Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 DECEMBER 1994. - Omzendbrief nr. 400. - Uitoefening van hogere functies.
Titre
14 DECEMBRE 1994. - Circulaire n° 400. - Exercice des fonctions supérieures.
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel M.
Article M. .
Art. 1M. In het licht van het koninklijk besluit van 14 september 1994 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 2, 3 en 4 en gelet op het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen, verzoek ik U hierna de nodige verduidelijkingen te vinden omtrent de vaststelling van de toelage voor de uitoefening van hogere functies.
Art. 1M. Dans le cadre de l'arrêté royal du 14 septembre 1994 portant simplification de la carrière de certains agents des administrations de l'Etat appartenant aux niveaux 2, 3 et 4 et compte tenu de l'arrêté royal du 8 août 1983 relatif à l'exercice d'une fonction supérieure dans les administrations de l'Etat, je vous prie de prendre connaissance des instructions ci-après pour ce qui concerne l'octroi de l'allocation pour l'exercice de fonctions supérieures.
Art. 2M. De toekenning van een hoger ambt in de niveaus 4, 3 en 2 is, mits deze functioneel verantwoord is, vanaf 18 oktober 1994, nog slechts juridisch mogelijk in de volgende gevallen :
  - van een bijzondere graad naar een bijzondere graad van een hogere rang;
  - van een gemene graad naar een gemene graad van een hogere rang, voor zover de nieuwe bevorderingsgraad niet van rang is veranderd, uitgezonderd wanneer de oude benaming van de bevorderingsgraad ongewijzigd werd behouden (bijvoorbeeld bestuurschef);
  - van een gemene of bijzondere graad naar een wervingsgraad van het hoger niveau, voor zover verleend binnen de beperkingen van artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983.
  2.1. Voorbeeld :
  Een bestuursassistent kan aangeduid worden voor het uitoefenen van een hoger ambt in de graad van bestuurschef (R 22), een graad voorheen ingedeeld in de rang 24, mits hij zich in al de bevorderingsvoorwaarden, inzonderheid deze opgelegd bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1994, bevindt.
  - 2.2. Andere voorbeelden :
  Deze voorbeelden gaan uit van de veronderstelling dat de ambtenaar zich steeds in al de vereiste bevorderingsvoorwaarden bevindt.
  1° een ambtenaar van niveau 4, bekleed met de graad van arbeider (rang 40) zou nog een hoger ambt in de graad van geschoold arbeider (R 42) bekomen;
  2° een ambtenaar van niveau 4, bekleed met de graad van beambte (R 42) of van geschoold arbeider (R 42) zou nog een hoger ambt in een graad van de rang 30 kunnen uitoefenen;
  3° een ambtenaar van niveau 3, bekleed met de graad van vakman (R 30) zou nog een hoger ambt in de graad van werkmeester (R 32) kunnen uitoefenen;
  4° aan een ambtenaar van niveau 3, bekleed met de graad van werkmeester (R 32) zou nog een hoger ambt in een graad van de rang 20 kunnen worden verleend (bijvoorbeeld technicus).
Art. 2M. A condition qu'elle soit fonctionnellement justifiée, la désignation pour l'exercice d'une fonction supérieure dans les niveaux 4, 3 et 2 n'est, à partir du 18 octobre 1994, juridiquement plus possible que dans les cas suivants :
  - d'un grade particulier à un autre grade particulier d'un rang supérieur;
  - d'un grade commun à un autre grade commun d'un rang supérieur. La désignation ne reste possible que pour autant que le nouveau grade n'ait pas changé de rang, sauf si l'ancienne dénomination du grade de promotion a été maintenue (par exemple chef administratif);
  - d'un grade commun ou particulier à un grade de recrutement du niveau supérieur, dans les limites de l'article 3, § 2, deuxième alinéa, de l'arrêté royal du 8 août 1983.
  2.1. Exemple :
  Un assistant administratif peut être désigné pour l'exercice d'une fonction supérieure dans le grade de chef administratif (R 22), classé auparavant au rang 24, pour autant qu'il remplisse toutes les conditions de promotion notamment celles définies par l'arrêté royal du 14 septembre 1994 précité.
  2.2. Autres exemples :
  Ces exemples sont basés sur l'hupothèse que l'agent remplisse toutes les conditions de promotion.
  1° un agent de niveau 4, revêtu du grade d'ouvrier (R 40) peut être désigné pour l'exercice d'une fonction supérieure d'ouvrier qualifié (R 42);
  2° un agent du niveau 4, revêtu du grade d'agent administratif (R 42) ou du grade d'ouvrier qualifié (R 42) peut être désigné pour l'exercice d'une fonction supérieure dans un grade du rang 30;
  3° un agent du niveau 3, revêtu d'un grade d'ouvrier spécialiste (R 30) peut être désigné pour l'exercice d'une fonction supérieure de chef d'atelier (R 32);
