Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° dag : dag die zowel voor de banksector als voor de beurzen een werkdag is;
2° de wet : de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;
3° financiële instrumenten: de financiële instrumenten bedoeld in artikel 1 van de wet, evenals elk recht dat of elke waarde die door de Koning wordt aangewezen als zijnde een financieel instrument (krachtens § 2 van) hetzelfde artikel;
4° koninklijk besluit nr. 185 : het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten;
5° koninklijk besluit van 18 september 1990 : het koninklijk besluit van 18 september 1990 over het prospectus dat moet worden gepubliceerd voor de opneming van effecten in de eerste markt van een effectenbeurs;
6° koninklijk besluit van 14 november 1991 : het koninklijk besluit van 14 november 1991 over de wederzijdse erkenning binnen de Europese Gemeenschappen van het prospectus bij een openbaar aanbod en van het prospectus bij toelating tot de notering aan een effectenbeurs.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 FEBRUARI 1996. - Koninklijk besluit ter bepaling van een versnelde en minder kostbare procedure voor de goedkeuring van het prospectus van financiële instrumenten die in de notering van een effectenbeurs worden opgenomen.
Titre
13 FEVRIER 1996. - Arrêté royal fixant une procédure accélérée et moins coûteuse pour l'approbation du prospectus d'inscription d'instruments financiers à un marché d'une bourse de valeurs mobilières.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Versnelde procedure in afwijking van koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten.
CHAPITRE I. - Procédure accélérée dérogatoire à l'arrêté royal n° 185 du 9 juillet 1935 sur le contrôle des banques et le régime des émissions de titres et valeurs.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° jour : jour ouvrable dans les secteurs bancaire et boursier;
2° la loi : la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placement;
3° instruments financiers : les instruments financiers visé à l'article 1er de la loi, ainsi que tout droit ou valeur désigné par le Roi comme instrument financier en vertu du § 2 du même article;
4° arrêté royal n° 185 : l'arrêté royal n° 185 du 9 juillet 1935 sur le contrôle des banques et le régime des émissions de titres et valeurs;
5° arrêté royal du 18 septembre 1990 : l'arrêté royal du 18 septembre 1990 relatif au prospectus à publier pour l'inscription de valeurs mobilières au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières;
6° arrêté royal du 14 novembre 1991 : l'arrêté royal du 14 novembre 1991 relatif à la reconnaissance mutuelle au sein des Communautés européennes des prospectus d'offre publique et des prospectus d'admission à la cote d'une bourse de valeurs mobilières.
1° jour : jour ouvrable dans les secteurs bancaire et boursier;
2° la loi : la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placement;
3° instruments financiers : les instruments financiers visé à l'article 1er de la loi, ainsi que tout droit ou valeur désigné par le Roi comme instrument financier en vertu du § 2 du même article;
4° arrêté royal n° 185 : l'arrêté royal n° 185 du 9 juillet 1935 sur le contrôle des banques et le régime des émissions de titres et valeurs;
5° arrêté royal du 18 septembre 1990 : l'arrêté royal du 18 septembre 1990 relatif au prospectus à publier pour l'inscription de valeurs mobilières au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières;
6° arrêté royal du 14 novembre 1991 : l'arrêté royal du 14 novembre 1991 relatif à la reconnaissance mutuelle au sein des Communautés européennes des prospectus d'offre publique et des prospectus d'admission à la cote d'une bourse de valeurs mobilières.
Art. 2. De termijnen voorzien in de artikels 26, 29ter, § 3, en 34bis, § 1, lid 3 van het koninklijk besluit nr. 185 zijn niet van toepassing op de verrichtingen die het voorwerp vormen van dit hoofdstuk.
Artikel 29ter, § 1, lid 2 van het koninklijk besluit nr. 185 is niet van toepassing op de verrichtingen die het voorwerp vormen van dit hoofdstuk.
De termijn en de wijze van kennisgeving voorzien in artikel 29ter, § 2, lid 2 van het koninklijk besluit nr. 185 zijn niet van toepassing op de verrichtingen die het voorwerp vormen van dit hoofdstuk.
Artikel 29ter, § 1, lid 2 van het koninklijk besluit nr. 185 is niet van toepassing op de verrichtingen die het voorwerp vormen van dit hoofdstuk.
De termijn en de wijze van kennisgeving voorzien in artikel 29ter, § 2, lid 2 van het koninklijk besluit nr. 185 zijn niet van toepassing op de verrichtingen die het voorwerp vormen van dit hoofdstuk.
Art. 2. Les délais prévus aux articles 26, 29ter, § 3, et 34bis, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté royal n° 185 ne sont pas applicables aux opérations qui font l'objet du présent chapitre.
L'article 29ter, § 1er, alinéa 2 de l'arrêté royal n° 185 n'est pas applicable aux opérations qui font l'objet du présent chapitre.
Le délai et le mode de notification prévus à l'article 29ter, § 2, alinéa 2 de l'arrêté royal n° 185 ne sont pas applicables aux opérations qui font l'objet du présent chapitre.
L'article 29ter, § 1er, alinéa 2 de l'arrêté royal n° 185 n'est pas applicable aux opérations qui font l'objet du présent chapitre.
Le délai et le mode de notification prévus à l'article 29ter, § 2, alinéa 2 de l'arrêté royal n° 185 ne sont pas applicables aux opérations qui font l'objet du présent chapitre.
Art. 3. De kennisgevingen, mededelingen of berichten die de Commissie voor het Bank- en Financiewezen volgens de bepalingen van dit hoofdstuk moet doen, worden geacht verricht te zijn op het ogenblik van hun verzending door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen. De verzending zal gebeuren middels een faxbericht dat dezelfde dag bevestigd wordt via een gewone of een per post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs. De datum van verzending van het faxbericht wordt geacht de datum van verzending te zijn.
Art. 3. Les notifications, communications ou avis que doit faire la Commission bancaire et financière aux termes du présent chapitre sont réputés être accomplis au moment de leur envoi par la Commission bancaire et financière. Cet envoi sera réalisé au moyen d'une télécopie confirmée, le même jour, par courrier ordinaire ou lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception. Dans ce cas, la date de l'envoi de la télécopie sera réputée être la date de l'envoi.
Art. 4. De versnelde procedure voorzien in dit hoofdstuk zal van toepassing zijn op het onderzoek van het dossier dat ingediend wordt samen met de kennisgeving bedoeld in artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 185 wanneer de personen die de aanvraag indienen verzoeken om de opname van financiële instrumenten in de markt van een effectenbeurs of om een openbare uitgifte van financiële instrumenten die, op het ogenblik van de uitgifte, het voorwerp uitmaken van een aanvraag tot opname in een markt van een effectenbeurs.
De procedure bedoeld in het eerste lid zal van toepassing zijn in de volgende gevallen:
1° wanneer de voorgestelde verrichting financiële instrumenten betreft, uitgegeven in het kader van een procedure van gescheiden informatieverstrekking;
2° wanneer de voorgestelde verrichting financiële instrumenten betreft, uitgegeven door een vennootschap waarvan de aandelen ingeschreven zijn in de eerste markt van een Belgische effectenbeurs;
3° wanneer de voorgestelde verrichting obligaties betreft, uitgegeven door een vennootschap waarvan de obligaties ingeschreven zijn in de eerste markt van een Belgische effectenbeurs;
4° wanneer de voorgestelde verrichting obligaties betreft die onherroepelijk en onvoorwaardelijk worden gegarandeerd door een Lidstaat van de Europese Gemeenschap of door één van haar federale entiteiten;
5° in geval van verzoek tot gedeeltelijke of volledige ontheffing van de verplichting tot het publiceren van een prospectus in toepassing van artikel 6 van het koninklijk besluit van 18 september 1990;
6° in het geval van verzoek tot erkenning in België van ofwel een prospectus dat werd goedgekeurd of waarvoor goedkeuring werd gevraagd in een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap, ofwel van een gehele vrijstelling van verplichting tot publicatie van een prospectus die werd aangevraagd of toegestaan in een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het koninklijk besluit van 14 november 1991;
7° wanneer de voorgenomen verrichting financiële instrumenten betreft die uitgegeven worden door een vennootschap waarvan de aandelen tenminste sedert drie jaar zijn opgenomen in de eerste markt van een effectenbeurs van een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap en voor zover de vennootschap gedurende deze periode alle informatieverplichtingen die voortvloeiden uit deze opname nagekomen is;
8° wanneer de voorgenomen verrichting financiële instrumenten betreft uitgegeven door een vennootschap waarvan de aandelen gedurende minstens twee jaar zijn opgenomen in de tweede markt van een Belgische effectenbeurs, en voor zover de vennootschap gedurende deze periode alle informatieverplichtingen die voortvloeiden uit deze opname nagekomen is;
9° wanneer de voorgenomen verrichting financiële instrumenten betreft uitgegeven door een vennootschap waarvan de aandelen minstens drie jaar ingeschreven zijn op een niet gereglementeerde markt van een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap of op een al dan niet gereglementeerde markt van een land buiten de Europese Gemeenschap, op voorwaarde dat de vennootschappen waarvan de financiële instrumenten zijn ingeschreven op deze markt, inzake informatieverstrekking naar het publiek toe, onderworpen zijn aan een reglementering en een controle die gelijkwaardig zijn aan degene bedoeld onder 7°. De lijst van deze markten zal worden opgesteld en aangepast door de Minister van Financiën, na advies van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en de Effectenbeursvennootschappen.
