.
Art. 7. L'ensemble des interventions occasionnées par une faillite ou un concordat judiciaire, en ce compris d'éventuelles interventions préventives, ne peut excéder deux cents millions de francs. Pour la détermination de cette limite, il n'est pas tenu compte des récupérations éventuelles à charge de la société faillie ou concordataire.
Lorsque la somme des créances réduites dans les limites prévues à l'article 6, dépasse deux cents millions de francs, les interventions sont réduites par application d'une répartition au marc le franc. La réduction s'opère par priorité sur la partie des créances qui dépasse deux cent cinquante mille francs.
Si cette réduction ne suffit pas, la répartition au marc le franc s'applique également à la partie des créances d'un montant de deux cent cinquante mille francs au plus.
Art. 8. Per boekjaar mogen de betalingen ten laste van het Fonds, met inbegrip van de betalingen naar aanleiding van de tegemoetkomingen als bedoeld in artikelen 18 tot 27, niet meer bedragen dan tweehonderd vijftig miljoen frank. Wanneer het totaal van de tegemoetkomingen deze grens overschrijdt, wordt het saldo van de nog uit te keren tegemoetkomingen overgedragen naar het volgende jaar.
Indien de middelen van het Fonds niet volstaan om de jaarlijkse betalingen van het Interventiefonds te verzekeren, vraagt de raad van bestuur met eenparigheid van stemmen, een buitengewone bijdrage vanwege de aangesloten vennootschappen en personen. Deze buitengewone bijdrage mag niet meer bedragen dan het totale bedrag van de gewone bijdragen voor het laatste boekjaar.
De buitengewone bijdrage wordt omgeslagen over de aangesloten vennootschappen en personen op grond van het relatieve aandeel van elk van hen in de gewone bijdragen aan het Interventiefonds.
Art. 8. Par année comptable, les paiements à charge du Fonds, en ce compris ceux occasionnés par les interventions visées aux articles 18 à 27, ne peuvent dépasser deux cent cinquante millions de francs.
Lorsque l'ensemble des interventions dépasse cette limite, le solde des interventions à payer est reporté à l'année suivante.
Si les avoirs du Fonds sont insuffisants pour assurer les paiements annuels à effectuer par la Caisse, le conseil d'administration appelle à l'unanimité des voix, une contribution extraordinaire des sociétés et personnes adhérentes. Cette contribution extraordinaire ne peut dépasser le montant global des contributions ordinaires relatives à la dernière année comptable.
La contribution extraordinaire est répartie entre les sociétés et personnes adhérentes en fonction de la part relative de chacune d'entre elles dans les contributions ordinaires dues à la Caisse.
Art. 9. De raad van bestuur kan een verzekering aangaan om de tegemoetkomingen van het Interventiefonds geheel of ten dele te dekken.
Art. 9. Le conseil d'administration peut souscrire une assurance destinée à supporter tout ou partie des interventions de la Caisse.
Afdeling 3. - Tegemoetkomingsmodaliteiten.
Section 3. - Modalités d'intervention.
Art. 10. De tegemoetkoming van het Interventiefonds is afhankelijk van de vaststelling door de raad van bestuur van de faillietverklaring van een beursvennootschap of van een aangesloten kredietinstelling of de homologatie van het door een beursvennootschap of aangesloten kredietinstelling gevraagd gerechtelijk akkoord.
Art. 10. L'intervention de la Caisse est subordonnée à la constatation par le conseil d'administration, de la déclaration en faillite d'une société de bourse ou d'un établissement de crédit adhérent, ou de l'homologation du concordat judiciaire sollicité par une société de bourse ou un établissement de crédit adhérent.
Art. 11. Bij het begin van elke tegemoetkomingsprocedure laat het Interventiefonds een bericht bekendmaken waarbij de schuldeisers van de vennootschap die failliet is of een gerechtelijk akkoord heeft verkregen, verzocht worden binnen drie maanden hun verzoek om tegemoetkoming in te dienen. Dit bericht wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad alsook in de pers.