  4° un agent du niveau 3, revêtu du grade de chef d'atelier (R 32) peut être désigné pour l'exercice d'une fonction supérieure dans un grade du rang 20 (par exemple technicien).
Art. 3M. Het is dus uitgesloten hogere functies toe te kennen in een hogere weddeschaal verbonden aan dezelfde graad.
Art. 3M. Il est dès lors exclu d'octroyer des fonctions supérieures dans une échelle de traitement supérieure reliée à un même grade.
Art. 4M. Ik vestig meer in het bijzonder uw aandacht op het volgende :
  4.1. De herwaardering van de loopbanen van de ambtenaren van de niveaus 4, 3 en 2, inzonderheid de daaruit voortvloeiende geldelijke herwaardering, geldt uitsluitend de werkelijke graad.
  Voorbeeld :
  Een onderbureauchef die op 1 januari 1994 of daarna de hogere functie van bestuurschef bekleedde, wordt op die datum in zijn werkelijke graad geherwaardeerd (onderbureauchef met weddeschaal 22/4 - bestuursassistent met weddeschaal 20 E). De weddeschaal van de hogere functie blijft daarentegen vanaf 1 januari 1994 onveranderd vastgesteld in de schaal 24/1. Voor de hogere functies die daarentegen vanaf 18 oktober 1994 worden verleend aan kandidaten, die aan alle door het koninklijk besluit van 14 september 1994 in de graad van bestuurschef gestelde voorwaarden voldoen, wordt de wedde verbonden aan de graad van de hogere functie ingeschaald in de 22 A.
  Omwille van het feit dat de ambtenaar op 1 januari 1994 of later een hoger ambt bekleedde, zijn er in zijn werkelijke graad in de nieuwe weddeschaal 20 E geen achterstallen te vereffenen.
  4.2. Op de bij koninklijk besluit van 14 september 1994 aangepaste wedde van de werkelijke graad is de ambtenaar, zonder dat dit enigerlei afbreuk doet aan de toepassing van artikel 151, § 2, van voornoemd besluit, bijdragen ten behoeve van de overlevingspensioenen (7,5 %) en ten behoeve van de ziekteverzekering, sector gezondheidszorgen (3,55 %), verschuldigd.
  Hierna enkele toepassingen :
  Voorbeeld 1 :
  Een bestuurschef die 11 jaar nuttige anciënniteit heeft en die op 1 januari 1994 de hogere functie van bestuurssecretaris bekleedde, verkrijgt op die datum in zijn werkelijke graad de weddeschaal 22 A. De weddeschaal van de graad van de hogere functie blijft op dezelfde datum onveranderd : 10/1.
  Omwille van het feit dat de ambtenaar op 1 januari 1994 een hoger ambt bekleedde, zijn er in zijn werkelijke graad in de nieuwe weddeschaal 22 A geen achterstallen te vereffenen.
  Niettemin wordt de verschuldigde bijdrage, ingeval van een waarnemingstoelage, over de 10 verstreken maanden januari - oktober 1994 als volgt vastgesteld :
Art. 4M. Je tiens particulièrement à attirer votre attention sur les éléments suivants :
  4.1. La simplification des carrières des agents des niveaux 4, 3 et 2, et plus spécialement la revalorisation pécuniaire qui en découle, concerne uniquement les grades effectifs.
  Exemple :
  Un sous-chef de bureau qui, au 1er janvier 1994 ou plus tard, assumait les fonctions supérieures de chef administratif est, à cette date, revalorisé dans son grade effectif (sous-chef de bureau avec l'échelle 22/4 - assistant administratif avec l'échelle 20 E). L'échelle de traitement de la fonction supérieure reste cependant, à partir du 1er janvier 1994, inchangée dans l'échelle 24/1. Par contre, pour les fonctions supérieures qui seront octroyées, après le 18 octobre 1994, aux candidats qui remplissent toutes les conditions requises pour ce grade dans l'arrêté royal du 14 septembre 1994, le traitement du grade de la fonction supérieure est relié à l'échelle 22 A.
  Etant donné que l'agent occupait des fonctions supérieures au 1er janvier 1994 ou plus tard, il n'y a pas lieu de lui accorder d'arriérés dans l'échelle 20 E de son nouveau grade effectif.
  4.2. Sans préjudice de l'application de l'article 151, § 2, de l'arrêté royal du 14 septembre 1994, les retenues pour la pension de survie (7,5 %) et pour l'assurance maladie invalidité (3,55 %) sont dues sur le traitement modifié par cet arrêté royal.
  Voici quelques cas d'application :
  Exemple 1 :
  Un chef administratif qui a 11 ans d'ancienneté utile et qui, au 1er janvier 1994, remplit les fonction supérieures de secrétaire d'administration, reçoit à cette date l'échelle 22 A dans son grade effectif. L'échelle du grade de la fonction supérieure à cette date est inchangée : 10/1.
  Etant donné que l'agent occupait des fonctions supérieures au 1er janvier 1994, il n'y a pas lieu de lui accorder d'arriérés dans l'échelle 22 A de son nouveau grade effectif.
  Toutefois, le montant de la cotisation due, en cas d'une allocation d'intérim, pour les 10 mois (janvier - octobre 1994) est calculé comme suit :
           (835 965) (*) - 825 487 (**) x 288 x 1,1262)
           