De procedure bedoeld in het eerste lid zal van toepassing zijn in de volgende gevallen:
1° wanneer de voorgestelde verrichting financiële instrumenten betreft, uitgegeven in het kader van een procedure van gescheiden informatieverstrekking;
2° wanneer de voorgestelde verrichting financiële instrumenten betreft, uitgegeven door een vennootschap waarvan de aandelen ingeschreven zijn in de eerste markt van een Belgische effectenbeurs;
3° wanneer de voorgestelde verrichting obligaties betreft, uitgegeven door een vennootschap waarvan de obligaties ingeschreven zijn in de eerste markt van een Belgische effectenbeurs;
4° wanneer de voorgestelde verrichting obligaties betreft die onherroepelijk en onvoorwaardelijk worden gegarandeerd door een Lidstaat van de Europese Gemeenschap of door één van haar federale entiteiten;
5° in geval van verzoek tot gedeeltelijke of volledige ontheffing van de verplichting tot het publiceren van een prospectus in toepassing van artikel 6 van het koninklijk besluit van 18 september 1990;
6° in het geval van verzoek tot erkenning in België van ofwel een prospectus dat werd goedgekeurd of waarvoor goedkeuring werd gevraagd in een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap, ofwel van een gehele vrijstelling van verplichting tot publicatie van een prospectus die werd aangevraagd of toegestaan in een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het koninklijk besluit van 14 november 1991;
7° wanneer de voorgenomen verrichting financiële instrumenten betreft die uitgegeven worden door een vennootschap waarvan de aandelen tenminste sedert drie jaar zijn opgenomen in de eerste markt van een effectenbeurs van een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap en voor zover de vennootschap gedurende deze periode alle informatieverplichtingen die voortvloeiden uit deze opname nagekomen is;
8° wanneer de voorgenomen verrichting financiële instrumenten betreft uitgegeven door een vennootschap waarvan de aandelen gedurende minstens twee jaar zijn opgenomen in de tweede markt van een Belgische effectenbeurs, en voor zover de vennootschap gedurende deze periode alle informatieverplichtingen die voortvloeiden uit deze opname nagekomen is;
9° wanneer de voorgenomen verrichting financiële instrumenten betreft uitgegeven door een vennootschap waarvan de aandelen minstens drie jaar ingeschreven zijn op een niet gereglementeerde markt van een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap of op een al dan niet gereglementeerde markt van een land buiten de Europese Gemeenschap, op voorwaarde dat de vennootschappen waarvan de financiële instrumenten zijn ingeschreven op deze markt, inzake informatieverstrekking naar het publiek toe, onderworpen zijn aan een reglementering en een controle die gelijkwaardig zijn aan degene bedoeld onder 7°. De lijst van deze markten zal worden opgesteld en aangepast door de Minister van Financiën, na advies van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en de Effectenbeursvennootschappen.
Art. 4. La procédure accélérée prévue dans le présent chapitre sera applicable à l'examen du dossier joint à l'avis visé à l'article 26 de l'arrêté royal n° 185 lorsque les personnes qui introduisent la demande se proposent de demander l'inscription d'instruments financiers à un marché d'une bourse de valeurs mobilières ou de procéder à une émission publique d'instruments financiers qui font l'objet, au moment de l'émission, d'une demande d'inscription à un marché d'une bourse de valeurs mobilières.
La procédure visée au premier alinéa sera d'application dans les cas suivants :
1° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis dans le cadre d'une procédure d'information dissociée;
2° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis par une société dont les actions sont inscrites au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières belge;
3° lorsque l'opération projetée concerne des obligations émises par une société dont des obligations sont inscrites au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières belge;
4° lorsque l'opération projetée concerne des obligations garanties irrévocablement et inconditionnellement par un Etat membre de la Communauté européenne ou une de ses entités fédérées;
5° en cas de demande de dispense partielle ou totale de l'obligation de publier un prospectus en application de l'article 6 de l'arrêté royal du 18 septembre 1990;
6° en cas de demande de reconnaissance en Belgique d'un prospectus approuvé, ou dont l'approbation est demandée, dans un autre Etat membre de la Communauté européenne ou d'une dispense totale de prospectus accordée, ou demandée, dans un autre Etat membre de la Communauté européenne conformément à l'arrêté royal du 14 novembre 1991;
7° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis par une société dont les actions sont inscrites, depuis trois ans au moins, au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières d'un autre Etat membre de la Communauté européenne et que la société a respecté, au cours de cette période, toutes les obligations d'information qui lui incombaient du fait de cette inscription;
8° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis par une société dont les actions sont inscrites depuis au moins deux ans, au second marché d'une bourse de valeurs mobilières belge et que la société a respecté, au cours de cette période, toutes les obligations d'information qui lui incombaient du fait de cette inscription;
9° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis par une société dont les actions sont inscrites depuis trois ans au moins à un marché non réglementé d'un autre Etat membre de la Communauté européenne ou à un marché réglementé ou non réglementé d'un pays tiers à la Communauté européenne, à condition que les sociétés dont les instruments financiers sont inscrits sur ce marché soient soumises, en matière d'information du public, à une réglementation et à un contrôle équivalents à ceux applicables sur les marchés visés au 7°. La liste de ces marchés sera établie et adaptée par le Ministre des Finances, après avis de la Commission bancaire et financière et des Sociétés de bourses de valeurs mobilières.
La procédure visée au premier alinéa sera d'application dans les cas suivants :
1° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis dans le cadre d'une procédure d'information dissociée;
2° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis par une société dont les actions sont inscrites au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières belge;
3° lorsque l'opération projetée concerne des obligations émises par une société dont des obligations sont inscrites au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières belge;
4° lorsque l'opération projetée concerne des obligations garanties irrévocablement et inconditionnellement par un Etat membre de la Communauté européenne ou une de ses entités fédérées;
5° en cas de demande de dispense partielle ou totale de l'obligation de publier un prospectus en application de l'article 6 de l'arrêté royal du 18 septembre 1990;
6° en cas de demande de reconnaissance en Belgique d'un prospectus approuvé, ou dont l'approbation est demandée, dans un autre Etat membre de la Communauté européenne ou d'une dispense totale de prospectus accordée, ou demandée, dans un autre Etat membre de la Communauté européenne conformément à l'arrêté royal du 14 novembre 1991;
7° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis par une société dont les actions sont inscrites, depuis trois ans au moins, au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières d'un autre Etat membre de la Communauté européenne et que la société a respecté, au cours de cette période, toutes les obligations d'information qui lui incombaient du fait de cette inscription;
8° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis par une société dont les actions sont inscrites depuis au moins deux ans, au second marché d'une bourse de valeurs mobilières belge et que la société a respecté, au cours de cette période, toutes les obligations d'information qui lui incombaient du fait de cette inscription;
9° lorsque l'opération projetée concerne des instruments financiers émis par une société dont les actions sont inscrites depuis trois ans au moins à un marché non réglementé d'un autre Etat membre de la Communauté européenne ou à un marché réglementé ou non réglementé d'un pays tiers à la Communauté européenne, à condition que les sociétés dont les instruments financiers sont inscrits sur ce marché soient soumises, en matière d'information du public, à une réglementation et à un contrôle équivalents à ceux applicables sur les marchés visés au 7°. La liste de ces marchés sera établie et adaptée par le Ministre des Finances, après avis de la Commission bancaire et financière et des Sociétés de bourses de valeurs mobilières.
Art. 5. Bij toepassing van artikel 4 dienen de personen die het verzoek indienen duidelijk aan te duiden dat het onderzoek van het dossier volgens de versnelde procedure bedoeld in dit hoofdstuk dient te geschieden.
Art. 5. En cas d'application de l'article 4, les personnes qui introduisent la demande indiqueront clairement que l'examen du dossier doit bénéficier de la procédure accéléré visée au présent chapitre.
Art. 6. Wanneer de Commissie voor het Bank- en Financiewezen gevat wordt door een verzoek ingediend overeenkomstig artikel 5, dan zal het dossier behandeld worden met inachtname van volgende procedure en termijnen :
§ 1. Wanneer hetzij een vennootschap bedoeld in artikel 2, § 1 van de wet, hetzij een door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen erkende bedrijfsrevisor ten opzichte van de Commissie voor het Banken Financiewezen verklaart dat het voorgelegde dossier volledig is en dat :
1° het prospectus waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd alle inlichtingen bevat die vereist worden door het koninklijk besluit van 18 september 1990, of
2° de voorgenomen verrichting is een verrichting waarvoor de Commissie voor het Bank- en Financiewezen een gedeeltelijke of volledige prospectusvrijstelling kan verlenen of
3° het informatiedocument bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 november 1991 bevat alle inlichtingen vereist door dit koninklijk besluit,
dan brengt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen de dag volgend op de ontvangst van het verzoek zowel de personen die het hebben ingediend als de directiecomités van de betrokken effectenbeursvennootschappen, op de hoogte van haar beslissing tot toestaan of weigering van goedkeuring, erkenning of vrijstelling.
In dit geval is artikel 27, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 185 niet van toepassing.
Voor toepassing van het eerste lid zal het ingediende dossier als volledig worden beschouwd indien het de stukken bevat bedoeld in de punten 1° tot 5° van artikel 27 van het koninklijk nr. 185 en het prospectus zal geacht worden alle inlinchtingen vereist door het koninklijk besluit van 18 september 1990, als naargelang de voorgenomen verrichting betrekking heeft op aandelen, obligaties of certificaten die aandelen vertegenwoordigen. In voorkomend geval zal de verklaring de elementen van het schema aanduiden die werden weggelaten en waarvoor een gedeeltelijke vrijstelling dient te worden toegestaan door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
§ 2. In de andere gevallen dan deze bedoeld onder § 1, stelt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen de dag volgend op de ontvangst van het verzoek de personen die het hebben ingediend ervan in kennis dat het dossier klaar is voor een onderzoek ten gronde of deelt hun mee welke elementen nog ontbreken.
De dag volgend op de ontvangst van alle ontbrekende elementen deelt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen dan aan deze personen mee dat het dossier klaar is voor het onderzoek ten gronde.
Het uitblijven van enige kennisgeving door de Commisie voor het Bank- en Financiewezen binnen de termijn voorzien in het eerste en tweede lid komt, voor de toepassing van dit hoofdstuk, neer op een kennisgeving dat het dossier klaar is voor het onderzoek ten gronde.
§ 1. Wanneer hetzij een vennootschap bedoeld in artikel 2, § 1 van de wet, hetzij een door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen erkende bedrijfsrevisor ten opzichte van de Commissie voor het Banken Financiewezen verklaart dat het voorgelegde dossier volledig is en dat :
1° het prospectus waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd alle inlichtingen bevat die vereist worden door het koninklijk besluit van 18 september 1990, of
2° de voorgenomen verrichting is een verrichting waarvoor de Commissie voor het Bank- en Financiewezen een gedeeltelijke of volledige prospectusvrijstelling kan verlenen of
3° het informatiedocument bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 november 1991 bevat alle inlichtingen vereist door dit koninklijk besluit,
dan brengt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen de dag volgend op de ontvangst van het verzoek zowel de personen die het hebben ingediend als de directiecomités van de betrokken effectenbeursvennootschappen, op de hoogte van haar beslissing tot toestaan of weigering van goedkeuring, erkenning of vrijstelling.
