Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 JULI 1996. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Titre
15 JUILLET 1996. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale.
Documentinformatie
Numac: 1996000376
Datum: 1996-07-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1996000376
Date: 1996-07-15
Moniteur: Voir
Tekst (74)
Texte (74)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
CHAPITRE I. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art. 2. Het opschrift van titel I, hoofdstuk I, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wordt vervangen door het volgende opschrift : " Definities ".
Art. 2. L'intitulé du titre Ier, chapitre Ier, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, est remplacé par l'intitulé suivant : " Définitions ".
Art. 3. Artikel 1 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° vreemdeling : al wie het bewijs niet levert dat hij de Belgische nationaliteit bezit;
  2° de Minister : de Minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. "
Art. 3. L'article 1er de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 1er. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par :
  1° étranger : quiconque ne fournit pas la preuve qu'il possède la nationalité belge;
  2° le Ministre : le Ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers dans ses compétences. "
Art. 4. In dezelfde wet worden de uitdrukkingen die verwijzen naar de Minister die de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen tot zijn bevoegdheid heeft, vervangen door de woorden " de Minister ".
Art. 4. Dans la même loi, les expressions qui désignent le Ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers dans ses compétences sont remplacées par le mot " Ministre ".
Art. 5. Artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 2. Wordt toegelaten het Rijk binnen te komen de vreemdeling die houder is :
  1° hetzij van de documenten die vereist zijn krachtens een internationaal verdrag, een wet of een koninklijk besluit;
  2° hetzij van een geldig paspoort of van een daarmee gelijkgestelde reistitel, voorzien van een visum of van een visumverklaring, geldig voor België, aangebracht door een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger of door een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt.
  De Minister of zijn gemachtigde kan een vreemdeling die geen enkele van de in het voorgaande lid bepaalde documenten bezit, toestaan België binnen te komen, zulks op grond van bij koninklijk besluit vastgestelde regelen. "
Art. 5. L'article 2 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 2. Est autorisé à entrer dans le Royaume, l'étranger porteur :
  1° soit des documents requis en vertu d'un traité international, d'une loi ou d'un arrêté royal;
  2° soit d'un passeport valable ou d'un titre de voyage en tenant lieu, revêtu d'un visa ou d'une autorisation tenant lieu de visa, valable pour la Belgique, apposé par un représentant diplomatique ou consulaire belge ou par celui d'un Etat partie à une convention internationale relative au franchissement des frontières extérieures, liant la Belgique.
  Le Ministre ou son délégué peut autoriser à pénétrer en Belgique l'étranger qui n'est porteur d'aucun des documents prévus par l'alinéa précédent, sur la base de modalités déterminées par arrêté royal. "
Art. 6. Artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 3. Behoudens de in een internationaal verdrag of in de wet bepaalde afwijkingen, kan door de met de grenscontrole belaste overheden worden teruggedreven, de vreemdeling die zich in een van de volgende gevallen bevindt :
  1° wanneer hij aangetroffen wordt in de luchthaventransitzone zonder in het bezit te zijn van de bij artikel 2 vereiste documenten;
  2° wanneer hij het Rijk poogt binnen te komen zonder in het bezit te zijn van de bij artikel 2 vereiste documenten;
  3° wanneer hij, zo nodig, geen documenten kan overleggen ter staving van het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden;
  4° wanneer hij niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van oorsprong of voor de doorreis naar een derde Staat waar zijn toelating is gewaarborgd, en hij niet in staat is die middelen wettelijk te verwerven;
  5° wanneer hij ter fine van weigering van toegang gesignaleerd staat in de Staten die partij zijn bij de Uitvoeringsovereenkomst van het Akkoord van Schengen, ondertekend op 19 juni 1990, hetzij omdat zijn aanwezigheid een gevaar uitmaakt voor de openbare orde of de nationale veiligheid, hetzij omdat hij het voorwerp heeft uitgemaakt van een verwijderingsmaatregel die noch ingetrokken noch opgeschort werd, die een verbod van toegang behelst wegens overtreding van de nationale bepalingen inzake de binnenkomst of het verblijf van de vreemdelingen;
  6° wanneer hij door de Minister, op eensluidend advies van de Commissie van advies voor vreemdelingen, geacht wordt de internationale betrekkingen van België of van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, te kunnen schaden;
  7° wanneer hij door de Minister of diens gemachtigde geacht wordt de openbare rust, de openbare orde of de veiligheid van het land te kunnen schaden;
  8° wanneer hij sedert minder dan tien jaar uit het Rijk werd teruggewezen of uitgezet, zo de maatregel niet werd opgeschort of ingetrokken.
  Wanneer de vreemdeling die moet worden teruggedreven houder is van een geldig visum, leggen de met grenscontrole belaste overheden het geval ter beslissing voor aan de Minister of diens gemachtigde.
  Wordt de toegang tot het grondgebied geweigerd, dan annuleren zij het visum en drijven zij de vreemdeling terug. "
Art. 6. L'article 3 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 3. Sauf dérogations prévues par un traité international ou par la loi, peut être refoulé par les autorités chargées du contrôle aux frontières, l'étranger qui se trouve dans un des cas suivants :
  1° s'il est appréhendé dans la zone de transit aéroportuaire sans être porteur des documents requis par l'article 2;
  2° s'il tente de pénétrer dans le Royaume sans être porteur des documents requis par l'article 2;
  3° s'il ne peut pas présenter, le cas échéant, les documents justifiant l'objet et les conditions du séjour envisagé;
  4° s'il ne dispose pas des moyens de subsistance suffisants, tant pour la durée du séjour envisagé que pour le retour dans le pays de provenance ou le transit vers un Etat tiers dans lequel son admission est garantie, et n'est pas en mesure d'acquérir légalement ces moyens;
  5° s'il est signalé aux fins de non-admission dans les Etats parties à la Convention d'application de l'Accord de Schengen, signée le 19 juin 1990, soit pour le motif que sa présence constitue un danger pour l'ordre public ou la sécurité nationale, soit pour le motif qu'il a fait l'objet d'une mesure d'éloignement non rapportée ni suspendue, comportant une interdiction d'entrée, fondée sur le non-respect des réglementations nationales relatives à l'entrée ou au séjour des étrangers;
  6° s'il est considéré par le Ministre, après avis conforme de la Commission consultative des étrangers, comme pouvant compromettre les relations internationales de la Belgique ou d'un Etat partie à une convention internationale relative au franchissement des frontières extérieures, liant la Belgique;
  7° s'il est considéré par le Ministre ou son délégué comme pouvant compromettre la tranquillité publique, l'ordre public ou la sécurité nationale;
  8° s'il a été renvoyé ou expulsé du Royaume depuis moins de dix ans, lorsque la mesure n'a pas été suspendue ou rapportée.
  Lorsque l'étranger à refouler est porteur d'un visa valable, les autorités chargées du contrôle des frontières soumettent le cas pour décision au Ministre ou à son délégué. Si l'accès au territoire est refusé, elles annulent le visa et refoulent l'étranger. "
Art. 7. In dezelfde wet wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3bis. Onverminderd andere bepalingen van deze wet, kan het bewijs van voldoende middelen van bestaan worden geleverd door het overleggen van een attest van tenlasteneming, waarin een natuurlijke persoon die over voldoende middelen beschikt en die de Belgische nationaliteit bezit of die gemachtigd of toegelaten is om voor onbepaalde duur in België te verblijven, zich gedurende een termijn van twee jaar ten opzichte van de vreemdeling, de Belgische Staat en elk bevoegd openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, ertoe verbindt de kosten van gezondheidszorgen, verblijf en repatriëring van de vreemdeling te zijnen laste te nemen.
  De persoon die de verbintenis tot tenlasteneming ondertekend heeft, is samen met de vreemdeling hoofdelijk aansprakelijk voor het betalen van diens kosten van gezondheidszorgen, verblijf en repatriëring.
  De burgemeester, of zijn gemachtigde, van de gemeente waar de persoon die de verbintenis tot tenlasteneming ondertekend heeft, is ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister, is ertoe gehouden de handtekening onder de verbintenis tot tenlasteneming te legaliseren, indien de voorwaarden tot het bekrachtigen van de handtekening vervuld zijn.
  De burgemeester of zijn gemachtigde kan in een advies gericht aan de Minister of zijn gemachtigde aangeven of de persoon die de verbintenis tot tenlasteneming ondertekend heeft, over voldoende middelen beschikt. Dit advies is niet bindend.
  De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de verbintenis tot tenlasteneming moet beantwoorden en bepaalt de nadere regels met betrekking tot de terugvordering van de sommen ten laste van de persoon die deze verbintenis ondertekend heeft.
  De Koning kan bepalen in welke gevallen en onder welke voorwaarden de geldigheid van de verbintenis tot tenlasteneming afhankelijk is van de verplichting om een geldsom te storten in de Deposito- en Consignatiekas of om een bankgarantie te geven. "
Art. 7. Un article 3bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 3bis. Sans préjudice d'autres dispositions de la présente loi, la preuve des moyens de subsistance suffisants peut être apportée par la production d'une attestation de prise en charge, dans laquelle une personne physique qui dispose de ressources suffisantes et qui possède la nationalité belge ou qui est autorisée ou admise à séjourner en Belgique pour une durée illimitée, s'engage à l'égard de l'étranger, de l'Etat belge et de tout centre public d'aide sociale compétent, à prendre en charge pendant un délai de deux ans les soins de santé, les frais de séjour et de rapatriement de l'étranger.
  La personne qui a signé l'engagement de prise en charge est, avec l'étranger, solidairement responsable du paiement des frais de soins de santé, de séjour et de rapatriement de ce dernier.
  Le bourgmestre de la commune dans le registre de la population ou des étrangers de laquelle la personne qui a signé l'engagement de prise en charge est inscrite, ou son délégué, est tenu de légaliser la signature apposée au bas de l'engagement de prise en charge, si les conditions de l'authentification de la signature sont remplies.
  Le bourgmestre ou son délégué peut indiquer, dans un avis adressé au Ministre ou à son délégué, si la personne qui a signé l'engagement de prise en charge dispose de ressources suffisantes. Cet avis n'est pas contraignant.
  Le Roi fixe les modalités de l'engagement de prise en charge et les modalités de la récupération des sommes à charge de la personne qui a signé cet engagement.
  Le Roi peut fixer les cas dans lesquels et les conditions auxquelles la validité de l'engagement de prise en charge est subordonnée à l'obligation de verser une somme auprès de la Caisse des dépôts et consignations ou de fournir une garantie bancaire. "
Art. 8. In artikel 4 van dezelfde wet, worden de woorden " van een vreemdeling die in het bezit is van de documenten welke voor de toegang tot het grondgebied vereist zijn " geschrapt.
Art. 8. A l'article 4 de la même loi, les mots " d'un étranger porteur des documents requis pour l'accès au territoire " sont supprimés.
Art. 9. In artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden " acht werkdagen " vervangen door de woorden " drie werkdagen ".
Art. 9. A l'article 5, alinéa 1er, de la même loi, les mots " huit jours ouvrables " sont remplacés par les mots " trois jours ouvrables ".
Art. 10. Artikel 6, tweede lid, van dezelfde wet, wordt vervangen door de volgende leden :
  " De vreemdeling die langer dan drie maanden op het grondgebied verblijft van de Staten die partij zijn bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, of die zich verschillende malen achter elkaar, gedurende in totaal meer dan negentig dagen, berekend over een periode van zes maanden, in België of op het grondgebied van deze Staten ophoudt, wordt geacht langer dan drie maanden in het Rijk te verblijven.
  Voor de toepassing van het tweede lid, wordt de duur van het verblijf van de vreemdeling op het grondgebied van de overeenkomstsluitende Staat die een geldige verblijfstitel heeft afgegeven voor een periode van meer dan drie maanden, niet meegerekend. ".
Art. 10. L'article 6, alinéa 2, de la même loi est remplacé par les alinéas suivants :
  " Est considéré comme demeurant plus de trois mois dans le Royaume, l'étranger qui demeure plus de trois mois sur le territoire des Etats parties à une convention internationale relative au franchissement des frontières extérieures, liant la Belgique, ou qui effectue, en Belgique ou sur le territoire de ces Etats, plusieurs séjours successifs dont la durée totale, calculée sur une période de six mois, dépasse nonante jours.
