Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 FEBRUARI 1995. - Koninklijk besluit nr. 704 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 699 van 15 februari 1995 houdende toekenning van een aanvullende vergoeding aan de militairen van de land -, lucht- en zeemacht en van de medische dienst die deelnemen aan de vredesoperatie van de Verenigde Naties in de Westelijke Sahara.
Titre
15 FEVRIER 1995. - Arrêté royal n° 704 modifiant l'arrêté royal n° 699 du 15 février 1995 attribuant une indemnité complémentaire aux militaires des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical participant à l'opération de paix des Nations Unies au Sahara occidental.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Artikel 2, § 2 van het koninklijk besluit nr. 699 van 15 februari 1995 houdende toekenning van een aanvullende vergoeding aan de militairen van de land-, lucht- en zeemacht en van de medische dienst die deelnemen aan de vredesoperatie van de Verenigde Naties in de Westelijke Sahara wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 2. Voor de duur van de opdracht worden alle andere specifieke regelingen inzake toelagen en vergoedingen toepasselijk op de militairen van de land-, lucht- en zeemacht en van de medische dienst, opgeschort ten aanzien van de deelnemers, met uitzondering van de toelagen en vergoedingen waarvan sprake in :
  1° de artikelen 183, 184 en 185 van het besluit van de Regent van 25 januari 1950 betreffende het stelsel der vergoedingen voor onkosten aan kleding en uitrusting van de militairen van het landleger, de luchtmacht, de zeemacht en de rijkswacht, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 mei 1965, 1 maart 1977 en 15 maart 1988;
  2° in het hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland. In afwijking van artikel 8, § 2, 3e alinea, wordt de vergoeding voor vaste dienst ten belope van de helft behouden, zelfs indien de duur van de deelneming aan de operatie 3 maanden overschrijdt, voor zover de militair ten zetel van de instelling geen kosteloze huisvesting geniet;
  3° het koninklijk besluit van 16 december 1969 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige militairen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 december 1973, 8 april 1974, 15 maart 1988 en 21 maart 1991;
  4° in het koninklijk besluit van 22 december 1970 betreffende de toekenning van een toelage aan de officieren-geneesheren, -veeartsen, -apothekers en -tandartsen in dienst in het buitenland, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1977;
  5° in het koninklijk besluit van 29 januari 1974 tot vaststelling van het stelsel der toelagen en premies verschuldigd aan de militairen die deelnemen aan de luchtdienst van de krijgsmachtdelen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 oktober 1975, 1 maart 1977, 15 maart 1988 en 19 november 1990;
  6° in het koninklijk besluit van 27 mei 1975 betreffende de tegemoetkoming van de Staat in sommige begrafeniskosten van militairen die in werkelijke dienst overleden zijn;
  7° artikel 5 van het koninklijk besluit van 1 maart 1977 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen en de met militairen gelijksgestelde personen die bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland in dienst zijn of daarbij op dienstreis zijn. Daarenboven blijft de in het bovenvermelde artikel 5 beoogde vergoeding in haar geheel toegekend aan de militairen waarvan het gezin in de Bondsrepubliek Duitsland gevestigd is;
  8° artikel 11 van het koninklijk besluit van 1 maart 1977 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de Militairen en de met militairen gelijkgestelde personen die bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland in dienst zijn of daarbij op dienstreis zijn;
  9° artikel 17, § 1 en artikel 24 van het koninklijk besluit van 23 november 1982 houdende bezoldigingsregeling van de militairen;
  10° tabel 1 als bijlage aan het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel van het Departement van Landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard;
  11° tabel 2, punt 1 als bijlage aan het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel van het Departement van Landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard."