In dit geval is artikel 27, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 185 niet van toepassing.
Voor toepassing van het eerste lid zal het ingediende dossier als volledig worden beschouwd indien het de stukken bevat bedoeld in de punten 1° tot 5° van artikel 27 van het koninklijk nr. 185 en het prospectus zal geacht worden alle inlinchtingen vereist door het koninklijk besluit van 18 september 1990, als naargelang de voorgenomen verrichting betrekking heeft op aandelen, obligaties of certificaten die aandelen vertegenwoordigen. In voorkomend geval zal de verklaring de elementen van het schema aanduiden die werden weggelaten en waarvoor een gedeeltelijke vrijstelling dient te worden toegestaan door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
§ 2. In de andere gevallen dan deze bedoeld onder § 1, stelt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen de dag volgend op de ontvangst van het verzoek de personen die het hebben ingediend ervan in kennis dat het dossier klaar is voor een onderzoek ten gronde of deelt hun mee welke elementen nog ontbreken.
De dag volgend op de ontvangst van alle ontbrekende elementen deelt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen dan aan deze personen mee dat het dossier klaar is voor het onderzoek ten gronde.
Het uitblijven van enige kennisgeving door de Commisie voor het Bank- en Financiewezen binnen de termijn voorzien in het eerste en tweede lid komt, voor de toepassing van dit hoofdstuk, neer op een kennisgeving dat het dossier klaar is voor het onderzoek ten gronde.
Art. 6. Lorsque la Commission bancaire et financière est saisie d'une demande faite conformément à l'article 5, le dossier sera traité suivant la procédure et les délais suivants :
§ 1er. Lorsqu'une société visée à l'article 2, § 1er de la loi ou un réviseur d'entreprise agréé par la Commission bancaire et financière atteste à la Commission bancaire et financière que le dossier présenté est complet et que :
1° le prospectus dont l'approbation est demandée contient tous les renseignements requis par l'arrêté royal du 18 septembre 1990, ou
2° l'opération projetée est une opération pour laquelle la Commission bancaire et financière peut accorder une dispense partielle ou totale de prospectus, ou
3° le document d'information visé à l'article 6 de l'arrêté royal du 14 novembre 1991 contient tous les renseignements requis par cet arrêté royal,
la Commission bancaire et financière notifie, le jour suivant la réception de la demande, aux personnes qui ont introduit la demande ainsi qu'aux Comités de direction des sociétés de bourses de valeurs mobilières concernées, sa décision d'approbation, de reconnaissance ou de dispense ou de refus d'approbation, de reconnaissance ou de dispense.
Dans ce cas, l'article 27, dernier alinéa de l'arrêté royal n° 185 ne sera pas d'application.
Pour l'application du premier alinéa, le dossier présenté sera considéré comme complet s'il contient les éléments visés aux points 1° à 5° de l'article 27 de l'arrêté royal n° 185, et le prospectus sera considéré comme contenant tous les renseignements requis par l'arrêté royal du 18 septembre 1990 s'il contient les renseignements prévus par les schémas A, B ou C de l'arrêté royal du 18 septembre 1990 selon que l'opération projetée concerne des actions, des obligations ou des certificats représentatifs d'actions. Le cas échéant, l'attestation indiquera les éléments du schéma qui ont été omis et pour lesquels une dispense partielle de la Commission bancaire et financière devra être accordée.
§ 2. Dans les cas non visés au § 1er, la Commission bancaire et financière notifie le jour suivant la réception de la demande, aux personnes qui l'ont introduite, que le dossier est en état d'être examiné quant au fond ou elle leur communique le relevé des éléments manquants.
Le jour suivant la réception de tous les éléments manquants, la Commission bancaire et financière notifie à ces personnes que le dossier est en état d'être examiné quant au fond.
L'absence de notification de la Commission bancaire et financière dans le délai prévu aux premier et second alinéa vaudra, pour l'application du présent chapitre, notification que le dossier est en état d'être examiné quant au fond.
§ 1er. Lorsqu'une société visée à l'article 2, § 1er de la loi ou un réviseur d'entreprise agréé par la Commission bancaire et financière atteste à la Commission bancaire et financière que le dossier présenté est complet et que :
1° le prospectus dont l'approbation est demandée contient tous les renseignements requis par l'arrêté royal du 18 septembre 1990, ou
2° l'opération projetée est une opération pour laquelle la Commission bancaire et financière peut accorder une dispense partielle ou totale de prospectus, ou
3° le document d'information visé à l'article 6 de l'arrêté royal du 14 novembre 1991 contient tous les renseignements requis par cet arrêté royal,
la Commission bancaire et financière notifie, le jour suivant la réception de la demande, aux personnes qui ont introduit la demande ainsi qu'aux Comités de direction des sociétés de bourses de valeurs mobilières concernées, sa décision d'approbation, de reconnaissance ou de dispense ou de refus d'approbation, de reconnaissance ou de dispense.
Dans ce cas, l'article 27, dernier alinéa de l'arrêté royal n° 185 ne sera pas d'application.
Pour l'application du premier alinéa, le dossier présenté sera considéré comme complet s'il contient les éléments visés aux points 1° à 5° de l'article 27 de l'arrêté royal n° 185, et le prospectus sera considéré comme contenant tous les renseignements requis par l'arrêté royal du 18 septembre 1990 s'il contient les renseignements prévus par les schémas A, B ou C de l'arrêté royal du 18 septembre 1990 selon que l'opération projetée concerne des actions, des obligations ou des certificats représentatifs d'actions. Le cas échéant, l'attestation indiquera les éléments du schéma qui ont été omis et pour lesquels une dispense partielle de la Commission bancaire et financière devra être accordée.
§ 2. Dans les cas non visés au § 1er, la Commission bancaire et financière notifie le jour suivant la réception de la demande, aux personnes qui l'ont introduite, que le dossier est en état d'être examiné quant au fond ou elle leur communique le relevé des éléments manquants.
Le jour suivant la réception de tous les éléments manquants, la Commission bancaire et financière notifie à ces personnes que le dossier est en état d'être examiné quant au fond.
L'absence de notification de la Commission bancaire et financière dans le délai prévu aux premier et second alinéa vaudra, pour l'application du présent chapitre, notification que le dossier est en état d'être examiné quant au fond.
Art. 7. § 1. In de gevallen bedoeld in artikel 6, § 2, beschikt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, te tellen vanaf de dag van kennisgeving dat het dossier klaar is voor het onderzoek ten gronde, over de volgende termijnen voor het onderzoek ten gronde van het dossier :
1° Twee dagen in de volgende gevallen :
a) in geval van toepassing van artikel 4, 1° tot 4°, wanneer een verrichting betrekking heeft op gewone obligaties, of andere leningbewijzen die niet achtergesteld, converteerbaar, omwisselbaar of in aandelen terugbetaalbaar zijn of waaraan geen inschrijvings- of verwervingsrecht verbonden is;
b) in geval van toepassing van artikel 4, 5°;c) in geval van toepassing van artikel 4, 6°, wanneer de verrichting waarvoor een prospectus is goedgekeurd door of waarvoor een volledige prospectusvrijstelling is verleend is in de andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap, heeft plaatsgehad minder dan drie maanden voor de kennisgeving bedoeld in artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 185.
2° Vier dagen in de volgende gevallen :
a) in geval van toepassing van artikel 4, 1° tot 4°, wanneer § 1, 1° hierboven niet van toepassing is;
b) in geval van toepassing van artikel 4, 6°, wanneer, op de datum van het indienen van het verzoek, voor de verrichting nog geen prospectus werd goedgekeurd, noch een volledige prospectusvrijstelling werd verleend in de andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap of wanneer de verrichting heeft plaatsgevonden meer dan drie maanden, maar minder dan zes maanden vóór de kennisgeving bedoeld in artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 185.
c) in geval van toepassing van artikel 4, 7° tot 9°.
§ 2. Binnen de termijnen omschreven in § 1 zal de Commissie voor het Bank- en Financiewezen :
- hetzij haar opmerkingen en vragen om aanvullende informatie ter kennis brengen van de personen die het verzoek hebben ingediend;
- hetzij haar beslissing tot goedkeuring, erkenning of vrijstelling, ter kennis brengen van deze personen alsook van de directiecomités van de betrokken effectenbeursvennootschappen.
§ 3. Binnen de twee dagen volgend op de ontvangst door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van het definitieve antwoord op de opmerkingen en vragen om aanvullende informatie die zij heeft geformuleerd binnen de termijnen bedoeld in § 1, brengt zij haar beslissing in verband met het verzoek tot goedkeuring, erkenning of vrijstelling ter kennis van de personen die het verzoek hebben ingediend, alsook van de directiecomités van de betrokken effectenbeursvennootschappen.
1° Twee dagen in de volgende gevallen :
a) in geval van toepassing van artikel 4, 1° tot 4°, wanneer een verrichting betrekking heeft op gewone obligaties, of andere leningbewijzen die niet achtergesteld, converteerbaar, omwisselbaar of in aandelen terugbetaalbaar zijn of waaraan geen inschrijvings- of verwervingsrecht verbonden is;
b) in geval van toepassing van artikel 4, 5°;c) in geval van toepassing van artikel 4, 6°, wanneer de verrichting waarvoor een prospectus is goedgekeurd door of waarvoor een volledige prospectusvrijstelling is verleend is in de andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap, heeft plaatsgehad minder dan drie maanden voor de kennisgeving bedoeld in artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 185.
2° Vier dagen in de volgende gevallen :
a) in geval van toepassing van artikel 4, 1° tot 4°, wanneer § 1, 1° hierboven niet van toepassing is;
b) in geval van toepassing van artikel 4, 6°, wanneer, op de datum van het indienen van het verzoek, voor de verrichting nog geen prospectus werd goedgekeurd, noch een volledige prospectusvrijstelling werd verleend in de andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap of wanneer de verrichting heeft plaatsgevonden meer dan drie maanden, maar minder dan zes maanden vóór de kennisgeving bedoeld in artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 185.
c) in geval van toepassing van artikel 4, 7° tot 9°.