Wijzigingen

x 0,1105 (*+*) =
360
(*) weddeschaal 22 A met 11 jaar nuttige ancienniteit
(**) weddeschaal 24/1 met 11 jaar nuttige ancienniteit
(*+*) pensioenbijdrage 7,5 % + ZV 3,55 % = 11,05 %.
of (8 382 x 1,1262) x 0,1105 =
of (9 440 x 0,1105) = 1043,12, afgerond F 1 043, te vereffenen door
het bestuur, doch ambtshalve te verhalen op de ambtenaar.
          (835 965) (*) - 825 487 (**) x 288 x 1,1262)
          

Wijzigingen

x 0,1105 (*+*) =
360
(*) echelle 22 A avec 11 ans d'anciennete utile
(**) echelle 24/1 avec 11 ans d'anciennete utile
(*+*) cotisation pension 7,5 % + AM 3,55 % = 11,05 %
ou (8 382 x 1,1262) = 0,1105 =
ou (9 440 x 0,1105) = 1 043,12, arrondi F 1 043 a liquider par
l'administration, mais d'office a recuperer sur l'agent.
  Voorbeeld 2 :
  Ingeval het een onderbureauchef in plaats van een bestuurschef betreft die de hogere functies van bestuurssecretaris uitoefende tussen 1 januari 1994 en 18 oktober 1994, moet de vereffende toelage niettegenstaande de totale afwezigheid van enige rechtsgrond voor de toekenning ervan op die datum niet teruggevorderd worden (toepassing van de vaste rechtspraak van de Raad van State over de notie "feitelijke ambtenaar"). Er zijn geen achterstallen in de weddeschaal 20E te vereffenen (zie supra).
  Niettemin is er bijdrage verschuldigd op het verschil tussen de weddeschaal 22/4 en het recht in de nieuwe schaal 20E van de werkelijke graad.
  Berekening van de bijdrage :
  In de veronderstelling dat hij 11 jaar nuttige anciënniteit heeft, is de ambtenaar ingeval van een waarnemingstoelage verschuldigd :
  Exemple 2 :
  S'il s'agit d'un sous-chef de bureau au lieu d'un chef administratif qui exerce les fonctions supérieures de secrétaire d'administration, entre le 1er janvier 1994 et le 18 octobre 1994, l'allocation percue ne doit pas être récupérée (application de la jurisprudence du Conseil d'Etat sur la théorie du "fonctionnaire de fait"). Aucun arriéré n'est accordé dans l'échelle 20E (voir supra).
  Toutefois, la retenue doit être percue sur la différence entre l'échelle 22/4 et l'échelle 20E du nouveau grade effectif.
  Calcul de la retenue :
  Dans l'hypothèse où il a 11 ans d'ancienneté utile et dans l'hypothèse d'une allocation d'intérim l'agent devra :
           (752 671 (*) - 729 439 (**) x 288 x 1,1262)
           