De termijn van drie maanden loopt vanaf de datum van de bekendmaking van het bericht in het Belgisch Staatsblad. De verzoeken om tegemoetkoming moeten op straffe van rechtsverval binnen deze termijn worden ingediend, tenzij in geval van overmacht.
Art. 11. Au début de chaque procédure d'intervention, la Caisse fait publier un avis invitant les créanciers de la société faillie ou concordataire à introduire dans les trois mois, leur demande d'intervention. Cet avis est publié au Moniteur belge ainsi que dans des organes de presse.
Le délai de trois mois court à dater de la publication de l'avis au Moniteur belge. Les demandes d'intervention doivent être introduites dans ce délai à peine de forclusion, sauf cas de force majeure.
Art. 12. Uiterlijk bij het verstrijken van de vijfde maand na de bekendmaking van het bericht in het Belgisch Staatsblad, stelt de raad van bestuur het bedrag vast van de tegemoetkomingen naar aanleiding van het faillissement of het gerechtelijk akkoord en bepaalt, binnen de in dit reglement opgelegde grenzen, de tegemoetkomingsmodaliteiten van het Fonds.
Art. 12. Au plus tard à l'expiration du cinquième mois suivant la publication de l'avis au Moniteur belge, le conseil d'administration arrête le montant des interventions occasionnées par la faillite ou le concordat judiciaire et fixe, dans les limites prévues par le présent règlement, les modalités d'intervention du Fonds.
Art. 13. De termijnen als bedoeld in de artikelen 11 en 12 kunnen bij gemotiveerde beslissing van de raad van bestuur voor hun afloop worden verlengd. Deze beslissing wordt bekendgemaakt op de wijze als geregeld in artikel 11, eerste lid.
Art. 13. Les délais visés aux articles 11 et 12 peuvent être prorogés avant leur expiration par décision motivée du conseil d'administration.
Ces décisions sont publiées comme il est prévu à l'article 11, alinéa 1er.
Art. 14. De tegemoetkomingen van het Interventiefonds worden berekend op basis van de vorderingen op de dag van de faillietverklaring of van het verzoek om een gerechtelijk akkoord.
De waarde van vorderingen die voortvloeien uit financiële instrumenten wordt vastgesteld op basis van hun openingskoers op diezelfde datum.
De tegemoetkomingen geschieden in Belgische frank. Verbintenissen in vreemde munt worden omgerekend in franken tegen de koers op de dag van de faillietverklaring of van het verzoek om een gerechtelijk akkoord.
Het Interventiefonds kan de tegemoetkomingen voortvloeiend uit de verbintenissen van bijkantoren in het buitenland uitkeren in de munt van het land waar die bijkantoren gevestigd zijn.
Het Interventiefonds kan de gemaakte kosten voor de behandeling van het dossier ten laste leggen van de rechthebbenden.
Art. 14. Les interventions de la Caisse sont calculées sur base des créances au jour de la déclaration en faillite ou de la demande de concordat judiciaire.
Les créances qui trouvent leur cause dans des instruments financiers sont valorisées sur base de leur cours d'ouverture à cette même date.
Les interventions sont effectuées en francs belges. Les engagements libellés en monnaies étrangères sont convertis en francs au cours du jour de la déclaration en faillite ou de la demande de concordat judiciaire.
La Caisse peut effectuer les interventions résultant d'engagements de succursales établies à l'étranger dans la devise du pays d'implantation de ces succursales.
La Caisse peut mettre à charge des intéressés les frais relatifs au traitement de leur dossier.