  Pour l'application de l'alinéa 2, la durée du séjour effectué par l'étranger sur le territoire de l'Etat partie qui lui a délivré un titre de séjour en cours de validité pour une période de plus de trois mois, n'est pas prise en considération. ".
Art. 11. Artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 14 juli 1987, bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992 en bij de wet van 6 mei 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 7. Onverminderd de meer voordelige bepalingen vervat in een internationaal verdrag, kan de Minister of zijn gemachtigde de vreemdeling die noch gemachtigd noch toegelaten is tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk of om er zich te vestigen, bevel geven het grondgebied vóór een bepaalde datum te verlaten :
  1° wanneer hij in het Rijk verblijft zonder houder te zijn van de bij artikel 2 vereiste documenten;
  2° wanneer hij langer in het Rijk verblijft dan de overeenkomstig artikel 6 bepaalde termijn of er niet in slaagt het bewijs te leveren dat deze termijn niet overschreden werd;
  3° wanneer hij door zijn gedrag geacht wordt de openbare orde of de nationale veiligheid te kunnen schaden;
  4° wanneer hij door de Minister, op eensluidend advies van de Commissie van advies voor vreemdelingen, geacht wordt de internationale betrekkingen van België of van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, te kunnen schaden;
  5° wanneer hij, ter fine van weigering van toegang, gesignaleerd is, overeenkomstig artikel 3, 5°;
  6° wanneer hij niet beschikt over voldoende middelen van bestaan, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van oorsprong of voor de doorreis naar een derde Staat, waar zijn toelating is gewaarborgd, en niet in staat is deze middelen wettelijk te verwerven;
  7° wanneer hij aangetast is door een der ziekten of gebreken opgesomd in de bijlage bij deze wet;
  8° wanneer hij een beroepsbedrijvigheid als zelfstandige of in ondergeschikt verband uitoefent zonder in het bezit te zijn van de daartoe vereiste machtiging;
  9° wanneer hij, met toepassing van de internationale overeenkomsten of akkoorden die België binden, door de overheden van de overeenkomstsluitende Staten, ter verwijdering van het grondgebied van deze Staten, aan de Belgische overheden wordt overgedragen;
  10° wanneer hij, met toepassing van de internationale overeenkomsten of akkoorden die België binden, door de Belgische overheden aan de overheden van de overeenkomstsluitende Staten moet overgedragen worden;
  11° wanneer hij sedert minder dan tien jaar uit het Rijk werd teruggewezen of uitgezet, zo de maatregel niet werd opgeschort of ingetrokken.
  Zo de Minister of zijn gemachtigde het nodig acht, kan hij, in dezelfde gevallen, de vreemdeling zonder verwijl naar de grens doen terugleiden.
  Te dien einde kan de vreemdeling opgesloten worden voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregel zonder dat de duur van de hechtenis twee maanden te boven mag gaan.
  De Minister of zijn gemachtigde kan echter deze opsluiting telkens met een periode van twee maanden verlengen wanneer de nodige stappen om de vreemdeling te verwijderen werden genomen binnen zeven werkdagen na de opsluiting van de vreemdeling, wanneer zij worden voortgezet met de vereiste zorgvuldigheid en wanneer de effectieve verwijdering van deze laatste binnen een redelijke termijn nog steeds mogelijk is.
  Na een verlenging kan de in het voorgaande lid bedoelde beslissing enkel door de Minister genomen worden.
  Na acht maanden te zijn opgesloten, moet de vreemdeling in vrijheid worden gesteld. ".
Art. 11. L'article 7 de la même loi, modifié par la loi du 14 juillet 1987, par l'arrêté royal du 13 juillet 1992 et par la loi du 6 mai 1993, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 7. Sans préjudice des dispositions plus favorables contenues dans un traité international, le Ministre ou son délégué peut donner l'ordre de quitter le territoire avant une date déterminée, à l'étranger qui n'est ni autorisé ni admis à séjourner plus de trois mois ou à s'établir dans le Royaume :
  1° s'il demeure dans le Royaume sans être porteur des documents requis par l'article 2;
  2° s'il demeure dans le Royaume au-delà du délai fixé conformément à l'article 6, ou ne peut apporter la preuve que ce délai n'est pas dépassé;
  3° si, par son comportement, il est considéré comme pouvant compromettre l'ordre public ou la sécurité nationale;
  4° s'il est considéré par le Ministre, après avis conforme de la Commission consultative des étrangers, comme pouvant compromettre les relations internationales de la Belgique ou d'un Etat partie à une convention internationale relative au franchissement des frontières extérieures, liant la Belgique;
  5° s'il est signalé aux fins de non-admission conformément à l'article 3, 5°;
  6° s'il ne dispose pas de moyens de subsistance suffisants, tant pour la durée du séjour envisagé que pour le retour dans le pays de provenance ou le transit vers un Etat tiers dans lequel son admission est garantie, et n'est pas en mesure d'acquérir légalement ces moyens;
  7° s'il est atteint d'une des maladies ou infirmités énumérées à l'annexe de la présente loi;
  8° s'il exerce une activité professionnelle indépendante ou en subordination sans être en possession de l'autorisation requise à cet effet;
  9° si, en application des conventions ou des accords internationaux liant la Belgique, il est remis aux autorités belges par les autorités des Etats contractants en vue de son éloignement du territoire de ces Etats;
  10° si, en application des conventions ou des accords internationaux liant la Belgique, il doit être remis par les autorités belges aux autorités des Etats contractants;
  11° s'il a été renvoyé ou expulsé du Royaume depuis moins de dix ans, lorsque la mesure n'a pas été suspendue ou rapportée.
  Dans les mêmes cas, si le Ministre ou son délégué l'estime nécessaire, il peut faire ramener sans délai l'étranger à la frontière.
  L'étranger peut être détenu à cette fin pendant le temps strictement nécessaire à l'exécution de la mesure sans que la durée de la détention puisse dépasser deux mois.
  Le Ministre ou son délégué peut toutefois prolonger cette détention par période de deux mois, lorsque les démarches nécessaires en vue de l'éloignement de l'étranger ont été entreprises dans les sept jours ouvrables de la mise en détention de l'étranger, qu'elles sont poursuivies avec toute la diligence requise et qu'il subsiste toujours une possibilité d'éloigner effectivement l'étranger dans un délai raisonnable.
  Après une prolongation, la décision visée à l'alinéa précédent ne peut plus être prise que par le Ministre.
  Après huit mois de détention, l'étranger doit être mis en liberté. ".
Art. 12. In artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 28 juni 1984 en gewijzigd bij de wet van 6 augustus 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° wordt vervangen door de volgende tekst :
  " 2° de vreemdeling die voldoet aan de wettelijke voorwaarden om de Belgische nationaliteit door een nationaliteitsverklaring of nationaliteitskeuze te verkrijgen, of om ze te herkrijgen, zonder dat evenwel vereist is dat hij gedurende de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag om tot verblijf te worden toegelaten zijn hoofdverblijf in België moet hebben, noch dat hij naargelang van het geval een nationaliteitsverklaring, een verklaring van nationaliteitskeuze of een verklaring met het oog op het herkrijgen van de Belgische nationaliteit hoeft te doen; ";
  2° in punt 3°, worden de woorden " , Belgische door geboorte, ", geschrapt.
Art. 12. A l'article 10, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 28 juin 1984 et modifié par la loi du 6 août 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le 2° est remplacé par le texte suivant :
  " 2° l'étranger qui remplit les conditions légales pour acquérir la nationalité belge par déclaration de nationalité ou par option, ou pour la recouvrer, sans qu'il soit toutefois requis qu'il ait eu sa résidence principale en Belgique durant les douze mois qui précèdent la demande d'admission au séjour et sans qu'il doive faire une déclaration, selon le cas, de nationalité, d'option ou de recouvrement de la nationalité belge; ";
  2° au 3°, les mots " belge de naissance " sont supprimés.
Art. 13. In artikel 10bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 28 juni 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden " in artikel 3, 2° tot 4° " vervangen door de woorden " in artikel 3, eerste lid, 5° tot 8° ";
  2° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid : " De Minister of zijn gemachtigde kan een bevel om het grondgebied te verlaten, geven aan de leden van het gezin van de student wanneer zij niet meer voldoen aan de aan hun verblijf gestelde voorwaarden. ";
  3° in § 2, worden de woorden " in artikel 3, 2° tot 4° ", vervangen door de woorden " in artikel 3, eerste lid, 5° tot 8° ".
Art. 13. A l'article 10bis de la même loi, inséré par la loi du 28 juin 1984, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, les mots " à l'article 3, 2° à 4° " sont remplacés par les mots " à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 8° ";
  2° le § 1er est complété par l'alinéa suivant : " Le Ministre ou son délégué peut donner l'ordre de quitter le territoire aux membres de la famille de l'étudiant lorsqu'ils ne satisfont plus aux conditions mises à leur séjour. ";
  3° au § 2, les mots " à l'article 3, 2° à 4° " sont remplacés par les mots " à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 8° ".
Art. 14. In artikel 12bis, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 6 augustus 1993, worden de woorden " gemachtigd tot verblijf voor onbeperkte tijd " vervangen door de woorden " toegelaten tot verblijf ".
Art. 14. A l'article 12bis, alinéa 3, de la même loi, inséré par la loi du 6 août 1993, les mots " autorisé à séjourner pour une durée illimitée " sont remplacés par les mots " admis à séjourner ".
Art. 15. In artikel 14, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 augustus 1993, worden de woorden " of toegelaten " ingevoegd na het woord " gemachtigd " en worden in de Franse tekst de woorden " autorisé ou " ingevoegd voor het woord " admis ".
Art. 15. A l'article l4, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 6 août 1993, les mots " autorisé ou " sont insérés avant le mot " admis " et, dans le texte néerlandais, les mots " of toegelaten " sont insérés après le mot " gemachtigd ".
Art. 16. In artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " ; deze van het document dat haar constateert is vijf jaar " worden geschrapt;
  2° het artikel wordt aangevuld als volgt : " De Koning bepaalt de geldigheidsduur van het document dat de machtiging tot vestiging vaststelt. ".
Art. 16. A l'article 18 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " ; celle du titre qui la constate est de cinq ans " sont supprimés;
  2° l'article est complété comme suit : " Le Roi fixe la durée de validité du titre qui constate l'autorisation d'établissement. ".
Art. 17. In artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid van de Nederlandse tekst wordt het woord " toegelaten " vervangen door het woord " gemachtigd ";
  2° in het vierde lid worden de woorden " artikel 3, 2°, 3° en 4° " vervangen door de woorden " artikel 3, eerste lid, 5° tot 8° ".
Art. 17. A l'article 19 de la même loi, modifié par la loi du 6 mai 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 3 du texte néerlandais, le mot " toegelaten " est remplacé par le mot " gemachtigd ";
  2° à l'alinéa 4, les mots " article 3, 2°, 3° et 4° " sont remplacés par les mots " article 3, alinéa 1er, 5° à 8° ".
Art. 18. In artikel 21, eerste lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 2°, worden de woorden " of door een nationaliteitsverklaring " ingevoegd na de woorden " door optie ";
  2° in punt 3°, worden de woorden " , Belgische door geboorte, " geschrapt.
Art. 18. A l'article 21, alinéa 1er, de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 2°, les mots " ou par une déclaration de nationalité " sont insérés après les mots " par option ";
  2° au 3°, les mots " belge de naissance " sont supprimés.
Art. 19. Artikel 25, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 1993, wordt vervangen door de volgende leden :
  " De vreemdeling wordt te dien einde ter beschikking van de regering gesteld voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregel, zonder dat de duur van de terbeschikkingstelling twee maanden te boven mag gaan, eventueel vermeerderd met de duur van het onderzoek van het verzoek tot herziening. De Minister of zijn gemachtigde kan echter deze opsluiting telkens met een periode van twee maanden verlengen wanneer de nodige stappen om de vreemdeling te verwijderen werden genomen binnen zeven werkdagen na de opsluiting van de vreemdeling, wanneer zij worden voortgezet met de vereiste zorgvuldigheid en wanneer de effectieve verwijdering van deze laatste binnen een redelijke termijn nog steeds mogelijk is.