§ 2. Binnen de termijnen omschreven in § 1 zal de Commissie voor het Bank- en Financiewezen :
- hetzij haar opmerkingen en vragen om aanvullende informatie ter kennis brengen van de personen die het verzoek hebben ingediend;
- hetzij haar beslissing tot goedkeuring, erkenning of vrijstelling, ter kennis brengen van deze personen alsook van de directiecomités van de betrokken effectenbeursvennootschappen.
§ 3. Binnen de twee dagen volgend op de ontvangst door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van het definitieve antwoord op de opmerkingen en vragen om aanvullende informatie die zij heeft geformuleerd binnen de termijnen bedoeld in § 1, brengt zij haar beslissing in verband met het verzoek tot goedkeuring, erkenning of vrijstelling ter kennis van de personen die het verzoek hebben ingediend, alsook van de directiecomités van de betrokken effectenbeursvennootschappen.
Art. 7. § 1er. Dans les cas visés à l'article 6, § 2, la Commission bancaire et financière dispose, à dater du jour de la notification de ce que le dossier est en état d'être examiné quant au fond, des délais suivants pour l'examen quant au fond du dossier :
1° Deux jours dans les cas suivants :
a) en cas d'application de l'article 4, 1° à 4°, lorsque l'opération porte sur des obligations ordinaires ou d'autres titres d'emprunt qui ne sont pas subordonnés, convertibles, échangeables ou remboursables en actions ou qui ne sont pas assortis de droits de souscription ou d'acquisition;
b) en cas d'application de l'article 4, 5°;
c) en cas d'application de l'article 4, 6°, lorsque l'opération qui a donné lieu à l'approbation d'un prospectus ou à l'octroi d'une dispense totale de prospectus dans l'autre Etat membre de la Communauté européenne s'est déroulée moins de trois mois avant le dépôt de l'avis visé à l'article 26 de l'arrêté royal n° 185.
2° Quatre jours dans les cas suivants :
a) en cas d'application de l'article 4, 1° à 4° lorsque le § 1er, 1° ci-dessus n'est pas d'application;
b) en cas d'application de l'article 4, 6° lorsque l'opération n'a pas encore, à la date d'introduction de la demande, donné lieu à l'approbation d'un prospectus ou à l'octroi d'une dispense totale de prospectus dans l'autre Etat membre de la Communauté européenne ou lorsque l'opération s'est déroulée plus de trois mois mais moins de six mois avant le dépôt de l'avis visé à l'article 26 de l'arrêté royal n° 185.
c) en cas d'application de l'article 4, 7° à 9°.
§ 2. Dans les délais visés au § 1er, la Commission bancaire et financière :
- soit, communique ses remarques et demandes d'informations complémentaires aux personnes qui ont introduit la demande;
- soit, notifie à ces personnes, ainsi qu'aux Comités de direction des Sociétés des bourses de valeurs mobilières concernées, sa décision d'approbation, de reconnaissance ou de dispense.
§ 3. Dans les deux jours qui suivent la réception par la Commission bancaire et financière de la réponse définitive à l'ensemble des remarques et demandes d'informations complémentaires qu'elle a formulées dans les délais visés au § 1er, celle-ci notifie aux personnes qui ont introduit la demande, ainsi qu'aux Comités de direction des Sociétés des bourses de valeurs mobilières concernées, sa décision relative à la demande d'approbation, de reconnaissance ou d'octroi de dispense.
1° Deux jours dans les cas suivants :
a) en cas d'application de l'article 4, 1° à 4°, lorsque l'opération porte sur des obligations ordinaires ou d'autres titres d'emprunt qui ne sont pas subordonnés, convertibles, échangeables ou remboursables en actions ou qui ne sont pas assortis de droits de souscription ou d'acquisition;
b) en cas d'application de l'article 4, 5°;
c) en cas d'application de l'article 4, 6°, lorsque l'opération qui a donné lieu à l'approbation d'un prospectus ou à l'octroi d'une dispense totale de prospectus dans l'autre Etat membre de la Communauté européenne s'est déroulée moins de trois mois avant le dépôt de l'avis visé à l'article 26 de l'arrêté royal n° 185.
2° Quatre jours dans les cas suivants :
a) en cas d'application de l'article 4, 1° à 4° lorsque le § 1er, 1° ci-dessus n'est pas d'application;
b) en cas d'application de l'article 4, 6° lorsque l'opération n'a pas encore, à la date d'introduction de la demande, donné lieu à l'approbation d'un prospectus ou à l'octroi d'une dispense totale de prospectus dans l'autre Etat membre de la Communauté européenne ou lorsque l'opération s'est déroulée plus de trois mois mais moins de six mois avant le dépôt de l'avis visé à l'article 26 de l'arrêté royal n° 185.
c) en cas d'application de l'article 4, 7° à 9°.
§ 2. Dans les délais visés au § 1er, la Commission bancaire et financière :
- soit, communique ses remarques et demandes d'informations complémentaires aux personnes qui ont introduit la demande;
- soit, notifie à ces personnes, ainsi qu'aux Comités de direction des Sociétés des bourses de valeurs mobilières concernées, sa décision d'approbation, de reconnaissance ou de dispense.
§ 3. Dans les deux jours qui suivent la réception par la Commission bancaire et financière de la réponse définitive à l'ensemble des remarques et demandes d'informations complémentaires qu'elle a formulées dans les délais visés au § 1er, celle-ci notifie aux personnes qui ont introduit la demande, ainsi qu'aux Comités de direction des Sociétés des bourses de valeurs mobilières concernées, sa décision relative à la demande d'approbation, de reconnaissance ou d'octroi de dispense.
Art. 8. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan de in artikel 7 vermelde termijnen met ten hoogste vier dagen verlengen, bij gemotiveerde beslissing die vóór het verstrijken van deze termijnen ter kennis wordt gebracht van de personen die het verzoek hebben ingediend. Tijdens deze verlengde onderzoekstermijn kan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen deze personen om mededeling vragen van alle aanvullende informatie die vereist is voor het onderzoek van het dossier.
Art. 8. La Commission bancaire et financière peut prolonger les délais prévus à l'article 7 pour une période maximum de quatre jours, par décision motivée, notifiée avant l'expiration de ces délais aux personnes qui ont introduit la demande. Au cours de cet examen prolongé, la Commission bancaire et financière peut se faire communiquer par ces personnes, les informations complémentaires qui sont nécessaires à l'examen du dossier.
Art. 9. Het uitblijven van een kennisgeving of mededeling van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen binnen de termijnen voorzien in de artikelen 6, § 1, 7 en 8 komt neer op een weigering van goedkeuring, erkenning of vrijstelling.
Het uitblijven van een antwoord vanwege de personen die het verzoek hebben ingediend, binnen de tien dagen die volgen op de mededelingen van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, zoals bedoeld in de artikelen 6, § 2, lid 1, en 7, § 2, komt neer op een intrekking van het verzoek tot goedkeuring, erkenning of vrijstelling.
Het uitblijven van een antwoord vanwege de personen die het verzoek hebben ingediend, binnen de tien dagen die volgen op de mededelingen van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, zoals bedoeld in de artikelen 6, § 2, lid 1, en 7, § 2, komt neer op een intrekking van het verzoek tot goedkeuring, erkenning of vrijstelling.
Art. 9. L'absence de notification, de communication ou d'avis de la Commission bancaire et financière dans les délais prévus aux articles 6, § 1er, 7 et 8, équivaut à un refus d'approbation, de reconnaissance ou de dispense.
L'absence de réponse des personnes qui ont introduit la demande, dans les dix jours qui suivent les communications de la Commission bancaire et financière visées aux articles 6, § 2, alinéa 1er, et 7, § 2, équivaut à un retrait de la demande d'approbation, de reconnaissance ou d'octroi de dispense.
L'absence de réponse des personnes qui ont introduit la demande, dans les dix jours qui suivent les communications de la Commission bancaire et financière visées aux articles 6, § 2, alinéa 1er, et 7, § 2, équivaut à un retrait de la demande d'approbation, de reconnaissance ou d'octroi de dispense.
Art. 10. De mogelijkheid van beroep vermeld in artikel 29ter, § 3 van het koninklijk besluit nr. 185 wordt geregeld in onderhavig artikel.
De personen die een verzoek hebben ingediend, kunnen beroep instellen tegen de weigering van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen bedoeld in de artikelen 6, § 1, 7 §§ 2 en 3, en 9. Beroep wordt ingesteld binnen de drie dagen na de kennisgeving voorzien in de artikelen 6, § 1, 7, §§ 2 en 3 of het uitblijven van een beslissing van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen na afloop van de termijnen bedoeld in de artikelen 6, § 1, 7 en 8. Het beroep wordt gericht aan de Minister van Financiën en ter kennis gebracht van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen met een per post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs. De Minister van Financiën doet uitspraak over het beroep binnen de tien dagen. Zijn beslissing wordt binnen drie dagen met een per post aangetekende brief of brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de persoon die beroep heeft ingesteld en van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
De personen die een verzoek hebben ingediend, kunnen beroep instellen tegen de weigering van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen bedoeld in de artikelen 6, § 1, 7 §§ 2 en 3, en 9. Beroep wordt ingesteld binnen de drie dagen na de kennisgeving voorzien in de artikelen 6, § 1, 7, §§ 2 en 3 of het uitblijven van een beslissing van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen na afloop van de termijnen bedoeld in de artikelen 6, § 1, 7 en 8. Het beroep wordt gericht aan de Minister van Financiën en ter kennis gebracht van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen met een per post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs. De Minister van Financiën doet uitspraak over het beroep binnen de tien dagen. Zijn beslissing wordt binnen drie dagen met een per post aangetekende brief of brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de persoon die beroep heeft ingesteld en van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
Art. 10. Le recours prévu à l'article 29ter, § 3, de l'arrêté royal n° 185 est réglé de la manière prévue au présent article.
Un recours est ouvert aux personnes qui ont introduit la demande contre les refus de la Commission bancaire et financière prévus aux articles 6, § 1er, 7, §§ 2 et 3, et 9. Le recours est formé dans les trois jours de la notification prévue aux articles 6, § 1er, et 7, §§ 2 et 3, ou de l'absence de décision de la Commission bancaire et financière au terme des délais prévus aux articles 6, § 1er, 7 et 8. Il est adressé au Ministre des Finances et notifié à la Commission bancaire et financière par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception. Le Ministre des Finances statue sur le recours dans les dix jours. Sa décision est notifiée dans les trois jours par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception à la personne qui a sollicité son recours et à la Commission bancaire et financière.