Art. 15. Een tegemoetkoming van het Interventiefonds wordt pas verleend nadat de rechthebbenden eerst elke schuld ten aanzien van het faillissement of het gerechtelijk akkoord hebben aangezuiverd. Bij betwisting kan het overeenstemmende bedrag in bewaring worden genomen door het Interventiefonds en uitbetaald aan de rechthebbenden na voorlegging van een akkoord tussen de partijen of een eindvonnis dat in kracht van gewijsde is getreden.
Art. 15. L'intervention de la Caisse est subordonnée à l'apurement préalable par les intéressés de toute dette à l'égard de la faillite ou du concordat judiciaire. En cas de litige, le montant correspondant peut être consigné par la Caisse et payé à qui de droit sur production d'un accord des parties ou d'un jugement définitif coulé en force de chose jugée.
Art. 16. Wanneer het Interventiefonds ten minste vijftig procent kan dekken van de vordering van een rechthebbende, dan kan het voor zijn tegemoetkoming als voorwaarde stellen dat deze rechthebbende hem een volmacht verleent met het oog op een gemeenschappelijke terugwinning. Teruggewonnen bedragen worden, na aftrek van de gemaakte kosten, naar verhouding van de respectieve rechten omgeslagen.
Art. 16. Lorsque la Caisse est en situation de couvrir cinquante pour cent au moins de la créance d'un intéressé, elle peut subordonner son intervention à l'octroi par ledit intéressé d'un mandat en vue d'une récupération commune. Les sommes récupérées, déduction faite des frais exposés, sont réparties en proportion des droits respectifs.
Art. 17. Het Interventiefonds verleent slechts een tegemoetkoming wanneer de schuldeiser hem alle inlichtingen verstrekt die voor de beoordeling van zijn verzoek nuttig zijn.
Art. 17. La Caisse n'intervient que si le créancier lui fournit tous renseignements utiles à la vérification de sa demande d'intervention.
HOOFDSTUK III. - Preventieve tegemoetkomingen teweeggebracht door een beursvennootschap of een aangesloten kredietinstelling.
CHAPITRE III. - Interventions préventives occasionnées par une société de bourse ou un établissement de crédit adhérent.
Art. 18. De raad van bestuur, die met een meerderheid van drie vierden beraadslaagt, spreekt zich uit over het principe, de modaliteiten en de voorwaarden voor de verstrekking van een preventieve tegemoetkoming van het Interventiefonds, met de bedoeling hetzij het onvermogen van een beursvennootschap of van een aangesloten kredietinstelling te voorkomen in het algemeen belang van de markt, hetzij de schadelijke gevolgen ervan voor haar cliënten en professionele tegenpartijen te beperken.
De raad licht de Commissie voor het Bank- en Financiewezen hierover in. In geval van preventieve tegemoetkoming kan de raad alle bewarende maatregelen nemen die hij noodzakelijk zou achten om de belangen van de schuldeisers en van het Interventiefonds veilig te stellen.
De raad kan voor tegemoetkomingen als voorwaarde stellen dat de beursvennootschap of de aangesloten kredietinstelling zich ertoe verbindt aan het Interventiefonds de ontvangen of voor haar kwijting betaalde bedragen terug te storten, verhoogd met de wettelijke interesten. Terugstortingen worden bij voorrang toegerekend op het kapitaal.
Art. 18. Le conseil d'administration délibérant à une majorité des trois quarts, apprécie le principe, les modalités et les conditions d'exécution d'une intervention préventive de la Caisse en vue, soit d'éviter la défaillance d'une société de bourse ou d'un établissement de crédit adhérent dans l'intérêt général du marché, soit d'en réduire les conséquences dommageables pour ses clients et contreparties professionnelles.
Le conseil en informe la Commission bancaire et financière. En cas d'intervention préventive, il peut prendre toutes les mesures conservatoires qu'il estimerait nécessaires à la sauvegarde des intérêts des créanciers ainsi que de ceux de la Caisse.