Wijzigingen

x 0,1105 (*+*) =
360
(*) weddeschaal 20 E met 11 jaar nuttige ancienniteit
(**) weddeschaal 22/4 met 11 jaar nuttige ancienniteit
(*+*) pensioenbijdrage 7,5 % + ZV 3,55 % = 11,05 %.
(18 586 x 1,1262) x 0,1105 =
20 932 x 0,1105 = 2 313 F.
     (752 671 (*) - 729 439 (**) x 288 x 1,1262)
     

Wijzigingen

x 0,1105 (*+*) =
360
(*) echelle 20 E avec 11 ans d'anciennete utile
(**) echelle 22/4 avec 11 ans d'anciennete utile
(*+*) cotisation pension 7,5 % + AM 3,55 % = 11,05 %
(18 586 x 1,1262) x 0,1105 =
20 932 x 0,1105 = 2 313 F.
  Zoals uit deze voorbeelden blijkt is er, behalve wat de bijdrage betreft, geen terugvordering van de toelage voor hogere functies tussen 1 januari 1994 en 18 oktober 1994.
  4.3. Het is vanaf 18 oktober 1994 uitgesloten toelagen voor hogere functies toe te staan in een andere weddeschaal dan in de eerste weddeschaal die aan een graad verbonden is.
  Voorbeeld :
  In niveau 3 bestaat voor het administratief personeel nog slechts de rang 30.
  Dienvolgens kunnen er vanaf 18 oktober 1994 geen hogere functies meer verleend worden in de geschrapte gemene graden van niveau 3.
  4.4. Het is niet mogelijk om hogere functies toe te staan in de weddeschalen 30C, 30F, 30H of 30I.
  4.5. Geen enkele titularis van een graad van niveau 2 of van niveau 3 (rang 30) kan een hoger ambt bekomen in om het even welke graad van de rang 26. Deze mogelijkheid werd niet voorzien bij het voornoemd koninklijk besluit van 8 augustus 1983.
  De Minister van Ambtenarenzaken,
  J. Vande Lanotte.
  Il ressort de ces exemples qu'il n'y a pas, sauf en ce qui concerne la cotisation, de récupération de l'allocation pour exercice de fonctions supérieures entre le 1er janvier 1994 et le 18 octobre 1994.
  4.3. Depuis le 18 octobre 1994, il est exclu d'accorder une allocation pour exercice de fonctions supérieures dans une autre échelle que la première échelle à laquelle le grade est relié.
  Exemple :
  Dans le niveau 3, seul le rang 30 subsiste pour le personnel administratif.
  Il en résulte que, depuis le 18 octobre 1994, il n'existe plus aucune fonction supérieure dans les grades communs rayés du niveau 3.
  4.4. De même, il n'est pas possible d'octroyer des fonctions supérieures dans les échelles de traitement 30C, 30F, 30H ou 30I.
  4.5. Aucun titulaire d'un grade du niveau 2 ou du niveau 3 (rang 30) ne peut obtenir une fonction supérieure dans un grade quelconque du rang 26. Cette hypothèse n'est pas prévue par l'arrêté royal du 8 août 1983 précité.
  Le Ministre de la Fonction publique,
  J. Vande Lanotte.