  Na een verlenging kan de in het voorgaande lid bedoelde beslissing enkel door de Minister genomen worden.
  Na acht maanden te zijn opgesloten, moet de vreemdeling in vrijheid worden gesteld. ".
Art. 19. L'article 25, alinéa 4, de la même loi, modifié par la loi du 6 mai 1993, est remplacé par les alinéas suivants :
  " A cet effet, l'étranger est mis à la disposition du gouvernement pendant le temps strictement nécessaire pour l'exécution de la mesure, sans que cette mise à la disposition puisse dépasser la durée de deux mois, augmentée éventuellement de la durée de l'examen de la demande en révision. Le Ministre ou son délégué peut toutefois prolonger cette détention par période de deux mois, lorsque les démarches nécessaires en vue de l'éloignement de l'étranger ont été entreprises dans les sept jours ouvrables de la mise en détention de l'étranger, qu'elles sont poursuivies avec toute la diligence requise et qu'il subsiste toujours une possibilité d'éloigner effectivement l'étranger dans un délai raisonnable.
  Après une prolongation, la décision visée à l'alinéa précédent ne peut être prise que par le Ministre.
  Après huit mois de détention, l'étranger doit être mis en liberté. ".
Art. 20. In artikel 27 van dezelfde wet, worden het eerste en het tweede lid vervangen door de volgende leden :
  " De vreemdeling die een bevel om het grondgebied te verlaten gekregen heeft en de teruggewezen of uitgezette vreemdeling die er binnen de gestelde termijn geen gevolg aan gegeven hebben, kunnen met dwang naar de grens van hun keuze, in principe met uitzondering van de grens met de Staten die partij zijn bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, geleid worden of ingescheept worden voor een bestemming van hun keuze, deze Staten uitgezonderd.
  Zo de vreemdeling de nationaliteit bezit van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, of beschikt over een geldige verblijfstitel of een tijdelijke verblijfsvergunning van een Verdragsluitende Staat, kan hij naar de grens van deze Staat teruggeleid worden of met deze Staat als bestemming ingescheept worden. ".
Art. 20. A l'article 27 de la même loi, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par les alinéas suivants :
  " L'étranger qui a reçu l'ordre de quitter le territoire et l'étranger renvoyé ou expulsé qui n'ont pas obtempéré dans le délai imparti peuvent être ramenés par la contrainte à la frontière de leur choix, à l'exception en principe de la frontière des Etats parties à une convention internationale relative au franchissement des frontières extérieures, liant la Belgique, ou être embarqués vers une destination de leur choix, à l'exclusion de ces Etats.
  Si l'étranger possède la nationalité d'un Etat partie à une convention internationale relative au franchissement des frontières extérieures, liant la Belgique, ou s'il dispose d'un titre de séjour ou d'une autorisation de séjour provisoire en cours de validité, délivrés par un Etat partie, il pourra être ramené à la frontière de cet Etat ou être embarqué à destination de cet Etat. ".
Art. 21. In artikel 28 van dezelfde wet, worden het eerste en het tweede lid vervangen door het volgende lid :
  " De vreemdeling kan enkel teruggeleid worden naar de grens van zijn keuze of kan enkel gemachtigd worden zich in te schepen voor het land van bestemming dat hij zal kiezen indien hij in het bezit is van de documenten die vereist zijn om er zich naartoe te mogen begeven. ".
Art. 21. A l'article 28 de la même loi, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par l'alinéa suivant :
  " L'étranger ne peut être ramené à la frontière de son choix ou autorisé à s'embarquer pour le pays de destination qu'il choisira qu'à la condition d'être en possession des documents requis pour pouvoir s'y rendre. ".
Art. 22. Artikel 29 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 1993, wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De Minister of zijn gemachtigde kan echter deze opsluiting telkens met een periode van twee maanden verlengen, wanneer de nodige stappen om de vreemdeling te verwijderen werden genomen binnen zeven werkdagen na de opsluiting van de vreemdeling, wanneer zij worden voortgezet met de vereiste zorgvuldigheid en wanneer de effectieve verwijdering van deze laatste binnen een redelijke termijn nog steeds mogelijk is.
  Na een verlenging kan de in het voorgaande lid bedoelde beslissing enkel door de Minister genomen worden.
  Na acht maanden te zijn opgesloten, moet de vreemdeling in vrijheid worden gesteld. "
Art. 22. L'article 29 de la même loi, modifié par la loi du 6 mai 1993, est complété par les alinéas suivants :
  " Le Ministre ou son délégué peut toutefois prolonger cette détention par période de deux mois, lorsque les démarches nécessaires en vue de l'éloignement de l'étranger ont été entreprises dans les sept jours ouvrables de la mise en détention de l'étranger, qu'elles sont poursuivies avec toute la diligence requise et qu'il subsiste toujours une possibilité d'éloigner effectivement l'étranger dans un délai raisonnable.
  Après une prolongation, la décision visée à l'alinéa précédent ne peut être prise que par le Ministre.
  Après huit mois de détention, l'étranger doit être mis en liberté. ".
Art. 23. In artikel 34, derde lid, van dezelfde wet, worden de woorden " De Administrateur van de Openbare Veiligheid of zijn gemachtigde ", vervangen door de woorden " De leidend ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken of zijn gemachtigde ".
Art. 23. A l'article 34, alinéa 3, de la même loi, les mots " L'Administrateur de la Sûreté publique ou son délégué " sont remplacés par les mots " Le fonctionnaire dirigeant de l'Office des étrangers ou son délégué ".
Art. 24. In artikel 36 van dezelfde wet worden de woorden " vanaf de derde werkdag " vervangen door de woorden " vanaf de achtste werkdag " en de woorden " van de Administrateur van de Openbare Veiligheid of van zijn gemachtigde " vervangen door de woorden " van de leidend ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken of van zijn gemachtigde ".
Art. 24. A l'article 36 de la même loi, les mots " à partir du troisième jour ouvrable " sont remplacés par les mots " à partir du huitième jour ouvrable " et les mots " de l'Administrateur de la Sûreté publique ou de son délégué " sont remplacés par les mots " du fonctionnaire dirigeant de l'Office des étrangers ou de son délégué ".
Art. 25. In dezelfde wet wordt een artikel 41bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 41bis. De EG-vreemdeling die naar België komt voor een verblijf van ten hoogste drie maanden en die niet logeert in een logementshuis dat onderworpen is aan de wetgeving betreffende de controle der reizigers, moet zich, binnen acht werkdagen nadat hij het Rijk is binnengekomen, laten inschrijven bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij logeert, tenzij hij behoort tot een der categorieën van vreemdelingen die de Koning van deze verplichting heeft vrijgesteld.
  De Koning bepaalt de wijze van inschrijving en het model van het attest dat bij de inschrijving wordt afgegeven en daarvan bewijs levert. ".
Art. 25. Un article 41bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 41bis. L'étranger CE qui vient en Belgique pour un séjour n'excédant pas trois mois et qui ne loge pas dans une maison d'hébergement soumise à la législation relative au contrôle des voyageurs, est tenu de se faire inscrire à l'administration communale du lieu où il loge, dans les huit jours ouvrables de son entrée dans le Royaume, à moins qu'il n'appartienne à l'une des catégories d'étrangers que le Roi a dispensées de cette obligation.
  Le Roi détermine le mode d'inscription et le modèle de l'attestation délivrée au moment de l'inscription et faisant foi de celle-ci. ".
Art. 26. In dezelfde wet wordt een artikel 44bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 44bis. Tijdens de geldigheidsduur van de verblijfstitel of bij zijn vernieuwing, kan de Minister of zijn gemachtigde beslissen een einde te maken aan het verblijf van de EG-student, bedoeld in artikel 40, § 2, 5°, en, zo nodig, hem het bevel geven het grondgebied te verlaten, wanneer de vreemdeling niet meer aan de aan zijn verblijf gestelde voorwaarden voldoet. Hij kan dezelfde beslissingen nemen ten aanzien van de familieleden van de EG-student, bedoeld in artikel 40, § 5.
  Deze beslissingen kunnen aanleiding geven tot het verzoek tot herziening, bedoeld in artikel 64. ".
Art. 26. Un article 44bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 44bis. Pendant la durée de validité du titre de séjour ou lors de son renouvellement, le Ministre ou son délégué peut décider de mettre fin au séjour de l'étudiant CE visé à l'article 40, § 2, 5°, et, le cas échéant, lui donner l'ordre de quitter le territoire, lorsque l'étranger ne répond plus aux conditions mises à son séjour. Il peut prendre les mêmes décisions à l'égard des membres de la famille de l'étudiant CE visés à l'article 40, § 5.
  Ces décisions peuvent donner lieu à la demande en révision prévue à l'article 64. ".
Art. 27. Artikel 45 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 45. Onder voorbehoud van artikel 44bis, mag de EG-vreemdeling aan wie krachtens dit hoofdstuk een verblijfsvergunning werd verleend, slechts bij koninklijk besluit tot uitzetting en na advies van de Commissie van advies voor vreemdelingen van het grondgebied verwijderd worden. ".
Art. 27. L'article 45 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 45. Sous réserve de l'article 44bis, l'étranger CE auquel un titre de séjour a été accordé en vertu du présent chapitre ne peut être éloigné du territoire que par un arrêté royal d'expulsion et après avis de la Commission consultative des étrangers. ".
Art. 28. In dezelfde wet wordt een artikel 49bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 49bis. Bij de geautomatiseerde individuele gegevensuitwisseling met het oog op de toepassing van de internationale overeenkomsten met betrekking tot de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, die België binden, wordt de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, opgericht bij de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, belast met de controle op de verwerking en het beheer van de doorgezonden gegevens. ".
Art. 28. Un article 49bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 49bis. En cas d'échange automatisé des données individuelles aux fins de la mise en oeuvre des conventions internationales liant la Belgique, relatives à la détermination de l'Etat responsable de l'examen des demandes d'asile, la Commission de la protection de la vie privée, instituée par la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, est chargée du contrôle du traitement et de l'exploitation des données transmises. ".
Art. 29. In artikel 51 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 14 juli 1987 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 13 juli 1992 en door de wet van 6 mei 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De vreemdeling die regelmatig het Rijk binnengekomen is zonder de status van vluchteling te bezitten en die deze wenst te verkrijgen, moet binnen acht werkdagen nadat hij het Rijk is binnengekomen, zijn verklaring afleggen voor of zijn aanvraag tot erkenning richten tot één der door de Koning ter uitvoering van artikel 50, eerste lid, aangewezen overheden ";
  2° het tweede lid wordt opgeheven;
  3° het derde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Voor de vreemdeling die gemachtigd of toegelaten is tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk of om er zich te vestigen en die vraagt om als vluchteling te worden erkend, houdt het verblijf op regelmatig te zijn wanneer hij niet aan de bij de artikelen 12 of 17 opgelegde voorwaarden heeft voldaan. ".
Art. 29. A l'article 51 de la même loi, remplacé par la loi du 14 juillet 1987 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992 et par la loi du 6 mai 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " L'étranger qui est entré régulièrement dans le Royaume sans avoir le statut de réfugié et qui désire l'obtenir, doit faire sa déclaration ou adresser sa demande de reconnaissance de la qualité de réfugié, à l'une des autorités désignées par le Roi en exécution de l'article 50, alinéa 1er, dans les huit jours ouvrables suivant son entrée dans le Royaume ";
  2° l'alinéa 2 est abrogé;
  3° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " Pour l'étranger admis ou autorisé à séjourner plus de trois mois dans le Royaume ou à s'y établir, qui demande à être reconnu en qualité de réfugié, le séjour cesse d'être régulier lorsqu'il n'a pas satisfait aux conditions imposées par les articles 12 ou 17. ".
Art. 30. Artikel 51bis van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 18 juli 1991 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992 en bij de wet van 6 mei 1993, wordt artikel 51/2.
Art. 30. L'article 51bis de la même loi, inséré par la loi du 18 juillet 1991 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992 et par la loi du 6 mai 1993, devient l'article 51/2.