Le conseil peut subordonner l'intervention de la Caisse à un engagement de la société de bourse ou de l'établissement de crédit adhérent de lui rembourser les sommes reçues ou payées à sa décharge, majorées des intérêts calculés au taux légal. Les remboursements sont imputés par priorité sur le capital.
HOOFDSTUK IV. - Tegemoetkomingen teweeggebracht door de in België gevestigde buitenlandse belegginsondernemingen.
CHAPITRE IV. - Interventions occasionnées par des entreprises d'investissement étrangères établies en Belgique.
Art. 19. Dit hoofdstuk is van toepassing op de in België gevestigde buitenlandse beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 112 van de voornoemde wet van 6 april 1995.
Art. 19. Le présent chapitre s'applique aux entreprises d'investissement étrangères établies en Belgique visées à l'article 112 de la même loi du 6 avril 1995.
Art. 20. De buitenlandse beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 19 kunnen, wat hun in België gevestigde bijkantoren betreft, zich aansluiten bij het Fonds wanneer hun professionele verplichtingen niet in ten minste gelijke mate als ingevolge dit besluit, gedekt zijn door een beleggersbeschermingsregeling in hun land van herkomst.
Art. 20. Les entreprises d'investissement étrangères visées à l'article 19 peuvent adhérer au Fonds, pour ce qui concerne leurs succursales établies en Belgique, lorsque leurs engagements professionnels ne sont pas couverts dans une mesure au moins égale à celle résultant du présent arrêté par un système de protection des investisseurs de leur Etat d'origine.
Art. 21. De buitenlandse beleggingsondernemingen die zich wensen aan te sluiten, bezorgen het Interventiefonds in de door het Fonds bepaalde termijnen alle noodzakelijke toelichtingen en bewijzen voor het nazicht van de in artikel 20 gestelde voorwaarden.
Jaarlijks wordt de lijst van de in het eerste lid beoogde buitenlandse ondernemingen door het Fonds bekendgemaakt.
Art. 21. Les entreprises d'investissement étrangères qui demandent leur adhésion fournissent à la Caisse, dans les délais fixés par celle-ci, toutes explications et justifications nécessaires pour vérifier les conditions prévues à l'article 20.
La Caisse publie annuellement la liste des entreprises étrangères visées à l'alinéa 1er.
Art. 22. De tegemoetkoming van het Interventiefonds is afhankelijk van de vaststelling door de raad van bestuur van de faillietverklaring van een buitenlandse beleggingsonderneming of van de homologatie van het door die onderneming gevraagd gerechtelijk akkoord of van beslissingen met een gelijkwaardige draagwijdte genomen door de rechtbanken van het land van herkomst van die onderneming of door de in dat land daartoe bevoegde autoriteit.
Art. 22. L'intervention de la Caisse est subordonnée à la constatation par le conseil d'administration que les tribunaux de l'Etat d'origine de l'entreprise d'investissement étrangère ou l'autorité compétente de cet Etat ont déclaré cette entreprise en faillite ou homologué le concordat judiciaire sollicité par cette entreprise ou pris des décisions ayant une portée équivalente.
Art. 23. De tegemoetkoming van het Interventiefonds wordt beperkt tot de vorderingen die voortvloeien uit de professionele verplichtingen van de buitenlandse beleggingsonderneming. Deze vorderingen moeten voortvloeien uit de verhandeling of de bewaring door het in België gevestigde bijkantoor van financiële instrumenten of uit gelddeposito's als bedoeld in artikel 4, 2° bij dit bijkantoor. De artikelen 4, 4° en 5°, en 5 zijn van toepassing op die tegemoetkomingen.
Art. 23. L'intervention de la Caisse est limitée aux créances qui résultent des engagements professionnels de l'entreprise d'investissement étrangère. Ces créances doivent résulter de la négociation ou de la conservation par la succursale établie en Belgique, d'instruments financiers ou de dépôts de fonds visés à l'article 4, 2° auprès de cette succursale. Les articles 4, 4° et 5°, et 5 sont applicables à ces interventions.