Un recours est ouvert aux personnes qui ont introduit la demande contre les refus de la Commission bancaire et financière prévus aux articles 6, § 1er, 7, §§ 2 et 3, et 9. Le recours est formé dans les trois jours de la notification prévue aux articles 6, § 1er, et 7, §§ 2 et 3, ou de l'absence de décision de la Commission bancaire et financière au terme des délais prévus aux articles 6, § 1er, 7 et 8. Il est adressé au Ministre des Finances et notifié à la Commission bancaire et financière par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception. Le Ministre des Finances statue sur le recours dans les dix jours. Sa décision est notifiée dans les trois jours par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception à la personne qui a sollicité son recours et à la Commission bancaire et financière.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 18 september 1990 over het prospectus dat moet worden gepubliceerd voor de opneming van effecten in de eerste markt van een effectenbeurs.
CHAPITRE II. - Modification à l'arrêté royal du 18 septembre 1990 relatif au prospectus à publier pour l'inscription de valeurs mobilières au premier marché d'une bourse de valeurs mobilières.
Art. 11. In het artikel 20 van hetzelfde besluit, wordt volgend lid ingelast in 2°, tussen het eerste en het tweede lid :
" De brochure mag meerdere afzonderlijke documenten bevatten, waarbij dan op elk document duidelijk wordt vermeld dat het niet de volledige brochure vertegenwoordigt. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan toelaten dat sommige documenten los van de andere onder het publiek worden verspreid. In voorkomend geval vermeldt elk document dat afzonderlijk ter beschikking wordt gesteld van het publiek, duidelijk de plaats waar de andere documenten kunnen worden verkregen. Het prospectus zal als volledig worden aangezien in de mate waarin de uitgiftevoorwaarden die niet in de brochure zijn vermeld, afzonderlijk worden gepubliceerd overeenkomstig artikel 21, § 3. "
" De brochure mag meerdere afzonderlijke documenten bevatten, waarbij dan op elk document duidelijk wordt vermeld dat het niet de volledige brochure vertegenwoordigt. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan toelaten dat sommige documenten los van de andere onder het publiek worden verspreid. In voorkomend geval vermeldt elk document dat afzonderlijk ter beschikking wordt gesteld van het publiek, duidelijk de plaats waar de andere documenten kunnen worden verkregen. Het prospectus zal als volledig worden aangezien in de mate waarin de uitgiftevoorwaarden die niet in de brochure zijn vermeld, afzonderlijk worden gepubliceerd overeenkomstig artikel 21, § 3. "
Art. 11. Dans l'article 20 du même arrêté, l'alinéa suivant est inséré dans le 2°, entre le premier et le second alinéa :
" La brochure peut être constituée de plusieurs documents séparés, chacun d'eux mentionnant de manière claire qu'il ne constitue pas la brochure complète. La Commission bancaire et financière peut admettre que certains documents soient mis à la disposition du public indépendamment des autres documents. Le cas échéant, tout document mis à disposition du public indépendamment des autres documents devra indiquer clairement l'endroit où les autres documents peuvent être obtenus. Le prospectus sera considéré comme complet dans la mesure où les conditions d'émission qui ne se trouvent pas dans la brochure sont publiées de manière séparée conformément à l'article 21, § 3. "
" La brochure peut être constituée de plusieurs documents séparés, chacun d'eux mentionnant de manière claire qu'il ne constitue pas la brochure complète. La Commission bancaire et financière peut admettre que certains documents soient mis à la disposition du public indépendamment des autres documents. Le cas échéant, tout document mis à disposition du public indépendamment des autres documents devra indiquer clairement l'endroit où les autres documents peuvent être obtenus. Le prospectus sera considéré comme complet dans la mesure où les conditions d'émission qui ne se trouvent pas dans la brochure sont publiées de manière séparée conformément à l'article 21, § 3. "
Art. 12. Het eerste lid van artikel 21, § 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Wanneer de opname in de eerste markt effecten betreft die niet het voorwerp uitmaken van een gelijktijdige openbare uitgifte, dient het prospectus openbaar gemaakt te worden ten laatste één bank- en beurswerkdag vóór de datum waarop de opname in de eerste markt ingaat.
Wanneer de opname van de effecten in de eerste markt plaatsvindt op het ogenblik van hun openbare uitgifte, dient het prospectus openbaar gemaakt te worden ten minste drie bankwerkdagen vóór de datum waarop de inschrijvingsperiode afgesloten zal of kan worden en, alleszins, ten laatste op de aanvangsdag van de uitgifte.
" Wanneer de opname in de eerste markt effecten betreft die niet het voorwerp uitmaken van een gelijktijdige openbare uitgifte, dient het prospectus openbaar gemaakt te worden ten laatste één bank- en beurswerkdag vóór de datum waarop de opname in de eerste markt ingaat.
Wanneer de opname van de effecten in de eerste markt plaatsvindt op het ogenblik van hun openbare uitgifte, dient het prospectus openbaar gemaakt te worden ten minste drie bankwerkdagen vóór de datum waarop de inschrijvingsperiode afgesloten zal of kan worden en, alleszins, ten laatste op de aanvangsdag van de uitgifte.
Art. 12. Le premier alinéa de l'article 21, § 1er du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Lorsque l'inscription au premier marché concerne des valeurs mobilières qui ne font pas l'objet d'une émission publique concomitante, le prospectus doit être rendu public au plus tard un jour ouvrable bancaire et boursier avant la date à laquelle l'inscription au premier marché devient effective.
Lorsque l'inscription des valeurs mobilières au premier marché a lieu en même temps que leur émission publique, le prospectus doit être rendu public trois jours ouvrables bancaires au moins avant la date à laquelle la période de souscription sera ou pourra être clôturée et, en tout cas, au plus tard le jour de l'ouverture de l'émission.
" Lorsque l'inscription au premier marché concerne des valeurs mobilières qui ne font pas l'objet d'une émission publique concomitante, le prospectus doit être rendu public au plus tard un jour ouvrable bancaire et boursier avant la date à laquelle l'inscription au premier marché devient effective.
Lorsque l'inscription des valeurs mobilières au premier marché a lieu en même temps que leur émission publique, le prospectus doit être rendu public trois jours ouvrables bancaires au moins avant la date à laquelle la période de souscription sera ou pourra être clôturée et, en tout cas, au plus tard le jour de l'ouverture de l'émission.
Art. 13. In artikel 21, § 3 van hetzelfde koninklijk besluit wordt het woord " obligaties " vervangen door " roerende waarden ", de woorden " binnen een redelijke termijn " worden vervangen door de woorden " binnen de termijnen voorzien in § 1 " en de woorden " vóór de dag waarop de opneming in de eerste markt ingaat " worden vervangen door de woorden " ten laatste op de aanvangsdag van de uitgifte ".
Art. 13. Dans l'article 21, § 3 du même arrêté, les mots " d'obligations " sont remplacés par les mots " de valeurs mobilières ", les mots " dans un délai raisonnable " sont remplacés par les mots " dans les délais prévus au § 1er " et les mots " avant la date à laquelle l'inscription au premier marché devient effective " sont remplacés par les mots " au plus tard le jour de l'ouverture de l'émission ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 31 oktober 1991 over het prospectus dat moet worden gepubliceerd bij openbare uitgifte van effecten en waarden.
CHAPITRE III. - Modifications à l'arrêté royal du 31 octobre 1991 relatif au prospectus à publier en cas d'émission publique de titres et valeurs.
Art. 14. In artikel 11 van het koninklijk besluit van 31 oktober 1991 over het prospectus dat moet worden gepubliceerd bij openbare uitgifte van effecten en waarden, worden de woorden " ten minste drie bankwerkdagen vóór de aanvangsdatum van de uitgifte " vervangen door de woorden " ten minste drie bankwerkdagen vóór de datum waarop de inschrijvingsperiode zal of kan afgesloten worden en, alleszins, ten laatste op de aanvangsdag van de uitgifte. "
Art. 14. Dans l'article 11 de l'arrêté royal du 31 octobre 1991 relatif au prospectus à publier en cas d'émission publique de titres et valeurs, les mots " trois jours bancaires au moins avant le jour de l'ouverture de l'émission " sont remplacés par les mots " trois jours ouvrables bancaires au moins avant la date à laquelle la période de souscription sera ou pourra être clôturée et, en tout cas, au plus tard le jour de l'ouverture de la souscription. "
Art. 15. Artikel 12, 2° wordt aangevuld met de volgende paragraaf :
" De brochure mag meerdere afzonderlijke documenten bevatten, waarbij dan op elk document duidelijk wordt vermeld dat het niet de volledige brochure vertegenwoordigt. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan toelaten dat sommige documenten los van de andere onder het publiek worden verspreid. In voorkomend geval vermeldt elk document dat afzonderlijk ter beschikking wordt gesteld van het publiek duidelijk de plaats waar de andere documenten kunnen worden verkregen. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan toelaten dat sommige voorwaarden van de uitgifte niet in de brochure vermeld worden, op voorwaarde echter dat deze laatste dan aanduidt hoe deze voorwaarden zullen medegedeeld worden aan het publiek. Deze voorwaarden dienen gepubliceerd te worden in België, ten laatste op de aanvangsdag van de uitgifte.
" De brochure mag meerdere afzonderlijke documenten bevatten, waarbij dan op elk document duidelijk wordt vermeld dat het niet de volledige brochure vertegenwoordigt. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan toelaten dat sommige documenten los van de andere onder het publiek worden verspreid. In voorkomend geval vermeldt elk document dat afzonderlijk ter beschikking wordt gesteld van het publiek duidelijk de plaats waar de andere documenten kunnen worden verkregen. De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan toelaten dat sommige voorwaarden van de uitgifte niet in de brochure vermeld worden, op voorwaarde echter dat deze laatste dan aanduidt hoe deze voorwaarden zullen medegedeeld worden aan het publiek. Deze voorwaarden dienen gepubliceerd te worden in België, ten laatste op de aanvangsdag van de uitgifte.