Art. 31. In dezelfde wet wordt een artikel 51/3 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 51/3. § 1. Aan het nemen van vingerafdrukken kunnen onderworpen worden :
  1° de vreemdeling die zich aan de grens of in het Rijk vluchteling verklaart;
  2° de vreemdeling die België verplicht is over te nemen of opnieuw over te nemen krachtens de bepalingen van de internationale overeenkomsten betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, die België binden;
  3° de vreemdeling voor wie er aanwijzingen bestaan dat hij zich reeds vluchteling verklaard heeft;
  4° de asielzoeker wiens identiteit onzeker is.
  § 2. De vingerafdrukken mogen slechts gebruikt worden in de mate dat zij nodig zijn om :
  1° de identiteit van de vreemdeling vast te stellen;
  2° met toepassing van de internationale overeenkomsten die België binden, de Staat vast te stellen die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek;
  3° het asielverzoek te behandelen.
  § 3. De vingerafdrukken worden genomen op initiatief van de Minister of van zijn gemachtigde. Zij mogen eveneens genomen worden op initiatief van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of zijn gemachtigde, van de voorzitter of een gemachtigde bijzitter van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, van een officier van gerechtelijke politie, met inbegrip van diegene wiens bevoegdheid beperkt is, van een onderofficier van de Rijkswacht, of van een directeur van een strafinrichting.
  § 4. De verwerking en het beheer van de vingerafdrukken gebeurt onder de controle van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  § 5. De vingerafdrukken die met toepassing van § 1 werden genomen, worden vernietigd indien de vreemdeling overeenkomstig artikel 49 als vluchteling erkend wordt. ".
Art. 31. Un article 51/3, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 51/3. § 1er. Peuvent être soumis à la prise des empreintes digitales :
  1° l'étranger qui se déclare réfugié à la frontière ou à l'intérieur du Royaume;
  2° l'étranger dont la prise ou la reprise en charge incombe à l'Etat belge, en vertu des dispositions des conventions internationales liant la Belgique, relatives à la détermination de l'Etat responsable de l'examen des demandes d'asile;
  3° l'étranger pour lequel existent des indices qu'il s'est déjà déclaré réfugié;
  4° le demandeur d'asile dont l'identité est douteuse.
  § 2. Les empreintes digitales ne peuvent être utilisées que dans la mesure où elles sont nécessaires pour :
  1° établir l'identité de l'étranger;
  2° déterminer l'Etat responsable de l'examen de la demande d'asile, en application des conventions internationales liant la Belgique;
  3° examiner la demande d'asile.
  § 3. Les empreintes digitales sont prises à l'initiative du Ministre ou de son délégué. Elles peuvent l'être aussi à l'initiative du commissaire général aux réfugiés et aux apatrides ou de son délégué, du président ou d'un assesseur délégué de la Commission permanente de recours des réfugiés, d'un officier de police judiciaire, en ce compris l'officier de police judiciaire dont la compétence est limitée, d'un sous-officier de la gendarmerie, ou d'un directeur d'un établissement pénitentiaire.
  § 4. Le traitement et l'exploitation des empreintes digitales sont effectués sous le contrôle de la Commission de la protection de la vie privée, conformément aux dispositions de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
  § 5. Les empreintes digitales prises en application du § 1er sont détruites lorsque l'étranger est reconnu réfugié conformément à l'article 49. ".
Art. 32. In dezelfde wet wordt een artikel 51/5 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 51/5. § 1. Zodra de vreemdeling zich aan de grens of in het Rijk, overeenkomstig artikel 50 of 51, vluchteling verklaart, gaat de Minister of zijn gemachtigde, met toepassing van de internationale overeenkomsten die België binden, over tot het vaststellen van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
  Zelfs wanneer krachtens de criteria van deze internationale overeenkomsten België niet verplicht is het verzoek in behandeling te nemen, kan de Minister of zijn gemachtigde op elk ogenblik beslissen het verzoek te behandelen, op voorwaarde dat de vreemdeling daarmee instemt.
  § 2. Het verzoek waarvan België de behandeling op zich moet nemen, of waarvoor het verantwoordelijk is, wordt behandeld overeenkomstig de bepalingen van deze wet.
  § 3. Wanneer België niet verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek, richt de Minister of zijn gemachtigde zich onder de voorwaarden bepaald bij de internationale overeenkomsten die België binden, tot de verantwoordelijke Staat met het verzoek de asielzoeker over te nemen of opnieuw over te nemen.
  Wanneer de asielzoeker aan de verantwoordelijke Staat overgedragen dient te worden, kan de Minister of zijn gemachtigde hem de binnenkomst of het verblijf in het Rijk weigeren en hem gelasten zich vóór een bepaalde datum bij de bevoegde overheden van deze Staat aan te melden.
  Wanneer de Minister of zijn gemachtigde het voor het waarborgen van de effectieve overdracht nodig acht, kan hij de vreemdeling zonder verwijl naar de grens doen terugleiden.
  Te dien einde kan de vreemdeling in een welbepaalde plaats opgesloten of vastgehouden worden voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de overdracht, zonder dat de duur van de hechtenis of van de vasthouding twee maanden te boven mag gaan. ".
Art. 32. Un article 51/5, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 51/5. § 1er. Dès que l'étranger se déclare réfugié à la frontière ou à l'intérieur du Royaume, conformément à l'article 50 ou 51, le Ministre ou son délégué procède à la détermination de l'Etat responsable de l'examen de la demande d'asile, en application des conventions internationales liant la Belgique.
  Même si, en vertu des critères de ces conventions internationales, le traitement de la demande n'incombe pas à la Belgique, le Ministre ou son délégué peut à tout moment décider d'examiner la demande, à condition que le demandeur d'asile y consente.
  § 2. La demande dont le traitement incombe à la Belgique, ou dont elle assume la responsabilité, est examinée conformément aux dispositions de la présente loi.
  § 3. Si la Belgique n'est pas responsable de l'examen de la demande, le Ministre ou son délégué saisit l'Etat responsable aux fins de prise ou de reprise en charge du demandeur d'asile dans les conditions prévues par les conventions internationales liant la Belgique.
  Lorsque le demandeur d'asile doit être transféré vers l'Etat responsable, le Ministre ou son délégué peut lui refuser l'entrée ou le séjour dans le Royaume et lui enjoindre de se présenter auprès des autorités compétentes de cet Etat avant une date déterminée.
  Si le Ministre ou son délégué l'estime nécessaire pour garantir le transfert effectif, il peut faire ramener sans délai l'étranger à la frontière.
  A cette fin, l'étranger peut être détenu ou maintenu dans un lieu déterminé pendant le temps strictement nécessaire à l'exécution du transfert, sans que la durée de la détention ou du maintien puisse excéder deux mois. ".
Art. 33. In dezelfde wet wordt een artikel 51/6 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 51/6. Wanneer de vreemdeling die zich aan de grens of in het Rijk vluchteling heeft verklaard, zich onregelmatig op het grondgebied van een andere Staat bevindt of er een asielverzoek heeft ingediend en de Minister of zijn gemachtigde, met toepassing van de internationale overeenkomsten die België binden, ertoe gehouden is hem over te nemen, moet de vreemdeling zich bij zijn binnenkomst in het Rijk of ten minste binnen acht werkdagen die hierop volgen, bij de Minister of bij zijn gemachtigde aanmelden. Deze laatste verleent hem daarvan schriftelijk akte en verwittigt hiervan, zo nodig, onmiddellijk de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen.
  Wanneer België niet verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van het asielverzoek, wordt er overeenkomstig artikel 51/5, § 3, gehandeld.
  Wanneer België verplicht is het verzoek in behandeling te nemen, moet deze behandeling overeenkomstig de bepalingen van deze wet aangevat of voortgezet worden. ".
Art. 33. Un article 5l/6, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 51/6. Lorsque l'étranger qui s'est déclaré réfugié à la frontière ou dans le Royaume, se trouve irrégulièrement dans un autre Etat ou y a formulé une demande d'asile et que le Ministre ou son délégué est tenu de le reprendre en charge en application des conventions internationales liant la Belgique, l'étranger doit, lors de son entrée dans le Royaume ou du moins dans les huit jours ouvrables qui suivent celle-ci, se présenter auprès du Ministre ou de son délégué. Ce dernier lui en donne acte par écrit et, le cas échéant, en informe immédiatement le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides ou la Commission permanente de recours des réfugiés.
  Si la Belgique n'est pas responsable de l'examen de la demande d'asile, il est procédé conformément à l'article 51/5, § 3.
  Si l'examen de la demande incombe à la Belgique, il doit être entamé ou poursuivi, conformément aux dispositions de la présente loi. ".
Art. 34. In dezelfde wet wordt een artikel 51/7 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 51/7. Wanneer de vreemdeling zich op het grondgebied van een andere Staat vluchteling verklaart en België, met toepassing van de internationale overeenkomsten die België binden, verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van het asielverzoek, is de Minister of zijn gemachtigde verplicht deze vreemdeling, onder de voorwaarden die in deze overeenkomsten bepaald zijn, over te nemen.
  De vreemdeling moet zich bij zijn binnenkomst in het Rijk of ten minste binnen acht werkdagen die hierop volgen, bij de Minister of bij zijn gemachtigde aanmelden. Deze laatste verleent hem hiervan schriftelijke akte en brengt onmiddellijk de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen hiervan op de hoogte.
  De vreemdeling moet zich naar de bepalingen van de artikelen 51/2 en 51/4, § 2, schikken.
  De behandeling van het verzoek dient overeenkomstig de bepalingen van deze wet aangevat te worden. ".
Art. 34. Un article 51/7, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 51/7. Lorsque l'étranger se déclare réfugié sur le territoire d'un autre Etat et que la Belgique est responsable de l'examen de la demande d'asile, en application des conventions internationales liant la Belgique, le Ministre ou son délégué est tenu de prendre cet étranger en charge dans les conditions prévues par ces conventions.
  Lors de son entrée dans le Royaume ou du moins dans les huit jours ouvrables qui suivent celle-ci, l'étranger doit se présenter auprès du Ministre ou de son délégué. Ce dernier lui en donne acte par écrit et en informe immédiatement le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides.
  L'étranger est tenu de se conformer aux dispositions des articles 51/2 et 51/4, § 2.
  L'examen de la demande doit être entamé conformément aux dispositions de la présente loi. ".
Art. 35. Het derde en het vierde lid van artikel 50 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 6 mei 1993, worden artikel 51/8.
Art. 35. Les alinéas 3 et 4 insérés par la loi du 6 mai 1993 dans l'article 50 de la loi du 15 décembre 1980 en deviennent l'article 51/8.
Art. 36. In artikel 52 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 18 juli 1991 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992 en bij de wet van 6 mei 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2, 1°, wordt door de volgende bepaling vervangen : " 1° wanneer de vreemdeling zijn aanvraag zonder verantwoording heeft ingediend na het verstrijken van de in artikel 50, eerste lid, bepaalde termijn of wanneer hij, zonder verantwoording overeenkomstig artikel 51/6, eerste lid, of artikel 51/7, tweede lid, niet aan de meldingsplicht heeft voldaan; ";
  2° in § 2, 2°, worden de woorden " in een van de gevallen bedoeld in § 1, 1° tot 5° en 7° " vervangen door de woorden " in een van de gevallen bedoeld in § 1, 2° tot 5° en 7° ";
  3° § 3, 1°, wordt door de volgende bepaling vervangen : " 1° wanneer de vreemdeling zijn aanvraag zonder verantwoording ingediend heeft nadat het verblijf opgehouden heeft regelmatig te zijn of wanneer hij, zonder verantwoording, overeenkomstig artikel 51/6, eerste lid, of artikel 51/7, tweede lid, niet aan de meldingsplicht heeft voldaan; ";
  4° in § 3, 2°, worden de woorden " in een van de gevallen bedoeld in § 1, 1° tot 5° en 7° " vervangen door de woorden " in een van de gevallen bedoeld in § 1, 2° tot 5° en 7° ";
  5° § 4, 1°, wordt door de volgende bepaling vervangen : " 1° wanneer de vreemdeling zijn aanvraag zonder verantwoording ingediend heeft nadat het verblijf of de vestiging opgehouden heeft regelmatig te zijn of wanneer hij, zonder verantwoording, overeenkomstig artikel 51/6, eerste lid, of artikel 51/7, tweede lid, niet aan de meldingsplicht heeft voldaan; ";
  6° in § 4, 2°, worden de woorden " in een van de gevallen bedoeld in § 1, 1° tot 3° en 7° " vervangen door de woorden " in een van de gevallen bedoeld in § 1, 2°, 3° en 7° ";
  7° in § 5, worden de woorden " of na afloop van de aanmeldingstermijn bedoeld in artikel 51/7 " ingevoegd na de woorden " of heeft gevraagd als dusdanig erkend te worden ".