Art. 24. De door de aangesloten buitenlandse beleggingsondernemingen aan het Fonds veroorzaakte tegemoetkomingen zijn gelijk aan het verschil tussen de tegemoetkoming van de beleggersbeschermingsregeling in het land van herkomst en het bedrag dat voortvloeit uit dit besluit, rekening houdend met de beperkingen als bedoeld in de artikelen 6 tot 8.
Art. 24. Les interventions occasionnées par les entreprises d'investissement étrangères adhérentes à la Caisse s'élèvent à la différence entre l'intervention du système de protection des investisseurs de l'Etat d'origine et le montant qui résulte du présent arrêté, compte tenu des limites visées aux articles 6 à 8.
Art. 25. De artikelen 11 tot 17 zijn van toepassing op de tegemoetkomingen die worden teweeggebracht door de buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan sprake in dit hoofdstuk.
Art. 25. Les articles 11 à 17 sont applicables aux interventions occasionnées par les entreprises d'investissement étrangères visées au présent chapitre.
Art. 26. Het Interventiefonds werkt nauw samen met de buitenlandse instellingen voor beleggersbescherming. Het wisselt met hen de nodige informatie uit omtrent de werking van hun respectievelijke stelsels.
Het Interventiefonds sluit desgevallend overeenkomsten met die buitenlandse instellingen teneinde hun samenwerking te regelen alsook, overeenkomstig dit besluit, de beperkingen en de gevolgen vast te stellen van de samenloop tussen de stelsels die ze beheren, evenals van hun tegemoetkomingen.
Art. 26. La Caisse collabore étroitement avec les organismes étrangers de protection des investisseurs. Elle échange avec eux les informations nécessaires au fonctionnement de leurs systèmes respectifs.
La Caisse conclura, s'il échet, des conventions avec ces organismes étrangers pour régler sa collaboration avec eux ainsi que pour déterminer, conformément au présent arrêté, les limites et les conséquences du concours entre les systèmes qu'ils gèrent ainsi que celles de leurs interventions.
Art. 27. Indien een buitenlandse beleggingsonderneming niet voldoet aan haar verplichtingen die uit dit besluit voortvloeien, brengt het Interventiefonds de Commissie voor het Bank- en Financiewezen ervan op de hoogte.
Art. 27. En cas de manquement d'une entreprise d'investissement étrangère à ses obligations résultant du présent arrêté, la Caisse en informe la Commission bancaire et financière.
HOOFDSTUK V. - Financiële middelen van het Interventiefonds.
CHAPITRE V. - Ressources de la Caisse.
Art. 28. De financiële middelen van het Interventiefonds bestaan uit :
de bijdragen van de aangesloten vennootschappen en personen;
de opbrengst van de belegging van de middelen van het Fonds;
de terugwinning van zijn tegemoetkomingen, in hoofdsom en intresten.
Art. 28. Les ressources de la Caisse sont composées : 1° des contributions des sociétés et personnes adhérentes;
du produit du placement des sommes que comporte le Fonds;
de la récupération de ses interventions, en principal et intérêts.
Art. 29. § 1. De aangesloten vennootschappen en personen dragen jaarlijks bij in de financiering van het Interventiefonds. De bijdragen bestaan uit een percentage van de bruto-opbrengst van hun werkzaamheden.
Een bijdrage kan eveneens worden berekend op de activa in bewaring, de passiva en verbintenissen, of naar rato van het geheel of een gedeelte hiervan, van de aangesloten vennootschappen en personen. Onder activa in bewaring moet worden verstaan, de financiële instrumenten en gelddeposito's die door de aangesloten vennootschappen en personen worden bewaard.
Voor de buitenlandse beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 20, worden de bruto-opbrengsten, activa, passiva en verbintenissen van het in België gevestigde bijkantoor in aanmerking genomen.