Article 1. L'article 2, § 2 de l'arrêté royal n° 699 du 15 février 1995 attribuant une indemnité complémentaire aux militaires des forces .terrestre, aérienne et navale et du service médical participant à l'opération de paix des Nations Unies au Sahara occidental est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 2. Pour la durée de la mission, toute autre réglementation spécifique afférente aux allocations et indemnités applicable aux militaires des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical est suspendue à l'égard des participants, à l'exclusion des allocations et indemnités dont question :
  1° aux articles 183, 184 et 185 de l'arrêté du Régent du 25 janvier 1950 relatif au régime d'indemnisation pour frais de tenue et d'équipement des militaires de l'armée de terre, de la force aérienne et de la gendarmerie, modifié par les arrêtés royaux des 18 mai 1965, 1er mars 1977 et 15 mars 1988 ;
  2° au chapitre II de l'arrêté royal du 15 janvier 1962 fixant le régime d'indemnisation applicable aux militaires accomplissant des déplacements de service à l'extérieur du Royaume. Par dérogation à l'article 8, § 2, 3e alinéa, l'indemnité de service permanent est maintenue à concurrence de la moitié, même lorsque la durée de participation à l'opération excède 3 mois, pour autant que le militaire ne bénéficie pas au siège de l'organisme du logement gratuit ;
  3° dans l'arrêté royal du 16 décembre 1969 réglant l'octroi d'une indemnité pour frais funéraires en cas de décès de certains militaires, modifié par les arrêtés royaux des 13 décembre 1973, 8 avril 1974, 15 mars 1988 et 21 mars 1991 ;
  4° dans l'arrêté royal du 22 décembre 1970 relatif à l'octroi d'une allocation aux officiers médecins, vétérinaires, pharmaciens et dentistes en service à l'étranger, modifié par l'arrêté royal du 1er mars 1977 ;
  5° dans l'arrêté royal du 29 janvier 1974 fixant le régime des allocations et primes dues aux militaires participant au service aérien d'une des forces armées, modifié par les arrêtés royaux des 15 octobre 1975, 1er mars 1977, 15 mars 1988 et 19 novembre 1990 ;
  6° dans l'arrêté royal du 27 mai 1975 relatif à l'intervention de l'Etat dans certains frais funéraires de militaires décédés en activité ;
  7° à l'article 5 de l'arrêté royal du 1er mars 1977 fixant le régime d'indemnisation applicable aux militaires et aux personnes assimilées aux militaires en service aux forces belges en République fédérale d'Allemagne ou accomplissant des déplacements de service auprès de ces forces. En outre, l'indemnité visée à l'article 5 susmentionné continue à être due dans son entièreté aux militaires dont la famille est installée en République fédérale d'Allemagne ;
  8° à l'article 11 de l'arrêté royal du 1er mars 1977 fixant le régime d'indemnisation applicable aux militaires et aux personnes assimilées aux militaires en service aux forces belges en République fédérale d'Allemagne ou accomplissant des déplacements de service auprès de ces forces ;
  9° à l'article 17, § 1er et à l'article 24 de l'arrêté royal du 23 novembre 1982 portant le statut pécuniaire des militaires ;
  10° au tableau 1 annexé à l'arrêté royal du 21 janvier 1971 relatif à l'octroi d'allocations aux membres des forces armées, ainsi qu'à certains membres civils du département de la Défense nationale, pour certains travaux ou prestations qui revêtent un caractère spécialement dangereux ou insalubre ;
  11° au tableau 2, point 1 annexé à l'arrêté royal du 21 janvier 1971 relatif à l'octroi d'allocations aux membres des forces armées, ainsi qu'à certains membres civils du département de la Défense nationale, pour certains travaux ou prestations qui revêtent un caractère spécialement dangereux ou insalubre.".
Art.2. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.2. Notre Ministre de la Défense nationale est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 1993.
  Gegeven te Brussel, 15 februari 1995.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Landsverdediging,
  K. PINXTEN
  De Minister van Begroting,
  H. VAN ROMPUY
Art. 3. Le présent arrêté produit ses effets au 1er juin 1993.
  Donné à Bruxelles, le 15 février 1995.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Défense nationale,
  K. PINXTEN
  Le Ministre du Budget,
  H. VAN ROMPUY