Art. 36. A l'article 52 de la même loi, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992 et par la loi du 6 mai 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2, 1°, est remplacé par la disposition suivante : " 1° si l'étranger a présenté, sans justification, sa demande après l'expiration du délai fixé par l'article 50, alinéa 1er, ou s'il n'a pas satisfait, sans justification, à l'obligation de présentation conformément à l'article 51/6, alinéa 1er, ou à l'article 51/7, alinéa 2; ";
  2° au § 2, 2°, les mots " dans un des cas prévus au § 1er, 1° à 5° et 7° " sont remplacés par les mots " dans un des cas prévus au § 1er, 2° à 5° et 7°";
  3° le § 3, 1°, est remplacé par la disposition suivante : " 1° si l'étranger a, sans justification, présenté sa demande lorsque le séjour a cessé d'être régulier ou s'il n'a pas satisfait, sans justification, à l'obligation de présentation conformément à l'article 51/6, alinéa 1er, ou à l'article 51/7, alinéa 2; ";
  4° au § 3, 2°, les mots " dans un des cas prévus au § 1er, 1° à 5° et 7° " sont remplacés par les mots " dans un des cas prévus au § 1er, 2° à 5° et 7° ";
  5° le § 4, 1°, est remplacé par la disposition suivante : " 1° si l'étranger a, sans justification, présenté sa demande lorsque le séjour ou l'établissement a cessé d'être régulier ou s'il n'a pas satisfait, sans justification, à l'obligation de présentation conformément à l'article 51/6, alinéa 1er, ou à l'article 51/7, alinéa 2; ";
  6° au § 4, 2°, les mots " dans un des cas prévus au § 1er, 1° à 3° et 7° " sont remplacés par les mots " dans un des cas prévus au § 1er, 2°, 3° et 7° ";
  7° au § 5, les mots " ou après l'expiration du délai de présentation visé à l'article 51/7 " sont insérés après les mots " ou ait demandé à être reconnu comme tel ".
Art. 37. In artikel 54 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 6 mei 1993 en gewijzigd bij de wet van 24 mei 1994, wordt een § 3 ingevoegd luidend als volgt :
  " § 3. De Minister of zijn gemachtigde kan een door de Staat georganiseerd of erkend centrum als verplichte plaats van inschrijving aanwijzen aan elke vreemdeling die de verklaring of de aanvraag bedoeld in de artikelen 50 en 51 heeft afgelegd, met uitzondering van de vreemdeling die op het ogenblik van die verklaring of aanvraag was toegelaten of gemachtigd tot vestiging of een verblijf van meer dan drie maanden.
  De aanwijzing van die verplichte plaats van inschrijving neemt een einde wanneer betrokkene het bevel om het grondgebied te verlaten, dat overeenkomstig artikel 51/8, tweede lid, of artikel 52 werd genomen, heeft opgevolgd of wanneer de Minister of diens gemachtigde, of de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of een van zijn adjuncten, of de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, hebben beslist dat een onderzoek ten gronde van de asielaanvraag noodzakelijk is. ".
Art. 37. Dans l'article 54 de la même loi, remplacé par la loi du 6 mai 1993 et modifié par la loi du 24 mai 1994, il est inséré un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Le Ministre ou son délégué peut désigner un centre organisé ou agréé par l'Etat comme lieu obligatoire d'inscription à chaque étranger qui a fait la déclaration ou la demande visées aux articles 50 et 51, à l'exception de l'étranger qui, au moment de cette déclaration ou demande, était admis ou autorisé à l'établissement ou au séjour pour une période de plus de trois mois.
  La désignation de ce lieu obligatoire d'inscription prend fin lorsque l'intéressé donne suite à l'ordre de quitter le territoire, pris conformément à l'article 51/8, alinéa 2, ou à l'article 52, ou lorsque le Ministre ou son délégué, ou le Commissaire genéral aux réfugiés et aux apatrides ou un de ses adjoints, ou la Commission permanente de recours des réfugiés, décident qu'un examen au fond de la demande d'asile s'impose. ".
Art. 38. Artikel 55 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992, wordt opgeheven.
Art. 38. L'article 55 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992, est abrogé.
Art. 39. Artikel 57 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 57. De Minister of zijn gemachtigde kan een vreemdeling, die niet gevestigd is in het Rijk en wiens hoedanigheid van vluchteling door de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen werd ingetrokken overeenkomstig artikel 57/6, eerste lid, 2°bis, het bevel geven om het grondgebied te verlaten. ".
Art. 39. L'article 57 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 57. Le Ministre ou son délégué peut donner l'ordre de quitter le territoire à l'étranger qui n'est pas établi dans le Royaume et dont la qualité de réfugié a été retirée par le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides en application de l'article 57/ 6, alinéa 1er, 2°bis. ".
Art. 40. In artikel 57/6, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 14 juli 1987, wordt een 2°bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " 2°bis om de hoedanigheid van vluchteling in te trekken ten aanzien van de vreemdeling die als vluchteling werd erkend op grond van valse verklaringen of van valse of vervalste documenten, alsmede ten aanzien van de vreemdeling wiens persoonlijk gedrag later erop wijst dat hij geen vervolging vreest. ".
Art. 40. A l'article 57/6, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 14 juillet 1987, il est inséré un 2°bis, rédigé comme suit :
  " 2°bis pour retirer la qualité de réfugié à l'étranger auquel le statut a été reconnu sur la base de fausses déclarations ou de documents faux ou falsifiés, ainsi qu'à l'étranger dont le comportement personnel démontre ultérieurement l'absence de crainte de persécution. ".
Art. 41. In artikel 57/12 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 14 juli 1987 en gewijzigd door de wetten van 18 juli 1991 en 6 mei 1993 en door het koninklijk besluit van 31 december 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het zevende lid, wordt de laatste zin vervangen door de volgende bepaling :
  " Een vaste bijzitter kan bij verhindering worden vervangen door een aanwezige vaste bijzitter of door een plaatsvervangende bijzitter die tot dezelfde taalrol behoort of door een vaste bijzitter die tot de andere taalrol behoort en die overeenkomstig artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken of overeenkomstig artikel 43, § 3, derde lid, van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, bewijst dat hij de taal van de rechtspleging kent. ";
  2° in het laatste lid wordt de eerste zin vervangen door de volgende bepaling :
  " Bij elke taalrol wordt in tenminste evenveel plaatsvervangende bijzitters voorzien als er vaste bijzitters zijn. ".
Art. 41. A l'article 57/12 de la même loi, inséré par la loi du 14 juillet 1987 et modifié par les lois des 18 juillet 1991 et 6 mai 1993 ainsi que par l'arrêté royal du 31 décembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 7, la dernière phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " En cas d'empêchement, un assesseur effectif peut être remplacé par un assesseur effectif présent ou par un suppléant appartenant au même rôle linguistique ou par un assesseur permanent faisant partie de l'autre rôle linguistique et qui justifie de la connaissance de la langue de la procédure conformément à l'article 43quinquies de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire ou conformément à l'article 43, § 3, alinéa 3, des lois coordonnées du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière administrative. ";
  2° au dernier alinéa, la première phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " Pour chaque rôle linguistique sont prévus au moins autant d'assesseurs suppléants que d'assesseurs effectifs. ".
Art. 42. In artikel 57/19 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 14 juli 1987 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgend lid ingevoegd : " De Koning bepaalt de wijze waarop een afschrift van de stukken van het dossier kan worden verkregen. ".
Art. 42. A l'article 57/19 de la même loi, inséré par la loi du l4 juillet 1987 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 : " Le Roi fixe les modalités suivant lesquelles une copie des pièces du dossier peut être obtenue. ".
Art. 43. In artikel 57/20, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 14 juli 1987 en gewijzigd bij de wet van 6 mei 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt opgeheven;
  2° in het derde lid worden de woorden " noch Nederlands noch Frans verstaat " vervangen door de woorden " verklaard heeft de hulp van een tolk nodig te hebben ".
Art. 43. A l'article 57/20, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 14 juillet 1987 et modifié par la loi du 6 mai 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 2 est abrogé;
  2° à l'alinéa 3, les mots " ne comprend ni le français ni le néerlandais " sont remplacés par les mots " déclare requérir l'assistance d'un interprète ".
Art. 44. Artikel 57/24 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 14 juli 1987 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 31 december 1993, wordt aangevuld met een lid luidende :
  " De Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen en de eerste voorzitters van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen stellen een plan op dat voorziet in de maatregelen die nodig zijn om de achterstand in de behandeling van de dossiers weg te werken of te voorkomen en dat ter goedkeuring aan de Ministerraad moet worden voorgelegd. ".
Art. 44. L'article 57/24 de la même loi, inséré par la loi du 14 juillet 1987 et modifié par l'arrêté royal du 31 décembre 1993, est complété par un alinéa libellé comme suit :
  " Le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides et les premiers présidents de la Commission permanente de recours des réfugiés rédigent un plan, à soumettre à l'approbation du Conseil des ministres, qui prévoit les mesures qui sont nécessaires pour résorber ou prévenir l'arriéré dans le traitement des dossiers. ".
Art. 45. In artikel 57/25, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 14 juli 1987 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 december 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid, worden de woorden " van Binnenlandse Zaken en Ambtenarenzaken " vervangen door de woorden " van Binnenlandse Zaken ";
  2° in het derde lid, worden de woorden " van Binnenlandse Zaken en Ambtenarenzaken " vervangen door de woorden " van Binnenlandse Zaken ".
Art. 45. A l'article 57/25 de la même loi, inséré par la loi du 14 juillet 1987 et modifié par l'arrêté royal du 31 décembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 2, les mots " de l'Intérieur et de la Fonction publique " sont remplaces par les mots " de l'Intérieur ";
  2° à l'alinéa 3, les mots " de l'Intérieur et de la Fonction publique " sont remplacés par les mots " de l'Intérieur ".
Art. 46. In artikel 58, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 28 juni 1984, worden de woorden " in artikel 3, 2° tot 4° " vervangen door de woorden " in artikel 3, eerste lid, 5° tot 8° ".
Art. 46. A l'article 58, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 28 juin 1984, les mots " à l'article 3, 2° à 4° " sont remplacés par les mots " à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 8°".
Art. 47. In artikel 59, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden " door de Staat " vervangen door de woorden " door de overheid ".
Art. 47. A l'article 59, alinéa 1er, de la même loi, les mots " par l'Etat " sont remplacés par les mots " par les pouvoirs publics ".
Art. 48. Artikel 60 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De Koning bepaalt de bijzondere voorwaarden waaraan het attest bedoeld in het eerste lid, 1°, en de verbintenis bedoeld in het eerste lid, 2°, moet beantwoorden.
  De Koning kan bepalen in welke gevallen en onder welke voorwaarden de geldigheid van het attest bedoeld in het eerste lid, 1°, of de verbintenis bedoeld in het eerste lid, 2°, afhankelijk is van de verplichting om een geldsom te storten in de Deposito- en Consignatiekas of om een bankgarantie te geven. ".
Art. 48. L'article 60 de la même loi est complété par les alinéas suivants :
  " Le Roi fixe les conditions particulières auxquelles doivent répondre l'attestation visée à l'alinéa 1er, 1°, et l'engagement visé à l'alinéa 1er, 2°.
  Le Roi peut fixer les cas dans lesquels et les conditions auxquelles la validité de l'attestation visée à l'alinéa 1er, 1°, ou de l'engagement visé à l'alinéa 1er, 2°, est subordonnée à l'obligation de verser une somme auprès de la Caisse des dépôts et consignations ou de fournir une garantie bancaire. ".