§ 2. De raad van bestuur stelt de hoogte vast van de bijdragen als bedoeld in § 1. De raad van bestuur kan bepaalde bestanddelen van de berekeningsgrondslag van de bijdragen aftrekken.
§ 3. Voor de aangesloten kredietinstellingen wordt het in § 1 bedoelde percentage berekend op de bruto-opbrengsten uitsluitend gerealiseerd op de financiële instrumenten. Ook, als het bijdragen betreft berekend op basis van § 1, tweede lid, houdt men slechts rekening, bij activa in bewaring, met de financiële instrumenten met uitzondering van de gelddeposito's.
Wat de buitenlandse belegginsondernemingen betreft als bedoeld in artikel 20, worden de bijdragen desgevallend herleid afhankelijk van het verschil van dekking tussen de beleggersbeschermingsregeling van het land van herkomst en de regeling als bedoeld in dit besluit.
§ 4. De bijdragen worden gedragen en zijn betaalbaar door de aangesloten vennootschappen en personen volgens de door de raad van bestuur bepaalde modaliteiten. De eventuele regularisatie geschiedt uiterlijk binnen drie maanden na afsluiting van het boekjaar. Het Interventiefonds kan, voor de controle op de berekening en de betaling der bijdragen, de mededeling vragen van cijfermatige gegevens gecertificeerd door de commissaris-revisor of een bedrijfsrevisor.
Art. 29. § 1er. Les sociétés et personnes adhérentes contribuent annuellement au financement de la Caisse. Les contributions consistent en un pourcentage des produits bruts réalisés sur leurs activités.
Une contribution peut également être calculée sur les actifs en conservation, passifs et engagements, ou en proportion de tout ou partie de ceux-ci, des sociétés et personnes adhérentes. Par actifs en conservation, il y a lieu d'entendre les instruments financiers et dépôts de fonds détenus par les sociétés et personnes adhérentes.
Pour les entreprises d'investissement étrangères visées à l'article 20, les produits bruts, actifs, passifs et engagements à prendre en considération, sont ceux de leur succursale établie en Belgique.
§ 2. Le conseil d'administration fixe le taux des contributions visées au § 1er. Le conseil d'administration peut déduire certains éléments de la base de calcul des contributions.
§ 3. Pour les établissements de crédit adhérents, le pourcentage visé au § 1er ci-dessus est calculé sur les produits bruts réalisés exclusivement sur instruments financiers. De même, en cas de contribution calculée sur base de l'alinéa 2 du § 1er, celle-ci ne tiendra compte, au titre d'actifs en conservation que des instruments financiers, à l'exclusion des dépôts de fonds.
Pour les entreprises d'investissement étrangères visées à l'article 20, les contributions sont, s'il échet, réduites en fonction de la différence de couverture entre le système de protection des investisseurs de l'Etat d'origine et le système prévu par le présent arrêté.
§ 4. Les contributions sont prises en charge et payables par les sociétés et personnes adhérentes selon les modalités fixées par le conseil d'administration. La régularisation éventuelle s'effectue au plus tard dans les trois mois de la clôture de l'exercice comptable. La Caisse peut demander la communication d'informations chiffrées certifiées par le commissaire-reviseur ou par un réviseur d'entreprise, pour le contrôle du calcul et du paiement des contributions.
Art. 30. De bijdragen van de aangesloten vennootschappen en personen en de inkomsten uit de belegging van de middelen van het Fonds worden aangewend voor de dekking van de werkingskosten en andere uitgaven alsook voor de voorzieningen van het Interventiefonds. Het positieve of negatieve saldo van opbrengsten en kosten van het Interventiefonds wordt toegevoegd aan of afgetrokken van het Fonds.
Art. 30. Les frais et autres charges de fonctionnement ainsi que les provisions de la Caisse sont supportés par les contributions des sociétés et personnes adhérentes et les revenus provenant du placement des sommes que comporte le Fonds. Le solde positif ou négatif des produits et charges de la Caisse est attribué au Fonds ou imputé sur celui-ci.