Art. 15. L'article 12, 2° est complété par le paragraphe suivant :
" La brochure peut être constituée de plusieurs documents séparés, chacun d'eux mentionnant de manière claire qu'il ne constitue pas la brochure complète. La Commission bancaire et financière peut admettre que certains documents soient mis à la disposition du public indépendamment des autres documents. Le cas échéant, tout document mis à disposition du public indépendamment des autres documents devra indiquer clairement l'endroit où les autres documents peuvent être obtenus. La Commission bancaire et financière peut admettre que certaines conditions de l'émission ne se trouvent pas dans la brochure, à condition que celle-ci indique comment ces conditions seront communiquées au public. Ces conditions devront être publiées en Belgique au plus tard le jour de l'ouverture de l'émission. "
" La brochure peut être constituée de plusieurs documents séparés, chacun d'eux mentionnant de manière claire qu'il ne constitue pas la brochure complète. La Commission bancaire et financière peut admettre que certains documents soient mis à la disposition du public indépendamment des autres documents. Le cas échéant, tout document mis à disposition du public indépendamment des autres documents devra indiquer clairement l'endroit où les autres documents peuvent être obtenus. La Commission bancaire et financière peut admettre que certaines conditions de l'émission ne se trouvent pas dans la brochure, à condition que celle-ci indique comment ces conditions seront communiquées au public. Ces conditions devront être publiées en Belgique au plus tard le jour de l'ouverture de l'émission. "
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 14 november 1991 over de wederzijdse erkenning binnen de Europese Gemeenschappen van het prospectus bij een openbaar aanbod en van het prospectus bij toelating tot de notering aan een effectenbeurs.
CHAPITRE IV. - Modifications à l'arrêté royal du 14 novembre 1991 relatif à la reconnaissance mutuelle au sein des Communautés européennes des prospectus d'offre publique et des prospectus d'admission à la cote d'une bourse de valeurs mobilières.
Art. 16. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 november 1991 over de wederzijdse erkenning binnen de Europese Gemeenschappen van het prospectus bij een openbaar aanbod en van het prospectus bij toelating tot de notering aan een effectenbeurs wordt door volgend lid aangevuld :
" De verzoeken bedoeld in de voorgaande leden kunnen echter worden ingediend voor het prospectus door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat is goedgekeurd. In dit geval zal de beslissing tot erkenning van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen gebeuren onder voorbehoud van goedkeuring van het prospectus door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat en van mededeling van de documenten bedoeld in artikel 4, § 1. "
" De verzoeken bedoeld in de voorgaande leden kunnen echter worden ingediend voor het prospectus door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat is goedgekeurd. In dit geval zal de beslissing tot erkenning van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen gebeuren onder voorbehoud van goedkeuring van het prospectus door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat en van mededeling van de documenten bedoeld in artikel 4, § 1. "
Art. 16. L'article 1er de l'arrêté royal du 14 novembre 1991 relatif à la reconnaissance mutuelle au sein des Communautés européennes des prospectus d'offre publique et des prospectus d'admission à la cote d'une bourse de valeurs mobilières est complété par l'alinéa suivant :
" Les demandes visées aux alinéas ci-dessus peuvent toutefois être introduites avant l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre. Dans ce cas, la décision de reconnaissance de la Commission bancaire et financière est prise sous la réserve de l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre et de la communication des documents visés à l'article 4, § 1er. "
" Les demandes visées aux alinéas ci-dessus peuvent toutefois être introduites avant l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre. Dans ce cas, la décision de reconnaissance de la Commission bancaire et financière est prise sous la réserve de l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre et de la communication des documents visés à l'article 4, § 1er. "
Art. 17. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervolledigd door het volgende lid :
" De verzoeken bedoeld in de voorgaande leden kunnen nochtans ingediend worden vooraleer de bevoegde overheid van de andere Lidstaat vrijstelling verleent. In dit geval zal de beslissing tot erkenning door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen genomen worden onder voorbehoud van vrijstelling door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat en van de mededeling van de documenten bedoeld in artikel 4, § 1. "
" De verzoeken bedoeld in de voorgaande leden kunnen nochtans ingediend worden vooraleer de bevoegde overheid van de andere Lidstaat vrijstelling verleent. In dit geval zal de beslissing tot erkenning door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen genomen worden onder voorbehoud van vrijstelling door de bevoegde autoriteit van de andere Lidstaat en van de mededeling van de documenten bedoeld in artikel 4, § 1. "
Art. 17. L'article 2 du même arrêté est complété par l'alinéa suivant :
" Les demandes visées aux alinéas ci-dessus peuvent toutefois être introduites avant l'octroi de la dispense par l'autorité compétente de l'autre Etat membre. Dans ce cas, la décision de reconnaissance de la Commission bancaire et financière est prise sous la réserve de l'octroi de la dispense par l'autorité compétente de l'autre Etat membre et de la communication des documents visés à l'article 4, § 1er. "
" Les demandes visées aux alinéas ci-dessus peuvent toutefois être introduites avant l'octroi de la dispense par l'autorité compétente de l'autre Etat membre. Dans ce cas, la décision de reconnaissance de la Commission bancaire et financière est prise sous la réserve de l'octroi de la dispense par l'autorité compétente de l'autre Etat membre et de la communication des documents visés à l'article 4, § 1er. "
Art. 18. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt als volgt gewijzigd :
1° Het eerste lid wordt ingetrokken;
2° in het tweede lid, nu lid 1, worden de woorden " moeten evenwel worden ingediend " vervangen door " moeten worden ingediend ".
1° Het eerste lid wordt ingetrokken;
2° in het tweede lid, nu lid 1, worden de woorden " moeten evenwel worden ingediend " vervangen door " moeten worden ingediend ".
Art. 18. Les modification suivantes sont apportées à l'article 3 du même arrêté
1° L'alinéa 1er est abrogé;
2° à l'alinéa 2, devenu l'alinéa 1er, les mots " Toutefois, les demandes " sont remplacés par les mots " Les demandes ".
1° L'alinéa 1er est abrogé;
2° à l'alinéa 2, devenu l'alinéa 1er, les mots " Toutefois, les demandes " sont remplacés par les mots " Les demandes ".
Art. 19. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het 3° het 4° en een nieuw 3° wordt ingelast, dat als volgt luidt :
" 3° een attest uitgaande van de controle-overheid die het prospectus waarvoor erkenning wordt gevraagd, heeft goedgekeurd; "
2° lid 2, 1° wordt als volgt aangevuld :
" waaruit blijkt dat vrijstelling verleend werd, of desgevallend, een verklaring uitgaande van de controle-overheid waaruit blijkt dat de voorwaarden vereist om volledige prospectusvrijstelling te bekomen zijn vervuld; "
3° de eerste twee leden worden gehergroepeerd onder een § 1 en de volgende paragrafen worden ingelast na § 1 :
" § 2. Indien op het ogenblik van indiening van het verzoek bedoeld in artikel 1 de buitenlandse controle-overheid het prospectus nog niet heeft goedgekeurd, dan dient het dossier dat gevoegd wordt bij het verzoek te bevatten :
1° de reeds gekende voorwaarden en modaliteiten van de verrichting;
2° het ontwerp van prospectus dat overgemaakt werd aan de bevoegde overheid van de andere Lidstaat;
3° het ontwerp van informatiedocument bedoeld in artikel 6.
Zodra het prospectus is goedgekeurd door de bevoegde overheid van de andere Lidstaat, wordt het dossier vervolledigd overeenkomstig § 1, alinea 1.
§ 3. Indien, op het ogenblik van indiening van het verzoek bedoeld in artikel 2, de bevoegde overheid van de andere Lidstaat de volledige vrijstelling nog niet heeft verleend, dan omvat het aan het verzoek toe te voegen dossier :
1° de reeds gekende voorwaarden en modaliteiten van de verrichting;
2° het ontwerp van informatiedocument bedoeld in artikel 6.
Zodra de bevoegde overheid van de andere Lidstaat de volledige vrijstelling verleent, wordt het dossier vervolledigd overeenkomstig § 1, lid 2. "
1° in het eerste lid wordt het 3° het 4° en een nieuw 3° wordt ingelast, dat als volgt luidt :
" 3° een attest uitgaande van de controle-overheid die het prospectus waarvoor erkenning wordt gevraagd, heeft goedgekeurd; "
2° lid 2, 1° wordt als volgt aangevuld :
" waaruit blijkt dat vrijstelling verleend werd, of desgevallend, een verklaring uitgaande van de controle-overheid waaruit blijkt dat de voorwaarden vereist om volledige prospectusvrijstelling te bekomen zijn vervuld; "
3° de eerste twee leden worden gehergroepeerd onder een § 1 en de volgende paragrafen worden ingelast na § 1 :
" § 2. Indien op het ogenblik van indiening van het verzoek bedoeld in artikel 1 de buitenlandse controle-overheid het prospectus nog niet heeft goedgekeurd, dan dient het dossier dat gevoegd wordt bij het verzoek te bevatten :
1° de reeds gekende voorwaarden en modaliteiten van de verrichting;
2° het ontwerp van prospectus dat overgemaakt werd aan de bevoegde overheid van de andere Lidstaat;
3° het ontwerp van informatiedocument bedoeld in artikel 6.
Zodra het prospectus is goedgekeurd door de bevoegde overheid van de andere Lidstaat, wordt het dossier vervolledigd overeenkomstig § 1, alinea 1.
§ 3. Indien, op het ogenblik van indiening van het verzoek bedoeld in artikel 2, de bevoegde overheid van de andere Lidstaat de volledige vrijstelling nog niet heeft verleend, dan omvat het aan het verzoek toe te voegen dossier :
1° de reeds gekende voorwaarden en modaliteiten van de verrichting;
2° het ontwerp van informatiedocument bedoeld in artikel 6.
Zodra de bevoegde overheid van de andere Lidstaat de volledige vrijstelling verleent, wordt het dossier vervolledigd overeenkomstig § 1, lid 2. "
Art. 19. A l'article 4 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, le 3° devient le 4° et un nouveau 3°, rédigé comme suit, est inséré :
" 3° un certificat émanant de l'autorité de contrôle qui a approuvé le prospectus dont la reconnaissance est demandée; "
2° l'alinéa 2, 1° est complété par les mots suivant :
" et attestant l'octroi de la dispense ou, le cas échéant, un certificat émanant de l'autorité de contrôle attestant que les conditions requises pour bénéficier d'une dispense totale de prospectus sont réunies; "
3° les deux premiers alinéas sont regroupés sous un § 1er et les paragraphes suivants sont ajoutés après le § 1er :
" § 2. Si, au moment de l'introduction de la demande visée à l'article 1er, l'autorité de contrôle étrangère n'a pas encore approuvé le prospectus, le dossier à joindre à cette demande comprend :
1° les conditions et modalités de l'opération qui sont déjà connues;
2° le projet de prospectus soumis à l'autorité compétente de l'autre Etat membre;
3° le projet de document d'information visé à l'article 6.