Art. 49. Artikel 61 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 28 juni 1984 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 61. § 1. De Minister kan de vreemdeling die gemachtigd werd om in België te verblijven ten einde er te studeren, het bevel geven om het grondgebied te verlaten :
  1° wanneer hij, rekening houdend met de resultaten, zijn studies op overdreven wijze verlengt;
  2° wanneer hij een winstgevende bedrijvigheid uitoefent die de normale voortzetting van zijn studies kennelijk hindert;
  3° wanneer hij zich zonder geldige reden niet aanmeldt voor de examens.
  Om, rekening houdend met de resultaten, te oordelen over het overdreven karakter van de duur van de studies, moet de Minister of zijn gemachtigde het advies inwinnen van de autoriteiten van de instelling waar de student ingeschreven is en van de instelling waar hij het vorig academie- of schooljaar ingeschreven was.
  Bij het opstellen van haar advies moet de instelling rekening houden met studies die in andere instellingen aangevat werden en met de resultaten die daarbij behaald werden. Deze informatie moet aan de instelling medegedeeld worden door de Minister of zijn gemachtigde.
  Dit advies moet verschaft worden binnen twee maanden nadat het gevraagd is. Het wordt bij een ter post aangetekende brief gericht aan de Minister of zijn gemachtigde, bij gebreke waarvan het bewijs dat de bovenvermelde termijn is nageleefd, door alle wettelijke middelen kan worden geleverd. Na afloop van de gestelde termijn kan de Minister een bevel geven om het grondgebied te verlaten, zonder het advies te moeten afwachten.
  De Koning bepaalt onder welke voorwaarden het eerste lid, 1°, kan worden toegepast.
  § 2. De Minister of zijn gemachtigde kan de vreemdeling die gemachtigd werd om in België te verblijven ten einde er te studeren, het bevel geven om het grondgebied te verlaten :
  1° wanneer hij na afloop van zijn studies zijn verblijf verlengt en niet meer in het bezit is van een regelmatig verblijfsdocument;
  2° wanneer hij geen bewijs meer aanbrengt dat hij over voldoende middelen van bestaan beschikt;
  3° wanneer hij zelf of een lid van zijn gezin bedoeld in artikel 10bis, eerste lid, dat met hem samenleeft, financiële steun genoten heeft, verleend door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, waarvan het totaalbedrag, berekend over een periode van twaalf maanden die voorafgaan aan de maand waarin het bevel om het grondgebied te verlaten genomen wordt, meer dan het drievoudige bedraagt van het maandelijks bedrag van het bestaansminimum, vastgesteld overeenkomstig artikel 2, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op het bestaansminimum en voor zover die hulp niet werd terugbetaald binnen zes maanden na de uitkering van de laatste maandelijkse hulp.
  § 3. Al naargelang van het geval kan de Minister of zijn gemachtigde, onder dezelfde voorwaarden een bevel geven om het grondgebied te verlaten aan de leden van het gezin van de student wier machtiging tot verblijf beperkt is tot de duur van diens studies.
  In al de gevallen vermeldt het bevel om het grondgebied te verlaten welke paragraaf werd toegepast. ".
Art. 49. L'article 61 de la même loi, remplacé par la loi du 28 juin 1984 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 61. § 1er. Le Ministre peut donner l'ordre de quitter le territoire à l'étranger autorise a séjourner en Belgique pour y faire des études :
  1° s'il prolonge ses études de manière excessive compte tenu des résultats;
  2° s'il exerce une activité lucrative entravant manifestement la poursuite normale de ses études;
  3° s'il ne se présente pas aux examens sans motif valable.
  Pour juger du caractère excessif, compte tenu des résultats, de la durée des études, le Ministre ou son délégué doit recueillir l'avis des autorités de l'établissement où l'étudiant est inscrit et de l'établissement où il était inscrit l'année académique ou scolaire précédente.
  Pour rendre son avis, l'établissement doit tenir compte des etudes entreprises et des résultats obtenus dans d'autres établissements. Ces informations seront communiquées à l'établissement par le Ministre ou son délégué.
  Cet avis doit être transmis dans les deux mois suivant la demande qui en est faite. Il est adressé au Ministre ou son délégué, par lettre recommandée à la poste, à défaut de quoi la preuve du respect du délai susmentionné peut être apportée par toutes voies de droit. A l'expiration du délai fixé, le Ministre peut donner l'ordre de quitter le territoire sans devoir attendre l'avis.
  Le Roi détermine les conditions dans lesquelles l'alinéa 1er, 1°, peut être appliqué.
  § 2. Le Ministre ou son délégué peut donner l'ordre de quitter le territoire à l'étranger autorisé à séjourner en Belgique pour y faire des études :
  1° s'il prolonge son séjour au-delà du temps des études et n'est plus en possession d'un titre de séjour régulier;
  2° s'il n'apporte plus la preuve qu'il possède des moyens de subsistance suffisants;
  3° si lui-même ou un membre de sa famille visé à l'article 10bis, alinéa 1er, qui vit avec lui, a bénéficié d'une aide financière octroyée par un centre public d'aide sociale, dont le montant total, calculé sur une période de douze mois précédant le mois au cours duquel l'ordre de quitter le territoire est pris, excède le triple du montant mensuel du minimum des moyens d'existence, fixé conformément à l'article 2, § 1er, de la loi du 7 août 1974 instituant le droit a un minimum de moyens d'existence, et pour autant que cette aide n'a pas été remboursée dans les six mois de l'octroi de la dernière aide mensuelle.
  § 3. Le Ministre ou son délégué, selon les cas, peut, aux mêmes conditions, donner l'ordre de quitter le territoire aux membres de la famille de l'étudiant dont l'autorisation de séjour est limitée à la durée des études de celui-ci.
  Dans tous les cas, l'ordre de quitter le territoire indique le paragraphe dont il est fait application. ".
Art. 50. In artikel 62, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 6 mei 1993, worden de woorden " ambtenaar van het Bestuur van de Openbare Veiligheid " vervangen door de woorden " ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken ".
Art. 50. A l'article 62, alinéa 1er, de la même loi, remplace par la loi du 6 mai 1993, les mots " agent de l'Administration de la Sûreté publique " sont remplacés par les mots " agent de l'Office des etrangers ".
Art. 51. In artikel 63/3 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 6 mei 1993, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 2. De Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of een van zijn adjuncten mag de aangevochten beslissing tevens bevestigen, wanneer de vreemdeling zonder toestemming, de plaats heeft verlaten waar hij met toepassing van artikel 74/6 vastgehouden werd. ".
Art. 51. A l'article 63/3 de la même loi, remplacé par la loi du 6 mai 1993, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
  § 2. Le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides ou un de ses adjoints peut également confirmer la décision contestée lorsque l'étranger a, sans autorisation, quitté le lieu où il était maintenu en application de l'article 74/6. ".
Art. 52. Artikel 63/5, vijfde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 14 juli 1987 en gewijzigd bij de wet van 6 mei 1993, wordt opgeheven.
Art. 52. L'article 63/5, alinéa 5, de la même loi, inséré par la loi du 14 juillet 1987 et modifié par la loi du 6 mai 1993, est abrogé.
Art. 53. In artikel 64 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 14 juli 1987 en bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " in artikel 44 " worden vervangen door de woorden " in de artikelen 44 en 44bis ";
  2° de punten 5° en 6° worden opgeheven.
Art. 53. A l'article 64 de la même loi, modifié par la loi du 14 juillet 1987 et par l'arrêté royal du 13 juillet 1992, sont apportees les modifications suivantes :
  1° les mots " à l'article 44 " sont remplacés par les mots " aux articles 44 et 44bis ";
  2° le 5° et le 6° sont abrogés.
Art. 54. Artikel 68, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992 en bij de wet van 6 mei 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De vreemdeling die het voorwerp is van een der in de artikelen 22, 30, 52bis, derde lid, 54, 63/5, derde lid, 67 en 73 bepaalde veiligheidsmaatregelen, andere dan de vrijheidsberoving, mag, na verloop van en periode van zes maanden, de Minister verzoeken deze maatregel op te heffen. ".
Art. 54. L'article 68, alinéa 1er, de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992 et par la loi du 6 mai 1993, est remplacé par la disposition suivante :
  " L'étranger qui fait l'objet d'une des mesures de sûreté prévues par les articles 22, 30, 52bis, alinéa 3, 54, 63/5, alinéa 3, 67 et 73, autre que la détention, peut, à l'expiration d'une période de six mois, demander au Ministre de lever cette mesure. ".
Art. 55. Artikel 74/4 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 14 juli 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 74/4. De openbare of private vervoerder die een passagier in het Rijk brengt die niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste stukken of die zich bevindt in één van de andere in artikel 3 bedoelde gevallen, moet hem zonder verwijl vervoeren of laten vervoeren naar zijn land van oorsprong of naar elk ander land waar hij toegelaten wordt. De vervoerder is hoofdelijk aansprakelijk met de passagier voor de betaling van diens kosten van terugzending.
  Indien de passagier niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste stukken, is de openbare of private vervoerder bovendien hoofdelijk aansprakelijk met de passagier voor de betaling van diens kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorgen. "
Art. 55. L'article 74/4 de la même loi, inséré par la loi du 14 juillet 1987, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 74/4. Le transporteur public ou privé qui a amené dans le Royaume un passager dépourvu des documents requis par l'article 2 ou se trouvant dans un des autres cas visés à l'article 3, doit le transporter ou le faire transporter sans délai dans le pays d'où il vient ou dans tout autre pays où il peut être admis. Il est solidairement tenu avec le passager de payer les frais de rapatriement de ce dernier.
  En outre, lorsque le passager est dépourvu des documents requis par l'article 2, le transporteur public ou prive est solidairement tenu avec lui de payer les frais d'hébergement, de séjour et de soins de santé. "
Art. 56. In artikel 74/4bis, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 maart 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 4°, worden de woorden " voor toegang tot dat derde land " vervangen door de woorden " voor luchthaventransit in België of voor toegang tot dat derde land ";
  2° in punt 6°, worden de woorden " voor toegang tot dat derde land " vervangen door de woorden " voor de doorreis in België of voor toegang tot dat derde land ".
Art. 56. A l'article 74/4bis, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 8 mars 1995, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 4°, les mots " pour entrer dans ce pays tiers " sont remplacés par les mots " pour transiter en Belgique par la zone aeroportuaire ou pour entrer dans ce pays tiers";
  2° au 6°, les mots " pour entrer dans ce pays tiers " sont remplacés par les mots " pour transiter en Belgique ou pour entrer dans ce pays tiers ".
Art. 57. In het opschrift van Titel IIIter van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 18 juli 1991, worden de woorden " die zich aan de grens bevinden " geschrapt.
Art. 57. Dans l'intitulé du titre IIIter de la même loi, inséré par la loi du 18 juillet 1991, les mots " qui se trouvent à la frontière" sont supprimés.
Art. 58. In artikel 74/5 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1991, worden de §§ 3, 4 en 5, vervangen door de volgende bepalingen :
  " § 3. De duur van de vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats mag twee maanden niet te boven gaan. De Minister of zijn gemachtigde mag echter de vasthouding van de in § 1, 2°, bedoelde vreemdeling, ten aanzien van wie een uitvoerbare beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied of een uitvoerbare bevestigende beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied werd genomen, telkens met een periode van twee maanden verlengen wanneer de nodige stappen om de vreemdeling te verwijderen werden genomen binnen zeven werkdagen, wanneer zij worden voortgezet met de vereiste zorgvuldigheid en de effectieve verwijdering van deze laatste binnen een redelijke termijn nog steeds mogelijk is.
  Na een verlenging kan de in het vorige lid bedoelde beslissing enkel door de Minister genomen worden.
  De totale duur van de vasthouding mag nooit acht maanden te boven gaan.
  § 4. Toegelaten wordt het Rijk binnen te komen :
  1° de in § 1, 2°, bedoelde vreemdeling ten aanzien van wie, bij het verstrijken van de termijn van twee maanden, geen enkele uitvoerbare beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied genomen werd;
  2° de in § 1, 2°, bedoelde vreemdeling ten aanzien van wie een uitvoerbare beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied of een uitvoerbare bevestigende beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied genomen werd, wanneer, bij het verstrijken van de termijn van twee maanden, die eventueel verlengd werd, de Minister of zijn gemachtigde geen enkele beslissing neemt tot verlenging van de termijn;
  3° de vreemdeling, bedoeld in § 1, 2°, die in het totaal gedurende een periode van acht maanden werd vastgehouden.