HOOFDSTUK VI. - Terugbetaling van de bijdragen.
CHAPITRE VI. - Remboursement des contributions.
Art. 31. De tegemoetkomingen van het Interventiefonds worden toegerekend aan de bijdragen in chronologische volgorde van hun opvraging. Het bedrag van de bijdragen dat niet wordt aangewend voor de tegemoetkomingen, wordt na tien jaar terugbetaald aan de aangesloten vennootschappen die erin bijgedragen hebben en die op dat ogenblik bij het Interventiefonds nog zijn aangesloten.
Art. 31. Les interventions de la Caisse sont imputées sur les contributions dans l'ordre chronologique de l'appel desdites contributions. Le montant des contributions non absorbées par les interventions est après dix ans restitué aux sociétés adhérentes qui les ont payées et qui adhèrent à ce moment à la Caisse.
HOOFDSTUK VII. - Beheer van de tegoeden.
CHAPITRE VII. - Gestion des avoirs.
Art. 32. De middelen van het Fonds moeten ten minste voor vijfenzeventig procent worden belegd in effecten die zijn uitgegeven door of met de waarborg van de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten.
Het saldo van deze middelen moet worden belegd overeenkomstig de criteria inzake risicospreiding die gelden voor de beleggingsinstellingen die investeren in de categoriëen van beleggingen die voldoen aan de voorwaarden van de richtlijn 85/611/EEG van 20 december 1985.
De aandelen, obligaties of andere toondereffecten in bezit van het Interventiefonds worden bij voorkeur in bewaring gegeven bij de Nationale Bank van België of bij de Interprofessionele Effectendeposito- en Girokas.
Art. 32. Les sommes que comporte le Fonds doivent être placées à raison de septante-cinq pour cent au moins en titres émis soit par l'Etat, les Communautés, les Régions, soit sous leur garantie.
Le solde de ces sommes sera placé selon les critères de répartition de risques prévus pour les organismes de placement investissant dans la catégorie de placements répondant aux conditions prévues dans la directive 85/611/CEE du 20 décembre 1985.
Les actions, obligations ou autres titres au porteur appartenant à la Caisse seront de préférence mis en dépôt à la Banque Nationale de Belgique ou à la Caisse Interprofessionnelle de Dépôts et de Virements de titres.
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales.
Art. 33. De tegemoetkomingen van het Interventiefonds ten gunste van de schuldeisers van een lid dat failliet verklaard werd of een gerechtelijk akkoord verkregen heeft vóór de inwerkingtreding van dit besluit en de preventieve tegemoetkomingen waartoe de raad van bestuur besloten heeft vóór de inwerkingtreding van dit besluit, gebeuren overeenkomstig het reglement zoals vastgesteld door het koninklijk besluit van 2 januari 1991, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 april 1993.
Art. 33. Les interventions de la Caisse en faveur des créanciers d'un membre failli ou concordataire avant l'entrée en vigueur du présent arrêté et les interventions préventives décidées par le conseil d'administration avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, s'effectuent conformément au règlement général fixé par l'arrêté royal du 2 janvier 1991, modifié par l'arrêté royal du 2 avril 1993.
Art. 34. Het koninklijk besluit van 2 januari 1991 houdende het algemeen reglement van het Interventiefonds van de beursvennootschappen, gewijzigd bij koninklijk besluit van 2 april 1993, wordt opgeheven.
Art. 34. L'arrêté royal du 2 janvier 1991 fixant le règlement général de la Caisse d'intervention des sociétés de bourse, modifié par l'arrêté royal du 2 avril 1993, est abrogé.
Art. 35. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 35. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 36. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 december 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
Ph. MAYSTADT
Art. 36. Notre Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 12 décembre 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
Ph. MAYSTADT