Dès l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre, le dossier est complété conformément au § 1er, alinéa 1er.
§ 3. Si, au moment de l'introduction de la demande visée à l'article 2, l'autorité compétente de l'autre Etat membre n'a pas encore accordé la dispense totale, le dossier à joindre à cette demande comprend :
1° les conditions et modalités de l'opération qui sont déjà connues;
2° le projet de document d'information visé à l'article 6.
Dès l'octroi de la dispense totale par l'autorité compétente de l'autre Etat membre, le dossier est complété conformément au § 1er, alinéa 2. "
1° à l'alinéa 1er, le 3° devient le 4° et un nouveau 3°, rédigé comme suit, est inséré :
" 3° un certificat émanant de l'autorité de contrôle qui a approuvé le prospectus dont la reconnaissance est demandée; "
2° l'alinéa 2, 1° est complété par les mots suivant :
" et attestant l'octroi de la dispense ou, le cas échéant, un certificat émanant de l'autorité de contrôle attestant que les conditions requises pour bénéficier d'une dispense totale de prospectus sont réunies; "
3° les deux premiers alinéas sont regroupés sous un § 1er et les paragraphes suivants sont ajoutés après le § 1er :
" § 2. Si, au moment de l'introduction de la demande visée à l'article 1er, l'autorité de contrôle étrangère n'a pas encore approuvé le prospectus, le dossier à joindre à cette demande comprend :
1° les conditions et modalités de l'opération qui sont déjà connues;
2° le projet de prospectus soumis à l'autorité compétente de l'autre Etat membre;
3° le projet de document d'information visé à l'article 6.
Dès l'approbation du prospectus par l'autorité compétente de l'autre Etat membre, le dossier est complété conformément au § 1er, alinéa 1er.
§ 3. Si, au moment de l'introduction de la demande visée à l'article 2, l'autorité compétente de l'autre Etat membre n'a pas encore accordé la dispense totale, le dossier à joindre à cette demande comprend :
1° les conditions et modalités de l'opération qui sont déjà connues;
2° le projet de document d'information visé à l'article 6.
Dès l'octroi de la dispense totale par l'autorité compétente de l'autre Etat membre, le dossier est complété conformément au § 1er, alinéa 2. "
Art. 20. Het eerste lid van artikel 8 van hetzelfde besluit wordt als volgt vervolledigd :" zonder afbreuk te doen aan de kortere termijnen voorzien in het koninklijk besluit van 13 februari 1996 ter bepaling van een versnelde en minder kostbare procedure voor de goedkeuring van het prospectus van financiële instrumenten die in de notering van een effectenbeurs worden opgenomen. "
Art. 20. L'alinéa premier de l'article 8 du même arrêté est complété par les mots suivants : " , sans préjudice des délais plus courts prévus dans l'arrêté royal du 13 février 1996 fixant une procédure accélérée et moins coûteuse pour l'approbation du prospectus d'inscription d'instruments financiers à un marché d'une bourse de valeurs mobilières. "
HOOFDSTUK V. - Wijziging aan het koninklijk besluit van 17 mei 1979 betreffende het dekken van de werkingskosten van de Commissie voor Banken Financiewezen.
CHAPITRE V. - Modification à l'arrêté royal du 17 mai 1979 relatif à la couverture des frais de fonctionnement de la Commission bancaire et financière.
Art. 21. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 mei 1979 betreffende het dekken van de werkingskosten van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen wordt aangevuld met volgende paragraaf :
" § 4. De in dit artikel voorziene vergoeding kan niet hoger zijn dan 250 000 frank, behoudens in volgende gevallen :
- wanneer de verrichting betrekking heeft op certificaten aan toonder die buitenlandse gewone aandelen vertegenwoordigen;
- wanneer de verrichting betrekking heeft op aandelen of deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen die hoofdzakelijk in België verhandeld worden.
Bovendien zal, in afwijking van dit artikel, de vergoeding verschuldigd aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, in het geval van toepassing van de versnelde procedure voorzien in Hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 13 februari 1996 ter bepaling van een versnelde en minder kostbare procedure voor de goedkeuring van het prospectus van financiële instrumenten die in de notering van een effectenbeurs worden opgenomen, ook in geval van toepassing van artikel 9, lid 2, van hetzelfde besluit, als volgt worden bepaald :
1° Gewone obligaties, uitgifteprogramma's voor gewone obligaties en uitgifte van warranten of opties : 50 000 frank. Dit bedrag wordt teruggebracht tot 25 000 frank in geval van latere uitgifte van volgende tranches of van gelijkgestelde of fungibele effecten.
2° Obligaties die converteerbaar, omruilbaar of terugbetaalbaar zijn in aandelen en aandelen en deelbewijzen van Belgische vennootschappen : 50 000 frank. Dit bedrag wordt teruggebracht tot 25 000 frank in geval van latere uitgifte van volgende tranches of van gelijkgestelde of fungibele effecten.
3° Aandelen en deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen, met uitzondering van certificaten aan toonder die gewone buitenlandse aandelen vertegenwoordigen en aandelen en deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen die hoofdzakelijk in België worden verhandeld : 50 000 frank bij een eerste uitgifte in België en 25 000 frank bij latere uitgiften.
In geval van toepassing van artikel 6, § 1, zal de vergoeding verschuldigd aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen teruggebracht worden tot 10 000 frank. "
" § 4. De in dit artikel voorziene vergoeding kan niet hoger zijn dan 250 000 frank, behoudens in volgende gevallen :
- wanneer de verrichting betrekking heeft op certificaten aan toonder die buitenlandse gewone aandelen vertegenwoordigen;
- wanneer de verrichting betrekking heeft op aandelen of deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen die hoofdzakelijk in België verhandeld worden.
Bovendien zal, in afwijking van dit artikel, de vergoeding verschuldigd aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, in het geval van toepassing van de versnelde procedure voorzien in Hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 13 februari 1996 ter bepaling van een versnelde en minder kostbare procedure voor de goedkeuring van het prospectus van financiële instrumenten die in de notering van een effectenbeurs worden opgenomen, ook in geval van toepassing van artikel 9, lid 2, van hetzelfde besluit, als volgt worden bepaald :
1° Gewone obligaties, uitgifteprogramma's voor gewone obligaties en uitgifte van warranten of opties : 50 000 frank. Dit bedrag wordt teruggebracht tot 25 000 frank in geval van latere uitgifte van volgende tranches of van gelijkgestelde of fungibele effecten.
2° Obligaties die converteerbaar, omruilbaar of terugbetaalbaar zijn in aandelen en aandelen en deelbewijzen van Belgische vennootschappen : 50 000 frank. Dit bedrag wordt teruggebracht tot 25 000 frank in geval van latere uitgifte van volgende tranches of van gelijkgestelde of fungibele effecten.
3° Aandelen en deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen, met uitzondering van certificaten aan toonder die gewone buitenlandse aandelen vertegenwoordigen en aandelen en deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen die hoofdzakelijk in België worden verhandeld : 50 000 frank bij een eerste uitgifte in België en 25 000 frank bij latere uitgiften.
In geval van toepassing van artikel 6, § 1, zal de vergoeding verschuldigd aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen teruggebracht worden tot 10 000 frank. "
Art. 21. L'article 1er de l'arrêté royal du 17 mai 1979 relatif à la couverture des frais de fonctionnement de la Commission bancaire et financière est complété par le paragraphe suivant :
" § 4. La rémunération prévue au présent article ne pourra être supérieure à 250 000 francs, sauf dans les cas suivants :
- lorsque l'opération porte sur des certificats au porteur représentatifs d'actions ordinaires étrangères;
- lorsque l'opération porte sur des actions ou parts de sociétés étrangères dont le marché principal se trouve en Belgique.
En outre, par dérogation au présent article, la rémunération due à la Commission bancaire et financière sera la suivante en cas d'application de la procédure accélérée visée au Chapitre Ier de l'arrêté royal du 13 février 1996 relatif à la procédure accélérée et moins coûteuse pour l'approbation par la Commission bancaire et financière du prospectus d'inscription d'instruments financiers à un marché d'une bourse de valeurs mobilières, y compris en cas d'application de l'article 9, alinéa 2 du même arrêté :
1° Obligations ordinaires, programme d'émissions d'obligations ordinaires et émissions de warrants ou d'options : 50 000 francs, ramenés à 25 000 francs en cas d'émission subséquente de tranches ou de titres assimilables ou fongibles.
2° Obligations convertibles, échangeables ou remboursables en actions et actions et parts de sociétés belges : 50 000 francs, ramenés à 25 000 francs en cas d'émission subséquente de tranches ou de titres assimilables ou fongibles.
3° Actions et parts de sociétés étrangères, à l'exclusion des certificats au porteur représentatifs d'actions ordinaires étrangères et des actions et parts de sociétés étrangères dont le marche principal se trouve en Belgique : 50 000 francs lors d'une première émission en Belgique et 25 000 francs lors d'une émission subséquente.
En cas d'application de l'article 6, § 1er, la rémunération due à la Commission bancaire et financière sera réduite à 10 000 francs. "
" § 4. La rémunération prévue au présent article ne pourra être supérieure à 250 000 francs, sauf dans les cas suivants :
- lorsque l'opération porte sur des certificats au porteur représentatifs d'actions ordinaires étrangères;
- lorsque l'opération porte sur des actions ou parts de sociétés étrangères dont le marché principal se trouve en Belgique.
En outre, par dérogation au présent article, la rémunération due à la Commission bancaire et financière sera la suivante en cas d'application de la procédure accélérée visée au Chapitre Ier de l'arrêté royal du 13 février 1996 relatif à la procédure accélérée et moins coûteuse pour l'approbation par la Commission bancaire et financière du prospectus d'inscription d'instruments financiers à un marché d'une bourse de valeurs mobilières, y compris en cas d'application de l'article 9, alinéa 2 du même arrêté :
1° Obligations ordinaires, programme d'émissions d'obligations ordinaires et émissions de warrants ou d'options : 50 000 francs, ramenés à 25 000 francs en cas d'émission subséquente de tranches ou de titres assimilables ou fongibles.