  § 5. De beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied of de bevestigende beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied, genomen ten opzichte van de vreemdeling bedoeld in § 4, die toegelaten wordt het Rijk binnen te komen, wordt van rechtswege gelijkgesteld met een beslissing tot weigering van verblijf in de zin van artikel 52, § 2, of artikel 63/3, eerste lid.
  Tenzij de wet anders bepaalt, moet deze beslissing een termijn voorzien om het grondgebied te verlaten.
  § 6. Wanneer de vreemdeling bedoeld in § 1, 2°, de plaats waar hij wordt vastgehouden, zonder toestemming verlaat tijdens de termijn waarbinnen een dringend beroep kan worden ingesteld of tijdens de duur van het onderzoek van dat beroep, wordt de beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied die ten opzichte van hem genomen werd, van rechtswege gelijkgesteld met een beslissing tot weigering van verblijf, in de zin van artikel 52, § 2. ".
Art. 58. A l'article 74/5 de la même loi, inséré par la loi du 18 juillet 1991, les §§ 3, 4 et 5 sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " § 3. La durée du maintien dans un lieu déterminé situé aux frontières ne peut excéder deux mois. Le Ministre ou son délégué peut toutefois prolonger le maintien de l'étranger visé au § 1er, 2°, qui fait l'objet d'une décision de refus d'entrée exécutoire ou d'une décision confirmative de refus d'entrée executoire, par période de deux mois, lorsque les demarches nécessaires en vue de l'éloignement de l'étranger ont été entreprises dans les sept jours ouvrables, qu'elles sont poursuivies avec toute la diligence requise et qu'il subsiste toujours une possibilité d'éloigner effectivement l'étranger dans un délai raisonnable.
  Après une prolongation, la décision visée à l'alinéa précédent ne peut plus être prise que par le Ministre.
  La durée totale du maintien ne peut jamais excéder huit mois.
  § 4. Est autorisé à entrer dans le Royaume :
  1° l'étranger visé au § 1er, 2°, qui, à l'expiration du délai de deux mois, n'a fait l'objet d'aucune décision de refus d'entrée exécutoire;
  2° l'étranger visé au § 1er, 2°, qui fait l'objet d'une décision de refus d'entrée exécutoire ou d'une décision confirmative de refus d'entrée exécutoire, lorsque, à l'expiration du délai de deux mois, éventuellement prolongé, le Ministre ou son délégué ne prend aucune décision de prolongation du délai;
  3° l'étranger visé au § 1er, 2°, dont la durée totale du maintien atteint huit mois.
  § 5. La décision de refus d'entrée ou la décision confirmative de refus d'entrée prise à l'égard de l'étranger visé au § 4, qui est autorisé à entrer dans le Royaume, est assimilée de plein droit à une décision de refus de sejour au sens de l'article 52, § 2, ou de l'article 63/3, alinéa 1er.
  Sauf disposition contraire de la loi, cette décision doit être assortie d'un délai pour quitter le territoire.
  § 6. Lorsque l'étranger visé au § 1er, 2°, quitte le lieu où il est maintenu, sans autorisation, pendant le délai ouvert pour l'introduction du recours urgent ou pendant la durée de l'examen de ce recours, la décision de refus d'entrée prise à son égard est assimilée de plein droit à une décision de refus de séjour au sens de l'article 52, § 2. ".
Art. 59. In artikel 74/6 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 mei 1993, worden de §§ 2, 3 en 4 vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. De duur van de vasthouding, waartoe beslist werd met toepassing van § 1, mag twee maanden niet te boven gaan. Wanneer de in § 1 bedoelde vreemdeling het voorwerp uitmaakt van een uitvoerbare beslissing tot weigering van verblijf of van een uitvoerbare bevestigende beslissing tot weigering van verblijf, kan de Minister of zijn gemachtigde echter de vasthouding telkens met een periode van twee maanden verlengen wanneer de nodige stappen om de vreemdeling te verwijderen werden genomen binnen zeven werkdagen, wanneer zij worden voortgezet met de vereiste zorgvuldigheid en wanneer de effectieve verwijdering van deze laatste binnen een redelijke termijn nog steeds mogelijk is.
  Na een verlenging kan de in het voorgaande lid bedoelde beslissing enkel door de Minister genomen worden.
  Na acht maanden te zijn vastgehouden, moet de vreemdeling in vrijheid worden gesteld ".
Art. 59. A l'article 74/6 de la même loi, y inséré par la loi du 6 mai 1993, les §§ 2, 3 et 4 sont remplacés par la disposition suivante :
  " § 2. La durée du maintien décidé en application du § 1er ne peut excéder deux mois. Lorsque l'étranger visé au § 1er fait l'objet d'une décision de refus de séjour ou d'une décision confirmative de refus de séjour exécutoire, le Ministre ou son délégué peut toutefois prolonger son maintien par période de deux mois si les démarches en vue de l'éloignement de l'étranger ont été entreprises dans les sept jours ouvrables, qu'elles sont poursuivies avec toute la diligence requise et qu'il subsiste toujours une possibilité d'éloigner effectivement l'étranger dans un délai raisonnable.
  Après une prolongation, la décision visée à l'alinéa précédent ne peut plus être prise que par le Ministre.
  Après huit mois de maintien, l'étranger doit être mis en liberté ".
Art. 60. In dezelfde wet wordt een artikel 74/7 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 74/7. De politiediensten kunnen een vreemdeling die geen houder is van de bij de wet vereiste identiteitsstukken of documenten vatten en hem onderwerpen aan een maatregel van bestuurlijke aanhouding, in afwachting van een beslissing van de Minister of zijn gemachtigde. De vrijheidsbeneming mag niet langer dan vierentwintig uur duren. ".
Art. 60. Un article 74/7, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 74/7. Les services de police peuvent saisir un étranger qui n'est pas porteur des pièces d'identité ou des documents prevus par la loi et le soumettre à une mesure d'arrestation administrative, dans l'attente d'une décision du Ministre ou de son délégué. La durée de la privation de liberté ne peut dépasser vingt-quatre heures. ".
Art. 61. In dezelfde wet wordt een artikel 74/8 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 74/8. § 1. De nodige maatregelen kunnen worden genomen opdat de betrokkene de plaats waar hij wordt opgesloten overeenkomstig de artikelen 7, derde lid, en 27, derde lid, of ter beschikking wordt gesteld van de regering overeenkomstig artikel 25, vierde lid, of wordt vastgehouden overeenkomstig artikel 74/5, § 1, en 74/6, § 1, niet zonder de vereiste toestemming verlaat.
  § 2. De Koning kan het regime en de werkingsmaatregelen bepalen die toepasbaar zijn op de plaats waar de vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking van de regering wordt gesteld of wordt vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in § 1.
  § 3. De Koning kan het regime en de regels bepalen die van toepassing zijn op de overbrenging van vreemdelingen bedoeld in § 1.
  § 4. Aan de vreemdelingen, die zijn opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden in de plaatsen bedoeld in § 1, kan worden toegestaan in deze plaatsen arbeid te verrichten tegen vergoeding.
  De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de voorwaarden waaronder deze arbeid wordt gepresteerd en waaronder daarbij kan worden afgeweken van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en van het koninklijk besluit nr. 34 van 20 juli 1967 betreffende de tewerkstelling van werknemers van vreemde nationaliteit. ".
Art. 61. Un article 74/8, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 74/8. § 1er. Les dispositions nécessaires peuvent être prises afin d'assurer que l'intéressé ne quitte pas, sans l'autorisation requise, le lieu où il est détenu en application des articles 7, alinéa 3, et 27, alinéa 3, mis à la disposition du Gouvernement en application de l'article 25, alinéa 4, ou maintenu en application des articles 74/5, § 1er, et 74/6, § 1er.
  § 2. Le Roi peut fixer le régime et les règles de fonctionnement applicables au lieu où l'étranger est détenu, mis à la disposition du Gouvernement ou maintenu, en application des dispositions visées au § 1er.
  § 3. Le Roi peut fixer le régime et les règles relatives au transferement de l'étranger visé au § 1er.
  § 4. Les étrangers détenus, mis à la disposition du Gouvernement ou maintenus dans les lieux visés au § 1er, peuvent être autorisés à fournir des prestations de travail contre rémunération dans ces lieux.
  Le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des ministres les conditions auxquelles ces prestations sont exécutées et auxquelles il peut être dérogé à cet égard à la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémuneration des travailleurs, à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ainsi qu'à l'arrêté royal n° 34 du 20 juillet 1967 relatif à l'occupation de travailleurs de nationalité étrangère. ".
Art. 62. In artikel 77 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 juni 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden na de woorden " in de feiten die ze voltooid hebben " de volgende woorden ingevoegd :
  " of hij die wetens en willens een vreemdeling helpt of poogt te helpen het grondgebied van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, binnen te komen of aldaar te verblijven, zulks in strijd met de wetgeving van deze Staat betreffende de binnenkomst en het verblijf van vreemdelingen ";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " Indien de hulp of bijstand aan de vreemdeling verleend wordt uit louter humanitaire overwegingen, is het vorige lid niet van toepassing. ".
Art. 62. A l'article 77 de la même loi, modifié par la loi du 1er juin 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, sont insérés après les mots " les faits qui les ont consommes " les mots suivants :
  " ou quiconque sciemment aide ou tente d'aider un étranger à pénétrer ou à séjourner sur le territoire d'un Etat partie à une convention internationale relative au franchissement des frontières extérieures, liant la Belgique, en violation de la législation de cet Etat relative à l'entrée et au séjour des étrangers ";
  2° il est inséré, entre les alinéas 1er et 2, un alinea, libellé comme suit :
  " L'alinéa précédent ne s'applique pas si l'aide ou l'assistance est offerte à l'étranger pour des raisons purement humanitaires. ".
Art. 63. In artikel 79 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 14 juli 1987 en bij de wet van 6 mei 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " met een geldboete van een frank tot vijfentwintig frank " vervangen door de woorden " met een geldboete van zesentwintig frank tot vijfhonderd frank ";
  2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden " artikelen 5, 12 of 17 " vervangen door de woorden " artikelen 5, 12, 17 of 41bis ";
  3° in het tweede lid worden de woorden " artikelen 5, 12 of 17 " vervangen door de woorden " artikelen 5, 12, 17 of 41bis ".
Art. 63. A l'article 79 de la même loi, modifié par la loi du 14 juillet 1987 et par la loi du 6 mai 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " d'une peine de un franc à vingt-cinq francs " sont remplacés par les mots " d'une peine de vingt-six francs à cinq cents francs ";
  2° à l'alinéa 1er, 2°, les mots " articles 5, 12 ou 17 " sont remplacés par les mots " articles 5, 12, 17 ou 41bis ";
  3° à l'alinéa 2, les mots " articles 5, 12 ou 17 " sont remplacés par les mots " articles 5, 12, 17 ou 41bis ".
Art. 64. In artikel 81, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden " ambtenaren van het Bestuur van de Openbare Veiligheid " vervangen door de woorden " ambtenaren van de Dienst Vreemdelingenzaken ".
Art. 64. A l'article 81, alinéa 1er, de la même loi, les mots " agents de l'administration de la Sûreté publique " sont remplacés par les mots " agents de l'Office des étrangers ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale.
Art. 65. Artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij de wet van 30 december 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. In afwijking van de andere bepalingen van deze wet, is de taak van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beperkt tot het verlenen van dringende medische hulp, wanneer het gaat om een vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft.
  De Koning kan bepalen wat onder dringende medische hulp begrepen moet worden.
  Een vreemdeling die zich vluchteling heeft verklaard en heeft gevraagd om als dusdanig te worden erkend, verblijft illegaal in het Rijk wanneer de asielaanvraag is geweigerd en aan de betrokken vreemdeling een uitvoerbaar bevel om het grondgebied te verlaten is betekend.