2° Obligations convertibles, échangeables ou remboursables en actions et actions et parts de sociétés belges : 50 000 francs, ramenés à 25 000 francs en cas d'émission subséquente de tranches ou de titres assimilables ou fongibles.
3° Actions et parts de sociétés étrangères, à l'exclusion des certificats au porteur représentatifs d'actions ordinaires étrangères et des actions et parts de sociétés étrangères dont le marche principal se trouve en Belgique : 50 000 francs lors d'une première émission en Belgique et 25 000 francs lors d'une émission subséquente.
En cas d'application de l'article 6, § 1er, la rémunération due à la Commission bancaire et financière sera réduite à 10 000 francs. "
Art. 22. Artikel 2, § 1 van hetzelfde besluit wordt als volgt gewijzigd : 1° de volgende woorden worden toegevoegd aan het einde van het eerste lid : " en met een maximum van 250 000 frank. ";
2° het derde lid wordt vervangen door volgende tekst :
" Het maximum voorzien in het eerste lid van deze paragraaf zal niet van toepassing zijn. ";
3° de volgende tekst wordt toegevoegd op het einde van § 2, 2°, 1e lid :
" In het tegenovergestelde geval zal het maximum voorzien in het eerste lid van deze paragraaf niet van toepassing zijn. "
2° het derde lid wordt vervangen door volgende tekst :
" Het maximum voorzien in het eerste lid van deze paragraaf zal niet van toepassing zijn. ";
3° de volgende tekst wordt toegevoegd op het einde van § 2, 2°, 1e lid :
" In het tegenovergestelde geval zal het maximum voorzien in het eerste lid van deze paragraaf niet van toepassing zijn. "
Art. 22. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 2, § 1er même arrêté :
1° les mots suivants sont ajoutés à la fin du premier alinéa " , sans pouvoir être supérieure à 250 000 francs ";
2° le troisième alinéa est remplacé par le texte suivant :
" Le maximum prévu au premier alinéa du présent paragraphe ne sera pas d'application. " ;
3° le texte suivant est ajoutée à la fin du point 2° du § 2, premier alinéa :
" Dans le cas contraire, le maximum prévu au premier alinéa du présent paragraphe ne sera pas d'application. "
1° les mots suivants sont ajoutés à la fin du premier alinéa " , sans pouvoir être supérieure à 250 000 francs ";
2° le troisième alinéa est remplacé par le texte suivant :
" Le maximum prévu au premier alinéa du présent paragraphe ne sera pas d'application. " ;
3° le texte suivant est ajoutée à la fin du point 2° du § 2, premier alinéa :
" Dans le cas contraire, le maximum prévu au premier alinéa du présent paragraphe ne sera pas d'application. "
Art. 23. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervolledigd met de volgende paragraaf :
" § 5. In afwijking van dit artikel, zal de vergoeding verschuldigd aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen in het geval van toepassing van de versnelde procedure bedoeld in Hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 13 februari 1996 ter bepaling van een versnelde en minder kostbare procedure voor de goedkeuring van het prospectus van financiële instrumenten die in de notering van een effecctenbeurs worden opgenomen ook in geval van toepassing van artikel 9, lid 2, van hetzelfde besluit, als volgt worden bepaald :
1° Gewone obligaties, uitgifteprogramma's voor gewone obligaties en uitgifte van warranten of opties : 50 000 frank voor een eerste notering en 25 000 frank bij een volgende notering van gelijkgestelde of fungibele tranches.
2° Obligaties die converteerbaar, omruilbaar of terugbetaalbaar zijn in aandelen en aandelen en deelbewijzen van Belgische vennootschappen : 50 000 frank bij een eerste notering en 25 000 bij een volgende notering.
3° Aandelen en deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen, met uitzondering van certificaten aan toonder die gewone buitenlandse aandelen vertegenwoordigen en van aandelen en deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen die hoofdzakelijk in België worden verhandeld : 50 000 frank bij een eerste notering in België en 25 000 frank bij een volgende notering.
In geval van toepassing van artikel 6, § 1 zal de vergoeding verschuldigd aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen teruggebracht worden tot 10 000 frank. "
" § 5. In afwijking van dit artikel, zal de vergoeding verschuldigd aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen in het geval van toepassing van de versnelde procedure bedoeld in Hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 13 februari 1996 ter bepaling van een versnelde en minder kostbare procedure voor de goedkeuring van het prospectus van financiële instrumenten die in de notering van een effecctenbeurs worden opgenomen ook in geval van toepassing van artikel 9, lid 2, van hetzelfde besluit, als volgt worden bepaald :
1° Gewone obligaties, uitgifteprogramma's voor gewone obligaties en uitgifte van warranten of opties : 50 000 frank voor een eerste notering en 25 000 frank bij een volgende notering van gelijkgestelde of fungibele tranches.
2° Obligaties die converteerbaar, omruilbaar of terugbetaalbaar zijn in aandelen en aandelen en deelbewijzen van Belgische vennootschappen : 50 000 frank bij een eerste notering en 25 000 bij een volgende notering.
3° Aandelen en deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen, met uitzondering van certificaten aan toonder die gewone buitenlandse aandelen vertegenwoordigen en van aandelen en deelbewijzen van buitenlandse vennootschappen die hoofdzakelijk in België worden verhandeld : 50 000 frank bij een eerste notering in België en 25 000 frank bij een volgende notering.
In geval van toepassing van artikel 6, § 1 zal de vergoeding verschuldigd aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen teruggebracht worden tot 10 000 frank. "
Art. 23. L'article 2 du même arrêté est complété par le paragraphe suivant :
" § 5. Par dérogation au présent article, la rémunération due à la Commission bancaire et financière sera la suivante en cas d'application de la procédure accélérée visée au Chapitre Ier de l'arrêté royal du 13 février 1996 relatif à la procédure accélérée et moins coûteuse pour l'approbation par la Commission bancaire et financière du prospectus d'inscription d'instruments financiers à un marché d'une bourse de valeurs mobilières, y compris en cas d'application de l'article 9, alinéa 2 du même arrêté :
1° Obligations ordinaires, programme d'émissions d'obligations ordinaires et émissions de warrants ou d'options : 50 000 francs lors d'une première cotation et 25 000 francs lors d'une cotation subséquente de tranches assimilables ou fongibles.
2° Obligations convertibles, échangeables ou remboursables en actions et actions et parts de sociétés belges : 50 000 francs lors d'une première cotation et à 25 000 francs lors d'une cotation subséquente.
3° Actions et parts de sociétés étrangères, à l'exclusion des certificats au porteur représentatifs d'actions ordinaires étrangères et des actions et parts de sociétés étrangères dont le marché principal se trouve en Belgique : 50 000 francs lors d'une première cotation en Belgique et 25 000 francs lors d'une cotation subséquente.
En cas d'application de l'article 6, § 1er, la rémunération due à la Commission bancaire et financière sera réduite à 10 000 francs. "
" § 5. Par dérogation au présent article, la rémunération due à la Commission bancaire et financière sera la suivante en cas d'application de la procédure accélérée visée au Chapitre Ier de l'arrêté royal du 13 février 1996 relatif à la procédure accélérée et moins coûteuse pour l'approbation par la Commission bancaire et financière du prospectus d'inscription d'instruments financiers à un marché d'une bourse de valeurs mobilières, y compris en cas d'application de l'article 9, alinéa 2 du même arrêté :
1° Obligations ordinaires, programme d'émissions d'obligations ordinaires et émissions de warrants ou d'options : 50 000 francs lors d'une première cotation et 25 000 francs lors d'une cotation subséquente de tranches assimilables ou fongibles.
2° Obligations convertibles, échangeables ou remboursables en actions et actions et parts de sociétés belges : 50 000 francs lors d'une première cotation et à 25 000 francs lors d'une cotation subséquente.
3° Actions et parts de sociétés étrangères, à l'exclusion des certificats au porteur représentatifs d'actions ordinaires étrangères et des actions et parts de sociétés étrangères dont le marché principal se trouve en Belgique : 50 000 francs lors d'une première cotation en Belgique et 25 000 francs lors d'une cotation subséquente.
En cas d'application de l'article 6, § 1er, la rémunération due à la Commission bancaire et financière sera réduite à 10 000 francs. "
Art. 24. In artikel 2quater § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden " 75 000 frank ", vervangen door de woorden " 10 000 frank ".
Art. 24. Dans l'article 2quater § 1er, du même arrêté, les mots " 75 000 francs " sont remplaces par les mots " 10 000 francs ".
Art. 25. In artikel 2quater § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " 10 000 frank " vervangen door de woorden " 5 000 frank ".
Art. 25. Dans l'article 2quater § 2, du même arrêté, les mots " 10 000 francs " sont remplacés par les mots " 5 000 francs ".
Art. 26. Het volgende lid wordt toegevoegd aan artikel 3bis van hetzelfde besluit :
" Lid 1 zal niet van toepassing zijn op de maxima, minima en vaste vergoedingen voorzien in de artikelen 1, § 3, en 2, §§ 1 en 5. ".
" Lid 1 zal niet van toepassing zijn op de maxima, minima en vaste vergoedingen voorzien in de artikelen 1, § 3, en 2, §§ 1 en 5. ".
Art. 26. L'alinéa suivant est ajouté à l'article 3bis du même arrêté :
" L'alinéa 1er ne sera pas applicable aux maxima, minima et rémunérations fixes prévus aux articles 1er, § 3, et 2, §§ 1er et 5. ".
" L'alinéa 1er ne sera pas applicable aux maxima, minima et rémunérations fixes prévus aux articles 1er, § 3, et 2, §§ 1er et 5. ".
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art. 27. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 27. Le présent arrête entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur Belge.
Art. 28. De Vice-Eerste Minister, Minister van Financïen en Buitenlandse Handel is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 februari 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel,
Ph. MAYSTADT
Gegeven te Brussel, 13 februari 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel,
Ph. MAYSTADT
Art. 28. Le Vice-Premier Ministre, Ministre des Finances et du Commerce extérieur est chargé de (l'exécution du présent arrêté).
Donné à Bruxelles, le 13 février 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre, et Ministre des Finances et du Commerce extérieur,
Ph. MAYSTADT
Donné à Bruxelles, le 13 février 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre, et Ministre des Finances et du Commerce extérieur,
Ph. MAYSTADT