  De maatschappelijke dienstverlening aan een vreemdeling die werkelijk steuntrekkende was op het ogenblik dat hem een uitvoerbaar bevel om het grondgebied te verlaten werd betekend, wordt, met uitzondering van de dringende medische hulpverlening, stopgezet de dag dat de vreemdeling daadwerkelijk het grondgebied verlaat, en ten laatste de dag van het verstrijken van de termijn van het bevel om het grondgebied te verlaten.
  Van het bepaalde in het voorgaande lid wordt afgeweken gedurende de termijn die strikt noodzakelijk is om de vreemdeling in staat te stellen het grondgebied te verlaten, voor zover hij een verklaring heeft ondertekend die zijn uitdrukkelijke intentie het grondgebied zo snel mogelijk te willen verlaten, weergeeft; deze termijn mag in geen geval een maand overschrijden.
  De hierboven vermelde intentieverklaring kan slechts eenmaal worden ondertekend. Het centrum verwittigt zonder verwijl de Minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, evenals de betrokken gemeente, van de ondertekening van de intentieverklaring. "
Art. 65. L'article 57, § 2, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale, modifié par la loi du 30 décembre 1992, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Par dérogation aux autres dispositions de la présente loi, la mission du centre public d'aide sociale se limite à l'octroi de l'aide médicale urgente, à l'egard d'un etranger qui séjourne illégalement dans le Royaume.
  Le Roi peut déterminer ce qu'il y a lieu d'entendre par aide médicale urgente.
  Un étranger qui s'est déclaré réfugié et a demandé à être reconnu comme tel, séjourne illégalement dans le Royaume lorsque la demande d'asile a été rejetée et qu'un ordre de quitter le territoire exécutoire a été notifié à l'étranger concerné.
  L'aide sociale accordée à un étranger qui était en fait bénéficiaire au moment où un ordre de quitter le territoire exécutoire lui a été notifié, est arrêtée, à l'exception de l'aide médicale urgente, le jour où l'étranger quitte effectivement le territoire et, au plus tard, le jour de l'expiration du délai de l'ordre de quitter le territoire.
  Il est dérogé aux dispositions de l'alinéa précédent pendant le délai strictement nécessaire pour permettre à l'étranger de quitter le territoire, pour autant qu'il ait signé une déclaration attestant son intention explicite de quitter le plus vite possible le territoire, sans que ce délai ne puisse en aucun cas excéder un mois.
  La déclaration d'intention précitée ne peut être signée qu'une seule fois. Le centre informe sans retard le Ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers dans ses compétences, ainsi que la commune concernée, de la signature de la declaration d'intention. "
Art. 66. In artikel 57ter van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 30 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " maar door de Staat " worden geschrapt;
  2° het artikel wordt aangevuld met een tweede en een derde lid, luidend als volgt :
  " In afwijking van artikel 57, § 1, kan de asielzoeker aan wie met toepassing van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, een door de Staat georganiseerd centrum of een plaats waar hulpverlening wordt verstrekt op verzoek en op kosten van de Staat, als verplichte plaats van inschrijving is aangewezen, alleen in dat centrum of op die plaats maatschappelijke dienstverlening verkrijgen. Deze maatschappelijke dienstverlening, waarvan de Koning de nadere regels kan bepalen, moet de betrokkene in staat stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. De Koning kan, voor de periodes die Hij bepaalt, deze bepaling toepasbaar maken op andere categorieën van asielzoekers.
  Het Rode Kruis van België en de verenigingen die voldoen aan de voorwaarden die de Koning bepaalt, kunnen door de Minister tot wiens bevoegdheid de Maatschappelijke Integratie behoort, ermee worden belast maatschappelijke dienstverlening te verstrekken aan asielzoekers, op kosten van de Staat en volgens de bij overeenkomst vastgelegde regels. Bij het begin van elk kalenderjaar en indien de overeenkomst niet is opgezegd, hebben het Rode Kruis of de in de voorgaande zin bedoelde verenigingen recht op de betaling van een voorschot, gelijk aan tenminste één vierde van het bedrag waarop zij het voorgaande jaar recht hadden. Dit voorschot wordt betaald uiterlijk op 31 maart. De draagwijdte van de overeenkomst kan worden uitgebreid tot andere categorieën van vreemdelingen. ".
Art. 66. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 57ter de la même loi, inséré par la loi du 30 décembre 1992 :
  1° les mots " mais par l'Etat " sont supprimés;
  2° l'article est complété par un deuxième et un troisième alinéa, libellés comme suit :
  " Par derogation à l'article 57, § 1er, le demandeur d'asile auquel a été désigné comme lieu obligatoire d'inscription en application de l'article 54 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, un centre que l'Etat organise ou un lieu où une aide est fournie à la demande de l'Etat et à ses frais, ne peut obtenir l'aide sociale que dans ce centre ou dans ce lieu. Cette aide sociale dont le Roi peut fixer les modalités, doit permettre à l'intéressé de mener une vie conforme à la dignité humaine. Le Roi peut, pour les périodes qu'il détermine, rendre cette disposition applicable à d'autres catégories de demandeurs d'asile.
  La Croix-Rouge de Belgique et les associations qui satisfont aux conditions fixées par le Roi, peuvent être chargées par le Ministre qui a l'Intégration sociale dans ses attributions, de dispenser l'aide sociale à des demandeurs d'asile, aux frais de l'Etat, selon des règles fixées par contrat. Au début de chaque année civile, si le contrat n'est pas dénoncé, la Croix-Rouge ou les associations visées a la phrase précédente, ont droit au paiement d'une avance correspondant au moins au quart du montant auquel elles ont eu droit l'année précédente. Cette avance sera payée au plus tard le 31 mars. La portée du contrat peut être etendue à d'autres catégories d'étrangers. ".
Art. 67. Artikel 60, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Het centrum dat een asielzoeker steunt die niet daadwerkelijk verblijft op het grondgebied van de gemeente die het centrum bedient, kan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de werkelijke verblijfplaats van de betrokken asielzoeker verzoeken het sociaal onderzoek uit te voeren. Dit laatste centrum is ertoe gehouden het verslag van het sociaal onderzoek over te zenden aan het centrum dat erom vraagt, binnen de door de Koning vastgestelde termijn. De Koning kan het tarief bepalen waarmee het verzoekend centrum de prestaties vergoedt van het centrum dat het sociaal onderzoek heeft uitgevoerd. De Koning kan ook de minimale voorwaarden bepalen waaraan het sociaal onderzoek van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de werkelijke verblijfplaats, evenals het verslag ervan, moeten voldoen. ".
Art. 67. L'article 60, § 1er, de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
  " Le centre qui aide un demandeur d'asile qui ne reside pas effectivement sur le territoire de la commune que le centre dessert, peut demander au centre public d'aide sociale du lieu de résidence effective du demandeur d'asile concerné d'effectuer l'enquête sociale. Ce dernier centre est tenu de communiquer le rapport de l'enquête sociale au centre demandeur dans le délai fixé par le Roi. Le Roi peut déterminer le tarif en fonction duquel le centre demandeur rémunère les prestations du centre qui a effectue l'enquête sociale. Le Roi peut aussi déterminer les conditions minimales auxquelles doivent répondre l'enquête sociale du centre public d'aide sociale de la résidence effective, ainsi que le rapport y relatif. ".
HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions transitoires.
Art. 68. Artikel 41, § 3, van de wet van 6 mei 1993 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wordt opgeheven.
Art. 68. L'article 41, § 3, de la loi du 6 mai 1993 modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, est abroge.
Art. 69. § 1. Vanaf haar inwerkingtreding is deze wet van toepassing op alle bij haar bepalingen bedoelde toestanden.
  § 2. In de hierna volgende gevallen wordt evenwel afgeweken van het principe vermeld onder § 1 :
  1° de regels vermeld in artikel 7 van deze wet zijn van toepassing op de attesten van tenlasteneming die worden ondertekend na de datum van inwerkingtreding van deze wet;
  2° artikel 12 is van toepassing op de aanvragen tot verblijf die ingediend worden na de datum van inwerkingtreding van deze wet;
  3° de artikelen 32, 33 en 34 van deze wet zijn van toepassing op de asielverzoeken en de verzoeken tot overname die ingediend worden na de datum van inwerkingtreding van deze wet;
  4° het door deze wet gewijzigd artikel 57 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, blijft van toepassing op de aanvragen, ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet;
  5° de procedure bepaald in artikel 64, eerste lid, 5° en 6°, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, blijft van toepassing op de beslissingen over de aanvragen om als vluchteling gelijkgesteld te worden, ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet.
  § 3. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, treedt de regeling inzake de beperking van de maximumduur tot acht maanden van de termijn van opsluiting, vasthouding of terbeschikkingstelling van de Regering, zoals bepaald in de door deze wet ingevoegde artikelen 7, zesde lid, 25, zesde lid, 29, vierde lid, 74/5, § 3, derde lid, en § 4, 3°, en 74/6, § 2, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in werking op 1 januari 1998.
  De Minister moet de regeling inzake de onbeperkte duur van de termijn van opsluiting, vasthouding of terbeschikkingstelling van de regering, zoals bepaald in de door deze wet ingevoegde artikelen 7, vierde lid, 25, vierde lid, 29, tweede lid, 74/5, § 3, eerste lid, en 74/6, § 2, eerste lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, evalueren en het resultaat van deze evaluatie, drie maanden voor de inwerkingtreding van de in het vorige lid vermelde regeling, aan de federale Kamers voorleggen. ".
  
Art. 69. § 1. Dès son entrée en vigueur, la présente loi est applicable à toutes les situations visées par ses dispositions.
  § 2. Dans les cas mentionnés ci-après, il est toutefois dérogé au principe prévu au § 1er :
  1° les règles prévues à l'article 7 de la présente loi sont applicables aux attestations de prise en charge qui sont signées apres la date de l'entrée en vigueur de la présente loi;
  2° l'article 12 est applicable aux demandes de séjour introduites après la date de l'entrée en vigueur de la présente loi;
  3° les articles 32, 33 et 34 de la présente loi sont applicables aux demandes d'asile et aux demandes de reprise en charge, introduites après la date d'entrée en vigueur de la présente loi;
  4° l'article 57 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, modifié par la présente loi, s'applique également aux demandes introduites avant la date de l'entrée en vigueur de la présente loi;
  5° la procédure fixée à l'article 64, alinéa 1er, 5° et 6°, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, est également applicable aux décisions prises sur les demandes d'être assimilé au réfugié, introduites avant la date de l'entrée en vigueur de la présente loi.
  § 3. Sauf dispositions légales contraires, la règle relative à la limitation du délai de détention, de mise à la disposition du Gouvernement ou de maintien, à une durée maximale de huit mois, prévue dans les articles 7, alinéa 6, 25, alinéa 6, 29, alinéa 4, 74/5, § 3, alinéa 3, et § 4, 3°, et 74/6, § 2, alinéa 3, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, insérés par la présente loi, entre en vigueur le 1er janvier 1998.
  Le Ministre doit procéder à une évaluation de la règle relative à la durée illimitée du délai de détention, de mise à la disposition du Gouvernement ou de maintien, prévue dans les articles 7, alinéa 4, 25, alinéa 4, 29, alinéa 2, 74/5, § 3, alinéa 1er, et 74/6, § 2, alinéa 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, insérés par la présente loi, et doit soumettre le résultat de cette évaluation aux Chambres fédérales trois mois avant l'entrée en vigueur de la règle visée à l'alinéa précédent. ".
  
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE IV. - Entrée en vigueur.
Art. 70. Met uitzondering van dit artikel treden de bepalingen van deze wet in werking op de door de Koning vast te stellen data en uiterlijk op de eerste dag van de zevende maand volgend op die waarin ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 15 juli 1996.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  J. VANDE LANOTTE
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  De Minister van Volksgezondheid,
  M. COLLA
  De Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie,
  J. PEETERS
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
Art. 70. A l'exception du présent article, les dispositions de la présente loi entrent en vigueur aux dates à fixer par le Roi et au plus tard le premier jour du septième mois suivant celui de sa publication au Moniteur belge.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 15 juillet 1996.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Intérieur,
  J. VANDE LANOTTE
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK
  Le Ministre de la Santé publique,
  M. COLLA
  Le Secrétaire d'Etat à l'Intégration sociale,
  J. PEETERS
  Scellé du sceau de l'Etat :
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK